Voltcraft VC175 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Voltcraft VC175 (88 pagina’s), behorend tot de categorie Multimeter. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 43 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Voltcraft VC175 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Voltcraft |
| Categorie: | Multimeter |
| Model: | VC175 |
Handleiding Voltcraft VC175 – volledige tekst
Il comporte des directives importantes pour la mise en service et la manipulation de l’appareil. Tenir compte de ces remarques, même en cas de transfert du produit à un tiers.Conserver ce mode d’emploi an de pouvoir le consulter à tout moment. La table des matières avec indication des pages correspondantes se trouve à la page 44. Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Zij bevat belangrijke informatie over de inbedrijfstelling en het gebruik. Let hierop, ook wanneer u dit product aan derden overhandigt.Bewaar daarom deze gebruiksaanwijzing om in voorkomende gevallen te kunnen raadplegen. In de inhoudsopgave op pagina 65 vindt u een lijst met inhoudspunten met vermelding van het bijbehorende.
66 1. INLEIDINGGeachte klant, Wij danken u hartelijk voor het aanschaffen van een Voltcraft® -product. Hiermee heeft u een uitstekend apparaat in huis gehaald.Voltcraft® - deze naam staat op het gebied van meettechniek, laadtechniek en voedingsspanning voor onovertroffen kwaliteitsproducten die worden gekenmerkt door gespecialiseerde vakkundigheid, buitengewone prestaties en permanente innovaties. Voor ambitieuze elektronica-hobbyisten tot en met professionele gebruikers ligt voor de meest ingewikkelde taken met een product uit het Voltcraft®-assortiment altijd de perfecte oplossing binnen handbereik. Bovendien bieden wij u de geavanceerde techniek en betrouwbare kwaliteit van onze Voltcraft®-producten tegen een nagenoeg niet te evenaren verhouding van prijs en prestaties.
Daarom scheppen wij de basis voor een duurzame, goede en tevens succesvolle samenwerking.Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe Voltcraft®-product!Alle voorkomende bedrijfsnamen en productaanduidingen zijn handelsmerken van de betreffende eigenaren. Alle rechten voorbehouden.Bij technische vragen kunt u zich wenden tot onze helpdesk. Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl www.conrad.be of
67 2. BEDOELD GEBRUIKMeten en weergeven van elektrische parameters in een bereik tot aan spanningscategorie III (tot max. 600 V ten opzichte van het aardpotentiaal overeenkomstig EN 61010-1) en alle lagere categorieën. • Meten van gelijk- en wisselspanning tot maximaal 600 V • Meten van gelijk- of wisselstroom tot 10 A • Meten van weerstand tot 40 MΩ • Akoestische continuïteitstest • Diodetest • Contactloze 230 V/AC spanningstest • Elektrische stroommetingDe beide meetingangen zijn beveiligd tegen overbelasting. De spanning op het meetcircuit mag niet hoger zijn dan 600 V. De meetbereiken zijn voorzien van snelle keramische zekeringen. Het instrument mag uitsluitend worden gevoed door een blokbatterij van 9 V. Het meetapparaat mag niet in open toestand worden gebruikt, dat wil zeggen met een geopend batterijvak of als het deksel van het batterijvak ontbreekt.
Het uitvoeren van metingen in vochtige ruimten of onder ongunstige omgevingscondities wordt niet aanbevolen. Gebruik om veiligheidsredenen uitsluitend meetsnoeren die of toebehoren dat is afgestemd op de specicaties van deze multimeter. Ongunstige omgevingscondities zijn: - Regen of hoge luchtvochtigheid - Stof en ontvlambare gassen, dampen of oplosmiddelen, - onweer of vergelijkbare omstandigheden, zoals sterke elektrostatische velden en dergelijke. Het eigenhandig ombouwen en/of veranderen van het product is niet toegestaan om veiligheids- en keuringsredenen. Een andere toepassing dan hierboven beschreven, is niet toegestaan en kan leiden tot beschadiging van het product. Daarnaast bestaat het risico van bijv. kortsluiting, brand, elektrische schokken, enz. Lees de gebruiksaanwijzing grondig en bewaar deze voor raadpleging in de toekomst.
68 3. LEVERINGSOMVANG • Digitale multimeter • Meetsnoeren • 9 V monoblok batterij • Gebruiksaanwijzing1Actuele gebruiksaanwijzingen Download de meest recente gebruiksaanwijzing via de link www.conrad.com/downloads of scan de afgebeelde QR-Code. Volg de instructies op de website. 4. TLEG VAN SYMBOLENEen uitroepteken in een driehoek betekent belangrijke instructies in deze handleiding die absoluut moeten worden opgevolgd.Een bliksemschicht in een driehoek waarschuwt voor een elektrische schok of een vei- ligheidsbeperking van elektrische onderdelen in het apparaat. Dit apparaat is CE-goedgekeurd en voldoet aan de betreffende Europese richtlijnen.Beschermingsklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie)CAT IIOverspanningscategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten,die via een netstekker worden voorzien van spanning.
Deze categorie omvat ook allekleinere categorieën (bijv. CAT I voor het meten van signaal- en stuurspanningen).CAT IIIOverspanningscategorie III voor metingen in de gebouwinstallatie (b.v. stopcontacten ofonderverdelingen). Deze categorie omvat ook alle kleinere categorieën (bijv. CAT lI voorhet meten aan elektrische apparaten).AardpotentiaalDit symbool kan worden gevonden bij tips of informatie over het gebruik.
69 5. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENLees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsinstructies. Indien de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste bediening in deze gebruiksaanwijzing niet worden opgevolgd, kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld voor de daardoor ontstane schade aan apparatuur of persoonlijk letsel. Bovendien vervalt in dergelijke gevallen de garantie. a) Personen / Product • Het product is geen speelgoed. Houd het buiten bereik van kinderen en huisdieren. • Laat verpakkingsmateriaal niet zomaar rondslingeren. Dit kan gevaarlijk materiaal worden voor spelende kinderen. • Bescherm het product tegen extreme temperaturen, direct zonlicht, sterke schokken, hoge luchtvochtigheid, vocht, ontvlambare gassen, dampen en oplosmiddelen. • Zet het product niet onder mechanische druk.
• Als het niet langer mogelijk is het product veilig te bedienen, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken. Veilige bediening kan niet langer worden gegarandeerd wanneer het product: -zichtbaar is beschadigd, -niet langer op juiste wijze werkt, -tijdens lange periode is opgeslagen onder slechte omstandigheden, of -onderhevig is geweest aan ernstige vervoergerelateerde druk. • Behandel het product met zorg. Schokken, botsingen of zelfs een val van een beperkte hoogte kan het product beschadigen. • Neem alstublieft ook de veiligheids- en gebruiksaanwijzingen van alle andere apparaten in acht die met het product zijn verbonden. b) Batterijen / Accu’s • Juiste polariteit dient in acht genomen te worden bij het installeren van de batterijen.
• Batterijen dienen uit het apparaat verwijderd te worden wanneer het voor langere tijd niet gebruikt wordt, om schade door lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen brandwonden veroorzaken wanneer het zuur in contact komt met de huid, draag daarom beschermende handschoenen bij het hanteren van beschadigde batterijen.
• Batterijen mogen niet worden ontmanteld, kortgesloten of verbrand. Probeer nooit niet-oplaadbare batterijen op te laden. Het risico bestaat op een explosie. c) Diversen • Raadpleeg een expert wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veiligheid of het aansluiten van het apparaat. • Onderhoud, aanpassingen en reparaties mogen alleen uitgevoerd worden door een expert of in een daartoe bevoegde winkel.
70Indien u vragen heeft over de correcte aansluiting of het gebruik of als er problemen zijn waar u in de gebruiksaanwijzing geen oplossing voor kunt vinden, neemt u dan contact op met onze technische helpdesk of met een andere elektromonteur. 6. BEDIENINGSELEMENTENZie het uitklapbare blad1. SELECT-knop2. Contacloze spanningsensor3. Zaklamp4. Uitleesvenster (LCD)5. Draaiknop6. Batterijvak7. Uitklapbare steun8. mA µA Hz%VΩ -bus9. COM-bus (referentiepotentiaal)10. 10A max bus11. Zaklampknop12. HOLD / BACK LIGHT knop 7. DISPLAY INDICATIONS AND SYMBOLSBatterijvervangingspictogram; vervang de batterij zo snel mogelijkSymbool voor de diodetestBliksemschichtpictogram voor spanningsmetingSymbool voor de akoestische continuïteitstester ~ AC Wisselendstroom DC GelijkstroomSymbool voor de geactiveerde houd-functie ΩOhm (eenheid van el. weerstand) kΩ Kilo-ohm, (exp. 3) MΩ Mega-ohm (exp.
71 A Ampere (eenheid van elektrische stroomsterkte) mA Milli-Ampère (exp. -3) µA Micro-Ampère (exp. -6) Hz Hertz (eenheid van frequentie) kHz Kilo-Hertz (exp. 3) MHz Mega-Hertz (exp. 6) % Indicatie van de puls-pauzeduur (duty cycle)Delta-symbool voor actieve relatieve meetfunctie Auto Range Automatische keuze meetbereikCapaciteit nF Nanofarad (tot de macht -9) (eenheid van capaciteit) µF Microfarad (tot de macht -6) (eenheid van capaciteit) 8. INGEBRUIKNAME De multimeter (hierna aangeduid als DMM) geeft de gemeten waarden weer op het digitale uitleesvenster.De weergegeven meetwaarden op het uitleesvenster van de DMM omvatten 3999 counts (count = kleinste weergegeven waarde). Het meetapparaat kan voor doe-het-zelf of voor professionele toepassingen (tot aan CAT III 600 V) worden gebruikt.
Voor een betere aeesbaarheid kan de DMM ook worden opgehangen met behulp van de clip op de achterzijde. a) Draaiknop (5) De individuele meetfuncties worden gekozen met een draaiknop. Het gewenste meetbereik kan handmatig met deze draaiknop (5) worden ingesteld.b) In- en uitschakelen van het meetinstrumentDe DMM wordt in- en uitgeschakeld met de draaiknop (5). Als de draaiknop in “OFF” (uit) wordt gezet, is de DMM uitgeschakeld. Schakel het meetapparaat altijd uit als het niet wordt gebruikt.Voordat het meetapparaat wordt gebruikt, moet eerst de meegeleverde batterij worden geplaatst.Een blokbatterij van 9 V dient als voeding. Deze wordt meegeleverd. Plaats de batterij zoals is beschreven in de paragraaf “Reinigen en onderhoud”.
72 9. STARTEN VAN DE METINGENOverschrijd de maximaal toegestane ingangswaarden niet. Raak nooit circuits of delen van circuits aan als er een spanning aanwezig kan zijn die hoger is dan 25 V AC eff of 35 V DC. Dat kan dodelijk zijn. Controleer voor het meten de meetsnoeren op beschadigingen, zoals inkepingen, ontbrekende isolatie (barsten/scheurtjes) of afknellingen. Defecte meetsnoeren mogen niet langer worden gebruikt. Dat kan dodelijk zijn. Pak tijdens het meten de meetpennen niet vast buiten de aangegeven markeringen die op de meetpennen zijn aangebracht. Alleen de beide meetsnoeren mogen op het meetapparaat worden aangesloten die noodzakelijk zijn om de meting uit te kunnen voeren. Verwijder om veiligheidsredenen alle andere meetsnoeren van het instrument die niet noodzakelijk zijn voor de betreffende meting.
Zodra er “OL” op het uitleesvenster verschijnt, wordt het meetbereik overschreden. Ga naar het volgende meetbereik. Het spanningsbereik “V/DC” heeft een ingangsimpedantie van >10 MΩ, voor het V/AC-bereik geldt >4,5 MΩ. Bij de digitale multimeter is de automatische bereikkeuze (auto range) actief voor alle meetfuncties (met uitzondering van de stroommeetbereiken). Deze functie stelt het goede meetbereik automatisch in. a) Spanningsmeting “V”Zorg er bij het meten van spanningen voor dat het meetinstrument niet op een bereik voor stroommetingen is ingesteld. Ga als volgt te werk voor het meten van gelijkspanningen “DC” (V ):1. Schakel de DMM in en kies als meetbereik “V ” met de draaiknop (5). 2. Steek het rode meetsnoer in de V-bus (8) en het zwarte meetsnoer in de COM-bus (9). 3. Sluit nu de beide meetpennen aan op het te meten object (batterij, schakelaar enzovoort). 4.
73Ga als volgt te werk voor het meten van wisselspanningen “AC” (V~):1. Schakel de DMM in zoals beschreven in de paragraaf “Meten van gelijkspanningen” en kies het meetbereik “V”.2. Sluit nu de beide meetsnoeren aan op het te meten object (generator, schakelaar enzovoort).3. De gemeten waarde wordt weergegeven op het uitleesvenster. De meeteenheid is V. 4. Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit. Zet de draaiknop (5) in de stand “OFF” (uit).Automatische bereikfunctieDe automatische bereikfunctie wordt standaard ingesteld. Een geschikt meetbereik wordt automatisch gekozen en de bijbehorende eenheid wordt op het uitleesvenster aangegeven. • Voor het uitschakelen van de automatische bereikfunctie en het kiezen van het gewenste meetbereik kan op de knop SELECT (1) worden gedrukt.
Op elke druk van de knop zal het meetbereik veranderen, dus stop op het gewenste bereik. • Druk op de knop SELECT (1) en houd deze ingedrukt om terug te gaan naar de automatische bereikfunctie. b) Stroommeting “A ” De spanning op het meetcircuit mag niet hoger zijn dan 250 V.Metingen van >5 A mogen uitsluitend voor hooguit 10 seconden worden gedaan, steeds gevolgd door een pauze van 15 minuten.Alle stroommeetbereiken zijn voorzien van zekeringen en daardoor beveiligd tegen overbelasting.Ga als volgt te werk voor het meten van de gelijkstromen “A, mA, µA”Steek het rode meetsnoer in de 10 A max-bus (10) als de hoogte van de stroom niet bekend is.1. Schakel de DMM in en kies meetbereik “A, mA, µA ” met de draaiknop (5). Start indien mogelijk de meting op het hoogst mogelijke bereik, want als de stroom te hoog is zal de zekering doorbranden.2.
74Zodra er bij de gemeten gelijkstroom een minteken “-” verschijnt voor de gemeten waarde, dan is de gemeten stroom negatief (of de meetpennen zijn verwisseld).Ga als volgt te werk voor het meten van de gelijkstromen “A, mA, µA”Steek het rode meetsnoer in de 10 A max-bus (10) als de hoogte van de stroom niet bekend is.1. Schakel de DMM in en kies meetbereik “A, mA, µA ” met de draaiknop (5). Start indien mogelijk de meting op het hoogst mogelijke bereik, want als de stroom te hoog is zal de zekering doorbranden.2. Druk op de knop SELECT (1) om over te schakelen naar “A, mA, µA ~”.3. Steek het rode meetsnoer in de 10 A max-bus (10) (bij stromen >400 mA) of in de mAµA-bus (8) (bij stromen 1 MΩ kan dit enkele seconden duren.
75 5. Als er een “OL” op het uitleesvenster verschijnt, wordt het meetbereik overschreden of het meetcircuit is onderbroken. Kies indien noodzakelijk een hoger meetbereik. 6. Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit. Zet de draaiknop in de stand “OFF” (uit). Zorg er bij het uitvoeren van een weerstandsmeting voor dat de meetpunten waarmee met de meetstiften contact wordt gemaakt, vrij zijn van vuil, olie, soldeerlak en degelijke. Anders levert de meting onder dergelijke omstandigheden een verkeerd meetresultaat op. d) DiodetestZorg er voor dat alle delen van circuits, schakelaars en componenten en andere meetobjecten geen spanning voeren en ontladen zijn. 1. Schakel de DMM in en kies het meetbereik “Ω”. 2. Druk op de knop SELECT (1) totdat wordt aangegeven op het uitleesvenster (LCD) (4). 3.
Steek het rode meetsnoer in bus (8) en het zwarte meetsnoer in de COM-bus (9). 4. Controleer of de meetsnoeren goed zijn door de meetpennen tegen elkaar te houden. Hierbij moet de waarde ongeveer 0 V zijn. 5. Sluit nu de beide meetsnoeren aan op het te meten object (diode). 6. Het uitleesvenster geeft nu de doorgangsspanning aan in volt (V). De open-circuitspanning is ongeveer 1,5 V. 7. Als er een “OL” wordt weergegeven, dan wordt de diode in tegengestelde richting gemeten of is de diode stuk (onderbroken). Voer dan een meting met verwisseling van de meetpennen (ompolen) uit om dit te controleren. Het rode meetsnoer komt overeen met de positieve pool (anode), het zwarte meetsnoer met de negatieve pool (kathode). Een siliciumdiode heeft een doorgangsspanning van circa 0,5 – 0,8 V. 8. Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit.
Zet de draaiknop (5) in de stand “OFF” (uit). e) Continuïteitstest1. Schakel de DMM in en kies het meetbereik “Ω”. 2. Druk op de knop SELECT (1) totdat wordt aangegeven op het uitleesvenster (LCD) (4). 3.
Steek het rode meetsnoer in bus (8) en het zwarte meetsnoer in de COM-bus (9). 4. Controleer of de meetsnoeren goed zijn door de meetpennen tegen elkaar te houden. Hierbij moet de waarde ongeveer 0 V zijn. Er klinkt een akoestisch signaal. 5. Sluit nu de beide meetpennen aan op de contactpunten om de doorgang te testen. 6. Het uitleesvenster geeft de doorgangsspanning aan in volt (V).
767. Als er een “OL” wordt weergegeven, dan behoren de beide contactpunten niet tot een gesloten circuit, of is de verbinding onderbroken. Als de twee eindpunten zich in een gesloten circuit bevinden en de weerstand lager is dan 10 Ω, dan klinkt er een akoestisch signaal. 8. Verwijder na het meten de meetsnoeren van het meetobject en schakel de DMM uit. Zet de draaiknop (5) in de stand “OFF” (uit). f) Contactloze spanningstest “NCV”Zorg er voor dat alle meetbussen vrij zijn. Verwijder alle meetsnoeren en adapters van het meetinstrument. Deze functie dient uitsluitend als hulpmiddel. Voorafgaand aan het uitvoeren van werkzaamheden aan (sterkstroom)kabels, dienen er contactmetingen te worden uitgevoerd om er zeker van te zijn dat deze niet meer onder spanning staan. 1. Schakel de DMM in en kies het meetbereik “NCV” met de draaiknop (5).
Hierna verschijnt de aanduiding “NCV” op het uitleesvenster (4). 2. Test deze functie vooraf op een bekende AC-spanningsbron. 3. Beweeg het meetinstrument met het sensorgebied (3) naar de plaats die moet worden getest op een afstand van maximaal 5 mm. Bij in elkaar gedraaide aders wordt aanbevolen om een kabellengte van ongeveer 20 tot 30 cm te controleren op spanning. 4. Als er een spanning wordt gedetecteerd, klinkt er een akoestisch signaal. 5. Schakel na het beëindigen van de meting de DMM uit. Zet de draaiknop (5) in de stand “OFF” (uit). g) Capaciteitsmeting 1. Schakel de DMM in en kies het meetbereik “ ”. 2. Plaats het rode meetsnoer in de bus “ ” (8) en het zwarte meetsnoer in de bus COM (9). 3. Als de meetsnoeren nergens op zijn aangesloten, is de weergegeven waarde op het uitleesvenster circa 10 nF. 4. Gebruik de relatieve meetfunctie voor een nauwkeurige meting.
Druk op de knop the SELECT (1) om de DMM op nul te zetten. Druk opnieuw op de knop SELECT (1) om terug te gaan. 5. Sluit nu de beide meetsnoeren aan op het object dat moet worden gemeten (condensator enz. ). 6.
Het uitleesvenster geeft de capaciteit in nF/µF aan. Als een capaciteit hoger is dan 100 µF is er een langere tijd nodig voor de meting. 7. Zodra er “OL” op het uitleesvenster verschijnt, is het meetbereik overschreden of zijn de meetsnoeren kortgesloten. 8. Verwijder na het meten de meetsnoeren van het te meten object en schakel de DMM uit. Zet de draaiknop (5) in de stand “OFF” (uit).
77h) Frequentiemeting en duty cycle (impuls/pauze-verhouding)Ga als volgt te werk voor het meten van frequenties:1. Schakel de DMM in met de draaiknop (5) en kies als meetbereik “Hz/%”.2. Steek het rode meetsnoer in de bus Hz/% (8) en het zwarte meetsnoer in de bus COM (9).3. Sluit nu de meetsnoeren aan op het object dat moet worden gemeten (signaalgenerator, schakelaar enz.).4. De frequentie en de bijbehorende eenheid worden weergegeven.5. Verwijder na het meten de meetsnoeren van het object en schakel de DMM uit. Zet de draaiknop (5) in de stand “OFF” (uit).Ga als volgt te werk voor het meten van de impuls/pauze-verhouding (duty cycle):6. Schakel de DMM in met de draaiknop en kies het meetbereik “Hz/%”.7. Druk op de knop “SELECT” (1). De impuls/pauze-verhouding wordt aangegeven in %.8.
Sluit nu de beide meetsnoeren aan op het object dat moet worden gemeten (signaalgenerator, schakelaar enz.).9. De impuls/pauze-verhouding wordt weergegeven.10. Verwijder na het meten de meetsnoeren van het te meten object en schakel de DMM uit. Zet de draaiknop (5) in de stand “OFF” (uit).10. HOUDFUNCTIEMet de knop HOLD/BACKLIGHT (12) kan de meetwaarde op het uitleesvenster worden vastgehouden, ofwel bevroren. Het symbool “ ” verschijnt op het uitleesvenster. Dit vergemakkelijkt het aezen, bijvoorbeeld voor documentatiedoeleinden. Door nogmaals op deze knop te drukken wordt teruggeschakeld naar de normale meetmodus. 11. ACHTERGRONDVERLICHTING Druk tijdens een willekeurige meting op de knop HOLD/BACKLIGHT (12) en houd deze knop ingedrukt om de achtergrondverlichting van het uitleesvenster (4) in te schakelen.
Druk opnieuw en houd deze knop ingedrukt om de verlichting weer uit te schakelen.12. ZAKLAMPFUNCTIE)Door het indrukken van de knop TORCH (11) wordt de zaklamp (3) ingeschakeld. Opnieuw indrukken van de knop schakelt de lamp weer uit.
7813. ONDERHOUD EN REINIGENGebruik het meetinstrument nooit in geopende toestand.RISICO OP FATAAL LETSEL!a) AlgemeenOm er voor te zorgen dat de multimeter gedurende een lange periode nauwkeurig werkt, dient deze eenmaal per jaar te worden gekalibreerd.Met uitzondering van het periodiek reinigen en het vervangen van zekeringen heeft de multimeter geen onderhoud nodig.Informatie over het vervangen van de batterij en zekeringen volgt hieronder.Controleer regelmatig de technische veiligheid van het instrument en de meetsnoeren, let op beschadiging van de behuizing of deuken enzovoort.b) ReinigenSpanningvoerende componenten kunnen in het zicht komen als deksels worden geopend of onderdelen worden verwijderd.De aangesloten meetsnoeren moeten van het meetapparaat worden verwijderd, alsook alle meetobjecten voordat met het reinigen of het repareren van het instrument wordt begonnen.
Schakel de DMM uit.Gebruik geen oplosmiddelen bevattende reinigingsmiddelen of benzine, alcohol en dergelijke om het product schoon te maken.Deze kunnen het oppervlak van het meetinstrument laten corroderen. Bovendien zijn de dampen gevaarlijk voor de gezondheid en explosief. Gebruik eveneens geen gereedschap met scherpe kanten, schroevendraaiers of metalen borstels en dergelijke voor het reinigen.Gebruik voor het reinigen van het apparaat of het uitleesvenster en de meetsnoeren een schone, pluisvrije, antistatische en licht bevochtigde doek.c) Zekeringen vervangenHet gebruik van gerepareerde zekeringen of het overbruggen van de zekeringhouder is om veiligheidsredenen niet toegestaan.KANS OP FATAAL LETSEL!De stroommeetbereiken zijn beveiligd tegen overbelasting door keramische zekeringen met dunne draden.
Als metingen in dit bereik niet langer mogelijk zijn, dan moet de zekering worden vervangen.Ga als volgt te werk om deze te vervangen:1. Verwijder de aangesloten meetsnoeren van het meetcircuit en van het apparaat.
792. Schakel de DMM uit. 3. Verwijder de schroeven van het deksel van het batterijvak, verwijder voorzichtig het deksel van het batterijvak en de batterij. 4. Verwijder de beide schroeven op de achterkant van het apparaat en haal de achterkant van de behuizing er voorzichtig af. 5. Vervang de defecte zekering door een nieuwe van hetzelfde type met dezelfde nominale spanning. De zekeringen hebben de volgende waarden: - F1 snelle draadzekering, 0,5 A/600 V (6 x 32 mm) - F2 snelle draadzekering, 10 A/600 V (6 x 25 mm)6. Sluit hierna de behuizing weer zorgvuldig. d) Plaatsen/vervangen van de batterijLaat lege batterijen niet in het apparaat zitten. Zelfs batterijen die zijn beschermd tegen lekken, kunnen corroderen en dus chemicaliën afgeven die slecht zijn voor de gezondheid of het batterijvak kunnen aantasten. Laat batterijen niet zomaar rondslingeren.
Ze kunnen worden ingeslikt door kinderen of huisdieren. Als ze worden ingeslikt, ga dan meteen naar de dokter. Als het apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt, verwijder dan de batterijen om lekkage te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen brandend zuur opleveren als ze in contact komen met de huid. Gebruik daarom beschermende handschoenen. Zorg er voor dat batterijen niet worden kortgesloten. Werp batterijen nooit in het vuur. Gewone batterijen mogen niet worden opgeladen. Er bestaat dan explosiegevaar. Voor de goede werking van dit meetinstrument is een batterij van 9 V nodig (bijvoorbeeld type 1604A). Er moet een nieuwe, volledig geladen batterij worden geplaatst voordat het apparaat voor het eerst wordt gebruikt, of als het batterijvervangingssymbool op het uitleesvenster verschijnt. Ga als volgt te werk voor het plaatsen/vervangen van de batterij:1.
Verwijder de aangesloten meetsnoeren van het meetcircuit en van het apparaat. Schakel de DMM uit. 2. Verwijder de schroef op de achterkant van het batterijvak (6) en trek voorzichtig het batterijdeksel en de batterij uit het apparaat. 3.
8014. VERHELPEN VAN STORINGENRaadpleeg altijd de veiligheidsinstructies!Andere reparaties dan hieronder beschreven dienen door een vakman te worden uitgevoerd.Door het aanschaffen van deze DMM beschikt u over een product dat volgens de laatste stand van de techniek is ontworpen en betrouwbaar werkt.Niettemin kunnen er storingen of problemen optreden. Daarom volgt hieronder een beschrijving om zelf eventuele storingen te verhelpen. Storing Mogelijke oorzaak OplossingDe DMM werkt niet. Is de batterij leeg? Controleer de status.De meetwaarde verandert niet. De HOLD-functie is geactiveerd (uitleesvenster geeft “ ” weer)Druk opnieuw op de knop “HOLD”. Het symbool “ ” verdwijnt. Is de verkeerde meetfunctie actief (AC/DC)?Controleer het uitleesvenster (AC/DC) en schakel indien van toepassing over naar de betreffende functie. Worden de verkeerde meetbussen gebruikt?Controleer de meetbussen.
Is de zekering stuk? In het A/mA/µA bereik: Vervang de zekering zoals beschreven in de paragraaf “Zekeringen vervangen”.15. VERWIJDERINGa) ProductElektronische apparaten zijn recyclebare stoffen en horen niet bij het huisvuil.Als het product niet meer werkt, moet u het volgens de geldende wettelijke bepalingen voor afvalverwerking inleveren.Verwijder de geplaatste batterijen/accu’s en gooi deze afzonderlijk van het product weg.
De nauwkeurigheid geldt voor een jaar bij een temperatuur van +23°C ±5°C en bij een relatieve luchtvochtigheid van minder dan 75%, niet-condenserend. a) DC-spanning (V ) Bereik Nauwkeurigheid Resolutie4,000 V±(0,8 % van de uitlezing +8 cijfers)1 mV 40,00 V 10 mV 400,0 V 100 mV 600 V 1 VOverbelastingsbeveiliging: 600 VIngangsimpedantie: circa. 10 MΩ
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Voltcraft VC175 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Multimeter Voltcraft
Handleiding Multimeter
Nieuwste handleidingen voor Multimeter