UTAX P-C2655w MFP Handleiding
Pagina's 72 Printer
Bekijk de handleiding van UTAX P-C2655w MFP gratis online of download de PDF. Deze handleiding is 36 keer bekeken. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | UTAX |
| Categorie: | Printer |
| Model: | P-C2655w MFP |
Handleiding UTAX P-C2655w MFP – volledige tekst
iInhoudInhoud. iInleiding. iiiOver deze gebruikershandleiding. iiiOverzicht van de handleiding. iiiVormgevingselementen in deze handleiding. iv1 Wettelijke kennisgeving en veiligheidsvoorschriften. 1-1Mededeling. 1-2Veiligheidsaanduidingen in deze handleiding. 1-2Over deze gebruikershandleiding. 1-3Wettelijke kennisgeving. 1-3VOORNAAMSTE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN. 1-3IMPORTANTES MESURES DE SECURITE. 1-3Verklaring in het kader van de Europese richtlijnen. 1-4Technische regelgeving voor terminalapparatuur. 1-4Verklaring netwerkcompatibiliteit. 1-5Informatie over handelsmerken. 1-52 Voor u het faxapparaat in gebruik neemt. 2-1Namen en functies van de onderdelen. 2-2Apparaat. 2-2Bedieningspaneel. 2-4Aanraakscherm. 2-5Gebruik van de [Enter]-toets. 2-6Gebruik van de toets [Snelkiesnummer zoeken]. 2-6Wizard Snel installeren (Faxinstallatie). 2-7Faxinstellingen. 2-7Faxinstallatieprocedure.
2-8Datum en tijd instellen. 2-9PBX-instelling (enkel Europa). 2-103 Verzenden van faxen. 3-1Basisverzendprocedure. 3-2Opnieuw bellen. 3-3Verzendstatus controleren. 3-4Verzending uit het geheugen annuleren (terwijl de originelen gescand worden). 3-4Verzending uit het geheugen annuleren (tijdens het verzenden). 3-4Verzending annuleren (verbinding verbreken). 3-5Methodes voor het opgeven van een bestemming. 3-6Opgeven van het bestemmingfaxnummer met de cijfertoetsen. 3-6Kiezen uit het adresboek. 3-8Kiezen met snelkiestoetsen. 3-9Gebruik van de snelkiestoets. 3-9Multi-versturen. 3-10Aanmelden/afmelden. 3-12Aanmelden bij ingeschakeld gebruikersaanmeldingsbeheer. 3-12Aanmelden bij ingeschakelde taakaccounting. 3-134 Ontvangen van faxen. 4-1Faxontvangst. 4-2Ontvangstmethode. 4-2Ontvangstmethode instellen. 4-2Automatische ontvangst. 4-3Ontvangstschema. 4-3.
iiOntvangst annuleren (verbinding verbreken). 4-3Handmatige ontvangst. 4-4Ontvangstschema. 4-4Faxontvangstfuncties. 4-5Ontvangstdatum/-tijd. 4-5Duplex afdrukken. 4-62-op-1 afdrukken. 4-6Batch afdrukken. 4-65 Gebruik van handige faxfuncties. 5-1Gebruik van een aangesloten telefoon. 5-2Automatisch schakelen tussen fax/telefoon. 5-2Automatisch schakelen tussen fax/antwoordapparaat. 5-4Handmatig verzenden. 5-6Handmatige ontvangst. 5-7Functie schakelen op afstand. 5-86 Problemen oplossen. 6-1Lampjes tijdens verzenden/ontvangen. 6-2Reageren op een knipperend foutmeldingslampje. 6-2Voorzorgsmaatregelen bij het uitschakelen van het apparaat. 6-3Berichten. 6-4Foutcodelijst. 6-5Problemen oplossen. 6-8Veelgestelde vragen. 6-107 Appendix. 7-1Invoermethode voor tekens. 7-2Invoerschermen. 7-2Specificaties. 7-4Menudiagram. 7-6Index. Index-1.
iiiInleidingDeze gebruikershandleiding is bedoeld om u te helpen het apparaat correct te bedienen, basisonderhoud uit te voeren en zo nodig eenvoudige problemen op te lossen, zodat u uw apparaat steeds in optimale conditie kunt gebruiken.Lees deze gebruikershandleiding voordat u het faxapparaat in gebruik neemt.
Bewaar de handleiding in de buurt van het faxapparaat, zodat deze direct beschikbaar is.Over deze gebruikershandleidingOverzicht van de handleidingDeze gebruikershandleiding bestaat uit de volgende hoofdstukken.Hoofdstuk Inhoud1 Wettelijke kennisgeving en veiligheidsvoorschriftenDit hoofdstuk beschrijft de voorzorgsmaatregelen met betrekking tot het gebruik van het apparaat en informatie over handelsmerken.2 Voor u het faxapparaat in gebruik neemtIn dit hoofdstuk worden de namen van de onderdelen en de Versnelde installatie-wizard toegelicht3 Verzenden van faxen In dit hoofdstuk worden de algemene methodes voor het verzenden van faxen en de verzendfuncties toegelicht.4 Ontvangen van faxen In dit hoofdstuk worden de algemene methodes voor het ontvangen van faxen en de ontvangstfuncties toegelicht.5 Gebruik van handige faxfuncties In dit hoofdstuk worden handige faxfuncties toegelicht, zoals het opslaan van ontvangen faxen in boxen in het geheugen, het doorsturen van ontvangen faxen en polling-communicatie (een functie waarmee de ontvanger zelf kan opbellen en het ontvangen van een fax kan starten).6 Problemen oplossen In dit hoofdstuk wordt toegelicht wat te doen wanneer foutmeldingen worden weergegeven of andere problemen optreden.7 Appendix In dit hoofdstuk wordt toegelicht hoe tekens in te voeren en biedt een overzicht van de faxspecificaties.
ivVormgevingselementen in deze handleidingAdobe Reader XI wordt als voorbeeld genomen in de onderstaande uitleg.Bepaalde items zijn in deze handleiding aangegeven met de onderstaande vormgevingselementen.OPMERKINGDe items die worden weergegeven in Adobe Reader variëren, afhankelijk van de gebruikswijze. Als de inhoudsopgave of de gereedschappen niet worden weergegeven, raadpleeg Adobe Reader Help.Vormgevings-elementBeschrijving[Vet] Geeft toetsen en knoppen aan.“Standaard” Geeft een bericht of instelling aan.Klik om van de huidige pagina naar de vorige pagina te gaan.
Dit is handig om terug te keren naar de pagina van waaruit u naar de huidige pagina bent gegaan.Klik op een item in de inhoudsopgave om naar de bijbehorende pagina te gaan.VOORZICHTIGDit geeft aan dat wanneer u onvoldoende aandacht besteedt aan of u zich niet op de juiste wijze houdt aan de betreffende punten, dit kan leiden tot lichamelijk letsel of mechanische beschadiging.OPMERKINGGeeft bijkomende verklaringen en referentie-informatie voor bewerkingen.BELANGRIJKGeeft de operationele eisen en beperkingen aan om de machine correct te doen werken en om schade aan het apparaat of andere apparatuur te voorkomen.RaadpleegKlik op de onderstreepte tekst om naar de bijbehorende pagina te gaan.
vVormgevingselementen bij procedures voor bediening van het apparaatIn deze gebruikershandleiding worden opeenvolgende bedieningsstappen als volgt aangegeven:Bedieningsprocedure Procedure aangegeven in deze handleidingDruk op de [Systeemmenu/Tellers]-toets.Druk op [ ].Kies [Algemene instellingen].Kies [Geluid].Toets [Systeemmenu/Tellers] > [Algemene instellingen] > [Geluid]
1-2Wettelijke kennisgeving en veiligheidsvoorschriften > MededelingMededelingVeiligheidsaanduidingen in deze handleidingDe delen van deze handleiding en onderdelen van het faxapparaat die zijn aangeduid met symbolen, bevatten veiligheidswaarschuwingen ter bescherming van de gebruiker, andere personen en voorwerpen in de buurt. Ze zijn ook bedoeld voor een correct en veilig gebruik van het faxapparaat. WAARSCHUWING: Dit geeft aan dat wanneer u onvoldoende aandacht besteedt aan of u zich niet op de juiste wijze houdt aan de betreffende punten, dit kan leiden tot ernstig letsel of zelfs levensgevaar. VOORZICHTIG: Dit geeft aan dat wanneer u onvoldoende aandacht besteedt aan of u zich niet op de juiste wijze houdt aan de betreffende punten, dit kan leiden tot lichamelijk letsel of mechanische beschadiging.
SymbolenHet symbool geeft aan dat het betreffende deel veiligheidswaarschuwingen bevat. Specifieke aandachtspunten worden binnenin het symbool aangegeven. [Algemene waarschuwing]. [Waarschuwing voor hoge temperatuur]Het symbool geeft aan dat het betreffende deel informatie bevat over niet-toegestane handelingen. Specifieke informatie over de niet-toegestane handeling wordt binnenin het symbool aangegeven. [Waarschuwing voor niet-toegestane handeling]. [Demontage verboden]Het symbool geeft aan dat het betreffende deel informatie bevat over handelingen die moeten worden uitgevoerd. Specifieke informatie over de vereiste handeling wordt binnenin het symbool aangegeven. [Waarschuwing voor vereiste handeling]. [Haal de stekker uit het stopcontact].
[Sluit het apparaat altijd aan op een geaard stopcontact]Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger om een vervanging te bestellen als de veiligheidswaarschuwingen in deze gebruikershandleiding onleesbaar zijn of als de handleiding zelf ontbreekt (tegen betaling). OPMERKINGWegens prestatie-updates zijn wijzigingen van de informatie in deze gebruikershandleiding voorbehouden zonder voorafgaande kennisgeving.
1-3Wettelijke kennisgeving en veiligheidsvoorschriften > MededelingOver deze gebruikershandleidingDeze gebruikershandleiding bevat informatie over het gebruik van de faxfuncties van dit apparaat. Lees deze gebruikershandleiding voordat u het apparaat in gebruik neemt. Raadpleeg tijdens het gebruik de gebruikershandleiding van uw apparaat voor informatie over de onderstaande onderwerpen. Wettelijke kennisgevingWIJ ZIJN NIET AANSPRAKELIJK VOOR HET VOLLEDIGE OF GEDEELTELIJKE VERLIES VAN ONTVANGEN DOCUMENTEN, WANNEER EEN DERGELIJK VERLIES WORDT VEROORZAAKT DOOR SCHADE AAN HET FAXSYSTEEM, STORINGEN, FOUTIEF GEBRUIK OF EXTERNE FACTOREN ZOALS STROOMONDERBREKINGEN, NOCH VOOR PUUR ECONOMISCH VERLIES OF GEMISTE OPBRENGSTEN DIE HET GEVOLG ZIJN VAN GEMISTE KANSEN ALS GEVOLG VAN GEMISTE TELEFOONOPROEPEN OF HIERDOOR GEREGISTREERDE BERICHTEN.
VOORNAAMSTE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENBij gebruik van uw telefoonapparatuur moet u altijd elementaire veiligheidsvoorschriften in acht nemen om het risico op brand, elektrische schokken en letsel te beperken. Let hierbij onder andere op het volgende:VOORZICHTIG: Verminder het risico op brand door alleen gebruik te maken van telecommunicatiekabels AWG-Nr. 26 of hoger die UL- of CSA-gecertificeerd zijn. 1 Gebruik dit product niet in de buurt van water, bijvoorbeeld nabij een badkuip, wasbak, aanrecht of wasmachine, in een vochtige kelder of nabij een zwembad. 2 Vermijd het gebruik van een telefoon tijdens onweer (behalve snoerloze toestellen). Er bestaat een gering risico op elektrische schokken door blikseminslag. 3 Gebruik de telefoon niet om een gaslek te melden in de buurt van de lek. 4 Gebruik alleen het netsnoer en de batterijen die in deze handleiding zijn beschreven.
2-2Voor u het faxapparaat in gebruik neemt > Namen en functies van de onderdelenNamen en functies van de onderdelenApparaatDit hoofdstuk geeft uitleg over de namen van de onderdelen wanneer het apparaat wordt gebruikt als faxapparaat. Voor de benodigde onderdelen voor andere functies dan het FAXEN, raadpleeg:Gebruikershandleiding van het apparaat1 Bedieningspaneel Bedien de faxfuncties via dit paneel.2 Hoofdschakelaar Zet deze schakelaar op ON als u de fax of het kopieerapparaat wilt gebruiken. Het aanraakscherm licht op om het bedienen mogelijk te maken.3 LINE-connector Sluit de modulaire kabel voor de telefoonlijn aan op deze connector. 4 TEL-connector Sluit de modulaire kabel aan op deze connector als u een in de handel verkrijgbaar telefoontoestel gebruikt.BELANGRIJKHet automatisch ontvangen van faxen is niet mogelijk als de hoofdschakelaar uitgeschakeld is. 1243
2-3Voor u het faxapparaat in gebruik neemt > Namen en functies van de onderdelenDocumenttoevoer5 Bovenklep Open deze klep als het origineel vastgelopen is in de documenttoevoer.6 Handgreep voor openen Houd deze handgreep vast om de documenttoevoer te openen of te sluiten.7 Originelenuitvoer Gelezen originelen worden op deze plaat uitgevoerd.8 Origineleninvoer Plaats de stapel originelen op deze plaat.9 Breedtegeleiders voor originelen Pas deze geleiders aan de breedte van het origineel.97658
2-4Voor u het faxapparaat in gebruik neemt > Namen en functies van de onderdelenBedieningspaneel1 Toets [Home]: Geeft het scherm Home weer.2 Toets [Status/Taak annuleren]: Roep het scherm Status/Taak annuleren op.3 Toets [Systeemmenu/Tellers]: Geeft het scherm Systeemmenu/Tellers weer.4 Aanraakscherm: Geeft de pictogrammen weer voor het configureren van de apparaatinstellingen.5 Lampje [Verwerken]: Knippert tijdens het afdrukken of verzenden/ontvangen.6 Lampje [Geheugen]: Knippert als het apparaat het apparaatgeheugen, het faxgeheugen of het USB-geheugen (algemeen gebruik) gebruikt.7 Lampje [Opgelet]: Brandt of knippert wanneer een fout optreedt en een taak wordt afgebroken.8 Toets [ Enter]: Bevestigt de cijfers ingevoerd met de cijfertoetsen en bevestigt de gegevens bij het instellen van functies.
Werkt net als de [OK]-toets op het scherm.9 Toets [ Start]: Start het kopiëren en scannen en het verwerken van instellingen.10 Toets [ Stop]: Annuleert of onderbreekt de lopende taak.11 Toets [ Stille modus]: U kunt het apparaat stiller doen werken door het loopgeluid ervan te reduceren.12 Toets [ Verificatie/Afmelden]: Schakelt tussen verificatie gebruiker en verlaat de taak voor de huidige gebruiker (bv. afmelden).13 Toets [ Spaarstand]: Zet het apparaat in de slaapstand. Schakelt de slaapstand uit.14 Toets [ Reset]: Zet de instellingen terug in hun oorspronkelijke stand.15 Toets [ Wissen]: Wist ingevoerde nummers en karakters.16 Toets [ Snelkiesnummer zoeken]: Specificeert geregistreerde informatie zoals adresnummers en gebruiker-ID's op nummer.17 Cijfertoetsen: Om cijfers en symbolen in te voeren.Selecteer de functie.Home Admin10:101 173 4 5 6 7 916 152 8 1210 1114 13
2-5Voor u het faxapparaat in gebruik neemt > Namen en functies van de onderdelenAanraakschermScherm HomeDit scherm wordt weergegeven door te drukken op de [Home] toets op het bedieningspaneel. Raak een pictogram aan om het bijbehorende scherm weer te geven.U kunt de pictogrammen op het scherm Home en de achtergrond wijzigen.Gebruikershandleiding van het apparaat* De weergave kan verschillen van uw scherm, afhankelijk van uw configuratie en optie-instellingen.Nr. Item Beschrijving1 Bericht Toont het bericht afhankelijk van de status.2 Bureaublad Geeft het functiepictogram weer. Geregistreerd functie in favorieten worden ook weergegeven. Pictogrammen die niet op de eerste pagina worden weergegeven, kunnen worden weergegeven door van pagina te veranderen.3 Toetsen voor veranderen schermGebruik deze toetsen om door de bureaublad pagina's te bladeren.
Dit wordt weergegeven wanneer er meerdere pagina's zijn.4 [Status] Geeft het scherm Status weer. Als er een fout optreedt, verschijnt het pictogram "!". Als de fout verdwijnt, keert het display terug naar de normale weergave.5 [Taakvenster] Geeft het taakvenster weer.6 [Afmelden] Meldt de huidige gebruiker af. Wordt weergegeven als het gebruikersaanmeldingsbeheer ingeschakeld is7 Login gebruik.naam Toont de gebruikersnaam waarmee is aangemeld. Wordt weergegeven als het gebruikersaanmeldingsbeheer ingeschakeld is Kies "Login gebruikersnaam" om de informatie over de aangemelde gebruiker weer te geven.8 Taakbalk Geeft de taak pictogrammen weer.9 [Bureaublad] Geeft het bureaublad weer.Selecteer de functie.Home AdminStatus10:10BureaubladMachine-gegevensTaalFavorietenSysteem-menuSelecteer de functie.Home Admin10:1037345216749816Bureaublad Taakvenster
2-6Voor u het faxapparaat in gebruik neemt > Namen en functies van de onderdelenBediening van het aanraakschermGebruik van de [Enter]-toetsDe [Enter]-toets heeft dezelfde functie als de toets met het Enter-teken ( ), zoals de toets [OK ] en de toets [Sluiten ].Gebruik van de toets [Snelkiesnummer zoeken]De [Snelkiesnummer zoeken]-toets wordt gebruikt bij het gebruik van de cijfertoetsen om direct het nummer in te voeren, bijvoorbeeld, bij het opgeven van de bestemming voor de transmissie met behulp van een snelkiesnummer.Raadpleeg voor meer informatie over snelkiezen:Gebruik van de snelkiestoets (pagina 3-9)FunctiesSluiten10:10Origineel formaatA41-zijdigBovenrand bovenAfdr.richting origineelDuplex1/4Gereed voor verzenden.FAX TX-resolutie200x100dpi normaaltoev./bewSneltoetsFAXOp de haak KetenCheckAdresboekbestemm.DirectExtern adresboekFuncties10:10Bestem:SnelkiestoetsKies opnieuwFavorietenSneltoets 1 Sneltoets 2Gereed voor verzenden.11 Geeft de status van het apparaat weer alsook de relevante bedieningsberichten.2 Voor het opgeven van bestemmingen.3 Voor het configureren van functie-instellingen.4 Geeft de beschikbare functies en instellingen weer.5 Registreert functies als een sneltoets.6 Scrolt naar boven en naar beneden als een lijst met waarden niet in zijn geheel kan worden weergegeven op één scherm.7 Geeft de sneltoetsen weer.8 Geeft de datum en tijd weer en het aantal bestemmingen.2346857Datum/tijd - Tijd10:10Systeemmenu/teller.Minuut< TerugOKUurSecondeAnnuleren:::Snelkiezen10:10(001 - 100)Annuleren OK
2-7Voor u het faxapparaat in gebruik neemt > Wizard Snel installeren (Faxinstallatie)Wizard Snel installeren (Faxinstallatie)Bij het snel installeren wordt een wizard gebruikt om de volgende instellingen te configureren. Zorg ervoor dat de instellingen voltooid zijn voor u het faxsysteem gebruikt. FaxinstellingenStap Instelling BeschrijvingReferentie-pagina1. Diaring/RX-modusBelmodus** Alleen inch versie. Selecteer de belmodus overeenkomstig het type telefoonlijn. ―Ontvangstmethode Selecteer de ontvangstmethode. ―2. Lokale FAX info Lokale faxnaam Registreer de lokale faxnaam die moet worden afgedrukt op de fax bij de ontvanger. ―Lokaal faxnummer Geef het lokale faxnummer op dat moet worden afgedrukt op de fax bij de ontvanger. ―Lokale fax-ID Voer de lokale fax-ID in. De lokale fax-ID kan derden beperken waarmee je kunt communiceren. Voer het viercijferige lokale FAX-ID-nummer in.
―TTI Selecteer of de lokale faxinformatie wel of niet moet worden afgedrukt op de fax van de ontvanger. ―3. Geluid Speaker volume Stel het volume in voor wanneer [Op de haak] wordt ingedrukt. Speaker volume: Volume van de ingebouwde luidspreker als de lijn verbonden is door op [Op de haak] te drukken. ―Monitor volume Stel het monitorvolume in. Monitor volume: Volume van de ingebouwde luidspreker als de lijn verbonden is zonder op [Op de haak] te drukken zoals bij verzending uit het geheugen. ―Zoemer bij afronden taak Brengt een geluid voort wanneer een taak normaal is voltooid. ―4. Belsignalen Normaal**** Deze instelling wordt niet weergegeven in sommige regio's. Stel in hoe vaak de telefoon overgaat voor de oproep wordt beantwoord. ―Antwoordapparaat** Stel in hoe vaak de telefoon overgaat voor het antwoordapparaat overneemt.
2-8Voor u het faxapparaat in gebruik neemt > Wizard Snel installeren (Faxinstallatie)Faxinstallatieprocedure1Roep het scherm op.Toets [Systeemmenu/Tellers] > [Versnelde installatie-wizard] > [FAX setup]2Configureer de functie.Start de wizard. Volg de instructies op het scherm om de instellingen te configureren. [Volgend >]OPMERKINGVoer, wanneer het gebruikersbevoegdheidsscherm verschijnt, uw aanmeldingsgebruikersnaam en -wachtwoord in en druk op [Login].Het standaard gebruikersnaam en wachtwoord worden als volgt ingesteld.Login gebruikersnaam: 2600Aanmeldingswachtwoord: 2600Bediening BeschrijvingAfsluiten Sluit de wizard af.> Doorgaan naar het volgende item zonder het huidige item in te stellen.Volgend > Naar het volgende scherm.< Terug Terug naar het vorige scherm.
2-9Voor u het faxapparaat in gebruik neemt > Datum en tijd instellenDatum en tijd instellenStel de plaatselijke datum en tijd in van de plaats waar het apparaat wordt gebruikt.Wanneer u een fax verzendt met de verzendfunctie, zullen de hier ingestelde datum en tijd in de kop van de fax worden toegevoegd.
Stel de datum, de tijd en het tijdsverschil met GMT in van de regio waar het apparaat wordt gebruikt.1Roep het scherm op.[Systeemmenu/Tellers]-toets > [Datum/timer/Energiebesp.stnd]2Configureer de instellingen.[Tijdzone] > [Datum/tijd] > [Datumnotatie]OPMERKINGStel het tijdsverschil in voor u de datum en de tijd instelt.De datum en tijd worden ingesteld met behulp van de wizard installatie apparaat als het apparaat voor de eerste keer wordt ingeschakeld.Als het login gebruikersnaam invoerscherm verschijnt tijdens de werkzaamheden, meldt u dan aan zoals beschreven in de gebruikershandleiding van het apparaat als Administrator gebruikersnaam en wachtwoord.Het standaard gebruikersnaam en wachtwoord worden als volgt ingesteld.Login gebruikersnaam: 2600Aanmeldingswachtwoord: 2600Item BeschrijvingTijdzone Stel het tijdsverschil met GMT in. Kies de dichtstbijzijnde locatie uit de lijst.
Als u een tijdzone hebt geselecteerd die automatisch wordt aangepast aan zomer- en wintertijd, dan moet u de tijdzonegegevens instellen.Datum/tijd Stel de datum en tijd in voor de locatie waar u het apparaat gebruikt. Wanneer de machine een fax verstuurt, worden de datum en tijd die zijn ingesteld in het apparaat opgenomen in de faxkopregel.Instelling: Jaar (2000 tot 2037), maand (1 tot 12), dag (1 tot 31), Uur (00 tot 23), minuten (00 tot 59), seconden (00 tot 59)Datumnotatie Selecteer de weer te geven datumnotatie van dag, maand en jaar. Het jaar wordt weergegeven in het Westerse notatiesysteem.Instelling: Maand/dag/jaar, Dag/maand/jaar, Jaar/maand/dag
2-10Voor u het faxapparaat in gebruik neemt > PBX-instelling (enkel Europa)PBX-instelling (enkel Europa)Als het apparaat gebruikt wordt in een omgeving met een PBX voor het aansluiten van meerdere telefoons voor zakelijk gebruik, configureer dan de volgende PBX-instelling.OPMERKINGVoor u het apparaat op een PBX aansluit, adviseren wij u om contact op te nemen met het bedrijf dat het PBX-systeem heeft geïnstalleerd om dit apparaat te laten aansluiten.
Wij wijzen u erop dat een juiste werking niet kan worden gegarandeerd in een omgeving waarin dit apparaat aangesloten is op een PBX, omdat de functies van dit apparaat dan kunnen worden beperkt.Item Instelling BeschrijvingVerwissel selectie PSTN Gebruik deze instelling als het apparaat aangesloten is op een openbaar geschakeld telefoonnetwerk (standaard).PBX Gebruik deze instelling als het apparaat aangesloten is op een PBX.Nummerinstelling buitenlijn 0-900-99Stel een nummer in voor het openen van een buitenlijn. Neem voor het nummer contact op met de PBX-beheerder.
3-13 Verzenden van faxenIn dit hoofdstuk worden de volgende onderwerpen uitgelegd:Basisverzendprocedure. 3-2Opnieuw bellen. 3-3Verzendstatus controleren. 3-4Verzending uit het geheugen annuleren (terwijl de originelen gescand worden). 3-4Verzending uit het geheugen annuleren (tijdens het verzenden). 3-4Verzending annuleren (verbinding verbreken). 3-5Methodes voor het opgeven van een bestemming. 3-6Opgeven van het bestemmingfaxnummer met de cijfertoetsen. 3-6Kiezen uit het adresboek. 3-8Kiezen met snelkiestoetsen. 3-9Gebruik van de snelkiestoets. 3-9Multi-versturen. 3-10Aanmelden/afmelden. 3-12Aanmelden bij ingeschakeld gebruikersaanmeldingsbeheer. 3-12Aanmelden bij ingeschakelde taakaccounting. 3-13.
3-2Verzenden van faxen > BasisverzendprocedureBasisverzendprocedure1Druk op [FAX] op het Home scherm.Het startscherm voor faxen verschijnt.2Plaats de originelen.Voor meer informatie over het plaatsen van originelen, raadpleeg:3Selecteer de verzendingswijze.Er zijn 2 verzendingswijzen: verzending vanuit het geheugen en rechtstreekse verzending.Verzenden uit het geheugen: Het document wordt in het geheugen opgeslagen voor de communicatie begint. Geheugentransmissie is standaard geselecteerd.Direct verzenden: De bestemming wordt gekozen en communicatie begint voordat het origineel is gescand. Druk op [Direct] om de verzendmethode te wijzigen in direct verzenden. De toets wordt geaccentueerd op het aanraakscherm.
Als op [Direct] wordt gedrukt terwijl het geaccentueerd is, dan wordt de verzendmethode gewijzigd in verzenden uit het geheugen.4Geef de bestemming op.Geef de verzendbestemming op.5Selecteer de functies.Druk op [Functies] en stel de verzendfuncties in die kunnen worden gebruikt.Gebruikershandleiding van het apparaatRaadpleeg de Engelse FAX gebruikershandleidingMethodes voor het opgeven van een bestemming (pagina 3-6)Raadpleeg de Engelse FAX gebruikershandleiding
3-3Verzenden van faxen > Basisverzendprocedure6Start verzenden.Druk op de [Start]-toets.Als het scannen klaar is, wordt de verzending gestart.Als de originelen in de documenttoevoer geplaatst zijnNadat de originelen in de documenttoevoer gescand zijn en opgeslagen zijn in het geheugen, wordt het ontvangstsysteem opgebeld.Als de originelen op de glasplaat geplaatst zijnNadat de originelen op de glasplaat gescand zijn en opgeslagen zijn in het geheugen, wordt het ontvangstsysteem opgebeld.Opnieuw bellenOpnieuw bellen is een functie waarmee u het laatst gekozen nummer opnieuw kunt bellen.Gebruik deze functie als het ontvangstsysteem niet reageert als u geprobeerd heeft een fax te verzenden.
Als u de fax naar hetzelfde ontvangende systeem wilt verzenden, druk dan op [Kies opnieuw] om het ontvangende systeem op te bellen dat u op de lijst met bestemmingen heeft ingevoerd.1Druk op [Kies opnieuw].2Druk op de [Start]-toets.Het verzenden start.OPMERKINGAls continu scannen ingesteld is, kunt u een volgend origineel scannen nadat het vorige origineel op de glasplaat opgeslagen is in het geheugen. Iedere keer als een pagina gescand is, voert u de benodigde handeling uit om continu te scannen, en nadat alle originelen opgeslagen zijn in het geheugen, wordt het ontvangstsysteem opgebeld.Raadpleeg de Engelse FAX gebruikershandleidingOPMERKINGHet geheugen van de nummerherhaling wordt gewist in de volgende omstandigheden.• Wanneer u het toestel uitschakelt• Wanneer u een volgende fax verstuurt (nieuwe nummerherhaling wordt geregistreerd)• Wanneer u zich afmeldt
3-4Verzenden van faxen > BasisverzendprocedureVerzendstatus controleren1Druk op de [Status/Taak annuleren]-toets.2Roep het scherm Status/Taak annuleren weer.Druk op [Taakstatus verst].De lijst met de tijd, bestemming en status wordt voor elke taak weergegeven.Verzending uit het geheugen annuleren (terwijl de originelen gescand worden)1Druk op de [Stop]-toets.Om tijdens het verzenden uit het geheugen het scannen te annuleren terwijl de originelen worden gescand, druk op de [Stop]-toets op het bedieningspaneel of druk op [Annuleren] op het aanraakscherm. Het scannen van de originelen is geannuleerd en de originelen worden uitgevoerd.
Als er originelen achterblijven in de documenttoevoer, neem ze dan uit de originelenuitvoer.Verzending uit het geheugen annuleren (tijdens het verzenden)1Druk op de [Status/Taak annuleren]-toets.2Annuleer de verzending.1 Druk op [Taakstatus verst].2 Selecteer de verzendtaak die u wilt annuleren en druk op [Annuleren] > [Ja]Annuleer de verzending. OPMERKINGZelfs als een verzending wordt geannuleerd, is het mogelijk dat pagina's gescand voor annulering aan de ontvangende partij zijn verzonden. Neem contact op met de ontvangende partij om na te gaan of pagina's onbedoeld zijn verstuurd.OPMERKINGIn sommige gevallen kan de verzending toch plaatsvinden, zelfs als op de [Stop]-toets of [Annuleren] wordt gedrukt.
3-5Verzenden van faxen > BasisverzendprocedureVerzending annuleren (verbinding verbreken)Volg deze procedure om de verbinding te verbreken en de verzending/ontvangst te stoppen.1Druk op de [Status/Taak annuleren]-toets.2Verbreek de verbinding.[FAX] > [Lijn uit]Om een directe verzending te annuleren, raadpleeg:Om een uitgestelde verzending te annuleren of een fax direct te verzenden, raadpleeg:Om een polling-verzending te annuleren, raadpleeg:OPMERKINGVoor het annuleren van een directe verzending, uitgestelde verzending of polling-verzending, raadpleeg het betreffende hoofdstuk.Engelse FAX gebruikershandleidingEngelse FAX gebruikershandleidingEngelse FAX gebruikershandleiding
3-6Verzenden van faxen > Methodes voor het opgeven van een bestemmingMethodes voor het opgeven van een bestemmingOpgeven van het bestemmingfaxnummer met de cijfertoetsenDe procedure voor het invoeren van een bestemmingsfaxnummer met de cijfertoetsen wordt hieronder uitgelegd.1Geef het scherm voor het invoeren van faxnummers weer.Druk op [bestemm.].2Voer het faxnummer van het ontvangstsysteem in.OPMERKING Als [Nieuwe best. Invoeren (FAX)] is ingesteld op [Verbieden], dan kan niet direct een faxnummer worden ingevoerd.
Selecteer de bestemming uit het adresboek of met de snelkiestoets.Raadpleeg de Engelse FAX gebruikershandleidingOPMERKINGDoor het nummer in te toetsen met de cijfertoetsen wordt het scherm gewijzigd in het scherm voor het invoeren van faxnummers.OPMERKINGEr kunnen tot 64 cijfers worden ingevoerd.Gebruik de cijfertoetsen om een nummer in te voeren.Toets BeschrijvingPauze Door deze toets in te drukken wordt een wachttijd van ongeveer drie seconden ingelast tijdens het kiezen van het nummer.
Als u bijvoorbeeld het ontvangstsysteem opbelt vanaf een externe lijn, dan kunt u deze methode gebruiken om een pauze in te lassen voor het kiezen van het nummer verdergaat nadat u een bepaald nummer belt.Spatie Bij de invoer van het bestemmingsnummer is mogelijk om halve breedte spaties in te voegen.Dit is handig bij het controleren of het bestemmingsnummer correct is ingevoerd.< > Verplaatsen van de cursor.Backspace Druk om een faxnummer te corrigeren op [Backspace] op het aanraakscherm en verwijder de cijfers één voor één voor u het faxnummer opnieuw invoert. Om het nummer volledig te wissen, druk op de [Wissen]-toets op het bedieningspaneel.
3-7Verzenden van faxen > Methodes voor het opgeven van een bestemming3Selecteer de verzendinstellingen. Subadrescommunicatie, gecodeerde verzending, startsnelheid verzending en ECM kunnen worden ingesteld. Het is mogelijk om de transmissie-instellingen te wijzigen door te drukken op [Op de haak], [Subadres] of [Detailinstellingen]. 4Druk op [OK]. Het opgeven van de bestemming wordt beëindigd. Toets BeschrijvingOp de haak Druk op [Op de haak] om de telefoonlijn te openen. Als het faxnummer ingevoerd is, begint het apparaat het ontvangstsysteem op te bellen. Nadat u op deze toets gedrukt heeft, kunt u het nummer van het ontvangstsysteem intoetsen met de cijfertoetsen. Raadpleeg de Engelse FAX gebruikershandleidingSubadres Stel deze optie in om te verzenden met een subadres.
Raadpleeg de Engelse FAX gebruikershandleidingDetailinstellingen Beginsnelheid verzendenHiermee kan de transmissie startsnelheid worden ingesteld. Selecteer een snelheid van 33. 600 bps, 14. 400 bps of 9600 bps. OPMERKINGNormaliter hoort deze instelling op standaard ingesteld te zijn. ECM Foutcorrectie verzenden (ECM) is een communicatiemethode die door de ITU-T (International Telecommunication Union) gespecificeerd is, die gegevens opnieuw verzendt wanneer er een fout optreedt. Faxmachines met een ECM-modus controleren op fouten bij het communiceren, waardoor vervorming van de afbeelding door ruis op de lijn en andere condities voorkomen wordt. Gecodeerde verzendingHiermee kunnen gegevens worden verzonden met gecodeerde transmissie. Raadpleeg de Engelse FAX gebruikershandleidingOPMERKINGWanneer Aan is geselecteerd in Contr.
nieuwe bestemming, wordt een bevestigingsscherm weergegeven voor het ingevoerde faxnummer. Voer hetzelfde faxnummer opnieuw in en druk op [OK]. Gebruikershandleiding van het apparaat Druk op [Vlgde best. ] om het volgende faxnummer in te voeren. Multi-versturen (pagina 3-10)Naast een fax kunt u ook een e-mail en een folder (SMB/FTP) toevoegen om als één taak te verzenden.
3-8Verzenden van faxen > Methodes voor het opgeven van een bestemmingKiezen uit het adresboek1Roep het scherm op.Druk op [Adresboek].2Selecteer de bestemming.Vink het vakje aan om de gewenste bestemming uit de lijst te kiezen. De geselecteerde bestemmingen worden aangegeven door een markeringsteken in het selectievakje.Bestemming opzoekenU kunt een bestemming opgeven op adresnummer door te drukken op de toets [Snelkiesnummer zoeken].U kunt ook op [Menu] drukken voor meer gedetailleerd zoeken.Beperken: Geavanceerd zoeken op type geregistreerde bestemming (alles, fax of groep).
Zoek (naam) en Zoeken(Nr.): Zoeken op bestemmingsnaam of adresnummer.Sorteren(Naam) en Sorteren(Nr.): Sorteren van de lijst op bestemmingsnaam of adresnummer.3Druk op [OK].Accepteer de bestemmingen.OPMERKINGVoor meer informatie over hoe u bestemmingen in het adresboek registreert, raadpleeg:Engelse FAX gebruikershandleidingVoor meer informatie over het externe adresboek, raadpleeg:Embedded Web Server RX User GuideOPMERKINGU kunt meerdere bestemmingen kiezen.Om een selectie te annuleren drukt u op het betreffende selectievakje om het vinkje te verwijderen.10:10OKMenu1/1001 123456 123456Annuleren < Terug789012 789012ABCDEF 567890GHIJKL 111111002003004Adresboek (alle)1 Zoeken op bestemmingsnaam.2 Geavanceerd zoeken op type geregistreerde bestemming (alles, fax of groep). 3 Geeft details weer voor elk van de bestemmingen.132
3-9Verzenden van faxen > Methodes voor het opgeven van een bestemmingKiezen met snelkiestoetsen1Roep het scherm op.Druk op [Snelkiestoets].2Selecteer de bestemming.1 Druk op de snelkiestoets waaronder de bestemming geregistreerd is.2 Druk op [OK].Accepteer de bestemmingen.Gebruik van de snelkiestoetsU kunt een snelkiestoetsnummer (snel bellen) van drie cijfers (001-100) toewijzen aan een bestemming.1Roep het scherm op.Druk op [Snelkiestoets].2Voer een snelkiesnummer in.1 Druk op de [Snelkiesnummer zoeken]-toets.2 Voer het snelkiestoetsnummer (snelkiesnummer) in met de cijfertoetsen. 3 Druk op [OK]. De ingevoerde bestemming wordt geselecteerd.4 Druk op [OK].
Accepteer de bestemmingen.OPMERKINGRaadpleeg voor meer informatie over het toevoegen van een snelkiestoets:Engelse FAX gebruikershandleidingOPMERKINGU kunt een snelkiestoets opgeven voor een snelkiesnummer door te drukken op de toets [Snelkiesnummer zoeken].OPMERKINGRaadpleeg voor meer informatie over het toevoegen van een snelkiestoets:Engelse FAX gebruikershandleiding
3-10Verzenden van faxen > Methodes voor het opgeven van een bestemmingMulti-versturenMet deze functie kunt u dezelfde originelen naar verschillende bestemmingen in een keer verzenden. Het apparaat bewaart(onthoudt) de te verzenden originelen tijdelijk in het geheugen, en herhaalt automatisch de nummerkeuze en verzending naar deachteraf ingestelde bestemming.1Druk op [FAX] op het Home scherm.2Geef de bestemming op.Voer het faxnummer in1 Druk op [bestemm.].2 Voer het faxnummer van het ontvangstsysteem in.3 Druk op [Vlgde.
Best.].Een ander faxnummer kan worden ingevoerd.4 Als alle bestemmingen zijn ingevoerd, druk op [OK].OPMERKINGBij gebruik van een groep als bestemming, kunt u originelen naar maximaal 100 bestemmingen in een keer verzenden.U kunt deze functie gebruiken in combinatie met subadrescommunicatie en uitgestelde verzending.Als directe verzending is geselecteerd, wordt op het moment van verzenden overgeschakeld op verzenden uit het geheugen.OPMERKINGAls [Nieuwe best. Invoeren (FAX)] is ingesteld op [Verbieden], dan kan niet direct een faxnummer worden ingevoerd. Selecteer de bestemming uit het adresboek of met de snelkiestoets.
Raadpleeg de Engelse FAX gebruikershandleidingOPMERKINGEr kunnen tot 64 cijfers worden ingevoerd.Gebruik de cijfertoetsen om een nummer in te voeren.OPMERKINGAls [Aan] is geselecteerd in [Contr.nieuwe bestemming], dan wordt een bevestigingsscherm weergegeven voor het ingevoerde faxnummer. Voer hetzelfde faxnummer opnieuw in en druk op [OK].Gebruikershandleiding van het apparaat
3-11Verzenden van faxen > Methodes voor het opgeven van een bestemmingKies de bestemming uit het adresboek1 Druk op [Adresboek].2 Selecteer de keuzevakjes van alle bestemmingen en druk op [OK].Kies de bestemming met de snelkiestoets1 Druk op [Snelkiestoets].2 Selecteer alle bestemmingen en druk op [OK].3Druk na het selecteren van alle bestemmingen op de [Start]-toets.OPMERKINGVoor meer informatie over het adresboek, raadpleeg:Kiezen uit het adresboek (pagina 3-8)OPMERKINGVoor meer informatie over de snelkiestoets, raadpleeg:Kiezen met snelkiestoetsen (pagina 3-9)
3-12Verzenden van faxen > Aanmelden/afmeldenAanmelden/afmeldenAanmelden bij ingeschakeld gebruikersaanmeldingsbeheerWanneer gebruikersaanmeldingsbeheer is ingeschakeld, moet u een gebruikersnaam en wachtwoord invoeren om het apparaat te kunnen gebruiken.Normale aanmelding1Voer de login gebruikersnaam en het aanmeldingswachtwoord in om u aan te melden.1 Als dit scherm wordt weergegeven tijdens de bediening, druk dan op [Toetsenbord] in "Login gebruikersnaam" > Voer de login gebruikersnaam in > [OK].2 [Toetsenbord] in "Aanmeldingswachtwoord" > Voer het aanmeldingswachtwoord in > [OK]2Druk op [Login].Eenvoudige aanmeldingAls dit scherm wordt weergegeven, kies dan een gebruiker en meld u aan.Invoermethode voor tekens (pagina 7-2)OPMERKINGAls [Netwerkverificatie] geselecteerd is als gebruikersverificatiemethode, dan worden de verificatietypes getoond en kan zowel [Lokaal] als [Netwerk] geselecteerd worden als verificatietype.OPMERKINGAls er een aanmeldingswachtwoord moet worden opgegeven, dan verschijnt een invoerscherm.Gebruikershandleiding van het apparaat10:10ToetsenbordAanmeldingswachtwoordToetsenbordLogin gebruikersnaamLoginVoer gebruikersnaam en wachtwoord in.Annuleren10:10MenuSelecteer gebruiker om in te loggen.AgeengeenBgeengeenCgeengeen1/3010407020508030609
3-13Verzenden van faxen > Aanmelden/afmeldenAfmeldenU kunt zich afmelden door op de toets [Verificatie/Afmelden] te drukken. Het invoerscherm voor de aanmeldingsgebruikersnaam en -wachtwoord verschijnt opnieuw.Aanmelden bij ingeschakelde taakaccountingWanneer taakaccounting is ingeschakeld, moet u een Account-ID invoeren om het apparaat te gebruiken.AanmeldenVoer in het onderstaande scherm de account-ID in met de cijfertoetsen en druk op [Login].AfmeldenWanneer de werkzaamheden zijn voltooid, druk op [Verificatie/Afmelden] om terug te keren naar het account-ID invoerscherm.OPMERKING• Als u een verkeerd teken hebt ingevoerd, druk dan op de [Wissen]-toets om het account-ID opnieuw te kunnen invoeren.• Als de ingevoerde account-ID niet overeenkomt met de geregistreerde ID, dan is een waarschuwingssignaal hoorbaar en zal het aanmelden mislukken.
Voer de juiste account-ID in.• Door te drukken op [Check Teller] krijgt u een overzicht van het aantal afgedrukte pagina's en het aantal gescande pagina's.
4-2Ontvangen van faxen > FaxontvangstFaxontvangstAls dit apparaat uitsluitend gebruikt wordt als faxapparaat en niet voor het ontvangen van telefoontjes, stel het apparaat dan in voor automatische faxontvangst. U hoeft dan niets te doen als er een fax binnenkomt.OntvangstmethodeDe methodes voor het ontvangen van faxen op dit apparaat worden hieronder weergegeven.• Auto (normaal)• Auto (FAX/TEL) (Zie 5-2.)• Auto (antwoordapparaat) (Zie 5-4.)• Handmatig (Zie 4-4.)Ontvangstmethode instellen1Roep het scherm op.[Systeemmenu/Tellers]-toets > [FAX] > [Ontvangst] > [Ontvangstmodus]2Selecteer de ontvangstmethode.Selecteer de ontvangstmethode.Voor automatische faxontvangst, selecteer [Auto (Normaal)].
4-3Ontvangen van faxen > Automatische ontvangstAutomatische ontvangstOntvangstschema1Het ontvangen start.Wanneer er een fax binnenkomt, knippert het lampje [Verwerken] en start de ontvangst automatisch.Ontvangen in het geheugenAls het apparaat niet kan afdrukken doordat het papier op is of vastgelopen is, dan slaat het de ontvangen originelen tijdelijk op in het geheugen. Als het apparaat weer kan afdrukken, dan begint het af te drukken.Het aantal pagina's dat kan worden opgeslagen is afhankelijk van de bladzijden. Doorgaans kunnen ongeveer 256 of meer A4-pagina's bij normale resolutie worden opgeslagen.Tijdens het ontvangen in het geheugen worden de afdruktaken voor ontvangen faxen weergegeven bij Afdruktaken op het Statusscherm.
Voeg papier toe of verwijder het vastgelopen papier om de ontvangen originelen af te drukken.Voor meer informatie over het Statusscherm, raadpleeg:2Ontvangen faxen afdrukkenDe ontvangen faxen worden uitgevoerd in de binnenlade met de bedrukte zijde naar beneden.Ontvangst annuleren (verbinding verbreken)Als u een ontvangst annuleert door de telefoonverbinding te verbreken, volg dan de volgende procedure.1Druk op de [Status/Taak annuleren]-toets.2Verbreek de verbinding.[FAX] > [Lijn uit]Als de verbinding verbroken is, wordt de ontvangst gestopt.OPMERKINGWanneer een telefoon (in de handel verkrijgbaar product) wordt aangesloten op het apparaat, wordt de ontvangst gestart nadat de telefoon rinkelt.U kunt het aantal keer overgaan wijzigen.Raadpleeg de Engelse FAX gebruikershandleidingGebruikershandleiding van het apparaat
4-4Ontvangen van faxen > Handmatige ontvangstHandmatige ontvangstMet deze methode kunt u faxen ontvangen door op [Handm. ontv.] te drukken nadat bevestigd is dat de telefoonlijn verbonden is met het verzendsysteem.Ontvangstschema1De telefoon gaat over.Wanneer er een oproep binnenkomt, geeft de telefoon die is aangesloten op het apparaat een beltoon af.2Til de hoorn op.Til de hoorn van de telefoon op.3Controleer of de telefoonlijn is aangesloten op de fax van het verzendsysteem.Als de bestemming een faxapparaat is, dan zal u zachte pieptonen horen. Als iemand de oproep beantwoordt, dan kunt u met deze persoon praten.4[FAX] op het Home scherm > [Op de haak] > [Handm.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met UTAX P-C2655w MFP stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden