Teka GZC 64300 XBN Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Teka GZC 64300 XBN (68 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 12 mensen. Heb je een vraag over Teka GZC 64300 XBN of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Teka |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | GZC 64300 XBN |
| Apparaatplaatsing: | Ingebouwd |
| Soort bediening: | Draaiknop |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Aantal vermogenniveau's: | 9 |
| Ingebouwd display: | Nee |
| Breedte: | 600 mm |
| Diepte: | 510 mm |
| Hoogte: | 50 mm |
| Soort materiaal (bovenkant): | Glas |
| Vermogen brander/kookzone 2: | 1400 W |
| Vermogen brander/kookzone 3: | 1750 W |
| Vermogen brander/kookzone 1: | 1000 W |
| Aantal branders/kookzones: | 4 zone(s) |
| Type kookplaat: | Gaskookplaat |
| Electronische ontsteking: | Ja |
| Type brander/kookzone 1: | Sudderen |
| Type brander/kookzone 2: | Regulier |
| Type brander/kookzone 3: | Groot |
| Aantal gaspitten: | 4 zone(s) |
| Aantal elektronische kook zones: | 0 zone(s) |
| Controle positie: | Bovenaan rechts/links |
| Aangesloten lading (elektrisch): | - W |
| Installatie compartiment breedte: | 570 mm |
| Installatie compartiment diepte: | 480 mm |
| Aangesloten lading (gas): | 6950 W |
| Breedte kookplaat: | 60 cm |
| Materiaal pannensteun: | Gietijzer |
| Type brander/kookzone 4: | Extra groot |
| Vermogen brander/kookzone 4: | 2800 W |
| Voedingsbron brander/kookzone 1: | Gas |
| Voedingsbron brander/kookzone 2: | Gas |
| Voedingsbron brander/kookzone 3: | Gas |
| Voedingsbron brander/kookzone 4: | Gas |
| Kookzone 1 vorm: | Rond |
| Kookzone 2 vorm: | Rond |
| Kookzone 3 vorm: | Rond |
| Kookzone 4 vorm: | Rond |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240 V |
| Inbouw afzuigkap: | Nee |
Handleiding Teka GZC 64300 XBN – volledige tekst
24WAARSCHUWING:Kinderen jonger dan 3 jaar moeten worden weggehouden,tenzij onder permanent toezicht.Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen van 8 jaar enouder en door personen met beperkte lichamelijke,zintuiglijke of verstandelijke beperkingen of metonvoldoende ervaring en kennis indien zij het apparaat ondertoezicht gebruiken of uitleg gekregen hebben over het veiliggebruik van het apparaat en over de mogelijke gevaren.Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Reiniging of onderhoud door kinderen mag uitsluitend ondertoezicht worden uitgevoerd.Deze kookplaat is ontworpen om uitsluitend te worden gebruiktals een kooktoestel: elk ander gebruik (zoals het verwarmen vankamers) wordt als oneigenlijk en gevaarlijk beschouwd.
26BELANGRIJKE WAARSCHUWINGVOOR DE GEBRUIKER:Tijdens de werking worden de werkoppervlakkenvan de kookplaat erg heet: houd kinderen uit debuurt. Waarschuwing:In het geval van glasbreuk van de kookplaat:●sluit onmiddellijk alle branders en elektrischeverwarmingselementen af en isoleer hetapparaat van de stroomtoevoer;●raak het oppervlak van het apparaat niet aan;●gebruik het apparaat niet. ●Belangrijk. Voor een perfecte installatie, aanpassing oftransformatie van de kookplaat voor het gebruikvan andere gassen is een ERKENDEINSTALLATEUR nodig: wanneer niet aan dezeregel wordt voldaan zal de garantie vervallen. ●BELANGRIJK: Het apparaat moet wordengeïnstalleerd volgens de instructies van de fabrikant. De fabrikant is niet aansprakelijk voor letsel aanpersonen of dieren of materiële schade die wordtveroorzaakt door een onjuiste installatie.
●Als er voor de installatie aanpassingen aan hetelektrische systeem van het huis nodig zijn ofals het stopcontact onverenigbaar is met destekker van het apparaat moeten de wijzigingenof vervangingen door een professioneelgekwalificeerd persoon worden uitgevoerd. Deze persoon moet er met name ook voorzorgen dat de doorsnede van de draden van decontactdoos geschikt is voor het door hetapparaat verbruikte vermogen. ●Het gebruik van een gaskooktoestel produceertwarmte en vocht in de ruimte waarin deze isgeïnstalleerd. De ruimte moet daarom goedworden geventileerd, door de natuurlijkeluchtopeningen vrij te houden (zie afb. 3) endoor activering van de mechanischebeluchtingsinrichting (afzuigkap of elektrischeventilator afb. 4 en afb. 5). ●Voor intensief en langdurig gebruik van het apparaatkan er extra ventilatie nodig zijn.
Dit kan wordenbereikt door het openen van een raam of door hetvermogen van het mechanische afvoersysteem,indien aanwezig, te verhogen. ●Probeer niet om de technische eigenschappenvan het product te veranderen, omdat ditgevaarlijk kan zijn.
●Mocht u dit apparaat niet meer gebruiken (of een oudmodel vervangen) maak dit dan voordat het wordtafgevoerd, inoperatief, in overeenstemming met dehuidige wetgeving inzake de bescherming van degezondheid en het voorkomen van milieuvervuiling,door gevaarlijke onderdelen onschadelijk te maken, inhet bijzonder voor kinderen, die met een afgedanktapparaat zouden kunnen gaan spelen. ●Waarschuwing:Raak het apparaat niet aan met natte ofvochtige handen of voeten. Gebruik hetapparaat niet met blote voeten. ●De fabrikant is niet aansprakelijk voor schadeals gevolg van oneigenlijk, onjuist of onredelijkgebruik. ●Tijdens en direct na het gebruik zijn een aantaldelen van de kookplaat zeer heet: vermijd zeaan te raken.
●Zorg er na gebruik van de kookplaat voor dat deknop in de gesloten positie staat en sluit dehoofdkraan van de gastoevoer of gascilinder af●Als de gaskranen niet correct werken bel dan deService-afdeling. ●Bewaar de garantieverklaring of het technischeinformatieblad met het Handboek tijdens delevensduur van het apparaat. Het bevatbelangrijke technische gegevens. BELANGRIJK:Al onze producten voldoen aan de EuropeseNormen en bijbehorende wijzigingen. Hetproduct voldoet daarom ook aan de eisen vande Europese Richtlijn die van kracht is metbetrekking tot:-elektromagnetische compatibiliteit (EMC);-elektrische veiligheid (LVD);-beperking van het gebruik van gevaarlijkestoffen (Rohs):-ecoDesign (eRp). Het apparaat voldoet aan de bepalingen van desub-regelgeving voor Europese Richtlijnen:- Verordening (EU) 2016/426.
271) BRANDERSBoven elke knop op het voorpaneel is eendiagram gezeefdrukt Dit diagram geeft aan bijwelke brander de knop in kwestie hoort. Nadat dekraan van de gasleiding of de gasfles is geopendworden de branders opgelicht, zoals hieronderstaat beschreven:- automatische elektrische ontstekingDe knop die overeenkomt met de gewenstebrander indrukken en rechtsom draaien, totdat hetde volledig stand van vol bereikt (positie 9afb. 1), daarna de knop ingedrukt houden, dekraan is uitgerust met een schaalverdeling van 9posities, bij elke klik wordt de vlam gereduceerd,totdat de positie 1, d. w. z. de minimale gastoevoer,is bereikt. - Verlichte branders, uitgerust metvlambeveiligingDe knoppen van de branders die zijn voorzien vaneen vlambeveiliging moeten rechtsom wordengedraaid, totdat de volledige stand (positie 9, afb. 1) is bereikt en tot stilstand is gekomen.
Nu deknop in kwestie ingedrukt houden en de eerderaangegeven handelingen herhalen. Houd de knop ongeveer 10 seconden nadat debrander is ontstoken ingedrukt. Volg daarna de instructies voor het gebruik van dekraan, zoals hierboven staat uitgelegd. Met betrekking tot alle modellen, bij onbedoelduitgaan van de vlam de ontsteking uitschakelen,door de knop naar de uit-stand te draaien. Tenminste 1 minuut wachten voordat de vlamopnieuw wordt ontstoken. Hoe de branders te gebruikenHoud rekening met de volgende indicaties, om hetmaximale rendement met zo min mogelijkgasverbruik te bereiken:- Gebruik geschikte pannen voor elke brander(raadpleeg de onderstaande tabel en afb. 2). - Wanneer de pan begint te koken de knop in deverlaagde stand zetten (stand 1, afb. 1). - Leg altijd een deksel op de pannen. - Gebruik alleen pannen met een vlakke bodem.
- Laat het apparaat nooit onbeheerd achter alsde branders worden gebruikt. zorg ervoor dater geen kinderen in de directe omgeving zijn. Zorg er vooral voor dat de handgrepen van depan correct worden geplaatst en houd eencontrole op voedingsmiddelen waarvoor olieen vet nodig is voor de bereiding, omdat dezeproducten gemakkelijk vlam kunnen vatten. - Gebruik nooit spuitbussen in de buurt van hettoestel wanneer het in werking is. - Containers die breder zijn dan het apparaatworden niet aanbevolen. GEBRUIK Brander Pan Ø in cmSupersnel 24 ÷ 26Snel 20 ÷ 22Semi snel verlaagd 16 ÷ 18Semi snel 16 ÷ 18Hulpbrander10 ÷ 14Gesloten positie9) Volledigepositie1) VerlaagdepositieAFB. 1.
28INSTALLATIEREINIGINGBELANGRIJK:Koppel het apparaat altijd los van het gas- enelektriciteitsnet voordat er reiniging wordtuitgevoerd. 2) GASKOOKPLAATHet is zeer belangrijk om het oppervlak kort na elkgebruik te reinigen, wanneer het glas nog lauw is. De gaskookplaat, de geëmailleerde steelpandrager,geëmailleerde pitdekseltjes “A”, “B” en “C” en debranderkoppen "T" (zie afb. 6 - 6/A) regelmatigreinigen met lauw sop. Ook moeten de pluggen"AC" en de vlamdetectie "TC" (zie afb. 6) wordengereinigd. Reinig ze voorzichtig met een kleinenylon borstel, zoals getoond (zie afb. 6/B) en laat zevolledig drogen. Niet in de vaatwasser wassen. Sta niet toe dat er langere tijd resten azijn, koffie,melk, zout water, citroen of tomatensap in contactblijven met de geëmailleerde oppervlakken. Gebruik geen metalen sponzen, schurend poederof bijtende sprays.
Waarschuwingen:voldoe aan de volgende instructies, voordat deonderdelen opnieuw worden gemonteerd:- controleer of de sleuven van debranderkoppen (zie afb. 6 - 6/A) niet verstoptzijn geraakt met vreemde bestanddelen. - Controleer of de geëmailleerde branderdop“A - B - C” (afb. 6 - 6/A) correct op debranderkop is geplaatst. Het moet stabiel zijn. - De pandrager moet in de juistecentreerpennen (of op het aluminium profielindien aanwezig) worden geplaatst. Verifiërenvan de perfecte stabiliteit. - De kranen niet forceren als ze moeilijk teopenen of te sluiten zijn. Neem contact opmet de technische dienst voor reparaties. - Geen stoomstraal gebruiken om deapparatuur te reinigen. Technische informatie voor deinstallateurInstallatie, aanpassing van controles enonderhoud mogen alleen door een erkendinstallateur worden uitgevoerd.
Het apparaat moet correct wordengeïnstalleerd, in overeenstemming met dehuidige wetgeving en de instructies van defabrikant. Een foutieve installatie kan leiden tot schadeaan personen, dieren of eigendommen,waarvoor de fabrikant niet aansprakelijkworden geacht.
Tijdens de levensduur van het systeem kan deautomatische beveiliging of afstelling vaninrichtingen op het apparaat alleen wordengewijzigd door de fabrikant of door zijndaartoe erkende dealer. 3) DE GASKOOKPLAAT PLAATSENControleer of het apparaat in een goede conditie isnadat de buitenverpakking en de inwendigeomhulsels rond de verschillende losse onderdelenzijn verwijderd. Bij twijfel het apparaat nietgebruiken en contact opnemen met gekwalificeerdpersoneel. Houd de verpakkingsmaterialen (karton, zakjes,piepschuim, nagels, enz. ) buiten het bereik vankinderen, omdat zij mogelijke bron van gevaarzouden kunnen opleveren. De afmetingen van de opening in de bovenkant vande modulaire behuizing en waarin de gaskookplaatwordt geïnstalleerd staan aangegeven in afb. 7. Altijd voldoen aan de afmetingen die wordengegeven voor de opening waarin het apparaatwordt verzonken (zie afb. 7).
29INSTALLATIE4) DE GASKOOKPLAAT VASTZETTENTYPE INSTALLATIE: ADe gaskookplaat heeft een speciale afdichting, die verhindert dat er vloeistof in de kast binnendringt. Voldoe strikt aan de volgende instructies om deze afdichting correct toe te passen:- alle verwijderbare delen van de kookplaatwegnemen. - Snijd de afdichting in 4 delen van de benodigdelengte, om het op de 4 randen van het kristal teplaatsen. - Kantel de gaskookplaat en plaats de afdichting“E” (afb. 11/A) correct onder de rand van dekookplaat zelf, zodat de buitenzijde van deafdichting perfect aansluit op de buitensteomtreksrand van het kristal. De uiteinden van destroken moeten zonder overlapping aan elkaarpassen. - De afdichting gelijkmatig en stevig aan het kristalbevestigen, druk het met de vingers op zijnplaats. - Plaats de haken in hun respectievelijke posities,gebruik de opening nr.
1 als referentie voor dezijdelingse positie (afb. 9) en de opening nr. 2voor de achterwaartse posities (afb. 10). - Zet de haken “G” vast door middel van deschroeven “F” (afb. 9/A voor zijdelings en afb. 10/A voor achterwaarts). - Plaats de kookplaat in de opening van dekeukenkast door een bepaald niveau van krachtuit te oefenen, om weerstand van de haken tevoorkomen (afb. 9/B voor zijdelings en afb. 10/Bvoor achterwaarts). Zie het schema op pagina 8. - Om onbedoeld contact met de oververhitteonderkant van de kookplaat tijdens de werking tevoorkomen moet er een houten inzetstuk wordenaangebracht, vastgezet met schroeven, tot eenminimale afstand van 70 mm vanaf de bovenkant(zie afb. 7). 4/A) DE KOOKPLAAT VASTZETTENTYPE INSTALLATIE: BDe gaskookplaat heeft een speciale afdichting, die verhindert dat er vloeistof in de kast binnendringt.
Voldoe strikt aan de volgende instructies om deze afdichting correct toe te passen:- alle verwijderbare delen van de kookplaatwegnemen. - Snijd de afdichting in 4 delen van de benodigdelengte, om het op de 4 randen van het kristal teplaatsen.
- Kantel de gaskookplaat en plaats de afdichting“E” (afb. 11/A correct onder de rand van dekookplaat zelf, zodat de buitenzijde van deafdichting perfect aansluit op de buitensteomtreksrand van het kristal. De uiteinden van destroken moeten zonder overlapping aan elkaarpassen. - De afdichting gelijkmatig en stevig aan het kristalbevestigen, druk het met de vingers op zijnplaats. - Plaats de kookplaat in de opening in de eenheiden zet deze vast op zijn plaats, met debijbehorende schroeven “F” van debevestigingshaken “G” (zie afb. 11). - Om onbedoeld contact met de oververhitteonderkant van de kookplaat tijdens de werking tevoorkomen moet er een houten inzetstuk wordenaangebracht, vastgezet met schroeven, op eenminimale afstand van 70 mm vanaf de bovenkant(zie afb. 7). Waarschuwing: Sta niet toe dat het glas (A) direct op het werkblad ligt.
30INSTALLATIE 5) VENTILATIE VAN DE RUIMTEHet is essentieel om ervoor te zorgen dat deruimte waarin het apparaat wordt geïnstalleerdpermanent wordt geventileerd, zodat het apparaatzelf correct kan werken. Het volume van debenodigde hoeveelheid lucht die nodig is voorregelmatige gasverbranding en ventilatie van debetreffende ruimte mag niet minder dan 20 m3zijn. De lucht moet natuurlijk stromen via permanenteopeningen in de wanden van de betreffenderuimte. Deze openingen moeten de rook naarbuiten ventileren en hun doorsnede moet tenminste 100 cm2zijn (zie afb. 3). De constructievan de openingen moet ervoor zorgen dat deopeningen nooit kunnen worden geblokkeerd.
Indirecte ventilatie van lucht vanuit een anderekamer is ook toegestaan, met strikte inachtnemingvan de bepalingenLet op: als de branders van de kookplaatgeen thermokoppelbeveiliging hebben moet deventilatieopening een minimale doorsnede van200 cm² hebben. 6) LOCATIE EN BELUCHTINGGaskooktoestellen moeten altijd hunverbrandingsgassen afstoten door middel vankappen. Deze moeten worden aangesloten oprookkanalen, schoorstenen of rechtstreeks naarbuiten. Als het niet mogelijk is om een kap teinstalleren kan er een elektrische ventilator wordengeïnstalleerd op een raam of op eengevelbekleding aan de buitenkant (zie afb. 4). Ditmoet worden geactiveerd op hetzelfde moment alshet apparaat (zie afb. 5), zolang de specificaties inde geldende bepalingen maar strikt wordennageleefd.
7) GASAANSLUITINGControleer voordat het apparaat wordtaangesloten of de gegevens op het etiket opde onderzijde van de kookplaat overeenkomenmet die van het gas- en elektriciteitsnet in dewoning. Een etiket op het apparaat geeft deregulerende voorwaarden aan: gastype enwerkdruk. De gasaansluiting moet voldoen aande relevante normen en bepalingen die vankracht zijn. Als er gas wordt toegevoerd via leidingen, themoet het apparaat worden aangesloten op hetgastoevoersysteem: ● met een stijve stalen buis.
De verbindingen vandeze buis moeten bestaan uit draadfittingen, inovereenstemming met de normen. ● Met koperen buis. De verbindingen van deze buismoeten bestaan uit verbindingsstukken metmechanische afdichtingen. ● Met naadloze flexibele roestvrijstalen buis. Delengte van de buis moet hoogstens 2 meter zijn ende afdichtingen moeten voldoen aan de normenWanneer het gas wordt toegevoerd door een flesmoet het apparaat worden gevoed door eendrukregelaar, overeenkomstig de bepalingen dievan kracht zijn en moet het worden aangesloten: ● met een koperen buis. De verbindingen van dezebuis moeten bestaan uit verbindingsstukken metmechanische afdichtingen. ● Met naadloze flexibele roestvrijstalen buis. Delengte van de buis moet hoogstens 2 meter zijn ende afdichtingen moeten voldoen aan de normen. Het is raadzaam om de speciale adapter op deflexibele buis aan te brengen.
Deze is gemakkelijkverkrijgbaar in winkels en vergemakkelijkt hetaansluiten op de slangnippel van de drukregelaarop de fles. ● Met rubberen slang, in overeenstemming met denormen. De diameter van deze slang moet 8 mmzijn en de lengte mag niet minder dan 400 mm enmaximaal 1500 mm zijn. Het moet stevig aan deslangnippel worden bevestigd, met behulp van deveiligheidsklem die door normen wordengespecificeerd. Waarschuwingen:Denk er aan dat het verbindingsstuk van degasinlaat op het apparaat een 1/2" gas parallelmannelijk type is, volgens de ISO 228-1normen. Het plaatsen van de roestvrijstalen buis enrubberen slang moet ervoor zorgen dat hetnooit mogelijk is om de bewegende delen vande inbouwkast (bijv. laden) aan te raken. Bovendien mag het niet door compartimentengaan die kunnen worden gebruikt vooropslagdoeleinden.
Bij gebruik van een rubberen slang is hetnoodzakelijk om te voldoen aan de volgendeinstructies:- Er mag geen deel van de buis in staat kunnenzijn om delen aan te raken waarvan detemperatuur meer is dan 90 °C. - De buis mag niet worden getrokken ofgedraaid, gesmoord of scherp verbogen.
31INSTALLATIE8) ELEKTRISCHE AANSLUITINGDe elektrische aansluiting van het apparaatmoet in overeenstemming met de bepalingenen de geldende normen worden uitgevoerd. Controleer voordat het apparaat wordtaangesloten of:- de spanning overeenkomt met de op despecificatieplaat getoonde waarde en of dedoorsnede van de draden van het elektrischesysteem bestand zijn tegen de lading, die ook opde typeplaat staat aangegeven. - Het elektrisch vermogen van de netvoeding enstopcontacten geschikt zijn voor het maximumvermogen van het apparaat (raadpleeg hetgegevenslabel dat is aangebracht op deonderzijde van het gaskooktoestel). - Het stopcontact of het systeem beschikt overeen efficiënte aarding, in overeenstemming metde bepalingen en de geldende normen. Defabrikant is niet aansprakelijk voor het nietnaleven van deze bepalingen.
Als het apparaat is aangesloten op hetelektriciteitsnet door middel van eenstopcontact:- een standaard plug “C” (afb. 8) aanbrengen,geschikt voor de lading die op het gegevenslabelop de kabel staat aangegeven. De dradenaansluiten volgens onderstaande afbeelding 8,let op dat de volgende overeenkomsten in achtworden genomen:Letter L (onder stroom) = bruine draad; Letter N (neutraal) = blauwe draad; Geaard symbool = groen - gele draad. - De voedingskabel moet zodanig wordengeplaatst dat geen enkel deel ervan in staat isom een temperatuur van 90 °C te bereiken. - Gebruik nooit reductors, adapters of shunts vooraansluiting, omdat deze valse contacten kunnencreëren en kunnen leiden tot gevaarlijke oververhitting. - De uitlaat moet toegankelijk zijn na hetinbouwen.
Als het apparaat rechtstreeks isaangesloten op het elektriciteitsnet:- installeer een meerpolige stroomondrbrekertussen het apparaat en het elektriciteitsnet. Dezevermogensschakelaar moet afmetingen hebbendie in overeenstemming zijn met de huidigevoorschriften voor installatie. - Denk er aan dat de aarddraad niet mag wordenonderbroken door de vermogensschakelaar.
- Voor optimale veiligheid kan de elektrische aansluitingook worden beschermd door een differentiëlevermogensschakelaar met hoge gevoeligheid. Het wordt sterk aangeraden om de betreffendegeel-groene aardedraad vast te zetten aan eenefficiënt aardingssysteem. Voordat er onderhoud op het elektrischegedeelte van het apparaat wordt uitgevoerdmoet het absoluut worden losgekoppeld vanhet elektriciteitsnet. Het apparaat altijd loskoppelen van hethoofdstroomnet voordat er afstellingenworden uitgevoerd. Alle afdichtingen moetendoor de technicus aan het einde van eventueleaanpassingen of regelingen wordenvervangen. onze branders hebben geen afstelling van deprimaire lucht nodig. 9) KRANENAanpassing “verlaagd recht”- Schakel de branderin en zet de betreffendeknop op de stand “Verlaagd recht” (kleine vlamafb. 1). - Verwijder de knop “M” (afb.
12 en 12/A) van dekraan, door eenvoudig op de staaf te drukken. De bypass voor minimale frequentieregulatie kanzijn: naast de kraan (afb. 12) of in de schacht. Inelk geval kan het, om toegang tot de regulering,worden gedaan door een kleineschroevendraaier '' D '' naast de kraan (afb. 12)of in de opening '' C '' in de schacht van de kraan(afb. 12/A) aan te brengen. Draai de schroef vande gashendel naar rechts of links, totdat debrandervlam adequaat is geregeld op de stand“Verlaagd recht”. De vlam mag niet te laag zijn: de laagste kleinevlam moet continu en gelijkmatig zijn. Deverschillende onderdelen opnieuw monteren. Het is duidelijk dat alleen branders die werkenmet G20 gas de hierboven genoemdeaanpassingen moeten ondergaan. De schroefmoet volledig worden vergrendeld wanneer debranders werken met G30 en G31 (rechtsom).
32TABEL*In overeenstemming met Verordening nr 66/2014 EU,-maatregelen voor de uitvoering van de Richtlijn 2009/125/EGzijn de de prestaties (eegasbrander) berekend overeenkomstig EN 30-2-1 en laatste herziening met de G20. OMZETTINGEN10) INJECTORS VERVANGENDe branders kunnen worden aangepast aan verschillende soorten gas, door het monteren van injectorendie geschikt zijn voor het type gas in kwestie. Om dit te doen eerst de bovenkanten van de branderverwijderen met behulp van een geschikt gereedschap. Schroef nu de injector los (zie afb. 13 - 13/A) enbreng in plaats daarvan een injector aan die overeenkomt met het gebruikte type gas. Verwijder voor toegang tot de injector in supersnelle branders met DCC AFB, de klep van deinjector "A" (afb. 13/A). Het is raadzaam om de injector stevig op zijn plaats vast te draaien.
Nadat de injectoren zijn vervangen moeten de branders worden geregeld, zoals uitgelegd in de punten 9. De monteur moet de verzegeling op de regulerende of voorregulerende inrichtingen resetten. De envelop met de injectoren en de labels kan worden opgenomen in de kit, of ter beschikking wordengesteld aan de bevoegde klantenservice. Voor het gemak staan in de tabel van de nominale waarde ook de warmte ingangen van de branders, dediameter van de injectoren en de werkdrukken van de verschillende soorten gas. **DCC AfB: Lucht vanaf de onderkant (afb. 13/A). BRENNERGASBETRIEBSDRUKmbarWÄRME-LEISTUNGDÜSEN-DURCHMESSER1/100 mmWÄRMELEISTUNG (W)Stk. BEZEICHNUNGg/h l/h Min. Max. E. E.
ONDERHOUDSBEURTENSOORT KABEL EN DOORSNEDENLET OP!!!Wanneer de voedingskabel is vervangen moet de installateur de aarddraad (B) langer laten dan defasegeleiders (afb. 14) en zich houden aan de aanbevelingen die worden gegeven in paragraaf 8.Bij een storing of snede in de kabel van de kabelweggaan en deze niet aanraken. Bovendien moet deinrichting worden losgekoppeld en niet ingeschakeldzijn. Bel het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum omhet probleem op te lossen.WAARSCHUWING: Onderhoud mag alleen wordenuitgevoerd door bevoegde personen.33TYPE KOOKPLAAT TYPE KABELEENFASIGE STROOMTOEVOERGaskookplaatH05 RR - FDoorsnede 3 x 0,75 mm2
Diit apparaat wordt voordat het de fabriek verlaat getest en afgesteld door deskundig engespecialiseerd personeel, om de beste prestaties te garanderen.Eventuele reparaties of aanpassingen die daarna nodig kunnen zijn mogen alleen door gekwalificeerdpersoneel worden uitgevoerd, met de grootst mogelijke zorg en aandacht.Om deze reden altijd contact onemen met uw dealer of ons dichtstbijzijnde After SalesServicecentrum, wanneer er reparaties of aanpassingen nodig zijn, met vermelding van de aard vande storing en het model van het apparaat dat in uw bezit is.Houd er ook rekening mee dat de originele onderdelen alleen verkrijgbaar zijn bij onze After SalesServicecentra en erkende verkooppunten.De bovenstaande gegevens staan afgedrukt op het gegevenslabel op het onderste deel van hetapparaat en op het verpakkingslabel.De bovenstaande informatie geeft de technische assistent de mogelijkheid om reserveonderdelen ennterventie te verkrijgen.
46WAARSCHUWING:Kinderen jonger dan 3 jaar moeten worden weggehouden,tenzij onder permanent toezicht.Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen van 8 jaar enouder en door personen met beperkte lichamelijke,zintuiglijke of verstandelijke beperkingen of metonvoldoende ervaring en kennis indien zij het apparaat ondertoezicht gebruiken of uitleg gekregen hebben over het veiliggebruik van het apparaat en over de mogelijke gevaren.Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.Reiniging of onderhoud door kinderen mag uitsluitend ondertoezicht worden uitgevoerd.Deze kookplaat is ontworpen om uitsluitend te wordengebruikt als een kooktoestel: elk ander gebruik (zoals hetverwarmen van kamers) wordt als oneigenlijk en gevaarlijkbeschouwd.
48BELANGRIJKE WAARSCHUWINGVOOR DE GEBRUIKER:Tijdens de werking worden de werkoppervlakkenvan de kookplaat erg heet: houd kinderen uit debuurt. Waarschuwing:In het geval van glasbreuk van de kookplaat:●sluit onmiddellijk alle branders en elektrischeverwarmingselementen af en isoleer hetapparaat van de stroomtoevoer;●raak het oppervlak van het apparaat niet aan;●gebruik het apparaat niet. ●Belangrijk. Voor een perfecte installatie, aanpassing oftransformatie van de kookplaat voor het gebruikvan andere gassen is een ERKENDEINSTALLATEUR nodig: wanneer niet aan dezeregel wordt voldaan zal de garantie vervallen. ●BELANGRIJK: Het apparaat moet wordengeïnstalleerd volgens de instructies van de fabrikant. De fabrikant is niet aansprakelijk voor letsel aanpersonen of dieren of materiële schade die wordtveroorzaakt door een onjuiste installatie.
●Als er voor de installatie aanpassingen aan hetelektrische systeem van het huis nodig zijn ofals het stopcontact onverenigbaar is met destekker van het apparaat moeten de wijzigingenof vervangingen door een professioneelgekwalificeerd persoon worden uitgevoerd. Deze persoon moet er met name ook voorzorgen dat de doorsnede van de draden van decontactdoos geschikt is voor het door hetapparaat verbruikte vermogen. ●Het gebruik van een gaskooktoestel produceertwarmte en vocht in de ruimte waarin deze isgeïnstalleerd. De ruimte moet daarom goedworden geventileerd, door de natuurlijkeluchtopeningen vrij te houden (zie afb. 3) endoor activering van de mechanischebeluchtingsinrichting (afzuigkap of elektrischeventilator afb. 4 en afb. 5). ●Voor intensief en langdurig gebruik van het apparaatkan er extra ventilatie nodig zijn.
Dit kan wordenbereikt door het openen van een raam of door hetvermogen van het mechanische afvoersysteem,indien aanwezig, te verhogen. ●Probeer niet om de technische eigenschappenvan het product te veranderen, omdat ditgevaarlijk kan zijn.
●Mocht u dit apparaat niet meer gebruiken (of een oudmodel vervangen) maak dit dan voordat het wordtafgevoerd, inoperatief, in overeenstemming met dehuidige wetgeving inzake de bescherming van degezondheid en het voorkomen van milieuvervuiling,door gevaarlijke onderdelen onschadelijk te maken, inhet bijzonder voor kinderen, die met een afgedanktapparaat zouden kunnen gaan spelen. ●Waarschuwing:Raak het apparaat niet aan met natte ofvochtige handen of voeten. Gebruik hetapparaat niet met blote voeten. ●De fabrikant is niet aansprakelijk voor schadeals gevolg van oneigenlijk, onjuist of onredelijkgebruik. ●Tijdens en direct na het gebruik zijn een aantaldelen van de kookplaat zeer heet: vermijd zeaan te raken.
●Zorg er na gebruik van de kookplaat voor dat deknop in de gesloten positie staat en sluit dehoofdkraan van de gastoevoer of gascilinder af●Als de gaskranen niet correct werken bel dan deService-afdeling. ●Bewaar de garantieverklaring of het technischeinformatieblad met het Handboek tijdens delevensduur van het apparaat. Het bevatbelangrijke technische gegevens. BELANGRIJK:Al onze producten voldoen aan de EuropeseNormen en bijbehorende wijzigingen. Hetproduct voldoet daarom ook aan de eisen vande Europese Richtlijn die van kracht is metbetrekking tot:-elektromagnetische compatibiliteit (EMC);-elektrische veiligheid (LVD);-beperking van het gebruik van gevaarlijkestoffen (Rohs):-ecoDesign (eRp). Het apparaat voldoet aan de bepalingen van desub-regelgeving voor Europese Richtlijnen:- Verordening (EU) 2016/426.
491) BRANDERSBoven elke knop op het voorpaneel is eendiagram gezeefdrukt Dit diagram geeft aan bijwelke brander de knop in kwestie hoort. Nadat dekraan van de gasleiding of de gasfles is geopendworden de branders opgelicht, zoals hieronderstaat beschreven:- automatische elektrische ontstekingDe knop die overeenkomt met de gewenstebrander indrukken en rechtsom draaien, totdat hetde volledig stand van vol bereikt (positie 9afb. 1), daarna de knop ingedrukt houden, dekraan is uitgerust met een schaalverdeling van 9posities, bij elke klik wordt de vlam gereduceerd,totdat de positie 1, d. w. z. de minimale gastoevoer,is bereikt. - Verlichte branders, uitgerust metvlambeveiligingDe knoppen van de branders die zijn voorzien vaneen vlambeveiliging moeten rechtsom wordengedraaid, totdat de volledige stand (positie 9, afb. 1) is bereikt en tot stilstand is gekomen.
Nu deknop in kwestie ingedrukt houden en de eerderaangegeven handelingen herhalen. Houd de knop ongeveer 10 seconden nadat debrander is ontstoken ingedrukt. Volg daarna de instructies voor het gebruik van dekraan, zoals hierboven staat uitgelegd. Met betrekking tot alle modellen, bij onbedoelduitgaan van de vlam de ontsteking uitschakelen,door de knop naar de uit-stand te draaien. Tenminste 1 minuut wachten voordat de vlamopnieuw wordt ontstoken. Hoe de branders te gebruikenHoud rekening met de volgende indicaties, om hetmaximale rendement met zo min mogelijkgasverbruik te bereiken:- Gebruik geschikte pannen voor elke brander(raadpleeg de onderstaande tabel en afb. 2). - Wanneer de pan begint te koken de knop in deverlaagde stand zetten (stand 1, afb. 1). - Leg altijd een deksel op de pannen. - Gebruik alleen pannen met een vlakke bodem.
- Laat het apparaat nooit onbeheerd achter alsde branders worden gebruikt. zorg ervoor dater geen kinderen in de directe omgeving zijn. Zorg er vooral voor dat de handgrepen van depan correct worden geplaatst en houd eencontrole op voedingsmiddelen waarvoor olieen vet nodig is voor de bereiding, omdat dezeproducten gemakkelijk vlam kunnen vatten. - Gebruik nooit spuitbussen in de buurt van hettoestel wanneer het in werking is. - Containers die breder zijn dan het apparaatworden niet aanbevolen. GEBRUIK Brander Pan Ø in cmSupersnel 24 ÷ 26Snel 20 ÷ 22Semi snel verlaagd 16 ÷ 18Semi snel 16 ÷ 18Hulpbrander10 ÷ 14Gesloten positie9) Volledigepositie1) VerlaagdepositieAFB. 1.
50INSTALLATIEREINIGINGBELANGRIJK:Koppel het apparaat altijd los van het gas- enelektriciteitsnet voordat er reiniging wordtuitgevoerd. 2) GASKOOKPLAATHet is zeer belangrijk om het oppervlak kort na elkgebruik te reinigen, wanneer het glas nog lauw is. De gaskookplaat, de geëmailleerde steelpandrager,geëmailleerde pitdekseltjes “A”, “B” en “C” en debranderkoppen "T" (zie afb. 6 - 6/A) regelmatigreinigen met lauw sop. Ook moeten de pluggen"AC" en de vlamdetectie "TC" (zie afb. 6) wordengereinigd. Reinig ze voorzichtig met een kleinenylon borstel, zoals getoond (zie afb. 6/B) en laat zevolledig drogen. Niet in de vaatwasser wassen. Sta niet toe dat er langere tijd resten azijn, koffie,melk, zout water, citroen of tomatensap in contactblijven met de geëmailleerde oppervlakken. Gebruik geen metalen sponzen, schurend poederof bijtende sprays.
Waarschuwingen:voldoe aan de volgende instructies, voordat deonderdelen opnieuw worden gemonteerd:- controleer of de sleuven van debranderkoppen (zie afb. 6 - 6/A) niet verstoptzijn geraakt met vreemde bestanddelen. - Controleer of de geëmailleerde branderdop“A - B - C” (afb. 6 - 6/A) correct op debranderkop is geplaatst. Het moet stabiel zijn. - De pandrager moet in de juistecentreerpennen (of op het aluminium profielindien aanwezig) worden geplaatst. Verifiërenvan de perfecte stabiliteit. - De kranen niet forceren als ze moeilijk teopenen of te sluiten zijn. Neem contact opmet de technische dienst voor reparaties. - Geen stoomstraal gebruiken om deapparatuur te reinigen. Technische informatie voor deinstallateurInstallatie, aanpassing van controles enonderhoud mogen alleen door een erkendinstallateur worden uitgevoerd.
Het apparaat moet correct wordengeïnstalleerd, in overeenstemming met dehuidige wetgeving en de instructies van defabrikant. Een foutieve installatie kan leiden tot schadeaan personen, dieren of eigendommen,waarvoor de fabrikant niet aansprakelijkworden geacht.
Tijdens de levensduur van het systeem kan deautomatische beveiliging of afstelling vaninrichtingen op het apparaat alleen wordengewijzigd door de fabrikant of door zijndaartoe erkende dealer. 3) DE GASKOOKPLAAT PLAATSENControleer of het apparaat in een goede conditie isnadat de buitenverpakking en de inwendigeomhulsels rond de verschillende losse onderdelenzijn verwijderd. Bij twijfel het apparaat nietgebruiken en contact opnemen met gekwalificeerdpersoneel. Houd de verpakkingsmaterialen (karton, zakjes,piepschuim, nagels, enz. ) buiten het bereik vankinderen, omdat zij mogelijke bron van gevaarzouden kunnen opleveren. De afmetingen van de opening in de bovenkant vande modulaire behuizing en waarin de gaskookplaatwordt geïnstalleerd staan aangegeven in afb. 7. Altijd voldoen aan de afmetingen die wordengegeven voor de opening waarin het apparaatwordt verzonken (zie afb. 7).
51INSTALLATIE4) DE GASKOOKPLAAT VASTZETTENTYPE INSTALLATIE: ADe gaskookplaat heeft een speciale afdichting, die verhindert dat er vloeistof in de kast binnendringt. Voldoe strikt aan de volgende instructies om deze afdichting correct toe te passen:- alle verwijderbare delen van de kookplaatwegnemen. - Snijd de afdichting in 4 delen van de benodigdelengte, om het op de 4 randen van het kristal teplaatsen. - Kantel de gaskookplaat en plaats de afdichting“E” (afb. 11/A) correct onder de rand van dekookplaat zelf, zodat de buitenzijde van deafdichting perfect aansluit op de buitensteomtreksrand van het kristal. De uiteinden van destroken moeten zonder overlapping aan elkaarpassen. - De afdichting gelijkmatig en stevig aan het kristalbevestigen, druk het met de vingers op zijnplaats. - Plaats de haken in hun respectievelijke posities,gebruik de opening nr.
1 als referentie voor dezijdelingse positie (afb. 9) en de opening nr. 2voor de achterwaartse posities (afb. 10). - Zet de haken “G” vast door middel van deschroeven “F” (afb. 9/A voor zijdelings en afb. 10/A voor achterwaarts). - Plaats de kookplaat in de opening van dekeukenkast door een bepaald niveau van krachtuit te oefenen, om weerstand van de haken tevoorkomen (afb. 9/B voor zijdelings en afb. 10/Bvoor achterwaarts). Zie het schema op pagina 8. - Om onbedoeld contact met de oververhitteonderkant van de kookplaat tijdens de werking tevoorkomen moet er een houten inzetstuk wordenaangebracht, vastgezet met schroeven, tot eenminimale afstand van 70 mm vanaf de bovenkant(zie afb. 7). 4/A) DE KOOKPLAAT VASTZETTENTYPE INSTALLATIE: BDe gaskookplaat heeft een speciale afdichting, die verhindert dat er vloeistof in de kast binnendringt.
Voldoe strikt aan de volgende instructies om deze afdichting correct toe te passen:- alle verwijderbare delen van de kookplaatwegnemen. - Snijd de afdichting in 4 delen van de benodigdelengte, om het op de 4 randen van het kristal teplaatsen.
- Kantel de gaskookplaat en plaats de afdichting“E” (afb. 11/A correct onder de rand van dekookplaat zelf, zodat de buitenzijde van deafdichting perfect aansluit op de buitensteomtreksrand van het kristal. De uiteinden van destroken moeten zonder overlapping aan elkaarpassen. - De afdichting gelijkmatig en stevig aan het kristalbevestigen, druk het met de vingers op zijnplaats. - Plaats de kookplaat in de opening in de eenheiden zet deze vast op zijn plaats, met debijbehorende schroeven “F” van debevestigingshaken “G” (zie afb. 11). - Om onbedoeld contact met de oververhitteonderkant van de kookplaat tijdens de werking tevoorkomen moet er een houten inzetstuk wordenaangebracht, vastgezet met schroeven, op eenminimale afstand van 70 mm vanaf de bovenkant(zie afb. 7). Waarschuwing: Sta niet toe dat het glas (A) direct op het werkblad ligt.
52INSTALLATIE 5) VENTILATIE VAN DE RUIMTEHet is essentieel om ervoor te zorgen dat deruimte waarin het apparaat wordt geïnstalleerdpermanent wordt geventileerd, zodat het apparaatzelf correct kan werken. Het volume van debenodigde hoeveelheid lucht die nodig is voorregelmatige gasverbranding en ventilatie van debetreffende ruimte mag niet minder dan 20 m3zijn. De lucht moet natuurlijk stromen via permanenteopeningen in de wanden van de betreffenderuimte. Deze openingen moeten de rook naarbuiten ventileren en hun doorsnede moet tenminste 100 cm2zijn (zie afb. 3). De constructievan de openingen moet ervoor zorgen dat deopeningen nooit kunnen worden geblokkeerd.
Indirecte ventilatie van lucht vanuit een anderekamer is ook toegestaan, met strikte inachtnemingvan de bepalingenLet op: als de branders van de kookplaatgeen thermokoppelbeveiliging hebben moet deventilatieopening een minimale doorsnede van200 cm² hebben. 6) LOCATIE EN BELUCHTINGGaskooktoestellen moeten altijd hunverbrandingsgassen afstoten door middel vankappen. Deze moeten worden aangesloten oprookkanalen, schoorstenen of rechtstreeks naarbuiten. Als het niet mogelijk is om een kap teinstalleren kan er een elektrische ventilator wordengeïnstalleerd op een raam of op eengevelbekleding aan de buitenkant (zie afb. 4). Ditmoet worden geactiveerd op hetzelfde moment alshet apparaat (zie afb. 5), zolang de specificaties inde geldende bepalingen maar strikt wordennageleefd.
7) GASAANSLUITINGControleer voordat het apparaat wordtaangesloten of de gegevens op het etiket opde onderzijde van de kookplaat overeenkomenmet die van het gas- en elektriciteitsnet in dewoning. Een etiket op het apparaat geeft deregulerende voorwaarden aan: gastype enwerkdruk. De gasaansluiting moet voldoen aande relevante normen en bepalingen die vankracht zijn. Als er gas wordt toegevoerd via leidingen, themoet het apparaat worden aangesloten op hetgastoevoersysteem: ● met een stijve stalen buis.
De verbindingen vandeze buis moeten bestaan uit draadfittingen, inovereenstemming met de normen. ● Met koperen buis. De verbindingen van deze buismoeten bestaan uit verbindingsstukken metmechanische afdichtingen. ● Met naadloze flexibele roestvrijstalen buis. Delengte van de buis moet hoogstens 2 meter zijn ende afdichtingen moeten voldoen aan de normenWanneer het gas wordt toegevoerd door een flesmoet het apparaat worden gevoed door eendrukregelaar, overeenkomstig de bepalingen dievan kracht zijn en moet het worden aangesloten: ● met een koperen buis. De verbindingen van dezebuis moeten bestaan uit verbindingsstukken metmechanische afdichtingen. ● Met naadloze flexibele roestvrijstalen buis. Delengte van de buis moet hoogstens 2 meter zijn ende afdichtingen moeten voldoen aan de normen. Het is raadzaam om de speciale adapter op deflexibele buis aan te brengen.
Deze is gemakkelijkverkrijgbaar in winkels en vergemakkelijkt hetaansluiten op de slangnippel van de drukregelaarop de fles. ● Met rubberen slang, in overeenstemming met denormen. De diameter van deze slang moet 8 mmzijn en de lengte mag niet minder dan 400 mm enmaximaal 1500 mm zijn. Het moet stevig aan deslangnippel worden bevestigd, met behulp van deveiligheidsklem die door normen wordengespecificeerd. Waarschuwingen:Denk er aan dat het verbindingsstuk van degasinlaat op het apparaat een 1/2" gas parallelmannelijk type is, volgens de ISO 228-1normen. Het plaatsen van de roestvrijstalen buis enrubberen slang moet ervoor zorgen dat hetnooit mogelijk is om de bewegende delen vande inbouwkast (bijv. laden) aan te raken. Bovendien mag het niet door compartimentengaan die kunnen worden gebruikt vooropslagdoeleinden.
Bij gebruik van een rubberen slang is hetnoodzakelijk om te voldoen aan de volgendeinstructies:- Er mag geen deel van de buis in staat kunnenzijn om delen aan te raken waarvan detemperatuur meer is dan 90 °C. - De buis mag niet worden getrokken ofgedraaid, gesmoord of scherp verbogen.
53INSTALLATIE8) ELEKTRISCHE AANSLUITINGDe elektrische aansluiting van het apparaatmoet in overeenstemming met de bepalingenen de geldende normen worden uitgevoerd. Controleer voordat het apparaat wordtaangesloten of:- de spanning overeenkomt met de op despecificatieplaat getoonde waarde en of dedoorsnede van de draden van het elektrischesysteem bestand zijn tegen de lading, die ook opde typeplaat staat aangegeven. - Het elektrisch vermogen van de netvoeding enstopcontacten geschikt zijn voor het maximumvermogen van het apparaat (raadpleeg hetgegevenslabel dat is aangebracht op deonderzijde van het gaskooktoestel). - Het stopcontact of het systeem beschikt overeen efficiënte aarding, in overeenstemming metde bepalingen en de geldende normen. Defabrikant is niet aansprakelijk voor het nietnaleven van deze bepalingen.
Als het apparaat is aangesloten op hetelektriciteitsnet door middel van eenstopcontact:- een standaard plug “C” (afb. 8) aanbrengen,geschikt voor de lading die op het gegevenslabelop de kabel staat aangegeven. De dradenaansluiten volgens onderstaande afbeelding 8,let op dat de volgende overeenkomsten in achtworden genomen:Letter L (onder stroom) = bruine draad; Letter N (neutraal) = blauwe draad; Geaard symbool = groen - gele draad. - De voedingskabel moet zodanig wordengeplaatst dat geen enkel deel ervan in staat isom een temperatuur van 90 °C te bereiken. - Gebruik nooit reductors, adapters of shunts vooraansluiting, omdat deze valse contacten kunnencreëren en kunnen leiden tot gevaarlijke oververhitting. - De uitlaat moet toegankelijk zijn na hetinbouwen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Teka GZC 64300 XBN stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Teka
Alle Teka Fornuis handleidingen