Truma Boiler Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Truma Boiler (24 pagina’s), behorend tot de categorie Ketel & boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 247 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Truma Boiler of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/24
EinbauanweisungSeite 3
Installation instructions Page 6
Instructions de montage Page 9
Istruzioni di montaggio Pagina 12
Inbouwhandleiding Pagina 15
Monteringsanvisning Side 18
Instrucciones de montaje Página 21
Page 24
Boiler

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Truma
Categorie: Ketel & boiler
Model: Boiler

Handleiding Truma Boiler – volledige tekst

15Gebruikte symbolenSymbool wijst op mogelijke gevaren. Aanwijzing met informatie en tips. Waterverwarmer op vloeibaar gas(speciale uitvoering B 10 EL, B 14 EL met aanvullende elek-trische verwarming 230 V, 850 W)GebruiksdoelDeze boiler is gemaakt voor inbouw in caravans, campers en andere aanhangers. Inbouw in boten is niet toegestaan. Andere gebruiksdoeleinden zijn alleen na overleg met Truma mogelijk. Opmerking in verband met botenvoor de inbouw in boten biedt Truma de door de DVGW gekeurde bootboiler aan. Boiler B 10 / B 14 Inbouw en reparatie van het apparaat mogen alleen door een vakbekwaam monteur worden uitgevoerd. Voor begin van de werkzaamheden moet eerst deze inbouw-handleiding zorgvuldig worden doorgenomen. De inhoud ervan dient strikt te worden nageleefd. Het niet naleven van de inbouwvoorschriften of een verkeerde montage kan lichamelijke letsels en zaakschade veroorzaken.

ToelatingConformiteitsverklaringDe Truma boiler is door de DVGW typegekeurd en voldoet aan de EU-richtlijn voor gastoestellen (90/396/EEG) alsook aan de overige geldende EU-richtlijnen. Voor de EU-lidstaten is een product-identificatienummer beschikbaar: CE-0085AP0038EG-typegoedkeuringe1 03 2604VoorschriftenGarantie en claims i. v. m. aansprakelijkheid komen in onder-staande gevallen te vervallen: – veranderingen aan het apparaat (met inbegrip van toebehoren), – veranderingen aan de afvoer van de uitlaatgassen en aan de schoorsteen, – gebruik van andere dan originele Truma-onderdelen als ver-vangende onderdelen of toebehoren, – het niet opvolgen van de montage- en gebruiksaanwijzing. Bovendien vervalt hierdoor de gebruikstoelating voor het ap-paraat en in sommige landen ook voor het voertuig.

De inbouw in voertuigen moet voldoen aan de technische en administratieve bepalingen van het betreffende land van ge-bruik (b. v. EN 1949 voor voertuigen. Nationale voorschriften en regelingen (in Duitsland b. v. het DVGW-werkblad G 607) moeten in acht genomen worden.

In andere landen dienen de aldaar geldende voorschriften te worden opgevolgd. InbouwhandleidingNadere informatie over de voorschriften in de desbetreffende bestemmingslanden kunnen via onze buitenlandvertegen-woordigingen (zie Truma Serviceblad of www. truma. com) worden opgevraagd. PlaatskeuzeHet apparaat moet zo worden geplaatst dat het altijd goed toegankelijk is voor onderhoudswerkzaamheden en makkelijk in- en uitgebouwd kan worden. Plaats de boiler zo dat de schoorsteen op een zo recht moge-lijk en glad buitenoppervlak kan worden gemonteerd. Dit buitenoppervlak moet aan alle kanten vrij voor de wind toegankelijk zijn. Vermijd in-dien mogelijk het gebruik van sier-lijsten en camouflageelementen. Zet de boiler eventueel op een verhoging. Afb. HDe wandschoorsteen moet zo aangebracht worden, dat er zich in een straal van 500 mm (R) geen tanksteun en geen tankventilatieopening bevindt.

Bovendien mag zich binnen 300 mm (R) geen ontluchtingsopening voor het woongedeelte of vensteropening bevinden. Bij de montage van de haard binnen het gearceerde bereik onder of naast een te openen venster moet dwin-gend een elektrische vensterschakelaar (art. -nr. 34000-85800) aangebracht worden. Het gastoestel moet bij het openen van het venster via de automatische uitschakelinrichting van Truma (Accessoires, art. -nr. 70020-00800) automatisch uitge-schakeld worden. Inbouw van de boilerHoud de sjabloon voor de schoorsteenopening tegen de binnenwand. A = onderkant van boilerB = zijkant van boilerBoor 4 gaten (C) Ø 10 mm door de wand. Boor een gat (E) Ø 15 mm voor de condenswaterbuis (ook van buiten mogelijk = F). Houd de sjabloon tegen de buitenwand. De markeringen (C) moeten zich boven de boorgaten bevinden. Zaag de schoor-steenomtrek (D) 92 x 168 mm uit.

Vul leemtes in de buurt van de schoorsteenopening (afb. A: 1) met hout op, zodat de schroeven goed vastgedraaid kunnen worden. Snij sierlijsten e. d. op het voertuig weg of plaats er iets onder om te voorkomen dat de schoorsteen schuin loopt. Leg bij schuine wanden iets onder de boiler. Zorg dat een hellingshoek van 10º niet wordt overschreden. Afb. ASteek het schoorsteendeel van de boiler (3) door de schoor-steenopening (1), en laat het ca. 5 mm uit de buitenwand uitsteken. Plaats de grondplaat (4 – is door de aanwezige bor-gingen slechts op één manier te plaatsen. ). Boor gaten voor 6 bevestigingsschroeven (5). Verwijder de grondplaat (4) en bestrijk deze aan de voertuig-zijde met plastisch carrosseriedichtmiddel (geen siliconenkit. ). De grondplaat moet aan de kopse delen en staande delen van het schoorsteen gedeelte (3) en bij de buiten-wand goed afgedicht zijn.

16Bevestig de grondplaat (4) met 4 zelftapparkers (7 – draaimo-ment 3,5 Nm) aan het schoorsteengedeelte. Dicht de spleet tussen het boorgat (2) en de condenswater-buis (10) met plastisch dichtmiddel (geen siliconenkit. ). Plaats het schoorsteenrooster (8). Druk het schoorsteengeheel tegen de voer tuigwand en zet het met 6 schroeven (5) vast. Boiler aan ten minste 2 lussen (11) met de meegeleverde schroeven B 5,5 x 25 op geschikte ondergrond (multiplex-plaat, gelamineerde houten lijsten of metalen bodem) veilig aan de voertuigbodem vastschroeven. WateraansluitingVoor het bedrijf van de boiler kunnen alle druk- en dompel-pompen tot en met 2,8 bar worden gebruikt, evenzo alle mengkranen met of zonder elektrische schakelaar. Afb.

BBij gebruik van dompelpompen moet een terugslagklep (12 – niet tot de levering behorend) tussen pomp en de eerste aftak-ken worden gemonteerd (pijl wijst in stromingsrichting). Afb. CBij gebruik van drukpompen met grote schakelhysterese kan heetwater via de koudwaterkraan terugstromen. Als terug-stroomverhindering adviseren wij tussen de afgang naar de koudwaterkraan en het aftapklep een terugslagklep (6 – niet tot de levering behorend) te monteren. Ter aansluiting aan de boiler en het veiligheids-/aftapventiel moeten druk- en heetwaterbestendige slangen met een bin-nendiameter van 10 mm worden gebruikt. Voor het leggen van niet-flexibele buizen (b. v. John Guest System) biedt Truma als toebehoren de wateraansluitingen (15 + 16), de veiligheids-/aftapklep (13) en een terugslagklep (12 + 6) met binnenaansluit Ø 12 mm aan. Bij aansluiting aan een centrale watervoorziening (land- resp.

cityaansluiting) of bij sterkere pompen moet een drukverla-ger worden ingezet, die voorkomt, dat hogere drukken dan 2,8 bar in de boiler kunnen optreden. Breng de waterslangen zo kort en knikvrij als mogelijk aan. Alle slangverbindingen dienen met slangklemmen te worden beveiligd (ook koudwater).

Door de verwarming van het water en de daaruit voortvloeiende uitzetting kun-nen er tot het reageren van de overdrukbeveiliging in het veiligheids-/aftapventiel drukken tot 4,5 bar optreden (ook bij dompelpompen). Voor de bevestiging van de slangen aan wand of vloer ad-viseren wij de slangclips (art. -nr. 40712-01). Indien er een gasverwarming is ingebouwd, kunnen de waterslangen met de slangclips vorstvrij op de warme-lucht-buizen worden aangebracht. Om een gehele lediging van de waterinhoud te waar-borgen, moet de ingesloten hoekaansluiting met de verluch tings klep (afb. D: 15) aan de warmwater-aansluiting worden toegepast. Breng alle waterleidingen vallend in richting veilig-heids-/aftapventiel aan. Geen garantieclaim voor vorstschade. De veiligheids-/aftapventiel monterenAfb. B + CMonteer de veiligheids-/aftapkraan (13) op een goed bereikbare plaats in de buurt van de boiler.

Boor een gat van Ø 18 mm en steek hier de slang (14) van het aftapaansluitstuk doorheen. Zet de veiligheids-/aftapventiel met 2 schroeven vast. Laat het afgetapte water rechtstreeks naar buiten lopen (breng zo no-dig een spatscherm aan). De waterleidingen leggenAfb. B + CSluit de koudwatertoevoer (24) aan het veiligheids-/aftapven-tiel (13) aan. De stroomrichting is hierbij niet van belang. Afb. DSchroef de hoek-aansluiting met geïntegreerde verluchtings-klep (15) aan de warmwater-aansluitbuis (bovenste buis) en de hoekaansluiting zonder verluchtingsklep (16) aan de koud-water-aansluitbuis (onderste buis) vast. Schuif de moer (17), de spanring (18) en de O-ring (19) open, verbindt de aansluitbout en de aansluitbuis en zet ze met de moer (17) vast. Schuif de verluchtingsslang buiten Ø 11 mm (20) op het slangmondstuk van de verluchtingsklep (21) en breng het naar buiten aan.

B + CBreng de slangverbinding (22) voor de koudwatertoevoer tus-sen het veiligheids-/aftapventiel (13) (16 – onderste buis) op de boiler tot stand. Breng de warmwaterleiding (23) van de hoekaansluiting met de geïntegreerde beluchtingsklep (15 – bovenste buis) naar de verbruiksplekken voor warmwater aan. Montage van de bedieningspanelenBij gebruik van voertuig- resp. fabriekspecifieke bedie-ningspanelen moet de elektrische aansluiting volgens de Truma aansluitpuntbeschrijvingen plaatsvinden. Iedere wijziging van de bijbehorende Truma onderdelen leidt tot een verval van de garantie alsook tot uitsluiting van garan-tieclaims. De inbouwer (fabrikant) is voor een gebruiksaan-wijzing voor de gebruiker alsook voor de bedrukking van de bedieningspanelen verantwoordelijk. Bij de plaatskeuze erop letten dat de bedieningspanelen niet aan een direkte warmte-uitstraling zijn blootgesteld.

Lengte van de aansluitkabel 2,5 m. Indien nodig is een kabelverlenging 5 m leverbaar (art. -nr. 70000-53500). Als inbouwmontage niet mogelijk is, dan levert Truma desgewenst een opbouwraampje (25 – art. -nr. 40000-52600) als toebehoren. Afb. EHet bedieningspaneel voor gasbedrijf (26) en (indien voorhan-den) het bedieningspaneel voor elektrobedrijf (27) naar moge-lijkheid naast elkaar monteren (afstand gatmidden 66 mm). Telkens een gat Ø 55 mm boren (afstand gatmidden 66 mm). De kabel van het bedieningspaneel (28) aan het bedieningspa-neel voor gasbedrijf (26) aansluiten en vervolgens de achter-ste afdekkap (29) als trekontlasting opsteken. De kabel naar achteren doorschuiven en de aansluitkabels (28 + 30) naar de boiler verleggen. De aansluitkabel met oranje stekerlijst (28) naar regelelektro-nica 12 V (afb. F) verleggen (aansluiting zie „Elektrische aan-sluiting 12 V”).

17Elektrische aansluiting 12 VVoordat begonnen wordt met het werk aan elektrische on-derdelen, moet de stroomtoevoer naar het apparaat worden afgesloten. Het volstaat niet om het apparaat via het bedie-ningspaneel uit te zetten. Bij elektrisch laswerk aan de carosserie moet het apparaat van het boordnet losgekoppeld worden. Als u de polen verkeerd aansluit, bestaat het risico dat de kabels in brand vliegen. Bovendien vervalt hierdoor elke aanspraak op garantie of verantwoordelijkheid. Afb. FSchroef het deksel (34) van het elektronische bedieningspa-neel af. Schuif de kabelstekker van het bedieningspaneel (28) op de printplaat. De elektrische aansluiting gebeurt op klem (35 – rood = plus, blauw = min). Druk hiertoe met een kleine schroevendraaier van boven op de klem en schuif de kabel er van voren in.

Sluit het bedieningspaneel met een kabel van 2 x 1,5 mm² op het beveiligde boordnet aan (centrale zekering 5 – 10 A). Sluit de minleiding op de centrale massa aan. Bij een lengte van meer dan 6 m moet u een kabel van 2 x 2,5 mm² gebrui-ken. Bij directe aansluiting op de accu, moeten de plus- en de minleiding met zweefzekeringen worden beveiligd. Schroef het deksel (34) weer vast. Er mogen aan de toevoerkabel ver-der geen verbruikers worden aangesloten. De zekering van de boiler (1,6 A traag, IEC 127/2-III) bevindt zich op de printplaat (36). Bij gebruik van net- cq stroomvoorzieningapparaten moet erop gelet worden dat deze een geregelde uit-gangsspanning tussen 11 V en 15 V leveren en de rimpelfactor van de wisselspanning < 1,2 Vss bedraagt. Voor de verschil-lende toepassingen raden wij de laadautomaat van Truma aan. Vraag uw leverancier.

Andere laadtoestellen mogen enkel met een batterij van 12 V als buffer gebruikt worden. Elektrische aansluiting 230 V(alleen B 10 EL, B 14 EL)De elektrische aansluiting mag alleen door een vakbe-kwaam monteur (in Duitsland volgens VDE 0100, deel 721 of IEC 60364-7-721) worden uitgevoerd.

De hier gegeven instructies zijn niet bedoeld om de leek aan te zetten de aan-sluiting zelf te doen, maar dienen als extra informatie voor de vakman die de aansluiting moet uitvoeren. De verbinding naar het net geschiedt door middel van een kabel 3 x 1,5 mm² (b. v. slangleiding H05VV-F) aan een ver-deeldoos (niet tot de levering behorend). Houd bij het aansluiten rekening met de kleuren. Voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet bij de inbouw een scheidingsvoorziening met een contactafstand van minstens 3,5 mm voor een totaal polige scheiding ten opzichte van het net aanwezig zijn. Kabel van het bedieningselement, aansluitkabel 230 V en ver-warmstaf volgens aansluitingsplan aansluiten. 1 = Kabel van het bedieningspaneel2 = Aansluitkabel 3 x 1,5 mm²3 = Kabel van het verwarmingselement 4 = bruin5 = groen6 = blauw7 = geel8 = wit9 = geel / groenAfb.

GBreng de verdeelkast (37) in de buurt van het toestel – op de bodemplaat of aan de wand – aan (kabellengte 110 cm). Alle kabels moeten met klemmen worden beveiligd. GasaansluitingDe werkdruk van het toestel van 30 mbar (zie typeplaat) moet overeenstemmen met de werkdruk van de gasvoorziening. Afb. ADe gastoevoerbuis Ø 8 mm moet met een snijringverbinding op de aansluitstomp (38) aangesloten worden. Bij het vast-draaien zorgvuldig tegenhouden met een tweede sleutel. Zorg voor het aansluiten op de boiler dat de gasleidingen vrij zijn van vuil, houtresten enzovoort. De buizen moeten zodanig worden geplaatst, dat het toestel mak-kelijk kan worden uitgebouwd voor onderhoudswerkzaamheden. Het aantal koppelingen in gasleidingen die gelegd zijn in door personen gebruikte ruimtes moet tot het technisch onvermij-delijke minimum worden beperkt.

De gasinstallatie moet voldoen aan de technische en adminis-tratieve voorschriften van het betreffende land van gebruik (in Europa b. v. EN 1949). Nationale voorschriften en regelingen (in Duitsland b. v. het DVGW-werkblad G 607) moeten in acht genomen worden.

Controle van de werkingNa de inbouw moet de dichtheid van de gastoevoerleiding volgens de spanningsafnamemethode gecontroleerd worden. Er moet een keuringscertificaat (in Duitsland b. v. conform DVGW-werkblad G 607) afgegeven worden. Gebruik de boiler nooit als er geen water in zit. Het is toegestaan het elektrisch functioneren kort zonder water te testen. Voor de ingebruikname van het toestel dient eerst de gebruiksaanwijzing te worden doorgenomen. WaarschuwingenDe bij het apparaat geleverde gele sticker met waarschuwin-gen voor de gebruiker moet door de inbouwer of de eigenaar van het voertuig op een voor elke gebruiker duidelijk zichtbare plaats in het voertuig worden aangebracht (bijv. op de deur van de kleurenkast). Als u deze sticker niet hebt, moet u die bij Truma aanvragen.

Pour un traitement rapide de votre demande, veuillez tenir prêts le type d’appareil et le numéro de fabrication (voir plaque signalétique). In Germania, in caso di guasti occorre rivolgersi, in linea di principio, al centro di assistenza Truma; negli altri paesi, sono disponibili i rispettivi partner per l’assistenza (v. opuscolo centri di assistenza Truma o il sito www. truma. com). Affinché la richiesta possa essere elaborata rapidamente, tenere a portata di mano il modello dell’apparecchio e il numero di matricola (v. targa dati). In Duitsland moet bij storingen in principe het Truma servicecentrum worden gewaarschuwd; in andere landen staan de bestaande servicepartners tot uw beschikking (zie Truma Serviceblad of www. truma. com). Voor een snelle bediening dient u apparaattype en fabrieksnummer (zie typeplaat) gereed te houden.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Truma Boiler stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden