Volvo V70 (2003) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Volvo V70 (2003) (196 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Volvo V70 (2003) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Volvo |
| Categorie: | Auto |
| Model: | V70 (2003) |
Handleiding Volvo V70 (2003) – volledige tekst
Volvo ServiceBepaalde onderhoudswerkzaamheden aan het elektrische systeem van de auto kunnen alleen wordenuitgevoerd met speciaal ontwikkelde elektronische apparatuur. Neem daarom altijd eerst contact op metuw Volvo-werkplaats, voordat u onderhoudswerkzaamheden aan het elektrische systeem laat uitvoeren.Accessoires aanbrengenEen verkeerde aansluiting en installatie van accessoires kan de werking van de elektronische systemenvan de auto negatief beïnvloeden. Bepaalde accessoires werken alleen, wanneer de bijbehorende softwarein de elektronische systemen is ingevoerd. Neem daarom altijd eerst contact op met uw Volvo-werkplaats,voordat u accessoires installeert die in verbinding staan met of van invloed zijn op het elektrische systeem.Vastlegging van voertuiggegevensEr kunnen één of meer computers op uw Volvo zitten die gedetailleerde informatie kunnen opslaan.
Dezeinformatie kan gegevens bevatten over (maar niet beperkt zijn tot) zaken als het gebruik van de vei-ligheidsgordel door bestuurder en passagiers, gegevens over de werking van verschillende autosystemenen -modules en informatie over de status van de motor, gasklep, besturing, remmen en andere systemen.De informatie kan tevens gegevens bevatten over de rijstijl van de bestuurder. Dergelijke informatie omvat(zonder beperkt te zijn tot - zaken als de rijsnelheid, het gebruik van het rem- of gaspedaal en de stuuru-itslag.
De genoemde informatie kan tijdens het rijden, tijdens een aanrijding of bij een bijna-ongelukworden vastgelegd.De vastgelegde informatie kan uitgelezen en gebruikt worden door:• Volvo Car Corporation• service- en reparatiepersoneel• personeel van de politiemacht en andere instanties• andere belanghebbenden die kunnen aantonen dat ze het recht bezitten (of uw toestemming hebben)om toegang te krijgen tot deze informatie.
1InhoudPag.Veiligheid 7Instrumenten, schakelaars,bedieningsorganen 25Klimaatregeling 45Interieur 57Sloten en alarm 77Starten, rijden, schakelen 87Wielen en banden 107Zekeringen, gloeilampen vervangen 113Onderhoud, service 125Specificaties 141Audiosysteem 149Telefoon 167Register 188© Volvo Car CorporationDe specificaties, constructiegegevens en afbeeldingen in dit instructie-boekje zijn niet bindend. We behouden ons het recht voor om zondervoorafgaande mededeling wijzigingen aan te brengen.Naast de standaarduitrusting worden in dit instructieboekje ookoptionele en extra uitrusting beschreven. Ook worden uitrustingsvari-anten beschreven, zoals handgeschakelde en automatische versnel-lingsbakken. In bepaalde landen zijn de wettelijke voorschriften vaninvloed op het uitrustingsniveau.
Hierdoor kan het zijn dat opbepaalde pagina’s van het instructieboekje uitrusting wordt beschre-ven die niet op uw auto is aangebracht.Achter in dit instructieboekje vind u een alfabetisch register.
8Veiligheidsgordels8801947dWAARSCHUWING. Als de veiligheidsgordel is blootgesteldaan grote krachten, zoals bijvoorbeeld bijeen aanrijding, dan dient de geheleveiligheidsgordeleenheid, inclusief haspel,bevestigingen, bouten en vergrendeling teworden vervangen. Ook al ziet de gordeler onbeschadigd uit, er kunnen tochbeschermende eigenschappen verloren zijngegaan. Vervang de veiligheidsgordel alsdeze versleten of beschadigd is. Repareerof wijzig nooit zelfstandig de veiligheids-gordel, maar laat dit door een erkendeVolvo-werkplaats doen. Let op het volgende:·gebruik geen klemmen of andere accessoiresdie ervoor zorgen dat u de gordel niet straklangs uw lichaam kunt trekken·zorg dat er geen slagen in de gordel zitten·de heupgordel moet laag zitten - niet over debuik·trek de heupgordel over de heupen door aande diagonale schoudergordel te trekken, ziede bovenstaande afbeelding.
Elke gordel is bestemd ter bescherming vanslechts één persoon. Wanneer u de gordel losmaakt: druk op de rodeknop in de vergrendeling. Laat de haspel degordel naar binnen trekken. Heupgordel strak trekkenDoe altijd deveiligheidsgordel omZelfs bij alleen hard remmen kan het niet dragenvan een veiligheidsgordel ernstige gevolgenhebben. Vraag daarom altijd aan uw passagiersom de veiligheidsgordel om te doen. Dit om tevoorkomen dat bij een aanrijding de passagiersop de achterbank tegen de rugleuning van devoorstoelen worden geslingerd. Alle inzittendenkunnen daarbij gewond raken. Gebruik de veiligheidsgordel als volgt: trek degordel langzaam uit en maak hem vast door deborglip in de vergrendeling te steken. Eenduidelijke “klik” geeft aan dat de gordel vastzit. De gordel is normaal gesproken niet geblok-keerd, zodat u zich ongehinderd kunt bewegen.
In de volgende gevallen is de gordel geblok-keerd, zodat deze niet verder kan wordenuitgetrokken:·wanneer u de gordel te snel uittrekt·wanneer u remt of optrekt·als de auto sterk overhelt·bij het nemen van bochtenVoor optimale bescherming van de veiligheids-gordel is het van belang dat de gordel goedtegen het lichaam ligt. Laat de rugleuning niette ver achteroverhellen. De veiligheidsgordelbiedt de beste bescherming bij een normalerijhouding. De heupgordel moet laag zitten.
9SRS (airbag) en SIPS-airbag (zij-airbag)De SIPS-airbags bevinden zich inde frames van de voorstoelenSRS (airbag) en SIPS-airbag (zij-airbag)Voor een nog betere veiligheid is de auto, als aanvulling op de gebruikelij-ke driepuntsveiligheidsgordels, uitgerust met airbags. De markering SRSis aangebracht op het stuurwiel en, als de auto is uitgerust met eenpassagiersairbag, op het dashboard boven het handschoenenkastje. Deairbag is in het midden van het stuurwiel gevouwen. Aan de passagierszij-de bevindt de airbag zich in een vakje boven het handschoenenkastje.De SIPS-airbags zorgen voor een nog grotere veiligheid in de auto.
BeideSIPS-airbags bevinden zich in de frames van de voorstoelen.8801919d8801907e8802092M* Side Impact Protection System8802099mWAARSCHUWING!De airbags (SRS) zijn bedoeld als extra veiligheid; niet als aanvul-ling op/vervanging van de veiligheidsgordel.Beide SIPS-airbags vormen een aanvulling op het aanwezige SIPS*-systeem. Voor maximale bescherming: Doe de veiligheidsgordelaltijd om.De passagiersairbag bevindt zich boven hethandschoenenkastje met de markering SRSDe airbag bevindt zich in het midden van hetmet SRS gemarkeerde stuurwiel
10SRS (airbag)SRS-systeem auto’s met stuur links42124318801896d3. Sensor4. Gordelspanner1.Gasgenerator2. AirbagSRS-systeem auto’s met stuur rechts1.Gasgenerator2. Airbag24314218801923d3. Sensor4. GordelspannerSRS-systeem(airbags in het stuurwiel en dashboard)Het SRS-systeem bestaat uit een gasgenerator (1) met daaromheen eenopblaasbare airbag (2). Bij een voldoende krachtige botsing wordt deontsteking van de gasgenerator geactiveerd door een sensor (3). Deairbag wordt opgeblazen en wordt tegelijkertijd warm. Om de klap op tevangen loopt de airbag leeg, wanneer de inzittende de airbag raakt.Daarbij treedt er rookvorming in de auto op. Dit is volkomen normaal.Het totale verloop, van het opblazen tot het leeglopen, neemt enkeletienden van seconden in beslag.N.B.
De sensor (3) reageert verschillend afhankelijk van het wel of nietgebruiken van de veiligheidsgordel aan de bestuurderszijde of depassagiersstoel. Stop daarom nooit de passagiersgordel in de bestuur-dersgordelhouder. Er kunnen botsingen plaatsvinden waarbij slechts éénairbag geactiveerd wordt.“Volvo Dual-Stage Airbag”(tweetraps airbags)Bij minder krachtige aanrijdingen die desondanks gevaar voor verwon-dingen opleveren, worden de airbags opgeblazen tot ruim de helft van hettotale volume. Bij krachtigere aanrijdingen worden de airbags volledigopgeblazen.Veiligheidsgordels en gordelspannersAlle veiligheidsgordels zijn uitgerust met pyrotechnische gordelspanners(4). Een kleine lading, geïntegreerd in de gordelhaspel, wordt bij eenaanrijding tot ontploffing gebracht.
11SIPS-airbag18801920d23SIPS-airbagsysteem auto’s met stuur rechts28801922d311. Airbag2. Kabel3. Gasgenerator1. Airbag2. Kabel3. GasgeneratorSIPS-airbagsysteem(airbag voor botsingen van opzij)Het systeem bestaat uit gasgeneratoren (3), elektrische sensoren, eenkabel (2) en airbags voor aanrijdingen van opzij (1). Bij een voldoendekrachtige aanrijding, wordt de gasgenerator geactiveerd door een sensor.De airbags voor aanrijdingen van opzij worden vervolgens opgeblazen.De airbag wordt opgeblazen tussen de inzittende en het portierpaneel. Deklap van een aanrijding wordt opgevangen, waarna de airbag weerleegloopt. De SIPS-airbags worden alleen opgeblazen aan de kant waarde aanrijding plaatsvindt.SIPS-airbagsysteem auto’s met stuur links
12SRS (airbag) en SIPS-airbag (zij-airbag)8801995dTMTMTMVEHICLESRS9430422FURT HERINFORMATION.SEEOWNERSMANUALF ORSPECIFIEDDATEBE LOW.PLACEDACCORDINGTOSHALLB ESERVICEDORRE-MENTALRE STRAINT SYST EMELEMENTS OFTHESUP PLE-RELIABI LITY CER TAIN,SYSTEM SIPSBAGAND,ASUPPLE MENTALREST RAINTTHIS CARISEQUIPPED WITHTOPROV IDECONTIN UEDINFLAT ABLECUR TAIN,3800776mWAARSCHUWING!Verricht nooit zelf reparaties aan het SRS- of SIPS-airbagsysteem.Ingrepen in het systeem kunnen aanleiding geven tot storingen in dewerking en ernstige verwondingen veroorzaken. Laat dergelijkeingrepen daarom over aan een erkende Volvo-werkplaats.Op de sticker(s) van de portierstijl(en) staan het jaar en de maandvermeld waarin u contact dient op te nemen met uw erkende Volvo-werkplaats voor het controleren en eventueel vervangen van de airbags/gordelspanners.
Neem voor informatie over de systemen contact op metuw Volvo-werkplaats.Deze sticker bevindt zich in de portieropening linksachterMerkjes op veiligheidsgordels met gordelspannerWAARSCHUWING!Als het waarschuwingslampje blijft branden of kortstondig oplichttijdens het rijden, betekent dit dat het SRS-systeem niet naar behorenwerkt. Bezoek een erkende Volvo-werkplaats.Het SRS-systeem wordt continu gecontroleerd door de sensor/regeleen-heid. Op het instrumentenpaneel bevindt zich een waarschuwingslampje.Dit lampje gaat branden, wanneer u de contactsleutel in stand I, II of IIIdraait. Het lampje dooft, wanneer de sensor/regeleenheid heeft vastgest-eld dat er geen storingen zijn in het SRS-systeem. Een dergelijke controleneemt doorgaans ca. 7 seconden in beslag.Waarschuwingslampje in instrumentenpaneel
13SRS (airbag) en SIPS-airbag (zij-airbag)WAARSCHUWING!SIPS-airbag·Gebruik alleen stoelhoezen die tot hetoriginele stoelhoezenassortiment vanVolvo behoren of door Volvo zijngoedgekeurd voor gebruik op stoelenmet SIPS-airbag.·Breng geen voorwerpen of accessoiresaan tussen de stoelen en de portierpane-len, omdat dit gebied binnen de actiera-dius van de SIPS-airbag ligt.·Verricht nooit zelf werkzaamheden aanhet SIPS-airbagsysteem.Airbag - passagierszijde (extra)De airbag aan de passagierszijde heeft inopgeblazen toestand een inhoud van ca.150 liter,terwijl de airbag aan de bestuurderszijde,vanwege de positie van het stuurwiel, eeninhoud van ca. 65 liter heeft. De beschermingtegen aanrijdingen is aan beide zijden gelijk.WAARSCHUWING!Airbag, passagierszijde·De passagier in de voorstoel mag nooitgebogen over het dashboard of vooropde stoel zitten, of in een andereabnormale zitpositie.
Deveiligheidsgordel moet enigszinsgespannen zijn.·Zorg dat de passagier zijn of haarvoeten op de grond houdt (niet op hetdashboard, op de stoel, in de kaarten-bak of tegen de zijruit).·Laat kinderen nooit voor de passagiers-toel zitten of staan.·Bevestig nooit een kinderzitje ofcomfortkussen op de passagiersstoelals de auto is uitgerust met eenpassagiersairbag.·Personen kleiner dan 1,40 m mogennooit op de passagiersstoel plaatsne-men.·Breng voorwerpen of accessoires nooitop of in de buurt van het SRS-paneel(boven het handschoenenkastje) ofbinnen de actieradius van de airbag aan.·Vervoer geen losse voorwerpen op devloer, de stoel, of het dashboard.·Verricht nooit zelf werkzaamheden aande onderdelen van het SRS-systeem inde stuurwielnaaf of op het paneel bovenhet handschoenenkastje.8801889eWAARSCHUWING!Breng geen eigen stickers of emblemen aanop het stuurwiel of dashboard!Activering passagiersairbag
OpgeblazenSIPS-airbags hebben een inhoud van 12 liter.Normaalgesproken worden alleen de SIPS-airbags aan de kant van de aanrijding opgeblazen.Opgeblazen SIPS-airbagAirbags en kinderzitjes gaan niet samen!8801909e8801908eSRS (airbag) en SIPS-airbag (zij-airbag)Kinderzitje en airbagKinderen kunnen ernstig letsel oplopen,wanneer u ze in een kinderzitje of op eencomfortkussen op een passagiersstoel met eenairbag ervoor vervoert.Bij auto’s met passagiersairbag is deveiligste plaats voor een kind een kinderzitje/comfortkussen op de achterbank.Bij auto’s met alleen SIPS-airbags kan hetkinderzitje/comfortkussen wel op de passagiers-stoel worden aangebracht.Laat kinderen (tot een lengte van 1,40 m) nooitop de voorstoel plaatsnemen, als uw auto isuitgerust met een passagiersairbag.Vervoer kinderen in een kinderzitje of eencomfortkussen op de achterbank.WAARSCHUWING!Bevestig nooit een kinderzitje of comfort-kussen op de passagiersstoel als de auto isuitgerust met een passagiersairbag.
15IC-systeem (opblaasgordijn)Gebruik altijd de veiligheidsgordels!Als er passagiers op de achterbank zitten, zorg dan dat de hoofdsteunenvan de achterbank omhoog zijn geklapt en dat de middelste steun juist isafgesteld.8802260n8802259mIC-systeem (Inflatable Curtain)Het opblaasgordijn van het IC-systeem (Inflatable Curtain) beschermt deinzittenden tegen hoofdletsel, wanneer ze met hun hoofd tegen de zijkantof het plafond van de auto stoten. Het opblaasgordijn biedt eveneensbescherming tegen de obstakels waar de auto tegenop botst. Het IC-systeem beschermt de inzittenden voor en achter in de auto. Het opblaasg-ordijn gaat schuil achter de plafondbekleding. Het IC-systeem (hetopblaasgordijn) bedekt het bovenste gedeelte van het interieur bij devoorstoelen en de achterbank.Bij een aanrijding van opzij wordt het IC-systeem geactiveerd door hetopblaasgordijn van het SIPS-airbagsysteem.
Na activering van het IC-systeem wordt het opblaasgordijn gevuld met gas uit de gasgenerator diezich bij het achtereind van het gordijn bevindt.WAARSCHUWING!·Schroef of bevestig geen onderdelen aan de plafondbekleding, deportierstijlen of de zijpanelen. De beschermende werking kanerdoor verloren gaan.·Wanneer u het ruggedeelte van de achterbank hebt neergeklapt,moet u zorgen dat de lading niet uitsteekt boven de denkbeeldige,horizontale lijn op 50 mm onder de bovenkant van de ramen in deachterportieren. Anders kan het zijn dat het opblaasbare gordijn datschuilgaat achter de plafondbekleding geen bescherming meer biedt.
16WHIPS (Whiplash-beschermingssysteem)8502213eWHIPS-systeemHet WHIPS-systeem bestaat uit energie-absorberende rugleuningen enspeciaal ontwikkelde hoofdsteunen voor de voorstoelen. Stoel met WHIPS-systeemHet WHIPS-systeem wordt geactiveerd bij een aanrijding van achteren,afhankelijk van de aanrijdingshoek, snelheid en eigenschappen van hetvoertuig dat bij de aanrijding betrokken is. Na activering worden derugleuningen van de voorstoelen (als deze bezet zijn) naar achterengeplaatst, waardoor de zitpositie van de bestuurder en passagier veran-dert. Zo verkleint u het risico van whiplash-letsel aan de nek. Juiste zithoudingVoor optimale bescherming moeten de bestuurder en de voorpassagierzoveel mogelijk in het midden van de stoelen plaatsnemen en de afstandtussen het hoofd en de hoofdsteun zo klein mogelijk houden. WAARSCHUWING.
Als de stoel heeft blootgestaan aan grote krachten, zoals bijvoorbeeldbij een aanrijding van achteren, moet u het WHIPS-systeem latencontroleren in een erkende Volvo-werkplaats. Zelfs als de stoel op hetoog intact is, kan het zijn dat het WHIPS-systeem geactiveerd werdzonder zichtbare schade aan de stoel. De beschermende eigenschappenvan het WHIPS-systeem kunnen daarbij verloren zijn gegaan. Laat ookna een lichte aanrijding van achteren het systeem nakijken in eenerkende Volvo-werkplaats. Verricht nooit zelf reparaties aan ofwijzigingen in de stoel of het WHIPS-systeem. 8502379eWHIPS-systeem en kinderzitjesHet WHIPS-systeem heeft geen negatieve invloed op de beschermendewerking van de kinderzitjes. Zolang de auto geen airbag (SRS) aan depassagierszijde heeft, mag u een kinderzitje van Volvo op de passagiers-stoel aanbrengen.
Het WHIPS-systeem werkt eveneens naar behoren, alsu een kinderzitje achterstevoren op de achterbank hebt aangebracht, methet ruggedeelte van het zitje tegen de rugleuning van de voorstoel aan. WAARSCHUWING. Let erop dat u de werking van hetWHIPS-systeem niet beïnvloedt.
17SRS (airbag), SIPS-airbag (zij-airbag) en IC-systeemWAARSCHUWING. Rijd nooit met geactiveerde airbags. Dit kan het sturen van de autohinderen. Andere veiligheidssystemen kunnen ook beschadigd raken. Intensieve blootstelling aan rook en stof dat vrijkomt bij activering vande airbags kan oog- en huidirritatie veroorzaken. Spoel bij irritatie metkoud water en/of neem contact op met een arts. De snelheid vanactivering kan, in combinatie met het materiaal van de airbag, schaaf-/brandwonden veroorzaken. WAARSCHUWING. De sensor van het SRS-systeem zit in de middenconsole van de auto. Als de vloer van de passagiersruimte doorweekt geraakt is, moet u deaccukabels in de bagageruimte loskoppelen. Probeer de auto niet testarten omdat de airbags hierbij geactiveerd kunnen worden. Sleep deauto naar een erkende Volvo-werkplaats.
Activering van de airbags en de opblaasgordijnenHet SRS-systeem registreert een aanrijding door het meten van deafremsnelheid en de snelheidsvermindering veroorzaakt door de aanrij-ding. De sensor stelt vast of de aard van de aanrijding het activeren vande airbags vereist. Vermeld dient te worden dat de sensoren niet alleen door vervormingvan de carrosserie worden geactiveerd, maar ook door de snelheidsver-mindering op het moment van de aanrijding. Dit houdt in dat de sensorenwaarnemen in welke situatie de inzittenden beschermd dienen te wordentegen een harde aanraking met het dashboard of stuurwiel. Het bovenstaande geldt ook voor het SIPS-systeem en de opblaasgordij-nen. SIPS-airbags en opblaasgordijnen worden echter alleen geactiveerdbij botsingen van opzij met voldoende kracht. N. B. SRS-, SIPS- en IC-systemen worden alleen geactiveerd bijaanrijdingen in de betreffende richting.
Na activering van de airbags/opblaasgordijn adviseren wij u het volgen-de:·Sleep de auto naar een Volvo-werkplaats. Rijd niet in een auto metgeactiveerde airbags, zelfs niet als u na het ongeluk nog verder kuntrijden.
18Als de remmen zwaar belast wordenDe remmen van de auto worden uitermate zwaarbelast, wanneer u in de Alpen of op wegen metvergelijkbare niveauverschillen rijdt; zelfs als uniet bijzonder hard op het rempedaal trapt. Omdatde snelheid in dergelijke omstandigheden vaaklaag is, worden de remmen niet even goedgekoeld als bij het rijden op egale wegen. Om de remmen niet overmatig te belasten, moetu geen gebruik maken van het rempedaal, maar inplaats daarvan terugschakelen en tijdens hetklimmen en dalen dezelfde versnelling gebruiken(handgeschakelde versnellingsbak). Op die manierkunt u beter op de motor afremmen en hoeft u devoetrem slechts korte perioden te gebruiken. Let erop dat u de remmen van de auto zwaarderbelast, wanneer u met een aanhanger rijdt.
Anti-blokkeerremsysteem(ABS)Het ABS-systeem (Anti-lock BrakingSystem) is ontworpen om te voorkomen dat dewielen tijdens het remmen geblokkeerd raken. Hierdoor kan tijdens het remmen een zo grootmogelijke respons van het stuurwiel wordenverkregen. Het ABS-systeem zorgt ervoor datde auto beter bestuurbaar blijft om bijvoorbeeldobstakels te kunnen ontwijken. Het ABS-systeem verbetert de totale remcapaciteit niet. Als bestuurder hebt u echter wel meer controleover de besturing van de auto, wat voor meerveiligheid zorgt. Wanneer u na het starten van de motor met deauto wegrijdt en een snelheid van ca. 20 km/hhebt bereikt, gaat een kortstondige zelftest vanstart die te horen en te voelen is. Als het ABS-Als het remsysteem defect isAls er een storing in één van de remkringenoptreedt, kunt u de auto nog steeds remmen. Trap in één keer hard op het rempedaal - dusniet pompen.
Wanneer één van de remkringendefect is, moet u het rempedaal verder dannormaal intrappen. Het pedaal voelt bovendieniets minder stug aan. Ook moet u dan meerkracht uitoefenen voor hetzelfde remmendevermogen. De rembekrachtiging werkt alleen als demotor draait.
Als de auto rijdt of wordt gesleept met uitge-schakelde motor, dan dient u ongeveer 5 maalmeer druk uit te oefenen op het rempedaal. Het rempedaal voelt stijf en hard aan. Vocht op de remschijven en remvoeringenkan de eigenschappen van de remmenbeïnvloeden. Door opspattend water (bij hevige regenval, inwaterplassen of tijdens een wasbeurt) wordende onderdelen van het remsysteem nat. Het vochtbeïnvloedt de wrijvingseigenschappen van deremvoeringen negatief, zodat u een bepaaldeverlenging van de aanspreekduur van deremmen kunt merken. Trap het rempedaal vantijd tot tijd lichtjes in, wanneer u lange afstan-den in de regen of in sneeuwbrij aflegt. Doe ditook voordat u de auto voor langere tijd parkeertin dergelijke weersomstandigheden. Op diemanier verwarmt u de remvoeringen zodat hetvocht verdampt.
Doe dit ook, wanneer u meteenna een wasbeurt of in zeer vochtige of koudeweersomstandigheden wegrijdt. systeem actief is, treden er merkbare pulsatiesin het rempedaal op. Dit is volkomen normaal. N. B. Om het ABS-systeem volledig te benuttenmoet u het rempedaal volledig indrukken. Laathet rempedaal niet los wanneer u pulseringen vanhet ABS-systeem hoort en voelt. Oefen hetremmen op een geschikte plaats. Het ABS-lampje licht op en blijft continubranden:·Gedurende twee seconden tijdens de startom het systeem te controleren. ·Als het ABS-systeem is uitgeschakeld alsgevolg van een storing. Elektronkischeremkrachtverdeling (EBD)Het EBD-systeem (Electronic BrakeforceDistribution) vormt een geïntegreerd onderdeelvan het ABS-systeem. Het EBD-systeem regeltde remkracht op de achterwielen altijd zodanigaf dat de optimale remwerking wordt verkre-gen.
Wanneer het systeem de remkrachtafregelt, treden er merkbare pulsaties in hetrempedaal op. WAARSCHUWING. Als de waarschuwingslampjes voor hetremsysteem en het ABS-systeem tegelijkertijdoplichten, bestaat het gevaar dat de achtertreinbij krachtig afremmen de neiging heeft om uitte breken.
19StabiliteitssysteemAnti-slipregeling, AYC(Active Yaw Control)De anti-slipregeling zorgt ervoor dat één ofmeer wielen van de auto automatisch wordenafgeremd. Dit om de auto te stabiliseren alsdeze in de slip dreigt te raken. Als u in eendergelijke situatie zelf op de rem trapt, zal hetrempedaal stugger aandoen dan normaal entikkende geluiden maken. De anti-slipregelingis altijd actief en kan om veiligheidsredenen nietbuiten werking worden gesteld. AYC, R-versieBij de R-versie kunt u de regeling uitschakelenmet de knop DSTC. U moet de procedure voorhet beperken/reactiveren van de regelingdriemaal herhalen (knop vijfmaal achtereenindrukken) om de AYC-regeling volledig uit teschakelen. Op het display verschijnt de tekst"DSTC SPIN CONTROL UIT". Remkrachtverhoging (EBA)(Emergency Brake Assistance)Het EBA-systeem vormt een geïntegreerdonderdeel van het DSTC-systeem.
Het EBA-systeem is dusdanig geconstrueerd dat u,wanneer u krachtig moet afremmen, altijdmeteen het maximale remvermogen kuntafnemen. Het systeem registreert het momentwaarop u krachtig wilt afremmen door desnelheid te meten waarmee u het rempedaalintrapt. Het EBA-systeem is op alle snelheden actief enkan - om veiligheidsredenen - niet buitenwerking worden gesteld. N. B. Wanneer het EBA-systeem geactiveerdwordt, zakt het rempedaal omlaag en kunt u hetmaximale remvermogen van de auto afnemen. Breng gedurende de totale remmanoeuvreevenveel druk aan op het rempedaal. Het EBA-systeem wordt uitgeschakeld, wanneer u dedruk van het rempedaal haalt. Knop STC/DSTCMet de knop STC/DSTC op de middenconsolekunt u de functie van het STC/DSTC-systeembeperken of een geldende beperking opheffen. Wanneer de LED in de knop brandt, is hetSTC/DSTC-systeem actief (voor zover er geenstoringen zijn).
Bij beperking van de functie van het STC/DSTC-systeem, wordt het stabiliteitssysteem(SC) uitgeschakeld en gelden er beperkingenvoor de anti-slipregeling (AYC). De overigesystemen werken onverminderd voort. N. B.
Om veiligheidsredenen moet u de knopminstens een halve seconde lang ingedrukthouden om de functie van het STC/DSTC-systeem te beperken. De LED in de knop dooft en op het displayverschijnt de tekst: "STC SPIN CONTROLUIT" / "DSTC SPIN CONTROL UIT". Opde R-versie verschijnt de tekst: "DSTCFUNCTIE BEPERKT". Het STC/DSTC-systeem wordt iedere keer datu de motor start automatisch geactiveerd. * Het STC- of DSTC-systeem is extra opbepaalde markten. Het systeem behoort tot destandaarduitrusting van de R-versie. Stabiliteits- en tractie-regelsysteem (STC/DSTC*)Het STC-systeem (Stability and TractionControl) bestaat uit de deelsystemen SC en TC. Het DSTC-systeem (Dynamic Stability andTraction Control) bestaat uit de deelsystemenSC, TC, AYC en EBA.
Tractieregeling, TC(Traction Control)De tractieregeling brengt de aandrijfkracht vooreen slippend wiel over op een aandrijfwiel datniet slipt, door het slippende wiel af te remmen. Om de aandrijfkracht in een dergelijke situatiete verhogen kan het zijn dat u het gaspedaalverder dan normaal moet intrappen. Wanneer detractieregeling actief is, kunt u een tikkendgeluid horen. Dit is volkomen normaal. Detractieregeling is voornamelijk actief op lagesnelheden. U kunt de tractieregeling nietuitschakelen. Stabiliteitssysteem, SC(Stability Control)Het stabiliteitsysteem is ontwikkeld om tevoorkomen dat de aangedreven wielen hun gripop het wegdek verliezen tijdens het optrekkendoor het motorkoppel te beperken dat op dewielen wordt overgebracht. Het systeemverbetert de aandrijving en verhoogt deveiligheid op gladde wegen.
In bijzondereomstandigheden zoals bij het gebruik vansneeuwkettingen of bij het rijden in diepesneeuw of zand, kan het handig zijn het SC-systeem buiten werking te stellen om de tractiete verhogen. U doet dat met een druk op deknop STC/DSTC.
20Stabiliteitssysteem. WAARSCHUWING. Onder normale omstandigheden zorgt hetSTC/DSTC-systeem voor een beterewegligging. Dit mag echter voor u geenreden zijn om sneller te gaan rijden. Weesaltijd voorzichtig bij het nemen van bochtenen het rijden op gladde wegen. Let erop dat de rijeigenschappen van deauto veranderen, als u het STC/DSTC-systeem uitschakelt. Het waarschuwingssymbool knippertwanneer. ·. het SC-systeem actief is om te voorkomendat de aangedreven wielen van de autodoorslippen;·. de TC-regeling actief is om de tractie vande auto te verbeteren;·. het AYC-systeem actief is om te voor-komen dat de auto in de slip raakt. Het waarschuwingssymbool licht op endooft weer na ca. 2 seconden wanneer. ·. u de motor start. (Het lampje licht op omhet systeem te testen.
)De LED in de knop dooft en de tekst: "STCSPIN CONTROL UIT" / "DSTC SPINCONTROL UIT" verschijnt op het display(op de R-versie verschijnt de tekst: "DSTCFUNCTIE BEPERKT") wanneer. ·. u de functie van het SC-systeem van hetSTC/DSTC-systeem beperkt hebt met eendruk op de knop STC/DSTC. Het oranje waarschuwingssymbool lichtop en blijft continu branden en de tekst"TRACTIECONTROLE TIJDELIJKUIT" verschijnt op het display wanneer. ·. de functie van de TC-regeling van hetremsysteem tijdelijk beperkt is wegens een tehoge remtemperatuur. De beperking van deTC-regeling wordt automatisch opgeheven,wanneer de remtemperatuur weer normaal is. Het oranje waarschuwingssymbool lichtop en blijft continu branden en de tekst"ANTI-SKID SERVICE VEREIST"verschijnt op het display, wanneer. ·. het DSTC-systeem uitgeschakeld iswegens een storing.
Het RFD-systeem is actief op lage en hogesnelheden en kan om veiligheidsredenen nietbuiten werking worden gesteld. Het waarschuwingssymbool licht open blijft continu branden, wanneer:·het RFD-systeem de frictie tussen debanden en het wegdek als laag beschouwt. Het oranje waarschuwingssymbool licht op en blijft continu branden en demelding "RFD SYSTEEM SERVICEVEREIST" verschijnt op het displaywanneer:·het RFD-systeem uitgeschakeld werdwegens een storing. * Het STC- of DSTC-systeem is extra opbepaalde markten.
21Belangrijke adviezen. Bij het gebruik van andere in de handel zijndeveiligheidsproducten voor kinderen is hetbelangrijk dat u de meegeleverde montage-voorschriften zorgvuldig doorleest en nauw-keurig opvolgt. Hier volgen enkele punten waaru op moet letten:·Gebruik geen comfortkussens/kinderzitjesmet stalen beugels of andere constructies dietegen de ontgrendelingsknop van degordelvergrendeling aan kunnen komen. Ditom te voorkomen dat de gordels plotselingkunnen ontgrendelen. ·Volvo heeft veiligheidsuitrusting voorkinderen die afgestemd is op uw Volvo enuitvoerig door Volvo getest is. ·Breng kinderzitjes altijd volgens deinstructies van de fabrikant aan. ·Zet de bevestigingsbanden van het kinder-zitje nooit aan de hendel vast waarmee u devoorstoel in de lengterichting verstelt of aanveren, rails of balken met scherpe randenonder de stoel.
·Laat het ruggedeelte van het kinderzitjetegen het dashboard steunen. ·Zorg dat het kinderzitje niet met debovenkant tegen de voorruit aan komt. ·Bevestig nooit een kinderzitje op depassagiersstoel, wanneer uw auto uitgerust ismet een airbag (SRS) aan de passagierszijde. N. B. Bij problemen tijdens de montage vankinderveiligheidsproducten moet u contactopnemen met de fabrikant voor nadere inlich-tingen over de montage. 8801888eDe heupgordel moet laag zittenWAARSCHUWING. Bevestig nooit een kinderzitje of comfort-kussen op de passagiersstoel, als de auto isuitgerust met een airbag aan de passagiers-zijde (SRS). Kinderen moeten comfortabel enveilig zittenOnthoud dat alle kinderen, ongeacht hun leeftijden lengte, een veiligheidsgordel moeten dragen. Laat kinderen nooit bij passagiers op schootzitten.
Aan de hand van het gewicht van het kindbepaalt u welke uitrusting u nodig hebt en waaru deze moet aanbrengen. De veiligheidsuitrusting voor kinderen dieVolvo biedt is afgestemd op het gebruik in uwauto.
Als u voor de uitrusting van Volvo kiest,dan weet u ook zeker dat de bevestigingspuntenen bevestigingsonderdelen op de juiste wijzeworden aangebracht en sterk genoeg zijn. Kleinere kinderen moet u in kinderzitjesvervoeren die achterstevoren zijn gemonteerd. Dergelijke zitjes bieden kinderen tot 3 jaaroptimale bescherming. N. B. In veel landen gelden er wettelijkevoorschriften voor het vervoer van kinderen inde auto. Informeer ook naar de bepalingen diegelden in de landen die u tijdens buitenlandsereizen aandoet. Aanstaande moedersAanstaande moeders moeten extra voorzichtigzijn bij het gebruik van de veiligheidsgordels. Let er altijd op de gordel zodanig aan tebrengen, dat er geen druk op de baarmoederwordt uitgeoefend. De heupgordel van dedriepuntsgordel moet laag zitten. Kinderen in de auto.
22Comfortkussen voor de buitenste zitplaatsen (extra)1328502798aBuitenste zitplaats - opklappen1. Trek aan de hendel om het comfortkussenomhoog te brengen.2. Pak het kussen met beide handen beet enhaal het naar achteren.3. Duw het kussen vast.128502778aBuitenste zitplaats - neerklappen1. Trek aan de hendel.2. Haal het zitkussen omlaag en duw het inpositie vast.N.B. Let erop dat u het comfortkussen eerstomlaagklapt, voordat u het ruggedeelte van deachterbank naar voren klapt.Controleer of de veiligheidsgordel goed straklangs het lichaam van het kind loopt en nergensslap hangt of verdraaid is. Controleer of dediagonale schoudergordel goed over de schouderloopt en de heupgordel laag over de heupen, hetbekken, loopt om optimale bescherming tebieden.
23Isofix-bevestigingssysteem voor kinderzitjes (extra), accessoireWAARSCHUWING. Als het geïntegreerde comfortkussen aangrote krachten blootgestaan heeft, zoalsbijvoorbeeld bij een aanrijding, moet u hetcomfortkussen met de gordel in zijn geheel,d. w. z. inclusief de schroeven, vervangendoor een nieuw kussen en nieuwe schroe-ven. Ook als het geïntegreerde comfortkus-sen er op het oog intact uitziet, kan hetkussen een deel van zijn beschermendeeigenschappen hebben verloren. Het comfortkussen moet eveneens wordenvervangen, als het erg versleten of bescha-digd is. Let er echter op dat het kussenvakkundig wordt vervangen, omdat hetvoor de overige inzittenden van grootbelang is dat het nieuwe kussen op de juistewijze wordt gemonteerd. Laat het vervangenen repareren van het comfortkussen daaromover aan een erkende Volvo-werkplaats.
Alshet kussen vuil geworden is, moet u het terplekke schoonmaken. Als de bekledingdusdanig vuil is dat u deze apart moetreinigen, gelden de bovenstaande aanwij-zingen voor vervanging en montage van hetkussen. Verricht geen wijzigingen in of aanvullingenop de constructie van comfortkussen. Isofix-bevestigingssysteem voorkinderzitjesHet Isofix-bevestigingssysteem voorkinderzitjes wordt in de fabriek bij de beidebuitenste zitplaatsen van de achterbankaangebracht. Neem contact op met uw Volvo-dealer voor meer informatie over deverkrijgbare veiligheidsuitrusting voorkinderen. 8802355m8802408mIsofix-bevestigingspunten Rail N. B. De Isofix-bevestigingspunten zitten op debeide buitenste zitplaatsen van de achterbank. Ukunt de rail zo nodig verplaatsen. Accessoires voor de veiligheidvan kinderenVolvo is de marktleider wat de veiligheid vankinderen betreft.
26Instrumentenpaneel1. TemperatuurmeterDe temperatuurmeter geeft de temperatuur inhet koelsysteem van de motor aan. Op hetdisplay verschijnt een bericht, als de tempera-tuur abnormaal hoog is en de naald tot in hetrode gebied uitslaat. Let erop dat verstralersvoor de radiateurgrille het koelvermogenverminderen bij een hoge buitentemperatuur eneen zware belasting van de motor. 2. DisplayOp het display worden informatieve berichtenen waarschuwingsberichten weergegeven. 3. SnelheidsmeterDe snelheidsmeter geeft de snelheid van de autoaan. 4. DagtellerDe dagtellers gebruikt u om kortere afstanden opte meten. Het rechter cijfer geeft de afstand inhonderden meters aan. U kunt de dagteller op nulzetten door de knop langer dan 2 seconden in tedrukken. U wisselt van dagteller door de knopkorte tijd in te drukken. 5. Indicatie voor Cruise controlZie pagina 34. 6.
KilometertellerDe kilometerteller geeft het totale aantalkilometers aan dat er met de auto is gereden. 7. Groot licht aan/uit8. WaarschuwingslampjeAls er een storing optreedt, licht het waarschu-wingslampje op en verschijnt er een bericht ophet display. 9. ToerentellerDe toerenteller geeft het motortoerental aan induizenden toeren per minuut. Laat de naald vande toerenteller niet tot in het rode gebieduitslaan. 10. Indicatie voor automatischeversnellingsbakU ziet hier welk schakelprogramma er wordtaangehouden. Als uw auto is uitgerust met eenGeartronic automatische versnellingsbak en u hethandmatige schakelprogramma gebruikt, ziet uhier welke versnelling u hebt ingeschakeld. 11. BuitentemperatuursensorDe buitentemperatuurmeter geeft de buitentem-peratuur aan. Wanneer de temperatuur in hetinterval van -5 °C tot +2 °C ligt, verschijnt ereen sneeuwvlokje op het display.
Het lampjewijst op het gevaar voor gladheid. Wanneer de auto stilstaat of geparkeerd gestaanheeft, kan het zijn dat de buitentemperatuurme-ter een te hoge waarde aangeeft. 12. KlokDraai aan de knop om het klokje op de juistetijd in te stellen. 13.
27Waarschuwing -storing in remsysteemAls het waarschuwingslampje voorhet remsysteem oplicht, kan het zijn dat hetremvloeistofpeil te laag is. ·Breng de auto op een veilige plaats totstilstand om het remvloeistofpeil in hetreservoir te controleren. ·Als het peil lager is dan het MIN-merkjevan het reservoir, kunt u beter niet verderrijden met de auto. Laat de auto naar eenerkende Volvo-werkplaats slepen om hetremsysteem te controleren. Waarschuwingslampje midden op het instrumentenpaneelHet waarschuwingslampje licht rood of geel opafhankelijk van de ernst van de storing. Zie devolgende pagina voor meer informatie. De controle- en waarschuwingslampjes lichten korte tijd op,wanneer u vóór het starten de contactsleutel in de rijstand (stand II)draait. Dit geeft aan dat de lampjes naar behoren werken. Wanneerde motor is aangeslagen, doven alle lampjes weer.
Als de motor nietbinnen 5 seconden aanslaat, doven alle lampjes behalve de lampjes3800839m en. Afhankelijk van het uitrustingsniveau van uw autokan het zijn dat bepaalde lampjes geen functie vervullen. Hetlampje voor de handrem dooft, wanneer u de auto van de handremhaalt. Waarschuwing -storing in ABS-systeemAls het waarschuwingslampje voor hetABS-systeem oplicht, werkt het ABS-systeemniet meer. Het normale remsysteem van de autowerkt dan nog, zij het zonder ABS-regeling. ·Breng de auto op een veilige plaats totstilstand en zet de motor af. ·Start de motor opnieuw. ·Als het waarschuwingslampje dooft, kunt uverder rijden. Er was dan geen sprake vaneen permanente storing. ·Als het waarschuwingslampje echter blijftbranden, moet u de auto naar een erkendeVolvo-werkplaats rijden om het ABS-systeem te laten controleren. Controle- en waarschuwingslampjesWAARSCHUWING.
Als de waarschuwingslampjes voor het remsysteem en het ABS-systeemtegelijkertijd branden, kan er een storing in de remkrachtverdeling zijnopgetreden. ·Breng de auto op een veilige plaats tot stilstand en zet de motor af. ·Start de motor opnieuw. ·Als de beide lampjes weer doven, kunt u verder rijden. Er was dan geen sprake van eenpermanente storing. ·Als de waarschuwingslampjes echter blijven branden, moet u het peil in het remvloeistofreser-voir controleren. ·Als het peil lager is dan het MIN-merkje van het reservoir, kunt u beter niet verder rijden met deauto. Laat de auto naar een erkende Volvo-werkplaats slepen om het remsysteem te controleren. ·Als de lampjes echter blijven branden ondanks dat het peil in het remvloeistofpeil in orde is,moet u de auto uiterst voorzichtig naar de dichtstbijzijnde erkende Volvo-werkplaats rijden omhet remsysteem te laten controleren.
28Controle- en waarschuwingslampjesWaarschuwingslampje midden op het instrumentenpaneelHet waarschuwingslampje licht rood of geel opafhankelijk van de ernst van de storing. Rood licht - Breng de auto tot stilstand. Leeshet bericht op het display. Geel licht - Lees het bericht op het display. Verhelp de storing. De controle- en waarschuwingslampjes lichten korte tijd op,wanneer u vóór het starten de contactsleutel in de rijstand (stand II)draait. Dit geeft aan dat de lampjes naar behoren werken. Wanneerde motor is aangeslagen, doven alle lampjes weer. Als de motor nietbinnen 5 seconden aanslaat, doven alle lampjes behalve de lampjes en. Afhankelijk van het uitrustingsniveau van uw autokan het zijn dat bepaalde lampjes geen functie vervullen. Hetlampje voor de handrem dooft, wanneer u de auto van de handremhaalt. 3800839mWAARSCHUWING.
Onder normale omstandigheden zorgt hetSTC/DSTC-systeem voor een beterewegligging. Dit mag echter voor u geenreden zijn om sneller te gaan rijden. Weesaltijd voorzichtig bij het nemen van bochtenen het rijden op gladde wegen. Stabiliteitssysteem STC*en DSTC*Het STC/DSTC-systeem staat uitvoerigerbeschreven op pagina 19, 20 en 31. Hetsysteem bestaat uit meerdere deelsystemen: Gevaar voor gripverliesAls het waarschuwingssymbool knippert, is hetSTC/DSTC-systeem actief. U kunt dan merkendat de motor niet normaal op het gaspedaalreageert. Een dergelijke situatie kan zichvoordoen, wanneer u harder wilt optrekken dande wrijvingscoëfficiënt van het wegdek toelaat. - Rijd voorzichtig. Beperkte tractieHet symbool licht op en brandt continu,wanneer er beperkingen voor het STC/DSTC-systeem gelden door een te hoge temperatuurvan de remmen.
Op de R-versie verschijnt de tekst:"DSTC FUNCTIE BEPERKT". Storing in STC/DSTC-systeemAls het waarschuwingssymbool oplicht encontinu brandt, terwijl u geen van de systemenhebt uitgeschakeld is er sprake van een storingin één van de systemen. De tekst "ANTI-SKIDSERVICE VEREIST" verschijnt op het display. ·Breng de auto op een veilige plaats totstilstand en zet de motor af. Start de motoropnieuw. ·Als het waarschuwingssymbool dooft, waser geen sprake van een werkelijke storing. Uhoeft dan geen bezoek aan een werkplaats tebrengen. ·Als het waarschuwingssymbool echter blijftbranden, moet u de auto naar een erkendeVolvo-werkplaats rijden om het systeem telaten controleren. * Het STC- of DSTC-systeem is extra opbepaalde markten. Het systeem behoort tot destandaarduitrusting van de R-versie.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Volvo V70 (2003) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Volvo
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto