Suzuki M1800R (2016) Handleiding

Suzuki Motor M1800R (2016)

Bekijk gratis de handleiding van Suzuki M1800R (2016) (117 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 61 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Suzuki M1800R (2016) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/117
Deze handleiding dient te worden beschouwd als een onderdeel
van de motorfiets en moet bij verkoop samen met de motorfiets
aan de nieuwe eigenaar worden overhandigd. De handleiding
bevat belangrijke veiligheidsinformatie en instructies die
zorgvuldig dienen te worden doorgelezen voordat de motorfiets
in gebruik wordt genomen.

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Suzuki
Categorie: Motor
Model: M1800R (2016)

Handleiding Suzuki M1800R (2016) – volledige tekst

Deze handleiding dient te worden beschouwd als een onderdeel van de motorfiets en moet bij verkoop samen met de motorfiets aan de nieuwe eigenaar worden overhandigd. De handleiding bevat belangrijke veiligheidsinformatie en instructies die zorgvuldig dienen te worden doorgelezen voordat de motorfiets in gebruik wordt genomen.

BELANGRIJKE MEDEDELINGBELANGRIJKE RICHTLIJNEN I.V.M. DE INRIJPERIODEDe eerste 1600 km zijn de belangrijk-ste voor de levensduur van uw motor-fiets. Een strict nagevolgdeinrijperiode verzekert een maximaleduurzaamheid en een optimale wer-king van uw nieuwe motorfiets.Suzuki onderdelen zijn vervaardigdvan materialen van hoge kwaliteit endeze zijn in de fabriek afgewerkt methet oog op nauwkeurig bepaaldebelastingen. Correcte bediening zorgtervoor dat de afgewerkte oppervlak-ken elkaar insmeren en zich harmo-nieus aan elkaar aanpassen.De betrouwbare werking van uwmotorfiets hangt af van de specialezorg en het navolgen van de beper-kingen tijdens de inrijperiode.

Let ervooral op de motor niet te overbelas-ten om oververhitting van de motoron-derdelen te voorkomen.Zie het hoofdstuk HET INRIJDENvoor verdere aanbevelingen en voor-schriften betreffende het inrijden.WAARSCHUWING/VOORZICHTIG/LET OP/OPMERKINGLees deze handleiding zorgvuldigdoor en volg alle aanwijzingen op. Wijleggen er de nadruk op dat in dezehandleiding het symbool  en dewoorden WAARSCHUWING, VOOR-ZICHTIG, LET OP en OPMERKINGalle een speciale betekenis hebbenen dat er nauwkeurig aandacht aandient te worden besteed.

VOORWOORDMotorrijden is een van de meestopwindende sporten, en om zeker tezijn van uw rijplezier doet u er goedaan om de informatie in deze handlei-ding grondig door te nemen voordat uop uw motorfiets gaat rijden.In deze handleiding worden de ver-zorging en het onderhoud van uwmotorfiets beschreven. Door dezeaanwijzingen precies op te volgenkunt u er zeker van zijn dat uw motor-fiets een lang leven heeft zonderongemakken. Uw officiële Suzuki-dealer heeft ervaren technici dieopgeleid zijn om uw motorfiets met debest mogelijke zorg te omringen, metde juiste gereedschappen en de juisteuitrusting.Alle informatie, afbeeldingen en spe-cificaties die u in deze handleidingvindt, zijn volledig bijgewerkt tot hetogenblik van publicatie. Tengevolgevan verbeteringen of andere verande-ringen zouden er tegenstrijdighedenkunnen voorkomen tussen de infor-matie in deze handleiding en uwmotorfiets.

Suzuki behoudt zich ech-ter het recht voor om te allen tijde ver-anderingen aan te brengen.Deze handleiding is van toepassingop alle specificaties voor alle respec-tievelijke bestemmingen en geeft uit-leg over al het materiaal. Het isdaarom mogelijk dat uw model ken-merken heeft die afwijken van die inde handleiding vermeld staan.

1-2INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKERGEBRUIK VAN ACCESSOIRES EN BELADING VAN DE MOTORFIETSGEBRUIK VAN ACCESSOIRESDe veiligheid kan minder worden bijmontage of toevoeging van onge-schikte accessoires. Het is onmogelijkvoor Suzuki om elk accessoire dat teverkrijgen is of om combinaties vanalle leverbare accessoires te testen,maar uw dealer kan u helpen bij hetuitkiezen van kwaliteitsonderdelen ende montage ervan. Betracht uiterstevoorzichtigheid bij het uitkiezen enmonteren van accessoires voor uwmotorfiets en raadpleeg uw Suzuki-dealer als u vragen hebt. RICHTLIJNEN VOOR DE MONTAGE VAN ACCESSOIRES• Accessoires die van invloed zijnop de windgevoeligheid zoalsstroomlijnen, windschermen, rug-steunen, zadeltassen en reiskof-fers, moeten zo laag mogelijkworden gemonteerd en ook zodicht mogelijk bij het zwaartepunt.

Zorg dat de bevestigingsbeugelsen het andere bevestigingsmateri-aal stevig is aangebracht. • Controleer de tussenruimte tus-sen de motorfiets en de grond, ende schuinte van de zit. Let ertevens op dat de accessoires dewerking van de vering, stuurinrich-ting en andere bedieningsorganenniet hinderen. • Accessoires die aan het stuur ofde voorvork worden gemonteerd,kunnen een zeer nadelige invloedop de stabiliteit hebben. Door hetextra gewicht zal uw motorfietsminder goed reageren op uwstuurbediening. Het extra gewichtkan ook trillingen in het voorge-deelte veroorzaken en kanzodoende leiden tot minder stabili-teit. Eventuele accessoires aanhet stuur of de voorvork moetenzo licht mogelijk zijn en dienenbeperkt te worden tot een mini-mum.  WAARSCHUWINGVerkeerde montage van accessoi-res of modificaties aan de motor-fiets kunnen destuureigenschappen beïnvloeden,wat kan resulteren in een ongeluk.

Gebruik geen ongeschikte acces-soires en let op dat de gebruikteaccessoires goed worden aange-bracht. Alle onderdelen en acces-soires voor de motorfiets moetenoriginele Suzuki onderdelen zijnof gelijkwaardige onderdelen dieontworpen zijn voor gebruik metdeze motorfiets.

1-3• Door sommige accessoires wordtde motorrijder gedwongen omzijn/haar normale rijhouding teveranderen. Hierdoor wordt debestuurder in de bewegingenbeperkt en dit beperkt weer debesturing van de motorfiets.• Extra elektrische accessoires kun-nen het bestaande elektrischesysteem overbelasten. Zwareoverbelasting kan de bedradingbeschadigen of kan gevaar ople-veren als gevolg van het uitvallenvan de stroom wanneer de motor-fiets in gebruik is.• Trek geen aanhangwagen of eenzijspan. Deze motorfiets is nietontworpen voor het trekken vaneen aanhangwagen of zijspan.LAADLIMIET• Overschrijd nooit het maximaaltoelaatbare totaalgewicht (MTT)van deze motorfiets.

Het maxi-maal toelaatbaar totaalgewicht(MTT) is het totale gewicht van demotorfiets met accessoires, vollebelasting, berijder en passagier.Denk bij het uitkiezen van acces-soires aan het gewicht van debestuurder en ook aan hetgewicht van de andere accessoi-res. Het extra gewicht van deaccessoires kan niet alleen onvei-lige rijomstandigheden veroorza-ken, maar kan ook een nadeligeinvloed hebben op de stabiliteitvan de motorfiets.MTT: 565 kgbij bandenspanning (indien koud)Voor: 250 kPa (2,50 kgf/cm2)Achter: 290 kPa (2,90 kgf/cm2) WAARSCHUWINGOverbelading of verkeerde bela-ding kan resulteren in verlies vande controle over de motorfiets meteen ongeluk tot gevolg.Neem alle laadlimieten en bela-dingsrichtlijnen in deze handlei-ding in acht.

1-4RICHTLIJNEN VOOR DE BELADINGDeze motorfiets kan kleine voorwer-pen vervoeren wanneer u niet meteen passagier rijdt. Volg de onder-staande richtlijnen voor de belading:• Verdeel de bagage gelijk over delinker- en de rechterkant van demotorfiets en maak deze goedvast.• Bevestig de bagage zo dichtmogelijk bij het midden van demotorfiets. • Bevestig geen grote of zwarevoorwerpen aan het stuur, devoorvork of het achterspatscherm.• Controleer of beide banden dejuiste bandenspanning hebbenvoor de belading van de motor-fiets. Zie blz. 6-36.• Een verkeerde belading heeft eennadelige invloed op de balans ende stuureigenschappen van demotorfiets.

Minder uw snelheid enrijd nooit harder dan 130 km/uurwanneer u bagage meeneemt ofals er accessoires zijn aange-bracht.• Wijzig indien nodig de instellin-gen voor de vering.WIJZIGINGENHet aanbrengen van wijzigingen aande motorfiets of het verwijderen vanoorspronkelijk aangebrachte onder-delen kan het voertuig onveilig ofonwettelijk maken.VEILIGHEIDSADVIES VOOR MOTORRIJDERSMotorrijden is een geweldige enopwindende sport. Er moeten echterook enkele voorzorgsmaatregelengenomen worden om de veiligheidvan de bestuurder en de passagier tewaarborgen. Deze voorzorgsmaatre-gelen zijn:DRAAG ALTIJD EEN HELMVeiligheidsuitrusting voor de motor-fiets begint met een veiligheidshelmvan goede kwaliteit. Een van demeest ernstige verwondingen die ukunt oplopen is een verwonding aanhet hoofd. Draag ALTIJD een goedge-keurde helm.

Ook is het aan te radenom passende oogbescherming tedragen.MOTORKLEDINGLoszittende vrijetijdskleding kanongemakkelijk en onveilig zijn bij hetmotortijden. Kies motorkleding vangoede kwaliteit wanneer u motorrijdt.CONTROLE VÓÓR HET RIJDENLees nog eens grondig de instructiesdoor in het hoofdstuk CONTROLEVÓÓR HET RIJDEN in deze handlei-ding. Vergeet niet een algehele veilig-heidscontrole uit te voeren om deveiligheid van bestuurder en passa-gier te waarborgen.

1-5MAAK UZELF VERTROUWD MET DE MOTORFIETSUw rijvaardigheid en uw kennis vanhet mechanisme van de motorfietsvormen de basis voor veilig rijden. Wijraden u aan om eerst wat te oefenenmet uw motorfiets op een plaats waargeen verkeer kan komen, totdat u vol-ledig vertrouwd bent met uw machineen de bedieningsorganen. Oefeningbaart kunst!KEN UW GRENZENRijd binnen de grenzen van uw eigenvaardigheid. Door deze grenzen tekennen en altijd binnen deze grenzente blijven kunt u ongelukken voorko-men.DENK AAN EXTRA VEILIGHEID BIJ SLECHT WEERRijden bij slecht weer, vooral bij natweer, vereist extra voorzichtigheid. Deremafstand is bij regen tweemaal zogroot. Geverfde pijlen op de weg, put-deksels en vettige weggedeelten kun-nen bijzonder glad zijn. Wees extravoorzichtig bij het rijden over rails,ijzeren platen en bruggen.

Vermindersnelheid bij enige twijfel over de staatvan de weg!RIJD DEFENSIEFDe meeste ongelukken met motorfiet-sen gebeuren wanneer een tege-moetkomende auto plotseling vlakvoor de motorfiets afslaat. Rijd voor-zichtig en defensief. Een verstandigemotorrijder gaat er voor de zekerheidvan uit dat hij of zij zelf onzichtbaar isvoor de andere weggebruikers, zelfsop klaarlichte dag. Draag felle, reflec-terende kleding. Schakel de koplampen het achterlicht altijd in, ook alschijnt de zon, opdat u zo opvallendmogelijk bent. En vermijd vooral de“blinde hoek” van automobilisten.LABELSLees alle labels op de motorfiets envolg de instructies op. Zorg dat u alleaanwijzingen van de labels goedbegrijpt. Verwijder nooit enig label vande motorfiets.

1-6PLAATS VAN DE SERIENUMMERSDe serienummers op het frame en/ofde motor worden gebruikt om demotorfiets te registreren. Zij komenook van pas wanneer u bij een offi-ciële Suzuki-dealer onderdelenbestelt of om te verwijzen naar spe-ciale service-informatie.Het framenummer 1 is op het bal-hoofd geslagen. Het motornummer 2is op het motorcarter geslagen.

Noteer de serienummers in hetonderstaande vakje zodat deze latergemakkelijk teruggevonden kunnenworden.LAWAAI-ONDERDRUKKINGSSYS-TEEM (ALLEEN VOOR AUSTRALIE)WIJZIGINGEN AANBRENGEN IN HET LAWAAI-ONDERDRUKKINGS-SYSTEEM IS VERBODENU wordt erop attent gemaakt dat dewet de volgende zaken verbiedt:(a) Het verwijderen of ongeschiktmaken, behalve wanneer ditgebeurt voor het verrichten vanonderhoud, reparatie of vervan-ging, van enigerlei uitrusting ofsysteem die tot doel heeft lawaaite verminderen, en die in eennieuw voertuig is ingebouwd voor-dat het voertuig werd verkocht ofaan de uiteindelijke gebruikerwerd geleverd, of terwijl het voer-tuig in gebruik is; en(b) Het gebruik van het voertuignadat dergelijke uitrusting of sys-temen zijn verwijderd of onge-schikt zijn gemaakt.Framenummer:Motornummer:

2-5SLEUTELDeze motorfiets is voorzien van eenhoofdcontactsleutel en een reserve-sleutel. Bewaar de reservesleutel opeen veilige plaats.CONTACTSLOTHet contactslot heeft 3 standen:“OFF” STANDAlle elektrische circuits zijn uitgescha-keld. De motor kan niet gestart wor-den. De sleutel kan uit het contactslotworden getrokken.“ON” STANDHet ontstekingscircuit is ingescha-keld en de motor kan nu gestart wor-den. De koplamp, het voorsterichtingaanwijzerlampje (Canada,Midden-Oosten) en het achterlichtzullen automatisch gaan brandenwanneer de contactsleutel in dezestand wordt gezet. In deze stand kande sleutel niet uit het contactslot wor-den getrokken.OPMERKING: Start de motor meteennadat u de sleutel in de “ON” standhebt gezet, anders moet de accuonnodig stroom leveren als gevolgvan het verbruik door de koplamp enhet achterlicht.

2-6“P” (Parkeren) STANDWilt u de motorfiets parkeren, ver-grendel dan het stuur en draai desleutel in de “P” stand. De sleutel kannu verwijderd worden en het parkeer-licht* en achterlicht blijven branden. Indeze stand is de motorfiets beterzichtbaar wanneer u bijvoorbeeld’savonds langs de weg parkeert.* Het model voor Canada en hetMidden-Oosten heeft geenparkeerlicht.STUURSLOTDraai het stuur helemaal naar links.Steek de contactsleutel in het stuurs-lot en draai de sleutel naar links omhet stuur te vergrendelen. WAARSCHUWINGAls de motorfiets als gevolg vanslippen of een ongeluk omvalt, ishet mogelijk dat de motor dooreen plotseling opgetredenbeschadiging blijft draaien, watkan resulteren in brand of in even-tueel letsel door bewegendeonderdelen zoals het achterwiel.Als de motorfiets omvalt, moet uhet contact meteen afzetten.

2-7INSTRUMENTENPANEELWanneer het brandstofinspuitsys-teem-indicatielampje 7, het contact-slot in de “ON” stand wordt gezet,werken het benzineverklikkerlampje8, het oliedruk/koelvloeistoftempera-tuur-verklikkerlampje 9, de LCD’s ende snelheidsmeternaald zoals hieron-der aangegeven, om de werkingervan te controleren.• Het brandstofinspuitsysteem-indi-catielampje 7, het benzineverklik-kerlampje 8 en het oliedruk/koelvloeistoftemperatuur-verklik-kerlampje 9 gaan 3 secondenlang branden.• De snelheidsmeternaald door-loopt het volledige schaalbereiken keert dan terug naar de uit-gangsstand.• Alle LCD-segmenten zullen evenafwisselend oplichten en tonendan hun normale werking.TOERENTELLER 1De toerenteller geeft het motortoeren-tal in omwentelingen per minuut(omw/min) aan.VERSNELLINGSSTAND-INDICATOR 2De schakelstandindicator geeft deingeschakelde versnelling aan.

Deindicator geeft “0” aan wanneer deversnelling in de vrijstand staat.OPMERKING: Wanneer het display“CHEC” aangeeft, zal de versnellings-standindicator geen nummer tonen,maar alleen “–”.RICHTINGAANWIJZER-VERKLIKKERLAMPJE “” 4Dit lampje gaat knipperen wanneer derechter of linker richtingaanwijzer inwerking wordt gesteld.OPMERKING: Als een richtingaanwij-zer niet werkt als gevolg van eendefecte lamp of een defect circuit, zalhet verklikkerlampje sneller knipperenom u erop attent te maken dat er eenstoring is.GROOTLICHT-VERKLIKKERLAMPJE “” 5Dit lampje gaat branden wanneer hetgrootlicht wordt ingeschakeld.VRIJSTAND-VERKLIKKERLAMPJE “N” 6Dit groene lampje gaat branden wan-neer de versnelling in de vrijstandwordt gezet. Het lampje dooft wan-neer vanuit de vrijstand in een ver-snelling wordt geschakeld.

2-8BRANDSTOFINSPUITSYSTEEM-INDICATOR “FI” 7Als het brandstofinspuitsysteem uit-valt, gaat het rode indicatielampje 7branden en toont het display D deaanduiding “FI” op de volgende tweewijzen;A. Het display D in het kilometertel-ler-displaygebied geeft afwisse-lend “FI” en de kilometerstand aanen het rode verklikkerlampje 7licht op en blijft branden.B.

Het display D in het kilometertel-ler-displaygebied geeft continu“FI” aan en het rode verklikker-lampje 7 knippert terwijl de motorwordt gestart.Bij aanduiding A is het mogelijk dat demotor blijft werken, maar bij aandui-ding B zal de motor niet meer werken.OPMERKING: • Als het display D afwisselend “FI”en het aantal kilometers aangeeften het rode indicatielampje oplichten blijft branden, laat u de motordraaien en brengt u de motorfietsnaar een bevoegde Suzuki dealer.Als de motor afslaat, kunt u probe-ren om de motor opnieuw te star-ten nadat u het contact uit en danweer aan hebt gezet.• Als het display D continu “FI” aan-geeft en het rode verklikkerlampjeknippert, kan de motor niet gestartworden.LET OPHet brandstofinspuitingslampjegaat branden als er een probleemis met het brandstofinspuitsys-teem.

Rijd niet met de motorfietsterwijl het brandstofinspuitings-lampje brandt, want dit kan leidentot schade aan de motor en detransmissie.Wanneer het display “FI” aangeeften het rode indicatielampjeoplicht, moet u een officiëleSuzuki-dealer of een vakkundigmonteur zo spoedig mogelijk hetbrandstofinspuitsysteem latencontroleren.

2-9Wanneer het display D “CHEC” aan-geeft, moet u controleren of aan devolgende voorwaarden is voldaan:• De motorstopschakelaar staat inde “” stand. • De versnelling staat in de vrijstandof de zijstandaard is volledigomhooggeklapt. Als het display na het uitvoeren vande bovenstaande aanwijzingen nogsteeds “CHEC” aangeeft, controleerdan de ontstekingszekering en destekkers van de verbindingskabels. OLIEDRUKINDICATOR/KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR-VERKLIKKERLAMPJE “ ” 9Dit lampje gaat branden samen metde aanduiding in het display wanneerde motoroliedruk beneden het nor-male werkingsbereik daalt, als dekoelvloeistoftemperatuur te hoog is. Het lampje moet branden wanneer demotor niet draait. Zodra de motorwordt gestart, moet het lampje uit-gaan.

OliedrukWanneer het contactslot in de “ON”stand staat maar de motor nog nietgestart is, zullen het symbool “”3 in het display en het indicatie-lampje 9 oplichten. KoelvloeistoftemperatuurWanneer de koelvloeistoftempera-tuur hoger dan 120°C wordt, gaan hetsymbool “” 3 en het verklikker-lampje 9 branden. Wanneer het koel-vloeistoftemperatuur-verklikkerlampjegaat branden, stopt u de motor encontroleert u het koelvloeistofpeil,nadat de motor is afgekoeld. LET OPRijd niet met de motorfiets terwijlhet oliedruk-verklikkerlampjebrandt, want dit kan resulteren inernstige beschadiging van demotor en de transmissie. Als het oliedruk-verklikkerlampjegaat branden, duidt dit op eenlage oliedruk en moet u de motoronmiddellijk afzetten. Controleerhet oliepeil en vul indien nodigolie bij.

2-10SNELHEIDSMETER 0De snelheidsmeter geeft de rijsnel-heid in mijl per uur en/of in kilometerper uur aan.Als de snelheidsmeternaald niet naarnul wijst, volg dan de onderstaandeaanwijzingen om de snelheidsmeterterug te stellen.1. Houd de ADJ toets C ingedrukten zet het contactslot aan.2. Houd de ADJ toets C 3 – 5seconden lang ingedrukt.3. Laat de ADJ toets C los. Tiktweemaal op de ADJ toets.OPMERKING: Stap 1 t/m stap 3 vande terugstelprocedure moet binnen10 seconden worden uitgevoerd.KLOK/BENZINEMETER AHet display in de snelheidsmeterheeft twee functies. Het kan de klok-tijd tonen en de benzinemeter.KlokDe klok geeft de tijd volgens het 12-uurs systeem aan. Volg de onder-staande aanwijzingen om de klokgelijk te zetten.1. Druk de toetsen SEL B en ADJC gelijktijdig gedurende 2 secon-den in totdat de uur-aanduidingbegint te knipperen.2.

2-11Benzinemeter “”De benzinemeter geeft de resterendehoeveelheid benzine in de benzine-tank aan. De benzinemeter toont alle5 segmenten wanneer de benzine-tank vol is. Het tekentje knippert wan-neer het benzinepeil lager wordt dan4,0 liter. Het tekentje en segmentknipperen wanneer het benzinepeillager wordt dan 1,5 liter.OPMERKING: De brandstofmeterkan alleen de juiste aanduiding tonenwanneer de motorfiets goed rechtopwordt gehouden.Benzineverklikkerlampje “”Dit verklikkerlampje “” 8 gaatknipperen wanneer er minder dan 4,0liter benzine in de tank is. Het verklik-kerlampje gaat branden wanneer erminder dan 1,5 liter benzine in detank is.

Het verklikkerlampje gaat eenpaar seconden branden wanneer hetcontactslot in de “ON” stand wordtgezet en zal dan doven als er genoegbenzine in de tank is.OPMERKING: Wanneer het benzine-verklikkerlampje gaat branden, moetu zo spoedig mogelijk benzine gaantanken. WAARSCHUWINGVeranderen van de display-aan-duiding tijdens het rijden isgevaarlijk. Wanneer u uw handvan het stuur afneemt, ontstaateen bijzonder gevaarlijke situatie.Verander de display-aanduidingnooit tijdens het rijden. Houd altijdbeide handen aan het stuur.IndicatielampjeKnippertBrandstoftankBrandstofmeterOngeveer1,5 LVolKnippertOngeveer4,0 LOFFMerktekenKnippertKnippert

2-12KILOMETERTELLER/DAGTELLER DHet display heeft drie functies. Hetkan de kilometerteller tonen en tweedagtellers. Wanneer het contactslot inde “ON” stand wordt gezet, zal hetonderstaande testpatroon voor drieseconden in het display worden aan-gegeven. Daarna verandert het dis-play naar de kilometerteller of dedagteller, zoals aangegeven, voordathet contact wordt afgezet.Druk op de SEL toets B om tussende aanduidingen om te schakelen. Dedisplay-aanduiding verandert in deonderstaande volgorde.KilometertellerDe kilometerteller geeft de totaalafgelegde afstand van de motorfietsaan. Het bereik van de kilometertellerloopt van 0 tot 999999.OPMERKING: Het display van dekilometerteller vergrendelt bij 999999wanneer de totale afstand 999999overschrijdt.ODO TRIP 12ODOTRIP1TRIP 2KilometertellerDagteller 1Dagteller 2

2-13DagtellersDe dagtellers zijn kilometertellers dieteruggesteld kunnen worden. De tweedagtellers werken onafhankelijk vanelkaar. Dagteller 1 kan bijvoorbeeldgebruikt worden voor het bijhoudenvan de afstand van een bepaalde riten dagteller 2 kan gebruikt wordenom de afstand tussen twee benzine-stops te registreren.Om een dagteller terug te stellen,drukt u de ADJ toets C twee secon-den in terwijl de dagteller die u wiltterugstellen, 1 of 2, in het displaywordt aangegeven.OPMERKING: Als de afgelegdeafstand 9999,9 overschrijdt, komt dedagteller weer op 0,0 te staan.OPMERKING: De dagteller wordtteruggesteld op nul wanneer de acculeeg is of wanneer de accu wordt ver-wijderd.LINKER HANDVATKOPPELINGSHENDEL 1De koppelingshendel wordt gebruiktom de aandrijving via het achterwielte onderbreken wanneer u de motorstart of wanneer u van versnellingverandert.

De koppeling wordt ont-koppeld door de hendel in te knijpen.INHAALLICHTSCHAKELAAR 2 Druk op deze schakelaar om de kop-lamp even aan te zetten. WAARSCHUWINGVeranderen van de display-aan-duiding tijdens het rijden isgevaarlijk. Wanneer u uw handvan het stuur afneemt, ontstaateen bijzonder gevaarlijke situatie.Verander de display-aanduidingnooit tijdens het rijden. Houd altijdbeide handen aan het stuur.

Drukde schakelaar in om de richtingaan-wijzer stop te zetten.CLAXONSCHAKELAAR “” 5Druk op deze schakelaar om teclaxonneren.ALARMKNIPPERLICHTSCHAKE-LAAR “” 6 Wanneer deze schakelaar wordt aan-gezet terwijl het contactslot in de “ON”of “P” stand staat, zullen alle vier derichtingaanwijzers en de verklikker-lampjes gelijktijdig gaan knipperen.Gebruik de alarmknipperlichtinstalla-tie om het andere verkeer te waar-schuwen wanneer uw motorfiets eengevaar kan opleveren bij noodparke-ren e.d. WAARSCHUWINGHet kan gevaarlijk zijn om de rich-tingaanwijzer niet te gebruiken alsu een bocht wilt nemen en om derichtingaanwijzer niet uit te scha-kelen nadat u een bocht hebtgenomen.

2-16RECHTER HANDVATMOTORSTOPSCHAKELAAR 1“” standHet ontstekingscircuit is uitgescha-keld. De motor zal nu niet starten ofdraaien.“” standHet ontstekingscircuit is ingescha-keld en de motor kan draaien.VOORREMHENDEL 2Om de voorrem te gebruiken, trekt ude remhendel zachtjes in de richtingvan de gasgreep in. Deze motorfietsis uitgerust met een schijfrem en er isgeen grote kracht voor nodig om demachine op de juiste wijze tot stil-stand te brengen. Wanneer de rem-hendel wordt ingetrokken, gaat hetremlicht branden.Afstellen van de voorremhendelDe afstand tussen de gasgreep en devoorremhendel kan in een van vijfbeschikbare posities worden afge-steld. Druk de remhendel naar vorenen draai de afsteller in de gewenstestand.

Controleer na afstelling van deremhendel altijd of de afsteller in debetreffende stand is vergrendeld; hetuitsteeksel op de remhendel-houdermoet in de uitholling van de afstellervallen. Bij het verlaten van de fabriekstaat de afsteller op positie 3. WAARSCHUWINGHet is gevaarlijk wanneer de posi-tie van de voorremhendel tijdenshet rijden wordt afgesteld. Wan-neer u uw hand van het stuurafneemt, ontstaat een bijzondergevaarlijke situatie.Stel de positie van de voorrem-hendel nooit tijdens het rijden af.Houd altijd beide handen aan hetstuur.

2-17ELEKTRISCHE STARTSCHAKELAAR “” 3Deze schakelaar wordt gebruikt omde motor te starten. Wanneer hetcontactslot in de “ON” stand is gezet,de motorstopschakelaar op “” staaten de koppeling is ingetrokken, kunt uop de elektrische startschakelaardrukken om de startmotor te activerenen de motor te starten.OPMERKING: Deze motorfiets is uit-gerust met blokkeersysteem voor hetcontactslot en het startcircuit. Demotor kan alleen gestart worden als:• De versnelling in de vrijstand staaten de koppelingshendel is inge-trokken, of• Een versnelling is ingeschakeld,de zijstandaard volledig is inge-klapt en de koppelingshendel isingetrokken.OPMERKING: De koplamp gaat uitwanneer de elektrische startschake-laar wordt ingedrukt.GASGREEP 4Het motortoerental wordt bepaalddoor de stand van de gasgreep. Draaide gasgreep naar u toe om het toe-rental te verhogen.

Om het toerentalte verlagen, draait u de gasgreep vanu af.LET OPAls de startmotor langer dan vijfseconden achtereen draait, kan erschade aan de startmotor enbedrading ontstaan door overver-hitting.Laat de startmotor niet langer danvijf seconden achtereen draaien.Als de motor na verscheidenepogingen niet aanslaat, dient u debrandstoftoevoer en het ontste-kingssysteem te controleren.Raadpleeg het hoofdstuk STO-RINGZOEKEN in deze handlei-ding.

Benzine dieuit de tank stroomt kan gemakke-lijk vlam vatten.Stop met bijvullen wanneer debenzine de onderzijde van de vul-hals bereikt. WAARSCHUWINGAls u de veiligheidsmaatregelenniet in acht neemt bij het bijvullenvan benzine, kan er brand ont-staan of is het mogelijk dat u gif-tige dampen inademt.Tank uitsluitend in een goedgeventileerde ruimte. Zorg dat demotor is afgezet en let op dat ergeen benzine op een warme motorwordt gemorst. Rook niet en houdopen vuur en vonken uit de buurt.Vermijd benzinedampen in te ade-men. Houd kinderen en huisdierenuit de buurt van de motorfietswanneer u benzine bijvult.

2-19VERSNELLINGSPEDAALDeze motorfiets heeft vijf versnellin-gen die u als volgt bedient. Om op dejuiste wijze te schakelen, trekt u dekoppelingshendel in en neemt u gasterug op hetzelfde moment dat u hetversnellingspedaal bedient. Haal hetvooreind van het versnellingspedaalomhoog om in een hogere versnellingte schakelen. Voor omlaagschakelendrukt u op het vooreind van het ver-snellingspedaal. De vrijstand bevindtzich tussen de eerste en de tweedeversnelling. Om de motor stationair telaten draaien, zet u het versnellings-pedaal in de stand tussen de eersteen de tweede versnelling.OPMERKING: Wanneer de versnel-ling in de vrijstand staat, brandt hetgroene verklikkerlampje op het instru-mentenpaneel. Laat desalnietteminde koppeling voorzichtig en langzaamlos om na te gaan of de versnellingwerkelijk in de vrijstand staat.Verminder uw snelheid voordat uterugschakelt.

Geef gas om de motorharder te laten draaien wanneer uterugschakelt. Hierdoor voorkomt uonnodige slijtage van de onderdelenvan de aandrijfas en het achterwiel.ACHTERREMPEDAALDruk het achterrempedaal naar bene-den om de achterrem in werking testellen. Het remlicht gaat brandenwanneer de achterrem gebruiktwordt.

2-20ZADELVERGRENDELING1. Het zadelslot bevindt zich onderhet linker framedeksel. Om hetzadel te verwijderen, steekt u decontactsleutel in het slot en draaitde sleutel dan naar rechts.2. Til het achtereind van het zadelomhoog en schuif het zadel naarachteren.Om het zadel te bevestigen, schuift ude zadelhaak in de houder en vervol-gens drukt u stevig op het zadel totdatdit op zijn plaats vergrendelt. WAARSCHUWINGIndien het zadel niet stevig ver-grendeld is, kan dit gaan verschui-ven waardoor de rijder de controleover de motorfiets verliest.Zorg ervoor dat het zadel in dejuiste positie is en goed is ver-grendeld.

2-21HELMHOUDERDe helmhouder bevindt zich linksonder het achterzadel. Steek de sleu-tel naar binnen en draai deze naarrechts om het slot te openen. Haak dehelmbevestigingsring om het slot endraai de sleutel terug om de helmhou-der af te sluiten.ZIJSTANDAARDDeze motorfiets is uitgerust met eenzijstandaard om de motorfiets teondersteunen wanneer deze gepar-keerd wordt.

Er is een blokkeersys-teem aangebracht om hetcontactcircuit te onderbreken als dezijstandaard uitgeklapt is of de ver-snelling in een andere stand dan devrijstand geschakeld is.De zijstandaard/contactcircuit-blok-keersysteem werkt als volgt:• De motor kan niet gestart wordenals de zijstandaard uitgeklapt isen de versnelling ingeschakeld is.• De motor slaat af als metdraaiende motor en de zijstan-daard uitgeklapt, de versnellingingeschakeld wordt.• De motor slaat af als metdraaiende motor en de versnellingingeschakeld, de zijstandaard uit-geklapt wordt. WAARSCHUWINGRijd niet met de motorfiets wan-neer er een helm aan de helmhou-der is vastgemaakt, aangezien ditertoe zou kunnen leiden dat u decontrole over de motorfiets ver-liest.Neem een helm niet mee in dehelmhouder. Als u een helm moetmeenemen, dient u deze goed vastte maken op het zadel.

2-22AFSTELLEN VAN DE VERINGACHTERWIELVERINGAfstellen van de voorspanning van de veringDe voorspanning van de achterveringkan worden afgesteld om te compen-seren voor het gewicht van de rijder,de belading, de rijstijl en de wegom-standigheden. De veervoorspanningis afstelbaar in zeven standen. Volg deonderstaande aanwijzingen om deinstelling te wijzigen.1. Zet de motorfiets op de zijstan-daard. WAARSCHUWINGAls de zijstandaard niet volledig isingeklapt, kan dit resulteren in eenongeluk wanneer u een bocht naarlinks maakt.Controleer de werking van het zij-standaard/contactcircuit-blokkeer-systeem voordat u wegrijdt. Zorgervoor dat de zijstandaard volledigis ingeklapt voordat u wegrijdt.LET OPAls u niet de juiste voorzorgs-maatregelen neemt bij het parke-ren, kan de motorfiets omvallen.Parkeer de motorfiets op een zostevig mogelijke, vlakke onder-grond.

2-232. Draai de veerspanningsring meteen afsteller in de gewenstestand. Bij stand 1 wordt de zacht-ste vering verkregen en bij stand 7wordt de stugste vering verkre-gen. Bij het verlaten van defabriek staat de afsteller in stand4.OPMERKING: Gebruik een haaktypeafsteller of een Suzuki veerafsteller,onderdeelnummer 09822-00003, omde veer van de achterwielophangingaf te stellen. De Suzuki veerafstelleris verkrijgbaar bij uw Suzuki-dealer.AchterveringslabelOPMERKING: Vraag uw Suzukidealer om de achterveringseenheidweg te doen. WAARSCHUWINGDit apparaat bevat stikstofgasonder hoge druk.Onzorgvuldig gebruik kan explo-siegevaar opleveren.• Nooit dichtbij open vuur of hitte-bronnen plaatsen.• Lees de gebruikershandleidingvoor nadere aanwijzingen.

2-24ZADELEIND-AFDEKKINGBij de motorfiets wordt een zadeleind-afdekking geleverd die u kunt aan-brengen wanneer u alleen rijdt. Volgde onderstaande aanwijzingen omhet achterzadel te vervangen door dezadeleind-afdekking.1. Verwijder het voorzadel zoalsbeschreven in het hoofdstukZADELVERGRENDELING.2. Verwijder de bouten 1.3. Vervang het achterzadel door dezadeleind-afdekking.4. Draai de bouten 2 stevig vast.

3-2AANBEVOLEN BENZINE, OLIE EN KOELVLOEISTOFBRANDSTOF-OCTAANGETALGebruik premium loodvrije benzinemet een octaangetal van 95 of hoger(zoals door onderzoek bepaald). Loodvrije benzine zal de levensduurvan de bougie en van de onderdelenvan het uitlaatsysteem verlengen. (Canada)Uw motorfiets vereist premium lood-vrije benzine, indien verkrijgbaar, meteen minimum pompoctaangetal van90 ((R+M)/2 methode). In sommigegebieden is alleen geoxygeneerdebrandstof verkrijgbaar. OPMERKING: • De motor van de VZR1800/BZ isontworpen voor gebruik van pre-mium loodvrije benzine. Gebruikbij alle rijomstandigheden pre-mium loodvrije benzine. • Als er een storing in de motor ont-staat zoals gebrek aan acceleratieof onvoldoende vermogen, kan ditveroorzaakt worden door degebruikte brandstof. Probeer in ditgeval bij een ander benzinestationte gaan tanken.

Als dit het pro-bleem niet oplost, moet u contactopnemen met uw Suzuki-dealerom het voertuig te laten nakijken. AANBEVELING VOOR ZUURSTOFHOUDENDE BRANDSTOF(Canada en EU)Geoxygeneerde brandstof die vol-doet aan het minimum octaangehalteen aan de onderstaande vereistenmag ook gebruikt worden, zonder dathierdoor de voorzieningen van deBeperkte garantie voor een nieuwvoertuig (New Vehicle Limited War-ranty) of de Garantie voor het emis-sieregelsysteem (Emission ControlSystem Warranty) in gevaar wordengebracht. OPMERKING: Geoxygeneerdebrandstof is brandstof die zuurstofdra-gende toevoegingen bevat zoalsMTBE of alcohol. Benzine met MTBEU mag in uw motorfiets loodvrije ben-zine gebruiken die MTBE (Methyl Ter-tiary Butyl Ether) bevat, mits hetMTBE gehalte niet meer is dan 15%. Deze geoxygeneerde brandstof bevatgeen alcohol.

Benzine/ethanol-mengselsMengels van loodvrije benzine enethanol (graanalcohol), ook bekendals “GASOHOL”, mag u ook in uwmotorfiets gebruiken, mits het etha-nolgehalte niet meer is dan 10%.

Suzuki kan hiervoorniet verantwoordelijk worden gestelden het is mogelijk dat de Beperktegarantie voor een nieuw voertuig(New Vehicle Limited Warranty) of deGarantie voor het emissieregelsys-teem (Emission Control System War-ranty) geen dekking geeft.OPMERKING: • Om luchtvervuiling tegen te gaan,beveelt Suzuki aan om een geoxy-geneerde brandstof te gebruiken.• Let op dat alle zuurstofhoudendebrandstof die u gebruikt het aan-bevolen octaangetaal heeft.• Als u niet tevreden bent met deprestaties van uw motorfiets wan-neer u een geoxygeneerde brand-stof gebruikt of als de motor klopt,gebruik dan benzine van eenander merk, omdat er verschilbestaat tussen de merken.LET OPGemorste benzine die alcoholbevat kan de gelakte delen van uwmotorfiets aantasten.Zorg ervoor dat u geen benzinemorst bij het vullen van de benzi-netank.

3-4MOTOROLIEGebruik originele Suzuki motorolie ofeen gelijkwaardig product. Als origi-nele Suzuki motorolie niet verkrijg-baar is, kiest u een geschiktemotorolie uit overeenkomstig de vol-gende richtlijn.De kwaliteit van de olie bepaalt inbelangrijke mate de prestatie en delevensduur van de motor. Gebruikaltijd motorolie van goede kwaliteit.Gebruik olie van API (AmericanPetroleum Institute) klasse SG, SH,SJ of SL, of JASO klasse MA olie.API: American Petroleum InstituteJASO: Japanese Automobile Stan-dards OrganizationSAE motorolie-viscositeitSuzuki beveelt het gebruik van SAE10W-40 motorolie aan. Als SAE 10W-40 motorolie niet verkrijgbaar is, kaneen andere olie worden gebruikt over-eenkomstig de volgende tabel.JASO T903De JASO T903 norm is een maatstafvoor het kiezen van motoroliën voor4-taktmotoren van motorfietsen enATV’s.

3-5Energiebesparend (Energy Conserving)Suzuki raadt het gebruik van oliënmet de aanduiding “ENERGY CON-SERVING” of “RESOURCE CON-SERVING” af. Sommige motoroliëndie API klasse SH, SJ of SL zijn, heb-ben de aanduiding “ENERGY CON-SERVING” in het ringvormige APIclassificatiemerkteken. Deze oliënkunnen een nadelige invloed hebbenop de levensduur van de motor en deprestatie van de koppeling.API SG, SH, SJ of SLAanbevolenAPI SH, SJ of SLNiet aanbevolenEINDAANDRIJVINGSOLIEGebruik een SAE90 hypoïde tandwie-lolie van API klasse GL-5. Als u demotorfiets gewoonlijk gebruikt bij eenbuitentemperatuur die lager is dan0°C, moet u een SAE80 hypoïdetandwielolie gebruiken.KOELVLOEISTOFOPLOSSINGGebruik “SUZUKI SUPER LONGLIFE COOLANT” (Suzuki koelvloei-stof met superlange levensduur) of“SUZUKI LONG LIFE COOLANT”(Suzuki koelvloeistof met langelevensduur).

Als er geen “SUZUKISUPER LONG LIFE COOLANT” of“SUZUKI LONG LIFE COOLANT”verkrijgbaar zijn, gebruikt u dan eenantivries op glycolbasis die geschikt isvoor aluminium radiateurs, gemengdmet alleen gedistilleerd water in een50:50 verhouding.APISERVICESJSAE10W-40ENERGYCONSERVINGAPISERVICESJSAE10W-40 WAARSCHUWINGMotorkoelvloeistof is schadelijken mogelijk zelfs fataal wanneerdeze wordt gedronken of de dam-pen ervan worden ingeademd. Devloeistof kan giftig zijn voor die-ren.Drink geen antivries of koelvloei-stofoplossing. Indien remvloei-stof per ongeluk wordt gedronken,moet u geen braakneigingenopwekken. Neem onmiddellijkcontact op met een vergiftiging-informatiecentrum of een arts.Vermijd inademen van nevel ofhete dampen. Indien dit tochgebeurt, moet u frisse lucht inade-men.

Als koelvloeistof in uw ogenterechtkomt, moet u de ogen over-vloedig met water spoelen en dehulp van een arts inroepen. Wasuw handen grondig na het werkenmet remvloeistof. Buiten hetbereik van kinderen en dierenhouden.

3-6MotorkoelvloeistofDe koelvloeistof werkt als antivries,maar heeft ook de functie roest tevoorkomen en de waterpomp te sme-ren. Daarom dient de koelvloeistof teallen tijde gebruikt te worden, ook alis de buitentemperatuur niet onderhet vriespunt.SUZUKI SUPER LONG LIFE COOLANT (Blauw)“SUZUKI SUPER LONG LIFECOOLANT” is voorgemengd in dejuiste verhouding. Voeg alleen“SUZUKI SUPER LONG LIFECOOLANT” toe als het koelvloeistof-peil zakt.

Het is niet nodig om“SUZUKI SUPER LONG LIFECOOLANT” te verdunnen wanneer dekoelvloeistof wordt ververst.SUZUKI LONG LIFE COOLANT (Groen)Vermenging met waterGebruik alleen gedistilleerd water.Water dat niet gedistilleerd is, kan inde aluminium radiateur corrosie ofverstopping veroorzaken.Voorgeschreven hoeveelheid water/koelvloeistofVolume van de koelvloeistofoplossing(totaal): 2700 mlOPMERKING: Dit mengsel met 50%koelvloeistof beschermt het koelsys-teem tegen bevriezing bij temperatu-ren boven –31°C. Indien u verwachtdat de motorfiets zal worden bloot-gesteld aan temperaturen beneden–31°C, dient u de mengverhoudingte verhogen tot 55% (–40°C) of 60%(–55°C). De mengverhouding magde 60% niet overschrijden.LET OPGemorste motorkoelvloeistof kande gelakte delen van uw motor-fiets aantasten.Zorg ervoor dat u geen koelvloei-stof morst bij het vullen van deradiateur.

4-2HET INRIJDEN EN DE CONTROLE VÓÓR HET RIJDENHieronder volgt een uiteenzetting overhet belang van de inrijperiode vooreen maximale duurzaamheid en opti-male werking van uw nieuwe Suzuki.De volgende richtlijnen betreffen dejuiste inrijprocedures.AANBEVOLEN MAXIMALE MOTORTOERENTALDe onderstaande tabel toont het aan-bevolen maximale motortoerental tij-dens de inrijperiode.WISSEL HET MOTORTOERENTAL AFHoud het toerental niet constant,maar wissel het af. Zodoende wordende onderdelen met druk belast envervolgens ontlast, waardoor deonderdelen kunnen afkoelen.

Op diemanier kunnen de onderdelen zichgemakkelijker aan elkaar aanpassen.Om dit aanpassingsproces mogelijkte maken, is het van uitzonderlijkbelang dat de motoronderdelenbelast worden tijdens de inrijperiode.Let er wel op dat de motor niet over-belast wordt.INRIJDEN VAN DE NIEUWE BANDENVoor een optimale prestatie dient u denieuwe banden, net zoals de motor,goed in te rijden. Voordat u probeertom de maximale prestatie te behalen,moet u het profiel van de banden inrij-den door de helllingshoek bij hetnemen van bochten geleidelijk telaten toenemen gedurende de eerste160 km.

Vermijd snel optrekken,scherpe bochten maken en hard rem-men tijdens de eerste 160 km.VERMIJD EEN CONSTANT LAAG TOERENTALBij een constant laag toerental (lagebelasting) kunnen de motoronderde-len verglazen en zich niet roderen.Laat de motor vrij accelereren via deversnellingen zonder de aanbevolenmaximumgrenzen te overschrijden.Gebruik echter nooit volgas tijdens deeerste 1600 km.Eerste 800 kmMinder dan 3500 tpmTot 1600 kmMinder dan 5500 tpmBoven 1600 kmMinder dan 7500 tpm WAARSCHUWINGAls u de banden niet inrijdt, kandit leiden tot slippen en verliesvan controle over de motorfiets.U dient extra voorzichtig te zijnwanneer u nieuwe banden inrijdt.Rijd de banden goed in zoalsbeschreven in dit gedeelte en ver-mijd snel optrekken, het scherpnemen van bochten en hard rem-men gedurende de eerste 160 km.

4-3LAAT DE MOTOROLIE CIRCULEREN VOOR HET RIJDENNeem een voldoende wachttijd inacht na warm of koud starten alvo-rens de motor te belasten. Daardoorkan de smeerolie alle belangrijkemotoronderdelen bereiken.EERSTE EN BELANGRIJKSTE ONDERHOUDSBEURTDe eerste onderhoudersbeurt (1000km onderhoudsbeurt) is de meestbelangrijke onderhoudsbeurt in hetleven van uw motorfiets. Tijdens deinrijperiode hebben de afgewerkteoppervlakken elkaar ingesmeerd enzich harmonieus aan elkaar aange-past. Bij de eerste onderhoudsbeurtworden alle afstellingen gecorrigeerden eventueel bijgesteld, alle bevesti-gingsdelen worden opnieuw aange-haald en de afgewerkte olie wordtververst.

Het tijdig uitvoeren van dezeonderhoudsbeurt zal garant staanvoor een lange levensduur en top-prestatie van uw motor.OPMERKING: De 1000 km onder-houdsbeurt moet worden uitgevoerdvolgens de richtlijnen in het hoofdstukINSPECTIE EN ONDERHOUD indeze handleiding. Schenk specialeaandacht aan alle LET OP en WAAR-SCHUWING informatie in dat hoofd-stuk.CONTROLE VÓÓR HET RIJDEN WAARSCHUWINGAls u er niet voor zorgt dat uwmotorfiets juist wordt geïnspec-teerd en onderhouden, vergrootdit de kans op een ongeluk ofschade aan de motorfiets.Inspecteer uw motorfiets telkensvoordat u gaat rijden, zodat uzeker weet dat de motorfiets inveilige toestand verkeert. Raad-pleeg het hoofdstuk INSPECTIEEN ONDERHOUD in deze handlei-ding. WAARSCHUWINGAls u verkeerde banden gebruiktof als de banden niet op de juistespanning zijn, kunt u de controleover de motorfiets verliezen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Suzuki M1800R (2016) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden