Thermo Comfort TC 35-14 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Thermo Comfort TC 35-14 (26 pagina’s), behorend tot de categorie Airconditioner. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 56 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Thermo Comfort TC 35-14 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Thermo Comfort |
| Categorie: | Airconditioner |
| Model: | TC 35-14 |
Handleiding Thermo Comfort TC 35-14 – volledige tekst
160Draagbare aircoGeachte klant,Uw vertrouwen doet ons plezier. Lees voor de eerste ingebruikname deze gebruiksaanwijzing absoluut eerst goed door. Hierin vindt u alle aanwijzingen voor een veilig gebruik en een lange levensduur van het apparaat. Neem alle veiligheidsaan-wijzingen in deze gebruiksaanwijzing abso-luut in acht. InhoudsopgaveHet gebruik van deze gebruiksaanwijzing. 160Voordat u begint…. 160Reglementair gebruik. 160Wat betekenen de gebruikte symbolen. . 161Voor uw veiligheid. 161Algemene veiligheidsaanwijzingen. 161Elektrische veiligheid. 161Apparaatspecifieke veiligheidsaanwijzin-gen. 162Energiebesparing. 163Werkomstandigheden. 163Aanbevolen gereedschap voor de raamin-bouw. 163Leveringsomvang. 163Uw apparaat in één oogopslag. 163Voorkant. 163Achterkant. 163Montage. 164Opstelling. 164Installatie van de raaminbouwset.
164Installatie in een verticaal schuifraam 164Installatie van de afvoerluchtslang. 164Waterafvoer:. 165Werking. 165Het bedieningspaneel van de airco. 165Afstandsbediening. 166Foutcodes. 168Beveiligingscodes. 168Gebruikershandleiding. 168Overige functies. 169Onderhoud. 169Luchtfilter. 170Apparaatbehuizing. 170Het apparaat wordt langere tijd niet ge-bruikt. 170Problemen oplossen. 170Als er iets niet meer functioneert…. 170Afvalverwijdering. 171Afvalverwijdering van het apparaat. 171Afvalverwijdering van de verpacking. 171Technische gegevens. 171Informatie-eisen. 172Reclamaties. 174Het gebruik van deze gebruiks-aanwijzingAlle noodzakelijke afbeeldingen staan in deze gebruiksaanwijzing op de eerste pagina’s. Binnen de beschrijvingen wordt u d. m. v. verwijzingen naar de desbetreffende afbeeldingen verwezen.
Voordat u begint…Reglementair gebruikHet apparaat voldoet aan de stand van wetenschap en techniek, evenals aan de gel-dige veiligheidsbepalingen op het tijdstip van het in verkeer brengen in het kader van een reglementair gebruik. Het apparaat is uitsluitend bestemd voor het niet-commerciële gebruik als draagbare airco. Het apparaat mag alleen in droge binnen-ruimtes binnen een aangegeven tempera-tuurbereik worden gebruikt (►Werkomstan-digheden– p. 163). Het apparaat is niet geschikt voor zakelijk of industrieel gebruik. Iedere andere toepassing is niet-reglemen-tair. Door niet-reglementair gebruik, wijzigin-gen aan het apparaat of door onderdelen te gebruiken die niet door de fabrikant gecon-troleerd en vrijgegeven zijn, kunnen onvoor-ziene schades ontstaan. Ieder niet-reglementair gebruik resp.
alle handelingen aan het apparaat die niet in deze gebruiksaanwijzing beschreven worden, zijn ongeoorloofd verkeerd gebruik en vallen bui-ten de aansprakelijkheid van de fabrikant. NL Handleiding - TC 35-14/15.
161Wat betekenen de gebruikte symbo-len. In de gebruiksaanwijzing worden de gevaar-saanwijzingen en aanwijzingen duidelijk aan-gegeven. Onderstaande symbolen worden gebruikt:Voor uw veiligheidAlgemene veiligheidsaanwijzingen• Voor een veilige omgang met dit apparaat moet de gebruiker van dit apparaat dezegebruiksaanwijzing voor het eerstegebruik gelezen en begrepen hebben. • Neem altijd alle veiligheidsaanwijzingenin acht. Wanneer u de veiligheidsaanwo-zingen niet in acht neemt, brengt u uzelfen anderen in gevaar. • De gebruiksaanwijzing altijd onder hand-bereik bewaren. • Wanneer u het apparaat doorverkoopt ofweggeeft, moet u deze gebruiksaanwo-zing absoluut meegeven. • Het apparaat mag alleen dan wordengebruikt, wanneer dit perfect in orde is. Als het apparaat of een deel ervan defectis, moet het buiten gebruik genomen envolgens de voorschriften verwijderd wor-den.
• Gebruik het apparaat niet in explosiege-vaarlijke ruimtes of in de buurt van brand-bare vloeistoffen of gassen. • Het uitgeschakelde apparaat altijd tegenonbedoeld opnieuw inschakelen beveili-gen. • Gebruik geen apparaten waarbij de aan-uitschakelaar niet perfect werkt. • Houd kinderen uit de buurt van het appa-raat. Bewaar het apparaat buiten hetbereik van kinderen en onbevoegden. • Overbelast het apparaat niet. Gebruik het apparaat uitsluitend voor doeleinden,waarvoor het bedoeld is. • Altijd voorzichtig en uitsluitend in goedeconditie werken: bij vermoeidheid, ziekte, gebruik van alcohol, medicijnen en drugskunt u het apparaat niet meer veiliggebruiken.
• Dit toestel mag niet worden gebruikt door personen (inclusief kinderen) met geredu-ceerde fysische, sensorische en gees-telijke vaardigheden, of gebrek aan erva-ring en kennis, hetzij, dat zij samen ondertoezicht van een voor hun veiligheid ver-antwoordelijke persoon het toestelgebruiken. • Zorg ervoor, dat kinderen niet met hettoestel spelen.
• Neem altijd de geldige nationale en inter-nationale veiligheids-, gezondheids- enarbeidsvoorschriften in acht. Elektrische veiligheid• Het apparaat mag uitsluitend op eenstopcontact met naar behoren geïnstal-leerd beschermcontact aangesloten wor-den. • De beveiliging moet met een aardlek-schakelaar (FI-schakelaar) met een lek-stroom van niet meer dan 30mA gebeu-ren. GEVAAR. Direct levensgevaar of risico op letsel. Direct gevaarlijke situatie die dodelijk of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg zal hebben. WAARSCHUWING. Waarschijnlijk levensgevaar of risico op letsel. Algemeen gevaarlijke situatie die dodelijk of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg zal hebben. VOORZICHTIG. Eventueel risico op letsel. Gevaarlijke situatie die letsel tot gevolg kan hebben. LET OP. Risico op schade aan het appa-raat. Situatie die schade aan voorwerpen tot gevolg kan hebben.
162• Voor het aansluiten van het apparaatmoet gegarandeerd zijn, dat de netaan-sluiting overeenkomt met de aansluitge-gevens van het apparaat. • Het apparaat mag uitsluitend binnen deaangegeven grenzen voor spanning, ver-mogen en nominaal toerental gebruiktworden (zie typeplaatje). • De stecker niet met natte handen vastne-men. De kabel altijd aan de stecker, nietaan de kabel uittrecken. • De kabel niet plooien, platdrucken, er niet aan trecken of over rijden; beschermentegen scherpe hoeken, olie en hitte. • Apparaat niet aan de kabel optillen of dekabel anders aan het eigenlijke gebruiks-doel onttrecken. • Controleer voor ieder gebruik de steckeren de kabel. • Bij beschadiging van het netsnoer onmid-dellijk de stecker uittrecken. Het apparaat nooit met beschadigd netsnoer gebrui-ken. • Als het apparaat niet gebruikt wordt,moet de stecker altijd uitgetrocken zijn.
• Voor u de stecker in het stopcontactsteekt, moet het apparaat uitgeschakeldzijn. • Voor u de stecker uittrekt het apparaataltijd uitschakelen. • Apparaat bij het transport stroomloosschakelen. Apparaatspecifieke veiligheidsaan-wijzingen• Het apparaat niet opstellen of opslaan inzones, waar het naar beneden kan vallen of in het water gedompeld kan worden. • Het apparaat altijd rechtop transporterenen voor het gebruik op een stabiele en horizontale ondergrond zetten. • Het apparaat uitschakelen, als het nietgebruikt wordt. • Om het apparaat heen een minimumaf-stand van 30cm met vrije luchtcirculatie bewaren tot muren, meubels en gordij-nen. • Als de airco tijdens de werking wordtomgegooid, moet deze onmiddellijk uit-geschakeld en van het elektriciteitsnet losgekoppeld worden. • Altijd de schakelaar op het bedieningspa-neel gebruiken.
• De airco niet in ruimtes met een hogeluchtvochtigheid, zoals badkamers ofwaskeukens, gebruiken. • Het apparaat niet met natte of vochtigehanden of blootsvoets aanraken.
• De toetsen op het bedieningspaneel uit-sluitend met de vingers aanraken. • Geen vaste afdeckingen verwijderen. • Het apparaat niet gebruiken, als het nietperfect functioneert of als het gevallen ofbeschadigd is. • Het apparaat niet met de stecker in- enuitschakelen. • De in- en uitlaatroosters niet afdecken ofop andere wijze blockeren. • Geen gevaarlijke chemicaliën voor de rei-niging van het apparaat gebruiken ofdaarmee in contact brengen. • Geen benzine of andere ontvlambaredampen of vloeistoffen in de buurt van dit of andere apparaten bewaren of gebrui-ken. • Brandgevaar of gevaar voor een elektri-sche schok vermijden. Geen verlengka-bel of adaptersteckers gebruiken. Geenpolen van de stroomkabel verwijderen. • Controleren of de stroomvoorzieninggeschikt is voor het geselecteerde model.
De bijbehorende informatie bevindt zichop het typeplaatje van het apparaat aande zijkant achter het rooster. • Ervoor zorgen dat het apparaat correctgeaard is. Om het brandgevaar of gevaarvoor een elektrische schok tot een mini-mum te beperken, is een correcte aarding bijzonder belangrijk. De stroomkabel ismet een driepolige veiligheidscontacts-tecker als bescherming tegen elektrische schocken uitgerust. • Het apparaat moet met een correctegeaarde contactdoos gebruikt worden. Als de voor de werking geselecteerdecontactdoos niet correct geaard is of met een trage zekering of een veiligheids-schakelaar beveiligd is, moet door eengekwalificeerde elektricien een passende contactdoos ingebouwd worden. • De contactdoos moet ook na de opstel-ling van het apparaat toegankelijk blijven. NL.
163• Houd er rekening mee dat de bewegende delen zich ook achter be- en ontluch-tingsopeningen kunnen bevinden. • Symbolen die zich op uw apparaat bevin-den, mogen niet worden verwijderd ofafgedekt. Niet meer leesbare aanwijzin-gen op het apparaat moeten onmiddellijkworden vervangen. • Het apparaat niet gebruiken, als er zichontvlambare stoffen of dampen zoalsalcohol, insecticide of petroleum in debuurt bevinden. Energiebesparing• Het apparaat gebruiken in ruimtes met de aanbevolen afmetingen. • Het apparaat zo opstellen dat de lucht-stroom niet door meubels belemmerd wordt. • Jaloezieën/gordijnen bij sterke zonne-straling gesloten houden. • De filters schoon houden. • Deuren en ramen gesloten houden omkoele lucht binnen en warme lucht buitente houden (bij koelmodus) en om warmelucht binnen en koude lucht buiten tehouden (bij verwarmingsmodus).
1646. Bovenste uitlaat voor lucht7. Aansluiting voor afvoerlucht8. Afvoer voor condens (alleen model warm-tepompen)9. Netsnoer10. Bevestiging netsnoer11. Afvoer condens kuip op grond12. Houder voor stekker13. Onderste luchtfilter (achter het rooster)14. Inlaat voor lucht onder15. Afvoer voor condensMontage►Montage– p. 3Opstelling• De airco moet op een stevige ondergrond worden neergezet om geluiden en trillin-gen tot een minimum te beperken. Vooreen veilige opstelling het apparaat op een gladde, vlacke ondergrond zetten, diestevig genoeg is voor het gewicht van het apparaat. • Het apparaat is uitgerust met wieltjesvoor een probleemloze opstelling, maardeze mogen echter alleen op gladde,vlacke ondergronden gebruikt worden. Wees voorzichtig bij het rollen op vloer-bedecking. Probeer niet om het apparaatover voorwerpen te rollen.
• Het apparaat moet binnen de reikwijdtevan een correct geaarde contactdoosmet passende nominale spanning opge-steld worden. • Geen obstakels in de zone van de lucht-inlaat of luchtuitlaat brengen. • Voor een doeltreffende airconditioninghet apparaat op een minimumafstand van 30cm tot de muur opstellen. • Zorg ervoor dat de raamdoorvoer vrijedoorgang naar buiten heeft. Sluit daarbijhet raam c. q. de deur zover moge-lijk. ►P. 3, punt1Installatie van de raaminbouwset►P. 4, punt2– ►P. 4, punt4Uw raaminbouwset is zo ontworpen dat hij voor de meeste standaard verticale en hori-zontale ramen geschikt is; toch kan het noodzakelijk zijn, de inbouw op bepaalde punten aan bepaalde soorten ramen aan te passen. De raaminbouwset: kan met een schroef(21) bevestigd worden.
Als de raamopening kleiner is dan de aange-geven minimumlengte van de raaminbouw-set, de met een gat voorziene zijde op maat voor de raamopening afzagen. In geen enkel geval het gat in de raaminbouwset wegza-gen. Installatie in een verticaal schuifraam►P. 4, punt5 –►P.
5, punt8– De schuimstof afdichting (met kleef-vlak)(E) op de juiste lengte snijden en opde vensterbank aanbrengen(22). – De raaminbouwset op de vensterbankaanbrengen(22). De lengte van deraaminbouwset overeenkomstig deraambreedte aanpassen; de aanpasbareinbouwset inkorten, als de raambreedteminder dan 67,5cm bedraagt. Hetschuifraam openen en de raaminbouwset op de vensterbank plaatsen(22). – De schuimstof afdichting (met kleef-vlak)(E) op de juiste lengte snijden en opde bovenzijde van het raam aanbrengen. – Het schuifraam goed sluiten. – De schuimstof afdichting juist snijden ende open spleet tussen het bovenste enhet externe schuifraamelement afdichten. Installatie van de afvoerluchtslang►P. 5, punt9De afvoerluchtslang en de adapter moeten in overeenstemming met de bedrijfsmodus geïnstalleerd c. q. verwijderd worden.
6, punt12– tijdens de ontvochtigingswerking deafvoerplug(12) van de achterkant van het apparaat verwijderen, het afvoerverbin-dingsstuk (5/8“ universele binnen-schroefdraad) met een 3/4“-slang(27) (inde vakhandel verkrijgbaar) installeren. Bijmodellen zonder afvoerverbindingsstukenkel de afvoerslang in de opening ste-ken. Het open uiteinde van de slangdirect boven de afvoer in uw kelder plaat-sen. – Als het waterpeil in de onderste opvang-bak een eerder vastgelegd niveaubereikt, piept het apparaat achtmaal enwordt P1 getoond op het digitale display. Op dit tijdstip stopt het klimatiserings-/ontvochtigingsproces meteen. De venti-latormotor blijft echter draaien (dit is een normale procedure). Breng het apparaat voorzichtig naar een afvoer, verwijder de afvoerplug aan de onderkant(13) en laat het water weglopen.
7Vóór de ingebruikname dient u grondig ver-trouwd te raken met het bedieningspaneel en de afstandsbediening en de functies daar-van, en zich vervolgens op de symbolen voor de gewenste functies te concentreren. Het apparaat kan alleen met het bedieningspa-neel op het apparaat of met de afstandsbe-diening bediend worden. Het bedieningspaneel van de airco►P. 7, punt11. IN/UIT-toetsSchakelt het apparaat in en uit. 2. SLAAP-toetsStart de slaapmodus3. VENTILATOR-toetsStelt de snelheid van de ventilator in. Met de knop stuurt u de snelheid van de ven-tilator op vier niveaus: LAAG, MIDDEL-HOOG, HOOG en AUTO. Het bijbeho-rende controlelampje voor de snelheidvan de ventilator licht op, maar niet bij deinstelling AUTO. Als de instelling AUTOgekozen is, licht er geen controlelampjevoor de ventilator op. 4.
Knoppen NAAR BOVEN (+) en NAARBENEDEN (–)Dienen om de instelling van de tempera-tuur in te stellen (verhogen/verlagen) instappen van 1 °C in het bereik van 17 °C(62 °F) tot 30 °C (86 °F) of voor het instel-len van de TIMER in het bereik van 0 – 24uur. LET OP. Gevaar voor letsel. Bij niet-gebruik de opening met de adapterkap afdecken. De leiding niet te sterk buigen. Aanwijzing:Niet op de apparaten bruikbaar zon-der adapter A of uitbreidingsstecker en houtschroeven als toebehorenNL.
7, punt3De lay-out van de knoppen • TEMP VDoor op deze knop te drukken verlaagt ude instelling voor de kamertemperatuur. • TEMP ΛDoor op deze knop te drukken verhoogt u de instelling voor de kamertemperatuur. • MODUSDoor te drukken op deze knop kiest u dewerkwijze van het apparaat uit. Telkenswanneer u op deze knop drukt, wordt dewerking van het apparaat in de volgendevolgorde omgeschakeld: AUTO – KOE-LEN – DROOG – VERHITTEN – VENTILA-TOR. • DRAAIENDoor te drukken op deze knop activeert u de automatische richtingswisseling vande ontluchtingskleppen. Deze bewegenzich nu onder een vastgelegde hoek. Alsmen opnieuw drukt, stopt deze functie. • RESETDoor te drukken op deze knop wordenalle ingevoerde instellingen gewist enteruggezet op de instellingen die hetapparaat in de fabriek had. • LUCHTRICHTINGDoor te drukken op deze knop verandertu de hoek van de ontluchtingsklep.
)• LED-DISPLAYDoor te drukken op deze knop wordt deaanduiding van de temperatuur op dedisplay van het binnenapparaat onder-drukt. Opnieuw drukken en de aandui-ding wordt opnieuw geactiveerd. (Niet bijapparaten zonder deze functie. )• VENTILATORSNELHEIDDoor te drukken op de knop kiest u desnelheid van de ventilator uit. Telkenswanneer u op deze knop drukt, wordt desnelheid van het apparaat in de volgendevolgorde omgeschakeld: LAAG – MED –HOOG - AUTO• AAN/UITDoor te drukken op deze knop schakelt uhet apparaat in. Als u opnieuw drukt,stopt het apparaat met werken. • TIMER AANDoor te drukken op deze knop bepaalt ude inschakeltijd van het apparaat. Tel-kens als u op deze knop drukt, verschuiftde inschakeltijd in stappen van 30 minu-ten (vanaf 10 uur op uurbasis). Om dezemodus te deactiveren stelt u eenvoudig-weg 0:00 in.
• SLAPENDoor te drukken op deze knop kiest u demodus voor zuinig met energie. Als uopnieuw drukt, deactiveert u dezemodus. Ook wordt de modus gedeacti-Aanwijzing:De display kan de temperatuur in graden Celsius of Fahrenheit aandui-den. Om het temperatuurscala om te vormen drukt u en houdt u de toet-sen NAAR BOVEN en NAAR BENE-DEN samen ingedrukt gedurende 3 seconden. NL.
167veerd, zodra u op een andere knop drukt. Deze functie kan alleen gebruikt worden bij werken met het apparaat in de modus KOELEN, VERHITTEN en AUTO. • TIMER UITDoor te drukken op deze knop bepaalt u de uitschakeltijd van het apparaat. Tel-kens als u op deze knop drukt, verschuift de inschakeltijd in stappen van 30 minu-ten (vanaf 10 uur op uurbasis). Om deze modus te deactiveren stelt u eenvoudig-weg 0:00 in. • VERGRENDELENDoor te drukken op deze knop worden de momentane instellingen geblokkeerd en de afstandsbediening werkt niet meer. Opnieuw drukken om de modus VER-GRENDELEN op te heffen. • TURBODoor te drukken op deze knop in de modus KOELEN schakelt de airconditio-ning over naar de modus voor koelen. Op deze knop opnieuw drukken om de func-tie TURBO af te breken. Display ►P. 7, punt21. DIGITAAL AANDUIDINGSBEREIKDit bereik toont fundamenteel de inge-stelde temperatuur.
In de modus TIMERworden hier de relevante instellingen vande TIMER weergegeven. In de modusVENTILATOR wordt niets aangeduid. 2. OVERDRACHTSSIGNAALDeze pijl licht op, als de afstandsbedie-ning signalen uit het apparaat van deruimte binnen overdraagt. Het binnenap-paraat reageert dan met een signaaltoon. 3. AAN/UITDit symbool wordt weergegeven, als hetapparaat door de afstandsbedieningingeschakeld wordt en het verdwijnt, alshet apparaat uitgeschakeld wordt. 4. WERKINGSWIJZENAls u op de knop MODUS drukt, wordtvoor de op dat moment gekozen wer-kingswijze een pijl weergegeven. 5. VERGRENDELENDe aanduiding VERGRENDELEN wordtna het drukken op de knop VERGRENDE-LEN aangeduid. Bij hernieuwd drukkenop de knop VERGRENDELEN verdwijntde aanduiding. 6.
AANDUIDING SNELHEID VENTILATORAls u op de knop SNELHEID VENTILA-TOR drukt, verschijnt hier voor de op datmoment uitgekozen ventilatiesnelheideen pijl (uitzondering: als u AUTO snel-heid kiest, wordt niets aangeduid). Batterijen insteken/vervangen►P. 7, punt3De afstandsbediening werkt op twee alkali droge batterijen (LR03X2). – Om de batterijen in te steken de dekselvan het batterijvak terugschuiven en de batterijen aanbrengen. Let er op de batte-rijen goed in te steken (+/-). – Om de oude batterijen te vervangen gaatu op dezelfde manier als boven te werk. • Bij het vervangen van de batterijen geenoude of verschillende batterijen gebrui-ken. Doet u dit wel, dan kan dit tot storin-gen van de afstandsbediening leiden. • Als u de afstandsbediening gedurendemeerdere weken niet gebruikt, de batte-rijen uitnemen. Als batterijen lekken, kan dit tot schade aan de afstandsbediening leiden.
• Bij normaal gebruik bedraagt de gemid-delde levensduur van batterijen ongeveer 6 maanden. • De batterijen vervangen, als het apparaat voor de ruimte binnen niet met een piep-toon antwoord of wanneer het controle-lampje voor de overdracht niet meer oplicht. Aanwijzing:Alle hier weergegeven aanduidingen dienen uitsluitend om te komen tot beter begrip. Als het apparaat werkt, worden alleen de uitgekozen functies aangeduid. NL.
168FoutcodesE1 Fout van de kamertemperatuursensor– het apparaat van het elektriciteitsnet los-koppelen en weer aansluiten. Mocht de fout nog steeds optreden dan de klanten-service informeren. E2 Fout van de verdampertemperatuursen-sor– het apparaat van het elektriciteits-net loskoppelen en weer aansluiten. Mocht de fout nog steeds optreden dan de klantenservice informeren. E3 Fout condensator – temperatuursensor – zet het apparaat uit en opnieuw aan. Als er verder nog een fout optreedt, belt u de service-afdeling op. E4 Fout van het indicatorpaneel– het appa-raat van het elektriciteitsnet loskoppelen en weer aansluiten. Mocht de fout nog steeds optreden dan de klantenservice informeren. BeveiligingscodesP1 Onderste opvangbak is vol– de afvoer-slang aansluiten en het opgevangen water laten weglopen. Als de foutmelding herhaald wordt, neem dan contact op met de klantenservice.
GebruikershandleidingKOEL-modus – Druk op de knop “MODUS” tot het con-trolelampje “KOELEN” oplicht. – Druk op de instelknoppen “+” of “-“ omde gewenste kamertemperatuur te kie-zen. De temperatuur kan in het bereik tussen 17 °C - 30 °C/62 °F - 86 °F inge-steld worden. – Druk op de knop VENTILATOR om desnelheid van de ventilator in te stellen. Modus DROGEN – Drücken Sie die "MODE"-Taste bis die"DRY"-Kontrollleuchte aufleuchtet. – In deze modus kunt u de snelheid van deventilator en de temperatuur niet instel-len. De motor van de ventilator werkt metlage snelheid. – Houd het venster en deuren gesloten omde best mogelijk ontvochtigingswerkingte bereiken. – Leid de ontluchtingsslang niet het venster uit.
– De airconditioning regelt automatisch dekamertemperatuur met de waarde van de temperatuur die u ingesteld hebt. – In de modus AUTO kunt u de snelheidvan de ventilator niet instellen. Modus VENTILATOR – Druk op de knop “MODUS” tot het con-trolelampje “VENTILATOR” oplicht. – Druk op de knop VENTILATOR om desnelheid van de ventilator in te stellen. De temperatuur kan niet ingesteld worden. Werken met de TIMER – Als het apparaat ingeschakeld is, drukt uop de knop TIMER om het automatische uitschakelprogramma te activeren, het controlelampje TIMER UIT wordt verlicht. Druk op de knop + of - om de gewenste uitschakelsnelheid in te stellen. Druk bin-nen 5 seconden nog een keer op de knop TIMER om het automatische inschakel-programma te activeren. Het controle-lampje TIMER AAN licht op. Druk op de knop + of - om de gewenste inschakel-snelheid in te stellen.
– Als het apparaat uitgeschakeld is, drukt u op de knop TIMER om het automatische inschakelprogramma te activeren, druk binnen vijf seconden nog een keer om het automatische uitschakelprogramma te activeren. – Druk op of houd de knop NAAR BOVENof NAAR BENEDEN ingedrukt om de AUTO-tijd te veranderen, met steeds 0,5 Aanwijzing:Als er meer dan één code optreedt, is de prioriteit van de codeweergave-volgorde als volgt:E4--E2--E1--P1. NL.
169uur voor de eerste tien uur, dan in inter-vallen van 1 uur tot 24 uur. Op de display wordt de nog resteren tijd tot de automa-tische start aangeduid. – Het systeem keert automatisch terug entoont de eerdere temperatuurinstelling opnieuw, als vijf seconden geen knoppen ingedrukt worden. – Als het apparaat op een bepaald tijdstipuitgeschakeld of ingeschakeld wordt of wanneer de instelling voor TIMER op 0,0 ingesteld wordt, wordt het programma voor automatisch starten/stoppen beëin-digd. – Als er een storing (E1, E2, E3 of E4)optreedt, wordt het programma voor automatisch starten/stoppen toch gestopt. Werken in de modus SLAAP – Druk op deze knop en de temperatuurwordt in de eerste 30 minuten met 1 °C / 2 °F verhoogd (werking door te koelen) of verlaagd (werking om te verhitten).
In de volgende 30 minuten wordt de tempera-tuur nog eenmaal met 1 °C / 2 °F ver-hoogd (werking om te koelen) of verlaagd (werking om te verhitten). Deze nieuwe temperatuur wordt de volgende 7 uur aangehouden, voordat de oorspronke-lijke voorkeuzetemperatuur opnieuw wordt ingesteld. Hierdoor beëindigd met de slaapmodus en het apparaat begint opnieuw met de oorspronkelijk ingepro-grammeerde waarden te werken. Overige functiesAuto-Restart (bij enkele modellen)Als de werking van het apparaat onver-wachts wordt onderbroken vanwege een stroomuitval, wordt het automatisch herstart met de vorige functie-instelling, als de stroomvoorziening hersteld is. 3 minuten wachten, alvorens de werking weer hervat wordt. Als het apparaat uitgeschakeld is, kan het binnen de volgende 3 minuten niet opnieuw in bedrijf genomen worden. Dit dient om het apparaat te beschermen.
Druk op de knop DRAAIEN bij het bedie-ningsveld of op de afstandsbediening om de automatische zwenkfunctie in te scha-kelen. – Stel de lamellen niet handmatig in. – De uitblaaslamel draait automatisch afnaar boven en naar beneden. – Geen zware voorwerpen of andere lastenop de ventilatieopening plaatsen, hier-door kan het apparaat beschadigd wor-den. Onderhoud►Onderhoud– p. 8Aanwijzing:Deze functie is niet beschikbaar in de modus VENTILATOR of ONTVOCH-TIGEN. GEVAAR. Levensgevaar. Het apparaat absoluut van het elek-triciteitsnet loskoppelen, voordat er reinigings- of onderhoudswerkzaam-heden worden uitgevoerd. GEVAAR. Levensgevaar. Het apparaat niet direct onder een waterkraan of met een slang afwas-sen. Hierdoor kan er gevaar voor elektrische schocken ontstaan. LET OP. Risico op beschadiging van het apparaat.
170Luchtfilter– De luchtfilter ten minste om de tweeweken reinigen, om een negatieve invloed op de ventilatorfunctie door stof te voorkomen. VerwijderingDeze airconditioning beschikt over twee fil-ters. Neem het bovenste filterelement in de richting van de pijl weg, zoals u ziet weerge-geven. Draai de schroeven (77) los en verwij-der het onderste filterelement in de richting van de pijl, zoals u ziet weergegeven. ReinigenDe luchtfilter door zacht onderdompelen in warm water (ca. 40°C) met een neutrale rei-niger uitwassen. De filter uitspoelen en op een schaduwrijke plek laten drogen. PlaatsenDe bovenste en onderste luchtfilter na de rei-niging weer plaatsen. Apparaatbehuizing– De apparaatbehuizing met een pluisvrije,in neutrale reiniger gedrenkte doek reini-gen. Met een droge, schone doek nawrij-ven.
Het apparaat wordt langere tijd niet gebruikt– De rubberen plug op de achterkant vanhet apparaat verwijderen en een slang op de uitlaatopening aansluiten. Het open uiteinde van de slang direct boven de afvoer in uw kelder plaatsen (►P. 6, punt11). – De plug van de onderste uitlaatopeningverwijderen, waarna al het water uit de onderste opvangtank loopt (►P. 6, punt12)– Laat het apparaat een halve dag in debedrijfsmodus [FAN] in een warme ruimte draaien, om het apparaat van binnen te drogen en schimmelvorming te voorko-men. – Het apparaat stopzetten, van het elektri-citeitsnet loskoppelen, de stroomkabel opwickelen en met plakband bundelen. De batterijen uit de afstandsbediening verwijderen. – De luchtfilter reinigen en weer plaatsen. Problemen oplossenAls er iets niet meer functioneert…Functiestoringen worden vaak door kleine fouten veroorzaakt.
Veel van deze kunt u mackelijk zelf verhelpen. Neem onder-staande tabel in acht, voordat u contact opneemt. Dit bespaart u onnodige ergernis en mogelijkerwijze ook kosten.
Aanwijzing:De bovenste (onderste) roosters en de bovenste (onderste) luchtfilters zijn verbonden en kunnen geschei-den worden. GEVAAR. Levensgevaar. Ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen ertoe leiden dat het product niet meer veilig functioneert. Dit is gevaarlijk voor u en uw milieu. Fout/functiestoring Oorzaak OplossingHet apparaat start niet, als de in-/uitschakeltoets bediend wordtP1 verschijnt op het weerga-vevenster. Het water in de onderste op-vangbak laten weglopen. De kamertemperatuur is lager dan de ingestelde tempera-tuur. (Bij bedrijfsmodus Koe-ling)De temperatuur opnieuw in-stellen. Niet koel genoeg De ramen en deuren in de ruimte zijn niet gesloten. Let erop of alle ramen en deu-ren gesloten zijn. NL.
171Als u de fout niet zelf kunt opheffen, neem dan contact op met het filiaal dat het dichtst bij u in de buurt ligt. Houd er rekening meer dat door ondeskundig uitgevoerde reparaties de garantie komt te vervallen en er bovendien extra kosten kunnen ontstaan. AfvalverwijderingAfvalverwijdering van het apparaatApparaten die met het symbool hier-naast gekenmerkt zijn, mogen niet samen met het gewone huisvuil ver-wijderd worden. U bent verplicht om zulke elektrische en elektronische apparaten apart als speciaal afval te verwijderen. – Win a. u. b. bij uw gemeente informatie inover de mogelijkheden van een geregelde afvalverwijdering. Met een gescheiden afvalverwijdering biedt u de oude apparaten voor recycling of andere vormen van hergebruik aan. Hierdoor helpt u te voorkomen dat belastende stoffen evt. in het milieu terechtkomen.
Afvalverwijdering van de verpackingDe verpacking bestaat uit karton en uit dienovereenkomstig geken-merkte kunststoffen, die gerecycled kunnen worden. – Bied deze materialen ter recycling aan. Technische gegevensIn de ruimte zijn warmtebron-nen aanwezig. Verwijder indien mogelijk de warmtebronnen. De afvoerluchtleiding is niet aangesloten of geblockeerd. De leiding aansluiten en zijn perfecte werking garanderen. Temperatuurinstelling is te hoog. De ingestelde temperatuur verlagen. De luchtfilter is door stof ge-blockeerd. De luchtfilter reinigen. Geluidsontwickeling of trilling De ondergrond is niet vlak of niet vlak genoeg. Het apparaat indien mogelijk op een vlacke ondergrond zetten. Gorgelend geluid Het geluid wordt door de stro-ming van de koelvloeistof aan de binnenkant van de airco veroorzaakt. Dit is een normale procedure.
Uitschakeling bij verwar-mingsmodus Automatische beveiliging te-gen oververhitting. Als de temperatuur op de luchtuit-laat hoger is dan 70°C, wordt het apparaat uitgeschakeld. Het apparaat weer inschake-len, als het is afgekoeld.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Thermo Comfort TC 35-14 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airconditioner Thermo Comfort
Handleiding Airconditioner
Nieuwste handleidingen voor Airconditioner