Triumph Speed Triple 1200 RR Breitling (2025) Handleiding

Triumph Motor Speed Triple 1200 RR Breitling (2025)

Bekijk gratis de handleiding van Triumph Speed Triple 1200 RR Breitling (2025) (220 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Triumph Speed Triple 1200 RR Breitling (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/220
GEBRUIKERSHANDLEIDING
01
Speed Triple 1200 RR, Speed Triple 1200 RR Breitling
en Speed Triple 1200 RS
Deze handleiding bevat informatie over de Triumph-motorfietsen Speed Triple 1200 RR, Speed Triple 1200 RR Breitling
en Speed Triple 1200 RS. Bewaar deze gebruikershandleiding altijd bij de motorfiets en raadpleeg de informatie indien
nodig.
De informatie in deze uitgave is gebaseerd op de meest recente, op het moment van publicatie beschikbare informatie.
Triumph behoudt zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande mededeling of verplichting, wijzigingen aan te
brengen.
Deze publicatie mag niet in zijn geheel, noch gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van
Triumph Motorcycles Limited.
© Copyright 10.2023 Triumph Motorcycles Limited, Hinckley, Leicestershire, Engeland.
Publicatie onderdeelnummer 3850348-NL versie 1

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Triumph
Categorie: Motor
Model: Speed Triple 1200 RR Breitling (2025)

Handleiding Triumph Speed Triple 1200 RR Breitling (2025) – volledige tekst

GEBRUIKERSHANDLEIDING01Speed Triple 1200 RR, Speed Triple 1200 RR Breitling en Speed Triple 1200 RSDeze handleiding bevat informatie over de Triumph-motorfietsen Speed Triple 1200 RR, Speed Triple 1200 RR Breitling en Speed Triple 1200 RS. Bewaar deze gebruikershandleiding altijd bij de motorfiets en raadpleeg de informatie indien nodig.De informatie in deze uitgave is gebaseerd op de meest recente, op het moment van publicatie beschikbare informatie. Triumph behoudt zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande mededeling of verplichting, wijzigingen aan te brengen.Deze publicatie mag niet in zijn geheel, noch gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van Triumph Motorcycles Limited.© Copyright 10.2023 Triumph Motorcycles Limited, Hinckley, Leicestershire, Engeland.Publicatie onderdeelnummer 3850348-NL versie 1

INHOUDSOPGAVE02Deze gebruikershandleiding bevat een aantal verschillende hoofdstukken. Onderstaande inhoudsopgave helpt u het begin van elk hoofdstuk op te zoeken, waar u – in het geval van grotere hoofdstukken – een meer gedetailleerde inhoudsopgave aantreft, die u helpt het betreffende onderwerp te vinden.03 VOORWOORD07 VEILIGHEID VOOROP16 WAARSCHUWINGSLABELS18 ONDERDELENOVERZICHT20 ONDERDELEN IN BLIKVELD BESTUURDER21 SERIENUMMERS23 INSTRUMENTEN59 ALGEMENE INFORMATIE93 RIJDEN OP DE MOTORFIETS109 ACCESSOIRES, LADING EN PASSAGIERS115 ONDERHOUD EN AFSTELLING183 REINIGING EN STALLING195 GARANTIE207 SPECIFICATIES213 INDEX217 GOEDKEURINGSINFORMATIE

VOORWOORD03Gebruikershandleiding WAARSCHUWINGDeze gebruikershandleiding en alle overige instructies die bij uw motor-fiets worden geleverd, maken integraal deel uit van uw motorfiets en moeten bij de motorfiets blijven, ook wanneer deze wordt doorverkocht. Iedereen die uw motorfiets gaat berijden, dient deze gebruikershand-leiding en alle overige instructies die bij uw motorfiets worden geleverd, aandachtig te lezen om volledig vertrouwd te raken met de werking van de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van uw motorfiets. Leen uw motorfiets niet aan anderen uit, want rijden zonder vertrouwd te zijn met de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van de motorfiets kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Dank u voor het kiezen van een Triumph-motorfiets.

Deze motorfiets is het resultaat van Triumph's toepassing van beproefde technieken, grondige tests en het voortdurend streven naar superieure betrouwbaarheid, veiligheid en prestaties. Lees voordat u gaat rijden deze gebrui-kershandleiding aandachtig door om volledig vertrouwd te raken met de werking van de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van uw motorfiets. Deze handleiding bevat tips voor veilig rijden, maar beschrijft niet alle tech-nieken en vaardigheden die nodig zijn om veilig op een motorfiets te rijden. Triumph adviseert motorrijders nadrukkelijk de nodige lessen te nemen om deze motorfiets veilig te kunnen bedienen.

VOORWOORD04QR-codeOm de gebruikershandleiding te down-loaden;Voer het onderstaande adres in een webbrowser in:www. triumphmotorcycles. co. uk/handbooksof;Scan de QR-code met uw smartphoneDeze QR-code is ook te vinden op een permanent label dat op uw motorfiets is bevestigd, onder het zadel of achter het zijpaneel.Nadat u het webadres heeft ingevoerd of de QR-code heeft gescand, wordt uw browser naar een webpagina geleid waar u uw gebruikershandleiding kunt selecteren en downloaden.Gevaren, waarschuwingen, maningen tot voorzichtigheid en mededelingenBijzonder belangrijke informatie wordt in de volgende vorm gepresenteerd: GEVAARDit gevaarsymbool duidt op speciale instructies of procedures die, als ze niet goed worden opgevolgd, persoon-lijk letsel of de dood tot gevolg hebben.

WAARSCHUWINGDit waarschuwingssymbool duidt op speciale instructies of procedures die, als ze niet goed worden opgevolgd, persoonlijk letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben. VOORZICHTIGDit symbool maant tot voorzichtig-heid en gaat vergezeld van speciale instructies of procedures die, als ze niet strikt worden opgevolgd, licht tot matig letsel tot gevolg kunnen hebben.KENNISGEVINGDit opmerkingssymbool duidt op punten die belangrijk zijn voor een efficiëntere en gemakkelijkere bedie-ning.WaarschuwingslabelsBovenstaand symbool wordt op bepaalde plaatsen op de motorfiets weergegeven. Het symbool betekent VOORZICHTIG: RAADPLEEG DE HAND-LEIDING en dit wordt gevolgd door een grafische voorstelling van het betref-fende onderwerp.Probeer nooit op de motorfiets te rijden of een aanpassing uit te voeren zonder de in deze handleiding beschreven rele-vante instructies te raadplegen.

VOORWOORD05Raadpleeg het gedeelte Locaties van de waarschuwingslabels in deze handlei-ding voor de locatie van alle labels met dit symbool. Dit symbool wordt zo nodig ook weergegeven op de pagina's met de relevante informatie. OnderhoudOm een lang, veilig en probleemloos gebruik van uw motorfiets te garan-deren, dient het onderhoud te worden uitgevoerd door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. Een erkende Triumph-dealer beschikt over de noodzakelijke kennis, appa-ratuur en vakkundigheid om uw Triumph-motorfiets goed te onder-houden. Bezoek de Triumph-website op www. tri-umph. co. uk of neem telefonisch contact op met de bevoegde distributeur in uw land voor informatie over de dichtst-bijzijnde erkende Triumph-dealer. De adressen zijn ook vermeld in het bij deze handleiding geleverde onderhouds-boekje.

GeluiddempingssysteemWijzigen van het geluiddempingssys-teem is verboden. Eigenaars worden gewaarschuwd dat het wettelijk verboden kan zijn om:▼ onderdelen of designelementen van nieuwe voertuigen die bedoeld zijn voor geluiddemping, voorafgaand aan de verkoop of aflevering aan de koper of daarna te verwijderen of buiten werking te stellen, behalve als dat nodig is voor onderhoud, reparatie of vervanging, en,▼ het voertuig te gebruiken nadat zo'n onderdeel of designcomponent is verwijderd of buiten werking is gesteld. Onder knoeien worden onder meer de volgende handelingen verstaan:▼ Verwijderen of doorboren van de geluiddemper, schotten, uitlaat-bochten of enig ander onderdeel dat uitlaatgassen geleidt. ▼ Verwijderen of doorboren van enig onderdeel van het inlaatsysteem. ▼ Gebrek aan goed onderhoud.

▼ Vervanging van bewegende delen van het voertuig, of delen van de uitlaat of het inlaatsysteem, door onderdelen die niet door de fabri-kant zijn aangegeven. Praat met TriumphOnze relatie met u stopt niet bij de aankoop van uw Triumph.

Uw feedback over de ervaringen tijdens aankoop en bezit zijn zeer belangrijk voor ons om onze producten en diensten voor u te ontwikkelen. U helpt ons daarmee door ervoor te zorgen dat uw erkende Triumph-dealer uw e-mailadres heeft en dat bij ons registreert. U ontvangt dan van ons op uw e-mailadres een uitnodiging voor een online-klanttevredenheidsonderzoek waarmee u ons deze feedback kunt geven. Het Triumph-team.

VEILIGHEID VOOROP07De motorfiets WAARSCHUWINGDeze motorfiets is uitsluitend bedoeld voor gebruik op de weg.Rijd niet offroad met deze motorfiets.Terreinrijden kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood. WAARSCHUWINGDeze motorfiets is niet ontworpen voor het trekken van een aanhanger of het gebruik van een zijspan.Het monteren van een zijspan en/of aanhanger kan de handelbaarheid, de stabiliteit of andere aspecten van het motorrijden beïnvloeden.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGDeze motorfiets is uitgerust met een katalysator onder de motor, die samen met het uitlaatsysteem zeer hoge temperaturen kan bereiken wanneer de motor draait.Brandbare materialen zoals gras, hooi/stro, bladeren, kleding en bagage kunnen ontbranden wanneer ze in contact komen met een willekeurig onderdeel van het uitlaatsysteem.Zorg er altijd voor dat brandbare materialen niet in aanraking kunnen komen met het uitlaatsysteem of de katalysator.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot brand, met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGDeze motorfiets is bedoeld om als tweewielig voertuig te worden gebruikt voor het vervoeren van één bestuurder/bestuurster.Het totale gewicht van de berijder, een eventuele passagier, accessoires en bagage mag het in de specificaties vermelde maximale laadvermogen niet overschrijden.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGBENZINE IS UITERST BRANDBAAR:- Schakel de motor altijd uit wanneer u gaat tanken.- Let goed op en blijf alert tijdens het tanken.- Niet tanken of de vuldop van de tank openen terwijl u rookt of in de buurt bent van open vuur (vlammen).- Mors tijdens het tanken geen brand-stof op de motor, de uitlaatpijpen of de dempers.- Als brandstof is ingeslikt, ingeademd of in de ogen terechtgekomen is, moet direct medische hulp worden ingeroepen.- Als benzine op de huid terechtkomt, dient deze onmiddellijk te worden gewassen met water en zeep en met brandstof verontreinigde kleding dient onmiddellijk te worden uitge-trokken.- Contact met brandstof kan brandwonden en andere ernstige huidaandoeningen veroorzaken.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot ernstig letsel of de dood.Valhelm en kleding GEVAAREen valhelm is een van de belang-rijkste uitrustingsstukken, omdat deze bescherming biedt tegen hoofdletsel.

Uw valhelm en die van uw passagier dienen met zorg te worden gekozen en comfortabel en stevig om het hoofd te passen. Een felgekleurde helm verhoogt de zichtbaarheid van de rijder (of passagier) voor andere weggebruikers aanzienlijk.Een valhelm met open voorzijde biedt enige bescherming bij een ongeval, maar een integraalhelm biedt betere bescherming.Draag altijd een vizier of een goedge-keurde beschermende bril voor beter zicht en ter bescherming van uw ogen.Het niet opvolgen van bovenstaand advies leidt tot ernstig letsel of de dood.

VEILIGHEID VOOROP09 WAARSCHUWINGTijdens het rijden op de motorfiets dienen de berijder en de passagier (bij modellen waarop een passagier vervoerd mag worden) altijd geschikte kleding te dragen, waaronder valhelm, oogbescherming, handschoenen, laarzen, broek (nauw aansluitend rond de knieën en de enkels) en een felge-kleurd jack.Tijdens offroadgebruik (op modellen die geschikt zijn voor offroadgebruik), moet de rijder altijd geschikte kleding dragen, inclusief broek en laarzen.Felgekleurde kleding verhoogt de zichtbaarheid van de rijder (of de passagier) voor andere weggebruikers aanzienlijk.Hoewel volledige bescherming niet mogelijk is, kan het risico op ernstig of dodelijk letsel worden verminderd door de juiste beschermende kleding te dragen.Parkeren WAARSCHUWINGAltijd de motor uitschakelen en de contactsleutel verwijderen voordat u uw motorfiets onbeheerd achterlaat.

Door het verwijderen van de contact-sleutel wordt het risico van gebruik door onbevoegde en onervaren personen verkleind.Denk aan het volgende als u uw motorfiets parkeert:- Zet de motorfiets in de eerste versnelling om te voorkomen dat hij van de standaard rolt.- De motor, radiateur, het uitlaatsys-teem, de achtervering en de remmen zijn heet na het rijden. Parkeer NOOIT op plaatsen waar voetgan-gers, dieren en/of kinderen de motorfiets kunnen aanraken.- Parkeer nooit op een zachte onder-grond of op een hellend oppervlak. Indien de motorfiets onder deze omstandigheden wordt geparkeerd, kan deze omvallen.Zie voor nadere informatie het hoofd-stuk 'Rijden op de motorfiets' in deze gebruikershandleiding.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot materiële schade, ernstig letsel of de dood.

VEILIGHEID VOOROP10Onderdelen en accessoires WAARSCHUWINGDe eigenaar dient zich ervan bewust te zijn dat onderdelen, accessoires en aanpassingen voor een Triumph-mo-torfiets alleen goedgekeurd zijn wanneer ze door Triumph voorzien zijn van een officiële goedkeuring. We raden aan accessoires te laten aanbrengen en aanpassingen te laten verrichten door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. Het is met name bijzonder gevaarlijk om onderdelen of accessoires aan te brengen of te vervangen waarvoor het noodzakelijk is om het elektrische of het brandstofsysteem te demon-teren, of hierop uitbreidingen aan te brengen. Dergelijke aanpassingen kunnen de veiligheid in gevaar brengen.

Het aanbrengen van niet-goedge-keurde onderdelen, accessoires of aanpassingen kan een nadelig effect hebben op de handelbaarheid, de stabiliteit en andere aspecten van de werking van de motorfiets, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. Triumph aanvaardt geen aansprakelijk-heid voor gebreken die zijn veroorzaakt door het aanbrengen van niet-goed-gekeurde onderdelen, accessoires of aanpassingen. Triumph aanvaardt geen aansprakelijk-heid voor gebreken die zijn veroorzaakt door het aanbrengen van niet-goed-gekeurde onderdelen, accessoires of aanpassingen. Onderhoud en apparatuur WAARSCHUWINGNeem bij twijfel over het juiste of veilige gebruik van deze motorfiets contact op met een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.

Doorgaan met het gebruik van een niet goed werkende motorfiets kan de handelbaarheid, de stabiliteit of andere aspecten van het rijden op de motor-fiets beïnvloeden, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGControleer of alle wettelijk vereiste apparatuur is gemonteerd en correct functioneert. Verwijderen of wijzigen van de verlichting, dempers, uitstoot- en geluiddempingssystemen van de motorfiets kunnen een overtreding van de wet betekenen. Verkeerde of ongeschikte aanpas-singen kunnen de handelbaarheid, de stabiliteit of andere aspecten van het rijden op de motorfiets aantasten, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP11 WAARSCHUWINGAls de motorfiets bij een ongeval, aanrijding of valpartij betrokken is geweest, dient hij te worden wegge-bracht voor inspectie en reparatie.Inspecties en reparaties moeten worden verricht door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.Een ongeval kan schade aan de motor-fiets veroorzaken, die, indien niet op de juiste wijze gerepareerd, een tweede ongeval kan veroorzaken met letsel of de dood tot gevolg.Rijden GEVAARNooit op de motorfiets rijden indien u moe bent of onder invloed verkeert van alcohol of andere verdovende middelen.Rijden onder invloed van alcohol of andere verdovende middelen is verboden.Rijden bij vermoeidheid of onder invloed van alcohol of andere verdo-vende middelen vermindert het vermogen van de berijder om de controle te behouden, wat leidt tot verlies van controle over de motor-fiets met ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGAlle rijders moeten in het bezit zijn van een rijbewijs voor motorfietsen.Het zonder rijbewijs besturen van een motorfiets is verboden en kan gerech-telijke vervolging tot gevolg hebben.Het gebruik van de motorfiets zonder formele training in de juiste rijtech-nieken die nodig zijn om een rijbewijs te krijgen, is gevaarlijk.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP12 WAARSCHUWINGRijd altijd defensief en draag de beschermende uitrusting die elders in dit deel Veiligheid voorop worden genoemd.Onthoud dat een motorfiets bij een ongeval minder bescherming biedt dan een auto.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot ernstig letsel of de dood. WAARSCHUWINGDeze motorfiets mag de wettelijk geldende snelheidslimieten niet over-schrijden.Het met hoge snelheid op een motorfiets rijden kan gevaarlijk zijn, aangezien de tijd om op een gevaar-lijke situatie te reageren bij hogere snelheden aanzienlijk wordt verkort.Neem altijd snelheid terug in eventueel gevaarlijke rijomstandigheden, zoals slecht weer of druk verkeer.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGWees altijd bedacht op veranderingen in het wegdek, het verkeer en de wind en pas uw rijgedrag hierop aan. Alle tweewielige voertuigen zijn onder-hevig aan externe krachten die de handelbaarheid, de stabiliteit of andere aspecten van de motorfiets kunnen beïnvloeden.Deze factoren zijn onder andere:- windstoten van passerende voer-tuigen- gaten in de weg, oneffenheden of beschadigingen in het wegdek- slecht weer- fouten van de bestuurder.Rijd altijd met matige snelheid en vermijd druk verkeer, totdat u zich volledig vertrouwd hebt gemaakt met de werking en de rijeigenschappen van de motorfiets. Overschrijd nooit de wettelijk geldende snelheidslimiet.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP13Trilling/slingeringEen slingering is een relatief lang-zame, op en neer gaande beweging van de achterkant van de motorfiets, terwijl een trilling een snelle, soms sterke beving van het stuur is. Dit zijn verwante, maar aparte stabiliteits-problemen die gewoonlijk veroorzaakt worden door te veel gewicht op de verkeerde plaats of door een mecha-nisch probleem zoals versleten of loszittende lagers, te slappe of ongelijk-matig versleten banden.De oplossing is in beide gevallen hetzelfde. Houd het stuur stevig vast zonder de armen op slot te zetten of de stuurbeweging tegen te gaan. Draai het gas gelijkmatig terug om geleidelijk vaart te minderen. Rem niet en acce-lereer niet in een poging om het trillen of slingeren te stoppen. Soms helpt het om het lichaamsgewicht naar voren te verplaatsen door over de tank te buigen.Copyright © 2005 Motorcycle Safety Foundation.

Alle rechten voorbehouden. Gebruikt met toestemming.Handgrepen en voetsteunen WAARSCHUWINGDe bestuurder dient de motorfiets onder controle te houden door te allen tijde de handen aan het stuur te houden.Als de motorrijder zijn handen van het stuur haalt, tast dat de handelbaar-heid en de stabiliteit van de motorfiets aan.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGDe bestuurder en de passagier (indien van toepassing) dienen tijdens het rijden altijd de voetsteunen te gebruiken.Door de voetsteunen te gebruiken wordt voor zowel de bestuurder als de passagier het risico op onbedoeld contact met onderdelen van de motorfiets verminderd.

VEILIGHEID VOOROP14 WAARSCHUWINGZorg er altijd voor dat de passagiers-voetsteunen volledig zijn uitgetrokken bij het meerijden van een passagier.Vervoer nooit een passagier zonder dat hij of zij de volledig uitgetrokken passagiersvoetsteunen gebruikt.Onjuiste plaatsing van de voet ergens op de motorfiets in plaats van het gebruik van de voetsteunen kan ertoe leiden dat:- de voeten of kleding van de passa-gier bekneld raken- de passagier in contact komt met hete uitlaatpijpen.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk materiële schade, ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGDe hellingshoekindicators mogen niet worden gebruikt als richtlijn voor de mate waarin de motorfiets veilig schuin gelegd kan worden in bochten.Dit is afhankelijk van veel verschillende omstandigheden, waaronder, maar niet beperkt tot:- Wegdek;- Staat van de banden;- Weer.Overhellen tot een onveilige hoek kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGVervang altijd de hellingshoekindica-tors voordat ze tot de slijtagelimiet zijn afgesleten.Wanneer de hellingshoekindicators tot voorbij de slijtagelimiet zijn afgesleten, kan de motorfiets tot een onveilige hoek overhellen.Overhellen tot een onveilige hoek kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.121. Hellingshoekindicator2. 5 mm slijtagelimiet

WAARSCHUWINGSLABELS16Locaties van de waarschuwingslabelsDe op deze en de volgende pagina's beschreven labels maken u attent op belangrijke veiligheidsinformatie in deze handleiding. Zie erop toe dat iedereen die op de motorfiets gaat rijden, vooraf alle informatie waarop deze labels betrekking hebben, heeft begrepen en nageleefd. Ter illustratie is hier de Speed Triple 1200 RR afgebeeld.65432N1R.P.M.123478561. Windscherm (indien voorzien) (pagina 90)2. Spiegels (pagina 144)3. Inrijden (pagina 90)4. Versnellingen (pagina 96)5. Aandrijfketting (pagina 134)6. Koplamp (pagina 179)7. Bandenspanningscontrolesysteem (TPMS) (indien voorzien) (pagina 77)8. Banden (pagina 159)

WAARSCHUWINGSLABELS17Locaties van de waarschuwingslabels (vervolg)KENNISGEVINGAlle waarschuwingslabels en stickers, met uitzondering van het label voor inrijden, worden op de motorfiets aangebracht met een sterke lijm. In sommige gevallen worden labels aangebracht voorafgaand aan het aanbrengen van de laklaag. Daarom zal elke poging om de waarschuwingslabels te verwijderen, schade veroorzaken aan lakwerk of carrosserie.DAILY SAFETY CHECKSTÄGLICHE SICHERHEITSKONTROLLENCONTROLES DE SECURITE QUOTIDIENSCHEQUEOS DE SEGURIDAD DIARIOSVERIFICAÇÕES DIÁRIAS DE SEGURANÇAVERIFICHE GIORNALIERE DI SICUREZZADAGELIJSKE VEILIGHEIDSINSPECTIESDAGLIG SÄKERHETSKONTROLL運行前点検1234 6www.triumphmotorcycles.co.uk/handbooks51. Dagelijkse veiligheidscontrole (pagina 91)2. Brandstof (pagina 80)3. Helm (pagina 08)4. Gebruikershandleiding Downloadgegevens (onder stoel)5. Koelvloeistof (pagina 129)6.

SERIENUMMERS21VoertuigIdentificatieNummer (VIN)Het voertuigidentificatienummer (VIN) is aan de rechterkant van het balhoofdge-deelte in het frame geslagen.11. VoertuigidentificatienummerNoteer het VIN in de daarvoor bestemde ruimte in het onderhoudsboekje van de motorfiets.MotorserienummerHet motorserienummer is direct boven het koppelingsdeksel in het motorcarter geslagen.11. MotorserienummerNoteer het motorserienummer in de daarvoor bestemde ruimte in het onder-houdsboekje van de motorfiets.

INSTRUMENTEN25Waarschuwingslampjes VOORZICHTIGAls een rood waarschuwingslampje wordt weergegeven, moet de motor-fiets onmiddellijk worden stopgezet. Lees eventuele waarschuwingsbe-richten en los het probleem op. Als een oranje waarschuwingslampje wordt weergegeven, hoeft de motor-fiets niet onmiddellijk te worden stopgezet. Lees eventuele waarschu-wingsberichten en los het probleem op. Wanneer het contact wordt ingescha-keld, lichten de waarschuwingslampjes op het instrumentenpaneel 1,5 seconde op en gaan vervolgens weer uit (behalve de lampjes die blijven branden tot de motor wordt gestart, zoals beschreven op de volgende pagina's). Zie pagina 31 voor aanvullende waar-schuwings- en informatieberichten.

Storingslampje motormanagementsysteemHet storingslampje voor het motormanagementsysteem licht op wanneer het contact wordt ingeschakeld (om aan te geven dat het systeem werkt), maar mag niet gaan branden wanneer de motor draait. Als de motor loopt en er een storing is in het motormanagementsysteem, brandt de MIL en begint het alge-mene waarschuwingssymbool te knipperen. In dat geval schakelt het motormanagementsysteem over naar de 'thuisbrengmodus', zodat de rit kan worden voortgezet indien de storing niet zo ernstig is dat de motor niet kan draaien. WAARSCHUWINGVerlaag de snelheid en rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het storingslampje brandt. De storing kan de motorprestaties, de uitstoot van uitlaatgassen en het brandstofver-bruik beïnvloeden.

De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. Een gebrekkige werking van de motor kan gevaarlijke rijomstandigheden veroorzaken, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

INSTRUMENTEN26Waarschuwingslampje lage oliedrukAls bij draaiende motor de oliedruk gevaarlijk daalt, gaat het waarschuwingslampje lage oliedruk branden. Het waarschuwingslampje lage oliedruk gaat ook branden als het contact wordt inge-schakeld en de motor niet draait. KENNISGEVINGAls de oliedruk te laag is, gaat het waarschuwingslampje lage-oliedruk branden. Schakel de motor onmiddellijk uit en onderzoek de situatie wanneer het controlelampje voor lage oliedruk blijft branden. Indien de motor met een te lage oliedruk draait, ontstaat ernstige motorschade. Controlelampje startonderbreker/alarminstallatieDeze motorfiets is uitgerust met een startonderbreker die geactiveerd wordt wanneer de contactschakelaar in de stand OFF (UIT) wordt gedraaid.

Zonder alarmWanneer de contactschakelaar in de stand OFF (UIT) staat, knippert het lampje van startonderbreker/alarm gedurende 24 uur om aan te geven dat de startonderbreker ingeschakeld is. Wanneer de contactschakelaar in de stand ON (AAN) staat, zijn star-tonderbreker en het controlelampje uitgeschakeld. Als het controlelampje blijft branden, betekent dit dat er een storing in de startonderbreker is die nader moet worden onderzocht. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. Met alarmHet controlelampje van de starton-derbreker/alarminstallatie gaat alleen branden wanneer is voldaan aan de voorwaarden zoals beschreven in de instructies van de originele Triumph-alarminstallatie.

Waarschuwingslampje antiblokkeerremsysteem (ABS)Wanneer het contact wordt ingeschakeld, is het normaal dat het waarschuwingslampje voor het ABS-systeem gaat knipperen. Het lampje blijft knipperen nadat de motor gestart is, totdat de motorfiets een snelheid van meer dan 10 km/h heeft bereikt, waarna het lampje dooft. Tractiecontrole werkt niet bij een storing aan het ABS-systeem.

In dat geval branden de waarschuwingslampjes voor de ABS en tractiecontrole en het storingslampje. Als het ABS-waarschuwingslampje continu brandt, betekent dit dat de ABS-functie niet beschikbaar is omdat:▼ de ABS-functie door de berijder is uitgeschakeld;▼ zich in het ABS-systeem een storing voordoet die onderzocht dient te worden.

INSTRUMENTEN27Als het lampje tijdens het rijden gaat branden, betekent dit dat er een storing in het ABS is opgetreden, die nader moet worden onderzocht. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.Bochten-ABS (OCABS) (indien gemonteerd)Het waarschuwingslampje knippert langzaam als Bochten-ABS (OCABS) wordt uitgeschakeld door de rijmodi OFF-ROAD of OFF-ROAD PRO. Er wordt een waarschuwing in het display weer-gegeven.Als het waarschuwingslampje op enig ander moment onder het rijden gaat branden, betekent dit dat er een storing in het ABS-systeem is opgetreden, die nader moet worden onderzocht. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.

WAARSCHUWINGAls het antiblokkeerremsysteem (ABS) niet werkt, werkt het remsysteem verder als een remsysteem zonder ABS. Rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het ABS-waar-schuwingslampje brandt.De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.Te hard remmen kan ertoe leiden dat de wielen blokkeren, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.Controlelampje tractiecontrole (TC)Het TC-controlelampje wordt gebruikt om aan te geven dat het tractiecontrolesysteem actief is en bezig is om slippen van het achterwiel te beperken bij snelle acceleratie of op natte of gladde wegen. Tractiecontrole werkt niet bij een storing aan het ABS-systeem.

INSTRUMENTEN28 WAARSCHUWINGAls de tractiecontrole niet werkt, moet voorzichtigheid in acht worden genomen bij het accelereren en het nemen van bochten op een nat of glad wegdek, om doorslippen van het achterwiel te voorkomen. Rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het storingslampje voor het motor-managementsysteem (MIL) en het waarschuwingslampje van de tractie-controle branden. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. Bij snel accelereren en hard rijden in bochten kan het achterwiel door-slippen, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. Als tractiecontrole is ingeschakeld:▼ Onder normale rijomstandigheden blijft het tractiecontrolelampje uit.

▼ Het tractiecontrolelampje knippert snel wanneer het tractiecontro-lesysteem in werking is om slippen van het achterwiel te beperken bij snelle acceleratie of op een natte of gladde weg. Als tractiecontrole is uitgeschakeld:▼ Het controlelampje brandt niet. In plaats daarvan gaat het waar-schuwingslampje 'TC uitgeschakeld' branden. Waarschuwingslampje Tractiecontrole (TC) uitgeschakeldHet waarschuwingslampje Tractiecontrole (TC) uitgescha-keld mag alleen gaan branden bij een storing of als de trac-tiecontrole uitgeschakeld is. Als het waarschuwingslampje tijdens het rijden gaat branden, betekent dit dat er in het tractiecontrolesysteem een storing is opgetreden die nader moet worden onderzocht. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.

AlarmknipperlichtenWanneer de schakelaar van de alarmknipperlichten op aan wordt gezet, knipperen de waarschuwingslampjes van de richtingaanwijzers in hetzelfde tempo als de richtingaanwijzers zelf. GrootlichtknopWanneer de grootlichtknop wordt ingedrukt, wordt het grootlicht ingeschakeld. Door nogmaals op de knop te drukken wordt het dimlicht weer inge-schakeld. Als de motorfiets voorzien is van dagrijlicht, heeft de grootlichtknop extra functionaliteit.

INSTRUMENTEN29Als de DRL-schakelaar in de stand dagrijlicht staat, kan het grootlicht worden ingeschakeld door de groot-lichtknop ingedrukt te houden. Dit blijft branden zolang de knop ingedrukt wordt gehouden, en gaat uit zodra de knop wordt losgelaten. Op dit model is geen aan/uit-schake-laar voor verlichting aangebracht. Het achterlicht en de kentekenplaatver-lichting gaan automatisch branden wanneer het contact wordt ingescha-keld. De koplamp gaat branden als het contact wordt ingeschakeld. De koplamp gaat uit wanneer de startknop wordt ingedrukt, totdat de motor start. Controlelampje dagrijlicht (DRL) (indien gemonteerd)Wanneer het contact wordt ingeschakeld en de dagrijlicht-schakelaar op dagrijlicht is ingesteld, gaat het controle-lampje voor het dagrijlicht branden. Overdag zorgt de dagrijverlichting (DRL) ervoor dat de motorfiets beter zichtbaar is voor andere weggebruikers.

In andere situaties moet het dimlicht worden gebruikt, tenzij de verkeerssituatie het gebruik van grootlicht mogelijk maakt. Als het dimlicht wordt ingeschakeld, gaat het controlelampje van de dagrij-verlichting uit. De dagrijlichten en dimlichten worden met de hand bediend via een schakelaar op de linker schakelaarbehuizing. WAARSCHUWINGRij niet langer dan noodzakelijk met het dagrijlicht (DRL) als het omge-vingslicht zwak is. Als het donker is, in tunnels, of als de omgevingsverlichting zwak is, kunnen de dagrijlichten het zicht belemmeren of andere weggebruikers verblinden. Verblinding van andere weggebruikers of beperkt zicht bij slechte verlichting kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

Bandenspanningswaarschuwings-lampje (mits bandenspannings-controlesysteem is ingebouwd) WAARSCHUWINGZet de motorfiets stil wanneer het waarschuwingslampje voor de banden-spanning gaat branden. Rij niet op de motorfiets tot de banden gecontroleerd zijn en de juiste bandenspanning hebben in koude toestand. Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

INSTRUMENTEN30KENNISGEVINGHet bandenspanningscontrolesysteem (TPMS) is beschikbaar als accessoire.Het waarschuwingslampje voor de bandenspanning werkt samen met het bandenspanningscontro-lesysteem (TMPS), zie pagina 77.Het waarschuwingslampje gaat branden wanneer de bandenspanning voor of achter onder de aanbevolen span-ningswaarde ligt. Het gaat niet branden wanneer de bandenspanning te hoog is.Het waarschuwingslampje gaat ook oranje branden als de batterij van de TPMS-sensor bijna leeg is.Wanneer het waarschuwingslampje brandt, wordt op het display auto-matisch het TPMS-symbool getoond. Daaraan is tevens te zien welke band te slap is en wat de druk in die band is.####12:34PM15°C00FENMPHRPM X 100089101112131234567891011121312345671414BAND DRUK12 3-psi- -psi-1. Waarschuwingslampje bandenspanning2. Indicatie achterband3.

Indicatie voorbandDe bandenspanning waarbij het waar-schuwingslampje gaat branden wordt gecompenseerd tot 20 °C, maar de bijbehorende digitale drukweergave niet, zie pagina 159. Zelfs wanneer het digitale display precies of ongeveer de standaard bandenspanning lijkt aan te geven wanneer het waarschu-wingslampje brandt, wordt een lage bandenspanning aangegeven. Een lekke band is dan de meest waarschijnlijke oorzaak.Het waarschuwingslampje bandenspan-ning brandt ook om aan te geven dat de batterij van de sensor bijna leeg is of dat er een signaalverlies is.

INSTRUMENTEN31Waarschuwingen en informatieberichtenAls zich een storing voordoet kunnen er verschillende waarschuwingen en informatieberichten verschijnen. In dat geval hebben waarschuwingsberichten voorrang boven informatieberichten en wordt het waarschuwingssymbool op het display weergegeven. Het aantal momenteel actieve waarschuwings-berichten wordt ook op het display weergegeven.

Voor meer informatie over waarschuwingen en berichten, zie pagina 50.Wanneer er een storing aan de motor-fiets wordt gedetecteerd, kunnen de volgende waarschuwingen en informa-tieberichten worden weergegeven.Symbool WaarschuwingsberichtOLIEDRUK LAAG - ZIE HANDBOEK (rood controlelampje)STARTER UITGESCHAKELD - RAADPLEEG DEALER (rood controlelampje)CONTROLEER MOTOR (oranje controlelampje)ABS-SYSTEEM UITGESCHAKELD - ZIE HANDBOEK (oranje controle-lampje)LAGE ACCUSPANNING - ZIE HAND-BOEK (rood controlelampje)SENSORSIGNAAL VOOR-/ACHTER-BAND - ZIE HANDBOEK (rood controlelampje)BATT. VOORBAND/ACHTERBAND LAAG - ZIE HANDBOEK (oranje controlelampje)TC-SYSTEEM UITGESCHAKELD - ZIE HANDBOEK (oranje controlelampje)ONDERHOUD VEREIST - RAADPLEEG DEALER (oranje controlelampje)VOORZICHTIG: LAGE LUCHTEMPE-RATUUR - RISICO OP IJSVORMING (blauw of wit controlelampje)

INSTRUMENTEN32Kilometerteller en snelheidsmeterDe snelheidsmeter geeft de rijsnelheid van de motorfiets aan.5350EFMPHRPM X1000891011121312345671412:34PM15°C11. SnelheidsmeterOm het snelheidsmeterdisplay te openen, drukt u lang op de Home-knop.De kilometerteller geeft de totale door de motorfiets afgelegde afstand weer. De kilometerteller wordt alleen weerge-geven in het service-informatievenster.15°C12:34PM00FENMPHRPM X 100089101112131234567891011121312345671414ONDERHOUD10k MI0 MIOnderhoud ovr:541 mijlOf:12/2021Kilometerteller:1852 mi11. KilometertellerToerentellerDe toerenteller geeft het motortoerental weer in omwentelingen per minuut (t/min). Aan het einde van het toeren-tellerbereik bevindt zich de rode zone.

Toerentallen in het rode gebied liggen boven het aanbevolen maximumtoe-rental en ook boven het toerentalbereik waarbij de motor de beste prestaties levert.12:34PM15°C0N0EFMPHRPM X10008910111213123456714121. Motortoerental (t/min) getoond op het display2. Rode zone

INSTRUMENTEN33BrandstofmeterDe brandstofmeter geeft de hoeveelheid brandstof in de tank aan van E (lege tank) tot F (volle tank).15°C12:34PM0N0EFMPHRPM X1000891011121312345671411. BrandstofmeterAls het contact is ingeschakeld, wordt de resterende brandstof in de brand-stoftank aangegeven door het aantal meetsegmenten dat vol wordt weerge-geven.Wanneer de brandstoftank vol is, worden alle meetsegmenten vol weer-gegeven. Wanneer de brandstoftank leeg is, worden alle meetsegmenten leeg weergegeven. Andere aanduidingen geven brandstofniveaus tussen vol en leeg weer.Na het tanken worden de gegevens van de brandstofmeter en de resterende actieradius pas bijgewerkt wanneer de motorfiets weer rijdt. Afhankelijk van de rijstijl kan het bijwerken tot vijf minuten duren.

Zie voor meer informatie over de brandstofstatusinformatie pagina 57.Koelvloeistoftemperatuur-meterDe koelvloeistoftemperatuurmeter geeft de temperatuur van de motorkoelvloei-stof aan.LowCOOLANTHigh0N0EFMPHRPM X1000891011121312345671412 :3 4PM15Co11. KoelvloeistoftemperatuurmeterWanneer de motor koud wordt gestart, toont de koelvloeistoftemperatuur-meter lege metersegmenten. Naarmate de temperatuur stijgt, worden meer meetsegmenten vol weergegeven. Als de motor warm wordt gestart, toont de meter het bijbehorende aantal verlichte blokjes, afhankelijk van de motortempe-ratuur.Het normale temperatuurbereik ligt tussen Laag en Hoog op het display.Als de motor draait en de motorkoel-vloeistoftemperatuur gevaarlijk hoog wordt, gaat het waarschuwingslampje voor hoge koelvloeistoftemperatuur branden op de locatie van het waar-schuwingslampje en wordt er een waarschuwingsbericht weergegeven.

INSTRUMENTEN34KENNISGEVINGSchakel de motor direct uit indien het waarschuwingslampje hoge koelvloei-stoftemperatuur gaat branden.De motor niet opnieuw starten voordat de storing is verholpen.Indien de motor draait terwijl het waarschuwingslampje hoge koelvloei-stoftemperatuur brandt, kan ernstige motorschade ontstaan.OmgevingsluchttemperatuurDe luchttemperatuur wordt weerge-geven in oC of oF.Wanneer de motorfiets stilstaat, kan de hitte van de motor de nauwkeurigheid van de temperatuurweergave beïn-vloeden.Zodra de motorfiets weer rijdt, wordt de weergave na korte tijd weer normaal.0N0EFMPHRPM X1000891011121312345671415°C12:34PM11. OmgevingsluchttemperatuurZie pagina 45 om de temperatuur te veranderen in °C of °F.

INSTRUMENTEN35Vorstsymbool WAARSCHUWINGIJzel kan zich al bij temperaturen van enkele graden boven het vriespunt (0°C) vormen, vooral op bruggen en beschaduwde plaatsen.Wees altijd extra voorzichtig bij lage temperaturen en ga langzamer rijden in potentieel gevaarlijke omstandig-heden zoals slecht weer.Rijden met te hoge snelheid, hard accelereren, hard remmen of hard rijden in bochten als de wegen glad zijn, kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.Het vorstsymbool licht op wanneer de omgevings-luchttemperatuur 4ºC of lager is.Het vorstsymbool blijft branden tot de temperatuur stijgt tot 6°C.Er verschijnt ook een bericht in het informatievenster.Weergave versnellingsstandDe versnellingsaanduiding geeft aan welke versnelling (één t/m zes) er inge-schakeld is.

INSTRUMENTEN36Navigatie in het displayDe onderstaande tabel geeft een beschrijving van de pictogrammen en knoppen die gebruikt kunnen worden om door de in deze handleiding beschreven instrumentenmenu's te navigeren.Symbool Beschrijving en werkingHOME-knop (rechter schakelaarbe-huizing).mModusknop (linker schakelaarbe-huizing).Selectiepijltje (rechterkant afgebeeld).Links / rechts scrollen met de joystick.Optie beschikbaar in het informatie-venster - omhoog/omlaag scrollen met joystick.Joystick kort indrukken (indrukken en loslaten) in de middelste stand.Joystick lang indrukken (ingedrukt houden) in de middelste stand.Huidige functie resetten (alleen beschikbaar bij lang indrukken van de joystick).RijmodiMet de rijmodi kunnen instellingen van de gaskleprespons (MAP), het antiblok-keerremsysteem (ABS), tractiecontrole (TTC) en de vering (alleen Speed Triple 1200 RR en Speed Triple 1200 RR Breitling) worden aangepast aan verschillende wegomstandigheden en voorkeuren van de bestuurder.Rijmodi kunnen gemakkelijk worden geselecteerd met behulp van de modusknop en de joystick op de schake-laarbehuizing aan de linker handgreep, bij stilstaande of rijdende motorfiets, zie pagina 37.Wanneer een rijmodus is bewerkt (behalve de modus RIDER), verandert het pictogram zoals hieronder aange-geven.BeschrijvingStandaardpic-togramPictogram bestuurder-saanpassingRAINROADSPORTTRACKRIDER(OP WEG)-RIDER(TRACK)-Elke rijmodus is instelbaar.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Triumph Speed Triple 1200 RR Breitling (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden