Yamaha F20 (2024) Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Yamaha F20 (2024) (124 pagina’s), behorend tot de categorie Buitenboordmotor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 9 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Yamaha F20 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/124
GEBRUIKERSHANDLEIDING
F20G
6HY-28199-75-D0

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Yamaha
Categorie: Buitenboordmotor
Model: F20 (2024)

Handleiding Yamaha F20 (2024) – volledige tekst

DMU25108Aan de eigenaarDank u voor het kiezen van een Yamahabuitenboordmotor. Deze gebruikershandlei-ding bevat informatie over juiste bediening,onderhoud en zorg. Een grondig begrip vandeze eenvoudige instructies zal u helpen ommaximaal plezier uit uw nieuwe Yamaha tekrijgen. Raadpleeg een Yamaha-dealer, in-dien u vragen over de bediening of onder-houd van uw buitenboordmotor hebt. In deze gebruikershandleiding is bijzonderbelangrijke informatie als volgt aangeduid. : dit is het symbool voor veiligheids-waarschuwingen. Het wordt gebruikt om uop mogelijke verwondinggevaren te wijzen. Volg alle veiligheidsmeldingen achter ditsymbool op om mogelijke verwondingen ofoverlijden te voorkomen. DWM00782Een WAARSCHUWING wijst op een ge-vaarlijke situatie die kan leiden tot dedood of ernstige letsels als ze niet wordtvermeden.

DCM00702Een alinea die vooraf wordt gegaan doorOPGELET vermeldt speciale voorzorgs-maatregelen die moeten worden geno-men om schade aan debuitenboordmotor of aan andere eigen-dommen te voorkomen. Een NOTA geeft belangrijke informatie omhandelingen gemakkelijker of duidelijker temaken. Yamaha zoekt voortdurend vooruitgang inproductontwerp en kwaliteit. Daarom, on-danks dat deze handleiding de laatste pro-ductinformatie bevat die verkrijgbaar is tentijde van uitgave, kunnen er kleine afwijkin-gen tussen uw machine en deze handleidingzijn. Raadpleeg uw Yamaha-dealer, indien uenige vragen aangaande dit handboek heeft. Yamaha raadt aan dat u het product correctgebruikt en de gespecificeerde periodiekeinspecties en onderhoud correct uitvoertvolgens de instructies in de gebruikershand-leiding, om een lang leven van het productte verzekeren.

Elke schade, veroorzaaktdoor het niet volgen van deze instructies,valt niet onder de garantie. Sommige landen hanteren wetten of regelsdie gebruikers verbieden het product mee tenemen buiten het land van aankoop. Dit kanhet registreren van het product in het landvan bestemming onmogelijk maken.

Daar-naast kan de garantie in sommige gebiedenniet van toepassing zijn. Raadpleeg de dea-ler waar het product is aangeschaft voormeer informatie, indien u het product meewilt nemen naar een ander land. Indien het gekochte product reeds was ge-bruikt, neemt u contact op met uw dichtst-bijzijnde dealer voor herregistratie en omrecht te krijgen op de aangegeven diensten. De F20GMH, F20GWH, F20GE, F20GEP ende standaardaccessoires worden gebruiktals basis voor de verklaringen en afbeeldin-gen in deze handleiding. Daardoor kunnensommige onderdelen niet op ieder modelvan toepassing zijn. Belangrijke handleidingsinformatie.

49Doorspoelplug. 49Installeren van de motorkap. 50Controleren van het kantelbe-krachtigingssysteem. 51Accu. 51Brandstof bijvullen. 51De motor gebruiken. 53Brandstof verzenden (draagbaretank). 53Starten van de motor. 54Controles na het starten van demotor. 60Koelwater. 60De motor laten warmdraaien. 60Modellen met manuele starter enelektrische starter. 60Controles na het warmdraaienvan de motor. 61Schakelen. 61Stopschakelaars. 61Schakelen. 61De boot stoppen. 63Stapvoets varen. 63Regelen van de snelheid voorstapvoets varen. 63Motor uitschakelen. 64Procedure. 64De buitenboordmotor trimmen. 65Afstellen van de trimhoek bij mo-dellen met een handbediendkantelmechanisme. 65Afstellen van de trimhoek (model-len met kantelbekrachtiging). 66Boottrim instellen. 67Naar boven en naar benedenkantelen. 68Procedure voor het naar bovenkantelen (modellen met hand-bediend kantelmechanisme).

DMU33623BuitenboordmotorveiligheidNeem deze voorzorgsmaatregelen te allentijde in acht. DMU36502PropellerPersonen kunnen gewond raken of gedoodworden wanneer ze in contact komen metde propeller. De propeller kan blijven bewe-gen wanneer de motor in neutraal staat, ende scherpe randen van de propeller kunnenook snijwonden veroorzaken terwijl de pro-peller stilstaat. l Schakel de motor uit wanneer er zich eenpersoon vlakbij de boot in het water be-vindt. l Houd mensen uit de buurt van de propel-ler, zelfs wanneer de motor niet draait. DMU40272Draaiende onderdelenHanden, voeten, haar, juwelen, kledingstuk-ken, zwemvestriempjes enz. kunnen wordengegrepen door de inwendige draaiende on-derdelen van de motor, met ernstige ver-wondingen of de dood tot gevolg. Verwijder de motorkap nooit als het nietecht nodig is. Verwijder of installeer de mo-torkap nooit terwijl de motor draait.

Laat de motor uitsluitend zonder motorkapdraaien met inachtneming van de specifiekeinstructies in de handleiding. Houd uw han-den, voeten, haar, juwelen, kledingstukken,zwemvestriempjes enz. uit de buurt vaneventuele blootliggende bewegende onder-delen. DMU33641Hete onderdelenTijdens en na de werking zijn bepaalde mo-toronderdelen heet genoeg om brandwon-den te veroorzaken. Vermijd iedereaanraking met onderdelen onder de motor-kap tot de motor is afgekoeld. DMU33651Elektrische schokkenRaak geen elektrische onderdelen aan bijhet starten van de motor of terwijl de motordraait. Ze kunnen schokken of elektrocutieveroorzaken. DMU34791KantelbekrachtigingEr kunnen lichaamsdelen worden verpletterdtussen de motor en de klembeugel wanneerde motor wordt getrimd of gekanteld. Houdlichaamsdelen te allen tijde uit deze zone.

Kom nooit onder het staartstuk als het ge-kanteld is, zelfs niet als de kantelsteunhen-del of -knop vergrendeld is. Als debuitenboordmotor per ongeluk valt, kunt uernstig gewond raken. DMU33672MotorstopschakelaarkoordBevestig de motorstopschakelaarkoord zodat de motor stopt wanneer de gebruikeroverboord valt of de stuurhendel verlaat. Datom te voorkomen dat de boot stuurloos ver-der vaart en mensen achterlaat, of overmensen of voorwerpen vaart. Bevestig de motorstopschakelaarkoord tij-dens het gebruik van de motor altijd op eenveilige plaats aan uw kleding, of aan uw armVeiligheidsinformatie1.

of been. Maak ze niet los om de stuurhen-del te verlaten terwijl de boot vaart. Bevestigde koord niet aan een kledingstuk dat loszou kunnen scheuren, en leid de koord nietlangs punten waar ze verstrikt kan raken,zodat ze haar functie niet langer vervult. Leid de koord niet langs plaatsen waar dekans groot is dat er per ongeluk aan wordtgetrokken. Als er aan de koord wordt ge-trokken tijdens het varen, wordt de motoruitgeschakeld en kunt u de boot niet meerbesturen. De boot zou snel kunnen vertra-gen, waardoor passagiers en voorwerpenvoorwaarts worden geslingerd. DMU33811BenzineBenzine en benzinedampen zijn uiterstbrandbaar en explosief. Volg voor het tan-ken steeds de procedure op pagina 53 omhet risico van brand en explosie zo kleinmogelijk te houden. DMU33821Blootstelling aan en morsen vanbenzineMors geen benzine. Als u toch benzinemorst, veeg hem dan onmiddellijk op metdroge doeken.

Werp de doeken weg zoalshet hoort. Mocht er benzine op uw huid terechtkomen,verwijder die dan onmiddellijk met zeep enwater. Trek andere kleren aan als er benzineop uw kleren terecht is gekomen. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u ben-zine hebt ingeslikt, heel veel benzinedamphebt ingeademd of benzine in de ogen hebtgekregen. Tracht nooit brandstof over te he-velen door ze aan te zuigen met uw mond. DMU33901KoolmonoxideDit product stoot uitlaatgassen uit die kool-monoxide bevatten, een kleur- en geurloosgas dat hersenschade of de dood van ver-oorzaken bij inademing. Symptomen vankoolmonoxidevergiftiging zijn onder meermisselijkheid, duizeligheid en slaperigheid. Zorg ervoor dat cockpit en cabine altijdgoed geventileerd zijn. Vermijd het blokke-ren van uitlaatopeningen. DMU33781WijzigingenTracht geen wijzigingen aan te brengen aandeze buitenboordmotor.

DMU33742ScheepvaartveiligheidDit hoofdstuk bevat enkele van vele belang-rijke veiligheidsvoorschriften die u dient nate leven tijdens het varen. DMU33711Alcohol en verdovende middelenGa nooit uit varen na het drinken van alco-hol of het innemen van verdovende midde-len. Intoxicatie is een van de voornaamstefactoren die bijdragen tot dodelijke ongeval-len op het water. DMU40281ZwemvestenZorg dat u een goedgekeurd zwemvest aanboord hebt voor elke passagier. Yamaharaadt u aan altijd een zwemvest te dragenwanneer u gaat varen. Kinderen en niet-zwemmers moeten in ieder geval altijd eenzwemvest dragen, en iedereen moet eenVeiligheidsinformatie2.

zwemvest dragen wanneer de vaaromstan-digheden gevaarlijk zijn of kunnen worden. DMU33732Mensen in het waterKijk altijd zorgvuldig uit voor mensen in hetwater, zoals zwemmers, waterskiërs of dui-kers, telkens wanneer de motor draait. Wan-neer er zich iemand in het water bevindtvlakbij de boot, schakelt u in neutraal en legtu de motor stil. Blijf uit de buurt van zwemzones. Zwem-mers kunnen moeilijk zichtbaar zijn. De propeller kan blijven draaien, zelfs wan-neer de motor in neutraal staat. Schakel demotor uit wanneer er zich een persoon vlak-bij de boot in het water bevindt. DMU33752PassagiersRaadpleeg de instructies van uw bootfabri-kant voor informatie over de aangewezenpassagiersplaatsen in uw boot en vergewisu ervan dat alle passagiers veilig plaats heb-ben genomen alvorens te accelereren enwanneer de motor sneller draait dan met hetstationair toerental.

Staan of zitten op nietaangewezen plaatsen kan ervoor zorgen datmen overboord wordt geslingerd of in deboot valt ten gevolge van golven, kielzog ofplotse snelheids- of richtingsveranderingen. Zelfs wanneer iedereen correct plaats heeftgenomen in de boot, dient u uw passagierste waarschuwen wanneer u een ongewoonmanoeuvre dient te maken. Tracht opsprin-gende golven en kielzog steeds te vermij-den. DMU33763OverladenDe boot mag nooit worden overladen. Kijkop de bootcapaciteitsplaat of raadpleeg debootfabrikant voor het toegestane maxi-mumgewicht en maximumaantal passa-giers. Zorg ervoor dat het gewicht naarbehoren over de boot is verdeeld in over-eenstemming met de instructies van debootfabrikant. Het overladen of verkeerdverdelen van het gewicht over de boot kande bestuurbaarheid van de boot in het ge-drang brengen en leiden tot ongevallen,kapseizen of vollopen.

ZMU06025Stuur defensief met een veilige snelheid enhoud voldoende afstand van mensen, voor-werpen en andere boten. l Vaar niet op korte afstand achter andereboten of waterskiërs. l Vermijd scherpe bochten of andere ma-noeuvres die het anderen moeilijk makenom u te ontwijken of te voorspellen waar uheen gaat. l Vermijd gebieden met gezonken voorwer-pen of ondiep water. Veiligheidsinformatie3.

l Ken uw grenzen en vermijd agressievemanoeuvres om het risico op controlever-lies en botsingen te vermijden en om tevermijden dat u uit het vaartuig wordt ge-slingerd. l Reageer tijdig om botsingen te vermijden. Vergeet niet dat boten geen remmen heb-ben en dat het afzetten van de motor ofhet verminderen van de stuwkracht dewenbaarheid kunnen verminderen. Als uniet zeker bent dat u op tijd kunt stoppenom een voorwerp te ontwijken, geef dangas bij en stuur in een andere richting. DMU48100Aanvaringen met drijvende of onder-gedompelde objectenAls de buitenboordmotor een drijvend ob-ject of een obstakel in het water raakt tij-dens het cruisen, kan het volgendegebeuren:l De passagiers en enig loszittend materi-aal of bagage kan mogelijk naar vorenworden gegooid vanwege het plotselingeafremmen. l Delen van de buitenboordmotor kunnenvanwege de botsing mogelijk loskomenen van de boot af worden gegooid.

l De boot of buitenboordmotor kan vanwe-ge de botsing mogelijk beschadigd raken. Wanneer u met de boot vaart in een gebiedwaar er zich mogelijk drijvende objecten ofobstakels in het water kunnen bevinden,moet u er zeker van zijn dat u de trimhoekvan de buitenboordmotor afstelt, dat u vaartmindert dat u de boot voorzichtig bedient. Voor meer informatie, zie pagina 72. Als de buitenboordmotor een drijvend ob-ject of obstakel in het water raakt, moet u erzeker van zijn dat zich er geen abnormalitei-ten omtrent de boot en de buitenboordmo-tor voordoen. Als er iets abnormaals wordtgeconstateerd, keert u terug met lage snel-heid terug naar de dichtsbijzijnde haven enlaat u een Yamaha-dealer de buitenboord-motor inspecteren. DMU33791WeersomstandighedenZorg dat u op de hoogte bent van het weer-bericht. Controleer de weersvoorspellingenalvorens uit te varen. Ga beter niet uit varenin gevaarlijk weer.

DMU25172Plaats voor identificatienum-mersDMU25186BuitenboordmotorserienummerHet serienummer van de buitenboordmotorstaat vermeld op het label op de bakboord-zijde van de klembeugel.Noteer uw buitenboordmotorserienummer inde daartoe voorziene ruimten om op te ge-ven bij het bestellen van wisselstukken bijuw Yamaha-dealer of als referentie in gevaluw buitenboordmotor wordt gestolen.1ZMU087131. Buitenboordmotorserienummerlocatie34 12ZMU016921. Serienummer2. Modelnaam3. Motorspiegelhoogte4. MotorcodeDMU25192SleutelnummerAls de motor is uitgerust met een hoofdsleu-telschakelaar, is het sleutelidentificatienum-mer ingestanst op uw sleutels zoals getoondop de afbeelding. Noteer dit nummer in deruimte voorzien als referentie in geval u eennieuwe sleutel nodig hebt.1ZMU016941.

DMU48442CE-markering/UKCA-marke-ringDit label wordt bevestigd op buitenboord-motoren die voldoen aan de Europese voor-schriften.1ZMU087141. Positie van het CE-label1ZMU087151. Positie van het CE-label6EE-43394-9015210026CE-markeringBuitenboordmotoren met deze “CE”-marke-ring voldoen aan de richtlijnen van; 2006/42/EG, 2014/30/EU, en 2013/53/EU.UKCA-markeringDit product voldoet aan de voorschriften vanPleziervaartuigen 2017, de voorschriften vanElektromagnetische Compatibiliteit 2016 enaan de (veiligheids)voorschriften voor Leve-ring van Machines 2008.Algemene informatie7

DMU33524Lees handleidingen en labelsAlvorens deze buitenboordmotor te bedienen of eraan te werken:l Lees deze handleiding.l Lees eventueel bij de boot geleverde handleidingen.l Lees alle labels op de buitenboordmotor en de boot.Voor eventuele bijkomende informatie kunt u terecht bij uw Yamaha-dealer.DMU33836Waarschuwingslabels Als deze labels beschadigd zijn of ontbreken, neem dan contact op met uw Yamaha-dea-ler voor vervanglabels.F20GE, F20GEP312ZMU08815Algemene informatie8

ZMU057461236EE-G2794-406EE-G2794-506EE-H1994-406EE-H1994-506EE-H1995-406EE-H1995-50DMU33913Inhoud van de labelsDe bovenstaande waarschuwingslabels be-tekenen het volgende.1DWM01692Bij een noodstart is er geen neutraal-startbeveiliging. Vergewis u ervan dat deschakelhendel in neutraal staat alvorensde motor te starten.2DWM01682l Houd handen, haar en kledingstukkenuit de buurt van draaiende onderdelenterwijl de motor draait.l Bij het starten of terwijl de motor draaitmag u geen elektrische onderdelenaanraken of verwijderen.3DWM01672l Lees de handleiding en de labels.l Draag een goedgekeurd zwemvest.l Bevestig het noodstopkoord aan uwzwemvest, uw arm of uw been zodat demotor stopt wanneer u de stuurhendelper ongeluk verlaat, om te voorkomendat de boot op hol kan slaan.Algemene informatie10

: (1) Buitenboordmotorserienummer; (2) livegegevens die de prestaties vande buitenboordmotor weergeven, zoals de bedrijfstoestand van de motor, de bootsnel-heid, de kilometerstand; en (3) andere gegevens die de status van de buitenboordmotorweergeven, zoals de diagnostische foutcodes (DTC). De verzamelde gegevens worden geüpload naar een server bij Yamaha Motor Co. , Ltd. wanneer een speciale Yamaha-diagnosetool aan de buitenboordmotor wordt gekoppeld bijde uitvoering van controles of procedures voor service en onderhoud. Hoe gebruiken we uw gegevens.

zijn gezamenlijke verwerkingsver-antwoordelijken met betrekking tot de verzamelde gegevens. Als u vragen of klachten hebtover de verwerking van uw persoonsgegevens, kunt u deze schriftelijk richten aan:Yamaha Motor Europe N. V. /Digital Marketing & CRM– Postbus 75033 – 1117 ZN Schiphol – Nederland. De hierboven verstrekte contactgegevens zijn UITSLUITEND bedoeld voor VRAGENOVER GEGEVENSVERWERKING EN ANDERE TYPEN VRAGEN ZULLEN NIET WORDENBEANTWOORD. Geef de volgende informatie voor de juiste behandeling van uw vraag: (1)Algemene informatie13.

Zie de capaciteitsplaatvan de boot of neem contact op met de fa-brikant.DMU40491Buitenboordmotor monterenDWM02501l Een verkeerde montage van de buiten-boordmotor kan tot gevaarlijke om-standigheden leiden, zoals eengebrekkige bestuurbaarheid, verliesvan controle of brand.l Aangezien de buitenboordmotor zeerzwaar is, is speciale uitrusting en oplei-ding vereist om hem veilig te monteren.Uw dealer of een andere persoon met erva-ring in het optuigen van boten moet de bui-tenboordmotor monteren met behulp van deSpecificaties en vereisten16

correcte apparatuur en de complete optuig-instructies. Voor meer informatie, zie pagina42. DMU33582AfstandsbedieningsvereistenDWM01581l Als de motor in versnelling start, kan deboot plots en onverwacht bewegen,waardoor er een botsing kan wordenveroorzaakt of passagiers over boordkunnen worden geworpen. l Wanneer de motor ooit in versnellingstart, werkt de neutraalstartbeveiligingniet correct en mag u de buitenboord-motor niet langer gebruiken. Neemcontact op met uw Yamaha-dealer. De afstandsbedieningseenheid moet wor-den uitgerust met (een) neutraal-startbevei-liging(en). Dat systeem zorgt ervoor dat demotor uitsluitend in neutraal kan worden ge-start. DMU25695AccuvereistenDMU25723Technische gegevens van de accuAccucapaciteit (CCA/EN):347–411 AAccucapaciteit (20HR/IEC):40 A/uDe motor kan niet worden gestart als de ac-cuspanning te laag is.

DMU36293Monteren van de accuMaak de accuhouder stevig vast op eendroge, goed verluchte en trillingsvrije plaatsin de boot. WAARSCHUWING. Plaats geenbrandbare items of losse, zware of meta-len voorwerpen in hetzelfde comparti-ment als de accu. Dat kan leiden totbrand, explosies of vonken. [DWM01821]AccukabelDe accukabelmaat en -lengte zijn essenti-eel. Raadpleeg uw Yamaha-dealer in ver-band met de accukabelmaat en -lengte. DMU44771Installeren van de accuDCM01091Er kan geen accu worden gekoppeld aanmodellen die geen gelijkrichter of gelijk-richterregelaar hebben. Als u een accu wenst te gebruiken, moet uwbuitenboordmotor uitgerust zijn met de vol-gende onderdelen. l Gelijkrichter of gelijkrichterregelaarl LichtspoelAls u niet weet of uw buitenboordmotor isuitgerust met deze onderdelen, dient u uwYamaha-dealer te raadplegen.

Installeer een optionele gelijkrichterregelaarof gebruik accessoires die bestand zijn te-gen 18 volt of meer met de bovengenoemdemodellen. Raadpleeg uw Yamaha-dealervoor informatie over het installeren van eenoptionele gelijkrichterregelaar.

DMU34196PropellerkeuzeNaast het selecteren van een buitenboord-motor is het selecteren van de juiste propel-ler een van de belangrijkste beslissingen dieeen booteigenaar dient te nemen. Het type,de omvang en het ontwerp van uw propellerhebben een rechtstreekse invloed op de ac-celeratie, de topsnelheid, hetSpecificaties en vereisten17.

brandstofverbruik en zelfs de levensduurvan de motor. Yamaha ontwerpt en vervaar-digt propellers voor iedere Yamaha-buiten-boordmotor en voor alle mogelijketoepassingen.Uw buitenboordmotor werd geleverd meteen Yamaha propeller die is gekozen omgoed te presteren in een reeks van toepas-singen, maar er kunnen toepassingen zijnwaar een andere propeller meer geschikt is.Uw Yamaha-dealer kan u helpen bij het kie-zen van de juiste propeller voor uw specifie-ke behoeften. Kies een propeller die demotor in staat stelt het middelste of boven-ste gedeelte van het toerentalbereik te be-reiken bij volgas en maximumlading. In hetalgemeen geldt dat een propeller met eengrotere spoed geschikt is voor geringere be-drijfsbelastingen en een propeller met eenkleinere spoed voor grotere belastingen.

Alsu sterk uiteenlopende ladingen vervoert, se-lecteer dan een propeller die de motor instaat stelt te draaien binnen het toerentalbe-reik voor uw maximumbelasting, maar denkeraan dat u de gashendelstand mogelijkmoet aanpassen om binnen het aanbevolenmotortoerentalbereik te blijven wanneer ulichtere ladingen vervoert.Voor het controleren van de propeller, ziepagina 96.ZMU04604-x1 2 31. Propellerdiameter in inches2. Propellerspoed in inches3. Type van propeller (propellermerk)ZMU04605-x1 2 31. Propellerdiameter in inches2. Propellerspoed in inches3. Type van propeller (propellermerk)DMU25771Neutraal-startbeveiligingYamaha-buitenboordmotoren of doorYamaha goedgekeurde afstandsbedienings-eenheden zijn uitgerust met (een) neutraal-startbeveiliging(en). Dat systeem zorgtervoor dat de motor uitsluitend kan wordengestart wanneer hij in neutraal staat.

Als de motorgeklop of gepingel begint te vertonen, ge-bruik dan een ander merk brandstof of lood-vrije superbenzine.Aanbevolen brandstof:Normale loodvrije benzineMin. researchoctaangetal (RON):90DCM01982l Gebruik geen loodhoudende benzine.Loodhoudende benzine kan de motorernstig beschadigen.l Zorg dat er geen water en vuil in debrandstoftank terechtkomen. Verontrei-nigde brandstof kan de prestaties vande motor aantasten of motorschadeveroorzaken. Gebruik uitsluitend versebenzine die zuivere bussen werd be-waard.Specificaties en vereisten19

E5 E10l Dit merkteken geeft de aanbevolen brand-stof voor deze buitenboordmotor zoalsgespecificeerd door de Europese regelge-ving (EN228) aan. l Controleer of de benzinespuit dezelfdeidentificatie heeft bij het bijtanken. GasoholEr bestaan twee types gasohol: gasohol metethanol (E5 en E10) en gasohol met metha-nol. Ethanol kan worden gebruikt als hetethanolgehalte niet meer dan 10% bedraagten de brandstof voldoet aan de minimumoc-taangetallen. E85 is een brandstof die 85%ethanol bevat en die niet mag worden ge-bruikt in uw buitenboordmotor. Alle ethanol-mengsels die meer dan 10% ethanolbevatten, kunnen schade aan het brandstof-systeem of motorstart- en -bedrijfsproble-men veroorzaken. Yamaha ontraadt hetgebruik van gasohol met methanol omdatdie schade kan veroorzaken aan het brand-stofsysteem of de motorprestaties kan aan-tasten.

Het verdient aanbeveling een waterafschei-dende scheepsbrandstoffilter (minimum 10micron) te installeren tussen de brandstof-tank en de buitenboordmotor van uw bootwanneer u ethanol gebruikt. Van ethanol isbekend dat het de absorptie van vocht inbrandstoftanks en -systemen van boten be-vordert. Vocht in de brandstof kan leiden totcorrosie van metalen brandstofsysteemon-derdelen en tot start- en werkingsproblemenen kan extra onderhoud van het brandstof-systeem noodzakelijk maken. DMU36881Modderig of zuurrijk waterYamaha raadt ten zeerste aan de optioneleverchroomde waterpompkit te laten installe-ren door uw dealer als u de buitenboordmo-tor in modderig of zuurrijk water moetgebruiken. Afhankelijk van het model is datechter misschien niet nodig. DMU36331Anti-foulingEen zuivere romp verbetert de prestatiesvan de boot.

De onderzijde van de bootmoet zoveel mogelijk vrij worden gehoudenvan aangroeiing. Indien nodig kan de onder-zijde van de boot worden bestreken met eenvoor uw streek goedgekeurde anti-foulingter voorkoming van aangroeiing. Gebruik geen anti-fouling die koper of gra-fiet bevat.

DMU40302Buitenboordmotorafdankings-vereistenDank de buitenboordmotor nooit op een il-legale manier af. Yamaha raadt u aan uwdealer te raadplegen in verband met het af-danken van de buitenboordmotor.DMU36353NooduitrustingHoud de volgende items aan boord voor hetgeval u motorpech krijgt.l Een gereedschapskit met verschillendeschroevendraaiers, tangen, sleutels (inclu-sief metrieke maten) en isolatietape.l Waterdichte zaklamp met extra batterijen.l Een extra motorstopschakelaarkoord metclip.l Reserveonderdelen, zoals een extra setbougies.Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor details.Specificaties en vereisten21

DMU25804BrandstoftankAls uw model werd uitgerust met een draag-bare brandstoftank, heeft die de volgendefunctie.DWM00021De brandstoftank die bij de motor wordtbijgeleverd, is het brandstofreservoir vande motor en mag niet worden gebruiktals een container om brandstof in op teslaan. Commerciële gebruikers moetenvoldoen aan de van toepassing zijnde li-centie- of goedkeuringsvoorschriften.ZMU0228431421. Brandstofleiding koppelstuk2. Brandstofmeter3. Brandstoftankkap4. OntluchtingsschroefDMU25831BrandstofleidingkoppelstukDat koppelstuk wordt gebruikt om de brand-stofleiding te verbinden.DMU25842BrandstofmeterDeze meter bevindt zich op de tankdop ofop de basis van het brandstofleidingkoppel-stuk. Hij toont de benaderende hoeveelheidresterende brandstof in de tank.DMU25851BenzinetankdopDeze dop sluit de brandstoftank af. Wan-neer hij wordt verwijderd, kan de tank metbrandstof worden gevuld.

Om de dop teverwijderen moet hij tegen de wijzers van deklok in worden gedraaid.DMU25861OntluchtingsschroefDeze schroef bevindt zich op de brandstof-tankdop. Om ze los te draaien moet ze te-gen de wijzers van de klok in wordengedraaid.DMU46753Yamaha Security System (Y-COP/optioneel)DCM02461Het Yamaha Security System wordt ver-kocht in overeenstemming met de gel-dende wetten en voorschriften inzake hetuitzenden van radiogolven. Dat betekentdat wanneer dit product wordt gebruiktbuiten het land waar het werd gekocht,het mogelijk niet voldoet aan de wettenof voorschriften inzake het uitzenden vanradiogolven in het land waar het wordtgebruikt. Raadpleeg uw Yamaha-dealervoor meer gedetailleerde informatie.Het Yamaha Security System, een diefstal-beveiligingssysteem, bestaat uit een ontvan-ger en sleutelhangers. Het Yamaha SecuritySystem is verkrijgbaar bij uw Yamaha-dea-ler.

1 21. Sleutelhanger2. OntvangerDe motor kan niet worden gestart wanneerhet beveiligingssysteem zich in de vergren-delmodus bevindt. De motor kan slechtsworden gestart in de ontgrendelmodus. Kijkvoor meer informatie in de installatie- en ge-bruikershandleiding bij het beveiligingssys-teem.DMU26183AfstandsbedieningskastDe afstandsbedieningshendel bedient zowelde schakelhendel als de gashendel. De elek-trische schakelaars bevinden zich op de af-standsbedieningskast.1235467ZMU017231. Kantelbekrachtigingsschakelaar2. Afstandsbedieningshendel3. Neutraal vergrendeltrekker4. Neutraal-gashendel5. Hoofdschakelaar6. Motoruitschakelaar7. GashendelfrictieafstellingDMU26192AfstandsbedieningshendelDoor de hendel naar voor te duwen vanuitde neutrale stand wordt de vooruitversnel-ling ingeschakeld. Door de hendel naar ach-ter te trekken vanuit de neutrale stand wordtde achteruitversnelling ingeschakeld.

Demotor blijft in vrijloop staan tot de hendelongeveer 35° wordt verplaatst; (er is eenpalletje te voelen). Door de hendel verder teduwen wordt de gasklep geopend en demotor begint te accelereren.1234 4556677FNRZMU017251. Neutraal “ ”2. Vooruit “ ”3. Achteruit “ ”4. Schakelen5. Volledig gesloten6. Gashendel7. Volledig openDMU26202Neutraal vergrendeltrekkerOm uit de neutrale stand te gaan moet ueerst de neutraal vergrendeltrekker omhoogtrekken.Componenten26

ZMU087246FM-0011. Brandstofverbruikindicator111. BrandstofverbruikindicatorDMU25978GashendelfrictieafstellingEen frictiesysteem zorgt voor een regelbarebewegingsweerstand van de gasgreep of deafstandsbedieningshendel, en kan wordeningesteld volgens de voorkeur van de schip-per.Om de weerstand te verhogen, draait u deafstelschroef met de klok mee. Om de weer-stand te verlagen, draait u de afstelschroeftegen de klok in. WAARSCHUWING! Draaide wrijvingsafstelschroef niet te vast. Alser te veel weerstand is, kan het moeilijkzijn om de gashendel of de greep te be-wegen, wat een ongeluk kan veroorza-ken. [DWM00033]ZMU03169ZMU08725Als u een constante snelheid wenst, moet ude afstelschroef aandraaien om de gewen-ste gashendelinstelling te behouden.DMU25996Noodstopkoord en clipDe clip moet bevestigd zijn aan de motor-stopschakelaar om de motor te laten draai-en.

verlaat, trekt de koord de clip uit waardoorde ontsteking van de motor wordt uitge-schakeld. Op die manier wordt voorkomendat de boot onbestuurd verder vaart.WAARSCHUWING! Bevestig de motor-stopschakelaarkoord tijdens het gebruikvan de motor op een veilige plaats aanuw kleding, of aan uw arm of been. Maakde koord niet vast aan kleren die kunnenworden losgetrokken. Zorg ervoor dat dekoord nergens achter verstrikt raakt,waardoor ze haar functie verliest. Zorgervoor dat u tijdens een normaal gebruikniet per ongeluk aan de koord trekt. Alsde motoraandrijving wegvalt, wordt deboot veel minder goed bestuurbaar. Zon-der motoraandrijving zal de boot ook snelvertragen. Daardoor kunnen personen envoorwerpen in de boot naar voren geslin-gerd worden. [DWM00123]ZMU017161231. Noodstopkoord2. Clip3. MotoruitschakelaarZMU087262131. Noodstopkoord2. Clip3. Motoruitschakelaar1122331. Noodstopkoord2. Clip3.

ZMU08727DMU26075Handgreep repeteerstarterDe repeteerstarter wordt gebruikt om demotor aan te zwengelen en te starten.ZMU08759DMU26083StartknopOm de motor met de elektrische starter testarten drukt u op de startknop.ZMU08729DMU26092HoofdschakelaarDe hoofdschakelaar bedient het ontste-kingssysteem; de werking ervan wordt hier-onder beschreven.l “” (uit)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(uit) zijn de elektrische schakelingen inactiefen kan de sleutel worden uitgenomen.l “” (aan)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(aan) zijn de elektrische schakelingen actiefen kan de sleutel niet worden uitgenomen.l “ ” (start)Met de hoofdschakelaar in de stand “”(start) begint de startmotor te draaien om demotor te starten. Wanneer de sleutel wordtlosgelaten, keert hij automatisch terug naarde stand “” (aan).Componenten31

ONSTARTOFFZMU01718DMU26103KantelbekrachtigingsschakelaarHet kantelbekrachtigingssysteem stelt dehoek van de buitenboordmotor ten opzichtevan de spiegel in. Door op de schakelaar op“” (up) te drukken wordt de buitenboord-motor naar boven gekanteld. Door op deschakelaar op “” (down) te drukken wordtde buitenboordmotor naar beneden gekan-teld. Als men de schakelaar loslaat, kanteltde motor niet verder.DNUP1ZMU017811. KantelbekrachtigingsschakelaarUPDNUPDN1ZMU087321. KantelbekrachtigingsschakelaarZMU09058111. KantelbekrachtigingsschakelaarVoor instructies betreffende het gebruik vande kantelbekrachtigingsschakelaar, zie pa-gina 65 en 68.Componenten32

DMU47160StuurfrictieregelhendelEen frictie-inrichting geeft een instelbareweerstand aan het stuurmechanisme en kanworden afgesteld naargelang van de voor-keur van de bestuurder. Onderaan op destuurhendelbracket bevindt er zich een in-stelhendel.Om de weerstand te verhogen, draait u dehendel naar stuurboord “A”.Om de weerstand te verlagen, draait u dehendel naar bakboord “B”.DWM00041Draai de wrijvingsafstelschroef niet tevast. Als er te veel weerstand is, kan hetmoeilijk zijn om te sturen, wat een onge-luk kan veroorzaken.A BZMU08730Als de weerstand niet toeneemt, zelfs nietwanneer de hendel naar stuurboord “A”wordt gedraaid, dient u na te gaan of demoer werd aangedraaid met het gespecifi-ceerde aandraaimoment.1ZMU087311.

UPDNRPMUPDN1ZMU087861. Schakelaar voor het regelen van de snelheidvoor stapvoets varenl De snelheid voor stapvoets varen wordtongeveer met 50 omw/min verhoogd ofverlaagd telkens wanneer een schakelaarwordt ingedrukt.l Als de snelheid voor stapvoets varen werdgewijzigd, keert de motor terug naar denormale snelheid voor stapvoets varennadat de motor werd uitgeschakeld enopnieuw gestart, of wanneer het motor-toerental wordt opgevoerd tot boven de3000 omw/min.l Voor instructies over het gebruik van deschakelaars voor het regelen van de snel-heid voor stapvoets varen, zie pagina63.DMU26246Trimtap met anodeDWM00841Een verkeerd afgestelde trimtap kan er-voor zorgen dat het moeilijk is om te stu-ren. Laat de motor altijd proefdraaiennadat een trimtap geïnstalleerd of vervan-gen is om er zeker van te zijn dat de be-sturing correct verloopt.

Zorg ervoor datu de bout vastdraait nadat de trimtap bij-geregeld is.De trimtap moet zo worden ingesteld dat erevenveel kracht moet worden uitgeoefendom de stuurinrichting naar rechts te draaienals om ze naar links te draaien.Als de boot de neiging heeft naar links (bak-boord) te draaien, dient u het achtereind vande trimtap naar bakboord te draaien (“A” inde afbeelding). Als de boot de neiging heeftnaar rechts (stuurboord) te draaien, dient uhet achtereind van de trimtap naar stuur-boord te draaien (“B” in de afbeelding).DCM00841De trimtap doet ook dienst als anode omde motor te beschermen tegen elektro-chemische corrosie. De trimtap mag nietworden geschilderd, want dan kan ze nietmeer als anode werken.12ABZMU087331. Trimtap2. BoutBoutaandraaimoment:18 N·m (1.8 kgf·m, 13 lb·ft)Componenten34

DMU26263Trimstang (kantelpen)De stand van de trimstang bepaalt de mini-mumtrimhoek van de buitenboordmotor tenopzichte van de spiegel.11ZMU087651. TrimstangDMU47200KantelvergrendelmechanismeHet kantelvergrendelmechanisme wordt ge-bruikt om te voorkomen dat de buitenboord-motor uit het water wordt getild bij hetachteruit varen.1ZMU087351. KantelvergrendelhendelOm de vergrendeling los te maken, trekt ude kantelvergrendelhendel in de stand “ ”(ontgrendelen).DMU26323KantelsteunknopOm de buitenboordmotor in de naar bovengekantelde stand te houden, dient u op dekantelsteunknop onder de zwenkbeugel tedrukken.1ZMU087361. KantelsteunknopDCM00661Gebruik de kantelsteunhendel of de kan-telsteunknop niet om de boot de slepen.De buitenboordmotor zou daardoor kun-nen lostrillen van de kantelsteun en val-len.

Als de boot niet kan worden gesleeptmet de motor in de normale stand, ge-bruik dan een bijkomend steunstuk omde motor in de gekantelde stand vast tezetten.DMU26334KantelsteunstangDe kantelsteunstang houdt de buitenboord-motor in de naar boven gekantelde stand.Componenten35

1ZMU087371. KantelsteunstangDCM01661Gebruik de kantelsteunstang niet bij hetslepen van de boot. De buitenboordmotorzou los kunnen trillen uit de kantelsteunen vallen. Als de motor niet kan wordengesleept in zijn normale bedrijfsstand,dient u een bijkomend ondersteunings-systeem te gebruiken om hem vast tezetten in de kantelstand.DMU26362KantelbekrachtigingseenheidDeze eenheid kantelt de buitenboordmotornaar boven en naar beneden en wordt be-diend met de kantelbekrachtigingsschake-laar.DCM00631Ga niet op de kantelbekrachtigingsmotorstaan en oefen er geen druk op uit. Dekantelbekrachtigingseenheid zou daar-door kunnen worden beschadigd.121. Kantelbekrachtigingseenheid2. KantelbekrachtigingsmotorDCM00661Gebruik de kantelsteunhendel of de kan-telsteunknop niet om de boot de slepen.De buitenboordmotor zou daardoor kun-nen lostrillen van de kantelsteun en val-len.

Als de boot niet kan worden gesleeptmet de motor in de normale stand, ge-bruik dan een bijkomend steunstuk omde motor in de gekantelde stand vast tezetten.DMU39264MotorkapvergrendelhendelDe motorkapvergrendelhendel(s) wordt (wor-den) gebruikt om de motorkap vast te zet-ten.Componenten36

1ZMU087381. MotorkapvergrendelhendelDMU26464DoorspoelplugDit systeem wordt gebruikt om de koelwa-terdoorgangen van de motor te reinigen metbehulp van een tuinslang en leidingwater.ZMU0873911. DoorspoelplugVoor details over het gebruik, zie pagina80.DMU26305Waarschuwingslampje Als de motor een toestand vertoont die eenwaarschuwing veroorzaakt, gaat het contro-lelampje aan. Meer informatie over het inter-preteren van het waarschuwingslampje vindtu op pagina 40.1ZMU087401. Waarschuwingslampje11. WaarschuwingslampjeComponenten37

DMU36016Verklikkers DMU36026OliedrukwaarschuwingslampjeAls de oliedruk te laag is, gaat dit waarschu-wingslampje aan. Voor meer informatie, ziepagina 40.DCM00024l Laat de motor niet draaien wanneer hetwaarschuwingslampje voor lage olie-druk brandt en het motoroliepeil te laagis. Dat leidt tot ernstige motorschade.l Het waarschuwingslampje voor lageoliedruk geeft niet het motoroliepeilaan. Gebruik de oliepeilstok om hetoliepeil te controleren. Zie voor verdereinformatie pagina 49.1ZMU087411. Oliedrukwaarschuwingslampje11. OliedrukwaarschuwingslampjeDMU36034OververhittingwaarschuwingslampjeAls de temperatuur van de motor te hoog is,gaat dit verklikkerlampje aan. Voor meer in-formatie over het aflezen van het verklikker-lampje, zie pagina 40.DCM00053Laat de motor niet draaien wanneer hetoververhittingwaarschuwingslampjebrandt. Dat leidt tot ernstige motorscha-de.1ZMU087421.

DMU26806WaarschuwingssysteemDCM00093Laat de motor niet draaien wanneer ereen waarschuwing geactiveerd is. Raad-pleeg uw Yamaha-dealer als u het pro-bleem niet kunt lokaliseren en oplossen.DMU43754OververhittingswaarschuwingDeze motor heeft een oververhittingwaar-schuwingssysteem.

Als de motortempera-tuur te erg stijgt, wordt hetwaarschuwingssysteem geactiveerd.l Het motortoerental zal automatisch zak-ken tot 2000–3500 omw/min.l Het oververhittingwaarschuwingslampjezal branden of knipperen (indien voor-zien).ZMU08743l De zoemer zal weerklinken (indien aanwe-zig op de stuurhendel, de afstandsbedie-ningdoos of het hoofdschakelaarpaneel).ZMU01758Als het waarschuwingssysteem in werking isgetreden, schakelt u de motor uit en contro-leert u de koelwaterinlaten:l Controleer de trimhoek om na te gaan ofde koelwaterinlaat onder water zit.l Controleer of de koelwaterinlaat niet ver-stopt is.ZMU08744Motorcontrolesysteem40

DMU26869OliedrukwaarschuwingAls de oliedruk te erg daalt, wordt het waar-schuwingssysteem geactiveerd.l Het toerental van de motor zal automa-tisch zakken tot ongeveer 2000–3500omw/min.l Het oliedrukwaarschuwingslampje zalcontinu branden of knipperen (indien voor-zien).ZMU08745l De zoemer weerklinkt (indien voorzien).ZMU02360Als het waarschuwingssysteem werd geac-tiveerd, dient u de motor uit te schakelenzodra dat op een veilige wijze kan. Contro-leer het oliepeil en vul indien nodig olie bij.Als het oliepeil correct is, dient u uwYamaha-dealer te raadplegen.Motorcontrolesysteem41

DMU26903InstallatieDe informatie in dit hoofdstuk wordt slechtsbij wijze van referentie verstrekt. Het is nietmogelijk complete instructies te verschaffenover iedere mogelijke boot/motor-combina-tie. Een correcte montage hangt gedeeltelijkaf van de ervaring en de specifieke boot/motor-combinatie.DWM01591l Een boot te krachtig aandrijven kanernstige instabiliteit veroorzaken. In-stalleer nooit een buitenboordmotor opuw boot met meer paardenkracht danhet maximale nominale paardenkracht-vermogen op de capaciteitsplaat vande boot. Als de boot geen capaciteits-plaat heeft, neem dan contact op metde fabrikant van de boot.l Een verkeerde montage van de buiten-boordmotor kan tot gevaarlijke om-standigheden leiden, zoals eengebrekkige bestuurbaarheid, verliesvan controle of brand.

Modellen voorpermanente montage moeten wordengemonteerd door uw dealer of dooreen andere persoon met voldoende er-varing in het optuigen van boten.DMU47170De buitenboordmotor monterenDCM01681Pak de motor niet vast bij de motorkapbij het monteren of demonteren van debuitenboordmotor. De motorkap zou loskunnen komen, waardoor de buiten-boordmotor zou vallen.(1) Monteer de buitenboordmotor uitslui-tend wanneer de boot zich aan land be-vindt. Als de boot op het water ligt,dient u hem eerst aan land te trekken.(2)Om stuurbeweging te voorkomen,draait u de instelhendel naar “A” (indienuitgerust met de instelhendel). Om destuurbracket gemakkelijk vast te kunnenhouden, beweegt u de stuurhendel inde verticale stand (indien uitgerust metde stuurhendel).ZMU08787A(3) Houd de handgreep vast zoals getoondin de illustratie en til de buitenboordmo-tor met de hulp van een tweede per-soon op.Installatie42

0–25 mm (0–1 in)11. LeegloopopeningDCM01635l Zorg dat het leegloopgat hoog genoegis om te voorkomen dat er water demotor binnendringt, zelfs als de bootvastligt met de maximale lading.l Onjuiste motorhoogte of belemmerin-gen in de gelijkmatige doorstromingvan het water (zoals het ontwerp of detoestand van de boot, of accessoireszoals zwemtrappen of dieptesensoren)kunnen tijdens het varen met de bootwaternevel in de lucht veroorzaken. Alsde buitenboordmotor continu wordt be-diend met in de lucht aanwezige water-nevel, kan er via de luchtinlaatopeningin de motorkap genoeg water de motorbinnendringen om ernstige schade aande motor te veroorzaken. Neem de oor-zaak van in de lucht aanwezige water-nevel weg.l De optimale montagehoogte van de bui-tenboordmotor hangt af van de boot/mo-tor-combinatie en van de gewenstetoepassing.

Testvaarten met verschillendemontagehoogten kunnen u helpen bij hetbepalen van de optimale montagehoogte.Raadpleeg uw Yamaha-dealer of bootfa-brikant voor meer informatie over het be-palen van de juiste montagehoogte.l Voor instructies betreffende het instellenvan de trimhoek van de buitenboordmo-tor, zie pagina 65.DMU26974Vastklemmen van de buitenboord-motor(1) Zet de buitenboordmotor zo op de spie-gel dat hij zo dicht mogelijk bij het mid-den staat. Draai de spiegelknevelboutengelijkmatig en stevig aan. Controleer tij-dens het varen af en toe of de klem-schroeven nog vast zitten, want zijkunnen loskomen door het trillen van demotor. WAARSCHUWING! Met losseknevelbouten kan de buitenboordmo-tor afvallen van of verschuiven op despiegel. Dit kan leiden tot verlies vancontrole en ernstig letsel. Zorg ervoordat de knevelbouten stevig zijn aan-gedraaid.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Yamaha F20 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden