Well Straler A9E Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Well Straler A9E (24 pagina’s), behorend tot de categorie Haarden. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 25 mensen. Heb je een vraag over Well Straler A9E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/24
Gebruiksaanwijzing
1
Gebruikershandleiding
voor Gashaarden met Dungs
kraanblok modulerende versie (T2)
KT70M - KT85M KT85MD -KT100M KT125M
KT150M KL130M KR130M - KP135M
A9E - A19E - A19ME A99E
Bewaar dit document zorgvuldig
09AB11

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Well Straler
Categorie: Haarden
Model: A9E

Handleiding Well Straler A9E – volledige tekst

3 1. Inleiding 1. 1. Verwelkoming Gefeliciteerd met de aankoop van uw Well Straler gastoestel. Wij verheugen ons u als klant te hebben. Met dit kwaliteitsproduct zal u jarenlang stookplezier hebben en kunnen genieten van het unieke vlammenspel en de gezellige warmte. Lees eerst zorgvuldig deze gebruiksaanwijzing voordat u het toestel in gebruik neemt. Bewaar dit boekje goed. Het plaatsen en in werking stellen moet door vakmensen gebeuren volgens gangbare normen. Laat bij het in werking stellen, uw installateur u inlichten over het gebruik, de bediening en het onderhoud van uw toestel. Elk toestel is getest, nauwkeurig afgeregeld en verzegeld in de fabriek gelijkvormig de categorie I2E+, respectievelijk I3+.

Bij wijzigingen aan de regelorganen door onbevoegde personen vervalt de waarborg en vrijwaart Well Straler van alle verantwoordelijkheid betreft de veiligheid en de goede werking van het apparaat. Het toestel is voorzien van een hittebestendige laklaag. Tijdens de eerste stookuren is het volkomen normaal dat er een geur ontstaat door het inbranden van de lak, dit is echter ongevaarlijk. Om dit zo snel mogelijk te verhelpen dient men het toestel enkele uren volop te laten branden en de ruimte goed te ventileren. Alle vervangbare onderdelen moeten toegangelijk zijn. Het toestel moet zodanig worden geplaatst dat het zonder breken kan worden uitgebouwd. GELIEVE DE NODIGE AANDACHT TE GEVEN AAN VOLGENDE PUNTEN. Wanneer het toestel tijdens lange periode niet wordt gebruikt, moet men de ontvanger op “OFF” zetten en de stekker uit het stopcontact trekken.

Dit bevordert de levensduur van de elektronische apparatuur. Ander draadloze gestuurde toestellen (TV, autosleutel, garagedeur) kunnen door een sterker signaal de goede werking van het toestel verstoren Nooit brandbare materialen gebruiken bij het inbouwen van een gashaard. Breng zelf geen wijzigingen aan het toestel aan. Ook niet aan de hout-/ kiezelset van de brander, noch in positie, noch in hoeveelheid.

De waakvlam moet altijd vrij blijven. Men moet brandbare voorwerpen op een veilige afstand van het toestel houden. Altijd 5 min. wachten na het doven van de waakvlam alvorens het toestel opnieuw te ontsteken. Het toestel, het rookkanaal en de verbrandingskamer dienen jaarlijks door een erkende vakman te worden onderhouden en gecontroleerd. Wanneer het toestel met een plof en/of slecht ontsteekt, de afsluitkraan onmiddellijk sluiten en contact opnemen met de installateur. U vindt aanvullende instructies hierover in de gebruiksaanwijziging. 1. 2. Onderhoud Een gewoon onderhoud beperkt zich tot het rein houden van de mantel en de verbrandingskamer. De mantel of sierkader/ruitkader afnemen en met een vochtig doek het stof van de verbrandingskamer en vloerplaat wegnemen. Dit gebeurt steeds bij een afgekoeld toestel.

Bij toestellen met een schoorsteenaansluiting, jaarlijks de schoorsteen laten reinigen, vooral in gevallen waar voorheen kolen of oliekachels gebrand hebben. Om eventuele problemen of defecten te voorkomen tijdens de stookperiode is het raadzaam in de zomer een jaarlijks onderhoud te laten uitvoeren door een vakman.

Een jaarlijks onderhoud omvat:  Nakijken of de punt van het thermokoppel niet verbrand is;  Nagaan of de hoofdinspuiter of waakvlaminspuiter niet verstopt is;  Nakijken van de piëzo ontsteker en ontstekingskaars;  Brander reinigen en branderopeningen uitblazen;  Waakvlam reinigen (uitblazen via luchtopeningen onderaan);  Toestel op gasdichtheid testen, in het bijzonder opnieuw gemonteerde onderdelen;  Werking van het toestel controleren: - ontsteking waakvlam nakijken; - nakijken of de waakvlam goed geregeld is; - ontsteking van de hoofdbrander controleren, deze moet snel en geruisloos zijn; - werking van de thermostaat uittesten;  Werking van de TTB uittesten (voor toestellen met open verbranding);  Ventilator (indien aanwezig) stofvrij maken;  Toevoer- en afvoerkanalen controleren.

4 1. 3. Veiligheid 1. 3. 1. In acht te nemen veiligheidsvoorschriften  Gebruik het toestel uitsluitend voor verwarming, niet voor andere doeleinden.  Zorg ervoor dat gordijnen of andere brandbare materialen niet in contact kunnen komen met het gastoestel.  Laat niet toe dat kleine kinderen of zwakkere personen direct voor het gastoestel slapen.  Verboden op het gastoestel te gaan zitten.  Niets tegen of op het gastoestel plaatsen.  Kinderen of personen die niet op de hoogte zijn van de werking van het toestel mogen enkel onder toezicht in de nabijheid van het toestel komen.  Spuit geen aerosol op het gastoestel als het in gebruik is.  Verboden ontvlambare materialen, beplanting enz. voor de rookafvoer te plaatsen.  Verboden ontvlambare producten te bewaren in de buurt van het gastoestel.  De onderdelen van de rookafvoer mogen niet in contact komen met brandbaar materiaal.

 Nooit de afsluitkraan open laten staan als het toestel gedoofd is.  Nooit een lek opzoeken d. m. v. een vlam; dit geschiedt uitsluitend door de delen waar zich een gasontsnapping kan voordoen in te smeren met zeepwater.  Een gebroken of gescheurd glas dient vervangen te worden, alvorens het toestel opnieuw te gebruiken.  Het is verboden brandbare stoffen op de keramische houtblokken-, kolen- of keienset te leggen.  De voorzijde is het actieve oppervlak van het toestel. Raak dit niet aan als het toestel in werking is.  Plaats een bijkomend scherm voor het toestel om rekening te houden met speciale risico’s die bestaan in crèches of andere plaatsen waar jonge kinderen, bejaarden of mindervaliden aanwezig zijn.  Het toestel nooit in werking stellen zonder de ruit; let er bovendien op dat deze correct is vastgeklikt.

Thermische terugslagbeveiliging – TTB Alle toestellen met open verbranding zijn voorzien van een thermische terugslagbeveiliging (TTB) die het toestel volledig, inclusief de waakvlam, uitschakelt van zodra er zich één van de volgende situaties voordoet:  een te geringe schoorsteentrek;  onderdruk in de woning door een mechanisch afzuigsysteem;  onvoldoende luchttoevoer;  windterugslag in de schouw;  schouw verstopt. Van zodra de oorzaak van het in werking treden van de TTB is verholpen, kan het toestel opnieuw worden ontstoken en zal het verder normaal functioneren. Het is verboden de TTB buiten werking te stellen. Raadpleeg bij aanhoudende problemen uw installateur. De defecte onderdelen mogen alleen vervangen worden door originele stukken. De positie van de TTB mag niet bijgeregeld worden. 1. 3. 3.

Veiligheden ingebouwd in het bedieningssysteem Het bedieningssysteem werkt op radiofrequentiesignalen die uitgezonden worden door de zender in de afstandsbediening naar de ontvanger in uw toestel. Voor een goede werking is het dus onontbeerlijk dat de zender altijd binnen het werkingsbereik van de ontvanger geplaatst wordt (± 6 m). Het grootste werkingsbereik wordt bekomen wanneer de zender rechtop geplaatst wordt (maak hiervoor gebruik van de meegeleverde steun. ) Om ongewenste situaties te voorkomen werden verschillende veiligheidssystemen ingebouwd die verwittigen wanneer er moet ingegrepen worden.

5 1. 3. 4. Communicatieveiligheid zender-ontvanger De afstandsbediening beschikt over een communicatieveiligheid, ingebouwd in de software. Deze geeft het systeem een bijkomende veiligheid wanneer het in THERMO of PROGRAM mode staat. Deze veiligheid treedt in werking van zodra de zender buiten het bereik van de ontvanger wordt geplaatst en werkt als volgt (enkel bij THERMO en PROGRAM mode): De zender meet elke 2 minuten de omgevingstemperatuur en vergelijkt deze met de ingestelde SET temperatuur. Samen met deze meting stuurt de zender een RF-signaal naar de ontvanger om weer te geven dat de zender zich in het werkingsbereik bevindt. Wanneer de ontvanger dergelijk signaal niet ontvangt in een tijdspanne van 5 minuten betekent dit dat de zender buiten bereik is en dus geen verdere opdrachten kan doorgeven.

Op dit moment begint de rode led op de ontvanger te knipperen (0,5 seconde aan / 0,5 seconde uit) en wordt automatisch overgeschakeld op de temperatuursensor van de ontvanger. De kachel blijft verder werken in de mode waarin hij stond voor het wegvallen van het RF-signaal. Tevens zal het antennesymbool op het display van de zender langzaam knipperen. Wanneer de zender opnieuw binnen bereik wordt gebracht zal de storingsled doven, het antennesymbool verdwijnen en wordt de temperatuur opnieuw geregeld vanuit de zender. 1. 3. 5. Temperatuursensor zender Wanneer de temperatuursensor in de zender defect is begint de rode led eveneens te knipperen (0,5 seconde aan / 0,5 seconde uit) en wordt automatisch overgeschakeld op de sensor van de ontvanger. Alle andere functies van de zender blijven werken. 1. 3. 6.

Indien echter het signaal van de zender wegvalt krijgt de ontvanger geen juiste informatie meer en zal deze in storing gaan: de kachel dooft en de rode led gaat continu aan. Wanneer de zender opnieuw binnen bereik wordt gebracht moet men de ontvanger eerst resetten vooraleer de kachel opnieuw kan gestart worden. Druk hiervoor op OFF op de zender of op RESET op de ontvanger. Tijdens het resetten zal de ontvanger een aantal keer kort na elkaar piepen. 1. 3. 7. Thermo-veiligheid – ontvanger De ontvanger beschikt eveneens over een thermo-veiligheid die in werking treedt wanneer bij niet normaal functioneren van het toestel (bv. defecte ventilator) de omgevingstemperatuur van de ontvanger boven de 65°C zou stijgen. Op dit moment wordt uw toestel uitgeschakeld, de rode led gaat aan en de ontvanger piept 4 keer om de 2 seconden, en dit zolang de omgevingstemperatuur niet zakt onder de 50°C.

Van zodra het piepen stopt, kunt u uw toestel opnieuw in gebruik nemen. Het systeem reset zichzelf. 1. 3. 8. Kinderslot (CP) Het systeem voorziet in een ‘kinderslot’-functie die het desgewenst onmogelijk maakt om uw toestel via de afstandsbediening te bedienen tot dit kinderslot opgeheven wordt. OPMERKING: Deze kinderslotfunctie blokkeert enkel de bedieningsknoppen van de zender. De normale werking van het toestel gaat gewoon verder in de modus waarin het zich bevond bij het in werking stellen van het kinderslot. Om uw toestel uit te zetten en te verhinderen dat er iemand accidenteel het toestel inschakelt moet u eerst het toestel op OFF zetten en vervolgens het kinderslot activeren. 1. Om het ‘kinderslot’ te activeren drukt u de TIMER- en FAN-toetsen tegelijkertijd gedurende ongeveer 5 sec. in, waarna CP verschijnt in het TEMP-venster. 2.

6 1. 4 Toestellen met ventilator Om koude luchtstromen te voorkomen bij een afgekoeld toestel, treedt de ventilator automatisch in werking 4 minuten na het ontsteken van de brander. Na het doven van de brander blijft de ventilator nog ±15 minuten nablazen om de restwarmte volledig te benutten 2.

Bediening van uw toestel Enkele voordelen van de Well Straler nieuwe productgeneratie:  Automatische ontsteking zonder permanente waakvlam;  Exacte, digitale temperatuurcontrole in een straal van ± 6 m rond het toestel;  Draadloze bediening van alle functies van uw toestel in een straal van ± 6 m;  Vier verschillende manieren van werken (AAN/UIT – THERMOSTATISCH – WEEKPROGRAMMA – COUNTDOWN TIMER);  Volautomatische geprogrammeerde werking aan de hand van een vooraf in te stellen weekprogramma (4 onafhankelijke programma’s per dag, 7 dagen per week);  Manuele regeling vlamhoogte aan de ontvanger;  Manuele regeling vlamhoogte via zender BELANGRIJK: Voor een goede werking van het apparaat moeten zender en ontvanger op elkaar afgesteld zijn (Zie 2. 6. 2. LEARN, p. 15).

Indien het werkingsbereik kleiner is dan 6 m moet de antenne van de ontvanger (zwarte draad aan de zijkant van de ontvanger) verplaatst worden. 2. 1. De zender De zender werkt op 2 AAA 1,5V batterijen. Om een degelijke werking te garanderen is het aanbevolen gebruik te maken van ALKALINE-batterijen. Van zodra er 2 AAA 1,5V batterijen in de voorziene houder aan de achterkant van de zender geplaatst worden (let op de polariteit) zal de huidige kamertemperatuur of de tekst ‘LEARN’ af te lezen zijn op het LCD-scherm. Is dit niet het geval, dan dient u te controleren of de batterijen goed geplaatst zijn. OPGELET: Gebruik steeds het juiste type batterijen, dit om explosiegevaar te vermijden. Denk aan het milieu en breng gebruikte batterijen naar een inzamelpunt. 2. 2. : Het LCD scherm 1. PROGRAM FOR: verschijnt tijdens programmatie van dag en periode van dag. 2.

DAY: huidige dag van de week (zo/ma/di/wo/do/vr/za). 3. PERIOD: periode van de dag (voormiddag/dag/avond/nacht). 4. MODE: duidt aan in welke modus het systeem zich bevindt:  ON (toestel staat aan ongeacht de omgevingstemperatuur)  OFF (systeem is uitgeschakeld)  THERMO (systeem werkt temperatuurgebonden)  PROGRAM (systeem werkt volgens ingesteld weekprogramma). 5. START AT: verschijnt tijdens de programmatie van het tijdstip van inschakeling van het toestel. 6. SET: geeft de gewenste ingestelde temperatuur weer. 7. F°/C°: temperatuur in graden Fahrenheit of Celsius. 8. TIME/TEMP: geeft de huidige kamertemperatuur weer. In ditzelfde venster komt ook de huidige tijd wanneer de TIMER-toets ingedrukt wordt. 9. LOW: verschijnt wanneer de batterijen moeten vervangen worden. Vanaf de verschijning van LOW moeten de batterijen binnen de twee weken vervangen worden. 10.

TIMER: verschijnt wanneer de countdown-timer in gebruik is. 11. OVERRIDE: verschijnt wanneer men de vooraf ingestelde SET temperatuur tijdelijk wijzigt. 12. FLAME geeft weer dat het toestel brandt, LEVEL geeft een indicatie van de vlamhoogte. 13. CP: verschijnt wanneer het ‘kinderslot’ actief is. Het ‘kinderslot’ wordt geactiveerd/gedesactiveerd door de toetsen TIMER en FAN tegelijkertijd in te drukken gedurende 5 seconden.

7 14. FAN: geeft weer of de ventilator in grootstand (FAN HI), mediumstand (FAN MED) of kleinstand (FAN LOW) staat. 15. AUTO: randomfunctie van de vlamhoogte. 16. TRANSMIT: antennesymbool verschijnt even telkens er een signaal naar de ontvanger wordt gestuurd en knippert langzaam wanneer de zender geen verbinding meer heeft met de ontvanger OPMERKING: Wanneer het antennesymbool heel snel knippert betekent dit dat er een toets geblokkeerd is. De afstandsbediening zal niet meer correct functioneren tot deze toets opnieuw vrijgemaakt is. 2. 3 Initiële ‘set-up’-programmering van de afstandsbediening Om de initiële set-up door te voeren moeten er batterijen in de zender geplaatst zijn. De temperatuurschaal, de dag van de week en het juiste uur werden in onze fabrieken reeds ingesteld. Indien u deze wenst te wijzigen kan dit als volgt: 2. 3. 1. Verandering van temperatuurschaal (°C / °F) 1.

Druk éénmaal op de toets bovenaan in het batterijencompartiment. Het °C-symbool op het LCD scherm zal knipperen. 2. Om te veranderen tussen °C en °F drukt u op de UP- of DOWN- toets aan de voorzijde van de zender. 3. Druk op de SET-toets om uw keuze te bevestigen. OPMERKING: Indien u de ingestelde waarde (°C) wenst te behouden kunt u na stap 1 onmiddellijk op de SET-toets drukken.

8 2. 3. 2. Instellen van de dag van de week 4. Na stap 3 hierboven zal de weekdag beginnen knipperen op het LCD scherm. 5. Om deze in te stellen, drukt u op de AHEAD- of BACK-toets aan de voorzijde van de zender. 6. Druk SET om uw keuze te bevestigen. OPMERKING: Indien u de ingestelde waarde wenst te behouden kunt u na stap 3 onmiddellijk op de SET-toets drukken. 2. 3. 3. Instellen van de tijd 7. Na stap 6 hierboven zal het uur beginnen knipperen. 8. Om het uur in te stellen drukt u op de UP- of DOWN-toets. 9. Druk SET om uw keuze te bevestigen; de minuten zullen beginnen te knipperen. 10. Om de minuten in te stellen drukt u op de UP- of DOWN-toets. 11. Druk SET om uw keuze te bevestigen. DE INITIËLE SETUP IS NU COMPLEET. SLUIT HET BATTERIJENCOMPARTIMENT. HET LCD-SCHERM STAAT NU IN ZIJN NORMALE STATUS. 2. 3. 4. Instellen SWING: 1. Druk AHEAD en BACK toetsen gelijktijdig in.

De momenteel ingestelde SWING (verschil in temperatuur tussen op- en afslaan van de thermostaat) verschijnt in het SET TEMP venster, samen met de vermelding SWING op het LCD scherm. 2. Druk UP/DOWN om de SWING te veranderen. 3. Druk SET om uw keuze te bevestigen. 2. 4. Weekprogrammatie De zender heeft een door de fabriek ingesteld standaardprogramma. Elke dag is opgedeeld in vier periodes en elke periode heeft zijn eigen starttijd en gewenste temperatuur. Een schema van het standaardprogramma vindt u hieronder: DAG PERIODE UUR / TEMPERATUUR Elke dag van de week MORN 6:00 21°C DAY 8:30 16°C EVE 15:00 21°C NIGHT 23:00 18°C U kunt dit programma wijzigen door onderstaande procedure te volgen. Er kan ten allen tijde naar de fabrieksinstellingen teruggekeerd worden (zie hoofdstuk 2. 4. 3. Opheffen programma).

9 2. 4. 1. Programmatie dag/periode van dag/temperatuur Eigen programma: DAG Voormiddag Dag Avond Nacht Uur Temp Uur Temp Uur Temp Uur Temp zondag (SU) maandag (MO) dinsdag (TU) woensdag (WE) donderdag (TH) vrijdag (FR) zaterdag (SAT) Als gebruiker kunt u het ingebouwde standaardprogramma (cfr. bovenstaande tabel bij 2. 4. Weekprogrammatie) wijzigen en aanpassen aan uw eigen noden. Elke dag is opgedeeld in vier periodes: voormiddag/dag/avond/nacht. Er werd hierboven in een blanco schema voorzien waarin u zelf de gewenste uren en temperaturen kunt invullen en aldus de zender programmeren. Indien u dit wenst kunt u één dag, één periode of alle zeven dagen en alle periodes aanpassen. OPGELET: Vooraleer wijzigingen aan het standaardprogramma uit te voeren dient u er zich EERST van te vergewissen dat dag en uur juist ingesteld zijn (zie 2. 3. Initiële set-up).

Om veranderingen aan te brengen aan het standaardprogramma: 1. Druk vanuit de OFF-modus de PROG-toets lang in. De tekst PROGRAM FOR en START AT op het display zullen knipperen. De huidige dag, periode, vooraf ingestelde aanvangstijd en gewenste temperatuur zullen ook verschijnen. 2. Om DAG en PERIODE aan te passen drukt u op de AHEAD- of BACK-toets tot de gewenste dag en periode op het scherm verschijnen. 3. Vervolgens drukt u op PROG. De tijd zal nu knipperen. 4. Om de STARTTIJD te programmeren drukt u op de + of – toets om de gewenste tijd te bereiken. De aangeduide tijd zal veranderen in stappen van 15 minuten. 5. Wanneer de gewenste starttijd op het scherm staat drukt u PROG om te bevestigen. De SET TEMP zal nu knipperen.

10 6. Om de gewenste kamertemperatuur in te stellen drukt u op de + of - toets. 7. Wanneer de gewenste temperatuur op het scherm verschijnt drukt u PROG om te bevestigen. 8. Na stap 7 zal de volgende periode van dezelfde dag of de eerste periode van de volgende dag verschijnen. 9. Om de volgende periode of dag te programmeren volgt u opnieuw stappen 3, 4, 5, 6 en 7. 10. Blijf stappen 3, 4, 5, 6 en 7 volgen totdat u alle 7 dagen met elk 4 tijdsperiodes geprogrammeerd hebt. 11. Wanneer het volledige programma werd ingevoerd drukt u op de SET-toets. De ingevoerde gegevens zullen nu de fabrieksinstellingen vervangen en uw toestel zal in de PROGRAM-modus reageren volgens deze nieuwe gegevens.

OPMERKING: Tijdens het programmeren is het mogelijk om sneller naar een andere periode over te gaan door na stap 8 op AHEAD of BACK te drukken om zo bepaalde periodes over te slaan (deze zullen wel de vooraf ingestelde waarden bewaren). Wanneer de dag/periode die u wenst te wijzigen op het scherm verschijnt, drukt u PROG om te bevestigen en vervolgt u met stap 3. 2. 4. 2. Overzicht programma U kunt ten allen tijde een overzicht bekomen van het momenteel in voege zijnde programma (ofwel de fabrieksinstelling, ofwel het door u aangepaste programma). Druk vanuit de OFF-modus gedurende 1 seconde op de toets PROG. Door herhaaldelijk op deze toets te drukken overloopt u het ganse programma. Druk SET om terug naar de normale mode te gaan. OPGELET: Wanneer u gedurende 4 seconden op de PROG-toets drukt, gaat u naar programmeer-modus. In dit geval drukt u op SET om dit op te heffen. 2. 4. 3.

Opheffen eigen programma en terugkeer naar fabrieksinstellingen Om het door u gewijzigde programma te annuleren en terug te keren naar de fabrieksinstellingen gaat u als volgt te werk: PROG en SET lang indrukken. De gewijzigde gegevens worden gewist wanneer P op het LCD scherm verschijnt. Tegelijkertijd zal er ook een piep hoorbaar zijn.

11 2. 5. Bediening van uw toestel 2. 5. 1. Manueel (ON/OFF) Druk gelijktijdig op de UP en + toetsen tot er ON verschijnt op het LCD scherm. De waakvlam van uw toestel zal nu automatisch ontstoken worden: gedurende maximaal 60 seconden zullen vonken overslaan tussen de ontstekingskaars en de waakvlam. Van zodra er een vlam gedetecteerd wordt stopt het vonken. Enkele seconden later zal nu ook de hoofdbrander in kleinstand ontsteken. Nu kunnen de volgende functies worden bediend: Vlamhoogte : UP indrukken geeft hogere vlammen DOWN indrukken geeft lagere vlammen LEVEL op het LCD scherm geeft een indicatie van de vlamhoogte Stand van de ventilator*: meermaals FAN indrukken --> LOW FAN, MED FAN of HI FAN zichtbaar op het LCD scherm afhankelijk van de gekozen snelheid --> zolang de ventilator effectief blaast is er ook een ventilatorsymbool zichtbaar op het LCD scherm.

OPGELET: Het kan zijn dat zich bij een nieuwe installatie lucht op de gasleiding bevindt en dat er in de tijdsspanne van 60 seconden geen vlam wordt gedetecteerd. Het toestel slaat dan in veiligheid (rode storings-LED op de ontvanger licht op, Err wordt zichtbaar op het LCD scherm) en moet ‘gereset’ worden. Druk hiervoor op OFF op de afstandsbediening of op RESET op de ontvanger. Om opnieuw te ontsteken: vanuit de OFF-modus de UP en + toetsen indrukken tot er ON verschijnt. Deze procedure herhalen tot er een vlam wordt gedetecteerd. (*Opmerking: Uiteraard enkel voor toestellen met een ventilator. ) Om het toestel opnieuw uit te schakelen drukt u op OFF (OFF verschijnt op het scherm). De waakvlam zowel als de hoofdbrander zullen doven en de zender is gedurende 20 seconden geblokkeerd om de reset cyclus af te werken (countdown zichtbaar op het scherm).

Thermostatisch (ON/OFF gekoppeld aan thermostaat) Wanneer de zender in THERMO-modus wordt geplaatst zal uw toestel ontsteken/doven afhankelijk van de gewenste omgevingstemperatuur (rond de zender). OPMERKING: Om veelvuldig ontsteken/doven van uw toestel te voorkomen zal er slechts om de twee minuten een temperatuursmeting plaatsvinden. 1. Vanuit de OFF-stand drukt u lang op MODE tot THERMO verschijnt op het LCD scherm. 2. Stel de gewenste temperatuur in d. m. v. de +/-toetsen (minimum 6°C, maximum 32°C). De zender zal om de twee minuten een temperatuursmeting doen en vervolgens uw toestel aan/uitschakelen (afhankelijk van de door u ingevoerde SET-temperatuur). De vlamhoogte wordt automatisch geregeld 3. Voor toestellen uitgerust met ventilator kan men door middel van de FAN-toets de snelheid wijzigen (LOW/MED/HI).

12 Het LCD-scherm vertoont volgende gegevens: Dag en periode waarin u zich bevindt (MORN/ DAY/EVE/NITE), afhankelijk van het ingestelde programma; ON/OFF of het toestel brandt of niet; De omgevingstemperatuur (TEMP); De gewenste geprogrammeerde temperatuur voor deze periode (SET); FAN – LOW/MED/HI geeft de gekozen snelheid van de ventilator weer. Het toestel zal nu volautomatisch functioneren afhankelijk van het ingestelde weekprogramma. 2. 5. 4. Instellen vlamhoogte hoofdbrander (UP/DOWN/AUTO) Deze instellingen zijn enkel mogelijk in ON modus. UP indrukken geeft hogere vlammen DOWN indrukken geeft lagere vlammen LEVEL op het LCD scherm geeft een indicatie van de vlamhoogte AUTO indrukken laat de vlamhoogte automatisch volgens een willekeurig patroon evolueren (‘random’). Nogmaals AUTO indrukken om deze instelling te verlaten. 2. 5. 5.

Instellen snelheid ventilator* Deze instelling is mogelijk in volgende modi: ON – THERMO – PROGRAM Druk op de FAN-toets om de snelheid van de ventilator te selecteren. FAN LOW, FAN MED of FAN HI verschijnt op het LCD-scherm. Enkel als de ventilator effectief blaast, komt dit symbool op het scherm: De zender onthoudt altijd de laatste stand die u heeft ingebracht. Wanneer u dus de ventilator instelt op LOW, MED of HI zal hij gedurende de ganse werkingsperiode blijven blazen aan deze snelheid. Enkel wanneer u manueel een andere regime instelt zal de ventilatorsnelheid veranderen en dit opnieuw voor de ganse duur van deze werkingsmodus. (*Opmerking: Uiteraard enkel voor toestellen met een ventilator. ) 2. 5. 6.

13 Het is ten allen tijde mogelijk de vooraf geprogrammeerde SET-temperatuur te wijzigen zonder daarvoor veranderingen in het programma te moeten doorvoeren. Deze wijziging wordt automatisch opgeheven bij het veranderen van periode. Druk in de PROGRAM-modus op + / - om de SET-temperatuur te veranderen. OVERRIDE zal verschijnen bovenaan de SET-temperatuur. Deze verandering zal automatisch verdwijnen van zodra u in een andere periode (MORN/DAY/EVE/NITE) komt. 2.5.7. Weergave van de tijd 1. Om de huidige tijd weer te geven, drukt u kort op de toets TIMER. De huidige tijd verschijnt op het scherm. 2. De temperatuur verschijnt opnieuw na 15 seconden of wanneer u SET indrukt. 2.5.8. Countdown timer Het systeem beschikt over een ingebouwde COUNTDOWN timer functie die operationeel is in modi ON en THERMO.

Het is mogelijk uw toestel te laten functioneren gedurende een welbepaalde tijd (manueel of thermostatisch) om het na het verlopen van deze tijd automatisch uit te schakelen. 1. Druk op de TIMER toets gedurende 2 à 3 sec. TIMER en 0:15 knipperen. 2. Druk +/- om de gewenste tijd in te stellen. Het is enkel mogelijk de countdown-timer in te stellen per 15 minuten tot 9u. 3. Om te bevestigen druk SET. 4. In de ON modus zal het toestel aan blijven totdat de ingestelde tijd van de TIMER verstreken is. 5. In de THERMO-modus zal uw toestel op en afslaan afhankelijk van de ingestelde SET-temperatuur. Na het verstrijken van de ingestelde tijd zal het uitschakelen. 6. Om de TIMER-functie te annuleren drukt u de TIMER-toets minstens 5 seconden in. 2.5.9. Low battery

14 LOW verschijnt op het scherm wanneer de batterijen aan vervanging toe zijn. Na het verschijnen van LOW zal uw toestel nog gedurende ongeveer 2 weken goed kunnen functioneren. Het is raadzaam de batterijen zo snel mogelijk te vervangen. Het vervangen van de batterijen dient als volgt te gebeuren: 1. Druk eerst en vooral op de OFF-toets tot er OFF op het scherm verschijnt; 2. Wacht 2 minuten (het systeem sluit volledig de huidige operationele modus af); 3. Batterijen één per één uitnemen; 4. Nieuwe batterijen plaatsen, rekening houdend met de polariteit. 2. 5. 10. Plaats van de zender Aangezien de zender functioneert als thermostaat is het voor een degelijke werking belangrijk (in THERMO- en PROGRAM- modus) dat deze geplaatst wordt buiten de nabije omgeving van directe warmtebronnen (haard/radiator/lamp…) en niet in direct zonlicht, aangezien dit de temperatuurmeting zal beïnvloeden.

Dit toestel werkt met radiogolven. Beste resultaat wordt bekomen wanneer de zender rechtop geplaatst wordt (maak hiervoor gebruik van de meegeleverde steun. ). De plaats van de antenne (zwarte draad aan de zijkant van de ontvanger) is bepalend voor het werkingsbereik van het systeem. Om een optimaal werkingsbereik te bekomen moet de antenne zo vrij mogelijk in het toestel geplaatst worden. Belangrijk: Zender en ontvanger moeten steeds minimum 1 meter verwijderd zijn van elektromagnetische bronnen (TV, radio, PC, microgolfoven…. ). Herhaaldelijke blootstelling aan elektromagnetische pulsen zal na verloop van tijd resulteren in een verminderd werkingsgebied. 2. 6.

Ontvanger De ontvanger bevindt zich in uw toestel en is voorzien van een schuiftoets met drie standen: LINKS: REMOTE --> uw toestel werkt via de zender MIDDEN: ON --> uw toestel werkt manueel via de toetsen op de ontvanger RECHTS: OFF --> ontvanger volledig uitgeschakeld Het is aan te raden in de zomermaanden (of wanneer u uw toestel gedurende lange tijd niet gebruikt) deze schakelaar in de OFF-positie te plaatsen.

Dit bevordert de levensduur van de ontvanger. Verder zijn er nog 4 toetsen: LEARN: (zie 2. 6. 2) FLAME- & FLAME+ : manuele regeling vlamhoogte (zie 2. 6. 1. ) RESET: (zie 2. 5. 1. en 2. 6. 1) 2. 6. 1. Manuele bediening met de ontvanger Indien de afstandsbediening niet werkt, kan u uw kachel/haard manueel bedienen. Zet de schuifknop op de ontvanger in de ON-stand, en druk vervolgens gelijktijdig de FLAME DOWN en FLAME UP toetsen in gedurende minstens 3 seconden om de kachel/haard te ontsteken. U kan nu met dezelfde toetsen manueel de vlamhoogte regelen (FLAME UP = grotere vlam, FLAME DOWN = kleinere vlam). Om de kachel/haard weer uit te zetten druk u de RESET-toets in. Na het doven van de kachel/haard moet men 1 minuut wachten alvorens opnieuw te ontsteken. 2. 6. 2.

15 Elke zender kan beschikken over 1.048.576 veiligheidscodes. Alvorens over te gaan tot het op elkaar afstemmen van de zender en de ontvanger moet de schakelaar op de ontvanger in de REMOTE-positie staan, en moet de zender in de OFF-stand staan. Druk de LEARN-toets op de ontvanger in gedurende 3 seconden tot u een piepsignaal hoort. Druk nu binnen de 10 seconden gelijktijdig op de UP- en DOWN-toetsen van de zender om de communicatie tot stand te brengen. De ontvanger is nu afgesteld op de zender. 2.6.3. Aansluiten van de ontvanger UITERST BELANGRIJK: LET OP EEN CORRECTE AANSLUITING VAN DE BEDRADING!! Aansluiting 230V ventilator Aansluiting Kabelboom

16 2.6.4. Bevestiging thermostaatvoeler De ontvanger is uitgerust met een extra thermostaatvoeler die geactiveerd wordt wanneer het signaal van de zender wegvalt. Deze thermostaatvoeler is zelfklevend en kan aldus op elk glad oppervlak bevestigd worden. Let op dat de voeler geplaatst wordt daar waar een normale luchtcirculatie door convectie mogelijk is. Het is aan de installateur om zelf de meest geschikte plaats te kiezen. Antenne Thermostaatvoeler

17 2. 7. Probleemoplosser 2. 8. Resetten bij storing Als de ontvanger in storing is gekomen (rode LED brandt continu) kan deze op twee manieren worden gereset: - met de afstandsbediening door op de OFF toets te drukken - op de ontvanger door op de RESET knop te drukken (schakelaar in stand REMOTE of ON) Tijdens het resetten gaat de module een aantal keren kort na elkaar biepen Na de reset komt de kachel in manueel OFF. De mogelijkheid bestaat dat de module terug in storing gaat als het probleem dat de storing heeft veroorzaakt nog steeds aanwezig is. 2. 9. Verklaring toetsduur STORING OORZAAK OPLOSSING Alleen langzaam knipperend antennesymbool of LEARN zichtbaar op LCD na plaatsen van de batterijen Ontvanger niet afgestemd op zender Voer ‘LEARN’-procedure uit (zie 2. 6. 2.

) Zender buiten ontvangstbereik van ontvanger Verplaats antenne van ontvanger naar vrije ruimte (buiten toestel is maximum bereik) om ontvangstbereik te vergroten Rode led op ontvanger knippert (0,5 s aan/ 0,5 s uit) Temperatuursensor in zender werkt niet meer Zender vervangen Rode led op ontvanger knippert (0,5 s aan/ 0,5 s uit) en antennesymbool op LCD knippert langzaam Zender buiten ontvangstbereik van ontvanger (temperatuursensor van ontvanger neemt tijdelijk over) Toestel zal blijven functioneren Knipperen zal stoppen wanneer zender terug binnen ontvangstbereik komt Antennesymbool knippert heel snel Geblokkeerde toets(en) Toetsen vrijmaken Rode led op ontvanger knippert snel (kort aan/ lang uit) Temperatuursensor in ontvanger werkt niet meer Temperatuursensor vervangen Rode led op ontvanger brandt continu Temperatuursensor in ontvanger werkt niet meer en zender bevindt zich buiten ontvangstbereik van ontvanger Zender binnen ontvangstbereik brengen Ontvanger resetten (zie 2.

) Temperatuursensor vervangen Toestel dooft, rode led op ontvanger brandt continu en ontvanger piept 4 keer kort om de 2 s Ontvanger is oververhit (Mogelijke oorzaken: ventilator defect of vervuild, ruit sluit niet goed af,…. ) Na afkoelen van ontvanger dooft de rode led, stopt het piepsignaal en kan men het toestel opnieuw ontsteken Oorzaak oververhitting wegnemen Alleen CP zichtbaar op het display Kinderslot is geactiveerd Kinderslot uitschakelen (zie 1. 3. 6. ) Toestel dooft en rode led op sturing brandt continu Toestel staat in veiligheid Ontvanger resetten (zie 2. 8. ).

18 Sommige toetsen hebben een verschillende functie naargelang ze kort of lang ingedrukt worden: MODE toets : langer dan 3 seconden indrukken om van MANUELE mode naar THERMO mode te gaan kort indrukken om te wisselen tussen THERMO en PROGRAM mode PROG toets : langer dan 4 seconden indrukken om naar PROGRAMMEER mode te gaan kort indrukken om programma te overlopen TIMER toets : langer dan 2 seconden indrukken om TIMER te programmeren kort indrukken om huidige tijd te bekijken TIMER + FAN toets : langer dan 5 seconden indrukken om kinderslot te activeren UP + PLUS toets : langer dan 3 seconden indrukken om aan te steken Alle tijden korter dan de opgegeven tijden worden beschouwd als een korte toetsindruk. 3.

Plaatsing van het toestel (voor meer details, zie installatievoorschrift) Dit toestel moet conform aan de laatst van kracht zijnde voorschriften aangesloten en geïnstalleerd worden door een erkende installateur. Het mag alleen worden gebruikt in een voldoende geventileerde ruimte indien het een toestel met open verbranding is. Het toestel is bedoeld voor gebruik in combinatie met een gasinstallatie voorzien van een beheerde meter. Voor wat betreft de schoorstenen voor gaskachels/gashaarden dient de norm NBN B61-002 “Centrale verwarmingsketels met een nominaal vermogen kleiner dan 70 kW gevolgd te worden – Voorschriften voor hun opstellingsruimte, luchttoevoer en rookafvoer” als referentie in het bijzonder voor wat betreft de te gebruiken materialen voor schoorstenen en tuberingen. Plaatsing door Cerga installateur of keuring door keuringsinstituut.

Controleer voor de installatie of de plaatselijke verdelingsvoorwaarden, de gassoort en de druk overeenstemt met de afstelling van het toestel. Te respecteren minimumafstanden t. o. v. brandbare materialen:  Voorzijde: 1000 mm  Bovenzijde: 400 mm  Zijkanten: 50 mm Vooraleer het installeren, zorg ervoor dat de lokale toevoer omstandigheden (identificatie van het type gas en druk) en de instelling van het toestel overeenkomen. De technische specificaties van dit toestel zijn terug te vinden op de laatste pagina van deze handleiding. Dit apparaat mag niet gebruikt worden indien het glas beschadigd is, en mag nooit gebruikt worden als de deur open staat. De installatie moet op een haardstede (of grondoppervlak) staan, welke sterk genoeg is om het gewicht van de haard te dragen. Voorzijde 1000 mm.

19 3. 1. Leidingen en gas- netstroomaansluitingen  Norm voor aardgasinstallaties NBN D51-003 “Binnenleidingen voor aardgas en plaatsing van de verbruikstoestellen – Algemene bepalingen”.  Norm voor butaan en propaangasinstallaties : NBN D51-006 “Binnenleidingen voor commercieel butaan of propaan in gasfase op een werkdruk van max. 5 bar en plaatsing van de verbruikstoestellen – algemene bepalingen”.  Slechts metalen leidingen zijn toegelaten, hetzij in staal, hetzij in koper;  Op het uiteinde van de leiding in de nabijheid van het toestel is een gekeurde afsluitkraan noodzakelijk om het gas af te sluiten bij een eventuele ontkoppeling;  Nagaan of er zich geen stof of vuil in de leiding bevindt alvorens deze aan te sluiten op het toestel.

Dit is zeer belangrijk voor de veiligheid van het toestel, aangezien stof of vuil de werking van de kraanblok kan verhinderen of zelfs het afsluiten van de gastoevoer kan blokkeren;  Voorzie een losse overwerpmoer tussen het toestel en de kraan;  De aansluitkraan is voorzien in 3/8” G binnendraad;  Voor de schroefdraaddichtingen wordt uitsluitend gekeurd materiaal gebruikt;  Gebruik voor koperleidingen hardsoldeer met een smeltingtemperatuur hoger dan 450°;  Het drukverlies op de leidingen mag maximum 1 mbar bedragen;  Gebruik uitsluitend bicône aansluitingen met dikwandige moeren, minstens 0,7 × Ø. Minderwaardige aansluitingen zijn zeer gevaarlijk daar de messingmoer na verloop van tijd kan barsten en aldus gasontsnapping kan veroorzaken;  De gasaansluiting bevindt zich bij elke inzethaard rechts onder, achter de sierkader. 3. 2.

Inbouwen De inzethaard moet ingebouwd worden in een daarvoor voorziene inbouwopening. Deze opening moet bestaan uit hittebestendig en brandvrij materiaal. Indien de inbouwopening zou bestaan uit een ander materiaal dan steen, bijvoorbeeld promatect, is het aangeraden een glasvezel behang te gebruiken en geen stucwerk.

Bij stucwerk bestaat er een reële kans op scheuren door de hitte van de kachel. Indien men het toestel voorziet van een isolerende bekleding moet er op gelet worden dat deze hittebestendig is. Deze isolatie is louter facultatief. Het stroomsnoer aansluiten op 230 V monofase met aarding. Het stroomsnoer bevindt zich links onderaan de inzethaard. Alle vervangbare onderdelen moeten toegangkelijk zijn. Het toestel moet zodanig worden geplaatst dat het zonder breken kan worden uitgebouwd. Opmerking: voor de kachel mogen er zich in een straal van 100 cm geen voorwerpen bevinden. 3. 3 Algemene opmerkingen Het is verboden het toestel te laten branden zonder vermiculietkorrels op de brander. Toestellen die werken op PROPAAN kunnen enkel uitgerust worden met een imitatie keienset, kolenset of chips, NIET met een Carrara keienset, hout- of wijnrankenset (om roetvorming te voorkomen).

20  Het afvoerkanaal is voorzien voor flexibele buizen van Ø 100 binnendiameter;  Het afvoerkanaal moet leiden naar een schouw met voldoende trek (indien nodig schoorsteen vegen en roetput reinigen);  De totale hoogte van het schouwkanaal moet minimaal 4 meter bedragen voor een goede afzuiging;  Indien er zich roet in de schouw bevindt moet een inox flexibel geplaatst worden, die tot bovenaan de schouw gaat;  De inbouwopening van het toestel moet afgesloten zijn t.o.v. de schouw d.m.v. een metalen plaat, rotswol of glaswol. Indien dit niet het geval is creëert men trekverliezen (de rode pijlen). Let op de dichtheid! De rode pijlen op de eerste figuur geven duidelijk de trekverliezen weer indien het toestel niet afgesloten is t.o.v. de schouw. Er zal onvoldoende trek ontstaan in de afvoerbuis waardoor de goede werking in het gedrang komt.

De 2 figuren ernaast illustreren een correct aangesloten toestel, waarbij de groene pijlen een voldoende grote trek voorstellen. Opmerking:  De flexibele buis Ø100 moet een minimum lengte hebben van 3 meter. Voor een bedrijfszekere werking is het aangeraden de flexibel tot bovenaan de schouw door te trekken;  Noch het toestel, noch de afvoer mogen in geen geval in rechtstreeks contact komen met brandbare materialen;  De opening onder de branderlade (3,5 cm) moet volledig vrij blijven. dichting metalen plaat flexibele buis Ø 100 minimaal 3 meter flexibele buis Ø 100 minimaal 3 meter rotswol of glaswol

21 3.5. Gesloten verbranding Algemene regel: Bij de plaatsing van een systeem zal de goede werking ervan bepaald worden door de weerstand van de concentrische buizen. Horizontaal geplaatste buizen brengen de meeste weerstand teweeg; daarom moeten deze vermeden worden. De totale horizontale lengte van het systeem mag nooit de totale verticale lengte overschrijden! De figuren hieronder zijn gerangschikt van minst tot meest efficiënt. Figuur A Figuur B Figuur C  In Figuur A vertrekt men verticaal omhoog vanuit het toestel tot op de hoogte van de gasuitlaat wordt bereikt. Daar werd een bocht van 90° geplaatst en vervolgens een horizontale buis tot buiten.  In Figuur B vertrekt men verticaal omhoog tot op zekere hoogte, waarna men stapsgewijs met bochten van 15° overgaat naar een horizontale buis die naar buiten leidt.

 In Figuur C vertrekt men onmiddellijk vanuit het toestel met een bocht van 45°. Bij de buitenmuur plaatst men een tweede bocht van 45° om de uitgang horizontaal te bereiken. Deze werkwijze brengt de minst mogelijke weerstand teweeg, en is daarom het meest aangewezen.  Figuur D (volgende pagina) geeft een overzicht van de verschillende soorten aansluitingen (muur- / schouw- / dakdoorvoer) bij gastoestellen met gesloten verbranding. Tevens staan de voorwaarden voor de opbouw van het concentrische buizensysteem duidelijk aangeduid.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Well Straler A9E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden