Voltcraft EMZ-1000 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Voltcraft EMZ-1000 (104 pagina’s), behorend tot de categorie Meetapparatuur. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Voltcraft EMZ-1000 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/104
Bedienungsanleitung
Erdungsmesszange EMZ-1000
Best.-Nr. 2353913Seite 2 - 26
Operating Instructions
EMZ-1000 clamp-on ground
resistance tester
Item No. 2353913Page 27 - 51
Notice d’emploi
Pince de mise à la terre EMZ-1000
N° de commande 2353913Page 52 - 76
Gebruiksaanwijzing
Aardingsmeetklem EMZ-1000
Bestelnr. 2353913Pagina 77 - 101

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Voltcraft
Categorie: Meetapparatuur
Model: EMZ-1000

Handleiding Voltcraft EMZ-1000 – volledige tekst

Inhoudsopgave Pagina1. Inleiding. 782. Verklaring van de symbolen 79. 3. Doelmatig gebruik 80. 4. Omvang van de levering 81. 5. Veiligheidsinstructies. 816. Bedieningselementen. 847. Ingebruikname. 86a) Meetprincipe. 86b) Schakel het apparaat in 87. c) Automatische uitschakeling 87. d) Indicatie batterijstand 87. e) Weerstandstest. 88f) Meetmodus instellen 88. 8. Gebruik in de praktijk 89. a) Aardingssysteem met staven op meerdere punten 89. b) Aardingssysteem met begrensde punten 90. c) Eenpuntsaardingssystemen. 919. Uitgebreide functies 94. a) Alarminstelling. 94b) HOLD-functie. 94c) Opslaan/uitlezen/wissen van gegevens 95. 10. Reiniging en onderhoud 96. a) Algemeen. 96b) Reiniging. 96c) Plaatsen en vervangen van de batterijen 97. 11. Verwijdering. 9812. Verhelpen van storingen 99. 13. Technische gegevens 100. 77.

1. InleidingGeachte klant,Hartelijk dank voor de aankoop van dit product.Het product voldoet aan alle wettelijke, nationale en Europese normen.Om dit zo te houden en een veilig gebruik te garanderen, dient u als gebruiker de aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing op te volgen. Deze gebruiksaanwijzing hoort bij dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in over de ingebruikname en het gebruik. Houd hier rekening mee als u dit product door-geeft aan derden. Bewaar deze gebruiksaanwijzing daarom voor later gebruik!Bij technische vragen kunt u contact opnemen met:Voor meer informative kunt u kijken op www.conrad.nl of www.conrad.be 78

2. Verklaring van de symbolen Het symbool met een bliksemschicht in een driehoek wordt gebruikt als er gevaar voor uw gezondheid bestaat bijv. door elektrische schokken. Het symbool met een uitroepteken in een driehoek duidt op belangrijke aanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing die beslist opgevolgd moeten worden. U ziet het pijl-symbool waar bijzondere tips en aanwijzingen over de bediening worden gegeven. Dit apparaat is CE-conform en voldoet aan de noodzakelijke nationale en Europese richtlijnen. Beschermklasse 2 (dubbele of versterkte isolatie).CAT II Meetcategorie II voor metingen aan elektrische en elektronische apparaten, die via een netstekker worden voorzien van spanning. Onder deze categorie vallen ook alle lagere categorieën (bijv. CAT I voor het meten van signaal- en stuurspanningen).CAT III Meetcategorie III voor metingen in installaties in gebouwen (bijv.

stopcontacten of groepen). Onder deze categorie vallen ook alle lagere categorieën.CAT IV Meetcategorie IV voor metingen aan de bron van laagspanningsinstallaties (bijvoor-beeld hoofdverdeelinrichting, residentiële aansluitpunten van de energieleverancier enz.) en buitenshuis (bijvoorbeeld werkzaamheden aan ondergrondse kabels, boven-grondse leidingen enzovoort). Onder deze categorie vallen ook alle lagere categorie-en. Aardingspotentiaal79

3. Doelmatig gebruikHet testinstrument of de lusweerstandsmeter dient voor contactloze controle van de aardings-weerstand in elektrische installaties. Het testinstrument met verlicht invers lc-display geeft gelijk-tijdig weerstand (0,010 - 1200 Ohm) en wisselstroom (0,00 mA - 20,0 A) weer en beschikt over een geheugen voor meetgegevens, instelbare alarmfunctie bij overschrijding van grenswaar-den, automatische uitschakeling en een Data-Hold-functie. Het robuuste instrument beschikt over een groot meetbereik met hoge resolutie, nauwkeurige, betrouwbare en stabiele prestaties en hoge storingsbestendigheid. Het testinstrument is microprocessorgestuurd en maakt een nauwkeurige aardingsweerstands-metingmogelijk. Doordegeïntegreerdeltertechniekwordenmeetstoringeneffectiefgemini-maliseerd.

Het product is opgebouwd volgens de regels van beschermingsklasse 2 en is dubbel of ver-sterkt geïsoleerd. Het testinstrument mag uitsluitend worden aangesloten aan installaties en meetpunten die overeenkomen met de informatie in de technische gegevens. Vier in de handel verkrijgbare Michon-batterijen (type AA/LR06) dienen als spanningsvoorziening. Er mogen geen oplaadbare accu’s worden gebruikt, vanwege de lagere celspanning. Gebruik het apparaat niet kort voor, tijdens of direct na onweer (blikseminslag. /energierijke overspanningen. ). Let erop dat uw handen, schoenen, kleding, de vloer, schakelingen en scha-kelcomponenten enz. altijd droog zijn. Gebruik het product niet in de directe omgeving van sterke magnetische of elektromagnetische velden, zendmasten of HF-generatoren. De gemeten waarde kan daardoor onjuist zijn.

Elk ander gebruik dan hierboven beschreven zal het product beschadigen en kan andere geva-ren met zich meebrengen, zoals kortsluiting, brand, elektrische schok enz. Het gehele product mag niet worden gewijzigd of worden omgebouwd. De veiligheidsrichtlijnen dienen altijd in acht te worden genomen. 80.

4. Omvang van de levering• Aardingsmeetklem EMZ-1000• 4 batterijen, type AA• Kalibratielus• Transportkoffer• Gebruiksaanwijzing1Actuele gebruiksaanwijzingen Download de actuele gebruiksaanwijzingen via de link www.conrad.com/downloads of scan ze met behulp van de afgebeelde QR-code. Volg de aanwijzingen op de website.5. Veiligheidsinstructies Lees de gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en let vooral op de veiligheidsin-structies. Als u de veiligheidsinstructies en de aanwijzingen voor een juiste be-diening in deze gebruiksaanwijzing niet opvolgt, kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld voor het daardoor ontstane persoonlijke letsel of schade aan voorwerpen. Bovendien vervalt in dergelijke gevallen de aansprakelijkheid/gar-antie.• -Dit apparaat heeft de fabriek in een technisch veilige en perfect werkende toestand verlaten.

• Volg de in deze gebruiksaanwijzing opgenomen veiligheidsinstructies en waar-schuwingen op om het apparaat in deze conditie houden en om te zorgen voor een veilig gebruik ervan! • Op grond van veiligheids- en goedkeuringsoverwegingen (CE) is het eigenhandig ombouwen of veranderen van het product verboden.• Raadpleeg een expert wanneer u twijfelt over het juiste gebruik, de veiligheid of het aansluiten van het apparaat.• Het apparaat niet openen. Bij het openen van afdekkingen of het verwijderen van onderdelen, behalve als dit met de hand mogelijk is, kunnen onder spanning staande onderdelen blootgelegd worden. Condensatoren in het apparaat kunnen nog geladen zijn, zelfs als het apparaat van alle spanningsbronnen zijn geschei-den.81

• Neem naast de veiligheids- en gebruiksaanwijzingen van de overige apparatuur die op het apparaat wordt aangesloten ook de aanwijzingen in de afzonderlijke hoofdstukken van deze handleiding in acht. • Meetinstrumenten en toebehoren zijn geen speelgoed en moeten uit de buurt van kinderen worden gehouden. • Neem in industriële omgevingen de Arbo-voorschriften met betrekking tot het voorkomen van ongevallen in acht. • In scholen en opleidingsinstellingen, hobby- en werkplaatsen moet werken met meetapparatuur gebeuren onder toezicht van daartoe opgeleid personeel. • -Schakel het apparaat nooit onmiddellijk in nadat het van een koude naar een warme kamer is verplaatst. De condens die hierbij wordt gevormd kan het apparaat onder bepaalde omstandigheden onherstelbaar beschadigen. Laat het apparaat eerst op kamertemperatuur komen voordat u het inschakelt. • -Behandel het product met zorg.

Het product kan schade oplopen door een schokken, stoten of zelf een val vanaf een geringe hoogte. • -Laat verpakkingsmateriaal niet achteloos rondslingeren. Dit kan gevaarlijk materiaal worden voor spelende kinderen. • Haal batterijen niet uit elkaar, sluit ze niet kort en werp ze niet in vuur. Probeer nooit gewone batterijen op te laden. Er bestaat dan explosiegevaar. • Verwijder batterijen als u het apparaat langere tijd niet gebruikt om beschadiging door lekken te voorkomen. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen brandend zuur bij contact met de huid opleveren. Gebruik daarom veiligheidshandschoenen om beschadigde batterijen aan te pakken. • -Bewaar batterijen buiten het bereik van kinderen. Laat batterijen niet rondslingeren omdat het gevaar bestaat dat kinderen of huisdieren ze inslikken.

• -Wees bijzonder voorzichtig tijdens de omgang met spanningen >33 V wisselspanning (AC) en >70 V gelijkspanning (DC)! Bij deze spanningen kunt u in geval van contact met een elektrische kabel een levensgevaarlijke elektrische schok krijgen.• Om een elektrische schok te vermijden, dient u erop te letten, dat u de te meten aansluitingen/meetpunten tijdens de meting niet, ook niet indirect, aanraakt. Tij-dens het meten mag niet verder worden gegrepen dan de voelbare markeringen op de handgrepen van het instrument.• Controleer vóór elke meting uw meetinstrument op beschadiging(en). Voer nooit metingen uit als de beschermende isolatie is beschadigd (gescheurd, losgetrok-ken enzovoort). • Als het product niet langer veilig kan worden gebruikt, stel het dan buiten bedrijf en zorg ervoor dat niemand het per ongeluk kan gebruiken.

Als het product zicht-bare schade vertoont, niet meer volgens de voorschriften functioneert, over een langere periode onder ongunstige omgevingsomstandigheden werd opgeslagen of werd blootgesteld aan aanzienlijke transportbelastingen, dan is een veilige wer-king niet meer gegarandeerd.• -Neem ook de veiligheidsinstructies in de afzonderlijke hoofdstukken of in de gebruiksaanwijzing van de te kalibreren apparaten in acht.83

A Symbool voor geopende meetklemB Symbool “Alarm”C Symbool “Groter/gelijk”D Symbool “MR” indicatie meetgeheugenE Symbool “MEM” knippert bij gegevensopslagF GeheugenplaatsnummerG StroomindicatieH Eenheid voor de elektrische stroomI WeerstandsindicatieJ Eenheid van de elektrische weerstandK BatterijstandsindicatieL Symbool “HOLD”M Symbool “NOISE” storingsindicatieEr kunnen andere symbolen op het display aanwezig zijn, maar deze hebben geen functie op dit model apparaat.Betekenis van speciale symbolen op het display:Symbool “NOISE”: Wanneer in de te testen aardingslus een hogere stoorstroom optreedt, knip-pert het symbool en geeft het testinstrument een signaaltoon af.

De meetnauwkeurigheid kan totditmomentnietwordengegarandeerd.Hetsymbool“NOISE”identiceertautomatischstoor-signalen en geeft aan wanneer de stoorstroom groot is.“Er” foutsymbool bij opstarten: Wordt weergegeven, wanneer bij het inschakelen van het testin-strument de handgreep van de klem wordt ingedrukt of de meetklem niet is gesloten.“OLΩ”:Geeftaanwanneerdegemetenweerstandhetmeetbereikheeftoverschreden,bijvoor-beeld wanneer er zich geen spanningsbron in de meetklem bevindt.“L0.01Ω”:Geeftaanwanneerdegemetenweerstandhetmeetbereikheeftonderschreden.“OL A”: Geeft aan wanneer de gemeten stroom het meetbereik heeft overschreden.ABCDEFGHIJKLM85

7. Ingebruikname Zorg dat de max. toegestane ingangswaarden in geen geval worden overschreden. Raak geen schakelingen of schakelcomponenten aan, als hierin hogere spanningen dan 33 V ACrms of 70 V DC kunnen voorkomen! Levensgevaar! De contactoppervlakken van de klem moeten schoon worden gehouden en mogen niet worden gereinigd met bijtende middelen of ruwe voorwerpen.Vermijd hard dichtklappen van de klembekken bij het openen en sluiten van de klem. Hierdoor kunnen de meetspoelen defect raken.Bij de meting van de weerstand is het normaal dat de klembekken een zacht, door het systeem veroorzaakt zoemgeluid maken.

Maak u daarmee vertrouwd, om deze te kunnen onderscheiden van de signaaltonen voor de alarmering.Let op het meetbereik en de werkomgeving, die zijn aangegeven voor dit testinstru-ment.a) MeetprincipeHet basisprincipe van het testinstrumentUR = U / IEMZ-1000 voor aardings-weerstandsmeting is het meten van de lusweerstand. Zie de schets. De uitklapbare meetklem van het testin-strument bestaat uit een spannings- en een stoomspoel. De spanningsspoel levert het opwekkingssignaal en induceert een potentiaal “U” in het te testen stroomcircuit. Onder de werking van het potentiaal “U” wordt in het te testen stroomcircuit een stroom “I” opgewekt. Het testinstrument meet “U” en “I” en gebruikt de formule hiernaast om de gemeten weerstand “R” te verkrijgen.86

b) Schakel het apparaat in Voordat u het apparaat kunt gebruiken, moeten eerst de meegeleverde batterijen in het apparaat worden geplaatst. Het plaatsen en vervangen van de batterijen wordt beschreven in het hoofdstuk “Reiniging en onderhoud”. Open de meetklem vóór het inschakelen een- tot tweemaal om te verzekeren dat de bekken van de klem goed zijn gesloten. Tijdens de inschakelprocedure mag de meetklem niet open zijn en mag er zich geen kabel in de opening van de klem bevinden. Houd het testinstrument tijdens de inschakelprocedure in een rustige stand. Snelle bewegingen of krachtinwerking op de meetklem kan leiden tot onnauwkeurige mee-tresultaten. Druk op de inschakeltoets (4), om het instrument in en uit te schakelen. Na inschakeling vindt er een korte functietest plaats. Tijdens de functietest worden alle dis-playsegmenten weergegeven ter controle.

Wanneer het testinstrument wordt ingeschakeld, wordthetautomatischgekalibreerdengeeft“OLΩ”weerindeaansluiting. Hettestinstrumentis gebruiksklaar. Als er geen zelfkalibratie kan worden uitgevoerd, dan wordt “Er” weergegeven. Dat betekent dat er een fout is opgetreden. Mogelijke oorzaken zijn o. a. dat de meetklem niet juist is gesloten of dat er een kabel is ingeklemd tijdens de startreeks. Controleer in dit geval de meetklem en herhaal de inschakelprocedure. c) Automatische uitschakelingHet testinstrument wordt na 5 minuten automatisch uitgeschakeld. De indicatie knippert 30 se-conden vóór de automatische uitschakeling. Druk op de inschakeltoets (4), om de uitschakeltijd met 5 minuten te verlengen. d) Indicatie batterijstandLet op de batterijstandindicatie in de rechter bovenhoek van het display. De balkjes van het batterijsymbool geven de batterijstand aan.

Vier balkjes geven volle batterijen aan en een be-trouwbare meetfunctie. Bij één balkje moeten er nieuwe batterijen worden voorbereid en moeten deze direct worden geplaatst.

e) WeerstandstestControleer de meetfunctie regelmatig met de Inberg-pen kalibra-EMZ-1000tielus (11). Dit garandeert een functioneel testinstrument.Dekalibratielusisvoorzienvantweeweerstandswaarden(1Ωen10Ω).Schakel het instrument in en wacht de zelftest af. Open de meet-klem na een geslaagde test en plaats de kalibratielus. U kunt 1 Ωof10Ωmeten,afhankelijkvandekant.Sluitdemeetklem.De overeenkomstige meetwaarde moet op het display worden weergegeven. Als er een afwijking wordt weergegeven die niet binnendespecicatiesvalt,voerdan opnieuweeninschakel-procedure uit. Controleer eventueel de juiste toestand van de contactoppervlakken van de meetklem.f) Meetmodus instellenHet testinstrument maakt gelijktijdig meten van lusweerstand en lusstroom mogelijk of alleen het meting van de lusweerstand.U kunt de beide meetmodi omschakelen met de toets “MODE”.

Lusweerstand en lusstroom Lusweerstand Bij het gelijktijdig meten van de lusweerstand en lusstroom is een pulserend zoemge-luid hoorbaar. Bij het meten van alleen de lusweerstand is een constant zoemgeluid hoorbaar.88

8. Gebruik in de praktijka) Aardingssysteem met staven op meerdere puntenAardingssysteem met staven op meerdere punten (bijvoorbeeld aardingssystemen voor masten voor energieoverdracht, aardingssystemen voor communicatiekabels, bepaalde gebouwen en-zovoort) worden verbonden met een aardingssysteem door aardingsdraden (afschermingsman-tel van communicatiekabels). Wanneer het testinstrument wordt gebruikt voor de meting, wordt het vervangende schakelschema hiervan geïllustreerd in de volgende afbeelding.EMZ-1000EMZ-100 0R1 is de gewenste aardingsweerstand.R0 is de equivalente weerstand van de aardingsweerstand van alle andere parallel geschakelde staven(R0 = R2 // R3 // R4).

Volgens de strenge aardingstheorie is R0 echter niet de gebruikelijke parallelle waar-de in de zin van de elektrotechniek (iets hoger dan de IEC-parallelle uitgangswaarde), aangezien het een zogenaamde “handmatige weerstand” betreft. Aangezien de halve bol voor aarding van de afzonderlijke torens veel kleiner is dan de afstand tussen de torens en uiteindelijk het aantal aardingspunten groot is, is R0 veel kleiner dan R1. Daarom is het uit technisch oogpunt redelijk om aan te nemen dat R0 = 0. Dus moet de meetweerstand R1 zijn. Het vergelijken van testen in verschillende omgevingen en bij verschillende gelegen-heden met de traditionele methode heeft aangetoond dat de bovenstaande aanname in ieder geval acceptabel is.89

b) Aardingssysteem met begrensde puntenBij enkele masten zijn vijf masten met elkaar verbonden door bovengrondse kabels. Bovendien bestaat de aarding van enkele gebouwen niet uit een onafhankelijk aardingsnet, maar uit meerdere aardingsaansluitingen die door kabels met elkaar zijn verbonden.Onder deze omstandigheden voert de aanname dat de bovengenoemde R0-waarde 0 is, tot een grotere fout bij de meetresultaten. Om dezelfde redenen wordt de invloed van de weder-zijdse weerstand genegeerd en wordt de vervangingsweerstand van de parallel geschakelde aardingsweerstand op de gebruikelijke wijze berekend. Op deze manier kunnen voor een aardingssystem met N aardingsaansluitingen (N is klein, maar groter dan 2), N vergelijkingen worden opgesteld:Waarbij: R1, R2.... RN zijn de aardingsweer-( - 1)Nstanden van N aardingsaansluitingen.R1T, R2T....

RNT zijn de met het testinstrument gemeten weerstanden in verschillende aar-dingsaftakkingen.Het gaat om niet lineaire vergelijkingen met N onbekende getallen en N vergelijkingen. Er is weliswaar een eenduidige oplossing, maar deze is zeer moeilijk om het probleem kunst-matig op te lossen, zelfs onmogelijk, wanneer N groot is.De gebruiker kan een computer gebruiken om de oplossing te verkrijgen met behulp van een rekenprogramma voor de berekening van het aardingssysteem met begrensde punten.De gebruiker moet er echter op letten dat afhankelijk van het aantal van de in het aardings-system met elkaar verbonden aardingsaansluitingen het gelijke aantal testwaarden voor de berekening moet worden gemeten, niet meer of minder. En de software levert het gelijke aantal aardingsweerstandswaarden op.90

c) EenpuntsaardingssystemenHet testinstrument kun nu vanuit het meetprincipe alleen de lusweerstand meten, maar niet de eenpuntsaarding. De gebruiker kan echter gebruikmaken van een testkabel en de aardingselek-trode in de buurt van het aardingssysteem, om kunstmatig een lus voor de controle te verkrijgen. In het volgende worden er twee methoden voorgesteld voor het meten van de eenpuntsaarding met het testinstrument. Deze methoden kunnen worden toegepast bij gelegenheden die vallen buiten het bereik van de traditionele spannings-stroom-testmethode.1A) TweepuntsmethodeZoals in de onderstaande afbeelding wordt geïllustreerd, zoekt men in de buurt van de gemeten aardingsaansluiting RA een onafhankelijke aardingsaansluiting met betere aardingstoestand RB (bijvoorbeeld een waterleiding in de buurt of een gebouw).

Verbind RA en RB met de testkabel.EMZ -100 0De door het testinstrument gemeten weerstandswaarde is de berekende waarde uit de beide aardingsweerstanden en de weerstand van de testkabel.RT = RA + RB + RLWaarbij: RT is de door het testinstrument gemeten weerstandswaarde.RL is de weerstandswaarde van de testkabel.RL kan met het testinstrument worden gemeten, door de einden van de testkabel te verbinden.Wanneer de meetwaarde van het testinstrument kleiner is dan de toegestane waarde van de aardingsweerstand,danis deaardingsweerstandvan beideaardingsaansluitingengekwali-ceerd.91

2B) DriepuntsmethodeZoals in de onderstaande afbeelding wordt geïllustreerd, zoekt men in de buurt van de gemetenaardingsaansluiting RA twee onafhankelijke aardingsaansluitingen met betere aardingstoestandRB en RC.Verbind vervolgens RA en RB met een testkabel. Gebruik het testinstrument om de eerste meet-waarde R1 te verkrijgen.EMZ-1000Verbind dan RB en RC zoals geïllustreerd in onderstaande afbeelding. Gebruik het testinstru-ment om de tweede meetwaarde R2 vast te stellen.EMZ-100092

Ten derde: Verbind RC en RA zoals geïllustreerd in onderstaande afbeelding. Gebruik het tes-tinstrument om de derde meetwaarde R3 te verkrijgen.EMZ-1000De telkens gemeten waarde in de drie bovenstaande stappen is de seriewaarde van beide aardingsweerstanden. Op deze manier kan de waarde van elke aardingsweerstand gemakkelijk worden berekend:R1 = RA + RB, R2 = RB + RC, R3 = RC + RARA = (R1 + R3 - R2) /2Dit is de aardingsweerstandswaarde van aardingsaansluiting RA. Om de bovenstaande formule beter te kunnen opmerken, kan men deze drie aardingsaansluitingen als driehoek beschouwen; dan is de gemeten weerstand gelijk aan de som van de weerstandswaarden van de aanliggende zijden min de weerstandswaarde van de tegenoverliggende zijde en wordt deze gedeeld door 2.De waarden van de aardingsweerstanden van de beide andere aardingsaansluitingen zijn:RB = R1 - RARC = R3 - RA93

9. Uitgebreide functiesa) AlarminstellingDe alarmfunctie maakt een akoestische signalering mogelijk wanneer voorgeschreven grens-waarden bij de weerstands- en stroommeting worden overschreden. Dit maakt een snelle en comfortabele reeksmeting mogelijk.Druk na het inschakelen kort op de toets “AL” om de alarmfunctie in of uit te schakelen.Houd de toets “SET” ongeveer 2 seconden ingedrukt, totdat het eerste cijfer (decimaalplaatsvoor honderdsten) op het display knippert. Druk op de toets “MEM” of de toets “AL” om de alarmwaarde in te stellen. De toets “MEverhoogt de waarde, de toets “AL” verlaagt de waarde.De toets “SET” wisselt de decimaalplaats.De alarminstelling voor weerstand en stroom kan worden omgeschakeld met de toets “MODEHoud de toets “SET” ongeveer 2 seconden ingedrukt als alle waarden zijn ingesteld.

De instellingen worden opgeslagen en het instelmenu wordt gesloten.Als bij geactiveerde alarmfunctie de meetwaarde (Weer-stand of stroom) groter is dan de alarmwaarde, dan knippert het alarmsymbool (B) en het testinstrument piept met intervallen. De maximale alarmwaarde voor de aardingsweerstand bedraagt 200 Ohm.b) HOLD-functieDe meetwaarde kan op het display worden vastgehouden met de “HOLD”-functie, om de meetwaardeinallerusttekunnenaezenofdocumenteren.Als er een stabiele meetwaarde wordt weergegeven, druk dan kort op de toets “HOLD”. Het “HOLD”-symbool verschijnt op het scherm en de Indicatie blijft staan. Door opnieuw op de toets “HOLD” te drukken, wordt de waarde gewist en wordt de meting weer vrijgegeven. Het symbool “HOLD” verdwijnt.94

c) Opslaan/uitlezen/wissen van gegevensHet testinstrument kan maximaal 300 metingen intern opslaan. Deze opgeslagen waarden kun-nen ook weer worden uitgelezen op het instrument. Zo kunnen meetreeksen worden opgesla-gen, om deze achteraf te documenteren.Opslaan:Druk kort op de toets “HOLD” om de meetgegevens op te slaan. Het symbool “HOLD” licht op en verder knippert “MEM” eenmaal. De waarde van het geheugenplaatsnummer (F) wordt met één verhoogd. Druk op de toets “HOLD” om de meting weer vrij te geven.Wanneer alle geheugenplaatsen zijn bezet, knippert “FULL” op het display en wordt het symbool “MEM” weergegeven. Uitlezen:Druk kort op de toets “MEM” om de gegevens uit te lezen. Het symbool “MR” wordt weerge-geven. De geheugenplaatsen kunnen worden geselecteerd met de toetsen “AL” of “SET”.

Elke keer drukken schakelt een geheugenplaats verder of terug.Druk weer kort op de toets “MEM” om de uitleesprocedure te beëindigen. De linker afbeelding toont dat het “MEM”-symbool eenmaal knippert wanneer de gegevens zijn opgeslagen en het aantal bezette geheugenplaatsen 1 bedraagt. De rechter afbeelding toont de toegangsmodus voor gegevens en de teller 1 voor geheugenplaatsen.Wissen:Houd in toegangsmodus voor gegevens de toets “MEM” ingedrukt en druk dan op de inschakel-toets, om de opgeslagen gegevens te wissen.95

10. Reiniging en onderhouda) AlgemeenIJk het apparaat eenmaal per jaar om de nauwkeurigheid van de multimeter over een langere periode te kunnen garanderen.Afgezien van af en toe schoonmaken en batterij vervangen is het apparaat absoluut onder-houdsvrij.Voor instructies over hoe de batterijen te vervangen, zie hieronder. Controleer regelmatig de technische veiligheid van het apparaat en de meetkabels op bijv. beschadigingen van de behuizing of beknelling etc.b) ReinigingVoordat u het apparaat reinigt, dient u absoluut de volgende veiligheidsinstructies in acht tenemen: Bij het openen van afdekkingen of het verwijderen van onderdelen, behalve als dit metde hand mogelijk is, kunnen onder spanning staande onderdelen blootgelegd worden. Vóór het schoonmaken of repareren moeten de aangesloten snoeren van het appa-raat en van alle spanningsbronnen worden losgekoppeld.

Schakel het apparaat uit.Gebruik voor de reiniging geen schurende reinigingsmiddelen, benzine, alcohol of dergelijkeDaardoor wordt het oppervlak van het meetinstrument aangetast. De dampen zijn bovendienschadelijk voor de gezondheid en explosief. Gebruik voor de reiniging ook geen scherp gereedschap zoals schroevendraaiers of staalborstels e.d.Gebruik voor de reiniging van het apparaat, het display en de meetkabels een schone, pluisvrije,antistatische en enigszins vochtige doek. Laat het apparaat compleet drogen voordat u het voor de volgende meting gebruikt.96

c) Plaatsen en vervangen van de batterijenEr zijn vier mignon-batterijen (type AA, LR06) nodig om het apparaat te gebruiken. Er moeten nieuwe en volle batterijen worden geplaatst bij de eerste ingebruikname of wanneer de batterij-standindicatie nog slechts één of geen balkjes meer weergeeft.Ga voor het plaatsen of vervangen van de batterij als volgt te werk:Ontkoppel het instrument van alle meetcircuits. Verwijder alle meetsnoeren van uw apparaat en schakel het uit.Draai beide schroeven van het deksel van het batterijvak aan de achterkant los en verwijder het deksel van het batterijvak van het instrument.Vervang de lege batterijen door vier nieuwe van hetzelfde type. Plaats de batterijen volgens de juiste polariteit in het batterijvak. Houd rekening met de in het batterijvak aangegeven polariteit.Sluit de behuizing weer zorgvuldig.

Gebruik het meetapparaat in geen geval in geopende toestand. !LEVENSGEVAAR! Laat geen lege batterijen in het meetapparaat zitten. Zelfs lekbestendige batterijen kunnen gaan roesten, waardoor er chemicaliën uit kunnen lekken die schadelijk zijn voor de gezondheid en het apparaat kunnen beschadigen. Laat batterijen niet achteloos rondslingeren. Deze kunnen door kinderen of huisdieren worden ingeslikt. Raadpleeg onmiddellijk een arts als er een batterij is ingeslikt. Haal om lekkage te voorkomen de batterijen uit het apparaat wanneer het langere tijd niet wordt gebruikt. Lekkende of beschadigde batterijen kunnen chemische brandwonden veroorzaken als deze met uw huid in aanraking komen. Draag daarom geschikte handschoenen als u dergelijke batterijen aanraakt. Zorg ervoor dat batterijen niet worden kortgesloten. Gooi batterijen niet in het vuur.

Normale batterijen mogen niet opgeladen of uit elkaar gehaald worden. Er bestaat dan explosiegevaar. Gebruik alleen alkalinebatterijen omdat deze krachtig zijn en lang meegaan.97

11. Verwijdering Afgedankte elektronische apparaten bevatten waardevolle stoffen en behoren niet bij het huishoudelijk afval. Voer het product aan het einde van zijn levensduur volgens de geldende wettelijke bepalingen af. Neem de geplaatste batterij eruit en voer deze gescheiden van het product af.Weggooien van gebruikte batterijenU bent als eindverbruiker volgens de KCA-voorschriften wettelijk verplicht alle lege batterijen en accu’s in te leveren; verwijdering via het huisvuil is niet toegestaan. Batterijen en accu’s met schadelijke stoffen worden gekenmerkt door de hiernaast afgebeelde symbolen, die erop wijzen dat de batterijen/accu’s niet via het gewone huisvuil weggegooid mogen worden. De aanduidingen voor de zware metalen die het betreft zijn: Cd=cadmium, Hg=kwik, Pb=lood (aanduiding wordt op de batterijen/ac-cu’s vermeld, bijv. onder het links afgebeelde vuilnisbakpictogram).

U kunt verbruikte batterijen/accu’sgratisbijdeverzamelpuntenvanuwgemeente,onzelialenofoveralwaar batterijen/accu’s worden verkocht, afgeven.Zo vervult u uw wettelijke verplichtingen en draagt u bij tot de bescherming van het milieu.98

12. Verhelpen van storingenMet dit apparaat heeft u een product aangeschaft dat volgens de huidige stand der techniek is ontwikkeld en gebruiksveilig is.Er kunnen zich echter problemen of storingen voordoen. Raadpleeg daarom de volgende informatie over de manier waarop u eventuele problemen zelf gemakkelijk op kunt lossen: Neem absoluut de veiligheidsinstructies in acht!Storing Mogelijke oorzaak OplossingHet apparaat functioneert niet.Zijn de batterijen leeg? Controleer de toestand. Batterij vervangen.Verkeerde meetwaarde Zijn de batterijen leeg? Controleer de toestand. Batterij vervangen.Geen verandering op het display.Is de HOLD-functie actief? Controleer of het symbool "HOLD" op het display oplicht.

Deactiveer de "HOLD"-functie.Er verschijnt "FULL" op het displayDe meetwaardegeheugens zijn allemaal bezet.Wis de meetwaardege-heugens.Er verschijnt "Er" op het displayKalibratiefout bij het inschakelen.Controleer de meetklem op vervuiling of ingeklemde onderdelen. Andere reparaties dan hierboven beschreven mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een erkende vakman. Neem bij vragen over het gebruik van het meetinstrument contact op met onze tech-nische helpdesk.99

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Voltcraft EMZ-1000 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden