Yamaha F200 (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Yamaha F200 (2024) (126 pagina’s), behorend tot de categorie Buitenboordmotor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Yamaha F200 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Yamaha |
| Categorie: | Buitenboordmotor |
| Model: | F200 (2024) |
Handleiding Yamaha F200 (2024) – volledige tekst
DMU25108Aan de eigenaarDank u voor het kiezen van een Yamaha bui-tenboordmotor. Deze gebruikershandleidingbevat informatie over juiste bediening, on-derhoud en zorg. Een grondig begrip van de-ze eenvoudige instructies zal u helpen ommaximaal plezier uit uw nieuwe Yamaha tekrijgen. Raadpleeg een Yamaha-dealer, in-dien u vragen over de bediening of onder-houd van uw buitenboordmotor hebt. In deze gebruikershandleiding is bijzonderbelangrijke informatie als volgt aangeduid. : dit is het symbool voor veiligheidswaar-schuwingen. Het wordt gebruikt om u op mo-gelijke verwondinggevaren te wijzen. Volg al-le veiligheidsmeldingen achter dit symboolop om mogelijke verwondingen of overlijdente voorkomen. DWM00782Een WAARSCHUWING wijst op een ge-vaarlijke situatie die kan leiden tot dedood of ernstige letsels als ze niet wordtvermeden.
DCM00702Een alinea die vooraf wordt gegaan doorOPGELET vermeldt speciale voorzorgs-maatregelen die moeten worden geno-men om schade aan de buitenboordmotorof aan andere eigendommen te voorko-men. NOTA:Een NOTA geeft belangrijke informatie omhandelingen gemakkelijker of duidelijker temaken. Yamaha zoekt voortdurend vooruitgang inproductontwerp en kwaliteit. Daarom, on-danks dat deze handleiding de laatste pro-ductinformatie bevat die verkrijgbaar is tentijde van uitgave, kunnen er kleine afwijkin-gen tussen uw machine en deze handleidingzijn. Raadpleeg uw Yamaha-dealer, indien uenige vragen aangaande dit handboek heeft. Yamaha raadt aan dat u het product correctgebruikt en de gespecificeerde periodieke in-specties en onderhoud correct uitvoert vol-gens de instructies in de gebruikershandlei-ding, om een lang leven van het product teverzekeren.
Elke schade, veroorzaakt doorhet niet volgen van deze instructies, valt nietonder de garantie. Sommige landen hanteren wetten of regelsdie gebruikers verbieden het product mee tenemen buiten het land van aankoop. Dit kanhet registreren van het product in het landvan bestemming onmogelijk maken.
Daar-naast kan de garantie in sommige gebiedenniet van toepassing zijn. Raadpleeg de dea-ler waar het product is aangeschaft voormeer informatie, indien u het product meewilt nemen naar een ander land. Indien het gekochte product reeds was ge-bruikt, neemt u contact op met uw dichtstbij-zijnde dealer voor herregistratie en om rechtte krijgen op de aangegeven diensten. NOTA:De F150SA, LF150SA, F200SA, LF200SAen de standaardaccessoires worden gebruiktals basis voor de verklaringen en afbeeldin-gen in deze handleiding. Daardoor kunnensommige onderdelen niet op ieder model vantoepassing zijn. Belangrijke handleidingsinformatie.
52Eerste gebruik. 52De motor met motorolie vullen. 52Inlopen van de motor. 52Leer uw boot kennen. 53Controleert voordat de motorwordt gestart. 53Brandstofpeil. 53Motorkap verwijderen. 53Brandstofsysteem. 53Bedieningselementen. 54Noodstopkoord. 54Motorolie. 55Buitenboordmotor. 55Doorspoelplug. 55Installeren van de motorkap. 56Trim- en kantelbekrachtigings-systeem. 57Accu. 57Brandstof bijvullen. 58De motor gebruiken. 58Brandstof toevoeren. 58Starten van de motor. 59Controles na het starten van demotor. 64Koelwater. 64De motor laten warmdraaien. 65Procedure voor het warmdraaienvan de motor. 65Controles na het warmdraaienvan de motor. 65Schakelen. 65Stopschakelaars. 65Schakelen. 65Bediening neutral hold-schakelaar. 66Bediening schakelaarenkelvoudige hendel. 66De boot stoppen. 67Motor uitschakelen. 67Procedure voor het stoppen vande motor. 68Inhoud.
DMU33623BuitenboordmotorveiligheidNeem deze voorzorgsmaatregelen te allentijde in acht. DMU36502PropellerPersonen kunnen gewond raken of gedoodworden wanneer ze in contact komen met depropeller. De propeller kan blijven bewegenwanneer de motor in neutraal staat, en descherpe randen van de propeller kunnen ooksnijwonden veroorzaken terwijl de propellerstilstaat. lSchakel de motor uit wanneer er zich eenpersoon vlakbij de boot in het water be-vindt. lHoud mensen uit de buurt van de propeller,zelfs wanneer de motor niet draait. DMU40272Draaiende onderdelenHanden, voeten, haar, juwelen, kledingstuk-ken, zwemvestriempjes enz. kunnen wordengegrepen door de inwendige draaiende on-derdelen van de motor, met ernstige verwon-dingen of de dood tot gevolg. Verwijder de motorkap nooit als het niet echtnodig is. Verwijder of installeer de motorkapnooit terwijl de motor draait.
Laat de motor uitsluitend zonder motorkapdraaien met inachtneming van de specifiekeinstructies in de handleiding. Houd uw han-den, voeten, haar, juwelen, kledingstukken,zwemvestriempjes enz. uit de buurt vaneventuele blootliggende bewegende onder-delen. DMU33641Hete onderdelenTijdens en na de werking zijn bepaalde mo-toronderdelen heet genoeg om brandwon-den te veroorzaken. Vermijd iedere aanra-king met onderdelen onder de motorkap totde motor is afgekoeld. DMU33651Elektrische schokkenRaak geen elektrische onderdelen aan bij hetstarten van de motor of terwijl de motordraait. Ze kunnen schokken of elektrocutieveroorzaken. DMU33662Trim- en kantelbekrachtigingEr kunnen lichaamsdelen worden verpletterdtussen de motor en de klembeugel wanneerde motor wordt getrimd of gekanteld. Houdlichaamsdelen te allen tijde uit deze zone.
Houd mensen uit de buurt van deschakelaars tijdens werkzaamheden rondomde motor. Kom nooit onder het staartstuk als het ge-kanteld is, zelfs niet als de kantelsteunhendelvergrendeld is. Als de buitenboordmotor perongeluk valt, kunt u ernstig gewond raken. DMU33672MotorstopschakelaarkoordBevestig de motorstopschakelaarkoord zodat de motor stopt wanneer de gebruikeroverboord valt of de stuurhendel verlaat. Datom te voorkomen dat de boot stuurloos ver-der vaart en mensen achterlaat, of over men-sen of voorwerpen vaart. Bevestig de motorstopschakelaarkoord tij-dens het gebruik van de motor altijd op eenveilige plaats aan uw kleding, of aan uw armof been. Maak ze niet los om de stuurhendelte verlaten terwijl de boot vaart. Bevestig dekoord niet aan een kledingstuk dat los zouVeiligheidsinformatie1.
kunnen scheuren, en leid de koord niet langspunten waar ze verstrikt kan raken, zodat zehaar functie niet langer vervult. Leid de koord niet langs plaatsen waar dekans groot is dat er per ongeluk aan wordtgetrokken. Als er aan de koord wordt getrok-ken tijdens het varen, wordt de motor uitge-schakeld en kunt u de boot niet meer bestu-ren. De boot zou snel kunnen vertragen,waardoor passagiers en voorwerpen voor-waarts worden geslingerd. DMU33811BenzineBenzine en benzinedampen zijn uiterstbrandbaar en explosief. Volg voor het tan-ken steeds de procedure op pagina 58 omhet risico van brand en explosie zo klein mo-gelijk te houden. DMU33821Blootstelling aan en morsen van ben-zineMors geen benzine. Als u toch benzinemorst, veeg hem dan onmiddellijk op metdroge doeken. Werp de doeken weg zoalshet hoort. Mocht er benzine op uw huid terechtkomen,verwijder die dan onmiddellijk met zeep enwater.
Trek andere kleren aan als er benzineop uw kleren terecht is gekomen. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u benzi-ne hebt ingeslikt, heel veel benzinedamphebt ingeademd of benzine in de ogen hebtgekregen. Tracht nooit brandstof over te he-velen door ze aan te zuigen met uw mond. DMU33901KoolmonoxideDit product stoot uitlaatgassen uit die kool-monoxide bevatten, een kleur- en geurloosgas dat hersenschade of de dood van ver-oorzaken bij inademing. Symptomen vankoolmonoxidevergiftiging zijn onder meermisselijkheid, duizeligheid en slaperigheid. Zorg ervoor dat cockpit en cabine altijd goedgeventileerd zijn. Vermijd het blokkeren vanuitlaatopeningen. DMU33781WijzigingenTracht geen wijzigingen aan te brengen aandeze buitenboordmotor. Wijzigingen aan uwbuitenboordmotor kunnen de veiligheid enbetrouwbaarheid aantasten, en de buiten-boordmotor onveilig of onwettig voor gebruikmaken.
DMU33711Alcohol en verdovende middelenGa nooit uit varen na het drinken van alcoholof het innemen van verdovende middelen. Intoxicatie is een van de voornaamste facto-ren die bijdragen tot dodelijke ongevallen ophet water. DMU40281ZwemvestenZorg dat u een goedgekeurd zwemvest aanboord hebt voor elke passagier. Yamaharaadt u aan altijd een zwemvest te dragenwanneer u gaat varen. Kinderen en niet-zwemmers moeten in ieder geval altijd eenzwemvest dragen, en iedereen moet eenzwemvest dragen wanneer de vaaromstan-digheden gevaarlijk zijn of kunnen worden. DMU33732Mensen in het waterKijk altijd zorgvuldig uit voor mensen in hetwater, zoals zwemmers, waterskiërs of dui-kers, telkens wanneer de motor draait. Wan-Veiligheidsinformatie2.
neer er zich iemand in het water bevindt vlak-bij de boot, schakelt u in neutraal en legt u demotor stil. Blijf uit de buurt van zwemzones. Zwemmerskunnen moeilijk zichtbaar zijn. De propeller kan blijven draaien, zelfs wan-neer de motor in neutraal staat. Schakel demotor uit wanneer er zich een persoon vlakbijde boot in het water bevindt. DMU33752PassagiersRaadpleeg de instructies van uw bootfabri-kant voor informatie over de aangewezenpassagiersplaatsen in uw boot en vergewis uervan dat alle passagiers veilig plaats heb-ben genomen alvorens te accelereren enwanneer de motor sneller draait dan met hetstationair toerental. Staan of zitten op nietaangewezen plaatsen kan ervoor zorgen datmen overboord wordt geslingerd of in de bootvalt ten gevolge van golven, kielzog of plotsesnelheids- of richtingsveranderingen.
Zelfswanneer iedereen correct plaats heeft geno-men in de boot, dient u uw passagiers tewaarschuwen wanneer u een ongewoon ma-noeuvre dient te maken. Tracht opspringen-de golven en kielzog steeds te vermijden. DMU33763OverladenDe boot mag nooit worden overladen. Kijk opde bootcapaciteitsplaat of raadpleeg de boot-fabrikant voor het toegestane maximumge-wicht en maximumaantal passagiers. Zorgervoor dat het gewicht naar behoren over deboot is verdeeld in overeenstemming met deinstructies van de bootfabrikant. Het overla-den of verkeerd verdelen van het gewichtover de boot kan de bestuurbaarheid van deboot in het gedrang brengen en leiden tot on-gevallen, kapseizen of vollopen. DMU33773Vermijd botsingenWees voortdurend op de uitkijk voor mensen,voorwerpen en andere boten. Wees op uwhoede voor omstandigheden die de zicht-baarheid beperken of uw zicht blokkeren.
ZMU06025Stuur defensief met een veilige snelheid enhoud voldoende afstand van mensen, voor-werpen en andere boten. lVaar niet op korte afstand achter andereboten of waterskiërs. lVermijd scherpe bochten of andere ma-noeuvres die het anderen moeilijk makenom u te ontwijken of te voorspellen waar uheen gaat.
lVermijd gebieden met gezonken voorwer-pen of ondiep water. lKen uw grenzen en vermijd agressievemanoeuvres om het risico op controlever-lies en botsingen te vermijden en om tevermijden dat u uit het vaartuig wordt ge-slingerd. lReageer tijdig om botsingen te vermijden. Vergeet niet dat boten geen remmen heb-ben en dat het afzetten van de motor of hetverminderen van de stuwkracht de wen-baarheid kunnen verminderen. Als u nietzeker bent dat u op tijd kunt stoppen omeen voorwerp te ontwijken, geef dan gas bijen stuur in een andere richting. Veiligheidsinformatie3.
DMU48100Aanvaringen met drijvende of onder-gedompelde objectenAls de buitenboordmotor een drijvend objectof een obstakel in het water raakt tijdens hetcruisen, kan het volgende gebeuren:lDe passagiers en enig loszittend materiaalof bagage kan mogelijk naar voren wordengegooid vanwege het plotselinge afrem-men.lDelen van de buitenboordmotor kunnenvanwege de botsing mogelijk loskomen envan de boot af worden gegooid.lDe boot of buitenboordmotor kan vanwegede botsing mogelijk beschadigd raken.Wanneer u met de boot vaart in een gebiedwaar er zich mogelijk drijvende objecten ofobstakels in het water kunnen bevinden,moet u er zeker van zijn dat u de trimhoek vande buitenboordmotor afstelt, dat u vaart min-dert dat u de boot voorzichtig bedient.
Voormeer informatie, zie pagina 78.Als de buitenboordmotor een drijvend objectof obstakel in het water raakt, moet u er zekervan zijn dat zich er geen abnormaliteiten om-trent de boot en de buitenboordmotor voor-doen. Als er iets abnormaals wordt gecon-stateerd, keert u terug met lage snelheid te-rug naar de dichtsbijzijnde haven en laat ueen Yamaha-dealer de buitenboordmotor in-specteren.DMU33791WeersomstandighedenZorg dat u op de hoogte bent van het weer-bericht. Controleer de weersvoorspellingenalvorens uit te varen. Ga beter niet uit varenin gevaarlijk weer.DMU33881PassagiersopleidingZorg ervoor dat ten minste één andere pas-sagier opgeleid is in het besturen van de bootin geval van nood.DMU33891ScheepvaartveiligheidspublicatiesInformeer u over de scheepvaartveiligheids-voorschriften.
DMU25172Plaats voor identificatienum-mersDMU25186BuitenboordmotorserienummerHet serienummer van de buitenboordmotorstaat vermeld op het label op de bakboord-zijde van de klembeugel.Noteer uw buitenboordmotorserienummer inde daartoe voorziene ruimten om op te gevenbij het bestellen van wisselstukken bij uwYamaha-dealer of als referentie in geval uwbuitenboordmotor wordt gestolen.11. Buitenboordmotorserienummerlocatie3412ZMU016921. Serienummer2.Modelnaam3. Motorspiegelhoogte4. MotorcodeDMU41572SleutelnummerHet sleutelidentificatienummer werd in de re-serversleutel gestempeld zoals u kunt zien inde afbeelding. Bewaar de reservesleutel opeen veilige plaats en noteer dit nummer in devoorziene ruimte als referentie in geval u eennieuwe sleutel nodig hebt.11.
DMU48442CE-markering/UKCA-marke-ringDit label wordt bevestigd op buitenboordmo-toren die voldoen aan de Europese voor-schriften.11. Positie van het CE-label6EE-43394-9015210026CE-markeringBuitenboordmotoren met deze “CE”-marke-ring voldoen aan de richtlijnen van; 2006/42/EG, 2014/30/EU, en 2013/53/EU.UKCA-markeringDit product voldoet aan de voorschriften vanPleziervaartuigen 2017, de voorschriften vanElektromagnetische Compatibiliteit 2016 enaan de (veiligheids)voorschriften voor Leve-ring van Machines 2008.DMU46133ConformiteitsmerklabelMotoren voorzien van dit label voldoen aande voorschriften van het betreffende land.Dit label bevindt zich op de klembeugel of dezwenkbeugel.11. Locatie conformiteitsmerklabelRegulatory Compliance Mark (RCM)Motoren voorzien van dit merkteken voldoenaan een bepaald gedeelte/aan bepaalde ge-deelten van de “Australian Radio Communi-cations Act”.ZMU0819011.
DMU33524Lees handleidingen en labelsAlvorens deze buitenboordmotor te bedienen of eraan te werken:lLees deze handleiding.lLees eventueel bij de boot geleverde handleidingen.lLees alle labels op de buitenboordmotor en de boot.Voor eventuele bijkomende informatie kunt u terecht bij uw Yamaha-dealer.DMU33836Waarschuwingslabels Als deze labels beschadigd zijn of ontbreken, neem dan contact op met uw Yamaha-dealervoor vervanglabels.132Algemene informatie8
6EE-G2794-406EE-H1994-40126EE-G2794-506EE-H1994-50DMU34652Inhoud van de labelsDe bovenstaande waarschuwingslabels be-tekenen het volgende.1DWM01682lHoud handen, haar en kledingstukkenuit de buurt van draaiende onderdelenterwijl de motor draait.lBij het starten of terwijl de motor draaitmag u geen elektrische onderdelen aan-raken of verwijderen.2DWM01672lLees de handleiding en de labels.lDraag een goedgekeurd zwemvest.lBevestig het noodstopkoord aan uwzwemvest, uw arm of uw been zodat demotor stopt wanneer u de stuurhendelper ongeluk verlaat, om te voorkomendat de boot op hol kan slaan.DMU33851Andere labels3Algemene informatie9
De verzamelde gegevens worden geüpload naar een server bij Yamaha Motor Co. , Ltd. wanneer een speciale Yamaha-diagnosetool aan de buitenboordmotor wordt gekoppeld bijde uitvoering van controles of procedures voor service en onderhoud. Hoe gebruiken we uw gegevens. Yamaha gebruikt verzamelde gegevens van uw buitenboordmotor: (1) voor de uitvoering vanadequaat onderhoud, inclusief diagnose; (2) om garantieclaims te kunnen beoordelen; (3)voor onderzoeks- en ontwikkelingsdoeleinden van de buitenboordmotor; (4) ten behoeve vande levering en verbetering van producten, functies en diensten; (5) om onze zakelijke doel-stellingen te ondersteunen; en (6) om te voldoen aan de vereisten van wet- en regelgeving. Hoe delen we uw gegevens.
zijn gezamenlijke verwerkingsver-antwoordelijken met betrekking tot de verzamelde gegevens. Als u vragen of klachten hebtover de verwerking van uw persoonsgegevens, kunt u deze schriftelijk richten aan:Yamaha Motor Europe N. V. /Digital Marketing & CRM– Postbus 75033 – 1117 ZN Schiphol – Nederland. De hierboven verstrekte contactgegevens zijn UITSLUITEND bedoeld voor VRAGENOVER GEGEVENSVERWERKING EN ANDERE TYPEN VRAGEN ZULLEN NIET WOR-DEN BEANTWOORD. Geef de volgende informatie voor de juiste behandeling van uw vraag:(1) Uw naam; (2) uw e-mailadres; (3) uw woonland; en (4) uw buitenboordmotorserie-Algemene informatie12.
researchoctaangetal (RON):90 (F150SA, LF150SA)94 (F200SA, LF200SA)Aanbevolen motorolie:YAMALUBE 4 of 4-taktbuitenboordmotorolieAanbevolen motorolieklasse 1:SAE 10W-30/10W-40/5W-30API SG/SH/SJ/SLMotoroliehoeveelheid (zonderoliefiltervervanging):4.3 L (4.55 US qt, 3.78 Imp.qt)Motoroliehoeveelheid (metoliefiltervervanging):4.5 L (4.76 US qt, 3.96 Imp.qt)Smeersysteem:OliecarterAanbevolen tandwielolie:YAMALUBE-tandwielolie voorbuitenboordmotoren of hypoïde-olieAanbevolen tandwieloliekwaliteit:SAE 90 API GL-4 / SAE 80W API GL-5 /SAE 90 API GL-5Tandwieloliehoeveelheid:0.980 L (1.036 US qt, 0.862 Imp.qt)Aanbevolen hydraulische stuurvloeistof 1:Shell Tellus S2 V15Aanbevolen hydraulische stuurvloeistof 2:Shell Tellus S2 VX15Geluids- en trillingsniveau:Operatorgeluidsdrukniveau (ICOMIA39/94):78.8 dB(A)DMU33556InstallatievereistenDMU33566Bootvermogen (pk)DWM01561Een boot te krachtig aandrijven kan ern-stige instabiliteit veroorzaken.Controleer voor het plaatsen van de buiten-boordmotor(en) of de totale paardenkrachtenvan uw buitenboordmotor(en) niet het maxi-male paardenkrachtvermogen van de bootoverschrijdt.
Zie de capaciteitsplaat van deboot of neem contact op met de fabrikant.DMU40491Buitenboordmotor monterenDWM02501lEen verkeerde montage van de buiten-boordmotor kan tot gevaarlijke omstan-digheden leiden, zoals een gebrekkigebestuurbaarheid, verlies van controleof brand.lAangezien de buitenboordmotor zeerzwaar is, is speciale uitrusting en oplei-ding vereist om hem veilig te monteren.Uw dealer of een andere persoon met erva-ring in het optuigen van boten moet de bui-tenboordmotor monteren met behulp van decorrecte apparatuur en de complete optuig-instructies. Voor meer informatie, zie pagina50.Specificaties en vereisten15
DMU34954Vereisten voor de digital elec-tronic controlDe digital electronic control is uitgerust met(een) neutraal-startbeveiliging(en). Dat sys-teem zorgt ervoor dat de motor uitsluitend inneutraal kan worden gestart. DWM01581lAls de motor in versnelling start, kan deboot plots en onverwacht bewegen,waardoor er een botsing kan wordenveroorzaakt of passagiers over boordkunnen worden geworpen. lWanneer de motor ooit in versnellingstart, werkt de neutraalstartbeveiligingniet correct en mag u de buitenboord-motor niet langer gebruiken. Neem con-tact op met uw Yamaha-dealer. Deze digital electronic control is alleen ver-krijgbaar voor de buitenboordmotor die uhebt gekocht. Alvorens de digital electronic control te ge-bruiken, dient u ze in te stellen om alleen uwbuitenboordmotor te bedienen. Anders zalhet niet mogelijk zijn uw buitenboordmotor tebedienen.
U dient de buitenboordmotor en de digitalelectronic control in de volgende gevallen inte stellen. lAls er een tweedehands buitenboordmotorwordt geïnstalleerdlAls de digital electronic control wordt ver-vangenlAls de ECM (Electronic Control Module,elektronische besturingsmodule) van detweedehands buitenboordmotor wordt ver-vangenlAls de ECM (Electronic Control Module,elektronische besturingsmodule) van dedigital electronic control wordt vervangenRaadpleeg uw Yamaha-dealer voor het in-stellen. DMU25695AccuvereistenDMU46560Technische gegevens van de accuVoor U. S. eilandgebiedenAccucapaciteit (CCA/SAE):680–1150 AAccucapaciteit (MCA/ABYC):770–1370 AAccucapaciteit (RC/SAE):160 minutenVoor EuropaAccucapaciteit (CCA/EN):640–1080 AAccucapaciteit (20HR/IEC):80 A/uDe motor kan niet worden gestart als de ac-cuspanning te laag is.
DMU36303Meerdere accu’sOm meerdere accu’s aan te sluiten, bijvoor-beeld in boten met meerdere motoren of ingeval van een hulpaccu, dient u uw Yamaha-dealer te raadplegen in verband met de keu-ze van de accu en de correcte bedrading. Accu-uitschakelaarUw buitenboordmotor kan een hulpaccu (ac-cu voor het voeden van accessoires) ladenmet behulp van een optionele uitschakelaar-kabel. Neem contact op met uw Yamaha-dealer voor het installeren van een optioneleuitschakelaarkabel met overstroombeveili-ging. DMU41604PropellerkeuzeNaast het selecteren van een buitenboord-motor is het selecteren van de juiste propellereen van de belangrijkste beslissingen dieeen booteigenaar dient te nemen. Het type,de omvang en het ontwerp van uw propellerhebben een rechtstreekse invloed op de ac-celeratie, de topsnelheid, het brandstofver-bruik en zelfs de levensduur van de motor.
Yamaha ontwerpt en vervaardigt propellersvoor iedere Yamaha-buitenboordmotor envoor alle mogelijke toepassingen. Uw Yamaha-dealer kan u helpen bij het kie-zen van de juiste propeller voor uw specifiekebehoeften. Kies een propeller die de motor instaat stelt het middelste of bovenste gedeeltevan het toerentalbereik te bereiken bij volgasen maximumlading. In het algemeen geldtdat een propeller met een grotere spoed ge-schikt is voor geringere bedrijfsbelastingenen een propeller met een kleinere spoed voorgrotere belastingen. Als u sterk uiteenlopen-de ladingen vervoert, selecteer dan een pro-peller die de motor in staat stelt te draaienbinnen het toerentalbereik voor uw maxi-mumbelasting, maar denk eraan dat u degashendelstand mogelijk moet aanpassenom binnen het aanbevolen motortoerental-bereik te blijven wanneer u lichtere ladingenvervoert.
Yamaha beveelt het gebruik aan van eenpropeller die geschikt is voor het “schakel-dempingssysteem (Shift Dampener Sys-tem) ”. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voormeer informatie. Voor het controleren van de propeller, zie pa-gina 100. Voorbeeld propeller312-x123AABAB1.
propellers zijn te herkennen aan de letter “L”na de maataanduiding op de propeller.WAARSCHUWING! Gebruik nooit eenstandaardpropeller in combinatie met eenmotor met tegengestelde draaiing, of eenpropeller met tegengestelde draaiing incombinatie met een standaardmotor. An-ders kan de boot vertrekken in de tegen-gestelde richting van de verwachte rich-ting (bijvoorbeeld achterwaarts in plaatsvan voorwaarts), wat tot ongevallen kanleiden. [DWM01811]Voor instructies over het demonteren en in-stalleren van de propeller, zie pagina 100.DMU35141Neutraal-startbeveiligingYamaha-buitenboordmotoren of doorYamaha goedgekeurde digital electroniccontrolen zijn uitgerust met (een) neutraal-startbeveiliging(en). Dat systeem zorgt er-voor dat de motor uitsluitend kan worden ge-start wanneer hij in neutraal staat.
E5 E10NOTA:lDit merkteken geeft de aanbevolen brand-stof voor deze buitenboordmotor zoals ge-specificeerd door de Europese regelge-ving (EN228) aan. lControleer of de benzinespuit dezelfdeidentificatie heeft bij het bijtanken. GasoholEr bestaan twee types gasohol: gasohol metethanol (E5 en E10) en gasohol met metha-nol. Ethanol kan worden gebruikt als hetethanolgehalte niet meer dan 10% bedraagten de brandstof voldoet aan de minimumoc-taangetallen. E85 is een brandstof die 85%ethanol bevat en die niet mag worden ge-bruikt in uw buitenboordmotor. Alle ethanol-mengsels die meer dan 10% ethanol bevat-ten, kunnen schade aan het brandstofsys-teem of motorstart- en ‐bedrijfsproblemenveroorzaken. Yamaha ontraadt het gebruikvan gasohol met methanol omdat die schadekan veroorzaken aan het brandstofsysteemof de motorprestaties kan aantasten.
derdelen en tot start- en werkingsproblemenen kan extra onderhoud van het brandstof-systeem noodzakelijk maken.DMU36881Modderig of zuurrijk waterYamaha raadt ten zeerste aan de optioneleverchroomde waterpompkit te laten installe-ren door uw dealer als u de buitenboordmo-tor in modderig of zuurrijk water moet gebrui-ken. Afhankelijk van het model is dat echtermisschien niet nodig.DMU36331Anti-foulingEen zuivere romp verbetert de prestaties vande boot. De onderzijde van de boot moet zo-veel mogelijk vrij worden gehouden van aan-groeiing. Indien nodig kan de onderzijde vande boot worden bestreken met een voor uwstreek goedgekeurde anti-fouling ter voorko-ming van aangroeiing.Gebruik geen anti-fouling die koper of grafietbevat. Dergelijke verven kunnen het roestenvan de motor bespoedigen.DMU40302Buitenboordmotorafdankings-vereistenDank de buitenboordmotor nooit op een ille-gale manier af.
EMISSION CONTROL INFORMATIONFAMILY :EPA FEL : HC+NOx ,CO g/kW-hMAX POWER : kWCA FEL : HC+NOx g/kW-hEPA CERTIFIED EVAP COMPONENTS :DISPLACEMENT: litersYAMAHA MOTOR CO.,LTD.THIS ENGINE CONFORMS TO MY CALIFORNIA EXHAUSTAND U.S. EPA EXHAUST AND EVAP REGULATIONS FOR SIMARINE ENGINES. REFER TO OWNER'S MANUAL FORMAINTENANCE SPECIFICATIONS AND ADJUSTMENTS.DMU25275SterrenlabelsUw buitenboordmotor is voorzien van eensterrenlabel van de California Air ResourcesBoard (CARB). Kijk hieronder voor een be-schrijving van uw specifieke label.11. Plaats van sterrenlabelDMU40331Een ster—Geringe uitstootHet label met één ster identificeert motorendie voldoen aan de uitlaatnormen van de AirResources Board voor “Personal Watercraftand Outboard marine engines” van 2001.Motoren die voldoen aan deze normen ver-tonen een 75% geringere uitstoot dan con-ventionele tweetaktmotoren met carbura-teur.
Deze motoren zijn equivalent met de2006 normen voor scheepsmotoren van deU.S. EPA.ZMU01702DMU40341Twee sterren—Heel geringe uitstootHet label met twee sterren identificeert mo-toren die voldoen aan de uitlaatnormen vande Air Resources Board voor “Personal Wa-tercraft and Outboard marine engines” van2004. Motoren die voldoen aan deze normenvertonen een 20% geringere uitstoot dan mo-toren met een label met één ster.ZMU01703DMU40351Drie sterren—Ultrageringe uitstootHet label met drie sterren identificeert moto-ren die voldoen aan de uitlaatnormen van deAir Resources Board voor “Personal Water-craft and Outboard marine engines” van2008 of de uitlaatnormen voor “Sterndriveand Inboard marine engines” van 2003-2008.Motoren die voldoen aan deze normen ver-tonen een 65% geringere uitstoot dan moto-ren met een label met één ster.Specificaties en vereisten21
ZMU01704DMU33862Vier sterren—Superultrageringe uitstootHet label met vier sterren identificeert moto-ren die voldoen aan de uitlaatnormen van deAir Resources Board voor 2009. Buiten-boordmotoren voor persoonlijke vaartuigenen voor zeevaartuigen voldoen mogelijk ookaan deze normen. Motoren die voldoen aandeze normen vertonen een 90% geringereuitstoot dan motoren met een label met éénster.ZMU05663Specificaties en vereisten22
DMU48695Helm Master™ EX (uitbreid-baar)NOTA:Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor meer in-formatie over de Helm Master EX.JoystickOmdat u de joystick kunt gebruiken om deboot zijdelings links of rechts te bewegen of360 graden om zijn as te draaien met eenenkele joystickhendel, kunt u de boot gemak-kelijk manoeuvreren bij het wegvaren vanafof aanmeren bij een aanlegplaats of bij hetvoortbewegen in smal vaarwater of anderekleine ruimten, zoals in jachthavens.StuurautomaatDe stuurautomaat ondersteunt stuurbedie-ningen, zodat u de juiste boegrichting envaarrichting kunt behouden terwijl u een con-stante route aanhoudt.HEADINGHOLDCOURSEHOLDTRACKPOINTPATTERNSTEERF1 F21˚ / 5˚ 1˚ / 5˚DMU49012Digital electronic controlDe digital electronic control bestuurt de scha-kelhendel, gashendel en elektrische opera-ties op afstand.
Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar(bakboordmotor)NOTA:De trim- en kantelbekrachtigingsschakelaarvan de middelste motor kan worden gebruiktom drie motoren te bedienen.DMU48471BedieningshendelDoor de hendel vanuit de neutrale positienaar de boegzijde 22.5° te laten zakken (eendetentie is voelbaar) wordt het vooruit tand-wiel ingeschakeld. Door de hendel naar ach-teren te laten zakken, wordt de achteruit-schakeling ingeschakeld en begint de motorop het laagste toerental te draaien. Wanneeru de hendel verder laat zakken, wordt degashendel geopend en begint de motor teaccelereren.NOTA:U kunt de weerstand van de beweging van debedieningshendel afstellen. Raadpleeg voorverdere informatie de gebruiksaanwijzingvan de 6X9 DIGITAL ELECTRONIC CON-TROL.Componenten28
NOTA:De trim- en kantelbekrachtigingsschakelaarvan de middelste motor kan worden gebruiktom drie motoren te bedienen.DMU48491DEC-waarschuwingslampjeHet waarschuwingslampje verandert vanblauw naar oranje als er een verbindingspro-bleem optreedt tussen de digital electroniccontrol en de buitenboordmotor. Er klinkt ookeen pieptoon (herhaaldelijk aan en uit) om debestuurder te waarschuwen. Raadpleeg uwYamaha-dealer voor meer informatie.Eén motor11. DEC-waarschuwingslampjeTwee motoren11. DEC-waarschuwingslampjeDMU48504SnelheidscontroleschakelaarEr zijn twee standen voor het behouden vanhet motortoerental en de snelheid. Door opde schakelaar “ ” (omhoog)/“ ” (omlaag)te drukken kunt u het motortoerental behou-den of de snelheid afstellen.NOTA:Raadpleeg voor meer informatie over desnelheidsregelingsfunctie de gebruiksaan-wijzing van de 6X9 DIGITAL ELECTRONICCONTROL.Eén motor11.
SnelheidscontroleschakelaarTwee motoren11. SnelheidscontroleschakelaarDMU48512Neutral hold-schakelaarWanneer de “NEUTRAL HOLD”-schakelaarwordt ingedrukt, klinkt de zoemer en gaat deLED branden. U kunt de gashendel openenof sluiten met de schakelhendel in neutraal.Dat kan ook worden gedaan wanneer de be-dieningshendel in achteruit staat. Voor meerinformatie, zie pagina 66.Componenten30
Eén motor121. “NEUTRAL HOLD”-schakelaar2.LEDTwee motoren121. “NEUTRAL HOLD”-schakelaar2.LEDDMU48550Schakelaar enkelvoudige hendelWanneer bij meerdere motoren de “SINGLELEVER”-schakelaar wordt ingedrukt, klinktde zoemer, gaat de LED branden en kunt umet de bedieningshendel aan de bakboord-zijde schakel- en gashendelbewerkingen uit-voeren voor alle buitenboordmotoren die zijngestart. Voor meer informatie, zie pagina66.NOTA:lWanneer de single lever-schakelaar wordtgeactiveerd, is de stuurboordbedienings-hendel onbruikbaar.lU moet alle motoren starten om de singlelever-schakelaar in te schakelen.Twee motoren121.
121. “TRIM ASSIST”-schakelaar2.LEDInstellenWanneer de “TRIM ASSIST”-schakelaarwordt ingedrukt, klinkt de pieptoon en gaat deLED branden.LoslatenWanneer de “TRIM ASSIST”-schakelaarwordt ingedrukt, klinkt de pieptoon en gaat deLED uit.DMU48562Elektronische sleutelschake-laar (EKS)De EKS bestaat uit het elektronische sleutel-schakelaarpaneel en een sleutelhanger.NOTA:Deze handleiding beschrijft hoofdzakelijk debasisbediening. Zie voor meer informatie debedieningshandleiding van de 6X9 DIGITALELECTRONIC CONTROL.DMU48572Elektronische sleutelschakelaarpa-neel (EKS)Door op de “POWER”-schakelaar op het PO-WER-paneel te drukken zal de LED oplich-ten, de motor starten of stoppen en eventueleaccessoires zijn nu beschikbaar.De motor kan worden gestart of uitgescha-keld door op de “START/STOP”-schakelaarop het POWER-paneel te drukken.
grendelen en ontgrendelen met de vergren-deltoets en de ontgrendeltoets. Wanneer deknop wordt bediend, gaat de LED branden. Deze handleiding beschrijft hoofdzakelijk debasisbediening. Zie voor meer informatie debedieningshandleiding van de 6X9 DIGITALELECTRONIC CONTROL. 12341. Sleutelhanger2. Vergrendeltoets3. Ontgrendeltoets4. LEDDe sleutelhanger is voorzien van twee kaar-ten waarop de fabrieksinstellingen zijn ge-schreven. Bewaar deze kaarten op veiligeplaatsen, omdat u er een nodig hebt om demotor te starten als u de sleutelhanger kwij-traakt of als deze niet goed werkt, of als deaccu defect is. 11. StandaardwachtwoordNOTA:lAls de sleutelhanger niet goed werkt en demotor niet kan worden gestart, kan demotor worden gestart door het invoerenvan de PIN die voor de sleutelhanger is in-gesteld in het POWER-paneel. lU kunt het wachtwoord resetten.
Als u hetwachtwoord wijzigt, worden de standaardfabrieksinstellingen uitgeschakeld. DMU48750Noodstopkoord en clipDe clip moet bevestigd zijn aan de motor-stopschakelaar om de motor te laten draaien. Bevestig de koord op een veilige plaats aande kleding, of aan een arm of been van debestuurder. Als de bestuurder over boord valtof het roer verlaat, trekt de koord de clip uitwaardoor de ontsteking van de motor wordtuitgeschakeld. Op die manier wordt voorko-men dat de boot onbestuurd verder vaart. DWM01791lBevestig de motorstopschakelaar-koord tijdens het gebruik van de motorop een veilige plaats aan uw kleding, ofaan uw arm of been. lMaak de koord niet vast aan kleren diekunnen worden losgetrokken. Zorg er-voor dat de koord nergens achter ver-strikt raakt, waardoor ze haar functieverliest. lZorg ervoor dat u tijdens een normaalgebruik niet per ongeluk aan de koordtrekt.
1231. Motoruitschakelaar2.Clip3. NoodstopkoordDMU486436X6-schakelaarDMU46753Yamaha Security System (Y-COP/optioneel)DCM02461Het Yamaha Security System wordt ver-kocht in overeenstemming met de gelden-de wetten en voorschriften inzake het uit-zenden van radiogolven. Dat betekent datwanneer dit product wordt gebruikt bui-ten het land waar het werd gekocht, hetmogelijk niet voldoet aan de wetten ofvoorschriften inzake het uitzenden van ra-diogolven in het land waar het wordt ge-bruikt. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voormeer gedetailleerde informatie.Het Yamaha Security System, een diefstal-beveiligingssysteem, bestaat uit een ontvan-ger en sleutelhangers. Het Yamaha SecuritySystem is verkrijgbaar bij uw Yamaha-dea-ler. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor meerdetails.121. Sleutelhanger2.OntvangerDe motor kan niet worden gestart wanneerhet beveiligingssysteem zich in de vergren-delmodus bevindt.
De motor kan slechts wor-den gestart in de ontgrendelmodus. Kijk voormeer informatie in de installatie- en gebrui-kershandleiding bij het beveiligingssysteem.DMU41554HoofdschakelaarDe hoofdschakelaar bedient het ontstekings-systeem; de werking ervan wordt hieronderbeschreven.l“” (uit)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(uit) zijn de elektrische schakelingen inactiefen kan de sleutel worden uitgenomen.l“ ” (aan)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(aan) zijn de elektrische schakelingen actiefen kan de sleutel niet worden uitgenomen.De motor kan worden gestart door de start/stop-knop in te drukken.l“ ” (start)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(start) begint de startmotor te draaien om demotor te starten. Wanneer de sleutel wordtlosgelaten, keert hij automatisch terug naarde stand “ ” (aan).Componenten34
Eén motorONOFFZMU07145STARTTwee motorenONOFFZMU07146DMU41622Start/stop-schakelaarpaneelDe motor kan worden gestart of uitgescha-keld door de start/stop-knop in te drukken. Bijtwee motoren is het mogelijk een van beidemotoren afzonderlijk te starten of uit te scha-kelen. Het lampje van de betreffende motorgaat aan.lPORT:BakboordmotorlSTBD:Stuurboordmotor121. Indicator2.Start/stop-knopDMU41633Alles starten/stoppen-schakelaarpa-neel (optioneel)Met de start/stop-knop kunnen alle motorenworden gestart of uitgeschakeld.11. Alles starten/stoppen-knopDMU35775Noodstopkoord en clipDe clip moet bevestigd zijn aan de motor-stopschakelaar om de motor te laten draaien.Bevestig de koord op een veilige plaats aanuw kleding, of aan uw arm of been. Als debestuurder over boord valt of het roer verlaat,trekt de koord de clip uit waardoor de ontste-king van de motor wordt uitgeschakeld.
DWM01791lBevestig de motorstopschakelaar-koord tijdens het gebruik van de motorop een veilige plaats aan uw kleding, ofaan uw arm of been.lMaak de koord niet vast aan kleren diekunnen worden losgetrokken. Zorg er-voor dat de koord nergens achter ver-strikt raakt, waardoor ze haar functieverliest.lZorg ervoor dat u tijdens een normaalgebruik niet per ongeluk aan de koordtrekt. Als de motoraandrijving wegvalt,wordt de boot veel minder goed be-stuurbaar. Zonder motoraandrijving zalde boot ook snel vertragen. Daardoorkunnen personen en voorwerpen in deboot naar voren geslingerd worden.NOTA:De motor kan niet worden gestart wanneerde clip verwijderd is.11. Noodstopkoord1231. Motoruitschakelaar2.Clip3.
NoodstopkoordDMU48651BuitenboordmotoruitrustingDMU26156Trim- en kantelbekrachtigingsscha-kelaar aan onderkant motorkapDe trim- en kantelbekrachtigingsschakelaarzit aan de zijkant van de onderkant van demotorkap. Het indrukken van de schakelaar“” (omhoog) trimt de buitenboordmotoromhoog en kantelt deze vervolgens omhoog.Het indrukken van de schakelaar “” (om-laag) kantelt de buitenboordmotor omlaag entrimt deze omlaag. Wanneer de schakelaarwordt losgelaten, stopt de buitenboordmotorin zijn huidige positie.Voor instructies over het gebruik van de trim-en kantelbekrachtigingsschakelaar, zie pagi-na 73.DWM01032Gebruik de aan de onderkant bevestigdetrim- en kantelbekrachtigingsschakelaaralleen wanneer de boot volledig tot stil-stand is met de motor uit.
Een poging tothet gebruik van deze schakelaar terwijl deboot in beweging is, kan de kans op over-boord vallen verhogen en kan de bestuur-der afleiden of de kans op een botsing metComponenten36
een andere boot of ander obstakel verho-gen.UPDN11. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaarDMU26246Trimtap met anodeDWM00841Een verkeerd afgestelde trimtap kan er-voor zorgen dat het moeilijk is om te stu-ren. Laat de motor altijd proefdraaien na-dat een trimtap geïnstalleerd of vervan-gen is om er zeker van te zijn dat de be-sturing correct verloopt. Zorg ervoor dat ude bout vastdraait nadat de trimtap bijge-regeld is.De trimtap moet zo worden ingesteld dat erevenveel kracht moet worden uitgeoefendom de stuurinrichting naar rechts te draaienals om ze naar links te draaien.Als de boot de neiging heeft naar links (bak-boord) te draaien, dient u het achtereind vande trimtap naar bakboord te draaien (“A” in deafbeelding).
DMU26342Kantelsteunhendel voor model mettrim- en kantelbekrachtigingOm de buitenboordmotor in de omhoog ge-kantelde stand te houden, moet u de kantel-steunstang vergrendelen in de klembeugel.11. KantelsteunhendelDCM00661Gebruik de kantelsteunhendel of de kan-telsteunknop niet om de boot de slepen.De buitenboordmotor zou daardoor kun-nen lostrillen van de kantelsteun en val-len. Als de boot niet kan worden gesleeptmet de motor in de normale stand, gebruikdan een bijkomend steunstuk om demotor in de gekantelde stand vast te zet-ten.DMU40762MotorkapvergrendelhendelDe kapvergrendelhendels worden gebruiktom de motorkap vast te zetten.11. Motorkapvergrendelhendel1 11. MotorkapvergrendelhendelDMU40803DoorspoelplugDe doorspoelplug wordt gebruikt om de koel-waterdoorgangen van de buitenboordmotorte reinigen met behulp van een tuinslang enleidingwater.
DMU41312BrandstoffilterHet brandstoffilter dient om vreemde stoffentegen te houden en water van de brandstof tescheiden. Als het van de brandstof afge-scheide water een bepaald volume over-schrijdt, wordt het waarschuwingssysteemgeactiveerd. Zie voor verdere informatie pa-gina 49.11. BrandstoffilterComponenten39
DMU49441CL5-schermHet CL5-scherm geeft de motorstatus enwaarschuwingsinformatie weer. Het displaykan worden gewijzigd. Deze handleiding be-schrijft hoofdzakelijk het waarschuwingsdis-play.Als een waarschuwingsbericht verschijnt ophet CL5-scherm, volg dan de instructies ophet scherm.NOTA:lDe functies die op het scherm wordenweergegeven, variëren afhankelijk van deuitrusting van de boot.lKijk voor meer informatie in de gebruikers-handleiding van de CL5.121. Aanraakscherm2.Power-toets12 4 65311 10 9 8 71. Status van de boot2.Snelheidsmeter3. Schakelpositie4. Tankniveau5. Motortoestand6. Aanduidingslamp bootbesturing7.Trimhoek8. Motorwaarschuwing9.
Toerenteller10.Substatus11.MotorstatusPictogrammen motortoestandOranje pictogrammen geven de toestand vande motor aan.lYamaha Security System-indicator “”(optioneel)Deze aanduidingslamp gaat aan wanneerhet Yamaha Security System zich in ver-grendelmodus bevindt. Vergewis u ervandat het uit is alvorens de motor te starten.NOTA:Deze functie wordt weergegeven wanneerhet 6X6-schakelaarpaneel is voorzien.lMotorwarmdraai-indicator “ ”Deze aanduidingslamp wordt weergege-ven terwijl de motor warmdraait en ver-dwijnt zodra de motor warm is.lMotorsynchronisatie-aanduidingslamp“ ”Bij meerdere motoren verschijnt deze aan-duidingslamp terwijl de motoren wordengesynchroniseerd door de motorsynchro-nisatieregeling. Het verdwijnt zodra de mo-toren gesynchroniseerd zijn.Pictogrammen motorwaarschuwingRode pictogrammen geven motorafwijkingenaan.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Yamaha F200 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Buitenboordmotor Yamaha
Handleiding Buitenboordmotor
Nieuwste handleidingen voor Buitenboordmotor