Yamaha F30 (2024) Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Yamaha F30 (2024) (116 pagina’s), behorend tot de categorie Buitenboordmotor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Yamaha F30 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/116
GEBRUIKERSHANDLEIDING
F30B
F40F
6BG-28199-7H-D0

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Yamaha
Categorie: Buitenboordmotor
Model: F30 (2024)

Handleiding Yamaha F30 (2024) – volledige tekst

DMU25108Aan de eigenaarDank u voor het kiezen van een Yamahabuitenboordmotor. Deze gebruikershandlei-ding bevat informatie over juiste bediening,onderhoud en zorg. Een grondig begrip vandeze eenvoudige instructies zal u helpen ommaximaal plezier uit uw nieuwe Yamaha tekrijgen. Raadpleeg een Yamaha-dealer, in-dien u vragen over de bediening of onder-houd van uw buitenboordmotor hebt. In deze gebruikershandleiding is bijzonderbelangrijke informatie als volgt aangeduid. : dit is het symbool voor veiligheids-waarschuwingen. Het wordt gebruikt om uop mogelijke verwondinggevaren te wijzen. Volg alle veiligheidsmeldingen achter ditsymbool op om mogelijke verwondingen ofoverlijden te voorkomen. DWM00782Een WAARSCHUWING wijst op een ge-vaarlijke situatie die kan leiden tot dedood of ernstige letsels als ze niet wordtvermeden.

DCM00702Een alinea die vooraf wordt gegaan doorOPGELET vermeldt speciale voorzorgs-maatregelen die moeten worden geno-men om schade aan debuitenboordmotor of aan andere eigen-dommen te voorkomen. Een NOTA geeft belangrijke informatie omhandelingen gemakkelijker of duidelijker temaken. Yamaha zoekt voortdurend vooruitgang inproductontwerp en kwaliteit. Daarom, on-danks dat deze handleiding de laatste pro-ductinformatie bevat die verkrijgbaar is tentijde van uitgave, kunnen er kleine afwijkin-gen tussen uw machine en deze handleidingzijn. Raadpleeg uw Yamaha-dealer, indien uenige vragen aangaande dit handboek heeft. Yamaha raadt aan dat u het product correctgebruikt en de gespecificeerde periodiekeinspecties en onderhoud correct uitvoertvolgens de instructies in de gebruikershand-leiding, om een lang leven van het productte verzekeren.

Elke schade, veroorzaaktdoor het niet volgen van deze instructies,valt niet onder de garantie. Sommige landen hanteren wetten of regelsdie gebruikers verbieden het product mee tenemen buiten het land van aankoop. Dit kanhet registreren van het product in het landvan bestemming onmogelijk maken.

Daar-naast kan de garantie in sommige gebiedenniet van toepassing zijn. Raadpleeg de dea-ler waar het product is aangeschaft voormeer informatie, indien u het product meewilt nemen naar een ander land. Indien het gekochte product reeds was ge-bruikt, neemt u contact op met uw dichtst-bijzijnde dealer voor herregistratie en omrecht te krijgen op de aangegeven diensten. De F30BEHD, F30BET, F40FED, F40FEHD,F40FET en de standaardaccessoires wor-den gebruikt als basis voor de verklaringenen afbeeldingen in deze handleiding. Daar-door kunnen sommige onderdelen niet opieder model van toepassing zijn. Belangrijke handleidingsinformatie.

44Installatie. 44De buitenboordmotor monteren. 44Werking. 46Eerste gebruik. 46De motor met motorolie vullen. 46Inlopen van de motor. 46Leer uw boot kennen. 47Controleert voordat de motorwordt gestart. 47Brandstofpeil. 47Verwijderen van de motorkap. 47Brandstofsysteem. 47Bedieningselementen. 48Noodstopkoord. 48Motorolie. 48Motor. 49Doorspoelplug. 49Installeren van de motorkap. 49Controleren van het trim- en kan-telbekrachtigingssysteem. 50Accu. 51Brandstof bijvullen. 51De motor gebruiken. 52Brandstof verzenden (draagbaretank). 52Starten van de motor. 53Controles na het starten van demotor. 56Koelwater. 56De motor laten warmdraaien. 57Modellen met manuele starter enelektrische starter. 57Controles na het warmdraaienvan de motor. 57Schakelen. 57Stopschakelaars. 57Schakelen. 57De boot stoppen. 59Stapvoets varen. 59Regelen van de snelheid voorstapvoets varen. 59Motor uitschakelen. 60Procedure.

Instellen van de trimhoek (trim- enkantelbekrachtiging). 61Afstellen van trimhoek voor mo-dellen met hydraulisch kantel-mechanisme. 62Boottrim instellen. 62Naar boven en naar benedenkantelen. 63Procedure voor het naar bovenkantelen (modellen met hydrau-lisch kantelmechanisme). 64Procedure voor omhoog kantelen(modellen met trim- en kantel-bekrachtiging). 65Procedure voor het naar benedenkantelen (modellen met hydrau-lisch kantelmechanisme). 66Procedure voor omlaag kantelen(modellen met trim- en kantel-bekrachtiging). 66Ondiep water. 67Modellen met hydraulisch kantel-mechanisme. 67Modellen met trim- en kantelbe-krachtiging. 68Varen in andere omstandighe-den. 69Onderhoud. 71Vervoeren en opbergen van debuitenboordmotor. 71Opbergen van de buitenboordmo-tor. 71Procedure. 72Smering. 75Spoelen van het motorblok. 75Reiniging van de buitenboordmo-tor.

DMU33623BuitenboordmotorveiligheidNeem deze voorzorgsmaatregelen te allentijde in acht. DMU36502PropellerPersonen kunnen gewond raken of gedoodworden wanneer ze in contact komen metde propeller. De propeller kan blijven bewe-gen wanneer de motor in neutraal staat, ende scherpe randen van de propeller kunnenook snijwonden veroorzaken terwijl de pro-peller stilstaat. l Schakel de motor uit wanneer er zich eenpersoon vlakbij de boot in het water be-vindt. l Houd mensen uit de buurt van de propel-ler, zelfs wanneer de motor niet draait. DMU40272Draaiende onderdelenHanden, voeten, haar, juwelen, kledingstuk-ken, zwemvestriempjes enz. kunnen wordengegrepen door de inwendige draaiende on-derdelen van de motor, met ernstige ver-wondingen of de dood tot gevolg. Verwijder de motorkap nooit als het nietecht nodig is. Verwijder of installeer de mo-torkap nooit terwijl de motor draait.

Laat de motor uitsluitend zonder motorkapdraaien met inachtneming van de specifiekeinstructies in de handleiding. Houd uw han-den, voeten, haar, juwelen, kledingstukken,zwemvestriempjes enz. uit de buurt vaneventuele blootliggende bewegende onder-delen. DMU33641Hete onderdelenTijdens en na de werking zijn bepaalde mo-toronderdelen heet genoeg om brandwon-den te veroorzaken. Vermijd iedereaanraking met onderdelen onder de motor-kap tot de motor is afgekoeld. DMU33651Elektrische schokkenRaak geen elektrische onderdelen aan bijhet starten van de motor of terwijl de motordraait. Ze kunnen schokken of elektrocutieveroorzaken. DMU33662Trim- en kantelbekrachtigingEr kunnen lichaamsdelen worden verpletterdtussen de motor en de klembeugel wanneerde motor wordt getrimd of gekanteld. Houdlichaamsdelen te allen tijde uit deze zone.

Houd mensen uit de buurt van deschakelaars tijdens werkzaamheden rondomde motor. Kom nooit onder het staartstuk als het ge-kanteld is, zelfs niet als de kantelsteunhen-del vergrendeld is. Als de buitenboordmotorper ongeluk valt, kunt u ernstig gewond ra-ken. DMU33672MotorstopschakelaarkoordBevestig de motorstopschakelaarkoord zodat de motor stopt wanneer de gebruikeroverboord valt of de stuurhendel verlaat. Datom te voorkomen dat de boot stuurloos ver-der vaart en mensen achterlaat, of overmensen of voorwerpen vaart. Bevestig de motorstopschakelaarkoord tij-dens het gebruik van de motor altijd op eenVeiligheidsinformatie1.

veilige plaats aan uw kleding, of aan uw armof been. Maak ze niet los om de stuurhen-del te verlaten terwijl de boot vaart. Bevestigde koord niet aan een kledingstuk dat loszou kunnen scheuren, en leid de koord nietlangs punten waar ze verstrikt kan raken,zodat ze haar functie niet langer vervult. Leid de koord niet langs plaatsen waar dekans groot is dat er per ongeluk aan wordtgetrokken. Als er aan de koord wordt ge-trokken tijdens het varen, wordt de motoruitgeschakeld en kunt u de boot niet meerbesturen. De boot zou snel kunnen vertra-gen, waardoor passagiers en voorwerpenvoorwaarts worden geslingerd. DMU33811BenzineBenzine en benzinedampen zijn uiterstbrandbaar en explosief. Volg voor het tan-ken steeds de procedure op pagina 52 omhet risico van brand en explosie zo kleinmogelijk te houden. DMU33821Blootstelling aan en morsen vanbenzineMors geen benzine.

Als u toch benzinemorst, veeg hem dan onmiddellijk op metdroge doeken. Werp de doeken weg zoalshet hoort. Mocht er benzine op uw huid terechtkomen,verwijder die dan onmiddellijk met zeep enwater. Trek andere kleren aan als er benzineop uw kleren terecht is gekomen. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u ben-zine hebt ingeslikt, heel veel benzinedamphebt ingeademd of benzine in de ogen hebtgekregen. Tracht nooit brandstof over te he-velen door ze aan te zuigen met uw mond. DMU33901KoolmonoxideDit product stoot uitlaatgassen uit die kool-monoxide bevatten, een kleur- en geurloosgas dat hersenschade of de dood van ver-oorzaken bij inademing. Symptomen vankoolmonoxidevergiftiging zijn onder meermisselijkheid, duizeligheid en slaperigheid. Zorg ervoor dat cockpit en cabine altijdgoed geventileerd zijn. Vermijd het blokke-ren van uitlaatopeningen.

DMU33742ScheepvaartveiligheidDit hoofdstuk bevat enkele van vele belang-rijke veiligheidsvoorschriften die u dient nate leven tijdens het varen. DMU33711Alcohol en verdovende middelenGa nooit uit varen na het drinken van alco-hol of het innemen van verdovende midde-len. Intoxicatie is een van de voornaamstefactoren die bijdragen tot dodelijke ongeval-len op het water. DMU40281ZwemvestenZorg dat u een goedgekeurd zwemvest aanboord hebt voor elke passagier. Yamaharaadt u aan altijd een zwemvest te dragenwanneer u gaat varen. Kinderen en niet-zwemmers moeten in ieder geval altijd eenzwemvest dragen, en iedereen moet eenVeiligheidsinformatie2.

zwemvest dragen wanneer de vaaromstan-digheden gevaarlijk zijn of kunnen worden. DMU33732Mensen in het waterKijk altijd zorgvuldig uit voor mensen in hetwater, zoals zwemmers, waterskiërs of dui-kers, telkens wanneer de motor draait. Wan-neer er zich iemand in het water bevindtvlakbij de boot, schakelt u in neutraal en legtu de motor stil. Blijf uit de buurt van zwemzones. Zwem-mers kunnen moeilijk zichtbaar zijn. De propeller kan blijven draaien, zelfs wan-neer de motor in neutraal staat. Schakel demotor uit wanneer er zich een persoon vlak-bij de boot in het water bevindt. DMU33752PassagiersRaadpleeg de instructies van uw bootfabri-kant voor informatie over de aangewezenpassagiersplaatsen in uw boot en vergewisu ervan dat alle passagiers veilig plaats heb-ben genomen alvorens te accelereren enwanneer de motor sneller draait dan met hetstationair toerental.

Staan of zitten op nietaangewezen plaatsen kan ervoor zorgen datmen overboord wordt geslingerd of in deboot valt ten gevolge van golven, kielzog ofplotse snelheids- of richtingsveranderingen. Zelfs wanneer iedereen correct plaats heeftgenomen in de boot, dient u uw passagierste waarschuwen wanneer u een ongewoonmanoeuvre dient te maken. Tracht opsprin-gende golven en kielzog steeds te vermij-den. DMU33763OverladenDe boot mag nooit worden overladen. Kijkop de bootcapaciteitsplaat of raadpleeg debootfabrikant voor het toegestane maxi-mumgewicht en maximumaantal passa-giers. Zorg ervoor dat het gewicht naarbehoren over de boot is verdeeld in over-eenstemming met de instructies van debootfabrikant. Het overladen of verkeerdverdelen van het gewicht over de boot kande bestuurbaarheid van de boot in het ge-drang brengen en leiden tot ongevallen,kapseizen of vollopen.

ZMU06025Stuur defensief met een veilige snelheid enhoud voldoende afstand van mensen, voor-werpen en andere boten. l Vaar niet op korte afstand achter andereboten of waterskiërs. l Vermijd scherpe bochten of andere ma-noeuvres die het anderen moeilijk makenom u te ontwijken of te voorspellen waar uheen gaat. l Vermijd gebieden met gezonken voorwer-pen of ondiep water. Veiligheidsinformatie3.

l Ken uw grenzen en vermijd agressievemanoeuvres om het risico op controlever-lies en botsingen te vermijden en om tevermijden dat u uit het vaartuig wordt ge-slingerd. l Reageer tijdig om botsingen te vermijden. Vergeet niet dat boten geen remmen heb-ben en dat het afzetten van de motor ofhet verminderen van de stuwkracht dewenbaarheid kunnen verminderen. Als uniet zeker bent dat u op tijd kunt stoppenom een voorwerp te ontwijken, geef dangas bij en stuur in een andere richting. DMU48100Aanvaringen met drijvende of onder-gedompelde objectenAls de buitenboordmotor een drijvend ob-ject of een obstakel in het water raakt tij-dens het cruisen, kan het volgendegebeuren:l De passagiers en enig loszittend materi-aal of bagage kan mogelijk naar vorenworden gegooid vanwege het plotselingeafremmen. l Delen van de buitenboordmotor kunnenvanwege de botsing mogelijk loskomenen van de boot af worden gegooid.

l De boot of buitenboordmotor kan vanwe-ge de botsing mogelijk beschadigd raken. Wanneer u met de boot vaart in een gebiedwaar er zich mogelijk drijvende objecten ofobstakels in het water kunnen bevinden,moet u er zeker van zijn dat u de trimhoekvan de buitenboordmotor afstelt, dat u vaartmindert dat u de boot voorzichtig bedient. Voor meer informatie, zie pagina 67. Als de buitenboordmotor een drijvend ob-ject of obstakel in het water raakt, moet u erzeker van zijn dat zich er geen abnormalitei-ten omtrent de boot en de buitenboordmo-tor voordoen. Als er iets abnormaals wordtgeconstateerd, keert u terug met lage snel-heid terug naar de dichtsbijzijnde haven enlaat u een Yamaha-dealer de buitenboord-motor inspecteren. DMU33791WeersomstandighedenZorg dat u op de hoogte bent van het weer-bericht. Controleer de weersvoorspellingenalvorens uit te varen. Ga beter niet uit varenin gevaarlijk weer.

DMU25172Plaats voor identificatienum-mersDMU25186BuitenboordmotorserienummerHet serienummer van de buitenboordmotorstaat vermeld op het label op de bakboord-zijde van de klembeugel.Noteer uw buitenboordmotorserienummer inde daartoe voorziene ruimten om op te ge-ven bij het bestellen van wisselstukken bijuw Yamaha-dealer of als referentie in gevaluw buitenboordmotor wordt gestolen.1ZMU063901. Buitenboordmotorserienummerlocatie34 12ZMU016921. Serienummer2. Modelnaam3. Motorspiegelhoogte4. MotorcodeDMU25192SleutelnummerAls de motor is uitgerust met een hoofdsleu-telschakelaar, is het sleutelidentificatienum-mer ingestanst op uw sleutels zoals getoondop de afbeelding. Noteer dit nummer in deruimte voorzien als referentie in geval u eennieuwe sleutel nodig hebt.1ZMU016941.

DMU48442CE-markering/UKCA-marke-ringDit label wordt bevestigd op buitenboord-motoren die voldoen aan de Europese voor-schriften.1ZMU063911. Positie van het CE-label6EE-43394-9015210026CE-markeringBuitenboordmotoren met deze “CE”-marke-ring voldoen aan de richtlijnen van; 2006/42/EG, 2014/30/EU, en 2013/53/EU.UKCA-markeringDit product voldoet aan de voorschriften vanPleziervaartuigen 2017, de voorschriften vanElektromagnetische Compatibiliteit 2016 enaan de (veiligheids)voorschriften voor Leve-ring van Machines 2008.Algemene informatie7

DMU33524Lees handleidingen en labelsAlvorens deze buitenboordmotor te bedienen of eraan te werken:l Lees deze handleiding.l Lees eventueel bij de boot geleverde handleidingen.l Lees alle labels op de buitenboordmotor en de boot.Voor eventuele bijkomende informatie kunt u terecht bij uw Yamaha-dealer.DMU33836Waarschuwingslabels Als deze labels beschadigd zijn of ontbreken, neem dan contact op met uw Yamaha-dea-ler voor vervanglabels.ZMU06393132Algemene informatie8

6EE-G2794-406EE-G2794-506EE-H1994-406EE-H1994-506EE-H1995-406EE-H1995-50ZMU05706123DMU33913Inhoud van de labelsDe bovenstaande waarschuwingslabels be-tekenen het volgende.1DWM01692Bij een noodstart is er geen neutraal-startbeveiliging. Vergewis u ervan dat deschakelhendel in neutraal staat alvorensde motor te starten.2DWM01682l Houd handen, haar en kledingstukkenuit de buurt van draaiende onderdelenterwijl de motor draait.l Bij het starten of terwijl de motor draaitmag u geen elektrische onderdelenaanraken of verwijderen.3DWM01672l Lees de handleiding en de labels.l Draag een goedgekeurd zwemvest.l Bevestig het noodstopkoord aan uwzwemvest, uw arm of uw been zodat demotor stopt wanneer u de stuurhendelper ongeluk verlaat, om te voorkomendat de boot op hol kan slaan.Algemene informatie9

: (1) Buitenboordmotorserienummer; (2) livegegevens die de prestaties vande buitenboordmotor weergeven, zoals de bedrijfstoestand van de motor, de bootsnel-heid, de kilometerstand; en (3) andere gegevens die de status van de buitenboordmotorweergeven, zoals de diagnostische foutcodes (DTC). De verzamelde gegevens worden geüpload naar een server bij Yamaha Motor Co. , Ltd. wanneer een speciale Yamaha-diagnosetool aan de buitenboordmotor wordt gekoppeld bijde uitvoering van controles of procedures voor service en onderhoud. Hoe gebruiken we uw gegevens.

zijn gezamenlijke verwerkingsver-antwoordelijken met betrekking tot de verzamelde gegevens. Als u vragen of klachten hebtover de verwerking van uw persoonsgegevens, kunt u deze schriftelijk richten aan:Yamaha Motor Europe N. V. /Digital Marketing & CRM– Postbus 75033 – 1117 ZN Schiphol – Nederland. De hierboven verstrekte contactgegevens zijn UITSLUITEND bedoeld voor VRAGENOVER GEGEVENSVERWERKING EN ANDERE TYPEN VRAGEN ZULLEN NIET WORDENBEANTWOORD. Geef de volgende informatie voor de juiste behandeling van uw vraag: (1)Algemene informatie12.

Zie de capaciteitsplaatvan de boot of neem contact op met de fa-brikant.DMU40491Buitenboordmotor monterenDWM02501l Een verkeerde montage van de buiten-boordmotor kan tot gevaarlijke om-standigheden leiden, zoals eengebrekkige bestuurbaarheid, verliesvan controle of brand.l Aangezien de buitenboordmotor zeerzwaar is, is speciale uitrusting en oplei-ding vereist om hem veilig te monteren.Uw dealer of een andere persoon met erva-ring in het optuigen van boten moet de bui-tenboordmotor monteren met behulp van deSpecificaties en vereisten15

correcte apparatuur en de complete optuig-instructies. Voor meer informatie, zie pagina44. DMU33582AfstandsbedieningsvereistenDWM01581l Als de motor in versnelling start, kan deboot plots en onverwacht bewegen,waardoor er een botsing kan wordenveroorzaakt of passagiers over boordkunnen worden geworpen. l Wanneer de motor ooit in versnellingstart, werkt de neutraalstartbeveiligingniet correct en mag u de buitenboord-motor niet langer gebruiken. Neemcontact op met uw Yamaha-dealer. De afstandsbedieningseenheid moet wor-den uitgerust met (een) neutraal-startbevei-liging(en). Dat systeem zorgt ervoor dat demotor uitsluitend in neutraal kan worden ge-start. DMU25695AccuvereistenDMU25723Technische gegevens van de accuAccucapaciteit (CCA/EN):430–1080 AAccucapaciteit (20HR/IEC):70 A/uDe motor kan niet worden gestart als de ac-cuspanning te laag is.

DMU36293Monteren van de accuMaak de accuhouder stevig vast op eendroge, goed verluchte en trillingsvrije plaatsin de boot. WAARSCHUWING. Plaats geenbrandbare items of losse, zware of meta-len voorwerpen in hetzelfde comparti-ment als de accu. Dat kan leiden totbrand, explosies of vonken. [DWM01821]AccukabelDe accukabelmaat en -lengte zijn essenti-eel. Raadpleeg uw Yamaha-dealer in ver-band met de accukabelmaat en -lengte. DMU34196PropellerkeuzeNaast het selecteren van een buitenboord-motor is het selecteren van de juiste propel-ler een van de belangrijkste beslissingen dieeen booteigenaar dient te nemen. Het type,de omvang en het ontwerp van uw propellerhebben een rechtstreekse invloed op de ac-celeratie, de topsnelheid, het brandstofver-bruik en zelfs de levensduur van de motor. Yamaha ontwerpt en vervaardigt propellersvoor iedere Yamaha-buitenboordmotor envoor alle mogelijke toepassingen.

Uw Yamaha-dealer kan u helpen bij het kie-zen van de juiste propeller voor uw specifie-ke behoeften. Kies een propeller die demotor in staat stelt het middelste of boven-ste gedeelte van het toerentalbereik te be-reiken bij volgas en maximumlading. In hetalgemeen geldt dat een propeller met eengrotere spoed geschikt is voor geringere be-drijfsbelastingen en een propeller met eenkleinere spoed voor grotere belastingen. Alsu sterk uiteenlopende ladingen vervoert, se-lecteer dan een propeller die de motor instaat stelt te draaien binnen hetSpecificaties en vereisten16.

DMU36361BrandstofvereistenDMU40203BenzineGebruik benzine van goede kwaliteit met hetvereiste minimumoctaangetal. Als de motorgeklop of gepingel begint te vertonen, ge-bruik dan een ander merk brandstof of lood-vrije superbenzine. Aanbevolen brandstof:Normale loodvrije benzineMin. researchoctaangetal (RON):90DCM01982l Gebruik geen loodhoudende benzine. Loodhoudende benzine kan de motorernstig beschadigen. l Zorg dat er geen water en vuil in debrandstoftank terechtkomen. Verontrei-nigde brandstof kan de prestaties vande motor aantasten of motorschadeveroorzaken. Gebruik uitsluitend versebenzine die zuivere bussen werd be-waard. E5 E10l Dit merkteken geeft de aanbevolen brand-stof voor deze buitenboordmotor zoalsgespecificeerd door de Europese regelge-ving (EN228) aan. l Controleer of de benzinespuit dezelfdeidentificatie heeft bij het bijtanken.

GasoholEr bestaan twee types gasohol: gasohol metethanol (E5 en E10) en gasohol met metha-nol. Ethanol kan worden gebruikt als hetethanolgehalte niet meer dan 10% bedraagten de brandstof voldoet aan de minimumoc-taangetallen. E85 is een brandstof die 85%ethanol bevat en die niet mag worden ge-bruikt in uw buitenboordmotor. Alle ethanol-mengsels die meer dan 10% ethanolbevatten, kunnen schade aan het brandstof-systeem of motorstart- en -bedrijfsproble-men veroorzaken. Yamaha ontraadt hetgebruik van gasohol met methanol omdatdie schade kan veroorzaken aan het brand-stofsysteem of de motorprestaties kan aan-tasten. Het verdient aanbeveling een waterafschei-dende scheepsbrandstoffilter (minimum 10micron) te installeren tussen de brandstof-tank en de buitenboordmotor van uw bootwanneer u ethanol gebruikt.

gebruiken. Afhankelijk van het model is datechter misschien niet nodig.DMU36331Anti-foulingEen zuivere romp verbetert de prestatiesvan de boot. De onderzijde van de bootmoet zoveel mogelijk vrij worden gehoudenvan aangroeiing. Indien nodig kan de onder-zijde van de boot worden bestreken met eenvoor uw streek goedgekeurde anti-foulingter voorkoming van aangroeiing.Gebruik geen anti-fouling die koper of gra-fiet bevat. Dergelijke verven kunnen hetroesten van de motor bespoedigen.DMU40302Buitenboordmotorafdankings-vereistenDank de buitenboordmotor nooit op een il-legale manier af.

Yamaha raadt u aan uwdealer te raadplegen in verband met het af-danken van de buitenboordmotor.DMU36353NooduitrustingHoud de volgende items aan boord voor hetgeval u motorpech krijgt.l Een gereedschapskit met verschillendeschroevendraaiers, tangen, sleutels (inclu-sief metrieke maten) en isolatietape.l Waterdichte zaklamp met extra batterijen.l Een extra motorstopschakelaarkoord metclip.l Reserveonderdelen, zoals een extra setbougies.Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor details.Specificaties en vereisten19

DMU46722Schematische voorstelling van de componenten* Kan eventueel lichtjes verschillen van de afbeelding; behoort mogelijk ook niet tot destandaarduitrusting van alle modellen (bestellen bij dealer).221213151416192018134671098521117211. Motorkap2. Waterafscheider3. Motorkapvergrendelhendel4. Anode5. Anti-cavitatieplaat6. Trimtap (anode)7. Propeller*8. Koelwaterinlaat9. Klembeugel10. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar*11. Schakelaar voor het regelen van de snelheidvoor stapvoets varen*12. Schakelinrichtinghendel*13. Stuurhendel*14. Clip*15. Motorstopknop/Motoruitschakelaar*16. Hoofdschakelaar*17. Waarschuwingslampje*18. Stuurfrictieafstelinrichting*19. Kantelvergrendelhendel*20. Kantelsteunknop21. Doorspoelplug22. Brandstoftank*Componenten20

DMU25804BrandstoftankAls uw model werd uitgerust met een draag-bare brandstoftank, heeft die de volgendefunctie.DWM00021De brandstoftank die bij de motor wordtbijgeleverd, is het brandstofreservoir vande motor en mag niet worden gebruiktals een container om brandstof in op teslaan. Commerciële gebruikers moetenvoldoen aan de van toepassing zijnde li-centie- of goedkeuringsvoorschriften.ZMU0228431421. Brandstofleiding koppelstuk2. Brandstofmeter3. Brandstoftankkap4. OntluchtingsschroefDMU25831BrandstofleidingkoppelstukDat koppelstuk wordt gebruikt om de brand-stofleiding te verbinden.DMU25842BrandstofmeterDeze meter bevindt zich op de tankdop ofop de basis van het brandstofleidingkoppel-stuk. Hij toont de benaderende hoeveelheidresterende brandstof in de tank.DMU25851BenzinetankdopDeze dop sluit de brandstoftank af. Wan-neer hij wordt verwijderd, kan de tank metbrandstof worden gevuld.

Om de dop teverwijderen moet hij tegen de wijzers van deklok in worden gedraaid.DMU25861OntluchtingsschroefDeze schroef bevindt zich op de brandstof-tankdop. Om ze los te draaien moet ze te-gen de wijzers van de klok in wordengedraaid.DMU46753Yamaha Security System (Y-COP/optioneel)DCM02461Het Yamaha Security System wordt ver-kocht in overeenstemming met de gel-dende wetten en voorschriften inzake hetuitzenden van radiogolven. Dat betekentdat wanneer dit product wordt gebruiktbuiten het land waar het werd gekocht,het mogelijk niet voldoet aan de wettenof voorschriften inzake het uitzenden vanradiogolven in het land waar het wordtgebruikt. Raadpleeg uw Yamaha-dealervoor meer gedetailleerde informatie.Het Yamaha Security System, een diefstal-beveiligingssysteem, bestaat uit een ontvan-ger en sleutelhangers. Het Yamaha SecuritySystem is verkrijgbaar bij uw Yamaha-dea-ler.

1 21. Sleutelhanger2. OntvangerDe motor kan niet worden gestart wanneerhet beveiligingssysteem zich in de vergren-delmodus bevindt. De motor kan slechtsworden gestart in de ontgrendelmodus. Kijkvoor meer informatie in de installatie- en ge-bruikershandleiding bij het beveiligingssys-teem.DMU26183AfstandsbedieningskastDe afstandsbedieningshendel bedient zowelde schakelhendel als de gashendel. De elek-trische schakelaars bevinden zich op de af-standsbedieningskast.1235467ZMU017231. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar2. Afstandsbedieningshendel3. Neutraalvergrendelingstrekker4. Neutraal-gashendel5. Hoofdschakelaar6. Motoruitschakelaar7. GashendelfrictieafstellingDMU26192AfstandsbedieningshendelDoor de hendel naar voor te duwen vanuitde neutrale stand wordt de vooruitversnel-ling ingeschakeld.

Door de hendel naar ach-ter te trekken vanuit de neutrale stand wordtde achteruitversnelling ingeschakeld. Demotor blijft in vrijloop staan tot de hendelongeveer 35° wordt verplaatst; (er is eenpalletje te voelen). Door de hendel verder teduwen wordt de gasklep geopend en demotor begint te accelereren.1234 4556677FNRZMU017251. Neutraal “ ”2. Vooruit “ ”3. Achteruit “ ”4. Schakelen5. Volledig gesloten6. Gashendel7. Volledig openDMU26202Neutraal vergrendeltrekkerOm uit de neutrale stand te gaan moet ueerst de neutraal vergrendeltrekker omhoogtrekken.Componenten23

neemt de snelheid toe en wanneer u hemnaar rechts draait neemt de snelheid af.DMU25963Brandstofverbruiksindicator De brandstofverbruikscurve op de brand-stofverbruiksindicator toont de hoeveelheidbrandstof die in de verschillende gashendel-standen wordt verbruikt. Kies de stand diede beste prestaties en het laagste verbruikbiedt voor de gewenste werking.111. BrandstofverbruikindicatorDMU25978GashendelfrictieafstellingEen frictiesysteem zorgt voor een regelbarebewegingsweerstand van de gasgreep of deafstandsbedieningshendel, en kan wordeningesteld volgens de voorkeur van de schip-per.Om de weerstand te verhogen, draait u deafstelschroef met de klok mee. Om de weer-stand te verlagen, draait u de afstelschroeftegen de klok in. WAARSCHUWING! Draaide wrijvingsafstelschroef niet te vast.

Alser te veel weerstand is, kan het moeilijkzijn om de gashendel of de greep te be-wegen, wat een ongeluk kan veroorza-ken. [DWM00033]ZMU01714Als u een constante snelheid wenst, moet ude afstelschroef aandraaien om de gewen-ste gashendelinstelling te behouden.DMU25996Noodstopkoord en clipDe clip moet bevestigd zijn aan de motor-stopschakelaar om de motor te laten draai-en. Bevestig de koord op een veilige plaatsaan uw kleding, of aan uw arm of been. Alsde bestuurder over boord valt of het roerverlaat, trekt de koord de clip uit waardoorComponenten25

de ontsteking van de motor wordt uitge-schakeld. Op die manier wordt voorkomendat de boot onbestuurd verder vaart.WAARSCHUWING! Bevestig de motor-stopschakelaarkoord tijdens het gebruikvan de motor op een veilige plaats aanuw kleding, of aan uw arm of been. Maakde koord niet vast aan kleren die kunnenworden losgetrokken. Zorg ervoor dat dekoord nergens achter verstrikt raakt,waardoor ze haar functie verliest. Zorgervoor dat u tijdens een normaal gebruikniet per ongeluk aan de koord trekt. Alsde motoraandrijving wegvalt, wordt deboot veel minder goed bestuurbaar. Zon-der motoraandrijving zal de boot ook snelvertragen. Daardoor kunnen personen envoorwerpen in de boot naar voren geslin-gerd worden. [DWM00123]ZMU017161231. Noodstopkoord2. Clip3. Motoruitschakelaar1122331. Noodstopkoord2. Clip3.

MotoruitschakelaarDMU26004Motorstopknop De motorstopknop stopt de motor wanneerop de knoop gedrukt wordt.DMU26092HoofdschakelaarDe hoofdschakelaar bedient het ontste-kingssysteem; de werking ervan wordt hier-onder beschreven.l “” (uit)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(uit) zijn de elektrische schakelingen inactiefen kan de sleutel worden uitgenomen.l “” (aan)Componenten26

Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(aan) zijn de elektrische schakelingen actiefen kan de sleutel niet worden uitgenomen.l “ ” (start)Met de hoofdschakelaar in de stand “”(start) begint de startmotor te draaien om demotor te starten. Wanneer de sleutel wordtlosgelaten, keert hij automatisch terug naarde stand “” (aan).ONSTARTOFFZMU01718DMU31433StuurfrictieregelhendelEen frictie-inrichting geeft een instelbareweerstand aan het stuurmechanisme en kanworden afgesteld naargelang van de voor-keur van de bestuurder. Onderaan op destuurhendelbracket bevindt er zich een in-stelhendel.Om de weerstand te verhogen, draait u dehendel naar bakboord “A”.Om de weerstand te verhogen, draait u dehendel naar stuurboord “B”.DWM00041Draai de wrijvingsafstelschroef niet tevast.

Als er te veel weerstand is, kan hetmoeilijk zijn om te sturen, wat een onge-luk kan veroorzaken.ZMU02810BAAls de weerstand niet toeneemt, zelfs nietwanneer de hendel naar bakboord “A”wordt gedraaid, dient u na te gaan of demoer werd aangedraaid met het gespecifi-ceerde aandraaimoment.111. MoerMoeraandraaimoment:6 N·m (0.6 kgf·m, 4.4 lb·ft)Componenten27

l De stuurbeweging is geblokkeerd wan-neer de instelhendel in de stand “A” werdgezet.l Controleer of de stuurhendel soepel be-weegt wanneer de hendel naar stuurboord“B” wordt gedraaid.l Breng geen smeermiddelen zoals vet aanop de wrijvingszones van de stuurfrictie-regelhendel.DMU26144Trim- en kantelbekrachtigingsscha-kelaar op afstandsbediening ofstuurhendelHet trim- en kantelbekrachtigingssysteemstelt de buitenboordmotorhoek bij in verhou-ding tot de spiegel. Door de schakelaar “”(omhoog) in te drukken, wordt de buiten-boordmotor omhoog getrimd en vervolgensomhoog gekanteld. Als u de schakelaar “”(omlaag) indrukt, wordt de buitenboordmo-tor omlaag gekanteld en vervolgens omlaaggetrimd.

Wanneer u de schakelaar loslaat,stopt de buitenboordmotor in de stand diehij op dat ogenblik inneemt.Voor instructies over het gebruik van detrim- en kantelbekrachtigingsschakelaar, ziepagina’s 61 en 63.DNUPZMU01720DMU26156Trim- en kantelbekrachtigingsscha-kelaar aan onderkant motorkapDe trim- en kantelbekrachtigingsschakelaarzit aan de zijkant van de onderkant van demotorkap. Het indrukken van de schakelaar“ ” (omhoog) trimt de buitenboordmotoromhoog en kantelt deze vervolgens omh-oog. Het indrukken van de schakelaar “ ”(omlaag) kantelt de buitenboordmotor om-laag en trimt deze omlaag.

Wanneer deschakelaar wordt losgelaten, stopt de bui-tenboordmotor in zijn huidige positie.Voor instructies over het gebruik van detrim- en kantelbekrachtigingsschakelaar, ziepagina 63.DWM01032Gebruik de aan de onderkant bevestigdetrim- en kantelbekrachtigingsschakelaaralleen wanneer de boot volledig tot stil-stand is met de motor uit. Een poging tothet gebruik van deze schakelaar terwijlde boot in beweging is, kan de kans opoverboord vallen verhogen en kan de be-stuurder afleiden of de kans op een bot-sing met een andere boot of anderobstakel verhogen.Componenten28

Schakelaar voor het regelen van de snelheidvoor stapvoets varenl De snelheid voor stapvoets varen wordtongeveer met 50 omw/min verhoogd ofverlaagd telkens wanneer een schakelaarwordt ingedrukt.l Als de snelheid voor stapvoets varen werdgewijzigd, keert de motor terug naar denormale snelheid voor stapvoets varennadat de motor werd uitgeschakeld enopnieuw gestart, of wanneer het motor-toerental wordt opgevoerd tot boven de3000 omw/min.l Voor instructies over het gebruik van deschakelaars voor het regelen van de snel-heid voor stapvoets varen, zie pagina59.DMU26246Trimtap met anodeDWM00841Een verkeerd afgestelde trimtap kan er-voor zorgen dat het moeilijk is om te stu-ren. Laat de motor altijd proefdraaiennadat een trimtap geïnstalleerd of vervan-gen is om er zeker van te zijn dat de be-sturing correct verloopt.

Zorg ervoor datu de bout vastdraait nadat de trimtap bij-geregeld is.De trimtap moet zo worden ingesteld dat erevenveel kracht moet worden uitgeoefendom de stuurinrichting naar rechts te draaienals om ze naar links te draaien.Als de boot de neiging heeft naar links (bak-boord) te draaien, dient u het achtereind vande trimtap naar bakboord te draaien (“A” inde afbeelding). Als de boot de neiging heeftnaar rechts (stuurboord) te draaien, dient uhet achtereind van de trimtap naar stuur-boord te draaien (“B” in de afbeelding).DCM00841De trimtap doet ook dienst als anode omde motor te beschermen tegen elektro-chemische corrosie. De trimtap mag nietComponenten29

worden geschilderd, want dan kan ze nietmeer als anode werken.ABZMU03097121. Trimtap2. BoutBoutaandraaimoment:18 N·m (1.8 kgf·m, 13 lb·ft)DMU26314KantelvergrendelmechanismeHet kantelvergrendelmechanisme wordt ge-bruikt om te voorkomen dat de buitenboord-motor uit het water wordt getild bij hetachteruit varen.ZMU0639511. KantelvergrendelhendelOm te vergrendelen dient u de kantelver-grendelingshendel in de “ ” (vergrende-len)-stand te zetten.Om te ontgrendelen dient u de kantelver-grendelingshendel in de “” (ontgrendelen)-stand te duwen.DMU26323KantelsteunknopOm de buitenboordmotor in de naar bovengekantelde stand te houden, dient u op dekantelsteunknop onder de zwenkbeugel tedrukken.ZMU06396DCM00661Gebruik de kantelsteunhendel of de kan-telsteunknop niet om de boot de slepen.De buitenboordmotor zou daardoor kun-nen lostrillen van de kantelsteun en val-len.

Als de boot niet kan worden gesleeptmet de motor in de normale stand, ge-bruik dan een bijkomend steunstuk omde motor in de gekantelde stand vast tezetten.DMU40762MotorkapvergrendelhendelDe kapvergrendelhendels worden gebruiktom de motorkap vast te zetten.Componenten30

ZMU0853211. Motorkapvergrendelhendel(s)DMU26464DoorspoelplugDit systeem wordt gebruikt om de koelwa-terdoorgangen van de motor te reinigen metbehulp van een tuinslang en leidingwater.1ZMU063981. DoorspoelplugVoor details over het gebruik, zie pagina75.DMU35564Brandstoffilter/waterafscheiderDeze motor heeft een gecombineerdebrandstoffilter/waterafscheider en bijbeho-rend waarschuwingssysteem.

Als het van debrandstof afgescheiden water een bepaaldvolume overschrijdt, wordt het waarschu-wingssysteem van de 6Y8 multifunctioneletoerenteller geactiveerd.ZMU06399Activering van het waarschuwingssysteeml Het waterafscheiderwaarschuwingslampjevan de 6Y8 multifunctionele toerentellerzal knipperen.l De zoemer weerklinkt met tussenpozen,doch uitsluitend wanneer de versnellings-hendel in neutraal staat.l Wanneer het waarschuwingssysteemwerd geactiveerd, dient u de motor on-middellijk uit te schakelen en eenYamaha-dealer te raadplegen.DMU26305Waarschuwingslampje Als de motor een toestand vertoont die eenwaarschuwing veroorzaakt, gaat het contro-lelampje aan. Meer informatie over het inter-preteren van het waarschuwingslampje vindtu op pagina 42.Componenten31

DMU36016Verklikkers DMU36026OliedrukwaarschuwingslampjeAls de oliedruk te laag is, gaat dit waarschu-wingslampje aan. Voor meer informatie, ziepagina 42.DCM00024l Laat de motor niet draaien wanneer hetwaarschuwingslampje voor lage olie-druk brandt en het motoroliepeil te laagis. Dat leidt tot ernstige motorschade.l Het waarschuwingslampje voor lageoliedruk geeft niet het motoroliepeilaan. Gebruik de oliepeilstok om hetoliepeil te controleren. Zie voor verdereinformatie pagina 48.11. OliedrukwaarschuwingslampjeDMU36034OververhittingwaarschuwingslampjeAls de temperatuur van de motor te hoog is,gaat dit verklikkerlampje aan. Voor meer in-formatie over het aflezen van het verklikker-lampje, zie pagina 42.DCM00053Laat de motor niet draaien wanneer hetoververhittingwaarschuwingslampjebrandt. Dat leidt tot ernstige motorscha-de.11.

OververhittingwaarschuwingslampjeDMU26494Digitale toerentellerDe toerenteller toont het motortoerental enheeft de volgende functies.Alle segmenten van het display lichten kortop na het inschakelen van de hoofdschake-laar en keren daarna terug naar de normaletoestand.1524367ZMU036011. Toerenteller2. Trimmeter3. Urenmeter4. Oliedrukwaarschuwingslampje5. Oververhittingwaarschuwingslampje6. Afstelknop7. ModusknopInstrumenten en verklikkerlampjes33

De waterafscheider- en motorstoringwaar-schuwingslampjes werken alleen wanneerde motor is uitgerust met de toepasselijkefuncties.DMU36051ToerentellerDe toerenteller toont het motortoerental inhonderden omwentelingen per minuut(omw/min). Bijvoorbeeld, wanneer op hettoerentellerdisplay “22” wordt weergege-ven, bedraagt het motortoerental 2200omw/min.DMU26622TrimmeterDeze meter toont de trimhoek van uw bui-tenboordmotor.l Leer de trimhoeken die voor uw boot hetbest werken in de verschillende omstan-digheden uit het hoofd. Stel de trimhoeknaar wens in met behulp van de trim- enkantelbekrachtigingsschakelaar.l Als de trimhoek van uw motor het trimbe-drijfsbereik overschrijdt, zal het bovenstesegment van het trimmeterdisplay knippe-ren.ZMU01740DMU26652UrenmeterDeze meter toont het aantal bedrijfsuren vande motor.

Hij kan worden ingesteld om hettotale aantal bedrijfsuren weer te geven ofhet aantal bedrijfsuren voor de huidige trip.Het display kan ook in en uit worden ge-schakeld.ZMU01741Om het displayformaat te wijzigen, drukt uop de knop “” (modus). Het display kanhet totale aantal bedrijfsuren of het aantaltripuren weergeven, of het kan worden uit-geschakeld.Om de tripuren terug op nul te zetten, druktu gedurende 1 seconde gelijktijdig op deknoppen “” (instellen) en “ ” (modus).Daardoor wordt de tripteller terug op 0 (nul)gezet.Het totale aantal bedrijfsuren van de motorkan niet terug op nul worden gezet.DMU26526OliedrukwaarschuwingslampjeAls de oliedruk te laag wordt, begint hetwaarschuwingslampje te knipperen. Voormeer informatie, zie pagina 42.DCM00024l Laat de motor niet draaien wanneer hetwaarschuwingslampje voor lage olie-druk brandt en het motoroliepeil te laagis.

l Het waarschuwingslampje voor lageoliedruk geeft niet het motoroliepeilaan. Gebruik de oliepeilstok om hetoliepeil te controleren. Zie voor verdereinformatie pagina 48.ZMU0173611. OliedrukwaarschuwingslampjeDMU26584OververhittingwaarschuwingslampjeAls de motortemperatuur te hoog wordt, be-gint het waarschuwingslampje te knipperen.Meer informatie over het aflezen van hetverklikkerlampje vindt u op pagina 42.DCM00053Laat de motor niet draaien wanneer hetoververhittingwaarschuwingslampjebrandt. Dat leidt tot ernstige motorscha-de.ZMU0173711. OververhittingwaarschuwingslampjeDMU26603Digitale snelheidsmeterDeze meter toont de bootvaarsnelheid enandere informatie.12341. Snelheidsmeter2. Brandstofmeter3. Tripmeter/klok/voltmeter4.

km/h(km)mph(mile)knots(mile)1 2 3 4ZMU070013121. Kap2. Keuzeschakelaar (voor snelheidseenheid)3. Keuzeschakelaar (voor brandstofverzender)DMU26714BrandstofmeterHet brandstofniveau wordt door middel vanacht segmenten aangeduid. Wanneer allesegmenten zichtbaar zijn, is de brandstof-tank vol.ZMU01745De uitlezing van het brandstofniveau kandoor de positie van de sensor in de brand-stoftank en de stand van de boot in het wa-ter onnauwkeurig zijn. Bediening met boeg-omhoog trim of continu ronddraaien kanverkeerde uitlezingen geven.Pas niet de keuzeschakelaar voor de brand-stofsensor aan. Onjuiste instelling van demeterkeuzeschakelaar geeft foute uitlezin-gen. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor in-formatie over het juist instellen van dekeuzeschakelaar.

OPGELET: Zonder ben-zine vallen kan de motor beschadigen.[DCM01771]DMU36072Tripmeter / klok / voltmeterHet display toont hetzij de tripmeter, hetzijde klok, hetzij de voltmeter.Om het display te wijzigen, drukt u herhaal-delijk op de knop “” (modus) tot de in-dicator op de voorkant van de meter “”(tripmeter), “ ” (klok) of “ ” (voltme-ter) aanwijst.DMU26692TripmeterDeze meter geeft de afstand weer die deboot heeft afgelegd sinds de meter voor hetlaatst terug op nul werd gezet.De tripafstand wordt in kilometer of mijl ge-toond afhankelijk van de voor de snelheids-meter gekozen meeteenheid.Om de tripmeter weer op nul te zetten, moetu de knoppen “” (instellen) en “ ”(modus) tegelijk indrukken.De tripafstand wordt in het geheugen be-waard door accustroom. De opgeslagen ge-gevens gaan verloren wanneer de accuwordt losgekoppeld.DMU26702KlokInstellen van de klok:Instrumenten en verklikkerlampjes36

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Yamaha F30 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden