Thermocet Trimline 73H Handleiding

Thermocet Haarden Trimline 73H

Bekijk gratis de handleiding van Thermocet Trimline 73H (36 pagina’s), behorend tot de categorie Haarden. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 61 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Thermocet Trimline 73H of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/36
Pag.1
NEDERLAND-NL BELGIE-BE
BEDIENINGS EN INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN
1033 / 1034
Trimline 73 (1033)
Trimline 73H (1034)

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Thermocet
Categorie: Haarden
Model: Trimline 73H

Handleiding Thermocet Trimline 73H – volledige tekst

Pag.2 INHOUDSOPGAVE1. Algemeen Pag. 3 1.1 Inhoud verpakking 2. Beveiliging van het toestel Pag. 4 2.1 Veiligheid 3. Afstandbediening Pag. 5 3.1 Algemeen 3.2 Handzender 3.3 Scherm instellen 3.4 Tijd instellen 3.5 De gewenste temperatuur instellen 3.6 Programmeren van Timer 3.7 Wijzigen signaalcodes 3.8 Bediening (AB) 3.9 Mogelijke foutmeldingen 3.10 Instellen van vlamhoogte / Doven van vuur 3.11 Uitschakelen van het toestel 3.12 Batterijen plaatsen en vervangen 4. Handbediening Pag. 8 4.1 Aansteken van het vuur 4.2 Doven van het vuur 4.3 Uitschakelen van het toestel5. De eerste keer stoken Pag. 9 5.1 Dagelijks onderhoud 5.2 Belangrijke tips 6. Installatievoorschriften Pag. 10 6.1 Algemeen voorschrift 7. Concentrisch kanaalsysteem Pag. 11 7.1 Componenten van het concentrisch kanaal systeem 7.2 Opbouw Concentrisch kanaalsysteem 7.3 Montagevoorschriften bestaande rookkanalen. 7.4 Onderdelen.

7.5 Montage 7.6 Reiniging en onderhoud 8. Instructies voor Mertik Maxitrol GV60 en Afstandsbediening Pag. 15 9. Onderhouds controle lijst Pag. 18 10. Onderhouds werkzaamheden Pag. 19 11. Plaatsen van het toestel Pag. 20 11.1 Componenten van het toestel11.2 Aansluiting op de gasleiding 11.3 Voorbereiding en plaatsing van het toestel 11.4 Plaatsing van de keramische houtset 11.5 Plaatsing van de optionele Pebbleset 11.6 Montagevoorschrift optionele wandsets 11.7 Montagevoorschrift optionele Lamellen 12. Technische gegevens GV60 Pag. 22 12.1 Gas technische gegevens 13. Problemen en hun mogelijke oplossingen Pag. 24 Illustraties Pag. 25–34 Voor België is deze instructie ook in Duitstalige uitvoering beschikbaar Informeer bij uw producent. Fur Belgien ist diese Bedienungsanleiting auch in deutcher sprache erhaltlich. Informieren sie bei Ihren producent. WIJZIGINGEN EN DRUKFOUTEN VOORBEHOUDEN.

Pag. 3 Met de aanschaf van deze gashaard wensen wij u veel stookplezier. Lees deze instructies zorgvuldig voor-dat u de haard installeert en in gebruik neemt. Bewaar deze instructies goed. In geval van storing steeds opgeven: type en serienummer dat u aantreft op het toestel. Uw aankoopnota is uw garantiebewijs. 1. ALGEMEEN Het complete toestel wordt geleverd met de door u uitgekozen mantel en of toebehoren. Zie hiervoor de instal-latie voorschriften van de desbetreffende mantel en of toebehoren welke separaat van toestel verpakt zijn. Bij af-levering dient u direct het toestel op eventuele transportschade te controleren. Is dit het geval dan dient u dit on-middellijk en zo nauwkeurig mogelijk aan uw leverancier door te geven.

AttentieHet toestel dient geplaatst, aangesloten en gecontroleerd te worden door een erkend installateur, volgens de nati-onale, regionale, lokale normen en voorschriften. Het toestel dient door de installateur gecontroleerd te worden op gasdichtheid van gas en verbrandingsproducten en de juiste werking van de diverse onderdelen en functies. Ook het afvoersysteem en de uitmondingen in gevel of dakvlak dienen te voldoen aan de geldende voorschriften. Het toestel valt in de categorie gesloten toestellen, in een opstellingsruimte zonder ventilator en met een schoor-steenverlies groter dan 17 % (niet condenserend). Waarschuwing. Gaskachels worden heet als ze in bedrijf zijn. Dienovereenkomstig moet voorzichtigheid worden betracht en b. v. kinderen en hulpbehoevenden uit de buurt van brandende kachels worden geweerd.

Ook mogen kachels niet op of tegen brandbare materialen worden geplaatst (gordijnen enz. ). Inhoud verpakking 1 x Kompleet gemonteerd toestel Trimline 73( 1033 ) “NG”of “LPG” of 1 x Kompleet gemonteerd toestel Trimline 73H ( 1034 Incl. Lamellen achter en zijkanten ) 1 x Convectieset 1 x Afstandsbediening 2 x Restrictie plaat 2 x Parker 1 x Batterij 9 Volt 4 x Batterij AA 1.

Pag.4 2. BEVEILIGING VAN HET TOESTELHet toestel is volledig beveiligd door middel van een thermo-elektrische waakvlambeveiliging ter voorkoming van het onvoorzien uitstromen van gas uit de hoofdbrander. 2.1 VeiligheidPlaats geen keramisch brander decoratiemateriaal of houtstammen tegen de waakvlambrander. Zorg ervoor dat de waakvlam te allen tijde vrij over de hoofdbrander kan branden. Alleen dan is een goede ontsteking van de hoofdbrander gewaarborgd. Het zich niet houden aan deze voorschriften kan tot een gevaarlijke situatie leiden. Het is noodzakelijk dat het toestel, het complete concentrische kanalensysteem en de uitmonding jaarlijks door een erkend gasvakman/installateur worden gereinigd en gecontroleerd. De veilige werking van het toestel blijft hierdoor gewaarborgd. Zie voor aanvullende instructie Hoofdstuk 10: Onderhoud.

Wanneer door welke oorzaak dan ook de waakvlam dooft, 5 minuten wachten alvorens de waakvlam opnieuw aan te steken. Het toestel mag niet in gebruikt gesteld worden zonder dat de ruit geplaatst is.Het is niet toegestaan om brandbare stoffen op de keramische hout stammenset te leggen. De inrichting van de hoofdbrander met keramisch brander decoratiemateriaal en houtstammen mag onder geen beding worden veranderd of aangevuld. Er mogen geen licht ontvlambare materialen, zoals nylon kleding of brandbare vloeistoffen in de nabijheid van het toestel worden gebracht.Zorg er te allen tijde voor dat kinderen en andere personen die niet op de hoogte zijn van de werking van een gastoestel, zich uitsluitend onder toezicht, in de nabijheid van het toestel begeven. Gebruik een haardscherm tegen verbranding en ter bescherming van de hierboven vermelde kinderen en personen.

Pag. 5 3. AFSTANDSBEDIENING 3. 1 Algemeen * Het toestel wordt bediend met een radiografische afstandsbediening. Deze bestaat uit een handzender en een ontvanger. De ontvanger is gekoppeld met het gas regelblok. * De ontvanger en het gas regelblok bevinden zich in de bedieningskast. 3. 2 Handzender * De bediening is door middel van een radiografisch signaal. De signaalcode is af fabriek ingesteld, maar kan indien gewenst worden gewijzigd. ( Zie 3. 7 ) 3. 3 Scherm instellen * Na het plaatsen van de batterijen kan door gelijktijdig indrukken van OFF en gewisseld worden van °F (en 12 uur aanwijzing) naar °C (en 24 uur instelling), of omgekeerd. * Wacht een ogenblik of druk op OFF om terug te schakelen naar MAN modus. 3. 4 Tijd instellen * Door gelijktijdig indrukken van en komt men in de SET modus of programmeermodus. * Zolang het scherm knippert kan de tijd ingesteld worden.

* Druk op om de uren in te stellen en op voor de minuten. * Wacht een ogenblik of druk op OFF om terug te schakelen naar MAN modus. 3. 5 De gewenste temperatuur instellen * Druk kort op SET -toets om de gewenste modus of te selecteren. * Houdt de SET -toets ingedrukt tot het beeldscherm begint te knipperen. * Druk daarna op of om de gewenste temperatuur in te stellen. * Wacht een ogenblik of druk kort de OFF -toets in om de MAN modus in te schakelen. * Als de temperatuur-instelling bij uit moet (laag verbruik batterij), dan verlagen tot er op het beeldscherm verschijnt. 3. 6 Programmeren van de timer: P1 en P2 * Druk kort op SET -toets om de gewenste modus te selecteren. * Houdt de SET -toets ingedrukt tot P1 (verwarmingsperiode 1) in het beeldscherm knippert. * Stel het tijdstip in voor het begin van de eerste (1e) verwarmingsperiode door op te drukken om de uren in te stellen.

Pag. 6 3. 7 Wijzigen signaalcode Het kan voorkomen dat er zich meerdere toestellen binnen het bereik van één handzender bevinden, indien gewenst kunt u de handzender uniek maken voor ieder toestel. Dit dient u te doen d. m. v. het wijzigen van de signaalcode in de handzender. * Er zijn 15 andere codes instelbaar door middel van de positie van een of meerdere “DIP-switches” in de handzender te verstellen. * De “DIP -switches” zijn bereikbaar na het openen van de batterijhouder van de handzender. * Druk de reset toets op de ontvanger en de toets op de handzender gelijktijdig in (± 20 sec. ). * Als de ontvanger de nieuwe code heeft gelezen reageert het gas blok en is deze klaar voor gebruik. 3. 8 Bediening (Afstandsbediening) Aansteken van het vuur * Open de gas afsluitkraan die in de gasleiding naar het toestel is gemonteerd.

* Druk de “O I” schakelaar, op het gas regelblok, in de “I” positie. * Draai de bedieningsknop, op het gas regelblok, in de ON positie. * Druk op de handzender de toetsen OFF en gelijktijdig in. Een kort geluidssignaal zal de start bevestigen. Daarna zullen korte geluidssignaaltjes volgen totdat de waakvlam en hoofdbrander worden ontstoken. Nadat de hoofdbrander is ontstoken gaat de vlamhoogte automatisch de maximale stand. 3. 9 Mogelijke foutmeldingen * Lange geluidssignalen tijdens de ontsteking: Batterijen van de ontvanger zijn bijna leeg. (Nadat dit signaal optreedt kan men nog ongeveer 10x het toestel inschakelen. ) * 5 seconden continu geluidssignaal: Foutmelding. Bijvoorbeeld; een van de kabels is niet verbonden, de “O I” schakelaar staat niet in de “I” positie. * 5x kort geluidssignaal : Ontsteking van waakvlam en hoofdbrander is niet gelukt.

Pag. 7 3. 10 Instellen van de vlamhoogte / Doven van het vuur * Na ontsteking van de brander gaat de vlamhoogte automatisch naar de maximale stand. * Druk op toets om het vlambeeld te verlagen en om de brander uit te schakelen. (Doven van het vuur: “STAND BY”). (Kort op toets drukken verlaagt het vlambeeld geleidelijk. ) * Druk op toets om het vlambeeld te verhogen. (Kort op toets drukken verhoogt het vlambeeld geleidelijk. ) 3. 11 Uitschakelen van het toestel. * Druk op toets om het vlambeeld te verlagen en om de brander uit te schakelen ( “STAND BY” ). * Druk daarna op toets OFF om het gehele toestel, inclusief de waakvlam, uit te schakelen. * Wordt het toestel langere tijd niet gebruikt, dan kunt u de “O I” schakelaar, op het gas regelblok, in de “O” positie zetten, hiermee bespaart u op de batterijen.

* Ook is dan tevens aan te bevelen om de gas afsluitkraan in de toevoerleiding dicht te draaien. Belangrijk: Wanneer door welke oorzaak dan ook de waakvlam dooft, 5 minuten wachten alvorens de waakvlam opnieuw aan te steken. Storing* Als blijkt dat de signalen van de handzender niet goed bij de ontvanger aankomen, kan dit veroorzaakt worden door: * Lege batterijen: batterijen vervangen. * Een elektronisch probleem: oplossen door de “RESET” knop op de ontvanger in te drukken. * Indien het toestel zich regelmatig uitschakelt dient u contact met uw installateur op te nemen. 3. 12 Batterijen plaatsen en vervangen* De batterijen van de handzender en ontvanger hebben een levensduur van ongeveer één jaar. Gebruik van alkaline batterijen wordt aanbevolen. * Vervangen is noodzakelijk wanneer bij de: 1. Handzender: BATT verschijnt in het display. 2.

Ontvanger: lange geluidssignalen tijdens de ontsteking hoorbaar zijn. 1. Handzender:* Open het klepje aan de achterzijde. * Haal voorzichtig de 9V-blokbatterij eruit en maak deze los van de contacthouder. Trek niet aan de draden. * Verbind de nieuwe batterij en plaats het geheel terug. Sluit het klepje. 2.

Ontvanger:* Haal voorzichtig de gehele ontvanger uit de houder. * Schuif het klepje open. * Verwijder de batterijen uit de batterijhouder. * Plaats 4 nieuwe 1,5V-batterijen (type LR6 of AA) op de aangegeven wijze in de batterijhouder. De aan drukveer altijd tegen de minpool (-) van de batterij. * Sluit de deksel en plaats de ontvanger weer terug in de houder. Onjuiste plaatsing van de batterijen kan de elektronica of de aandrijving onherstelbaar beschadigen. Vervang de batterijen alleen wanneer het toestel volledig is uitgeschakeld. BelangrijkVerwijder batterijen enkel met niet-metalen gereedschap Het verwijderen van batterijen met een metalen voorwerp kan de elektronische besturing blijvend beschadigen.

Pag. 8 4. 0 HANDBEDIENING In geval van een defecte afstand bediening is het mogelijk om het toestel met de hand te bedienen. Hiervoor moet eerst de ontsteek (piëzo)kabel van de ontvanger worden afgenomen en die voorzichtig op de piëzo-connector op het gas regelblok worden geschoven. 4. 1 Aansteken van het vuur* Open de gas afsluitkraan die in de gasleiding naar het toestel is gemonteerd. * Druk de “O I” schakelaar, op het gas regelblok, in de “I” positie. * Draai de motorknop, op het gas regelblok, geheel rechtsom. De knop maakt hierbij een “klik”-geluid. * Draai de bedieningsknop, op het gas regelblok, in de “MAN” positie. Een metalen rondje, in de bedie- ningsknop, wordt zichtbaar. * Druk het metalen rondje in. Bijvoorbeeld met een pen. Er stroomt nu gas naar de waakvlam.

* Terwijl men het metalen rondje ingedrukt houdt, dient men enkele malen de (vierkante) piëzoknop (langs de “O I” schakelaar) in te drukken om de waakvlam te ontsteken. Door het glasraam kan men zien of de waakvlam brandt. * Als de waakvlam brandt, het metalen rondje nog 10 seconden ingedrukt houden en daarna loslaten. Belangrijk: Gaat de waakvlam uit, dan dient men minimaal 5 minuten te wachten voordat men de bovenstaande handelingen herhaalt. * Draai de bedieningsknop naar de ON positie. Afhankelijk van de positie van de motorknop zal de brander wel of niet ontsteken. * Door de motorknop linksom in de gewenste stand te draaien zal de brander ontsteken en kan men de vlam hoogte regelen. 4. 2 Doven van het vuurDraai de motorknop, op het gas regelblok, geheel rechtsom. De knop maakt hierbij een “klik”-geluid. De brander gaat uit. De waakvlam blijft branden. 4.

3 Uitschakelen van het toestelDruk de “O I” schakelaar, op het gas regelblok, in de “O” positie. De waakvlam gaat uit. Wordt het toestel langere tijd niet gebruikt, dan is het aan te bevelen om de gas afsluitkraan in de toevoerleiding dicht te draaien.

Pag. 9 5. DE EERSTE KEER STOKEN Het toestel is voorzien van een hittebestendige laklaag die bestand is tegen zeer hoge temperaturen. Tijdens de eerste stookuren kan er een min of meer hinderlijke geur ontstaan door het inbranden van de lak; dit is echter ongevaarlijk. Om dit zo snel mogelijk te verhelpen, dient men het toestel enkele uren volop te laten branden en het vertrek goed te ventileren. Na de eerste keren branden, kan er een lichte aanslag op de binnenzijde van de ruit komen. Dit komt door de lak die uithardt. Nadat de haard is afgekoeld kan deze aanslag verwijderd worden met een kachelglasreiniger of keramische kookplaatreiniger. 5. 1 Dagelijks onderhoud * Voorkom dat er zich te veel stof en deeltjes van sigarettenrook, kaarsen en olielampen in de lucht van uw woning bevindt.

Verhitting van deze deeltjes, via het convectie systeem van het toestel, kan namelijk leiden tot verkleuring van wanden en plafond. Daarom dient men het vertrek, waar het toestel staat, altijd voldoende te ventileren. Verwijder regelmatig de eventuele stofaanslag achter de bedieningsklep met een stofzuiger. Indien het glas gebroken of gescheurd is, moet men het onmiddellijk laten vervangen door een er-kend installateur voordat het toestel weer in werking wordt gesteld. * Indien op het toestel is gemorst, dient het onmiddellijk uitgezet te worden. Pas als het toestel is afgekoeld, kan men het reinigen. Nooit een schuurmiddel, agressieve schoonmaak middelen of kachelpoets gebruiken; uitsluitend een droge, niet pluizende doek gebruiken.

* Bij de vakhandel zijn ook spuitbussen hittebestendige lak verkrijgbaar, zodat men voor het jaarlijkse onderhoud eventueel kleine vlekken of beschadigingen kan bijspuiten. 5. 2 Belangrijke tips voor het stoken met gas of houtgestookte kachels en haarden. Voorkom verkleuring van wanden en plafonds. In elke woonruimte bevinden zich altijd stofdeeltjes in de lucht ook als er regelmatig gestofzuigd wordt.

Deze deeltjes zijn goed zichtbaar in binnenvallende zonnestralen. Zolang de hoeveelheden stofdeeltjes in de lucht beperkt blijven, zult u hiervan geen last ondervinden. Alleen als deze deeltjes door welke oorzaak dan ook in grotere hoeveelheden door de kamer zweven en vooral als de lucht extra verontreinigd is door roet en teerdeeltjes, veroorzaakt door b. v. het branden van kaarsen of olielampjes en het roken van siga- retten of sigaren, kan men spreken van een slecht binnenklimaat. In een verwarmde woonruimte stroomt afgekoelde lucht langzaam over de vloer naar het verbrandingtoestel. In het convectiesysteem van de haard of kachel wordt deze lucht verwarmd, waardoor een snel opstijgende warme luchtkolom ontstaat, die zich dan weer door de ruimte verspreidt.

In deze lucht bevinden zich dus altijd stof en andere vervuilende deel- tjes die zich zullen afzetten of koude en vaak vochtige vlakken. Vooral in een nog niet droge nieuwbouw ( bouwvocht ) zal zich dit probleem kunnen voordoen. Een ongewenst resultaat van dit fenomeen zou een verkleuring van muren en of plafond kunnen zijn. Hoe kunt u deze problemen voorkomen. * Bij een nieuw gemetselde schouw of na een verbouwing minimaal 6 weken wachten voordat met gaat stoken. * Het bouwvocht moet namelijk geheel verdwenen zijn uit wanden, vloer en plafond. * Het vertrek waar het toestel staat dient goed te worden geventileerd. * De benodigde luchtverversing moet in acht worden genomen volgens het lokaal Bouwbesluit. * Maak zo weinig mogelijk gebruik van kaarsen en olielampjes en houd het verbrandingslont zo kort moge- lijk.

Pag. 10 6. INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN Belangrijk De installatie mag uitsluitend door een bevoegd persoon uitgevoerd worden 6. 1 Algemeen voorschrift* De gashaard dient geplaatst, aangesloten en gecontroleerd te worden als een gesloten toestel door een erkend installateur, volgens de nationale, regionale en lokale normen en voorschriften. * Ook het afvoersysteem en de uitmondingen in gevel of dakvlak dienen te voldoen aan de geldende normen en voorschriften. * De temperatuur van de wanden en schappen in de omgeving van de zij en achterkant van het toestel mag de omgevingstemperatuur met niet meer dan 80°C overstijgen. * Het toestel is in combinatie met het Metaloterm US systeem nr: 0063-CPD-6308 concentrisch kanalensys- teem Ø100 mm - Ø150 mm goedgekeurd volgens de Europese CE-norm voor gastoestellen, en mag daar om uitsluitend met dit systeem worden toegepast.

* Het toestel dient door de installateur gecontroleerd te worden op lokale gasdistributie (gas- type en gas- druk) zoals aangegeven op het typeplaatje. * De instructie is alleen geldig als de desbetreffende landcode op het toestel is vermeld. Is dit niet het geval dan is het noodzakelijk de gas technische gegevens van het desbetreffende land te raadplegen en modificaties te overleggen met de fabrikant. * Bij de eerste keer stoken zal er lucht in de gasleiding zitten. De gasleiding dient daarom eerst ontlucht te worden. * Steek de kachel volgens het bedieningsvoorschrift aan en controleer of het vlambeeld gelijkmatig is. Na de eerste keer stoken dient u eventueel de aanslag op de glasruit, als gevolg van het uitmoffelen van het toe- stel, te verwijderen met behulp van een glasreiniger voor kachels. Waarschuwing: Plaats het toestel nooit tegen of in een brandbare wand.

het front, zij- en bovenkant van het toestel zal een afstand van 1000 mm toegepast moeten worden vanaf het toestel tot aan: gordijnen, bekledingen en weefsels, en of ander brandbaar materiaal tenzij anders vermeld in deze instructie. Afstand tot niet brandbare materialen: * Bij installatie van het toestel , zal een minimale afstand van 50 mm van de muur gehandhaafd moeten worden tenzij ander vermeld in deze instructie. Belangrijk * Constructie materiaal voor schouwen en mantels etc. of bij een inbouw situatie moeten van onbrandbaar materiaal gemaakt zijn. Dit geld tevens voor vloeren en plafonds. Gebruik nooit brandbare materialen nabij het toestel met inachtneming van de bovengenoemde voorschriften. Let op: Als u twijfelt, raadpleeg dan uw leverancier.

Pag. 11 7. CONCENTRISCH KANAALSYSTEEM CC Het concentrisch kanaal systeem is samengesteld uit een binnenkanaal van Ø 100 mm en een buitenkanaal van Ø 150 mm. Deze kanalen zijn concentrisch opgesteld; door het binnenkanaal worden de verbrandingsgassen af-gevoerd, tussen binnen- en buitenkanaal wordt de verse verbrandingslucht toegevoerd. 7. 1 Componenten van het concentrisch kanaalsysteem. ( Zie Pag. 28 )Met behulp van het concentrisch kanaalsysteem zijn verschillende aansluitingen mogelijk: Door het dakvlak en door de gevel. Het traject van dit systeem is op verschillende wijzen aan te leggen, maar er zijn enkele belangrijke voorwaarden:* Totale toegestane verticale kanaallengte niet langer dan 12 meter (som van kanaallengte en de reken- lengtes voor de bochten). * Bochten 90° hebben een rekenlengte van 2 meter horizontaal. * Bochten 45° hebben een rekenlengte van 1 meter horizontaal.

* De uitmonding kan op elke willekeurige plaats in het dakvlak of gevel geschieden (aan en afvoer in iden- tiek drukgebied), maar moet voldoen aan de geldende voorschriften. * Kanaal trajecten mogen niet geïsoleerd worden Belangrijk* Zorg ervoor dat de restrictieplaat juiste manier gemonteerd wordt zoals aangegeven in deze instructie. * De juiste restrictieplaat zal het toestel, het meest optimale rendement, vlambeeld en verbranding geven. * Montage van een foutief geplaatste restrictieplaat kan storingen aan het toestel veroorzaken. CC KANAAL SYSTEEM ARTIKEL NR’S OMSCHRIJVING MAAT ( mm ) CODE NR. RVS A) CONCENTRISCHE PIJP 1000 500 250 401410100000 401410050000 401410025000 B) BOCHT 45° SET 2 STUKS 401420045002 C) MUURBEUGEL 401430110000 D) BOCHT 90° 401420090000 E) MUURBEUGEL STELBAAR 401430120000 F) CONCENTRISCHE.

Pag. 12 7. 2 Opbouw concentrisch kanaalsysteem CC Indirecte gevel aansluiting. * De uitmonding kan ook in een boven afvoer situatie in de gevel geschieden,houdt rekening met hinder naar omgeving, volgens de nationale, regionale, lokale normen en voorschriften. Let ook op dat de winddruk ook hier op de uitmonding niet te extreem is zoals een balkon, plat dak, hoeken en in zeer smalle stegen etc. , daar dit de prestaties van het toestel negatief kan beïnvloeden. * Verzorg een sparing in de gevel van rond 155 mm. (in een brandbare gevel extra ruimte van 50 mm. rondom de buitenbuis houden) en monteer de geveldoorvoer met de muurplaat aan de binnenzijde van de wand. Aan de buitenzijde dient de muurplaat van de geveldoorvoer voldoende tegen de muur te worden af gedicht; dit i. v. m. lekkagemogelijkheid van vocht c. q. rookgassen de woonruimte in.

* Indien noodzakelijk, dient het kanaal te worden omkokerd. Ook als het kanaal langs brandbare materialen gemonteerd gaat worden, dienen er voldoende brandwerende maatregelen te worden genomen. * Bepaal de positie van het toestel en de uitmonding en begin de opbouw van het kanaal met de aansluiting op het toestel , let op de montagerichting en verbindt de elementen d. m. v. de klembanden aan elkaar. * Tussen bochten, of bij de aansluiting op het toestel , kan gebruik worden gemaakt van de paspijp L= 50 - 250 mm. Gebruik, indien noodzakelijk, muurbeugels ter ondersteuning van het kanaal. Montage dakdoorvoering * De uitmonding kan op willekeurige plaats in het dakvlak geschieden (aan- en afvoer in identiek druk ge- bied), en moet voldoen aan de geldende voorschriften.

* Voor een waterdichte doorvoering kan gebruik worden gemaakt van een dakplaat plat voor platdak, of een dakplaat lood voor hellende pannendaken. Indien nodig kan er worden versleept m. b. v. diverse bochten. De sparing in het dakbeschot dient 5 cm. rondom groter te zijn, dit i. v. m. voldoende brandwerendheid.

* Er moet rekenschap gehouden worden met de bepaling ( Zie hiervoor de nationale, regionale, lokale nor- men en voorschriften) van de weerstand tegen branddoorslag tussen ruimten. Er dient een omkokering van brandvrij materiaal (b. v. 12 mm. Promatect brandwerende plaat) te worden toegepast op 25 mm. vanaf het buiten kanaal. * Bepaal de positie van het toestel en de uitmonding en begin de opbouw van het kanaal met de aan sluiting op het toestel (altijd eerst 1 meter verticaal), let op de montagerichting. Binnenkanaal moet afwaterend ge- monteerd worden. Verbindt de elementen d. m. v. de klembanden aan elkaar. Zorg ervoor dat alle verbindingen goed gasdicht zijn. * Tussen bochten, of bij de aansluiting op het toestel c. q. dakdoorvoer, kan gebruik worden gemaakt van een paspijp. Gebruik op elke verdieping 2 muurbeugels ter ondersteuning van het kanaal GLDAAF K M I C B NKH A NKJGEAHF.

Pag. 13 7. 3 Montagevoorschriften bestaande rookkanalen. VoorschriftenDit rookgasafvoersysteem valt onder de cat. : C91 en moet opgebouwd worden volgens de nationale regelgeving en de voorschriften van de fabrikant, zoals aangegeven in de documentatie en de installatievoorschriften. Dit houd o. a. in dat de schoorsteen doorvoer niet kleiner mag zijn dan rond / vierkant 150 mm doch niet groter dan 200 mm en niet geventileerd door roosters etc. Bij grotere schoorsteen doorvoeren kan eventueel een flexi-bele slang van rond 150 mm toegepast worden in combinatie met een flexibele slang rond 100 zoals hieronder omschreven. Andere situaties dient u te overleggen met uw leverancier / fabrikant. 7. 4 Onderdelen Controleer alle onderdelen op eventuele beschadigingen voordat u met de montage begint.

Voor de ombouw van een gemetseld kanaal tot concentrisch kanaal, aansluitend op CC kanaal systeem, heeft u de volgende onderdelen nodig ( Zie Pag. 14 afb. A ): 1. Haard 2. Concentrisch kanaal 3. Montageplaat binnen, vierkant 300 4. Schuifstuk enkelwandig rond 97 5. Parkers ( 4 stuks ) 6. Flexibele slang r. v. s. 316 L enkelwandig rond 100 /107 7. Slangklem r. v. s. bereik rond 90 tot 165 8. Bestaand gemetseld kanaal 9. Montageplaat boven daks, vierkant 300 10. Klemband (meegeleverd met 11) 11. Dakdoorvoer N. B. De renovatie / saneringsset bestaat uit de onderdelen 3, 4, 5, 7, en 9. 7. 5 Montage ( Zie Pag. 14 afb. B) · Voer de flexibele slang (6) door het bestaande kanaal (8). · Bevestig het schuifstuk (4) aan de onderzijde van de flexibele slang, en borg deze met twee parkers (5) · Houdt de onderzijde van het schuifstuk gelijk met de onderzijde van het kanaal of het plafond.

Kort de flexi-bele slang af op ca. 100 mm boven de kop van de schoorsteen. · Bevestig de montageplaat bovendaks (9) aan de flexibele slang, klem deze met een slangklem (7), borg het geheel met een parker (5) · Bevestig de montageplaat bovendaks (9) waterdicht op de kop van de schoorsteen m. b. v.

siliconenkit en r. v. s. schroeven. · Monteer de dakdoorvoer (11) en borg deze met de meegeleverde klemband (10) · Na montage zal het schuifstuk (4) ca. 100 mm onder het kanaal of plafond uitsteken. · Bevestig de montageplaat binnen (3) gasdicht tegen de onderzijde van het bouwkundige kanaal of tegen de onderzijde van de betonnen vloer m. b. v. siliconenkit en schroeven. · Plaats het toestel (1) volgens de voorschriften van de toestelfabrikant. · Monteer minimaal 1 meter concentrisch kanaal type US (2). · Verleng het concentrische kanaal met behulp van secties (2) tot minimaal 100 mm in het bouwkundige ka-naal. Draai tenslotte de klemband in de montageplaat binnen (3) handvast. 7. 6. Reiniging en onderhoud. Het toestel dient jaarlijks gereinigd en gecontroleerd te worden door uw dealer. Het Concentrisch Kanaalsysteem CC systeem dient elke 2 jaar gereinigd te worden.

Controle op:1 Dichtheid van het gas verbranding producten en verbrandingslucht toevoercircuit. 2 De juiste werking van het gas- regelblok en het ontsteken van de brander.

Pag. 15 8. Instructies voor Mertik Maxitrol GV60 en Afstandsbediening: Zie er op toe dat de aan het toestel toegevoerde brandstoffen schoon zijn en vrij zijn van stofdeeltjes en vocht Voordat een gastoevoerleiding (nieuw of bestaand) wordt aangesloten aan de hoofdgasleiding bij de gas meter en aan het gas regelblok van het toestel dient deze te zijn doorgeblazen met schone en droge pers- lucht. Afgesneden koperleidingen maar ook de aluminium waakvlamleiding dienen te worden ontbraamt en schoongeblazen alvorens deze aan te sluiten. Het stoffilter bij de aansluiting van het gas regelblok houdt enkel het grofste vuil tegen. Fijne stofdeeltjes kunnen nog altijd het interieur bereiken en het gas re- gelblok beschadigen c. q. ontregelen.

Warmte, vocht en stof vormen een bedreiging voor alle elektronica Bescherm de elektronische (gas) besturing totdat alle bouw-, stuc- en schilderswerkzaamheden zijn vol tooid. Moeten onverhoopt nog dergelijke werkzaamheden worden verricht, bescherm deze dan tegen indringend vuil en vocht met bijvoorbeeld plastic folie. Waarschuwing Elektronica raakt blijvend defect wanneer deze wordt blootgesteld aan temperaturen hoger dan 60°C. Reguliere AA batterijen barsten open bij >54°C waarna de inhoud hiervan de onderliggende elektronische schakelingen beschadigt. Batterijen hebben de langste levensduur bij 50°C bedraagt deze le- vensduur nog ca. 23 weken, dit maakt het gebruik van de gashaard onnodig kostbaar. Plaats gas regelblok en ontvanger enkel zoals voor gemonteerd in de fabriek Bedenk dat op een later tijdstip onderdelen eventueel vervangen moeten worden of reparaties worden ver- richt.

Voorkom dat de ontstekingskabel zich in de nabijheid van de antennedraad bevindt of dat beiden elkaar kruisen De hoge spanning die vrijkomt bij de ontsteking kan het gevoelige ontvangercircuit van de antenne bescha- digen. Het is mogelijk dat het toestel hierna verminderd of geheel niet meer op commando’s van de hand- set reageert. (Zie foto 1 pag. 16) Maak de antennedraad los van de klemmetjes op het ontvangstkastje Richt de antennedraad weg van de ontsteekkabel en in de richting van het deurtje van het bedieningskastje. Vermijd contact met metalen onderdelen. Voorkom beschadiging van de verbinding met de elektronica of van het draadje zelf. (Zie foto 1 zie pag. 16) Sluit de draden op de juiste wijze aan op de contactonderbreker achter op het gas regelblok De kortste draad loopt direct terug naar het 1/0 schakelaartje en bevindt zich het dichtst tegen de achterkant van het gas regelblok.

De langste draad loopt naar een van de beide verbindingen op het ontvangstkastje en past slechts op een van de schroeven. Draai de contactonderbreker en de thermokoppelverbinding niet te vast op het gas regelblok of aan elkaar Handvast plus een halve slag met een steeksleutel is ruimschoots voldoende. Te vast aandraaien vernielt de aansluiting van de onderliggende magneet spoel dan wel de isolatie rond de aluminium contactpen in de onderbreker. Hierdoor is het mogelijk dat de magneetspoel de gastoevoer naar de waakvlam niet opent en het toestel niet functioneert.

Pag. 16 Verleng het bijgeleverde thermokoppel aan de waakvlamset niet Ongeoorloofde verlenging van het thermokoppel heeft spanningsvermindering tot gevolg, hierdoor kan de magneetspoel niet worden geactiveerd. Voorkom lekkage van de ontsteekvonk naar andere delen van de installatie dan de ontsteekpen bij de waakvlam Houd de ontsteekkabel vrij van romp of andere metalen onderdelen. Indien kabelverlenging wordt toege- past, zie er op toe dat verbindingen extra worden geïsoleerd met siliconentule. Voor automatische start via de handzender dienen de ontvanger en de bedieningsorganen op het gas regelblok te zijn ingeschakeld De ovale schijf op het gas regelblok dient op stand ON’ te zijn gedraaid. De 1/0 schakelaar dient op 1’ te zijn afgesteld. Zie foto 2. De ontsteekkabel moet op het ontvangstkastje zijn aangesloten bij het aansluit- punt ‘SPARK’. Zie foto 1.

De handzender moet communiceren met de ontvanger, hij moet worden ‘ingeleerd’ Druk met een stomp puntig voorwerp de RESET-knop in. (Zie foto 3) Houd deze knop ingedrukt tot een kort, en direct daarna een lang piepsignaal klinkt. Laat de knop nu los. Richt de handzender op de ontvanger en druk de pijl omlaag in tot een lange pieptoon klinkt. De gas regelknop zal nu kort bewegen. De handzender is nu in geleerd met de ontvanger en het toestel kan met de afstandbediening worden ontstoken. De handzender bevat de thermostaatvoeler van het systeem De handzender functioneert het best op 2 á 3 m afstand van het toestel. Hoewel de communicatie via korte golf radiosignalen plaatsheeft, is het aan te bevelen de handzender in het ‘zicht’ van het gastoestel te leggen, op een plaats waar de gebruiker een behaaglijke temperatuur wil beleven.

Pag. 19 10. Onderhouds werkzaamheden. Let op; tijdens onderhoudswerkzaamheden toestel gastoevoer c. q. stroomvoorziening zoveel mogelijk afsluiten. Onderhoudswerkzaamheden dienen door een vakbekwaam installateur te worden uitgevoerd. Sluit de gaskraan tijdens onderhoudswerkzaamheden Inspecteren Werkzaamheden OK 1 Algemene inspectie a De hoofdbrander moet vloeiend ontsteken(binnen enkele seconden) en mag niet ploffen door vertraagd ontsteken. Indien er sprake is van vertraagd ontsteken, ga naar punt 7. b Controleer het vlambeeld. Geen vlammen tegen glas. Vlambeeld dient stabiel te zijn Na ca 15 minuten moet vlambeeld geel zijn, bij te blauw vlambeeld ga naar punt 7. c Controleer op overmatige roetvorming aan binnenzijde glas/verbrandingskamer en op decoratieve de- len. Bij overmatige roetvorming ga naar punt 7.

2 Deur/front a controleer op obstructies in de convectielucht openingen 3 Glasruit, dichting. a controleer glasruit op barsten etc. vervang indien beschadigd,gescheurd,gebroken. b controleer glasruitdichting, deze moet aansluiten op toestel en glasruit vervang indien nodig. c controleer eventuele scharnieren, sluitingen, glaslatten etc d reinig het glas. Bij montage letten op gelijkmatige(niet te grote) belastingen op glasruit. Voorkom punt belasting. 4 Gasregelcompartiment en convectieruimte a reinig deze ruimtes met een stofzuiger. Doe dit voorzichtig. Verwijder delen die hier niet thuis horen. b controleer of convectieluchtstroom vrij is. 5 Decortieve delen (stammen/kiezels etc. ) a verwijder de deco delen en reinig brander(voorzichtig bij keramische branders. ) met stofzuiger.

e controleer of de waakvlambescherming intact is(indien van toepassing). f controleer piezo op voldoende vonksterkte, en ontsteekkabel op vrijliggen van metaaldelen/electrische delen. 6 Verbrandingskamer a controleer de conditie van de afwerking zoals lak, emaille. Controleer op corrosie. Repareer indien no dig. b vervang toestel indien deze gaten vertoond. Toestel afsluiten voor verder gebruik c controleer overdrukluiken of overdrukconstructie op afdichting en voldoende beweging/uitslag. 7 Hoofdbrander ontste- king en bediening a neem brander uit toestel en controleer of hoofdinspuiter vrij van vuil is. b controleer of primaire beluchtingsopening in hoofdbrander vrij van vuil is. c monteer brander controleer of deze goed in positie staat tov waakvlambrander. d controleer of brander goed gefixeerd is en niet kan bewegen.

e controleer of waakvlambrander goed brandt, met strakke blauwe vlam f controleer of brander over gehele oppervlakte gelijkmatig en zonder grote vertraging ontsteekt. g controleer of er sprake is van een gelijkmatig en stabiel branderbeeld. h controleer voor- en branderdruk. Vergeet na meting drukmeetnippels niet te sluiten. i controleer of gasregelingdelen intact zijn, en bv plastic delen niet gesmolten zijn. j controleer elektrische bedrading op beschadigingen en op goed vrijliggen van hete delen toestel. 8 Installatie a controleer of convectieroosters vrij van stof/vuil zijn b controleer of afstanden tot brandbare meubelen etc voldoende is 9 Rookgasafvoer/ lucht toevoer a voor zover mogelijk, inspecteer algehele staat van het af/toevoersysteem en controleer op blokkering- en/ lekkages/ corrosie. b controleer de uitmonding, moet vrij van vuil en blokkades zijn.

Pag. 20 11. PLAATSEN VAN HET TOESTEL (zie eerst “Algemeen voorschrift”) Attentie: Voordat u het toestel plaatst is het aan te bevelen eerst Hoofdstuk 7“Concentrisch kanaalsysteem” op Pag. 11 door te nemen. 11. 1 Componenten van het toestel (Zie Pag. 26 afb. 1A, 2A, 1B en 2B ) 1 Toestel 5 Stelpoot 9 Keerplaat 2 Bevestigingsbouten glasstrip 6 Borgbout stelpoot 10 Restrictieplaat 3 Glasstrip 7 Muurbeugel 4 Ruit 8 Stalen Front (optioneel voor 1033) 11. 2 Aansluiting op de gasleiding ( Zie ook Pag. 22 voor details ) Afhankelijk van de opstelling kunt u bepalen waar de gasleiding komt te liggen. Let erop dat tijdens het aanslui-ten de regelapparatuur niet wordt verdraaid en dat er geen overmatige spanningen optreden. De bereikbaarheid van diverse koppelpunten dient bij de betreffende componenten gewaarborgd te zijn. Controleer na het aansluiten de verbindingen op gasdichtheid.

Gebruik in de toevoerleiding een 1/2“ gaskraan met koppeling. Zorg er voor dat de gasleiding vrij van vuil of zand is, en dat gas en verbrandingsproducten van de diverse onderdelen en functies juist werken. De gas aansluiting dient spanningsvrij te geschieden. Dit ter voorkoming van beschadiging aan de gas regelapparatuur 11. 3 Voorbereiding en plaatsing van het toestelxVerwijder de verpakking en controleer het toestel op mogelijke beschadigingen. xLet op. Plaats het toestel op een stabiele ondergrond. xLeg het toestel niet op de rug of op de zij. xNeem de til ijzers (A) uit de verpakking en zet het toestel hiermee (B) op de plaats van bestemming xDe ruit moet nu verwijderd worden om de toegevoegde onderdelen uit het toestel te halen. xDemonteer de glasstrip (3) door 3 verzonken inbus schroeven (2) los te draaien.

xDoor de meegeleverde zuignap op het midden van de glasruit te plaatsen is de ruit eenvoudig uit het toestel te nemen door deze eerst naar boven te bewegen en daarna de onderkant van de ruit heel voorzichtig en langzaam naar u toe te trekken, om hier-na de ruit te laten zakken en vervolgens te plaatsen op een veilige plek waar de ruit niet kan breken of beschadigen. Attentie: de ruit is zeer breekbaar. Dus voorzichtigheid betrachten bij het (ver)plaatsen van de ruit. xNeem hierna de verpakte onderdelen uit het toestel. (Zie Pag. 32afb. 1-3) Controleer deze op schade of breuk. xSitueer het toestel (zie Pag. 27 afb. 3,4 en 5 als voorbeeld inbouw situatie) in de door u bepaalde inbouw si-tuatie met behulp van de til ijzers (A en B). Het toestel moet aan de achter en zijkanten minimaal 50mm vrijstaan van brandvrije inbouwmaterialen.

Plaats de convectieset en positioneer de meegeleverde convec-tieroosters op minimaal 50 cm onder het plafond (zie Pag. 27 afb. 4C en 5C) op de betreffende wand. Even-tueel kan een verlaagd plafond binnenin het geheel uitkomst brengen bij een visueel belemmerend situatie. xLet op. Bij een inbouw situatie gelijk aan Afb 3 en 4 zal een boezemijzer geplaatst moeten worden. Zie ook detail op Pag. 27 afb. 3 en 4A voor plaatsing boezemijzer. xDe poten (6) van het toestel kunnen extra hoogte geven van max. 250 mm voor de grove afstelling. De stel-poten (5) geven de mogelijkheid het toestel verfijnd af te stellen xBepaal nu plaatsing en montage van de CC kanalen met toebehoren. Zie hiervoor Hoofdstuk 7 “Concentrisch kanaalsysteem” op Pag. 11 en de ”Tabel Concentrische trajecten” op Pag. 25. xBouw de besturingskast (B) in op de door u bepaalde inbouwsituatie.

xHet is tevens mogelijk de haard in te bouwen met gebruik van brandvrije plaat (Zie voorbeeld Pag. 27 afb. 5)Let op. De afstand van de besturingskast en het toestel wordt bepaald door de kabel lengten welke van de be- sturingskast naar de waakvlambrander en het gas blok etc. Hoe het e. e.

Pag. 21 * Als u voor een “Wandenset” of “Lamellenset” (additioneel te leveren alleen voor de 1033) heeft gekozen, moet u deze eerst monteren alvorens de houtset te plaatsen. Zie hiervoor Pag. 31 t/m 33. * Nu kan de houtset of pebbles (alleen 1034) set geplaatst worden. Zie hiervoor de foto’s op Pag. 29 en 30 waarop de volgorde van plaatsing is weergegeven. Vermeng allereerst de Lavasteentjes en de zogeheten wokkels en verdeel de hoeveelheid over de brander en de branderplaat rekenschap houdend met de beluch-ting gleuf rondom de brander en de waakvlambrander. ZORG ERVOOR DAT DE WAAKVLAM VRIJ BLIJFT. * Plaatst hierna de houtset zorgvuldig. Andere ligging kan ernstige invloed hebben het vuurbeeld of slecht functioneren van het brandproces (ontploffen) * Controleer voordat u de ruit terug plaatst of er een restrictie plaat geplaatst moet worden of niet. Zie pag.

20 en de ”Tabel Concentrische trajecten” op Pag. 25. * Als er een restrictie voorgeschreven staat voor uw situatie verwijder dan de keerplaat (9) door deze los te schroeven aan de voorzijde van de plaat ( Zie Pag. 25 afb. 1B-2B) daarna de plaat naar achteren te schuiven en vervolgens uit te nemen. Monteer nu de restrictieplaat (10) met de twee meegeleverde schroeven en plaats de keerplaat terug. 11. 4 Plaatsing van de keramische houtset “NG” (Zie Pag. 29) en “LPG” (Zie Pag. 30) Attentie Bij het plaatsen van de houtset en de diverse gloeimaterialen als wel accessoires dient men rekenschap te houden met:A: Openingen vrij houden van gloeimateriaal. B: Geen gloeimateriaal in of op waakvlambrander. C: Voorkom dat er keramisch materiaal op het koord van de ruitzitting terecht komt. Verwijder dit eventueel. De ruit kan hierdoor beschadigd raken.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Thermocet Trimline 73H stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden