Trotec DH 15 VPR+ Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Trotec DH 15 VPR+ (23 pagina’s), behorend tot de categorie Luchtontvochtiger. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 37 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Trotec DH 15 VPR+ of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/23
TRT-BA-DH15VPR+-TC2018-28-004-NL
DH 15 VPR+
NL
BEDIENINGSHANDLEIDING
LUCHTONTVOCHTIGER /
KLIMAATMANAGER

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Trotec
Categorie: Luchtontvochtiger
Model: DH 15 VPR+

Handleiding Trotec DH 15 VPR+ – volledige tekst

2 NLluchtontvochtiger / klimaatmanager DH 15 VPR+Inhoudsopgave Opmerkingen m. b. t. de bedieningshandleiding. 2 Veiligheid. 2 Informatie over het apparaat. 4 Transport en opslag. 6Montage en installeren. 6Belangrijke aanwijzingen m. b. t. ontvochtigingscapaciteit endrogingssnelheid. 7Bediening. 9Nabestelbare accessoires. 15 Defecten en storingen. 15 Onderhoud. 17 Technische bijlagen. 21 Recycling. 22Opmerkingen m. b. t. de bedieningshandleidingSymbolenWaarschuwing voor elektrische spanningDit symbool wijst op gevaren voor het leven en degezondheid van personen door elektrische spanning. WaarschuwingDit signaalwoord wijst op een gevaar met eenmiddelmatige risicograad, dat indien niet vermeden dedood of zwaar letsel tot gevolg kan hebben.

VoorzichtigDit signaalwoord wijst op een gevaar met een lagerisicograad, dat indien niet vermeden gering lof matigletsel tot gevolg kan hebben. Let opDit signaalwoord wijst op belangrijke informatie (bijv. materiële schade), maar niet op gevaren. InfoAanwijzingen met dit symbool helpen u bij het snel enveilig uitvoeren van uw werkzaamheden. Handleiding opvolgenAanwijzingen met dit symbool wijzen u erop dat debedieningshandleiding moet worden opgevolgd. De actuele versie van de bedieningshandleiding en de EU-conformiteitsverklaring, kunt u downloaden via de volgendelink:DH 15 VPR+https://hub. trotec. com/. id=40976VeiligheidLees deze handleiding vóór het in gebruik nemen / gebruikvan het apparaat zorgvuldig en bewaar de handleiding in dedirecte omgeving van de opstellocatie, resp. het apparaat. WaarschuwingLees alle veiligheidsinstructies en aanwijzingen.

Het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies enaanwijzingen kan een elektrische schok, brand en / ofernstig letsel veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsinstructies en aanwijzingenvoor later gebruik.

Het apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar en doorpersonen met verminderde geestelijke, sensorische ofmentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en /of kennis worden gebruikt, als ze onder toezicht staanof m. b. t. het veilig gebruik van het apparaat zijngeïnstrueerd en de hierdoor ontstane gevaren hebbenbegrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen nietdoor kinderen worden uitgevoerd zonder toezicht. • Gebruik het apparaat niet in ruimten met explosiegevaar. • Gebruik het apparaat niet in agressieve atmosferen. • Laat het apparaat na een vochtige reiniging drogen. Gebruik het niet in natte toestand. • Gebruik of bedien het apparaat niet met vochtige of nattehanden. • Stel het apparaat niet bloot aan een gerichte waterstraal. • Steek nooit voorwerpen of ledematen in het apparaat.

• Dek het apparaat tijdens gebruik niet af en transporteerhet dan niet. • Ga niet op het apparaat zitten. • Het apparaat is geen speelgoed. Houd kinderen en dierenop afstand. Gebruik het apparaat alleen onder toezicht. • Controleer voor elk gebruik van het apparaat deaccessoires en aansluitonderdelen hiervan op mogelijkebeschadigingen. Gebruik geen defecte apparaten ofapparaatonderdelen.

NL 3luchtontvochtiger / klimaatmanager DH 15 VPR+ • Zorg dat alle elektrische kabels buiten het apparaat zijnbeschermd tegen beschadigingen (bijv. door dieren). Gebruik het apparaat nooit bij schade aan elektrischekabels of aan de netaansluiting. • De stroomaansluiting moet voldoen aan de gegeven in hethoofdstuk technische gegevens. • Steek de netstekker in een volgens de voorschriftengezekerd stopcontact. • Houd bij het kiezen van verlengsnoeren rekening met hetvermogen van het apparaat, de kabellengte en hetgebruiksdoel. Rol de verlengkabel volledig uit. Voorkomelektrische overbelastingen. • Voor aanvang van onderhouds-, verzorgings- ofreparatiewerkzaamheden aan het apparaat de stekker uithet stopcontact trekken. • Schakel het apparaat uit en verwijder het netsnoer uit hetstopcontact als u het apparaat niet gebruikt.

• Gebruik het apparaat nooit als u schade aan de netstekkerof het netsnoer constateert. Wordt het netsnoer van dit apparaat beschadigd, moetdeze door de fabrikant of de klantendienst hiervan of dooreen vergelijkbaar gekwalificeerde persoon wordenvervangen, zodat gevaren worden voorkomen. Defecte netsnoeren vormen een ernstig gevaar voor degezondheid. • De opslag- en gebruiksomstandigheden in het hoofdstuktechnische gegevens aanhouden. • Zorg dat de luchtinlaat en luchtuitlaat vrij zijn. • Zorg dat de aanzuigzijde altijd vrij is van vuil en lossevoorwerpen. • Verwijder geen veiligheidssymbolen, stickers of etikettenvan het apparaat. Houd alle veiligheidssymbolen, stickersen etiketten in een leesbare toestand. • Transporteer het apparaat uitsluitend rechtop en met eenleeggemaakt condensreservoir, resp. lege afvoerslang. • Voor opslag of transport al het condens aftappen. Drink hetniet.

Bedoeld gebruikGebruik het apparaat uitsluitend als stationaireluchtontvochtiger voor het drogen en ontvochtigen van deruimtelucht, evenals voor geurbestrijding (ionisatie), volgens detechnische gegevens en veiligheidsinstructies. Tot het bedoeld gebruik behoren: • Bescherming tegen vocht en waardebehoud van kostbareobjecten en inboedel in musea, galerieën, bibliotheken ofgarages, • geurneutralisatie in garages, archieven, wijnkelders,keldergewelven, magazijnen of ruimten die niet wordenbewoond of gebruikt door personen, • het drogen en ontvochtigen van: – productie-installaties, ondergrondse ruimten – magazijnen, archieven, laboratoria • het drooghouden van: – instrumenten, apparaten, documenten – elektrische schakelcentrales – vochtgevoelige goederen en ladingen, etc. Niet bedoeld gebruik • Plaats het apparaat niet op een natte resp. overstroomdeondergrond.

• Leg geen voorwerpen, zoals kledingstukken op hetapparaat. • Gebruik het apparaat niet in de buitenlucht. • Eigenhandige constructieve wijzigingen, evenals aan- ofombouwwerkzaamheden aan het apparaat zijn verboden. Persoonlijke kwalificatiesPersonen die dit apparaat gebruiken moeten: • zich bewust zijn van de gevaren die bij werkzaamhedenmet en aan elektrische apparaten in vochtige omgevingontstaan. • de bedieningshandleiding, vooral het hoofdstuk veiligheidhebben gelezen en begrepen. Onderhoudswerkzaamheden waarvoor het openen van debehuizing noodzakelijk is, mogen uitsluitend doorgespecialiseerde bedrijven op het gebied van koel- enkoudetechniek of door Trotec worden uitgevoerd.

4 NLluchtontvochtiger / klimaatmanager DH 15 VPR+RestgevarenWaarschuwing voor elektrische spanningWerkzaamheden aan elektrische onderdelen mogenalleen door een geautoriseerd gespecialiseerd bedrijfworden uitgevoerd. Waarschuwing voor elektrische spanningTrek voor alle werkzaamheden aan het apparaat denetstekker uit het stopcontact. De netstekker van het netsnoer uit het stopcontacttrekken door de stekker vast te pakken. WaarschuwingVan dit apparaat kunnen gevaren uitgaan als hetondeskundig of niet volgens het bedoeld gebruik wordtgebruikt door niet geïnstrueerde personen. Zorg datwordt voldaan aan de persoonlijke kwalificaties. WaarschuwingEen vallend apparaat kan letsel veroorzaken. Bij hettransport en montage van het apparaat extrapersonen roepen om u te helpen. Ga niet onder hetopgetilde apparaat staan. Zorg dat het apparaat stabielgenoeg aan de wand is bevestigd.

WaarschuwingHet apparaat is geen speelgoed en hoort niet inkinderhanden. WaarschuwingVerstikkingsgevaar. Laat het verpakkingsmateriaal niet achteloosrondslingeren. Voor kinderen kan dit gevaarlijkspeelgoed zijn. WaarschuwingOzonvorming. Op niveau 5 worden bij niet bedoeld gebruik geringeconcentraties ozon gegenereerd in het apparaat. Ozon kan over het algemeen brand veroorzaken enversterken, kan levensgevaarlijk zijn bij het inademen,kan huidirritaties, oogirritaties en luchtwegirritatiesveroorzaken. Voorkom ozonvorming. Laat het apparaat daarom nooitin duurbedrijf op niveau 5 draaien. Let opEen vervuild luchtfilter leidt tot het hinderen van deluchtstroom. Hierdoor ontstaat schade aan dekoudemiddelkringloop en ionisator. Controleer het luchtfilter en inwendige van hetapparaat regelmatig op vervuilingen. Indien nodighet luchtfilter vervangen en het inwendige van hetapparaat reinigen.

Zonder luchtfilter vervuild het apparaat inwendig,hierdoor kan de capaciteit worden verminderd en hetapparaat worden beschadigd. Gedrag bij noodgevallen 1. Schakel het apparaat uit. 2. Bij noodgevallen het apparaat scheiden van de netvoeding:De netstekker van het aansluitkabel uit het stopcontactverwijderen door de stekker vast te pakken. 3. Sluit een defect apparaat niet opnieuw aan op denetaansluiting. Informatie over het apparaatBeschrijving van het apparaatTechniek Value Protection Range (VPR+)Bij de juiste dimensionering en bediening houden deluchtontvochtigers uit de VPR+ serie de luchtvochtigheid hetklokje rond stabiel en zorgen ze indien nodig voor hetneutraliseren van talrijke storende geuren. De luchtvochtigheid wordt automatisch geregeld op hetingestelde niveau, waarbij corrosie, condens en schimmel metzekerheid worden verhinderd.

Een relatieve luchtvochtigheid tussen 45 en 50% beschermtbeter dan alle andere maatregelen tegen corrosie, resp. roest. Roest ontstaat bij voorkeur op ontoegankelijke, moeilijkinspecteerbare plaatsen. Naast het ontvochtigen en geurbestrijding, wordt de procesluchtbovendien door de betreffende filters bevrijd van stof en / ofroet, afhankelijk van het filtermodel. De ingebouwde pomp zorgt voor de afvoer van het ontstanecondens, ook bij hoogteverschillen. De ventilator heeft twee snelheden, om de prestaties van hetapparaat optimaal aan te passen aan de belastingen enomstandigheden in de ruimte.

NL 5luchtontvochtiger / klimaatmanager DH 15 VPR+Beschrijving van het apparaatVia het condensatieprincipe zorgen de luchtontvochtigers uit deVPR+-serie voor een automatische luchtontvochtiging vanruimten. De ventilator zuigt de vochtige ruimtelucht aan via deluchtinlaat(3), door de verdamper en door de daar achterliggende condensor. Bij de koude verdamper wordt deruimtelucht tot onder het dauwpunt afgekoeld. De in de luchtopgenomen waterdamp slaat als condens, resp. rijp neer op deverdamperlamellen. Bij de condensor wordt de ontvochtigde,afgekoelde lucht weer verwarmd en met een temperatuur dieca. 5°C hoger is dan de ruimtetemperatuur weer uitgeblazen. De zo bereide droge lucht wordt via de luchtuitlaat(1) weer metde ruimtelucht vermengd. Door de doorlopende circulatie van deruimtelucht door het apparaat wordt de luchtvochtigheid in deopstelruimte verlaagd.

Afhankelijk van de luchttemperatuur ende relatieve luchtvochtigheid, druppelt het gecondenseerdewater doorlopend of alleen tijdens de ontdooifasen in decondensopvangbak. Binnenin het apparaat bevindt zich een hygrostaat metdraairegelaar(8) voor het instellen van de gewensteluchtvochtigheid. Deze draairegelaar is bereikbaar na hetverwijderen van de filterklep(3). Het apparaat maakt het verlagen van de relatieveluchtvochtigheid tot ca. 30% mogelijk. Bij een ruimtetemperatuur van 15°C geven de apparaten het1,6- tot 3-voudige van hun stroomverbruik aan warmte af aande ruimtelucht (zie hoofdstuk technische gegevens, COP-waarde). Door de warmte die ontstaat tijdens het gebruik, kande ruimtetemperatuur daarom ca. 1 tot 3°C toenemen. Een hoog vochtgehalte in de lucht (vanaf 70% r. v. ) vormt eenideale voedingsbodem voor schimmel en bederf.

De ruimteluchtmag ook niet te droog zijn (< 40% r. v. ). Materialen, zoals leerof rubber worden poreus, hout zal uitdrogen en gaat scheuren. Bij de opslag van voertuigen wordt een relatieveruimteluchtvochtigheid tussen 45 - 50% aanbevolen.

Anderemateriaalspecifieke vochtigheidswaarden kunt u vinden in debetreffende gegevens van de fabrikanten van de opgeslagengoederen. Daarnaast is het apparaat uitgerust met een ionisator, die naarbehoefte geuren en bacteriën in de ruimtelucht elimineert. Een ingebouwd filter neemt, afhankelijk van het model, stof en /of roet op uit de ruimtelucht. De ingebouwde pomp helpt bij het afvoeren van het condens,hierbij kunnen hoogteverschillen tot 10m worden overwonnen. Dit maakt bijv. het afvoeren van condens via meerdere etagesmogelijk. Overzicht van het apparaatLEVEL 5 123645387 Nr. Aanduiding 1 Luchtuitlaat (achter voorzetplaat) 2 Behuizing 3 Luchtinlaat met filterklep 4 Wandhouder 5 Slangaansluiting voor condensafvoerslang 6 Condensreservoir 7 Bedieningspaneel ionisator 8 Draairegelaar hygrostaat (tegen manipulaties beveiligdbinnenin het apparaat).

6 NLluchtontvochtiger / klimaatmanager DH 15 VPR+Transport en opslagLet opHet apparaat kan beschadigd raken als het niet correctwordt opgeslagen of getransporteerd. De informatie m. b. t. het transport en de opslag van hetapparaat opvolgen. TransportBij het transport van het apparaat altijd een tweede persoonvragen u te helpen. Probeer het apparaat niet alleen tetransporteren. Gebruik voor het optillen evt. een vorkheftruck ofeen palletwagen. Neem elk transport de volgende instructies in acht:vóór • Schakel het apparaat uit. • De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekkendoor de stekker vast te pakken. • Gebruik het netsnoer niet als trektouw. • Verwijder de resterende condens uit het apparaat. Na elk transport de volgende instructies opvolgen: • Plaats het apparaat na het transport rechtop.

• Na een liggend transport het apparaat 12 tot 24 uur stillaten staan, zodat het koudemiddel zich kan verzamelen inde compressor. Het apparaat pas na 12 tot 24 uur weerinschakelen. Anders kan de compressor beschadigd rakenen het apparaat niet meer werken. In dit geval vervalt elkeaanspraak op garantie. OpslagVóór elke opslag de volgende aanwijzingen opvolgen: • Verwijder de resterende condens uit het apparaat. • Het condensreservoir legen voor de opslag. • De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekkendoor de stekker vast te pakken. Houd bij het niet gebruiken van het apparaat rekening met devolgende opslagcondities: • droog en tegen vocht en hitte beschermd • rechtopstaand op een positie die beschermd is tegen stofen direct zonlicht • evt.

Verwijder de verpakking volledig van het apparaat. 3. Het netsnoer volledig afwikkelen. Controleer of hetnetsnoer niet is beschadigd en beschadig het niet bij hetafwikkelen. MontageBij de montage van het apparaat altijd een extra persoon erbijroepen om u te helpen. Probeer het apparaat niet alleen temonteren. Gebruik voor het optillen evt. een vorkheftruck of eenpalletwagen. De volgende instructies opvolgen: • Houd bij de montage van het apparaat voldoende afstandt. o. v. warmtebronnen. • Vooral bij het monteren van het apparaat in natteomgevingen het apparaat in de gebouwinstallatie volgensde voorschriften afzekeren met een geschikteaardlekschakelaar (RCD = Residual Current ProtectieveDevice). • Zorg dat verlengsnoeren volledig zijn uit-/afgerold. • Steek de netstekker in een volgens de voorschriftenafgezekerd stopcontact.

NL 7luchtontvochtiger / klimaatmanager DH 15 VPR+MontageMonteer het apparaat, zoals hierna is beschreven.Kies de schroef- en pluggrootte op basis van het gewicht vanhet apparaat (zie technische gegevens) en het wandmateriaal.1. I. III.II.2.3.4.LEVE L 5 Belangrijke aanwijzingen m.b.t.ontvochtigingscapaciteit en drogingssnelheidDe ontvochtigingscapaciteit is afhankelijk van: • de aard van de ruimte • de individuele gebruiksomstandigheden • de ruimtetemperatuur • de relatieve luchtvochtigheidHoe hoger de ruimtetemperatuur en de relatieveluchtvochtigheid, hoe groter de ontvochtigingscapaciteit, resp.de drogingssnelheid, waarmee een nat voertuig weer droogt. Bij gebruik in woonruimten volstaat een relatieveluchtvochtigheid van ca. 50%. In magazijnen en archieven magde luchtvochtigheid een waarde van ca.

50% doorgaans nietoverschrijden.Ontvochtiging van garagesBij de opslag van voertuigen wordt een relatieveruimteluchtvochtigheid tussen 45 - 50% aanbevolen. Anderemateriaalspecifieke vochtigheidswaarden kunt u vinden in debetreffende gegevens van de fabrikanten van de opgeslagengoederen.Welke invloed heeft de ruimtetemperatuur op deontvochtigingscapaciteit?De capaciteit van de ontvochtiger en dus de te dimensionerenruimtevolumes nemen in de winter bij dalende gemiddeldetemperaturen onder 15°C disproportioneel af.Dit gedrag is het resultaat van de voor leken gecompliceerdefysische samenhang tussen vochtopnamevermogen van deruimtelucht bij lage temperaturen en de capaciteitscurve vancondensdrogers. Om deze complexe samenhang ook voor detypische gebruiker begrijpelijk te beschrijven, vindt u hier eenkorte gebruiksaanbeveling m.b.t.

8 NLluchtontvochtiger / klimaatmanager DH 15 VPR+Samenhang tussen de garagetemperatuur en dedrogingsduurGemiddeldegaragetempe-ratuur in dewinterGeschattedrogingsduur bijnatte voertuigen*bij gebruik van een DH-VPR+ klimaatmanagerMet extra ventilatiekan de droging vannat voertuigenworden versneld** vanaf 19 °C minder dan 1 dagca. 50 – 70 %snellere droging 16 - 19 °C ca. 1 dag 12 - 15 °C 1 – 2 dagen 8 - 11 °C 3 – 5 dagenca. 30 – 50 %snellere droging 4 - 7 °C meer dan 5 dagen* De drogingstijden vanvochtnesten in de carrosserie,op de voertuigbodem, in demotorruimte en in naden enholle ruimten, kunnen zelfsvier keer zo lang worden alsop deze plekken geenluchtcirculatie is. ** Extra ventilatie heeft eengunstig effect op dedrogingstijden van vochtnestenin de carrosserie, op devoertuigbodem, in demotorruimte en in naden enholle ruimte.

Vuistregel:Hoe hoger de ruimtetemperatuur, des te sneller "droogt" de DH-VPR+ ontvochtiger de ruimtelucht in de garage en dus ook dedaar aanwezige voertuigen. Echter hoe lager deruimtetemperaturen, des te langer zal het drogingsproces vannatte voertuigen duren. De garagelucht wordt weliswaar door deDH-VPR+ ook bij lage temperaturen snel naar de gewenstedoelvochtigheid gedroogd, het voertuig en de garagevloerblijven echter nat. De drogingsprocessen bij natte voertuigen bij temperaturenonder 15 °C duren altijd problematisch lang (tot wel enkeledagen), vooral als het gaat om het onvermijdelijk intredendecorrosieproces. Dat het vochtige voertuig niet opdroogt, ligtechter niet aan de DH-VPR+ luchtontvochtiger, maar aan defysische eigenschappen van de luchtvochtigheid in samenhangmet het verdampingsgedrag (opdroogsnelheid) van water.

De reden hiervoor is,eenvoudig uitgelegd, dat bij lage temperaturen hetdampdrukverschil tussen droge ruimtelucht en hetwateroppervlak weliswaar relatief (in % r. v. ) zeer groot is,echter in absolute zin (in g/m³) zeer klein. Daarom verdampt water zelfs bij maximale capaciteit van deDH-VPR+ apparaten in koude garages bij natte voertuigenslechts zeer langzaam. In een extreem geval:Een door de regen nat geworden voertuig komt in een garagemet een klassiek voertuig. De ruimtetemperatuur is 4°C. Derelatieve ruimteluchtvochtigheid binnen de garage stijgt snelnaar 95%, door de verdamping van het water op het nogwarme, natte voertuig. 95% relatieve luchtvochtigheid bij betekent echter, dat4°Cabsoluut gezien slechts ca. is6gramwater per m³opgenomen in de lucht, omdat fysisch niet meer kan wordenopgenomen.

Ter vergelijking:Bij een ruimtetemperatuur van is bij21°C95%luchtvochtigheid opgenomen in de17gram water per m³lucht. Dit betekent voor elk 100m³ ruimteluchtvolume in degarage meer dan 1liter puur water meer in de vorm vanwaterdamp (t. o. v. bij 4°C) in de lucht is opgenomen. Hierbijontstaan in de garage al snel enkele liters water. Dit betekentnatuurlijk dat de DH-VPR+ bij deze lage temperaturen vrijwelgeen water uit de ruimtelucht haalt, omdat deze hieraan nietskan onttrekken. Er is gewoon zo goed als geen water gebondenin de ruimtelucht. Daarom kan ook niet worden ontvochtigd.

Corrosie bij het voertuig enschimmelvorming op de wanden ontstaan onvermijdelijk. Omhet corrosieproces en schimmelvorming in gang te zetten, isgeen grote absolute waterhoeveelheid in de lucht nodig. Wantals het water in de vorm van damp is opgenomen, is dat alvoldoende, ook als het uitgedrukt in absolute getallen (g/m³)slechts weinig is.

NL 9luchtontvochtiger / klimaatmanager DH 15 VPR+Hierbij komt nog een punt:Door de geringe absolute dampdrukverschillen, verdampen dewaterdruppels op het natte voertuig niet. Het blijft nat, hoewelde DH-VPR+ werkt. Ook hier hetzelfde gedrag: Lagetemperaturen, geringe absolute verschillen in het watergehaltevan de lucht (g/m³), ondanks grote relatieve verschillen. De DH-VPR+ houdt het ruimteklimaat ook bij lage temperaturenop het gewenste niveau. Komt hier bij deze lageruimtetemperaturen nieuw water in de vorm van nattevoertuigen bij en blijft de ruimtetemperatuur laag, droogt hetvoertuig slechts zeer langzaam op en stijgt daarom deluchtvochtigheid in en op het voertuig, ondanks ontvochtiging,tot een corrosiegevaarlijk niveau. Drooghouden ja, snelopdrogen is fysisch echter niet mogelijk.

Conclusie:De opslag en tentoonstelling van klassieke voertuigen tijdens dewintermaanden is met DH-VPR+ apparaten mogelijk tot 0°C. Dan dalen echter de capaciteitswaarden disproportioneel (zietabel Samenhang tussen de garagetemperatuur en dedrogingsduur). Mocht de eis echter opslag en snel opdrogen van nattevoertuigen zijn, ook tijdens de wintermaanden, moet wordenverwarmd om de drogingssnelheid van het natte voertuig teverkorten tot een tijd waarbij corrosie- en schimmelvormingeffectief worden verhinderd. Mocht de garage met klassieke voertuigen het hele jaar wordengebruikt en/of zich hierin regelmatig natte voertuigen bevinden,raden wij een ruimtetemperatuur van minimaal 15°C aan. Bijhet sporadisch inbrengen van water, hoeft niet doorlopend teworden verwarmd. Hier volstaat een meerdaagse verwarmingnaar 15°C tot 20°C tijdens de drogingsfase.

Daarom raden wijaltijd aan te zorgen voor een mogelijkheid om de garage indiennodig te verwarmen naar een zinvolle temperatuur voor een sneldrogingsproces. Om een goed drogingsproces te waarborgen, isdoorgaans een opwarmfase van 3 tot 7 dagen voldoende,afhankelijk van de verwarmingstemperatuur.

Deze tijd kan door het gebruik van ventilatoren, waarmee hetvoertuig wordt geventileerd, aanzienlijk worden verkort. Vooralvoor een snelle droging binnen de carrosserie, in de bodem, innaden en holle ruimten, raden wij bij natte klassieke voertuigenaltijd het gebruik van ventilatoren aan (zie tabel Samenhangtussen de garagetemperatuur en de drogingsduur). Hoe intensiever het dagelijks gebruik van de voertuigen is, deste hoger moet de gemiddelde temperatuur in de garage zijn, omeen gedegen en snelle droging te bereiken en zo corrosie enschimmel te voorkomen. Bediening • De droogfunctie van het apparaat werkt na het inschakelenvolautomatisch. • De ionisatiefunctie wordt indien nodig handmatig gestart,zie het hoofdstuk ionisatie.

• Om te zorgen dat de luchtvochtigheid correct kan wordengemeten door de ingebouwde sensor en de ruimteluchtdoorlopend wordt gefilterd, draait de ventilator continu, tothet uitschakelen van het apparaat. • Vermijd open deuren en ramen. InfoDe mogelijke ontvochtigingscapaciteit van de DH-VPR+klimaatmanager, heeft een directe samenhang met deruimtetemperatuur. Hoe hoger de ruimtetemperatuur, des te meer vocht uitde ruimtelucht kan worden onttrokken. Hoe lager de ruimtetemperatuur, des te minder vochtuit de ruimtelucht kan worden onttrokken. Graag hiervoor absoluut het hoofdstuk Belangrijkeaanwijzingen m. b. t. ontvochtigingscapaciteit endrogingssnelheid lezen. Op basis vanvoorbeeldsituaties en aanbevolen maatregelen, wordtde fysische samenhang uitvoerig uitgelegd.

10 NLluchtontvochtiger / klimaatmanager DH 15 VPR+BedieningselementenInfoDe bedieningselementen kunt u bereiken door hetopenen van de filterklep op het apparaat, zie hoofdstukonderhoud.Bij de DH 15 VPR+ bevindt het bedieningspaneel zichaan de linkerzijde.LEVEL 5 Cont.Off891011 Nr. Aanduiding Betekenis 8 DraairegelaarHygrostaatInstellen van de gewensteluchtvochtigheid 9 Zekering 6,3 A(ionisatie)Zekering van de ionisatie (6,3A) 10 Toets PowerIonizationActiveert de ionisatiefunctie 11 DraairegelaarIonisatorInstellen van de intensiteit van deionisatieCondensafvoerslang aansluiten en leggen 1. Sluit een uiteinde van de condensafvoerslang aan op deschotkoppeling. 2. Plaats het andere uiteinde van de condensafvoerslang ineen voldoende groot reservoir (min. 50 liter) of leid hetslanguiteinde naar een afvoer. 3. Voorkom knikken in de slang.Aanwijzingen m.b.t.

de condensafvoerslang: • De maximale opvoerhoogte is 10 m. • De lengte van de condensafvoerslang mag maximaal 25 mzijn. • Het uiteinde van de condensafvoerslang moet altijd vrijliggen en mag niet in het water liggen. • Zorg bij het leggen van de condensafvoerslang dat hetwater bij lage temperaturen niet bevriest.Apparaat inschakelen 1. Zorg dat de condensafvoerslang goed is aangesloten enverlegd. Voorkom struikelgevaar. 2. Zorg dat de condensafvoerslang niet wordt geknikt ofingeklemd en dat geen voorwerpen op decondensafvoerslang staan. 3. Zorg dat het condens goed kan wegstromen. 4. Steek de netstekker in een volgens de voorschriftengezekerd stopcontact.

NL 11luchtontvochtiger / klimaatmanager DH 15 VPR+Ruimteluchtvochtigheid regelen 1. De gewenste luchtvochtigheid instellen met dedraairegelaar(8) van de hygrostaat. 2. De draairegelaar naar het midden tussen Off en Cont. draaien, daarna moet binnen 2dagen een luchtvochtigheidvan 50 tot 55% worden bereikt. 3. Controleer de luchtvochtigheid met een thermohygrometer. Is de lucht te droog (luchtvochtigheid te laag), draai dan deregelaar van de hygrostaat ca. 1cm linksom, is de lucht tevochtig (luchtvochtigheid te hoog), draai dan de regelaarca. 1 cm verder rechtsom (in de richting van het woordCont. ). 4. Wacht telkens na het wijzigen van de hygrostaatinstelling 2 dagen en herhaal deze procedure, tot de gewensteruimteluchtvochtigheid is bereikt. 8Cont. Off ðBij het bereiken van de gewenste ruimteluchtvochtigheidschakelt de compressor automatisch uit.

ðDe ventilator draait nog door, om een doorlopendeluchtcirculatie voor het filteren van de lucht te waarborgen,zodat evt. geuren worden geneutraliseerd en deluchtvochtigheid constant wordt bewaakt. ðWordt de ingestelde luchtvochtigheid overschreden, wordtde compressor automatisch weer geactiveerd en wordt deruimtelucht weer ontvochtigd. Automatisch ontdooienIs de ruimtetemperatuur lager dan 15 °C, bevriest dewarmtewisselaar tijdens het ontvochtigen. Het apparaat voertvervolgens een automatische ontdooiing uit. De duur van hetontdooien kan variëren, afhankelijk van de ruimtetemperatuur. Bij lagere temperaturen duurt dit proces langer.

Door elektrische stimulatie wordt hierbij de belaste lucht bij hetdoorstromen van de ionisatie-eenheid geneutraliseerd tot voorde natuur en de mens gevaarloze singletzuurstof met gesplitstewaterstof- en zuurstofmoleculen. De in de VPR+serie gebruikte ionisatoren zijn hierbij in staat demeeste typen van deze toepassingsspecifieke geurstoffen in deruimtelucht doorlopend te neutraliseren. Hierdoor neemt degeurbelasting langzaam, maar continu af. Bediening ionisatieLEVEL 5 891011Cont. OffDe extra ionisatiefunctie wordt via de toets(10) ingeschakeld. Bij geactiveerde ionisatiefunctie brandt de toets(10). Het apparaat heeft een regelaar voor 5 intensiteitsniveaus(11). Met de niveaus 1 tm. 4 kan de singletzuurstofproductie van deminimale waarde tot de maximale waarde voor een standaard-duurbehandeling worden ingesteld.

Bovendien is voor kortstondige, intensieve behandeling eenextra 5e niveau instelbaar. Bij dit vijfde niveau wordt binnenin het apparaat eengeringe hoeveelheid ozon gegenereerd, echter in eenconcentratie die bij bedoeld gebruik niet schadelijk is voorde gezondheid of voor materialen. Aanbevolen werkwijze bij standaardbehandeling (niveau 1 - 4)Geurwaarneming is subjectief. Bovendien beïnvloedenschommelende klimaatparameters, zoals luchtvochtigheid enruimtetemperatuur, niet alleen de diffusie van geurdeeltjes in deruimte, maar ook het reactiepotentieel voor de oxidatieveomzetting van de luchtgedragen geuren en schadelijke stoffen. Hierdoor kan geen lineaire richtwaarde worden gegeven voor deregeling, bijvoorbeeld afhankelijk van de ruimtegrootte. In plaatshiervan wordt een actief, individueel afregelen, afgestemd op delokale omstandigheden en uw persoonlijke eisen aanbevolen: 1.

Ventileer de ruimte voor het eerste gebruik grondig. 2. Schakel de ionisator eerst naar niveau 3 en de ventilatornar niveau 1 en laat het apparaat maximaal 7 dagendraaien met deze instellingen. 3. Tijdens, resp.

op z'n laatst na het verstrijken van debehandelingsduur, moet een vermindering van degeurintensiteit en/of een lichte ozongeur merkbaar zijn. In dit geval kunt u de ionisator dan 1 niveau lager instellenen deze stap evt. afhankelijk van de geurwaarnemingherhalen tot en met het terugstellen naar niveau 1.

12 NLluchtontvochtiger / klimaatmanager DH 15 VPR+ 4. Mocht na 7 dagen geen vermindering van degeurintensiteit of een ozongeur merkbaar zijn, verhoog dande capaciteit met één niveau, tot maximaal niveau4 enbehandel de ruimte opnieuw maximaal 7 dagen. Voor hetgebruik van niveau 5 (intensieve behandeling), eerst deWerkwijze voor intensieve behandeling lezen. Belangrijk: • Bij elke verlaging of verhoging met één niveau, moet ualtijd weer minimaal 7 dagen wachten, voordat deinstelling weer mag worden gewijzigd. Ventileer de ruimte volledig na elke interval en voor elkewijziging van het niveau. Voor de standaardbehandeling moet de ventilator wordeningesteld op niveau 1.

Werkwijze voor intensieve behandelingBij een aanzienlijke geurbelasting – bijvoorbeeld doorpermanente bronnen zoals afvoeren, brandstof- ofschimmelgeur of intensieve zoals tabaks-,eenmalige bronnendierengeur of muffe geur in de auto, etc. – wordt na eeneerdere niet succesvolle standaardbehandeling een kortstondigeintensieve behandeling op niveau 5 aanbevolen. 1. Zorg dat alle te neutraliseren oppervlakken in de ruimte vrijtoegankelijk zijn voor de circulatielucht van de DHVPR+(voertuigramen, kofferruimte, motorkap bij voertuigenopenen, kastdeuren openen, gordijnen dichttrekken, zodateen open oppervlak ontstaat). Matten in depassagiersruimte en kofferruimte, indien mogelijk,verwijderen en uitleggen over de vloer van de garage. Hoebeter de luchtcirculatie bij de te behandelen oppervlakken,des te beter zijn de mogelijke resultaten bij degeurbestrijding.

Om optimale resultaten te bereiken bij deintensieve behandeling, moet de ruimtetemperatuur tijdensde behandelingsduur tussen 20 - 25 °C liggen. Hierdoorwordt doorgaans een diffusie van de geurstoffengewaarborgd. Ruimtetemperaturen boven 28 °C mogentijdens de intensieve behandeling niet heersen. 2. Schakel de ionisator naar niveau 5 en de ventilator naarniveau 2 en laat het apparaat 24 uur draaien met dezeinstellingen. 3.

De intensiteitsschakelaar na het verstrijken van debehandelingsduur vanuit niveau 5 weer op een lagerniveau zetten en gedurende een periode van 15 minutenzorgen voor een goede ventilatie (natuurlijke ventilatie) vande ruimte. De ozongeur is doorgaans na 2 tot 3 keernatuurlijk ventileren volledig vervlogen. 4. Mocht na een behandeling van 24 uur de gewenstevermindering van de geurintensiteit niet merkbaar zijn,herhaal dan stap 2 evt. maximaal vijf keer. 5. Na een succesvolle geurvermindering, stap 3 herhalen enweer omschakelen naar de standaardbehandeling (niveau 1 - 4). 6. De ventilator eventueel eveneens terugschakelen naarniveau 1. Tijdens de intensieve behandeling, worden kleine hoeveelhedenozon gegenereerd in het apparaat. De ionisator produceert geenozonconcentraties in de ruimtelucht die boven de algemeengeldende grenswaarden liggen.

Uit veiligheidsoverwegingen enop basis van individuele gevoeligheid, mogen echter geenpersonen of dieren aanwezig zijn in de te behandelen ruimte. Het betreden en een korte aanwezigheid voor het in- enuitschakelen is geen probleem, net als de vaak als sterk ervarenozongeur bij korte blootstelling. Belangrijk: • Zodra tijdens de standaardbehandeling een ozongeur in deruimte (niet alleen bij de uitlaatopening van het apparaat)waarneembaar is, de intensiteit trapsgewijs terugregelen,tot geen ozongeur meer waarneembaar is in de ruimte (naelke verlaging van het intensiteitsniveau het natuurlijkventileren niet vergeten).

OzongeurDe door ons gebruikte ionisator produceert bij een correctedimensionering van de ruimte en bij bedoeld gebruik, inbewoonde ruimten zoals kelders, garages, hallen ofbibliotheken, zelfs op het hoogste niveau(5), geen concentratiesdie schadelijk zijn voor gezondheid boven de max. werkplekgerelateerde grenswaarde (MAK-grenswaarde) in deruimtelucht. Desondanks wordt ook bij deze lage concentratie, een ozongeurmeestal als onaangenaam ervaren.

Tussen degeurdrempelwaarneming van 40 µg/m³ en de geldendewerkplekgerelateerde grenswaarde op basis van de MAK-waarde (max. werkplekconcentratie) van 0,2mg (200µg)/m³ruimtelucht is sprake van een factor 5. Al bij ozonconcentraties van 40µg/m³ of minder, ervaren veelmensen deze ozongeur als storend en zeer onaangenaam. Verschillen in de ozonconcentratie kunnen tot de MAK-grenswaarde vrijwel niet worden onderscheiden door de geur,het ruikt ook al bij volledig probleemloze ozonconcentraties zeersterk naar ozon. Dit geeft echter ook aan dat op hetzelfde moment sterkegeurdragers effectief worden geneutraliseerd, bijvoorbeeldtabaks-, dieren- of schimmelgeur, die vrijkomt uit leer, textiel,tapijt, vloerbedekking, hout of andere poreuze materialen.

NL 13luchtontvochtiger / klimaatmanager DH 15 VPR+Ruimtetemperaturen en geurenNaast de correcte dosering is ook de temperatuur waarbij debehandeling wordt uitgevoerd belangrijk voor een succesvolletoepassing. Warmte zorgt voor meer diffusie van geurstoffen bijmaterialen. Is de geur daarna aanwezig in de lucht, wordt dezegebonden door de zuurstof. Is de ruimtetemperatuur tijdens de winter te laag (onder 12°C),kan het zijn dat de geur in de zomer plotseling weer terugkeert. Door extra verwarmen tijdens het koude jaargetijde worden totnu toe niet gediffundeerde geurdeeltjes beter vrijgegeven. Daarom moet voor een effectieve behandeling, dooruitproberen, de juiste temperatuur worden gevonden.

Het kan best zo zijn dat u de ionisator alleen na hetwinterseizoen hoeft in te schakelen, als de brandstof bijcarburateur-voertuigen sterker verdampt, geuren intextielbekleding diffunderen of alleen na intensieveneerslagperioden, als de kelder door een toenemendedoorvochtiging van het metselwerk weer muf begint te worden. Individuele geurwaarnemingElke mens ervaart en beoordeelt geuren individueel enverschillend. Op basis van deze individuele waarneming is een vastedoserings- of toepassingsaanbeveling voorgeurbestrijdingsapparaten in de praktijk vrijwel onmogelijk,hierdoor wordt voor elke gebruiker de alleen doorgeurbalansactief en geduldig afregelen van het intensiteitsniveau bereikt. Schimmelgeur in de keldergewelven, brandstofgeur in degarage of muffe geur in de historische bibliotheek – iedereenervaart dit verschillend. Meestal stoort de geur op zich niet,maar de intensiteit hiervan.

Lichte geuren, die doorgaans worden geassocieerd metverzamelobjecten, zijn vaak gewenst en worden zelfs als zeeroorspronkelijk ervaren – bijvoorbeeld voor autoliefhebbers debenzinelucht in de garage, waarbij de echtgenote bij eenbepaalde intensiteit waarschijnlijk het tegendeel zal ervaren.

Een oude wijnkelder mag voor de liefhebber beslist iets muf enoud ruiken, teveel van het goede neigt echter richting bederf. Hier kunnen nog wel enkele voorbeelden worden gegeven. Hierdoor is het voor de mogelijke effectiviteit van het apparaaten uw individuele tevredenheid onvermijdelijk, door enkeleweken actief afregelen van de intensiteitsniveaus in de buurt tekomen van uw. persoonlijke geurbalansEen geurneutralisator is geen geurverbeteraarU moet zich echter hierbij ook altijd bedenken, dat dit apparaateen geurneutralisator en geen geurverbeteraar is, zoals uwaarschijnlijk kent van het actieve geurdesign in eenwarenhuis. De pure neutralisatie door elektrische oxidatie ofchemische binding van geuren, betekent niet dat daarna eenaangename geur wordt waargenomen of dat het algemeenwordt ervaren als.

aangenaam ruikendIn enkele gevallen is het naar onze ervaring zeer goed mogelijkdat na een succesvolle andere, eerstprimaire geurneutralisatieniet waarneembare secundaire geuren worden waargenomen,die weer individueel als storend kunnen worden ervaren. Geur is en blijft een extreem individueel thema, dat sterkafhankelijk is van de persoonlijke reukzin en door dewaarnemingsgevoeligheid wordt beïnvloed. U heeft met een apparaat uit de VPR+serie gekozen voor eenprofessioneel gereedschap voor verbetering van deopslagomstandigheden voor uw waardevolle objecten. Wij kunnen bestaande toestanden van materialen en objectenniet verbeteren, maar bij een correcte toepassing wel duurzaambehouden door bescherming tegen corrosie, stof, schimmel enbacteriële ontbinding.

Ozonbehandeling bij vergelijkbare toepassingenDe (hooggeconcentreerde) ozonbehandeling wordt bijvoorbeeldook bij het professioneel klaarmaken van voertuigen uitgevoerd. Vooral bij occasions met geurbelasting in het interieur (bijv. rokersauto's) kan dit zo worden verholpen. Door de oxiderende werking van het ozon worden geurstoffenomgezet naar geurneutrale stoffen.

Ook worden hierbij kiemenen geur veroorzakende bacteriën – ook op andersontoegankelijke locaties, zoals onder stoelen of in deventilatieopeningen - gedood. Het resultaat is dat het voertuigna deze behandeling is gedesinfecteerd en doorgaans geurvrijis. Ook in het hotelwezen, bij rokerskamers of na andere sterkegeurbelastingen, is een ozonbehandeling wereldwijd eenstandaardproces voor geurneutralisatie en desinfectie. Bij de sanering van brand-, water- en fecaliënschade is hetgebruik van ozon al jaren het meest gebruikte standaardproces. Bij deze toepassingen worden echter pure ozongeneratoren metconcentraties van 5g/m³ en meer gebruikt, die niet kunnenworden vergeleken met de in de VPR+serie ingebouwde NTP-generator. Heeft u dergelijke eisen of krijgt u geen grip op de geurbronnen,ondanks het gebruik van de VPR+ionisator, praat dan met onzevakadviseurs.

14 NLluchtontvochtiger / klimaatmanager DH 15 VPR+Neutralisatie van brandstoffenDoorgaans kan brandstofgeur in garages voldoende wordengeneutraliseerd. Binnen 2 weken is het doel, een voldoendeneutralisatieresultaat, doorgaans bereikt. Bij extreme verdampingscapaciteiten (veelverdampingsbronnen. sportcarburateurs, lekkendetankleidingen of -afdichtingen en hoge ruimtetemperaturen) isin enkele gevallen de neutralisatiecapaciteit van de (resp. één)ionisator onvoldoende om het gewenste resultaat te bereiken. Hiervoor zou een ozonconcentratie boven de max. werkplekgerelateerde grenswaarde (MAK-grenswaarde) moetenworden afgegeven in de ruimte. Nog afgezien van het feit dat brandstofdampen in dezeconcentratie ook schadelijk zijn voor de gezondheid, kunnenionisatoren met een lage dosering dit speciale probleem slechtsdeels oplossen.

In dergelijke extreme gevallen van brandstofgeur moetaanvullend, als ondersteuning van de elektrische neutralisatie,ook een mechanische en chemische binding van de dampenplaatsvinden, om deze geuren effectief te elimineren. Hiervoor bieden wij mechanische luchtreinigers, die speciaal opextreme brandstofgeuren afgestemde actief koolfilters hebben. In combinatie met de ionisator bereiken wij hierbij in 99% vande gevallen een bevredigende oplossing bij extremebrandstofgeuren. Ook een tweede, separate ionisator kan indergelijke gevallen vaak helpen. Neem indien nodig contact op met onze vakadviseurs. LuchtfilterDe apparaten uit de VPR+ serie worden standaard met 2luchtfilters geleverd: • 1 st. luchtfilter stof (standaard) • 1 st.

Het combinatiefilter stof/roet vermindert door de 2-trapsfilterketen met een hoge capaciteit de uitblaasluchthoeveelheidsterker dan de standaardventilator. Afhankelijk van devervuilingsgraad vermindert de circulatiecapaciteit bij hetcombinatiefilter met 15% en bij een nieuw luchtfilter totmaximaal 99% bij een sterk door roet vervuild luchtfilter. Roetbevat olieachtige producten uit een onvolledige verbranding enzorgt voor het zeer sterk dichtslaan van het filteroppervlak. Samen met het stof uit de ruimtelucht leidt dit tot het volledigdichtslaan van het luchtfilter. Daarom is het zeer belangrijk bijsterke stof- en roetbelasting regelmatig het luchtfilter opvervuiling te controleren en evt. te vervangen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Trotec DH 15 VPR+ stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden