Triumph Tiger 1200 Rally Pro (2024) Handleiding

Triumph Motor Tiger 1200 Rally Pro (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Triumph Tiger 1200 Rally Pro (2024) (243 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Triumph Tiger 1200 Rally Pro (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/243
GEBRUIKERSHANDLEIDING
01
Tiger1200GTPro, Tiger1200RallyPro,
Tiger1200GTExplorer en Tiger1200RallyExplorer
Deze handleiding bevat informatie over de Triumph-motorfiets(en) Tiger1200GTPro, Tiger1200RallyPro,
Tiger1200GTExplorer en Tiger1200RallyExplorer. Bewaar deze gebruikershandleiding altijd bij de motorfiets en
raadpleeg de informatie indien nodig.
De informatie in deze uitgave is gebaseerd op de meest recente, op het moment van publicatie beschikbare informatie.
Triumph behoudt zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande mededeling of verplichting, wijzigingen aan te
brengen.
Deze publicatie mag niet in zijn geheel, noch gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van
Triumph Motorcycles Limited.
© Copyright 10.2023 Triumph Motorcycles Limited, Hinckley, Leicestershire, Engeland.
Publicatie onderdeelnummer 3850625-NL versie 1

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Triumph
Categorie: Motor
Model: Tiger 1200 Rally Pro (2024)

Handleiding Triumph Tiger 1200 Rally Pro (2024) – volledige tekst

GEBRUIKERSHANDLEIDING01Tiger1200GTPro, Tiger1200RallyPro,Tiger1200GTExplorer en Tiger1200RallyExplorerDeze handleiding bevat informatie over de Triumph-motorfiets(en) Tiger 1200 GT Pro, Tiger 1200 Rally Pro,Tiger 1200 GT Explorer en Tiger 1200 Rally Explorer. Bewaar deze gebruikershandleiding altijd bij de motorfiets enraadpleeg de informatie indien nodig.De informatie in deze uitgave is gebaseerd op de meest recente, op het moment van publicatie beschikbare informatie.Triumph behoudt zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande mededeling of verplichting, wijzigingen aan tebrengen.Deze publicatie mag niet in zijn geheel, noch gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming vanTriumph Motorcycles Limited.© Copyright 10.2023 Triumph Motorcycles Limited, Hinckley, Leicestershire, Engeland.Publicatie onderdeelnummer 3850625-NL versie 1

INHOUDSOPGAVE02Deze gebruikershandleiding bevat een aantal verschillende hoofdstukken.Onderstaande inhoudsopgave helpt u het begin van elk hoofdstuk op te zoeken,waar u – in het geval van grotere hoofdstukken – een meer gedetailleerdeinhoudsopgave aantreft, die u helpt het betreffende onderwerp te vinden.03 VOORWOORD07 VEILIGHEID VOOROP16 WAARSCHUWINGSLABELS18 ONDERDELENOVERZICHT21 SERIENUMMERS23 INSTRUMENTEN63 ALGEMENE INFORMATIE117 RIJDEN OP DE MOTORFIETS135 ACCESSOIRES, LADING EN PASSAGIERS143 ONDERHOUD EN AFSTELLING201 REINIGING EN STALLING215 GARANTIE229 SPECIFICATIES235 INDEX240 GOEDKEURINGSINFORMATIE

Dank u voor het kiezen van eenTriumph-motorfiets. Deze motorfiets ishet resultaat van Triumph's toepassingvan beproefde technieken, grondigetests en het voortdurend streven naarsuperieure betrouwbaarheid, veiligheiden prestaties. Lees voordat u gaat rijden dezegebruikershandleiding aandachtig doorom volledig vertrouwd te raken met dewerking van de bedieningselementen, dekenmerken, de capaciteiten en debeperkingen van uw motorfiets. Deze handleiding bevat tips voor veiligrijden, maar beschrijft niet alletechnieken en vaardigheden die nodigzijn om veilig op een motorfiets te rijden. Triumph adviseert motorrijdersnadrukkelijk de nodige lessen te nemenom deze motorfiets veilig te kunnenbedienen. De nieuwste versie van dezegebruikershandleiding met eventuelewijzigingen is verkrijgbaar bij uw lokaledealer en online opwww. triumphmotorcycles. co.

VOORWOORD04QR-codeOm de gebruikershandleiding tedownloaden;Voer het onderstaande adres in eenwebbrowser in:www.triumphmotorcycles.co.uk/handbooksof;Scan de QR-code met uw smartphoneDeze QR-code is ook te vinden op eenpermanent label dat op uw motorfiets isbevestigd, onder het zadel of achter hetzijpaneel.Nadat u het webadres heeft ingevoerdof de QR-code heeft gescand, wordt uwbrowser naar een webpagina geleidwaar u uw gebruikershandleiding kuntselecteren en downloaden.Gevaren, waarschuwingen,maningen tot voorzichtigheiden mededelingenBijzonder belangrijke informatie wordt inde volgende vorm gepresenteerd: GEVAARDit gevaarsymbool duidt op specialeinstructies of procedures die, als zeniet goed worden opgevolgd,persoonlijk letsel of de dood tot gevolghebben.

WAARSCHUWINGDit waarschuwingssymbool duidt opspeciale instructies of procedures die,als ze niet goed worden opgevolgd,persoonlijk letsel of de dood tot gevolgkunnen hebben. VOORZICHTIGDit symbool maant tot voorzichtigheiden gaat vergezeld van specialeinstructies of procedures die, als zeniet strikt worden opgevolgd, licht totmatig letsel tot gevolg kunnen hebben.KENNISGEVINGDit opmerkingssymbool duidt oppunten die belangrijk zijn voor eenefficiëntere en gemakkelijkerebediening.

VOORWOORD05WaarschuwingslabelsBovenstaand symbool wordt opbepaalde plaatsen op de motorfietsweergegeven. Het symbool betekentVOORZICHTIG: RAADPLEEG DEHANDLEIDING en dit wordt gevolgd dooreen grafische voorstelling van hetbetreffende onderwerp.Probeer nooit op de motorfiets te rijdenof een aanpassing uit te voeren zonderde in deze handleiding beschrevenrelevante instructies te raadplegen.Raadpleeg het gedeelte Locaties van dewaarschuwingslabels in dezehandleiding voor de locatie van allelabels met dit symbool.

Dit symboolwordt zo nodig ook weergegeven op depagina's met de relevante informatie.OnderhoudOm een lang, veilig en probleemloosgebruik van uw motorfiets tegaranderen, dient het onderhoud teworden uitgevoerd door een deskundigemet specialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Een erkende Triumph-dealer beschiktover de noodzakelijke kennis,apparatuur en vakkundigheid om uwTriumph-motorfiets goed teonderhouden.Bezoek de Triumph-website opwww.triumph.co.uk of neem telefonischcontact op met de bevoegdedistributeur in uw land voor informatieover de dichtstbijzijnde erkendeTriumph-dealer. De adressen zijn ookvermeld in het bij deze handleidinggeleverde onderhoudsboekje.

VOORWOORD06GeluiddempingssysteemWijzigen van hetgeluiddempingssysteem is verboden.Eigenaars worden gewaarschuwd dathet wettelijk verboden kan zijn om:▼ onderdelen of designelementen vannieuwe voertuigen die bedoeld zijnvoor geluiddemping, voorafgaand aande verkoop of aflevering aan dekoper of daarna te verwijderen ofbuiten werking te stellen, behalve alsdat nodig is voor onderhoud,reparatie of vervanging, en,▼ het voertuig te gebruiken nadat zo'nonderdeel of designcomponent isverwijderd of buiten werking isgesteld.Onder knoeien worden onder meer devolgende handelingen verstaan:▼ Verwijderen of doorboren van degeluiddemper, schotten,uitlaatbochten of enig anderonderdeel dat uitlaatgassen geleidt.▼ Verwijderen of doorboren van enigonderdeel van het inlaatsysteem.▼ Gebrek aan goed onderhoud.▼ Vervanging van bewegende delenvan het voertuig, of delen van deuitlaat of het inlaatsysteem, dooronderdelen die niet door de fabrikantzijn aangegeven.Praat met TriumphOnze relatie met u stopt niet bij deaankoop van uw Triumph.

Uw feedbackover de ervaringen tijdens aankoop enbezit zijn zeer belangrijk voor ons omonze producten en diensten voor u teontwikkelen.U helpt ons daarmee door ervoor tezorgen dat uw erkende Triumph-dealeruw e-mailadres heeft en dat bij onsregistreert. U ontvangt dan van ons opuw e-mailadres een uitnodiging vooreen online-klanttevredenheidsonderzoekwaarmee u ons deze feedback kuntgeven.Het Triumph-team.TerreinrijdenDe motorfietsen zijn bedoeld voorgebruik op de weg en licht terreinrijden.Onder licht terreinrijden wordt gebruikop ongeplaveide zand- of grindwegenverstaan, maar niet het rijden op eenmotorcrossbaan, deelname aan eenoffroadwedstrijd (zoals motorcross ofenduro), of terreinrijden met eenpassagier.Licht terreinrijden strekt zich niet uit totspringen met de motorfiets of het rijdenover obstakels. Probeer niet over bultenof obstakels te springen.

VEILIGHEID VOOROP07De motorfiets WAARSCHUWINGDe motorfietsen zijn bedoeld voorgebruik op de weg en lichtterreinrijden. Onder licht terreinrijdenwordt gebruik op ongeplaveide zand-of grindwegen verstaan, maar niet hetrijden op een motorcrossbaan,deelname aan een offroadwedstrijd(zoals motorcross of enduro), ofterreinrijden met een passagier. Licht terreinrijden strekt zich niet uittot springen met de motorfiets of hetrijden over obstakels. Probeer nietover bulten of obstakels te springen. Probeer niet over obstakels te rijden. Extreem terreinrijden kan leiden totverlies van controle over demotorfiets, wat kan leiden tot ernstigletsel of de dood. WAARSCHUWINGDeze motorfiets is ontworpen voorgebruik als tweewielig voertuig om eenbestuurder met maximaal éénpassagier te vervoeren (mits eenpassagierszadel en achterstevoetsteunen zijn aangebracht).

Het totale gewicht van de berijder, eeneventuele passagier, accessoires enbagage mag het in de specificatiesvermelde maximale laadvermogen nietoverschrijden. Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg. WAARSCHUWINGDeze motorfiets is uitgerust met eenkatalysator onder de motor, die samenmet het uitlaatsysteem zeer hogetemperaturen kan bereiken wanneerde motor draait. Brandbare materialen zoals gras, hooi/stro, bladeren, kleding en bagagekunnen ontbranden wanneer ze incontact komen met een willekeurigonderdeel van het uitlaatsysteem. Zorg er altijd voor dat brandbarematerialen niet in aanraking kunnenkomen met het uitlaatsysteem of dekatalysator. Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot brand, metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.

WAARSCHUWINGDeze motorfiets is niet ontworpenvoor het trekken van een aanhangerof het gebruik van een zijspan. Het monteren van een zijspan en/ofaanhanger kan de handelbaarheid, destabiliteit of andere aspecten van hetmotorrijden beïnvloeden.

WAARSCHUWINGControleer de velgen en spakenregelmatig op slijtage enbeschadigingen.Controleer de spaakspanning op alleintervallen in het onderhoudsschema.Neem voor het vastzetten van lossespaken contact op met eendeskundige met specialistische entechnische kennis van motorfietsen,zoals een erkende Triumph-dealer.Verkeerd aangedraaide spakenkunnen de handelbaarheid en destabiliteit beïnvloeden, wat kan leidentot verlies van controle over demotorfiets met mogelijk ernstig letselof de dood tot gevolg.KENNISGEVINGMotorrijden in extremeomstandigheden, zoals natte enmodderige wegen, op ruw terrein of instoffige en vochtige omgevingen, kanleiden tot bovengemiddelde slijtage enbeschadiging van bepaaldecomponenten.Daarom kan onderhoud en vervangingvan versleten of beschadigdeonderdelen noodzakelijk zijn voordatde geplande datum voor hetperiodieke onderhoud is bereikt.Het is belangrijk dat de motorfietswordt geïnspecteerd na het rijden inextreme omstandigheden en datversleten of beschadigde onderdelenworden onderhouden of vervangen.

WAARSCHUWINGBENZINE IS UITERST BRANDBAAR:- Schakel de motor altijd uit wanneer ugaat tanken.- Let goed op en blijf alert tijdens hettanken.- Niet tanken of de vuldop van de tankopenen terwijl u rookt of in de buurtbent van open vuur (vlammen).- Mors tijdens het tanken geenbrandstof op de motor, deuitlaatpijpen of de dempers.- Als brandstof is ingeslikt, ingeademdof in de ogen terechtgekomen is, moetdirect medische hulp wordeningeroepen.- Als benzine op de huid terechtkomt,dient deze onmiddellijk te wordengewassen met water en zeep en metbrandstof verontreinigde kleding dientonmiddellijk te worden uitgetrokken.- Contact met brandstof kanbrandwonden en andere ernstigehuidaandoeningen veroorzaken.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot ernstig letsel ofde dood.Valhelm en kleding GEVAAREen valhelm is een van debelangrijkste uitrustingsstukken,omdat deze bescherming biedt tegenhoofdletsel.

Uw valhelm en die van uwpassagier dienen met zorg te wordengekozen en comfortabel en stevig omhet hoofd te passen. Een felgekleurdehelm verhoogt de zichtbaarheid van derijder (of passagier) voor andereweggebruikers aanzienlijk.Een valhelm met open voorzijde biedtenige bescherming bij een ongeval,maar een integraalhelm biedt beterebescherming.Draag altijd een vizier of eengoedgekeurde beschermende bril voorbeter zicht en ter bescherming van uwogen.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies leidt tot ernstig letsel of dedood.

VEILIGHEID VOOROP10 WAARSCHUWINGTijdens het rijden op de motorfietsdienen de berijder en de passagier (bijmodellen waarop een passagiervervoerd mag worden) altijd geschiktekleding te dragen, waaronder valhelm,oogbescherming, handschoenen,laarzen, broek (nauw aansluitend rondde knieën en de enkels) en eenfelgekleurd jack.Tijdens offroadgebruik (op modellendie geschikt zijn voor offroadgebruik),moet de rijder altijd geschikte kledingdragen, inclusief broek en laarzen.Felgekleurde kleding verhoogt dezichtbaarheid van de rijder (of depassagier) voor andere weggebruikersaanzienlijk.Hoewel volledige bescherming nietmogelijk is, kan het risico op ernstig ofdodelijk letsel worden verminderd doorde juiste beschermende kleding tedragen.Onderhoud en apparatuur WAARSCHUWINGNeem bij twijfel over het juiste ofveilige gebruik van deze motorfietscontact op met een deskundige metspecialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Wanneer wordt doorgereden op eenniet goed werkende motorfiets kaneen defect verergeren en kan deveiligheid in gevaar komen.Doorgaan met het gebruik van eenniet goed werkende motorfiets kan dehandelbaarheid, de stabiliteit of andereaspecten van het rijden op demotorfiets beïnvloeden, wat kan leidentot verlies van controle over demotorfiets met mogelijk ernstig letselof de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP11 WAARSCHUWINGAls de motorfiets bij een ongeval,aanrijding of valpartij betrokken isgeweest, dient hij te wordenweggebracht voor inspectie enreparatie.Inspecties en reparaties moetenworden verricht door een deskundigemet specialistische en technischekennis van motorfietsen, zoals eenerkende Triumph-dealer.Een ongeval kan schade aan demotorfiets veroorzaken, die, indien nietop de juiste wijze gerepareerd, eentweede ongeval kan veroorzaken metletsel of de dood tot gevolg.Parkeren WAARSCHUWINGAltijd de motor uitschakelen en decontactsleutel verwijderen voordat uuw motorfiets onbeheerd achterlaat.Door het verwijderen van decontactsleutel wordt het risico vangebruik door onbevoegde enonervaren personen verkleind.Denk aan het volgende als u uwmotorfiets parkeert:- Zet de motorfiets in de eersteversnelling om te voorkomen dat hijvan de standaard rolt.- De motor, radiateur, hetuitlaatsysteem, de achtervering en deremmen zijn heet na het rijden.Parkeer NOOIT op plaatsen waarvoetgangers, dieren en/of kinderen demotorfiets kunnen aanraken.- Parkeer nooit op een zachteondergrond of op een hellendoppervlak.

WAARSCHUWINGAlle rijders moeten in het bezit zijn vaneen rijbewijs voor motorfietsen.Het zonder rijbewijs besturen van eenmotorfiets is verboden en kangerechtelijke vervolging tot gevolghebben.Het gebruik van de motorfiets zonderformele training in de juisterijtechnieken die nodig zijn om eenrijbewijs te krijgen, is gevaarlijk.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg. WAARSCHUWINGRijd altijd defensief en draag debeschermende uitrusting die elders indit deel Veiligheid voorop wordengenoemd.Onthoud dat een motorfiets bij eenongeval minder bescherming biedt daneen auto.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot ernstig letsel ofde dood.

VEILIGHEID VOOROP13 WAARSCHUWINGWees altijd bedacht op veranderingenin het wegdek, het verkeer en de winden pas uw rijgedrag hierop aan. Alletweewielige voertuigen zijn onderhevigaan externe krachten die dehandelbaarheid, de stabiliteit of andereaspecten van de motorfiets kunnenbeïnvloeden.Deze factoren zijn onder andere:- windstoten van passerendevoertuigen- gaten in de weg, oneffenheden ofbeschadigingen in het wegdek- slecht weer- fouten van de bestuurder.Rijd altijd met matige snelheid envermijd druk verkeer, totdat u zichvolledig vertrouwd hebt gemaakt metde werking en de rijeigenschappen vande motorfiets.

Overschrijd nooit dewettelijk geldende snelheidslimiet.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.Trilling/slingeringEen slingering is een relatief langzame,op en neer gaande beweging van deachterkant van de motorfiets, terwijleen trilling een snelle, soms sterkebeving van het stuur is. Dit zijnverwante, maar apartestabiliteitsproblemen die gewoonlijkveroorzaakt worden door te veelgewicht op de verkeerde plaats of dooreen mechanisch probleem zoalsversleten of loszittende lagers, te slappeof ongelijkmatig versleten banden.De oplossing is in beide gevallenhetzelfde. Houd het stuur stevig vastzonder de armen op slot te zetten of destuurbeweging tegen te gaan. Draai hetgas gelijkmatig terug om geleidelijkvaart te minderen.

Rem niet enaccelereer niet in een poging om hettrillen of slingeren te stoppen. Somshelpt het om het lichaamsgewicht naarvoren te verplaatsen door over de tankte buigen.Copyright © 2005 Motorcycle SafetyFoundation. Alle rechten voorbehouden.Gebruikt met toestemming.

VEILIGHEID VOOROP14Stuur en voetsteunen WAARSCHUWINGDe bestuurder dient de motorfietsonder controle te houden door te allentijde de handen aan het stuur tehouden.Als de motorrijder zijn handen van hetstuur haalt, tast dat dehandelbaarheid en de stabiliteit van demotorfiets aan.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg. WAARSCHUWINGDe bestuurder en de passagier (indienvan toepassing) dienen tijdens hetrijden altijd de voetsteunen tegebruiken.Door de voetsteunen te gebruikenwordt voor zowel de bestuurder als depassagier het risico op onbedoeldcontact met onderdelen van demotorfiets verminderd.

Ook de kans opverwondingen doordat kledingstukkenvast komen te zitten neemt op diemanier af.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg. WAARSCHUWINGZorg er altijd voor dat depassagiersvoetsteunen volledig zijnuitgetrokken bij het meerijden van eenpassagier.Vervoer nooit een passagier zonderdat hij of zij de volledig uitgetrokkenpassagiersvoetsteunen gebruikt.Onjuiste plaatsing van de voet ergensop de motorfiets in plaats van hetgebruik van de voetsteunen kan ertoeleiden dat:- de voeten of kleding van depassagier bekneld raken- de passagier in contact komt methete uitlaatpijpen.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk materiële schade, ernstigletsel of de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP15 WAARSCHUWINGVervang altijd dehellingshoekindicators voordat ze totde slijtagelimiet zijn afgesleten.Wanneer de hellingshoekindicators totvoorbij de slijtagelimiet zijn afgesleten,kan de motorfiets tot een onveiligehoek overhellen.Overhellen tot een onveilige hoek kanleiden tot verlies van controle over demotorfiets met mogelijk ernstig letselof de dood tot gevolg.Onderdelen en accessoires WAARSCHUWINGDe eigenaar dient zich ervan bewustte zijn dat onderdelen, accessoires enaanpassingen voor een Triumph-motorfiets alleen goedgekeurd zijnwanneer ze door Triumph voorzien zijnvan een officiële goedkeuring.We raden aan accessoires te latenaanbrengen en aanpassingen te latenverrichten door een deskundige metspecialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Het is met name bijzonder gevaarlijkom onderdelen of accessoires aan tebrengen of te vervangen waarvoor hetnoodzakelijk is om het elektrische ofhet brandstofsysteem te demonteren,of hierop uitbreidingen aan tebrengen.

Dergelijke aanpassingenkunnen de veiligheid in gevaarbrengen.Het aanbrengen van niet-goedgekeurde onderdelen, accessoiresof aanpassingen kan een nadeligeffect hebben op de handelbaarheid,de stabiliteit en andere aspecten vande werking van de motorfiets, wat kanleiden tot verlies van controle over demotorfiets met mogelijk ernstig letselof de dood tot gevolg.Triumph aanvaardt geenaansprakelijkheid voor gebreken die zijnveroorzaakt door het aanbrengen vanniet-goedgekeurde onderdelen,accessoires of aanpassingen.Triumph aanvaardt geenaansprakelijkheid voor gebreken die zijnveroorzaakt door het aanbrengen vanniet-goedgekeurde onderdelen,accessoires of aanpassingen.

WAARSCHUWINGSLABELS17RechterkantKENNISGEVINGAlle waarschuwingslabels en stickers, met uitzondering van het label voor inrijden,worden op de motorfiets aangebracht met een sterke lijm. In sommige gevallenworden labels aangebracht voorafgaand aan het aanbrengen van de laklaag.Daarom zal elke poging om de waarschuwingslabels te verwijderen, schadeveroorzaken aan lakwerk of carrosserie.732DAILY SAFETY CHECKSTÄGLICHE SICHERHEITSKONTROLLENCONTROLES DE SECURITE QUOTIDIENSCHEQUEOS DE SEGURIDAD DIARIOSVERIFICAÇÕES DIÁRIAS DE SEGURANÇAVERIFICHE GIORNALIERE DI SICUREZZADAGELIJSKE VEILIGHEIDSINSPECTIESDAGLIG SÄKERHETSKONTROLL運行前点検4RON/ROZ min. 95E5 E103900695Unleaded fuel onlyCarburant sans plombGasolina sin plomoBleifreies BenzinEndast blyfri bensinBenzina senza piomboOngelode BrandstofCombustival sem schumbowww.triumphmotorcycles.co.uk/handbooks1651.

SERIENUMMERS21VoertuigIdentificatieNummer (VIN)Het voertuigidentificatienummer (VIN) isaan de rechterkant van hetbalhoofdgedeelte in het frame geslagen.11. VoertuigidentificatienummerNoteer het VIN in de daarvoor bestemderuimte in het onderhoudsboekje van demotorfiets.MotorserienummerHet motorserienummer is direct bovenhet koppelingsdeksel in het motorcartergeslagen.11. MotorserienummerNoteer het motorserienummer in dedaarvoor bestemde ruimte in hetonderhoudsboekje van de motorfiets.

INSTRUMENTEN25WaarschuwingslampjesKENNISGEVINGAls een rood waarschuwingslampjewordt weergegeven, moet demotorfiets onmiddellijk wordenstopgezet. Lees eventuelewaarschuwingsberichten en los hetprobleem op.Als een oranje waarschuwingslampjewordt weergegeven, hoeft demotorfiets niet onmiddellijk te wordenstopgezet.

Lees eventuelewaarschuwingsberichten en los hetprobleem op.Wanneer het contact wordtingeschakeld, lichten dewaarschuwingslampjes op hetinstrumentenpaneel 1,5 seconde op engaan vervolgens weer uit (behalve delampjes die blijven branden tot de motorwordt gestart, zoals beschreven op devolgende pagina's).StoringslampjemotormanagementsysteemHet storingslampje voor hetmotormanagementsysteem licht opwanneer het contact wordtingeschakeld (om aan te geven dat hetsysteem werkt), maar mag niet gaanbranden wanneer de motor draait.Als de motor loopt en er een storing isin het motormanagementsysteem,brandt de MIL en begint het algemenewaarschuwingssymbool te knipperen. Indat geval schakelt hetmotormanagementsysteem over naarde 'thuisbrengmodus', zodat de rit kanworden voortgezet indien de storingniet zo ernstig is dat de motor niet kandraaien.

WAARSCHUWINGVerlaag de snelheid en rijd niet langerdoor dan noodzakelijk wanneer hetstoringslampje brandt. De storing kande motorprestaties, de uitstoot vanuitlaatgassen en hetbrandstofverbruik beïnvloeden.De storing moet worden gecontroleerden verholpen door een deskundige metspecialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Een gebrekkige werking van de motorkan gevaarlijke rijomstandighedenveroorzaken, wat kan leiden tot verliesvan controle over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.Als het storingslampje knippert wanneerhet contact wordt ingeschakeld, neemdan zo snel mogelijk contact op met eenerkende Triumph-dealer om dezesituatie te verhelpen. Onder dezeomstandigheden zal de motor nietstarten.

Het waarschuwingslampje lageoliedruk gaat ook branden als hetcontact wordt ingeschakeld en de motorniet draait.KENNISGEVINGAls de oliedruk te laag is, gaat hetwaarschuwingslampje lage-oliedrukbranden.Schakel de motor onmiddellijk uit enonderzoek de situatie wanneer hetcontrolelampje voor lage oliedruk blijftbranden.Indien de motor met een te lageoliedruk draait, ontstaat ernstigemotorschade.Controlelampje startonderbreker/alarminstallatieDeze Triumph-motorfiets isuitgerust met een startonderbreker diegeactiveerd wordt wanneer decontactschakelaar in de stand OFF (UIT)wordt gedraaid.Zonder gemonteerd alarmWanneer de contactschakelaar in destand OFF (UIT) staat, knippert hetlampje van startonderbreker/alarmgedurende 24uur om aan te geven datde startonderbreker ingeschakeld is.Wanneer de contactschakelaar in destand ON (AAN) staat, zijnstartonderbreker en het controlelampjeuitgeschakeld.Als het controlelampje blijft branden,betekent dit dat er een storing in destartonderbreker is die nader moetworden onderzocht.

INSTRUMENTEN27Controlelampje Hill HoldHet controlelampje van dehellingrem wordt gebruikt om aan tegeven dat het hellingremsysteem actiefis en de achterrem zal bedienen om demotorfiets in positie te houden.Zie pagina 129 voor meer informatieover het hellingremsysteem.Werking controlelampje hellingremOnder normale rijomstandigheden blijfthet controlelampje van de hellingremuit.Wanneer het hellingremsysteem isgeactiveerd, licht het controlelampje vande hellingrem groen op en blijft hetgroen totdat het hellingremsysteem nietmeer beschikbaar is.Het controlelampje van de hellingremwordt oranje als het hellingremsysteemniet beschikbaar is.Controlelampje hellingrem uitgeschakeldHet hellingremsysteem kanautomatisch of handmatig wordenuitgeschakeld.

Als hethellingremsysteem is uitgeschakeld,brandt het controlelampje oranje omaan te geven dat de hellingrem isuitgeschakeld.Waarschuwingslampjeantiblokkeerremsysteem (ABS) WAARSCHUWINGAls het antiblokkeerremsysteem (ABS)niet werkt, werkt het remsysteemverder als een remsysteem zonderABS. Rijd niet langer door dannoodzakelijk wanneer het ABS-waarschuwingslampje brandt.De storing moet worden gecontroleerden verholpen door een deskundige metspecialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Te hard remmen kan ertoe leiden datde wielen blokkeren, wat kan leiden totverlies van controle over de motorfietsmet mogelijk ernstig letsel of de doodtot gevolg.KENNISGEVINGTractiecontrole werkt niet bij eenstoring aan het ABS-systeem. In datgeval branden dewaarschuwingslampjes voor de ABS entractiecontrole en het storingslampje.

INSTRUMENTEN28Wanneer het contact wordtingeschakeld, is het normaal dat hetwaarschuwingslampje voor het ABS-systeem gaat knipperen. Het lampjeblijft knipperen nadat de motor gestartis, totdat de motorfiets een snelheid vanmeer dan 10km/h heeft bereikt, waarnahet lampje dooft. Als het ABS-waarschuwingslampjecontinu brandt, betekent dit dat deABS-functie niet beschikbaar is omdat:▼ de ABS-functie door de berijder isuitgeschakeld;▼ zich in het ABS-systeem een storingheeft voorgedaan die onderzochtmoet worden. Als het lampje tijdens het rijden gaatbranden, betekent dit dat er een storingin het ABS is opgetreden, die nadermoet worden onderzocht. Bochten-ABS (OCABS) (indiengemonteerd)Het waarschuwingslampje knippertlangzaam als de modus Off-Road isgeselecteerd. Dit geeft aan dat de ABSis aangepast.

Het waarschuwingslampje blijftconstant branden als Off-Road Pro(indien beschikbaar) is geselecteerd. Ditgeeft aan dat ABS is uitgeschakeld. Erwordt een waarschuwing in het displayweergegeven. Als het waarschuwingslampje op enigander moment onder het rijden gaatbranden, betekent dit dat er een storingin het ABS-systeem is opgetreden, dienader moet worden onderzocht. Controlelampje tractiecontrole (TC)Het TC-controlelampje wordtgebruikt om aan te geven dat hettractiecontrolesysteem actief is en bezigis om slippen van het achterwiel tebeperken bij snelle acceleratie of opnatte of gladde wegen. Tractiecontrolewerkt niet bij een storing aan het ABS-systeem. In dat geval branden dewaarschuwingslampjes voor de ABS entractiecontrole en het storingslampje.

WAARSCHUWINGAls de tractiecontrole niet werkt, moetvoorzichtigheid in acht wordengenomen bij het accelereren en hetnemen van bochten op een nat of gladwegdek, om doorslippen van hetachterwiel te voorkomen. Rijd nietlanger door dan noodzakelijk wanneerhet storingslampje voor hetmotormanagementsysteem (MIL) enhet waarschuwingslampje van detractiecontrole branden.

De storing moet worden gecontroleerden verholpen door een deskundige metspecialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer. Bij snel accelereren en hard rijden inbochten kan het achterwieldoorslippen, wat kan leiden tot verliesvan controle over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.

INSTRUMENTEN29Als tractiecontrole is ingeschakeld:▼ Onder normale rijomstandighedenblijft het tractiecontrolelampje uit.▼ Het tractiecontrolelampje knippertsnel wanneer hettractiecontrolesysteem in werking isom slippen van het achterwiel tebeperken bij snelle acceleratie of opeen natte of gladde weg.Als tractiecontrole is uitgeschakeld:▼ Het controlelampje brandt niet. Inplaats daarvan gaat hetwaarschuwingslampje 'TCuitgeschakeld' branden.WaarschuwingslampjeTractiecontrole (TC) uitgeschakeldHet waarschuwingslampjeTractiecontrole (TC) uitgeschakeld magalleen gaan branden bij een storing ofals de tractiecontrole uitgeschakeld is.Als het waarschuwingslampje tijdenshet rijden gaat branden, betekent ditdat er in het tractiecontrolesysteem eenstoring is opgetreden die nader moetworden onderzocht.

De storing moetworden gecontroleerd en verholpendoor een deskundige met specialistischeen technische kennis van motorfietsen,zoals een erkende Triumph-dealer.Statuslampje dodehoekradarHet statuslampje van dedodehoekradar werkt met hetdodehoekradarsysteem, zie pagina84.Het statuslampje van de dodehoekradarbrandt groen wanneer dedodehoekradar ingeschakeld en actief is.Het statuslampje van de dodehoekradarbrandt oranje wanneer dedodehoekradar uitgeschakeld en nietactief is.Het statuslampje van de dodehoekradarbrandt ook oranje als er een storing ismet de dodehoekradar en er wordt eenbericht weergegeven op hetinstrumentendisplay.

INSTRUMENTEN30GrootlichtlampjeWanneer het contact wordtingeschakeld en de dimschakelaar opgrootlicht is ingesteld, gaat hetwaarschuwingslampje voor grootlichtbranden.Controlelampje dagrijlicht (DRL)(indien gemonteerd)Wanneer het contact wordtingeschakeld en de dagrijlichtschakelaarop dagrijlicht is ingesteld, gaat hetcontrolelampje voor het dagrijlichtbranden. Overdag zorgt dedagrijverlichting (DRL) ervoor dat demotorfiets beter zichtbaar is voorandere weggebruikers. In anderesituaties moet het dimlicht wordengebruikt, tenzij de verkeerssituatie hetgebruik van grootlicht mogelijk maakt.Als het dimlicht wordt ingeschakeld,gaat het controlelampje van dedagrijverlichting uit.De dagrijlichten en dimlichten wordenmet de hand bediend via een schakelaarop de linker schakelaarbehuizing.

WAARSCHUWINGRij niet langer dan noodzakelijk methet dagrijlicht (DRL) als hetomgevingslicht zwak is.Als het donker is, in tunnels, of als deomgevingsverlichting zwak is, kunnende dagrijlichten het zicht belemmerenof andere weggebruikers verblinden.Verblinding van andere weggebruikersof beperkt zicht bij slechte verlichtingkan leiden tot verlies van controle overde motorfiets met mogelijk ernstigletsel of de dood tot gevolg.WaarschuwingslampjebrandstofniveauHet waarschuwingslampje voorhet brandstofniveau gaat brandenwanneer er nog circa 3,5 liter brandstofin de tank aanwezig is.

INSTRUMENTEN31Bandenspanningswaarschuwingslampje (mitsbandenspanningscontrolesysteem isingebouwd) WAARSCHUWINGZet de motorfiets stil wanneer hetwaarschuwingslampje voor debandenspanning gaat branden.Rij niet op de motorfiets tot de bandengecontroleerd zijn en de juistebandenspanning hebben in koudetoestand.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.KENNISGEVINGHet bandenspanningscontrolesysteem(TPMS) is op sommige modellengemonteerd en is verkrijgbaar alsaccessoire voor modellen zonderTPMS.Het waarschuwingslampjevoor de bandenspanning werkt samenmet hetbandenspanningscontrolesysteem(TMPS), zie pagina94.Het waarschuwingslampje voor debandenspanning gaat branden in devolgende gevallen:▼ een van de bandenspanningen islager dan de aanbevolen spanning.Het gaat niet branden wanneer debandenspanning te hoog is.▼ een batterij van debandenspanningssensor is bijna leeg.▼ signaalverlies van eenbandenspanningssensor.Wanneer het waarschuwingslampjebrandt, wordt op het displayautomatisch het TPMS-symbool met eentekstuele aanduiding van de storinggetoond.12:34PM15°C0FENMPHRPM X 10008910111234567891011123456701212X1 2Zie Handboek2/3Bandenspanning achter1.

INSTRUMENTEN32Waarschuwingen eninformatieberichtenAls zich een storing voordoet kunnen erverschillende waarschuwingen eninformatieberichten verschijnen. In datgeval hebben waarschuwingsberichtenvoorrang boven informatieberichten enwordt het waarschuwingssymbool ophet display weergegeven. Het aantalactieve waarschuwingsberichten wordtweergegeven in het menugedeelte.12:34PM15°C0FENMPHRPM X 10008910111234567891011123456701212XSensor voorbandZie Handboek2/3Om toegang te krijgen tot de informatiein het menugedeelte, moeten dewaarschuwingsberichten eerst wordenbevestigd.Om de waarschuwing te bevestigen,drukt u op het midden van de joystick.Doe dit voor elke waarschuwing.

INSTRUMENTEN33KilometertellerDe kilometerteller geeft de totale doorde motorfiets afgelegde afstand weer.De kilometerteller wordt alleen in hetmenu Onderhoud weergegeven.15°C12:34PM0FENMPHRPM X 100089101112345678910111234567012121Onderhoud ovr:Of:Kilometerteller:ONDERHOUD300 mi300 mi12/2022Volgende beurt bijVorige beurt bij0 mi600 mi1. KilometertellerToerentellerKENNISGEVINGLaat het motortoerental nooit hogerworden dan het maximumtoerental,omdat dit kan leiden tot ernstigemotorschade.De toerenteller geeft het motortoerentalweer in omwentelingen per minuut -omw/min. Aan het einde van hettoerentellerbereik bevindt zich de rodezone. Toerentallen in het rode gebiedliggen boven het aanbevolenmaximumtoerental en ook boven hettoerentalbereik waarbij de motor debeste prestaties levert.12:34PM15°C0NMPH0FERPM X1000891011123456712121. Motortoerental (tpm)2. Rode zone

INSTRUMENTEN34BrandstofmeterDe brandstofmeter geeft de hoeveelheidbrandstof in de tank aan van E (legetank) tot F (volle tank).15°C12:34PM0NMPH0FERPM X100089101112345671211. BrandstofmeterAls het contact is ingeschakeld, wordtde resterende brandstof in debrandstoftank aangegeven door hetaantal meetsegmenten dat vol wordtweergegeven.Wanneer de brandstoftank vol is,worden alle meetsegmenten volweergegeven. Wanneer debrandstoftank leeg is, worden allemeetsegmenten leeg weergegeven.Andere aanduidingen gevenbrandstofniveaus tussen vol en leegweer.Na het tanken worden de gegevens vande brandstofmeter en de resterendeactieradius pas bijgewerkt wanneer demotorfiets weer rijdt. Afhankelijk van derijstijl kan het bijwerken tot vijf minutenduren.

Zie voor meer informatie over debrandstofstatusinformatie pagina60.KoelvloeistoftemperatuurmeterDe koelvloeistoftemperatuurmeter geeftde temperatuur van demotorkoelvloeistof aan.15°C12:34PM0NMPH0FERPM X10008910111234567121HoogLaagKOELVLOEISTOF1. KoelvloeistoftemperatuurmeterWanneer de motor koud wordt gestart,toont de koelvloeistoftemperatuurmeterlege metersegmenten. Naarmate detemperatuur stijgt, worden meermetersegmenten vol weergegeven. Alsde motor warm wordt gestart, toont demeter het bijbehorende aantal verlichteblokjes, afhankelijk van demotortemperatuur.Het normale temperatuurbereik ligttussen Laag en Hoog op dekoelvloeistoftemperatuurmeter.

INSTRUMENTEN35Als de motor draait en demotorkoelvloeistoftemperatuurgevaarlijk hoog wordt, gaat hetwaarschuwingslampje voor hogekoelvloeistoftemperatuur branden op delocatie van het waarschuwingslampje enwordt er een waarschuwingsberichtweergegeven.KENNISGEVINGSchakel de motor direct uit indien hetwaarschuwingslampje hogekoelvloeistoftemperatuur gaatbranden.De motor niet opnieuw startenvoordat de storing is verholpen.Indien de motor draait terwijl hetwaarschuwingslampje hogekoelvloeistoftemperatuur brandt, kanernstige motorschade ontstaan.OmgevingsluchttemperatuurDe luchttemperatuur wordtweergegeven in °C of °F.Wanneer de motorfiets stilstaat, kan dehitte van de motor de nauwkeurigheidvan de temperatuurweergavebeïnvloeden.Zodra de motorfiets weer rijdt, wordt deweergave na korte tijd weer normaal.15°C12:34PM0NMPH0FERPM X100089101112345671211.

INSTRUMENTEN36Vorstsymbool WAARSCHUWINGIJzel kan zich al bij temperaturen vanenkele graden boven het vriespunt(0°C) vormen, vooral op bruggen enbeschaduwde plaatsen.Wees altijd extra voorzichtig bij lagetemperaturen en ga langzamer rijdenin potentieel gevaarlijkeomstandigheden zoals slecht weer.Rijden met te hoge snelheid, hardaccelereren, hard remmen of hardrijden in bochten als de wegen gladzijn, kan leiden tot verlies van controleover de motorfiets met mogelijkernstig letsel of de dood tot gevolg.Het vorstsymbool licht opwanneer deomgevingsluchttemperatuur 4°C (39°F)of lager is.Het vorstsymbool blijft branden tot detemperatuur stijgt tot 6°C (43°F).Er verschijnt ook een bericht in hetdisplay.Weergave versnellingsstandDe versnellingsaanduiding geeft aanwelke versnelling (één t/m zes) eringeschakeld is.

INSTRUMENTEN37Navigatie in het displayDe onderstaande tabel geeft eenbeschrijving van de pictogrammen enknoppen die gebruikt kunnen wordenom door de in deze handleidingbeschreven instrumentenmenu's tenavigeren.Symbool Beschrijving en werkingHomeknop (rechterschakelaarbehuizing).mModusknop (linkerschakelaarbehuizing).Selectiepijltje (rechterkantafgebeeld).Links / rechts scrollen metde joystick.Optie beschikbaar in hetinformatievak - omlaag/omhoog scrollen metjoystick.Joystick kort indrukken(indrukken en loslaten) in demiddelste stand.Joystick lang indrukken(indrukken en ingedrukthouden) in de middelstestand.Huidige functie resetten(alleen beschikbaar bij langindrukken van de joystick).RijmodiRijmodi zijn afhankelijk van het model.Met de rijmodi kunt u de instellingenvoor het antiblokkeerremsysteem (ABS),de gaskleprespons (MAP), detractiecontrole (TRACTIECONTROLE) ende vering (VERING) aanpassen aan dewegcondities en uw voorkeuren.Elke rijmodus is aanpasbaar en debeschikbaarheid van instellingen voorABS, MAP, TRACTIECONTROLE enVERING kan per model verschillen.

INSTRUMENTEN38Wanneer een rijmodus wordt bewerkt(behalve de modus Rider), verandert hetpictogram zoals aangegeven in deonderstaande tabel.BeschrijvingStandaardpictogramPictogrambestuurdersaanpassingRainRoadSportOff-RoadOff-Road ProRider -Rijmodus selecteren WAARSCHUWINGOm op een rijmodus te selecterentijdens het rijden (behalve Off-Road enOff-Road Pro) moet de bestuurder demotorfiets kortstondig latenfreewheelen (motorfiets rijdt, motorloopt, gas dicht en remmen los).Selectie van een rijmodus onder hetrijden mag alleen worden geprobeerd:- Bij lage snelheid- Op plaatsen waar geen anderverkeer is- Op rechte en vlakke wegen ofoppervlakken- Bij goede weg- enweersomstandigheden- Daar waar het veilig is om demotorfiets kortstondig te latenfreewheelen.Selectie van een rijmodus onder hetrijden MAG NIET worden geprobeerd:- Bij hoge snelheid- Te midden van rijdend verkeer- Tijdens het nemen van een bocht ofop bochtige wegen of oppervlakken- Op sterk hellende wegen ofoppervlakken- Bij slechte weg-/weersomstandigheden- Daar waar het onveilig is om demotorfiets kortstondig te latenfreewheelen.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.

INSTRUMENTEN39 WAARSCHUWINGRijd na het selecteren van eenrijmodus eerst een stukje op eenplaats waar geen verkeer is, omvertrouwd te raken met de nieuweinstellingen.Leen uw motorfiets niet uit aananderen, omdat ze de instellingen vanuw vertrouwde rijmodus kunnenwijzigen.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg. WAARSCHUWINGAls tractiecontrole zoals beschreven inpagina 52 in het hoofdmenu isuitgeschakeld, worden de opgeslageninstellingen van alle rijmodioverschreven.Tractiecontrole blijft uitgeschakeld,ongeacht welke rijmodus er isgeselecteerd, tot deze weer wordtingeschakeld of het contact uit- enweer ingeschakeld is.Als de tractiecontrole is uitgeschakeld,gedraagt de motorfiets zich net alsanders, maar zonder tractiecontrole.

INSTRUMENTEN40Als de motorfiets in de modus Off-Roadof Off-Road Pro stond toen het contactwerd uitgeschakeld, wordt standaard derijmodus Road geselecteerd wanneerhet contact de volgende keer wordtingeschakeld.Er wordt een waarschuwingweergegeven dat de rijmodus isgewijzigd. Hiermee kunt u ook kort derijmodus terugzetten naar deoorspronkelijke rijmodus.Anders wordt de laatst geselecteerderijmodus onthouden en geactiveerdwanneer het contact wordtingeschakeld. Controleer of demotorstopschakelaar in de stand AANstaat als de moduspictogrammen nietweergegeven worden bij ingeschakeldcontact.De rijmodi Off-Road en Off-Road Prokunnen niet worden geselecteerd onderhet rijden. De motorfiets moet stilstaanvoordat de rijmodus Off-Road of Off-Road Pro geselecteerd kan worden.mRainABSRAINMAPRAINTCSRAINSUSPENSIONCOMFORTRIDING MODES15°C12:34PM0FENMPHRPM X 10008910111234567891011123456701212431521.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Triumph Tiger 1200 Rally Pro (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden