Voltcraft VC585 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Voltcraft VC585 (108 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 121 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Voltcraft VC585 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Voltcraft |
| Categorie: | Multimeter |
| Model: | VC585 |
Handleiding Voltcraft VC585 – volledige tekst
811. InleidingGeachte klant,Wij danken u hartelijk voor het aanschaffen van dit Voltcraft®-product. Hiermee heeft u een uitstekend product in huis gehaald.U hebt een kwaliteitsproduct aangeschaft dat ver boven het gemiddelde uitsteekt. Een product uit een merkfamilie diezichophetgebiedvanmeet-,laad-,envoedingstechniekmetnameonderscheidtdoorspeciekevakkundigheiden permanente innovatie.Met Voltcraft® worden gecompliceerde taken voor u als kieskeurige doe-het-zelver of als professionele gebruiker al gauw kinderspel.
Voltcraft® biedt u betrouwbare technologie met een buitengewoon gunstige verhouding van prijs en prestaties.Wij zijn ervan overtuigd: Uw keuze voor Voltcraft® is tegelijkertijd het begin van een langdurige en prettige samen-werking.Veel plezier met uw nieuwe Voltcraft®-product!Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk.Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be2. Verklaring van symbolen Een bliksemsymbool in een driehoek waarschuwt voor een elektrische schok of een veiligheidsbeperking van elektrische onderdelen in het apparaat. Een uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke instructies in deze gebruiksaanwijzing die absoluut moeten worden opgevolgd. Een bliksemsymbool in het kwadraat laat de stroommeting aan niet-geïsoleerde, gevaarlijk actieve stroom-leiders toe en waarschuwt voor mogelijke gevaren.
Er moet een persoonlijke beschermingsuitrusting wor-den gebruikt. Het pijlsymbool ziet u, wanneer u bijzondere tips en aanwijzingen voor de bediening zult verkrijgen. Dit apparaat is CE-goedgekeurd en voldoet aan de betrokken Europese richtlijnen Beschermingsniveau 2 (dubbele of versterkte isolatie, dubbel geïsoleerd) CAT I Meetcatagorie I voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten die niet rechtstreeks via de netspanning worden voorzien (vb. batterijaangedreven apparaten, lage veiligheidsspanning, signaal- en stuurspanningen, etc.)
82 CAT II Meetcategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten, die via een netstekker recht-streeks worden voorzien van spanning. Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT I voor het meten van signaal- en stuurspanningen). CAT III Meetcategorie III voor metingen in de gebouwinstallatie (b.v. stopcontacten of onderverdelingen). Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT lI voor het meten aan elektrische apparaten). Het meetbedrijf in CAT III is uitsluitend toegelaten met meetstiften met een maximale vrije contactlengte van 4 mm of met afdekkappen over de meetstiften. CAT IV Meetcategorie IV voor metingen aan de bron van de laagspanningsinstallatie (vb. hoofdverdeler, huis-over-drachtspunten van de energieleverancier, etc.) en in de open lucht (vb. werken aan aardingskabels, boven-grondse leidingen, etc.).
Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën. Het meetbedrijf in CAT IV is uitsluitend toegelaten met meetstiften met een maximale vrije contactlengte van 4 mm of met afdekkappen over de meetstiften. Aardpotentiaal3. Voorgeschreven gebruik - Meting en weergave van de elektrische grootheden binnen het bereik van de meetcategorie CAT III (tot max. 600 V t.o.v. aardpotentiaal, volgens EN 61010-1) en alle lagere meetcategorieën. Het meettoestel mag niet in de meetcategorie CAT IV worden gebruikt. - Meten van wisselstrom tot max. 400 A (AC-TrueRMS) - Meten van gelijk- en wisselspanning tot max. 600 V (AC-TrueRMS) - Temperatuurmeting van -40 tot +1000 °C - Metenvanweerstandentot40MΩ - Doorgangstest(
83De multimeter wordt met drie standaard 1,5 V microbatterijen (type AAA, LR03) aangedreven. Het gebruik is alleen toegestaan met de aangegeven batterijtypen. Accu's met een celspanning van 1,2 V mogen niet worden gebruikt. Een automatische uitschakeling verhindert dat de batterijen voortijdig leeg raken. De automatische uitschakeling kan worden gedesactiveerd. De multimeter mag in geopende toestand met open batterijvak of een ontbrekend batterijvakdeksel niet worden gebruikt. Metingen in explosieve omgevingen (Ex) of vochtige ruimten of onder ongunstige omstandigheden zijn niet toe-gestaan. Ongunstige omstandigheden zijn: Vocht of hoge luchtvochtigheid, stof en brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen, onweer of onweerachtige omstandigheden zoals sterke elektrostatische velden, enz. Gebruikvoorhetmetenalleendemeegeleverdemeetleidingenresp.
meetaccessoires,dieopdespecicatiesvande multimeter afgestemd zijn. Het meettoestel mag uitsluitend worden bediend door personen, die met de nodige voorschriften voor het meten en de mogelijke gevaren vertrouwd zijn. Het gebruik van een persoonlijke beschermingsuitrusting is aangewezen. Dit apparaat is niet geschikt om zelfstandig te worden gebruikt door personen (met inbegrip van kinderen) met beperk-te fysieke, zintuigelijke of mentale vermogens of een gebrek aan ervaring en/of kennis. De omgang met meettoestel-len moet door geschoold personeel op een verantwoorde manier worden bewaakt. Een andere toepassing dan hierboven beschreven, kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand of elektrische schokken. Het totale product mag niet worden gewijzigd resp. omgebouwd.
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en bewaar deze voor toekomstig gebruik. De veiligheidsvoorschriften dienen absoluut in acht te worden genomen. 4.
856. VeiligheidsvoorschriftenLees de volledige gebruiksaanwijzing vóór de ingebruikname goed door, deze bevat belangrijke aanwijzingen voor een correcte werking. Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van deze gebruiksaanwijzing, vervalt het recht op garantie. Voor gevolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij niet aansprakelijk. Voor materiële of persoonlijke schade, die door ondeskundig gebruik of niet inachtname van de veiligheidsvoorschriften veroorzaakt worden zijn wij niet aansprakelijk. In zulke gevallen vervalt de garantie. • Het toestel heeft de fabriek in veiligheidstechnisch perfecte staat verlaten. • Volg de in deze gebruiksaanwijzing opgenomen veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen op om deze toestand van het apparaat en gebruik ervan zonder gevaar te borgen.
• Om veiligheids- en keuringsredenen (CE) is het eigenmachtig ombouwen en/of veranderen van het toestel niet toegestaan. • Raadpleeg een vakman wanneer u twijfelt over de werking, veiligheid of aansluiting van het toestel. • Meetapparaten en accessoires zijn geen speelgoed; houd deze buiten bereik van kinderen. • In industriële omgevingen dienen de Arbovoorschriften ter voorkoming van ongevallen met betrekking tot elektrische installaties en bedrijfsmiddelen in acht te worden genomen. • In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen moet door geschoold personeel voldoende toezicht worden gehouden op de bediening van meetapparaten. • Zorg bij elke spanningsmeting ervoor dat het meetapparaat zich niet in een ander meetbereik bevindt.
• Bij gebruik van meetleidingen zonder afdekkappen mogen metingen tussen meetapparaat en aardpotentiaal niet boven de meetcategorie CAT II worden uitgevoerd. • Bij metingen in de meetcategorie CAT III moeten de afdekkappen op de meestiften worden gestoken om ongewilde kortsluitingen tijdens het meten te vermijden. • Steek de afdekkappen op de meetstiften tot ze inklikken.
Om te verwijderen trekt u de kappen met een beetje kracht van de punten. • Vóór elke wisseling van het meetbereik moeten de meetstiften van het meetobject worden verwijderd. • De spanning tussen de aansluitpunten van het meetapparaat en aardpotentiaal mag niet hoger zijn dan 600 V in CAT III. • Wees vooral voorzichtig bij de omgang met spanningen >33 V wissel- (AC) resp. >70 V gelijkspanning (DC). Reeds bij deze spanningen kunt u door het aanraken van elektrische geleiders een levensgevaarlijke elektrische schok krijgen. • Om een elektrische schok te voorkomen, dient u ervoor te zorgen dat u de te meten aansluitingen/meetstiften tijdens de meting niet (ook niet indirect) aanraakt. Tijdens het meten mag niet boven de tastbare handgreepmarkeringen op de meetstiften en aan het meetapparaat worden gegrepen.
86 • Controleer voor elke meting uw meetapparaat en de meetsnoeren op beschadiging(en). Voer in geen geval metingen uit als de beschermende isolatie beschadigd (gescheurd, verwijderd enz. ) is. De meegele-verde meetkabels hebben een slijtage-indicator. Bij schade wordt een tweede, anderskleurige isoleerlaag zichtbaar. Het meetaccessoire mag niet meer worden gebruikt en moet worden vervangen. • Gebruik de multimeter nooit kort voor, tijdens, of kort na een onweersbui (blikseminslag. / energierijke overspanningen. ). Zorg dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, schakelingen en onderdelen van de schakeling enz. absoluut droog zijn. • Vermijd gebruik van het toestel in de direct omgeving van: - sterke magnetische of elektromagnetische velden - Zendantennes of HF-generatoren. • Daardoor kan de meetwaarde worden vervalst.
• Wanneer kan worden aangenomen dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is, mag het apparaat niet meer worden gebruikt en moet het worden beveiligd tegen onbedoeld gebruik. Men moet aannemen dat gevaarloos gebruik niet meer mogelijk is, wanneer: - het apparaat zichtbaar is beschadigd, - het apparaat niet meer functioneert en - het product gedurende langere tijd onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen of - het apparaat tijdens transport zwaar is belast. • Schakel het meetapparaat nooit onmiddellijk in, nadat het van een koude naar een warme ruimte is gebracht. Door het condenswater dat wordt gevormd, kan het toestel onder bepaalde omstandigheden beschadigd raken. Laat het toestel uitgeschakeld op kamertemperatuur komen. • Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos liggen. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn.
• Neem ook de veiligheidsvoorschriften in de afzonderlijke hoofdstukken in acht. 7. ProductomschrijvingDe meetwaarden worden op de multimeter (hierna DMM genoemd) in een verlicht LCD-scherm weergegeven. Het scherm van de DMM bestaat uit 4000 counts (count = kleinst mogelijke schermwaarde).
Een automatische uitschakeling schakelt het apparaat automatisch uit wanneer het langere tijd niet wordt bediend. Deze functie spaart de batterijen en verlengt zo de gebruiksduur. De automatische uitschakeling kan worden gedes-activeerd. Het meettoestel is bestemd voor hobbygebruik maar ook voor professionele toepassingen tot aan CAT III. In de afgewikkelde stekkers van de meegeleverde meetleidingen bevinden zich transportbeschermkappen. Verwijder deze voor u de stekkers in de meetapparaatbussen steekt.
87Draaischakelaar (13)De afzonderlijke meetfuncties worden gekozen via een draaischakelaar. De automati-sche bereikkeuze "AUTO" is in alle meetbereiken actief. Hierbij wordt altijd het geschik-te meetbereik ingesteld.De multimeter is op stand "OFF" uitgeschakeld. Schakel het meettoestel altijd uit als u het niet gebruikt.De afbeelding toont de rangschikking van de meetfuncties. 8. Schermgegevens en symbolen De volgende symbolen en gegevens zijn op het apparaat of op het scherm aanwezig: AUTO Automatische meetbereikselectie is actief Automatische uitschakeling is actief OFF Schakelaarstand "Uit" of functie gedeactiveerd NCV Contactloze wisselspanningsherkenning (uitsluitend V-AC) True RMS Echt-effectieve waardemeting Data-Hold-functie is actief HOLD Data-Hold-functie oproepen/uitschakelen.
88 °C, °F Eenheid van de temperatuur (Celsius = Europees, Fahrenheit = imperiaal) Ω,kΩ,MΩ Ohm(eenheidvanelektrischeweerstand),Kilo-Ohm(exp.3),Mega-Ohm(exp.6) nF Nanofarad (exp.–9; eenheid van elektrische capaciteit) µF Microfarad (exp.–6) mF Millifarad (exp.-3) Symbool voor het capaciteitsmeetbereik Positiemarkering voor de stroomgeleider voor correcte stroommeting Bliksemsymbool brandt: De spanning overstijgt de 30 V/AC of DC Bliksemsymbool knippert: De spanning overstijgt het meetbereik van 600 V (bijkomend alarmsignaal) Knop voor het in- en uitschakelen van de meetpuntverlichting Symbool voor het in- en uitschakelen van de schermverlichting9. MeetbedrijfZorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak schake-lingen en schakeldelen niet aan als daarop een hogere spanning dan 33 V ACrms of 70 V DC kan staan! Levensgevaarlijk!
Controleer voor aanvang van de meting de aangesloten meetleidingen op beschadigingen, zoals sneden, scheuren of afknellingen. Defecte meetleidingen mogen niet meer worden gebruikt! Le-vensgevaarlijk!Tijdens het meten mag niet boven de tastbare handgreepmarkeringen op de meetstiften en aan het meetapparaat worden gegrepen.Er mogen altijd alleen de twee meetleidingen op het meetapparaat aangesloten zijn, die nodig zijn voor de meetfuncties. Verwijder om veiligheidsredenen alle niet-benodigde meetleidingen uit het apparaat wanneer u een stroommeting uitvoert.Metingen in stroomcircuits >33 V/AC en >70 V/DC mogen alleen door elektriciens en hiervoor aan-gewezen personeel, die op de hoogte zijn van de van toepassing zijnde voorschriften en de daaruit volgende gevaren, uitgevoerd worden. Als "OL" (voor Overload = overbelasting) op het display verschijnt, hebt u het meetbereik overschreden.
89a) Multimeter inschakelenDe multimeter wordt door de draaischakelaar in- en uitgeschakeld. Draai de draaischa-kelaar (13) op de betreffende meetfunctie. Draai de draaischakelaar op de stand "OFF" om het apparaat uit te zetten. Schakel het meettoestel altijd uit als u het niet gebruikt. Na het inschakelen volgt er een korte functietest. Tijdens de functietest worden alle schermsegmenten weergegeven. Deze test duurt ca. 3 seconden en wordt met een pieptoon afgesloten. Vóór ingebruikneming van het meettoestel, moeten de meegeleverde batterijen worden geplaatst. Het plaatsen en vervangen van de batterijen wordt in het hoofdstuk "Reiniging en onderhoud" beschreven. b) Stroommeting "A" Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak schakelingen en schakeldelen niet aan als daarop een hogere spanning dan 33 V/ACrms of 70 V/DC kan staan. Levensgevaarlijk.
De max. toegestane spanning in het stroommeetcircuit tegen aardpotentiaal mag 600 V in CAT III niet overschrijden. Neem de nodige veiligheidsvoorschriften, voorschriften en beschermingsmaatregelen in het belang van uw eigen veiligheid in acht. De stroommeting gebeurt contactloos via de opklapbare stroomtang (2). De sensoren in de stroomtang bepalen het magneetveld dat door stroomdoorvloeide stroomleiders is omgeven. Een meting is zowel aan geïsoleerde als niet-ge-isoleerde stroomleiders en stroomrails toegelaten. Let op dat de stroomleider altijd gecentreerd door de stroomtang verloopt (let op de pijl-hulpmarkeringen) en de tang altijd gesloten is. Omvat met de stroomtang altijd slechts een stroomleider. Als heen- en terugleider (vb. L en N) worden bepaald, heffen de stromen zich op en krijgt u geen meetresultaat. Als meerdere fasen bepaald worden (vb.
L1 en L2), worden de stromen opgeteld. Bij lage stromen kan de stroomleider meermaals rond een as van de stroomtang worden gedraaid om de totale meetstroom te verhogen.
90Voor het meten van wisselstromen (A ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM met de draaischakelaar (13) in en kies het meetbereik "A ". Op het scherm verschijnt "A" en het symbool AC voor wissel-stroom. - Het scherm wordt bij gesloten stroomtang in het wisselstroommeetbereik automatisch op nul gezet. Als de weergave door een sterk magneetveld in de omgeving wordt beïnvloed, kan deze ongewenste meetwaarde met de functie "REL" (relatieve waardemeting) worden onderdrukt. - Druk op de stroomtangopeneningshendel (4) en open zo de stroomtang. - Omvat de afzonderlijke stroomleider die moet worden gemeten en sluit de stroomtang verder. Plaats de stroomleider in het midden tussen de beide driehoekspositiesymbolen. - De gemeten wisselstroom wordt op het scherm weergegeven. - Verwijder na het meten de stroomtang van het meetobject en schakel het apparaat uit.
Draai de draaischakelaar in de stand "OFF".c) Spanningsmeting "V" Voor het meten van wisselspanningen "AC " (V ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik "V ". - Verbind de rode meetleiding met de V-meetbus (10), de zwarte meetleiding met de COM-meetbus (9). - Verbind nu beide meetstiften met het meetobject (generator, schakeling, enz.). Het spanningsbereik "V DC/AC" bezit een ingangsweerstand van >10 MOhm. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit.
91Voor het meten van gelijkspanningen "DC" (V ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik "V ". Druk op de toets "SELECT" (5) om naar het DC-meetbereik over te schakelen. Op het scherm verschijnt "DC". - Verbind de rode meetleiding met de V-meetbus (10), de zwarte meetleiding met de COM-meetbus (9). - Maak nu met de beide meetstiften contact met het meetobject (batterij, schakeling, enz. ). De rode meetstift komt overeen met de pluspool, de zwarte meetstift met de minpool. - De huidige meetwaarde wordt samen met de overeenkomstige polariteit op het scherm weergegeven. Is er bij gelijkspanning voor de meetwaarde een "-" (min)-teken te zien, dan is de gemeten spanning nega-tief (of de meetleidingen zijn verwisseld). Het spanningsbereik "V DC/AC" bezit een ingangsweerstand van >10 MOhm.
- Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit. d) Temperatuurmeting Tijdens de temperatuurmeting mag alleen de temperatuursensor van de te meten temperatuur toe-gepast worden. De bedieningstemperatuur van het meetapparaat mag niet naar boven of onder overschreden worden, omdat het anders tot meetfouten kan leiden. De contact-temperatuursensor mag niet op het spanningsvrije oppervlak gebruikt worden. Er is een draadsensor met bananenstekker bij het meettoestel geleverd dat een temperatuur van -40 tot + 230 °C kan meten. Om het volle meetbereik (-40 tot +1000 °C) van de multimeter te kunnen gebruiken zijn optionele type-K-ther-mosensoren verkrijgbaar. Voor de aansluiting van traditionele type-K-sensoren met miniatuurstekkers is echter een optionele temperatuurmeetadapter met type-K-sokkel nodig. Deze is niet bij de levering inbegrepen.
Voor de temperatuurmeting kunnen alle type-K-thermosensoren gebruikt worden. De temperaturen kunnen worden aangeduid in °C of in °F. Voor een temperatuurmeting gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik "°C".
De symbolen voor de temperatuur-meting verschijnen op het display. - Steek de meegeleverde thermosensor met de polen in de juiste richting in beide meetbussen. Pluspool (+) in de V-meetbus (10) en minpool (-) in de COM-meetbus (9). Gebruik voor type-K-thermosensoren met thermo-elementstekkers een optione-le type-K-stekkeradapter. - Op het scherm verschijnt de temperatuurwaarde in °C. - Met de toets "SELECT" kan de eenheid van °C op °F geschakeld worden. Iedere toetsindruk schakelt de eenheid om. - Zodra "OL" op het scherm verschijnt, heeft u het meetbereik overschreden of is de sensor onderbroken. - Verwijder na het meten de sensor van het meetobject en schakel de DMM uit. Bij een overbrugde meetingang (bussen: °C – COM) wordt de temperatuur van het apparaat in DMM weergegeven.
92e) Weerstandsmeting Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetob-jecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. Voor de weerstandsmeting gaat u als volgt te werk: - SchakeldeDMMinenkieshetmeetbereik"Ω". - VerbindderodemeetleidingmetdeΩ-meetbus(10),dezwartemeetleidingmetde COM-meetbus (9). - Controleer de meetleidingen op doorgang door beide meetstiften met elkaar te verbinden. Nu moet zich een weerstandswaarde van ong. 0 - 1,5 Ohm instellen (de eigen weerstand van de meetleidingen). - Druk op de toets "REL" (11), om de invloed van de eigen weerstand van de meet-leidingen op de volgende weerstandsmeting (1 MOhm kan dit enkele seconden duren. - Zodra "OL" (voor Overload = overbelasting) op het display verschijnt, hebt u het meetbereik overschreden of is het meetcircuit onderbroken.
- Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit. Wanneer u een weerstandsmeting uitvoert, moet u erop letten dat de meetpunten waarmee de meetstiften in contact komen, vrij zijn van vuil, olie, soldeerhars of dergelijke. Dergelijke omstandigheden kunnen het meetresultaat vervalsen.
93 f) Continuïteitscontrole Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en compo-nenten evenals andere meetobjecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik . Druk op de toets "SELECT” om de meetfunctie om te schakelen. Op het display verschijnt het symbool voor de doorgangsmeting. Door nogmaals op de knop te drukken, wordt de volgende meetfunctie ingeschakeld. - Verbind de rode meetleiding met de V-meetbus (10), de zwarte meetleiding met de COM-meetbus (9). - Als doorgang wordt een benaderende meetwaarde < 30 ohm herkend; hierbij klinkt een pieptoon. Het meetbereik gaat tot ca. 400 Ohm. - Zodra "OL." (voor Overload = overbelasting) op het display verschijnt, hebt u het meetbereik overschreden of is het meetcircuit onderbroken.
- Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit.g) Diodetest Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetob-jecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik . Druk tweemaal op de toets "SE-LECT" om de meetfunctie om te schakelen. Op het display verschijnt het symbool voor de diodetest. Door nogmaals op de knop te drukken, wordt de volgende meetfunctie ingeschakeld. - Verbind de rode meetleiding met de V-meetbus (10), de zwarte meetleiding met de COM-meetbus (9). - Controleer de meetleidingen op doorgang door beide meetstiften met elkaar te verbinden. Nu moet zich een waarde van ong. 0,000 V instellen. - Sluit nu de beide meetstiften aan op het meetobject (diode). - Op het display wordt de doorlaatspanning "UF" in volt (V) weergegeven.
Als "OL" verschijnt, wordt de diode in sperrichting (UR) gemeten of is de diode defect (on-derbreking). Voer ter controle een meting door met omgekeerde polariteit. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit.
94h) Capaciteitsmeting Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenals andere meetob-jecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. Let bij elektrolyt-condensatoren absoluut op de polariteit. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik. - Verbind de rode meetleiding met de V-meetbus (10), de zwarte meetleiding met de COM-meetbus (9). - In het display verschijnt de eenheid "nF". Op basis van de gevoelige meetingang kan het bij "open" meetsnoeren komen tot een lage waarde-aanduiding op het display. Door indrukken van de toets "REL" wordt het display gereset op "0". De REL-functie is alleen bij kleinere capaciteitswaarden zinvol. - Verbind nu de beide meetpunten (rood = pluspool/zwart = minpool) met het mee-tobject (condensator). Op de display wordt na korte tijd de capaciteit weergege-ven. Wacht tot de schermwaarde gestabiliseerd is.
Bij condensatoren >40 µF kan dit enkele seconden duren. - Zodra "OL" (voor Overload = overbelasting) op de display verschijnt, hebt u het meetbereik overschreden. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit. i) Contactloze wisselspanningsdetectie "NCV" De spanningsdetector dient alleen voor snelle tests en kan een contact makende spanningstest absoluut niet vervangen. Deze methode is niet toegelaten om te controleren of de spanning is uitgeschakeld om werken uit te voeren. Door de NCV-functie (Non-Contact-Voltage-Detektion) wordt contactloos de aanwezigheid van spanning bij leidingen gedetecteerd. De NCV-sensor (1) is aan de punt van de stroomsensor aangebracht. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik "NCV". Op het scherm verschijnt "EF" (Electri-cal Field = elektrisch veld). - Voer de NCV-sensor zo dicht mogelijk bij een elektrische leiding.
Naargelangdesignaalsterkte worden tot 4 balken weergegeven en er weerklinkt een luider wordend sig-naal. - Door de hooggevoelige NCV-sensor kan de LED ook bij statische opladingen branden. Dit is normaal en geen defect. Test de NCV-functie altijd eerst bij een bekende AC-spanningsbron om foutieve detecties te vermijden. Bij foutieve detectie bestaat het gevaar van een elektrische schok.
95 j) Frequentiemeting (elektronisch)De DMM kan de frequentie van een signaalspanning tot 1 MHz meten en weergeven. Het maximale ingangsbereik bedraagt 20 Vrms. Deze meetfunctie is niet alleen voor netspanningsmetingen geschikt. Let op de ingangswaarden in de technische gege-vens.Voor het meten van frequenties gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies de meetfunctie "Hz". Op het scherm verschijnt "Hz". - Steek het rode meetleiding in de Hz-meetbus (10), het zwarte in de COM-meetbus (9). - Maak nu met de beide meetstiften parallel met het meetobject (signaalgenerator, schakeling, enz.). - De frequentie wordt in de bijbehorende eenheid op het display weergegeven.
- Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit.Voor het meten van de pulsverhouding van de positieve halve golf in % gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik "Hz". Op het scherm verschijnt "Hz". Druk op de toets "SELECT". Op het display verschijnt "%" - Steek het rode meetleiding in de Hz-meetbus (10), het zwarte in de COM-meetbus (9). - Maak nu met de beide meetstiften parallel met het meetobject (signaalgenerator, schakeling, enz.). - De pulsduur van de positieve halve golf wordt als procentwaarde op het scherm weergegeven. Bij een symmetrisch signaal wordt 50% weergegeven. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit.
9610. Bijkomende functiesMet de volgende bijkomende functies kunnen bijzondere meetfuncties worden gebruikt. a) Automatische uitschakelingHet DMM schakelt zichzelf na ca. 15 minuten automatisch uit, wanneer geen knop werd ingedrukt of de draaischake-laar niet bediend werd. Deze functie beschermt en spaart de batterijen en verlengt de gebruiksduur. Ca. een minuut voor het uitschakelen weerklinkt vijfmaal een pieptoon. Door op een willekeurige knop te drukken kan de uitschakeling opnieuw 15 minuten worden vertraagd. Als er geen druk op een knop volgt, schakelt het apparaat met een lang geluidssignaal uit. Om de DMM na een automatische uitschakeling weer in te schakelen, drukt u op een willekeurige knop (behalve de knop "MAX MIN"). Als u de draaischakelaar in de positie "OFF" indrukt, wordt het meettoestel eveneens geheracti-veerd. Het opnieuw inschakelen volgt na ca. 1 - 2 seconden.
De actieve automatische uitschakeling wordt met dit symbool " " op het scherm aangeduid. Automatische uitschakeling deactiverenVoor duurmetingen is het nodig om de automatische uitschakeling te deactiveren. Om te deactiveren schakelt het meettoestel uit. Houd de knop "SELECT" ingedrukt, en schakel het meettoestel met de draaischakelaar in. Bij het inschakelen weer-klinkt vijf maal een waarschuwingstoon en wordt het symbool voor de automatische uitschakeling niet meer weer-gegeven. Het meettoestel blijft ingeschakeld tot het manueel wordt uitgeschakeld of de batterijen leeg zijn. De functie automa-tische uitschakeling is na uitschakelen van de multimeter weer geactiveerd. b) HOLD-functieDeHOLD-functiehoudtdehuidigemeetwaardeophetschermvastomdezerustigtekunnenaezenofverwerken.
Zorg bij het testen van spanningvoerende leidingen dat deze functie bij aanvang van de test is gedeactiveerd. Er wordt anders een verkeerd meetresultaat gesimuleerd.
97c) MAX/MIN-functieMet de MAX/MIN-functie kan tijdens een meting de maximale en minimale waarde verkregen en permanent weer-gegeven worden. Na de activering van de "MAX/MIN"-functie worden de maximum- en minimumwaarden voor de huidige meetduur bepaald. Doordrukkenopdetoetsen"MAX/MIN"(8),wordthetactuelemeetbereikgexeerd(autorangeisgedeactiveerd). Ophet scherm verschijnt het "MAX"-symbool. De maximumwaarde wordt op het hoofdscherm voortdurend vastgehouden en weergegeven. Deze waarde is door het symbool "MAX" te herkennen. Opnieuw op de toets "MAX/MIN" (8) drukken schakelt naar de MIN-functie om. De minimumwaarde word op het hoofdscherm voortdurend vastgehouden en weergegeven. Deze waarde is door het symbool "MIN" te herkennen. Als u opnieuw drukt, schakelt u opnieuw naar de aanduiding "MAX" om, etc. Houd de toets "MAX/MIN" 2 s ingedrukt om deze functie uit te schakelen.
De symbolen "MAX/MIN" verdwijnen en de automatische meetbereikselectie wordt geactiveerd. De MAX-MIN-functie is niet beschikbaar in de meetfuncties doorgangscontrole, diodentest, capaci-teit, frequentie, pulsverhouding en NCV. d) REL-functieDe REL-functie maakt een referentiewaardemeting mogelijk om ev. leidingsverliezen zoals bijv. bij weerstandsmetin-gen te vermijden. Hiertoe wordt de momentane displaywaarde op nul gezet. Er wordt een nieuwe referentiewaarde ingesteld. Door op de "REL"-toets (11) te drukken wordt deze meetfunctie geactiveerd en de referentiewaarde opgeslagen. Op hetschermverschijntdedelta-symbool"Δ". Hetschermwordtopnulgezetendeautomatischemeetbereikselectiewordt daarbij gedeactiveerd. Om de deze functie uit te schakelen, drukt u nogmaals op de toets "REL" of verandert u via de draaischakelaar de meetfunctie.
e) MeetpuntverlichtingBij een ingeschakelde DMM kan via de zijdelingse verlichtingsknop 14) de meetpuntverlichting worden in- en uitge-schakeld. Om in te schakelen houdt u de knop gedurende ca. 2 seconden ingedrukt. De zaklamp wordt via een korte druk op de knop uitgeschakeld. Een druk op de knop wordt door een geluidssignaal bevestigd. De verlichting blijft ingeschakeld tot de functie via de verlichtingsknop (14) of de draaischakelaar (stand "OFF") of de automatische uitschakeling wordt gedeactiveerd. f) SchermverlichtingBij een ingeschakelde DMM kan via de toets "HOLD" (7) de schermverlichting worden in- en uitgeschakeld. Druk voor het in- en uitschakelen op de Power-knop, en houd deze ca. 2 seconden ingedrukt. Een druk op de knop wordt door een geluidssignaal bevestigd. De verlichting blijft gedurende ca.
9811. Reiniging en onderhouda) AlgemeenOm de nauwkeurigheid van de multimeter over een langere periode te kunnen garanderen, moet het apparaat jaarlijks worden gekalibreerd. Afgezien van een incidentele reinigingsbeurt en het vervangen van de batterij is het meettoestel onderhoudsvrij. Het vervangen van de batterijen vindt u verderop in de gebruiksaanwijzing. Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat en de meetleidingen, bijv. op be-schadiging van de behuizing of afknellen van de draden enz. b) ReinigingVoordat u het apparaat reinigt, dient u absoluut de volgende veiligheidsvoorschriften in acht te nemen: Bij het openen van afdekkingen of het verwijderen van onderdelen, ook wanneer dit handmatig mogelijk is, kunnen spanningvoerende onderdelen worden blootgelegd.
Vóór reiniging of reparatie moeten de aangesloten snoeren van het meetapparaat en van alle mee-tobjecten worden gescheiden. Schakel de DMM uit. Gebruik voor het schoonmaken geen schurende schoonmaakmiddelen, benzine, alcohol of soortgelijke producten. Hierdoor wordt het oppervlak van het meettoestel aangetast. Bovendien zijn de dampen schadelijk voor de gezond-heid en explosief. Gebruik voor de reiniging ook geen scherp gereedschap, schroevendraaiers of staalborstels en dergelijke. Voor de reiniging van het toestel resp. het scherm en de meetleidingen dient u een schone, pluisvrije, antistatische en licht vochtige schoonmaakdoek te gebruiken. Laat het apparaat goed drogen voordat u het weer in gebruik neemt. c) Plaatsen/vervangen van de batterijenHet meetapparaat werkt met drie 1,5 Volt microbatterijen (bv. AAA of LR03).
Bij de eerste ingebruikneming of wan- neer het symbool voor vervanging van batterijen op het scherm verschijnt, moeten nieuwe, volle batterijen worden geplaatst. Voor het plaatsen of vervangen gaat u als volgt te werk: - Ontkoppel de aangesloten meetleidingen van het meetcircuit en van uw meetap-paraat. Schakel de DMM uit.
- Maak de schroef aan de achterzijde van het batterijvakdeksel met een passende kruiskopschroevendraaier los. De schroef kan niet volledig worden verwijderd. Verwijder het batterijvakdeksel van het apparaat. - Vervang alle lege batterijen voor nieuwe van hetzelfde type. Plaats de nieuwe batterijen volgens de juiste poolrichting in het batterijvak (12). Let op de polariteit-gegevens in het batterijvak. - Sluit de behuizing weer zorgvuldig.
99 Gebruik het meettoestel in geen geval in geopende toestand. LEVENSGEVAAR. Laat geen lege batterijen in het meettoestel aangezien zelfs batterijen die tegen lekken zijn be-veiligd, kunnen corroderen, waardoor chemicaliën vrij kunnen komen die schadelijk zijn voor uw gezondheid of schade veroorzaken aan het apparaat. Laat batterijen niet achteloos rondslingeren. Deze kunnen door kinderen of huisdieren worden ingeslikt. Raadpleeg bij inslikken onmiddellijk een arts. Verwijder de batterijen als u het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt, om lekkage te voor-komen. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen bij huidcontact bijtende wonden veroorzaken. Draag daarom in dit geval geschikte veiligheidshandschoenen. Let op, dat batterijen niet worden kortgesloten. Gooi geen batterijen in het vuur. Batterijen mogen niet worden opgeladen of gedemonteerd. Er bestaat brand- en explosiegevaar.
Geschikte alkalinebatterijen verkrijgt u met het volgende bestelnummer: Bestelnr. 652278 3 09 (3 stuks, 1x bestellen a. u. b. ). Gebruik uitsluitend alkalinebatterijen, omdat deze krachtig zijn en een lange gebruiksduur hebben. 12. AFVOERa) AlgemeenHet product hoort niet in het huishoudelijk afval thuis. Het product dient aan het einde van de levensduur volgens de geldende wettelijke voorschriften te worden verwijderd. Lever het bijv. in bij het betreffende inzamelpunt. Verwijder de geplaatste batterijen resp. accu's en gooi deze afzonderlijk van het product weg. b) Afvoeren van lege batterijen/accu´sU bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen/accu's in te leveren; verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan. Batterijen/accu´sdieschadelijkestoffenbevatten,zijngemarkeerdmetnevenstaandsymbool.
Dezemo-gen niet via het huisvuil worden afgevoerd. De aanduidingen voor irriterend werkende, zware metalen zijn: Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood.
10013. Verhelpen van storingenU heeft met de DMM een product aangeschaft dat volgens de nieuwste stand der techniek is ontwikkeld en veilig is in het gebruik.Toch kunnen zich enkele problemen of fouten voordoen. Hieronder vindt u enkele maatregelen om eventuele storingen eenvoudig zelf te verhelpen: Neem altijd de veiligheidsvoorschriften in acht! Fout Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossingDe multimeter functioneert niet Zijn de batterijen verbruikt? Controleer de toestand. Batterijen vervangen.Geen verandering van meetwaardenIs een foutieve meetfunctie actief (AC/DC)?Controleer de indicatie (AC/DC) en schakel de functie evt. om.Steken de meetleidingen goed in de meetbussen?
Controleer de zitting van de meet-snoerenIs de Hold-functie geactiveerd (aanduiding "H")?Druk op de knop "HOLD" om deze functie te deactiveren.Er wordt een gelijkstroomverbruiker gemeten.De stroomtang is uitsluitend bruikbaar voor wisselstromen. Andere reparaties zoals hiervoor omschreven mogen alleen door een geautoriseerde vakman wor-den uitgevoerd. Bij vragen over het gebruik van het meettoestel staat onze technische helpdesk ter beschikking.
102Wisselstroom Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 4,000A ±(2,5% + 38)0,001 A 40,00 A 0,01 A ±(2,5% + 7) 400,0 A 0,1 A ±(1,8% + 10)Frequentiebereik 50 – 60 Hz; overbelastingsbeveiliging 600 V, 400 AMeetpositiefout: Nauwkeurigheidsafwijking bij niet gecentreerde meetstand: +1%Gegarandeerde nauwkeurigheid: 10 - 100 % van het meetbereikTrueRMS amplitudefactor (Crest Factor (CF)) voor niet-sinusvormige signalen: max. 3,0CF >1,4 - 2,0 + 1%CF >2,0 - 2,5 + 2,5%CF >2,5 - 3,0 + 4%Wisselspanning Bereik Resolutie Nauwkeurigheid 4,000 V 0,001 V ±(1,5% + 7)40,00 V 0,01 V 400,0 V 0,1 V 600 V 1 V ±(1,9% + 7)Frequentiebereik40–400Hz;overbelastingsbeveiliging600V;impedantie:10MΩGegarandeerde nauwkeurigheid: 10 - 100 % van het meetbereikTrueRMS amplitudefactor (Crest Factor (CF)) voor niet-sinusvormige signalen: max.
105NCV contactloze AC-spanningstest Testspanning Afstand >230 V/AC max. 10 mmFrequentie: 45 Hz tot 1 kHz Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak schake-lingen en schakeldelen niet aan als daarop een hogere spanning dan 33 V/ACrms of 70 V/DC kan staan! Levensgevaarlijk!
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Voltcraft VC585 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Multimeter Voltcraft
Handleiding Multimeter
Nieuwste handleidingen voor Multimeter