Triumph Rocket 3 Storm R (2025) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Triumph Rocket 3 Storm R (2025) (212 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Triumph Rocket 3 Storm R (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Triumph |
| Categorie: | Motor |
| Model: | Rocket 3 Storm R (2025) |
Handleiding Triumph Rocket 3 Storm R (2025) – volledige tekst
GEBRUIKERSHANDLEIDING01Rocket 3 Storm GT en Rocket 3 Storm RDeze handleiding bevat informatie over de Triumph-motorfietsen Rocket 3 Storm GT en Rocket 3 Storm R. Bewaar deze gebruikershandleiding altijd bij de motorfiets en raadpleeg de informatie indien nodig.De informatie in deze uitgave is gebaseerd op de meest recente, op het moment van publicatie beschikbare informatie. Triumph behoudt zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande mededeling of verplichting, wijzigingen aan te brengen.Deze publicatie mag niet in zijn geheel, noch gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van Triumph Motorcycles Limited.© Copyright 09.2023 Triumph Motorcycles Limited, Hinckley, Leicestershire, Engeland.Publicatie onderdeelnummer 3850345-NL versie 1
INHOUDSOPGAVE02Deze gebruikershandleiding bevat een aantal verschillende hoofdstukken. Onder-staande inhoudsopgave helpt u het begin van elk hoofdstuk op te zoeken, waar u – in het geval van grotere hoofdstukken – een meer gedetailleerde inhoudsopgave aantreft, die u helpt het betreffende onderwerp te vinden.03 VOORWOORD07 VEILIGHEID VOOROP16 WAARSCHUWINGSLABELS18 ONDERDELENOVERZICHT21 SERIENUMMERS23 INSTRUMENTEN61 ALGEMENE INFORMATIE97 RIJDEN OP DE MOTORFIETS115 ACCESSOIRES, LADING EN PASSAGIERS121 ONDERHOUD EN AFSTELLING173 REINIGING EN STALLING185 GARANTIE197 SPECIFICATIES203 INDEX209 GOEDKEURINGSINFORMATIE
VOORWOORD03Gebruikershandleiding WAARSCHUWINGDe gebruikershandleiding of snelstart-gids (indien geleverd bij de motorfiets) en alle overige documenten die bij uw motorfiets worden geleverd, maken permanent deel uit van uw motorfiets en moeten bij de motorfiets blijven, ook wanneer deze wordt doorverkocht. Iedereen die op de motorfiets gaat rijden moet de gebruikershandlei-ding of snelstartgids en alle andere documenten die bij de motorfiets zijn geleverd lezen om volledig vertrouwd te raken met de werking van de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van uw motorfiets. Leen uw motorfiets niet aan anderen uit, want rijden zonder vertrouwd te zijn met de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van de motorfiets kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
Dank u voor het kiezen van een Triumph-motorfiets. Deze motorfiets is het resultaat van Triumph's toepassing van beproefde technieken, grondige tests en het voortdurend streven naar superieure betrouwbaarheid, veiligheid en prestaties. Lees voordat u gaat rijden deze gebrui-kershandleiding aandachtig door om volledig vertrouwd te raken met de werking van de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van uw motorfiets. Deze handleiding bevat tips voor veilig rijden, maar beschrijft niet alle tech-nieken en vaardigheden die nodig zijn om veilig op een motorfiets te rijden. Triumph adviseert motorrijders nadrukkelijk de nodige lessen te nemen om deze motorfiets veilig te kunnen bedienen. De nieuwste versie van deze gebrui-kershandleiding met eventuele wijzigingen is verkrijgbaar bij uw lokale dealer en online op www. triumphmotor-cycles. co.
VOORWOORD04QR-codeOm de gebruikershandleiding te down-loaden;Voer het onderstaande adres in een webbrowser in:www. triumphmotorcycles. co. uk/hand-booksof;Scan de QR-code met uw smartphoneDeze QR-code is ook te vinden op een permanent label dat op uw motorfiets is bevestigd, onder het zadel of achter het zijpaneel.Nadat u het webadres heeft ingevoerd of de QR-code heeft gescand, wordt uw browser naar een webpagina geleid waar u uw gebruikershandleiding kunt selecteren en downloaden.Gevaren, waarschuwingen, maningen tot voorzichtigheid en mededelingenBijzonder belangrijke informatie wordt in de volgende vorm gepresenteerd: GEVAARDit gevaarsymbool duidt op speciale instructies of procedures die, als ze niet goed worden opgevolgd, persoon-lijk letsel of de dood tot gevolg hebben.
WAARSCHUWINGDit waarschuwingssymbool duidt op speciale instructies of procedures die, als ze niet goed worden opgevolgd, persoonlijk letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben. VOORZICHTIGDit symbool maant tot voorzichtig-heid en gaat vergezeld van speciale instructies of procedures die, als ze niet strikt worden opgevolgd, licht tot matig letsel tot gevolg kunnen hebben.KENNISGEVINGDit opmerkingssymbool duidt op punten die belangrijk zijn voor een efficiëntere en gemakkelijkere bedie-ning.WaarschuwingslabelsBovenstaand symbool wordt op bepaalde plaatsen op de motorfiets weergegeven. Het symbool betekent VOORZICHTIG: RAADPLEEG DE HAND-LEIDING en dit wordt gevolgd door een grafische voorstelling van het betref-fende onderwerp.Probeer nooit op de motorfiets te rijden of een aanpassing uit te voeren zonder de in deze handleiding beschreven rele-vante instructies te raadplegen.
VOORWOORD05Raadpleeg het gedeelte Locaties van de waarschuwingslabels in deze handlei-ding voor de locatie van alle labels met dit symbool. Dit symbool wordt zo nodig ook weergegeven op de pagina's met de relevante informatie. OnderhoudOm een lang, veilig en probleemloos gebruik van uw motorfiets te garan-deren, dient het onderhoud te worden uitgevoerd door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. Een erkende Triumph-dealer beschikt over de noodzakelijke kennis, appa-ratuur en vakkundigheid om uw Triumph-motorfiets goed te onder-houden. Bezoek de Triumph-website op www. tri-umph. co. uk of neem telefonisch contact op met de bevoegde distributeur in uw land voor informatie over de dichtst-bijzijnde erkende Triumph-dealer. De adressen zijn ook vermeld in het bij deze handleiding geleverde onderhouds-boekje.
GeluiddempingssysteemWijzigen van het geluiddempingssys-teem is verboden. Eigenaars worden gewaarschuwd dat het wettelijk verboden kan zijn om:▼ onderdelen of designelementen van nieuwe voertuigen die bedoeld zijn voor geluiddemping, voorafgaand aan de verkoop of aflevering aan de koper of daarna te verwijderen of buiten werking te stellen, behalve als dat nodig is voor onderhoud, reparatie of vervanging, en,▼ het voertuig te gebruiken nadat zo'n onderdeel of designcomponent is verwijderd of buiten werking is gesteld. Onder knoeien worden onder meer de volgende handelingen verstaan:▼ Verwijderen of doorboren van de geluiddemper, schotten, uitlaat-bochten of enig ander onderdeel dat uitlaatgassen geleidt. ▼ Verwijderen of doorboren van enig onderdeel van het inlaatsysteem. ▼ Gebrek aan goed onderhoud.
▼ Vervanging van bewegende delen van het voertuig, of delen van de uitlaat of het inlaatsysteem, door onderdelen die niet door de fabri-kant zijn aangegeven. Praat met TriumphOnze relatie met u stopt niet bij de aankoop van uw Triumph.
Uw feedback over de ervaringen tijdens aankoop en bezit zijn zeer belangrijk voor ons om onze producten en diensten voor u te ontwikkelen. U helpt ons daarmee door ervoor te zorgen dat uw erkende Triumph-dealer uw e-mailadres heeft en dat bij ons registreert. U ontvangt dan van ons op uw e-mailadres een uitnodiging voor een online-klanttevredenheidsonderzoek waarmee u ons deze feedback kunt geven. Het Triumph-team.
VEILIGHEID VOOROP07De motorfiets WAARSCHUWINGDeze motorfiets is ontworpen voor gebruik als tweewielig voertuig om een bestuurder met maximaal één passagier te vervoeren (mits een passagierszadel en achterste voetsteunen zijn aangebracht).Het totale gewicht van de berijder, een eventuele passagier, accessoires en bagage mag het in de specificaties vermelde maximale laadvermogen niet overschrijden.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGDeze motorfiets is uitsluitend bedoeld voor gebruik op de weg.Rijd niet offroad met deze motorfiets.Terreinrijden kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
WAARSCHUWINGDeze motorfiets is uitgerust met een katalysator onder de motor, die samen met het uitlaatsysteem zeer hoge temperaturen kan bereiken wanneer de motor draait.Brandbare materialen zoals gras, hooi/stro, bladeren, kleding en bagage kunnen ontbranden wanneer ze in contact komen met een willekeurig onderdeel van het uitlaatsysteem.Zorg er altijd voor dat brandbare materialen niet in aanraking kunnen komen met het uitlaatsysteem of de katalysator.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot brand, met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.
WAARSCHUWINGDeze motorfiets is niet ontworpen voor het trekken van een aanhanger of het gebruik van een zijspan.Het monteren van een zijspan en/of aanhanger kan de handelbaarheid, de stabiliteit of andere aspecten van het motorrijden beïnvloeden.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.
WAARSCHUWINGBENZINE IS UITERST BRANDBAAR:- Schakel de motor altijd uit wanneer u gaat tanken.- Let goed op en blijf alert tijdens het tanken.- Niet tanken of de vuldop van de tank openen terwijl u rookt of in de buurt bent van open vuur (vlammen).- Mors tijdens het tanken geen brand-stof op de motor, de uitlaatpijpen of de dempers.- Als brandstof is ingeslikt, ingeademd of in de ogen terechtgekomen is, moet direct medische hulp worden ingeroepen.- Als benzine op de huid terechtkomt, dient deze onmiddellijk te worden gewassen met water en zeep en met brandstof verontreinigde kleding dient onmiddellijk te worden uitge-trokken.- Contact met brandstof kan brandwonden en andere ernstige huidaandoeningen veroorzaken.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot ernstig letsel of de dood.
VEILIGHEID VOOROP09Valhelm en kleding GEVAAREen valhelm is een van de belang-rijkste uitrustingsstukken, omdat deze bescherming biedt tegen hoofdletsel. Uw valhelm en die van uw passagier dienen met zorg te worden gekozen en comfortabel en stevig om het hoofd te passen. Een felgekleurde helm verhoogt de zichtbaarheid van de rijder (of passagier) voor andere weggebruikers aanzienlijk.Een valhelm met open voorzijde biedt enige bescherming bij een ongeval, maar een integraalhelm biedt betere bescherming.Draag altijd een vizier of een goedge-keurde beschermende bril voor beter zicht en ter bescherming van uw ogen.Het niet opvolgen van bovenstaand advies leidt tot ernstig letsel of de dood.
WAARSCHUWINGTijdens het rijden op de motorfiets dienen de berijder en de passagier (bij modellen waarop een passagier vervoerd mag worden) altijd geschikte kleding te dragen, waaronder valhelm, oogbescherming, handschoenen, laarzen, broek (nauw aansluitend rond de knieën en de enkels) en een felge-kleurd jack.Tijdens offroadgebruik (op modellen die geschikt zijn voor offroadgebruik), moet de rijder altijd geschikte kleding dragen, inclusief broek en laarzen.Felgekleurde kleding verhoogt de zichtbaarheid van de rijder (of de passagier) voor andere weggebruikers aanzienlijk.Hoewel volledige bescherming niet mogelijk is, kan het risico op ernstig of dodelijk letsel worden verminderd door de juiste beschermende kleding te dragen.
VEILIGHEID VOOROP10Onderhoud en apparatuur WAARSCHUWINGNeem bij twijfel over het juiste of veilige gebruik van deze motorfiets contact op met een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.Wanneer wordt doorgereden op een niet goed werkende motorfiets kan een defect verergeren en kan de veiligheid in gevaar komen.Doorgaan met het gebruik van een niet goed werkende motorfiets kan de handelbaarheid, de stabiliteit of andere aspecten van het rijden op de motor-fiets beïnvloeden, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.
WAARSCHUWINGAls de motorfiets bij een ongeval, aanrijding of valpartij betrokken is geweest, dient hij te worden wegge-bracht voor inspectie en reparatie.Inspecties en reparaties moeten worden verricht door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.Een ongeval kan schade aan de motor-fiets veroorzaken, die, indien niet op de juiste wijze gerepareerd, een tweede ongeval kan veroorzaken met letsel of de dood tot gevolg.
VEILIGHEID VOOROP11Parkeren WAARSCHUWINGAltijd de motor uitschakelen en de contactsleutel verwijderen voordat u uw motorfiets onbeheerd achterlaat. Door het verwijderen van de contact-sleutel wordt het risico van gebruik door onbevoegde en onervaren personen verkleind.Denk aan het volgende als u uw motorfiets parkeert:- Zet de motorfiets in de eerste versnelling om te voorkomen dat hij van de standaard rolt.- De motor, radiateur, het uitlaatsys-teem, de achtervering en de remmen zijn heet na het rijden. Parkeer NOOIT op plaatsen waar voetgan-gers, dieren en/of kinderen de motorfiets kunnen aanraken.- Parkeer nooit op een zachte onder-grond of op een hellend oppervlak.
Indien de motorfiets onder deze omstandigheden wordt geparkeerd, kan deze omvallen.Zie voor nadere informatie het hoofd-stuk 'Rijden op de motorfiets' in deze gebruikershandleiding.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot materiële schade, ernstig letsel of de dood.Rijden GEVAARNooit op de motorfiets rijden indien u moe bent of onder invloed verkeert van alcohol of andere verdovende middelen.Rijden onder invloed van alcohol of andere verdovende middelen is verboden.Rijden bij vermoeidheid of onder invloed van alcohol of andere verdo-vende middelen vermindert het vermogen van de berijder om de controle te behouden, wat leidt tot verlies van controle over de motor-fiets met ernstig letsel of de dood tot gevolg.
WAARSCHUWINGAlle rijders moeten in het bezit zijn van een rijbewijs voor motorfietsen.Het zonder rijbewijs besturen van een motorfiets is verboden en kan gerech-telijke vervolging tot gevolg hebben.Het gebruik van de motorfiets zonder formele training in de juiste rijtech-nieken die nodig zijn om een rijbewijs te krijgen, is gevaarlijk.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.
VEILIGHEID VOOROP12 WAARSCHUWINGRijd altijd defensief en draag de beschermende uitrusting die elders in dit deel Veiligheid voorop worden genoemd. Onthoud dat een motorfiets bij een ongeval minder bescherming biedt dan een auto. Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot ernstig letsel of de dood. WAARSCHUWINGDeze motorfiets mag de wettelijk geldende snelheidslimieten niet over-schrijden. Het met hoge snelheid op een motorfiets rijden kan gevaarlijk zijn, aangezien de tijd om op een gevaar-lijke situatie te reageren bij hogere snelheden aanzienlijk wordt verkort. Neem altijd snelheid terug in eventueel gevaarlijke rijomstandigheden, zoals slecht weer of druk verkeer. Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.
WAARSCHUWINGWees altijd bedacht op veranderingen in het wegdek, het verkeer en de wind en pas uw rijgedrag hierop aan. Alle tweewielige voertuigen zijn onder-hevig aan externe krachten die de handelbaarheid, de stabiliteit of andere aspecten van de motorfiets kunnen beïnvloeden. Deze factoren zijn onder andere:- windstoten van passerende voer-tuigen- gaten in de weg, oneffenheden of beschadigingen in het wegdek- slecht weer- fouten van de bestuurder. Rijd altijd met matige snelheid en vermijd druk verkeer, totdat u zich volledig vertrouwd hebt gemaakt met de werking en de rijeigenschappen van de motorfiets. Overschrijd nooit de wettelijk geldende snelheidslimiet. Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.
Trilling/slingeringEen slingering is een relatief lang-zame, op en neer gaande beweging van de achterkant van de motorfiets, terwijl een trilling een snelle, soms sterke beving van het stuur is.
VEILIGHEID VOOROP13De oplossing is in beide gevallen hetzelfde. Houd het stuur stevig vast zonder de armen op slot te zetten of de stuurbeweging tegen te gaan. Draai het gas gelijkmatig terug om geleidelijk vaart te minderen. Rem niet en acce-lereer niet in een poging om het trillen of slingeren te stoppen. Soms helpt het om het lichaamsgewicht naar voren te verplaatsen door over de tank te buigen.Copyright © 2005 Motorcycle Safety Foundation. Alle rechten voorbehouden.
Gebruikt met toestemming.Handgrepen en voetsteunen WAARSCHUWINGDe bestuurder dient de motorfiets onder controle te houden door te allen tijde de handen aan het stuur te houden.Als de motorrijder zijn handen van het stuur haalt, tast dat de handelbaar-heid en de stabiliteit van de motorfiets aan.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGDe bestuurder en de passagier (indien van toepassing) dienen tijdens het rijden altijd de voetsteunen te gebruiken.Door de voetsteunen te gebruiken wordt voor zowel de bestuurder als de passagier het risico op onbedoeld contact met onderdelen van de motorfiets verminderd.
VEILIGHEID VOOROP14 WAARSCHUWINGZorg er altijd voor dat de passagiers-voetsteunen volledig zijn uitgetrokken bij het meerijden van een passagier.Vervoer nooit een passagier zonder dat hij of zij de volledig uitgetrokken passagiersvoetsteunen gebruikt.Onjuiste plaatsing van de voet ergens op de motorfiets in plaats van het gebruik van de voetsteunen kan ertoe leiden dat:- de voeten of kleding van de passa-gier bekneld raken- de passagier in contact komt met hete uitlaatpijpen.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk materiële schade, ernstig letsel of de dood tot gevolg.
WAARSCHUWINGDe hellingshoekindicators mogen niet worden gebruikt als richtlijn voor de mate waarin de motorfiets veilig schuin gelegd kan worden in bochten.Dit is afhankelijk van veel verschillende omstandigheden, waaronder, maar niet beperkt tot:- Wegdek;- Staat van de banden;- Weer.Overhellen tot een onveilige hoek kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGVervang altijd de hellingshoekindica-tors voordat ze tot de slijtagelimiet zijn afgesleten.Wanneer de hellingshoekindicators tot voorbij de slijtagelimiet zijn afgesleten, kan de motorfiets tot een onveilige hoek overhellen.Overhellen tot een onveilige hoek kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.
VEILIGHEID VOOROP15Onderdelen en accessoires WAARSCHUWINGDe eigenaar dient zich ervan bewust te zijn dat onderdelen, accessoires en aanpassingen voor een Triumph-mo-torfiets alleen goedgekeurd zijn wanneer ze door Triumph voorzien zijn van een officiële goedkeuring.We raden aan accessoires te laten aanbrengen en aanpassingen te laten verrichten door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.Het is met name bijzonder gevaarlijk om onderdelen of accessoires aan te brengen of te vervangen waarvoor het noodzakelijk is om het elektrische of het brandstofsysteem te demon-teren, of hierop uitbreidingen aan te brengen.
Dergelijke aanpassingen kunnen de veiligheid in gevaar brengen.Het aanbrengen van niet-goedge-keurde onderdelen, accessoires of aanpassingen kan een nadelig effect hebben op de handelbaarheid, de stabiliteit en andere aspecten van de werking van de motorfiets, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.Triumph aanvaardt geen aansprakelijk-heid voor gebreken die zijn veroorzaakt door het aanbrengen van niet-goed-gekeurde onderdelen, accessoires of aanpassingen.Triumph aanvaardt geen aansprakelijk-heid voor gebreken die zijn veroorzaakt door het aanbrengen van niet-goed-gekeurde onderdelen, accessoires of aanpassingen.
WAARSCHUWINGSLABELS17RechterkantKENNISGEVINGAlle waarschuwingslabels en stickers, met uitzondering van de labels voor inrijden en voetsteun voor de passagier, worden op de motorfiets aangebracht met een sterke lijm. In sommige gevallen worden labels aangebracht voorafgaand aan het aanbrengen van de laklaag. Daarom zal elke poging om de waarschuwingslabels te verwijderen, schade veroorzaken aan lakwerk of carrosserie.126 53RON/ROZ 95 min. 91E5 E103900691Unleaded fuel onlyCarburant sans plombGasolina sin plomoBleifreies BenzinEndast blyfri bensinBenzina senza piomboOngelode BrandstofCombustival sem schumbo4DAILY SAFETY CHECKSTÄGLICHE SICHERHEITSKONTROLLENCONTROLES DE SECURITE QUOTIDIENSCHEQUEOS DE SEGURIDAD DIARIOSVERIFICAÇÕES DIÁRIAS DE SEGURANÇAVERIFICHE GIORNALIERE DI SICUREZZADAGELIJSKE VEILIGHEIDSINSPECTIESDAGLIG SÄKERHETSKONTROLL運行前点検1. Voetsteunen voor de passagier (pagina 89)2.
ONDERDELENOVERZICHT19Rechterkant12 4913561 07811123141. USB-aansluiting (onder het zadel)2. Zekeringdoos (onder het zadel)3. Vloeistofreservoir voorrem4. Stelschroeven voorvering5. Stuurslot6. Voorvork7. Koelvloeistofexpansietank8. Dop koelvloeistofexpansietank9. Rempedaal achterrem10. Vloeistofreservoir achterrem11. Gereedschapskist (achter het zijpaneel)12. Stelwiel vering achterste terugveerdemping (achter het zijpaneel)13. Geluiddemper14. Versteller compressiedemping achtervering
SERIENUMMERS21VoertuigIdentificatieNummer (VIN)Het voertuigidentificatienummer (VIN) is in het balhoofdgedeelte van het frame geslagen. Het staat ook op een label dat aan de rechterkant van het voorste subframe is aangebracht.11. VoertuigidentificatienummerNoteer het VIN in de daarvoor bestemde ruimte in het onderhoudsboekje van de motorfiets.MotorserienummerHet serienummer van de motor staat aan de onderkant op het motorcarter.11. MotorserienummerNoteer het motorserienummer in de daarvoor bestemde ruimte in het onder-houdsboekje van de motorfiets.
INSTRUMENTEN27WaarschuwingslampjesWanneer het contact wordt ingescha-keld, lichten de waarschuwingslampjes op het instrumentenpaneel 1,5 seconde op en gaan vervolgens weer uit (behalve de lampjes die blijven branden tot de motor wordt gestart, zoals beschreven op de volgende pagina's).Zie pagina 39 voor aanvullende waar-schuwings- en informatieberichten.Storingslampje motormanagementsysteemHet storingslampje voor het motormanagementsysteem licht op wanneer het contact wordt ingeschakeld (om aan te geven dat het systeem werkt), maar mag niet gaan branden wanneer de motor draait.Als de motor loopt en er een storing is in het motormanagementsysteem, brandt de MIL en begint het alge-mene waarschuwingssymbool te knipperen.
In dat geval schakelt het motormanagementsysteem over naar de 'thuisbrengmodus', zodat de rit kan worden voortgezet indien de storing niet zo ernstig is dat de motor niet kan draaien. WAARSCHUWINGVerlaag de snelheid en rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het storingslampje brandt.
De storing kan de motorprestaties, de uitstoot van uitlaatgassen en het brandstofver-bruik beïnvloeden.De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.Een gebrekkige werking van de motor kan gevaarlijke rijomstandigheden veroorzaken, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.Als het storingslampje knippert wanneer het contact wordt ingeschakeld, neem dan zo snel mogelijk contact op met een erkende Triumph-dealer om deze situatie te verhelpen. Onder deze omstandigheden zal de motor niet starten.Waarschuwingslampje lage oliedrukAls bij draaiende motor de oliedruk gevaarlijk daalt, gaat het waarschuwingslampje lage oliedruk branden.
INSTRUMENTEN28KENNISGEVINGAls de oliedruk te laag is, gaat het waarschuwingslampje lage-oliedruk branden. Schakel de motor onmiddellijk uit en onderzoek de situatie wanneer het controlelampje voor lage oliedruk blijft branden. Indien de motor met een te lage oliedruk draait, ontstaat ernstige motorschade. Controlelampje startonderbreker/alarminstallatieDeze motorfiets is uitgerust met een startonderbreker die geactiveerd wordt wanneer de contactschakelaar in de stand OFF (UIT) wordt gedraaid. Zonder alarmWanneer de contactschakelaar in de stand OFF (UIT) staat, knippert het lampje van startonderbreker/alarm gedurende 24 uur om aan te geven dat de startonderbreker ingeschakeld is. Wanneer de contactschakelaar in de stand ON (AAN) staat, zijn star-tonderbreker en het controlelampje uitgeschakeld.
Als het controlelampje blijft branden, betekent dit dat er een storing in de startonderbreker is die nader moet worden onderzocht. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. Met alarmHet controlelampje van de starton-derbreker/alarminstallatie gaat alleen branden wanneer is voldaan aan de voorwaarden zoals beschreven in de instructies van de originele Triumph-alarminstallatie. Waarschuwingslampje antiblokkeerremsysteem (ABS)Wanneer de contactschake-laar in de stand ON wordt gedraaid, is het normaal dat het waarschuwingslampje voor het ABS-systeem gaat knipperen. Het lampje blijft knipperen nadat de motor gestart is, totdat de motorfiets een snelheid van meer dan 10 km/h heeft bereikt, waarna het lampje dooft.
Tractiecontrole werkt niet bij een storing aan het ABS-systeem. In dat geval branden de waarschuwingslampjes voor de ABS en tractiecontrole en het storingslampje. Het waarschuwingslampje gaat pas weer branden als de motor weer wordt gestart, tenzij er een storing is.
INSTRUMENTEN29 WAARSCHUWINGAls het antiblokkeerremsysteem (ABS) niet werkt, werkt het remsysteem verder als een remsysteem zonder ABS. Rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het ABS-waar-schuwingslampje brandt. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. Te hard remmen kan ertoe leiden dat de wielen blokkeren, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. Controlelampje tractiecontrole (TC)Het TC-controlelampje wordt gebruikt om aan te geven dat het tractiecontrolesysteem actief is en bezig is om slippen van het achterwiel te beperken bij snelle acceleratie of op natte of gladde wegen. Tractiecontrole werkt niet bij een storing aan het ABS-systeem.
In dat geval branden de waarschuwingslampjes voor de ABS en tractiecontrole en het storingslampje. WAARSCHUWINGAls de tractiecontrole niet werkt, moet voorzichtigheid in acht worden genomen bij het accelereren en het nemen van bochten op een nat of glad wegdek, om doorslippen van het achterwiel te voorkomen. Rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het storingslampje voor het motor-managementsysteem (MIL) en het waarschuwingslampje van de tractie-controle branden. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. Bij snel accelereren en hard rijden in bochten kan het achterwiel door-slippen, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.
Als tractiecontrole is ingeschakeld:▼ Onder normale rijomstandigheden blijft het tractiecontrolelampje uit. ▼ Het tractiecontrolelampje knippert snel wanneer het tractiecontro-lesysteem in werking is om slippen van het achterwiel te beperken bij snelle acceleratie of op een natte of gladde weg.
INSTRUMENTEN30Waarschuwingslampje Tractiecontrole (TC) uitgeschakeldHet waarschuwingslampje Tractiecontrole (TC) uitgescha-keld mag alleen gaan branden bij een storing of als de trac-tiecontrole uitgeschakeld is. Als het waarschuwingslampje tijdens het rijden gaat branden, betekent dit dat er in het tractiecontrolesysteem een storing is opgetreden die nader moet worden onderzocht. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. RichtingaanwijzerlampjeWanneer de richtingaanwij-zerschakelaar naar links of naar rechts wordt gedraaid, knippert het controlelampje van de richtingaanwijzer in hetzelfde tempo als de richtingaanwijzer zelf.
AlarmknipperlichtenWanneer de schakelaar van de alarmknipperlichten op aan wordt gezet, knipperen de waarschuwingslampjes van de richtingaanwijzers in hetzelfde tempo als de richtingaanwijzers zelf. GrootlichtknopWanneer de grootlichtknop wordt ingedrukt, wordt het grootlicht ingeschakeld. Door nogmaals op de knop te drukken wordt het dimlicht weer inge-schakeld. Als de motorfiets voorzien is van dagrijlicht, heeft de grootlichtknop extra functionaliteit. Als de DRL-schakelaar in de stand dagrijlicht staat, kan het grootlicht worden ingeschakeld door de groot-lichtknop ingedrukt te houden. Dit blijft branden zolang de knop ingedrukt wordt gehouden, en gaat uit zodra de knop wordt losgelaten. Op dit model is geen aan/uit-schake-laar voor verlichting aangebracht. Het achterlicht en de kentekenplaatver-lichting gaan automatisch branden wanneer het contact wordt ingescha-keld.
De koplamp gaat branden als het contact wordt ingeschakeld. De koplamp gaat uit wanneer de startknop wordt ingedrukt, totdat de motor start. Dagrijlichten (DRL) (indien gemonteerd)Wanneer het contact wordt ingeschakeld en de dagrijlicht-schakelaar op modus dagrijlicht is ingesteld, gaat het waarschuwingslampje voor dagrij-licht branden.
De dagrijlichten en dimlichten worden met de hand bediend via een schakelaar op de linker schakelaarbehuizing, zie pagina 71. Overdag zorgt de dagrijverlichting (DRL) ervoor dat de motorfiets beter zichtbaar is voor andere weggebruikers. In andere situaties moet het dimlicht worden gebruikt, tenzij de verkeerssituatie het gebruik van grootlicht mogelijk maakt.
INSTRUMENTEN31 WAARSCHUWINGRij niet langer dan noodzakelijk met het dagrijlicht (DRL) als het omge-vingslicht zwak is.Als het donker is, in tunnels, of als de omgevingsverlichting zwak is, kunnen de dagrijlichten het zicht belemmeren of andere weggebruikers verblinden.Verblinding van andere weggebruikers of beperkt zicht bij slechte verlichting kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.Waarschuwingslampje brandstofniveauHet waarschuwingslampje voor het brandstofniveau gaat branden wanneer er nog circa 4 liter brandstof in de tank aanwezig is.Algemeen waarschuwingssymboolAls er een storing is opgetreden in het ABS of het motormanage-ment en de waarschuwingslampjes voor het ABS en/of het motormanagementsysteem branden, wordt het algemeen waar-schuwingssymbool getoond in het informatievak.
De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en tech-nische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.OmgevingsluchttemperatuurDe luchttemperatuur wordt weerge-geven in oC of oF.Wanneer de motorfiets stilstaat, kan de hitte van de motor de nauwkeurigheid van de temperatuurweergave beïn-vloeden.Zodra de motorfiets weer rijdt, wordt de weergave na korte tijd weer normaal.Zie pagina 55 om de temperatuur weer te geven in °C of °F.
INSTRUMENTEN32Snelheidsmeter en kilometertellerDe snelheidsmeter geeft de rijsnelheid van de motorfiets aan.De kilometerteller geeft de totale door de motorfiets afgelegde afstand weer.A15:5312.4 °C10k00 5 6073443 miOR APR 2019Service Inmi70N211. Snelheidsmeter2. KilometertellerDeze informatie is beschikbaar in het servicevenster.ToerentellerKENNISGEVINGLaat het motortoerental nooit oplopen tot in de 'rode zone', omdat dit kan leiden tot ernstige motorschade.De toerenteller geeft het motortoerental weer in omwentelingen per minuut - omw/min. Aan het einde van het toerentellerbereik bevindt zich de rode zone.Toerentallen in het rode gebied liggen boven het aanbevolen maximumtoe-rental en ook boven het toerentalbereik waarbij de motor de beste prestaties levert.12.4 °C0 0 74 82Trip 1mi0311.
Motortoerental (tpm)De toerenteller wordt weergegeven in het gedeelte van de hoofdcirkel van het instrumentenpaneel wanneer het Chro-nos-thema is geselecteerd.
INSTRUMENTEN33BrandstofmeterDe brandstofmeter geeft de hoeveelheid brandstof in de tank aan.A15:531/3OK12.4 °CLow Fuelmi42.2mpg RANGE38+N1 231. Brandstofmeter2. Waarschuwingslampje brandstofniveau3. Informatievenster laag brandstofpeilDe brandstofmeter wordt weergegeven in het linkerzijpaneel wanneer het Chro-nos-thema is geselecteerd.Het resterende bereik en het actuele brandstofverbruik worden weergegeven in het rechterzijpaneel wanneer het brandstofmenu is geselecteerd.Bij ingeschakeld contact geeft een door-getrokken streep in de brandstofmeter aan hoeveel brandstof er nog in de tank zit.De schaalverdeling van de brandstof-meter geeft verschillende niveaus in de brandstoftank weer, variërend van leeg tot vol.Het waarschuwingslampje voor laag brandstofpeil gaat branden wanneer er nog circa 4 liter brandstof in de tank zit.
U dient dan bij de eerstvolgende moge-lijkheid te tanken.Er verschijnt een waarschuwingsbe-richt voor een laag brandstofpeil in het informatievenster. Druk de joystick in het midden in om de waarschuwing voor laag brandstofpeil te bevestigen en te verbergen.Na het tanken worden de gegevens van de brandstofmeter en de resterende actieradius pas bijgewerkt wanneer de motorfiets weer rijdt. Afhankelijk van de rijstijl kan het bijwerken tot vijf minuten duren.
INSTRUMENTEN34Weergave versnellingsstandDe versnellingsstandweergave geeft aan welke versnelling (één t/m zes) er inge-schakeld is. Als de transmissie in vrijloop staat (er is geen versnelling gekozen) toont het display 'N'.A25:20hh:mm02:250145mphmi15:5312.4 °C007482Trip 1mi0N11. Versnellingsstandweergave (neutrale stand is afgebeeld)A25:20hh:mm02:250145mphmi15:5312.4 °C0 0 74 82Trip 1mi0311. Versnellingsweergave (derde versnelling afgebeeld)RijmodiMet de rijmodi kunnen de gasklepres-pons (MAP), het antiblokkeerremsysteem (ABS) en de tractiecontrole (TTC) worden aangepast aan verschillende wegom-standigheden en voorkeuren van de bestuurder.
Afhankelijk van de speci-ficatie van het motorfietsmodel zijn verschillende rijmodi beschikbaar.Rijmodi kunnen gemakkelijk worden geselecteerd met behulp van de modusknop en de joystick op de schake-laarbehuizing aan de linker handgreep, bij stilstaande of rijdende motorfiets.Elke rijmodus is instelbaar. De beschik-baarheid van instellingen voor ABS, MAP en TC verschilt per model. Zie pagina 37 voor meer informatie. Wanneer een rijmodus is bewerkt (behalve de modus Rider), verandert het pictogram zoals hieronder aangegeven.Standaardpic-togramPictogram bestuurders-aanpassingBeschrijving- RiderRainRoadSport
INSTRUMENTEN35Rijmodi selecteren WAARSCHUWINGOm op een rijdende motor een rijmodus te selecteren, moet de bestuurder de motorfiets kortstondig laten freewheelen (motorfiets rijdt, motor draait, gas dicht, koppelings-hendel ingetrokken en remmen los). Selectie van een rijmodus onder het rijden mag alleen worden geprobeerd:- Bij lage snelheid- Op plaatsen waar geen ander verkeer is- Op rechte en vlakke wegen of opper-vlakken- Bij goede weg- en weersomstandig-heden- Daar waar het veilig is om de motorfiets kortstondig te laten free-wheelen. Selectie van een rijmodus onder het rijden MAG NIET worden geprobeerd:- Bij hoge snelheid- Te midden van rijdend verkeer- Tijdens het nemen van een bocht of op bochtige wegen of oppervlakken- Op sterk hellende wegen of opper-vlakken- Bij slechte weg- en weersomstandig-heden- Daar waar het onveilig is om de motorfiets kortstondig te laten free-wheelen.
Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGAls tractiecontrole is uitgeschakeld in het hoofdmenu, zoals beschreven in pagina 47, worden de opgeslagen instellingen van alle rijmodi onder-drukt. De tractiecontrole blijft, ongeacht uw keuze van de rijmodus, uitgeschakeld tot deze weer wordt ingeschakeld, het contact wordt uitgeschakeld en weer ingeschakeld, of wanneer de modusknop ingedrukt wordt gehouden om terug te keren naar de standaard Road-modus (waarin de tractiecontrole wordt geactiveerd wanneer de motor-fiets (bijna) stilstaat). Als de tractiecontrole is uitgeschakeld, gedraagt de motorfiets zich net als anders, maar zonder tractiecontrole.
WAARSCHUWINGRijd na het selecteren van een rijmodus eerst een stukje op een plaats waar geen verkeer is, om vertrouwd te raken met de nieuwe instellingen. Leen uw motorfiets niet uit aan anderen, omdat ze de instellingen van uw vertrouwde rijmodus kunnen wijzigen. Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.
INSTRUMENTEN36Om een rijmodus te selecteren:▼ Druk kort op de modusknop op de linker schakelaarbehuizing om het informatievak voor rijmodi en het rijmodusselectiepaneel te activeren.▼ Het pictogram van de actieve rijmodus wordt weergegeven in het midden van het instrumentenpaneel.Om van geselecteerde rijmodus te wisselen:▼ Duw de joystick naar links of rechts of druk herhaaldelijk op de modusknop tot de vereiste modus in het midden van het display wordt weergegeven, of wordt gemarkeerd in het rijmodusselectiepaneel.▼ Met een korte druk op het midden van de joystick selecteert u de gewenste rijmodus.A15:53RoadROADMAPROADROADTCN524131. Modusknop2. Huidige rijmodus3. Joystick4. Informatievak met instellingen voor de rijmodus5.
Rijmodusselectiepaneel▼ Duw de joystick naar links/rechts of druk op de modusknop om door de beschikbare rijmodi te bladeren.De geselecteerde modus wordt geactiveerd zodra aan de volgende voorwaarden voor moduswijziging is voldaan:Motorfiets staat stil - motor uit▼ Het contact is ingeschakeld.▼ De motorstopschakelaar staat in de stand AAN.Motorfiets staat stil - motor draait▼ De vrijloopstand is geselecteerd.Motorfiets rijdtBinnen 30 seconden na het selecteren van een rijmodus moet de bestuurder tegelijkertijd de volgende handelingen uitvoeren:▼ De gashendel dichtdraaien.▼ Maak geen gebruik van de remmen (laat de motor 'freewheelen').Als de tractiecontrole uitgeschakeld is, kan de modus RIDER niet worden in- of uitgeschakeld terwijl de motorfiets rijdt.
In dat geval moet de motor tot stilstand gebracht worden alvorens de rijmodus kan worden veranderd.Als een wisseling van rijmodus niet is voltooid, geeft het pictogram afwisselend de vorige en de onlangs geselecteerde rijmodus weer tot de wisseling voltooid is of geannuleerd wordt.De selectie van een rijmodus is nu voltooid en er kan weer normaal gereden worden.
INSTRUMENTEN38ABS-instellingenBeschrijvingen van ABS-instellingenRoad en Sport Optimale ABS-instelling voor gebruik op de weg.Rain Optimale ABS-instelling voor gebruik in de regen.MAP-instellingenBeschrijvingen MAP-instellingenRoad Standaard gaskleprespons.RainGereduceerde gaskleprespons in vergelijking met de Road-modus voor natte of gladde ondergronden.Sport Verhoogde gaskleprespons in vergelijking met de Road-modus.Instellingen tractiecontrole WAARSCHUWINGAls de tractiecontrole is uitgeschakeld, gedraagt de motorfiets zich net als anders, maar zonder tractiecontrole.Als u te hard accelereert op een nat/glad wegdek terwijl de tractiecontrole is uitge-schakeld, kan het achterwiel gaan slippen.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.Beschrijvingen instellingen tractiecontroleRoadOptimale tractiecontrole-instelling voor gebruik op de weg.
INSTRUMENTEN39Informatievak WAARSCHUWINGAls de motorfiets rijdt, is het alleen onder de volgende voorwaarden toegestaan om de weergave van het informatievak te wijzigen of de brand-stofinformatie te resetten:- Bij lage snelheid- Op plaatsen waar geen ander verkeer is- Op rechte en vlakke wegen of opper-vlakken- Bij goede weg- en weersomstandig-heden.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.Het informatievak verschijnt aan de onderzijde van het scherm en biedt eenvoudige toegang tot verschillende statusgegevens van de motorfiets.Om de verschillende items van het infor-matievak te bekijken:▼ Duw de joystick naar links/rechts tot het gewenste item van het infor-matievak wordt weergegeven.KENNISGEVINGOm toegang te krijgen tot het informatievak, moeten eerst alle waar-schuwingsberichten worden bevestigd, zie pagina 39.Het informatievak bevat de volgende items:▼ Waarschuwingen en informatiebe-richten, zie pagina 39▼ Contrast, zie pagina 40▼ Thema-opties, zie pagina 41▼ Details, zie pagina 41▼ Dagteller, zie pagina 42▼ Brandstofinformatie, zie pagina 42▼ Koelvloeistoftemperatuur, zie pagina 43▼ Aankondiging onderhoudsinterval en kilometerteller, zie pagina 44▼ Bandenspanningscontrolesysteem (TPMS) (indien gemonteerd), zie pagina 44.Het is mogelijk verschillende gegeven-sitems te tonen of te verbergen binnen het informatievak.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Triumph Rocket 3 Storm R (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor Triumph
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor