Tzerra Remeha Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Tzerra Remeha (96 pagina’s), behorend tot de categorie CV Ketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 303 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Tzerra Remeha of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Tzerra |
| Categorie: | CV Ketel |
| Model: | Remeha |
Foutcodes Tzerra Remeha
Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.
| Code | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| 5v[0 | Parameterfout | 1. Parameters opnieuw instellen met Recom software. 2. df en dV opnieuw instellen. 3. Parameters herstellen met Recom. |
| 5v[1 | Maximale aanvoertemperatuur overschreden - Geen of te weinig doorstroming | 1. Doorstroming (richting, pomp, kleppen) controleren. 2. Reden van warmtevraag controleren. 3. Waterdruk controleren. |
| 5v[10 | Blokkerende ingang is actief | 1. Parameters controleren. 2. Bedrading controleren op slechte verbinding. 3. Externe oorzaak verwijderen. |
| 5v[11 | Blokkerende ingang of vorstbeveiliging is actief | 1. Parameters controleren. 2. Bedrading controleren op slechte verbinding. |
| 5v[12 | Communicatiefout met de HMI print | 1. Bedrading controleren. 2. Aansluitbox op juiste aansluiting van HMI print controleren. 3. Slechte verbinding met BUS controleren. |
| 5v[13 | Communicatiefout met de SCU print | 1. Bedrading controleren. 2. SCU print aanwezig in aansluitbox controleren. 3. Automatische detectie uitvoeren. |
| 5v[15 | Gasdruk te laag | 1. Gaskraan controleren of deze goed geopend is. 2. Gasaanvoerdruk controleren. 3. Afstelling van gasdrukschakelaar Gps controleren. 4. Gps schakelaar goed gemonteerd controleren. 5. Gps schakelaar vervangen indien nodig. |
| 5v[16 | Configuratiefout - Interne fout gas/lucht-eenheid | 1. Gas/lucht-eenheid vervangen. |
| 5v[17 | Configuratiefout of default parametertabel niet in orde | 1. Gas/lucht-eenheid vervangen. |
| 5v[18 | Configuratiefout - Ketel/PSU niet herkend | 1. PSU vervangen (verkeerde PSU voor deze ketel). |
| 5v[19 | Configuratiefout of parameters df-dV onbekend | 1. df en dV opnieuw instellen. |
| 5v[2 | Maximale stijging van de aanvoertemperatuur is overschreden | 1. Goede werking van de sensors controleren. 2. Sensor goed gemonteerd controleren. 3. Warmtewisselaar op vervuiling controleren. 4. Doorstroming (richting, pomp, kleppen) controleren. 5. Waterdruk controleren. |
| 5v[20 | Configuratieprocedure actief | 1. Geen actie nodig (normaal gedrag kort na inschakelen van de ketel). |
| 5v[21 | Communicatiefout - Interne fout gas/lucht-eenheid | 1. Gas/lucht-eenheid vervangen. 2. Gasleiding ontluchten. 3. Gaskraan controleren of deze goed geopend is. 4. Gasaanvoerdruk controleren. |
| 5v[22 | Vlamwegval tijdens bedrijf | 1. Ionisatiestroom controleren. 2. Werking en afstelling gasblok controleren. 3. Luchttoevoer en rookgasafvoer op verstopping controleren. 4. Rookgasrecirculatie controleren. 5. Gas/lucht-eenheid vervangen. |
| 5v[25 | Interne fout gas/lucht-eenheid | 1. Wachten tot de ketel in vergrendeling gaat. 2. Gas/lucht-eenheid vervangen. |
| 5v[7 | Maximaal verschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur overschreden | 1. Goede werking van de sensors controleren. 2. Sensor goed gemonteerd controleren. 3. Warmtewisselaar op vervuiling controleren. 4. Doorstroming (richting, pomp, kleppen) controleren. 5. Waterdruk controleren. 6. Externe oorzaak verwijderen. |
| e[00 | Parameterfout | 1. Parameters herstellen met Recom software. 2. 5 seconden op J toets drukken voor reset procedure. 3. Automatische ontluchtingscyclus laten uitvoeren (ca. 4 minuten). |
| e[01 | Parameterfout | 1. Parameters herstellen met Recom software. 2. 5 seconden op J toets drukken voor reset procedure. 3. Automatische ontluchtingscyclus laten uitvoeren (ca. 4 minuten). |
| e[02 | Sensorfout | 1. Bedrading controleren. 2. Goede werking van de sensors controleren. 3. Sensor goed gemonteerd controleren. 4. CV-installatie ontluchten. 5. Waterdruk controleren. 6. Warmtewisselaar op vervuiling controleren. 7. Doorstroming (richting, pomp, kleppen) controleren. 8. Sensor vervangen indien nodig. |
| e[03 | Sensorfout | 1. Bedrading controleren. 2. Goede werking van de sensors controleren. 3. Sensor goed gemonteerd controleren. 4. CV-installatie ontluchten. 5. Waterdruk controleren. 6. Warmtewisselaar op vervuiling controleren. 7. Doorstroming (richting, pomp, kleppen) controleren. 8. Sensor vervangen indien nodig. |
| e[04 | Sensorfout | 1. Bedrading controleren. 2. Goede werking van de sensors controleren. 3. Sensor goed gemonteerd controleren. 4. CV-installatie ontluchten. 5. Waterdruk controleren. 6. Warmtewisselaar op vervuiling controleren. 7. Doorstroming (richting, pomp, kleppen) controleren. 8. Sensor vervangen indien nodig. |
| e[05 | Sensorfout | 1. Bedrading controleren. 2. Goede werking van de sensors controleren. 3. Sensor goed gemonteerd controleren. 4. CV-installatie ontluchten. 5. Waterdruk controleren. 6. Warmtewisselaar op vervuiling controleren. 7. Doorstroming (richting, pomp, kleppen) controleren. 8. Sensor vervangen indien nodig. |
| e[06 | Sensorfout | 1. Bedrading controleren. 2. Goede werking van de sensors controleren. 3. Sensor goed gemonteerd controleren. 4. CV-installatie ontluchten. 5. Waterdruk controleren. 6. Warmtewisselaar op vervuiling controleren. 7. Doorstroming (richting, pomp, kleppen) controleren. 8. Sensor vervangen indien nodig. |
| e[07 | Sensorfout | 1. Bedrading controleren. 2. Goede werking van de sensors controleren. 3. Sensor goed gemonteerd controleren. 4. CV-installatie ontluchten. 5. Waterdruk controleren. 6. Warmtewisselaar op vervuiling controleren. 7. Doorstroming (richting, pomp, kleppen) controleren. 8. Sensor vervangen indien nodig. |
| e[08 | Sensorfout | 1. Bedrading controleren. 2. Goede werking van de sensors controleren. 3. Sensor goed gemonteerd controleren. 4. CV-installatie ontluchten. 5. Waterdruk controleren. 6. Warmtewisselaar op vervuiling controleren. 7. Doorstroming (richting, pomp, kleppen) controleren. 8. Sensor vervangen indien nodig. |
| e[09 | Sensorfout | 1. Bedrading controleren. 2. Goede werking van de sensors controleren. 3. Sensor goed gemonteerd controleren. 4. CV-installatie ontluchten. 5. Waterdruk controleren. 6. Warmtewisselaar op vervuiling controleren. 7. Doorstroming (richting, pomp, kleppen) controleren. 8. Sensor vervangen indien nodig. |
| e[10 | Sensorfout | 1. Bedrading controleren. 2. Goede werking van de sensors controleren. 3. Sensor goed gemonteerd controleren. 4. CV-installatie ontluchten. 5. Waterdruk controleren. 6. Warmtewisselaar op vervuiling controleren. 7. Doorstroming (richting, pomp, kleppen) controleren. 8. Sensor vervangen indien nodig. |
| e[11 | Sensorfout | 1. Bedrading controleren. 2. Goede werking van de sensors controleren. 3. Sensor goed gemonteerd controleren. 4. CV-installatie ontluchten. 5. Waterdruk controleren. 6. Warmtewisselaar op vervuiling controleren. 7. Doorstroming (richting, pomp, kleppen) controleren. 8. Sensor vervangen indien nodig. |
| e[12 | Maximale temperatuur van warmtewisselaar of automaat overschreden | 1. CV-installatie ontluchten. 2. Waterdruk controleren. 3. Warmtewisselaar op vervuiling controleren. 4. Doorstroming (richting, pomp, kleppen) controleren. 5. Bedrading controleren. 6. Goede werking van de sensors controleren. 7. Sensor goed gemonteerd controleren. 8. Sensor vervangen indien nodig. 9. Luchttoevoer controleren. 10. Rookgasafvoer controleren. 11. Pakkingen vervangen. 12. Doorslag naar massa/aarde controleren. |
| e[14 | Ontstekingsfout - 5 mislukte branderstarts | 1. Bedrading controleren. 2. Doorslag naar massa/aarde controleren. 3. Conditie van het branderdek controleren. 4. Aarding controleren. 5. Gaskraan controleren of deze goed geopend is. 6. Gasaanvoerdruk controleren. 7. Gasleiding ontluchten. 8. Werking en afstelling gasblok controleren. 9. Luchttoevoer en rookgasafvoer op verstopping controleren. 10. Ionisatie-/ontstekingselektrode vervangen. 11. Trek controleren. |
Handleiding Tzerra Remeha – volledige tekst
4. 2. 3 Ventilatie. 214. 3 Belangrijkste afmetingen. 224. 4 Positionering van de ketel. 234. 5 Hydraulische aansluitmogelijkheden. 244. 5. 1 Aansluiten vloerverwarming. 244. 5. 2 Aansluiten zonneboiler. 244. 5. 3 Geiser-toepassing. 254. 5. 4 Solo-toepassing. 254. 6 Wateraansluitingen. 254. 6. 1 Doorspoelen van de installatie. 254. 6. 2 Waterdoorstroming. 264. 6. 3 Aansluiten van het verwarmingscircuit. 264. 6. 4 Aansluiten van het tapwatercircuit. 274. 6. 5 Aansluiten van het expansievat. 274. 6. 6 Aansluiten van de condensatie-afvoerleiding. 284. 6. 7 Automatische ontluchter. 284. 7 Gasaansluiting. 294. 8 Aansluitingen van de lucht-/rookgasleidingen. 294. 8. 1 Classificatie. 304. 8. 2 Uitmondingen. 314. 8. 3 Lengte van de lucht-/rookgasleidingen. 314. 8. 4 Aanvullende richtlijnen. 334. 8. 5 Lucht-/rookgasadapter. 354. 8. 6 Aansluiting rookgasafvoer. 354. 8. 7 Aansluiting luchttoevoer.
1.3 Algemeen1.3.1. Aansprakelijkheid fabrikantOnze producten worden gemaakt volgens de verschillende vantoepassing zijnde richtlijnen. Zij worden daarom geleverd met de[ markering en alle benodigde documenten.Vanwege de permanente zorg voor de kwaliteit van onze producten,zoeken wij voortdurend naar manieren om deze te verbeteren.Daarom houden wij ons het recht voor de in dit document genoemdespecificaties te wijzigen.In de volgende gevallen zijn wij als fabrikant niet aansprakelijk:4Het niet in acht nemen van de gebruiksinstructies van hetapparaat.4Achterstallig of onvoldoende onderhoud aan het apparaat.4Het niet in acht nemen van de installatieinstructies van hetapparaat.1.3.2. Aansprakelijkheid van de installateurDe installateur is aansprakelijk voor de installatie en de eersteinbedrijfstelling van het apparaat.
De installateur moet de volgendeinstructies in acht nemen:4Lees de instructies van het apparaat in de meegeleverdehandleidingen en neem deze in acht.4Installeer overeenkomstig de geldende wetgeving en normen.4Voer de eerste inbedrijfstelling en alle benodigde controles uit.4Leg de installatie uit aan de gebruiker.4Als onderhoud noodzakelijk is, waarschuw dan de gebruiker voorde controle- en onderhoudsplicht betreffende het apparaat.4Overhandig alle handleidingen aan de gebruiker.1.3.3.
Aansprakelijkheid gebruikerOm het optimaal functioneren van de installatie te garanderen, moetu de volgende instructies in acht nemen:4Lees de instructies van het apparaat in de meegeleverdehandleidingen en neem deze in acht.4Vraag de hulp van een erkend installateur voor de installatie ende uitvoering van de eerste inbedrijfstelling.4Vraag aan de installateur uitleg over uw installatie.4Laat de benodigde inspecties en onderhoud uitvoeren door eenerkend installateur.4Bewaar de handleidingen in goede staat en in de buurt van hetapparaat.Tzerra M 24c CW3 Tzerra M 28c CW4 Tzerra M 39c CW5 1. Inleiding240513 - 7600997-05 7
Dit apparaat mag niet worden gebruikt door mensen (en kinderen)met lichamelijke-, gevoelsmatige- of geestelijke beperkingen, of doormensen met een gebrek aan technische ervaring, tenzij ze wordenbegeleid door een persoon, die garant staat voor hun veiligheid ofindien ze zijn geïnstrueerd in het juiste gebruik van het apparaat. Voorkom dat kinderen met het apparaat gaan spelen. Als het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door defabrikant zelf, zijn dealer of vergelijkbare bekwame personen omgevaarlijke situaties te voorkomen. 1. 4 Goedkeuringen1. 4. 1. CertificeringenCE-identificatienummer PIN 0063CM3019Klasse NOx 5 (EN normen)Type aansluiting(Rookgasafvoer)B23, B23P, B33, C13, C33, C43, C53, C63, C83,C93nGaskeurlabelsDe ketel heeft diverse Gaskeurlabels.
Deze onafhankelijkeprestatielabels worden door College van Deskundigen EnergiePrestatie Keur toegekend aan die gasverbruiksapparaten die voldoenaan specifieke eisen met betrekking tot een aantal doelmatigheids-,milieutechnische-, en comfortaspecten. De verklaring voor dezelabels is als volgt:De labels zijn niet gewaarborgd bij toepassing van de ketelop G20 of G31. Gaskeur HR 107 (Hoog rendement verwarming)Dit houdt in dat het rendement van de ketel tijdens cv-bedrijf hoger isdan de Gaskeur HR criteria van 107% ten opzichte van Hi. Ditbetekent dat de ketel zuinig is met energie, dus minder energiekostenoplevert en beter is voor het milieu. Gaskeur HRww (Hoog rendement warmwater)Dit houdt in dat de combiketel op een zuinige en efficiënte wijzewarmwater produceert, dus zonder verspilling van energie en water.
Met toepassingsklasse 4 is deTzerra M 28c CW4 geschikt voor:4Tapdebiet van minimaal 7,5 l/min van 60°C.4Een douchefunctie vanaf 6 l/min tot tenminste 12,5 l/min van40°C.4Binnen 11 minuten vullen van een bad met 120 liter water vangemiddeld 40°C.Gelijktijdigheid van deze functies is niet vereist.Instellingen waarbij de Tzerra M 28c CW4 conform ComfortWarmwater classificatie presteert:4Startvolumestroom: 23004Maximum volumestroom van de ventilator: 56004ECO-stand: Uit.Gaskeur CW 5 (Comfort Warmwater)Dit houdt in dat de Tzerra M 39c CW5 voldoet bij de bereiding vanwarmwater aan toepassingsklasse 5.
Met toepassingsklasse 5 is deTzerra M 39c CW5 geschikt voor:4Tapdebiet van minimaal 7,5 l/min van 60°C.4Een douchefunctie vanaf 6 l/min tot tenminste 12,5 l/min van40°C.4Binnen 10 minuten vullen van een bad met 150 liter water vangemiddeld 40 °C.Gelijktijdigheid van deze functies is niet vereist.Instellingen waarbij de Tzerra M 39c CW5 conform ComfortWarmwater classificatie presteert:4Startvolumestroom: 30004Maximum volumestroom van de ventilator: 78004ECO-stand: Uit.Gaskeur SV (Schone verbranding)Dit houdt in dat de ketel voldoet aan het NOx-besluit en de Schoneverbrandingseis. De ketel beschikt over een continu geregelde gas-/luchtkoppeling in combinatie met een volledig voorgemengdebrander. De NOx- en CO-emissie is hierdoor zo laag mogelijk.Gaskeur NZ (Naverwarming Zonneboiler)T001055-AT001795-AT001059-AT001779-BNZTzerra M 24c CW3 Tzerra M 28c CW4 Tzerra M 39c CW5 1.
Dit houdt in dat de combiketel geschikt is als naverwarmer voorzonneboilers. Het label (naverwarming zonneboilers) geldt incombinatie met de zonneboileraansluitset. In verband met mogelijkelegionella-vorming mag de ketel niet worden uitgeschakeld of deSWW temperatuur lager dan 60°C worden ingesteld.1.4.2. Aanvullende richtlijnenNaast de wettelijke voorschriften en richtlijnen, moeten ook deaanvullende richtlijnen in deze handleiding worden opgevolgd.Voor alle voorschriften en richtlijnen, zoals genoemd in dezehandleiding, geldt dat aanvullingen of latere voorschriften enrichtlijnen op het moment van installeren van toepassing zijn.1. Inleiding Tzerra M 24c CW3 Tzerra M 28c CW4 Tzerra M 39c CW510 240513 - 7600997-05
2 Veiligheidsinstructies en aanbevelingen2.1 VeiligheidsvoorschriftenGEVAARIndien u gas ruikt:1. Gebruik geen vuur, rook niet, gebruik geenelektrische contacten of schakelaars (bel, verlichting,motor, lift, etc.).2. Sluit de gasaanvoer af.3. Open de ramen.4. Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze direct af.5. Zit het lek vóór de gasmeter, waarschuw dan hetgasbedrijf.GEVAARIndien u rookgassen ruikt:1. Schakel het apparaat uit.2. Open de ramen.3.
Spoor mogelijke lekkages op en dicht deze direct af.2.2 AanbevelingenWAARSCHUWING4De installatie en het onderhoud van de ketel moetendoor een erkend installateur worden uitgevoerdvolgens de plaatselijke en nationale regelgeving.4Bij werkzaamheden aan de ketel, de ketel altijdspanningsvrij maken en de hoofdgaskraan sluiten.4Controleer de hele installatie na onderhouds- enservicewerkzaamheden op lekkages.OPGELETDe ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerdworden.Bewaar dit document in de nabijheid van de installatie.ManteldelenManteldelen mogen alleen verwijderd worden voor onderhouds- enservicewerkzaamheden. Plaats na de onderhouds- enservicewerkzaamheden alle manteldelen terug.Tzerra M 24c CW3 Tzerra M 28c CW4 Tzerra M 39c CW5 2. Veiligheidsinstructies en aanbevelingen240513 - 7600997-05 11
3.3 Blokdiagram1Warmtewisselaar (CV)2Hydroblok3Platenwarmtewisselaar (SWW)4Veiligheidsventiel5Aanvoer verwarming6Uitgang sanitair warm water (SWW)7Ingang sanitair koud water8Retour verwarming9Circulatiepomp (CV)10 Driewegklep3.4 Werkingsprincipe3.4.1. Gas-/luchtregelingDe ketel is voorzien van een bemanteling die tevens als luchtkastdient. De ventilator zuigt lucht aan; in de venturi, aan de inlaatzijdevan de ventilator, wordt het gas ingespoten. Afhankelijk van deinstellingen, de warmtevraag en de heersende temperaturen dieworden gemeten door de temperatuursensoren, wordt het toerentalvan de ventilator geregeld. Gas en lucht worden in de venturigemengd. De gas- / luchtkoppeling zorgt ervoor dat de hoeveelheidgas en lucht precies op elkaar worden afgestemd. Hierdoor ontstaateen optimale verbranding over het hele belastingbereik.
Het gas-/luchtmengsel gaat naar de brander, bovenin de warmtewisselaar.3.4.2. VerbrandingDe brander verwarmt het CV-water dat door de warmtewisselaarstroomt. Als de temperatuur van de rookgassen lager is dan hetcondensatiepunt (ca. 55ºC), condenseert de waterdamp in hetonderste deel van de warmtewisselaar. De warmte die bij ditcondensatieproces vrijkomt (de zogenaamde latente- ofcondensatiewarmte) wordt eveneens aan het CV-waterovergedragen. De afgekoelde rookgassen worden afgevoerd via derookgasafvoerleiding. Het condenswater wordt via een sifonafgevoerd.T003393-D5 6 7 812341093. Technische beschrijving Tzerra M 24c CW3 Tzerra M 28c CW4 Tzerra M 39c CW514 240513 - 7600997-05
3. 4. 3. Verwarming en productie van sanitair warmwaterBij de combiketel verwarmt een ingebouwde platenwarmtewisselaarsanitair water. Een driewegklep bepaalt of verwarmd water naar decv-installatie stroomt of naar de platenwarmtewisselaar. Eentapsensor signaleert het openen van een warmwaterkraan. Desensor geeft een signaal aan de besturingsautomaat die ervoor zorgtdat de driewegklep omschakelt naar de warmwaterstand en dat depomp wordt ingeschakeld. De driewegklep is veerbelast, maarverbruikt alleen stroom wanneer deze naar een andere stand loopt. Het cv-water verwarmt het tapwater in de platenwarmtewisselaar. Alser geen warmwater wordt getapt, dan zorgt de ketel in comfortstandvoor een periodieke opwarming van de warmtewisselaar. Eventuelekalkdeeltjes worden uit de platenwisselaar gehouden door eenwaterfilter, dat zichzelf reinigt eens per 76 uur. 3. 4. 4.
BesturingsvoorzieningDe besturing van de ketel zorgt voor een betrouwbarewarmtelevering. Dit houdt in dat de ketel praktisch omgaat metnegatieve invloeden uit de omgeving (zoals geringewaterdoorstroming en luchttransportproblemen). De ketel gaat bijdergelijke invloeden niet in storing, maar moduleert in eerste instantieterug en gaat - afhankelijk van de aard van de omstandigheden -eventueel tijdelijk uit bedrijf (blokkering of regelstop). De ketel zalwarmte blijven leveren zolang zich geen gevaarlijke situatiesvoordoen. 3. 4. 5. RegelingDe belasting van de ketel kan op de volgende wijze worden geregeld:4Aan/uit regelingDe belasting tussen de minimale en de maximale waarde varieertop basis van de op de ketel ingestelde aanvoertemperatuur.
4Modulerende regelingDe belasting tussen de minimale en de maximale waarde varieertop basis van de door de modulerende regelaar bepaaldeaanvoertemperatuur. 1qSense2iSenseOp de ketel kan een 2 draads aan / uit-thermostaat of een powerstealing-thermostaat worden aangesloten.
3.4.6. WatertemperatuurregelingDe ketel is voorzien van een elektronische temperatuurregeling meteen aanvoer- en een retourtemperatuursensor. Deaanvoertemperatuur is instelbaar tussen 20°C en 90°C. De ketelmoduleert terug als de ingestelde aanvoertemperatuur is bereikt. Deuitschakeltemperatuur is de ingestelde aanvoertemperatuur + 5°C.3.4.7. WatergebrekbeveiligingDe ketel is voorzien van een watergebrekbeveiliging op basis vantemperatuurmetingen. Door terug te moduleren op het moment datde waterdoorstroming te klein dreigt te worden, blijft de ketel zo langmogelijk in bedrijf. Bij een te geringe doorstroming ΔT ≥ 50°C of tegrote stijging van de aanvoertemperatuur, gaat de ketel 10 minutenin blokkeringsmode.
Wanneer er geen water in de ketel aanwezig isof als de pomp niet draait, volgt een vergrendeling (storing)In geval van een storing knippert de statussignalering vande B toets op de aansluitbox met een rode kleur.¼Voor meer uitvoerige informatie, zie het hoofdstuk:"Blokkeringen en vergrendelingen", pagina 71.3.4.8.
3 (K-gas) minimum-maximum m3/h 0,67 - 2,89 0,67 - 3,39 0,94 - 4,69NOx-Jaaremissie (n=1) mg/kWh 53 58 56Klasse NOx (EN 297 pr A3, EN 483) 5 5 5Rookgashoeveelheid maximum kg/h 38,7 45,5 62,9Maximale tegendruk Pa 80 116 120Gegevens centrale-verwarmingscircuitWaterinhoud l 1,6 1,6 1,7Waterbedrijfsdruk minimum bar 0,8Waterbedrijfsdruk (PMS) maximum bar 3,0Watertemperatuur maximum °C 110Bedrijfstemperatuur maximum °C 90Gegevens sanitairwarmwatercircuitGaskeur CW - 3 4 5Specifiek debiet warm water D (60 ºC) l/min 6 7,5 10,5Specifiek debiet warm water D (40 ºC) l/min 11,2 13 18,3Tapwaterzijdig drukverschil (zondertapbegrenzer) mbar 96 123 260Tapdrempel minimum l/min 1,2Effectieve toestelwachttijd(1) s 0,0 0,57 0Specifieke leidinglengte(2) m 23,5 28,4 30Jaargebruiksrendement op sanitairtapwaterzonder iSense % 88,6 89,7 89,3met iSense % 89,9 90,3 90,1Waterinhoud l 0,16 0,16 0,18Werkdruk (Pmw) maximum bar 8Elektrische gegevensVoedingsspanning VAC 230Opgenomen vermogen - Vollast maximum(3) W 105 117 159maximum(4) W 78 90 127Opgenomen vermogen - Laaglast maximum(3) W 82 82 101maximum(4) W 24 24 26Opgenomen vermogen - Stand-by maximum W 3 3 3Elektrische beschermingsindex IP X4DOverige gegevensGewicht (leeg) Totaal kg 19 19 22Montage(5) kg 17,5 17,5 20,5Gemiddeld geluidsniveau op eenafstand van 1 m van de ketelmaximum CV-bedrijf dB(A) 38 38 42maximum SWW-bedrijf dB(A) 40 42 46(1) Tijdsduur die vanaf begin tappen benodigd is om ten behoeve van installatieberekeningen een temperatuurverhoging van 40K te verkrijgenaan de tapwateruitlaat van het toestel, gebaseerd op het CW tapdebiet.
(2) De specifieke leidinglengte Ø 10/12 mm is de maximale, ongeïsoleerde lengte, waarbij het toestel in de slechtst denkbare zomersituatiebinnen 30 s warmwater met een blijvende temperatuurverhoging van 35 ºC levert aan het keukentappunt. (3) Aan/uit pomp (4) Energiezuinige modulerende pomp(5) Zonder frontmantel3.
4 Installatie4.1 InstallatievoorschriftenWAARSCHUWINGDe installatie van het apparaat moet door een erkendinstallateur worden uitgevoerd volgens de plaatselijke ennationale geldende regelgeving.De installatie moet ook voldoen aan:4Deze handleiding en overige van toepassing zijnde documentatie4NEN 1006: Algemene voorschriften voor drinkwaterinstallatiesAVWI4NEN 1010: Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties4NEN 1078: Voorziening voor gas met een werkdruk tot en met500mbar - Prestatie-eisen - Nieuwbouw4NPR 3378: Leidraad bij NEN 10784NEN 1087: Ventilatie van woongebouwen4NPR 1088: Toelichting op NEN 10874NEN 2078: Eisen voor industriële gasinstallaties4NEN 2757: Toevoer van verbrandingslucht en afvoer van rook vanverbrandingstoestellen4NEN 3028: Eisen voor verbrandingsinstallaties4NEN 3215: Binnenriolering in woningen en woongebouwen4NEN 8078: Voorziening voor gas met een werkdruk tot en met500mbar - Prestatie-eisen - Bestaande bouw4Bouwbesluit4Plaatselijk geldende voorschriften van Brandweer, Nutsbedrijvenen Gemeente4Bij toepassing warm sanitairwatervoorziening: WerkbladDrinkwaterinstallaties, VEWIN nr.
4.2.2. Plaatsen van de ketel4Bepaal aan de hand van de richtlijnen en de benodigdeopstellingsruimte de juiste plaats voor montage van de ketel.4Houd bij de bepaling van de juiste opstellingsruimte rekening metde toegestane positie van de rookgasafvoer- en / ofluchttoevoeruitmonding.4Zorg voor voldoende ruimte onder de ketel voor het plaatsen enverwijderen van de sifon en de aansluitbox.4Zorg voor voldoende ruimte rond de ketel voor een goedebereikbaarheid en vereenvoudiging van het onderhoud.4Bevestig de ketel tegen een vlakke ondergrond.
Bij gebruik vaneen console, eerst een vlakke plaat monteren waarop de ketelbevestigd kan worden.WAARSCHUWING4Bevestig de ketel op een stevige wand die hetgewicht van het met water gevulde apparaat en devoorzieningen kan dragen.4Plaats de ketel niet boven een warmtebron of eenkookapparaat.4Plaats de ketel niet in direct of indirect zonlicht.4Het is verboden om, zelfs tijdelijk, brandbareproducten en stoffen in de ketel of in de buurt van deketel op te slaan.OPGELET4De ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerdworden.4Bij de ketel moet een geaarde elektrische aansluitingaanwezig zijn.4Voor de condensafvoer moet er een aansluiting ophet riool in de buurt van de ketel zijn.nBeveiligingsindexBBadkuip of douchebakZZonesOZ Buitenzone indelingDoor de beveiligingsindex IP X4D is installatie in de badkamermogelijk in de zones 2, 3 en in de buitenzone-indeling.4Sluit in dit geval de 230V voeding als vaste aansluiting aan.4Sluit in dit geval ook een luchttoevoerleiding aan.R000423-A368 51000 274≥ 2005≥ 250554T000756-AZOZ10B2 3602252404.
OPGELETBij vaste aansluiting van het netsnoer dient altijd voor deketel een dubbelpolige hoofdschakelaar te wordenaangebracht met een contactopening van ten minste 3mm (EN 60335-1).4.2.3. Ventilatie(1) Afstand tussen de voorkant van de ketel en debinnenwand van de kast.Wordt de ketel in een gesloten kast geïnstalleerd, dan moeten deaangegeven minimum maten in acht worden genomen. Zorg tevensvoor openingen om de volgende risico’s te voorkomen:4Gasophoping4Verwarming van de kastMinimale doorsnede van de openingen: S1 + S2 = 150 cm2R000422-A368 55≥ 250≥ 250554≥ 374≥ 100 (1)Tzerra M 24c CW3 Tzerra M 28c CW4 Tzerra M 39c CW5 4. Installatie240513 - 7600997-05 21
4.4 Positionering van de ketelBij de ketel worden de volgende onderdelen standaard meegeleverd:4Ophangbeugel en bevestigingsmiddelen voor wandmontage4Aansluitset bestaande uit wartels en knelringen4Sifon met condensafvoerslang4Slang veiligheidsventiel4Lucht-/rookgasadapter4Thermo-manometer4AansluitboxMonteer deze onderdelen in de volgorde, zoals aangegeven wordt indeze handleiding.Het ophangen van het montageframe (accessoire) wordtbeschreven in de bijbehorende montage-instructie.Aan de achterzijde van de mantel bevindt zich een ophangstrip,waarmee de ketel direct aan de ophangbeugel gehangen kanworden.OPGELETOm de ketel en aansluitingen tijdens het ophangen tebeschermen tegen vervuiling door bouwstof, dienenrookgasafvoer en luchttoevoer aansluitpunten te wordenafgedekt. Verwijder deze afdekking pas bij montage vande betreffende aansluitingen.1.
4.5 Hydraulische aansluitmogelijkheden4.5.1. Aansluiten vloerverwarming1Ketel2Expansievat3Afsluiter4Afsluiter5Vul- / aftapkraan6Vloerverwarming7RadiatorverwarmingDe ketel kan direct op een vloerverwarmingsinstallatie wordenaangesloten. Indien nodig de instellingen van de ketel aanpassen bijaansluiting op de LTV-installatie.Bij toepassing van kunststof leidingen (bijvoorbeeld bijvloerverwarming) moet de toegepaste kunststof buiszuurstofdiffusiedicht zijn volgens DIN 4726/4729. In installaties waarde toegepaste kunststof buis niet voldoet aan deze normen, wordtgeadviseerd het ketelcircuit hydraulisch te scheiden van de CV-installatie door een (platen-) wisselaar.4.5.2. Aansluiten zonneboiler1Ketel2Voorraadvat3Zonnecollector4Pomp5Doorstroombegrenzer6Inlaatcombinatie7Mengventiel8TemperatuursensorDe combiketel is geschikt als naverwarmer bij zonneboilers.
4.5.3. Geiser-toepassing1Ketel2Vul- / aftapkraan3ExpansievatDe combiketel is ook geschikt voor alleen warmwaterbedrijf. De ketelkan dan als geiser functioneren. Hiertoe dient de CV-functieuitgeschakeld te worden met behulp van parameter p3. De aanvoeren retour aansluitingen van het toestel dienen doorverbonden teworden.De parameters kunnen gewijzigd worden met de Recomservice software, een daarvoor geschikte regelaar of eenservicetool.4.5.4. Solo-toepassingDe combiketel is ook geschikt voor alleen CV-bedrijf. Hiertoe dient dewarmwaterfunctie uitgeschakeld te worden met behulp vanparameter p3.
De sanitairleidingen hoeven niet aangesloten ofafgedopt te worden.De parameters kunnen gewijzigd worden met de Recomservice software, een daarvoor geschikte regelaar of eenservicetool4.6 WateraansluitingenOPGELETHoud bij het monteren van de leidingen rekening met hetplaatsen en verwijderen van de sifon. Houd minimaal 25cm afstand van de ketel voor het maken van bochten ofplaatsen van kranen.4.6.1. Doorspoelen van de installatiePlaatsing van de ketel op een nieuwe installatie (installatie vanminder dan 6 maanden)4Reinig de installatie met een universeel reinigingsmiddel om hetafval uit de installatie te verwijderen (koper, vlasdraad,soldeersel).4Spoel de installatie goed door totdat het water helder is en geenvuildeeltjes meer bevat.T002243-C321R000410-B≥ 250 mm235 mm°CbarTzerra M 24c CW3 Tzerra M 28c CW4 Tzerra M 39c CW5 4. Installatie240513 - 7600997-05 25
Plaatsing van de ketel op een bestaande installatie4Verwijder slijk uit de installatie met een reinigingsmiddel.4Spoel de installatie door.4Reinig de installatie met een universeel reinigingsmiddel om hetafval uit de installatie te verwijderen (koper, vlasdraad,soldeersel).4Spoel de installatie goed door totdat het water helder is en geenvuildeeltjes meer bevat.4.6.2. WaterdoorstromingDe modulerende regeling van de ketel begrenst het maximaletemperatuurverschil tussen aanvoer en retour van het water en demaximale stijgsnelheid van de aanvoertemperatuur. Hierdoor wordenvoor de ketel geen eisen gesteld aan een minimum debiet.Bij een combiketel in een installatie waarbij de aanvoergeheel van de retour kan worden afgesloten (bijvoorbeeldbij toepassing van thermostaatkranen), dient of een by-pass leiding gemonteerd te worden of het expansievat inde aanvoer CV-leiding geplaatst te worden.4.6.3.
Aansluiten van het verwarmingscircuit1. Monteer de ingaande leiding voor cv-water op de aansluitingretour cv z.2. Monteer voor het vullen en het aftappen van de ketel een vul- enaftapkraan in de installatie.3. Monteer de uitgaande leiding voor cv-water op de aansluitingaanvoer cv {.4. Monteer de meegeleverde thermo-manometer op de aansluitingaanvoer cv. Plaats de thermo-manometer op een maximaleafstand van 0,5 m van de ketel.Een veiligheidsventiel zit standaard in de ketel op deaanvoerzijde gemonteerd.Voor het uitvoeren van servicewerkzaamheden is hetraadzaam om zowel in de aanvoer cv-leiding als de retourcv-leiding een serviceafsluiter te monteren.R000440-A420 12050 100°Cbar03124. Installatie Tzerra M 24c CW3 Tzerra M 28c CW4 Tzerra M 39c CW526 240513 - 7600997-05
OPGELET4De cv-leidingen moeten volgens de geldendevoorschriften worden aangesloten.4Het afvoerpijpje van het veiligheidsventiel mag nietgesoldeerd worden.4Voer eventuele laswerkzaamheden uit op voldoendeafstand van de ketel of voordat de ketel opgehangenwordt.4Plaats, bij montage van serviceafsluiters, de vul- enaftapkraan, het expansievat en de thermo-manometer tussen de afsluiter en de ketel.4Plaats een afvoer naar het riool onder hetveiligheidsventiel ê. Steek de meegeleverde slangin de afvoerpijp4.6.4. Aansluiten van het tapwatercircuit1. Monteer de ingaande leiding voor koud water op de aansluitingsanitair koud water k. Monteer in deze leiding direct onder deketel een KIWA gekeurde inlaatcombinatie.2. Monteer de uitgaande leiding voor sanitair warm water op deaansluiting sanitair warm m.3.
Plaats een afvoer naar het riool voor het expansiewater onder deinlaatcombinatie.OPGELET4De sanitaire waterleidingen moeten volgens degeldende voorschriften worden aangesloten.4Voer eventuele laswerkzaamheden uit op voldoendeafstand van de ketel of voordat de ketel opgehangenwordt.4Volg bij gebruik van kunststof leidingen de (aansluit)aanwijzingen van de fabrikant op.4.6.5. Aansluiten van het expansievatMonteer het expansievat op de retour cv-leiding z.¼Bij toepassing van thermostaatkranen, zie hoofdstuk"Waterdoorstroming", pagina 26Tzerra M 24c CW3 Tzerra M 28c CW4 Tzerra M 39c CW5 4. Installatie240513 - 7600997-05 27
4.6.6. Aansluiten van de condensatie-afvoerleidingBij de ketel wordt standaard de sifon los meegeleverd (Inclusiefflexibele kunststof afvoerslang). Monteer deze onderdelen onder deketel. Ga hiervoor als volgt te werk:1. Vul de sifon met water tot aan de markeringsstreep.OPGELETVoorkom dat er rookgassen in het vertrek komen, vuldaarom de sifon met water voor de inbedrijfstelling van deketel.2. Druk de sifon stevig in de daarvoor bestemde opening j onderde ketel. De sifon moet vastklikken.OPGELETControleer of de sifon stevig vastzit in de ketel.3. Steek de flexibele afvoerslang van de sifon in een afvoerpijp.OPGELETMaak geen vaste verbinding in verband metservicewerkzaamheden aan de sifon.4. Monteer een stankafsluiter of sifon in de afvoerpijp.4De condensafvoer mag niet worden afgedicht.
Maakde aansluiting op de riolering met een openverbinding.4Afschot afvoerpijp minimaal 30 mm per meter,maximale horizontale lengte 5 meter.4Het lozen van condenswater op een dakgoot is niettoegestaan.4De condensafvoerleiding moet volgens de geldendevoorschriften worden aangesloten.4.6.7. Automatische ontluchterControleer of de automatische ontluchter open staat: Deze iszichtbaar rechts bovenop de ketel. Indien nodig kan de ontluchterafgesloten worden met de dop die zich naast de ontluchter bevindt.R000471-A32R000350-A4. Installatie Tzerra M 24c CW3 Tzerra M 28c CW4 Tzerra M 39c CW528 240513 - 7600997-05
4.7 Gasaansluiting1. Monteer de gasaanvoerleiding GAS / GAZ.2. Monteer in deze leiding direct onder de ketel eengasafsluitkraan. Houd hierbij rekening met het plaatsen enverwijderen van de sifon. Houd minimaal 25 cm afstand van deketel.3. Monteer de gasleiding op de gasafsluitkraan.WAARSCHUWING4Sluit de hoofdgaskraan alvorens met dewerkzaamheden aan de gasleidingen te beginnen.4Controleer voor montage of de gasmeter voldoendecapaciteit heeft. Houd daarbij rekening met hetverbruik van alle huishoudelijke apparaten.4Waarschuw het plaatselijke energiebedrijf als degasmeter te weinig capaciteit heeft.OPGELET4De gasleiding moet volgens de geldendevoorschriften worden aangesloten.4Voer eventuele laswerkzaamheden uit op voldoendeafstand van de ketel of voordat de ketel opgehangenwordt.4Zorg dat er geen vuil in de gasleiding zit.
Blaas voormontage de leiding door of klop deze goed uit.4Installeer in de gasleiding bij voorkeur een gasfilterom vervuiling van het gasblok te voorkomen.4Gebruik G½" (volgens ISO 228) voor de gaszijdigeknelmoeren.4.8 Aansluitingen van de lucht-/rookgasleidingen¼De ketel is geschikt voor de volgende typesrookgasaansluitingen. Zie hoofdstuk: "Technischegegevens", pagina 17T004774-BTzerra M 24c CW3 Tzerra M 28c CW4 Tzerra M 39c CW5 4. Installatie240513 - 7600997-05 29
4. 8. 1. ClassificatieIn de tabel is deze indeling volgens [ nader gespecificeerd. Type Uitvoering BeschrijvingB23B23P(1)Open 4Zonder trekonderbreker. 4Rookgasafvoer bovendaks. 4Lucht uit de opstellingsruimte. B33 Open 4Zonder trekonderbreker. 4Gemeenschappelijke rookgasafvoer bovendaks. 4Rookgasafvoer luchtomspoeld, lucht uit de opstellingsruimte (speciale constructie). C13 Gesloten 4Uitmonding in de gevel. 4Instroomopening voor de luchttoevoer ligt in hetzelfde drukgebied als de uitmonding(Bijvoorbeeld een gecombineerde geveldoorvoer). C33 Gesloten 4Rookgasafvoer bovendaks. 4Instroomopening voor de luchttoevoer ligt in hetzelfde drukgebied als de uitmonding(Bijvoorbeeld een concentrische dakdoorvoer). C43(2) Gesloten/Cascade 4Gemeenschappelijk luchttoevoer- en rookgasafvoerkanaal (CLV):-Concentrisch. -Excentrisch; Luchttoevoer uit de schacht. 4Overdruk cascades vallen hier ook onder.
C53 Gesloten 4Gesloten toestel. 4Separaat luchttoevoerkanaal. 4Separaat rookgasafvoerkanaal. 4Uitmondend in verschillende drukvlakken. C63 Gesloten 4Dit type toestel wordt door de fabrikant zonder toe- en afvoersysteem geleverd. C83(3) Gesloten 4Toestel kan worden aangesloten op een zogenaamd half CLV systeem (gemeenschappelijkerookgasafvoer). C93(4) Gesloten 4Luchttoevoer- en rookgasafvoerkanaal in schacht of omkokerd:-Concentrisch. -Excentrisch; Luchttoevoer uit de schacht. -Rookgasafvoer bovendaks. -Instroomopening voor de luchttoevoer ligt in hetzelfde drukgebied als de uitmonding.
4.8.2. UitmondingenOver het algemeen kan gebruik worden gemaakt van standaard dak-en geveldoorvoersets. Pas bij een geveldoorvoer direct boven deketel, de Remeha geveldoorvoerset toe. Deze is als accessoireleverbaar.Voor type C1, C3 en C5 rookgasafvoer moet de M&G Skyline /Mugro 3000 of CoxStant E HR worden gebruikt. Voor type C6rookgasafvoer moet het afvoermateriaal voldoen aan Gastec QA en/of voorzien zijn van een CE-markering.De uitmonding van de rookgasafvoer moet voldoen aan EN 1856-1.De rookgasafvoerconstructie moet berekend zijn volgens EN 13384(deel 1 & 2).Bij een open rookgasafvoer bovendaks, moet deuitmonding altijd voorzien zijn van een RVSboldraadrooster.4.8.3.
Lengte van de lucht-/rookgasleidingen4Voor het bepalen van de uiteindelijke maximalelengte, moet de leidinglengte ingekort wordenvolgens de reductietabel.4De ketel is ook geschikt voor langereschoorsteenlengten en andere diameters dan in detabel aangegeven. Neem contact met ons op voormeer informatie.nOpen uitvoering (B23, B23P, B33)Bij een open uitvoering blijft de luchttoevoeropening open; alleen derookgasafvoeropening wordt aangesloten. De ketel krijgt dan debenodigde verbrandingslucht direct uit de opstellingsruimte. Bijgebruik van luchttoevoer- en rookgasafvoerleidingen met anderediameters dan 80 mm, moeten verloopstukken worden toegepast.OPGELET4De luchttoevoeropening moet geopend blijven.4De opstellingsruimte moet voorzien zijn van denoodzakelijke luchttoevoeropeningen.
Bij gebruik vanluchttoevoer- en rookgasafvoerleidingen met andere diameters dan80 mm, moeten verloopstukken worden toegepast.Schoorsteenlengte voor gesloten uitvoeringSituatie DiameterMaximale lengte (L)Tzerra M24c CW3 28c CW4 39c CW5Vrije uitmonding in gebiedI of Niet vrije uitmonding ingebied III60-60 mm 8 m 8 m 2 m70-70 mm(1) 24 m 26 m 14 m80-80 mm 40 m(2) 40 m(2) 32 m90-90 mm(1) 40 m(2) 40 m(2) 40 m(2)(1) Berekend met doorvoer 80/125 mm(2) Met behoud van maximale schoorsteenlengte kunnen er extra 5 maal 90º of 10maal 45º bochtstukken worden toegepastConcentrischVoor deze aansluiting moet een 60/100 of 80/125 mmrookgasadapter (accessoire) gemonteerd worden.Bij een gesloten uitvoering wordt zowel de rookgasafvoer- als deluchttoevoeropening (concentrisch) aangesloten.
Aanvullende richtlijnen4Voor de installatie van het rookgasafvoer enluchttoevoermateriaal wordt verwezen naar de voorschriften vande fabrikant van het betreffende materiaal. Het niet volgens devoorschriften installeren van de rookgasafvoer- enluchttoevoermaterialen (niet lekdicht, niet gebeugeld etc.), kan totgevaarlijke situaties leiden en/of lichamelijk letsel tot gevolghebben. Controleer na montage tenminste alle rookgas- enluchtvoerende delen op dichtheid.4Directe aansluiting van de rookgasafvoer op bouwkundigekanalen is niet toegestaan in verband met condensatie.R000416-AL = +Tzerra M 24c CW3 Tzerra M 28c CW4 Tzerra M 39c CW5 4. Installatie240513 - 7600997-05 33
4Als voeringkanalen worden toegepast, moeten deze bestaan uiteen luchtdichte, dikwandige starre aluminium of roestvaststalenconstructie. Ook buigbare kunststof en roestvaststalenvoeringpijpen zijn toegestaan.
Aluminium is toegestaan, mits ergeen contact is met het bouwkundige gedeelte van hetrookgasafvoerkanaal.4Schachten altijd grondig reinigen bij toepassing vanvoeringspijpen en/of luchttoevoeraansluiting.4Inspectie van het voeringkanaal moet mogelijk zijn.4Wanneer er in de rookgasafvoerleiding condens uit een kunststofof roestvaststalen leidingdeel terug kan stromen naar eenaluminium deel, dan dient dit condens via een opvanginrichtingafgevoerd te worden, voordat het het aluminium bereikt(overeenkomstig NPR 3378).4Bij aluminium rookgasafvoerleidingen van grotere lengte dient deeerste tijd rekening gehouden te worden met relatief grotehoeveelheden corrosieproducten die samen met het condens uitde afvoerleidingen terugstromen.
4.8.5. Lucht-/rookgasadapterBIj de ketel wordt standaard een rookgasafvoer- /luchttoevoeradapter los meegeleverd.Bepaal vooraf of de luchttoevoer zich links of rechts van derookgasvoer moet bevinden. Zorg dat het rookgasmeetpunt naarvoren wijst.1. Plaats de zijkant van de luchttoevoer boven de daarvoorbestemde opening bovenop de ketel. Verwijder de afdichtstrip vande opening.2. Haak de luchttoevoerkant van de adapter vast aan de bovenkantvan de ketel.3. Plaats de rookgasafvoer boven de daarvoor bestemde openingbovenop de ketel.OPGELETDe pootjes van de adapter moeten op de juiste plaatsgepositioneerd worden.4. Druk de rookgasafvoerkant van de adapter stevig op de bovenkantvan de ketel.Tijdens installatie kan worden gekozen voor een open of geslotenuitvoering.4.8.6. Aansluiting rookgasafvoerSInsteekdiepte 2,6 cmMontage1. Monteer de rookgasafvoerleiding.2.
Monteer de luchttoevoerleidingen naadloos op elkaar.OPGELET4De luchttoevoerleiding moet glad en afgebraamdzijn.4Steun de leidingen niet af op de ketel.4De leidingen moeten rookgasdicht encorrosiebestendig zijn.4Sluit de leidingen spanningsvrij aan.4De horizontale delen dienen uitgevoerd te wordenmet een helling: Aflopend richting de toevoeropening.MateriaalEnkelwandig, star Aluminium/Roestvaststaal/KunststofFlexibelT003115-BS80mm4. Installatie Tzerra M 24c CW3 Tzerra M 28c CW4 Tzerra M 39c CW536 240513 - 7600997-05
4.9 Specifieke lucht-/rookgastoepassingenIndien de ketel is aangepast voor bijvoorbeeld:4Hogedruksysteem 4WTW-koppeling4CLV-overdrukDan moet dit vermeld worden op de meegeleverdesticker: Dit CV-toestel is ingesteld voor .... Deze stickermoet bovenop de ketel naast de typeplaat geplakt worden.4Neem contact met ons op voor meer informatie.4.9.1. Hogedruksysteem Voor de ketel zijn, speciaal voor renovatiesituaties waar hetbestaande rookgasafvoerkanaal niet geschikt is voor condenserenderookgassen, rookgasafvoerslangen van kleinere diameters in dehandel verkrijgbaar. Bij deze toepassing van de ketel dient onderandere een aantal ketelinstellingen gewijzigd te worden.Neem contact met ons op voor meer informatie.4.9.2. WTW-koppelingVoor koppeling met een WTW-unit van het merk Itho HRU is eenbesturingsprint leverbaar als accessoire.
Bij deze toepassing van deketel dient onder andere een aantal ketelinstellingen gewijzigd teworden. In de speciale aansluitset (accessoire) staat dit uitgebreidbeschreven.De WTW-koppeling is alleen toegestaan in combinatie metde WTW aansluitset.4.9.3. CLV-overdrukDe ketel kan, onder bepaalde voorwaarden, toegepast worden in eenCLV-overdruksysteem. Bij deze toepassing van de ketel dient onderandere een aantal ketelinstellingen gewijzigd te worden.Neem contact met ons op voor meer informatie.Tzerra M 24c CW3 Tzerra M 28c CW4 Tzerra M 39c CW5 4. Installatie240513 - 7600997-05 37
4.10 Elektrische aansluitingen4.10.1. BesturingsautomaatDe ketel is niet fasegevoelig. De besturingsautomaat is vollediggeïntegreerd met de ventilator, venturi en gasblok. De ketel is geheelvoorbedraad. Op de print zit een aansluiting naar de aansluitbox metbedieningspaneel, via de aansluitconnector HMI. Op de print zit eenRS232 aansluiting voor een PC/laptop via de aansluitconnectorRS232.
In de tabel zijn de belangrijkste eigenschappen van debesturingsautomaat opgesomd.Voedingsspanning 230 VAC/50HzZekeringwaarde F1 (230 VAC) 1,6 ATOPGELETDe volgende componenten van de ketel staan onder eenspanning van 230V:4Elektrische aansluiting circulatiepomp.4Elektrische aansluiting gascombinatieblok (230VAC of 230 RAC).4Elektrische aansluiting driewegklep.4Meeste delen op de besturingsautomaat.4Voedingskabelaansluiting.De ketel is voorzien van een geaarde stekker (snoerlengte 1,5 m) engeschikt voor een 230VAC/50Hz voeding met 1-fase/nul/aardesysteem. Het netsnoer is aangesloten op de connector MAINS. Eenreservezekering zit in de behuizing van de besturingsautomaat.WAARSCHUWINGGebruik een scheidingstransformator voor andereaansluitwaarden dan hierboven vermeld.OPGELET4Wanneer de voedingskabel vervangen moet worden,dient deze bij Remeha besteld te worden.
4.10.2. AanbevelingenWAARSCHUWING4De elektrische aansluitingen moeten altijdspanningsloos worden uitgevoerd en alleen doorerkende installateurs.4De ketel is volledig voorbedraad. De interneaansluitingen van het bedieningspaneel nietwijzigen.4Voer een aarding uit alvorens de elektriciteit aan tesluiten.Voer de elektrische aansluitingen van de ketel uit volgens:4De voorschriften van de geldende normen.4De aanwijzingen van de met de ketel meegeleverde elektrischeschema’s.4De aanbevelingen in de handleiding.OPGELETScheid de sensorkabels van de 230V kabels.4.10.3. Aansluiten PC/LaptopOp de print van de gas/lucht-eenheid zit een RS232 aansluiting vooreen PC/laptop via de aansluitconnector RS232 (Deze aansluiting zitdus niet in de aansluitbox). Samen met de Recom service softwarekunt u diverse ketelinstellingen inlezen, veranderen en uitlezen.4.10.4.
Aansluiten servicetoolOp de print van de gas/lucht-eenheid zit een HMI aansluiting. Op dezeaansluiting zit de verbinding met het bedieningspaneel van de ketel.De aansluitconnector HMI wordt ook gebruikt voor de aansluiting vande servicetool (Accessoire). Hiermee kunnen diverse instellingenworden ingelezen, verandert en uitgelezen. Bijvoorbeeld:4Weergave van de temperaturen.4Aantal bedrijfsuren.4Status ketel.4Parameterinstelling.Zie voor installatie of montage van accessoires demeegeleverde montage-instructie.T005415-AT005416-ATzerra M 24c CW3 Tzerra M 28c CW4 Tzerra M 39c CW5 4. Installatie240513 - 7600997-05 39
4. 10. 5. Toegang tot de aansluitconnectorenBij het toestel wordt standaard de aansluitbox met bedieningspaneellos meegeleverd. De aansluitbox moet door middel van demeegeleverde kabel verbonden worden met debesturingsautomaat. Ga hiervoor als volgt te werk:Onder de ketel hangt de kabel met stekker van debesturingsautomaat. 1. Open de klipsluiting aan de achterzijde van de aansluitboxvoorzichtig met een schroevendraaier. 2. Open de deksel van de aansluitbox. 3. Maak een trekontlastingsclip los. Draai de trekontlastingsclip om. 4. Steek de stekker van de kabel in de HMI plug op de print van deaansluitbox. 5. Druk de trekontlastingsclip stevig vast. 6. Sluit nu de gewenste externe regelaars op de overige connectorenaan. Ga hiervoor als volgt te werk:- Maak een trekontlastingsclip los. - Draai de trekontlastingsclip om. - Leg de kabel onder de trekontlastingsclip.
- Druk de trekontlastingsclip stevig vast. - Sluit de aansluitbox en controleer of de box goed dicht zit. 7. Schuif de meegeleverde Gebruikersinstructiekaart in de geleidersop de onderkant van de aansluitbox. 8. Schuif de aansluitbox in de geleiders onder de ketel als alleaansluitwerkzaamheden gereed zijn. 9. Maak de aansluitbox vast met behulp van de schroef die zich inde geleider bevindt. De aansluitbox kan ook aan de wand bevestigd worden,met gebruikmaking van de schroefgaten aan deachterzijde van de aansluitbox. De aansluitbox moet aande muur vastgeschroefd worden op de daarvooraangegeven plaats in de aansluitbox. De aansluitmogelijkheden van de print worden in de volgendeparagrafen toegelicht. 4. 10. 6.
4Sluit de twee-aderige kabel aan op de klemmen On/off-OT vande aansluitconnector.nAansluiten aan/uit thermostaat De ketel is geschikt voor het aansluiten van een 2 draads aan/uitkamerthermostaat.4Monteer de regelaar in een referentieruimte (over het algemeende woonkamer).4Sluit de 2 draads 24V kamerthermostaat aan op de klemmen On/off-OT van de aansluitconnector.4Sluit de power stealing thermostaat aan op de klemmen On/off-OT van de aansluitconnector.nAansluiten vorstbeveiligingIndien er een aan/uit thermostaat wordt toegepast, wordt hetaangeraden om de vorstgevaarlijke ruimte te beveiligen tegen vorstin combinatie met een vorstthermostaat.
De radiatorkraan in devorstgevoelige ruimte moet wel opengedraaid zijn.4Plaats in vorstgevaarlijke ruimten (bijvoorbeeld garage) bijvoorkeur een vorstthermostaat (Tv).4Sluit de vorstthermostaat parallel aan een aan/uitkamerthermostaat (Tk) aan op de klemmen On/off-OT van deaansluitconnector.Bij toepassing van een OpenTherm thermostaat kan ergeen vorstthermostaat parallel op de klemmen On/off -OT aangesloten worden.nBlokkerende ingangOp de aansluitconnector BL kan bijvoorbeeld een externegasdrukschakelaar of een beveiligingsthermostaat van eenvloerverwarmingsunit worden aangesloten. Deze aansluiting komt inplaats van de doorverbinding op de aansluitconnector BL.OPGELETDe aansluiting moet potentiaalvrij zijn.R000458-AOn/offOTBL SCUBUS BUSHMIR000458-AOn/offOTBL SCUBUS BUSHMIR000459-AOn/offOTBL SCUBUS BUSHMITzerra M 24c CW3 Tzerra M 28c CW4 Tzerra M 39c CW5 4.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Tzerra Remeha stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding CV Ketel Tzerra
Handleiding CV Ketel
Nieuwste handleidingen voor CV Ketel