UTAX P-3521DN Handleiding
Pagina's 102 Printer
Bekijk de handleiding van UTAX P-3521DN gratis online of download de PDF. Deze handleiding is 14 keer bekeken. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | UTAX |
| Categorie: | Printer |
| Model: | P-3521DN |
| Kleur van het product: | Black, Grey |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 12000 g |
| Breedte: | 375 mm |
| Diepte: | 393 mm |
| Hoogte: | 267 mm |
| Kleur: | Nee |
| Frequentie van processor: | 500 MHz |
| Processorfamilie: | PowerPC |
| Processormodel: | 465 |
| Ethernet LAN: | Ja |
| Geïntegreerde geheugenkaartlezer: | Ja |
| Compatibele geheugenkaarten: | SD |
| Aantal USB 2.0-poorten: | 1 |
| Stroomverbruik (in standby): | 6.2 W |
| Certificering: | GS/TÜV, CE |
| Stroomverbruik (indien uit): | 2.5 W |
| Intern geheugen: | 256 MB |
| Duurzaamheidscertificaten: | ENERGY STAR |
| Type processor: | Ja |
| Ondersteunt Mac-besturingssysteem: | Mac OS X 10.2 Jaguar, Mac OS X 10.3 Panther, Mac OS X 10.4 Tiger, Mac OS X 10.5 Leopard, Mac OS X 10.6 Snow Leopard, Mac OS X 10.7 Lion, Mac OS X 10.8 Mountain Lion, Mac OS X 10.9 Mavericks |
| Ondersteunt Linux: | Ja |
| Geheugenslots: | 1 |
| Maximale resolutie: | 1200 x 1200 DPI |
| Aantal printcartridges: | 1 |
| Papierlade mediatypen: | Thicker paper, Thin paper |
| Opwarmtijd: | 16.5 s |
| Andere ondersteundende systemen: | Novell NetWare 3.x, Novell NetWare 4.x, Novell NetWare 5.x, Novell NetWare 6.x |
| Printtechnologie: | Laser |
| Standaard interfaces: | Ethernet, USB 2.0 |
| Printsnelheid (zwart, standaardkwaliteit, A4/US Letter): | 35 ppm |
| Duplex printen: | Ja |
| Paginabeschrijving talen: | Diablo 630, IBM ProPrinter XL24E, PCL 5e, PCL 6, PCL XL |
| Gebruiksindicatie (maximaal): | - pagina's per maand |
| Totale invoercapaciteit: | 250 vel |
| Totale uitvoercapaciteit: | 250 vel |
| Maximale ISO A-series papierformaat: | A4 |
| ISO A-series afmetingen (A0...A9): | A4 |
| Tijdsduur tot de eerste pagina (zwart, normaal): | 8 s |
| Gemiddeld stroomverbruik tijdens printen: | 499 W |
| Geluidsdrukniveau (afdrukken): | 47 dB |
| Maximaal intern geheugen: | 1280 MB |
| Papierlade mediagewicht: | 60 - 120 g/m² |
| Maximale printafmetingen: | 216 x 356 mm |
| Multifunctionele ladecapaciteit: | 50 vel |
| Multifunctionele lade: | Ja |
| Ondersteunde server operating systems: | Windows Server 2003, Windows Server 2008 R2, Windows Server 2012 R2 |
| Printsnelheid dubbelzijdig (Zwart, normale kwaliteit, A4/US Letter): | 19 ppm |
| Geluidsvermogens (stand-by): | 30 dB |
| Wifi: | Nee |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 - 60 Hz |
| Ondersteund mediagewicht, duplex printen (aanbevolen gr/m²): | 60 - 105 g/m² |
| Multifunctionele lade papiergewicht: | 60 - 220 g/m² |
Handleiding UTAX P-3521DN – volledige tekst
Deze gebruikershandleiding is bedoeld voor model P-3521DN.Deze gebruikershandleiding is bedoeld om u te helpen met het correct bedienen van het apparaat, voor routineonderhoud en om zo nodig problemen eenvoudig op te lossen, zodat u het apparaat altijd in goede staat kunt gebruiken.Lees deze gebruikershandleiding voordat u het apparaat in gebruik neemt en bewaar de handleiding in de buurt van het apparaat, zodat deze direct beschikbaar is.We bevelen het gebruik van onze eigen merkonderdelen aan. We zijn niet aansprakelijk voor eventuele schade veroorzaakt door het gebruik van onderdelen van andere merken in dit apparaat.Opmerking Deze gebruikershandleiding bevat informatie voor zowel de inchversie als de metrische versie van dit apparaat.De inchversies van deze apparaten worden getoond in de schermen in deze handleiding.
Wanneer u de metrische versie gebruikt, gebruik dan de berichten voor de inchversie alleen als referentie. In de tekst worden de inchberichten alleen weergegeven als deze versies alleen qua hoofdlettergebruik verschillen. Als er zelfs maar een klein verschil in de melding is, wordt de informatie voor de inchversie vermeld, gevolgd door de corresponderende informatie voor de metrische versie tussen haakjes.
iInhoud1 Onderdelen van de machine. 1-1Onderdelen aan de voorkant van de printer. 1-2Onderdelen aan de achterkant van de printer. 1-2Bedieningspaneel. 1-32 Papier plaatsen. 2-1Het papier voorbereiden. 2-2Papier in een cassette plaatsen. 2-2Papier plaatsen in de multifunctionele lade. 2-5Papierstopper. 2-63 Aansluiten en afdrukken. 3-1Aansluitingen. 3-2Een netwerkinterface-statuspagina afdrukken. 3-6Embedded Web Server RX. 3-7Het printerstuurprogramma installeren. 3-14Afdrukken. 3-21Afdrukken via AirPrint. 3-23Status Monitor. 3-24Energiebesparende functie. 3-284 Onderhoud. 4-1Algemene informatie. 4-2Vervanging tonercontainer. 4-2Vervanging van het onderhoudspakket. 4-5De printer reinigen. 4-6Langdurig niet gebruiken en verplaatsen van de printer. 4-95 Problemen oplossen. 5-1Algemene richtlijnen. 5-2Problemen met de afdrukkwaliteit. 5-3Foutmeldingen. 5-5Ready-, Data- en Attention-lampjes.
iiiWettelijke kennisgevingen en veiligheidsvoorschriftenLees deze informatie voordat u uw apparaat in gebruik neemt. Dit hoofdstuk voorziet in informatie over de volgende onderwerpen:Wettelijke kennisgeving ivLicentieovereenkomsten viVeiligheidsinformatie xiiSymbolen xviiVoorzorgsmaatregelen bij de installatie xviiiVoorzorgsmaatregelen voor gebruik xxOver de gebruikershandleiding xxiiConventies in deze handleiding xxiii
ivWettelijke kennisgevingKennisgeving met betrekking tot softwareDE SOFTWARE DIE MET DEZE PRINTER WORDT GEBRUIKT, MOET DE EMULATIEMODUS VAN DE PRINTER ONDERSTEUNEN. De printer is fabrieksmatig ingesteld op het emuleren van de PCL. De emulatiemodus kan gewijzigd worden. KennisgevingDe informatie in deze handleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. In toekomstige edities kunnen extra pagina's worden ingevoegd. Wij vragen de gebruiker om begrip voor technische onnauwkeurigheden of schrijffouten in de huidige uitgave. Er wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor ongelukken die gebeuren terwijl de gebruiker de instructies in deze handleiding volgt. Wij aanvaarden geen verantwoordelijkheid voor fouten in de firmware van de printer (de inhoud van het ROM).
Deze handleiding en al het materiaal dat onder het auteursrecht valt en wordt verkocht of meegeleverd bij of in verband met de verkoop van de paginaprinter, zijn auteursrechtelijk beschermd. Alle rechten voorbehouden. Het kopiëren of op een andere manier reproduceren van de gehele handleiding of gedeelten van de handleiding, of een willekeurig onderwerp waarop auteursrecht van toepassing is, is verboden zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de copyright-eigenaar. Elke kopie die van deze handleiding of een deel daarvan wordt gemaakt, en alles wat onder het auteursrecht valt, moet dezelfde copyright-vermelding bevatten als het materiaal dat wordt gekopieerd. Wat betreft handelsnamen• KPDL is een handelsmerk van Kyocera Corporation.
• Ethernet is een geregistreerd handelsmerk van Xerox Corporation. • NetWare is een geregistreerd handelsmerk van Novell, Inc. • PowerPC is een geregistreerd handelsmerk van International Business Machines Corporation. VOORZICHTIG ER WORDT GEEN AANSPRAKELIJKHEID AANVAARD VOOR SCHADE DIE IS VEROORZAAKT DOOR ONJUISTE INSTALLATIE.
v• AppleTalk, Bonjour, Macintosh en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., geregistreerd in de V.S. en andere landen.• Alle Europese lettertypen die in dit apparaat zijn geïnstalleerd, worden gebruikt onder licentieovereenkomst met Monotype Imaging Inc.• Helvetica, Palatino en Times zijn geregistreerde handelsmerken van Linotype GmbH.• ITC Avant Garde Gothic, ITC Bookman, ITC ZapfChancery en ITC ZapfDingbats zijn geregistreerde handelsmerken van International Typeface Corporation.• UFST™ MicroType® lettertypen van Monotype Imaging Inc. zijn geïnstalleerd in dit apparaat.• AirPrint en het AirPrint logo zijn handelsmerken van Apple Inc.• iOS is een handelsmerk of geregistreerd handelsmerk van Cisco in de V.S. en andere landen en wordt onder licentie door Apple Inc. gebruiktAlle overige merk- en productnamen zijn geregistreerde handelsmerken of handelsmerken van de respectieve bedrijven.
xiiVeiligheidsinformatieLaserveiligheidDeze printer wordt geclassificeerd als een Class 1 laserproduct volgens de Radiation Performance Standard van het Amerikaanse Department of Health and Human Services (DHHS), in overeenstemming met de Radiation Control for Health and Safety Act uit 1968. Dit betekent dat de printer geen gevaarlijke laserstraling produceert. Omdat de uitgestoten straling in de printer binnen beschermende behuizing en externe bedekkingen blijft, kan de laserstraal op geen enkel moment van gebruik uit de printer ontsnappen.LaserkennisgevingDeze printer wordt in de V.S. geclassificeerd in overeenstemming met de eisen van DHHS 21 CFR Subchapter voor Klasse I (1) laserproducten, en is elders geclassificeerd als Klasse I laserproduct in overeenstemming met de eisen van IEC 825.RadiofrequentiezenderDit apparaat bevat een zendermodule.
De fabrikant verklaart dat deze apparatuur (paginaprinter), model P-3521DN voldoet aan de van toepassing zijnde eisen en andere relevante bepalingen conform Directief 1999/5/EC.Radio Tag TechnologieIn sommige landen kan de radiotagtechnologie die in deze apparatuur gebruikt wordt om de tonercontainer te identificeren, onderworpen zijn aan autorisatie, en kan het gebruik van deze apparatuur dientengevolge beperkt zijn.GEVAAR KLASSE 3B ONZICHTBARE LASERSTRALING BIJ OPENEN. VERMIJD RECHTSTREEKSE BLOOTSTELLING AAN STRAAL.VOORZICHTIG Het gebruik van andere instellingen of aanpassingen of de uitvoering van andere procedures dan hierin vermeld, kan leiden tot gevaarlijke blootstelling aan straling.
xiiiWaarschuwingsetikettenOp de printer bevindt zich een van de volgende etiketten.CDRH-voorschriftenHet Center for Devices and Radiological Health (CDRH) van de U.S. Food and Drug Administration heeft voorschriften opgesteld voor laserproducten op 2 augustus 1976. Deze voorschriften zijn van toepassing op laserproducten die zijn geproduceerd na 1 augustus 1976. Producten die in de Verenigde Staten op de markt worden gebracht moeten voldoen aan deze voorschriften. Laserproducten die in de Verenigde Staten op de markt worden gebracht moeten een label dragen ten teken van overeenstemming met de CDRH-voorschriften.OzonconcentratieDeze printers genereren ozongas (O3), dat zich op de plaats van installatie kan concentreren en een onplezierige geur kan veroorzaken.
Wij raden u aan de printer niet op een afgesloten plek te zetten waar de ventilatie wordt geblokkeerd, om zo de concentratie van ozongas te minimaliseren tot minder dan 0,1 ppm.P-3521DNLaser in de printer(Laserstralingwaarschuwing)Hoge temperatuur binnenin Raak geen onderdelen in dit gebied aan, want dit kan leiden tot brandwonden.
xvEnergiebesparingfunctieHet apparaat is uitgerust met een Laag stroomverbruik modus waarbij het energieverbruik wordt beperkt nadat een bepaalde tijd na het laatste gebruik van het apparaat, is verstreken, alsook een Slaapstand waarbij de printerfuncties in wachtstatus blijven maar het verbruik nog steeds tot een minimum wordt beperkt wanneer het apparaat niet wordt gebruikt binnen een ingestelde tijd. Laag stroomverbruik modusHet apparaat schakelt automatisch na ongeveer 1 minuten in de Laag stroomverbruik modus nadat het apparaat voor het laatst gebruikt is. De tijdsduur die zonder activiteit voorbij moet gaan voordat de Laag stroomverbruik modus geactiveerd wordt, kan verlengd worden. Raadpleeg voor meer informatie de paragraaf Low Power Timer (Low Power Mode timer timeout time) in de Advanced Operation Guide.
SlaapstandVoor EuropaHet apparaat schakelt automatisch na ongeveer 15 minuten in de slaapstand nadat het apparaat voor het laatst gebruikt is. De tijdsduur die zonder activiteit voorbij moet gaan voordat de slaapstand geactiveerd wordt, kan verlengd worden. Raadpleeg voor meer informatie de paragraaf Sleep Timer (Sleep timer timeout setting) van de Advanced Operation Guide. Uitgezonderd voor EuropaHet apparaat schakelt de slaapstand automatisch in wanneer er 1 minuut is verstreken sinds het apparaat voor het laatst werd gebruikt. De tijdsduur die zonder activiteit voorbij moet gaan voordat de slaapstand geactiveerd wordt, kan verlengd worden. Raadpleeg voor meer informatie de paragraaf Sleep Timer (Sleep timer timeout setting) van de Advanced Operation Guide. Functie Automatisch dubbelzijdig afdrukkenDit apparaat heeft dubbelzijdig afdrukken als standaardfunctie.
Bijvoorbeeld bij het afdrukken van twee originelen op een vel papier als dubbelzijdige afdruk, is het mogelijk om papierverbruik te verminderen. Raadpleeg voor meer informatie de paragraaf Duplex (Duplex Printing) van de Advanced Operation Guide.
Afdrukken in de duplexmodus vermindert papierverbruik en draagt bij aan het behoud van bossen. Duplexmodus vermindert tevens de hoeveelheid papier die ingekocht moet worden en vermindert daardoor de kosten. Het is daarom aan te bevelen dat machines die dubbelzijdig kunnen afdrukken, standaard worden ingesteld in de duplexmodus. Gerecycled papierVoor het behoud en duurzaam gebruik van de bossen wordt aanbevolen om gerecycled en nieuw papier te gebruiken dat op de meest milieuvriendelijke manier wordt geproduceerd of voorzien is van erkende milieukeurmerken, en die voldoen aan EN 12281:2002*1 of een vergelijkbare kwaliteitsstandaard.
xviDeze apparatuur ondersteunt ook printen op papier van 64 g/m². Wanneer dergelijk papier, dat minder ruwgrondstoffen bevat, gebruikt wordt, leidt dit tot meer besparingen van natuurlijke bronnen.*1: EN12281:2002 "Papier voor drukwerk en kantoor - Eisen aan kopieerpapier voor kopieerprocessen met droge toner"Uw verkoop- of servicevertegenwoordiger kan u informatie verschaffen over aanbevolen papiersoorten.Milieuvoordelen van "Energiebeheer"Om het stroomverbruik te beperken, is dit apparaat voorzien van een functie voor energiebeheer die automatisch de energiebesparende stand inschakelt wanneer het apparaat gedurende een bepaalde tijd niet actief is.Hoewel het de apparatuur enige tijd vergt weer terug te keren naar modus READY vanuit de spaarstand, is eenbelangrijke vermindering in energieverbruik mogelijk.
Het wordt aanbevolen de machine te gebruiken met deactiveringstijd voor de spaarstand in de standaardinstelling.Energy Star (ENERGY STAR®) -programmaAls bedrijf dat deelneemt aan het internationale Energy Star-programma hebben wij vastgesteld dat dit apparaat voldoet aan de richtlijnen van het internationale Energy Star-programma.ENERGY STAR® is een vrijwillig programma voor energie-efficiëntie met als doel het ontwikkelen en promoten van producten met een hoge energie-efficiëntie om zo het broeikaseffect te helpen voorkomen. Door ENERGY STAR® -gekwalificeerde producten aan teschaffen, kunnen klanten helpen de emissies van broeikasgassen te verminderen tijdens gebruik van het product en te besparen op de energiegerelateerde kosten.
xviiSymbolenDe delen van deze handleiding en onderdelen van het apparaat die zijn aangeduid met symbolen, bevatten veiligheidswaarschuwingen ter bescherming van de gebruiker, andere personen en voorwerpen in de buurt. Ze zijn ook bedoeld voor een correct en veilig gebruik van het apparaat. De symbolen met hun betekenis worden hieronder beschreven. De volgende symbolen geven aan dat het betreffende deel veiligheidswaarschuwingen bevat. Specifieke aandachtspunten worden binnenin het symbool aangegeven. De volgende symbolen geven aan dat het betreffende deel informatie bevat over niet-toegestane handelingen. Specifieke informatie over de niet-toegestane handeling staat binnenin het symbool. De volgende symbolen geven aan dat het betreffende deel informatie bevat over handelingen die moeten worden uitgevoerd. Specifieke informatie over de vereiste handeling staat binnenin het symbool.
Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger om een vervangingsonderdeel te bestellen als de veiligheidswaarschuwingen in deze gebruikershandleiding onleesbaar zijn of als de handleiding zelf ontbreekt. (tegen betaling)GEVAAR: Dit geeft aan dat wanneer u onvoldoende aandacht besteedt aan of u niet op de juiste wijze houdt aan de betreffende punten, dit zeer waarschijnlijk zal leiden tot ernstig letsel of zelfs de dood. WAARSCHUWING: Dit geeft aan dat wanneer u onvoldoende aandacht besteedt aan of u niet op de juiste wijze houdt aan de betreffende punten, dit zou kunnen leiden tot ernstig letsel of zelfs de dood. VOORZICHTIG: Dit geeft aan dat wanneer u onvoldoende aandacht besteedt aan of u niet op de juiste wijze houdt aan de betreffende punten, dit kan leiden tot lichamelijk letsel of mechanische beschadiging. [Algemene waarschuwing].
xviiiVoorzorgsmaatregelen bij de installatieOmgevingVoorzichtigPlaats het apparaat niet op of in plaatsen die niet stabiel of vlak zijn. Op dergelijke plaatsen kan het apparaat vallen. Dergelijke situaties leveren gevaar van lichamelijk letsel of beschadiging van de apparatuur op.Plaats het apparaat niet op vochtige of stoffige/vuile locaties. Reinig de stekker om gevaar van brand en elektrische schokken te voorkomen, wanneer er stof en vuil op de stekker zijn terechtgekomen.Plaats het apparaat niet in de buurt van radiatoren, kachels of andere warmtebronnen of in de buurt van ontvlambare voorwerpen, om gevaar van brand te voorkomen.Laat ruimte vrij, zoals hieronder wordt aangegeven, om het apparaat koel te houden en het vervangen van onderdelen en onderhoud te vergemakkelijken.
Laat met name rond de achterklep voldoende ruimte vrij, zodat de lucht de printer makkelijk kan verlaten.Overige voorzorgsmaatregelenOngunstige omgevingsomstandigheden kunnen van invloed zijn op de veilige werking en de prestaties van het apparaat. Installeer de printer in een ruimte met airconditioning (aanbevolen kamertemperatuur: circa 23 °C, luchtvochtigheid: circa 60% RH), en vermijd de volgende locaties wanneer u een plaats voor het apparaat kiest.• Vermijd plaatsen bij een venster of direct in het zonlicht.• Vermijd plaatsen met trillingen. • Vermijd plaatsen met sterke temperatuurschommelingen. • Vermijd plaatsen met directe blootstelling aan warme of koude lucht.• Vermijd slecht geventileerde locaties.300mm200mm300mm500mm400mm
xixTijdens het afdrukken komt er een kleine hoeveelheid ozon vrij, maar dit heeft geen nadelige gevolgen voor de gezondheid. Als de printer echter langere tijd in een slecht geventileerde ruimte wordt gebruikt of wanneer er een zeer groot aantal kopieën wordt gemaakt, kan de geur onaangenaam worden. Een juiste omgeving voor afdrukwerk moet goed geventileerd zijn.Stroomtoevoer/aarden van het apparaatWaarschuwingGebruik geen stroomtoevoer met een ander voltage dan aangegeven. Sluit niet meerdere apparaten op één stopcontact aan. Dergelijke situaties leveren gevaar van brand of elektrische schokken op.Steek de stekker stevig in het stopcontact.
Als metalen voorwerpen in contact komen met de pinnen van de stekker, kan dit brand of elektrische schokken veroorzaken.Sluit het apparaat altijd aan op een geaard stopcontact, om het gevaar van brand of elektrische schokken bij kortsluiting te voorkomen. Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger als een geaarde aansluiting niet mogelijk is.Overige voorzorgsmaatregelenSluit de stekker aan op het dichtstbijzijnde stopcontact.Het netsnoer is het belangrijkste middel om de stroomtoevoer af te sluiten. Zorg ervoor dat het stopcontact zich bevindt/is geïnstalleerd in de buurt van de apparatuur en goed toegankelijk is.Gebruik van plastic zakkenWaarschuwingHoud de plastic zakken die bij het apparaat worden gebruikt uit de buurt van kinderen. Het plastic kan aan neus en mond vast blijven zitten en verstikking veroorzaken.
xxVoorzorgsmaatregelen voor gebruikWaarschuwingen bij het gebruik van het apparaatWaarschuwingPlaats geen metalen voorwerpen of voorwerpen die water bevatten (vazen, bloempotten, kopjes, enz. ) op of in de buurt van het apparaat. Dit vormt een risico voor brand of elektrische schokken, mocht het water in het apparaat terechtkomen. Verwijder geen van de panelen van het apparaat, omdat er dan kans bestaat op elektrische schokken als gevolg van de hoge spanning binnen in het apparaat. Zorg dat het netsnoer niet beschadigd raakt of breekt en probeer het niet te repareren. Plaats geen zware voorwerpen op het snoer, trek er niet aan, buig het niet onnodig en veroorzaak geen andere schade. Dergelijke situaties leveren gevaar van brand of elektrische schokken op.
Probeer nooit het apparaat of onderdelen ervan te repareren of te demonteren, omdat er dan gevaar van brand, elektrische schokken of schade aan de laser bestaat. Als de laserstraal buiten het apparaat komt, kan deze blindheid veroorzaken. Als het apparaat uitzonderlijk heet wordt, als er rook uit het apparaat komt, als er een vreemde geur ontsnapt, of als er zich een andere ongewone situatie voordoet, bestaat er gevaar van brand of een elektrische schok. Zet de hoofdstroomschakelaar onmiddellijk uit (), zorg ervoor dat u de stekker uit het stopcontact haalt en neem contact op met uw servicevertegenwoordiger. Als er schadelijke zaken (paperclips, water, andere vloeistoffen, enz. ) in het apparaat terechtkomen, moet u onmiddellijk de hoofdstroomschakelaar uitzetten (). Vervolgens moet u direct de stekker uit het stopcontact halen, om gevaar van brand of elektrische schokken te voorkomen.
Neem hierna contact op met uw servicevertegenwoordiger. Zorg dat u een stekker niet met natte handen in het stopcontact steekt of eruit haalt, omdat er dan gevaar van elektrische schokken bestaat. Neem altijd contact op met uw servicevertegenwoordiger voor onderhoud of reparatie van interne onderdelen.
VoorzichtigTrek niet aan het netsnoer wanneer u dit uit het stopcontact haalt. Als u aan het netsnoer trekt, kunnen de draden breken en bestaat er gevaar van brand of elektrische schokken. (Pak altijd de stekker vast wanneer u het netsnoer wilt loskoppelen van het stopcontact. )Haal altijd de stekker uit het stopcontact wanneer u het apparaat verplaatst. Als het netsnoer beschadigd raakt, bestaat er gevaar van brand of elektrische schokken.
xxiAls het apparaat korte tijd (bijvoorbeeld 's nachts) niet wordt gebruikt, moet u de stroomschakelaar uitzetten (O). Als het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt (tijdens vakanties, enz. ), haalt u voor de veiligheid de stekker uit het stopcontact. Houd bij het optillen of verplaatsen het apparaat altijd alleen vast op de daarvoor bestemde plaatsen. Verwijder om veiligheidsredenen de stekker altijd uit het stopcontact bij het reinigen van het apparaat. Als zich in het apparaat stof ophoopt, bestaat er gevaar van brand of andere problemen. Het wordt daarom aanbevolen uw servicevertegenwoordiger te raadplegen met betrekking tot het reinigen van interne onderdelen. Dit is met name effectief als u dit laat doen voorafgaande aan een periode van hoge luchtvochtigheid. Raadpleeg uw servicevertegenwoordiger over de kosten voor het reinigen van de interne onderdelen in het apparaat.
Overige voorzorgsmaatregelenPlaats geen zware voorwerpen op het apparaat en zorg dat het apparaat niet beschadigd raakt. Open tijdens het afdrukken de bovenste voorklep niet, schakel de aan/uit-schakelaar niet uit en trek de stekker niet uit het stopcontact. Neem contact op met de servicevertegenwoordiger wanneer u het apparaat wilt optillen of verplaatsen. Raak geen elektrische onderdelen, zoals connectoren of printplaten aan. Deze kunnen beschadigd raken door statische elektriciteit. Probeer geen handelingen te verrichten die niet in deze handleiding zijn beschreven. Gebruik beschermde interfacekabels. VoorzichtigHet gebruik van andere instellingen of aanpassingen of de uitvoering van andere procedures dan hierin vermeld, kan leiden tot gevaarlijke blootstelling aan straling.
Als er onverhoopt lekkage plaatsvindt uit delen die toner bevatten, voorkom dan inademing en inslikken en voorkom contact met uw ogen en huid. • Als u onverhoeds toner inademt, gaat u naar een plaats met frisse lucht en gorgelt u met veel water. Neem bij opkomende hoest contact op met een arts. • Als u toner binnenkrijgt, spoelt u uw mond met water en drinkt u 1 of 2 glazen water om de inhoud van uw maag te verdunnen. Neem indien nodig contact op met een arts. • Als u toner in uw ogen krijgt, spoelt u ze grondig met water. Als de ogen gevoelig blijven, neemt u contact op met een arts. • Als u toner op de huid krijgt, wast u deze met water en zeep.
xxiiProbeer geen onderdelen die toner bevatten open te breken of te vernietigen.Overige voorzorgsmaatregelenGooi de tonercontainer na gebruik altijd overeenkomstig de plaatselijke milieuwetgeving weg.Bewaar alle verbruiksartikelen in een koele, donkere ruimte.Als het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt, verwijdert u het papier uit de cassette, legt u dit terug in de oorspronkelijke verpakking en verzegelt u deze weer.Over de gebruikershandleidingDeze gebruikershandleiding bestaat uit de volgende hoofdstukken:1 Onderdelen van de machineIn dit hoofdstuk worden de namen van de onderdelen toegelicht.2 Papier plaatsenIn dit hoofdstuk worden papierspecificaties voor deze printer uitgelegd en hoe het papier in de cassette of multifunctionele lade geplaatst moet worden.3 AfdrukkenIn dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de printerdriver moet installeren, hoe u moet printen vanaf uw pc, en hoe u de software op de DVD-ROM moet gebruiken.
4 OnderhoudIn dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe de tonercontainer wordt vervangen en hoe u de printer onderhoudt.5 Problemen oplossenIn dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u eventueel optredende printerproblemen, zoals papierstoringen, oplost.6 SpecificatiesDit hoofdstuk bevat de specificaties van deze printer.
xxiiiConventies in deze handleidingIn deze handleiding worden de volgende conventies gebruikt.Conventie Beschrijving VoorbeeldCursief lettertypeWordt gebruikt om een sleutelwoord, een woordgroep of verwijzing naar aanvullende informatie te benadrukken.Raadpleeg Problemen met de afdrukkwaliteit op pagina 5-3.Vet Wordt gebruikt om softwareknoppen aan te duidenKlik op OK om te beginnen met afdrukken.Vet tussen haakjesWordt gebruikt om toetsen op het bedieningspaneel aan te duiden.Druk op [GO] om verder te gaan met afdrukken.Opmerking Wordt gebruikt om aanvullende, nuttige informatie over een functie of toepassing te geven.Opmerking Haal de tonercontainer pas uit de doos als u klaar bent om de container in de printer te plaatsen.Belangrijk Wordt gebruikt om belangrijke informatie te verstrekken.BELANGRIJK Zorg ervoor dat u de transferrol (zwart) niet aanraakt tijdens het reinigen.Voorzichtig Met deze waarschuwingen wordt aangegeven dat er als gevolg van een actie mechanische beschadiging kan optreden.VOORZICHTIGTrek niet te hard aan het papier, anders scheurt het.
Gescheurde stukjes papier zijn lastig te verwijderen en kunnen gemakkelijk over het hoofd worden gezien, waardoor de storing niet kan worden opgelost.Waarschuwing Wordt gebruikt om gebruikers te wijzen op het gevaar van lichamelijk letsel.WAARSCHUWING Als u de printer wilt verzenden, verwijdert u de ontwikkelaar en drum, verpakt u deze in een plastic zak en verzendt u deze apart van de printer.
2-2 Papier plaatsenHet papier voorbereidenWanneer u het papier uit de verpakking hebt gehaald, waaiert u de vellen los voordat u het papier plaatst.Als u papier gebruikt dat gevouwen of gekruld is, strijkt u dit recht voordat u het plaatst. Als u dit niet doet, kan dit leiden tot een papierstoring.Papier in een cassette plaatsenEr kunnen 250 vellen van 11 × 8 1/2" of A4 papier (80 g/m²) in de cassette geplaatst worden. 1Trek de cassette helemaal uit de printer.2Stel de breedtegeleiders in op de linker- en rechterkant van de papiercassette. Druk op de ontgrendelingsknop van de linkergeleider en schuif de geleiders naar het gewenste papierformaat.BELANGRIJK Zorg ervoor dat nietjes en paperclips verwijderd zijn.BELANGRIJK De cassette ondersteunen wanneer u deze uit de printer trekt, zodat deze niet uit de printer valt.Opmerking De papierformaten staan op de cassette vermeld.
Papier plaatsen 2-33Pas de papierlengtegeleider aan op het gewenste papierformaat.Als u papier gebruikt dat langer is dan A4, trekt u de extensionele papiercassette uit door te drukken op de ontgrendelingshendel een voor een, pas het aan aan het gewenste papierformaat. 4Plaats het papier in de cassette. Zorg ervoor dat de zijde die moet worden bedrukt, omlaag wijst en dat het papier niet gevouwen, gekruld of beschadigd is. Opmerking Plaats het papier zo dat het niet boven het driehoekje op de breedtegeleider uitkomt.
2-4 Papier plaatsen5Plaats de papiercassette in de sleuf van de printer. Duw de cassette recht naar voren tot deze niet verder kan.Er zit een papiermeter aan de linkervoorkant van de papiercassette die de resterende papiervoorraad aangeeft. Als het papier op is, zal de wijzer naar beneden gaan naar niveau (leeg).6Specificeer het papierformaat en de papiersoort voor de cassette via het bedieningspaneel. Raadpleeg voor meer informatie de Advanced Operation Guide.
Papier plaatsen 2-5Papier plaatsen in de multifunctionele ladeEr kunnen 50 vellen van 11 × 8 1/2" of A4 papier (80 g/m²) in de multifunctionele lade van dit apparaat geplaatst worden.1Trek de multifunctionele lade naar u toe totdat deze stopt.2Stel de papiergeleiders in op de multifunctionele lade. Standaardpapierformaten zijn aangegeven op de multifunctionele lade. Schuif de papiergeleiders voor standaardpapierformaten naar het overeenkomende teken.3Trek de sublade uit.4Leg het papier strak tegen de papiergeleiders en schuif het zo ver mogelijk naar binnen.Opmerking Plaats zoveel papier dat het niet boven de tab van de multifunctionele lade uitkomt.
2-6 Papier plaatsenWanneer u een envelop plaatst, doe dit dan met de klep gesloten en de te bedrukken zijde omhoog. Leg de envelop tegen de geleider met de klep aan de voorkant of linkerkant tot deze niet verder kan.5Specificeer het papierformaat en de papiersoort voor de multifunctionele lade via het bedieningspaneel. Raadpleeg voor meer informatie de Advanced Operation Guide.PapierstopperOpen de papierstopper zoals aangegeven in de afbeelding.Opmerking Als het papier duidelijk naar een richting gekruld is, als het bijvoorbeeld al aan een kant bedrukt is, probeer dan om het papier in tegenovergestelde richting te rollen om de krul tegen te gaan. Afgedrukte vellen zullen er dan plat uitkomen.JuistNiet juistJuistJuistNiet juist12
Aansluiten en afdrukken 3-13 Aansluiten en afdrukkenDit hoofdstuk bevat instructies voor het opstarten van de printer, het afdrukken vanaf uw pc, en voor gebruik van de software die is opgenomen op de DVD-ROM.Aansluitingen 3-2Netwerkinterfaceparameters wijzigen 3-4Een netwerkinterface-statuspagina afdrukken 3-6Embedded Web Server RX 3-7Het printerstuurprogramma installeren 3-14Afdrukken 3-21Afdrukken via AirPrint 3-23Status Monitor 3-24Energiebesparende functie 3-28
3-2 Aansluiten en afdrukkenAansluitingenIn dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de printer opstart.De USB-kabel aansluitenVolg onderstaande stappen om de USB-kabel aan te sluiten.1Sluit de USB-kabel aan op de USB-aansluiting.2Sluit het andere einde van de USB-kabel aan op de USB-aansluiting van de computer.De netwerkkabel aansluitenVolg onderstaande stappen om de netwerkkabel aan te sluiten.1Verwijder de dop van de printer.2Sluit de printer aan op de pc of op uw netwerkapparaat. Opmerking Gebruik een USB-kabel met een rechthoekige stekker (Type A) en een vierkante stekker (Type B). Deze kabel wordt apart verkocht.Opmerking Gebruik beschermde interfacekabels. Deze kabels worden apart verkocht.
Aansluiten en afdrukken 3-3Het netsnoer aansluitenInstalleer de printer dichtbij een AC-stopcontact. Als u een verlengsnoer gebruikt, mag de totale lengte van het netsnoer plus het verlengsnoer niet meer dan 5 meter zijn.1Sluit het netsnoer aan op de netsnoeraansluiting aan de achterkant van de printer.2Sluit het andere einde van het netsnoer aan op een stopcontact.3Zet de aan/uit-schakelaar aan ( | ). De printer begint op te warmen.Opmerking Zorg ervoor dat de printer is uitgeschakeld. Gebruik alleen het netsnoer dat bij de printer is geleverd. BELANGRIJK Als u de starttonercontainer installeert en de stroom inschakelt, wordt na een ogenblik het bericht Een ogenblik (toner toevoegen) weergegeven. Wanneer de printer na het plaatsen van de toner voor het eerst aangezet wordt, duurt het ongeveer 15 minuten voordat de printer kan gaan afdrukken.
3-6 Aansluiten en afdrukkenEen netwerkinterface-statuspagina afdrukkenU kunt een statuspagina voor de netwerkinterface afdrukken. De netwerkstatuspagina toont de netwerkadressen, en andere informatie onder verschillende netwerkprotocollen over de netwerkinterface.Instellen/onderhoudInstellen/onderhoud wordt gebruikt om de afdrukkwaliteit aan te passen en printeronderhoud uit te voeren.De beschikbare opties in Instellen/onderhoud zijn:• Printer herstarten• Service1Druk op [MENU].2Druk meermaals op of tot Instellen/onderhoud > wordt weergegeven.3Druk op w als Instellen/onderhoud > wordt weergegeven.4Druk meermaals op of tot >Service > wordt weergegeven.5Druk op .6Druk meermaals of of tot >> Netwerkstatuspagina afdrukken wordt weergegeven.7Druk op [OK]. Er verschijnt een vraagteken (?).8Druk op [OK].
Bezig m verwerkn verschijnt en er wordt een statuspagina afgedrukt.9Wanneer het afdrukken is beëindigd, keert het scherm terug naar Klaar.BELANGRIJK Service is een menu dat voornamelijk wordt gebruikt door onderhoudstechnici voor onderhoudswerkzaamheden. Klanten hoeven dit menu niet te gebruiken.Instellen/onder-houd >>> Netwerkstatus-pagina afdrukken?
Aansluiten en afdrukken 3-7Embedded Web Server RXAls het apparaat is aangesloten op het netwerk, kunt u verschillende instellingen configureren met behulp van Embedded Web Server RX. In dit hoofdstuk worden instructies gegeven voor de toegang tot Embedded Web Server RX en het wijzigen van de beveiligingsinstellingen en de hostnaam. Voor meer informatie over Embedded Web Server RX, raadpleeg de Embedded Web Server RX User Guide. De instellingen die de beheerder en de algemene gebruikers kunnen configureren in Embedded Web Server RX zijn als volgt. Opmerking Voer de Gebruikersnaam en het Wachtwoord in om toegang te hebben tot alle functies van de Embedded Web Server RX pagina's, en klik op Aanmelden. Door het vooraf ingestelde wachtwoord van de systeembeheerder in te voeren, kan de gebruiker alle pagina's en instellingen in het navigatiemenu openen.
De standaard fabrieksinstelling voor de standaardgebruiker met de bevoegdheden voor systeembeheerder wordt hieronder getoond. * Er wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters (hoofdlettergevoelig). Aanmeld. gebr. nm AdminAanmeld. wachtw. AdminInstelling Beschrijving BeheerderAlgemene gebruikerMachine-gegevensDe basisinformatie van het apparaat kan worden opgevraagd. Configuratie, Tellers, Info over Embedded Web Server RXTaakstatus Toont alle informatie over het apparaat, met inbegrip van afdruktaken en takenlogboek. Afdrukstaatstatus, AfdruktakenlogboekApparaat-instellingenConfigureer de geavanceerde instellingen van het apparaatPapier/invoer/uitvoer, Energiebesparing/timerinstellingen, Datum/Tijd, Systeem—Functie-instellingenConfigureer de geavanceerde functie-instellingen.
3-8 Aansluiten en afdrukkenToegang tot Embedded Web Server RX1Start uw internetbrowser.2Voer het IP-adres of de hostnaam van het apparaat in in de adres- of locatiebalk.Voorbeelden:https://192.168.48.21/ (IP-adres)https://P001 (als de hostnaam "P001" is)De internetpagina geeft basisinformatie over het apparaat en het Embedded Web Server RX weer, evenals hun huidige status.3Selecteer een categorie in de navigatiebalk links op het scherm. Wanneer u inlogt op de machine als beheerder, ziet u Apparaatinstellingen, Functie-instellingen, Netwerkinstellingen, Beveiligingsinstellingen, en Beheerinstellingen.Opmerking Als het bericht Er is een probleem met het beveiligingscertificaat van deze website. verschijnt, moet het certificaat geconfigureerd worden.
Voor meer informatie over de certificaten, raadpleeg de Embedded Web Server RX User Guide.U kunt ook de handeling voortzetten zonder het certificaat te configureren.
Aansluiten en afdrukken 3-9Beveiligingsinstellingen wijzigenIn dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de beveiligingsinstellingen kunnen worden gewijzigd.Open Embedded Web Server RX zoals beschreven in Toegang tot Embedded Web Server RX op pagina 3-8.1Vanaf de menu Beveiligingsinstellingen, selecteert u de instelling die u wilt configureren. De configureerbare instellingen zijn Beveiliging apparaat, Netwerkveiligheid en Certificaten.Opmerking De configureerbare instellingen in Beveiliging apparaat en Netwerkveiligheid kunnen ook worden geconfigureerd via de systeemmenu van het apparaat. Voor meer informatie, raadpleeg de paragraaf Using the Operation Panel in de Advanced Operation Guide.Voor meer informatie over de certificaten, raadpleeg de Embedded Web Server RX User Guide.
3-10 Aansluiten en afdrukkenMachinegegevens wijzigenWijzigt de informatie van het apparaat.1Open Embedded Web Server RX zoals beschreven in Toegang tot Embedded Web Server RX op pagina 3-8.2Vanaf de menu Apparaatinstellingen, kies Systeem.3Voer de machinegegevens in en klik op Verzenden.BELANGRIJK Start, na het wijzigen van de instelling, het netwerk opnieuw op of zet het apparaat UIT en vervolgens weer AAN.Om de netwerkkaart opnieuw op te starten, klikt u op Resetten in de menu Beheerinstellingen, en klikt u vervolgens op Netwerk opnieuw opstarten in Herstarten.
Aansluiten en afdrukken 3-11E-mailinstellingenDoor de SMTP-instellingen te configureren, kunt u e-mailberichten over voltooide taken versturen.Deze functie kan alleen worden gebruikt als het apparaat is verbonden met een mailserver die het SMTP-protocol gebruikt.Daarnaast controleert u het volgende.• De netwerkomgeving die wordt gebruikt om met dit apparaat verbinding te maken met de mailserverEen permanente verbinding via een LAN wordt aanbevolen.• SMTP-instellingenGebruik het Embedded Web Server RX om het IP-adres of de hostnaam van de SMTP-server te registreren.• Als er beperkingen zijn ingesteld voor de grootte van e-mailberichten, is het verzenden van grote e-mailberichten misschien niet mogelijk.• Volg de onderstaande stappen om de SMTP-instellingen op te geven.1Open Embedded Web Server RX zoals beschreven in Toegang tot Embedded Web Server RX op pagina 3-8.2Vanaf de menu Functie-instellingen klikt u op E-mail.
3-12 Aansluiten en afdrukken3Voer de betreffende waarden voor alle velden in. Instelling BeschrijvingSMTP Stel in om e-mails vanaf de machine te versturen. SMTP-protocol Stel het SMTP-protocol in. Stel de SMTP (E-mail TX) instelling in op Aan op de pagina Protocolinstellingen. SMTP-servernaamVoer de hostnaam of het IP-adres van de SMTP-server in. SMTP-poortnummerGeef het poortnummer op voor de SMTP. Gebruik de standaard SMTP-poort 25. Time-out SMTP-serverStel de wachttijd voor time-out in seconden in. Verificatie-protocolGeef aan of SMTP-verificatie is vereist. Om de verificatie te gebruiken, voert u de gebruikersinformatie voor verificatie in. SMTP-beveiligingStel SMTP beveiliging in. Activeer SMTP-beveiliging in SMTP (E-mail TX) op de pagina Protocolinstellingen. POP voor SMTP-timeoutGeef de tijd in seconden op tot de wachttijd voor de verbinding met POP-server is verlopen.
Dit kan worden ingesteld wanneer POP voor SMTP is geselecteerd in Verificatieprotocol. Verbinding testenTest om te bevestigen dat de instellingen correct zijn. Domein-beperkingStel in of domeinen al dan niet beperkt zijn. Klik op Domeinenlijst en voer de domeinnamen van de adressen in die moeten worden toegestaan of afgewezen. Beperking kan ook worden opgegeven via e-mail adres. POP3 Stel in om een e-mail op de machine te ontvangen. POP3-protocol Stel POP3-protocol in. Stel de POP3 (E-mail RX) instelling in op Aan op de pagina Protocolinstellingen. Controle-interval Geef het tijdsinterval in minuten op voor het controleren van inkomende e-mails. Nu uitvoeren Klik op Ontvangen om direct verbinding te maken met de POP3-server en te controleren op inkomende e-mails. Domein-beperkingStel in of domeinen al dan niet beperkt zijn.
Klik op Domeinenlijst en voer de domeinnamen van de adressen in die moeten worden toegestaan of afgewezen. Beperking kan ook worden opgegeven via e-mail adres. Gebruikers-instellingen POP3Configureer de instellingen voor POP3-gebruikersaccounts en de POP3-server.
Aansluiten en afdrukken 3-134Klik op Verzenden.Instellingen voor e-mail verzendenGrootte-beperking e-mailVoer de maximumgrootte van te verzenden e-mailberichten in in kilobytes. Als de grootte van een e-mail deze waarde overschrijdt, dan wordt een foutbericht weergegeven en wordt het verzenden van de e-mail geannuleerd. Gebruik deze instelling als u groottebeperking e-mail voor de SMTP-server heeft ingesteld. Zoniet, voer een waarde in van 0 (nul) om e-mails zonder groottebeperking te kunnen versturen.Adres afzender Voer het e-mailadres in van de persoon die verantwoordelijk is voor het apparaat, bijvoorbeeld de apparaatbeheerder. Dit zorgt ervoor dat een antwoord of een afleveringsfoutrapport naar een persoon wordt gestuurd in plaats van naar het apparaat. Het adres van de afzender moet correct worden ingevoerd voor SMTP-verificatie.
Het adres van de afzender mag maximaal 128 karakters lang zijn.Handtekening Voer de handtekening in. De handtekening is vrije tekst die wordt weergegeven aan het einde van het e-mailbericht. Deze wordt vaak gebruikt om het apparaat verder te identificeren. De handtekening mag maximaal 512 karakters lang zijn.Standaardinst. functiesWijzig de functie standaardinstellingen op de pagina Gemeensch./Standaard instellingen taak.Instelling Beschrijving
3-14 Aansluiten en afdrukkenHet printerstuurprogramma installerenZorg ervoor dat de printer aan staat en is aangesloten op de pc voordat u de printerdriver vanaf de DVD-ROM installeert.Het printerstuurprogramma voor Windows installerenSnel installerenDe volgende procedure is een voorbeeld voor het installeren van de software in Windows 7 d.m.v. Snel installeren.Raadpleeg voor het Aangepast installeren de paragraaf Aangepast installeren op pagina 3-16.1Plaats de DVD-ROM.2Klik op Licentieovereenkomst weergeven en lees de Gebruiksrechtovereenkomst.Klik op Accepteren.3Kies het tabblad Snel installeren.Opmerking Het installeren onder Windows moet worden gedaan door een gebruiker die zich heeft aangemeld met beheerdersrechten.Indien verbonden met een USB-kabel, is Plug and Play op dit apparaat uitgeschakeld indien in de slaapstand.
Om de installatie voort te zetten, drukt u op de toets GO om het apparaat uit de energiebesparende stand of slaapstand te halen waarna kan worden verder gegaan.Printing System Driver kan niet geïnstalleerd worden op Windows XP.Opmerking Het installeren in Windows moet worden gedaan door een gebruiker die zich heeft aangemeld met beheerdersrechten.Als het dialoogvenster wizard nieuwe hardware gevonden verschijnt, selecteert u Annuleren.Als het venster Automatisch afspelen verschijnt, klikt op Voer Setup.exe uit.Als het venster gebruikersaccountbeheer verschijnt, klikt u op Ja (Toestaan).Opmerking Om Status Monitor te installeren, is het noodzakelijk om Microsoft .NET Framework 4.0 vooraf te hebben geïnstalleerd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met UTAX P-3521DN stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden