Yamaha BOOSTER Easy (2023) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Yamaha BOOSTER Easy (2023) (96 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 11 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Yamaha BOOSTER Easy (2023) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Yamaha |
| Categorie: | Fiets |
| Model: | BOOSTER Easy (2023) |
Handleiding Yamaha BOOSTER Easy (2023) – volledige tekst
INDEX 1 INDEX. 1 INLEIDING. 5 GEBRUIK VAN UW GEGEVENS. 5 INLEIDING. 6 Gebruikshandleiding downloaden. 6 VERSIES. 7 BETEKENIS VAN “EPAC”. 7 BESCHRIJVING VAN SYMBOLEN. 8 OPMERKINGEN VOOR OUDERS EN VOOGDEN. 8 WEEE-VERKLARING. 8 Richtlijn 2012/19/EU. 8 VEILIGHEIDSINFORMATIE. 9 VEILIGHEIDSINFORMATIE. 9 WET- EN REGELGEVING. 10 Juist gebruik. 11 Misbruik. 11 Overzicht van geschikte ondergronden. 11 BESCHRIJVING EN TECHNISCHE GEGEVENS. 12 DE VERPAKKING VERWIJDEREN. 12 IDENTIFICATIE. 12 Identificatieplaatje. 12 EXTERNE AFMETINGEN. 13 STANDAARDUITRUSTING. 14 IDENTIFICATIE VAN VOERTUIGONDERDELEN. 15 IDENTIFICATIE VAN VOERTUIGONDERDELEN. 16 BEDIENINGSELEMENTEN OP HET STUUR. 17 BEDIENINGSELEMENTEN OP HET STUUR (ALLEEN VERENIGD KONINKRIJK). 18 TECHNISCHE GEGEVENS. 19 VOERTUIGBESCHRIJVING. 20 Remmen. 20 Schakelsysteem. 20 Frame en voorvork. 20 Wielen. 21 Elektrische apparatuur. 21 Accu.
21 CONTROLES EN INSPECTIES. 22 EERSTE GEBRUIK VAN HET VOERTUIG. 22 VÓÓR ELK GEBRUIK VAN HET VOERTUIG. 22 WIELEN EN BANDEN CONTROLEREN. 22 Wielbevestigingen controleren. 22 Ventielen controleren. 22 Bandenspanning controleren. 23 Wielen controleren. 23 HOOFDONDERDELEN CONTROLEREN. 24 Zadel en zadelpen controleren. 24 Stuur controleren. 24 Remmen controleren. 25 Ketting en crankbevestiging controleren. 25 Elektrische motor controleren. 26 Lichten controleren. 26 Frameafdekking controleren (optioneel). 26 ANDERE CONTROLES. 26 AANHAALMOMENTEN. 27.
INDEX 2 MONTEREN EN AFSTELLEN. 28 STUUR AFSTELLEN. 28 PEDALEN MONTEREN. 28 ZADEL AFSTELLEN. 29 Hoogte afstellen. 29 Zadelpositie en -hoek afstellen. 29 REMHENDELS AFSTELLEN. 30 SCHAKELREGELING AFSTELLEN. 30 BELKNOP AFSTELLEN. 30 MODUSKEUZETOETSEN AFSTELLEN. 31 HANDVATTEN AFSTELLEN. 31 KOPLAMP AFSTELLEN. 32 HET VOERTUIG GEBRUIKEN. 33 ALGEMENE SUGGESTIES. 33 HET SCHAKELSYSTEEM GEBRUIKEN. 34 DE REMMEN GEBRUIKEN. 35 HET VOERTUIG GEBRUIKEN. 36 WAT U MOET DOEN NA EEN VAL. 37 HET VOERTUIG TRANSPORTEREN. 37 VEERVOORSPANNING VOORVORK INSTELLEN. 37 OPMERKINGEN OVER DE ACCUDUUR. 38 DE HULPMODUS GEBRUIKEN. 39 INLEIDING TOT HET GEBRUIK. 39 DE ACCU UIT DE STEUN VERWIJDEREN. 39 DE ACCU OPLADEN. 40 De accu vóór gebruik activeren. 40 De accu opladen. 41 Belangrijke veiligheidsinstructies. 42 Geschikte laadomgevingen. 43 De acculaderadapter aansluiten. 43 DE ACCU IN DE BEHUIZING PLAATSEN.
INDEX 3 PROBLEMEN OPLOSSEN. 59 E-bikesysteem. 59 Loophulpfunctie. 62 REINIGING EN ONDERHOUD. 63 REINIGING EN VERZORGING. 63 PERIODIEK ONDERHOUDSSCHEMA. 63 Na het gebruik van uw fiets. 63 Na 300 tot 500 km. 63 Na 3,000 km. 64 Na gebruik van uw fiets in natte omstandigheden. 64 Onderhoud van de aandrijfeenheid. 64 HET VOERTUIG REINIGEN. 65 HET VOERTUIG OPBERGEN. 66 Opbergen. 66 Lange opbergperiode (1 maand of langer) en ingebruikname na een lange opbergperiode. 66 ONGEPLANDE ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN. 67 De wielen verwijderen en terugplaatsen:. 67 Voorwiel verwijderen. 67 Voorwiel monteren. 68 Achterwiel verwijderen. 69 Achterwiel monteren. 70 LEKKE BAND. 72 ANDERE WERKZAAMHEDEN. 73 WINTERSTALLING. 73 VERWIJDERING. 74 PROBLEMEN OPLOSSEN. 75 PROBLEMEN OPLOSSEN. 75 Probleemoplossingstabel. 76 Lijst met foutcodes en bijbehorende oplossingen. 79 WAARSCHUWINGEN EN VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN.
83 RIJDEN MET EEN ELEKTRISCH VOERTUIG. 83 Juist gebruik. 83 Verkeerd gebruik. 83 VOOR VEILIG RIJDEN. 84 Op- en afstappen. 86 ANDERE GEVAREN. 88 Brandgevaar. 88 Elektrische gevaren. 88 Algemene gevaren. 88 Gevaar van brandwonden. 88 ONDERHOUD VAN HET VOERTUIG. 89 ACCU-INSTRUCTIES. 90 Onderhoud van accu en lader. 90 Accu en lader gebruiken. 91 WERKZAAMHEDEN DIE DE BERIJDER ZELF KAN DOEN. 92 VOORZORGSMAATREGELEN BIJ HET MONTEREN VAN ACCESSOIRES OF ONDERDELEN VOOR AANPASSINGEN. 92 CONFORMITEITSVERKLARING. 93.
INLEIDING 5 GEBRUIK VAN UW GEGEVENS Dit is een korte samenvatting van hoe Yamaha (Yamaha Motor Co. Ltd. en Yamaha Europe N. V. ) uw gegevens gebruikt. Ga voor meer informatie naar de website van Yamaha Europe N. V. en raadpleeg ons privacybeleid https://www. yamaha-motor. eu/gb/en/#/ Welke gegevens verzamelen we, en hoe. Deze fiets verzamelt drie typen gegevens via de geïntegreerde regelaar van de aandrijfeenheid: (1) Identificatienummer van onderdelen; (2) actuele gegevens over de prestaties van de fiets, zoals de bedrijfsstatus van de motor/accu en de kilometerstand; en (3) andere gegevens over de status van de fiets, zoals foutcodes van de motor/accu. De verzamelde gegevens worden geüpload naar een server bij Yamaha Motor Co. , Ltd. wanneer een speciale Yamaha-diagnosetool aan de fiets wordt gekoppeld. Dit gebeurt alleen wanneer onderhoudscontroles of -procedures worden uitgevoerd.
De hierboven verstrekte contactgegevens zijn UITSLUITEND bedoeld voor VRAGEN OMTRENT GEGEVENSVERWERKING. OP ANDERE SOORTEN VRAGEN OF VERZOEKEN WORDT NIET GEREAGEERD. Verstrek voor een correcte afhandeling van uw vraag de volgende informatie: (1) Uw naam;(2) uw e-mailadres; (3) het land waarin u woont; en (4) het identificatienummer van uw fiets (of fietsonderdeel). We gebruiken de door u verstrekte persoonsgegevens uitsluitend voor de verwerking van uw vraag omtrent gegevensverwerking.
INLEIDING 6 INLEIDING Bedankt voor uw keus voor een elektrische fiets van Yamaha. Dit model is het resultaat van Yamaha’s enorme ervaring met de productie van uitmuntende sport-, toer- en racemachines. Het weerspiegelt de hoge mate van vakmanschap en betrouwbaarheid die Yamaha tot een leider op deze gebieden heeft gemaakt. Bewaar deze handleiding voor latere naslagdoeleinden. Neem voor vragen over het gebruik of onderhoud van Yamaha-producten contact op met uw dealer. Fabrikant FANTIC MOTOR S.P.A. Via Tarantelli, 7 31030 Dosson di Casier Treviso - Italië Importeur (VK) YAMAHA MOTOR EUROPE N.V. BRANCH UK Units A2-A3, Kingswey Business Park, Forsyth Road, Woking, Surrey, Gu21 5SA, Verenigd Koninkrijk Importeur (behalve voor het VK) YAMAHA MOTOR EUROPE N.V.
INLEIDING 7 VERSIES Gebied Remmen Maateenheid Snelheidslimiet voor pedelecs EUROPA / andere linksvoor en rechtsachter km 25 km/h (16 mph) VK rechtsvoor en linksachter mi 16 mph (25 km/h) Ingrepen die de bedrijfsmodus van uw voertuig veranderen zijn strafbaar. Om uw voertuig op de weg te mogen gebruiken, moet u eerst controleren of alle wettelijk vereiste uitrusting (voor- en achterlicht, claxon etc. ) correct is gemonteerd en goed functioneert. BETEKENIS VAN “EPAC” Het acroniem EPAC is ontleend aan de beginletters van de Engelse term “Electrically Power Assisted Cycle”. Om te worden geclassificeerd als EPAC, moet een elektrische fiets voldoen aan de vereisten van de Europese norm EN 15194 en de machinerichtlijn 2006/42/EG.
Vooropgesteld dat aan de vereisten in de richtlijnen wordt voldaan, mag u uw fiets blijven gebruiken in overeenstemming met de regels inzake het gebruik van conventionele (niet-elektrische) fietsen. Dit houdt in dat u de fiets kunt gebruiken op fietspaden en NIET verplicht bent om een helm te dragen, een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten of de fiets te voorzien van een kentekenplaatje. Om te worden goedgekeurd voor de EPAC-classificatie moet een elektrische fiets derhalve aan de volgende vereisten voldoen: – Elektrische hulpmotor met een maximaal nominaal continuvermogen van 0. 25 kW. – Onderbreking van de aandrijfkracht wanneer de fietser stopt met trappen. – Geleidelijke afname van het hulpvermogen naarmate de rijsnelheid toeneemt en uitschakeling van de motor wanneer 25 km/h wordt bereikt.
Enige poging om de prestaties of specificaties van uw EPAC-fiets aan te passen kan juridische procedures en boetes tot gevolg hebben. Om uw EPAC-fiets op de openbare weg te mogen gebruiken, moet u deze eerst laten voorzien van alle wettelijk vereiste accessoires (verlichting voor en achter, akoestisch signaleringssysteem etc. ) door een geschoolde monteur. De A-gewogen geluidsdruk bij de oren van de berijder is minder dan 70 dB(A).
INLEIDING 8 BESCHRIJVING VAN SYMBOLEN Deze handleiding bevat een serie symbolen die zijn bedoeld om uw aandacht te vestigen op belangrijke informatie en instructies. De betekenis van deze symbolen wordt hieronder uitgelegd: GEVAAR: Dit symbool duidt een potentieel valgevaar en het daaruit voortvloeiende risico van persoonlijk letsel en schade (zowel voor uzelf als anderen) aan. LET OP: Dit symbool duidt aan dat ongeschikt gedrag kan resulteren in schade aan eigendommen of het milieu. OPMERKING: Dit symbool duidt belangrijke informatie aan die is bedoeld om u te helpen uw fiets optimaal te gebruiken. GEBRUIK HET JUISTE AANHAALMOMENT: Dit symbool duidt het belang aan van toepassing van het juiste aanhaalmoment voor een veilig gebruik van uw fiets. Hiervoor is het gebruik van een momentsleutel noodzakelijk.
Als u niet over een dergelijk gereedschap beschikt, raden we aan om deze handeling te laten uitvoeren door een geschoolde monteur. Een onjuist aanhaalmoment kan leiden tot breken of loskomen van onderdelen, wat gevaarlijke valpartijen tot gevolg kan hebben. Raadpleeg het overzicht van de juiste aanhaalmomenten in deze handleiding. OPMERKINGEN VOOR OUDERS EN VOOGDEN Een ouder of voogd is verantwoordelijk voor de acties en veiligheid van minderjarigen en de veilige staat van het voertuig. Deze voertuigen zijn NIET geschikt voor gebruik door mensen onder 14 jaar. De berijder dient te voldoen aan alle toepasselijke wet- en regelgeving om het voertuig te mogen gebruiken. Daarnaast moet de berijder hebben geleerd om het voertuig op veilige en verantwoordelijke wijze te gebruiken. Dit kan het beste worden gecontroleerd in de omgeving waar het voertuig zal worden gebruikt.
WEEE-VERKLARING Richtlijn 2012/19/EU De WEEE-markering op het product en in de bijbehorende documentatie geeft aan dat het product aan het einde van zijn bruikbare levensduur niet mag worden verwijderd met normaal huishoudelijk afval.
Om schade aan de gezondheid of het milieu door onjuiste verwijdering van afvalmaterialen te voorkomen, verzoeken we u dit product te scheiden van andere typen afval en het op verantwoordelijke wijze te recyclen, zodat recycleerbare materialen duurzaam kunnen worden hergebruikt. Particuliere gebruikers worden aangemoedigd om contact op te nemen met de verkoper van het product of de relevante lokale autoriteit voor alle vereiste informatie over het recyclen van dit type product. Commerciële gebruikers worden aangemoedigd om contact op te nemen met de verkoper en de algemene voorwaarden van de verkoopovereenkomst te raadplegen. Dit product mag niet samen met ander commercieel afval worden verwijderd.
VEILIGHEIDSINFORMATIE 9 VEILIGHEIDSINFORMATIE Het niet opvolgen van de waarschuwingen en instructies in deze handleiding kan resulteren in defecten aan het product, een ongeval, persoonlijk letsel of overlijden. Deze gebruiks- en onderhoudshandleiding bevat alle informatie die u nodig hebt om uzelf vertrouwd te maken met uw voertuig en de belangrijkste onderdelen en technologie. Daarnaast bevat deze alle tips voor een correct en veilig gebruik. – Lees zorgvuldig alle veiligheidswaarschuwingen in deze handleiding. Kennis en naleving van de waarschuwingen vermindert het risico van schade of ongevallen voor uzelf, andere mensen, dieren of eigendommen en helpt u om uw voertuig op een milieuvriendelijke manier te gebruiken.
– Een ongeval kan leiden tot verlies van de controle over het voertuig, schade aan het voertuig of de onderdelen ervan en kan bovenal, u of een omstander blootstellen aan het risico van ernstig persoonlijk letsel of overlijden. – Bewaar deze handleiding op een veilige plaats voor latere referentiedoeleinden. Als u het voertuig aan iemand anders overdraagt, geef die persoon dan ook de gebruiks- en onderhoudshandleiding. – De documentatie (deze handleiding, het CE-conformiteitscertificaat, het garantiebewijs etc. ) vormen een integraal onderdeel van het voertuig en moeten gedurende de gehele levensduur ervan worden bewaard. Als het voertuig wordt verkocht of overgedragen, geef de documentatie dan aan de nieuwe eigenaar. – Als dit document verloren of beschadigd raakt, vraag de verkoper dan om een nieuw exemplaar.
– Controleer bij het ophalen van uw voertuig of de verkoper het leveringscertificaat volledig heeft ingevuld. Zorg dat u een exemplaar ontvangt van elk document dat op het leveringscertificaat wordt vermeld. Neem contact op met de verkoper als er documenten zijn vergeten of weggelaten. Gebruik uw voertuig pas nadat u alle documentatie hebt ontvangen en zorgvuldig hebt gelezen.
– Lees alle instructies en waarschuwingen die met uw elektrische voertuig en alle bijbehorende uitrusting zijn meegeleverd en volg deze op. Neem voor vragen over het onderhoud of gebruik van uw product contact op met een Yamaha-dealer. Yamaha behoudt zich het recht voor om deze documentatie op enig moment en zonder voorafgaande kennisgeving naar eigen goeddunken aan te passen, zij het om technische of commerciële redenen. Deze gebruiks- en onderhoudshandleiding bevat alle benodigde informatie om uw elektrische fiets te leren kennen, vertrouwd te raken met de belangrijkste onderdelen en technologie en de fiets correct en veilig te leren gebruiken. – Voer onder geen beding aanpassingen uit aan enig onderdeel van het voertuig, inclusief de accu (indien van toepassing). – De onderdelen van Yamaha-producten zijn ontworpen om als geïntegreerd systeem te functioneren.
Vervang om vermindering van de veiligheid, prestaties, duurzaamheid en functionaliteit en ongeldig worden van de garantie te voorkomen nooit enig onderdeel (zoals de accu, lader of elektrische bedrading) door onderdelen die door andere bedrijven zijn gefabriceerd. Gebruik alleen originele reserveonderdelen. – Probeer niet om zelf de accu, de lader, de voedingskabels of aandrijfeenheid te openen of te repareren. Deze onderdelen mogen alleen worden gerepareerd door bevoegde experts en alleen met originele reserveonderdelen. Daarnaast zal onbevoegd openen van enige uitrustingseenheid eventuele garantieclaims ongeldig maken. – Gebruik nooit een voertuig als u niet bekend bent met de volledige gebruiks- en onderhoudsgeschiedenis ervan. De vorige gebruiker kan het voertuig onjuist hebben gebruikt of bediend, waardoor er niet veilig mee kan worden gereden.
VEILIGHEIDSINFORMATIE 10 WET- EN REGELGEVING Raadpleeg het “Overzicht van geschikte ondergronden” om na te gaan of uw voertuig geschikt is voor gebruik op de weg (aangezien het niet is voorzien van alle uitrusting die volgens de wet- en regelgeving is vereist). Neem voor toevoeging van alle vereiste uitrusting contact op met uw vertrouwde dealer. Deze is u graag van dienst. Gebruik het voertuig in overeenstemming met het beoogde doel. Deze handleiding biedt informatie en instructies voor het gebruik van het voertuig in aanvulling op, maar niet ter vervanging van, algemene of specifieke REGELS, VEREISTEN, BESLUITEN OF WETTEN die op de gebruikslocatie van toepassing zijn. Iedereen die het voertuig op de weg gebruikt dient zich te houden aan alle toepasselijke verkeersregels in hun land.
In Italië en Duitsland is het bijvoorbeeld niet nodig om toestemming te verkrijgen of een rijbewijs te bezitten om een EPAC-fiets op de openbare weg te gebruiken. U kunt alleen met de EPAC op openbare wegen rijden als deze is voorzien van de in uw land wettelijk vereiste aanvullende uitrusting (voor zover deze nog niet op de fiets aanwezig is). In Italië en Duitsland zijn deze vereisten te vinden in de verkeersgeschiktheidsregels voor voertuigen. Als uw voertuig niet geschikt is voor gebruik op de weg omdat het niet is voorzien van alle volgens de wet- en regelgeving vereiste uitrusting, moet het in overeenstemming worden gebracht met de wet- en regelgeving. Neem voor toevoeging van alle uitrusting contact op met uw dealer, deze is u graag van dienst.
In Italië gelden er geen leeftijdslimieten voor het gebruik van elektrische fietsen, maar de berijder moet: – in staat zijn om met het voertuig te rijden, m. a. w.
beschikken over de basiskennis over de bediening van een voertuig en het vereiste evenwichtsgevoel hebben om een EPAC te besturen; – vanuit stilstand veilig kunnen op- en afstappen, vooral bij gebruik van een ergonomisch zadel dat verhindert dat de berijder in zittende positie met de voeten de grond kan aanraken; – fysieke afmetingen hebben die aansluiten bij de kenmerken van het voertuig en de maximaal toegestane belasting niet overschrijden. Dit voertuig kan gedurende langere tijd met hoge snelheden rijden. De berijder moet fit genoeg zijn om het voertuig ten minste twee uur veilig te gebruiken. Het voertuig compenseert niet voor gebreken of een slechte conditie.
VEILIGHEIDSINFORMATIE 11 Juist gebruik Het in deze handleiding beschreven voertuig is volgens de tabel “Overzicht van geschikte ondergronden” geschikt voor gebruik op verharde en onverharde wegen en paden. Gebruik van uw voertuig voor andere doeleinden dan het beoogde gebruik kan resulteren in gevaarlijke rijomstandigheden, valpartijen of ongevallen. Onjuist gebruik kan ook leiden tot kortsluitingen in de accu, mogelijk met brand tot gevolg. Gebruik het voertuig ALTIJD zoals beschreven in deze handleiding en eventuele aanvullende documentatie. Misbruik Lees de informatie in de paragraaf “Juist gebruik” in het boekje met veiligheidswaarschuwingen. Gebruikers mogen alleen de in deze handleiding vermelde werkzaamheden zelf uitvoeren.
De gebruiker mag onder geen beding diagnose- of programmeerapparatuur op de elektronische eenheden van het voertuig (accu, dashboard etc.) aansluiten en gebruiken. Gebruik de fiets ALTIJD zoals beschreven in deze handleiding en eventuele aanvullende documentatie. Overzicht van geschikte ondergronden Ondergrond Toestand van het wegdek Booster Easy Openbare weg Asfalt √ Niet-openbare weg √ Openbaar pad Zand, gravel, aarde etc. √ Niet-openbaar pad √ Terrein X Verhard toeristisch pad Niet-uitdagend, redelijk vlak terrein met een lage of gemiddelde hellingsgraad √ Onverhard toeristisch pad Terrein met blootliggende wortels, uitsteeksels etc.
BESCHRIJVING EN TECHNISCHE GEGEVENS 12 DE VERPAKKING VERWIJDEREN Het voertuig wordt verpakt en omwikkeld met bubbelfolie getransporteerd om de mechanische en esthetische integriteit te beschermen. Verwijder de verpakking voorzichtig en voer deze volgens de lokaal toepasselijke wet- en regelgeving af. De verpakkingsmaterialen (plastic zakken, piepschuim, banden etc.) moeten buiten het bereik van kinderen worden gehouden. IDENTIFICATIE Identificatieplaatje Elke fiets is voorzien van een identificatieplaatje op het onderste deel van het frame. Vermeld het op het plaatje vermelde serienummer bij elk onderhoudsverzoek of het bestellen van onderdelen. A
BESCHRIJVING EN TECHNISCHE GEGEVENS 20 VOERTUIGBESCHRIJVING Remmen De fiets is uitgerust met twee onafhankelijk werkende schijfremmen. Met de linkerremhendel wordt de voorwielrem bediend (achterrem in het Verenigd Koninkrijk) en met de rechterremhendel wordt de achterwielrem bediend (voorrem in het Verenigd Koninkrijk). Rijd voorzichtig totdat de inremperiode van het remsysteem is voltooid. Rem het remsysteem in door 30 korte remmanoeuvres uit te voeren waarbij u volledig tot stilstand komt vanaf een matige snelheid (ongeveer 25 km/h). Nadat het remsysteem is ingeremd zal de remkracht merkbaar groter zijn. Een te bruuske bediening van de remhendels kan leiden tot blokkeren van de wielen, mogelijk met een val tot gevolg. Schakelsysteem De fiets is uitgerust met een schakelsysteem in de achterwielnaaf. Dit systeem biedt een continu variabele transmissie.
Het schakelsysteem levert de beste overbrengingsverhouding voor elke snelheid en vergemakkelijkt het oprijden van hellingen. Verminder alvorens te schakelen de kracht op de pedalen om te voorkomen dat de tractie van de motor de ketting beschadigt. Frame en voorvork De fiets heeft een frame met een verende voorvork.
BESCHRIJVING EN TECHNISCHE GEGEVENS 21 Wielen De wielen worden “voorwiel” en “achterwiel” genoemd. De wielen bestaan uit de volgende onderdelen: – Naaf – Schakelsysteem (in de achternaaf) – Remschijf – Spaken – Velg – Band – Binnenband met ventiel – Voorspatbord – Achterdrager Elektrische apparatuur De fiets is uitgerust met een bedieningsinstrument voor de trapondersteuning. De onderdelen van het elektrisch aangedreven hulpsysteem en hun gebruik zijn beschreven in het hoofdstuk “DISPLAY”. Accu De accu moet op het frame zijn vastgezet. Om veiligheidsredenen kan de accu op de steun worden vergrendeld met een van de meegeleverde sleutels. De accu wordt geleverd inclusief de speciale lader en de voor het opladen vereiste kabels. Maak uzelf vertrouwd met de volgende pictogrammen en lees de uitleg. Bekijk vervolgens de pictogrammen die van toestemming zijn op uw model.
Stel de accu niet bloot aan hitte en open vuur Breng geen wijzigingen aan de accu aan en demonteer deze niet Lees de gebruikshandleiding Verwijder de accu niet door deze in zee te gooien
CONTROLES EN INSPECTIES 22 EERSTE GEBRUIK VAN HET VOERTUIG Lees alvorens uw voertuig te gebruiken deze handleiding zorgvuldig door. Het voertuig wordt voorgemonteerd geleverd aan de dealer. Sommige veiligheidsgerelateerde onderdelen zijn niet volledig gemonteerd. Uw dealer dient de montage van uw voertuig te voltooien en te zorgen dat het veilig is. – Controleer vóór de levering of de verkoper het test- en inspectieformulier volledig heeft ingevuld (raadpleeg de veiligheidswaarschuwingen in deze handleiding). – Gebruik het voertuig alleen in een zitpositie die geschikt is voor de gebruiker. – Stel de positie en hoogte van het zadel af (raadpleeg het hoofdstuk “ZADEL AFSTELLEN”). – Vraag uw dealer om instructies over de technische apparatuur van de fiets. – Laad de accu volledig op (raadpleeg het hoofdstuk “DE HULPMODUS GEBRUIKEN”).
VÓÓR ELK GEBRUIK VAN HET VOERTUIG Onveilig gebruik van het voertuig kan leiden tot gevaarlijke rijomstandigheden, valpartijen of ongevallen. – Controleer alvorens met het voertuig te gaan rijden of het veilig kan worden gebruikt. Overweeg ook de mogelijkheid dat het voertuig buiten uw zicht is omgevallen of iemand anders eraan heeft gezeten. – Lees de informatie in het gedeelte met veiligheidswaarschuwingen van deze handleiding. Controleer visueel elk onderdeel van het frame op inkepingen, kleine of grotere barsten en andere mechanische schade. Neem als u defecten aantreft contact op met de verkoper. WIELEN EN BANDEN CONTROLEREN De profieldiepte mag nooit minder bedragen dan 1 mm (0. 03 in) of minder dan wettelijk vereist in het land waar het voertuig wordt gebruikt. Wielbevestigingen controleren Beweeg eerst het ene en dan het andere wiel met kracht haaks op de rijrichting heen en weer.
Het bevestigingsmechanisme van het wiel mag niet bewegen. De twee moeren “A” moeten goed vastzitten. Er mogen geen piepende of krakende geluiden hoorbaar zijn.
Ventielen controleren Als met de fiets wordt gereden met een te lage bandenspanning, kunnen de band en binnenband op de velg gaan bewegen met scheefstand van het ventiel tot gevolg. Als dat gebeurt kan de ventielbasis tijdens het rijden losscheuren van de binnenband, waardoor de bandenspanning plotseling wegvalt. – Controleer de positie van de ventielen: deze moeten naar het midden van het wiel wijzen. – Laat indien nodig de bandenspanning af, draai de ventielmoer (indien aanwezig) terug en probeer de ventielpositie te corrigeren. – Draai de ventielmoer (indien aanwezig) weer aan en pomp de band weer op. A A.
CONTROLES EN INSPECTIES 23 Bandenspanning controleren Een te lage bandenspanning kan leiden tot het volgende: – De band en binnenband kunnen op de velg gaan bewegen, met scheefstand van het ventiel tot gevolg. Als dat gebeurt kan de ventielbasis tijdens het rijden losscheuren van de binnenband, waardoor de bandenspanning plotseling wegvalt. – De band kan in een bocht loskomen van de velg. – Het aantal storingen kan toenemen. Hoe hoger het lichaamsgewicht en de belasting, hoe hoger de bandenspanning moet zijn. De referentiewaarden zijn vermeld in de tabel hieronder. Let erop dat de waarden in de tabel slechts een indicatie zijn. Neem bij twijfel contact op met uw dealer of een bandenleverancier. Overschrijd nooit de op de band aangegeven spanning. Booster Easy Gebruik Bandenspanning (voor/achter) Weg 140 kPa (1.4 kgf/cm2, 20.3 psi) – Schroef ventieldopje “A” los.
– Controleer de spanning met een spanningsmeter of een pomp met een ingebouwde spanningsmeter. – Verhoog of verlaag de spanning indien nodig (u kunt lucht aflaten door ventielsteel “B” in te drukken). – Plaats ventieldopje “A” weer terug. Wielen controleren Til het voorwiel van de grond en draai rond met de hand. De velg en band moeten perfect rond zijn. Hoogte- of breedteslagen zijn niet toegestaan. Controleer het achterwiel op dezelfde manier. Controleer de wielen op aanwezigheid van vreemde voorwerpen (takjes, resten van poetsdoeken etc.) en verwijder deze indien nodig. Controleer de wielen op schade door externe impacts. Als er reflectors op de wielen zijn gemonteerd, controleer dan of deze stevig vastzitten. Verwijder ze als dat niet het geval is. B A
CONTROLES EN INSPECTIES 24 HOOFDONDERDELEN CONTROLEREN Zadel en zadelpen controleren Als de zadelpen niet diep genoeg in het frame zit kan deze tijdens het rijden loskomen, mogelijk met gevaarlijke rijomstandigheden, valpartijen of ongevallen tot gevolg. Controleer of de zadelpen is ingestoken tot de juiste diepte (raadpleeg het hoofdstuk “ZADEL AFSTELLEN”). Probeer met uw handen om het zadel (indien aanwezig) en de zadelpen te draaien in het frame. Er mag geen beweging voelbaar zijn. Zet de onderdelen vast als dat wel het geval is. Stuur controleren Als het stuur en de stuurklem niet correct zijn geïnstalleerd of zijn beschadigd, kan dat gevaarlijke rijomstandigheden, valpartijen of ongevallen tot gevolg hebben. Als u een defect aan deze onderdelen opmerkt of twijfels hebt, gebruik de fiets dan niet en neem contact op met uw dealer of een geschoolde monteur.
Voer een visuele controle uit van het stuur en de stuurklem. De stuurklem moet parallel staan aan de voorwielvelg en het stuur moet daar haaks op staan. Neem voorwiel stevig beet tussen uw benen, pak het stuur aan beide uiteinden vast en probeer het met uw handen in beide richtingen te bewegen. Probeer het stuur met uw handen te draaien in de stuurklem. Controleer of de schakelhendel, remhendels en handvatten stevig op het stuur vastzitten. Zoek met uw handen naar de hendels (een tegelijk). Knijp de voorremhendel in en beweeg de fiets met korte, snelle bewegingen naar voren en naar achteren. Het stuursysteem mag geen enkele speling vertonen. Er mogen geen piepende of krakende geluiden hoorbaar zijn. Neem als u defecten aantreft contact op met uw dealer of een geschoolde monteur. Er mogen geen onderdelen bewegen of verschuiven. Er mogen geen piepende of krakende geluiden hoorbaar zijn.
CONTROLES EN INSPECTIES 25 Remmen controleren Ernstig valgevaar. Niet-werkende remmen veroorzaken altijd gevaarlijke rijomstandig-heden, valpartijen en ongevallen. Een remdefect kan levensgevaarlijk zijn. Controleer uw remsysteem zeer zorgvuldig. Als u een defect opmerkt of twijfels hebt, gebruik de fiets dan niet en neem contact op met uw dealer of een geschoolde monteur. Knijp terwijl u stilstaat beide remhendels in tot tegen de aanslag. De afstand tussen de remhendel en het handvat moet minimaal 10 mm bedragen. Ga als de afstand kleiner is naar een erkende werkplaats om de vereiste controles te laten uitvoeren en de remmen in de juiste werkende staat terug te laten brengen. Probeer om de fiets naar voren en naar achteren te bewegen, beide wielen moeten geblokkeerd blijven. Trek met uw handen de remklauw afwisselend in alle richtingen. De remklauw mag niet bewegen.
Vuile remschijven moeten onmiddellijk worden gereinigd. De aanwezigheid van olie en/of vet op de remschijven kan de remwerking verminderen en gevaarlijke rijomstandigheden, valpartijen en ongevallen veroorzaken. Bedien terwijl u stilstaat meerdere keren de remhendel en houd deze dan ingeknepen. Het aangrijppunt mag niet veranderen. Controleer het remsysteem visueel. Begin bij de remhendel en ga dan verder met de kabels en remmen. Er mogen geen remvloeistoflekken zichtbaar zijn. Controleer de remschijf op beschadiging. De remschijf mag geen inkepingen, barsten, diepe krassen of andere mechanische schade vertonen. Til eerst het voorwiel en daarna het achterwiel van de grond en draai ze met de hand rond. De remschijf moet soepel ronddraaien. Ketting en crankbevestiging controleren Vraag iemand om u te assisteren.
De ene persoon moet het achterwiel optillen zodat het geen contact meer maakt met de grond en de andere persoon moet de rechtercrank rechtsom draaien. Controleer van bovenaf gezien de uitlijning van voorblad “A” en tandkrans “B”. De twee tandwielen mogen geen enkele excentriciteit vertonen.
CONTROLES EN INSPECTIES 26 Elektrische motor controleren Een defecte of beschadigde elektrische motor kan kortsluiting veroorzaken, mogelijk met brand tot gevolg. Controleer visueel of alle elektrische bedrading intact is en correct is geïnstalleerd. Schakel de elektrische bedieningseenheid pas in nadat alle andere controles zijn uitgevoerd. Let op eventuele foutmeldingen die op het display verschijnen. Lichten controleren Gevaar van valpartijen en ongevallen in het donker en/of bij weinig zicht. Het risico bestaat dat u obstakels over het hoofd ziet of niet wordt gezien door andere weggebruikers. Controleer de toestand van de koplamp en het achterlicht. Controleer of de lichten correct branden. Frameafdekking controleren (optioneel) Controleer alvorens te gaan rijden of de accessoires goed vastzitten.
Controleer of de onderdelen van de accessoires niet zijn beschadigd, goed vastzitten en niet schuiven of kraken. Laat ze als dat wel het geval is vervangen door uw dealer of een geschoolde monteur. Reinig de frameafdekkingen met water en een neutrale zeep. Gebruik een zachte doek. ANDERE CONTROLES Beschadigde voertuigonderdelen kunnen scherpe randen hebben die letsel kunnen veroorzaken. Controleer alle onderdelen op tekenen van beschadiging. Vraag uw verkoper of een geschoolde monteur om beschadigde onderdelen onmiddellijk te repareren of vervangen.
MONTEREN EN AFSTELLEN 28 STUUR AFSTELLEN Stel om overmatige kabelrek te voorkomen het stuur af alvorens het voertuig uit de onderkant van de verpakking te verwijderen. Om ruimte te besparen, wordt de fiets getransporteerd met het stuur in het verlengde van het frame gedraaid. – Draai met een 6mm-inbussleutel bout “A” terug. – Draai bout “B” terug. – Draai het stuur in een haakse positie ten opzichte van het frame. Draai de twee bouten “A” en de bout “B” vast met het juiste aanhaalmoment (raadpleeg de tabel “AANHAALMOMENT” in het hoofdstuk “CONTROLES EN INSPECTIES”). De hoogte van het stuur afstellen: – Draai bouten “C” terug met een 4mm-inbussleutel. Draai bouten “C” vast met het gewenste aanhaalmoment (raadpleeg de tabel “AANHAAL-MOMENT” in het hoofdstuk “CONTROLES EN INSPECTIES”). PEDALEN MONTEREN Om ruimte te besparen wordt de fiets getransporteerd zonder de pedalen.
De pedalen monteren: – Verwijder de beschermfolie van de pedalen. – De pedalen verschillen van elkaar en zijn gemarkeerd met de letters “R” (rechts) en “L” (links). – Schroef het rechterpedaal op de rechtercrank door het rechtsom te draaien. Draai het pedaal vast met een 15mm-sleutel (raadpleeg de tabel “AANHAALMOMENT” in het hoofdstuk “CONTROLES EN INSPECTIES”). Schroef het linkerpedaal op de linkercrank door het linksom te draaien. Draai het pedaal vast met een 15mm-sleutel (raadpleeg de tabel “AANHAALMOMENT” in het hoofdstuk “CONTROLES EN INSPECTIES”). C C B A 90°
MONTEREN EN AFSTELLEN 29 ZADEL AFSTELLEN Hoogte afstellen – Draai de klembout van de zadelpen terug. – Stel de zadelhoogte af door het zadel naar de gewenste positie te bewegen. Beweeg de zadelpen niet voorbij de markering. Er moet minimaal 10 cm van de zadelpen in het frame blijven. – Lijn de punt van het zadel uit met de voorkant van het voertuig. Draai bout “A” vast met het gewenste aanhaalmoment (raadpleeg de tabel “AANHAAL-MOMENT” in het hoofdstuk “CONTROLES EN INSPECTIES”). Zadelpositie en -hoek afstellen – Draai zadelbevestigingsbouten “B” terug. – Stel de hoek (voor zover van toepassing) of de afstand tot het stuur af zoals gewenst. Draai bouten “B” aan met het juiste aanhaalmoment (raadpleeg de tabel “AANHAAL-MOMENT” in het hoofdstuk “CONTROLES EN INSPECTIES”). MIN 10 cm B A
MONTEREN EN AFSTELLEN 30 REMHENDELS AFSTELLEN Als u de positie van de remhendels wilt afstellen: De beschreven handelingen zijn van toepassing op beide remhendels. – Draai de hendelbevestigingsbout terug. – Stel de hoek van de hendel af zoals gewenst. Draai de bevestigingsbout vast met het juiste aanhaalmoment (raadpleeg de tabel “AANHAALMOMENT” in het hoofdstuk “CONTROLES EN INSPECTIES”). – Stel de openingspositie van de hendel af met de versteller. De hendelstelschroeven zijn zwart. – Schroef de versteller in om de opening te vergroten of uit om deze te verkleinen. SCHAKELREGELING AFSTELLEN Als u de positie van de schakelregeling wilt afstellen: – Draai de bevestigingsbout van de schakelregeling terug. – Stel de hoek van de hendel af zoals gewenst. Draai de bevestigingsbout vast met het juiste aanhaalmoment (raadpleeg de tabel “AANHAALMOMENT” in het hoofdstuk “CONTROLES EN INSPECTIES”).
MONTEREN EN AFSTELLEN 31 MODUSKEUZETOETSEN AFSTELLEN De positie van de moduskeuzetoetsen en de voedingstoets afstellen: – Draai de bevestigingsbout van het toetsenblok terug. – Stel de hoek van het blok af zoals gewenst. Draai de bevestigingsbout vast met het juiste aanhaalmoment (raadpleeg de tabel “AANHAALMOMENT” in het hoofdstuk “CONTROLES EN INSPECTIES”). HANDVATTEN AFSTELLEN De positie van de handvatten afstellen (indien gewenst): – Draai de handvatbevestigingsbout terug. – Stel de positie van de handvatten naar wens af. Draai de bevestigingsbout vast met het juiste aanhaalmoment (raadpleeg de tabel “AANHAALMOMENT” in het hoofdstuk “CONTROLES EN INSPECTIES”). L R
MONTEREN EN AFSTELLEN 32 KOPLAMP AFSTELLEN Plaats om de koplamplichtbundel correct af te stellen het voertuig op 2 m (6.6 ft) afstand van een verticale muur. De ondergrond moet horizontaal zijn. – Schakel de koplamp in en ga op het zadel zitten. – Controleer of de op de muur geworpen lichtbundel 7 cm onder de horizontale rechte lijn van de koplamp staat; – Draai om de afstelling uit te voeren bout “A” terug en stel de lichtbundel handmatig op de gewenste positie af; Draai bout “A” vast met het juiste aanhaalmoment (raadpleeg de tabel “AANHAALMOMENT” in het hoofdstuk “CONTROLES EN INSPECTIES”). – Controleer nogmaals of de lichtbundel in de juiste richting schijnt. A 2 m (6.6 ft) 7 cm
HET VOERTUIG GEBRUIKEN 33 ALGEMENE SUGGESTIES Het voertuig kan worden gebruikt als een fiets met trapondersteuning. Maak uzelf voordat u de hulpmodus gebruikt vertrouwd met het gebruik van uw fiets. Raadpleeg voor het instellen van het hulpniveau het hoofdstuk “DE HULPMODUS GEBRUIKEN”. Lees het boekje met veiligheidsaanbevelingen zorgvuldig door.
HET VOERTUIG GEBRUIKEN 34 HET SCHAKELSYSTEEM GEBRUIKEN Verminder alvorens te schakelen de kracht op de pedalen om te voorkomen dat de tractie van de motor de ketting beschadigt. De fiets is uitgerust met een continu variabele transmissie in de achterwielnaaf. Aanbevolen wordt om te schakelen terwijl u rijdt. De transmissie is uitgerust met een continu variabele regeling op het stuur: – Door de regeling naar voren te draaien, schakelt u naar een kleinere versnelling (grotere wendbaarheid). – Door de regeling naar achteren te draaien, schakelt u naar een grotere versnelling (hogere snelheid). Als u naar een kleinere versnelling schakelt, schakelt het systeem minder op. De pedaalweerstand neemt af en u kunt een minder hoge snelheid halen. U kunt echter makkelijker bergop rijden. Naar een kleinere versnelling schakelen: – Draai de regeling omhoog.
HET VOERTUIG GEBRUIKEN 35 DE REMMEN GEBRUIKEN Trek om een rem te bekrachtigen de betreffende hendel naar het stuur toe: – Hendel “A” voorrem (achterrem uitsluitend in Verenigd Koninkrijk). – Hendel “B” achterrem (voorrem uitsluitend in Verenigd Koninkrijk). De maximale remprestaties worden bereikt door de twee hendels tegelijk te bedienen. 65% (ongeveer) van de totale remkracht wordt gerealiseerd door de voorrem. Gevaar van valpartijen en ongevallen. Als u te hard remt kunnen de wielen blokkeren, mogelijk met wielslip en een val tot gevolg. Het is noodzakelijk dat u vertrouwd raakt met de werking van de remmen. Begin door rustig te fietsen en met een matige kracht te remmen. Voer deze remoefeningen uit op een vlakke weg met weinig verkeer. Rem met een matige kracht en bedien beide hendels tegelijk. Wees voorzichtig bij het gebruik van de voorrem. Zand, grind etc.
kunnen voorwielwielslip veroorzaken, mogelijk met een val tot gevolg. Schijfremmen verkrijgen hun volledige remkracht na een bepaalde “inremfase”. De algemene regel luidt als volgt: De remmen worden als ingeremd beschouwd nadat u ongeveer 30 korte, volledige remacties hebt uitgevoerd vanaf een gemiddelde snelheid (ongeveer 25 km/h). Vermijd lange ritten zolang het remsysteem niet is ingeremd. Nadat het remsysteem is ingeremd is een zeer hoge remkracht beschikbaar. Als u te hard remt, kunnen de wielen blokkeren. A B
HET VOERTUIG GEBRUIKEN 36 HET VOERTUIG GEBRUIKEN – Pak altijd het linkerhandvat stevig vast met uw linkerhand en het rechterhandvat met uw rechterhand. – Bedien beide remhendels. – Zet om te gaan rijden uw linkervoet op het linkerpedaal en uw rechtervoet op het rechterpedaal. – U kunt deze actie uitvoeren als u op het zadel zit of als u op de pedalen staat. – Laat beide remhendels los. – Begin te trappen. – VEEL PLEZIER! Parkeer het voertuig niet in de zon. De accu kan hierdoor oververhit raken, waardoor de beveiliging wordt geactiveerd. Het vervoer van kinderen, mensen of dieren is niet toegestaan. Het is niet mogelijk om een kinderzitje te installeren (voor niet en achter ook niet).
HET VOERTUIG GEBRUIKEN 37 WAT U MOET DOEN NA EEN VAL Neem na een val of ongeval onmiddellijk contact op met uw dealer om het voertuig te laten controleren voordat u het opnieuw gebruikt. Gebruik het voertuig pas opnieuw nadat het is geïnspecteerd en, indien nodig, gerepareerd door de dealer. Als defecte onderdelen niet worden vervangen, kan dat resulteren in gevaarlijke rijomstandigheden, valpartijen, ongevallen en schade aan eigendommen. Lees het boekje met veiligheidsaanbevelingen zorgvuldig door. HET VOERTUIG TRANSPORTEREN Voor een juist transport van het voertuig kan het nodig zijn om het voorwiel en/of achterwiel te verwijderen. (Raadpleeg het hoofdstuk “REINIGING EN ONDERHOUD”. ) De accu’s zijn onderhevig aan de wettelijke vereisten inzake gevaarlijke goederen.
Als ze worden vervoerd door derde partijen (bijvoorbeeld via luchttransport of een transportbedrijf), moet worden voldaan aan speciale verpakkings- en labelingsvereisten. Raadpleeg een gevaarlijke-goederenexpert om het item voor te bereiden op transport. De klant kan de accu’s over de weg vervoeren zonder verdere vereisten. Beschadigde accu’s mogen niet worden vervoerd. Plak blootgestelde aansluitingen af en verpak de accu zodanig dat deze niet in de verpakking kan bewegen. Leef alle lokale en nationale wet- en regelgeving na. Neem voor vragen over het transport van de accu’s contact op met een fietsenwinkel. Lees voor een correct en veilig transport van het voertuig de specifieke waarschuwingen in het gedeelte “HET VOERTUIG TRANSPORTEREN” van het hoofdstuk “WAARSCHUWINGEN EN VEILIGHEID” van het boekje met veiligheidswaarschuwingen.
HET VOERTUIG GEBRUIKEN 38 OPMERKINGEN OVER DE ACCUDUUR De accuduur kan aanzienlijk variëren (van 20 tot 150 km) afhankelijk van het type gebruik en de leeftijd van de accu’s (gemiddeld neemt de accuduur na 3 of 4 jaar met ongeveer 40% af). De belangrijkste factoren die de accuduur beïnvloeden zijn: Factor Relevantie Effect op duur Gewicht van berijder en belasting * Neemt af als het gewicht van de berijder en eventuele accessoires toeneemt. Bandenspanning * Neemt af als de bandenspanning afneemt. Type ondergrond ** Neemt aanzienlijk af bij rijden in modder, nat gras of op onregelmatige ondergronden. Neemt toe op vlakke ondergronden. Klimmen *** Neemt af als de hellingsgraad toeneemt. Overbrengingsverhouding ** Neemt af als een “zware” versnelling wordt gebruikt, neemt toe als een “lichtere” versnelling wordt gebruikt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Yamaha BOOSTER Easy (2023) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fiets Yamaha
Handleiding Fiets
Nieuwste handleidingen voor Fiets