Techno Line WS 2816 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Techno Line WS 2816 (275 pagina’s), behorend tot de categorie Weerstation. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 57 mensen. Heb je een vraag over Techno Line WS 2816 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Techno Line |
| Categorie: | Weerstation |
| Model: | WS 2816 |
Handleiding Techno Line WS 2816 – volledige tekst
142 INLEIDING Gefeliciteerd met het aanschaffen van dit allernieuwste weerstation. Dit weerstation verstrekt verschillende soorten weersinformatie en weervoorspellingen en is voorzien van functies voor tijd, datum, kalender, weersverwachting, windstoten en windsnelheid, temperatuur en vochtigheid binnen en buiten, luchtdruk en neerslag. U kunt met de Heavy Weather Pro software een pc gebruiken voor controle en registratie van de weergegevens die u ontvangt van uw draadloze weerstation via een propriëtair USB-apparaat dat is meegeleverd met uw WS2816 weerstation. U kunt een verscheidenheid aan gegevens controleren en registreren die door uw weerstation worden verzameld, niet alleen gegevens binnenshuis maar ook externe waarden die door de verschillende buitensensoren van het weerstation worden opgepikt.
U kunt bovendien ook historische weergegevens controleren en op tijdige wijze trends en ontwikkelingen analyseren met gebruik van de diagram- en grafiekeigenschappen van de software. Download de gratis Heavy Weather Pro PC software op: www.heavyweather.info INHOUDSOPGAVE Open voorzichtig de verpakking en controleer of de volgende inhoud aanwezig is: Windsensor Regensensor Thermo-/hygrosensor Draadloze display USB-zendont-vanger Masthouder Haakse adapter 1 x U-bouten 2 sluitringen + 2 moeren Plastic resetstaafje Basissensor, bovendeksel voor trechter en batterijklep (reeds geïnstalleerd) Beschermkap tegen regen Adapter voor muurmontage Montages-chroeven Plastic pluggen voor schroeven Weergave van gegevens Draadloze USB-interface voor pc
144 REGENSENSOR Gevoed door 2 x type AA LR6 batterijen Zelflegende emmer Overdrachtbereik: ca. 50 meter (Open veld, vrij van obstakels). INSTELLING: BELANGRIJK: Let op de juiste polariteit wanneer u de batterijen installeert. De "+" markeringen op de batterijen moeten corresponderen met de diagrammen binnenin de batterijvakken. Als u de batterijen incorrect installeert, dan kunnen de apparaten permanente schade oplopen. Plaats de draadloze display en buitensensoren tijdens het instellingsproces op een oppervlakte met 1-3 meter tussen de sensoren en de display. Gebruik uitsluitend Alkalinebatterijen voor de Draadloze Display en Thermo-/hygrosensor; oplaadbare batterijen werken mogelijk niet. Het is belangrijk dat voldoende licht het zonnepaneel kan bereiken terwijl u de windsensor activeert.
Zorg ervoor dat de lichten op de installatieplek zijn ingeschakeld en dat het zonnepaneel op een lamp van 60W of hoger is gericht - niet afdekken met handen of andere voorwerpen. Verwijder het zwarte beschermlaagje op het zonnepaneel en gebruik het meegeleverde plastic resetstaafje om de resetknop op de onderzijde van de sensor eenmaal lichtjes in te drukken. Draai de bovenkant van de regensensor open. Verwijder de bevestigingstape van de wip. Plaatsen van de batterijen. Beweeg de wip eenmaal om de regensensor te 'wekken'. De regensensor dient vervolgens in een heldere omgeving te worden geplaatst. BELANGRIJK: Voer een volledige reset van de regensensor uit: a. Schroef de batterijklep op de onderzijde van de regensensor los en verwijder de batterijen b. Wacht 20s, installeer vervolgens de 2 x type AA-batterijen weer en schroef de batterijklep opnieuw vast c.
145 Installeer twee type "C" batterijen in de thermo/-hygrosensor volgens de juiste polariteit. Installeer drie type "C" batterijen in de draadloze display volgens de juiste polariteit. Opmerking: Telkens wanneer de draadloze display gegevens ontvangt vanaf de sensoren, zullen de draadloos-icoontjes eenmaal knipperen en weer constant beginnen te branden als de laatste overdracht was geslaagd. Als voor de windsnelheid of hoeveelheid neerslag "0" wordt weergegeven, dan duidt dit niet op een ontvangstprobleem. Dit betekent dat er geen wind of regen was op het moment van de laatste meting. De thermo-/hygrosensor synchroniseert de wind- en regensensoren en stuurt de gegevens van alle buitensensoren naar de display. De thermo-/hygrosensor probeert de wind- en regensensor 7 minuten lang te synchroniseren.
Als dit niet binnen 7 minuten lukt, dan zal de thermo-/hygrosensor stoppen met het zoeken naar de andere sensoren. Instellingsproblemen oplossen: Als de gegevens van een van de buitensensoren niet binnen 10 minuten worden weergegeven (“- - -“ wordt weergegeven), verwijder dan 1 minuut lang de batterijen van alle eenheden (met uitzondering van de Windsensor) en start opnieuw de Instellingsprocedure vanaf Stap 1 en voer een volledige reset uit van de Regensensor (zie Stap Step 2: Belangrijk). AANVULLENDE OPMERKINGEN VOOR DE MODI VAN DE ZONNEWINDSENSOR: STAND-BY-MODUS Deze modus wordt gebruikt om het stroomverbruik van de zender te verlagen. De sensor stopt in deze modus de signaaloverdracht, controleert de batterijspanning en controleert de conditie van de zonnecel. De modus STAND-BY wordt ingeschakeld wanneer de batterijspanning laag is.
Opmerking: De sensor zal de oplaadbare batterij automatisch controleren en opladen. Wanneer deze waarneemt dat de batterijspanning volgende is opgeladen en hoog genoeg is, dan zal de signaaloverdracht weer starten. STOPMODUS In deze modus wordt de meeste energie bespaard. De zender stopt in deze modus de signaaloverdracht.
De batterijspanning wordt niet gecontroleerd en de conditie van de zonnecel wordt niet waargenomen. De modus STOP wordt ingeschakeld: Als u de zonnecel 10 seconden lang afdekt en op de toets RESET drukt (Windsensor). Als de sensor/sensoren 72 uur lang in een donkere omgeving wordt/worden geplaatst. Opmerking: U kunt de Zonnewindsensor opnieuw starten door de windkopjes te draaien of door de sensor in een heldere omgeving te plaatsen en vervolgens eenmaal op de toets RESET te drukken om de sensor te wekken.
146 U kunt de Regensensor opnieuw starten door de wip te bewegen of door de INSTELLING, Stap 2 te volgen: Belangrijke instructies om de sensor volledig te resetten. BELANGRIJK! Als de batterijspanning hoog genoeg is tijdens het herstarten, dan zal de signaaloverdracht weer starten. Als de batterijspanning echter laag is, dan zal/zullen de sensor/sensoren op de modus STAND-BY schakelen. U dient de sensor(en) in een heldere omgeving te plaatsen, zodat de oplaadbare batterijen kunnen worden opgeladen. DE SENSOREN MONTEREN EN DE DRAADLOZE DISPLAY PLAATSEN: BELANGRIJK: Controleer of de gegevens van alle sensoren kunnen worden ontvangen op de beoogde installatieplekken voordat u montagegaten boort. De buitensensoren hebben een draadloos bereik van 50 meter. Houd er rekening mee dat het bereik van 50 meter alleen geldt in de open lucht zonder obstakels.
Elke obstakel (dak, muren, vloeren, plafonds, enz.) zullen het bereik inkorten. De thermo-/hygrosensor meet de temperatuur en vochtigheid buitenshuis, verzamelt de gegevens vanaf de wind- en regensensoren en stuurt alle buitenweergegevens naar de draadloze display; de thermo-/hygrosensor moet daarom binnen het draadloze bereik van 100 meter van de draadloze display worden geplaatst. De wind- en regensensoren kunnen hierdoor ten opzichte van de thermo-/gyrosensor worden geplaatst i.p.v. de draadloze display. Zie Diagram Draadloze Gegevens hierboven. De wind- en regensensoren moeten binnen het draadloze bereik van 50 meter van de thermo-/hygrosensor en aan dezelfde zijde van het huis worden gemonteerd.
50 meter (max.) 50 meter (max.) 25 meter (max.) 100 meter (max.) Regen-sensor * De Wind- en Regensensoren dienen aan dezelfde zijde van het huis te worden geplaatst als de Thermo-/gyrosensor voor een optimale signaalsterkte USB-zendontvanger Thermo-/hygrosensor Diagram Draadloze Gegevens Draadloze Display Windsensor Zonnepanelen op het Zuiden Gericht
147 De draadloze display moet binnen het draadloze bereik van 25 meter van de USB-zendontvanger worden geplaatst om de weergegevens naar de pc te kunnen sturen. Als de draadloos-icoontjes van de sensoren uit de display verdwijnen terwijl u deze naar hun beoogde locatie brengt, dan zijn de sensoren mogelijk te ver uit de buurt van de draadloze display. Probeer de draadloze display of de sensoren dichter in de buurt te plaatsen en wacht enkele minuten om te zien of de draadloos-icoontjes weer op de display verschijnen. Als de draadloos-icoontjes op de nieuwe plek van de sensoren of draadloze display nog steeds niet verschijnen, houd dan PIJLTJE OMHOOG ▲ 2 seconden ingedrukt om de draadloze display opnieuw te synchroniseren met de sensoren.
WINDSENSOR De windsensor moet worden geïnstalleerd met de voorzijde van de sensor (het zonnepaneel) op het Zuiden gericht, anders zal de gemeten windrichting onnauwkeurig zijn. Monteer binnen het draadloze bereik van 50 meter van de thermo-/hygrosensor en aan dezelfde zijde van het huis. Het dak kan wel of niet een ideale montageplek zijn. Zet de hoofdeenheid vast op de schacht van de masthouder. Gebruik de haakse adapter als de windsensor op een horizontale mast of ander horizontaal oppervlak moet worden geplaatst. Bevestig de windsensor op een geschikte mast m. b. v. de meegeleverde twee U-bouten, sluitringen en moeren. Opmerking: Monteer de windsensor op een mast, zodat de wind de sensor vanuit alle richting ongehinderd kan bereiken voor een nauwkeurige meting. De ideale mast is tussen 15,75 mm en 33 mm in diameter.
De windsensor HEEFT GEEN oplaadbare batterijen, maar gebruikt zonne-energie en laadt het interne batterijblok automatisch op. REGENSENSOR De regensensor dient op een vlak en helder oppervlakte in de open lucht worden geplaatst, binnen het draadloze bereik van 50 meter van de thermo-/hygrosensor en aan dezelfde zijde van het huis.
Monteer de regensensor minstens 0,30 meter boven de grond voor een optimale draadloze overdracht. De regensensor dient toegankelijk te worden gehouden zodat u vuil of insecten af en toe kunt verwijderen. THERMO-/HYGROSENSOR De thermo-/hygrosensor is "weerbestendig", maar niet "watervast". Monteer deze op een semi-afgedekte plek en niet blootgesteld aan de elementen om de levensduur van uw sensor te verlengen. Een ideale locatie voor de thermo-/hygrosensor is onder de dakrand aan de Noordzijde van het huis om de effecten van zonlicht te vermijden. Monteer de sensor 0,5 meter onder de dakrand voor een optimale prestatie. De weergegevens verzameld door de sensor worden op deze wijze niet aangetast door de luchttemperatuur uit de zolder. U kunt de thermo-/hygrosensor aan de muur monteren door de muurhouder op de gewenste muur te bevestigen met de meegeleverde schroeven.
148 niet worden ontvangen, houd dan PIJLTJE OMHOOG ▲ 2 seconden ingedrukt om de draadloze display met de sensoren te synchroniseren. HEAVY WEATHER PC-SOFTWARE Gebruik uw pc om de laatste weergegevens verzameld door het weerstation op te slaan en in grafieken te plaatsen. Download de Heavy Weather pc-software op www. heavyweather. info De Heavy Weather Pro Gebruikshandleiding beschikbaar op de downloadpagina beschrijft de computervereisten, installatie en gebruiksaanwijzingen.
+ 72 uur historische drukgrafiek" Druk in de instellingsmodus voor het weeralarm op de schakelaar om het weeralarm Aan/Uit te schakelen In de instellingsmodus voor het weeralarm ingedrukt houden om de waarde van het weeralarm aan te passen Het alarm stoppen terwijl het tijdalarm of weeralarm klinkt Toets ▲/DATE Indrukken om de tijdsweergave op de display te wisselen tussen seconden en datum Indrukken om de waarde van verschillende instellingen te verhogen in de modus SET Het alarm stoppen terwijl het tijdalarm of weeralarm klinkt Indrukken om de MIN/MAX registratie te resetten wanneer in de weergavemodus MIN/MAX 2 seconden ingedrukt houden om de Draadloze Display met de sensoren te synchroniseren Toets ▼/RAIN Indrukken om de weergavemodus voor de neerslag te veranderen: Totaal, 1u, 24u, week, maand Indrukken om de waarde van verschillende instellingen te verlagen in de modus SET Het alarm stoppen terwijl het tijdalarm of weeralarm klinkt.
149 ALARM-toets Indrukken om de instellingsmodus te openen voor het tijdalarm en weeralarm Een bepaalde alarminstelling bevestigen Indrukken om de handmatige instellingsmodus te verlaten Het alarm stoppen terwijl het tijdalarm of weeralarm klinkt Indrukken om de weergavemodus van de max./min. registratie te verlaten MIN/MAX-toets Indrukken om de minimale en maximale registraties van de verschillende weergegevens weer te geven Het alarm stoppen terwijl het tijdalarm of weeralarm klinkt Indrukken om de handmatige instellingsmodus te verlaten Indrukken om de instellingsmodus van het weeralarm te verlaten LCD-SCHERM Wanneer het signaal vanaf de zender succesvol wordt ontvangen door het Weerstation, dan zal het icoontje oplichten. (Wanneer niet succesvol, dan zal het icoontje niet op de display worden weergegeven).
U kunt zien of de laatste ontvangst wel ( icoontje brandt) of niet ( icoontje uitgeschakeld) was geslaagd. Als het icoontje knippert, dan wordt de ontvangst momenteel uitgevoerd. Druk op de toets SET om de display te wisselen tussen Modus 1 en Modus 2: Displaymodus 1: Historische drukgrafiek toont gegevens van de afgelopen 24 uur Buitentemperatuur weergegeven in de buitensectie Windsnelheid weergegeven in de windsectie Buitentemperatuur Buitenvochtigheid Hoeveelheid neerslag Binnentemperatuur Binnenvochtigheid Windrichting Windsnelheid Icoontje weersverwachting en pijltjes weertendens Gevoelstemperatuur Tijd en fatum Historische drukgrafiek Barometrische Druk
150 Displaymodus 2: Historische drukgrafiek toont gegevens van de afgelopen 72 uur Dauwpunt weergegeven in de buitensectie Windstoot weergegeven in de windsectie HANDMATIGE INSTELLINGEN Houd de toets SET 3 seconden ingedrukt om de modus SET te openen. Als u 30 seconden wacht zonder op een toets te drukken terwijl in de modus SET, dan zal de display automatisch terugkeren naar Displaymodus 1. Telkens wanneer u in de modus SET op de SET-toets drukt, dan zal het volgende onderwerp van de SET-modus worden geselecteerd. 1. LCD-contrastinstelling 2. Handmatige tijdinstelling 3. 12/24-uurs tijdweergave 4. Kalenderinstelling 5. Instelling temperatuureenheid °F/°C 6. Eenheid windsnelheid 7. Instelling neerslageenheid 8. Instelling luchtdrukeenheid 9. Instelling referentiewaarde relatieve druk 10. Drempelwaarde weertendens 11. Drempelwaarde stormwaarschuwing 12.
Instelling stormalarm Aan/Uit 13. Weergavetype windrichting 14. Fabrieksreset LCD-CONTRASTINSTELLING Het LCD-contrast kan op 8 niveaus worden ingesteld, van "Lcd 1" tot "Lcd 8" (de standaard instelling is "Lcd 5"): Houd de toets SET 3 seconden ingedrukt en de waarde van het contrastniveau zal beginnen te knipperen.
151 Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om het contrastniveau aan te passen. Druk op de toets SET om te bevestigen en de HANDMATIGE TIJDSINSTELLING te openen. HANDMATIGE TIJDINSTELLING De tijd zal automatisch worden bijgewerkt met de tijd van de computer wanneer de display wordt gesynchroniseerd met de USB-zendontvanger en verbonden is met de Heavy Weather Pro software. De tijd kan ook handmatig worden ingesteld door de stappen hieronder te volgen: De uuraanduiding knippert. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om de uren in te stellen. Houd de toets ingedrukt om de waarden sneller te doorlopen. Druk op de toets SET om naar de minuutinstelling te gaan. De minutenaanduiding begint te knipperen. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om de minuten in te stellen. Houd de toets ingedrukt om de waarden sneller te doorlopen.
152 Opmerking: De tijdweergave in 24-uurs formaat toont: Dag/Maand/Jaar De tijdweergave in 12-uurs formaat toont: Maand/Dag/Jaar KALENDERINSTELLING De standaard datum is 1. 1. van het jaar 2009. De datum zal automatisch worden bijgewerkt met de datum van de computer wanneer de display wordt gesynchroniseerd met de USB-zendontvanger en verbonden is met de Heavy Weather Pro software. De datum kan ook handmatig worden ingesteld door de stappen hieronder te volgen. De jaaraanduiding begint te knipperen. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om het jaar in te stellen. De jaarinstelling heeft een bereik van "00" (2000) tot "99" (2099). Houd de toets ingedrukt om de waarden sneller te doorlopen. Druk op de toets SET om het jaar te bevestigen en de maandinstelling te openen. De maandaanduiding begint te knipperen.
154 INSTELLING RELATIEVE LUCHTDRUKEENHEID De relatieve luchtdrukeenheid kan worden ingesteld op inHg of hPa. De standaard eenheid is hPa. De relatieve luchtdrukeenheid knippert. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om te wisselen tussen “inHg" en “hPa” Druk op de toets SET om te bevestigen en de INSTELLING REFERENTIEWAARDE RELATIEVE DRUK te openen. INSTELLING REFERENTIEWAARDE RELATIEVE DRUK Opmerking: De standaard referentiedrukwaarde van de barometer is 1013 hPa wanneer de batterijen voor het eerst worden geïnstalleerd. Het is voor een nauwkeurige meting noodzakelijk eerst de barometer aan te passen tot op uw plaatselijke relatieve luchtdruk (gerelateerd aan de hoogteligging boven zeeniveau). Bepaal wat de huidige atmosferische druk op uw woonlocatie (lokale weerdienst, het internet, opticien, geijkte meetinstrumenten in openbare gebouwen, luchthaven).
Opmerking: Deze functie is handig voor personen die op plaatsen boven zeeniveau wonen, maar willen dat hun luchtdrukweergave gebaseerd is op zeeniveau. De relatieve luchtdruk kan handmatig worden ingesteld op een andere waarde binnen het bereik van 920 tot 1080 hPa (27.10 tot 31.90 inHg) voor een betere referentie.
De gevoeligheidswaarde en het pijltje voor de tendens zullen beginnen te knipperen Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om de waarde te selecteren. Druk op de toets SET om te bevestigen en de GEVOELIGHEIDSINSTELLING STORMWAARSCHUWING te openen. INSTELLING DREMPELWAARDE STORMWAARSCHUWING Bepaal een wisselende gevoeligheidswaarde voor de weergave van de Stormwaarschuwing op een verlaging in luchtdruk van 3hPa tot 9hPa (.09 inHg tot .27 inHg) over 6 uur. (Standaard 5 hPa). De gevoeligheidswaarde en de pijltjes voor de tendens beginnen te knipperen.
156 Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om de waarde te selecteren. Druk op de toets SET om te bevestigen en de INSTELLING STORMALARM AAN/UIT te openen. INSTELLING STORMALARM AAN/UIT Stel het Stormalarm in op Aan of Uit (Standaard UIT). Het woord "AOFF" begint te knipperen. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om het alarm Aan of Uit te schakelen. ("AOFF" = Uit; "AON" = Aan) Druk op de toets SET om te bevestigen en de INSTELLING WEERGAVE WINDRICHTING te openen. Opmerking: Als een stormwaarschuwing is geactiveerd, dan zal het pijltje omlaag van de weertendens knipperen. (Zie indicator Weertendens hieronder). INSTELLING WEERGAVETYPE WEERTENDENS De windrichting kan worden weergegeven met gebruik van zowel kompasrichtingen als graduele metingen (de standaard instelling is kompasrichtingen). De windrichting begint te knipperen.
Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om te wisselen tussen kompasrichtingen en graduele metingen. Als u de display niet wilt resetten naar de standaard fabriekswaarden, dan hoeft u slechts op de toets ALARM of MIN/MAX te drukken of eventjes te wachten tot de modus SET automatisch wordt verlaten en de normale weergavemodus wordt hervat.
157 Als u een FABRIEKSRESET wilt uitvoeren, druk dan op de toets SET om te bevestigen en de RESETPROCEDURE FABRIEKSWAARDEN te openen. Zie WAARSCHUWINGEN in de paragraaf FABRIEKSRESET. RESETPROCEDURE FABRIEKSWAARDEN WAARSCHUWING: Als u een fabrieksreset uitvoert, dan zullen alle MIN/MAX-waarden en weergegevens opgeslagen in het interne geheugen van de display worden gewist en keren de instellingen van de weereenheden terug naar de standaard fabriekswaarden. Als u de gegevens nog niet hebt geüpload naar de Heavy Weather Pro software, dan zullen de gegevens verloren gaan. Als u de display niet wilt resetten naar de standaard fabriekswaarden: druk op de toets MIN/MAX of ALARM, of wacht gewoon totdat de modus SET automatisch wordt verlaten en Displaymodus 1 wordt hervat (normale modus).
Volg de procedure hieronder om de display te resetten op de standaard fabriekswaarden: WAARSCHUWING: Een fabrieksreset zal de verbinding tussen de display en thermo-/hygrosensor verbreken; de verbinding moet opnieuw tot stand worden gebracht. "rES oFF" zal beginnen te knipperen. Gebruik PIJLTJE OMHOOG ▲ om "rES on" te selecteren. Druk ter bevestiging op de toets SET en een timer zal beginnen af te tellen vanaf "127". Wanneer de timer "dOnE" weergeeft, dan dient u de batterijen 10 minuten lang uit de display te verwijderen. Terwijl de batterijen uit de display zijn gehaald, dient u ook de batterijen uit de thermo-/hygrosensor te verwijderen. Wacht 10 minuten, steek de batterijen vervolgens in de thermo-/gyrosensor en zorg er daarbij voor dat het symbooltje "+" op de batterijen correspondeert met de markeringen op de batterijklep en binnenin het batterijvak.
158 volg dan de procedure "Instelling" aan het begin van deze handleiding die is meegeleverd met het product. DE HANDMATIGE INSTELLINGSMODUS VERLATEN U kunt op elk gewenste moment in de handmatige instellingsmodi de handmatige instelling als volgt verlaten: Druk op de toets ALARM of op de toets MIN/MAX of wacht gewoon totdat de modus SET automatisch wordt verlaten en Displaymodus 1 wordt hervat (normale modus). HET WEERALARM GEBRUIKEN De Weeralarmen kunnen worden ingeschakeld wanneer bepaalde weersomstandigheden voldoen aan uw instellingen. U kunt bijvoorbeeld drempelwaarden voor de buitentemperatuur instellen op +40°C (hoog) en -10°C (laag), het hoge alarm inschakelen en het lage alarm uitschakelen (d. w. z. temperaturen +40°C wel).
Als de waarde de instelling voor het hoge alarm of lage alarm bereikt, dan zal de zoemer 2 minuten klinken terwijl de waarde knippert samen met het corresponderende icoontje ("HI AL"/"LO AL"). Druk een willekeurige toets om het alarm te stoppen. De hoge en lage alarmen kunnen onafhankelijk naar wens Aan/Uit worden geschakeld. U kunt op elk gewenst moment tijdens de alarminstellingsmodus de alarminstellingen verlaten door op de toets MIN/MAX te drukken of door ca. 30 seconden te wachten totdat de display automatisch terugkeert naar de normale weergavemodus. Druk in de normale weergavemodus op de toets ALARM om de ALARM-modus te openen. Telkens wanneer u daarna op de toets ALARM drukt, zal de volgende sectie van het weeralarm worden geselecteerd. Opmerking: De Weeralarmen kunnen ook worden ingesteld via de Heavy Weather Pro software.
159 STANDAARD WAARDEN VOOR DE WEERALARMEN Druk Laag 960 hPa Windstoot Hoog 100 km/u Hoog 1040 hPa Neerslag in 24 uur Hoog 50 mm Temperatuur (binnen of buiten) Laag 0C Hoog 40C Relatieve luchtvochtigheid (binnen of buiten) Laag 45% Hoog 70% DRUKALARMEN Druk in de normale weergavemodus eenmaal op de toets ALARM. De weergave van het Hoge drukalarm zal verschijnen. Houd de toets SET ca. 2 seconden ingedrukt. De drukaanduiding begint te knipperen. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om het hoge drukalarm in te stellen. Houd de pijltjestoets ingedrukt om de waarden sneller te doorlopen. Druk op de toets ALARM om de instelling te bevestigen. De cijfers zullen stoppen met knipperen. Druk eenmaal op de toets SET om het alarm in of uit te schakelen. Het icoontje ((())) geeft aan dat het alarm is ingeschakeld. Druk eenmaal op de toets ALARM.
De weergave van het Lage drukalarm zal verschijnen. Houd de toets SET ca. 2 seconden ingedrukt. De drukaanduiding begint te knipperen. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om het lage drukalarm in te stellen. Houd de pijltjestoets ingedrukt om de waarden sneller te doorlopen. Druk op de toets ALARM om de instelling te bevestigen. De cijfers zullen stoppen met knipperen. Druk eenmaal op de toets SET om het alarm in of uit te schakelen. Het icoontje ((())) geeft aan dat het alarm is ingeschakeld. Druk op de toets ALARM om verder te gaan naar de alarminstellingen voor de binnentemperatuur.
160 ALARMEN VOOR BINNENTEMPERATUUR De alarmweergave voor de hoge binnentemperatuur zal verschijnen. Houd de toets SET ca. 2 seconden ingedrukt. De temperatuuraanduiding begint te knipperen. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om de Hoge alarmwaarde voor de binnentemperatuur in te stellen. Houd de toets ingedrukt om de waarden sneller te doorlopen. Druk op de toets ALARM om de instelling te bevestigen. De cijfers zullen stoppen met knipperen. Druk eenmaal op de toets SET om het alarm in of uit te schakelen. Het icoontje ((())) geeft aan dat het alarm is ingeschakeld. Druk eenmaal op de toets ALARM. De alarmweergave voor de lage binnentemperatuur zal verschijnen. Houd de toets SET ca. 2 seconden ingedrukt. De temperatuuraanduiding begint te knipperen. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om de Lage alarmwaarde voor de binnentemperatuur in te stellen.
Houd de pijltjestoets ingedrukt om de waarden sneller te doorlopen. Druk op de toets ALARM om de instelling te bevestigen. De cijfers zullen stoppen met knipperen. Druk eenmaal op de toets SET om het alarm in of uit te schakelen. Het icoontje ((())) geeft aan dat het alarm is ingeschakeld. Druk op de toets ALARM om verder te gaan naar de alarminstellingen voor de binnenvochtigheid. ALARMEN VOOR BINNENVOCHTIGHEID De alarmweergave voor de hoge binnenvochtigheid zal verschijnen.
161 Houd de toets SET ca. 2 seconden ingedrukt. De vochtigheidsaanduiding begint te knipperen. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om de Hoge alarmwaarde voor de binnenvochtigheid in te stellen. Houd de toets ingedrukt om de waarden sneller te doorlopen. Druk op de toets ALARM om de instelling te bevestigen. De cijfers zullen stoppen met knipperen. Druk eenmaal op de toets SET om het alarm in of uit te schakelen. Het icoontje ((())) geeft aan dat het alarm is ingeschakeld. Druk eenmaal op de toets ALARM. De alarmweergave voor de lage binnenvochtigheid zal verschijnen. Houd de toets SET ca. 2 seconden ingedrukt. De vochtigheidsaanduiding begint te knipperen. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om de Lage alarmwaarde voor de binnenvochtigheid in te stellen. Houd de toets ingedrukt om de waarden sneller te doorlopen.
Druk op de toets ALARM om de instelling te bevestigen. De cijfers zullen stoppen met knipperen. Druk eenmaal op de toets SET om het alarm in of uit te schakelen. Het icoontje ((())) geeft aan dat het alarm is ingeschakeld. Druk op de toets ALARM om verder te gaan naar de alarminstellingen voor de buitentemperatuur. ALARMEN VOOR BUITENTEMPERATUUR De alarmweergave voor de hoge buitentemperatuur zal verschijnen. Houd de toets SET ca. 2 seconden ingedrukt. De temperatuuraanduiding begint te knipperen. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om de Hoge alarmwaarde voor de buitentemperatuur in te stellen. Houd de toets ingedrukt om de waarden sneller te doorlopen. Druk op de toets ALARM om de instelling te bevestigen. De cijfers zullen stoppen met knipperen. Druk eenmaal op de toets SET om het alarm in of uit te schakelen.
162 Houd de toets SET ca. 2 seconden ingedrukt. De temperatuuraanduiding begint te knipperen. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om de Lage alarmwaarde voor de buitentemperatuur in te stellen. Houd de pijltjestoets ingedrukt om de waarden sneller te doorlopen. Druk op de toets ALARM om de instelling te bevestigen. De cijfers zullen stoppen met knipperen. Druk eenmaal op de toets SET om het alarm in of uit te schakelen. Het icoontje ((())) geeft aan dat het alarm is ingeschakeld. Druk op de toets ALARM om verder te gaan naar de alarminstellingen voor de buitenvochtigheid. ALARMEN VOOR BUITENVOCHTIGHEID De alarmweergave voor de hoge buitenvochtigheid zal verschijnen. Houd de toets SET ca. 2 seconden ingedrukt. De vochtigheidsaanduiding begint te knipperen. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om de Hoge alarmwaarde voor de buitenvochtigheid in te stellen.
Houd de toets ingedrukt om de waarden sneller te doorlopen. Druk op de toets ALARM om de instelling te bevestigen. De cijfers zullen stoppen met knipperen. Druk eenmaal op de toets SET om het alarm in of uit te schakelen. Het icoontje ((())) geeft aan dat het alarm is ingeschakeld. Druk eenmaal op de toets ALARM. De alarmweergave voor de lage buitenvochtigheid zal verschijnen. Houd de toets SET ca. 2 seconden ingedrukt. De vochtigheidsaanduiding begint te knipperen. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om de Lage alarmwaarde voor de buitenvochtigheid in te stellen. Houd de toets ingedrukt om de waarden sneller te doorlopen. Druk op de toets ALARM om de instelling te bevestigen. De cijfers zullen stoppen met knipperen. Druk eenmaal op de toets SET om het alarm in of uit te schakelen. Het icoontje ((())) geeft aan dat het alarm is ingeschakeld.
163 ALARM VOOR WINDSTOTEN De alarmweergave voor windstoten zal verschijnen. Houd de toets SET ca. 2 seconden ingedrukt. De aanduiding voor windstoten begint te knipperen. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om de alarmwaarde voor windstoten in te stellen. Houd de toets ingedrukt om de waarden sneller te doorlopen. Druk op de toets ALARM om de instelling te bevestigen. De cijfers zullen stoppen met knipperen. Druk op de toets SET om het alarm in of uit te schakelen. Het icoontje ((())) geeft aan dat het alarm is ingeschakeld. Druk op de toets ALARM om verder te gaan naar de alarminstellingen voor de windrichting. ALARM VOOR WINDRICHTING Opmerking: U kunt naar wens meerdere alarmen tegelijkertijd instellen voor de windrichting. De alarmweergave voor de windrichting zal verschijnen. Houd de toets SET ca. 2 seconden ingedrukt.
Het pijltje voor de windrichting aan de buitenzijde van de kompascirkel zal beginnen te knipperen met de corresponderende kompasrichting of graduele lezing weergegeven in het midden van het kompas. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om de alarmwijzer voor windrichting te bewegen.
164 Druk op de toets ALARM om een alarm voor de windrichting in te stellen. Een wijzericoontje zal binnenin de kompascirkel verschijnen die een alarminstelling vertegenwoordigt voor de betreffende windrichting. U kunt een alarminstelling voor een windrichting verwijderen door nogmaals op de toets SET te drukken om het alarm voor de geselecteerde windrichting te annuleren. Het pijltje binnenin de kompascirkel zal verdwijnen. Als u een alarm wilt instellen voor meer dan één windrichting, druk dan op PIJLTJE OMHOOG of ▲ PIJLTJE OMLAAG ▼ om de alarmwijzer voor de windrichting naar de volgende gewenste instelling te bewegen. Druk op de toets SET om de volgende windrichting te bevestigen. Een wijzericoontje zal binnenin de kompascirkel verschijnen die een alarminstelling vertegenwoordigt voor de betreffende windrichting.
U kunt alarmen instellen voor zoveel windrichtingen als u maar wilt. Druk op de toets ALARM om de instelling te bevestigen. Het pijltje voor de windrichting zal stoppen met knipperen. Druk op de toets SET om het alarm in of uit te schakelen. Het icoontje ((())) geeft aan dat het alarm is ingeschakeld. Druk op de toets ALARM om verder te gaan naar de alarminstellingen voor de 24u neerslag. ALARM 24U NEERSLAG De weergave van het 24u neerslagalarm zal verschijnen. Houd de toets SET ca. 2 seconden ingedrukt. De aanduiding van de 24u neerslag begint te knipperen. Druk op PIJLTJE OMHOOG ▲ of PIJLTJE OMLAAG ▼ om de 24u neerslagwaarde in te stellen. Houd de toets ingedrukt om de waarden sneller te doorlopen. Druk op de toets ALARM om de instelling te bevestigen. De cijfers zullen stoppen met knipperen. Druk op de toets SET om het alarm in of uit te schakelen.
165 HYSTERESIS Er is ter compensatie van de fluctuatie van de gemeten gegevens een hysteresisfunctie geïmplementeerd voor elk alarm, om te voorkomen dat het weeralarm constant klinkt als de gemeten lezing dicht bij uw ingestelde niveau is. Als het hoge temperatuuralarm bijvoorbeeld is ingesteld op +25°C en de huidige waarde beweegt naar +25°C, dan zal het alarm worden geactiveerd (indien ingeschakeld). Wanneer de temperatuur nu daalt tot +24,88°C of lager en vervolgens stijgt tot over +25°C, dan zullen de gegevens knipperen maar zal er geen alarm worden geactiveerd. De temperatuur moet dalen tot onder +24°C (met een eerder ingestelde hysteresis van 1°C) zodat het alarm weer kan klinken. Hysteresiswaarden voor de verschillende soorten weergegevens staan aangegeven in de tabel.
Opmerking: De temperatuur- of vochtigheidgegevens zullen blijven knipperen zelfs als een toets is ingedrukt om het alarm te stoppen, om aan te geven dat de huidige weersomstandigheden buiten de eerder ingestelde limiet(en) vallen WEERSVERWACHTING EN WEERTENDENS PICTOGRAMMEN VOOR WEERSVERWACHTING: Icoontjes voor de weersverwachting worden in een van de volgende combinaties weergegeven: Zonnig Bewolkt met af en toe zon Regenachtig Voor elke plotselinge of aanzienlijke verandering in luchtdruk, zullen de weericoontjes dienovereenkomstig worden bijgewerkt zodat deze de weersverandering vertegenwoordigen. (Telkens wanneer een nieuwe gemiddelde drukwaarde wordt verkregen (eens per minuut), dan wordt deze waarde vergeleken met een interne referentiewaarde.
Als het verschil tussen deze waarden groter is dan de geselecteerde gevoeligheid voor de weertendens, dan zal het weericoontje veranderen in slechter of beter weer. De huidige drukwaarde zal in dit geval de nieuwe referentie worden voor de weertendens. ) Als de icoontjes niet veranderen, dan is de luchtdruk niet veranderd of de verandering is te klein om door het Weerstation te worden geregistreerd.
U kunt dus de "gevoeligheid" voor de controle van de drukverandering aanpassen in de instellingsmodus –zie INSTELLING GEVOELIGHEIDSWAARDE WEERTENDENS hierboven. Als het weergegeven icoontje echter een zon of regenwolk is, dan zal het icoontje niet veranderen als het weer beter (met zonicoontje) of slechter (met regenwolkicoontje) wordt, omdat de icoontjes al op hun uiterste waarde staan. Weergegevens Hysteresis Temperatuur 1°C Vochtigheid 3% RH Druk 1 hPa Windsnelheid 10 km/u.
166 De weergegeven icoontjes voorspellen of het weer verbetert of verslechtert en niet noodzakelijk of het weer zonnig of regenachtig is zoals elk icoontje aangeeft. Als het huidige weer bijvoorbeeld bewolkt is en er wordt een regenwolkicoontje weergegeven, dan betekent dit niet dat het product defect is omdat het niet regent. Het betekent gewoon dat de luchtdruk is gedaald en er wordt verwacht dat het weer slechter wordt, maar niet noodzakelijk dat het gaat regenen. Opmerking: Nadat de instellingen zijn gemaakt, dient u de lezingen voor de weersvoorspellingen voor de komende 48-60 uur te negeren. Dit geeft het Weerstation genoeg tijd om luchtdrukgegevens te verzamelen op een constante hoogteligging en dus een nauwkeurigere weersverwachting aan te geven. Zoals gebruikelijk met weersvoorspellingen, kan er geen absolute nauwkeurigheid worden gegarandeerd.
De weersvoorspellingsfunctie is ingeschat op een nauwkeurigheidsniveau van ongeveer 75% wegens de verschillende gebieden waarvoor het Weerstation is ontworpen. Het Weerstation zal nauwkeuriger zijn in gebieden met plotselinge veranderingen in het weer (bijvoorbeeld van zonnig naar regenachtig) vergeleken met het gebruik in gebieden waar het weer meestal onveranderd blijft (bijvoorbeeld overwegend zonnig). Als het Weerstation naar een andere locatie wordt verplaatst die hoger of lager is dan de aanvankelijke installatieplek (bijvoorbeeld van de begane vloer naar de bovenste verdieping van een huis), dan dient u de weersvoorspelling voor de komende 48-60 uur te negeren, omdat het Weerstation de nieuwe locatie verkeerd kan beschouwen als een mogelijke verandering in luchtdruk, wanneer dit in feite ligt aan een kleine verandering in hoogteligging.
Als de indicator echter omlaag wijst, dan is de luchtdruk aan het dalen en zal het weer waarschijnlijk verslechteren. U kunt op deze wijze bepalen hoe het weer is veranderd en hoe het weer waarschijnlijk zal veranderen. Als de indicator bijvoorbeeld omlaag wijst samen met wolk- en zonicoontjes, dan was de laatste merkbare weersverandering wanneer het zonnig was (alleen het zonicoontje). De volgende verandering in het weer zal dus wolk- en regenicoontjes zijn omdat de indicator omlaag is gericht. Opmerking: Nadat de indicator van de weertendens eenmaal een verandering in luchtdruk heeft geregistreerd, dan zal deze permanent op de LCD worden weergegeven. LUCHTDRUKGESCHIEDENIS (ELEKTRONISCHE BAROMETER MET BAROMETRISCHE DRUKTREND) De LCD toont ook de relatieve luchtdrukwaarde en de luchtdrukgeschiedenis. Druk op de toets SET om de display te wisselen tussen Modus 1 en Modus 2.
167 Modus 1: the staafgrafiek toont de luchtdrukgeschiedenis van de afgelopen 24 uur in zeven stappen. De horizontale as vertegenwoordigt de afgelopen 24 uur van de geregistreerde luchtdruk (-24, -18, -12, -9, -6, -3 en 0 uur). Modus 2: the staafgrafiek toont de luchtdrukgeschiedenis van de afgelopen 72 uur in zeven stappen. De horizontale as vertegenwoordigt de afgelopen 72 uur van de geregistreerde luchtdruk (-72, -48, -36, -24, -12, -6 en 0 uur). De verticale balkjes staan op elk van de negen stappen en vertegenwoordigen de trend gedurende de geregistreerde periode. Het 0 uur verticale balkje zal altijd op de hoogte van de middenlijn worden weergegeven om de huidige luchtdruk aan te geven. De variërende hoogte van de balkjes in andere kolommen op de grafiek toont een relatieve verandering in luchtdruk hoger of lager dan de vorige meting.
Nieuwe drukmetingen worden vergeleken met eerder geregistreerde drukmetingen. De drukverandering wordt uitgedrukt door het verschil tussen de huidige ("0 uur") en vorige lezingen in stappen van ±0,06 inHg of ±2 hPa. Als de balkjes vermeerderen van links naar rechts, dan geeft dit aan dat het weer beter wordt wegens een stijging in luchtdruk. Als de balkjes verminderen van links naar rechts, dan geeft dit aan dat er slechter weer wordt verwacht wegens een daling in luchtdruk. Op elk vol uur wordt de huidige luchtdruk gebruikt als een basis voor de weergave van een nieuwe grafiekstaaf. De bestaande grafiek wordt vervolgens één kolom naar links bewogen. Opmerking: Het Weerstation dient voor een nauwkeurige barometrische druktrend op een constante hoogteligging blijven werken. Het dient bijvoorbeeld niet te worden verplaatst.
METING VAN WINDRICHTING EN WINDSNELHEID De huidige windrichting wordt aangegeven door een wijzer op de buitenste cirkel van het kompas. De laatste 6 windrichtingen worden weergegeven met wijzers op de binnenste cirkel. De windrichting (afkorting of graden) wordt weergegeven in het midden van het kompas. Druk op de toets SET om de display te wisselen tussen Modus 1 en Modus 2 Mode 1 toont de volgende windgegevens: Windrichting (weergegeven op de kompasschaal van 15 indelingen) Gevoelstemperatuur in C of F Windsnelheid in km/u, mpu, bft, knopen of m/s.
168 Mode 2 toont de volgende windgegevens: Windrichting (weergegeven op de kompasschaal van 15 indelingen) Gevoelstemperatuur in C of F Windstoot in km/u, mpu, bft, knopen of m/s NEERSLAGMETING De totale neerslagmeting of die van 1 uur, 24 uur, een week of een maand wordt op de LCD weergegeven in de eenheid mm of inch. Druk op PIJLTJE OMLAAG ▼ om de neerslagweergave in de volgende modi te selecteren: Totale neerslag - handmatig resetten (zie "DE MIN/MAX WEERGEGEVENS RESETTEN") Neerslag afgelopen 1 uur – dit toont de som van de laatste 15 registraties van vier minuten neerslag Neerslag afgelopen 24 uur – dit toont de som van de laatste 24 registraties van de neerslag elk uur Neerslag afgelopen week - dit toont de wekelijkse neerslag. De neerslagmeting begint te tellen op de tweede dag nadat het apparaat is ingeschakeld. (Bijv.
: als het apparaat overdag op een maandag wordt ingeschakeld, dan zal de wekelijkse neerslag elke dinsdag na 23:59 u (11:59 pm) worden bijgewerkt) Neerslag afgelopen maand - reset elke eerste dag van de maand om 00:00 (middernacht) (12:00 am). DE MIN/MAX WEERGEGEVENS CONTROLEREN Het weerstation zal de maximale en minimale waarde van de verschillende weergegevens registreren met automatische registratie van de tijd en datum. De volgende opgeslagen maximale en minimale weergegevens kunnen worden weergegeven door in de normale weergavemodus op de toets MIN/MAX te drukken.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Techno Line WS 2816 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Weerstation Techno Line
Handleiding Weerstation
Nieuwste handleidingen voor Weerstation