Volvo V40 Cross Country (2012) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Volvo V40 Cross Country (2012) (8 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Volvo V40 Cross Country (2012) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Volvo |
| Categorie: | Auto |
| Model: | V40 Cross Country (2012) |
Handleiding Volvo V40 Cross Country (2012) – volledige tekst
GEFELICITEERD MET UW NIEUWE VOLVO!Het ontdekken van een nieuwe auto is een spannende bezigheid.Neem deze Quick Guide door om snel vertrouwd te raken met enkele van de meest gebruikelijke functies.Alle waarschuwingsteksten, andere belangrijke gegevens en meer gedetailleerde informatie vindt u alleen in het instructieboekje – deze folder bevat slechts een kleine greep daaruit.In het instructieboekje staat bovendien de meest recente en meest actuele informatie.Opties staan aangegeven met een sterretje (*).Op www.volvocars.com vindt u meer informatie over uw auto.v40 Cross country Quick GUIDE WEb EDITION
Knop kort indrukken om de motor te starten. Motor starten Transpondersleutel in het contactslot plaatsen en tot aan de aanslag naar binnen duwen. Het koppelings- of rempedaal bedienen.Koude start n.B.Na een koude start is het stationaire toerental verhoogd ongeacht buitentemperatuur. Het tijdelijk verhoogde stationaire toerental is onderdeel van Volvo’s effectieve uitlaatgas-reinigingssysteem.Vanwege de voorgloeifunctie slaan bepaalde dieselmotoren bij een koude start wellicht later aan.Portieren en achterklep vergrendelenA en alarm* activeren.PortierenB alsmede achterklep ontgrende-len en alarm deactiveren.Achterklep ontgrendelen – hij wordt niet geopendC.‘Approach’-verlichting. Buitenspiegelver-lichting*, richtingaanwijzers en stadslich-ten, alsmede kentekenplaat-, interieur- en instapverlichting activeren.Paniekfunctie. In een noodsituatie ca.
(Uitschakelen door dezelfde knop tweemaal in te drukken.)Informatie over de status van de auto die binnen een straal van 100 meter te ontvangen is.– Toets indrukken en 7 seconden wach-ten.Bij het indrukken van de toets zonder ont-vangst verschijnt de meest recente status uit het geheugen.A Bij het vergrendelen worden de persoonlijke stoel- en spiegelinstellingen opgeslagen.B Als geen van de portieren noch de achterklep binnen 2 minuten na ontgrendeling wordt geopend, vindt na enige tijd automatisch hervergrendeling plaats.C De alarmfunctie van de elektrisch bediende ach-terklep wordt gedeactiveerd, waarna de achterklep wordt ontgrendeld en enkele centimeters omhoog-komt.transpondersleutel Met pCC* (personal Car CoMMuniCator)pCC*1 Groen lampje: De auto is vergrendeld.2 Oranje lampje: De auto is ontgrendeld.3 Rood lampje: Het alarm is afgegaan.4 Rode lampjes lichten beurtelings op: Het alarm ging minder dan 5 minuten geleden af.
Knop kort indrukken – motor slaat af. Transpondersleutel uit het contactslot nemen. BLIS* (BLIND SPOT INFORMATION SYSTEM)Het BLIS is ontworpen voor druk verkeer op meerbaanswegen en waarschuwt voor voertuigen in de zogeheten dode hoeken van de auto en voor snel naderende achterlig-gers in de rijbanen links of rechts uw auto. Wanneer BLIS een voertuig ontdekt, brandt het BLIS-lampje op het portierpaneel continu. Als de bestuurder vervolgens de richtingaan-wijzer inschakelt aan de kant waarvoor wordt gewaarschuwd, gaat het continu brandende lampje knipperen. Zie het hoofdstuk ‘ en ’ in het BLIS* CTAinstructieboekje voor meer informatie. Sleutel kan bijvoorbeeld in binnenzak blijven liggen.
AUTO VERGRENDELEN EN ALARM INSCHAKELEN – -Achterkant van een van de buitenste portierhandgrepen (zie afbeelding) aanraken of lichtjes drukken op de kleinste van de beide met rubber beklede knoppen op de achterklep. ONTGRENDELEN EN ALARM UITSCHAKELEN – Een portierhandgreep beetpakken en het portier op de gebruikelijke manier openen (werkt mogelijk niet met handschoenen aan) of lichtjes drukken op de grootste van de beide met rubber beklede knoppen op de achterklep. MOTOR STARTEN – Rem-/koppelingspedaal bedienen en knop START/STOP ENGINE kort indrukken. MOTOR AFZETTEN – Knop START/STOP ENGINE kort indrukken. Zie het hoofdstuk ‘ ’ in het Sloten en alarminstructieboekje voor meer informatie. MOTOR AFZETTEN EN TRANSPON-DERSLEUTEL UITNEMENSLEUTELSTANDENKEYLESS DRIVE*Om de volgende sleutelstanden te bereiken zonder de motor te starten: Rem- en/of koppelingspedaal niet bedienen.
0 De auto ontgrendelen. I Met de transpondersleutel volledig in het contactslot geduwd: kort op drukSTART/STOP ENGINE -ken. II Met de transpondersleutel volledig in het contactslot geduwd: ca. 2 seconden lang op START/STOP ENGINE drukken. Omdat in sleutelstand veel stroom wordt afgenomen van de startaccu, wordt deze stand afgeraden.
IIZie ook de tabel in het gedeelte ‘ ’ in het reguliere instructieboekje bij de auto om te zien Sleutelstandenwelke functies/systemen u in de verschillende sleutelstanden kunt gebruiken terwijl de motor is afgezet. Om terug te gaan naar sleutelstand vanuit stand 0 II en : kort op drukken. I START/STOP ENGINE.
RUITENWISSERS EN REGENSENSOR*1 Regensensor Aan/Uit, met hendel in stand 0.2 Gevoeligheid sensor of duur intervalfunctie instellen.3 Wisser achterruit – intervalfunctie/normale functie.AEnkele wisslag0UitBIntervalfunctie, zie ook (2)CNormale wissnelheidDHoge wissnelheidESproeiers voorruit en koplampenFSproeier achterruit Verschijnt op het display bij een actieve regensensor.TRANSPONDERSLEUTEL EN ELEKTRISCH BEDIENBARE BESTUURDERSSTOEL*In alle transpondersleutels kunnen stoelinstel-lingen voor verschillende bestuurders worden opgeslagen. De functie moet worden geactiveerd in het menusysteem MY CAR onder Instellingen -> Auto-instellingen Sleutelgeheugen -> .Ga als volgt te werk:• Stoel naar wens instellen.• Auto zoals gebruikelijk vergrendelen door de vergrendelknop op de transpondersleu-tel in te drukken.
Daarmee ligt de stoelpo-sitie opgeslagen in het geheugen van de transpondersleutelA.• Auto ontgrendelen (door op de ontgren-delknop op dezelfde transpondersleutel te drukken) en bestuurdersportier openen. De bestuurdersstoel neemt automatisch de positie in die in het geheugen van de transpondersleutel is opgeslagen (als de stand van de stoel na vergrendeling van de auto werd gewijzigd).A. Deze instelling is niet van invloed op de instellingen die zijn opgeslagen (zie positie 4) met de geheugenfunctie* voor de elektrisch bedienbare stoel*. Zie het instructieboekje voor meer informatie.VOORSTOEL INSTELLEN1 Lendensteun2 Hellingshoek ruggedeelte.3 Geheugenknoppen, elektrisch bedienbare stoel*.4 Instelling opslaan, elektrisch bedienbare stoel*.5 Voorkant zitgedeelte omhoog/omlaag.6 Vooruit/achteruit.7 Stoel omhoog/omlaag.8 Rugleuning passagiersstoel omklappen.
OPBERGMOGELIJKHEDEN, 12V-AANSLUITINGEN & USB*/AUXDe 12V-aansluitingen in de passagiersruimte werken in sleutelstand I of II. De 12V-aanslui-ting* in de bagageruimte is altijd actief.BELANGRIJKBij gebruik van de 12V-aansluiting in de bagageruimte met de motor afgezet kan de accu uitgeput raken.START/STOP*Start/Stop* kan ervoor zorgen dat de motor bij stilstaand verkeer automatisch wordt afgezet/gestart. Wanneer het systeem actief is, brandt het lampje in de knop.Handbak: Stoppen – bedien de koppeling, zet de versnellingspook in de neutraal en laat het koppelingspedaal opkomen. Starten – bedien het koppelingspedaal.AGrootlichtsignalenBWisselen groot licht/dimlicht en ‘Follow Me Home’-verlichtingDisplay- en instrumentenverlichting alsook sfeerverlichting.Mistachterlicht, brandt alleen aan bestuurderszijde.AutomatischA/uitgeschakeld dimlicht.
Grootlichtsignalen geven is mogelijk, maar het normale groot licht werkt nietStadslichten voor/achterlichtenDagrijverlichting, overschakelen op dimlicht, tunneldetectie*, groot licht met automatische activering*, grootlichtsig-nalen mogelijk.Dimlicht. Dooft bij het afzetten van de motor. Het is mogelijk groot licht te voe-ren, grootlichtsignalen mogelijk.Handmatige koplamphoogteregeling (automatisch bij Xenon-verlichting*)Achterklep ontgrendelenA. Bepaalde markten.VERLICHTINGSBEDIENINGAutomaatbak: Stoppen – breng de auto tot stilstand met het rempedaal en houd uw voet op het rempedaal. Starten – haal uw voet van het rempedaal. U kunt de functie in het menusy-steem uitschakelen.
1 Brandstofmeter. De pijl van het symbool geeft de kant aan waar de tankvulklep zit. 2 Laag brandstofpeil. Bij een brandend lampje zo spoedig mogelijk tanken.3 Koelvloeistoftemperatuur/EcoGuideA.4 Snelheidsmeter.5 Informatie over bestuurdersondersteunende systemen*.6 Klok. In te stellen in het menusysteem MY CAR.7 Toerenteller/PowerMeterA.8 Schakelindicatie/Versnellingsaanduiding. OK indrukken om het menusysteem van de boordcomputer te openen, opties te active-ren en/of meldingen te bevestigen. Aan het duimwiel draaien om de boordcom-puteropties te zien. Op RESET drukken om een optie te annule-ren of een stap terug te doen. Kort indrukken om de getoonde dagteller op nul te zetten Lang indrukken voor het resetmenu.A. EcoGuide en PowerMeter verschijnen alleen wan-neer het resp.
thema is gekozen.BOORDCOMPUTER EN DAGTELLERBij de digitale uitvoering van het combi-instru-ment hebt u de keuze uit verschillende thema’s: Elegance, Eco of Performance. Om van thema te veranderen – op de OKlinker stuurhendel indrukken en daarna menuo-ptie Thema’s selecteren door aan het duimwiel van dezelfde hendel te draaien. Bevestig uw keuze met een druk op de knop OK. N.B.Displaymelding _ _ _ km actieradius is een indicatie van het aantal kilometers dat u met de resterende brandstofvoorraad kunt afleggen op basis van de eerdere rijomstan-digheden.TANKEN -Open, met de auto ontgrendeld, de tankvulklep door lichtjes tegen de achterkant van de klep te drukken. Trek de klep naar buiten toe open.3. - Steek het vulpistool in de brandstofvulopening.
Let erop dat u het pistool goed in de vulbuis steekt.De vulopening is dusdanig van vorm dat u al-leen de juiste brandstofsoort kunt tanken (een benzinemodel kan niet met diesel wordt getankt of andersom).Wacht na het tanken 5–8 seconden, voordat u het vulpistool uit de vulbuis trekt.
EBA, EMERGENCY BRAKE ASSISTDe remkrachtverhoging bij noodstops helpt de remkracht verhogen om op die manier de remweg te verkorten. Het EBA-systeem wordt geactiveerd wanneer u krachtig remt. Wanneer EBA geactiveerd wordt, zakt het rempedaal iets verder omlaag dan normaal. – Rempedaal bedienen zolang dat nodig is – de remmen worden volledig gelost, als u het rempedaal loslaat. AUTOVERZORGINGVoor de lak is het beter om de auto met de hand te wassen dan in een automatische wasstraat. Een nieuwe laklaag is bovendien kwetsbaarder dan een oude laag. U wordt daarom geadviseerd de eerste maanden na aankoop van een nieuwe auto deze alleen met de hand te wassen. Schoon water en een spons gebruiken. Erop letten dat vuil en zand krassen op de lak kun-nen veroorzaken.
BESTUURDERSONDERSTEUNENDE SYSTEMENCity Safety™ en Collision Warning met Auto Brake & edestrian DetectionP *Deze systemen helpen de bestuurder een bot-sing te voorkomen in situaties waarbij wijzigin-gen in de afstand tot voorliggers in combinatie met onoplettendheid tot een incident kunnen leiden. WAARSCHUWINGU bent er altijd zelf verantwoordelijk voor dat u de auto op de juiste wijze bestuurt en voldoende afstand houdt, rekening houdend met de rijsnelheid. City Safety™ is slechts een hulpmiddel en ontslaat bestuurders nooit van hun plicht de aandacht bij het verkeer op de weg te houden en de auto op een veilige manier te besturen. Pedestrian Detection (voetgangersdetectie) waarschuwt of remt niet bij rijsnelheden boven 80 km/h en het systeem werkt niet in het donker of in tunnels.
Het systeem kan geen voetgangers detec-teren, die:• slechts gedeeltelijk zichtbaar zijn• kort van stuk zijn (tot 80 cm)• gekleed gaan in kleding die de lichaams-contouren verhult. Het systeem is actief bij snelheden onder 50 km/h en helpt de bestuurder bij het bewaken van de afstand tot voorliggers met behulp van een lasersensor die boven in de voorruit gemonteerd is.
City Safety™ kan een botsing helpen voorko-men bij een snelheidsverschil kleiner dan 15 km/h tussen uw auto en de voorligger. Andere bestuurdersondersteunende systemenOm de bestuurder te helpen en bijvoorbeeld tijdig te remmen, voldoende afstand te houden tot voorliggers, op voertuigen te letten die in de zogeheten dode hoek en in dezelfde richting rijden of een geschikte positie op de weg te houden, is de auto mogelijk uitgerust met tal van systemen: • Adaptieve cruisecontrol (handg. )*• Adaptieve cruisecontrol met Queue Assist (autom. )*• Afstandswaarschuwing*• BLIS (Blind Spot Information System)*• Driver Alert Control*• Road Sign Information (RSI)*• Park Assist Pilot*• Lane Keeping Aid* (LKA). Zie de hoofdstukken ‘Bestuurdersondersteu-ning’ in het instructieboekje voor meer informa-tie over deze systemen en hun beperkingen.
TP 15718 (Dutch). AT 1246. Printed in Sweden, Göteborg 2012. Copyright © 2000–2012 Volvo Car Corporation.STUURWIEL INSTELLENWAARSCHUWINGHet stuurwiel instellen vóórdat u gaat rijden – nooit tijdens het rijden. Blokkering opheffen. Aanpassen.3. Stuurwiel vergrendelenELEKTRONISCHE KLIMAATREGELING, ECC*AUTOMATISCHE REGELINGIn de stand AUTO regelt het ECC-systeem automatisch alle functies voor een groter bedieningsgemak en optimale luchtkwaliteit.1 Indrukken voor individuele temperatuur: Eenmaal voor de linkerzijde, tweemaal voor de rechterzijde, driemaal voor beide zijden. Draaien om de temperatuur in te stellen. De gekozen temperatuur staat op het display.2 Indrukken voor automatische regeling van de gekozen temperatuur en overige functies.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Volvo V40 Cross Country (2012) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Volvo
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto