Thermocet Trimline 83 Corner Left DB - 1182 Handleiding

Thermocet Haarden Trimline 83 Corner Left DB - 1182

Bekijk gratis de handleiding van Thermocet Trimline 83 Corner Left DB - 1182 (33 pagina’s), behorend tot de categorie Haarden. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Thermocet Trimline 83 Corner Left DB - 1182 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/33
NEDERLAND-NLBELGIE-BE
INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN
Trimline assortiment
Trimline 83 Front DB ( 1180)
Trimline 83 Panorama DB ( 1181)
Trimline 83 Corner Left DB ( 1182)
Trimline 83 Corner Right DB ( 1183)

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Thermocet
Categorie: Haarden
Model: Trimline 83 Corner Left DB - 1182

Handleiding Thermocet Trimline 83 Corner Left DB - 1182 – volledige tekst

13 10.1 Componenten van het concentrisch kanaalsysteem 10.2 Opbouw concentrisch kanaalsysteem 10.3 Montagevoorschriften bestaande rookkanalen 10.4 Onderdelen 10.5 Montage 11. DOORVOER POSITIES EN CORRECT FUNCTIONEREN Pag. 15 12. REINIGING EN ONDERHOUD Pag. 16 13. STORINGSZOEKLIJST MERTIK GV60 Pag. 17 APPENDIX 1 MAATTEKENINGEN APPENDIX 2 INBOUWVOORBEELDEN APPENDIX 3 INSTALLATIE VOORBEELDEN MET BETREKKING TOT ROOKKANALEN APPENDIX 4 VOORBEREIDINGEN EN INSTALLATIE APPENDIX 5 GAS CASSETTE GV60 GEREED MAKEN VOOR INBOUW APPENDIX 6 MONTAGE OPTIONELE GLOEIBED UNIT APPENDIX 7 PLAATSING HOUTSET APPENDIX 8 PLAATSING VAN DE OPTIONELE “BLACK GLASS”, STEENMOTIEF OF RILLEN WAND SET Voor België is deze instructie ook in Duitstalige uitvoering beschikbaar Informeer bij uw producent. Für Belgien ist diese Bedienungsanleitung auch in Deutscher Sprache erhältlich.

3 1. 1 Algemeen voorschrift · De gashaard dient geplaatst, aangesloten en gecontroleerd te worden als een gesloten toestel door een erkend installateur, volgens de nationale, regionale en lokale normen en voorschriften. · Ook het afvoersysteem en de uitmondingen in gevel of dakvlak dienen te voldoen aan de geldende normen en voorschriften. · De temperatuur van de wanden en schappen in de omgeving van de zij en achterkant van het toestel mag de omgevingstemperatuur met niet meer dan 80°C overstijgen. · Het toestel is in combinatie met het concentrisch kanalensysteem THC/Holetherm CC Ø100/ Ø150 of Ø130/ Ø200 mm goedgekeurd volgens de Europese CE-norm voor gastoestellen, en mag daarom uitsluitend met dit systeem worden toegepast. · Het toestel dient door de installateur gecontroleerd te worden op lokale gasdistributie (gas- type en gas- druk) zo als aangegeven op het typeplaatje.

· De instructie is alleen geldig als de desbetreffende landcode op het toestel is vermeld. Is dit niet het geval dan is het noodzakelijk de gas technische gegevens van het desbetreffende land te raadplegen en modificaties te overleggen met de fabrikant. · Bij de eerste keer stoken zal er lucht in de gasleiding zitten. De gasleiding dient daarom eerst ontlucht te worden. · Steek de kachel volgens het bedieningsvoorschrift aan en controleer of het vlambeeld gelijkmatig is. Na de eerste keer stoken dient u eventueel de aanslag op de glasruit, als gevolg van het uitmoffelen van het toestel, te verwijderen met behulp van een glasreiniger voor kachels. Afstand tot brandbare materialen: · T. o. v.

het front, zij- en bovenkant van het toestel zal een afstand van 1200 mm toegepast moeten worden vanaf het toestel tot aan: gordijnen, bekledingen en weefsels, en of ander brandbaar materiaal tenzij anders vermeld in deze instructie.

Afstand tot niet brandbare materialen: · Bij installatie van het toestel , zal een minimale afstand van 25 mm van de muur gehandhaafd moeten worden tenzij ander vermeld in deze instructie. De installatie mag uitsluitend door een bevoegd persoon uitgevoerd worden LET OP 1. INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN WAARSCHUWING Gaskachels worden heet als ze in bedrijf zijn. Na inbouw van het toestel wordt het glasoppervlak beschouwd als actieve zone. Het glasoppervlak kan zeer heet worden. Opgelet. Dienovereenkomstig moet voorzichtigheid worden betracht en b. v. kinderen en hulpbehoevenden uit de buurt van brandende kachels worden geweerd. Ook mogen kachels niet op of tegen brandbare materialen worden ge-plaatst (gordijnen enz. ). Plaats het toestel nooit tegen of in een brandbare wand. Constructie materiaal voor schouwen en mantels etc.

of bij een inbouw situatie moeten van onbrandbaar materiaal gemaakt zijn. Dit geld tevens voor vloeren en plafonds. Gebruik nooit brandbare materialen nabij het toestel met inachtne-ming van de bovengenoemde voorschriften. Als u twijfelt, raadpleeg dan uw leverancier LET OP.

4 2. 1 Aansluiting op de gasleiding Afhankelijk van de opstelling kunt u bepalen waar de gasleiding komt te liggen. Let erop dat tijdens het aansluiten de regelapparatuur niet wordt verdraaid en dat er geen overmatige spanningen optreden. De bereikbaarheid van diverse koppelpunten dient bij de betreffende componenten gewaarborgd te zijn. Controleer na het aansluiten de verbindingen op gasdichtheid. Gebruik in de toevoerleiding een 3/8“ gaskraan met koppeling. Zorg er voor dat de gasleiding vrij van vuil of zand is, en dat gas en verbrandingsproducten van de diverse onderdelen en functies juist werken. De gas aansluiting dient spanningsvrij te geschieden. Dit ter voorkoming van beschadiging aan de gas regelapparatuur. 2. 2 Voorbereiding en plaatsing (zie APPENDIX 5 ) · Verwijder de verpakking en controleer het toestel op mogelijke beschadigingen. · Let op.

Plaats het toestel op een stabiele ondergrond. · Leg het toestel niet op de zijkant. · Zet het toestel op de plaats van bestemming. · Gebruik hiervoor de til ijzers die bij elk toestel meegeleverd zijn (1) · De voorruit moet nu verwijderd worden om de toegevoegde onderdelen uit het toestel te kunnen halen. · Verwijder de brede sierlijst aan de onderzijde van de ruit. · Verwijder de inleglijst 2c met bladveren aan de onderzijde van de front glasruit. · Draai de bouten met snel sluiting van de bovenste glas houder los (2a-b), niet volledig uitnemen. · Bij de front uitvoering de snel sluitingen aan de zijkanten losdraaien en volledig uitnemen inclusief de glaslijsten.

· Door de meegeleverde zuignap in het midden op de glasruit te plaatsen is de ruit eenvoudig uit het toestel te nemen door deze eerst voorzichtig naar boven te bewegen en daarna de onderkant van de ruit heel voorzichtig en langzaam naar u toe te halen, om hierna de ruit vervolgens te plaatsen op een veilige plek waar de ruit niet kan breken of beschadigen (3/4).

· Neem hierna de verpakte onderdelen uit het toestel en controleer deze op schade of breuk. · Plaats het toestel in de door u bepaalde inbouw situatie (zie APPENDIX 2 voorbeeld inbouw situatie). Het toestel moet aan de achterkant direct aan de wand bevestigd worden (bevestigings materiaal niet meegeleverd) (5). · De poten van het toestel kunnen hoger of lager gesteld worden voor de grove afstelling. (zie maattekeningen). (6). Optioneel is ook een poten verlengset leverbaar, stelbereik Min 200mm en Max 500mm. · De stelpoten geven de mogelijkheid het toestel verfijnd af te stellen. · Bouw de Gas Cassette in op de door u bepaalde inbouwsituatie nadat u de gasregelblok GV60 hebt gemonteerd, zie 2. 3. De afstand van de gasregeling en het toestel wordt bepaald door de kabel lengten welke van de gasregeling naar de brander etc. Dat is Max. 1500 mm.

· Er dient in de afvoer een restrictieplaat voor de afvoer te worden gemonteerd(7), deze zit achter de keerplaat. Voor de bepa-lingen zie hoofdstuk 9. · Positioneer de meegeleverde uitblaas roosters op minimaal 50 cm onder het plafond op de betreffende wand zie APPENDIX 2 (voorbeeld inbouw situatie). Eventueel kan een verlaagd plafond van onbrandbaar materiaal binnenin het geheel uitkomst brengen bij een visueel belemmerend situatie. 2. 3 Installatie Gasregeling GV60. (zie APPENDIX 6) De complete gasregeling is onder de gashaard gemonteerd. Bij installatie van de haard in combinatie met een muurbeugel (zwevend plateau) kan de gasregeling onder de haard gemonteerd blijven. In alle andere situaties moet gasklep inclusief de branderautomaat door de installateur in de gas cassette gemonteerd worden.

· Verwijder de schroef van de gasklep beugel zorgvuldig en neem de branderautomaat uit de beugel en verplaats het geheel naar de kant van de haard vanwaar u de gas cassette kan opbouwen(2). · Plaats de gasklep op de juiste positie op de achterzijde van het gas cassette(3). · Monteer de gasklep inclusief beugel binnenin de gas cassette , en zet deze vast met de 2 vleugel moeren op de positie zoals aangegeven(4). · Schuif de branderautomaat inclusief de beugel in de gas cassette en zet deze eveneens vast zoals aangegeven. · Plaats de volledige gas cassette in de omkasting van de gashaard. Houd de maximale afstand tussen gashaard en gas cassette in de gaten door de beperkte lengte van thermokoppel etc (5). · Zorg ervoor dat de buizen, ontstekingskabel en thermokoppel zonder trekspanning en scherpe bochten zijn aangebracht, dit moet ten allen tijde worden vermeden.

Zorg ervoor dat de bougiekabel vrij ligt van metalen delen(6). LET OP Temperatuur uit de uitblaas roosters kan op meer dan 100°C uitkomen. Voorzichtigheid is daarom geboden. LET OP Voordat u het toestel plaatst is het aan te bevelen eerst Hoofdstuk 7 “Concentrisch kanaalsysteem” 2. PLAATSEN VAN HET TOESTEL.

5 2. 4 Inbouwmethodes (zie APPENDIX 2 afb. 1-2-3-4-5) Afhankelijk van de gewenste opstelling kunt u bepalen te werken met een brede sierlijst of juist het plateau nagenoeg direct te laten aansluiten op de glasruiten van het toestel. Werken met de brede sierlijst bij de panorama en hoek toestellen (zie APPENDIX 2 afb. 1) · De brede sierlijst kan eenvoudig worden weggenomen door deze op te tillen en naar voren uit te nemen, let op beschadigin-gen ruit en plateau. · De staande sierlijsten hebben aan de onderzijde een stelbare magneet bevestiging, uitnemen naar voren toe en achter de haakconstructie bovenin toestel wegnemen. · Toestel kan worden ingebouwd, rekening houden met de juiste inbouwmaterialen (brandvrij. ) en afmetingen ombouw zodanig dat de brede sierlijsten weer probleemloos op de haard kunnen worden terug geplaatst.

· Na afwerken (bv sierpleister of glasvliesbehang) van de ombouw kunnen de lijsten weer worden terug geplaatst. · LET OP: dikte van afwerking zodanig dat de sierlijsten weer juist op toestel kunnen worden terug geplaatst. Werken met de brede sierlijst bij de front toestellen (zie APPENDIX 2 afb. 2) · De brede sierlijst kan eenvoudig worden weggenomen door deze op te tillen en naar voren uit te nemen, let op beschadigin-gen ruit en plateau. · De staande sierlijsten hebben aan de onderzijde een stelbare magneet bevestiging, uitnemen naar voren toe en achter de haakconstructie bovenin toestel wegnemen. · Toestel kan worden ingebouwd, rekening houden met de juiste inbouwmaterialen (brandvrij. ) en afmetingen ombouw zodanig dat de brede sierlijsten weer probleemloos op de haard kunnen worden terug geplaatst.

3-4-5) · De plateau afwerking kan nagenoeg tegen de glasruit worden afgewerkt, zie de gele lijn afbeelding 3. · Plateau materialen dienen altijd onbrandbaar te zijn. · De inleglijsten met bladveren dient altijd uitneembaar te blijven. · Op de onderzijde van het toestel zijn stelprofielen aangebracht welke als begrenzing van het plateaumateriaal kunnen dienen. Deze stelprofielen zijn in hoogte stelbaar(4 en 5), maten 20-30mm zijn indicatief voor de plateau dikte. · Het toegepaste plateau materiaal mag niet volledig afsteunen op deze stelprofielen, de gashaard wordt heet en kan uitzet-ten met scheurvorming van het plateau materiaal als gevolg. · De dikte van het plateau mag niet boven inleglijsten met bladveren uitkomen, glas moet uitneembaar blijven. · Bij de gashaard zijn een 2 tal smallere verticale sierlijsten meegeleverd( zie afb.

3) welke naar keuze kunnen worden toegepast ipv de standaard brede sierlijsten. De lijsten kunnen aan de bovenzijde achter de afwerklijst worden gehaakt en middels de stelbare magneet op hun plek worden gehouden.

6 3. 1 Montagevoorschrift optionele “Black glass” set (Zie APPENDIX9) · Verwijder de brede sierlijst en inleglijst de onderzijde van de ruit(zie APPENDIX 5 afb. 2c). · Draai de bouten met clips van de bovenste glas houder los ( Zie APPENDIX 5 afb. 2a-b). · Door de meegeleverde zuignap in het midden op de glasruit te plaatsen is de ruit eenvoudig uit het toestel te nemen door deze eerst voorzichtig naar boven te bewegen en daarna de onderkant van de ruit heel voorzichtig en langzaam naar u toe te halen, om hierna de ruit vervolgens te plaatsen op een veilige plek waar de ruit niet kan breken of beschadigen (3 en 4). Indien de gedemonteerde glasruit schade vertoond(krassen en/of beschadigde randen) de glasruit niet gebruiken en de leverancier waar-schuwen. · Neem de branders (A) en decoratieplaat (B) uit het toestel. (zie APPENDIX 5 afb.

2a-b) · Neem de gladde wandset uit de haard door deze voorzichtig op te tillen en aan de onderzijde uit de haard te kantelen. · Plaats nu lamellen-afstandhouders en de “Black Glass” set zorgvuldig met in achtneming dat de “Black Glass” set zeer voor-zichtig geplaatst moet worden dit om materiaalbreuk of andere schade te voorkomen. · Branders en decoratieplaat terugplaatsen. 3. 2 Montagevoorschrift optionele wandset Steenmotief of rillen (Zie APPENDIX9) · Verwijder de brede sierlijst en inleglijst aan de onderzijde van de ruit (zie APPENDIX 5 afb. 2c). · Draai de bouten met clips van bovenste glas houder los (Zie APPENDIX 5 afb. 2a-b).

· Door de meegeleverde zuignap(pen) in het midden op de glasruit te plaatsen is de ruit eenvoudig uit het toestel te nemen door deze eerst voorzichtig naar boven te bewegen en daarna de onderkant van de ruit heel voorzichtig en langzaam naar u toe te halen, om hierna de ruit vervolgens te plaatsen op een veilige plek waar de ruit niet kan breken of beschadigen (3 en 4).

Indien de gedemonteerde glasruit schade vertoond · (krassen en/of beschadigde randen) de glasruit niet gebruiken en de leverancier waarschuwen. · Neem de branders (A) en decoratieplaat (B) uit het toestel (zie APPENDIX 5 afb. 2a-b). · Neem de gladde wandset uit de haard door deze voorzichtig op te tillen en aan de onderzijde uit de haard te kantelen. · Plaats de wandset zoals aangegeven met inachtneming dat de wanden zeer voorzichtig geplaatst moeten worden dit om materiaalbreuk of andere schade te voorkomen. · Branders en decoratieplaat terugplaatsen. Montagevoorschrift optionele LED gloeibed unit(Zie APPENDIX 7) De LED Gloeibed (1) unit bestaat uit: A. Complete LED unit, inclusief voedings adapter. B. Glasruit C. Glaslatten · T. b. v. de voeding van de LED unit dient er onder de haard een 220Vac voeding te worden aangelegd.

· Verwijder de brede sierlijst en inleglijst de onderzijde van de ruit (zie APPENDIX 5 afb. 2c). · Draai de bouten met clips van de bovenste glas houder los (zie APPENDIX 5 afb 2a-b). · Door de meegeleverde zuignap in het midden op de glasruit te plaatsen is de ruit eenvoudig uit het toestel te nemen door deze eerst voorzichtig naar boven te bewegen en daarna de onderkant van de ruit heel voorzichtig en langzaam naar u toe te halen, om hierna de ruit vervolgens te plaatsen op een veilige plek waar de ruit niet kan breken of beschadigen (3 en 4). Indien de gedemonteerde glasruit schade vertoond (krassen en/of beschadigde randen) de glasruit niet gebruiken en de leverancier waar-schuwen. · Neem de branders (A) en decoratieplaat (B) uit het toestel(2). De decoratieplaat is voorzien van uitschuifbare tilbeugels.

· Plaats de glasruit behorende bij de LED unit bovenop de pakking en controleer op goede afdichtingen(7). · Monteer de glaslatten op de LED unit(8) en draai de schroeven vast (niet te vast i. v. m. kans op glasbreuk. ) · Sluit de kabel aan op de banderautomaat(9) en sluit adapter aan op 220Vac net en voedingsaansluiting branderautomaat en controleer of de LED unit functioneert(10) (zie ook bedieningsinstructie toestel). · Plaats de decoratieplaat en branders weer op de juiste positie, controleer op goede staat pakking en 100% afdichting van de branders. · Leg de houtdecoratie set in de haard zie APPENDIX 8. 3. PLAATSEN VAN DE ADDITIONELE “BLACK GLASS” WANDEN OF STEENMOTIEF WANDSET LET OP Als u gekozen heeft voor een "Black glass", "Steenmotief" , dan moet u deze eerst monteren voordat u de houtset plaatst. 4. PLAATSEN VAN DE OPTIONELE LED GLOEIBED UNIT.

7 Plaatsing van de keramische hout set (zie APPENDIX 8) · Standaard zijn alle branders gemonteerd(1) en is de geperforeerde decoratieplaat geplaatst. Tbv van het eenvoudiger uitnemen van de decoratieplaat zijn er 2 geïntegreerde tilbeugels aanwezig waarmee de gehele plaat inclusief glas/gloeimateriaal kan worden uitgenomen nadat de branders zijn verwijdert. · Verspreidt gelijkmatig de glaskorrels over het centrale deel van de geperforeerde decoratieplaat(2). Indien er een LED gloeibed module is toegepast controleer of er sprake is van direct zicht op de LED’s (lichtlekkage). Houd de decoratieplaat tpv de voet van de 2 staande branders vrij van glaskorrels. Zorg ervoor dat een GEEN glaskorrels in de waakvlam vallen en ook dient men de branderpoorten van de centrale brander vrij te houden. · Neem de brander rechts voor uit het toestel(3).

De vlammen mogen de gekoolde stammen niet raken. · Plaats de voorste diagonale stam (F) (8), deels op de centrale stam. Vlammen mogen deze stam niet raken.

· Verspreidt de kolenchips/kooltjes gelijkmatig links en rechts aan de zijkanten en deels over het glaskorrel bed. De kolen-chips/kooltjes mogen de centrale brander/houtblok niet raken. Indien gewenst kunnen de kolenchips in kleinere delen worden gebroken. Bij toepassing van de optionele LED gloeibed kan middels de kolenchips ook de licht doorschijning worden beïnvloed. · Indien gewenst kan de gloei wol langs de uitstroom openingen van het centrale houtblok worden gelegd, trek de draden goed uit elkaar en zorg ervoor dat het gas goed kan uitstromen. · Voordat de glasruit weer wordt teruggeplaatst, controleer of de restrictie in de afvoerstut moet worden geplaatst of niet. Zie hiervoor hoofdstuk 8 ”Concentrische Trajecten”. Verwijder de keerplaat door deze aan de voorzijde van de plaat los te schroeven en dan naar achteren uit te nemen.

(zie APPENDIX 5-7) · Monteer de restrictieplaat als deze voorgeschreven is voor uw situatie met de twee meegeleverde schroeven (zie APPENDIX 5 afb. 7). Plaats de keerplaat terug in omgekeerde volgorde- let op- in bepaalde afvoer trajecten wordt de keerplaat niet terug geplaats, zie hoofdstuk 8. · Plaats nu de ruit terug in omgekeerde volgorde zoals is beschreven op 2. 2 en APPENDIX 5. · Ontsteek de haard en controleer of de ontsteking van waakvlam en branders soepel verloopt en de vlammen gelijkmatig uitstro-men langs de stammen. Indien dit niet het geval is dient de stammen liggen gecontroleerd cq aangepast te worden. OPMERKING: Bij het plaatsen van de houtset en de diverse gloeimaterialen dient men rekenschap te houden met: A: Geen gloeimateriaal in of op waakvlambrander. B: Voorkom dat er keramisch materiaal op het koord van de ruitdichting terecht komt. Verwijder dit eventueel.

9 Zie er op toe dat de aan het toestel toegevoerde brandstoffen schoon zijn en vrij zijn van stofdeeltjes en vocht. Voordat een gastoevoerleiding (nieuw of bestaand) wordt aangesloten aan de hoofdgasleiding bij de gas meter en aan het gas regelblok van het toestel dient deze te zijn doorgeblazen met schone en droge perslucht. Afgesneden koperleidingen maar ook de aluminium waakvlamleiding dienen te worden ontbraamt en schoongeblazen alvorens deze aan te sluiten. Warmte, vocht en stof vormen een bedreiging voor alle elektronica Bescherm de elektronische (gas) besturing totdat alle bouw-, stuc- en schilderswerkzaamheden zijn voltooid. Moeten onverhoopt nog dergelijke werkzaamheden worden verricht, bescherm deze dan tegen indringend vuil en vocht met bijvoorbeeld plastic folie. Plaats de batterijen, enkel nadat alle bedrading van ontvanger, gasregelblok en waakvlamset is Verbonden.

Voortijdige verbinding met de stroombron kan de elektronica beschadigen. Bij de uitvoering met optionele LED unit is plaatsen van de batterijen niet noodzakelijk. Voorkom dat de ontstekingskabel zich in de nabijheid van de antennedraad bevindt of dat beiden elkaar kruisen. De hoge spanning die vrijkomt bij de ontsteking kan het gevoelige ontvangercircuit van de antenne beschadigen. Het is mogelijk dat het toestel hierna verminderd of geheel niet meer op commando’s van de handset reageert. Verleng het bijgeleverde thermokoppel alleen met de originele verlengset. (verkrijgbaar via uw leverancier) Ongeoorloofde verlenging van het thermokoppel heeft spanningsvermindering tot gevolg, hierdoor kan de magneetspoel niet worden geactiveerd.

Voor automatische start via de handzender dienen de ontvanger en de bedieningsorganen op het gasregelblok te zijn ingeschakeld De ovale schijf op het gas regelblok dient op stand ON’ te zijn gedraaid. De I/0 schakelaar dient op ‘I ’ te zijn afgesteld. De ontsteekkabel moet op het ontvangstkastje zijn aangesloten bij het aansluitpunt ‘SPARK’. De handzender bevat de thermostaatvoeler van het systeem De handzender functioneert het best op 2 á 3 m afstand van het toestel. Hoewel de communicatie via korte golf radiosignalen plaatsheeft, is het aan te bevelen de handzender in het ‘zicht’ van het gastoestel te leggen, op een plaats waar de gebruiker een behaaglijke temperatuur wil beleven. Leg de handzender niet in zonnestraling of op andere warme plaatsen. De thermostaat meet die temperatuur en regelt de vlamhoogte van het gastoestel overeenkomstig 7.

INSTRUCTIES VOOR MERTIK MAXITROL GV60 WAARSCHUWING Elektronica raakt blijvend defect wanneer deze wordt blootgesteld aan temperaturen hoger dan 60°C. Reguliere AA batterijen barsten open bij >54°C waarna de inhoud hiervan de onderliggende elektronische schakelingen beschadigt. Batterijen hebben de langste levensduur bij 50°C bedraagt deze levensduur nog ca. 23 weken, dit maakt het gebruik van de gashaard onnodig kostbaar. Plaats gas regelblok en ontvanger enkel zoals voorgemonteerd in de fabriek. Bedenk dat op een later tijdstip onderdelen eventueel vervangen moeten worden of reparaties worden verricht. Het plaatsen van de besturing op een wijze afwijkend van de door ons voorgeschreven methode kan dit bemoeilijken. LET OP Draai de contactonderbreker en de thermokoppelverbinding niet te vast op het gas regelblok. Handvast plus een halve slag met een steeksleutel is ruimschoots voldoende.

Hierdoor is het mogelijk dat de magneetspoel de gastoevoer naar de waakvlam niet opent en het toestel niet functioneert. WAARSCHUWING Het is verboden het toestel op te starten indien ruit(en) niet aanwezig is of zijn en of gebroken. LET OP VERZEGELDE ONDERDELEN MOGEN NIET AANGEPAST WORDEN, GARANTIE VERVALT.

10 Verwijder batterijen enkel met het rode lintje welke onder de batterijen zit, niet met metalen gereedschap Het verwijderen van batterijen met een metalen voorwerp kan de elektronische besturing blijvend beschadigen. * i. c. m. domotica ** kortste systeemtraject 8. GAS TECHNISCHE GEGEVENS LET OP Wachttijd van 3 minuten tussen iedere startpoging. Type aanduiding(en) 1180(front), 1181(Panorama), 1182(Corner Left), 1183(Corner Right) Toestel type C11,C31,C91 gesloten verbranding Concentrisch afvoersysteem Holetherm CC 100-150/130-200 Gastype G25.

13 Het concentrisch kanaal systeem is samengesteld uit een binnenkanaal en een buitenkanaal. Deze kanalen zijn concentrisch opgesteld; door het binnenkanaal worden de verbrandingsgassen afgevoerd, tussen binnen en buiten kanaal wordt de verse verbrandingslucht toegevoerd. 10. 1 Componenten van het concentrisch kanaalsysteem. Met behulp van het concentrisch kanaalsysteem zijn verschillende aansluitingen mogelijk: Door het dakvlak en door de gevel. Het traject van dit systeem is op verschillende wijzen aan te leggen, maar er zijn enkele belangrijke voorwaarden: * Totale toegestane verticale kanaallengte niet langer dan 12 meter (som van kanaallengte en de rekenlengtes voor de bochten). * Bochten 90° hebben een rekenlengte van 2 meter horizontaal. * Bochten 45° hebben een rekenlengte van 1 meter horizontaal.

* De uitmonding kan op elke willekeurige plaats in het dakvlak of gevel geschieden (aan en afvoer in identiek drukgebied), maar moet voldoen aan de geldende voorschriften. * Kanaal trajecten mogen niet geïsoleerd worden 10. 2 Opbouw concentrisch kanaalsysteem CC Indirecte gevel aansluiting. * De uitmonding kan ook in een boven afvoer situatie in de gevel geschieden,houdt rekening met hinder naar omgeving, volgens de nationale, regionale, lokale normen en voorschriften. Let ook op dat de wind druk ook hier op de uitmonding niet te extreem is zoals een balkon, plat dak, hoeken en in zeer smalle stegen etc. , daar dit de prestaties van het toestel negatief kan beïnvloeden. * Verzorg een sparing in de gevel van rond 155 mm of 205 mm bij gebruik van Ø130-200 kanalen (in een niet vuurvaste gevel extra ruimte van 50 mm.

rondom de buitenbuis houden) en monteer de geveldoorvoer met de muurplaat aan de binnenzijde van de wand. Aan de buitenzijde dient de muurplaat van de geveldoorvoer voldoende tegen de muur te worden af gedicht; dit i. v. m. lekkage- mogelijkheid van vocht c. q. rookgassen de woonruimte in. * Indien noodzakelijk, dient het kanaal te worden omkokert.

Ook als het kanaal langs niet vuurvaste materialen gemonteerd gaat worden, dienen er voldoende brandwerende maatregelen te worden genomen. * Bepaal de positie van het toestel en de uitmonding en begin de opbouw van het kanaal met de aansluiting op het toestel , let op de montagerichting en verbindt de elementen d. m. v. de klembanden aan elkaar. * Tussen bochten, of bij de aansluiting op het toestel , kan gebruik worden gemaakt van de paspijp. Gebruik, indien noodzakelijk, muurbeugels ter ondersteuning van het kanaal. Montage dakdoorvoering * De uitmonding kan op een willekeurige plaats in het dakvlak geschieden (aan- en afvoer in identiek druk gebied), en moet voldoen aan de geldende voorschriften. * Voor een waterdichte doorvoering kan gebruik worden gemaakt van een dakplaat plat voor platdak, of een dakplaat lood voor hellende pannendaken. Indien nodig kan er worden versleept m. b. v.

diverse bochten. De sparing in het dakbeschot dient 5 cm. rondom groter te zijn, dit i. v. m. voldoende brandwerendheid. * Er moet rekenschap gehouden worden met de bepaling ( Zie hiervoor de nationale, regionale, lokale normen voorschriften) van de weerstand tegen branddoorslag tussen ruimten. Er dient een omkokering van brandvrij materiaal (b. v. 12 mm. Promatect brandwerende plaat) te worden toegepast op 25 mm vanaf het buiten kanaal. * Bepaal de positie van het toestel en de uitmonding en begin de opbouw van het kanaal met de aan- sluiting op het toestel (altijd eerst 1 meter verticaal), let op de montagerichting. Binnenkanaal moet afwaterend gemonteerd worden. Verbindt de elementen d. m. v. de klembanden aan elkaar. Zorg ervoor dat alle verbindingen goed gasdicht zijn. * Tussen bochten, of bij de aansluiting op het toestel c. q.

CONCENTRISCH KANAALSYSTEEM LET OP * Zorg ervoor dat de restrictieplaat juiste manier gemonteerd wordt zoals aangegeven in deze instructie. * De juiste restrictieplaat zal het toestel, het meest optimale rendement, vlambeeld en verbranding geven. * Montage van een foutief geplaatste restrictieplaat kan storingen aan het toestel veroorzaken.

14 10. 3 Montagevoorschriften bestaande rookkanalen. (zie APPENDIX 3) Voorschriften Dit rookgasafvoersysteem valt onder de cat. : C91 en moet opgebouwd worden volgens de nationale regelgeving en de voorschriften van de fabrikant, zoals aangegeven in de documentatie en de installatievoorschriften. Dit houd o. a. in dat de schoorsteen doorvoer niet kleiner mag zijn dan rond / vierkant 150 mm doch niet groter dan 200 mm en niet geventileerd door roosters etc. Bij grotere schoorsteen doorvoeren kan eventueel een flexibele slang van rond 150 mm toegepast worden in combinatie met een flexibele slang rond 100 zoals hieronder omschreven. Andere situaties dient u te overleggen met uw leverancier / fabrikant. 10. 4 Onderdelen Controleer alle onderdelen op eventuele beschadigingen voordat u met de montage begint.

Voor de ombouw van een gemetseld kanaal tot concentrisch kanaal, aansluitend op CC kanaal systeem, heeft u de de onderdelen nodig aangegeven in APPENDIX3 onderdelen nodig: OPMERKING: De renovatie / saneringsset bestaat uit de onderdelen 4, 5, en 7 10. 5 Montage · Voer de flexibele slang (6) door het bestaande kanaal (8). · Bevestig het schuifstuk (5) aan de onderzijde van de flexibele slang, en borg deze met twee parkers. · Houdt de onderzijde van het schuifstuk gelijk met de onderzijde van het kanaal of het plafond. · Kort de flexibele slang af op ca. 100 mm boven de kop van de schoorsteen. · Bevestig de montageplaat bovendaks (7) aan de flexibele slang, klem deze met een slangklem · RVS rond 90 tot 165, borg het geheel met een parker. · Bevestig de montageplaat bovendaks (7) waterdicht op de kop van de schoorsteen m. b. v. siliconenkit en RVS schroeven.

· Monteer de dakdoorvoer (9) en borg deze met de meegeleverde klemband (10) · Na montage zal het schuifstuk (5) ca. 100 mm onder het kanaal of plafond uitsteken. · Bevestig de montageplaat binnen (4) gasdicht tegen de onderzijde van het bouwkundige kanaal of tegen de onderzijde van de betonnen vloer m. b. v.

siliconenkit en schroeven. · Plaats het toestel volgens de voorschriften van de toestelfabrikant · Monteer minimaal 1 meter concentrisch kanaal type THC CC (2). · Verleng het concentrische kanaal met behulp van secties (2) tot minimaal 100 mm in het bouwkundige kanaal. Draai tenslotte de klemband in de montageplaat binnen (3) handvast.

15 Afmetingen Afvoer posities Afastand mm A Afstand tot ventilatieopeningen Lokaal* B Afstand tot ventilatieopeningen Lokaal* C Afstand tot ventilatieopeningen Lokaal* D Hieronder een goot bodem pijpen of afvoerleidingen 500 E onder dakranden 500 F Onder een carport, dak of balkon bij Binnen en buitenhoeken 500 G Vanuit een verticale bodem pijpen of afvoerleidingen 300 H Binnen en buiten een hoek 500 I Hierboven een uitwendige gasdrukregelaar 1000 zijde van een gasdrukregelaar 500 J Belending afstand gevel afvoer Lokaal* K Dak afvoer hart op hart 1000 L Vanuit het hart van beide dak afvoeren 450 M Twee Muur afvoeren boven elkaar 1000 N Twee Muur afvoeren naast elkaar 1000 * Volgens lokale bouwvoorschriften 11. DOORVOER POSITIES EN CORRECT FUNCTIONEREN Perceel Grens Buiten verlengpijp Dakdoorvoer.

16 Dit toestel moet door een gekwalificeerd, erkend en geregistreerd persoon worden geïnspecteerd en onderhouden ten minste een keer per jaar. De controle en het onderhoud moeten minstens garanderen dat het apparaat correct en veilig werkt. Het is raadzaam om het apparaat regelmatig van stof en vuil te reinigen tijdens het stookseizoen en vooral wanneer het apparaat niet gebruikt is gedurende langere tijd. Dit kan gedaan worden met een zachte borstel en een stofzuiger of een vochtige doek en indien nodig een niet-schurend reinigingsmiddel. Gebruik geen agressieve of bijtende stoffen om het toestel te reinigen. Het Concentrisch Kanaal systeem dient elke 2 jaar gereinigd te worden. Tevens controle op: 1 Dichtheid van het gas verbranding producten en verbrandingslucht toevoercircuit. 2 Dichtheid van de drukluiken boven –en onderin de haard, controle van de pakking.

3 Controle van de werking van de drukluiken, kunnen deze vrij openen en sluiten. 3 De juiste werking van het gas- regelblok en het ontsteken van de brander. AR glas (Antireflecterende glas) reinigingsinstructies. (zie APPENDIX 5) Algemeen: AR glas is een niet-reflecterend glas keramiek. Dit glas is voorzien van een AR-coating aan beide zijden van het glas. De antireflectielaag Geeft een verlaging van de reflectie tot een minimale glans. de coating lagen gevoeliger zijn dan de keramische bekend, daarom is het noodzakelijk speciale reiniging volgen Procedures. Belangrijk: Geen gebruik maken van een van de volgende reinigingsmiddelen: Harde (Schurende) sponzen, staalwol, schuurmiddelen en reinigingsmiddelen met ammoniak of zuur (citroenzuur ook) Papieren handdoeken, keramische kookplaat reiniger.

Gebruik alleen: Water of geschikte oppervlakteactief reinigingsmiddel Wij adviseren onze Thermocet Cleaner. procedure: * Draag zachte katoenen handschoenen te allen tijde. * De rubberen zuignap(pen) voor het uitnemen van het glas moet schoon zijn. (Krassen). * Verwijder de sierlijst aan de onderzijde van de ruit.

* Verwijder de inleglijst met bladveren aan de onderzijde van de front glasruit. * Draai de bouten met snelsluiting van de bovenste glas houder los (2), niet volledig uitnemen. * Door de meegeleverde rubberen zuignap(pen) in het midden op de glasruit te plaatsen is de ruit eenvoudig uit het toestel te nemen door deze eerst voorzichtig naar boven te bewegen en daarna de onderkant van de ruit heel voorzichtig en langzaam naar u toe te halen, om hierna de ruit vervolgens te plaatsen op een veilige plek waar de ruit niet kan breken of beschadigen (3 en 4). Indien de gedemonteerde glasruit schade vertoond (krassen en/of beschadigde randen) de glasruit niet gebruiken en de leverancier waarschuwen. * Gebruik Een zachte (microfiber) doek / zachte spons. * Reinig het glas met de speciale reiniger en of water. * Zorg ervoor dat er geen residu, zoals vingerafdrukken, achtergelaten wordt.

* Herplaats het glas in omgekeerde volgorde zoals hierboven aangegeven. * Voer een dubbele controle uit op residuen welke aan de buitenzijde van het glas zijn achtergelaten door de zuignap(pen). Belangrijk: Na het eerste gebruik zal de binnenkant van de ruit zal een witte waas te zien zijn, het is daarom noodzakelijk om de witte waas te verwijderen direct na het eerste gebruik, wanneer het apparaat is afgekoeld. Hoe hoger de gebruiksfrequentie hoe vaker schoonmaken is vereist. Na vaker gebruik zal frequenter reinigen van het glas noodzakelijk zijn. Door niet tijdig te reinigen zal het glas dof worden en zal het steeds moeilijker worden het te reinigen. Informatie: als een toestel met AR-glas wordt geplaatst in de buurt van ramen, of als er veel licht op het glas valt is het mogelijk om de reflectie van felle kleuren te detecteren.

Bijvoorbeeld, een rode sofa, witte tafel of vloer kan het AR-glas deze kleuren weerschijnen. Als het AR-glas regelmatig wordt gereinigd en of door vaker producten te gebruiken die niet aanbevolen zijn zal na verloop van tijd het AR effect vervagen. 12.

Magneet unit in gasklep wordt bekrachtigd (hoorbare klik) NEE Geen piep signaal Magneet spoel gasklep werkt niet. Vervang gasregelklep volledig. NEE 3 korte piep signalen Ontvanger batterijen slecht. Vervang batterijen, 4x 1,5V AA Alkaline kwaliteit! NEE 1 lang piep signaal. ON/OFF schakelaar op gasre-gelklep in OFF positie Schakelaar op ON zetten. 8 aderige kabel tussen ontvan-ger en gasregelklep defect/slecht contact. Controleer kabel m.n. bij stek-kerverbinding. OK Schakelaar kabel onderbroken. Controleer schakelaar kabel Motor werkt niet goed. Vervang gasregelklep volledig. Ontvanger batterijen slecht. Vervang batterijen, 4x 1,5V AA Alkaline kwaliteit! Microswitch op gasregelklep werkt niet goed. Vervang gasregelklep volledig. Thermokoppelonderbreker niet goed aangesloten of aange-draaid Vervang thermokoppelonder-breker 13. STORINGSZOEKLIJST MERTIK GV60

18 No ACTIE Mogelijk probleem/oorzaak Oplossing 3. NEE Ontstekingscomponenten functioneren niet. Controleer vonkkabel tussen ontvanger en vonk pen op juiste verbinding. Controleer afstand vonk pen en waakvlam kop. Controleer vonk pen op doorslag naar mas-sa(breuk in keramiek) Controleer vonkkabel op breuk Continue vonken Controleer of vonkkabel vrij ligt van meta-len delen. Controleer of vonk t.p.v. verbin-ding ontsteekkaars niet overspringt op massa. Kort indien mogelijk kabel in. Even-tueel extra isoleren met siliconen slang o.i.d.) Elke seconde een vonk. NEE Ontsteking procedure stopt, geen waak-vlam. Geen reactie meer bij gebruik af-standbediening ( ontvanger reageert niet meer). Druk op RESET knop, zie instructie. Maak massakabel tussen waakvlambrander en gasregelklep. Vonkkabel niet oprollen. Kort ontsteekkabel in indien mogelijk. NEE Ontsteking procedure stopt, geen waak-vlam.

19 No ACTIE Mogelijk pro-bleem/oorzaak Oplossing 6. NEE Weerstand in ther-mokoppel circuit te hoog. Controleer kabels en verbindin-gen in thermokoppel circuit. Magneet spoel valt uit(hoorbare klik) Thermokoppel niet warm genoeg. Controleer of waakvlam goed op thermokoppel staat, en stel zo nodig waakvlam juist in. Motor draait naar hoofd branderstand en waakvlam blijft bran-den. Lage thermokoppel-spanning. Controleer verbindingen en ver-vang zo nodig thermokoppel. Draai de verbindingen niet te vast aan! Kortsluiting door be-schadigde thermo-koppel tip. Vervang thermokoppel, draai de verbindingen niet te vast aan! NEE Ontstekings procedu-re stopt. Geen reac-tie meer bij gebruik afstandbediening ( ontvanger reageert niet meer). Druk op RESET knop, zie in-structie Maak massakabel tussen waak-vlambrander en gasregelklep. OK Vonkkabel niet oprollen Kort ontsteekkabel in indien mo-gelijk. 7.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Thermocet Trimline 83 Corner Left DB - 1182 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden