Thermocet Trimline 120 DB Front - 1137 Handleiding

Thermocet Haarden Trimline 120 DB Front - 1137

Bekijk gratis de handleiding van Thermocet Trimline 120 DB Front - 1137 (27 pagina’s), behorend tot de categorie Haarden. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 47 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Thermocet Trimline 120 DB Front - 1137 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/27
Pag.1
NEDERLAND-NLBELGIE-BE
INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN
Trimline assortiment
Trimline 100 DB Front ( 1136 )
Trimline 100 DB Tunnel ( 1135 )
Trimline 120 DB Front ( 1137 )
Trimline 120 DB Tunnel ( 1138 )
Trimline 140 DB Front ( 1139 )
Trimline 140 DB Tunnel ( 1149 )
Trimline 170 DB Front ( 1048 )

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Thermocet
Categorie: Haarden
Model: Trimline 120 DB Front - 1137

Handleiding Thermocet Trimline 120 DB Front - 1137 – volledige tekst

Pag. 3 1. 1 Algemeen voorschrift * De gashaard dient geplaatst, aangesloten en gecontroleerd te worden als een gesloten toestel door een erkend installateur, volgens de nationale, regionale en lokale normen en voorschriften. * Ook het afvoersysteem en de uitmondingen in gevel of dakvlak dienen te voldoen aan de geldende normen en voorschriften. * De temperatuur van de wanden en schappen in de omgeving van de zij en achterkant van het toestel mag de omgevingstemperatuur met niet meer dan 80°C overstijgen. * Het toestel is in combinatie met het concentrisch kanalensysteem THC CC Ø100/ Ø150 mm of Ø130/ Ø200mm goedgekeurd volgens de Europese CE-norm voor gastoestellen, en mag daarom uitsluitend met dit systeem worden toegepast. * Het toestel dient door de installateur gecontroleerd te worden op lokale gasdistributie (gas- type en gas- druk) zo als aangegeven op het typeplaatje.

* De instructie is alleen geldig als de desbetreffende landcode op het toestel is vermeld. Is dit niet het geval dan is het noodzakelijk de gas technische gegevens van het desbetreffende land te raadplegen en modificaties te overleggen met de fabrikant. * Bij de eerste keer stoken zal er lucht in de gasleiding zitten. De gasleiding dient daarom eerst ontlucht te worden. * Steek de kachel volgens het bedieningsvoorschrift aan en controleer of het vlambeeld gelijkmatig is. Na de eerste keer stoken dient u eventueel de aanslag op de glasruit, als gevolg van het uitmoffelen van het toestel, te verwijderen met behulp van een glasreiniger voor kachels. Afstand tot vuurvaste materialen: * T. o. v.

het front, zij- en bovenkant van het toestel zal een afstand van 1200 mm toegepast moeten worden vanaf het toestel tot aan: gordijnen, bekledingen en weefsels, en of ander niet vuurvaste materiaal tenzij anders vermeld in deze instructie.

Afstand tot niet vuurvaste materialen: * Bij installatie van het toestel , zal een minimale afstand van 25 mm van de muur gehandhaafd moeten worden tenzij ander vermeld in deze instructie. De installatie mag uitsluitend door een bevoegd persoon uitgevoerd worden LET OP 1. INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN WAARSCHUWING Gaskachels worden heet als ze in bedrijf zijn. Na inbouw van het toestel wordt het glasoppervlak beschouwd als actieve zone. Het glasoppervlak kan zeer heet worden. Opgelet. Dienovereenkomstig moet voorzichtigheid worden betracht en b. v. kinderen en hulpbehoevenden uit de buurt van brandende kachels worden geweerd. Ook mogen kachels niet op of tegen niet vuurvaste materialen worden geplaatst (gordijnen enz. ). Plaats het toestel nooit tegen of in een niet vuurvaste wand. Constructie materiaal voor schouwen en mantels etc.

of bij een inbouw situatie moeten van niet vuurvaste materiaal gemaakt zijn. Dit geld tevens voor vloeren en plafonds. Gebruik nooit niet vuurvaste materialen nabij het toestel met inachtneming van de bovengenoemde voorschriften. Als u twijfelt, raadpleeg dan uw leverancier LET OP.

Pag. 4 2. 1 Aansluiting op de gasleiding Afhankelijk van de opstelling kunt u bepalen waar de gasleiding komt te liggen. Let erop dat tijdens het aansluiten de regelapparatuur niet wordt verdraaid en dat er geen overmatige spanningen optreden. De bereikbaarheid van diverse koppelpunten dient bij de betreffende componenten gewaarborgd te zijn. Controleer na het aansluiten de verbindingen op gasdichtheid. Gebruik in de toevoerleiding een 3/8“ gaskraan met koppeling. Zorg er voor dat de gasleiding vrij van vuil of zand is, en dat gas en verbrandingsproducten van de diverse onderdelen en functies juist werken. De gas aansluiting dient spanningsvrij te geschieden. Dit ter voorkoming van beschadiging aan de gas regelapparatuur. 2. 2 Voorbereiding en plaatsing (zie bijlage 3) * Verwijder de verpakking en controleer het toestel op mogelijke beschadigingen. * Let op.

Plaats het toestel op een stabiele ondergrond. * Leg het toestel niet op de zij. * Zet het toestel op de plaats van bestemming. * Gebruik hiervoor de til ijzers die bij elk toestel meegeleverd zijn (1) * De voorruit moet nu verwijderd worden om de toegevoegde onderdelen uit het toestel te kunnen halen. * Verwijder de sierlijst aan de onderzijde, van de ruit. * Draai de schroeven van de onderste en bovenste glas houder los (2). * Door de meegeleverde zuignap(pen) in het midden op de glasruit te plaatsen is de ruit eenvoudig uit het toestel te nemen door deze eerst voorzichtig naar boven te bewegen en daarna de onderkant van de ruit heel voorzichtig en langzaam naar u toe te halen, om hierna de ruit vervolgens te plaatsen op een veilige plek waar de ruit niet kan breken of beschadigen (3). * Neem hierna de verpakte onderdelen uit het toestel en controleer deze op schade of breuk.

* Plaats het toestel in de door u bepaalde inbouw situatie (zie Bijlage 2 voorbeeld inbouw situatie). Het toestel moet aan de achterkant direct aan de wand bevestigd worden ( bevestigings materiaal niet meegeleverd) (4).

* De poten van het toestel kunnen hoger of lager gesteld worden voor de grove afstelling. (Min 150 Max 455). (5) * De stelpoten geven de mogelijkheid het toestel verfijnd af te stellen. * Bouw de Gas Cassette in op de door u bepaalde inbouwsituatie nadat u de gasregelblok GV60 hebt gemonteerd, zie 2. 3. De afstand van de besturingskast en het toestel wordt bepaald door de kabel lengten welke van de besturingskast naar de waakvlambrander en het gas blok etc. Dat is Max. 1500 mm. * Positioneer de meegeleverde uitblaas roosters op minimaal 50 cm onder het plafond op de betreffende wand zie Bijlage 2 (voorbeeld inbouw situatie). Eventueel kan een verlaagd plafond van vuurvaste materiaal binnenin het geheel uitkomst brengen bij een visueel belemmerend situatie. 2. 3 Installatie Gasregeling GV60. (zie Bijlage 4) De complete gasregeling is onder de gashaard gemonteerd.

Het gasblok inclusief de branderautomaat moet door de installateur in de gas cassette gemonteerd worden. Hieronder procedure stap voor stap: * Nadat de glas ruit is weggenomen kunnen de onderdelen uit de gashaard worden gehaald ; plaats de gehele gas haard voorzichtig op de achterkant (1). U kunt de houten pallet te gebruiken om de gashaard te ondersteunen. * Verwijder de 2 tie wraps (kabelbinders) die de leidingen en kabels etc bijeen houden (2). * Verwijder de schroef van de gasklep beugel (3) zorgvuldig en verplaats het geheel naar de kant van de gas haard vanwaar u de gas cassette kan opbouwen. * Plaats de gasklep op de juiste positie op de achterzijde van het gas cassette. * Monteer de Gasklep inclusief beugel binnenin de gas cassette , en zet deze vast met de 2 vleugel moeren op de positie zoals aangegeven.

Houd de maximale afstand tussen gashaard en gas cassette in de gaten door de beperkte lengte van thermokoppel etc (7). * Zorg ervoor dat de buizen, ontstekingskabel en thermokoppel zonder trekspanning en scherpe bochten zijn aangebracht, dit moet ten allen tijde worden vermeden. Zorg ervoor dat de bougiekabel vrij ligt van metalen delen (8). LET OP Temperatuur uit de uitblaas roosters kan op meer dan 100°C uitkomen. Voorzichtigheid is daarom geboden. LET OP Voordat u het toestel plaatst is het aan te bevelen eerst Hoofdstuk 7 “Concentrisch kanaalsysteem” 2. PLAATSEN VAN HET TOESTEL.

Pag. 5 2. 4 Plaatsing van de keramische houtset (zie Bijlage 5) Werkwijze: * Decoratieplaat en brander uit het toestel nemen. * Beluchtingbeugel van beide branders schroeven. * De beluchtingbeugels voor G20 met 2X Ø6 mm plaatsen. * De beluchtingbeugels voor G20-25 met 2X Ø4. 5 mm plaatsen. * Schroeven terugplaatsen. * Brander terugplaatsen. * Nu kan ook (wanneer van toepassing) de Luchtgeleidingsplaat gemonteerd worden. * Hierna decoratieplaat terugplaatsen. * De branderdruk en de injector hoeven niet gewijzigd te worden. * Meng de lava korrels en de zogeheten wokkels en verspreidt deze gelijkmatig over De brander en de branderplaat zodat deze net bedekt zijn. Gloeivlokken kunnen hier en daar neergelegd worden als decoratie. * Plaats vervolgens de houtblokken in de juiste volgorde zoals aangegeven op Bijlage 5. * Plaats de houtset zorgvuldig.

Andere ligging kan ernstige invloed hebben het vuurbeeld of slecht functioneren van het brandproces (roeten). * Controleer voordat u de ruiten terug plaatst of er een restrictie plaat geplaatst moet worden of niet. Zie hiervoor hoofdstuk 6 ”Concentrische Trajecten” * Als er een restrictie voorgeschreven staat in uw situatie verwijder dan de keerplaat door deze los te schroeven aan de voorzijde van de plaat daarna de plaat naar achteren te schuiven en vervolgens uit te nemen. Monteer de restrictieplaat met de twee meegeleverde schroeven en plaats de keerplaat terug. Zie bijlage 3 afbeelding 6 en 7 * Plaats nu de ruit terug in omgekeerde volgorde zoals is beschreven op 2. 2 en bijlage 3. 2. 5 Plaatsing van de optionele Pebbleset (zie Bijlage 6) * Strooi vermiculite gelijkmatig over branderbed. Zorg ervoor dat de waakvlam vrij blijft.

* Leg een rij pebbles van middelgrote en grote afmeting aan de voorzijde op de branderplaat * Vul van voor naar achteren het branderbed op met kleine en middelgrote pebbles. Leg de pebbles op het branderbed zo dicht mogelijk tegen elkaar aan.

* Vul de achterzijde van de branderplaat met middelgrote en grote pebbles. * Controleer voordat u de ruiten terug plaatst of er een restrictie plaat geplaatst moet worden of niet. Zie hiervoor hoofdstuk 6 ”Concentrische Trajecten” * Monteer de restrictieplaat als deze voorgeschreven is voor uw situatie met de twee meegeleverde schroeven (zie bijlage 3 afb. 6) * Plaats nu de ruit terug in omgekeerde volgorde zoals is beschreven op 2. 2 en bijlage 3. LET OP Sleuf rondom de brander moet vrijgehouden worden van gloei materiaal. Teveel geplaatst gloeimateriaal kan het verbrandingsproces beïnvloeden. Overige materiaal kan bewaard worden. LET OP ZORG ER ALTIJD VOOR DAT DE WAAKVLAM VRIJ BLIJFT VAN WELK MATERIAAL DAN OOK. OPMERKING: Bij het plaatsen van de houtset en de diverse gloeimaterialen dient men rekenschap te houden met: A: Geen gloeimateriaal in of op waakvlambrander.

B: Voorkom dat er keramisch materiaal op het koord van de ruitzitting terecht komt. Verwijder dit eventueel. De ruit kan hierdoor beschadigd raken. C: Sleuf rondom de brander moet vrijgehouden worden van gloei materiaal. Teveel geplaatste gloeimateriaal kan het verbrandingsproces beïnvloeden. Overig materiaal kan bewaard worden Voordat men de houtset plaatst moet bij een G25 20-25mBar (I2L /I2ELL) toestel de beluchtingbeugels van de dubbele Brander vervangen worden. (Zie bijlage 3 afb. 7) Tevens en alleen bij verticale en indirecte trajecten zal een Luchtgeleidingsplaat toegepast moeten worden. Zie hiervoor hoofdstuk 6 ”Concentrische Trajecten” en Bijlage 3 afb. 8 , 9 en 10.

Pag.6 2.6 Plaatsing van de optionele Carrara / Basalt stenen (zie Bijlage 6) * Strooi vermiculite gelijkmatig over branderbed. Zorg ervoor dat de waakvlam vrij blijft. * Vul het branderbed netjes en gelijkmatig met de Carrara stenen. * Controleer voordat u de ruit terug plaatst of er een restrictie plaat geplaatst moet worden of niet. Zie hiervoor hoofdstuk 6 ”Concentrische trajecten” * Als er een restrictie voorgeschreven staat voor uw situatie verwijder dan de keerplaat door deze los te schroeven aan de voorzijde van de plaat daarna de plaat naar achteren te schuiven en vervolgens uit te nemen. (zie bijlage 4) Monteer nu de restrictieplaat met de twee meegeleverde schroeven en plaats de keerplaat terug. * Plaats nu de ruit terug in omgekeerde volgorde zoals is beschreven in 2.2 en bijlage 3.

Pag. 7 Zie er op toe dat de aan het toestel toegevoerde brandstoffen schoon zijn en vrij zijn van stofdeeltjes en vocht. Voordat een gastoevoerleiding (nieuw of bestaand) wordt aangesloten aan de hoofdgasleiding bij de gas meter en aan het gas regelblok van het toestel dient deze te zijn doorgeblazen met schone en droge perslucht. Afgesneden koperleidingen maar ook de aluminium waakvlamleiding dienen te worden ontbraamt en schoongeblazen alvorens deze aan te sluiten. Warmte, vocht en stof vormen een bedreiging voor alle elektronica Bescherm de elektronische (gas) besturing totdat alle bouw-, stuc- en schilderswerkzaamheden zijn voltooid. Moeten onverhoopt nog dergelijke werkzaamheden worden verricht, bescherm deze dan tegen indringend vuil en vocht met bijvoorbeeld plastic folie. Plaats de batterijen, enkel nadat alle bedrading van ontvanger, gasregelblok en waakvlamset is Verbonden.

Voortijdige verbinding met de stroombron kan de elektronica beschadigen. Voorkom dat de ontstekingskabel zich in de nabijheid van de antennedraad bevindt of dat beiden elkaar kruisen. De hoge spanning die vrijkomt bij de ontsteking kan het gevoelige ontvangercircuit van de antenne beschadigen. Het is mogelijk dat het toestel hierna verminderd of geheel niet meer op commando’s van de handset reageert. Verleng het bijgeleverde thermokoppel alleen met de originele verlengset. (verkrijgbaar via uw leverancier) Ongeoorloofde verlenging van het thermokoppel heeft spanningsvermindering tot gevolg, hierdoor kan de magneetspoel niet worden geactiveerd. Voorkom lekkage van de ontsteekvonk naar andere delen van de installatie dan de ontsteekpen bij de waakvlam Houd de ontsteekkabel vrij van romp of andere metalen onderdelen.

Voor automatische start via de handzender dienen de ontvanger en de bedieningsorganen op het gasregelblok te zijn ingeschakeld De ovale schijf op het gas regelblok dient op stand ON’ te zijn gedraaid. De I/0 schakelaar dient op ‘I ’ te zijn afgesteld. De ontsteekkabel moet op het ontvangstkastje zijn aangesloten bij het aansluitpunt ‘SPARK’. De handzender bevat de thermostaatvoeler van het systeem De handzender functioneert het best op 2 á 3 m afstand van het toestel. Hoewel de communicatie via korte golf radiosignalen plaatsheeft, is het aan te bevelen de handzender in het ‘zicht’ van het gastoestel te leggen, op een plaats waar de gebruiker een behaaglijke temperatuur wil beleven. Leg de handzender niet in zonnestraling of op andere warme plaatsen.

De thermostaat meet die temperatuur en regelt de vlamhoogte van het gastoestel overeenkomstig Verwijder batterijen enkel met het rode lintje welke onder de batterijen zit, niet met metalen gereedschap Het verwijderen van batterijen met een metalen voorwerp kan de elektronische besturing blijvend beschadigen. 4. INSTRUCTIES VOOR MERTIK MAXITROL GV60 WAARSCHUWING Elektronica raakt blijvend defect wanneer deze wordt blootgesteld aan temperaturen hoger dan 60°C. Reguliere AA batterijen barsten open bij >54°C waarna de inhoud hiervan de onderliggende elektronische schakelingen beschadigt. Batterijen hebben de langste levensduur bij 50°C bedraagt deze levensduur nog ca. 23 weken, dit maakt het gebruik van de gashaard onnodig kostbaar. Plaats gas regelblok en ontvanger enkel zoals voor gemonteerd in de fabriek.

Bedenk dat op een later tijdstip onderdelen eventueel vervangen moeten worden of reparaties worden verricht. Het plaatsen van de besturing op een wijze afwijkend van de door ons voorgeschreven methode kan dit bemoeilijken. LET OP Draai de contactonderbreker en de thermokoppelverbinding niet te vast op het gas regelblok. Handvast plus een halve slag met een steeksleutel is ruimschoots voldoende.

Pag. 11 Het concentrisch kanaal systeem is samengesteld uit een binnenkanaal en een buitenkanaal. Deze kanalen zijn concentrisch opgesteld; door het binnenkanaal worden de verbrandingsgassen afgevoerd, tussen binnen en buiten kanaal wordt de verse verbrandingslucht toegevoerd. 7. 1 Componenten van het concentrisch kanaalsysteem. Met behulp van het concentrisch kanaalsysteem zijn verschillende aansluitingen mogelijk: Door het dakvlak en door de gevel. Het traject van dit systeem is op verschillende wijzen aan te leggen, maar er zijn enkele belangrijke voorwaarden: * Totale toegestane verticale kanaallengte niet langer dan 12 meter (som van kanaallengte en de rekenlengtes voor de bochten). * Bochten 90° hebben een rekenlengte van 2 meter horizontaal. * Bochten 45° hebben een rekenlengte van 1 meter horizontaal.

* De uitmonding kan op elke willekeurige plaats in het dakvlak of gevel geschieden (aan en afvoer in identiek drukgebied), maar moet voldoen aan de geldende voorschriften. * Kanaal trajecten mogen niet geïsoleerd worden 7. 2 Opbouw concentrisch kanaalsysteem CC Indirecte gevel aansluiting. * De uitmonding kan ook in een boven afvoer situatie in de gevel geschieden,houdt rekening met hinder naar omgeving, volgens de nationale, regionale, lokale normen en voorschriften. Let ook op dat de wind druk ook hier op de uitmonding niet te extreem is zoals een balkon, plat dak, hoeken en in zeer smalle stegen etc. , daar dit de prestaties van het toestel negatief kan beïnvloeden. * Verzorg een sparing in de gevel van rond 155 mm of 205 mm bij gebruik van Ø130-200 kanalen (in een niet vuurvaste gevel extra ruimte van 50 mm.

rondom de buitenbuis houden) en monteer de geveldoorvoer met de muurplaat aan de binnenzijde van de wand. Aan de buitenzijde dient de muurplaat van de geveldoorvoer voldoende tegen de muur te worden af gedicht; dit i. v. m. lekkage- mogelijkheid van vocht c. q. rookgassen de woonruimte in. * Indien noodzakelijk, dient het kanaal te worden omkokert.

Ook als het kanaal langs niet vuurvaste materialen gemonteerd gaat worden, dienen er voldoende brandwerende maatregelen te worden genomen. * Bepaal de positie van het toestel en de uitmonding en begin de opbouw van het kanaal met de aansluiting op het toestel , let op de montagerichting en verbindt de elementen d. m. v. de klembanden aan elkaar. * Tussen bochten, of bij de aansluiting op het toestel , kan gebruik worden gemaakt van de paspijp. Gebruik, indien noodzakelijk, muurbeugels ter ondersteuning van het kanaal. Montage dakdoorvoering * De uitmonding kan op een willekeurige plaats in het dakvlak geschieden (aan- en afvoer in identiek druk gebied), en moet voldoen aan de geldende voorschriften. * Voor een waterdichte doorvoering kan gebruik worden gemaakt van een dakplaat plat voor platdak, of een dakplaat lood voor hellende pannendaken. Indien nodig kan er worden versleept m. b. v.

diverse bochten. De sparing in het dakbeschot dient 5 cm. rondom groter te zijn, dit i. v. m. voldoende brandwerendheid. * Er moet rekenschap gehouden worden met de bepaling ( Zie hiervoor de nationale, regionale, lokale normen voorschriften) van de weerstand tegen branddoorslag tussen ruimten. Er dient een omkokering van vuurvast materiaal (b. v. 12 mm. Promatect brandwerende plaat) te worden toegepast op 25 mm vanaf het buiten kanaal. * Bepaal de positie van het toestel en de uitmonding en begin de opbouw van het kanaal met de aan- sluiting op het toestel (altijd eerst 1 meter verticaal), let op de montagerichting. Binnenkanaal moet afwaterend gemonteerd worden. Verbindt de elementen d. m. v. de klembanden aan elkaar. Zorg ervoor dat alle verbindingen goed gasdicht zijn. * Tussen bochten, of bij de aansluiting op het toestel c. q. dakdoorvoer, kan gebruik worden gemaakt van een paspijp.

CONCENTRISCH KANAALSYSTEEM LET OP * Zorg ervoor dat de restrictieplaat juiste manier gemonteerd wordt zoals aangegeven in deze instructie. * De juiste restrictieplaat zal het toestel, het meest optimale rendement, vlambeeld en verbranding geven. * Montage van een foutief geplaatste restrictieplaat kan storingen aan het toestel veroorzaken.

Pag. 12 7. 3 Installatie voorschriften bestaande rookkanalen. Voorschriften Dit rookgasafvoersysteem valt onder de cat. : C91 en moet opgebouwd worden volgens de nationale regelgeving en de voorschriften van de fabrikant, zoals aangegeven in de documentatie en de installatievoorschriften. Dit houd o. a. in dat de schoorsteen doorvoer niet kleiner mag zijn dan rond / vierkant 150 mm doch niet groter dan 200 mm en niet geventileerd door roosters etc. Bij grotere schoorsteen doorvoeren kan eventueel een flexibele slang van rond 150 mm toegepast worden in combinatie met een flexibele slang rond 100 zoals hieronder omschreven. Andere situaties dient u te overleggen met uw leverancier / fabrikant. 7. 4 Onderdelen Controleer alle onderdelen op eventuele beschadigingen voordat u met de montage begint.

Voor de ombouw van een gemetseld kanaal tot concentrisch kanaal, aansluitend op CC kanaal systeem, heeft u de volgende onderdelen nodig: 1. Klemband 7. Schoorsteen montageplaat (renovatie pakket) 2. CC Passtuk 8. Klemband 3. Klemband 9. Dakdoorvoer 4. Montage plaat binnen 5. Schuifstuk (renovatie pakket) 6. Flexibele slang RVS. 316 L 7. enkelwandig rond 100 /107 OPMERKING: De renovatie / saneringsset bestaat uit de onderdelen 3, 4, 5, en 7 7. 5 Montage * Voer de flexibele slang (6) door het bestaande kanaal (8). * Bevestig het schuifstuk (5) aan de onderzijde van de flexibele slang, en borg deze met twee parkers. * Houdt de onderzijde van het schuifstuk (5) gelijk met de onderzijde van het kanaal of het plafond. Kort de flexibele slang af op ca. 100 mm boven de kop van de schoorsteen.

* Bevestig de montageplaat bovendaks (7) aan de flexibele slang, klem deze met een slangklem RVS rond 90 tot 165, borg het geheel met een parker. * Bevestig de montageplaat bovendaks (7) waterdicht op de kop van de schoorsteen m. b. v. siliconenkit en RVS schroeven. * Monteer de dakdoorvoer (9) en borg deze met de meegeleverde klemband (10) * Na montage zal het schuifstuk (5) ca.

100 mm onder het kanaal of plafond uitsteken. * Bevestig de montageplaat binnen (4) gasdicht tegen de onderzijde van het bouwkundige kanaal of tegen de onderzijde van de betonnen vloer m. b. v. siliconenkit en schroeven. * Plaats het toestel volgens de voorschriften van de toestelfabrikant * Monteer minimaal 1 meter concentrisch kanaal type THC CC 100-150 (2), or 130-200 mm met verloop 100-150. * Verleng het concentrische kanaal met behulp van secties (2) tot minimaal 100 mm in het bouwkundige kanaal. Draai tenslotte de klemband in de montageplaat binnen (3) handvast. 7. 6 Reiniging en onderhoud. Het toestel dient jaarlijks gereinigd en gecontroleerd te worden door uw dealer. Het Concentrisch Kanaal- systeem CC systeem dient elke 2 jaar gereinigd te worden. Controle op: 1 Dichtheid van het gas verbranding producten en verbrandingslucht toevoercircuit.

Magneet unit in gasklep wordt bekrachtigd (hoorbare klik) NEE Geen piep signaal Magneet spoel gasklep werkt niet. Vervang gasregelklep volledig. NEE 3 korte piep signalen Ontvanger batterijen slecht. Vervang batterijen, 4x 1,5V AA Alkaline kwaliteit! NEE 1 lang piep signaal. ON/OFF schakelaar op gasre-gelklep in OFF positie Schakelaar op ON zetten. 8 aderige kabel tussen ontvan-ger en gasregelklep defect/slecht contact. Controleer kabel m.n. bij stek-kerverbinding. OK Schakelaar kabel onderbroken. Controleer schakelaar kabel Motor werkt niet goed. Vervang gasregelklep volledig. Microswitch op gasregelklep werkt niet goed. Vervang gasregelklep volledig. Thermokoppelonderbreker niet goed aangesloten of aange-draaid Vervang thermokoppelonder-breker 8. STORINGSZOEKLIJST MERTIK GV60

Pag.15 No ACTIE Mogelijk probleem/oorzaak Oplossing 3. NEE Ontstekingscomponenten functioneren niet. Controleer vonkkabel tussen ontvanger en vonk pen op juiste verbinding. Controleer afstand vonk pen en waakvlam kop. Controleer vonk pen op doorslag naar mas-sa(breuk in keramiek) Controleer vonkkabel op breuk Continue vonken Controleer of vonkkabel vrij ligt van meta-len delen. Controleer of vonk t.p.v. verbin-ding ontsteekkaars niet overspringt op massa. Kort indien mogelijk kabel in. Even-tueel extra isoleren met siliconen slang o.i.d.) Elke seconde een vonk. NEE Ontsteking procedure stopt, geen waak-vlam. Geen reactie meer bij gebruik af-standbediening ( ontvanger reageert niet meer). Druk op RESET knop, zie instructie. Maak massakabel tussen waakvlambrander en gasregelklep. Vonkkabel niet oprollen. Kort ontsteekkabel in indien mogelijk. NEE Ontsteking procedure stopt, geen waak-vlam.

Pag.16 No ACTIE Mogelijk pro-bleem/oorzaak Oplossing 6. NEE Weerstand in ther-mokoppel circuit te hoog. Controleer kabels en verbindin-gen in thermokoppel circuit. Magneet spoel valt uit(hoorbare klik) Thermokoppel niet warm genoeg. Controleer of waakvlam goed op thermokoppel staat, en stel zo nodig waakvlam juist in. Motor draait naar hoofd branderstand en waakvlam blijft bran-den. Lage thermokoppel-spanning. Controleer verbindingen en ver-vang zo nodig thermokoppel. Draai de verbindingen niet te vast aan! Kortsluiting door be-schadigde thermo-koppel tip. Vervang thermokoppel, draai de verbindingen niet te vast aan! NEE Ontstekings procedu-re stopt. Geen reac-tie meer bij gebruik afstandbediening ( ontvanger reageert niet meer). Druk op RESET knop, zie in-structie Maak massakabel tussen waak-vlambrander en gasregelklep. OK Vonkkabel niet oprollen Kort ontsteekkabel in indien mo-gelijk.

Pag. 17 SYMPTOOM TE ONDERNEMEN AKTIE De waakvlam wil niet Branden na herhaaldelijk ont-steken. 1. Als u de kachel voor de eerste maal gaat aanmaken of na een servicebeurt, zit er lucht in de leidingen. Het duurt een poosje vooraleer alle lucht uit de leidingen is gestroomd en er gas komt dat kan ontstoken worden. 2. Kijk na of de gastoevoer naar het toestel toe wel degelijk open staat en dat er vol-doende gasdruk naar het toestel toe is. 3. Zie na of er vonken zijn tussen de vonkelektrode en de waakvlam. Als er geen vonken zijn: a) Kijk na of de verbinding tussen de elektrode en de ontsteker niet gebroken is of slecht gemaakt werd. b) Kijk na of de vonk niet op een andere plaats kortsluit of overslaat. De waakvlam blijft niet bran-den na ontsteking. 1. Zie na of de waakvlam groot genoeg is om rond de thermokoppel te branden. Als de vlam te klein is moet u de gastoevoerdruk nakijken.

Als de hoogte van de waakvlam niet bijgesteld kan worden, zou er een obstructie in de waakvlam kunnen zitten. 2. Zie na of de thermokoppelonderbreker goed aan de gas klep zit aangesloten. 3. Kijk na of de gas klep niet stuk is. 4. Zie na of de restrictie plaat naar behoren wel of niet is geplaatst De hoofdbrander dooft wan-neer het toestel warm is. 1. Dit kan een normale werking van de thermostaat zijn. Kijk na of de waakvlam de thermokoppel voldoende kan verwarmen. Als de waakvlam te klein is dan moet u de gastoevoer of de waakvlamafstelling nakijken. 2. Zie na of de restrictie plaat naar behoren wel of niet is geplaatst. Roetafzetting op het glas. 1. Controleer of het lavasplit goed op de brander ligt. 2. Kijk of de waakvlam brander vrij gehouden is van brander vulling. 3. Kijk na of er geen verstopping is van de branderopeningen 4.

Controleer of de restrictieplaat is toegepast. Flauwe (verstikkende)waakvlam. 1. Waakvlam branderdruk of kanaal traject nakijken Hoofdbrander wil niet branden nadat waakvlambrander brand. 1 Zie na of de motorknop draait en of de batterijen niet leeg zijn. 2 Mogelijk defect van gas blok 3 Controleer of de waakvlam de brander goed ontsteekt 4. Kijk na dat de branderopening niet verstopt is. 9. PROBLEMEN EN HUN MOGELIJKE OPLOSSINGEN WAARSCHUWING Het oplossen van problemen met uw kachel, zowel gas technisch als elektrisch, moet steeds gebeuren door een bevoegd technicus. LET OP Kijk a. u. b. eerst na of alle richtlijnen werden gevolgd alvorens u de eventuele problemen met het toestel gaat trachten op te lossen.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Thermocet Trimline 120 DB Front - 1137 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden