Voltcraft VC270 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Voltcraft VC270 (102 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 125 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Voltcraft VC270 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Voltcraft |
| Categorie: | Multimeter |
| Model: | VC270 |
Handleiding Voltcraft VC270 – volledige tekst
Veuillez en tenir compte et ceci également lorsque vousremettez le produit à des tiers.Conservez ce mode d'emploi afin de pouvoir vous documenter en temps utile.!Vous trouverez le récapitulatif des indications du contenu à la table des matières avec mentionde la page correspondante à la page 53.Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in betreffendede ingebruikname en gebruik, ook als u dit product doorgeeft aan derden.Bewaar deze handleiding zorgvuldig, zodat u deze later nog eens kunt nalezen!U vindt een opsomming van de inhoud in de inhoudsopgave met aanduiding van de pagina-nummers op pagina 77.
76InleidingGeachte klant,hartelijk dank voor de aankoop van dit Voltcraft® product. U heeft hiermee een goede keusgedaan.U hebt een kwaliteitsproduct aangeschaft, dat ver boven het gemiddelde uitsteekt. Een product uit eenmerkfamilie die zich op het gebied van meet-, laad-, en voedingstechniek vooral onderscheidt doorbijzondere vakkundigheid en permanente innovatie.Met Voltcraft® kan zowel de ambitieuze hobbyelektronicus als de professionele gebruiker ingewikkel-de taken uitvoeren. Voltcraft® biedt u betrouwbare technologie met een buitengewoon gunstige ver-houding van prijs en prestaties.Wij zijn zeker dat uw start met Voltcraft is tegelijkertijd het begin van een lange en goede samenwer-king.Veel plezier met uw nieuwe Voltcraft®-product!Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk.Voor meer informatie kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be
78Bestemmingsconform gebruik- Meting en weergave van de elektrische grootheden binnen het bereik van de overspanningscatego-rie III (tot max. 600V t. o. v. aardpotentiaal, volgens EN 61010-1) en alle lagere categorieën. - Meten van gelijk- en wisselspanning tot max. 600 V - Meten van gelijk- en wisselstromen tot max. 10 A - Frequentiemeting tot 10 MHz (alleen VC270 en VC290) - Meten van capaciteiten tot 100 µF (alleen VC270 en VC290) - Meten van weerstanden tot 40 M (VC250 max. 20 M )Ω Ω - Batterijtest voor 1,5 en 9V-batterijen (alleen VC250) - Doorgangstest (< 10 akoestisch)Ω - DiodetestDe afzonderlijke meetbereiken worden gekozen via de draaischakelaar. Bij de VC250 gbeurt de keu-ze van een meetbereik met de hand, bij de VC270 en de VC290 is voor alle meetbereiken (uitgezon-derd de stroombereiken) de automatische meetbereikkeuze actief.
De beide stroom-meetingen zijn beveiligd tegen overbelasting. De spanning in het meetcircuit mag600 V niet overschrijden De beide stroommeetbereiken zijn voorzien van keramische hoog vermogen-zekeringen. Bij de VC270 is het mA/µA-meetbereik voor zien van een zelfherstellende PTC-zekering. Een laag impedantie-functie (Low-Imp) bij de VC250 en de VC270 maakt metingen mogelijk met ver-kleinde inwendige weerstand. Hiermee worden fantoomspanningen onderdrukt, die bij hoogohmigemetingen kunnen optreden. Metingen met gereduceerde impedantie zijn alleen toegestaan in meetk-ringen tot max. 250 V en gedurende max. 3 s. De VC250 en de VC270 worden gebruikt met een gewone in de handel verkrijgbare 9V alkali-batterij. Het gebruik is alleen toegestaan met de aangegeven batterijtypen. Bij de VC290 wordt voor de voe-ding een ingebouwde condensator gebruikt met een grote capaciteit.
Het laden gebeurt eenvoudigvanaf een netspanningsbron van 230 V/AC. Tijdens het meten wordt de condensator bij voldoendelicht (halogeen-, dag- of zonlicht) via een ingebouwde zonnecel gebufferd, waardoor de bedrijfstijd perlading toeneemt.
Het meetapparaat mag in geopende toestand of met open batterijvak niet worden gebruikt. Metingenin vochtige ruimten of onder ongunstige omstandigheden zijn niet toegestaan. Ongunstige omstandig-heden zijn: - Vocht of hoge luchtvochtigheid, - Stof en brandbare gassen, dampen of oplosmiddelen, - Onweer resp. onweersachtige condities zoals sterke elektrostatische veldenGebruik voor het meten alleen de meegeleverde meetdraden resp. meetaccessoires, die op de speci-ficaties van de multimeter afgestemd zijn. Gebruik anders dan hiervoor beschreven kan tot beschadiging van het product leiden en kan aanlei-ding geven tot gevaarlijke situaties zoals kortsluiting, brand, elektrische schokken en dergelijke. Hetproduct als zodanig mag niet worden gewijzigd of omgebouwd. Lees deze handleiding zorgvuldig door en bewaar deze voor toekomstig gebruik.
79Bedieningselementen(zie uitklappagina) 1 Aangespoten rubberen bescherming 2 Display met aansluitverklaring 3 Bedrijfsschakelaar bij VC250REL-toets bij VC270/VC290 4 Draaischakelaar 5 mA µA-meetbus 6 10 A-meetbus7 VΩ-meetbus (bij gelijke grootte “+”) 8 COM-meetbus (referentiepotentiaal, “-”) 9 Functietoets:SELECT-toets voor omschakelen van de functie bij de VC270Houd-toets voor het vasthouden van de meetwaarde bij de VC290 10 Low Imp. 400 k -toets voor het omschakelen van de impedantie bij de VC250 en de VC270ΩSELECT-toets voor omschakelen van de functie bij de VC290 11 Zonnecel voor het bufferen van de ingebouwde condensator (alleen VC290) 12 Afdekking, zonder functie.
80VeiligheidsinstructiesLees alstublieft voor ingebruikname de volledige handleiding door. Deze bevatbelangrijke aanwijzingen omtrent het correcte gebruik. Bij schade veroorzaakt door het niet opvolgen van de gebruiksaanwijzing, vervalthet recht op garantie. Voor vervolgschade die hieruit ontstaat, zijn wij niet aan-sprakelijk. Voor materiële schade of persoonlijk letsel veroorzaakt door ondeskundig gebruikof het niet in acht nemen van de veiligheidsvoorschriften, zijn wij niet aansprake-lijk. In dergelijke gevallen vervalt het recht op garantie. Het apparaat heeft de fabriek in veiligheidstechnisch perfecte staat verlaten. Om deze toestand te bewaren en om een gevaarloze werking te garanderen, moet de gebruiker deveiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen, die in deze gebruiksaanwijzingen vermeld staan, in achtnemen.
Let op de volgende symbolen:Een uitroepteken in een driehoek wijst op belangrijke instructies in deze gebruiksaan-wijzing die absoluut opgevolgd dienen te worden. Een bliksemschicht in een driehoek waarschuwt voor een elektrische schok of een nega-tieve beïnvloeding van de elektrische veiligheid van het apparaat. Het “pijl”-symbool vindt u bij bijzondere tips of instructies voor de bediening. Dit apparaat is CE-goedgekeurd en voldoet aan de noodzakelijke Europese richtlijnen. Beschermingsklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie)CAT IIOverspanningscategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten,die via een netstekker worden voorzien van spanning. Deze categorie omvat ook allekleinere categoriën (bijv. CAT I voor het meten van signaal- en stuurspanningen). CAT III Overspanningscategorie III voor metingen in de gebouwinstallatie (b. v. stopcontacten ofonderverdelingen).
Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT lI voorhet meten aan elektrische apparaten). AardpotentiaalOm veiligheids- en vergunningsredenen (CE) is het eigenmachtig ombouwen en/of veranderen vanhet product niet toegestaan.
81Meetapparaten en accessoires zijn geen speelgoed; houd deze buiten bereik van kinderen. In industriële omgevingen dienen de Arbovoorschriften ter voorkoming van ongevallen met betrekkingtot elektrische installaties en bedrijfsmiddelen in acht te worden genomen. In scholen, opleidingscentra, hobbyruimten en werkplaatsen moet door geschoold personeel voldoen-de toezicht worden gehouden op de bediening van meetapparaten. Zorg bij elke spanningsmeting dat het meetapparaat zich niet binnen het stroommeetbereik bevindt. De spanning tussen de aansluitpunten van het meetapparaat en aardpotentiaal mag niet hoger zijndan 600 V DC/AC in CAT III. Vóór elke wisseling van het meetbereik moeten de meetstiften van het meetobject worden verwijderd. Wees vooral voorzichtig bij de omgang met spanningen >25 V wissel- (AC) resp. >35 V gelijkspanning(DC).
Reeds bij deze spanningen kunt u door het aanraken van elektrische geleiders een levensge-vaarlijke elektrische schok krijgen. Controleer voor elke meting uw meetapparaat en de meetdraden op beschadiging(en). Voer in geengeval metingen uit als de beschermende isolatie beschadigd (gescheurd, verwijderd enz. ) is. Om een elektrische schok te voorkomen, dient u ervoor te zorgen dat u de te meten aansluitingen/meetpunten tijdens de meting niet (ook niet indirect) aanraakt. Pak tijdens het meten niet boven detastbare handgreepmarkeringen op de meetpunten vast. Gebruik de multimeter nooit kort voor, tijdens, of kort na een onweersbui (blikseminslag. / energierijkeoverspanningen. ). Zorg dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, schakeling en onderdelen van deschakeling enz. absoluut droog zijn.
Vermijd gebruik van het apparaat in de direct omgeving van: - sterke magnetische of elektromagnetische velden - zendantennes of HF-generatoren. Daardoor kan de meetwaarde worden vervalst.
Wanneer kan worden aangenomen dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is, mag het apparaat nietmeer worden gebruikt en moet het worden beveiligd tegen onbedoeld gebruik. Er is wellicht sprakevan onveilig gebruik als: - het product zichtbaar is beschadigd, - het product niet meer functioneert en - het product gedurende langere tijd onder ongunstige omstandigheden is opgeslagen of - het product tijdens transport zwaar is belast. Schakel het meetapparaat nooit onmiddellijk in wanneer het van een koude naar een warme ruimtegebracht werd. Door het condenswater dat wordt gevormd, kan het apparaat onder bepaalde omstan-digheden beschadigd raken. Laat het apparaat uitgeschakeld op kamertemperatuur komen. Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloos liggen. Dit kan voor kinderen gevaarlijk speelgoed zijn. Neem ook de veiligheidsvoorschriften in de afzonderlijke hoofdstukken in acht.
82ProductbeschrijvingDe meetwaarden worden op de multimeter (hierna DMM genoemd) digitaal weergegeven. De aandui-ding van de meetwaarde van de DMM omvat 2000 counts bij de VC250 en 4000 counts bij de VC270(count = kleinste displaywaarde). Bij de VC250 en de VC270 worden bovendien de te gebruiken meetbussen voor elk meetbereik op hetdisplay aangegeven. Als beide DMM’s gedurende ca. 30 minuten niet bediend worden, dan schakelende apparaten zich automatisch uit. De batterijen worden hiermee gespaard, en er ontstaat een lange-re bedrijfstijd. De automatische uitschakeling kan met de hand uitgeschakeld worden. Het meetapparaat is bestemd voor hobbygebruik maar ook voor professionele toepassingen. Voor een betere afleesbaarheid kan de DMM ideaal worden opgesteld met de beugel op de achter-zijde. Het mA/µA-stroombereik van de VC270 is volkomen vernieuwd.
Bij dit meetapparaat is het niet meernodig een onbedoeld geactiveerde zekering te vervangen. De ingebouwde PTC-zekering reset zich naeen activering automatisch. Het batterij- en zekeringsvak kan alleen geopend worden, als alle meetsnoeren van het meetapparaatverwijderd werden. Bij geopend batterij- en zekeringvak is het niet mogelijk, de meetsnoeren in demeetbussen te steken. Dit verhoogt de veiligheid van de gebruiker. Draaischakelaar (4)De afzonderlijke meetbereiken worden gekozen via een draai-schakelaar. Bij de VC270 en de VC90 is de automatische bereik-keuze „Autorange“ actief. Hierbij wordt altijd het passende meet-bereik ingesteld. Bij de VC250 moeten de meetbereiken met dehand ingesteld worden. Begin de metingen steeds met het groots-te meetbereik, en schakel indien nodig over op een kleiner meet-bereik.
Bij de VC270 en de VC290 bevindt zich op de draaischakelaar een functietoets (9). Met deze toetsschakelt u bij de VC270 over naar een subfunctie (SELECT) als een meetfunctie dubbel bezet is (b. v. omschakeling weerstandsmeting – diodetest en doorgangsmeting of AC/DC-omschakeling in hetspanningsbereik).
84Displaygegevens en symbolenDe symbolen en indicaties verschillen naargelang het model. Dit is een overzicht van alle mogelijkesymbolen en indicaties bij de reeks VC200.Delta-symbool voor relatieve metingen (=referentiewaardemeting) Autorange/AUTO staat voor automatische keuze van het meetbereik Connect terminal Grafische aanwijzing voor de keuze van de vereiste meetbussen H De data hold-functie is actief. OL of 1. overflow; het meetbereik werd overschredenSymbool voor de bedrijfsschakelaar. In ingedrukte positie is het apparaat inge-schakeld.Batterij vervangen-symbool; de batterij zo snel mogelijk vervangen om meetfou-ten te vermijden!Symbool voor de diodetestSymbool voor de akoestische continuïteitsmeting AC Wisselgrootheid voor spanning en stroom DC Gelijkspanningsgrootheid voor spanning en stroom mV Millivolt (macht -3) V Volt (eenheid van el.
85MeetbedrijfOverschrijd in geen geval de max. toegelaten ingangswaarden. Raak schakelingenen schakeldelen niet aan als daarop een hogere spanning dan 25 V ACrms of 35 VDC kan staan. Levensgevaarlijk. Controleer voor aanvang van de meting de aangesloten meetdraden op beschadi-gingen, zoals sneden, scheuren of afknellingen. Defecte meetleidingen mogen nietmeer worden gebruikt. Levensgevaarlijk. Pak tijdens het meten niet boven de tastbare handgreepmarkeringen op de meet-punten vast. Meetbedrijf is alleen mogelijk bij gesloten batterije- en zekeringvak. Bij geopendvak zijn alle meetbussen mechanisch beveiligd tegen insteken. Er mogen altijd alleen die twee meetsnoeren op het meetapparaat aangesloten zijn,die nodig zijn voor de meting. Verwijder omwille van veiligheidsredenen alle nietnodige meetsnoeren uit het apparaat.
Voor elke meetfunctie wordt bij de VC250 en de VC270 dejuisteaansluitvolgorde van de meetbussen op het display aangegeven. Houd hier mee rekening bij het aansluiten van de meetsnoeren ophet meetapparaat. Van zodra er “OL” (voor Overload = overbelasting) op het displayverschijnt, overschreed u het meetbereik. a) Meetapparaat inschakelenDe meetapparaten van de reeks VC200 worden op verschillende wijzeingeschakeld. Schakel het meetapparaat altijd uit wanneer u het nietgebruikt. VC250: Schakel het meetapparaat in door te drukken op de aan/uit-schakelaar (3). De schakelaarmoet inklikken. In ingedrukte positie is het apparaat ingeschakeld. Druk voor het uitschakelennogmaals op deze toets. VC270 Draai de draaischakelaar (4) in de gewenste stand. Draai voor het uitschakelen de draaischa-kelaar in de stand „OFF“. VC290 Draai de draaischakelaar (4) in de gewenste stand.
Draai voor het uitschakelen de draaischa-kelaar in de stand „OFF“. Deze is bij de VC290 aan beide zijden van het draaibereik voorhan-den. Voor u met het meetapparaat aan de slag kunt, moet eerst de meegeleverde batterij wor-den geplaatst resp.
86b) Spanningsmeting “V” Voor het meten van gelijkspanningen “DC” (V ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „V ““. Voor kleine spanningen tot max. 400 mV kiest u het meetbereik „mV “ “ - Steek het rode meetsnoer in de V-meetbus (7), het zwarte in deCOM-aansluiting (8). - Sluit nu de beide meetpennen aan op het meetobject (batterij, scha-keling, enz. ). Het rode meetpunt komt overeen met de pluspool, hetzwarte meetpunt met de minpool. - De betrokken polariteit van de meetwaarde wordt samen met de actuele meetwaarde in het displayweergegeven. Is er bij gelijkspanning voor de meetwaarde een “-”(min)-teken te zien, dan is de gemetenspanning negatief (of de meetleidingen zijn verwisseld). Het spanningsbereik “V DC/AC” heeft een ingangsweerstand van >10 MOhm, het “mV DC”-meetbereik van de VC270 en de VC290 >4000 MOhm.
- Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Voor het meten van wisselspanningen “AC” (V ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „V “. Druk bij de VC290 op de toets “SELECT” (10)om naar het AC-bereik over te schakelen. Op het display verschijnt “AC”. - Steek het rode meetsnoer in de V-meetbus (7), het zwarte in de COM-aansluiting (8). - Sluit nu de beide meetpennen aan op het meetobject (generator, schakeling, enz. ). - De meetwaarde wordt in het display weergegeven. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. c) Stroommeting „A“Overschrijd in geen geval de max. toegelaten ingangswaarden. Raak schakelingenen schakeldelen niet aan als daarop een hogere spanning dan 25 V ACrms of 35 VDC kan staan. Levensgevaarlijk.
De spanning in het meetcircuit mag 600 V niet overschrijdenMetingen in het >5 A-gebied mogen max. 10 seconden duren, en worden uitgevo-erd met een interval van 15 minuten.
87De µA/mA-meetingang van de VC270 heeft een zelfherstellende PTC-zekering, waardoor het vervan-gen van zekeringen vervalt.Als de PTC-zekering is geactiveerd (geen verandering van meetwaarden, enz), schakeltu de DMM uit (OFF) en wacht u ongeveer 5 minuten. De zelfherstellende zekering koeltaf en is daarna weer klaar voor gebruik. Voor het meten van gelijkstromen (A ) gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik „A “. - In de tabel zijn de verschillende meetfuncties en de mogelijke meetbereiken aangegeven. Selecteerhet meetbereik en de bijhorende meetbussen. Meetfunctie VC250 VC270 VC290 Meetbussen µA
88d) Frequentiemeting (alleen VC270 en VC290)De DMM kan de frequentie van een signaalspanning tussen 10 Hz - 10 MHz meten en aangeven. Voor het meten van frequenties gaat u als volgt te werk:-Schakel de DMM in en kies het meetbereik „Hz“. Op het display ver-schijnt „Hz“. - Steek het rode meetsnoer in de Hz-meetbus (7), het zwarte in de COM-aansluiting (8). - Sluit nu de beide meetpennen aan op het meetobject (signaalgenerator,schakeling, enz. ). -De frequentie wordt in de bijbehorende eenheid op het display weerge-geven. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. e) WeerstandsmetingControleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenalsandere meetobjecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. Voor de weerstandsmeting gaat u als volgt te werk: - Schakel de DMM in en kies het meetbereik “ ”.
Ω - Steek het rode meetsnoer in de -meetbus (7), het zwarte in de COM-Ωaansluiting (8). - Controleer de meetsnoeren op doorgang door beide meetpunten metelkaar te verbinden. Nu moet zich een weerstandswaarde van ca. 0 - 0,5ohm instellen (de eigen weerstand van de meetsnoeren). - Bij laagohmige metingen drukt u op de VC270 en de VC290 op de toets “REL” (3), om de invloedvan de eigen weerstand van de meetsnoeren op de volgende weerstandsmeting uit te schakelen. Het display geeft 0 ohm weer. De automatische bereikskeuze (autorange) is uitgeschakeld. Deautorange-functie wordt door het veranderen van meetfunctie terug ingeschakeld (bijv. de toets„SELECT“ 2 x indrukken). - Sluit nu de beide meetstiften aan op het meetobject. De meetwaarde wordt in het display weerge-geven, mits het meetobject niet hoogohmig of onderbroken is. Wacht tot de displaywaarde gestabi-liseerd is.
Bij weerstanden >1 MOhm kan dit enkele seconden duren. - Zodra “OL” (voor overflow = overloop) op het display verschijnt, heeft u het meetbereik overschre-den of is het meetcircuit onderbroken.
- Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit. Wanneer u een weerstandsmeting uitvoert, moet u erop letten dat de meetpunten waarmeede meetsnoeren in contact komen, vrij zijn van vuil, olie, soldeerhars of dergelijke. Dergelijkeomstandigheden kunnen het meetresultaat vervalsen.
89f) DiodetestControleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenalsandere meetobjecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik - Druk bij de VC270 en de VC290 op de toets “SELECT” om de meet-functie om te schakelen. Op het display verschijnt het diodesymbool.Door nogmaals op de knop te drukken, wordt de volgende meetfunctieingeschakeld. - Steek het rode meetsnoer in de -meetbus (7), het zwarte in de COM-Ωaansluiting (8). - Controleer de meetsnoeren op doorgang door beide meetpunten metelkaar te verbinden. Nu moet zich een waarde van ca. 0 V instellen. - Verbind nu de beide meetpunten met het meetobject (diode). - Op het display wordt de doorlaatspanning „Uf“ in volt (V) weergegeven.Als „OL“ verschijnt, wordt de diode in sperrichting (Ur) gemeten of is dediode defect (onderbreking).
Voer ter controle een meting door metomgekeerde polariteit. - Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject, en schakel de DMM uit.g) DoorgangsmetingControleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenalsandere meetobjecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik resp. - Druk bij de VC270 en de VC290 2x op de toets “SELECT” om de meet-functie om te schakelen. Op het display verschijnt het symbool door dedoorgangsmeting. Door nogmaals op de knop te drukken, wordt de eers-te meetfunctie ingeschakeld. - Steek het rode meetsnoer in de -meetbus (7), het zwarte in de COM-Ωaansluiting (8). - Als doorgang wordt een meetwaarde < 10 ohm herkend; hierbij klinkteen pieptoon. - Zodra “OL” (voor overflow = overflow) op het display verschijnt, heeft uhet meetbereik overschreden of is het meetcircuit onderbroken.
90h) Capaciteitsmeting (alleen VC270 en VC290)Controleer of alle te meten schakeldelen, schakelingen en componenten evenalsandere meetobjecten absoluut spanningsloos en ontladen zijn. Let bij elektrolyt-condensatoren absoluut op de polariteit. - Schakel de DMM in en kies het meetbereik - Steek het rode meetsnoer in de V-meetbus (7), het zwarte in de COM-aansluiting (8). - Op het display verschijnt de eenheid „nF“. Op basis van de gevoelige meetingang kan het bij “open” meets-noeren komen tot een waarde-indicatie op het display. Door indruk-ken van de toets “REL” wordt het display gereset op “0”. De auto-rangefunctie blijft actief. - Verbind nu de beide meetpunten (rood = pluspool/zwart = minpool) met het meetobject (condensa-tor). In het display wordt na korte tijd de capaciteit weergegeven. Wacht tot de displaywaarde gesta-biliseerd is.
Bij condensatoren >40 µF kan dit enkele seconden duren. - Van zodra er “OL” (voor Overload = overbelasting) op het display verschijnt, overschreed u het meet-bereik. - Verwijder na het meten de meetsnoeren vanhet meetobject, en schakel de DMM uit. i) Batterijtest (alleen VC250)De batterijtest dient voor het snel controleren van de meest voorkomende 1,5 en 9V-batterijen. Vooreen objectief meetresultaat worden de batterijen gemeten bij een kleine belasting. Op het displaywordt de werkelijke klemspanning onder belasting zichtbaar. De meting ook evengoed mogelijkaccu’s. Selecteer daartoe het meetbereik, dat het dichtst bij de accuspanning ligt (bijv. meetbereik 1,5V voor 1,2 V-accu) - Schakel de DMM in en kies het meetbereik - Plug het rode meetsnoer in de m1-µA meetbus (5), het zwarte in deCOM-meetbus (8). - Op het display verschijnt de eenheid „V“.
Bij accu’s is op basis van de geringe celspanning het meetresul-taat lager dan bij normale batterijen. -Van zodra er “1. ” op het display verschijnt, overschreed u het meet-bereik.
91REL-functie (alleen VC270 en VC290)De REL-functie maakt een referentiewaardemeting mogelijk om ev. leidingsverliezen zoals bijv. bijweerstandsmetingen te vermijden. Hiertoe wordt de momentane displaywaarde op nul gezet. Er wordteen nieuwe referentiewaarde ingesteld. Door indrukken van de toets “REL” wordt deze meetfunctie ingeschakeld. Op het display verschijnt „ “. De automatische meetbereikkeuze wordt daarbij uitgeschakeld (behalve capaciteitsmeet-bereik). Om deze functie uit te schakelen verandert u van meetfunctie. De REL-functie is niet actief in het frequentiemeetbereik noch bij hoogohmigeweerstandsmetingen, bij de diodetest en de doorgangsmeting. HOLD-functie (alleen VC290)De HOLD-functie bevriest in de DMM-modus de huidige meetwaarde op het display om deze rustig tekunnen aflezen of verwerken.
Zorg er bij het controleren van spanningsvoerende geleiders voor, dat deze functiebij het begin van de metingen uitgeschakeld is. Anders ziet u een verkeerd meetre-sultaat. Voor het inschakelen van de HOLD-functie drukt u op de toets „H“ (9); een geluidssignaal bevestigtdeze handeling en op het display wordt „H“ zichtbaar. Om de HOLD-functie uit te schakelen, drukt u nogmaals op de toets „H“ (9) of verandert u van meet-functie. Low Imp. 400 k -functie (alleen VC250 en VC270)ΩΩΩΩΩDeze functie mag alleen bij spanningen tot max. 250 V en gedurende max. 3 secon-den worden gebruikt. Deze meetfunctie maakt het verlagen mogelijk van de meetimpedantie van 10 M naar 400 k. DoorΩ Ωhet verlagen van de meetimpedantie worden mogelijke fantoomspanningen onderdrukt, die het mee-tresultaat zouden kunnen vervalsen. Druk deze toets tijdens de spanningsmeting (max. 250 V. ) max. 3 seconden in.
92De auto power-off functie kan handmatig worden uitgeschakeld. Schakel daartoe het meetapparaat uit (OFF). Houd de toets “SELECT” ingedrukt, en schakel de DMMmet de draaischakelaar in. De functie is zo lang actief, tot het meetapparaat met de draaischakelaarwordt uitgeschakeld. Reiniging en onderhoudAlgemeenOm de nauwkeurigheid van de multimeter over een langere periode te kunnen garanderen, moet hetapparaat jaarlijks worden geijkt. Afgezien van een incidentele reinigingsbeurt en het vervangen van de batterij is het apparaat onder-houdsvrij. Het vervangen van batterij en zekeringen vindt u verderop in de gebruiksaanwijzing. Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat en de meetsnoe-ren, b. v. op beschadiging van de behuizing of afknellen van de snoeren enz.
ReinigingGelieve volgende veiligheidsvoorschriften nauwgezet op te volgen voordat u het product reinigt:Bij het openen van deksels of het verwijderen van onderdelen, behalve wanneer dithandmatig mogelijk is, kunnen spanningvoerende delen worden blootgelegd. Vóór reiniging of reparatie moeten de aangesloten snoeren van het meetapparaat en van alle meet-objecten worden gescheiden. Schakel de DMM uit. Gebruik voor het schoonmaken geen carbonhoudende schoonmaakmiddelen, benzine, alcohol ofsoortgelijke producten. Hierdoor wordt het oppervlak van het meetapparaat aangetast. Bovendien zijnde dampen schadelijk voor de gezondheid en explosief. Gebruik voor de reiniging ook geen scherpgereedschap, schroevendraaiers of staalborstels en dergelijke. Gebruik een schone, pluisvrije, antistatische en licht vochtige schoonmaakdoek om het product te rei-nigen.
Laat het apparaat volledig drogen, voro u het voor de volgende metingen gebruikt. Meetapparaat openenHet vervangen van zekeringen en batterijen is omwille van veiligheidsgronden alleen mogelijk, als allemeetsnoeren van het meetapparaat worden verwijderd. Het batterij- en zekeringvak (17) kan bij inge-plugde meetsnoeren niet worden geopend.
93Het design van de behuizing laat zelfs bij geopend batterij- en zekeringvakalleen de toegang toe tot de batterij en de zekeringen. De behuizing moet nietmeer zoals gebruikelijk volledig worden geopend en gedemonteerd.Deze maatregelen verhogen de veiligheid en de gebruiksvriendelijkheid.Voor het openen gaat u als volgt te werk: - Verwijder alle meetsnoeren van het apparaat en schakel het uit. - Los en verwijder de schroef van het batterijvak aan de achterzijde (14). - Trek bij dichtgeklapte beugel het batterij- en zekeringvak (17) naar bendenvan het meetapparaat. - De zekeringen en het batterijvak zijn nu toegankelijk. - Sluit de behuizing in de omgekeerde volgorde en schroef het batterij- enzekeringvak terug dicht. - Het meetapparaat is nu weer klaar voor gebruik.Vervangen van zekeringenDe beide stroommeetbereiken zijn voorzien van hoog vermogen-zekeringen.
Als er geen meting in ditbereik meer mogelijk is, moet de zekering worden vervangen.Voor het vervangen gaat u als volgt te werk: - Ontkoppel de aangesloten meetsnoeren van het meetcircuit en van uw meetapparaat. Schakel deDMM uit. - Sluit de behuizing zoals in het hoofdstuk „Meetapparaat openen“ beschreven. - Vervang de defecte zekering door een nieuwe zekering van hetzelfde type en nominale strooms-terkte. De zekeringen hebben de volgende waarde: Zekering F1 F2 VC250 F10A 600V (6,35 x 31,8 mm) FF 200 mA 600V (32 x 6 mm) VC270 F10A 600V (6,35 x 31,8 mm) 3 x F 160 mA/600 V zelfherstellend, PTC (32 x 6,2 mm) VC290 F10A 600V (6,35 x 31,8 mm) FF 400 mA 600V (6,35 x 31,8 mm) Schakelvermogen 10 kA - Sluit de behuizing weer zorgvuldig.Het gebruik van herstelde zekeringen of het overbruggen van de zekeringhouder isom veiligheidsreden niet toegestaan.
94Plaatsen en vervangen van de batterij (alleen VC250 en VC270)Voor het gebruik van het meetapparaat is een 9V-batterij (b. v. 1604A) noodzakelijk. Bij de eerste inge- bruikneming of wanneer het symbool voor vervanging van batterijen resp. op het display ver-schijnt, moeten een nieuwe, volle batterij worden geplaatst. Voor het plaatsen/vervangen gaat u als volgt te werk: - Ontkoppel de aangesloten meetsnoeren van het meetcircuit en van uw meetapparaat. Schakel deDMM uit. - Sluit de behuizing zoals in het hoofdstuk „Meetapparaat openen“ beschreven. - Vervang de lege batterij voor een nieuwe van hetzelfde type. Plaats de nieuwe batterij met de juis-te polariteit in het batterijvak (16). Let op de in het batterijvak aangeduide polariteit. - Sluit de behuizing weer zorgvuldig. Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. LEVENSGEVAAR.
Laat geen lege batterijen in het meetapparaat aangezien zelfs batterijen die tegenlekken zijn beveiligd, kunnen corroderen, waardoor chemicaliën vrij kunnen komendie schadelijk zijn voor uw gezondheid of schade veroorzaken aan het apparaat. Laat batterijen niet achteloos rondslingeren. Deze kunnen door kinderen of huis-dieren worden ingeslikt. Raadpleeg bij inslikken onmiddellijk een arts. Verwijder de batterijen als u het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt, omlekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen bij huidcontact bijtende wonden vero-orzaken. Draag daarom in dit geval beschermende handschoenen. Let op, dat batterijen niet worden kortgesloten. Gooi geen batterijen in het vuur. Batterijen mogen niet worden opgeladen of gedemonteerd. Er bestaat explosiege-vaar. Een geschikte alkalinebatterij is onder het volgende bestelnummer verkrijgbaar:Bestelnr.
65 25 09 (1x bestellen a. u. b. ). Gebruik uitsluitend alkalinebatterijen, omdat deze krachtig zijn en een lange gebruiksduur heb-ben. VC290 opladenDeVC290 heeft geen batterij nodig voor zijn werking.
De voeding gebeurt met een geïntegreerde, hoog-capacitieve condensator (High-Cap). Deze condensator kan via een laadfunctie op de draaischakelaarop elke wisselspanningsbron van 230 V/AC (netspanning) worden opgeladen. Een zonnecel (11) buffert bij voldoende licht onafhankelijk van de meetfunctie de laadcondensator enverlengt zo de gebruiksduur.
95Voor het laden via de netspanning (230 V/AC) gaat u te werk als volgt: - Schakel de DMM in en kies het bereik “CHARGE”. - Steek het rode meetsnoer in de V-meetbus (7), het zwarte in de COM-aansluiting (8). - Op het display verschijnt het symbool „CHARGE!“ en de relatieve laad-spanning. Deze gaat van –2,600 V (leeg) tot ca.3,999 V. Als de High-Capgeladen is, dan wordt op het display „OL“ zichtbaar. Een lading van ca. 10 minuten volstaat op het DC V-meetbereik voor ca. 180 minuten meten. - Als de High-Cap volledig ontladen is en er niets op het display verschijnt,dan drukt u tijdens het laden op de toets „RESET“ (3). De DMM wordtterug ingeschakeld.Verwijderinga) ProductElektronische apparaten bevatten herbruikbare materialen en mogen niet bij het huishou-delijk afval.Voer het product aan het einde van zijn levensduur conform de geldende wettelijke bepa-lingen af.
Neem eventueel ingebrachte batterijen/accu’s uit en verwijder deze gescheiden van hetproduct. b) Batterijen/accu’sVoer het product aan het einde van zijn levensduur conform de geldende wettelijke bepalingen af; ver-wijdering via het huishoudelijke afval is niet toegestaan.Batterijen-accu’s die schadelijke stoffen bevatten, worden met het hiernaast weergege-ven pictogram aangeduid dat verwijst naar het verbod op verwijdering bij het huishoude-lijk afval.
De aanduidingen voor de betreffende zware metalen zijn: Cd=cadmium,Hg=kwik, Pb=lood (De aanduiding staat op de batterij/accu bijvoorbeeld onder het linksafgebeelde pictogram van een vuilnisbak).U kunt uw gebruikte batterijen/accu’s gratis inleveren bij de inzamelpunten van uwgemeente, onze nevenvestigingen of overal waar batterijen/accu’s worden verkocht.Hiermee voldoet u aan uw wettelijke verplichtingen en levert u een bijdrage aan de bescherming vanhet milieu.
96Verhelpen van storingenU heeft met de DMM een product aangeschaft dat volgens de nieuwste stand dertechniek is ontwikkeld en veilig is in het gebruik.Toch kunnen zich problemen of storingen voordoen. Hieronder vindt u enkele maatregelen om eventuele storingen eenvoudig zelf teverhelpen:Neem altijd de veiligheidsvoorschriften in acht! Storing Mogelijke oorzaak Mogelijke remedie De multimeter Is de batterij leeg resp. de Controleer de toestand. Vervang de werkt niet High-Cap (bij VC290) ontladen? batterij of laad het apparaat op. Geen verandering Is een verkeerde meetfunctie Controleer de indicatie (AC/DC) en van meetwaarden actief wijziging schakel de functie ev. om. Werden de verkeerde aansluitingen Vergelijk de aansluiting met de indicatie gebruikt? op het display. Is de zekering defect? Controleer de zekeringen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Voltcraft VC270 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Multimeter Voltcraft
Handleiding Multimeter
Nieuwste handleidingen voor Multimeter