Voltcraft VC371 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Voltcraft VC371 (140 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 88 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Voltcraft VC371 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/140
Bedienungsanleitung
VC371 40A AC/DC Mini-Zangenmessgerät
Best.-Nr. 2893199
Operating Instructions
VC371 40A AC/DC Mini Clamp Meter
Item no: 2893199
Mode d’emploi
Mini multimètre à pince VC371 40A CA/CC
N° de commande 2893199
Gebruiksaanwijzing
VC371 40A AC/DC Mini-stroomtang
Bestelnr.: 2893199

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Voltcraft
Categorie: Multimeter
Model: VC371

Handleiding Voltcraft VC371 – volledige tekst

1061 InleidingBeste klant,Bedankt voor uw aankoop van dit product.Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk.Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be.2 Beoogd gebruikDit product is een stroomtang die worden gebruikt voor het meten en weergevenvan verschillende elektrische parameters.Het product voldoet aan de veiligheidsvereisten voor elektronische meetappara-tuur, EN 61010-1 en EN 61010-2-032.Het product voldoet aan CAT III 600 V:■MEETCATEGORIE III is van toepassing op test- en meetcircuits die zijn aan-gesloten op het distributiegedeelte van de laagspanning-netinstallatie van hetgebouw.Het product is ontworpen voor privé- en commercieel gebruik.In commerciële omgevingen dienen de Arbo-voorschriften ter voorkoming van on-gevallen met betrekking tot elektrische installaties en bedrijfsmiddelen in acht ge-nomen te worden.Het product kan worden gebruikt in scholen en trainingscentra.

Het gebruik dientonder toezicht van geschoold personeel te staan.Het product is alleen bestemd voor gebruik binnenshuis. Gebruik het niet buitens-huis.Contact met vocht moet absoluut worden vermeden.Als het product voor andere doeleinden wordt gebruikt dan hier beschreven, kanhet product worden beschadigd.Verkeerd gebruik kan leiden tot kortsluiting, brand, elektrische schokken of anderegevaren.Het product is voldoet aan de nationale en Europese wettelijke voorschriften.Om veiligheids- en goedkeuringsredenen mag u niets aan dit product veranderen.

107Lees de gebruiksaanwijzing goed door en bewaar deze op een veilige plek. Hetproduct mag alleen samen met de gebruiksaanwijzing aan derden worden doorge-geven.Alle bedrijfs- en productnamen zijn handelsmerken van de betreffende eigenaren.Alle rechten voorbehouden.3 Leveringsomvang■Product■2 x 1,5 V AAA-batterijen■Meetsnoeren met afneembare meetpenpuntdopjes■Opbergtas■Gebruiksaanwijzing4 Gebruiksaanwijzingen voor downloadGebruik de link www.conrad.com/downloads (of scan de QR-code) om de volledi-ge gebruiksaanwijzingen te downloaden (of nieuwe/huidige versies indien beschik-baar).

108Dit symbool waarschuwt voor gevaarlijke spanning die kan leiden totpersoonlijk letsel door elektrische schokken.Beschermingsklasse 2 (dubbel of versterkte isolatie/beschermende iso-latie).Gebruik rond en verwijdering van geleiders onder GEVAARLIJKE span-ning is toegestaan. Er moet gebruik worden gemaakt van een persoon-lijke beschermingsmiddelen.Kan circuits testen en meten die zijn aangesloten op het distributiege-deelte van de laagspanning-netinstallatie van het gebouw.Wisselstroom (AC)Gelijkstroom (DC)AardaansluitingPolariteitsmarkeringen voor gelijkstroommetingen (DC). De symbolengeven de stroomrichting aan voor het meten.6 VeiligheidsinstructiesLees de gebruiksaanwijzing aandachtig door en neem vooral deveiligheidsinformatie in acht.

Indien de veiligheidsinstructies ende aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwij-zing niet worden opgevolgd, aanvaarden wij geen verantwoorde-lijkheid voor hieruit resulteren persoonlijk letsel of materiële scha-de. In dergelijke gevallen vervalt de aansprakelijkheid/garantie.

1096.1 Algemeen■Het artikel is geen speelgoed. Houd het buiten het bereik van kinderen en huis-dieren.■Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren. Dit kan voor kinderengevaarlijk speelgoed worden.■Als u nog vragen hebt die niet door dit informatieproduct zijn beantwoord,neem dan contact op met onze technische klantendienst of ander technischpersoneel.■Laat onderhoud, aanpassingen en reparaties alleen uitvoeren door een vak-man of in een daartoe bevoegde werkplaats.6.2 Omgang■Behandel het product met zorg.

Schokken, stoten of zelfs een val van geringehoogte kunnen het product beschadigen.6.3 Bedrijfsomgeving■Stel het product niet aan mechanische spanning bloot.■Bescherm het product tegen extreme temperaturen, sterke schokken, brandba-re gassen, stoom en oplosmiddelen.■Bescherm het product tegen hoge luchtvochtigheid en vocht.■Bescherm het product tegen direct zonlicht.■Schakel het product niet in nadat het van een koude naar een warme omge-ving is verplaatst. De condensatie die zich dan vormt, kan het product perma-nent beschadigen. Laat het product op kamertemperatuur komen voordat u hetgebruikt.■Gebruik het product nooit in de directe nabijheid van krachtige magnetische ofelektromagnetische velden, zendantennes of HF-generatoren.

Hierdoor kanhet product mogelijk niet correct werken.6.4 Bediening■Neem contact op met een deskundige wanneer u twijfelt over de werking, vei-ligheid of verbinding van het product.

110■Als het product niet langer veilig gebruikt kan worden, stel het dan buiten be-drijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Probeer hetproduct NIET zelf te repareren. Veilig gebruik kan niet langer worden gegaran-deerd als het product:– zichtbaar is beschadigd,– niet meer naar behoren werkt,– gedurende een langere periode onder slechte omstandigheden is opgesla-gen of– onderhevig is geweest aan ernstige transportbelasting.6.5 Batterijen■Zorg ervoor dat de batterijen met de juiste polariteit in het product worden ge-plaatst.■Haal de batterij uit het apparaat als u van plan bent om het apparaat geduren-de een lange periode niet te gebruiken om schade door lekkage te vermijden.Lekkende of beschadigde accu's of batterijen kunnen bij aanraking met de huidbrandwonden veroorzaken.

Gebruik bij het hanteren ervan daarom geschiktebeschermende handschoenen.■Houd batterijen buiten het bereik van kinderen. Laat batterijen niet rondslinge-ren omdat er risico bestaat dat ze door kinderen of huisdieren worden ingeslikt.■Alle batterijen dienen op hetzelfde moment te worden vervangen. Door elkaargebruiken van oude en nieuwe batterijen kan leiden tot lekkage en schade aanhet product.■Men mag batterijen niet kortsluiten, uit elkaar halen of in het vuur gooien. Pro-beer nooit niet-oplaadbare batterijen op te laden. Er bestaat explosiegevaar!6.6 Aangesloten apparaten■Neem tevens de veiligheids- en gebruiksinstructies van andere apparaten dieop het product zijn aangesloten in acht.6.7 Product■Controleer voordat u het product gebruikt altijd metingen met een bekendespanningsbron om een veilige werking te garanderen. Als een abnormale ofonregelmatige werking wordt vastgesteld:

111– Stop onmiddellijk met gebruik– Laat het product inspecteren door een gekwalificeerde technicus■Zorg er bij het uitvoeren van metingen voor dat er geen voorwerpen tussen deklembekken bekneld raken (zoals kabels).■Overschrijd nooit de maximaal toegestane meetwaarden.■Risico op een fatale elektrische schok! Het product mag nooit worden gebruiktals de behuizing of het deksel van het batterijvak is geopend.■Risico op een elektrische schok! Wees voorzichtig bij het werken met spannin-gen van hoger dan 30 V/AC rms (42,4 V piek), 60 V/DC.■Stel de draaiknop vóór elk gebruik in op het juiste bereik/functie.■Controleer het product vóór elke meting op beschadiging.

Voer nooit metingenuit als de isolatie of het product beschadigd is.■Wees uiterst voorzichtig bij het werken in de buurt van blootliggende geleidersof barenstellen, omdat contact kan leiden tot een elektrische schok.■Houd uw vingers tijdens metingen altijd achter de vingerbescherming.6.8 Meetsnoeren en meetpennen■De spanning tussen de aansluitpunten van de meter en aardpotentiaal mag inCAT III nooit 600 V AC/DC overschrijden.■Sondes die gebruikt worden voor metingen op het STROOMNETWERK moe-ten voldoen aan de EN 61010-031 norm, nominaal CAT III 600 V, 40 A of be-ter.■Risico op een elektrische schok! Wees voorzichtig bij het werken met spannin-gen van hoger dan 30 V/AC rms (42,4 V piek), 60 V/DC.■De meetsnoeren moeten worden losgekoppeld voordat het bereik / de functiewordt gewijzigd.■De snoeren hebben een slijtage-indicator.

In het geval van beschadiging, is ereen tweede isolatielaag in een andere kleur zichtbaar. Niet gebruiken als ditgebeurt, onmiddellijk vervangen!■Grijp bij het meten niet verder dan de vingerbarrière of greepbereikmarkerin-gen op de meetpennen.

112■Bij CAT III metingen moeten meetpennenmet afdekdoppen (max. 4 mm vrije contact-lengte) worden gebruikt om onbedoeldekortsluiting te voorkomen.■Wanneer u de meetpennen gebruikt zonder afdekdoppen, dan mogen metin-gen tussen de meter en het aardpotentiaal niet worden uitgevoerd boven meet-categorie CAT II.■Voorkom kortsluiting door ervoor te zorgen dat meetpunten/aansluitingen el-kaar niet raken tijdens het meten.■Controleer de meetpennen en meetsnoeren altijd op tekenen van beschadigingvoor elk gebruik. Niet gebruiken als ze beschadigd zijn, onmiddellijk vervan-gen!7 Overzicht7.1 Product1 2 3 4 56 8 10 11 127913141 Stroommeettang 2HOLD-knop3 Draaiknop 4SELECT, V.F.C-knop

114Symbool BeschrijvingContinuïteitscontroleDiodetestΩOhm (eenheid voor elektrische weerstand)kΩ, MΩKilo-ohm (103), Mega-ohm (106)VVolt (eenheid voor elektrische spanning)mVMillivolt (10-3)AAmpère (eenheid voor stroomsterktemetingen)mA, µAMilliampère (10-3), Microampère (10-6)nFNanofarad (10-9), eenheid van elektrische capaciteitmF, µFMillifarad (10-3), Microfarad (10-6)VFCLaagdoorlaatfilter geactiveerd8 Batterijen vervangenBelangrijk:Een lage batterijspanning kan de nauwkeurigheid van metingen beïnvloeden,wat kan leiden tot een elektrische schok en/of letsel:– Vervang de batterijen wanneer de indicator voor een lage batterijspanning verschijnt.– Oplaadbare batterijen worden niet aanbevolen, omdat deze doorgaans eenlagere spanning per cel hebben.Risico op een elektrische schok!

Ontkoppel het product van alle in-voersignalen voordat u de batterijen vervangt.Voorwaarden:aDe voeding is UIT gezet.1. Gebruik een kruiskopschroevendraaier om het schroefje van het batterijdekselte verwijderen.

1152. Vervang de batterijen en let daarbij op de polariteit gemarkeerd in het batterij-vak.3. Plaats het deksel terug op het batterijvak en zorg ervoor dat u het schroefje niette strak aandraait.9 GebruikBELANGRIJK! Houd te allen tijde rekening met de informatie in hethoofdstuk: Veiligheidsinstructies [}108].9.1 Draaiknop■Stel de draaiknop vóór elk gebruik in op het juistebereik/functie.■Wanneer u een functie selecteert, klinkt er een ge-luid en wordt de display bijgewerkt.9.2 AAN/UIT■Het product is uitgeschakeld wanneer de draaiknop op de stand OFF staat.■Schakel het product na gebruik UIT.9.3 Automatisch uitschakelen■De automatische uitschakeling is standaard actief, wat wordt aangegeven doorhet -symbool.■Deze energiebesparende functie schakelt het product na ongeveer 15 minuteninactiviteit uit.De automatische uitschakeling deactiveren:1. Stel de draaiknop in op OFF.2.

116à Het -symbool zal verdwijnen en er klinkt een geluid wanneer gedeacti-veerd.3. De automatische uitschakeling wordt opnieuw geactiveerd nadat het productUIT wordt geschakeld.9.4 Houdfunctie voor de displayBelangrijk:– Deze houdfunctie bevriest de display.– De houdfunctie dient UIT te worden geschakeld voordat u metingen uitvoert.■Houd de HOLD-knop ingedrukt om de houdfunctie van de display AAN/UIT teschakelen.■Het houdpictogram zal verschijnen wanneer de houdfunctie AAN wordt ge-zet.9.5 Weergave van de maximum- / minimumwaardeIn deze modus toont de display de "MIN" (minimale) of "MAX" (maximale) gemetenwaarde.1. Houd de REL/ZERO [MAX/MIN] knop ingedrukt om de weergave van de maxi-mum- / minimumwaarde te openen.2. Druk meerdere keren op de MAX/MIN-knop om tussen de modi te wisselen.à De display zal "MAX" of "MIN" tonen om aan te geven welke modus actiefis.3.

Houd de MAX/MIN-knop ingedrukt om deze modus af te sluiten.9.6 Werklamp■Houd de HOLD-knop ingedrukt om de werklamp AAN/UIT te schakelen.9.7 Relatieve modusDe relatieve modus kan worden gebruikt om differentieelmetingen uit te voerentussen twee testpunten of om veranderingen in metingen vanaf een gedefinieerdreferentiepunt te volgen (zoals lijnverliezen).1. Selecteer een functie met de draaiknop: V , V , 4A , 40A .

1172. Voer een meting uit en noteer de weergegeven waarde.3. Druk op de REL-knop om de relatieve modus te activeren.à "REL" verschijnt op de display om aan te geven dat de relatieve modus ac-tief is.4. Voer nog een meting uit.à De display zal het verschil weergeven tussen de nieuwe meting en de aan-vankelijke meting.5. Druk op de REL-knop om de relatieve modus af te sluiten.6. Schakel het product na gebruik UIT.10 Meting GEVAARRisico op een elektrische schok!Overschrijd nooit de maximale toegestane ingangswaarden voordit product.Wees voorzichtig wanneer circuits spanningen kunnen bevattenvan hoger dan 30 V/AC rms (42,4 V piek), 60 V/DC.BELANGRIJK! Houd te allen tijde rekening met de informatie in hethoofdstuk: Veiligheidsinstructies [}108].

11810.1 Stroommeting "A"Opmerkingen:– Voor de beste resultaten moeten geleiders in het midden van de klem wor-den gehouden.– De stroommeetklem is gemagnetiseerd en er kan een lage waarde verschij-nen, zelfs als er geen geleider vast is geklemd.– Er mag slechts één geleider vast worden geklemd door de stroommeetklem.Tips:Voor lage stroomwaarden kunt u de veldsterkteverhogen tot een meetbaar niveau:1. Wikkel de geleider rond één zijde van destroomtang, zoals afgebeeld.2. Noteer de gemeten stroom.3. Deel de gemeten stroom door het aantal wik-kelingen (spoelen).à De daadwerkelijke stroomwaarde is nu afge-leid.

11910.1.1 Wisselstroom (AC) metenRisico op een elektrische schok! Gebruik de klem niet op ongeïso-leerde geleiders.■Verwijder de klem van de geleider als (overbelasting) verschijntop de display.■Dit product is geschikt voor 50-60 Hz. Overschrijd dit frequentiebe-reik niet, aangezien hogere frequenties het magnetische circuit ge-vaarlijk kunnen laten oververhitten.1. Selecteer een bereik met de draaiknop:4A~, 40A~.2. (Optionele stap) houd de knop SELECT[V.F.C] ingedrukt om de laagdoorlaatfil-ter AAN/UIT te schakelen. De displaytoont "VFC" wanneer het actief is.3. Klem de kaken rond de te meten gelei-der.à De meting verschijnt op de display.4. Verwijder de klem na de metingen voor-zichtig van de geleider.5.

Schakel het product na gebruik UIT.Opmerkingen:Laagdoorlaatfilter "VFC":– Deze softwarefilter is alleen van toepassing op AC-bereiken.– De laagdoorlaatfilter onderdrukt ruis boven 400 Hz.

12010.1.2 Gelijkstroommeting (DC)Risico op een elektrische schok! Gebruik de klem niet op ongeïso-leerde geleiders.■Verwijder de klem van de geleider als (overbelasting) verschijntop de display.Opmerkingen:– Voor gelijkstroommetingen moet de polariteit van de stroomtang overeenko-men met de stroom die door de geleider loopt. Er verschijnt een minteken "-"voor de meting als de polariteit is omgekeerd.– Polariteitssymbolen / zijn op de voor- en achterkant van de bek aange-geven.1. Selecteer een bereik met de draaiknop:4A , 40A .2. Druk op de SELECT knop om de DC-modus te openen.à Het display toont "DC".3. Druk op de ZERO-knop om een nulaf-stelling uit te voeren.à De display toont "ZERO".4. Klem de kaken rond de te meten gelei-der.à De meting verschijnt op de display.5. Verwijder de klem na de metingen voor-zichtig van de geleider.6. Schakel het product na gebruik UIT.

12110.2 Voltmeting "V"WAARSCHUWING: Neem alle veiligheidsmaatregelen in acht bij hetwerken onder spanning.10.2.1 AC-voltmeting1. Stel de draaiknop in op: V~à Het display toont "AC" and "V".2. (Optionele stap) houd de knop SELECT [V.F.C] ingedrukt om de laagdoorlaat-filter AAN/UIT te schakelen. De display toont "VFC" wanneer het actief is.3. Sluit de meetsnoeren aan op de aansluitklemmen:- Zwart meetsnoer naar de negatieve aansluiting: COM.- Rood meetsnoer naar de positieve aansluiting: V4. Raak met de punten van de meetpenpunt het te testen circuit of componentaan. Het kan even duren voordat de aflezing stabiel is.à De meting verschijnt op het display.à Het display toont een pictogram (overbelasting) als het meetbereikwordt overschreden of als het circuit wordt onderbroken.5. Koppel de meetsnoeren los en schakel de voeding na gebruik UIT.

122Opmerkingen:Laagdoorlaatfilter "VFC":– Deze softwarefilter is alleen van toepassing op AC-bereiken.– De laagdoorlaatfilter onderdrukt ruis boven 400 Hz.10.2.2 DC-voltmeting1. Stel de draaiknop in op: V .2. Druk op de SELECT knop om de DC-modus te openen.à Het display toont "DC" and "mV".3. Sluit de meetsnoeren aan op de aansluitklemmen:- Zwart meetsnoer naar de negatieve aansluiting: COM.- Rood meetsnoer naar de positieve aansluiting: V4. Raak met de punten van de meetpenpunt het te testen object aan (bijvoorbeeldcircuit, batterij). Het kan even duren voordat de aflezing stabiel is.à De meting verschijnt op het display.à Het display toont een pictogram (overbelasting) als het meetbereikwordt overschreden of als het circuit wordt onderbroken.à Er verschijnt een minteken "-" voor de meting als de polariteit is omgekeerd.5. Koppel de meetsnoeren los en schakel de voeding na gebruik UIT.

12310.3 WeerstandsmetingWAARSCHUWING: Test weerstand nooit op een spanningvoerend cir-cuit. Schakel het circuit spanningsloos en ontlaad alle condensatorenvoor u gaat meten.1. Stel de draaiknop in op: Ω.à Het display toont "k" of "M + Ω".2. Sluit de meetsnoeren aan op de aansluitklemmen:- Zwart meetsnoer naar de negatieve aansluiting: COM- Rode meetsnoer naar de positieve aansluiting: Ω.3. Raak met de punten van de meetpenpunt het te testen circuit of componentaan. Het kan even duren voordat de aflezing stabiel is.à De meting verschijnt op het display.4. Koppel de meetsnoeren los en schakel de voeding na gebruik UIT.

125à De meting verschijnt op het display.à Het display toont een pictogram (overbelasting) als het meetbereikwordt overschreden of als het circuit wordt onderbroken.5. Koppel de meetsnoeren los en schakel de voeding na gebruik UIT.Tips:Als de te meten capaciteit ≤1µF is, voer dan een nulafstelling uit om de zwerf-capaciteit in de meetsnoeren en het interne circuit te verwijderen. Dit zal demeetnauwkeurigheid verbeteren.1. Ga naar de capaciteitsmeetmodus.2. Druk op de ZERO-knop en de display toont "ZERO".à Er werd een nulafstelling uitgevoerd.11 Testen GEVAARRisico op een elektrische schok!Overschrijd nooit de maximale toegestane ingangswaarden voordit product.Wees voorzichtig wanneer circuits spanningen kunnen bevattenvan hoger dan 30 V/AC rms (42,4 V piek), 60 V/DC.BELANGRIJK! Houd te allen tijde rekening met de informatie in hethoofdstuk: Veiligheidsinstructies [}108].

12611.1 ContinuïteitsmetingWAARSCHUWING: Test weerstand nooit op een spanningvoerend cir-cuit. Schakel het circuit spanningsloos en ontlaad alle condensatorenvoor u gaat meten.1. Stel de draaiknop in op: .2. Druk op de SELECT knop totdat het display " “ weergeeft.3. Sluit de meetsnoeren aan op de aansluitklemmen:- Zwart meetsnoer naar de negatieve aansluiting: COM.- Rood meetsnoer naar de positieve aansluiting: .4. Raak met de punten van de meetpenpunt het te testen circuit of componentaan.à Er klinkt een constante toon als de weerstand

12711.2 DiodetestWAARSCHUWING: Test weerstand nooit op een spanningvoerend cir-cuit. Schakel het circuit spanningsloos en ontlaad alle condensatorenvoor u gaat meten.Doorlaatme-ting:1. Stel de draaiknop in op: .2. Druk op de SELECT knop totdat het display " “ weergeeft.3. Sluit de meetsnoeren aan op de aansluitklemmen:- Zwart meetsnoer naar de negatieve aansluiting: COM.- Rood meetsnoer naar de positieve aansluiting: .4. Plaats de meetpenpunten over de te testen diode.à Doorlaatmetingspanning: verschijnt op het display als eenvolt-aflezing.à Omgekeerde-meetspanning: verschijnt op het display als" ".à Een defecte diode (onderbroken): verschijnt op het dis-play als " " .5. Koppel de meetsnoeren los en schakel de voeding na ge-bruik UIT.Terugmeting:

12811.3 Contactloze voltmetingDe contactloze spanningsdetectiefunctie (NCV) kan AC-spanning op geleiders de-tecteren zonder deze aan te raken.Wegens de uiterst gevoelige sensor kan statische elektriciteit of andere energie-bronnen de sensor activeren. Dit is een normale werking.Risico op een elektrische schok!■Test de spanningsdetector vóór gebruik altijd op een bekendstroomcircuit om een veilige werking te garanderen.■De detectie kan worden beïnvloed door het type en de dikte van deisolatie en de afstand tot de spanningsbron■Verifieer metingen altijd met behulp van meetkabels voordat u cir-cuits aanraakt die mogelijk onder spanning staan.1. Stel de draaiknop in op: NCV.à "NCV” en "EF" zullen op de display ver-schijnen.2. Houd de sensortip dicht bij de geleider.à Als er AC-spanning aanwezig is, zal dedriekleurige led oplichten en klinkt er eengeluid.3.

Als de gedetecteerde spanning verhoogt:à het product begint sneller te piepen.à de driekleurige led springt opgroen → geel → rood.4. Schakel het product na gebruik UIT.

12912 ProbleemoplossingProbleem Mogelijke oorzaak Aanbevolen oplossing3x pieptonen en vervol-gens UITBatterijen bijna leeg Zie hoofdstuk: Batterijenvervangen [}114]Display toont: "ErrE" Systeemfout Schakel het product op-nieuw inGrote rustwaarde na uit-voer van DC-nulafstellingRemanentie (restmagne-tisme van de meetspoel)Schakel kort op de AC-meetfunctie (A)13 ReinigingRisico op een elektrische schok! Koppel het product los van alle in-voersignalen en schakel deze UIT voorafgaand aan reiniging.Belangrijk:– Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, wrijfalcohol of andere chemi-sche oplossingen. Ze beschadigen de behuizing en kunnen storingen in hetproduct veroorzaken.– Dompel het product niet in water.■Maak het product schoon met een schoon, pluisvrij en antistatisch doekje. In-dien nodig wat vochtig maken.■Controleer of het contactvlak van de klem schoon is.

13014 Verwijdering14.1 ProductAlle elektrische en elektronische apparatuur die op de Europese marktwordt gebracht, moet met dit symbool zijn gemarkeerd. Dit symboolgeeft aan dat dit apparaat aan het einde van zijn levensduur geschei-den van het ongesorteerd gemeentelijk afval moet worden weggegooid.Iedere bezitter van oude apparaten is verplicht om oude apparaten ge-scheiden van het ongesorteerd gemeentelijk afval af te voeren. Eindge-bruikers zijn verplicht oude batterijen en accu's die niet bij het oude ap-paraat zijn ingesloten, evenals lampen die op een niet-destructieve ma-nier uit het oude toestel kunnen worden verwijderd, van het oude toe-stel te scheiden alvorens ze in te leveren bij een inzamelpunt.Distributeurs van elektrische en elektronische apparatuur zijn wettelijk verplicht omoude apparatuur gratis terug te nemen.

Conrad geeft u de volgende gratis inlever-mogelijkheden (meer informatie op onze website):■in onze Conrad-filialen■in de door Conrad gemaakte inzamelpunten■in de inzamelpunten van de openbare afvalverwerkingsbedrijven of bij de te-rugnamesystemen die zijn ingericht door fabrikanten en distributeurs in de zinvan de ElektroGVoor het verwijderen van persoonsgegevens op het te verwijderen oude apparaatis de eindgebruiker verantwoordelijk.Houd er rekening mee dat in landen buiten Duitsland andere verplichtingen kun-nen gelden voor het inleveren van oude apparaten en het recyclen van oude appa-raten.14.2 Batterijen/accu’sVerwijder eventueel geplaatste batterijen/accu's en gooi ze apart van het productweg. U als eindgebruiker bent wettelijk verplicht (batterijverordening) om alle ge-bruikte batterijen/accu's in te leveren; het weggooien bij het huisvuil is verboden.

131Batterijen/accu’s die schadelijke stoffen bevatten, zijn gemarkeerd metnevenstaand symbool. Deze mogen niet via het huisvuil worden afge-voerd. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn:Cd = cadmium, Hg = kwik, Pb = lood (de aanduiding staat op de batte-rijen/accu’s, bijv. onder de links afgebeelde vuilnisbaksymbool).U kunt verbruikte batterijen/accu’s gratis bij de verzamelpunten van uw gemeente,onze filialen of overal waar batterijen/accu’s worden verkocht, afgeven. U voldoetdaarmee aan de wettelijke verplichtingen en draagt bij aan de bescherming vanhet milieu.Dek blootliggende contacten van batterijen/accu's volledig met een stukje plak-band af alvorens ze weg te werpen, om kortsluiting te voorkomen.

13315.3.3 Wisselstroom (AC)Bereik Resolutie Nauwkeurigheid*4,000 A 0,001 A ±(4,0 % +10)met een laagdoorlaatfilter(VFC) ±(6,0 % + 20)40,00 A 0,01 A ±(4,0 % +9)met een laagdoorlaatfilter(VFC) ±(6,0 % + 20)*Nauwkeurigheid: 5 - 100 % van het meetbereik■Overbelastingsbeveiliging: 600 V 40 A■Frequentiebereik: 50-60 Hz■Toegestane weergave met ongebruikte meetinvoer: ≤5 tellingen (klem geslo-ten)Echte RMS-crestfactor (CF) voor niet-sinusvormige signalen: max.

134Bereik Resolutie Nauwkeurigheid*400,0 V 0,1 V ±(1,5 % +5)met een laagdoorlaatfilter(VFC) ±(4,0 % + 10)600 V 1 V ±(2,0 % +5)met een laagdoorlaatfilter(VFC) ±(4,0 % + 10)*Nauwkeurigheid: 5 - 100 % van het meetbereik■Overbelastingsbeveiliging: 600 V■Frequentiebereik: 45-400 Hz■Impedantie: ≥10 MΩ■Toegestane weergave met ongebruikte meetinvoer: ≤5 tellingen (klem geslo-ten)Echte RMS-crestfactor (CF) voor niet-sinusvormige signalen: max. 3,0:■Crestfactor 1,0 – 2,0: +4 % afwijking■Crestfactor 2,0 – 2,5: +5 % afwijking■Crestfactor 2,5 – 3,0: +7 % afwijking15.3.6 DC-spanningBereik Resolutie Nauwkeurigheid*400,0 mV 0,1 mV ±(0,8 % +8)4,000 V 0,001 V ±(1,2 % +5)40,00 V 0,01 V ±(1,2 % +5)400,0 V 0,1 V ±(1,2 % +5)600 V 1 V ±(1,5 % +5)*Nauwkeurigheid: 5 - 100 % van het meetbereik■Overbelastingsbeveiliging: 600 V■Impedantie:≥10 MΩ

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Voltcraft VC371 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden