Vaillant TurboMAG Turbo 11/2 Handleiding

Vaillant Ketel & boiler TurboMAG Turbo 11/2

Bekijk gratis de handleiding van Vaillant TurboMAG Turbo 11/2 (40 pagina’s), behorend tot de categorie Ketel & boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 94 mensen. Heb je een vraag over Vaillant TurboMAG Turbo 11/2 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Voor de installateur/voor de gebruiker
turboMAG 11-2/0
turboMAG 14-2/0
turboMAG 17-2/0
Bedienings- en installatiehandleiding
turboMAG
Geyser
NL

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Vaillant
Categorie: Ketel & boiler
Model: TurboMAG Turbo 11/2

Foutcodes Vaillant TurboMAG Turbo 11/2

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing Pagina
F.00 Geen storing. Geen actie vereist. 32
F.11 Interne storing. Elektronica, displayprint of verbindingskabel defect. Print, displayprint en kabelverbindingen controleren. Defecte onderdelen vervangen. 33
F.12 Interne storing. Elektronica, displayprint of verbindingskabel defect. Print, displayprint en kabelverbindingen controleren. Defecte onderdelen vervangen. 33
F.13 Interne storing. Elektronica defect of vocht op de print. Print drogen en indien defect vervangen. 33
F.14 Warmwatertemperatuur hoger dan 95 °C (temperatuuroverschrijding). Installatie controleren. 33
F.15 Storing in verbinding tussen regelmotor en elektronica. Steekverbinding uitgetrokken of regelmotor defect. Steekverbinding controleren en indien nodig kabel insteken. Elektronica controleren en indien nodig print vervangen. Regelmotor vervangen indien defect. 33
F.17 Voedingsspanning te laag (netspanning <170 V). Voedingsspanning controleren. Als de voedingsspanning in orde is, elektronische kaart controleren. 33
F.19 Registratie uitlooptemperatuur defect. Sensor warmwatertemperatuur niet aangesloten of gasvoordruk te laag. Sensor warmwatertemperatuur aansluiten. Gasvoordruk weer tot stand brengen. 33
F.20 Temperatuurbegrenzerstroomkring is onderbroken of temperatuurbegrenzer is uitgevallen. Temperatuurbegrenzer en verbindingen controleren en indien nodig vervangen of opnieuw verbinden. Oorzaken opsporen en verhelpen. 33
F.27 Vlam te lang aanwezig. Meer dan 5 seconden na tapstop is de brandervlam nog steeds te zien. Gasblok vervangen. 33
F.28 Toestel gaat zonder vlam op storing of met vlam op storing. Oorzaken: geen gastoevoer, gasblok defect, elektronica defect, ontsteekelektroden verkeerd gepositioneerd, ionisatie-elektrode maakt kortsluiting met massa, of vlamsignaal onvoldoende. Gasvoordruk controleren en indien nodig kranen openen. Gasblok controleren en eventueel vervangen. Elektronische kaart controleren en indien nodig vervangen. Ontsteekelektroden correct positioneren. Ionisatiekring controleren en indien nodig elektroden vervangen. Vlamsignaal controleren en elektroden vervangen indien nodig. 33
F.03 Fout in VLT/VGA-systeem. Toestel is drie keer vanwege storing F.05 uitgeschakeld. Zie storing F.05. 32
F.04 Ionisatiestroomkring defect. Ionisatiekring is onderbroken of maakt kortsluiting met massa tijdens gebruik; gastoevoer stopt tijdens gebruik. Ionisatiekring controleren en indien nodig elektroden vervangen. Toestel naargelang beschikbaarheid van het gas opnieuw in gebruik nemen. 32
F.05 Fout in VLT/VGA-systeem. Luchtdrukschakelaar schakelt niet of totale weerstand van het VLT/VGA-systeem is te hoog. Controleer de slangaansluiting van de luchtdrukschakelaar en sluit indien nodig juist aan. Controleer het VLT/VGA-systeem en verwijder eventuele verstoppingen. Controleer print en kabelverbindingen naar de ventilator en vervang indien nodig. Vervang ventilator indien defect. 32
F.06 Registratie uitlooptemperatuur defect. NTC maakt kortsluiting, is onderbroken of maakt kortsluiting met massa; elektronica of verbindingskabel NTC-elektronica defect. NTC controleren en indien nodig vervangen. Print controleren en indien nodig vervangen. Verbindingskabel controleren en indien nodig vervangen. 33
F.08 Registratie uitlooptemperatuur warmwaterboiler defect. NTC maakt kortsluiting, is onderbroken of maakt kortsluiting met massa; elektronica of verbindingskabel NTC-elektronica defect. NTC controleren en indien nodig vervangen. Print controleren en indien nodig vervangen. Verbindingskabel controleren en indien nodig vervangen. 33

Alle foutcodes Vaillant Ketel & boiler

Handleiding Vaillant TurboMAG Turbo 11/2 – volledige tekst

3Bedieningshandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/0Algemene informatieDe toestellen turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/0 zijn aan-sluitklaar; ze hoeven enkel met de water- en gasleidin-gen, de verbrandingsluchttoevoer/verbrandingsgas-afvoer en het elektriciteitsnet aangesloten te worden. Ze dienen om een of meerdere tappunten, bijv. wastafels, douches en badkuipen van warm water te voorzien. De toestellen moeten aan een verbrandingsluchttoevoer/verbrandingsgasafvoer aangesloten worden, waardoor de ventilator de verbrandingslucht en het verbrandings-gas transporteert. De toestellen beschikken over een automatische ontste-kings- en bewakingsinrichting voor de hoofdbrander. Hierdoor vervalt het gasverbruik van een permanent brandende waakvlam.

De Geysers zijn met een temperatuurbegrenzer uitge-rust die bij een oververhitting van de warmtewisselaar het verdere gebruik van het toestel verhindert. De toestellen kunnen aan de beschikbare gassoort aan-gepast worden. Voor het ombouwen van het toestel op andere gassoorten, dient u uw installateur om advies te vragen. De precieze benaming van uw toestel heeft de installa-teur in de installatiehandleiding in de Tabel Gaswaarden vermeld (zie hoofdst. 10). Bijzondere productkenmerkenDe toestellen zijn uitgerust met een gevoelige stro-mingssensor (vleugelrad met elektronische sensor) die al bij doorstroming van geringe waterhoeveelheden het toestel in werking laat treden. Daarnaast beschikken de toestellen over een elektronisch geregelde vermogens-aanpassing die ervoor zorgt dat de gashoeveelheid trap-loos (van 30 % tot 100 %) aangepast wordt, afhankelijk van de gebruikte waterhoeveelheid.

Daardoor wordt de uitlooptemperatuur constant gehouden, onafhankelijk van de getapte hoeveelheid of van schommelingen van de waterdruk en de koudwatertemperatuur. Door deze uitrustingskenmerken zijn er bij gebruik de volgende voordelen:– Het toestel gebruikt niet meer gas dan nodig is voor de behoefte van het moment.

Daardoor wordt in het volledige tapbereik van het toestel een constante uit-looptemperatuur gerealiseerd. – Het gebruik van thermostaatmengkranen en één-greepsmengkranen is mogelijk. – De toestellen kunnen ook ingezet worden voor de voorziening van tappunten met geringe afnamehoe-veelheden zoals bidets, omdat er al warmwaterhoe-veelheden vanaf 2,2 l/min met constante uitlooptem-peratuur getapt kunnen worden. – De toestellen kunnen ook in gebieden met lage toe-voerdruk (vanaf 1 bar) ingezet worden. – Een gesloten verbrandingskamer zorgt ervoor dat het gebruik niet wordt beïnvloed door de omgevingslucht. – De toestellen kunnen aangesloten worden op verticale en horizontale dakdoorvoeren aan de buitenmuur en op CLV-, CRI- en CRB-systemen. 1 Aanwijzingen bij de documentatieDe volgende aanwijzingen dienen als wegwijzer door de volledige documentatie.

Naast deze bedieningshandleiding en installatiehandlei-ding zijn er andere documenten van toepassing. Voor schade die door het niet naleven van deze hand-leidingen ontstaat, kan Vaillant niet aansprakelijk gesteld worden. Aanvullend geldende documentenvoor de gebruiker van de installatie:– Garantiekaart (art. -nr. 804552)voor de installateur:– Montagehandleiding verbrandingsluchttoevoer/ver-brandingsgasafvoer (art. nr. 0020015714)1. 1 Bewaren van de documentenU dient deze bedieningshandleiding en alle andere van toepassing zijnde documenten zodanig te bewaren dat ze direct ter beschikking staan. Geef de documenten bij verhuizing of verkoop van het toestel aan de volgende eigenaar. 1. 2 Gebruikte symbolenNeem bij de bediening van het toestel de veiligheidsin-structies in deze bedieningshandleiding in acht. Gevaarlijk. Onmiddellijk gevaar voor lijf en leden. Attentie.

4Bedieningshandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/01. 4 Gaskeur-CW-LabelHet toestel voldoet aan de Gaskeur-gebruiksklasse 3. Dit betekent dat het toestel aan een willekeurig aftappunt minstens 6 l/min levert bij een watertemperatuur aan het aftappunt van ca. 60 °C. Bij bedrijf op propaan kun-nen deze gaskeur-comforteigenschappen niet worden gegarandeerd. turboMAG 11-2/0 CW 2turboMAG 14-2/0 CW 3Tabel 1. 1 Gaskeur criteria CWToepassingsklassenCW 2: – een CW-tapdebiet van tenminste 3,6 l/min. van 60 °C– een douchefuntie vanaf 3,6 l/min. van 60 0C (dit komt overeen met 6 l/min. Bij 40 °C)CW 3: – een CW-tapdebiet van tenminste 6 l/min. van 60 °C– een douchefuntie vanaf 3,6 l/min. tot 6 l/min. van 60 °C (dit komt overeen met 6 tot 10 l/min.

Bij 40 °C)– het vullen van een bad met 100 liter water van 40 °C gemiddeld, binnen 12 minutenSpecifieke leidinglengte is de maximaal toepasbare lei-dinglengte waarbij na 30 seconde vanaf begin tappen de vereiste blijvende temperatuurverhoging is bereikt. Effectieve toestelwachttijd is de tijdsduur die vanaf begin tappen benodigd is om ten behoeve van installa-tieberekeningen een temperatuurverhoging van 40K te verkrijgen aan de tapwateruitlaat van het toestel. Resultaten baseren op Gaskeur CW metingen. Afhankelijk van plaatselijke omstandigheden zijn afwij-kingen mogelijk. 1. 5 ToesteltypeU kunt het geïnstalleerde toesteltype vaststellen aan de hand van de vermelding in het hoofdstuk „Technische gegevens“ uit de installatiehandleiding. De installateur heeft na de installatie het toesteltype daarin vermeld. 2 VeiligheidWat te doen in geval van nood Gevaarlijk. Gasgeur.

Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten. Als u gas ruikt handel dan als volgt:• Schakel geen licht in of uit. • Bedien ook geen andere elektrische schakelaars. • Gebruik geen telefoon in de gevarenzone. • Gebruik geen open vuur (zoals aansteker, lucifer). • Rook niet. • Draai de gaskraan dicht. • Open ramen en deuren.

• Waarschuw de medebewoners. • Verlaat het pand. • Stel het energiebedrijf of uw erkende installateur op de hoogte. VeiligheidsinstructiesNeem altijd de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. Gevaarlijk. Ontploffingsgevaar door ontvlambare gas-lucht-mengsels. Zorg ervoor dat explosieve of licht ontvlambare stoffen (bijvoorbeeld benzine, verf, etc. ) niet in de opstellingsruimte van het toestel worden gebruikt of opgeslagen. Gevaarlijk. Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten. Stel geen beveiligingen buiten werking. Er mogen ook geen handelingen op deze inrichtin-gen uitgevoerd worden waardoor de goede wer-king ervan in gevaar kan komen.

U dient daarom geen veranderingen uit te voeren:– aan het toestel– in de omgeving van het toestel– aan de toevoerleidingen voor gas, toevoerlucht, water en spanning– aan de afvoerleidingen voor verbrandingsgasHet veranderingsverbod geldt eveneens voor bouwcon-structies in de omgeving van het toestel, voor zover die een invloed op de bedrijfsveiligheid van het toestel kun-nen hebben. Voorbeelden hiervoor zijn:– Openingen voor ventilatie. Deze moet u vrijhouden. Let erop dat bijv. afdekkingen van de openingen bij werkzaamheden opnieuw verwijderd worden. Voor wijzigingen aan het toestel of in de omgeving ervan moet u in elk geval een beroep doen op een erkend installateur. Attentie. Gevaar voor beschadiging door ondeskundige veranderingen. Voer in geen geval zelf wijzigingen of handelin-gen aan de Geyser of aan andere delen van de installatie uit.

5Bedieningshandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/0 Gevaarlijk. Verbrandingsgevaar. Het water uit de waterkraan kan heet zijn. Attentie. Gevaar voor beschadiging. Gebruik geen sprays, oplosmiddelen, chloorhou-dende reinigingsmiddelen, verf, lijm etc. in de omgeving van het toestel. Deze stoffen kunnen onder ongunstige omstandigheden leiden tot corrosie – ook in het verbrandingsgasafvoer-systeem. Opstelling en instellingHet toestel mag enkel door een erkend installateur geïn-stalleerd worden. Die is ook verantwoordelijk voor de deskundige installatie en inbedrijfname. Deze installateur is eveneens bevoegd voor inspectie, onderhoud en reparatie van het toestel en voor wijzigin-gen van de ingestelde gashoeveelheid. 3 Aanwijzingen bij installatie en gebruik3. 1 Fabrieksgarantie en aansprakelijkheidGarantiebepalingen Vaillant B. V.

staat namens de fabriek in voor de goede kwaliteit van fabricage en materiaal. Bedoelde garantie beperkt zich tot materiaal en fabricagefouten en heeft een looptijd van EEN JAAR na feitelijke, werkende instal-latie. In deze periode worden de noodzakelijke onderde-len kosteloos ter beschikking gesteld. Elke verdere aan-spraak op garantie, schadevergoeding, gevolgschade hieronder begrepen, is nadrukkelijk uitgesloten. De bovengenoemde fabrieksgarantie geldt uitsluitend en alleen onder de volgende voorwaarden:1. Het apparaat moet door een erkende installateur zijn geïnstalleerd volgens de voorwaarden en normen van de competente instanties. 2.

Het te installeren apparaat moet van een Nederlands toelatingsnummer zijn voorzien, en toegelaten voor gebruik op de Nederlandse markt; eventuele aanpas-singen van niet voor de Nederlandse markt goedge-keurde apparatuur kunnen en mogen uitsluitend door Vaillant geschieden of door een door Vaillant aange-wezen installateur uitgevoerd worden. 3.

Elke aanspraak op garantie vervalt bij het uitvoeren van reparaties, wijzigingen of aanpassingen en/of monteren van niet-Vaillant onderdelen zonder vooraf-gaande toestemming van Vaillant Nederland; daar-naast vervalt elke aanspraak op garantie bij montage in afwijking van de ter plaatse geldende voorschriften. 4. De bij dit garantiebewijs behorende kaart dient inge-vuld en binnen acht dagen na installatiedatum onder-tekend, voorzien van een stempel van de installerend installateur, aan ons te worden verzonden. 5. De garantie geldt bij normaal huishoudelijk gebruik in overeenstemming met de installatievoorschriften. Uitdrukkelijk van garantie uitgesloten is gebruik voor andere doeleinden dan in de gebruiksaanwijzing ver-meld, overbelasting, bevriezing, verwaarlozing of onderdelen welke vallen onder de normale gebruiks-slijtage. 6.

Aanspraken tijdens de garantieperiode hebben geen verlenging van de garantieperiode tot gevolg. 7. Elke aanspraak op garantie vervalt daarnaast indien het apparaat niet overeenkomstig de daartoe strek-kende voorschriften tenminste éénmaal jaarlijks door een daartoe erkend deskundige wordt schoongemaakt en van het normale onderhoud wordt voorzien. 3. 2 Gebruik conform de voorschriftenDe Vaillant Geysers van de serie MAG zijn volgens de modernste technieken en de erkende veiligheidstechni-sche regels geconstrueerd. Toch kunnen er bij ondeskun-dig gebruik of gebruik dat niet volgens de voorschriften is (levens)gevaarlijke situaties ontstaan voor de gebrui-ker, diens goederen of derden ontstaan, alsmede bescha-digingen aan het toestel en andere voorwerpen. De Geysers zijn speciaal bestemd voor warmwaterberei-ding met gas in woningen.

Een ander of afwijkend gebruik is niet volgens de voorschriften. Voor de hier-door ontstane schade kunnen de fabrikant en/of leveran-cier niet aansprakelijk gesteld worden. De gebruiker draagt hiervoor zelf het risico.

Tot het gebruik conform de voorschriften horen ook het in acht nemen van de bedieningshandleiding, de installa-tiehandleiding en alle andere geldende documenten, als-mede het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoor-schriften. Attentie. Elk misbruik is verboden. De Geyser moet door een erkende installateur geïnstal-leerd worden, die voor de naleving van de bestaande voorschriften, regels en richtlijnen verantwoordelijk is. 3. 3 Vereisten aan de plaats van opstellingDe Geyser dient aan een muur te worden geïnstalleerd, bij voorkeur in de buurt van het meeste gebruikte tap-punt en van de verbrandingsluchttoevoer/verbrandings-gasafvoer. Ze kunnen geïnstalleerd worden in bijvoorbeeld wonin-gen, kelderruimtes, bergruimtes of ruimtes bestemd voor meerdere doeleinden. Vraag uw installateur welke geldende nationale voorschriften in acht genomen moe-ten worden.

De opstellingsplaats moet permanent vorstvrij zijn. Als u dit niet kunt garanderen, neem dan de vermelde vorst-beveiligingsmaatregelen in acht. Veiligheid 2Aanwijzingen bij installatie en gebruik 3.

6Bedieningshandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/0 Aanwijzing. Om regelmatig onderhoud mogelijk te maken, dient u een minimale afstand van 30 mm tus-sen de zijkant van het toestel en de wand in acht te nemen. 3. 4 Onderhoud• Reinig de mantel van uw toestel met een vochtige doek en een beetje zeep. Aanwijzing. Gebruik geen schurende middelen of reinigings-middelen die de mantel of de bedieningselemen-ten van kunststof anderszins zouden kunnen beschadigen. 3. 5 Recycling en afvoerDe Geyser en de verpakking bestaan voor het grootste deel uit herbruikbaar materiaal. 3. 5. 1 ToestelDe Geyser en alle garnituren horen niet in het huishou-delijke afval. Zorg ervoor dat het oude toestel en eventu-ele garnituren op een verantwoorde manier afgevoerd worden. 3. 5.

2 VerpakkingHet afvoeren van de transportverpakking kunt u het best overlaten aan de gespecialiseerde firma die het toestel geïnstalleerd heeft. Aanwijzing. U dient de van toepassing zijnde nationale wet-telijke voorschriften in acht te nemen. 3. 6 Energiebesparende tipsGepaste warmwatertemperatuurHet warme water dient slechts zover opgewarmd te wor-den als het voor het gebruik nodig is. Elke verdere opwarming leidt tot onnodig energieverbruik. Daarnaast verhogen warmwatertemperaturen van meer dan 60 °C bovendien de kans op kalkaanslag. Bewust omgaan met waterDoor bewust om te gaan met water kunnen de verbruiks-kosten duidelijk dalen. Bijvoorbeeld douchen in de plaats van een bad te nemen: terwijl voor een bad ca. 150 liter water nodig is, heeft een met moderne, waterbesparen-de armaturen uitgeruste douche slechts ca. een derde van deze hoeveelheid nodig.

Overigens: een druppelende waterkraan verspilt tot 2000 liter water, een lekkende toiletspoeling tot 4000 liter water per jaar. Daarentegen kost een nieuwe pakking slechts een paar cent. 4 Bediening4. 1 Overzicht bedieningselementen1675234Afb. 4.

7Bedieningshandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/04. 2 Maatregelen voor inbedrijfname34Afb. 4. 2 Afsluitinrichtingen• Open de gaskraan ( ) van het toestel door de greep in 4te drukken en met een kwartslag naar links tot aan de aanslag te draaien. • Open de stopkraan aan de koudwateraansluiting (3) van het toestel met een sleufschroevendraaier. 4. 3 Inbedrijfname• Zet de aan-uitschakelaar (1) op AAN (I). De Geyser staat stand-by. 1Afb. 4. 3 InbedrijfnameHet indicatie-display wordt op juiste werking gecontro-leerd. Na ca. 1 sec. wisselt de weergave naar de ingestel-de temperatuur. Tegelijkertijd treedt de ventilator gedu-rende ca. 15 sec. in werking. • Zet de temperatuurkeuzeknop op de middelste positie. Als u de eerste keer na de inbedrijfname warm water tapt, stelt het toestel zich binnen ca. 5 minuten automa-tisch op de plaatselijke omstandigheden in.

Daarna kunt u de temperatuurinstelling willekeurig veranderen. Aanwijzing. Sluit bij eventuele lekkage in de warmwaterlei-ding tussen toestel en tappunten onmiddellijk het koudwaterafsluitventiel met een sleuf-schroevendraaier (zie paragraaf 4. 6 Buitenbedrijfstelling). Laat lekkages door een erkend installateur verhelpen. 4. 4 Warmwaterbereiding4. 4. 1 Warm water tappen Gevaarlijk. Verbrandingsgevaar. Het water uit de waterkraan kan heet zijn. • Draai de warmwaterkraan open bij het tappunt, bij-voorbeeld de wastafel of de gootsteen. Hierdoor treedt de Geyser automatisch in werking en wordt er warm water geleverd. De ingestelde temperatuur wordt weergegeven en terwijl de brander in gebruik is, is de bedrijsindicatie-LED groen. Aanwijzing.

Als de Geyser bij het tappen van warm water niet in werking treedt, controleer dan of het voor de waterkraan ingebouwde afsluitventiel volledig geopend is en de hoofdschakelaar op AAN (I) staat. Aanwijzing. Ook kan de in de waterkraan ingebouwde zeef vervuild zijn. U kunt de zeef demonteren om hem schoon te maken.

8Bedieningshandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/04.4.2 Watertemperatuur instellen6Afb. 4.4 Instellen van de watertemperatuur Het toestel levert een constante watertemperatuur.Met de temperatuurkeuzeknop (6) kunt u de watertem-peratuur variëren:• Door naar rechts te draaien, wordt de tempera-tuur hoger.• Door naar links te draaien, wordt de tempera-tuur lager.Als u aan de temperatuurregelaar draait, wordt de inge-stelde temperatuur aan de uitgang van het toestel weer-gegeven. Aanwijzing!De temperatuur aan de verschillende tappunten kan enigzins afwijken van de weergegeven tem-peratuur.U kunt de watertemperatuur ook veranderen terwijl u warm water tapt. Aanwijzing!Indien u op meerdere punten tegelijkertijd warm water nodig heeft, raden wij aan de tempera-tuurregelaar op maximale temperatuur (63 °C) te zetten.

9Bedieningshandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/04. 5 Verhelpen van storingenEen eventuele storing wordt optisch aangegeven door een F, gevolgd door een getal, bijvoorbeeld F1. Tevens knippert het controlelampje (LED) rood. Het controle-lampje en de displayindicatie knipperen afwisselend. Als gebruiker mag u enkel de volgende storingen probe-ren te verhelpen. Bij andere storingsmeldingen moet u contact opnemen met een erkend installateur. Storingsmelding Oorzaak OplossingGeen weergave Onderbreking van de netspanning. Controleer of de aan-uitschakelaar ingeschakeld is en of de zekering in orde is en of de stekker correct in het stop-contact gestoken is. Het toestel schakelt bij het terugkeren van de netspanning automatisch opnieuw in. Bedrijfsindicatie-LED brandt niet, ter-wijl de ingestelde temperatuur wordt weergegeven. De brander treedt niet in werking.

Neem contact op met een erkend installateur. F. 28 Onderbreking van de gastoevoer. Controleer of de gaskraan van het toestel geopend is. Stel het toestel door het verdraaien van de aan-uitschakelaar buiten bedrijf (0) en daarna opnieuw in bedrijf (I). Is de storing verholpen, dan gaat het toestel automatisch opnieuw in bedrijf, zodra een warmwaterkraan geopend is. Is de storing niet verholpen, neem dan contact op met een erkend installateur. Tabel 4. 1 Verhelpen van storingenVooral bij de eerste inbedrijfname en na langere stil-stand moet u het toestel onder bepaalde omstandighe-den meermaals „ontstoren” voordat de automatische ontsteking werkt. Neem hoofdstuk 4. 3 Inbedrijfname in acht. Als de storing verholpen is, verschijnt op het display de ingestelde temperatuur. De Geyser gaat automatisch opnieuw in bedrijf.

Als er meerdere malen storingen optreden, dan moet u het toestel door een installateur laten controleren. Attentie. Gevaar voor beschadiging door ondeskundigeveranderingen. Voer in geen geval zelf wijzigingen of handelin-gen aan de Geyser of aan andere delen van de installatie uit.

10 Bedieningshandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/04. 6 Buitenbedrijfstelling341Afb. 4. 5 Buitenbedrijfstelling• Zet de aan-uitschakelaar (1) op UIT (0). De gastoevoer naar de brander van de Geyser is nu afgesloten. • Sluit de gaskraan aan de gasaansluiting (4) van het toestel door de greep een kwartslag naar rechts tot aan de aanslag te draaien. • Sluit het afsluitventiel aan de koudwateraansluiting (3) van het toestel met een sleufschroevendraaier door de greep naar rechts te draaien (tot aan de aanslag). 4. 7 VorstbeveiligingBij vorstgevaar is het nodig dat u de Geyser leegt. Dit is bijvoorbeeld het geval als uw waterleidingen dreigen te bevriezen. Ga hierbij als volgt te werk (zie afb. 4. 5 Buitenbedrijfstelling):• Zet de aan-uitschakelaar (1) op UIT (0). • Sluit de gaskraan op de gasaansluiting (4).

• Sluit het afsluitventiel op de koudwateraansluiting (3) van het toestel met een sleufschroevendraaier door deze naar rechts te draaien en maak de verbinding met het toestel los. • Open alle op de Geyser aangesloten warmwaterkra-nen, zodat het toestel en de leiding volledig leeglopen. • Laat de waterkranen geopend en de koudwaterleiding afgeschroefd, tot u het toestel opnieuw kunt vullen als het vorstgevaar geweken is. Aanwijzing. Neem, bij het latere vullen van de Geyser, het toestel pas opnieuw in gebruik als er na het openen van het afsluitventiel op de koudwater-aansluiting van het toestel (3) water uit de geopende warmwaterkranen komt. Dit betekent dat de Geyser volgens voorschrift met water gevuld is. 4.

8 Onderhoud en servicedienstVoorwaarde voor permanente inzetbaarheid enbedrijfsveiligheid, betrouwbaarheid en lange levensduur is een jaarlijkse inspectie/jaarlijks onderhoud van het toestel door een erkend installateur. Attentie. Gevaar voor beschadiging door ondeskundige bediening. Probeer nooit om zelf servicewerkzaamheden of reparaties aan de Geyser uit te voeren. Laat dit doen door een erkend installateur.

11Bedieningshandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/04.9 Rookgasanalyse Attentie!Gevaar voor beschadiging door ondeskundige uitvoering!De meet- en controlewerkzaamheden mogen enkel door een erkend installateur uitgevoerd worden.12Afb. 4.6 MeetpuntenLegenda1 CO2-meetpunt2 O2-meetpuntDe meetpunten voor kooldioxide en zuurstof bevinden zich achter het frontpaneel die voor het uitvoeren van de meting gedemonteerd moet worden (zie installatie-handleiding paragraaf 4.6.1 Frontpaneel demonteren en monteren).6Afb. 4.7 Instellen van de maximale temperatuur• Neem het toetsel in gebruik volgens de bedienings-handleiding (hoofdstuk 4.3)• Zet de temperatuurkeuzeknop (6) op maximale tempe-ratuur door deze naar rechts te draaien.• Tap warm water met volledig geopende waterkraan.

Dit gaat het best in het bad of in de douche.• Voer de metingen uit bij de opgegeven controleope-ningen in het verbrandingsgastraject (links) en in het luchttraject (rechts).• Monteer het frontpaneel en stel de temperatuurkeuze-knop opnieuw op de gewenste temperatuur in. Bediening 4

2Installatiehandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/01 Aanwijzingen bij de documentatieDe volgende aanwijzingen dienen als wegwijzer door de volledige documentatie. Naast deze bedieningshandleiding en installatiehandlei-ding zijn er andere documenten van toepassing. Voor schade die door het niet naleven van deze hand-leidingen ontstaat, kan Vaillant niet aansprakelijk gesteld worden. Aanvullend geldende documentenvoor de gebruiker van de installatie:– Garantiekaart (art. -nr. 804552)voor de installateur:– Montagehandleiding voor verbrandingsluchttoevoeren/verbrandingsgasafvoeren(art. nr. 0020015714)1. 1 Bewaren van de documentenU dient deze bedienings- en installatiehandleiding en alle van toepassing zijnde documenten en eventueel beno-digde hulpmiddelen aan de gebruiker van de installatie te geven.

Deze zorgt voor bewaring, zodat de handleidin-gen en hulpmiddelen indien nodig ter beschikking staan. 1. 2 Gebruikte symbolenNeem bij de installatie van het toestel de veiligheidsin-structies in deze installatiehandleiding in acht. Gevaarlijk. Onmiddellijk gevaar voor lijf en leden. Gevaarlijk. Verbrandingsgevaar. Gevaarlijk. Levensgevaar door elektrocutie. Attentie. Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en/of omgeving. AanwijzingToepassingsaanbeveling. • Symbool voor vereiste activiteit. 2 Toestelbeschrijving2. 1 TypeplaatjeU vindt het typeplaatje aan de achterkant van het bedie-ningspaneel, dat naar voren en naar onderen geklapt kan worden. Om het bedieningspaneel naar onderen te klappen, gaat u als volgt te werk:1. 2. 3. Afb. 2. 1 Demonteren van het frontpaneel• Draai de twee schroeven uit de onderkant van de Geyser (1. ). • Trek het frontpaneel naar voren (2.

) en til hem naar boven uit de beide houders (3. ). Bij type 17-2/0:• Klap het bedieningspaneel naar voren en naar onderen. Bij types 11-2/0 en 14-2/0:• Draai een van de schroeven voor de bevestiging van het bedieningspaneel los en klap het bedieningspaneel naar voren en naar beneden.

De gegevens op het typeplaatje van het toestel hebben de volgende betekenis:Symbool BetekenisMAG ProductcategorieNL LandafkortingXX-2/0 Toestelvermogen in XX in l/min met betrekking tot 25 K; type verbrandingsluchttoevoer/verbrandingsgasaf-voer (2 = turbo); toestelgeneratieturboMAG ProductreeksType Soort verbrandingsgasafvoer en verbrandingslucht-toevoerB32 Gastoestel waarvan de werking wordt beïnvloed door de omgevingslucht, met verbrandingsgasafvoer. Ventilator is achter de warmtewisselaar geplaatst. C12 Gastoestel waarvan de werking niet wordt beïnvloed door de omgevingslucht, met horizontale verbran-dingsluchttoevoer en verbrandingsgasafvoer door de buitenmuur. Ventilator is achter de warmtewisselaar geplaatst. C32 Gastoestel waarvan de werking niet wordt beïnvloed door de omgevingslucht, met verbrandingsluchtge-leiding en verbrandingsgasafvoer verticaal boven het dak.

Ventilator is achter de warmtewisselaar geplaatst. C42 Gastoestel waarvan de werking niet wordt beïnvloed door de omgevingslucht, met verbrandingslucht-toevoer en verbrandingsgasafvoer voor de aanslui-ting op een lucht-/verbrandingsgassysteem (CLV). Ventilator is achter de warmtewisselaar geplaatst. C52 Gastoestel waarvan de werking niet wordt beïn-vloed door de omgevingslucht, met gescheiden verbrandingsluchttoevoer en verbrandingsgasafvoer. Ventilator is achter de warmtewisselaar geplaatst. Tabel 2. 1 Typeplaatje1 Aanwijzingen bij de documentatie2 Toestelbeschrijving.

3Installatiehandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/0Symbool BetekenisC62 Gastoestel waarvan de werking niet wordt beïnvloed door de omgevingslucht, voor de aansluiting op een nieuwe verbrandingslucht-toevoer en verbrandingsgasafvoer die met het gastoestel zijn getest. Ventilator is achter de warmtewisselaar geplaatst.C82 Gastoestel waarvan de werking niet wordt beïnvloed door de omgevingslucht, met gescheiden verbrandingsluchttoevoer en ver-brandingsgasafvoer. Luchttoevoer en verbran-dingsgasafvoer mogen liggen in een verschil-lend uitmondingsgebied. Ventilator is achter de warmtewisselaar geplaatst.cat. II2L 3B/P Aanduiding van de gassoort:Meergastoestel voor aardgas en vloeibaar gas2L Gasfamilie aardgassenG 25 –25 mbarAardgassen met toegestane gasdrukwaarden3B/P Gasfamilie vloeibare gassenG 30/31 –30 mbarVloeibare gassen met toegestane gasdruk-waardenPnom. Maximaal vermogenPmin.

4Installatiehandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/02.5 Bouwgroepen151617122145796831011202122Afb. 2.3 turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/0Legenda1 Luchtdrukschakelaar2 Verbrandingsgasverzamelaar3 Warmtewisselaar4 Verbrandingskamer5 Ontstekingselektrode6 Brander7 Ontsteektrafo8 Gasblok9 Stromingssensor10 Koudwateraansluiting11 Gasaansluiting12 Warmwateraansluiting15 Temperatuursensor16 Bewakingselektrode17 Temperatuurbegrenzer20 Ventilator21 Onderdrukkamer22 Verbrandingsluchttoevoer/verbrandingsgasafvoer3 Veiligheidsinstructies en voorschriften3.1 Veiligheidsinstructies Attentie!Gebruik bij het losmaken van schroefverbindin-gen altijd passend gereedschap. Ondeskundig gebruik en/of ongeschikt gereedschap kan tot schade leiden (bijv. gas- of waterlekken)!3.1.1 Montage Attentie!Monteer de Geyser niet boven een toestel waar-van het gebruik de geiser zou kunnen beschadi-gen (bijv.

boven een kooktoestel) of in een ruim-te met agressieve atmosfeer.3.1.2 Installatie Gevaarlijk!Verbrandingsgevaar en gevaar voor beschadi-ging door heet of koud water dat naar buiten komt!Bij gebruik van kunststofbuizen voor de warm- en/of koudwateraansluiting van het toestel mor-gen alleen buizen met een temperatuurbesten-digheid van 95°C bij een druk van 10 bar gebruikt worden. Gevaarlijk!Levensgevaar door elektrocutie.Bij een ondeskundige installatie bestaat er gevaar voor elektrocutie en beschadiging van het toestel. Gevaarlijk!Vergiftigings- en explosiegevaar,verbrandingsgevaar.Let er bij de installatie van de aansluitingen op dat alle pakkingen correct geplaatst worden, zodat lekken aan gas- en waterinrichting uitge-sloten worden. Attentie!Het gasregelblok mag alleen worden gecontro-leerd op lekkages met een maximale druk van 110 mbar .

De bedrijfsdruk mag niet hoger zijn dan 60 mbar! Als deze drukwaarden worden overschreden kan het gasblok beschadigen.2 Toestelbeschrijving3 Veiligheidsinstructies en voorschriften

5Installatiehandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/03. 1. 3 Inbedrijfname Gevaarlijk. Hoge koolmonoxideconcentraties door onjuiste verbranding zijn levensgevaarlijk. Het ombouwen van het toestel op een andere gassoort mag u enkel uitvoeren met de af fabriek geleverde ombouwsets. Gevaarlijk. Levensgevaar door uitstromend gas bij gebruik van ongeschikte inspuiters. Het ombouwen van het toestel op een andere gassoort mag u enkel uitvoeren met de af fabriek geleverde ombouwsets. Attentie. Bij een te hoge gasvoordruk mag u het toestel niet in gebruik nemen. Neem contact op met het energiebedrijf als u de oorzaak voor deze fout niet kunt verhelpen. 3. 1. 4 Inspectie en onderhoud Gevaarlijk. Vergiftigings- en explosiegevaar door defecten. Stel geen beveiligingen buiten werking.

Er mogen ook geen handelingen op deze inrichtin-gen uitgevoerd worden waardoor de goede wer-king ervan in gevaar kan komen. Attentie. Let er bij het demonteren en inbouwen van de warmtewisselaar op dat deze niet gebogen wordt. Schade leidt tot vroegtijdige slijtage van het toestel. Attentie. Gebruik in geen geval draadborstels of andere gelijkaardige harde borstels om de warmtewis-selaar te reinigen. Schade leidt tot vroegtijdige slijtage van het toestel. Attentie. Houd er bij de controle van het ionisatiesys-teem rekening mee dat de meetleidingen en meetklemmen schoon moeten zijn en niet door zeepoplossing (lekzoekspray) nat mogen zijn. 3. 2 VoorschriftenDe Geyser mag enkel door een erkend installateur geïn-stalleerd worden. Deze is ook verantwoordelijk voor de deskundige instal-latie en de eerste inbedrijfname.

Voor de installatie van de Geyser moet het advies van het energiebedrijf ingewonnen worden. Voor de installatie moeten bovendien de volgende wet-ten, verordeningen, technische regels, normen en bepa-lingen in de geldige versie in acht genomen worden:– NEN 1078. Voorschriften voor aardgasinstallaties GAVO 1987 (en aanvullingen);– NPR 3378. Toelichting bij NEN 1078;– NEN 1010.

2 Vereisten aan de plaats van opstellingU dient bij de keuze van de opstellingsplaats de volgen-de aanwijzingen in acht te nemen:– De wand, waaraan de Geyser gemonteerd wordt, moet voldoende stevig zijn om het gewicht van de bedrijfs-klare Geyser te kunnen dragen. – De bijgeleverde bevestigingselementen voldoen soms niet aan de vereisten van de opstellingswand. In dit geval moet u zelf voor de vereiste bevestigingselemen-ten zorgen. – De opstellingsplaats moet permanent vorstvrij zijn. Als u dit niet kunt garanderen, neem dan de vermelde vorstbeveiligingsmaatregelen in acht (zie hoofdst. 4. 7 van de bedieningshandleiding). – De opstellingsplaats moet zodanig gekozen worden, dat de leidingen (voor gastoevoer, watertoe- en afvoer) goed geplaatst kunnen worden). Veiligheidsvoorschriften en voorschriften 3Montage 4.

9Installatiehandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/04.4 Voormontage60 60 60 60a12cb13 32A BAfb. 4.3 VoormontageLegenda1 Warmwateraansluiting R 1/22 Gasaansluiting3 Koudwateraansluiting R 1/2De afbeelding toont de positie van de aansluitingen bij:A InbouwinstallatieB Opbouwinstallatie Bij het gebruik van de Vaillant garnituren kan de voor-montage ongewijzigd blijven of zoals weergegeven uitge-voerd worden.De aanbevolen afstanden bedragen voor alle toestelty-pes, afhankelijk van type gaskraan:a = 112 mmb = 105 mmc = 120 mm≈4.5 GarniturenVoor de noodzakelijge aansluitgarnituren zie het assorti-mentsoverzicht.4.6 ToestelmontageVoor de montage van de Geyser moet u eerst de plaat van het frontpaneel, de frontplaat van de onderdrukka-mer en daarna de zijdelen van de behuizing demonteren. Na de werkzaamheden moet u ze opnieuw aanbrengen.4.6.1 Frontpaneel demonteren en monteren1.2.3.Afb.

4.4 Demonteren van het frontpaneel• Draai twee schroeven uit de onderkant van de Geyser ( ).1.• Trek het frontpaneel naar voren (2.) en til hem naar boven uit de beide houders (3.).Bij type 17-2/0:• Klap het bedieningspaneel naar voren en naar onderen.Bij types 11-2/0 en 14-2/0:• Draai een van de schroeven voor de bevestiging van het bedieningspaneel los en klap het bedieningspaneel naar voren en naar beneden.• Monteer het frontpaneel na het beëindigen van de montage- en servicewerkzaamheden opnieuw in de omgekeerde volgorde.4.6.2 Frontplaat van de onderdrukkamer demonteren en monteren1. 2.3.Afb. 4.5 Demonteren van de frontplaat (onderdrukkamer)• Draai (type 17-2/0) twee schroeven resp.

10 Installatiehandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/04. 6. 3 Zijdelen demonteren en monterenAfb. 4. 6 Demontage zijdelen (afgebeeld type 17-2/0)• Demonteer de draagkabel aan het bedieningspaneel. • Draai aan beide zijde twee schroeven ter bevestiging uit de zijdelen. • Klap de zijdelen via de vergrendeling een beetje opzij en trek ze naar voren. • Monteer de zijdelen na het beëindigen van de monta-ge- en servicewerkzaamheden opnieuw in de omge-keerde volgorde. Aanwijzing. Let er bij de hermontage op dat de zijdelen in alle houders zitten. 4. 6. 4 Ophangbeugel monterenDe bijgeleverde ophangbeugel dient om de Geyser aan de muur op te hangen. Om de montage te vergemakke-lijken is een montagesjabloon bij het toestel geleverd. • Leg de plaats van opstelling vast, zie paragraaf 4.

1 Aansluiten van de gastoevoer• Zorg voor de spanningvrije en gasdichte verbinding tussen wandaansluiting en toestelaansluiting met behulp van een gaskraan. Attentie. Het gasregelblok mag alleen worden gecontro-leerd op lekkages met een maximale druk van 110 mbar. De bedrijfsdruk mag niet hoger zijn dan 60 mbar.

11Installatiehandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/05. 2 Aansluiten van de watertoevoer Gevaarlijk. Verbrandingsgevaar en gevaar voor beschadi-ging door heet of koud water dat naar buiten komt. Bij gebruik van kunststofbuizen voor de warm- en/of koudwateraansluiting van het toestel mor-gen alleen buizen met een temperatuurbesten-digheid van 95°C bij een druk van 10 bar gebruikt worden. • Zorg voor de spanningvrije koud- en warmwateraan-sluitingen. • Plaats de waterfilter (3) en de waterhoeveelheidsbe-grenzer (4) conform afb. 5. 1 in de koudwater inlaat van het toestel (2). • Draai de wartelmoeren van de flexibele aansluitslan-gen op de wateraansluitingen (koud en warm) van het toestel. • Controleer het toestel op lekkages en dicht ze eventu-eel af. 5.

3 Aansluiten van de verbrandingsluchttoevoer/verbrandingsgasafvoerOriginele verbrandingsluchttoevoer/verbrandingsgas-afvoeren vindt u opgesomd in de Vaillant montagehand-leiding voor verbrandingsluchttoevoeren/verbrandings-gasafvoeren:Art-nr. 0020015714De volgende verbrandingsluchttoevoeren/verbrandings-gasafvoeren zijn als garnituren beschikbaar en kunnen met het toestel gecombineerd worden. – Concentrisch systeem, aluminium, ∅ 60/100 mm– Gescheiden systeem, aluminium, 80/80 mm∅Alle turboMAG toestellen zijn standaard met een lucht-/verbrandingsgasaansluiting ∅ 60/100 mm uitgerust. Deze standaardaansluiting kan indien nodig door een aansluting voor verbrandingsluchttoevoer/verbrandings-luchttoevoer met ∅ 80/80 mm vervangen worden.

Voor de montage dient u de montagehandleiding Verbrandingsluchttoevoer/verbrandingsgasafvoer in acht te nemen. 682848Ø 10025 - 45˚12310Afb. 5. 3 Montagevoorbeeld: verticale dakdoorvoer• Plaats de VLT/VGA-buis in de aansluiting van het toe-stel. Let hierbij op de juiste positie van de buis in de VGA-aansluiting. 5. 4 Aansluiting netsnoer Gevaarlijk. Levensgevaar door elektrocutie. Bij een ondeskundige installatie bestaat er gevaar voor elektrocutie en beschadiging van het toestel. Aanwijzing. De stroomvoorziening moet sinusvormig zijn. De Geyser is aansluitklaar bedraad. Installatie 5.

13Installatiehandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/06 InbedrijfnameDe eerste inbedrijfname en de bediening van het toestel en het instrueren van de gebruiker moet door een erkend installateur uitgevoerd worden.Bij de eerste inbedrijfname moet u de gasinstelling con-troleren.De verdere inbedrijfname/bediening voert u uit zoals in de bedieningshandleiding in de paragraaf 4.3 beschre-ven.6.1 Gasinstelling controleren• Vergelijk hiervoor de tabellen in het hoofdstuk 6.2 Gasinsteltabellen.6.1.1 Gasinstelling met gastoevoer vergelijken• Vergelijk de gegevens over de toesteluitvoering (cate-gorie en ingestelde gassoort) op het typeplaatje met de plaatselijk voorhanden gassoort. Informatie krijgt u bij het plaatselijk energiebedrijf.Geen overeenstemming:• Pas het toestel op de voorhanden gassoort aan (zie hoofdstuk 6.5 Aanpassing aan andere gassoort).6.1.2 Gasvoordruk controlerenAfb.

6.1 Meetnippel gasvoordruk type 11-2/0 en 14-2/0Afb. 6.1 Meetnippel gasvoordruk type 17-2/0De gasvoordruk kunt u met een manometer (resolutie ten minste 0,1 mbar) meten. Ga hierbij als volgt te werk:• Sluit de gaskraan.• Open de meetnippel voor de gasdruk (zie afb. 6.1 Meetnippel gasvoordruk).• Sluit een manometer aan.• Open de gaskraan.• Neem het toestel conform de gegevens in de bedie-ningshandleiding in gebruik en tap warm water.• Meet de voordruk.Gasfamilie Toegestaan gasvoordrukbereik in mbarAardgas 2LG 25 20 – 30Vloeibaar gas 3B/PG 30/G 31 25 – 35Tabel 6.1 Gasvoordrukbereik Attentie!Bij te hoge of te lage gasvoordruk mag u het toestel niet in gebruik nemen.

Neem contact op met het energiebedrijf als u de oorzaak voor deze fout niet kunt verhelpen.• Neem het toestel buiten bedrijf.• Sluit de gaskraan.• Ontkoppel de manometer.• Sluit de meetnippel.• Open de gaskraan.• Controleer de meetnippel op dichtheid.6.1.3 Warmtebelasting controlerenU kunt de warmtebelasting op twee manieren controle-ren:Inbedrijfname 6

14 Installatiehandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/0– Aflezen van de gashoeveelheid op de gasmeter (hoeveelheidsmethode)– Controleren van de branderdruk (branderdrukmethode)HoeveelheidsmethodeZorg ervoor dat er tijdens de controle geen extra gassen (bijv. mengsels van vloeibaar gas en lucht) voor het vol-doen aan de piekbehoefte toegevoerd worden. Win infor-matie in bij het energiebedrijf. Zorg ervoor dat er geen andere toestellen tijdens de controle gebruikt worden. 6Afb. 6. 2 Instellen van de maximale temperatuur• Neem het toestel volgens de aanwijzingen in de bedie-ningshandleiding in gebruik en zet de temperatuurkeu-zeknop ( ) op de maximale temperatuur door naar 6rechts te draaien. • Zoek de vereiste gashoeveelheid in tabel 6. 3 Gashoeveelheid uit (tabelwaarde l/min), zie paragraaf 6. 2 Gasinsteltabellen• Noteer de gastellerstand.

• Tap warm water met volledig geopende waterkraan. Dit gaat het best in het bad of in de douche. Hierbij moet de nominale waterhoeveelheid stromen, zie hoofdstuk 10 Technische gegevens. • Lees na ca. 5 minuten permanent gebruik van het toe-stel de gashoeveelheid op de gasmeter af en vergelijk de waarde met de waarde in de tabel. Afwijkingen van 5 % zijn toegestaan. ±Als de afwijkingen de opgegeven grenzen overschrijden:1201201201201201201201201201201201201201201201201202143Afb. 6. 3 InspuitersLegenda1 Inspuiterrail2 Inspuiter3 Luchtgeleidingsplaat4 Brander• Controleer of de juiste inspuiters gebruikt worden. Vergelijk hiervoor de aanduiding op de gemonteerde inspuiters met de gegevens in de tabel in hoofdstuk 10 Technische gegevens. Hiervoor moet u eventueel. de brander demonteren, zie hoofdstuk 7. 5 Brander reini-gen.

15Installatiehandleiding turboMAG 11-2/0, 14-2/0 en 17-2/06Afb. 6. 5 Instellen van de maximale temperatuur• Neem het toestel volgens de aanwijzingen in de bedie-ningshandleiding in gebruik en zet de temperatuurkeu-zeknop (6) op maximale temperatuur door naar rechts te draaien. • Tap warm water met volledig geopende waterkraan. Dit gaat het best in het bad of in de douche. Hierbij moet de nominale waterhoeveelheid stromen, zie hoofdstuk 10 Technische gegevens. • De vereiste branderdruk in mbar vindt u in de tab. 6. 4 Branderdruk. • Vergelijk de gemeten druk met de tabelwaarde. Afwijkingen van 10 % zijn toegestaan. ±• Neem het toestel uit bedrijf. • Verwijder de manometer. • Schroef de afdichtingschroef van de branderdrukmeet-nippel opnieuw in. • Controleer de afdichtingschroef op dichtheid.

Als de afwijkingen de opgegeven grenzen overschrijden:• Controleer of de juiste inspuiters gebruikt worden, zie afb. 6. 3 Inspuiters. Vergelijk hiervoor de aanduiding op de gemonteerde inspuiters met de gegevens in de tabel in hoofdstuk 10 Technische gegevens. Hiervoor moet u eventueel. de brander demonteren, zie hoofd-stuk 7. 5 Brander reinigen. • Zijn de inspuiters niet de oorzaak voor de afwijking, neem dan contact op met de servicedienst. U mag het toestel niet in gebruik nemen. • Neem het toestel uit bedrijf. 6. 2 GasinsteltabellenToesteluitvoering voorAardgassen Vloeibare gassenAanduiding op het typeplaatje2LG 25 – 25 mbar3B/PG 30/31 – 30 mbar11-2/0 14-2/0 17-2/0 11-2/0 14-2/0 17-2/0Instelling bij leve-ringG 25 G 30 Het toestel moet omge-bouwd wor-den. Inspuiter 1,4 1,4 1,35 0,77 0,77 0,73Voorinspuiter 4,8 5,65 6,5 3,4 5,2 7,3Tabel 6.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Vaillant TurboMAG Turbo 11/2 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden