Voltcraft VC830 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Voltcraft VC830 (106 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 89 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Voltcraft VC830 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/106
Digital-Multimeter
BEDIENUNGSANLEITUNG Seite 4 - 28
Digital Multimeter
OPERATING INSTRUCTIONSPage 29 - 53
Multimètre numérique
NOTICE D’EMPLOIPage 54 - 78
Digitale multimeter
GEBRUIKSAANWIJZING Pagina 79 - 103
Best.-Nr. / Item-No. /
N° de commande / Bestnr.:
124601 VC830
124602 VC850
Version 03/14
°

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Voltcraft
Categorie: Multimeter
Model: VC830

Handleiding Voltcraft VC830 – volledige tekst

Veuillez en tenir compte et ceci également lorsque vousremettez le produit à des tiers.Conservez ce mode d'emploi afin de pouvoir vous documenter en temps utile!Vous trouverez le récapitulatif des indications du contenu à la table des matières avec mentionde la page correspondante à la page 55.Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in betreffendede ingebruikname en gebruik, ook als u dit product doorgeeft aan derden.Bewaar deze handleiding zorgvuldig, zodat u deze later nog eens kunt nalezen!U vindt een opsomming van de inhoud in de inhoudsopgave met aanduiding van de pagina-nummers op pagina 80.

79InleidingGeachte klant,Wij danken u hartelijk voor het aanschaffen van dit Voltcraft®-product. Hiermee heeft u een uit-stekend product in huis gehaald.U hebt een kwaliteitsproduct aangeschaft dat ver boven het gemiddelde uitsteekt. Een product uit eenmerkfamilie die zich op het gebied van meet-, laad-, en voedingstechniek met name onderscheidt doorspecifieke vakkundigheid en permanente innovatie.Met Voltcraft® worden gecompliceerde taken voor u als kieskeurige doe-het-zelver of als professionelegebruiker al gauw kinderspel.

Voltcraft® biedt u betrouwbare technologie met een buitengewoon gunstigeverhouding van prijs en prestaties.Wij zijn ervan overtuigd: uw keuze voor Voltcraft is tegelijkertijd het begin van een lange en prettigesamenwerking.Veel plezier met uw nieuwe Voltcraft®-product!Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk.Voor meer informatie kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be

81Voorgeschreven gebruik - Meting en weergave van de elektrische grootheden binnen het bereik van de overspanningscategorieIV tot max. 600V resp. CAT III tot max. 1000 V t. o. v. aardpotentiaal, volgens EN 61010-1 en alle lage-re categorieën. - Meten van gelijk- en wisselspanning tot max. 1. 000 V V/DC, 750 V/AC - Meten van gelijk- en wisselstromen tot max. 10 A - Frequentiemeting tot 10 MHz - Meten van capaciteiten tot 4000 µF - Meten van weerstanden tot 60 MΩ - Doorgangstest (< 30 Ω akoestisch) - Diodetest - Temperatuurmeting van -40 tot + 1000 °C (alleen VC850)De meetfuncties worden gekozen via een draaischakelaar. De meetbereikselectie gebeurt in alle meet functies(behalve diode- en doorgangstest) automatisch. Een manuele instelling is te allen tijde mogelijk. Bij VC850 wordt in het spannings- en stroommeetbereik de echt-effectieve meetwaarde (True RMS)weergegeven.

Bij VC830 wordt de gemiddelde (RMS sinus) weergegeven. De polariteit wordt automa-tisch weergegeven. De beide stroom-metingen zijn beveiligd tegen overbelasting. De spanning in de meetcircuit mag de1000 V in CAT III of 600 V in CAT IV niet overschrijden. De beide stroommeetbereiken zijn beveiligd metkeramische hoogspanningszekeringen. Een lage impedantie-functie (Low imp), maakt meting met gereduceerde binnenweerstand mogelijk. Deze onderdrukt fantoomspanningen die in de hoogohmige metingen kunnen optreden. De meting metgereduceerde impedantie is alleen toegestaan in de meetkring tot max. 1000 V en voor slechts max. 3 s. Bij indrukken van de low imp-toets klinkt een signaaltoon en verschijnt er een waarschuwingstekenop het display. De multimeter werkt met een gangbare, 9V alkalische blokbatterij. Het gebruik is alleen toegestaan metde aangegeven batterijtypen.

Wanneer de meetkabels in de meetbussen zijn gestoken, is het door het afschermingsdeelniet mogelijk het batterij- of zekeringsdeksel te openen. Ook verhindert dit dat de meetkabels bij eengeopend batterij- en zekeringsdeksel geopend kunnen worden. Metingen in vochtige ruimten of onder ongunstige omstandigheden zijn niet toegestaan. Ongunstigeomstandigheden zijn: - Vocht of hoge luchtvochtigheid, - stof en brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen, - onweer resp. weersomstandigheden zoals sterk elektrostatische velden enz. Gebruik voor het meten alleen de meegeleverde meetsnoeren resp. meetaccessoires, die op de specifi-caties van de multimeter afgestemd zijn. Een andere toepassing dan hierboven beschreven kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand of elektrische schokken.

Het complete productmag niet worden veranderd of omgebouwd. Lees deze handleiding zorgvuldig door en bewaar deze voor toekomstig gebruik. De veiligheidsvoorschriften dienen absoluut in acht te worden genomen.

400 kΩ -toets voor impedantie-omschakeling 10 FunctietoetsenRANGE: Manuele meetbereikomschakelingREL/PC: REL = referentiewaarde, PC = activeert de interfaceHz/%: Functieomschakeling (gele symbolen, alleen actief in het AC-meetbereik)H/LIGHT: Hold-functie voor het vasthouden van de meetweergave, inschakelen van de displayver-lichting 11 Optisch geïsoleerde RS232-interface 12 Statief-aansluitschroefdraad 13 Inklapbare standaard 14 Batterijvak 15 Schroeven voor het batterij en zekeringsvak 16 ZekeringsvakSonde-sets die voor NETleiding-metingen worden gebruikt, zullen als geschikt wordenBEOORDEELD voor MEETCATEGORIE III of IV conform IEC/EN 61010-031 en zulleneen spannings BEOORDELING krijgen van minimaal de spanning van het te meten cir-cuit.

83VeiligheidsvoorschriftenLees voor ingebruikneming de volledige gebruiksaanwijzing door; deze bevat belan-grijke instructies voor het juiste gebruik.Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing, vervalthet recht op garantie! Voor vervolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij niet aanspra-kelijk!Voor materiële schade of persoonlijk letsel, veroorzaakt door ondeskundig gebruik ofhet niet opvolgen van de veiligheidsaanwijzingen, aanvaarden wij geen aansprakelijk-heid! In zulke gevallen vervalt de garantie.Het apparaat heeft de fabriek in veiligheidstechnisch perfecte staat verlaten. Volg de instructies en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing op om deze status van het apparaat tehandhaven en een veilige werking te garanderen!

Let op de volgende symbolen:Een uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke instructies in deze gebruiksaanwij-zing die absoluut opgevolgd dienen te worden.Een bliksemschicht in een driehoek waarschuwt voor een elektrische schok of een veilig-heidsbeperking van elektrische onderdelen in het apparaat.Het “pijl”-symboolvindt u bij bijzondere tips of instructies voor de bediening.Dit apparaat is CE-goedgekeurd en voldoet aan de noodzakelijke Europese richtlijnen.Veiligheidsklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie) CAT II Overspanningscategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten, dievia een netstekker worden voorzien van spanning. Deze categorie omvat ook alle kleinerecategorieën (bijv. CAT I voor het meten van signaal- en stuurspanningen). CAT III Overspanningscategorie III voor metingen in de gebouwinstallatie (b.v. stopcontacten ofonderverdelingen).

84 CAT IV Overspanningscategorie IV voor metingen aan de bron van de laagspanningsinstallatie(bijv. hoofdverdeling, huis-omschakelingspunten van de energieleverancier etc. ). Dezecategorie omvat ook alle kleinere categorieën. AardpotentiaalOm veiligheids- en keuringsredenen (CE) is het eigenmachtig ombouwen en/of veranderen van hetapparaat niet toegestaan. Raadpleeg een vakman wanneer u twijfelt over de werking, veiligheid of aansluiting van het apparaat. Meetapparaten en accessoires zijn geen speelgoed; houd deze buiten bereik van kinderen. In industriële omgevingen dienen de Arbovoorschriften ter voorkoming van ongevallen met betrekkingtot elektrische installaties en bedrijfsmiddelen in acht te worden genomen. In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen moet door geschoold personeel voldoendetoezicht worden gehouden op de bediening van meetapparaten.

Zorg bij elke spanningsmeting dat het meetapparaat zich niet binnen het stroommeetbereik bevindt. De spanning tussen meetapparaat en aardpotentiaal mag niet meer zijn dan 1000 V DC/AC in CAT IIIresp. 600 V in CAT IV. Vóór elke wisseling van het meetbereik moeten de meetstiften van het meetobject worden verwijderd. Wees vooral voorzichtig bij de omgang met spanningen >25 V wissel- (AC) resp. >35 V gelijkspanning(DC). Reeds bij deze spanningen kunt u door het aanraken van elektrische geleiders een levensgevaar-lijke elektrische schok krijgen. Controleer voor elke meting uw meetapparaat en de meetsnoeren op beschadiging(en). Voer in geengeval metingen uit als de beschermende isolatie beschadigd (gescheurd, verwijderd enz. ) is. Om een elektrische schok te voorkomen, dient u ervoor te zorgen dat u de te meten aansluitin-gen/meetpunten tijdens de meting niet, ook niet indirect, aanraakt.

Pak tijdens het meten niet boven de voel-bare handgreepmarkeringen op de meetstiften vast. Gebruik de multimeter nooit kort voor, tijdens, of kort na een onweersbui (blikseminslag. / energierijkeoverspanningen. ).

Zorg dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, schakelingen en onderdelen vande schakeling enz. absoluut droog zijn. Vermijd gebruik van het apparaat in de direct omgeving van: - sterke magnetische of elektromagnetische velden - zendantennes of HF-generatoren. Daardoor kan de meetwaarde worden vervalst.

85Wanneer men aanneemt dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is, dan mag het apparaat niet meerworden gebruikt en moet het worden beveiligd tegen onbedoeld gebruik. U mag ervan uitgaan dat eenveilig gebruik niet meer mogelijk is indien: - het apparaat zichtbaar is beschadigd, - het apparaat niet meer functioneert en - het product gedurende langere tijd onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen of - het apparaat tijdens transport zwaar is belast. Schakel het meetapparaat nooit onmiddellijk in, nadat het van een koude naar een warme ruimte isgebracht. Door het condenswater dat wordt gevormd, kan het apparaat onder bepaalde omstandighe-den beschadigd raken. Laat het apparaat uitgeschakeld op kamertemperatuur komen. Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos liggen. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn.

Neem ook de veiligheidsvoorschriften in de afzonderlijke hoofdstukken in acht. ProductbeschrijvingDe meetwaarden worden op de multimeter (hierna DMM genoemd) digitaal weergegeven. Het displayvan de DMM bestaat uit 6000 counts (count = kleinst mogelijke displaywaarde). Het meetapparaat is bestemd voor hobbygebruik maar ook voor professionele toepassingen. Voor een betere afleesbaarheid kan de DMM worden neergezet met de standaard aan de achterzijde. Het batterij- en zekeringsvak kan alleen geopend worden, wanneer alle meetkabels van het meetappa-raat verwijderd worden. Bij geopend batterij- en zekeringsvak ik is het niet mogelijk om de meetkabels inde meetbussen te steken. Dit verhoogt de veiligheid voor de gebruiker. Bij incorrect aangesloten meetkabels, klinkt in het spannings- en stroommeetbereik een een alarmtoonmet een knipperende displayweergave: “WARNING.

” Sluit de meetkabels correct aan voordat u gaatmeten. Draaischakelaar (4)De afzonderlijke meetfuncties worden gekozen via een draaischakelaar. De automatische bereikselectie“Autorange” is actief. Hierbij wordt altijd het geschikte meetbereik ingesteld.

Begin de stroommeting altijdmet het grootste meetbereik (10 Z) en schakelindien nodig om naar een kleiner meetbereik. De multimeter is op stand „OFF“ uitgescha-keld. Schakel het meetapparaat altijd uit als uhet niet gebruikt. De afbeelding toont de rangschikking van demeet functies van VC830 en VC850.

86LeveringsomvangMultimeter met passende, rubberen afscherming9V-blokbatterijVeiligheidsmeetsnoerenGebruiksaanwijzingDisplaygegevens en symbolen Afhankelijk van het model zijn er verschillende symbolen en gegevens beschikbaar. Dit is een lijst vanalle voorkomende symbolen en gegevens van de VC800-serie.Delta-symbool voor relatieve metingen (=referentiewaardemeting) Autorange duidt “automatische keuze van het meetbereik” aan.

87 MΩ Mega ohm, (macht 6) nF Nano-Farad (macht. -9;eenheid van elektrische capaciteit, symbool ) µF Microfarad (macht -6)Symbool voor het capaciteitsmeetbereik WARNING! Waarschuwingssymbool bij spanningen > 30 V AC/DC, low imp-functie en incorrect aangesloten meetkabelsSymbool voor gegevensoverdracht (actieve RS232-interface) Bargraf-balkaanduiding (alleen bij V, A, Ω )Symbool voor de ingebouwde zekeringenMeetbedrijfZorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden.Raak schakelingen en schakeldelen niet aan als daarop een hogere spanning dan 25 VACrms of 35 V DC kan staan! Levensgevaarlijk!Controleer voor aanvang van de meting de aangesloten meetdraden op beschadigin-gen, zoals sneden, scheuren of afknellingen. Defecte meetsnoeren mogen niet meerworden gebruikt!

Levensgevaarlijk!Pak tijdens het meten de meetsnoeren niet boven de tastbare handgreepmarkerin-gen vast.Het meten mag alleen worden uitgevoerd als de batterij- en zekeringsvak vollediggesloten zijn. Bij een geopend vak zijn alle meetbussen mechanisch tegen instekenbeveiligd.Er mogen altijd alleen die twee meetsnoeren op het meetapparaat aangesloten zijn,die nodig zijn voor de meting. Verwijder om veiligheidsredenen alle niet benodigdemeetsnoeren uit het apparaat.Metingen in stroomcircuits >50 V/AC en >75 V/DC mogen alleen door elektriciens enhiervoor aangewezen personeel, die op de hoogte zijn van de van toepassing zijndevoorschriften en de daaruit volgende gevaren, uitgevoerd worden.Als „OL“ (voor Overload = overbelasting) op het display verschijnt, hebt u het meetbereik over-schreden.

88 a) Multimeter inschakelenDe multimeter wordt door de draaischakelaar in- en uitgeschakeld. Draai de schakelaar op de betreffendemeetfunctie (4). Draai de schakelaar op de stand „OFF“ om het apparaat uit te zetten. Deze zijn beschik-baar aan beide zijden van het draaigebied. Schakel het meetapparaat altijd uit als u het niet gebruikt.Voordat u het meetapparaat kunt gebruiken, moeten eerst de meegeleverde batterijgeplaatst worden. Het plaatsen en vervangen van de batterijen wordt in het hoofdstuk„Onderhoud en reiniging“ beschreven. b) Spanningsmeting „V“ Voor het meten van gelijkspanningen “DC” (V ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „V “. - Steek het rode meetsnoer in de V-meetbus (7), het zwartein de COM-aansluiting (8). - Maak nu met de beide meetstiften contact met het meet-object (batterij, schakeling, enz.).

De rode meetstift komtovereen met de pluspool, de zwarte meetstift met de min-pool. - De betreffende polariteit van de meetwaarde wordtsamen met de actuele meetwaarde op het display weer-gegeven. Zodra bij de gelijkspanning een min „-„ voor demeetwaarde verschijnt, is de gemeten spanningnegatief (of de meetsnoeren zijn verwisseld).Het spanningsbereik „V DC/AC“ bezit een ingangs-weerstand van >10 MOhm. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit. Voor het meten van wisselspanningen “AC” (V ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „V “. Druk bij VC850 op de toets “SELECT” (3) omnaar het AC-meetbereik over te schakelen. Op het display verschijnt “AC”. - Steek het rode meetsnoer in de V-meetbus (8); het zwarte in de COM-meetbus (7). - Maak nu met de beide meetstiften contact met het meetobject (generator, schakeling, enz.).

89 c) Stroommeting „A“Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak schakelingen en schakeldelen niet aan als daarop een hogere spanning dan 25V ACrms of 35 V DC kan staan. Levensgevaarlijk. De max. toegestane spanning in het meetcircuit mag 1. 000 V in CAT III niet over-schrijdenMetingen in het >5 A-gebied mogen max. 10 seconden duren, en worden uitgevoerdmet een interval van 10 minuten. Begin de stroommeting altijd met het grootste meetbereik en wissel indien nodig naar een kleinermeetbereik. Voor een meetbereik altijd de stroom op de schakeling uitschakelen. Alle stroom-meetbereiken zijn gezekerd en dus beveiligd tegen overbelasting. Voor het meten van gelijkstromen (DC ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „A “ - In de tabel kunnen de verschillende meetfuncties en demogelijke meetbereiken bekeken worden.

Selecteer eenmeetbereik en de bijbehorende meetbussen. Meetfunctie VC830, VC850 Meetbussen µA 0,1 µA - 6000 µA COM + mAµA mA 0,01 mA - 600 mA COM + mAµA 10A 0,001 A - 10 A COM + 10A - Steek de rode meetkabel in de mA µA- of 10A-meetbus-sen Het zwarte meetsnoer stopt u in de COM-aansluiting. - Sluit nu de beide meetsnoeren in serie aan met het mee-tobject (batterij, schakeling, enz. ); de betrokken polariteitvan de meetwaarde wordt samen met de actuele meet-waarde op het display weergegeven. Is er bij een gelijkstroommeting voor de meetwaarde een “-”(min)-teken te zien, dan is de geme-ten stroom tegengesteld (of zijn de meetsnoeren verwisseld). - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit. Voor het meten van wisselstroom (A ) gaat u te werk zoals hierboven beschreven. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „A ”.

Druk bij VC850 op de toets “SELECT” (3) omnaar het AC-meetbereik over te schakelen. Op het display verschijnt “AC”. Door nogmaals op deknop te drukken, wordt weer overgeschakeld enz.

90 d) FrequentiemetingDe DMM kan de frequentie van een signaalspanning tot0,001 Hz - 10 MHz meten en weergeven. Voor het meten van frequenties gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „Hz”. Op hetdisplay verschijnt „Hz“. - Steek het rode meetsnoer in de Hz-meetbus (7), het zwartein de COM-aansluiting (8). - Maak nu met de beide meetstiften contact met het meet-object (signaalgenerator, schakeling, enz.). - De frequentie wordt in de bijbehorende eenheid op hetdisplay weergegeven. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetob-ject en schakel de DMM uit. e) Weerstandsmeting Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals anderemeetobjecten absoluut spanningloos en ontladen zijn.Voor de weerstandsmeting gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „Ω ”.

- Steek het rode meetsnoer in de Ω -meetbus (7), het zwartein de COM-aansluiting (8). - Controleer de meetsnoeren op doorgang door beidemeetstiften met elkaar te verbinden. Nu moet zich eenweerstandswaarde van ca. 0 - 0,5 ohm instellen (de eigenweerstand van de meetsnoeren). - Druk op de toets “REL” (10), om de invloed van de eigenweerstand van de meetsnoeren op de volgende weer-standsmeting uit te schakelen. Op het display verschijnthet delta-symbool en het scherm geeft 0 Ohm weer. Deautomatische bereikselectie (Autorange) is actief. - Sluit nu de beide meetstiften aan op het meetobject. Demeetwaarde wordt op het display weergegeven, mits hetmeet object niet hoogohmig of onderbroken is. Wacht tot de displaywaarde gestabiliseerd is. Bijweerstanden >1 MOhm kan dit enkele seconden duren.

91 - Zodra “OL” (voor Overload = overbelasting) op het display verschijnt, hebt u het meetbereik over-schreden of is het meetcircuit onderbroken. Een herhaalde druk op de toets “REL” schakelt de rela-tief-functie uit en activeert de autorange-functie. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit.Wanneer u een weerstandsmeting uitvoert, moet u erop letten dat de meet punten waar u demeetstiften mee in contact brengt voor het meten, vrij zijn van vuil, olie, soldeerhars en dergeli-jke. Dergelijke omstandigheden kunnen het meetresultaat vervalsen. f) DiodetestControleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals anderemeetobjecten absoluut spanningloos en ontladen zijn. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik . Op hetdisplay verschijnt het diodesymbool.

- Steek het rode meetsnoer in de Ω -meetbus (7), het zwartein de COM-aansluiting (8). - Controleer de meetsnoeren op doorgang door beidemeetstiften met elkaar te verbinden. Nu moet zich eenwaarde van ca. 0,000 V instellen. - Sluit nu de beide meetsnoeren aan op het meetobject(diode). - Op het display wordt de doorlaatspanning „UF“ in volt (V)weergegeven. Als „OL“ verschijnt, wordt de diode in sper-richting (UR) gemeten of is de diode defect (onderbre-king). Voer ter controle een meting door met omgekeerdepolariteit. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetob-ject en schakel de DMM uit.

92 g) Doorgangstest Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals anderemeetobjecten absoluut spanningloos en ontladen zijn. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik Druk op. de toets „SELECT” (4) om de meetfunctie om te schake-len. Op het display verschijnt het symbool voor de door-gangsmeting. Door nogmaals op de knop te drukken,wordt de eerste meetfunctie ingeschakeld. - Steek het rode meetsnoer in de Ω -meetbus (7), het zwartein de COM-aansluiting (8). - Als doorgang wordt een meetwaarde < 30 ohm herkend;hierbij klinkt een pieptoon. - Zodra „OL.“ (voor overflow = overloop) op het display ver-schijnt, heeft u het meetbereik overschreden of is hetmeetcircuit onderbroken. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetob-ject en schakel de DMM uit.

h) CapaciteitsmetingControleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals anderemeetobjecten absoluut spanningloos en ontladen zijn.Let bij elektrolyt-condensatoren absoluut op de polariteit. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik - Steek het rode meetsnoer in de V-meetbus (7), het zwartein de COM-aansluiting (8). - In het display verschijnt de eenheid „nF“.Door de gevoelige meetingang kan bij „open“ meets-noeren een waarde in het display worden weergege-ven. Door indrukken van de toets “REL” wordt het dis-play gereset op “0”. De autorange-functie blijft actief. - Verbind nu de beide meetpunten (rood = pluspool/zwart =minpool) met het meetobject (condensator). Op het dis-play wordt na korte tijd de capaciteit weergegeven. Wachttot de displaywaarde gestabiliseerd is. Bij condensatoren>40 µF kan dit enkele seconden duren.

- Zodra “OL” (voor Overload = overbelasting) op het dis-play verschijnt, heeft u het meetbereik overschreden. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit.

93 i) Temperatuurmeting (alleen VC850)Tijdens de temperatuurmeting mag alleen de temperatuurvoeler van de te meten tem-peratuur toegepast worden. De bedieningstemperatuur van het meetapparaat magniet naar boven of onder overschreden worden, omdat het anders tot meet-fouten kanleiden.De contact-temperatuurvoeler mag niet op het spanningsvrije oppervlak gebruikt wor-den.Voor de temperatuurmeting kunnen alle K-type thermovoelers gebruikt worden. De temperaturen kunnenworden aangeduid in °C of in °F. Met de optionele voelers kan het totale meetbereik (-40 bis +1000 °C)toegepast worden.Voor een temperatuurmeting gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „°C“. - Steek de optionele thermovoeler in de richting van de poolmet de rode stekker (plus-pool) in de V-meetbus (7) enmet de zwarte stekker (min-pool) in de COM-meetbus (8).

- Op het scherm verschijnt de temperatuurwaarde met decorresponderende eenheid. - Met de toets “SELECT” kan de eenheid van °C op °Fgeschakeld worden. Iedere toetsindruk schakelt de een-heid om. - Verschijnt “OL” in het scherm, dan wordt het meerbereikoverschreden. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetob-ject en schakel de DMM uit.Bij een overbrugde meetingang (bussen: °C – COM) wordt de temperatuur van het DMM-appa-raat getoond. Het aanpassen van de temperatuur aan de omgeving geschiedt - vanwege degesloten behuizing – zeer langzaam.RANGE-functie, manuele selectie voor meetbereikDe RANGE-functie maakt de manuele meetbereikselectie mogelijk in de meetfuncties spannings-, weer-stands en stroommeting. In het grensbereik is het zinvol het meetbereik te fixeren, om onbedoeldomschakelen te voorkomen. Door indrukken van de toets “RANGE” wordt deze meetfunctie ingeschakeld.

94REL-functieDe REL-functie maakt een referentiewaardemeting mogelijk om ev. leidingsverliezen zoals bijv. bij weer-standsmetingen te vermijden. Hiertoe wordt de momentane displaywaarde op nul gezet. Er wordt eennieuwe referentiewaarde ingesteld. Door indrukken van de toets “REL” wordt deze meetfunctie ingeschakeld. Op het display verschijnt ” ”.De automatische meetbereikkeuze wordt daarbij ingeschakeld (buiten capaciteitsmeetbereik).Om de deze functie uit te schakelen, drukt u nogmaals op de toets „REL“ of verandert u de meet-functie. De REL-functie is niet actief in het frequentiemeetbereik en bij de doorgangscontro-le.HOLD-functieDe HOLD-functie bevriest de huidige meetwaarde op het display om deze rustig te kunnen aflezen ofverwerken. Zorg bij het testen van spanningvoerende leidingen dat deze functie bij aanvang vande test is gedeactiveerd.

Er wordt anders een verkeerd meetresultaat gesimuleerd.Voor het inschakelen van de HOLD-functie drukt u op de toets „H“ (10); een geluidssignaal bevestigtdeze handeling en „H“ wordt op het display weergegeven.Om de deze functie uit te schakelen, drukt u nogmaals op de toets „H“ of verandert u de meet- functie.Low imp. 400 kΩ-functieDeze functie mag alleen bij spanningen tot max. 1.000 V en gedurende max. 3 secon-den worden gebruikt! Met deze functie kan het meetimpedantie n het spanningsmeetbereik van 10 MΩ naar 400 kΩ in hetspanningsmeetbereik verlaagd worden. Door het verlagen van de meetimpedantie worden mogelijkefantoomspanningen onderdrukt, die het meetresultaat zouden kunnen vervalsen.Druk deze toets (9) tijdens de spanningsmeting (max. 1.000 V!) max. 3 seconden in. Na het loslaten heeft de multimeter weer zijn normale meetimpedantie van 10 MΩ .

95RS232-interfaceOp de bovenzijde van het meetapparaat is de optische geïsoleerde interface geïntegreerd waarmeemeetgegevens naar een pc kunnen worden overgedragen en verder kunnen worden verwerkt.De dataverbinding kan met de optionele Seriell-datakabels (RS232 of USB), met een vrije interface aanuw computer tot stand gebracht worden.Schuif de bedekking van het interface (11) naar de bovenkant van de behuizing. Plaats de wigvormigeadapter van de optionele interfacekabels goed boven in de behuizingssponning (11) op het meetappa-raat.De interface is in normale toestand uitgeschakeld. Hou bij een ingeschakelde DMM, de toets „REL/PC“ 2 s ingedrukt om deze te activeren. De activering wordt door het interfacesymbool en een kortepieptoon gesignaleerd. Hou de toets „REL/PC“ ca. 2 s ingedrukt of schakel het DMM uit om te activeren.

De optionele datakabel verkrijgt u onder het volgende bestelnr.:Bestelnr. 12 56 40 RS232Bestelnr. 12 03 17 USBDisplayverlichtingOnder ongunstige lichtomstandigheden kan het display verlicht worden. De verlichting schakelt na onge-veer 10 seconden automatisch uit.Hou de toets “LICHT” ca. 2 s ingedrukt om het licht in te schakelen. Hou de toets “LIGHT”nogmaals 2 singedrukt of schakel het DMM uit om de verlichting eerder uit te schakelen.Hz%-subfunctieIn alle meetbereiken voor wisselgrootheden is het mogelijk om met een druk op de toets de frequentieresp. de pulsverhouding (Duty-Cycle) van de positieve halfbron in % weer te geven. De meetfunctiehoeft niet door de draaischakelaar afgewisseld te worden.De omschakeling gebeurt met de toets „Hz%“ (10). Alle geel gemarkeerde meetfuncties op de draai-schakelaar worden door deze toets bij iedere bediening omgeschakeld.

96Reiniging en onderhoudAlgemeenOm de nauwkeurigheid van de multimeter over een langere periode te kunnen garanderen, moet hetapparaat jaarlijks worden geijkt. Afgezien van een incidentele reinigingsbeurt en het vervangen van de batterij is het apparaat onder-houdsvrij. Het vervangen van batterij en zekeringen vindt u verderop in de gebruiksaanwijzing. Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat en de meetdraden,bijv. op beschadiging van de behuizing of knellen van de draden enz. ReinigingNeem altijd de volgende veiligheidsvoorschriften in acht voordat u het apparaat gaat schoonmaken:Bij het openen van deksels of het verwijderen van onderdelen, ook wanneer dithandmatig mogelijk is, kunnen spanningvoerende delen worden blootgelegd. Vóór reiniging of reparatie moeten de aangesloten snoeren van het meetapparaat envan alle meetobjecten worden gescheiden.

Schakel de DMM uit. Gebruik voor het schoonmaken geen carbonhoudende schoonmaakmiddelen, benzine, alcohol of soort-gelijke producten. Hierdoor wordt het oppervlak van het meetapparaat aangetast. Bovendien zijn de dampen schadelijk voor de gezondheid en explosief. Gebruik voor de reiniging ook geen scherp gereed-schap, schroevendraaiers of staalborstels en dergelijke. Gebruik een schone, pluisvrije, antistatische en licht vochtige schoonmaakdoek om het product te reini-gen. Laat het apparaat goed drogen voordat u het weer in gebruik neemt. Meetapparaat openenHet vervangen van de zekering of batterij is uit om beveiligingsredenen alleen mogelijk, wanneer allemeetkabels van het meetapparaat verwijderd zijn. Het batterij- en zekeringsvak (15) kan niet geopendworden bij ingestoken meetkabels.

Daarnaast worden bij het openen alle meetbussen mechanisch vergrendeld, om het insteken van meet-kabels na het openen van de behuizing te verhinderen. De vergrendeling wordt automatisch opgeheven,wanneer het batterij- en zekeringsvak weer afgesloten zijn.

97Voor het openen gaat u als volgt te werk: - Verwijder alle meetsnoeren van het apparaat en schakelhet uit. - Maak de batterijschroeven (15) aan de achterkant los enverwijder deze. - Klap de standaard open. Trek het deksel van het batterij- enzekeringsvak naar onder uit het meetapparaat. - De zekeringen en het batterijvak zijn nu toegankelijk. - Sluit de behuizing af in omgekeerde volgorde en schroefhet batterij- en zekeringsvak vast. - Het meetapparaat is nu weer klaar voor gebruik.Zekeringcontrole/zekeringvervangingDe stroommeetbereiken zijn beveiligd met hoogspannings-zekeringen. Als er geen meting in dit bereik meer mogelijk is,moet de zekering worden vervangen. Door het meetapparaat is het mogelijk de zekeringen meteen gesloten behuizing te testen.Voor het testen gaat u als volgt te werk: - Kies met de draaischakelaar het meetbereik “Ω ”. - Steek de meetkabel in de „VΩ “-bus.

- Maak met de meetstift contact met het te testen stroom-meetbereik. - Als er een meetwaarde wordt weergegeven, dan is dezekering in orde. Blijft echter de “OL’ in het scherm staan,dan is de corresponderende zekering defect en moet dezevervangen worden.Voor het vervangen gaat u als volgt te werk: - Ontkoppel de aangesloten meetsnoeren van het meetcircuit en van uw meetapparaat. Schakel hetmeetapparaat uit. - Sluit de behuizing zoals in hoofdstuk “Meetapparaat openen” beschreven. - Vervang de defecte zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type en nominale stroomsterk-te. De zekeringen hebben de volgende waarden: Zekering F1 F2 nominale gegevens F600mA 1000V F10A H 1000V Schakelvermogen 30 kA Afmeting 6,35 x 31,8 mm 10 x 38 mm - Sluit de behuizing weer zorgvuldig.

98Het gebruik van herstelde zekeringen of het overbruggen van de zekeringhouder isom veiligheidsreden niet toegestaan. Dit kan leiden tot brand of lichtboogexplosies. Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. Plaatsen en vervangen van de batterijVoor het gebruik van het meetapparaat is een 9V-batterij (b. v. 1604A) noodzakelijk. Bij de eerste inge- bruikneming of wanneer het symbool voor vervanging van batterijen op het display verschijnt,moeten nieuwe, volle batterijen worden geplaatst. Voor het plaatsen/vervangen gaat u als volgt te werk: - Ontkoppel de aangesloten meetsnoeren van het meetcircuit en van uw meetapparaat. Schakel hetmeetapparaat uit. - Sluit de behuizing zoals in hoofdstuk “Meetapparaat openen” beschreven. - Vervang de lege batterij voor een nieuwe van hetzelfde type. Plaats een nieuwe batterij volgens dejuiste poolrichting in het batterijvak (14).

Let op de polariteitgegevens in het batterijvak. - Sluit de behuizing weer zorgvuldig. Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. LEVENSGEVAAR-LIJK. Laat geen lege batterijen in het meetapparaat aangezien zelfs batterijen die tegenlekken zijn beveiligd, kunnen corroderen, waardoor chemicaliën vrij kunnen komendie schadelijk zijn voor uw gezondheid of schade veroorzaken aan het apparaat. Laat batterijen niet achteloos rondslingeren. Deze kunnen door kinderen of huisdie-ren worden ingeslikt. Raadpleeg bij inslikken onmiddellijk een arts. Verwijder de batterijen als u het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt, omlekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen bij huidcontact bijtende wonden veroor-zaken. Draag in dit geval steeds beschermende handschoenen. Let op, dat batterijen niet worden kortgesloten. Gooi geen batterijen in het vuur.

Batterijen mogen niet worden opgeladen of gedemonteerd. Er bestaat explosiege-vaar. Een geschikte alkalinebatterij is onder het volgende bestelnummer verkrijgbaar:Bestelnr. 65 25 09 (1x bestellen a. u. b. ).

99Verwijderinga) ProductElektronische apparaten bevatten herbruikbare materialen en mogen niet bij het huishou-delijk afval.Voer het product aan het einde van zijn levensduur conform de geldende wettelijke bepa-lingen af. Neem eventueel ingebrachte batterijen/accu’s uit en verwijder deze gescheiden van hetproduct. b) Batterijen/accu’sVoer het product aan het einde van zijn levensduur conform de geldende wettelijke bepalingen af; ver-wijdering via het huishoudelijke afval is niet toegestaan.Batterijen-accu’s die schadelijke stoffen bevatten, worden met het hiernaast weergege-ven pictogram aangeduid dat verwijst naar het verbod op verwijdering bij het huishoude-lijk afval.

De aanduidingen voor de betreffende zware metalen zijn: Cd=cadmium,Hg=kwik, Pb=lood (De aanduiding staat op de batterij/accu bijvoorbeeld onder het linksafgebeelde pictogram van een vuilnisbak).U kunt uw gebruikte batterijen/accu’s gratis inleveren bij de inzamelpunten van uwgemeente, onze nevenvestigingen of overal waar batterijen/accu’s worden verkocht.Hiermee voldoet u aan uw wettelijke verplichtingen en levert u een bijdrage aan de bescherming vanhet milieu.

100Verhelpen van storingenU heeft met de DMM een product aangeschaft dat volgens de nieuwste stand der techniek is ont-wikkeld en veilig is in het gebruik.Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen. Hieronder vindt u enkele maatregelen om eventuele storingen eenvoudig zelf te verhelpen:Neem altijd de veiligheidsinstructies in acht! Storing Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing De Multimeter functioneert Is de batterij leeg? Controleer de toestand. niet. Batterijen vervangen Geen verandering van Is een verkeerde meetfunctie Controleer of de indicatie meetwaarden. actief (AC/DC)?. (AC/DC) en schakel de functie indien nodig om. Steek de meetkabels Controleer de plaatsing van de correct in de meetbussen? meetkabels. Is de zekering defect? Controleer de zekeringen. Is de HOLD-functie geactiveerd Druk op de toets „H“ om (weergave „H”) deze functie te deactiveren.

Het meetapparaat piept en het Incorrect aangesloten Meetkabels correct op knippert het symbool meetdraden meetapparaat aansluiten of “WARNING!” meetfunctie wijzigen.Andere reparaties dan hierboven beschreven, mogen uitsluitend door een erkendevakman worden uitgevoerd. Ga naar bladzijde 79, waar u de volledige service-hotlineparagraaf vindt.

Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld fotokopie, microverfilming of deregistratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uit-treksels, verboden. Deze gebruiksaanwijzing voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen. Wijziging van techniek en uitrusting voorbehouden. © Copyright 2014 by Conrad Electronic SE. V6_0314_02/VTP쮕.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Voltcraft VC830 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden