Victron Energy Lynx Shunt VE.Can Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Victron Energy Lynx Shunt VE.Can (35 pagina’s), behorend tot de categorie Meetapparatuur. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 72 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Victron Energy Lynx Shunt VE.Can of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Victron Energy |
| Categorie: | Meetapparatuur |
| Model: | Lynx Shunt VE.Can |
Handleiding Victron Energy Lynx Shunt VE.Can – volledige tekst
9. 9. SoC synchroniseren naar 100 %. 229. 10. Nulstroomkalibratie. 2210. Accucapaciteit en Peukert-exponent. 2411. Probleemoplossing en ondersteuning. 2611. 1. Bekabelingsproblemen. 2611. 2. Hoofdzekering problemen. 2611. 3. Accu monitor problemen. 2611. 3. 1. Laad- en ontlaadstroom zijn verwisseld. 2611. 3. 2. Onvolledige stroom aflezing. 2611. 3. 3. Er wordt een stroom weergegeven terwijl er geen stroom is. 2611. 3. 4. Onjuiste laadstatus. 2711. 3. 5. Laadstatus toont altijd 100 %. 2711. 3. 6. Laadstatus bereikt de 100 % niet. 2711. 3. 7. Laadstatus neemt niet snel genoeg toe of te snel toe tijdens het laden. 2711. 3. 8. Laadstatus ontbreekt. 2811. 3. 9. Problemen met synchronisatie. 2811. 4. GX-Apparaat problemen. 2812. Garantie. 2913. Technische specificaties Lynx Shunt VE. Can. 3014. Bijlage. 31Lynx Shunt VE. Can.
1. Veiligheidsvoorzorgsmaatregelen1.1. Veiligheidswaarschuwingen Lynx Distribution System• Werk niet aan busbars waar stroom op staat. Zorg ervoor dat er geen stroom op de busbar staat door allepositieve accupolen los te koppelen voordat u de Lynx voorkant verwijdert.• Werkzaamheden aan accu's zouden alleen door gekwalificeerd personeel uitgevoerd moeten worden.Neem de veiligheidswaarschuwingen, zoals vermeld in de accu handleiding, in acht.1.2. Transport en OpslagBewaar dit product in een droge omgeving.De geschikte opslagtemperatuur is: -40 °C tot +65 °C.Er kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor schade tijdens vervoer wanneer de apparatuur niet in de origineleverpakking wordt vervoerd.Lynx Shunt VE.CanPagina 1 Veiligheidsvoorzorgsmaatregelen
2. Inleiding2.1. De Lynx Shunt VE.CanDe Lynx Shunt VE.Can bevat een positieve en negatieve rail, een accu monitor en een zekeringhouder voor de systeemhoofdzekering. De Lynx Shunt VE.Can is onderdeel van het Lynx-verdeelsysteem.De Lynx Distributor heeft een voedings-LED.De Lynx Shunt VE.Can kan via VE.Can met een GX-apparaat communiceren.De Lynx Shunt VE.Can - met en zonder voorkantDe Lynx Shunt VE.Can wordt geleverd met twee RJ45 VE.Can-busafsluiters. Deze worden gebruikt tijdens aansluiten op eenGX-apparaat.Twee RJ45 VE.Can-busafsluitersDe Lynx Shunt VE.Can is ontworpen voor een CNN-zekering. De zekering moet afzonderlijk worden aangeschaft. Voor meerinformatie zie Zekeren [10]Een voorbeeld van een CNN-zekering2.2.
GX-apparaatDe Lynx Shunt VE.Can kan worden bewaakt en ingesteld met een GX-apparaat.Voor meer informatie over het GX-apparaat zie de GX-apparaat productpagina.Het GX-apparaat kan worden verbonden met het VRM-portaal voor bewaking op afstand.Voor meer informatie over het VRM-portaal zie de VRM-pagina.Lynx Shunt VE.CanPagina 2 Inleiding
GX-Apparaten: Cerbo GX & GX Touch, CCGX en Venus GX2.3. TemperatuursensorOp de Lynx Shunt VE.Can kan een temperatuursensor worden aangesloten. Deze wordt gebruikt om de accutemperatuur temeten.De temperatuursensor is optioneel en moet afzonderlijk worden aangeschaft. Voor meer informatie zie de TemperatuursensorQUA PMP GX-apparaat productpagina.Temperatuursensor QUA PMP GX-apparaat2.4. VictronConnect-appVoor meer informatie zie de VictronConnect-app downloadpagina en de VictronConnect handleiding.2.5. Het Lynx-verdeelsysteemHet Lynx-verdeelsysteem is een modulair busbar-systeem dat DC-aansluitingen, verdeling, afzekering, accubewaking en / oflithium accubeheer bevat.
Voor meer informatie zie ook de DC-verdeelsystemen productpagina.Het Lynx-verdeelsysteem bestaat uit de volgende onderdelen:• Lynx Power In - Een positieve en negatieve busbar met 4 aansluitingen voor accu's of DC-apparatuur.• Lynx Distributor - Een positieve en negatieve busbar met 4 gezekerde aansluitingen voor accu's of DC-apparatuur metbewaking van de zekeringen.• Lynx Shunt VE.Can - Een positieve busbar met ruimte voor een systeem hoofdzekering en een negatieve busbar met eenshunt voor accubewaking. Het heeft VE.Can-communicatie voor bewaking en instellen met een GX-apparaat.• Lynx Smart BMS - Voor gebruik samen met Victron Energy Smart lithiumaccu's. Het bevat een positieve busbar met eenmagneetschakelaar die wordt aangestuurd door een accubeheersysteem (BMS) en een negatieve busbar met een shuntvoor accubewaking.
Het heeft Bluetooth-communicatie voor bewaking en instellen via de VictronConnect-app en VE.Can-communicatie voor bewaking met een GX-apparaat en het VRM-portaal.De Lynx-modules: Lynx Power In, Lynx Distributor, Lynx Shunt VE.Can en Lynx Smart BMSLynx Shunt VE.CanPagina 3 Inleiding
ShuntMain Fuse+-+-Battery monitorHet intern bedradingsschema van de Lynx Shunt VE.Can3.2. HoofdzekeringDe Lynx Shunt bevat de systeem hoofdzekering.De zekering wordt bewaakt door de Lynx Shunt VE.Can en deze zal een alarm af laten gaan, de voedings-LED rood laten wordenen een bericht sturen naar het GX-apparaat wanneer de zekering springt.Dit relais kan aangestuurd worden door de gesprongen zekering parameter.3.3. accu monitor (shunt)De Lynx Shunt VE.Can accu monitor werkt op een zelfde manier als de andere Victron Energy accu monitors. Het bevat eenshunt en accubewakingselektronica.De accubewakingsgegevens kunnen via een GX-apparaat of het VRM-portaal afgelezen worden. .3.4. AlarmrelaisDe Lynx Shunt VE.Can heeft een alarm relais.
Dit relais kan geprogrammeerd worden via het GX-apparaat om te openen en tesluiten afhankelijke van de volgende parameters:• Acculaadstatus• Accuspanning• Temperatuur van de accu• Gesprongen zekeringHet alarmrelais kan bijvoorbeeld worden gebruikt om een aggregaat te starten of te stoppen aan de hand van de acculaadstatusof de accuspanning. De alarmberichten die naar het GX-apparaat of naar het VRM-portaal worden gestuurd kunnen op eenzelfde manier geprogrammeerd worden.Lynx Shunt VE.CanPagina 5 Kenmerken
GX-Apparaatinstellingen alarmrelais en alarmberichten3.5. TemperatuursensorDe temperatuursensor is een optionele extra en kan gebruikt worden om de accutemperatuur te meten. Wanneer in gebruik zalde Lynx Shunt VE.Can de accutemperatuur meten en deze kan dan worden gebruikt om het Lynx Shunt VE.Can-alarmrelais aante sturen.De temperatuurgegevens of temperatuuralarmen zullen ook naar het GX-apparaat gestuurd worden en vanaf daar naar hetVRM-portaal. Op het VRM-portaal worden de temperatuurgegevens vastgelegd en zijn deze toegankelijk.Afbeelding 1. Voorbeeld van VRM-datalogging accutemperatuurVoorbeeld van accutemperatuur datalogging op VRMLynx Shunt VE.CanPagina 6 Kenmerken
NMEA 2000Communicatie met een NMEA 2000-netwerk kan tot stand worden gebracht via de Lynx Shunt VE.Can VE.Can-aansluitingsamen met een VE.Can naar NMEA 2000 micro-C mannelijk-kabel.Ondersteunde NMEA 2000 PGN’s:Productinformatie - PGN 126996DC gedetailleerde Status - PGN 127506DC- / Accustatus - PGN 127508Status schakelaarset - PGN 127501• Status 1: Magneetschakelaar• Status 2: Alarm• Status 3: Accuspanning laag• Status 4: Accuspanning hoog• Status 5: Status programmeerbaar relaisKlasse en functie:N2K-apparaatklasse: Elektrische opwekkingN2K-apparaatfunctie: AccuVoor meer informatie zie de NMEA 2000 & MFD-integratiegids.Lynx Shunt VE.CanPagina 7 Communicatie en interfacing
5. Systeemontwerp5.1. Lynx Distributor systeemonderdelenEen Lynx-verdeelsysteem bestaat uit een enkele Lynx Shunt VE.Can-module.Daarna worden enkele, meerdere of een combinatie van Lynx Distributor-modules en / of Lynx Power In-modules toegevoegd.Samen vormen zij een doorlopende negatieve en positieve busbar met DC-aansluitingen en, afhankelijk van de configuratie,geïntegreerde zekeringen, een accu monitor en / of lithiumaccubeheer.5.1.1. Het onderling verbinden van Lynx-modulesElke Lynx-module kan verbonden worden met ander Lynx-modules aan de linkerkant (M8-gat) en aan de rechterkant (M8-bout).Als de Lynx-module de eerste of laatste in de lijn is, of alleenstaand wordt gebruikt, dan is het mogelijk accu's, belastingen ofladers direct op deze verbindingen aan te sluiten.
Hoewel wij dit niet aanbevelen aangezien extra isolaties en zekeringen nodigzijn.Lynx-aansluitingen: Deze pijl geeft aan waar de andere Lynx-modules verbonden kunnen wordenHet onderstaand voorbeeld laat een Lynx-systeem zien dat bestaat uit een Lynx Power In, Lynx Shunt VE.Can enLynx Distributor. Samen vormen zij een doorlopende busbar met niet-gezekerde accu-aansluitingen, accu monitor, systeemhoofdzekering en gezekerde belastingaansluitingen.Afbeelding 2. Voorbeeld van onderling verbonden Lynx-modules zonder hun voorkant (Lynx ShuntVE.Can)Battery connections Fused DC loads and charge connectionsBattery monitor and main fuseOnderling verbonden Lynx-modules: Lynx Power In, Lynx Shunt VE.Can en Lynx Distributor5.1.2.
Oriëntering van Lynx-modulesAls het Lynx-systeem een Lynx Shunt VE.Can bevat moeten alle accu's altijd aan de linkerkant van het Lynx-systeem wordenaangesloten en de rest van het DC-systeem (belastingen en laders) moeten aan de rechterkant worden aangesloten. Op dezemanier kan de accu laadstatus juist worden berekend.Lynx Shunt VE.CanPagina 8 Systeemontwerp
From battery bankTo DC system, All DC loads and DC charge sources Voorbeeld van Lynx-module-oriëntatie: de accu's maken verbinding met de linkerkant en alle belastingen en laders makenverbinding aan de rechterkantDe Lynx-modules kunnen in elke richting worden gemonteerd. Mochten ze ondersteboven worden gemonteerd, zodat de tekst opde voorkant van de units ook ondersteboven staat, gebruik dan de speciale stickers die bij elke Lynx-module worden geleverd,zodat de tekst in de juiste richting staat.From battery bankTo DC system, All DC loads and DC charge sources Voorbeeld van ondersteboven gemonteerde Lynx-modules: de accu's zijn aan de rechterkant aangesloten, alle belastingen enladers zijn aan de linkerkant aangesloten en de ondersteboven stickers zijn aangebracht.5.1.3.
4 batteries in parallelInverter/chargerSolar chargerLynx Power In Lynx Shunt VE.Can Lynx DistributorCerbo GXVE.CanVE.DirectRJ10 cableTempsensorBatteryProtectVE.BusGX touch 50DC loadsSysteem met Lynx Shunt VE.Can, loodzuur accu's, een Lynx Shunt VE.Can en een Lynx Distributor5.2. Systeemafmetingen5.2.1. Stroomclassificatie Lynx-modulesDe Lynx Distributor, Lynx Shunt VE.Can en de Lynx Power In zijn geclassificeerd voor een nominale stroom van 1000 A voor 12,24 of 48 V-systemen.Zie onderstaande tabel om een idee te krijgen over hoeveel stroom de modules aankunnen op verschillende spanningen. Destroomclassificatie geeft u een indicatie over hoe groot het verbonden omvormer- / ladersysteem kan zijn.
Houd er rekening meedat wanneer omvormers of omvormers / laders worden gebruikt zowel het AC- als DC-systeem worden gevoed door de accu's.Let ook op het feit dat een Lynx Smart BMS of een Lynx Ion (niet meer leverbaar) een lagere stroomclassificatie kan hebben.12 V 24 V 48 V1000 A 12 kW 24 kW 48 kW5.2.2. ZekerenDe Lynx VE.Can heeftruimte voor een hoofdzekering. Deze ruimte is ontworpen voor een CNN-zekering. Een 325 A / 80 Vzekering is beschikbaar bij Victron Energy (CIP140325000-Fuse CNN 325 A / 80 V voor Lynx shunt) of gebruik een andere CNN-zekering van Littelfuse. Alhoewel de afstand tussen zekering bevestigingsbouten is ontworpen voor een CNN-zekering is hetwellicht ook mogelijk andere typen zekeringen hierin te plaatsen. De zekering bevestigingsbouten zijn M8 en hun middelpuntenliggen 63 mm uit elkaar.Lynx Shunt VE.CanPagina 10 Systeemontwerp
CNN-zekering afmetingen in inches (mm)Gebruik altijd een zekering met de juiste spanning en stroom waarde. Stem de waarde van de zekering af op de maximalespanningen en stromen die mogelijk kunnen optreden in het gezekerde circuit. Voor meer informatie over de waardes vanzekeringen en berekeningen van stroom door de zekeringen zie het Wiring Unlimited boek.Wanneer meerdere Lynx-modules worden gebruikt moet de totale waarde van alle zekeringen in allecircuits niet groter zijn dan de stroomclassificatie van de Lynx-module of het Lynx-model met de laagstestroomclassificatie.5.2.3. BekabelingDe stroomclassificatie van de draden of kabels gebruikt om de Lynx Shunt VE.Can te verbinden met accu's en / of DC-belastingen moeten geschikt zijn voor de maximale stromen die op kunnen treden in de verbonden circuits.
6. Installatie6. 1. Mechanische aansluitingen6. 1. 1. Lynx-module aansluitmogelijkhedenDe Lynx-module kan worden geopend door 2 schroeven aan de voorkant los te maken. De aansluitingen aan de linkerzijde zijn afgedekt door verwijderbare rubberen hoezen. Rood is de positieve busbar en zwart is de negatieve busbar. Cover screwCover screwRemovable sleevePositive busbarRemovable sleeveNegative busbarLocatie van de schroeven aan de voorkant en de verwijderbare hoezen6. 1. 2. Monteren en onderling verbinden van Lynx-modulesIn deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u meerdere Lynx-modules aan elkaar bevestigt en hoe u de Lynx-module op zijnuiteindelijke locatie monteert. Voor een mechanische tekening van de behuizing, met afmetingen en de locatie van de bevestigingsgaten, zie de bijlage vandeze handleiding.
Dit zijn de punten waarmee u rekening moet houden bij het verbinden en monteren van Lynx-modules:• Als Lynx-modules aan de rechterkant worden aangesloten en als de Lynx-module aan de rechterkant is voorzien van eenplastic afdekking, verwijder dan de zwarte plastic afdekking. Als de Lynx-module wordt geplaatst als de meest rechtse module,laat de zwarte plastic afdekking dan zitten. • Als Lynx-modules aan de linkerkant worden aangesloten, verwijder dan de rode en zwarte rubberen hoezen. Als de Lynx-module wordt geplaatst als de meest linkse module, laat de rode en zwarte rubberen hoezen dan zitten. • Als het Lynx-systeem een Lynx Smart BMS of Lynx Shunt VE. Can bevat, dan is de linkerzijde de accuzijde en de rechterzijdede DC-systeemzijde. • Verbind alle Lynx-modules met elkaar door middel van de M8-gaten en -bouten aan de linker- en rechterkant.
Zorg ervoor datde modules correct in de uitsparingen van de rubberen verbindingsstukken worden geschoven. • Plaats de ring, veerring en moer op de bout en draai de bout vast met een aandraaimoment van 14 Nm. • Bevestig het Lynx-systeem op zijn uiteindelijke positie door middel van de 5 mm bevestigingsgaten. Lynx Shunt VE.
Afbeelding 3. Verbindingsvolgorde tijdens het verbinden van twee Lynx-modulesLynx moduleM8 bolt M8 Spring washer M8 WasherLynx moduleJuiste plaatsing van de M8-ring, -veerring, en -moer.6.2. Elektrische verbindingen6.2.1. Sluit DC-bekabeling aanDit hoofdstuk is wellicht niet van toepassing als de Lynx-module is aangesloten op andere Lynx-modules, zoals het geval kan zijnvoor de Lynx Smart BMS of the Lynx Shunt VE.Can.Voor alle DC-aansluitingen geldt het volgende:• Alle kabels en draden die op de Lynx-module worden aangesloten, moeten zijn voorzien van M8-kabelschoenen.• Let tijdens het aansluiten van de kabel op de juiste plaatsing van de kabelschoen, ring, veerring en moer op elke bout.• Draai de moeren vast met een aandraaimoment van 14 Nm.Afbeelding 4.
Juiste aansluitvolgorde DC-dradenM8 bolt M8 Spring washer M8 WasherCable lugLynx moduleJuiste plaatsing van de M8-kabelschoen, -ring, -veerring en -moer6.2.2. Verbind RJ10-kabel(s)Deze instructies zijn alleen van toepassing als het systeem Lynx Distributor(s) bevat samen met een Lynx Smart BMS of eenLynx Shunt VE.Can.Er zijn twee RJ10-connectoren in elke Lynx Distributor, een aan de linkerkant en een aan de rechterkant.
• Voer de RJ10-kabel door de uitsparing aan de onderkant van de Lynx Distributor, zie bovenstaande afbeelding.• On een Lynx Shunt VE.Can aan te sluiten, voer de kabel door de uitsparing aan de onderkant en steek de RJ10-kabel in deRJ10-connector.Verbindingsvoorbeeld Lynx Shunt VE.Can-systeem - RJ10 kabels aangegeven in het geel6.2.3. Sluit de temperatuursensor aanEen optionele accu temperatuursensor kan worden aangesloten op de groene klem met het + en - symbool.De connector kan worden verwijdert van de klem voor eenvoudige aansluiting.De accutemperatuur is polariteitsgevoelig. Sluit de zwarte draad aan op de - klem en de rode draad op de + klem.Temperature sensor connectorTemperatuursensor aansluiting Lynx Shunt VE.Can6.2.4. Sluit het alarm relais aanDe alarmrelais connector is de zwarte 2-weg connector.
Zie onderstaande afbeelding voor zijn locatie.Alarm relay connenctorAlarmrelais aansluiting Lynx Shunt VE.Can6.2.5. Plaats hoofdzekeringPlaats de hoofdzekering in de Lynx Shunt VE.Can.Houd er rekening mee dat als de positieve rail al van stroom wordt voorzien, het systeem onder spanning komt te staan op hetmoment dat de zekering wordt geplaatst.Lynx Shunt VE.CanPagina 14 Installatie
Het plaatsen van de CNN-zekering in de Lynx Shunt VE.Can6.2.6. Sluit het GX-apparaat aanSluit de Lynx Shunt VE.Can VE.Can-poort aan op de VE.Can-poort van het GX-apparaat door middel van een RJ45-kabel.Meerdere VE.Can-apparaten kunnen onderling verbonden worden, maar zorg ervoor dat op zowel het eerste als laatste VE.Can-apparaat allebei een VE.Can RJ45-busafsluiter geïnstalleerd is.Geef het GX-apparaat voeding van de uitgang van de Lynx Shunt VE.Can of een Lynx Distributor aangesloten op de output vande Lynx Shunt VE.Can.VE.Can RJ45 terminatorVE.Can RJ45 terminatorRJ45 UTP cableGX device power cablesBedradingsvoorbeeld Lynx Shunt VE.Can en GX-apparaatLynx Shunt VE.CanPagina 15 Installatie
RJ45 VE.can connectorsLocatie VE.Can-connectoren Lynx Shunt VE.Can6.3. Configuratie en instellingen6.3.1. Instellingen Lynx Shunt VE.CanEenmaal opgestart en verbonden met een GX-apparaat, navigeer naar het Lynx Shunt VE.Can-instellingenmenu op het GX-apparaat om instellingen te maken en te wijzigen.De meeste instellingen kunnen op hun standaardwaarden gelaten worden, maar er zijn een paar essentiële instellingen die u zelfmoet doen:• Stel de accucapaciteit in.• Als lithium accu's worden gebruikt zijn specifieke accubewakingsinstellingen nodig.
Raadpleeg het accubewakingsinstellingenhoofdstuk.• Als het alarmrelais wordt gebruik, stel de alarmrelaisparameters in.Voor een volledig overzicht en een uitleg van alle accubewakingsinstellingen, raadpleeg het accubewakingsinstellingen hoofdstukStel de Lynx Shunt VE.Can-instellingen in door middel van een GX-apparaatLynx Shunt VE.CanPagina 16 Installatie
7. Inbedrijfstelling van de Lynx Shunt VE.CanVolgorde inbedrijfstelling:Controleer polariteit van alle DC-kabels.Controleer dwarsdoorsnede van alle DC-kabels.Controleer of alle kabelschoenen correct zijn gekrompen.Controleer of alle kabelverbindingen vast zitten (overschrijdt niet het maximale aandraaimoment).Trek zachtjes aan elke accukabel om te kijken of de aansluitingen vast zitten en de kabelschoenen juistgekrompen zijn.Zet een belasting aan en bekijk of de accu monitor de juiste stroompolariteit weergeeft.Laadt de accu volledig op, zodat de accu monitor synchroniseert.Lynx Shunt VE.CanPagina 17Inbedrijfstelling van de Lynx ShuntVE.Can
8. Werking van de Lynx Shunt VE. CanDe Lynx Shunt VE. Can wordt actief zodra er stroom op de ingang (accuzijde) staat van de Lynx Shunt VE. Can. De Lynx Shunt VE. Can bewaakt de accu laadstatus en de zekering. LED-IndicatiesDe basis operationele status van de Lynx Shunt VE. Can wordt getoond via de voedings-LED. Zie onderstaande tabel voorinformatie die wordt getoond via de voedings-LED. Tabel 1. Lynx Shunt VE. Can operationele statusVoedings-LED OmschrijvingContinu groen Lynx-systeem is okéContinu rood Hoofdzekering is gesprongenContinu oranje Een alarm is actiefKnipperend rood Hardware defectKnipperend rood / groen Callibratie foutSnel knipperend groen InitialiserenLangzaam knipperend groen Firmware-updateKnipperend oranje Firmware foutGX-Apparaat indicatiesOperationele data wordt getoond op het verbonden GX-apparaat. Dit bevat data zoals accuspanning, accustroom, laadstatus,enzovoort.
Zie onderstaande tabel voor alle bewaakte parameters. Tabel 2. Lynx Shunt VE. Can operationele dataParameter Omschrijving EenheidAccuspanning Toont de accuspanning VoltAccustroom Toont de stroom die in of uit de accu stroomt AmpèreAccu-energie Toont het vermogen dat in of uit de accu stroomt. WattLaadstatus De laadstatus geeft het percentage van de accucapaciteit aan dat nogbeschikbaar is voor gebruik. Een volle accu zal 100 % tonen en een legeaccu zal 0 % tonen. Dit is de beste manier om te zien wanneer de accu'sgeladen moeten wordenPercentageVerbruikte ampère-uurToont het energie verbruik sinds de laatste keer dat de accu volledig geladenwasAmpère-uurDuurtijd Toont de geschatte tijd voordat de accu's geladen moeten worden op basisvan de huidige belasting. Uren en minutenRelaisstatus Toont de status van het relais.
GX-Apparaat dat de Lynx Shunt VE.Can bedrijfsgegevens weergeeftHistorische gegevensDe Lynx Shunt VE.Can houdt historische gegevens bij die informatie geven over de status en het accugebruik in het verleden. Zieonderstaande tabel voor alle bewaakte parameters.Tabel 3. Historische data Lynx Shunt VE.CanParameter Omschrijving EenheidDiepste ontlading De diepste ontlading in Ah. Ampère-uurLaatste ontlading De diepte van de laatste ontlading in Ah. Deze waarde zal op 0gezet worden wanneer de laadstatus weer 100 % bereiktAmpère-uurGemiddelde ontlading De gemiddelde ontlading geteld over alle cycli. Ampère-uurTotale laadcycli Elke keer dat de accu is ontladen tot onder de 65 % van zijngespecificeerde capaciteit en weer geladen is tot op zijn minst 90% wordt een cyclus geteld.NummerAantal volledige ontladingen Het aantal keren dat de accu volledig ontladen is tot 0 % laadstatus.
NummerCumulatieve Ah verbruik Registreert het totale energieverbruik tijdens alle laadcycli. Ampère-uurMinimum spanning Het laagst gemeten spanning. SpanningMaximum spanning Het hoogst gemeten spanning. SpanningTijd sinds de laatste keer datde accu volledig geladen wasDe tijd die is verstreken sinds de accu de laatste keer vollediggeladen was.SecondenAantal synchronisaties Het aantal keren dat de Lynx Shunt automatisch heeftgesynchroniseerd.NummerLaag spanning alarm Het aantal keren dat een laag spanning alarm is voorgekomen. NummerHoog spanning alarm Het aantal keren dat een hoog spanning alarm is voorgekomen. NummerWis historie Druk om alle historische gegevens te wissen.
Druk om tewissenAlarmen en het alarmrelaisIn het geval van een alarm wordt een bericht gestuurd naar het GX-apparaat en het VRM-portaal en / of het alarmrelais wordtgeactiveerd.De alarm voorwaarden zijn:Lynx Shunt VE.CanPagina 19 Werking van de Lynx Shunt VE.Can
9. Instellingen accu monitorDit hoofdstuk legt alle accu monitor instellingen uit. Daarnaast is er ook een video beschikbaar waarin deze instellingen wordenuitgelegd en hoe ze met elkaar omgaan voor het bereiken van nauwkeurige accubewaking voor zowel loodzuur- als lithiumaccu's. https://www. youtube. com/embed/mEN15Z_S4kE9. 1. AccucapaciteitDeze parameter wordt gebruikt om de accu bewaker te vertellen hoe groot de accu is. Deze instellingen hadden al gedaanmoeten zijn tijdens de eerste installatie. De instelling van de accucapaciteit wordt uitgedrukt in A-uur (Ah). Raadpleeg, voor meer informatie over de accucapaciteit en de gerelateerde Peukert-exponent het Accucapaciteit en Peukert-exponent [24] hoofdstuk. Instelling Standaard Bereik StapgrootteAccucapaciteit 200 Ah 1 - 9999 Ah 1Ah9. 2.
Spanning als opgeladenDe accuspanning moet boven dit spanningsniveau liggen om de accu als volledig opgeladen te beschouwen. Zodra deaccubewaker detecteert dat de spanning van de accu de “geladen spanning” heeft bereikt en de stroom is gedaald tot benedende “staartstroom [21]” voor een bepaalde tijd zet de accubewaker de laadstatus op 100 %. Instelling Standaard Bereik StapgrootteDe parameter “spanning bij opgeladen” moet ingesteld worden op 0. 2 V of 0. 3 V onder de druppellaadspanning van de acculader. De onderstaande tabel duidt de aanbevolen instellingen voor loodzuuraccu's aan. Nominale accuspanning Geladen spanning instelling12 V 13,2 V24 V 26,4 V36 V 39,6 V48 V 52,8 V9. 3. StaartstroomDe accu wordt beschouwd als volledig opgeladen zodra de laadstroom is gedaald tot minder dan deze “staartstroom”-parameter.
De parameter “staartstroom” wordt uitgedrukt als een percentage van de accucapaciteit. Merk op dat sommige acculaders stoppen met opladen wanneer de stroom onder een ingestelde drempel daalt. In dat geval moetde staartstroom hoger worden ingesteld dan deze drempelwaarde.
Zodra de accubewaker detecteert dat de spanning van de accu de “Geladen spanning [21]” heeft bereikt en de stroom is gedaaldtot beneden deze “Staartstroom” voor een bepaalde tijd zal de accubewaker de laadstatus op 100 % zetten. Instelling Standaard Bereik StapgrootteStaartstroom 4,00 % 0,50 - 10,00 % 0,1 %9. 4. Detectie tijd opgeladenDit is tijdsduur dat aan de “spanning bij opgeladen [21]”-parameter en de “staartstroom [21]”-parameter moet worden voldaanzodat de accu volledig is opgeladen. Instelling Standaardinstelling Bereik StapgrootteDetectie tijd opgeladen 3 minuten 0 - 100 minuten 1 minuutLynx Shunt VE. CanPagina 21 Instellingen accu monitor.
9. 5. Peukert-exponentStel de Peukert exponent-parameter in volgens het accu specificatieblad. Wanneer de Peukert exponent onbekend is dientmen deze in te stellen op 1,25 voor loodzuuraccu's en op 1,05 voor lithium accu's. Bij een waarde van 1,00 schakelt dePeukert-compensatie uit. De Peukert waarde voor loodzuuraccu's kan berekend worden. Raadpleeg voor meer informatie overde Peukert berekening, de Peukert en hoe dit relateert tot de accucapaciteit, het Accucapaciteit en Peukert-exponent [24]hoofdstuk. Instelling Standaard Bereik StapgroottePeukert exponent 1. 25 1. 00 - 1. 50 0. 019. 6. LaadefficiëntiefactorDe “laadefficiëntiefactor” compenseert de capaciteitsverliezen (Ah) tijdens het opladen. Een instelling van 100 % betekent dat ergeen verliezen zijn. Een laadefficiëntie van 95 % betekent dat er 10 Ah moet worden overgebracht naar de accu om daadwerkelijk 9,5 Ah in de accute op te slaan.
De laadefficiëntie van een accu is afhankelijk van het accutype, de leeftijd en het gebruik. De accu bewaker houdtrekening met dit fenomeen met de laadefficiëntie factor. De laadefficiëntie van een loodzuuraccu is bijna 100 % zolang er geen gasproductie plaatsvindt. Gasvorming betekent dat eendeel van de laadstroom niet wordt omgezet in chemische energie, die wordt opgeslagen in de platen van de accu, maar wordtgebruikt om water om te zetten in zuurstof en waterstofgas (zeer explosief. ). De energie die in de accuplaten wordt opgeslagen,kan bij de volgende ontlading worden teruggewonnen, terwijl de energie die wordt gebruikt om water om te zetten verloren gaat. Gasvorming kan gemakkelijk worden waargenomen in natte accu's. Houd er rekening mee dat het “alleen zuurstof”-einde van delaadfase van verzegelde (VRLA) gel- en AGM-accu's ook leidt tot een lagere laadefficiëntie.
StroomdrempelWanneer de gemeten stroom onder de parameter van de “stroomdrempel” valt, wordt deze als nul beschouwd. De“stroomdrempel” wordt gebruikt om zeer kleine stromen op te heffen die, op lange termijn, een negatieve invloed kunnen hebbenop de uitlezing van de laadstatus in luidruchtige omgevingen. Bijvoorbeeld: wanneer de werkelijke langetermijn-stroom 0,0 A isen de accubewaker 0,05 A meet als gevolg van geïnjecteerde lawaai of kleine afwijkingen, dan kan de accubewaker op langetermijn wellicht incorrect aangeven dat de accu leeg is of opgeladen moet worden. Wanneer de stroomdrempel in dit voorbeeld isingesteld op 0,1 A zal de accubewaker rekenen met 0,0 A zodat fouten geëlimineerd worden. Bij een waarde van 0,0 A schakelt deze functie uit. Instelling Standaard Bereik StapgrootteStroomdrempel 0,10 A 0,00 - 2,00 A 0,01 A9. 8.
Gemiddelde “resterende tijd”De gemiddelde resterende tijd specificeert het tijdvenster (in minuten) waarin het filter voor het berekenen van het gemiddeldewerkt. De waarde 0 (nul) schakelt de filter uit en geeft een dadelijke (realtime) uitlezing. De weergegeven waarde “resterendetijd” kan echter sterk fluctueren. Het selecteren van de langste tijd, 12 minuten, zorgt ervoor dat alleen langdurigebelastingsschommelingen worden opgenomen in de berekening van de “resterende tijd”. Instelling Standaard Bereik StapgrootteGemiddelde resterende tijd 3 minuten 0 - 12 minuten 1 minuut9. 9. SoC synchroniseren naar 100 %Deze optie kan gebruikt worden om de accubewaker handmatig te synchroniseren. Druk in de VictronConnect-app op de “Synchroniseren” knop om de accubewaker 100 % te synchroniseren. 9. 10.
NulstroomkalibratieWanneer de accu bewaker geen nulstroom aangeeft zelfs wanneer er geen belasting is en de accu niet wordt opgeladen kandeze optie gebruikt worden om de nulmeting te kalibreren. Een nulstroomkalibratie is (bijna) nooit nodig.
draden los te koppelen aan de kant van de shunt. Doe dit door de shunt-bout los te draaien en alle kabels en draden aan die kantvan de shunt te verwijderen. Het alternatief, namelijk het uitschakelen van belastingen of laders, is NIET nauwkeurig genoeg,omdat het kleine stand-by stromen niet elimineert.Lynx Shunt VE.CanPagina 23 Instellingen accu monitor
10. Accucapaciteit en Peukert-exponentAccucapaciteit wordt uitgedrukt in ampère-uur (Ah) en geeft aan hoeveel stroom een accu kan leveren per uur. Als bijvoorbeeldeen 100 Ah-accu wordt ontladen met een constante stroom van 5 A, wordt de accu binnen 20 uur volledig ontladen. De snelheid waarmee een accu wordt ontladen, wordt uitgedrukt als de C-snelheid. De C-snelheid geeft aan hoeveel uur eenaccu met een bepaalde capaciteit meegaat. 1C is de 1h-snelheid en betekent dat de ontlaadstroom de hele accu binnen 1 uurzal ontladen. Voor een accu met een capaciteit van 100 Ah komt dit overeen met een ontlaadstroom van 100 A. Een 5C-snelheidvoor deze accu betekent 500 A gedurende 12 minuten (1/5 uur), en een C5-snelheid betekent 20 A gedurende 5 uur. Er zijn twee manieren om de C rating van een accu uit te drukken. Ofwel, met een nummer voor de C of meteen nummer na de C.
Bijvoorbeeld:• 5C is hetzelfde als C0,2• 1C is hetzelfde als C1• 0,2C is hetzelfde als C5De capaciteit van een accu is afhankelijk van de ontlaadsnelheid. Hoe sneller de ontlaadsnelheid, hoe lager de capaciteit. Derelatie tussen langzame of snelle ontlading kan door de wet van Peukert worden berekend en wordt uitgedrukt met behulpvan het Peukert-exponent. Sommige chemische samenstellingen lijden meer onder dit fenomeen dan andere. Loodzuur accu'sworden hier meer door beïnvloed dan lithiumaccu's. De accu bewaker houdt rekening met dit fenomeen met de Peukertexponent. Voorbeeld ontladingssnelheidEen loodzuur accu heeft een nominale waarde van 100 Ah bij C20, dit betekent dat deze accu gedurende 20 uur een totalestroom van100 A kan leveren met een snelheid van 5 A per uur. C20 = 100 Ah (5 x 20 = 100).
Wanneer dezelfde 100Ah-accu in twee uur volledig wordt ontladen, is de capaciteit aanzienlijk minder. Vanwege de hogere matevan ontlading, kan het alleen C2 = 56 Ah leveren. Peukerts formuleDe waarde die kan worden aangepast in Peukerts formule is exponent n: zie onderstaande formule.
In de accu bewaker kan de Peukert exponent aangepast worden van 1,00 tot 1,50. Hoe hoger de Peukert-exponent des te snellerde effectieve capaciteit “krimpt” met een toenemende ontlading. Een ideale (theoretische) accu heeft een Peukert-exponent van1,00 en heeft een vaste capaciteit ongeacht de grootte van de ontlaadstroom. De standaard instelling in de accubewaker voor dePeukert exponent is 1,25. Dit is een acceptabele gemiddelde waarde voor de meeste loodzuur accu's. Peukerts vergelijking wordt hieronder weergegeven:Cp = In x t Waarin de Peukert exponent n is:Voor het berekenen van de Peukert-exponent zijn er twee nominale accucapaciteiten nodig. Dit is meestal de 20 h-ontladingssnelheid en de 5 h-snelheid, maar kan ook de 10 h en 5 h, of de 20 h en de 10 h-snelheid. Gebruik idealiter eenlage ontladingssnelheid samen met een aanzienlijk hogere capaciteit.
Voorbeeld berekening met behulp van de 5 h en de 20 h-snelheidDe C5-snelheid is 75 Ah. De t1 rating is 5 h en I1 is berekend:De C20-snelheid is 100 Ah. De t2 rating is 20 h en I2 is berekend:De Peukert exponent is:Een Peukert-calculator is beschikbaar op http://www.victronenergy.nl/support-and-downloads/software#peukert-calculator.Houd er rekening mee dat de Peukert-exponent niet meer dan een benadering van de werkelijkheid is. Bij zeer hoge stromenlevert de accu mogelijk minder capaciteit dan voorspeld van een vaste exponent. We bevelen aan niet de standaardinstelling inde accu bewaker aan te passen, behalve in het geval van lithium accu's.Lynx Shunt VE.CanPagina 25 Accucapaciteit en Peukert-exponent
11. Probleemoplossing en ondersteuningRaadpleeg dit hoofdstuk in geval van onverwacht gedrag of als een product fout vermoed wordt. Het juiste probleemoplossings- en ondersteuningsproces is om als eerste de veel voorkomende problemen te raadplegen zoalsbeschreven worden in dit hoofdstuk. Mocht dit het probleem niet oplossen, neem dan contact op met het verkooppunt voor technische ondersteuning. Wanneer hetverkooppunt onbekend is, ga dan naar de Victron Energy support webpagina. 11. 1. BekabelingsproblemenKabels worden warmDit kan veroorzaakt worden door een bedrading- of aansluitprobleem. Controleer het volgende:• Controleer of alle kabelaansluitingen zijn aangedraaid met een aandraaimoment van 14 Nm. • Controleer of alle zekeringaansluitingen zijn aangedraaid met een aandraaimoment van 14 Nm. • Controleer of het kernoppervlak van de kabel groot genoeg is voor de stroom door die kabel.
• Controleer of alle kabelschoenen correct zijn gekrompen en vast genoeg zijn. Andere bekabelingsproblemenVoor extra informatie over problemen die kunnen ontstaan door slechte of foutieve bekabeling, kabelaansluitingen of bekabelingvan accubanken, raadpleeg het Wiring Unlimited boek. 11. 2. Hoofdzekering problemenVoor extra informatie over problemen die kunnen ontstaan door incorrecte zekeringwaarde of -type, raadpleeg het WiringUnlimited boek. Zekering springt zodra een nieuwe zekering is geplaatstControleer het DC-circuit dat is verbonden op die zekeringen op het volgende:Controleer of er een kortsluiting is. Controleer of er een defecte belasting is. Controleer of de stroom in het circuit niet groter is dan de waarde van de zekering. 11. 3. Accu monitor problemen11. 3. 1. Laad- en ontlaadstroom zijn verwisseldDe laadstroom moet worden weergegeven als een positieve waarde.
Wanneer de laad- en ontlaadstroom omgedraaid zijn moeten de negatieve stroomkabels op de accu bewaker omgewisseldworden. 11. 3. 2. Onvolledige stroom aflezingDe minpunten van alle belastingen en de laadbronnen in het systeem moeten worden aangesloten op de min-pool van de shunt. Wanneer de minpunten van een belasting of een laadbron direct met de negatieve accu-aansluiting of de “accu min”-pool van deshunt verbonden is, zal de stroom niet door de accubewaker gaan en zal het worden uitgesloten van de totale stroommeting ende laadstatusmeting. De accubewaker geeft een hogere laadstatus weer dan de werkelijke laadstatus van de accu. 11. 3. 3.
Er wordt een stroom weergegeven terwijl er geen stroom isWanneer er een stroommeting is op het moment dat er geen stroom door de accubewaker loopt, voer dan eennulstroomkalibratie [22] uit terwijl alle belastingen zijn uitgeschakeld, of stel de stroomdrempel [22] in. Lynx Shunt VE. CanPagina 26 Probleemoplossing en ondersteuning.
11. 3. 4. Onjuiste laadstatusEen onjuiste laadstatus kan door meerdere redenen veroorzaakt worden. Verkeerde accu instellingenDe volgende parameter(s) zullen effect hebben op de laadstatus berekeningen wanneer deze verkeerd zijn ingesteld:• Accucapaciteit. • Peukert-exponent• Laadefficiëntiefactor. Incorrectelaadstatus door een synchronisatie probleem:De laadstatus is een berekende waarde en zal zo nu en dan gereset (gesynchroniseerd) moeten worden. Het synchronisatieproces is automatisch en zal plaatsvinden wanneer de accu volledig opgeladen is. De accubewaker bepaaltdat de accu volledig geladen is wanneer aan alle 3 “geladen”-voorwaarden is voldaan. De “geladen” voorwaarden zijn:• Geladen spanning (spanning). • Staartstroom (% van accucapaciteit). • Laaddetectietijd (minuten).
Praktisch voorbeeld van de voorwaarden waaraan voldaan moet worden voordat een synchronisatie plaatsvindt:• De accuspanning moet boven de 13,8 V liggen. • De laadstroom moet minder dan 0,04 x de accucapaciteit (Ah) zijn. Voor een 200 Ah accu is dit 0,04 x 200 = 8 A. • Beide bovenstaande condities moeten 3 minuten stabiel zijn. Wanneer de accu niet volledig geladen wordt of wanneer de automatische synchronisatie niet wordt uitgevoerd, zal de laadstatusaf gaan wijken en zal uiteindelijk niet de daadwerkelijke laadstatus van de accu weergeven worden. De volgende parameter(s) zullen een effect hebben op de automatisch synchronisatie indien deze niet juist zijn ingesteld:• Geladen spanning. • Staartstroom• Detectietijd opgeladen. • Af en toe wordt de accu niet volledig opgeladen. Voor meer informatie over deze parameters bekijk het hoofdstuk: “Accu instellingen”.
Laadstatus toont altijd 100 %Een reden zou kunnen zijn dat de negatieve kabels die in en uit de accu bewaker gaan verkeerd om zijn aangesloten, bekijkLaad- en ontlaadstroom zijn omgewisseld [26]. 11. 3. 6. Laadstatus bereikt de 100 % nietDe accu bewaker zal automatisch synchroniseren en de laadstatus resetten naar 100 % zodra de accu volledig is opgeladen. Indien de accu bewaker een 100 % laadstatus niet bereikt, voer dan het volgende uit:• Laad de accu volledig op en controleer of de accu bewaker correct detecteert of de accu volledig is opgeladen. • Wanneer de accu niet detecteert dat de accu volledig opgeladen is zal de geladen spanning, de staartstroom en/of degeladen tijd instellingen geeerdcontrole en eventueel aangepast moeten worden. Voor meer informatie bekijk Automatischesynchronisatie11. 3. 7.
11. 3. 8. Laadstatus ontbreektDit betekent dat de accubewaker zich in een niet-gesynchroniseerde status bevindt. Dit kan gebeuren wanneer de accubewakernet geïnstalleerd is of nadat het enige tijd geen voeding heeft ontvangen en het opnieuw wordt opgestart. Om dit op te lossen, laad de accu volledig op. Wanneer de accu bijna volledig is opgeladen zou de accubewaker automatischmoeten synchroniseren. Wanneer dat niet werkt, bekijk dan de synchronisatie instellingen. 11. 3. 9. Problemen met synchronisatieWanneer de accubewaker niet automatisch synchroniseert kan het mogelijk zijn dat de accu nooit zijn volledig opgeladen statusbereikt. Laad de accu volledig op en kijk of de laadstatus uiteindelijk 100 % aangeeft. Een andere mogelijkheid is dat de geladen spanning instelling [21]verlaagd moet worden en/of de staartstroom instelling[21]verhoogd moet worden.
Het is ook mogelijk dat de accu bewaker te vroeg synchroniseert. Dit kan gebeuren in PV systemen of in systemen die eenfluctuerende laadstroom hebben. Wanneer dit het geval is verander dan de volgende instellingen:• Verhoog de “spanning bij opgeladen [21]” tot iets onder de absorptie laadspanning. Bijvoorbeeld: 14,2 V in geval van 14,4V-absorptiespanning (voor een 12 V-accu). • Verhoog de “detectietijd voor opgeladen [21]” en/of verlaag de staartstroom [21] om een vroegtijdige reset door passerendewolken te voorkomen. 11. 4. GX-Apparaat problemenDit hoofdstuk beschrijft alleen de meest voorkomende problemen. Als dit hoofdstuk het probleem niet oplost, raadpleeg dehandleiding van het GX-apparaat. Incorrect CAN-busprofiel geselecteerdControleer of VE. Can is ingesteld op het juiste CAN-busprofiel. Navigeer naar instellingen / services / VE. Can-poort en controleerof dit is ingesteld op “VE.
Can-apparaten kunnen in keten met elkaar verbonden worden en een RJ45-busafsluiter moet gebruikt worden op het eersteen laatste apparaat in de keten. Gebruik bij het verbinden van VE. Can-apparaten altijd vooraf gefabriceerde RJ45 UTP-kabels. Fabriceer de kabels niet zelf. Veel communicatieproblemen en andere schijnbaar niet-gerelateerde product problemen worden veroorzaakt door slechtezelfgemaakte kabels. Lynx Shunt VE. CanPagina 28 Probleemoplossing en ondersteuning.
12. GarantieDit product heeft 5 jaar beperkte garantie. Deze beperkte garantie dekt materiaal- en fabricagefouten in dit product en is tot vijfjaar geldig vanaf de datum van oorspronkelijke aankoop van dit product. Om garantie te claimen moet de klant het product samenmet het bewijs van de aankoop terugbrengen naar het aankooppunt. Deze beperkte garantie dekt geen schade, verslechteringof storingen als gevolg van wijzigingen, aanpassingen, oneigenlijk of onredelijk gebruik, verwaarlozing, blootstelling aan overtolligvocht, brand, onjuiste verpakking, bliksem, spanningspieken of andere natuurverschijnselen. Deze beperkte garantie dekt geenschade, verslechtering of storingen als gevolg van reparaties die door iemand zijn uitgevoerd, die niet door Victron Energy isgeautoriseerd om dergelijke reparaties uit te voeren. Het niet naleven van de instructies in deze handleiding maakt de garantieongeldig.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Victron Energy Lynx Shunt VE.Can stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Meetapparatuur Victron Energy
Handleiding Meetapparatuur
Nieuwste handleidingen voor Meetapparatuur
