Suzuki RM-Z250 (2017) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Suzuki RM-Z250 (2017) (233 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Suzuki RM-Z250 (2017) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Suzuki |
| Categorie: | Motor |
| Model: | RM-Z250 (2017) |
Handleiding Suzuki RM-Z250 (2017) – volledige tekst
Black4/13rd cover2nd coverTo p9 mmRM-Z250 (99011-49H57-01H)8WAARSCHUWING/8VOORZICHTIG/LET OP/OPMERKINGLees deze handleiding zorgvuldig door en volg alle aanwijzingen op. Wij leggen er de nadruk op dat in deze handleiding het symbool 8 en de woorden WAARSCHUWING, VOORZICHTIG, LET OP en OPMERKING alle een speciale betekenis hebben en dat er nauwkeurig aandacht aan dient te worden besteed.
De informatie die begint met de volgende woorden is bijzonder belangrijk:OPMERKING:Geeft speciale informatie aan die het onderhoud vergemakkelijkt of de instructies duidelijker maakt.8VOORZICHTIGGeeft een potentieel gevaarlijke situatie aan die kan resulteren in min of meer ernstig letsel.LET OPGeeft een potentieel gevaarlijke situatie aan die kan resulteren in beschadiging van het voertuig en toebehoren.8WAARSCHUWINGGeeft een potentieel gevaarlijke situatie aan die kan resulteren in ernstig of fataal letsel.Deze handleiding moet worden beschouwd als permanent toebehoren van de motorfiets en moet bij doorverkoop, of andersoortige overdracht aan een nieuwe eigenaar of gebruiker, steeds bij de motorfiets blijven.De handleiding bevat belangrijke veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen, die u aandachtig moet doorlezen alvorens de motorfiets in gebruik te nemen.
VOORWOORDDeze handleiding verschaft u de vereiste informatieom uw RM-Z250 voortdurend in topconditie te hou-den. Uw rijvaardigheden en de onderhoudsaanwij-zingen die in dit handboek zijn beschreven, zorgenvoor een topprestatie van uw machine onder allesoorten wedstrijdomstandigheden. Wij wensen u en uw Suzuki motorfiets een succes-volle samenwerking toe, zodat u kunt genieten vanvele jaren rijplezier. Alle informatie, afbeeldingen, foto’s en specificatiesdie u in dit handboek aantreft, zijn volledig bijge-werkt tot het ogenblik van publicatie. Tengevolgevan verbeteringen of andere veranderingen zoudener in dit handboek tegenstrijdigheden kunnen voor-komen.
Suzuki behoudt zich het recht voor om teallen tijde productiewijzigingen aan te brengen,zonder voorafgaande kennisgeving en zonder deverplichting om dezelfde of gelijkwaardige verande-ringen aan te brengen in motorfietsen die voorheenzijn gebouwd of verkocht. Suzuki Motor Corporation hecht grote waarde aanhet behoud en de bescherming van de natuurlijkegrondstoffen van de aarde. Wij raden daarom deeigenaars van onze motorfietsen aan om gebruiktemotorolie, koelvloeistof en andere vloeistoffen, enook de banden, te recyclen, in te ruilen of op dejuiste wijze op te ruimen of weg te doen. ALGEMENE INFORMATIE• Draag een helm en een veiligheidsbrilEen helm is het belangrijkste onderdeel van uwveiligheidsuitrusting. Een helm vermindert uwgezichtsvermogen of gehoor niet in belangrijkemate. Over het algemeen zal een helm ook geenletsel veroorzaken of letsel verergeren wanneeru een ongeluk hebt.
Een helm beschermtgewoon uw hoofd en daarmee uw intelligentie,uw geheugen, uw persoonlijkheid en uw leven. Uw gezichtsvermogen is even belangrijk. Dooreen goede oogbescherming te dragen hebt u ookeen onbelemmerd zicht in de wind en zijn uwogen beschermd tegen takjes en andere voor-werpen in de lucht zoals insecten, vuil en steen-tjes die door de banden worden opgegooid. Draag altijd een helm en oogbescherming wan-neer u rijdt.
• Draag beschermende kledingDraag goede beschermende kleding wanneer uop de motorfiets rijdt. Vermijd loszittende kleding,zoals een lange sjaal, want die kan door debewegende onderdelen gegrepen worden envast komen te zitten. Schaafwonden kunnen ver-minderd worden door handschoenen, sterke laar-zen tot boven de enkels, een lange broek, en eenhemd of jas met lange mouwen te dragen. Erva-ren rijders dragen vaak een nierriem en borst- ofrugbescherming voor extra comfort en bescher-ming. • Inspecteer uw machine voordat u gaat rijdenVoer vóór elk gebruik een inspectie uit zoalsbeschreven in het gedeelte “Periodieke inspec-tie” beschreven op pagina 2-3 en verder. • Geen passagiersEen Suzuki RM-Z is niet geschikt voor een pas-sagier.
• Oefen op een vlak terreinVoordat u gaat rijden, moet u een terrein uitzoe-ken waar u uw vaardigheden kunt oefenen. Zoekeen vlak en open terrein waar voldoende ruimteis om te manoeuvreren. Raadpleeg uw Suzuki-dealer of neem contact op met de politie als ugeen plaats weet waar u kunt oefenen. Zorg dat u op de hoogte bent van de bedieningsor-ganen op uw motorfiets voordat u gaat rijden. • Ken uw grenzenRijd altijd binnen de grenzen van uw eigen vaar-digheid. Door deze grenzen te kennen en altijdbinnen deze grenzen te blijven kunt u ongeluk-ken voorkomen. Rijd ook alleen in evenementendie geschikt zijn voor uw vaardigheid en ervaring. Veilig wedstrijdrijden betekent dat u geestelijk enlichamelijk alert bent om volledig aan de ervaringdeel te nemen.
U mag nooit proberen om eenmotorfiets te besturen, in het bijzonder een mettwee wielen, als u onder invloed van alcohol,drugs of medicijnen bent. Alcohol, drugs en ookmedicijnen, wel of niet op voorschrift van de arts,kunnen slaperigheid, afname van coördinatie enbalans, en een minder goed beoordelingsvermo-gen veroorzaken. RIJD NOOIT OP UW MOTOR-FIETS als u moe bent of onder invloed vanalcohol, drugs of medicijnen. •SlotwoordDe acties van andere rijders zijn niet te voorspel-len. De toestand van uw motorfiets kan verande-ren. Om op alles voorbereid te zijn, moet usteeds de volle aandacht bij het rijden houden. Omstandigheden waaraan u geen schuld hebt,kunnen tot een ongeluk leiden. U moet op hetonverwachte voorbereid zijn door een helm enbeschermende kleding te dragen en door veiligerijtechnieken te oefenen om eventueel letsel enbeschadiging aan de machine tot een minimumte beperken.
WAARSCHUWINGEN BETREFFENDE HET ONDERHOUD WAARSCHUWINGLaat de motor nooit binnen, zoals in eengarage, draaien. De uitlaatgassen bevattenkoolmonoxide, een kleurloos en reukloosgas dat dood door verstikking, of ernstigletsel kan veroorzaken.Laat de motor uitsluitend buiten draaien,waar er frisse lucht is. VOORZICHTIGU kunt zich verbranden aan een hete motoren een hete radiateur.Wacht totdat de motor en de radiateur vol-doende zijn afgekoeld voordat u met dewerkzaamheden begint. WAARSCHUWINGBenzine kan in brand vliegen als u dezeniet voorzichtig behandelt. Benzinedam-pen kunnen gemakkelijk vlam vatten.Rook niet tijdens het werken aan demachine.
Voer geen onderhoud aan demachine uit op een plaats met open vuur ofvonken. WAARSCHUWINGRemvloeistof en koelvloeistof kunnengevaarlijk zijn voor mensen en dieren.Remvloeistof en koelvloeistof zijn schade-lijk en mogelijk zelfs fataal wanneer dezeworden gedronken en veroorzaken ook let-sel wanneer deze in contact komen met deogen of de huid.Houd remvloeistof en koelvloeistof uit debuurt van kinderen. Roep meteen de hulpvan een arts in als deze vloeistoffengedronken worden en probeer de persoonte laten braken. Wanneer remvloeistof ofkoelvloeistof in contact komt met de ogenof de huid, moet u de ogen of de huid over-vloedig met water spoelen.
VOORZORGSMAATREGELEN BETREFFENDE HET ONDERHOUD WAARSCHUWINGUitvoeren van onderhoudswerkzaamhedenterwijl de motor draait, kan gevaarlijk zijn.U kunt door bewegende onderdelen, zoalsde ketting, kettingwielen enz. gegrepenworden.Zet de motor af voordat u met onderhoudbegint. WAARSCHUWINGDe zeef heeft een sterke magneet. De mag-neet kan de werking van een pacemakerbeïnvloeden.Voer geen onderhoud uit als u een pace-maker hebt want deze magneet heeft eensterke magnetische kracht. WAARSCHUWINGUitvoeren van onderhoudswerkzaamhedenzonder de juiste kleding te dragen en bescher-ming te gebruiken kan gevaarlijk zijn.
U kuntletsel oplopen als u niet de juiste kleding ofbescherming gebruikt.Zorg dat u goede kleding en schoenen draagten ook een veiligheidsbril, gezichtsmasker ofhandschoenen gebruikt indien dit nodig is.LET OPWanneer het onderhoud niet juist wordt uitge-voerd, kunnen de onderdelen of de motorfietsworden beschadigd.Om beschadiging van de onderdelen of demotorfiets te voorkomen, moet u de volgendepunten in acht nemen:* Vervang pakkingen, veerringen, borgveren,O-ringen en splitpennen door nieuwe.* Let op dat u bij het monteren van een borg-veer het slot niet verder spreidt dan nodig isom de borgveer over de as te schuiven.* Gebruik speciaal gereedschap indien voorge-schreven.* Gebruik originele SUZUKI onderdelen en deaanbevolen olie.* Wanneer u samen met een andere persoonwerkt, let dan goed op de veiligheid van uwbeiden.* Controleer na het monteren of de onderdelenstevig vastzitten en juist werken.
OPMERKING:* Verwijder eventueel vuil en/of stof van de motor-fiets voordat u met onderhoud begint.* Zorg dat de volgende onderdelen niet nat worden:- Bougie- Dop van benzinetank- Gasklephuis- Brandstofinspuitsysteem- Hoofdremcilinders- Luchtfilterinlaat- Gaskabelhulzen* Droog de motorfiets nadat deze is gewassen.Blaas met perslucht water van onderdelen indienhet nodig is om de onderdelen te verwijderenmeteen nadat de motorfiets is gewassen.VERVANGINGSONDERDELENOPMERKING:Gebruik van vervangingsonderdelen die niet vangelijkwaardige kwaliteit zijn als originele SUZUKIonderdelen kan leiden tot een inferieure prestatieen beschadiging.Gebruik uitsluitend originele SUZUKI vervangings-onderdelen of gelijkwaardige onderdelen.
OrigineleSUZUKI onderdelen zijn topkwaliteit onderdelen diespeciaal ontworpen en vervaardigd zijn voorSUZUKI motorfietsen.LET OPHogedrukwaterstralen zoals in autowasse-rettes kunnen zo krachtig zijn dat deonderdelen van uw motorfiets wordenbeschadigd. Hierdoor kan roest, corrosieen verhoogde slijtage worden veroor-zaakt. Ook speciale onderdelenreinigerskunnen schadelijk zijn voor delen van demotorfiets.Gebruik geen water onder hoge druk voorhet schoonmaken van uw motorfiets.Gebruik geen onderdelenreiniger op hetgasklephuis en de brandstofinspuitings-sensors.LET OPGebruik van een reinigingsmiddel opalkali- of zuurbasis, of gebruik van ben-zine, remvloeistof of een ander oplosmid-del kan de onderdelen van de motorfietsbeschadigen.Gebruik voor het schoonmaken uitsluitendeen zachte doek en warm water met eenmilde zeep.
SYMBOLEN EN MATERIALENIn de onderstaande tabel staan de symbolen die instructies en andere informatie aangeven. De betekenisvan elk symbool staat ook in de tabel.SYMBOOLBETEKENISSYMBOOLBETEKENISControle van aanhaalkoppel vereist.De gegevens ernaast geven het voorgeschreven koppel aan. THREAD LOCK CEMENT “1303B” of een gelijkwaardig product aanbrengen. 99000-32030Olie aanbrengen.
Motorolie of versnellingsbakolie gebruiken, tenzij anders voorgeschreven.THREAD LOCK CEMENT “1322D” of een gelijkwaardig product aanbrengen.99000-32150Molybdenum-olieoplossing aanbrengen.(Mengsel van motorolie en SUZUKI MOLY PASTE in de verhouding 1:1)THREAD LOCK CEMENT “1342H” of een gelijkwaardig product aanbrengen.99000-32160SUZUKI SUPER GREASE “A” of een gelijkwaardig product aanbrengen.99000-25011THREAD LOCK CEMENT “1360” of een gelijkwaardig product aanbrengen.99000-32130SUZUKI SILICONE GREASE of een gelijkwaardig product aanbrengen.99000-25100Gebruik KYB SUSPENSION OIL KHL15-11 of een gelijkwaardig product.SUZUKI MOLY PASTE of een gelijkwaardig product aanbrengen.99000-25140Gebruik REAR SUSPENSION OIL KHV10-K2C of een gelijkwaardig product.SUZUKI WATER RESISTANTGREASE EP2 of een gelijkwaardig product aanbrengen.99000-25350Gebruik SUZUKI SUPER LONG LIFE COOLANT (Blauw).99000-99032-20XSUZUKI BOND “1215” of een gelijkwaardig product aanbrengen.99000-31110Gebruik SUZUKI LONG LIFE COOLANT (Groen) of een gelijkwaardig product.99000-99032-12XSUZUKI BOND “1207B” of een gelijkwaardig product aanbrengen.99000-311401303BOIL1322DM/O1342HA1360SFORKMRSLLC12151207B
ALGEMENE INFORMATIE 1-3ACCESSOIRESZIJSTANDAARDDeze motorfiets is niet uitgerust met een zijstandaard. Om demotorfiets voor een korte tijd te ondersteunen, kunt u de zijstan-daard gebruiken die bij de motorfiets wordt geleverd. Wanneeronderhoud aan de motorfiets wordt uitgevoerd, dient een onder-houdsstandaard te worden gebruikt en moet de onderkant vande motor stevig worden ondersteund. Verwijder altijd de bijgele-verde zijstandaard wanneer u op de motorfiets rijdt. AANBEVOLEN BENZINE EN OLIEBenzine: Gebruik alleen loodvrije benzine met een pompoctaangetal van 90 of hoger. (R/2 + M/2 methode). Voor de VS en CanadaGebruik alleen loodvrije benzine met een pompoctaangetal van 95 of hoger. (Research-methode).
Voor andere landenAANBEVELING VOOR ZUURSTOFHOUDENDE BRANDSTOF (VS, Canada en EU)Geoxygeneerde brandstof die voldoet aan het minimum octaangehalte en aan de onderstaande vereistenmag ook gebruikt worden, zonder dat hierdoor de voorzieningen van de Beperkte garantie voor een nieuwvoertuig (New Vehicle Limited Warranty) of de Garantie voor het emissieregelsysteem (Emission ControlSystem Warranty) in gevaar worden gebracht. OPMERKING:Geoxygeneerde brandstof is brandstof die zuurstofdragende toevoegingen bevat zoals MTBE of alcohol. Benzine met MTBEU mag in uw motorfiets loodvrije benzine gebruiken die MTBE (Methyl Tertiary Butyl Ether) bevat, mits hetMTBE gehalte niet meer is dan 15%. Deze geoxygeneerde brandstof bevat geen alcohol. Benzine/ethanol-mengselsMengsels van loodvrije benzine en ethanol (graanalcohol), ook bekend als “GASOHOL”, zijn in sommigegebieden verkrijgbaar.
Deze mengsels mogen ook in uw motorfiets worden gebruikt, mits ze niet meer dan10% ethanol ( ) bevatten. Zorg ervoor dat het gebruikte benzine-ethanol mengsel een octaangetal heeftdat niet lager is dan het octaangetal aanbevolen voor benzine.
Benzine/methanol-mengselsBrandstof die 5% of minder methanol (houtalcohol) bevat, kan ook geschikt zijn indien deze complemente-rende oplosmiddelen en corrosie-inhibitors bevat. GEBRUIK NOOIT brandstof die meer dan 5% methanol bevat. Bij gebruik van dergelijke brandstoffen kanhet brandstofsysteem beschadigd worden en kan de prestatie van de motorfiets afnemen. Suzuki kan hier-voor niet verantwoordelijk worden gesteld en het is mogelijk dat de Beperkte garantie voor een nieuw voer-tuig (New Vehicle Limited Warranty) of de Garantie voor het emissieregelsysteem (Emission Control SystemWarranty) geen dekking geeft.
1-4 ALGEMENE INFORMATIEOPMERKING:* Om luchtvervuiling tegen te gaan, beveelt Suzuki aan om een geoxygeneerde brandstof te gebruiken. * Let op dat alle zuurstofhoudende brandstof die u gebruikt het aanbevolen octaangetaal heeft. * Als u niet tevreden bent met de prestaties van uw motorfiets wanneer u een geoxygeneerde brandstofgebruikt of als de motor klopt, gebruik dan benzine van een ander merk, omdat er verschil bestaat tussende merken. Motorolie: SUZUKI beveelt het gebruik van SUZUKI PERFOR-MANCE 4 MOTOR OIL of een gelijkwaardigemotorolie aan. Gebruik van SG/SH/SJ/SL in API metJASO MA/MA1/MA2. De aanbevolen viscositeit isSAE 10W-40. Als SAE 10W-40 olie niet verkrijgbaaris, kan een andere olie worden gebruikt overeen-komstig de tabel rechts hiernaast.
Voor de VSMOTUL 300V 10W-40 (aanbevolen) of gebruik pre-miumkwaliteit 4-takt motorolie om een lange levens-duur van uw motorfiets te verkrijgen. Gebruik vanSG/SH/SJ/SL in API met JASO MA/MA1/MA2. Deaanbevolen viscositeit is SAE 10W-40. Als SAE10W-40 motorolie niet verkrijgbaar is, kan eenandere olie worden gebruikt overeenkomstig detabel rechts hiernaast. Voor andere landenEnergiebesparend (Energy Conserving)Suzuki raadt het gebruik van oliën met de aanduiding “ENERGY CONSERVING” of “RESOURCE CON-SERVING” af. Sommige motoroliën die API klasse SH, SJ of SL zijn, hebben de aanduiding “ENERGYCONSERVING” in het donutvormige API classificatiemerkteken. Deze olieën kunnen een nadelige invloedhebben op de levensduur van de motor en de prestatie van de koppeling. Inhoud van benzinetank: 6,5 LLET OPGemorste benzine die alcohol bevat kan de gelakte delen van uw motorfiets aantasten.
Zorg ervoor dat u geen benzine morst bij het vullen van de benzinetank. Veeg gemorste benzineonmiddellijk op. MULTIGRADETEMP. Aanbevolen Niet aanbevolenAPI SG, SH, SJ of SL API SH, SJ of SL WAARSCHUWINGBenzine is een ontvlambare vloeistof die brand en brandwonden kan veroorzaken.
ALGEMENE INFORMATIE 1-5BEDIENINGSAANWIJZINGENSTARTEN VAN DE MOTOR• Inspecteer het motoroliepeil, het koelvloeistofpeil en de staat van het luchtfilter voordat u de motor start. (2-11, -14, -23)• Controleer of er voldoende benzine in de tank is voor de trainingsrit of de wedstrijd voordat u de motor start. • Schakel de versnelling in de vrijstand. OPMERKING:Wanneer de koppelingshendel is ingetrokken, kunt u de motor starten terwijl in een versnelling isgeschakeld. OPMERKING:Bij vol gas geven in de vrijstand zal de motor overtoeren draaien. Overschrijding van de toerentallimiet kanresulteren in een kortere levensduur. Laat de motor niet overtoeren draaien. Wanneer de motor koud is:1) Trek de startknop/stationairstelschroef 1 naar buiten. OPMERKING:Trek alleen aan de startknop/stationairstelschroef 1, draai erniet aan.
2) Trap het kickstarterpedaal langzaam vanuit de hoogstestand omlaag totdat er compressieweerstand van de motorwordt gevoeld, laat het kickstarterpedaal vanuit deze standlos en laat het pedaal naar boven terugkeren. Terwijl u hetgas dichthoudt, trapt u het kickstarterpedaal flink omlaagdoor de volledige slag. Open nooit het gas tijdens hetgebruik van de kickstarter. OPMERKING:Zorg dat de zijstandaard is verwijderd wanneer u de motor metde kickstarter start. 3) Breng de startknop/stationairstelschroef 1 in de uitgangs-stand terug wanneer de motor met een stabiel toerentaldraait. OPMERKING:Wanneer de startknop/stationairstelschroef 1 rechtsom wordtgedraaid, neemt het stationair toerental af. Draai de schroef linksom om het stationair toerental te verho-gen. De standaardpositie van de knop is 5 tot 6 volle slagennaar buiten vanuit de volledig naar binnen gedraaide stand.
1-6 ALGEMENE INFORMATIEWanneer de motor al warm is of bij herstarten:Trap het kickstarterpedaal langzaam vanuit de hoogste stand omlaag totdat er compressieweerstand vande motor wordt gevoeld, laat het kickstarterpedaal vanuit deze stand los en laat het pedaal naar boventerugkeren. Terwijl u het gas dichthoudt, trapt u het kickstarterpedaal flink omlaag door de volledige slag. Open nooit het gas tijdens het gebruik van de kickstarter. OPMERKING:Als de motor niet gestart kan worden, draai dan het gas volledig open en trap het kickstarterpedaallangzaam ongeveer 4 – 5 maal omlaag om het overrijke brandstofmengsel uit de motor te lozen. Start dande motor met het kickstarterpedaal terwijl u het gas dichtgedraaid houdt. *1 Als de motor na de bovenstaande procedure niet aanslaat, trekt u aan de startknop/stationairstelschroefom de motor te starten.
Wanneer de motor aanslaat, moet u de startknop/stationairstelschroef meteenterugduwen. Wanneer de motorfiets geruime tijd niet is gebruikt:Als gevolg van de verslechtering van de kwaliteit van de benzinewanneer deze lange tijd in de benzineleiding is, kan de motormoeilijk worden gestart totdat de verslechterde (verschaalde)benzine uit de benzineleiding is afgevoerd. De kickstarter moetmeerdere malen worden gebruikt om de benzine uit de benzine-leiding af te voeren. 1) Maak de benzinetank meer dan halfvol. 2) Schakel de versnelling in de vrijstand. 3) Terwijl u het gas ongeveer 1/4 opendraait, bedient u de kick-starter 30 tot 40 maal. OPMERKING:Het volume van de brandstofinspuiting wordt groter wanneer degasklep opengedraaid wordt. Draai het gas echter niet meer dan1/2 open want de brandstofinspuiting wordt afgesloten wanneerhet gas volledig is opengedraaid in de motorstartstand.
4) Start de motor door de startprocedure voor een koude motorop te volgen. OPMERKING:Als de motor na een paar maal starten niet aanslaat, kan ditbetekenen dat het lucht/brandstofmengsel in de verbrandings-kamer niet optimaal is.
In dit geval bedient u de kickstarter 4 of 5maal met het gas volledig opengedraaid om het overrijke brand-stofmengsel uit de motor te lozen. Er wordt geen benzine inge-spoten bij volledig opengedraaid gas in de motorstartstand. Omstandigheden waarbij de startknop/stationairstelschroef wordt gebruiktToestand van de motor Startknop/stationairstelschroefWarme motor Terugduwen (OFF) *1Koude motor Uittrekken (ON)1/41/2.
ALGEMENE INFORMATIE 1-7STOPPEN VAN DE MOTOR1) Schakel de versnelling in de vrijstand.2) Druk op de motorstopschakelaar 1 om de motor te stoppen.VERSNELLINGSBAKDeze motorfiets heeft 5 versnellingen. De vrijstand bevindt zichtussen de eerste en de tweede versnelling. Schakel in de eersteversnelling door het versnellingspedaal vanuit de vrijstandomlaag te trappen. U kunt daarna omhoogschakelen door hetversnellingspedaal voor elke versnelling een keer omhoog tehalen. Wanneer u in de vrijstand wilt schakelen, brengt u hetversnellingspedaal omhoog of omlaag tot de positie midden tus-sen de eerste en de tweede versnelling.UITKIEZEN VAN DE ECM TUNING-SCHEMABij deze motorfiets kunt u een van de drie ECM-Schema kiezenovereenkomstig de weers- en rijomstandigheden.Zie UITKIEZEN VAN DE ECM TUNING-SCHEMA voor bijzon-derheden.
(3-2)UITKIEZEN VAN DE S-HAC (SUZUKI HOLES-HOT ASSIST CONTROL) SCHEMADit is een systeem dat u helpt bij de start van wedstrijden waar-bij een starthek wordt gebruikt.Zie UITKIEZEN VAN DE S-HAC (SUZUKI HOLESHOT ASSISTCONTROL) SCHEMA voor bijzonderheden. (3-4)N23451
1-8 ALGEMENE INFORMATIEINRIJDENWANNEER DE MOTORFIETS NIEUW IS1) Warm de motor op voordat u wegrijdt.2) Rijd gedurende 60 minuten met het gas minder dan 1/2opengedraaid.3) Rijd gedurende 60 minuten met het gas minder dan 3/4opengedraaid.OPMERKING:* De inrijperiode is de periode waarin de meeste slijtageoptreedt.* De bouten en moeren van een nieuwe machine kunnen snellos gaan zitten. Haal de bouten en moeren tijdens de inrijpe-riode regelmatig aan.A GESLOTENB 1/2C VOLLEDIG GEOPENDWANNEER MOTORONDERDELEN VERVANGEN ZIJNVolg dezelfde procedure wanneer een van de volgende onder-delen is vervangen:• Zuiger• Zuigerveer• Cilinder•Krukas• Krukaslager
Als ude motorfiets onder veeleisende omstandigheden gebruikt, dient u de onderhoudstaken vaker uit te voerendan staat aangegeven in het schema.PeriodewedstrijdenElke wedstrijdElke 3 wedstrijdenElke 6 wedstrijdenOpmerkingenOnderhoudspuntuurElke 2 uurElke 6 uurElke 12 uurBougie I — —Luchtfilter S — — Vervang het luchtfilterelement naar vereist.Motorolie — V — Ververs na de 1e inrijperiode.Motoroliefilter — — VOliezeven — I — Inspecteer na de 1e inrijperiode.Koelsysteem I — —Vervang de radiateurslang en de koelvloei-stof elk jaar.Doorspoelen bij reviseren of opslag.Koppeling I — — Vervang de koppelingsplaten naar vereist.Gaskabel en koppelingskabel I & Sm — —Gasklephuis I — —Gasklepstandsensor I — —Carterontluchtingsslang I — —Brandstofslang I — — Vervang elke 4 jaar.Klepspeling — — IZuiger — — VZuigerveer — — VCilinderkop, cilinder — — IKnaldemper I — —Uitlaatdemper I — V Vervang na een wedstrijd in zand.Kickstarterpedaal I & Sm — —Ketting I & Sm V — Elke 30 minuten kettingspanning afstellen.Oliekeerring carter-aandrijfas I — —Inspecteer de oliekeerring regelmatig op ongerechtigheden (stof, gruis of ander vuil).Vervang de ring indien nodig door een nieuwe.Motorkettingwiel I — —Controleer de kettingwielbout daarna op los-zitten na elke wedstrijd.Achterkettingwiel I — —De kettingwielbouten na de eerste 10 rijmi-nuten en daarna opnieuw na elke 10 rijminu-ten controleren en aanhalen, en vervolgens na elke wedstrijd.Kettingbuffer en geleider — V —Remmen I — —Vervang de remslang en de remvloeistof elk jaar.Bout voorremklauwas — A —Voorvorkolie — V — Ververs na de 1e inrijperiode.
PERIODIEK ONDERHOUD 2-7PROCEDURE VOOR AANDUIDING VAN DE MOTORLOOPTIJD1. Sluit een 12-volt accu met de accukabel aan op de dia-gnosestekker. (4-50)2. Nadat het indicatielampje 2 seconden heeft gebrand (lamp-controle), zal de motorlooptijd worden aangegeven door detijdsduur dat het indicatielampje brandt.36890-28H00: Accukabel (los verkrijgbaar)OPMERKING:* Het oplichten van het lampje voor de lampcontrole en aange-ven van de motorlooptijd gebeurt een keer. Als er een DTCaanwezig is, zal deze DTC herhaaldelijk worden weergege-ven.* Het indicatielampje brandt 0,2 seconde per 1 uur motorloop-tijd.De aanduiding van de motorlooptijd is beperkt tot 100 uur(lampje brandt 20 seconden).* Voer dezelfde bediening uit wanneer de motor wordt gestart.1.0 1.02.0 3.02.4VOORBEELD: Wanneer de motorlooptijd 12 uur is.IndicatielampjeAANUITLampcontrole MotorlooptijdHerhalenDTC wordt aangegevenTijd (sec.)
2-8 PERIODIEK ONDERHOUDPROCEDURE VOOR TERUGSTELLEN VAN DE MOTORLOOPTIJD1. Sluit een 12-volt accu met de accukabel aan op de diagnosestekker. (4-50)2. Nadat de accukabel is aangesloten, draait u de gasgreep volledig open binnen 2 seconden en houd dandeze toestand gedurende 5 tot 10 seconden aan.3. Draai de gasgreep langer dan 5 seconden helemaal dicht.4. Maak de accukabel los.36890-28H00: Accukabel (los verkrijgbaar)OPMERKING:Bij een defect van de TP-sensor is terugstellen van de motorlooptijd niet mogelijk.2.0 5.05.0 – 10.0Tijd (sec.)Maak de accukabel los.GasgreepVolledig geopendVolledig gesloten
PERIODIEK ONDERHOUD 2-9BOUGIE• Verwijder het zadel. (4-2)• Verwijder de radiateurafdekkingen en de brandstoftank.(4-2)• Houd de bout van het kleppendeksel tegen met de sleutel.• Verwijder de bougiekaphouder 1 door de bouten te verwijde-ren.• Maak de bougiekap los.• Reinig de bougiekap en het bougiegat.• Verwijder de bougie met het speciaal gereedschap. 09930-10121: BougiesleutelsetOPMERKING:Verwijder eventueel vuil rondom de bougie voordat u deze ver-wijdert, om te voorkomen dat het vuil in de verbrandingskamerterechtkomt.• Inspecteer de toestand van de bougie, de kleur van de elek-trode, de koolafzetting, de elektrodenafstand en eventuelebeschadiging van het porseleinen gedeelte van de bougie.• Vervang de bougie als deze erg versleten of verbrand is. Vervang de bougie ook als het porselein, de schroefdraadenz.
2-10 PERIODIEK ONDERHOUD• Meet de elektrodenafstand A met een draaddiktemeter.• Vervang de bougie als de afstand niet binnen de tolerantieg-renzen is.OPMERKING:Om beschadiging van de iridium middenelektrode te voorko-men, moet u een draaddiktemeter gebruiken om de afstand tecontroleren. Probeer de elektrodenafstand nooit af te stellen. Elektrodenafstand: 0,9 – 1,0 mm Standaardbougie• Haal de bougie met het voorgeschreven koppel aan nadat udeze eerst met de vingers hebt aangedraaid. 09930-10121: Bougiesleutelset Bougie: 11 N·m (1,1 kgf-m)• Sluit de bougiekap stevig aan zoals afgebeeld.• Monteer de bougiekaphouder 1.• Haal de bouten van de bougiekaphouder 2 met het voorge-schreven koppel aan. Bout van bougiekaphouder: 11 N·m (1,1 kgf-m)a 90 ± 20°NGK CR8EIB-10
PERIODIEK ONDERHOUD 2-11LUCHTFILTERLUCHTFILTERELEMENT VERWIJDEREN• Verwijder het zadel. (4-2)• Verwijder de vleugelbout 1.• Verwijder het element 2 uit de elementhouder.LUCHTFILTERELEMENT WASSEN• Vul een bak die groot genoeg is voor het element met eenniet-ontvlambaar oplosmiddel A. Dompel het element in hetoplosmiddel en maak het schoon.A: MOTUL AIR FILTER CLEAN of een gelijkwaardig oplosmiddel• Pers het overvloedige oplosmiddel met uw handen uit hetschoongemaakte element. Wring het element niet uit, wantdat kan resulteren in scheuren.• Laat het element in een plastic zak drogen. Doe wat schuimfil-terolie B in de zak en werk de olie in het element.B: MOTUL AIR FILTER OIL of een gelijkwaardige filterolie• Pers de overvloedige olie met uw handen uit het element.
2-12 PERIODIEK ONDERHOUDLUCHTFILTERELEMENT MONTEREN• Smeer filterolie op de voet van het element waar dit in contactkomt met de luchtfilterkast.• Plaats het element 2 op de elementhouder 1.OPMERKING:Pas het uitsteeksel A van de elementhouder in het gat van hetelement 2.• Monteer de onderdelen in de luchtfilterkast door het uitsteek-sel A van de elementhouder aan het gat B van de luchtfilter-kast te bevestigen.OPMERKING:Volg de onderstaande aanwijzingen om te voorkomen dat erwater via het luchtfilterelement in de motor komt bij het schoon-maken van de motorfiets.• Bedek het element met een plastic zak.• Monteer het zadel.• Bedek de inlaatgaten in de framedeksels om te voorkomendat water in de luchtfilterkast terechtkomt.• Spuit geen hogedrukwaterstraal op de luchtfilterkast.LET OPBij een verkeerde montage van het element kunnen erstof en vuil in de verbrandingskamer terechtkomen.Dit kan resulteren in slijtage van de zuiger en de cilin-der.Controleer de afdichtingen van het element nadat uhet element gemonteerd hebt.
Gebruik uitsluitend motorolie van goede kwaliteit.* Wees voorzichtig dat geen vuil in het carter terechtkomt via de motorolievulopening.* Veeg gemorste motorolie weg.* Een verkeerd motoroliepeil heeft een nadelige invloed op de motorprestatie.OPMERKING:Recycle afgewerkte olie of ruim deze op de juiste manier op. WAARSCHUWINGVerkeerd gebruik van motorolie kan gevaarlijk zijn.Lees de instructies op het motorolieblik voordat u de motorolie ververst.LET OPGebruik van verkeerde motorolie kan resulteren in slippen van de koppeling.Gebruik geen motorolie met toevoegingen voor het verminderen van de wrijving. VOORZICHTIGHete motorolie en uitlaatpijpen kunnen brandwonden veroorzaken.Wacht tot de motorolie-aftapplug en de uitlaatpijpen zijn afgekoeld voordat u deolie aftapt. WAARSCHUWINGWanneer kinderen of huisdieren per ongeluk nieuwe of afgewerkte olie binnenkrijgen, kan dit ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken.
Herhaaldelijk enlangdurig contact met afgewerkte motorolie kan huidkanker veroorzaken. Kort-stondige aanraking met olie kan huidirritatie veroorzaken.Houd nieuwe en afgewerkte olie en gebruikte oliefilters altijd buiten het bereikvan kinderen en huisdieren. Om eventueel contact met afgewerkte olie tot eenminimum te beperken, moet u kleding met lange mouwen dragen en ook hand-schoenen die geen vloeistof doorlaten (zoals afwashandschoenen) wanneer u deolie ververst. Als er olie op uw huid terechtkomt, was dan de betreffende plaatsgrondig met zeep en water. Kleding of doeken waarop olie terecht is gekomen,moeten in de was worden gedaan. Recycle afgewerkte olie of gebruikte filters ofruim deze op de juiste manier op.
2-14 PERIODIEK ONDERHOUDINSPECTIE ALVORENS HET MOTOROLIEPEIL TE CONTROLEREN• Controleer voordat u de motor start of er voldoende olie in demotor is om deze te laten draaien.• Kantel de motorfiets naar rechts en controleer het oliepeil inhet inspectievenster 1.LET OPAls de motor wordt gestart terwijl er geen of onvol-doende olie in is, kunnen de motoronderdelen wordenbeschadigd.Houd de motorolie altijd op het voorgeschreven peil
PERIODIEK ONDERHOUD 2-15MOTOROLIEPEIL INSPECTEREN• Houd de motorfiets tijdens de inspectie recht overeind en zorgdat de motorfiets op een vlakke ondergrond staat.OPMERKING:Het motoroliepeil kan alleen nauwkeurig worden gemeten wan-neer de motorfiets recht overeind staat, dus let erop dat demotorfiets niet schuin wordt gehouden.• Laat de motor opwarmen. Start de motor en laat deze 3 minu-ten stationair draaien.OPMERKING:Laat de motor niet hoger dan stationair draaien, want anderswordt het oliepeil niet goed gemeten.• Stop de motor en wacht 2 minuten. Controleer het oliepeil inhet inspectievenster 1.• Als het peil lager staat dan de bovenste streep 3, verwijderdan de vuldop 2 en giet een geschikte hoeveelheid van deaanbevolen olie naar binnen.• Als het peil hoger staat dan de bovenste streep 3, tap danolie af totdat deze tot de bovenste streep 3 staat.
2-16 PERIODIEK ONDERHOUDMOTOROLIE VERVERSEN• Houd de motorfiets tijdens de inspectie recht overeind en zorgdat de motorfiets op een vlakke ondergrond staat.• Laat de motor opwarmen.• Verwijder de vuldop, de BDP-plug 1, de aftapplug 2 en deaftapplug Nr. 2 3. Tap de motorolie af.• Vervang de O-ring door een nieuwe en draai de BDP-plug 1vast. BDP-plug: 14 N·m (1,4 kgf-m)• Trap het kickstarterpedaal tienmaal of vaker omlaag.OPMERKING:Om te voorkomen dat de motor aanslaat, drukt u tegelijk met hetintrappen van het kickstarterpedaal ook de motorstopschakelaarin.• Schommel de motorfiets tweemaal of vaker naar rechts enlinks. Tap alle motorolie grondig af.• Vervang de pakkingsvulringen door nieuwe en draai de aftap-pluggen vast. Olie-aftapplug: 21 N·m (2,1 kgf-m)Olie-aftapplug Nr.
PERIODIEK ONDERHOUD 2-19OLIEZEEF (Nr. 2) VERWIJDEREN• Tap de motorolie af. (2-16)• Verwijder het versnellingspedaal. (4-6)• Verwijder het ontstekingsmagneetdeksel. (4-52)• Verwijder het deksel van oliepomp Nr. 2 2 door de bouten 1te verwijderen.• Verwijder oliezeef Nr. 2 4 door de bouten 3 te verwijderen.
2-20 PERIODIEK ONDERHOUDINSPECTEREN EN SCHOONMAKENOLIEZEEF (Nr. 1)• Controleer de oliezeef op beschadiging en verstopping.• Vervang de oliezeef als deze beschadigd is.• Als de oliezeef verstopt is, maak deze dan schoon aan dehand van de volgende procedures.OPMERKING:Maak de oliezeef 2 tot 3 maal grondig schoon want er kunnenstaaldeeltjes in zitten wanneer de motor nieuw is.• Verwijder de clip 1.• Verwijder de magneet 2 met een geschikte stalen staaf.OPMERKING:Breng de magneet niet in de buurt van een magnetische kaart,een mobiele telefoon, een horloge e.d. want deze magneetheeft een sterke magnetische kracht.• Maak de magneet en de oliezeef schoon.• Steek de magneet en de clip in de oliezeef.
Haak de clip 1aan de groef A. VOORZICHTIGU kunt uw vingers bezeren aan de scherpe staaldeel-tjes rondom de magneet van de oliezeef.Draag beschermende handschoenen bij het verwijde-ren van de staaldeeltjes uit de oliezeef. WAARSCHUWINGDe magneet is schadelijk wanneer deze wordt inge-slikt.Neem meteen contact op met een arts wanneer de ver-wijderde magneet wordt ingeslikt.
2-22 PERIODIEK ONDERHOUDOLIEZEEF (Nr. 2) MONTEREN• Monteer oliezeef Nr. 2 1 en haal de bouten van oliezeef Nr. 22 met het voorgeschreven koppel aan. Bout van oliezeef Nr. 2: 5,5 N·m (0,55 kgf-m)• Monteer het deksel van oliepomp Nr. 2 3 en haal de boutenvan oliepomp Nr. 2 4 met het voorgeschreven koppel aan. Bout van oliepomp Nr. 2: 11 N·m (1,1 kgf-m)• Monteer het ontstekingsmagneetdeksel. (4-54)• Monteer het versnellingspedaal.INSPECTIE NA HET MONTEREN• Motoroliepeil en olielekkage (2-15)OLIEZEEF (Nr. 1) MONTEREN• Monteer de oliezeef en haal dan de oliezeefkap met het voor-geschreven koppel aan.OPMERKING:Vervang de pakkingring door een nieuwe. Motoroliezeefkap: 21 N·m (2,1 kgf-m)• Giet nieuwe motorolie naar binnen en controleer het oliepeil.(2-15)
PERIODIEK ONDERHOUD 2-23KOELVLOEISTOFKOELVLOEISTOFPEIL CONTROLEREN• Verwijder de radiateurdop 1.• Controleer of de koelvloeistof tot de onderrand van de inlaato-pening komt. Als dit niet het geval is, moet u de radiateur bij-vullen met de voorgeschreven koelvloeistof.• Draai de radiateurdop 1 stevig vast.OPMERKING:* Deze motorfiets heeft geen expansiereservoir aan het uiteindevan de ontluchtingsslang. Dit betekent dat het koelvloeistofpeiltijdens het rijden lager kan worden. Controleer het koelvloei-stofpeil telkens voordat u gaat rijden.* Wanneer u koelvloeistof bijvult met SUZUKI LONG LIFECOOLANT, gebruik dan een mengsel van koelvloeistof engedistilleerd water in de verhouding 50:50.
Wanneer u alleenwater toevoegt, zal de koelvloeistof verdund worden waardoorde koelprestatie minder is.* Als de motorfiets bij temperaturen beneden –31°C wordtgebruikt, moet het percentage antivries worden verhoogd naar55% of 60%, zoals aangegeven in afbeelding 1.* “SUZUKI SUPER LONG LIFE COOLANT” is voorgemengd inde juiste verhouding.
Voeg alleen “SUZUKI SUPER LONGLIFE COOLANT” toe als het koelvloeistofniveau lager wordt.Het is niet nodig om “SUZUKI SUPER LONG LIFECOOLANT” te verdunnen wanneer de koelvloeistof wordt ver-verst. WAARSCHUWINGAls u de radiateurdop opent terwijl de motor warm is,kunt u brandwonden oplopen als gevolg van de hetevloeistof of stoom die naar buiten spuit.Open de radiateurdop niet wanneer de motor warm is.Wacht totdat de motor voldoende is afgekoeld.LET OPWanneer de radiateurdop niet goed is vastgedraaid,zal het koelsysteem niet de voorgeschreven werkdrukbereiken waardoor het systeem oververhit raakt.Draai de radiateurdop stevig vast tot deze vergrendelt.Percentage antivries Vriespunt50% – 31°C55% – 40°C60% – 55°C-7020 40 60 80 100-60-50-40-30-20-100-94-76-58-40-22-41432Afb. 1 Percentage koelvloeistof en vriespuntPercentage (%)Vriespunt
2-24 PERIODIEK ONDERHOUDKOELVLOEISTOF BIJVULLEN• Gebruik “SUZUKI SUPER LONG LIFE COOLANT” of“SUZUKI LONG LIFE COOLANT”.OPMERKING:De radiateur, cilinder en cilinderkop zijn gemaakt van alumi-niumlegering. Bij gebruik van een niet aanbevolen koelvloeistofkan de aluminiumlegering corroderen en kunnen de kanalenvoor de koelvloeistof verstopt raken.KOELSYSTEEM INSPECTERENControleer de volgende punten voor elke trainingsrit en wed-strijd.• Lekkage van koelvloeistof• Scheuren en veroudering van de radiateurslang• Montagetoestand van de radiateur• Toestand van de radiateuroverloopslang• Toestand van de radiateurribben WAARSCHUWINGKoelvloeistof is schadelijk wanneer deze wordtgedronken en veroorzaakt ook letsel wanneer deze incontact komt met de ogen of de huid.Houd koelvloeistof uit de buurt van kinderen en huis-dieren.
Roep meteen de hulp van een arts in als koel-vloeistof gedronken wordt en probeer de persoon telaten braken. Wanneer koelvloeistof in contact komtmet de ogen of de huid, moet u de ogen of de huidovervloedig met water spoelen.
PERIODIEK ONDERHOUD 2-25KOPPELINGSKABELStel de vrije slag van de koppelingskabel als volgt af:GROTE AFSTELLINGEN• Draai de borgmoer 1 los.• Draai aan de afsteller 2 tot de vrije slag A van de koppe-lingshendel, gemeten bij de hendelhouder, ongeveer 2 – 3mm is bij het inknijpen van de hendel totdat er druk gevoeldwordt.• Haal de borgmoer 1 met het voorgeschreven koppel aan. Vrije slag A van koppelingshendel: 2 – 3 mm Borgmoer van kabelafsteller: 4,5 N·m (0,45 kgf-m)KLEINE AFSTELLINGEN• Draai aan de afsteller 3 tot de vrije slag A van de koppe-lingshendel, gemeten bij de hendelhouder, ongeveer 2 – 3mm is bij het inknijpen van de hendel totdat er druk gevoeldwordt. Vrije slag A van koppelingshendel: 2 – 3 mm
2-26 PERIODIEK ONDERHOUDGASKABELStel de vrije slag van de gaskabel A als volgt af:GASKABEL AFSTELLEN• Verwijder de kabelhuls 1.• Draai de borgmoer 2 los.• Draai aan de afsteller 3 tot de gasgreep 2 – 4 mm vrije slagheeft aan de omtrek.• Draai de borgmoer 2 vast.• Monteer de kabelhuls 1. Vrije slag A van gaskabel: 2 – 4 mmOPMERKING:De gaskabel is voorzien van kabelhulzen. Controleer of dekabelhulzen stevig vastzitten. Breng geen water rechtstreeks opde hulzen aan bij het wassen van de motorfiets. Veeg eventueelvuil met een natte doek van de hulzen wanneer deze vuil zijn. WAARSCHUWINGAls de vrije slag van de gaskabel niet juist is afgesteld,kan dit ertoe leiden dat het toerental plotseling toe-neemt wanneer u aan het stuur draait.
Hierdoor kunt ude controle over de motorfiets verliezen met een onge-luk tot gevolg.Stel de vrije slag van de gaskabel zo af dat het motor-toerental niet toeneemt wanneer u aan het stuurdraait. WAARSCHUWINGBij een verkeerde afstelling van de gaskabel kunt u decontrole over de motorfiets verliezen met een ongeluktot gevolg.Controleer na het afstellen of het motortoerental nietwordt verhoogd wanneer het stuur wordt bewogen enof de gasgreep soepel en automatisch naar de begin-stand terugkeert.
PERIODIEK ONDERHOUD 2-27OLIETOEVOER VAN GASKABEL• Maak een verfmerkteken bij het pasvlak van het gaskabelhuisen het stuur voordat u met de demontage begint. (4-92)• Verwijder het gaskabelhuis 1.• Breng olie op de gaskabels aan.• Breng vet aan op het glijoppervlak van het stuur en de gas-greep.• Breng vet op de gaskabelspoel aan. 99000-25350:SUZUKI WATER RESISTANT GREASE EP2 of gelijkwaardig• Monteer het gaskabelhuis. (4-98)GASKLEPHUIS• Inspecteer het gasklephuis op vuil en modder. Maak het gas-klephuis schoon als er vuil of modder wordt gevonden.OPMERKING:Breng geen hogedrukwaterstraal aan op de afvoer van de gas-kabelafdekking want dan kan er modderwater in de afdekkingterechtkomen.
PERIODIEK ONDERHOUD 2-29STATIONAIR TOERENTAL• Stel de vrije slag van de gaskabel af. (2-26)• Laat de motor opwarmen.OPMERKING:Maak deze afstelling terwijl de motor warm is.• Sluit het speciaal gereedschap (motortoerenteller) op de bou-giekabel aan. 09900-26006: Motortoerenteller• Start de motor, draai aan de startknop/stationairstelschroef 1en stel het stationair toerental als volgt af. Stationair toerental: 2 200 ± 50 t/minStartknop/stationairstelschroefDraaien Stationair toerentalRechtsom VerlagenLinksom Verhogen
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Suzuki RM-Z250 (2017) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor Suzuki
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor