Yamaha F2.5 (2024) Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Yamaha F2.5 (2024) (76 pagina’s), behorend tot de categorie Buitenboordmotor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 32 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Yamaha F2.5 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/76
F2.5B
6EG-F8199-76-D0
Lees deze handleiding zorgvuldig alvorens uw
buitenboordmotor te gebruiken.
GEBRUIKERSHANDLEIDING

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Yamaha
Categorie: Buitenboordmotor
Model: F2.5 (2024)

Handleiding Yamaha F2.5 (2024) – volledige tekst

DMU25108Aan de eigenaarDank u voor het kiezen van een Yamaha bui-tenboordmotor. Deze gebruikershandleidingbevat informatie over juiste bediening, on-derhoud en zorg. Een grondig begrip van de-ze eenvoudige instructies zal u helpen ommaximaal plezier uit uw nieuwe Yamaha tekrijgen. Raadpleeg een Yamaha-dealer, in-dien u vragen over de bediening of onder-houd van uw buitenboordmotor hebt. In deze gebruikershandleiding is bijzonderbelangrijke informatie als volgt aangeduid. : dit is het symbool voor veiligheidswaar-schuwingen. Het wordt gebruikt om u op mo-gelijke verwondinggevaren te wijzen. Volg al-le veiligheidsmeldingen achter dit symboolop om mogelijke verwondingen of overlijdente voorkomen. DWM00782Een WAARSCHUWING wijst op een ge-vaarlijke situatie die kan leiden tot dedood of ernstige letsels als ze niet wordtvermeden.

DCM00702Een alinea die vooraf wordt gegaan doorOPGELET vermeldt speciale voorzorgs-maatregelen die moeten worden geno-men om schade aan de buitenboordmotorof aan andere eigendommen te voorko-men. NOTA:Een NOTA geeft belangrijke informatie omhandelingen gemakkelijker of duidelijker temaken. Yamaha zoekt voortdurend vooruitgang inproductontwerp en kwaliteit. Daarom, on-danks dat deze handleiding de laatste pro-ductinformatie bevat die verkrijgbaar is tentijde van uitgave, kunnen er kleine afwijkin-gen tussen uw machine en deze handleidingzijn. Raadpleeg uw Yamaha-dealer, indien uenige vragen aangaande dit handboek heeft. Yamaha raadt aan dat u het product correctgebruikt en de gespecificeerde periodieke in-specties en onderhoud correct uitvoert vol-gens de instructies in de gebruikershandlei-ding, om een lang leven van het product teverzekeren.

Elke schade, veroorzaakt doorhet niet volgen van deze instructies, valt nietonder de garantie. Sommige landen hanteren wetten of regelsdie gebruikers verbieden het product mee tenemen buiten het land van aankoop. Dit kanhet registreren van het product in het landvan bestemming onmogelijk maken.

Daar-naast kan de garantie in sommige gebiedenniet van toepassing zijn. Raadpleeg de dea-ler waar het product is aangeschaft voormeer informatie, indien u het product meewilt nemen naar een ander land. Indien het gekochte product reeds was ge-bruikt, neemt u contact op met uw dichtstbij-zijnde dealer voor herregistratie en om rechtte krijgen op de aangegeven diensten. NOTA:De F2. 5BMH en de standaardaccessoiresworden gebruikt als basis voor de verklarin-gen en afbeeldingen in deze handleiding. Daardoor kunnen sommige onderdelen nietop ieder model van toepassing zijn. Belangrijke handleidingsinformatie.

Brandstofsysteem. 28Bedieningselementen. 28Noodstopkoord. 28Motorolie. 29Motor. 29Installeren van de motorkap. 29Brandstof bijvullen. 30De motor gebruiken. 31Motor voeden met brandstof. 32Starten van de motor. 32Controles na het starten van demotor. 34Koelwater. 34De motor laten warmdraaien. 35Warmdraaien. 35Controles na het warmdraaienvan de motor. 35Schakelen. 35Stopschakelaars. 35Schakelen. 35De boot stoppen. 36Motor uitschakelen. 37Procedure. 37De buitenboordmotor trimmen. 37Trimhoek instellen. 38Boottrim instellen. 39Naar boven en naar benedenkantelen. 40Procedure voor het naar bovenkantelen. 40Procedure voor het naarbeneden kantelen. 41Varen in andereomstandigheden. 42Onderhoud. 43Vervoeren en opbergen van debuitenboordmotor. 43Demonteren en transporterenvan de buitenboordmotor. 43Opbergen van debuitenboordmotor. 46Procedure. 46Smering. 48Reiniging van debuitenboordmotor.

DMU33623BuitenboordmotorveiligheidNeem deze voorzorgsmaatregelen te allentijde in acht. DMU36502PropellerPersonen kunnen gewond raken of gedoodworden wanneer ze in contact komen met depropeller. De propeller kan blijven bewegenwanneer de motor in neutraal staat, en descherpe randen van de propeller kunnen ooksnijwonden veroorzaken terwijl de propellerstilstaat. lSchakel de motor uit wanneer er zich eenpersoon vlakbij de boot in het water be-vindt. lHoud mensen uit de buurt van de propeller,zelfs wanneer de motor niet draait. DMU40272Draaiende onderdelenHanden, voeten, haar, juwelen, kledingstuk-ken, zwemvestriempjes enz. kunnen wordengegrepen door de inwendige draaiende on-derdelen van de motor, met ernstige verwon-dingen of de dood tot gevolg. Verwijder de motorkap nooit als het niet echtnodig is. Verwijder of installeer de motorkapnooit terwijl de motor draait.

Bevestig de motorstopschakelaarkoord tij-dens het gebruik van de motor altijd op eenveilige plaats aan uw kleding, of aan uw armof been. Maak ze niet los om de stuurhendelte verlaten terwijl de boot vaart.

Bevestig dekoord niet aan een kledingstuk dat los zoukunnen scheuren, en leid de koord niet langspunten waar ze verstrikt kan raken, zodat zehaar functie niet langer vervult. Leid de koord niet langs plaatsen waar dekans groot is dat er per ongeluk aan wordtgetrokken. Als er aan de koord wordt getrok-ken tijdens het varen, wordt de motor uitge-schakeld en kunt u de boot niet meer bestu-ren. De boot zou snel kunnen vertragen,waardoor passagiers en voorwerpen voor-waarts worden geslingerd. DMU33811BenzineBenzine en benzinedampen zijn uiterstbrandbaar en explosief. Volg voor het tan-ken steeds de procedure op pagina 31 omhet risico van brand en explosie zo klein mo-gelijk te houden. Veiligheidsinformatie1.

Vermijd het blokkeren vanuitlaatopeningen. DMU33781WijzigingenTracht geen wijzigingen aan te brengen aandeze buitenboordmotor. Wijzigingen aan uwbuitenboordmotor kunnen de veiligheid enbetrouwbaarheid aantasten, en de buiten-boordmotor onveilig of onwettig voor gebruikmaken. DMU33742ScheepvaartveiligheidDit hoofdstuk bevat enkele van vele belang-rijke veiligheidsvoorschriften die u dient na televen tijdens het varen. DMU33711Alcohol en verdovende middelenGa nooit uit varen na het drinken van alcoholof het innemen van verdovende middelen. Intoxicatie is een van de voornaamste facto-ren die bijdragen tot dodelijke ongevallen ophet water. DMU40281ZwemvestenZorg dat u een goedgekeurd zwemvest aanboord hebt voor elke passagier. Yamaharaadt u aan altijd een zwemvest te dragenwanneer u gaat varen.

DMU33732Mensen in het waterKijk altijd zorgvuldig uit voor mensen in hetwater, zoals zwemmers, waterskiërs of dui-kers, telkens wanneer de motor draait. Wan-neer er zich iemand in het water bevindt vlak-bij de boot, schakelt u in neutraal en legt u demotor stil. Blijf uit de buurt van zwemzones. Zwemmerskunnen moeilijk zichtbaar zijn. De propeller kan blijven draaien, zelfs wan-neer de motor in neutraal staat. Schakel demotor uit wanneer er zich een persoon vlakbijde boot in het water bevindt. DMU33752PassagiersRaadpleeg de instructies van uw bootfabri-kant voor informatie over de aangewezenpassagiersplaatsen in uw boot en vergewis uervan dat alle passagiers veilig plaats heb-ben genomen alvorens te accelereren enwanneer de motor sneller draait dan met hetstationair toerental. Staan of zitten op nietaangewezen plaatsen kan ervoor zorgen datVeiligheidsinformatie2.

men overboord wordt geslingerd of in de bootvalt ten gevolge van golven, kielzog of plotsesnelheids- of richtingsveranderingen. Zelfswanneer iedereen correct plaats heeft geno-men in de boot, dient u uw passagiers tewaarschuwen wanneer u een ongewoon ma-noeuvre dient te maken. Tracht opspringen-de golven en kielzog steeds te vermijden. DMU33763OverladenDe boot mag nooit worden overladen. Kijk opde bootcapaciteitsplaat of raadpleeg de boot-fabrikant voor het toegestane maximumge-wicht en maximumaantal passagiers. Zorgervoor dat het gewicht naar behoren over deboot is verdeeld in overeenstemming met deinstructies van de bootfabrikant. Het overla-den of verkeerd verdelen van het gewichtover de boot kan de bestuurbaarheid van deboot in het gedrang brengen en leiden tot on-gevallen, kapseizen of vollopen.

DMU33773Vermijd botsingenWees voortdurend op de uitkijk voor mensen,voorwerpen en andere boten. Wees op uwhoede voor omstandigheden die de zicht-baarheid beperken of uw zicht blokkeren. ZMU06025Stuur defensief met een veilige snelheid enhoud voldoende afstand van mensen, voor-werpen en andere boten. lVaar niet op korte afstand achter andereboten of waterskiërs. lVermijd scherpe bochten of andere ma-noeuvres die het anderen moeilijk makenom u te ontwijken of te voorspellen waar uheen gaat. lVermijd gebieden met gezonken voorwer-pen of ondiep water. lKen uw grenzen en vermijd agressievemanoeuvres om het risico op controlever-lies en botsingen te vermijden en om tevermijden dat u uit het vaartuig wordt ge-slingerd. lReageer tijdig om botsingen te vermijden.

Vergeet niet dat boten geen remmen heb-ben en dat het afzetten van de motor of hetverminderen van de stuwkracht de wen-baarheid kunnen verminderen. Als u nietzeker bent dat u op tijd kunt stoppen omeen voorwerp te ontwijken, geef dan gas bijen stuur in een andere richting.

DMU48140Aanvaringen met drijvende of onder-gedompelde objectenAls de buitenboordmotor een drijvend objectof een obstakel in het water raakt tijdens hetcruisen, kan het volgende gebeuren:lDe passagiers en enig loszittend materiaalof bagage kan mogelijk naar voren wordengegooid vanwege het plotselinge afrem-men. lDelen van de buitenboordmotor kunnenvanwege de botsing mogelijk loskomen envan de boot af worden gegooid. lDe boot of buitenboordmotor kan vanwegede botsing mogelijk beschadigd raken. Als de buitenboordmotor een drijvend objectof obstakel in het water raakt, moet u er zekervan zijn dat zich er geen abnormaliteiten om-trent de boot en de buitenboordmotor voor-doen. Als er iets abnormaals wordt gecon-Veiligheidsinformatie3.

stateerd, keert u terug met lage snelheid te-rug naar de dichtsbijzijnde haven en laat ueen Yamaha-dealer de buitenboordmotor in-specteren.DMU33791WeersomstandighedenZorg dat u op de hoogte bent van het weer-bericht. Controleer de weersvoorspellingenalvorens uit te varen. Ga beter niet uit varenin gevaarlijk weer.DMU33881PassagiersopleidingZorg ervoor dat ten minste één andere pas-sagier opgeleid is in het besturen van de bootin geval van nood.DMU33891ScheepvaartveiligheidspublicatiesInformeer u over de scheepvaartveiligheids-voorschriften. Bijkomende publicaties en in-formatie kunt u bekomen bij heel wat scheep-vaartorganisaties.DMU33602Wetten en voorschriftenLeer de scheepvaartwetten en ‐reglementendie gelden op de plaats waar u gaat varen, enleef deze na.

DMU25172Plaats voor identificatienum-mersDMU25186BuitenboordmotorserienummerHet serienummer van de buitenboordmotorstaat vermeld op het label op de bakboord-zijde van de klembeugel.Noteer uw buitenboordmotorserienummer inde daartoe voorziene ruimten om op te gevenbij het bestellen van wisselstukken bij uwYamaha-dealer of als referentie in geval uwbuitenboordmotor wordt gestolen.11. BuitenboordmotorserienummerlocatieYAMAHATHAI YAMAHA MOTOR CO.,LTD.MADE IN THAILANDPAYS D’ORIGINE THAÏLANDE34121. Serienummer2.Modelnaam3. Motorspiegelhoogte4. MotorcodeDMU38984EG-verklaring van overeen-stemming (DoC)Deze verklaring wordt geleverd bij buiten-boordmotoren die voldoen aan de Europesevoorschriften.Deze buitenboordmotor voldoet aan bepaal-de gedeelten van de Europese richtlijnen in-zake machines.Elke overeenkomstige buitenboordmotorwordt vergezeld van een EG DoC.

DMU33524Lees handleidingen en labelsAlvorens deze buitenboordmotor te bedienen of eraan te werken:lLees deze handleiding.lLees eventueel bij de boot geleverde handleidingen.lLees alle labels op de buitenboordmotor en de boot.Voor eventuele bijkomende informatie kunt u terecht bij uw Yamaha-dealer.DMU33836Waarschuwingslabels Als deze labels beschadigd zijn of ontbreken, neem dan contact op met uw Yamaha-dealervoor vervanglabels.1423Algemene informatie7

6EE-H1994-406EE-H1994-506EE-G2698-406EF-G2794-406EE-G2698-506EF-G2794-50123DMU33923Inhoud van de labelsDe bovenstaande waarschuwingslabels be-tekenen het volgende.1DWM01702Benzine is uiterst brandbaar en explosief.Schakel de motor uit alvorens te tanken.Draai de tankdop en ontluchtingsschroefgoed vast wanneer ze niet worden ge-bruikt.2DWM01682lHoud handen, haar en kledingstukkenuit de buurt van draaiende onderdelenterwijl de motor draait.lBij het starten of terwijl de motor draaitmag u geen elektrische onderdelen aan-raken of verwijderen.3DWM01712lLees de handleiding en de labels.lDraag een goedgekeurd zwemvest.lVergewis u ervan dat de schakelhendelin neutraal staat alvorens de motor testarten.Algemene informatie8

Smeersysteem:SpatsmeringAanbevolen tandwielolie:YAMALUBE-tandwielolie voorbuitenboordmotoren of hypoïde-olieAanbevolen tandwieloliekwaliteit:SAE 90 API GL-4Tandwieloliehoeveelheid:0. 075 L (0. 079 US qt, 0. 066 Imp. qt)Geluids- en trillingsniveau:Operatorgeluidsdrukniveau (ICOMIA39/94):77. 4 dB(A)Trilling in stuurhendel (ICOMIA 38/94):Trilling in stuurhendel bedraagt minderdan 2. 5 m/s²DMU33556InstallatievereistenDMU33566Bootvermogen (pk)DWM01561Een boot te krachtig aandrijven kan ern-stige instabiliteit veroorzaken. Controleer voor het plaatsen van de buiten-boordmotor(en) of de totale paardenkrachtenvan uw buitenboordmotor(en) niet het maxi-male paardenkrachtvermogen van de bootoverschrijdt. Zie de capaciteitsplaat van deboot of neem contact op met de fabrikant.

DMU40491Buitenboordmotor monterenDWM02501lEen verkeerde montage van de buiten-boordmotor kan tot gevaarlijke omstan-digheden leiden, zoals een gebrekkigebestuurbaarheid, verlies van controleof brand. lAangezien de buitenboordmotor zeerzwaar is, is speciale uitrusting en oplei-ding vereist om hem veilig te monteren. Uw dealer of een andere persoon met erva-ring in het optuigen van boten moet de bui-tenboordmotor monteren met behulp van decorrecte apparatuur en de complete optuig-instructies. Voor meer informatie, zie pagina23. DMU34196PropellerkeuzeNaast het selecteren van een buitenboord-motor is het selecteren van de juiste propellereen van de belangrijkste beslissingen dieeen booteigenaar dient te nemen. Het type,de omvang en het ontwerp van uw propellerhebben een rechtstreekse invloed op de ac-celeratie, de topsnelheid, het brandstofver-bruik en zelfs de levensduur van de motor.

Uw Yamaha-dealer kan u helpen bij het kie-zen van de juiste propeller voor uw specifiekebehoeften. Kies een propeller die de motor instaat stelt het middelste of bovenste gedeeltevan het toerentalbereik te bereiken bij volgasen maximumlading. In het algemeen geldtdat een propeller met een grotere spoed ge-schikt is voor geringere bedrijfsbelastingenen een propeller met een kleinere spoed voorgrotere belastingen. Als u sterk uiteenlopen-de ladingen vervoert, selecteer dan een pro-peller die de motor in staat stelt te draaienbinnen het toerentalbereik voor uw maxi-mumbelasting, maar denk eraan dat u deSpecificaties en vereisten11.

gashendelstand mogelijk moet aanpassenom binnen het aanbevolen motortoerental-bereik te blijven wanneer u lichtere ladingenvervoert.Voor het controleren van de propeller, zie pa-gina 58.ZMU04604-x1231. Propellerdiameter in inches2.Propellerspoed in inches3.

lZorg dat er geen water en vuil in debrandstoftank terechtkomen. Verontrei-nigde brandstof kan de prestaties vande motor aantasten of motorschadeveroorzaken. Gebruik uitsluitend versebenzine die zuivere bussen werd be-waard. E5 E10NOTA:lDit merkteken geeft de aanbevolen brand-stof voor deze buitenboordmotor zoals ge-specificeerd door de Europese regelge-ving (EN228) aan. lControleer of de benzinespuit dezelfdeidentificatie heeft bij het bijtanken. GasoholEr bestaan twee types gasohol: gasohol metethanol (E5 en E10) en gasohol met metha-nol. Ethanol kan worden gebruikt als hetethanolgehalte niet meer dan 10% bedraagten de brandstof voldoet aan de minimumoc-taangetallen. E85 is een brandstof die 85%ethanol bevat en die niet mag worden ge-bruikt in uw buitenboordmotor.

Alle ethanol-mengsels die meer dan 10% ethanol bevat-ten, kunnen schade aan het brandstofsys-teem of motorstart- en ‐bedrijfsproblemenveroorzaken. Yamaha ontraadt het gebruikvan gasohol met methanol omdat die schadekan veroorzaken aan het brandstofsysteemof de motorprestaties kan aantasten. Het verdient aanbeveling een waterafschei-dende scheepsbrandstoffilter (minimum 10micron) te installeren tussen de brandstof-tank en de buitenboordmotor van uw bootwanneer u ethanol gebruikt. Van ethanol isbekend dat het de absorptie van vocht inbrandstoftanks en ‐systemen van boten be-vordert. Vocht in de brandstof kan leiden totcorrosie van metalen brandstofsysteemon-derdelen en tot start- en werkingsproblemenen kan extra onderhoud van het brandstof-systeem noodzakelijk maken. DMU36331Anti-foulingEen zuivere romp verbetert de prestaties vande boot.

De onderzijde van de boot moet zo-veel mogelijk vrij worden gehouden van aan-groeiing. Indien nodig kan de onderzijde vande boot worden bestreken met een voor uwstreek goedgekeurde anti-fouling ter voorko-ming van aangroeiing. Gebruik geen anti-fouling die koper of grafietbevat. Dergelijke verven kunnen het roestenvan de motor bespoedigen.

12789101134561. Ontluchtingsschroef2.Brandstoftankkap3. Schakelinrichtinghendel4. Chokeknop5. Veiligheidskabelbevestiging6. Knevelbout7. Handgreep repeteerstarter8. Motorkapvergrendelhendel9. Gashendelfrictieafstelling10.Motorstopknop/Motoruitschakelaar11.NoodstopkoordDMU39545Brandstoftank (ingebouwde brand-stoftank)Deze buitenboordmotor is uitgerust met eeningebouwde brandstoftank en zijn onderde-len zijn als volgt.BenzinetankdopDeze dop sluit de brandstoftank af. Wanneerhij wordt verwijderd, kan de tank met brand-stof worden gevuld. Om de dop te verwijde-ren moet hij tegen de wijzers van de klok inworden gedraaid.OntluchtingsschroefDeze schroef bevindt zich op de brandstof-tankdop. Om ze los te draaien moet ze tegende wijzers van de klok in worden gedraaid.Componenten16

2 11.Beginmarkering “ ”2.InkepingDMU39244GashendelfrictieafstellingMet de gashendelfrictieafstelling kan deweerstand van de draaibeweging van degashendel worden aangepast en afgesteldnaar gelang van de voorkeur van de bestuur-der.Om de weerstand te verhogen, draait u degashendelfrictieafstelling naar rechts.Om de weerstand te verlagen, draait u degashendelfrictieafstelling naar links. Als meteen constante snelheid wenst te varen, moetu de gashendelfrictieafstelling aandraaienom de gewenste gashendelstand te handha-ven. WAARSCHUWING! Draai de gashan-del frictie afstelling niet te strak aan. Alser te veel weerstand is, kan het moeilijkzijn de gashendelgreep te draaien, watzou kunnen resulteren in een ongeval.[DWM02262]11.

GashendelfrictieafstellingDMU25996Noodstopkoord en clipDe clip moet bevestigd zijn aan de motor-stopschakelaar om de motor te laten draaien.Bevestig de koord op een veilige plaats aanuw kleding, of aan uw arm of been. Als debestuurder over boord valt of het roer verlaat,trekt de koord de clip uit waardoor de ontste-king van de motor wordt uitgeschakeld. Opdie manier wordt voorkomen dat de boot on-bestuurd verder vaart. WAARSCHUWING!Bevestig de motorstopschakelaarkoordtijdens het gebruik van de motor op eenveilige plaats aan uw kleding, of aan uwarm of been. Maak de koord niet vast aankleren die kunnen worden losgetrokken.Zorg ervoor dat de koord nergens achterverstrikt raakt, waardoor ze haar functieverliest. Zorg ervoor dat u tijdens een nor-maal gebruik niet per ongeluk aan dekoord trekt. Als de motoraandrijving weg-valt, wordt de boot veel minder goed be-stuurbaar.

3121. Clip2.Noodstopkoord3. MotoruitschakelaarDMU26004Motorstopknop De motorstopknop stopt de motor wanneerop de knoop gedrukt wordt.11. MotorstopknopDMU26015TrekchokeknopTrek de chokeknop uit om de motor te voe-den met een rijk brandstofmengsel.11. ChokeknopDMU26075Handgreep repeteerstarterDe repeteerstarter wordt gebruikt om demotor aan te zwengelen en te starten.11. Handgreep repeteerstarterDMU42822StuurfrictieregelhendelDWM02271Draai de stuurfrictieafstelling niet te vastaan. Als er te veel weerstand is, wordt hetmoeilijk om te sturen, hetgeen tot onge-vallen kan leiden.Met de stuurfrictieregelhendel kan de weer-stand van het stuurmechanisme naar wensworden ingesteld. De stuurfrictieregelhendelbevindt zich op de zwenkbeugel.Componenten20

11. StuurfrictieafstelinrichtingDraai de stuurfrictieregelhendel met de klokmee, om de weerstand te vergroten.Draai de stuurfrictieregelhendel tegen deklok in, om de weerstand te verminderen.DMU40102Trimstang (kantelpen)De trimstang (kantelpen) wordt gebruikt omde trimhoek van de buitenboordmotor in testellen in verhouding tot de hoek van debootspiegel.11. TrimstangDMU42602Kantelsteunhendel Om de buitenboordmotor in de omhoog ge-kantelde stand te houden, moet u de kantel-steunstang vergrendelen in de klembeugel.11. KantelsteunhendelDCM00661Gebruik de kantelsteunhendel of de kan-telsteunknop niet om de boot de slepen.De buitenboordmotor zou daardoor kun-nen lostrillen van de kantelsteun en val-len.

Als de boot niet kan worden gesleeptmet de motor in de normale stand, gebruikdan een bijkomend steunstuk om demotor in de gekantelde stand vast te zet-ten.DMU39264MotorkapvergrendelhendelDe motorkapvergrendelhendel(s) wordt(worden) gebruikt om de motorkap vast tezetten.11. MotorkapvergrendelhendelComponenten21

DMU39732InstallatieDe informatie in deze sectie is uitsluitend be-doeld ter referentie. Het is niet mogelijk vol-ledige instructies voor iedere mogelijke com-binatie van boot en motor te verzorgen. Juis-te bevestiging hangt deels af van ervaring ende specifieke combinatie van boot en motor.DWM02342lEen boot te krachtig aandrijven kan ern-stige instabiliteit veroorzaken. Instal-leer nooit een buitenboordmotor op uwboot met meer paardenkracht dan hetmaximale nominale paardenkrachtver-mogen op de capaciteitsplaat van deboot. Als de boot geen capaciteitsplaatheeft, neem dan contact op met de fa-brikant van de boot.lEen verkeerde montage van de buiten-boordmotor kan tot gevaarlijke omstan-digheden leiden, zoals een gebrekkigebestuurbaarheid, verlies van controleof brand.

Als u er niet in slaagt de bui-tenboordmotor correct te installeren,dient u een Yamaha-dealer te raadple-gen.DMU42942De buitenboordmotor monterenDWM02301Pak de motor nooit vast bij de motorkap ofde stuurhendel bij het monteren of de-monteren van de buitenboordmotor. An-ders kan de buitenboordmotor vallen.(1) Monteer de buitenboordmotor uitslui-tend wanneer de boot zich aan land be-vindt. Als de boot op het water ligt, dientu hem eerst aan land te trekken.(2) Om stuurbewegingen te voorkomen,draait u de stuurfrictieregelhendel naarrechts.11. Stuurfrictieafstelinrichting(3) Draai de stuurhendel 180° zodat hij naarachter wijst.ZMU08362(4) Pak de draaghendel en de handgreep opde voorkant van de onderbak vast en tilde buitenboordmotor op.121. Draaghendel2.HandgreepInstallatie23

2. Anti-cavitatieplaatDCM02171lGa na of de leegloopopening hoog ge-noeg blijft om te voorkomen dat er waterin de motor terechtkomt, zelfs wanneerde boot stilligt met maximale lading.lEen verkeerde motorhoogte of zakendie het gelijkmatig stromen van waterbelemmeren (de vorm of de staat van deboot) kunnen zorgen voor opstuivendwater als de boot aan het varen is. Alsde motor continu wordt gebruikt in aan-wezigheid van opstuivend water, kan ergenoeg water in de inlaatopening vande motorkap terechtkomen om demotor ernstig te beschadigen. Elimi-neer de oorzaak van het opstuivend wa-ter.NOTA:lDe optimale montagehoogte van de bui-tenboordmotor wordt beïnvloed door decombinatie van boot en motor en het ge-wenste gebruik. Proefvaarten met verschil-lende hoogten kunnen helpen de optimalebevestigingshoogte te bepalen.

Raad-pleeg uw Yamaha-dealer of bootfabrikantvoor meer informatie over het bepalen vande juiste montagehoogte.lVoor instructies over het instellen van detrimhoek van de buitenboordmotor, zie pa-gina 37.DMU39753Vastklemmen van de buitenboordmo-tor(1) Zet de buitenboordmotor zo op de spie-gel dat hij zo dicht mogelijk bij het mid-den staat. Draai de knevelbouten gelijk-matig en stevig aan. Controleer tijdenshet varen af en toe of de klemschroevennog vast zitten, want zij kunnen losko-men door het trillen van de motor.WAARSCHUWING! Met losse knevel-bouten kan de buitenboordmotor af-vallen van of verschuiven op de spie-gel. Dit kan leiden tot verlies van con-trole en ernstig letsel. Zorg ervoor datde knevelbouten stevig zijn aange-draaid. Controleer tijdens gebruik re-gelmatig of de bouten stevig zijn aan-gedraaid. [DWM00643]111.

Knevelbout(2) Bevestig één uiteinde van de kabel aande veiligheidskabelbevestiging en hetandere uiteinde aan een stevig bevesti-gingspunt op de boot. Anders kunt u demotor geheel verliezen wanneer hij los-komt en van de spiegel in het water tui-melt.11. VeiligheidskabelbevestigingInstallatie25

DMU36382Eerste gebruikDMU36393De motor met motorolie vullenDe motor wordt door de fabriek geleverd zon-der motorolie. Als uw dealer geen olie in demotor heeft gedaan, moet u dat doen alvo-rens de motor te starten. OPGELET: Ga naof de motor gevuld is met olie alvorenshem de eerste keer te gebruiken, om ern-stige motorschade te voorkomen. [DCM01782]De motor wordt geleverd met het volgendelabel, dat moet worden verwijderd nadat demotor voor het eerst met olie werd gevuld. Voor meer informatie over het controlerenvan het motoroliepeil, zie pagina 29. ZMU01710DMU30175Inlopen van de motorUw nieuwe motor vereist een inloopperiodeom de contactoppervlakken tussen bewe-gende onderdelen gelijkmatig te laten inlo-pen. Wanneer u de motor goed laat inlopenzal hij beter werken en langer meegaan.

OPGELET: Als men de inloopprocedureniet volgt, kan dat resulteren in een kor-tere levensduur van de motor of zelfs inernstige motorschade. [DCM00802]DMU40061Procedure voor 4-taktmodellenUw nieuwe motor vereist een inloopperiodevan 10 uur om de contactoppervlakken tus-sen bewegende onderdelen gelijkmatig te la-ten inlopen. NOTA:Laat de motor als volgt in het water draaien,onder belasting (in versnelling met geïnstal-leerde propeller). Om de motor te laten inlo-pen dient u gedurende 10 uur te lang draaienin vrijlooptoerental, ruw water en drukbeva-ren zones te vermijden. (1)Voor het eerste bedrijfsuur:Laat de motor draaien met verschillendetoerentallen tot maximaal 2000 omw/minof met het gas ongeveer half geopend. (2) Voor het tweede bedrijfsuur:Laat de motor met 3000 omw/min of metongeveer driekwart open gashendeldraaien.

DMU36414Controleert voordat de motorwordt gestartDWM01922Wanneer een onderdeel in “Controleertvoordat de motor wordt gestart” niet cor-rect werkt, laat u dit nakijken en herstellenalvorens de buitenboordmotor te bedie-nen. Anders zou er een ongeluk kunnengebeuren.DCM00121Start de motor niet als uit het water is.Oververhitting en ernstige motorschadezouden daarvan het gevolg kunnen zijn.DMU36561BrandstofpeilControleer of u voldoende brandstof hebtvoor uw trip. Een goede vuistregel is 1/3 vanuw brandstof te gebruiken om uw bestem-ming te bereiken, 1/3 om terug te keren en1/3 te houden als reserve voor noodgevallen.Controleer het brandstofpeil terwijl de boothorizontaal op een aanhangwagen of in hetwater ligt.

Voor brandstofvulinstructies, ziepagina 30.DMU43713Verwijderen van de motorkapVoor de volgende controles dient u de mo-torkap van de onderbak te verwijderen.(1) Trek de motorkapvergrendelhendels op-waarts.11. Motorkapvergrendelhendel11. Motorkapvergrendelhendel(2) Til de motorkap langzaam op.NOTA:lDe motorkap is verbonden met het repe-teerstarterhuis. Aangezien de motor zoukunnen starten, mag u de motorkap nietmet teveel kracht verwijderen.lOm de motorkap van het repeteerstarter-huis te verwijderen, moet de repeteerstar-terhandgreep worden verwijderd. Raad-pleeg een Yamaha-dealer voor meer de-tails.lAls de motorkap wordt verwijderd terwijl demotor draait, kan de repeteerstarter eengeluid maken.Werking27

ZMU08439DMU36443BrandstofsysteemDWM00061Benzine en benzinedampen zijn erg ont-vlambaar en ontplofbaar. Blijf ermee uitde buurt van vonken, sigaretten, vlammenen andere bronnen van ontbranding.DWM00911Lekkende brandstof kan brand of een ont-ploffing veroorzaken.lControleer regelmatig op lekken.lAls er brandstof lekt moet het brand-stofsysteem worden hersteld door eenbevoegd mecanicien.

Als de buiten-boordmotor slecht hersteld is, kan hetzijn dat het niet veilig is om hem te ge-bruiken.DMU36453Controleren op brandstoflekkenlZoek naar brandstoflekken of benzine-dampen in de boot.lGa na of het brandstofsysteem geen lek-ken vertoont.lControleer de brandstoftank en brandstof-leidingen op barsten, zwellingen of andereschade.DMU36893BedieningselementenlBeweeg de stuurhendel helemaal naarlinks en rechts om na te gaan of hij soepelwerkt.lDraai de gashendel van de volledig geslo-ten in de volledig open stand. Vergewis uervan dat hij soepel draait en dat hij hele-maal terugkeert in de volledig geslotenstand.lLet op losse of beschadigde verbindingenvan de gas- en schakelkabels.ZMU08368DMU36484NoodstopkoordInspecteer de noodstopkoord en de clip opschade, zoals insnijdingen, rafelingen of slij-tage.ZMU06873121. Clip2.NoodstopkoordWerking28

DMU39385Motorolie(1) Plaats de buitenboordmotor rechtop(niet gekanteld). OPGELET: Wanneerde motor niet waterpas staat, is het opde peilstok aangegeven oliepeil mo-gelijk niet accuraat. [DCM01791](2)Verwijder de motorkap.(3) Verwijder de olievuldop en veeg de er-aan bevestigde oliepeilstok schoon.121. Olievuldop2.OliesmeringscontrolevenstertjeNOTA:Het oliesmeringscontrolevenstertje geeft niethet motoroliepeil aan. Gebruik het oliesme-ringscontrolevenstertje om na te gaan of demotor wordt gesmeerd met olie wanneer hijdraait.(4) Breng de olievuldop aan en draai hemhelemaal vast.(5) Verwijder de olievuldop opnieuw en gana of het oliepeil op de peilstok zich tus-sen de bovenste en de onderste marke-ring bevindt. Wanneer het oliepeil nietcorrect is, dient u olie toe te voegen of teverwijderen tot het oliepeil zich tussen debovenste en onderste peilmarkeringenbevindt.1231.

11. Rubberen dichting(2) Controleer of de rubberen dichting over-al correct zit rondom de onderbak.(3) Ga na of al de kapvergrendelhendelsontgrendeld zijn.(4)Plaats de motorkap op de onderbak.(5) Beweeg de hendels zoals getoond omde motorkap te vergrendelen.11. Motorkapvergrendelhendel11. Motorkapvergrendelhendel(6) Controleer met beide handen of de mo-torkap goed op haar plaats zit.OPGELET: Als de motorkap niet cor-rect wordt geïnstalleerd, kan er wateronder de motorkap spatten en demotor beschadigen, of kan de motor-kap wegvliegen bij hoge snelheden.[DCM02371]ZMU08372DMU46611Brandstof bijvullenDWM01951Zorg ervoor dat de buitenboordmotor ste-vig aan de spiegel of een stabiel statief isvastgemaakt.DWM01831lBenzine en benzinedampen zijn erg ont-vlambaar en ontplofbaar.

Tank steedsvolgens deze procedure om het risicovan brand en ontploffing te beperken.lBenzine is giftig en kan letsels of dedood veroorzaken. Ga voorzichtig metbenzine om. Tracht nooit benzine overte hevelen door hem aan te zuigen metuw mond. Raadpleeg onmiddellijk uwarts wanneer u een beetje benzine hebtingeslikt, heel veel benzinedamp hebtingeademd of benzine in de ogen hebtgekregen. Mocht er benzine op uw huidterechtkomen, verwijder die dan metzeep en water. Wanneer u benzine opuw kleding morst, ga u dan omkleden.Werking30

Controleer de volgende punten alvorens tetanken:lMeer de boot stevig aan in een goed ge-ventileerde zone en schakel de motor uit.Wanneer de boot op een aanhangwagenstaat, dient u eerst na te gaan of hij stabielstaat.lRook niet en blijf uit de buurt van vonken,vlammen, ontlading van statische elektrici-teit of andere ontstekingsbronnen.lAls u een draagbare container gebruikt ombrandstof te bewaren en in de motor te gie-ten, gebruik dan uitsluitend een plaatselijkgoedgekeurde rode BENZINEBUS.lOm elektrostatische vonken te voorkomen,dient u eventueel opgebouwde statischeelektriciteit van uw lichaam te verwijderenalvorens te tanken.(1)Verwijder de brandstoftankdop.11. Brandstoftankkap(2) Vul de brandstoftank.WAARSCHUWING! Doe de tank niette vol. Anders kan de brandstof uit-zetten en overlopen wanneer de tem-peratuur stijgt.

[DWM02611]ZMU08375Brandstoftankinhoud (ingebouwdtype):0.9 L (0.24 US gal, 0.20 Imp.gal)(3) Draai de brandstoftankdop stevig vast.(4) Veeg eventueel gemorste benzine on-middellijk op met droge doeken. Werpgebruikte doeken correct weg overeen-komstig de plaatselijk geldende wettenen voorschriften. Als u een draagbarecontainer gebruikt om brandstof te be-waren en in de motor te gieten, gebruikdan uitsluitend een plaatselijk goedge-keurde rode BENZINEBUS.DMU27453De motor gebruikenDWM00421lControleer alvorens te starten of deboot stevig aangemeerd is en dat u nietbelemmerd wordt bij het sturen. Ga naof er zich niemand in het water rondomu bevindt.lAls de ontluchtingsschroef wordt los-gedraaid, ontsnapt er benzinedamp.Benzine is erg ontvlambaar en benzine-dampen zijn ontvlambaar en ontplof-baar.

lDit product produceert uitlaatgassendie koolmonoxide bevatten, een kleur-en geurloos gas dat hersenbeschadi-ging of de dood kan veroorzaken wan-neer het wordt ingeademd. Symptomenzijn ondermeer misselijkheid, duizelig-heid en slaperigheid. Zorg dat de stuur-hut en de cabine goed verlucht zijn.Sluit de uitlaatopeningen niet af.DMU31515Motor voeden met brandstof(1) Draai de ontluchtingsschroef op debrandstoftankdop één slag los.121. Ontluchtingsschroef2.Brandstoftankkap(2) Open de brandstofkraan.111. Open standDMU27496Starten van de motorDWM01601Controleer alvorens te starten of de bootstevig aangemeerd is en of u niet belem-merd wordt bij het sturen.

Vergewis u erook van dat er zich geen zwemmers in hetwater rondom de boot bevinden.DMU46670RepeteerstarterDWM01842lHet niet bevestigen van de motorstop-schakelaarkoord kan resulteren in eenop hol geslagen boot wanneer de schip-per uit de boot wordt geslingerd. Be-vestig de motorstopschakelaarkoordtijdens het gebruik van de motor op eenveilige plaats aan uw kleding, of aan uwarm of been. Maak de koord niet vastaan kleren die kunnen worden losge-trokken. Zorg ervoor dat de koord ner-gens achter verstrikt raakt, waardoor zehaar functie verliest.lZorg ervoor dat u tijdens een normaalgebruik niet per ongeluk aan de koordtrekt. Als de motoraandrijving wegvalt,wordt de boot veel minder goed be-stuurbaar. Zonder motoraandrijving zalde boot ook snel vertragen. Daardoorkunnen personen en voorwerpen in deboot naar voren geslingerd worden.(1) Zet de schakelhendel in de stand neu-traal. WAARSCHUWING!

NOTA:U hoeft de choke niet te gebruiken voor hetstarten van een warme motor, bijvoorbeeldonmiddellijk nadat de buitenboordmotorheeft gedraaid onder belasting.(5) Trek voorzichtig aan de repeteerstarter-handgreep tot u weerstand voelt. Geef ervervolgens een korte maar krachtige rukaan om de motor te starten. Als de motorniet van de eerste keer start, dient u deprocedure te herhalen.ZMU08382(6) Nadat de motor gestart is, laat u de re-peteerstarterhandgreep langzaam te-rugkeren in zijn uitgangspositie alvorenshem los te laten.(7) Laat de motor warmdraaien. Zie voorverdere informatie pagina 35.(8) Duw de chokeknop geleidelijk aan terugin zijn uitgangspositie.(9) Laat de gashendel langzaam terugkerennaar de volledig gesloten stand.ZMU08387DMU36511Controles na het starten van demotorDMU41361KoelwaterGa na of er een constante waterstraal uit dekoelwatercontroleopening komt.

Een con-stante waterstraal uit de koelwatercontroleo-pening wijst erop dat de waterpomp waterpompt door de koelwatermantels.NOTA:Wanneer de motor wordt gestart, kan heteventjes duren alvorens er water uit de koel-watercontroleopening stroomt.DCM02251Als er geen water uit de koelwatercontro-leopening komt terwijl de motor draait,kan dat leiden tot oververhitting en ern-stige beschadiging van de motor. Zet demotor af en controleer of de koelwaterin-laat in het huis van het staartstuk of dekoelwatercontroleopening geblokkeerdzijn. Raadpleeg uw Yamaha-dealer als uhet probleem niet kunt lokaliseren en op-lossen.11. KoelwatercontrolestraalWerking34

DMU27671De motor laten warmdraaienDMU40073WarmdraaienNa het starten van de motor duwt u de cho-keknop in tot hij nog slechts voor de helft uit-getrokken is. Laat de motor ongeveer 5 mi-nuten warmdraaien met de gas één vijfde ofminder geopend. Zodra de motor warm is,duwt u de chokeknop helemaal in. OPGELET: Als dit niet gebeurt, zal de mo-torlevensduur daardoor worden verkort. [DCM04550]NOTA:lAls de chokeknop uitgetrokken blijft nadatde motor is gestart, zal de motor afslaan. lBij temperaturen van ‐5°C (23°F) of minderdient de chokeknop gedurende de eerste30 seconden na het starten volledig uitge-trokken te blijven. DMU36532Controles na het warmdraaienvan de motorDMU37541SchakelenControleer met een stevig aangemeerdeboot en zonder gas te geven of de motorsoepel in voorwaarts en achterwaarts scha-kelt en vervolgens terug in neutraal.

DMU36973StopschakelaarsVoer de volgende procedure uit om na tegaan of de motorstopknop en de motorstop-schakelaar correct werken. lStart de motor en ga vervolgens na of demotor stilvalt wanneer de motorstopknopwordt ingedrukt. lStart de motor opnieuw en controleer ver-volgens of de motor stilvalt wanneer de clipvan de motorstopschakelaar wordt afge-trokken. lVergewis u ervan dat de motor niet kanworden gestart wanneer de clip werd ver-wijderd van de motorstopschakelaar. DMU34894SchakelenDWM00181Ga na of er zich geen personen of hinder-nissen in het water rond de boot bevin-den, alvorens te schakelen. DCM01611Laat de motor warmdraaien alvorens ineen versnelling te schakelen. Het is mo-gelijk dat het stationair toerental hoger isdan normaal zolang de motor niet geheelwarm is. Een hoog stationair toerental kanervoor zorgen dat u niet kunt terugscha-kelen naar neutraal.

ZMU08385NOTA:De buitenboordmotor kan 360° worden ge-draaid in zijn bracket (360°-draaibaar sys-teem).(2) Beweeg de schakelhendel krachtig enkordaat in de richting van de achterste-ven.ZMU08386Om vanuit een versnelling naar neutraal teschakelen(1) Draai de gashendel dicht zodat de motorterugkeert naar stationair toerental.ZMU08387ZMU08388(2) Zodra de motor in versnelling met stati-onair toerental draait, beweegt u deschakelhendel krachtig en kordaat in deneutrale stand.11. Neutrale stand11. Neutrale standDMU46290De boot stoppenDe boot is niet uitgerust met een afzonderlijkremsysteem. Hij wordt afgeremd door deweerstand van het water nadat de gashendelin de volledig gesloten stand werd bewogen.Werking36

De remafstand varieert afhankelijk van hetbrutogewicht, de toestand van het waterop-pervlak en de windrichting.DMU27823Motor uitschakelenAlvorens u de motor uitschakelt, moet u hemeerst enkele minuten laten afkoelen in vrij-loop of in een laag toerental. Het is niet raad-zaam de motor onmiddellijk uit te schakelennadat hij met een hoog toerental heeft ge-draaid.DMU31523Procedure(1) Druk op de motorstopknop en houd hemingedrukt tot de motor helemaal stilvalt.11. Motorstopknop(2) Als de motor is stilgelegd, dient u de ont-luchtingsschroef op de brandstoftank-dop vast te draaien en de brandstofkraanin de gesloten stand te zetten.211. Ontluchtingsschroef2.Brandstoftankkap111.

Gesloten standNOTA:De motor kan ook worden uitgeschakeld dooraan de koord te trekken en de clip van demotoruitschakelaar te verwijderen.DMU27865De buitenboordmotor trimmenDWM00741Te veel trim voor de werkingsomstandig-heden (ofwel trim naar boven of trim naarbeneden) kan ervoor zorgen dat de bootinstabiel wordt en dat hij moeilijk bestuur-baar is. Dat doet de kans op een ongeluktoenemen. Als de boot onstabiel aanvoeltof als hij moeilijk te besturen is, vertraagdan en/of regel de trimhoek bij.De trimhoek van de buitenboordmotor helptbij het bepalen van de positie van de boegvan de boot in het water. Een correcte trim-hoek verbetert de motorprestaties, drukt hetbrandstofverbruik en reduceert de belastingop de motor. De correcte trimhoek hangt afvan de combinatie van boot, motor en pro-peller.

11. TrimbedieningshoekDMU42832Trimhoek instellenDWM04300lSchakel de motor uit alvorens de trim-hoek bij te regelen.lGa voorzichtig te werk om te voorko-men dat uw handen of vingers gekneldzouden raken bij het verplaatsen van detrimstang.lWees voorzichtig als u voor het eersteen trimstand uitprobeert. Voer de snel-heid geleidelijk op en kijk uit voor teke-nen van instabiliteit of voor besturings-problemen. Een foute trimhoek kan er-voor zorgen dat u de controle over deboot verliest.In de klembeugel zijn 4 inkepingen voorzienom de trimhoek van de buitenboordmotor inte stellen.(1)Zet de motor af.(2) Kantel de buitenboordmotor omhoog endoe de kantelsteunhendel naar benedenom de buitenboordmotor te ondersteu-nen. (Instructies over het omhoogkante-len van de buitenboordmotor vindt u oppagina 40.)(3) Draai de moer aan de bakboordzijde vande klembeugel los.11.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Yamaha F2.5 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden