Yamaha F130 (2024) Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Yamaha F130 (2024) (120 pagina’s), behorend tot de categorie Buitenboordmotor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Yamaha F130 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/120
F115
LF115
F130
6EK-28199-79-D0
Lees deze handleiding zorgvuldig alvorens uw
buitenboordmotor te gebruiken.
GEBRUIKERSHANDLEIDING

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Yamaha
Categorie: Buitenboordmotor
Model: F130 (2024)

Handleiding Yamaha F130 (2024) – volledige tekst

DMU25108Aan de eigenaarDank u voor het kiezen van een Yamaha bui-tenboordmotor. Deze gebruikershandleidingbevat informatie over juiste bediening, on-derhoud en zorg. Een grondig begrip van de-ze eenvoudige instructies zal u helpen ommaximaal plezier uit uw nieuwe Yamaha tekrijgen. Raadpleeg een Yamaha-dealer, in-dien u vragen over de bediening of onder-houd van uw buitenboordmotor hebt. In deze gebruikershandleiding is bijzonderbelangrijke informatie als volgt aangeduid. : dit is het symbool voor veiligheidswaar-schuwingen. Het wordt gebruikt om u op mo-gelijke verwondinggevaren te wijzen. Volg al-le veiligheidsmeldingen achter dit symboolop om mogelijke verwondingen of overlijdente voorkomen. DWM00782Een WAARSCHUWING wijst op een ge-vaarlijke situatie die kan leiden tot dedood of ernstige letsels als ze niet wordtvermeden.

DCM00702Een alinea die vooraf wordt gegaan doorOPGELET vermeldt speciale voorzorgs-maatregelen die moeten worden geno-men om schade aan de buitenboordmotorof aan andere eigendommen te voorko-men. NOTA:Een NOTA geeft belangrijke informatie omhandelingen gemakkelijker of duidelijker temaken. Yamaha zoekt voortdurend vooruitgang inproductontwerp en kwaliteit. Daarom, on-danks dat deze handleiding de laatste pro-ductinformatie bevat die verkrijgbaar is tentijde van uitgave, kunnen er kleine afwijkin-gen tussen uw machine en deze handleidingzijn. Raadpleeg uw Yamaha-dealer, indien uenige vragen aangaande dit handboek heeft. Yamaha raadt aan dat u het product correctgebruikt en de gespecificeerde periodieke in-specties en onderhoud correct uitvoert vol-gens de instructies in de gebruikershandlei-ding, om een lang leven van het product teverzekeren.

Elke schade, veroorzaakt doorhet niet volgen van deze instructies, valt nietonder de garantie. Sommige landen hanteren wetten of regelsdie gebruikers verbieden het product mee tenemen buiten het land van aankoop. Dit kanhet registreren van het product in het landvan bestemming onmogelijk maken.

Daar-naast kan de garantie in sommige gebiedenniet van toepassing zijn. Raadpleeg de dea-ler waar het product is aangeschaft voormeer informatie, indien u het product meewilt nemen naar een ander land. Indien het gekochte product reeds was ge-bruikt, neemt u contact op met uw dichtstbij-zijnde dealer voor herregistratie en om rechtte krijgen op de aangegeven diensten. NOTA:De F115B, LF115B, F130A en de standaard-accessoires worden gebruikt als basis voorde verklaringen en afbeeldingen in dezehandleiding. Daardoor kunnen sommige on-derdelen niet op ieder model van toepassingzijn. Belangrijke handleidingsinformatie.

Controles na het starten van demotor. 65Koelwater. 65De motor laten warmdraaien. 65Procedure voor het warmdraaienvan de motor. 65Controles na het warmdraaienvan de motor. 65Schakelen. 65Stopschakelaars. 66Schakelen. 66De boot stoppen. 68Stapvoets varen. 68Regelen van de snelheid voorstapvoets varen. 68Motor uitschakelen. 69Procedure. 69De buitenboordmotor trimmen. 70Instellen van de trimhoek (trim-en kantelbekrachtiging). 70Boottrim instellen. 71Naar boven en naar benedenkantelen. 72Procedure voor omhoog kantelen(modellen met trim- enkantelbekrachtiging). 72Procedure voor omlaag kantelen. 74Ondiep water. 75Varen in ondiep water. 75Varen in andereomstandigheden. 76Onderhoud. 78Vervoeren en opbergen van debuitenboordmotor. 78Opbergen van debuitenboordmotor. 78Procedure. 79Smering. 81Spoelen van koelwatermantel. 81Reiniging van debuitenboordmotor.

DMU33623BuitenboordmotorveiligheidNeem deze voorzorgsmaatregelen te allentijde in acht. DMU36502PropellerPersonen kunnen gewond raken of gedoodworden wanneer ze in contact komen met depropeller. De propeller kan blijven bewegenwanneer de motor in neutraal staat, en descherpe randen van de propeller kunnen ooksnijwonden veroorzaken terwijl de propellerstilstaat. lSchakel de motor uit wanneer er zich eenpersoon vlakbij de boot in het water be-vindt. lHoud mensen uit de buurt van de propeller,zelfs wanneer de motor niet draait. DMU40272Draaiende onderdelenHanden, voeten, haar, juwelen, kledingstuk-ken, zwemvestriempjes enz. kunnen wordengegrepen door de inwendige draaiende on-derdelen van de motor, met ernstige verwon-dingen of de dood tot gevolg. Verwijder de motorkap nooit als het niet echtnodig is. Verwijder of installeer de motorkapnooit terwijl de motor draait.

Laat de motor uitsluitend zonder motorkapdraaien met inachtneming van de specifiekeinstructies in de handleiding. Houd uw han-den, voeten, haar, juwelen, kledingstukken,zwemvestriempjes enz. uit de buurt vaneventuele blootliggende bewegende onder-delen. DMU33641Hete onderdelenTijdens en na de werking zijn bepaalde mo-toronderdelen heet genoeg om brandwon-den te veroorzaken. Vermijd iedere aanra-king met onderdelen onder de motorkap totde motor is afgekoeld. DMU33651Elektrische schokkenRaak geen elektrische onderdelen aan bij hetstarten van de motor of terwijl de motordraait. Ze kunnen schokken of elektrocutieveroorzaken. DMU33662Trim- en kantelbekrachtigingEr kunnen lichaamsdelen worden verpletterdtussen de motor en de klembeugel wanneerde motor wordt getrimd of gekanteld. Houdlichaamsdelen te allen tijde uit deze zone.

Houd mensen uit de buurt van deschakelaars tijdens werkzaamheden rondomde motor. Kom nooit onder het staartstuk als het ge-kanteld is, zelfs niet als de kantelsteunhendelvergrendeld is. Als de buitenboordmotor perongeluk valt, kunt u ernstig gewond raken. DMU33672MotorstopschakelaarkoordBevestig de motorstopschakelaarkoord zodat de motor stopt wanneer de gebruikeroverboord valt of de stuurhendel verlaat. Datom te voorkomen dat de boot stuurloos ver-der vaart en mensen achterlaat, of over men-sen of voorwerpen vaart. Bevestig de motorstopschakelaarkoord tij-dens het gebruik van de motor altijd op eenveilige plaats aan uw kleding, of aan uw armof been. Maak ze niet los om de stuurhendelte verlaten terwijl de boot vaart. Bevestig dekoord niet aan een kledingstuk dat los zouVeiligheidsinformatie1.

kunnen scheuren, en leid de koord niet langspunten waar ze verstrikt kan raken, zodat zehaar functie niet langer vervult. Leid de koord niet langs plaatsen waar dekans groot is dat er per ongeluk aan wordtgetrokken. Als er aan de koord wordt getrok-ken tijdens het varen, wordt de motor uitge-schakeld en kunt u de boot niet meer bestu-ren. De boot zou snel kunnen vertragen,waardoor passagiers en voorwerpen voor-waarts worden geslingerd. DMU33811BenzineBenzine en benzinedampen zijn uiterstbrandbaar en explosief. Volg voor het tan-ken steeds de procedure op pagina 61 omhet risico van brand en explosie zo klein mo-gelijk te houden. DMU33821Blootstelling aan en morsen van ben-zineMors geen benzine. Als u toch benzinemorst, veeg hem dan onmiddellijk op metdroge doeken. Werp de doeken weg zoalshet hoort. Mocht er benzine op uw huid terechtkomen,verwijder die dan onmiddellijk met zeep enwater.

Trek andere kleren aan als er benzineop uw kleren terecht is gekomen. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u benzi-ne hebt ingeslikt, heel veel benzinedamphebt ingeademd of benzine in de ogen hebtgekregen. Tracht nooit brandstof over te he-velen door ze aan te zuigen met uw mond. DMU33901KoolmonoxideDit product stoot uitlaatgassen uit die kool-monoxide bevatten, een kleur- en geurloosgas dat hersenschade of de dood van ver-oorzaken bij inademing. Symptomen vankoolmonoxidevergiftiging zijn onder meermisselijkheid, duizeligheid en slaperigheid. Zorg ervoor dat cockpit en cabine altijd goedgeventileerd zijn. Vermijd het blokkeren vanuitlaatopeningen. DMU33781WijzigingenTracht geen wijzigingen aan te brengen aandeze buitenboordmotor. Wijzigingen aan uwbuitenboordmotor kunnen de veiligheid enbetrouwbaarheid aantasten, en de buiten-boordmotor onveilig of onwettig voor gebruikmaken.

DMU33711Alcohol en verdovende middelenGa nooit uit varen na het drinken van alcoholof het innemen van verdovende middelen. Intoxicatie is een van de voornaamste facto-ren die bijdragen tot dodelijke ongevallen ophet water. DMU40281ZwemvestenZorg dat u een goedgekeurd zwemvest aanboord hebt voor elke passagier. Yamaharaadt u aan altijd een zwemvest te dragenwanneer u gaat varen. Kinderen en niet-zwemmers moeten in ieder geval altijd eenzwemvest dragen, en iedereen moet eenzwemvest dragen wanneer de vaaromstan-digheden gevaarlijk zijn of kunnen worden. DMU33732Mensen in het waterKijk altijd zorgvuldig uit voor mensen in hetwater, zoals zwemmers, waterskiërs of dui-kers, telkens wanneer de motor draait. Wan-Veiligheidsinformatie2.

neer er zich iemand in het water bevindt vlak-bij de boot, schakelt u in neutraal en legt u demotor stil. Blijf uit de buurt van zwemzones. Zwemmerskunnen moeilijk zichtbaar zijn. De propeller kan blijven draaien, zelfs wan-neer de motor in neutraal staat. Schakel demotor uit wanneer er zich een persoon vlakbijde boot in het water bevindt. DMU33752PassagiersRaadpleeg de instructies van uw bootfabri-kant voor informatie over de aangewezenpassagiersplaatsen in uw boot en vergewis uervan dat alle passagiers veilig plaats heb-ben genomen alvorens te accelereren enwanneer de motor sneller draait dan met hetstationair toerental. Staan of zitten op nietaangewezen plaatsen kan ervoor zorgen datmen overboord wordt geslingerd of in de bootvalt ten gevolge van golven, kielzog of plotsesnelheids- of richtingsveranderingen.

Zelfswanneer iedereen correct plaats heeft geno-men in de boot, dient u uw passagiers tewaarschuwen wanneer u een ongewoon ma-noeuvre dient te maken. Tracht opspringen-de golven en kielzog steeds te vermijden. DMU33763OverladenDe boot mag nooit worden overladen. Kijk opde bootcapaciteitsplaat of raadpleeg de boot-fabrikant voor het toegestane maximumge-wicht en maximumaantal passagiers. Zorgervoor dat het gewicht naar behoren over deboot is verdeeld in overeenstemming met deinstructies van de bootfabrikant. Het overla-den of verkeerd verdelen van het gewichtover de boot kan de bestuurbaarheid van deboot in het gedrang brengen en leiden tot on-gevallen, kapseizen of vollopen. DMU33773Vermijd botsingenWees voortdurend op de uitkijk voor mensen,voorwerpen en andere boten. Wees op uwhoede voor omstandigheden die de zicht-baarheid beperken of uw zicht blokkeren.

ZMU06025Stuur defensief met een veilige snelheid enhoud voldoende afstand van mensen, voor-werpen en andere boten. lVaar niet op korte afstand achter andereboten of waterskiërs. lVermijd scherpe bochten of andere ma-noeuvres die het anderen moeilijk makenom u te ontwijken of te voorspellen waar uheen gaat.

lVermijd gebieden met gezonken voorwer-pen of ondiep water. lKen uw grenzen en vermijd agressievemanoeuvres om het risico op controlever-lies en botsingen te vermijden en om tevermijden dat u uit het vaartuig wordt ge-slingerd. lReageer tijdig om botsingen te vermijden. Vergeet niet dat boten geen remmen heb-ben en dat het afzetten van de motor of hetverminderen van de stuwkracht de wen-baarheid kunnen verminderen. Als u nietzeker bent dat u op tijd kunt stoppen omeen voorwerp te ontwijken, geef dan gas bijen stuur in een andere richting. Veiligheidsinformatie3.

DMU48100Aanvaringen met drijvende of onder-gedompelde objectenAls de buitenboordmotor een drijvend objectof een obstakel in het water raakt tijdens hetcruisen, kan het volgende gebeuren:lDe passagiers en enig loszittend materiaalof bagage kan mogelijk naar voren wordengegooid vanwege het plotselinge afrem-men.lDelen van de buitenboordmotor kunnenvanwege de botsing mogelijk loskomen envan de boot af worden gegooid.lDe boot of buitenboordmotor kan vanwegede botsing mogelijk beschadigd raken.Wanneer u met de boot vaart in een gebiedwaar er zich mogelijk drijvende objecten ofobstakels in het water kunnen bevinden,moet u er zeker van zijn dat u de trimhoek vande buitenboordmotor afstelt, dat u vaart min-dert dat u de boot voorzichtig bedient.

Voormeer informatie, zie pagina 75.Als de buitenboordmotor een drijvend objectof obstakel in het water raakt, moet u er zekervan zijn dat zich er geen abnormaliteiten om-trent de boot en de buitenboordmotor voor-doen. Als er iets abnormaals wordt gecon-stateerd, keert u terug met lage snelheid te-rug naar de dichtsbijzijnde haven en laat ueen Yamaha-dealer de buitenboordmotor in-specteren.DMU33791WeersomstandighedenZorg dat u op de hoogte bent van het weer-bericht. Controleer de weersvoorspellingenalvorens uit te varen. Ga beter niet uit varenin gevaarlijk weer.DMU33881PassagiersopleidingZorg ervoor dat ten minste één andere pas-sagier opgeleid is in het besturen van de bootin geval van nood.DMU33891ScheepvaartveiligheidspublicatiesInformeer u over de scheepvaartveiligheids-voorschriften.

DMU25172Plaats voor identificatienum-mersDMU25186BuitenboordmotorserienummerHet serienummer van de buitenboordmotorstaat vermeld op het label op de bakboord-zijde van de klembeugel.Noteer uw buitenboordmotorserienummer inde daartoe voorziene ruimten om op te gevenbij het bestellen van wisselstukken bij uwYamaha-dealer of als referentie in geval uwbuitenboordmotor wordt gestolen.11. Buitenboordmotorserienummerlocatie3412ZMU016921. Serienummer2.Modelnaam3. Motorspiegelhoogte4. MotorcodeDMU25192SleutelnummerAls de motor is uitgerust met een hoofdsleu-telschakelaar, is het sleutelidentificatienum-mer ingestanst op uw sleutels zoals getoondop de afbeelding. Noteer dit nummer in deruimte voorzien als referentie in geval u eennieuwe sleutel nodig hebt.1ZMU016941.

DMU48442CE-markering/UKCA-marke-ringDit label wordt bevestigd op buitenboordmo-toren die voldoen aan de Europese voor-schriften.11. Positie van het CE-label6EE-43394-9015210026CE-markeringBuitenboordmotoren met deze “CE”-marke-ring voldoen aan de richtlijnen van; 2006/42/EG, 2014/30/EU, en 2013/53/EU.UKCA-markeringDit product voldoet aan de voorschriften vanPleziervaartuigen 2017, de voorschriften vanElektromagnetische Compatibiliteit 2016 enaan de (veiligheids)voorschriften voor Leve-ring van Machines 2008.DMU46133ConformiteitsmerklabelMotoren voorzien van dit label voldoen aande voorschriften van het betreffende land.Dit label bevindt zich op de klembeugel of dezwenkbeugel.11. Locatie conformiteitsmerklabelRegulatory Compliance Mark (RCM)Motoren voorzien van dit merkteken voldoenaan een bepaald gedeelte/aan bepaalde ge-deelten van de “Australian Radio Communi-cations Act”.ZMU0819011.

DMU33524Lees handleidingen en labelsAlvorens deze buitenboordmotor te bedienen of eraan te werken:lLees deze handleiding.lLees eventueel bij de boot geleverde handleidingen.lLees alle labels op de buitenboordmotor en de boot.Voor eventuele bijkomende informatie kunt u terecht bij uw Yamaha-dealer.DMU33836Waarschuwingslabels Als deze labels beschadigd zijn of ontbreken, neem dan contact op met uw Yamaha-dealervoor vervanglabels.132Algemene informatie8

6EE-G2794-406EE-H1994-40126EE-G2794-506EE-H1994-50DMU34652Inhoud van de labelsDe bovenstaande waarschuwingslabels be-tekenen het volgende.1DWM01682lHoud handen, haar en kledingstukkenuit de buurt van draaiende onderdelenterwijl de motor draait.lBij het starten of terwijl de motor draaitmag u geen elektrische onderdelen aan-raken of verwijderen.2DWM01672lLees de handleiding en de labels.lDraag een goedgekeurd zwemvest.lBevestig het noodstopkoord aan uwzwemvest, uw arm of uw been zodat demotor stopt wanneer u de stuurhendelper ongeluk verlaat, om te voorkomendat de boot op hol kan slaan.DMU33851Andere labels3Algemene informatie9

De verzamelde gegevens worden geüpload naar een server bij Yamaha Motor Co. , Ltd. wanneer een speciale Yamaha-diagnosetool aan de buitenboordmotor wordt gekoppeld bijde uitvoering van controles of procedures voor service en onderhoud. Hoe gebruiken we uw gegevens. Yamaha gebruikt verzamelde gegevens van uw buitenboordmotor: (1) voor de uitvoering vanadequaat onderhoud, inclusief diagnose; (2) om garantieclaims te kunnen beoordelen; (3)voor onderzoeks- en ontwikkelingsdoeleinden van de buitenboordmotor; (4) ten behoeve vande levering en verbetering van producten, functies en diensten; (5) om onze zakelijke doel-stellingen te ondersteunen; en (6) om te voldoen aan de vereisten van wet- en regelgeving. Hoe delen we uw gegevens.

zijn gezamenlijke verwerkingsver-antwoordelijken met betrekking tot de verzamelde gegevens. Als u vragen of klachten hebtover de verwerking van uw persoonsgegevens, kunt u deze schriftelijk richten aan:Yamaha Motor Europe N. V. /Digital Marketing & CRM– Postbus 75033 – 1117 ZN Schiphol – Nederland. De hierboven verstrekte contactgegevens zijn UITSLUITEND bedoeld voor VRAGENOVER GEGEVENSVERWERKING EN ANDERE TYPEN VRAGEN ZULLEN NIET WOR-DEN BEANTWOORD. Geef de volgende informatie voor de juiste behandeling van uw vraag:(1) Uw naam; (2) uw e-mailadres; (3) uw woonland; en (4) uw buitenboordmotorserie-Algemene informatie12.

Controleer voor het plaatsen van de buiten-boordmotor(en) of de totale paardenkrachtenvan uw buitenboordmotor(en) niet het maxi-male paardenkrachtvermogen van de bootoverschrijdt. Zie de capaciteitsplaat van deboot of neem contact op met de fabrikant. DMU40491Buitenboordmotor monterenDWM02501lEen verkeerde montage van de buiten-boordmotor kan tot gevaarlijke omstan-digheden leiden, zoals een gebrekkigebestuurbaarheid, verlies van controleof brand. lAangezien de buitenboordmotor zeerzwaar is, is speciale uitrusting en oplei-ding vereist om hem veilig te monteren. Uw dealer of een andere persoon met erva-ring in het optuigen van boten moet de bui-tenboordmotor monteren met behulp van decorrecte apparatuur en de complete optuig-instructies. Voor meer informatie, zie pagina53.

DMU33582AfstandsbedieningsvereistenDWM01581lAls de motor in versnelling start, kan deboot plots en onverwacht bewegen,waardoor er een botsing kan wordenveroorzaakt of passagiers over boordkunnen worden geworpen. lWanneer de motor ooit in versnellingstart, werkt de neutraalstartbeveiligingniet correct en mag u de buitenboord-motor niet langer gebruiken. Neem con-tact op met uw Yamaha-dealer.

ging(en). Dat systeem zorgt ervoor dat demotor uitsluitend in neutraal kan worden ge-start. DMU25695AccuvereistenDMU25723Technische gegevens van de accuAccucapaciteit (CCA/EN):430–1080 AAccucapaciteit (20HR/IEC):70 A/uDe motor kan niet worden gestart als de ac-cuspanning te laag is. DMU36293Monteren van de accuMaak de accuhouder stevig vast op een dro-ge, goed verluchte en trillingsvrije plaats inde boot. WAARSCHUWING. Plaats geenbrandbare items of losse, zware of meta-len voorwerpen in hetzelfde comparti-ment als de accu. Dat kan leiden tot brand,explosies of vonken. [DWM01821]AccukabelDe accukabelmaat en ‐lengte zijn essentieel. Raadpleeg uw Yamaha-dealer in verbandmet de accukabelmaat en ‐lengte. DMU41604PropellerkeuzeNaast het selecteren van een buitenboord-motor is het selecteren van de juiste propellereen van de belangrijkste beslissingen dieeen booteigenaar dient te nemen.

Het type,de omvang en het ontwerp van uw propellerhebben een rechtstreekse invloed op de ac-celeratie, de topsnelheid, het brandstofver-bruik en zelfs de levensduur van de motor. Yamaha ontwerpt en vervaardigt propellersvoor iedere Yamaha-buitenboordmotor envoor alle mogelijke toepassingen. Uw Yamaha-dealer kan u helpen bij het kie-zen van de juiste propeller voor uw specifiekebehoeften. Kies een propeller die de motor instaat stelt het middelste of bovenste gedeeltevan het toerentalbereik te bereiken bij volgasen maximumlading. In het algemeen geldtdat een propeller met een grotere spoed ge-schikt is voor geringere bedrijfsbelastingenen een propeller met een kleinere spoed voorgrotere belastingen.

Als u sterk uiteenlopen-de ladingen vervoert, selecteer dan een pro-peller die de motor in staat stelt te draaienbinnen het toerentalbereik voor uw maxi-mumbelasting, maar denk eraan dat u degashendelstand mogelijk moet aanpassenom binnen het aanbevolen motortoerental-bereik te blijven wanneer u lichtere ladingenvervoert.

Yamaha beveelt het gebruik aan van eenpropeller die geschikt is voor het “schakel-dempingssysteem (Shift Dampener Sys-tem)”. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voormeer informatie. Voor het controleren van de propeller, zie pa-gina 94. Voorbeeld propeller312-x123AABAB1. Propellerdiameter in inchesSpecificaties en vereisten16.

2. Propellerspoed in inches3. Type van propeller (propellermerk)DMU36313Modellen met tegengestelde draaiingStandaardbuitenboordmotoren draaien in derichting van de wijzers van de klok. Modellenmet tegengestelde draaiing draaien tegen dewijzers van de klok in en worden normaal ge-bruikt voor toepassingen met meerdere mo-toren. Bij tegengesteld draaiende modellen moet ueen propeller gebruiken die gemaakt is omtegen de wijzers van de klok in te draaien. Diepropellers zijn te herkennen aan de letter “L”na de maataanduiding op de propeller. WAARSCHUWING. Gebruik nooit eenstandaardpropeller in combinatie met eenmotor met tegengestelde draaiing, of eenpropeller met tegengestelde draaiing incombinatie met een standaardmotor. An-ders kan de boot vertrekken in de tegen-gestelde richting van de verwachte rich-ting (bijvoorbeeld achterwaarts in plaatsvan voorwaarts), wat tot ongevallen kanleiden.

[DWM01811]Voor instructies over het demonteren en in-stalleren van de propeller, zie pagina 95. DMU25771Neutraal-startbeveiligingYamaha-buitenboordmotoren of doorYamaha goedgekeurde afstandsbedienings-eenheden zijn uitgerust met (een) neutraal-startbeveiliging(en). Dat systeem zorgt er-voor dat de motor uitsluitend kan worden ge-start wanneer hij in neutraal staat. Zet deschakelhendel altijd in neutraal wanneer u demotor start. DMU41953MotorolievereistenSelecteer een olietype op basis van de ge-middelde temperaturen in de streek waar debuitenboordmotor zal worden gebruikt. Aanbevolen motorolie:YAMALUBE 4 of 4-taktbuitenboordmotorolieAanbevolen motorolieklasse 1:SAE 10W-30/10W-40/5W-30API SG/SH/SJ/SLAanbevolen motorolieklasse 2:SAE 15W-40/20W-40/20W-50API SH/SJ/SLMotoroliehoeveelheid (zonderoliefiltervervanging):3. 0 L (3. 17 US qt, 2. 64 Imp.

Gebruik uitsluitend versebenzine die zuivere bussen werd be-waard.E5 E10NOTA:lDit merkteken geeft de aanbevolen brand-stof voor deze buitenboordmotor zoals ge-specificeerd door de Europese regelge-ving (EN228) aan.lControleer of de benzinespuit dezelfdeidentificatie heeft bij het bijtanken.GasoholEr bestaan twee types gasohol: gasohol metethanol (E5 en E10) en gasohol met metha-nol. Ethanol kan worden gebruikt als hetethanolgehalte niet meer dan 10% bedraagten de brandstof voldoet aan de minimumoc-taangetallen. E85 is een brandstof die 85%ethanol bevat en die niet mag worden ge-bruikt in uw buitenboordmotor. Alle ethanol-mengsels die meer dan 10% ethanol bevat-ten, kunnen schade aan het brandstofsys-teem of motorstart- en ‐bedrijfsproblemenveroorzaken.

Yamaha ontraadt het gebruikvan gasohol met methanol omdat die schadekan veroorzaken aan het brandstofsysteemof de motorprestaties kan aantasten.Het verdient aanbeveling een waterafschei-dende scheepsbrandstoffilter (minimum 10micron) te installeren tussen de brandstof-tank en de buitenboordmotor van uw bootwanneer u ethanol gebruikt. Van ethanol isbekend dat het de absorptie van vocht inbrandstoftanks en ‐systemen van boten be-vordert. Vocht in de brandstof kan leiden totcorrosie van metalen brandstofsysteemon-Specificaties en vereisten18

derdelen en tot start- en werkingsproblemenen kan extra onderhoud van het brandstof-systeem noodzakelijk maken.DMU36881Modderig of zuurrijk waterYamaha raadt ten zeerste aan de optioneleverchroomde waterpompkit te laten installe-ren door uw dealer als u de buitenboordmo-tor in modderig of zuurrijk water moet gebrui-ken. Afhankelijk van het model is dat echtermisschien niet nodig.DMU36331Anti-foulingEen zuivere romp verbetert de prestaties vande boot. De onderzijde van de boot moet zo-veel mogelijk vrij worden gehouden van aan-groeiing. Indien nodig kan de onderzijde vande boot worden bestreken met een voor uwstreek goedgekeurde anti-fouling ter voorko-ming van aangroeiing.Gebruik geen anti-fouling die koper of grafietbevat. Dergelijke verven kunnen het roestenvan de motor bespoedigen.DMU40302Buitenboordmotorafdankings-vereistenDank de buitenboordmotor nooit op een ille-gale manier af.

EMISSION CONTROL INFORMATIONFAMILY :EPA FEL : HC+NOx ,CO g/kW-hMAX POWER : kWCA FEL : HC+NOx g/kW-hEPA CERTIFIED EVAP COMPONENTS :DISPLACEMENT: litersYAMAHA MOTOR CO.,LTD.THIS ENGINE CONFORMS TO MY CALIFORNIA EXHAUSTAND U.S. EPA EXHAUST AND EVAP REGULATIONS FOR SIMARINE ENGINES. REFER TO OWNER'S MANUAL FORMAINTENANCE SPECIFICATIONS AND ADJUSTMENTS.DMU25275SterrenlabelsUw buitenboordmotor is voorzien van eensterrenlabel van de California Air ResourcesBoard (CARB). Kijk hieronder voor een be-schrijving van uw specifieke label.11. Plaats van sterrenlabelDMU40331Een ster—Geringe uitstootHet label met één ster identificeert motorendie voldoen aan de uitlaatnormen van de AirResources Board voor “Personal Watercraftand Outboard marine engines” van 2001.Motoren die voldoen aan deze normen ver-tonen een 75% geringere uitstoot dan con-ventionele tweetaktmotoren met carbura-teur.

Deze motoren zijn equivalent met de2006 normen voor scheepsmotoren van deU.S. EPA.ZMU01702DMU40341Twee sterren—Heel geringe uitstootHet label met twee sterren identificeert mo-toren die voldoen aan de uitlaatnormen vande Air Resources Board voor “Personal Wa-tercraft and Outboard marine engines” van2004. Motoren die voldoen aan deze normenvertonen een 20% geringere uitstoot dan mo-toren met een label met één ster.ZMU01703DMU40351Drie sterren—Ultrageringe uitstootHet label met drie sterren identificeert moto-ren die voldoen aan de uitlaatnormen van deAir Resources Board voor “Personal Water-craft and Outboard marine engines” van2008 of de uitlaatnormen voor “Sterndriveand Inboard marine engines” van 2003-2008.Motoren die voldoen aan deze normen ver-tonen een 65% geringere uitstoot dan moto-ren met een label met één ster.Specificaties en vereisten20

ZMU01704DMU33862Vier sterren—Superultrageringe uitstootHet label met vier sterren identificeert moto-ren die voldoen aan de uitlaatnormen van deAir Resources Board voor 2009. Buiten-boordmotoren voor persoonlijke vaartuigenen voor zeevaartuigen voldoen mogelijk ookaan deze normen. Motoren die voldoen aandeze normen vertonen een 90% geringereuitstoot dan motoren met een label met éénster.ZMU05663Specificaties en vereisten21

DMU46753Yamaha Security System (Y-COP/optioneel)DCM02461Het Yamaha Security System wordt ver-kocht in overeenstemming met de gelden-de wetten en voorschriften inzake het uit-zenden van radiogolven. Dat betekent datwanneer dit product wordt gebruikt bui-ten het land waar het werd gekocht, hetmogelijk niet voldoet aan de wetten ofvoorschriften inzake het uitzenden van ra-diogolven in het land waar het wordt ge-bruikt. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voormeer gedetailleerde informatie.Het Yamaha Security System, een diefstal-beveiligingssysteem, bestaat uit een ontvan-ger en sleutelhangers. Het Yamaha SecuritySystem is verkrijgbaar bij uw Yamaha-dea-ler. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor meerdetails.121. Sleutelhanger2.OntvangerDe motor kan niet worden gestart wanneerhet beveiligingssysteem zich in de vergren-delmodus bevindt. De motor kan slechts wor-den gestart in de ontgrendelmodus.

Kijk voormeer informatie in de installatie- en gebrui-kershandleiding bij het beveiligingssysteem.DMU26183AfstandsbedieningskastDe afstandsbedieningshendel bedient zowelde schakelhendel als de gashendel. De elek-trische schakelaars bevinden zich op de af-standsbedieningskast.1235467ZMU017231. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar2.Afstandsbedieningshendel3. Neutraalvergrendelingstrekker4. Neutraal-gashendel5. Hoofdschakelaar6. Motoruitschakelaar7. Gashendelfrictieafstelling23214ZMU045691. Afstandsbedieningshendel2.Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar3. Neutraalgashendel4. GashendelfrictieafstellingDMU26192AfstandsbedieningshendelDoor de hendel naar voor te duwen vanuit deneutrale stand wordt de vooruitversnelling in-geschakeld. Door de hendel naar achter tetrekken vanuit de neutrale stand wordt deComponenten25

achteruitversnelling ingeschakeld. De motorblijft in vrijloop staan tot de hendel ongeveer35° wordt verplaatst; (er is een palletje tevoelen). Door de hendel verder te duwenwordt de gasklep geopend en de motor be-gint te accelereren.12344556677FNRZMU017251. Neutraal “ ”2.Vooruit “”3.Achteruit “”4.Schakelen5. Volledig gesloten6. Gashendel7. Volledig openN1F762R34465751. Neutraal “ ”2.Vooruit “”3.Achteruit “”4.Schakelen5. Volledig gesloten6. Gashendel7. Volledig openDMU26202Neutraal vergrendeltrekkerOm uit de neutrale stand te gaan moet u eerstde neutraal vergrendeltrekker omhoog trek-ken.1ZMU017271. NeutraalvergrendelingstrekkerDMU26213Neutraal gashendelOm de gasklep te openen zonder in achteruitof vooruit te schakelen, moet u de afstands-bedieningshendel in neutraal zetten en deneutraal gashendel omhoog zetten.12NZMU017281. Volledig open2.

DMU26235Neutraal gas handelOm de gashendel te openen zonder in voor-uit of achteruit te zetten, moet u de vrijknopneutraal gas handel indrukken en de af-standsbedieningshendel verplaatsen.132ZMU045751. Volledig open2.Volledig gesloten3. NeutraalgashendelNOTA:lDe vrijknop neutraal gas handel kan alleenworden ingedrukt als de afstandsbedie-ningshendel in neutraal staat.lNa het indrukken van de knop begint degasklep open te gaan nadat de afstands-bedieningshendel minstens 35° is ver-plaatst.lZet na gebruik van de neutraal gas handlede afstandsbedieningshendel weer in neu-traal. De vrijknop neutraal gas handel keertautomatisch terug naar de ingesteldestand.

DMU25963Brandstofverbruiksindicator De brandstofverbruikscurve op de brandstof-verbruiksindicator toont de hoeveelheidbrandstof die in de verschillende gashendel-standen wordt verbruikt. Kies de stand die debeste prestaties en het laagste verbruik biedtvoor de gewenste werking.1111. BrandstofverbruikindicatorDMU25978GashendelfrictieafstellingEen frictiesysteem zorgt voor een regelbarebewegingsweerstand van de gasgreep of deafstandsbedieningshendel, en kan wordeningesteld volgens de voorkeur van de schip-per.Om de weerstand te verhogen, draait u deafstelschroef met de klok mee. Om de weer-stand te verlagen, draait u de afstelschroeftegen de klok in. WAARSCHUWING! Draaide wrijvingsafstelschroef niet te vast.

Alser te veel weerstand is, kan het moeilijkzijn om de gashendel of de greep te be-wegen, wat een ongeluk kan veroorzaken.[DWM00033]ZMU01714ZMU04646Als u een constante snelheid wenst, moet ude afstelschroef aandraaien om de gewenstegashendelinstelling te behouden.DMU25996Noodstopkoord en clipDe clip moet bevestigd zijn aan de motor-stopschakelaar om de motor te laten draaien.Componenten28

Bevestig de koord op een veilige plaats aanuw kleding, of aan uw arm of been. Als debestuurder over boord valt of het roer verlaat,trekt de koord de clip uit waardoor de ontste-king van de motor wordt uitgeschakeld. Opdie manier wordt voorkomen dat de boot on-bestuurd verder vaart. WAARSCHUWING!Bevestig de motorstopschakelaarkoordtijdens het gebruik van de motor op eenveilige plaats aan uw kleding, of aan uwarm of been. Maak de koord niet vast aankleren die kunnen worden losgetrokken.Zorg ervoor dat de koord nergens achterverstrikt raakt, waardoor ze haar functieverliest. Zorg ervoor dat u tijdens een nor-maal gebruik niet per ongeluk aan dekoord trekt. Als de motoraandrijving weg-valt, wordt de boot veel minder goed be-stuurbaar. Zonder motoraandrijving zalde boot ook snel vertragen. Daardoorkunnen personen en voorwerpen in deboot naar voren geslingerd worden.[DWM00123]ZMU017161231.

DMU26004Motorstopknop De motorstopknop stopt de motor wanneerop de knoop gedrukt wordt.DMU26092HoofdschakelaarDe hoofdschakelaar bedient het ontstekings-systeem; de werking ervan wordt hieronderbeschreven.l“ ” (uit)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(uit) zijn de elektrische schakelingen inactiefen kan de sleutel worden uitgenomen.l“ ” (aan)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(aan) zijn de elektrische schakelingen actiefen kan de sleutel niet worden uitgenomen.l“ ” (start)Met de hoofdschakelaar in de stand “ ”(start) begint de startmotor te draaien om demotor te starten. Wanneer de sleutel wordtlosgelaten, keert hij automatisch terug naarde stand “ ” (aan).ONSTARTOFFZMU01718ONOFFSTARTZMU04567ONOFFSTARTONOFFSTARTZMU05821Componenten30

DMU26113Stuurfrictieafstelling Een frictie-inrichting geeft een instelbareweerstand aan het stuurmechanisme en kanworden afgesteld naargelang van de voor-keur van de bestuurder. Onderaan op destuurhendelbracket bevindt er zich een in-stelhendel.Om de weerstand te verhogen, draait u dehendel naar bakboord “A”.Om de weerstand te verhogen, draait u dehendel naar stuurboord “B”.DWM00041Draai de wrijvingsafstelschroef niet tevast.

Als er te veel weerstand is, kan hetmoeilijk zijn om te sturen, wat een onge-luk kan veroorzaken.NOTA:lControleer of de stuurhendel soepel be-weegt wanneer de hendel naar stuurboord“B” wordt gedraaid.lBreng geen smeermiddelen zoals vet aanop de wrijvingszones van de stuurfrictiere-gelhendel.DMU26144Trim- en kantelbekrachtigingsscha-kelaar op afstandsbediening of stuur-hendelHet trim- en kantelbekrachtigingssysteemstelt de buitenboordmotorhoek bij in verhou-ding tot de spiegel. Door de schakelaar “”(omhoog) in te drukken, wordt de buiten-boordmotor omhoog getrimd en vervolgensomhoog gekanteld. Als u de schakelaar “ ”(omlaag) indrukt, wordt de buitenboordmotoromlaag gekanteld en vervolgens omlaag ge-trimd.

Wanneer u de schakelaar loslaat, stoptde buitenboordmotor in de stand die hij opdat ogenblik inneemt.Voor instructies over het gebruik van de trim-en kantelbekrachtigingsschakelaar, zie pagi-na’s 70 en 72.DNUPZMU01720DMU26156Trim- en kantelbekrachtigingsscha-kelaar aan onderkant motorkapDe trim- en kantelbekrachtigingsschakelaarzit aan de zijkant van de onderkant van demotorkap. Het indrukken van de schakelaar“ ” (omhoog) trimt de buitenboordmotoromhoog en kantelt deze vervolgens omhoog.Het indrukken van de schakelaar “ ” (om-laag) kantelt de buitenboordmotor omlaag enComponenten31

trimt deze omlaag. Wanneer de schakelaarwordt losgelaten, stopt de buitenboordmotorin zijn huidige positie.Voor instructies over het gebruik van de trim-en kantelbekrachtigingsschakelaar, zie pagi-na 72.DWM01032Gebruik de aan de onderkant bevestigdetrim- en kantelbekrachtigingsschakelaaralleen wanneer de boot volledig tot stil-stand is met de motor uit. Een poging tothet gebruik van deze schakelaar terwijl deboot in beweging is, kan de kans op over-boord vallen verhogen en kan de bestuur-der afleiden of de kans op een botsing meteen andere boot of ander obstakel verho-gen.1UPDN1. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaarDMU26164Trim- en kantelbekrachtigingsscha-kelaars (type met twee motoren)Het trim- en kantelbekrachtigingssysteemstelt de buitenboordmotorhoek bij in verhou-ding tot de spiegel.

Door de schakelaar “ ”(omhoog) in te drukken, wordt de buiten-boordmotor omhoog getrimd en vervolgensomhoog gekanteld. Als u de schakelaar “”(omlaag) indrukt, wordt de buitenboordmotoromlaag gekanteld en vervolgens omlaag ge-trimd. Wanneer u de schakelaar loslaat, stoptde buitenboordmotor in de stand die hij opdat ogenblik inneemt. Voor instructies overhet gebruik van de trim- en kantelbekrachti-gingsschakelaars, zie pagina’s 70 en 72.ZMU04601DNUP11. Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaarNOTA:Bij de bediening voor twee motoren bedientde schakelaar op de afstandsbedienings-greep beide buitenboordmotoren tegelijk.DMU30903Schakelaars voor het regelen van desnelheid voor stapvoets varen De snelheid voor stapvoets varen kan wor-den verhoogd of verlaagd terwijl uw bootstapvoets vaart.

NOTA:lDe snelheid voor stapvoets varen wordtongeveer met 50 omw/min verhoogd ofverlaagd telkens wanneer een schakelaarwordt ingedrukt.lAls de snelheid voor stapvoets varen werdgewijzigd, keert de motor terug naar denormale snelheid voor stapvoets varen na-dat de motor werd uitgeschakeld en op-nieuw gestart, of wanneer het motortoe-rental wordt opgevoerd tot boven de 3000omw/min.lVoor instructies over het gebruik van deschakelaars voor het regelen van de snel-heid voor stapvoets varen, zie pagina 68.DMU26246Trimtap met anodeDWM00841Een verkeerd afgestelde trimtap kan er-voor zorgen dat het moeilijk is om te stu-ren. Laat de motor altijd proefdraaien na-dat een trimtap geïnstalleerd of vervan-gen is om er zeker van te zijn dat de be-sturing correct verloopt.

Zorg ervoor dat ude bout vastdraait nadat de trimtap bijge-regeld is.De trimtap moet zo worden ingesteld dat erevenveel kracht moet worden uitgeoefendom de stuurinrichting naar rechts te draaienals om ze naar links te draaien.Als de boot de neiging heeft naar links (bak-boord) te draaien, dient u het achtereind vande trimtap naar bakboord te draaien (“A” in deafbeelding). Als de boot de neiging heeft naarrechts (stuurboord) te draaien, dient u hetachtereind van de trimtap naar stuurboord tedraaien (“B” in de afbeelding).DCM00841De trimtap doet ook dienst als anode omde motor te beschermen tegen elektro-chemische corrosie. De trimtap mag nietworden geschilderd, want dan kan ze nietmeer als anode werken.3211. Kap2.Bout3.

11. KantelsteunhendelDCM00661Gebruik de kantelsteunhendel of de kan-telsteunknop niet om de boot de slepen.De buitenboordmotor zou daardoor kun-nen lostrillen van de kantelsteun en val-len. Als de boot niet kan worden gesleeptmet de motor in de normale stand, gebruikdan een bijkomend steunstuk om demotor in de gekantelde stand vast te zet-ten.DMU40762MotorkapvergrendelhendelDe kapvergrendelhendels worden gebruiktom de motorkap vast te zetten.11. Motorkapvergrendelhendel11. MotorkapvergrendelhendelDMU40803DoorspoelplugDe doorspoelplug wordt gebruikt om de koel-waterdoorgangen van de buitenboordmotorte reinigen met behulp van een tuinslang enleidingwater. Voor instructies over het ge-bruik van de doorspoelplug, zie pagina 81.11. DoorspoelplugDMU41312BrandstoffilterHet brandstoffilter dient om vreemde stoffentegen te houden en water van de brandstof tescheiden.

Als het van de brandstof afge-scheide water een bepaald volume over-schrijdt, wordt het waarschuwingssysteemgeactiveerd. Zie voor verdere informatie pa-gina 52.Componenten34

DMU36016Verklikkers DMU36026OliedrukwaarschuwingslampjeAls de oliedruk te laag is, gaat dit waarschu-wingslampje aan. Voor meer informatie, ziepagina 49.DCM00024lLaat de motor niet draaien wanneer hetwaarschuwingslampje voor lage olie-druk brandt en het motoroliepeil te laagis. Dat leidt tot ernstige motorschade.lHet waarschuwingslampje voor lageoliedruk geeft niet het motoroliepeilaan. Gebruik de oliepeilstok om het olie-peil te controleren. Zie voor verdere in-formatie pagina 57.11. OliedrukwaarschuwingslampjeDMU36034OververhittingwaarschuwingslampjeAls de temperatuur van de motor te hoog is,gaat dit verklikkerlampje aan. Voor meer in-formatie over het aflezen van het verklikker-lampje, zie pagina 49.DCM00053Laat de motor niet draaien wanneer hetoververhittingwaarschuwingslampjebrandt. Dat leidt tot ernstige motorscha-de.11.

OververhittingwaarschuwingslampjeDMU41391Digitale toerentellerDe toerenteller toont het motortoerental enheeft de volgende functies.Alle segmenten van het display lichten kortop na het inschakelen van de hoofdschake-laar en keren daarna terug naar de normaletoestand.15243671. Toerenteller2. Trimmeter3. Urenmeter4. Oliedrukwaarschuwingslampje5. Oververhittingwaarschuwingslampje6. Afstelknop7. ModusknopDMU36051ToerentellerDe toerenteller toont het motortoerental inhonderden omwentelingen per minuutInstrumenten en verklikkerlampjes36

(omw/min). Bijvoorbeeld, wanneer op hettoerentellerdisplay “22” wordt weergegeven,bedraagt het motortoerental 2200 omw/min.DMU26622TrimmeterDeze meter toont de trimhoek van uw bui-tenboordmotor.lLeer de trimhoeken die voor uw boot hetbest werken in de verschillende omstan-digheden uit het hoofd. Stel de trimhoeknaar wens in met behulp van de trim- enkantelbekrachtigingsschakelaar.lAls de trimhoek van uw motor het trimbe-drijfsbereik overschrijdt, zal het bovenstesegment van het trimmeterdisplay knippe-ren.ZMU01740DMU26652UrenmeterDeze meter toont het aantal bedrijfsuren vande motor. Hij kan worden ingesteld om hettotale aantal bedrijfsuren weer te geven ofhet aantal bedrijfsuren voor de huidige trip.Het display kan ook in en uit worden gescha-keld.ZMU01741Om het displayformaat te wijzigen, drukt u opde knop “ ” (modus).

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Yamaha F130 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden