Triumph Trident (2024) Handleiding

Triumph Motor Trident (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Triumph Trident (2024) (228 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 11 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Triumph Trident (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/228
GEBRUIKERSHANDLEIDING
01
Trident, Trident 660 - Triple Tribute,
Tiger Sport en Daytona 660
Deze handleiding bevat informatie over de Triumph-motorfietsen Trident, Trident 660 - Triple Tribute, Tiger Sport en
Daytona 660. Bewaar deze gebruikershandleiding altijd bij de motorfiets en raadpleeg de informatie indien nodig.
De informatie in deze uitgave is gebaseerd op de meest recente, op het moment van publicatie beschikbare informatie.
Triumph behoudt zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande mededeling of verplichting, wijzigingen aan te
brengen.
Deze publicatie mag niet in zijn geheel, noch gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van
Triumph Motorcycles Limited.
© Copyright 12.2023 Triumph Motorcycles Limited, Hinckley, Leicestershire, Engeland.
Publicatie onderdeelnummer 3850509-NL versie 1

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Triumph
Categorie: Motor
Model: Trident (2024)

Handleiding Triumph Trident (2024) – volledige tekst

GEBRUIKERSHANDLEIDING01Trident, Trident 660 - Triple Tribute, Tiger Sport en Daytona 660Deze handleiding bevat informatie over de Triumph-motorfietsen Trident, Trident 660 - Triple Tribute, Tiger Sport en Daytona 660. Bewaar deze gebruikershandleiding altijd bij de motorfiets en raadpleeg de informatie indien nodig.De informatie in deze uitgave is gebaseerd op de meest recente, op het moment van publicatie beschikbare informatie. Triumph behoudt zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande mededeling of verplichting, wijzigingen aan te brengen.Deze publicatie mag niet in zijn geheel, noch gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van Triumph Motorcycles Limited.© Copyright 12.2023 Triumph Motorcycles Limited, Hinckley, Leicestershire, Engeland.Publicatie onderdeelnummer 3850509-NL versie 1

INHOUDSOPGAVE02Deze gebruikershandleiding bevat een aantal verschillende hoofdstukken. Onderstaande inhoudsopgave helpt u het begin van elk hoofdstuk op te zoeken, waar u – in het geval van grotere hoofdstukken – een meer gedetailleerde inhoudsopgave aantreft, die u helpt het betreffende onderwerp te vinden.03 VOORWOORD07 VEILIGHEID VOOROP16 WAARSCHUWINGSLABELS20 ONDERDELENOVERZICHT29 SERIENUMMERS31 INSTRUMENTEN69 ALGEMENE INFORMATIE99 RIJDEN OP DE MOTORFIETS113 ACCESSOIRES, LADING EN PASSAGIERS119 ONDERHOUD EN AFSTELLING185 REINIGING EN STALLING197 GARANTIE209 SPECIFICATIES221 INDEX225 GOEDKEURINGSINFORMATIE

VOORWOORD03Gebruikershandleiding WAARSCHUWINGDe gebruikershandleiding of snelstart-gids (indien geleverd bij de motorfiets) en alle overige documenten die bij uw motorfiets worden geleverd, maken permanent deel uit van uw motorfiets en moeten bij de motorfiets blijven, ook wanneer deze wordt doorverkocht. Iedereen die op de motorfiets gaat rijden moet de gebruikershandlei-ding of snelstartgids en alle andere documenten die bij de motorfiets zijn geleverd lezen om volledig vertrouwd te raken met de werking van de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van uw motorfiets. Leen uw motorfiets niet aan anderen uit, want rijden zonder vertrouwd te zijn met de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van de motorfiets kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

Dank u voor het kiezen van een Triumph-motorfiets. Deze motorfiets is het resultaat van Triumph's toepassing van beproefde technieken, grondige tests en het voortdurend streven naar superieure betrouwbaarheid, veiligheid en prestaties. Lees voordat u gaat rijden deze gebrui-kershandleiding aandachtig door om volledig vertrouwd te raken met de werking van de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van uw motorfiets. Deze handleiding bevat tips voor veilig rijden, maar beschrijft niet alle tech-nieken en vaardigheden die nodig zijn om veilig op een motorfiets te rijden. Triumph adviseert motorrijders nadrukkelijk de nodige lessen te nemen om deze motorfiets veilig te kunnen bedienen. De nieuwste versie van deze gebruikershandleiding met even-tuele wijzigingen is verkrijgbaar bij uw lokale dealer en online op www. triumphmotorcycles. co.

VOORWOORD04QR-codeOm de gebruikershandleiding te down-loaden;Voer het onderstaande adres in een webbrowser in:www. triumphmotorcycles. co. uk/hand-booksof;Scan de QR-code met uw smartphoneDeze QR-code is ook te vinden op een permanent label dat op uw motorfiets is bevestigd, onder het zadel of achter het zijpaneel.Nadat u het webadres heeft ingevoerd of de QR-code heeft gescand, wordt uw browser naar een webpagina geleid waar u uw gebruikershandleiding kunt selecteren en downloaden.Gevaren, waarschuwingen, maningen tot voorzichtigheid en mededelingenBijzonder belangrijke informatie wordt in de volgende vorm gepresenteerd: GEVAARDit gevaarsymbool duidt op speciale instructies of procedures die, als ze niet goed worden opgevolgd, persoon-lijk letsel of de dood tot gevolg hebben.

WAARSCHUWINGDit waarschuwingssymbool duidt op speciale instructies of procedures die, als ze niet goed worden opgevolgd, persoonlijk letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben. VOORZICHTIGDit symbool maant tot voorzichtig-heid en gaat vergezeld van speciale instructies of procedures die, als ze niet strikt worden opgevolgd, licht tot matig letsel tot gevolg kunnen hebben.KENNISGEVINGDit opmerkingssymbool duidt op punten die belangrijk zijn voor een efficiëntere en gemakkelijkere bedie-ning.WaarschuwingslabelsBovenstaand symbool wordt op bepaalde plaatsen op de motorfiets weergegeven. Het symbool betekent VOORZICHTIG: RAADPLEEG DE HAND-LEIDING en dit wordt gevolgd door een grafische voorstelling van het betref-fende onderwerp.Probeer nooit op de motorfiets te rijden of een aanpassing uit te voeren zonder de in deze handleiding beschreven rele-vante instructies te raadplegen.

VOORWOORD05Raadpleeg het gedeelte Locaties van de waarschuwingslabels in deze handlei-ding voor de locatie van alle labels met dit symbool. Dit symbool wordt zo nodig ook weergegeven op de pagina's met de relevante informatie. OnderhoudOm een lang, veilig en probleemloos gebruik van uw motorfiets te garan-deren, dient het onderhoud te worden uitgevoerd door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. Een erkende Triumph-dealer beschikt over de noodzakelijke kennis, appa-ratuur en vakkundigheid om uw Triumph-motorfiets goed te onder-houden. Bezoek de Triumph-website op www. tri-umph. co. uk of neem telefonisch contact op met de bevoegde distributeur in uw land voor informatie over de dichtst-bijzijnde erkende Triumph-dealer. De adressen zijn ook vermeld in het bij deze handleiding geleverde onderhouds-boekje.

GeluiddempingssysteemWijzigen van het geluiddempingssys-teem is verboden. Eigenaars worden gewaarschuwd dat het wettelijk verboden kan zijn om:▼ onderdelen of designelementen van nieuwe voertuigen die bedoeld zijn voor geluiddemping, voorafgaand aan de verkoop of aflevering aan de koper of daarna te verwijderen of buiten werking te stellen, behalve als dat nodig is voor onderhoud, reparatie of vervanging, en,▼ het voertuig te gebruiken nadat zo'n onderdeel of designcomponent is verwijderd of buiten werking is gesteld. Onder knoeien worden onder meer de volgende handelingen verstaan:▼ Verwijderen of doorboren van de geluiddemper, schotten, uitlaat-bochten of enig ander onderdeel dat uitlaatgassen geleidt. ▼ Verwijderen of doorboren van enig onderdeel van het inlaatsysteem. ▼ Gebrek aan goed onderhoud.

▼ Vervanging van bewegende delen van het voertuig, of delen van de uitlaat of het inlaatsysteem, door onderdelen die niet door de fabri-kant zijn aangegeven. Praat met TriumphOnze relatie met u stopt niet bij de aankoop van uw Triumph.

Uw feedback over de ervaringen tijdens aankoop en bezit zijn zeer belangrijk voor ons om onze producten en diensten voor u te ontwikkelen. U helpt ons daarmee door ervoor te zorgen dat uw erkende Triumph-dealer uw e-mailadres heeft en dat bij ons registreert. U ontvangt dan van ons op uw e-mailadres een uitnodiging voor een online-klanttevredenheidsonderzoek waarmee u ons deze feedback kunt geven. Het Triumph-team.

VEILIGHEID VOOROP07De motorfiets WAARSCHUWINGDeze motorfiets is ontworpen voor gebruik als tweewielig voertuig om een bestuurder met maximaal één passagier te vervoeren (mits een passagierszadel en achterste voetsteunen zijn aangebracht).Het totale gewicht van de berijder, een eventuele passagier, accessoires en bagage mag het in de specificaties vermelde maximale laadvermogen niet overschrijden.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGDeze motorfiets is uitsluitend bedoeld voor gebruik op de weg.Rijd niet offroad met deze motorfiets.Terreinrijden kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

WAARSCHUWINGDeze motorfiets is uitgerust met een katalysator onder de motor, die samen met het uitlaatsysteem zeer hoge temperaturen kan bereiken wanneer de motor draait.Brandbare materialen zoals gras, hooi/stro, bladeren, kleding en bagage kunnen ontbranden wanneer ze in contact komen met een willekeurig onderdeel van het uitlaatsysteem.Zorg er altijd voor dat brandbare materialen niet in aanraking kunnen komen met het uitlaatsysteem of de katalysator.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot brand, met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGDeze motorfiets is niet ontworpen voor het trekken van een aanhanger of het gebruik van een zijspan.Het monteren van een zijspan en/of aanhanger kan de handelbaarheid, de stabiliteit of andere aspecten van het motorrijden beïnvloeden.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGBENZINE IS UITERST BRANDBAAR:- Schakel de motor altijd uit wanneer u gaat tanken.- Let goed op en blijf alert tijdens het tanken.- Niet tanken of de vuldop van de tank openen terwijl u rookt of in de buurt bent van open vuur (vlammen).- Mors tijdens het tanken geen brand-stof op de motor, de uitlaatpijpen of de dempers.- Als brandstof is ingeslikt, ingeademd of in de ogen terechtgekomen is, moet direct medische hulp worden ingeroepen.- Als benzine op de huid terechtkomt, dient deze onmiddellijk te worden gewassen met water en zeep en met brandstof verontreinigde kleding dient onmiddellijk te worden uitge-trokken.- Contact met brandstof kan brandwonden en andere ernstige huidaandoeningen veroorzaken.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

VEILIGHEID VOOROP09Valhelm en kleding GEVAAREen valhelm is een van de belang-rijkste uitrustingsstukken, omdat deze bescherming biedt tegen hoofdletsel. Uw valhelm en die van uw passagier dienen met zorg te worden gekozen en comfortabel en stevig om het hoofd te passen. Een felgekleurde helm verhoogt de zichtbaarheid van de rijder (of passagier) voor andere weggebruikers aanzienlijk.Een valhelm met open voorzijde biedt enige bescherming bij een ongeval, maar een integraalhelm biedt betere bescherming.Draag altijd een vizier of een goedge-keurde beschermende bril voor beter zicht en ter bescherming van uw ogen.Het niet opvolgen van bovenstaand advies leidt tot ernstig letsel of de dood.

WAARSCHUWINGTijdens het rijden op de motorfiets dienen de berijder en de passagier (bij modellen waarop een passagier vervoerd mag worden) altijd geschikte kleding te dragen, waaronder valhelm, oogbescherming, handschoenen, laarzen, broek (nauw aansluitend rond de knieën en de enkels) en een felge-kleurd jack.Tijdens offroadgebruik (op modellen die geschikt zijn voor offroadgebruik), moet de rijder altijd geschikte kleding dragen, inclusief broek en laarzen.Felgekleurde kleding verhoogt de zichtbaarheid van de rijder (of de passagier) voor andere weggebruikers aanzienlijk.Hoewel volledige bescherming niet mogelijk is, kan het risico op ernstig of dodelijk letsel worden verminderd door de juiste beschermende kleding te dragen.

VEILIGHEID VOOROP10Onderhoud en apparatuur WAARSCHUWINGNeem bij twijfel over het juiste of veilige gebruik van deze motorfiets contact op met een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.Wanneer wordt doorgereden op een niet goed werkende motorfiets kan een defect verergeren en kan de veiligheid in gevaar komen.Doorgaan met het gebruik van een niet goed werkende motorfiets kan de handelbaarheid, de stabiliteit of andere aspecten van het rijden op de motor-fiets beïnvloeden, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGAls de motorfiets bij een ongeval, aanrijding of valpartij betrokken is geweest, dient hij te worden wegge-bracht voor inspectie en reparatie.Inspecties en reparaties moeten worden verricht door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.Een ongeval kan schade aan de motor-fiets veroorzaken, die, indien niet op de juiste wijze gerepareerd, een tweede ongeval kan veroorzaken met letsel of de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP11Parkeren WAARSCHUWINGAltijd de motor uitschakelen en de contactsleutel verwijderen voordat u uw motorfiets onbeheerd achterlaat. Door het verwijderen van de contact-sleutel wordt het risico van gebruik door onbevoegde en onervaren personen verkleind.Denk aan het volgende als u uw motorfiets parkeert:- Zet de motorfiets in de eerste versnelling om te voorkomen dat hij van de standaard rolt.- De motor, radiateur, het uitlaatsys-teem, de achtervering en de remmen zijn heet na het rijden. Parkeer NOOIT op plaatsen waar voetgan-gers, dieren en/of kinderen de motorfiets kunnen aanraken.- Parkeer nooit op een zachte onder-grond of op een hellend oppervlak.

Indien de motorfiets onder deze omstandigheden wordt geparkeerd, kan deze omvallen.Zie voor nadere informatie het hoofd-stuk 'Rijden op de motorfiets' in deze gebruikershandleiding.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot materiële schade, ernstig letsel of de dood.Rijden GEVAARNooit op de motorfiets rijden indien u moe bent of onder invloed verkeert van alcohol of andere verdovende middelen.Rijden onder invloed van alcohol of andere verdovende middelen is verboden.Rijden bij vermoeidheid of onder invloed van alcohol of andere verdo-vende middelen vermindert het vermogen van de berijder om de controle te behouden, wat leidt tot verlies van controle over de motor-fiets met ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGAlle rijders moeten in het bezit zijn van een rijbewijs voor motorfietsen.Het zonder rijbewijs besturen van een motorfiets is verboden en kan gerech-telijke vervolging tot gevolg hebben.Het gebruik van de motorfiets zonder formele training in de juiste rijtech-nieken die nodig zijn om een rijbewijs te krijgen, is gevaarlijk.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP12 WAARSCHUWINGRijd altijd defensief en draag de beschermende uitrusting die elders in dit deel Veiligheid voorop worden genoemd. Onthoud dat een motorfiets bij een ongeval minder bescherming biedt dan een auto. Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot ernstig letsel of de dood. WAARSCHUWINGDeze motorfiets mag de wettelijk geldende snelheidslimieten niet over-schrijden. Het met hoge snelheid op een motorfiets rijden kan gevaarlijk zijn, aangezien de tijd om op een gevaar-lijke situatie te reageren bij hogere snelheden aanzienlijk wordt verkort. Neem altijd snelheid terug in eventueel gevaarlijke rijomstandigheden, zoals slecht weer of druk verkeer. Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGWees altijd bedacht op veranderingen in het wegdek, het verkeer en de wind en pas uw rijgedrag hierop aan. Alle tweewielige voertuigen zijn onder-hevig aan externe krachten die de handelbaarheid, de stabiliteit of andere aspecten van de motorfiets kunnen beïnvloeden. Deze factoren zijn onder andere:- windstoten van passerende voer-tuigen- gaten in de weg, oneffenheden of beschadigingen in het wegdek- slecht weer- fouten van de bestuurder. Rijd altijd met matige snelheid en vermijd druk verkeer, totdat u zich volledig vertrouwd hebt gemaakt met de werking en de rijeigenschappen van de motorfiets. Overschrijd nooit de wettelijk geldende snelheidslimiet. Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

Trilling/slingeringEen slingering is een relatief lang-zame, op en neer gaande beweging van de achterkant van de motorfiets, terwijl een trilling een snelle, soms sterke beving van het stuur is.

VEILIGHEID VOOROP13De oplossing is in beide gevallen hetzelfde. Houd het stuur stevig vast zonder de armen op slot te zetten of de stuurbeweging tegen te gaan. Draai het gas gelijkmatig terug om geleidelijk vaart te minderen. Rem niet en acce-lereer niet in een poging om het trillen of slingeren te stoppen. Soms helpt het om het lichaamsgewicht naar voren te verplaatsen door over de tank te buigen.Copyright © 2005 Motorcycle Safety Foundation. Alle rechten voorbehouden.

Gebruikt met toestemming.Handgrepen en voetsteunen WAARSCHUWINGDe bestuurder dient de motorfiets onder controle te houden door te allen tijde de handen aan het stuur te houden.Als de motorrijder zijn handen van het stuur haalt, tast dat de handelbaar-heid en de stabiliteit van de motorfiets aan.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGDe bestuurder en de passagier (indien van toepassing) dienen tijdens het rijden altijd de voetsteunen te gebruiken.Door de voetsteunen te gebruiken wordt voor zowel de bestuurder als de passagier het risico op onbedoeld contact met onderdelen van de motorfiets verminderd.

VEILIGHEID VOOROP14 WAARSCHUWINGZorg er altijd voor dat de passagiers-voetsteunen volledig zijn uitgetrokken bij het meerijden van een passagier.Vervoer nooit een passagier zonder dat hij of zij de volledig uitgetrokken passagiersvoetsteunen gebruikt.Onjuiste plaatsing van de voet ergens op de motorfiets in plaats van het gebruik van de voetsteunen kan ertoe leiden dat:- de voeten of kleding van de passa-gier bekneld raken- de passagier in contact komt met hete uitlaatpijpen.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk materiële schade, ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGDe hellingshoekindicators mogen niet worden gebruikt als richtlijn voor de mate waarin de motorfiets veilig schuin gelegd kan worden in bochten.Dit is afhankelijk van veel verschillende omstandigheden, waaronder, maar niet beperkt tot:- Wegdek;- Staat van de banden;- Weer.Overhellen tot een onveilige hoek kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGVervang altijd de hellingshoekindica-tors voordat ze tot de slijtagelimiet zijn afgesleten.Wanneer de hellingshoekindicators tot voorbij de slijtagelimiet zijn afgesleten, kan de motorfiets tot een onveilige hoek overhellen.Overhellen tot een onveilige hoek kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP15Onderdelen en accessoires WAARSCHUWINGDe eigenaar dient zich ervan bewust te zijn dat onderdelen, accessoires en aanpassingen voor een Triumph-mo-torfiets alleen goedgekeurd zijn wanneer ze door Triumph voorzien zijn van een officiële goedkeuring.We raden aan accessoires te laten aanbrengen en aanpassingen te laten verrichten door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.Het is met name bijzonder gevaarlijk om onderdelen of accessoires aan te brengen of te vervangen waarvoor het noodzakelijk is om het elektrische of het brandstofsysteem te demon-teren, of hierop uitbreidingen aan te brengen.

Dergelijke aanpassingen kunnen de veiligheid in gevaar brengen.Het aanbrengen van niet-goedge-keurde onderdelen, accessoires of aanpassingen kan een nadelig effect hebben op de handelbaarheid, de stabiliteit en andere aspecten van de werking van de motorfiets, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.Triumph aanvaardt geen aansprakelijk-heid voor gebreken die zijn veroorzaakt door het aanbrengen van niet-goed-gekeurde onderdelen, accessoires of aanpassingen.Triumph aanvaardt geen aansprakelijk-heid voor gebreken die zijn veroorzaakt door het aanbrengen van niet-goed-gekeurde onderdelen, accessoires of aanpassingen.

WAARSCHUWINGSLABELS17RechterkantKENNISGEVINGAlle waarschuwingslabels en stickers, met uitzondering van het label voor inrijden, worden op de motorfiets aangebracht met een sterke lijm. In sommige gevallen worden labels aangebracht voorafgaand aan het aanbrengen van de laklaag. Daarom zal elke poging om de waarschuwingslabels te verwijderen, schade veroor-zaken aan lakwerk of carrosserie.3617DAILY SAFETY CHECKSTÄGLICHE SICHERHEITSKONTROLLENCONTROLES DE SECURITE QUOTIDIENSCHEQUEOS DE SEGURIDAD DIARIOSVERIFICAÇÕES DIÁRIAS DE SEGURANÇAVERIFICHE GIORNALIERE DI SICUREZZADAGELIJSKE VEILIGHEIDSINSPECTIESDAGLIG SÄKERHETSKONTROLL運行前点検4251. Dagelijkse veiligheidscontrole (pagina 97)2. Ongelode brandstof (pagina 77) en helm (pagina 09)3. Koelvloeistof - vuldop radiateur (pagina 131)4. Windscherm (indien voorzien) (pagina 192)5. Koplampen (pagina 180)6.

WAARSCHUWINGSLABELS19RechterkantKENNISGEVINGAlle waarschuwingslabels en stickers, met uitzondering van het label voor inrijden, worden op de motorfiets aangebracht met een sterke lijm. In sommige gevallen worden labels aangebracht voorafgaand aan het aanbrengen van de laklaag. Daarom zal elke poging om de waarschuwingslabels te verwijderen, schade veroor-zaken aan lakwerk of carrosserie.3516DAILY SAFETY CHECKSTÄGLICHE SICHERHEITSKONTROLLENCONTROLES DE SECURITE QUOTIDIENSCHEQUEOS DE SEGURIDAD DIARIOSVERIFICAÇÕES DIÁRIAS DE SEGURANÇAVERIFICHE GIORNALIERE DI SICUREZZADAGELIJSKE VEILIGHEIDSINSPECTIESDAGLIG SÄKERHETSKONTROLL運行前点検421. Dagelijkse veiligheidscontrole (pagina 97)2. Helm (pagina 09) en loodvrije brandstof (pagina 77)3. Koelvloeistof - vuldop radiateur (pagina 131)4. Windscherm (indien voorzien) (pagina 192)5. Bandenspanningscontrolesysteem (TPMS) (indien voorzien) (pagina 162)6.

SERIENUMMERS29VoertuigIdentificatieNummer (VIN)Het voertuigidentificatienummer (VIN) is in het balhoofd gestempeld.11. VoertuigIdentificatieNummer (Trident afgebeeld)Noteer het VIN in de daarvoor bestemde ruimte in het onderhoudsboekje van de motorfiets.Trident en Trident 660 - Triple TributeHet VIN staat ook op een plaatje op het balhoofd.Tiger SportHet VIN staat ook op een plaatje dat aan de linkerkant van het frame is bevestigd, naast het zijpaneel.Daytona 660Het VIN staat ook op een plaatje dat aan de linkerkant van het frame is bevestigd, naast de voetsteun voor de passagier.MotorserienummerHet motorserienummer is direct boven het koppelingsdeksel in het motorcarter geslagen.11. Motorserienummer (Trident afgebeeld)Noteer het motorserienummer in de daarvoor bestemde ruimte in het onder-houdsboekje van de motorfiets.

INSTRUMENTEN36WaarschuwingslampjesKENNISGEVINGAls een rood waarschuwingslampje wordt weergegeven, moet de motor-fiets onmiddellijk worden stopgezet. Lees eventuele waarschuwingsbe-richten en los het probleem op. Als een oranje waarschuwingslampje wordt weergegeven, hoeft de motor-fiets niet onmiddellijk te worden stopgezet. Lees eventuele waarschu-wingsberichten en los het probleem op. Wanneer het contact wordt ingescha-keld, lichten de waarschuwingslampjes op het instrumentenpaneel 1,5 seconde op en gaan vervolgens weer uit (behalve de lampjes die blijven branden tot de motor wordt gestart, zoals beschreven op de volgende pagina's). Zie voor aanvullende informatie over waarschuwingen pagina 41.

Storingslampje motormanagementsysteemHet storingslampje voor het motormanagementsysteem licht op wanneer het contact wordt ingeschakeld (om aan te geven dat het systeem werkt), maar mag niet gaan branden wanneer de motor draait. Als de motor loopt en er een storing is in het motormanagementsysteem, brandt de MIL en begint het alge-mene waarschuwingssymbool te knipperen. In dat geval schakelt het motormanagementsysteem over naar de 'thuisbrengmodus', zodat de rit kan worden voortgezet indien de storing niet zo ernstig is dat de motor niet kan draaien. WAARSCHUWINGVerlaag de snelheid en rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het storingslampje brandt. De storing kan de motorprestaties, de uitstoot van uitlaatgassen en het brandstofver-bruik beïnvloeden.

De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. Een gebrekkige werking van de motor kan gevaarlijke rijomstandigheden veroorzaken, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

INSTRUMENTEN37Waarschuwingslampje lage oliedrukAls bij draaiende motor de oliedruk gevaarlijk daalt, gaat het waarschuwingslampje lage oliedruk branden. Het waarschuwingslampje lage oliedruk gaat ook branden als het contact wordt inge-schakeld en de motor niet draait. KENNISGEVINGAls de oliedruk te laag is, gaat het waarschuwingslampje lage-oliedruk branden. Schakel de motor onmiddellijk uit en onderzoek de situatie wanneer het controlelampje voor lage oliedruk blijft branden. Indien de motor met een te lage oliedruk draait, ontstaat ernstige motorschade. Waarschuwingslampje hoge koelvloeistoftemperatuurAls bij draaiende motor de koelvloeistoftemperatuur gevaarlijk stijgt, gaat het waarschuwingslampje voor hoge koelvloeistoftemperatuur branden. KENNISGEVINGSchakel de motor direct uit indien het waarschuwingslampje hoge koelvloei-stoftemperatuur gaat branden.

De motor niet opnieuw starten voordat de storing is verholpen. Indien de motor draait terwijl het waarschuwingslampje hoge koelvloei-stoftemperatuur brandt, kan ernstige motorschade ontstaan. Controlelampje startonderbreker/alarminstallatieDeze Triumph-motorfiets is uitgerust met een startonder-breker die geactiveerd wordt wanneer de contactschake-laar in de stand OFF (UIT) wordt gedraaid. Zonder gemonteerd alarmWanneer de contactschakelaar in de stand OFF (UIT) staat, knippert het lampje van startonderbreker/alarm gedurende 24 uur om aan te geven dat de startonderbreker ingeschakeld is. Wanneer de contactschakelaar in de stand ON (AAN) staat, zijn star-tonderbreker en het controlelampje uitgeschakeld. Als het controlelampje blijft branden, betekent dit dat er een storing in de startonderbreker is die nader moet worden onderzocht.

De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.

INSTRUMENTEN38Waarschuwingslampje antiblokkeerremsysteem (ABS) WAARSCHUWINGAls het antiblokkeerremsysteem (ABS) niet werkt, werkt het remsysteem verder als een remsysteem zonder ABS. Rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het ABS-waar-schuwingslampje brandt. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. Te hard remmen kan ertoe leiden dat de wielen blokkeren, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. KENNISGEVINGTractiecontrole werkt niet bij een storing aan het ABS-systeem. In dat geval branden de waarschuwings-lampjes voor de ABS en tractiecontrole en het storingslampje.

Wanneer de contactschakelaar in de stand ON (AAN) wordt gedraaid, is het normaal dat het waarschuwingslampje voor het ABS-systeem gaat knipperen. Het lampje blijft knipperen nadat de motor gestart is, totdat de motorfiets een snelheid van meer dan 10 km/h heeft bereikt, waarna het lampje dooft. Het waarschuwingslampje mag pas weer gaan branden als de motor weer wordt gestart, tenzij er een storing is. Als het waarschuwingslampje op enig ander moment onder het rijden gaat branden, betekent dit dat er een storing in het ABS-systeem is opgetreden, die nader moet worden onderzocht. Controlelampje tractiecontrole (TC)Het TC-controlelampje wordt gebruikt om aan te geven dat het tractiecontrolesysteem actief is en bezig is om slippen van het achterwiel te beperken bij snelle acceleratie of op natte of gladde wegen. Tractiecontrole werkt niet bij een storing aan het ABS-systeem.

In dat geval branden de waarschuwingslampjes voor de ABS en tractiecontrole en het storingslampje. WAARSCHUWINGAls de tractiecontrole niet werkt, moet voorzichtigheid in acht worden genomen bij het accelereren en het nemen van bochten op een nat of glad wegdek, om doorslippen van het achterwiel te voorkomen.

Rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het storingslampje voor het motor-managementsysteem (MIL) en het waarschuwingslampje van de tractie-controle branden. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. Bij snel accelereren en hard rijden in bochten kan het achterwiel door-slippen, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

INSTRUMENTEN39Als tractiecontrole is ingeschakeld:▼ Onder normale rijomstandigheden blijft het tractiecontrolelampje uit. ▼ Het tractiecontrolelampje knippert snel wanneer het tractiecontro-lesysteem in werking is om slippen van het achterwiel te beperken bij snelle acceleratie of op een natte of gladde weg. Als tractiecontrole is uitgeschakeld:▼ Het controlelampje brandt niet. In plaats daarvan gaat het waar-schuwingslampje 'TC uitgeschakeld' branden. Waarschuwingslampje Tractiecontrole (TC) uitgeschakeldHet waarschuwingslampje Tractiecontrole (TC) uitgescha-keld mag alleen gaan branden bij een storing of als de trac-tiecontrole uitgeschakeld is. Als het waarschuwingslampje tijdens het rijden gaat branden, betekent dit dat er in het tractiecontrolesysteem een storing is opgetreden die nader moet worden onderzocht.

De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. RichtingaanwijzerlampjeWanneer de richtingaanwij-zerschakelaar naar links of naar rechts wordt gedraaid, knippert het controlelampje van de richtingaanwijzer in hetzelfde tempo als de richtingaanwijzer zelf. AlarmknipperlichtenWanneer de schakelaar van de alarmknipperlichten op aan wordt gezet, knipperen de waarschuwingslampjes van de richtingaanwijzers in hetzelfde tempo als de richtingaanwijzers zelf. GrootlichtlampjeWanneer het contact wordt ingeschakeld en de dimscha-kelaar op grootlicht is ingesteld, gaat het waarschu-wingslampje voor grootlicht branden. Controlelampje neutraalstandHet controlelampje voor de neutraalstand geeft aan dat de transmissie in de vrijloop-stand staat (geen versnelling ingeschakeld).

INSTRUMENTEN40Bandenspanningswaarschuwings-lampje (mits bandenspanningscon-trolesysteem is ingebouwd) WAARSCHUWINGZet de motorfiets stil wanneer het waarschuwingslampje voor de banden-spanning gaat branden.Rij niet op de motorfiets tot de banden gecontroleerd zijn en de juiste bandenspanning hebben in koude toestand.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.Het waarschuwingslampje voor de bandenspanning werkt samen met het bandenspanningscontro-lesysteem (TMPS), zie pagina 80.Het waarschuwingslampje gaat alleen branden wanneer de bandenspanning voor of achter onder de aanbevolen spanningswaarde ligt. Het gaat niet branden wanneer de bandenspanning te hoog is.Wanneer het waarschuwingslampje brandt, geeft het bandendrukdisplay aan welke band de leeggelopen band is.

Het toont ook de bandenspanning.12## ##1. Indicatie bandenspanning achter2. Indicatie bandenspanning voorDe bandenspanning waarbij het waarschuwingslampje gaat branden wordt gecompenseerd tot 20°C, maar de bijbehorende digitale drukweergave niet (zie pagina 162). Zelfs wanneer het digitale display precies of ongeveer de standaard bandenspanning lijkt aan te geven wanneer het waarschu-wingslampje brandt, wordt een lage bandenspanning aangegeven. Een lekke band is dan de meest waarschijnlijke oorzaak.Waarschuwingslampje lage accuspanningAls onderdelen zoals handvatver-warming bij stationair toerental ingeschakeld zijn, kan de accuspanning na verloop van tijd onder een bepaalde waarde zakken en wordt er in het informatievenster een waarschuwing weergegeven.

INSTRUMENTEN41Waarschuwingen en informatieberichtenAls zich een storing voordoet kunnen er verschillende waarschuwingen en informatieberichten verschijnen. In dat geval hebben waarschuwingsberichten voorrang boven informatieberichten en wordt het waarschuwingssymbool op het display weergegeven. Het aantal actieve waarschuwingsberichten wordt weergegeven in het informatievak.2/21342K W1. Waarschuwingssymbool tractiecontrole (oranje controlelampje)2. Waarschuwingssymbool koelvloeistoftemperatuur (rood controlelampje)3. Koelvloeistoftemperatuurmeter4.

Tweede van twee waarschuwingen getoondWanneer er een storing aan de motor-fiets wordt gedetecteerd, kunnen de volgende waarschuwingen en informa-tieberichten worden weergegeven.Waarschuwingslampjes en berichtenWaarschuwingslampje lage oliedruk(rood controlelampje)Waarschuwingslampje batterijspanning laag/startmotor uitgeschakeld(rood controlelampje)Waarschuwingslampjes en berichtenWaarschuwingslampje voor koelvloeistoftemperatuur(rood controlelampje)Sensorsignaal bandenspan-ningscontrolesysteem (TPMS) - voor-/achterband(rood of oranje controlelampje)Batterij bandenspanningscon-trolesysteem (TPMS) bijna leeg - waarschuwingslampje voor-/achterband(rood of oranje controlelampje).Transmissiefout TSA(oranje controlelampje)Storingslampje motormanage-mentsysteem(oranje controlelampje)Waarschuwingslampje antiblok-keerremsysteem (ABS)(oranje controlelampje)Waarschuwingslampje antiblok-keersysteem (ABS) uitgeschakeld(oranje controlelampje)Waarschuwingslampje defecte lamp(oranje controlelampje)Controlelampje tractiecontrole (TC) ingeschakeld(oranje controlelampje)Controlelampje tractiecontrole (TC) uitgeschakeld(oranje controlelampje)Algemeen waarschuwings-symbool/Volgend onderhoud/Achterstallig onderhoud(oranje controlelampje)Storing startonderbreker(oranje controlelampje)

INSTRUMENTEN43SnelheidsmeterDe snelheidsmeter geeft de rijsnelheid van de motorfiets aan.E F1MPH1. SnelheidsmeterKilometertellerDe kilometerteller geeft de totale door de motorfiets afgelegde afstand weer. De kilometerteller wordt in het venster Service interval weergegeven, zie pagina 52.SERVICE-INTERVALmi12/202196110000689miOF11. KilometertellerToerentellerKENNISGEVINGLaat het motortoerental nooit hoger worden dan het maximumtoerental, omdat dit kan leiden tot ernstige motorschade.De toerenteller geeft het motortoerental weer in omwentelingen per minuut - rpm (omw/min). Aan het einde van het toerentellerbereik bevindt zich de rode zone. Toerentallen in het rode gebied liggen boven het aanbevolen maximumtoerental en ook boven het toerentalbereik waarbij de motor de beste prestaties levert.E F12MPH1. Motortoerental (rpm)2. Rode zone

INSTRUMENTEN44BrandstofmeterDe brandstofmeter geeft de hoeveelheid brandstof in de tank aan.E F1MPH1. BrandstofmeterBij ingeschakeld contact geeft een door-getrokken streep aan hoeveel brandstof er nog in de tank zit.De aanduidingen van de brandstofmeter geven brandstofniveaus weer tussen E (leeg) en F (vol). Het waarschu-wingslampje voor laag brandstofpeil gaat branden wanneer er nog circa 3,5 liter brandstof in de tank zit, voor de Trident, Trident 660 - Triple Tribute en Tiger Sport, en circa 3 liter voor de Daytona 660. U dient dan bij de eerst-volgende gelegenheid te tanken.Het bereik tot de tank leeg is en het actuele brandstofverbruik worden weergegeven op het scherm Brandstof-status, zie pagina 51.KENNISGEVINGNa het tanken worden de gegevens van de brandstofmeter en de reste-rende actieradius pas bijgewerkt wanneer de motorfiets weer rijdt.

Afhankelijk van de rijstijl kan het bijwerken tot vijf minuten duren.Koelvloeistoftemperatuurme-terKENNISGEVINGStop de motor onmiddellijk als er een waarschuwingsbericht voor te hoge koelvloeistoftemperatuur in het instru-mentenpaneel wordt weergegeven.De motor niet opnieuw starten voordat de storing is verholpen.Als de motor blijft draaien terwijl het waarschuwingslampje voor hoge koel-vloeistoftemperatuur brandt, kan er ernstige motorschade ontstaan.De koelvloeistoftemperatuurmeter geeft de temperatuur van de motorkoelvloei-stof aan.CH1K W1. KoelvloeistoftemperatuurmeterAls de motor koud wordt gestart, geeft het display grijze blokjes weer. Naar-mate de temperatuur oploopt neemt het aantal verlichte blokjes op het display toe.

Als de motor warm wordt gestart, toont het display het bijbehorende aantal verlichte blokjes, afhankelijk van de motortemperatuur.Het normale temperatuurbereik ligt tussen K (koud) en W (heet) op het display.

INSTRUMENTEN45Als de motor draait en de koelvloeistof-temperatuur gevaarlijk hoog wordt, wordt er in het instrumentenvak een waarschuwingsbericht weergegeven. De koelvloeistoftemperatuurmeter wordt ook getoond.123OKK W1. Waarschuwingssymbool koelvloeistoftemperatuur (rood)2. Koelvloeistoftemperatuurmeter3. Symbool selectieknop ingedrukt▼ Stop de motor onmiddellijk als er een waarschuwingsbericht voor te hoge koelvloeistoftemperatuur in het instrumentenpaneel wordt weergegeven.▼ Laat de motor minimaal 30 minuten afkoelen.▼ Controleer het koelvloeistofpeil en corrigeer het zo nodig (zie pagina 132 en pagina 133).VersnellingsstandDe versnellingspositie wordt weerge-geven op het hoofdinstrumentenscherm en geeft aan welke versnelling (één tot zes) is ingeschakeld. Als de transmissie in vrijloop staat (er is geen versnelling gekozen) toont het display N.E F12MPH1.

Symbool van de versnellingsstand2. Geselecteerde versnelling (neutrale stand afgebeeld)E F12MPH1. Symbool van de versnellingsstand2. Geselecteerde versnelling (vijfde versnelling afgebeeld)De informatie over de geselecteerde versnelling wordt niet weergegeven wanneer de versnellingsindicator in het informatievak wordt weergegeven.Zie pagina 63 voor meer informatie over de weergave van de Schakelindicator.

INSTRUMENTEN46Navigatie in het displayDe onderstaande tabel geeft een beschrijving van de pictogrammen en knoppen die gebruikt kunnen worden om door de in deze handleiding beschreven instrumentenmenu's te navigeren.mModusknop.VVVVKnoppen Links/Rechts of Omhoog/Omlaag.Selectieknop (indrukken).Informatievak - links/rechts scrollen met de knoppen.Informatievak - omhoog/omlaag scrollen met de knoppen.Informatievak - bevestig met de selectieknop.RijmodiMet de rijmodi kunnen de gasklepres-pons (MAP) en de tractiecontrole (TC) worden aangepast aan verschillende wegomstandigheden en voorkeuren van de bestuurder.Rijmodi kunnen gemakkelijk bij stil-staande of rijdende motorfiets worden geselecteerd met behulp van de modus-knop op de schakelaarbehuizing op de linker handgreep, zie pagina 48.Trident, Trident 660 - Triple Tribute en Tiger SportDe volgende rijmodi zijn beschikbaar: Rain en Road.Daytona 660De volgende rijmodi zijn beschikbaar: Rain, Road en Sport.Elke rijmodus is instelbaar, zie pagina 56 voor meer informatie.

INSTRUMENTEN47Rain-modusIn de modus Rain zijn de instellingen van ABS, MAP en TC optimaal voor normaal weggebruik bij regenachtig weer.RainABS MAP TCROAD RAIN RAINSysteeminstellingenABSRoad – optimale ABS-in-stelling voor gebruik op de weg.MAPRain – gereduceerde gaskleprespons in vergelij-king met de Road-modus, voor natte of gladde omstandigheden.TCRain – optimale TC-instel-lingen voor gebruik op de weg bij regenachtig weer, minimale achterwielslip toegestaan.Road-modusIn de modus Road zijn de instellingen van ABS, MAPen TC optimaal voor normaal weggebruik.RoadABS MAP TCROAD ROAD ROADSysteeminstellingenABSRoad – optimale ABS-in-stelling voor gebruik op de weg.MAPRoad – standaard gaskle-prespons.TCRoad – optimale TC-in-stelling voor gebruik op de weg.

INSTRUMENTEN48SportmodusAlleen Daytona 660In de modus Sport zijn de instellingen van ABS, MAP en TC optimaal voor normaal sportief gebruik.SportABS MAP TCROAD SPORT SPORTSysteeminstellingenABSRoad – optimale ABS-in-stelling voor gebruik op de weg.MAPSport – verhoogde gaskle-prespons in vergelijking met de Road-modus.TCSport – laat een hogere achterwielslip toe vergeleken met de Road-instelling.Rijmodi selecteren WAARSCHUWINGOm op een rijdende motor een rijmodus te selecteren, moet de bestuurder de motorfiets kortstondig laten freewheelen (motorfiets rijdt, motor draait, gas dicht, koppelings-hendel ingetrokken en remmen los).Selectie van een rijmodus onder het rijden mag alleen worden geprobeerd:- Bij lage snelheid- Op plaatsen waar geen ander verkeer is- Op rechte en vlakke wegen of opper-vlakken- Bij goede weg- en weersomstandig-heden- Daar waar het veilig is om de motorfiets kortstondig te laten free-wheelen.Selectie van een rijmodus onder het rijden MAG NIET worden geprobeerd:- Bij hoge snelheid- Te midden van rijdend verkeer- Tijdens het nemen van een bocht of op bochtige wegen of oppervlakken- Op sterk hellende wegen of opper-vlakken- Bij slechte weg- en weersomstandig-heden- Daar waar het onveilig is om de motorfiets kortstondig te laten free-wheelen.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Triumph Trident (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden