Suzuki Jimny (2023) Handleiding

Suzuki Auto Jimny (2023)

Bekijk gratis de handleiding van Suzuki Jimny (2023) (598 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 35 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Suzuki Jimny (2023) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/598

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Suzuki
Categorie: Auto
Model: Jimny (2023)

Handleiding Suzuki Jimny (2023) – volledige tekst

78RM - 25DVOORWOORDDit instructieboekje dient te wordenbeschouwd als een permanent onderdeelvan de auto en moet in de auto blijven alsdit wordt doorverkocht of op een anderewijze van eigenaar verandert. Lees dehandleiding zorgvuldig door voordat u uwnieuwe SUZUKI in gebruik neemt en raad-pleeg de handleiding wanneer u iets nietweet betreffende uw auto. De handleidingbevat belangrijke informatie betreffende deveiligheid, de werking en het onderhoudvan de auto.Alle informatie in deze handleiding wasactueel op het tijdstip van uitgave.

Alsgevolg van verbeteringen of wijzigin-gen, kunnen er verschillen bestaan tus-sen de beschrijvingen in de handleidingen de werkelijke uitvoering van de auto.SUZUKI MOTOR CORPORATIONbehoudt het recht te allen tijde wijzigin-gen aan te brengen in de bouw van deauto’s, zonder voorafgaande kennisge-ving en zonder verplichting dezelfde ofgelijksoortige wijzigingen aan te bren-gen aan auto’s die voorheen zijngebouwd of verkocht.Het is mogelijk dat deze auto niet vol-doet aan de normen of eisen vanbepaalde landen. Controleer alle toe-passelijke voorschriften en breng even-tueel noodzakelijke wijzigingen aanalvorens de auto voor registratie aan temelden.BELANGRIJKWAARSCHUWING/ VOORZICHTIG/LET OP/OPMERKINGLees deze handleiding zorgvuldig door envolg de hierin gegeven aanwijzingennauwkeurig op.

78RM - 25D75F135Het bovenstaande symbool, de cirkel meteen schuine streep erdoor, dat in dezehandleiding wordt gebruikt, betekent “Ditmag u niet doen” of “Deze situatie moet uvermijden”.WAARSCHUWING MET BETREKKING TOT MODIFICATIESWAARSCHUWINGEr mogen geen modificaties aan deauto worden aangebracht. Modifica-ties kunnen de veiligheid, stuureigen-schappen, prestatie en duurzaamheidvan de auto nadelig beïnvloeden, ter-wijl ze in strijd kunnen zijn met dewettelijke voorschriften voor de ver-keersveiligheid. Bovendien zullenschade of problemen voortvloeienduit doorgevoerde modificaties nietdoor de garantie worden gedekt.LET OPEen verkeerde montage van mobiele-communicatieapparatuur zoalsmobiele telefoons, CB-radioʼs (27MC-band) of andere draadloze appa-ratuur kan tot elektronische interfe-rentie in het ontstekingssysteem vanuw auto leiden, met slechte presta-ties als gevolg.

78RM - 25DINLEIDINGHartelijk dank dat u voor SUZUKI hebt gekozen en welkom bij onze steeds groter wordende familie. Uw keuze was een wijs besluit; dewaardevolle producten van SUZUKI zullen u de komende jaren veel rijgenot verschaffen.De informatie in deze handleiding zorgt voor een veilig, plezierig en probleemloos gebruik van uw SUZUKI-auto. U vindt in deze handlei-ding hoe de auto werkt, de veiligheidsvoorzieningen en de onderhoudsvereisten. Lees de handleiding zorgvuldig door voordat u de autoin gebruik neemt. Leg de handleiding daarna in het handschoenenkastje zodat u deze steeds dicht bij de hand hebt.Mocht u de auto verkopen, laat dan de handleiding erin liggen voor de volgende eigenaar.Naast deze handleiding worden in een ander bijgeleverd boekje van SUZUKI de garantiebepalingen uitgelegd.

Wij adviseren dat u ditboekje ook leest zodat u van deze belangrijke informatie op de hoogte bent.Wanneer u regulier onderhoud aan uw SUZUKI-auto laat uitvoeren, adviseren wij u om hiervoor uw plaatselijke SUZUKI-dealer tebezoeken. Hun door de fabrikant getrainde monteurs zullen u de best mogelijke service geven en er worden alleen originele SUZUKI-onderdelen en -accessoires gebruikt.OPMERKING:• “SUZUKI-dealer” betekent een erkende SUZUKI-dealer en een erkend SUZUKI-garagebedrijf. • De illustraties in deze handleiding zijn een typische variatie, die kunnen afwijken van uw auto.

78RM - 25DGEBRUIK ORIGINELE SUZUKI-ONDERDELEN EN -ACCESSOIRESSUZUKI beveelt het gebruik van originele SUZUKI-onderdelen* en -accessoires aan. Originele SUZUKI-onderdelen en -accessoires vol-doen aan de hoogste normen voor kwaliteit en prestatie en zijn zo ontworpen dat ze geschikt zijn voor de specificaties van uw auto. Op het ogenblik is er een grote verscheidenheid aan niet-originele vervangingsonderdelen en accessoires voor SUZUKI-auto’s op demarkt verkrijgbaar. Bij gebruik van deze onderdelen en accessoires kunnen de prestaties van de auto minder goed zijn en is de levens-duur mogelijk korter. Het gebruik van niet-originele SUZUKI-onderdelen en -accessoires valt daarom niet onder de garantie. Niet-originele SUZUKI-onderdelen en -accessoiresSommige onderdelen en accessoires kunnen in uw land door bepaalde overheidsinstanties zijn goedgekeurd.

Sommige onderdelen en accessoires worden verkocht als officiële SUZUKI-vervangingsonderdelen en accessoires. Sommige origineleSUZUKI-onderdelen en -accessoires worden verkocht als opnieuw bruikbare onderdelen en accessoires. Al deze onderdelen en acces-soires zijn niet-originele SUZUKI-onderdelen en -accessoires en het gebruik van deze onderdelen en accessoires valt niet onder degarantie. Hergebruik van originele SUZUKI-onderdelen en -accessoiresOpnieuw verkopen of hergebruik van de volgende componenten kan de veiligheid van de auto in gevaar brengen en is daarom uitdruk-kelijk verboden:• Airbagonderdelen en alle andere pyrotechnische elementen, met inbegrip van de componenten (bijv. kussen, regeleenheid en senso-ren)• Veiligheidsgordelsysteem, met inbegrip van alle componenten (bijv.

gordelbanden, gespen en oprolmechanismen)De onderdelen van de airbags en veiligheidsgordelvoorspanners bevatten explosieve chemicaliën. Zorg dat deze onderdelen op dejuiste wijze worden verwijderd door een erkende SUZUKI-werkplaats of sloopbedrijf om een onvoorziene ontploffing vóór het demonte-ren en afvoeren te voorkomen.

78RM - 25DVoertuigsdataopnamesEr zijn bepaalde onderdelen van uw voertuig (het “Voertuig”) die dataopslagmodules of geheugens bevatten. Deze slaan tijdelijk of per-manent de technische data op die onderstaand worden genoemd. Deze data zijn uitsluitend van technische aard en dienen voor het (i)identificeren en corrigeren van fouten die optreden binnen het Voertuig en/of het (ii) optimaliseren van de Voertuigsfuncties. Opgenomen data (de “Opgenomen Data”)• Storingen, fouten en defecten in belangrijke systeemonderdelen. (bijv. lichten, remmen) • Reacties van de auto in bepaalde situaties (bijv. het opblazen van de SRS-airbags, het activeren van het stabiliteitsregelsysteem). • Bedieningsvoorwaarden van systeemonderdelen (bijv. vulniveaus). • Statusberichten van de auto en de afzonderlijke onderdelen ervan (bijv. rijsnelheid, optrekken, afremmen, zijwaarts optrekken).

78RM - 25DVoorwaarden waaronder SUZUKI en de Partijen Opgenomen Data kan verstrekken aan derdenSUZUKI en de Partijen kunnen onder een van de volgende voorwaarden Opgenomen Data openbaar maken of verstrekken aan derden:• Toestemming van de eigenaar/gebruiker(s) van de auto, of van de huurder van de auto (in geval van verhuur) wordt verkregen.• Deze gegevens worden officieel verzocht door de politie, officier van justitie, de rechtbank of andere autoriteiten.• De gegevens worden verstrekt aan een onderzoeksinstituut voor statistisch onderzoek nadat de gegevens zodanig zijn verwerkt datde eigenaar/gebruiker(s) van de auto niet geïdentificeerd kunnen worden.• De gegevens worden gebruikt door SUZUKI of de Partijen of hun bestuurders, functionarissen of medewerkers voor de doeleindenbeschreven in Gebruik van gegevens.• De gegevens worden gebruikt door SUZUKI of de Partijen bij een rechtszaak.• In andere gevallen toegestaan door de toepasselijke wet- en regelgeving.Indien vereist, kunt u meer informatie verkrijgen bij de Partijen anders dan de Leveranciers.OPMERKING:• De gegevens kunnen niet gebruikt worden om de bewegingen van de auto te detecteren.• De gegevens die zijn opgeslagen in de gegevensopslagmodules of -geheugens verschillen per model of klasse van de auto.• Geen enkele conversatie of lawaai/geluid wordt ooit opgenomen.• De gegevens kunnen mogelijk niet worden opgenomen in sommige gevallen.Als deze technische data worden gecombineerd met andere informatie (bijv.

ongeluk- of getuigeverklaringen, schade aan het Voertuig,enz.), kan het mogelijk zijn dat de data in sommige gevallen een specifiek persoon identificeert.e-Call/ERA-GLONASSFuncties die zijn toegevoegd in overeenstemming met de klant kunnen bepaalede gegevens van de auto overdragen (bijv. locatie van deauto in noodgevallen) van de auto naar de politie of naar een werknemer van de nooddienst, met als doel hulp of reactie op een ver-keersongeval.

GEILLUSTREERDE INHOUDSOPGAVE78RM - 25D1. Zonneklep (pag.5-4)2. Interieurverlichting voorin (pag.5-5, 6-59)3. Handsfree microfoon (indien uitgerust) (pag.5-65)4. Binnenspiegel (pag.2-15)5. Controlelichtje deactivering voorpas-sagierairbag (indien uitgerust) (pag. 1-55)6. Waarschuwingslabel voor voorairbagvoor de voorpassagier (P.1-44) *1, *2*1 Zorg dat u de gedetailleerde infor-matie op de aangegeven paginaleest voordat u een kinderzitjegebruikt.*2 Gebruik NOOIT een naar achterengericht kinderzitje op een stoel diedoor een frontale ACTIEVE AIRBAGwordt beveiligd, want dat kan voorhet KIND FATAAL of ERNSTIG LET-SEL tot gevolg hebben.72M0015078RB01014AANZICHT A (voertuig met het stuur links)1 34 526

Als u de vloermat aan de bestuurderszijdeopnieuw in de auto legt nadat deze werdverwijderd, moet u de oogjes van de vloer-mat opnieuw vastmaken aan de bevesti-gingsdelen en de vloermat correct in debeenruimte leggen.Als u de vloermatten in de auto door eenander type matten vervangt, zoals vloer-matten die geschikt zijn voor alle weerty-pen, raden wij u aan originele SUZUKIvloermatten te gebruiken omdat deze hetbeste passen.WAARSCHUWINGAls u verzuimt om de volgende voor-zorgsmaatregelen te nemen kan devloermat aan de bestuurderszijdehinderen bij de bediening van depedalen waardoor u de controle overde auto verliest met mogelijk eenongeval tot gevolg.Beschrijving van het waarschuwingslabel• Naar voren geschovenvloermat kan de bedie-ning van de pedalenhinderen en kan eenonverwacht ongevalveroorzaken.•Zorg ervoor dat deoogjes van de vloer-mat zijn vastgemaaktaan de bevestigings-delen.• Leg niet meerderevloermatten op elkaarwant dit kan voorko-men dat de bevestigin-gen wordenvastgemaakt, waar-door de vloermattennaar voren schuiven.(vervolg)WAARSCHUWING(vervolg)• Lees deze gebrui-kershandleiding voormeer informatie.• Gebruik geen vloermat die niet opde vloer past.

Controleer ofde bestuurdersstoel en de rugleuningin de juiste stand staan voordat uwegrijdt.WAARSCHUWINGDe stoelen moeten afgesteld wordenvoordat de veiligheidsgordels wor-den omgedaan, omdat slecht zittendegordels niet de beoogde bescher-ming zullen bieden.WAARSCHUWINGDe rugleuningen van alle stoelenmoeten altijd recht overeind staan tij-dens het rijden, omdat anders de vei-ligheidsgordels minder effectief zijn.De veiligheidsgordels bieden alleende maximale bescherming als de rug-leuningen rechtop geplaatst zijn.WAARSCHUWINGPlaats geen voorwerpen onder devoorpassagiersstoel. Als een voor-werp onder de voorpassagiersstoelklem komt te zitten, kan het volgendegebeuren.• De stoel kan niet vergrendeld wor-den.WAARSCHUWINGLaat geen aanstekers of spuitbussenop de vloer liggen.

Als aanstekers ofspuitbussen op de vloer liggen, kun-nen deze per ongeluk ontsteken alser bagage in het voertuig wordt gela-den of als de stoel wordt versteld,wat tot brand kan leiden.

1-3VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25D78RB02008(1)(2)Stoelpositieverstellingshendel (1)Trek de hendel omhoog en verschuif destoel.Verstelhendel voor de hoek van de rug-leuning (2)Trek de hendel omhoog en beweeg derugleuning.Voor het lichte bedrijfsvoertuig, als de stoelde scheidingswand achter de stoel raakt,pas dan de stoelpositie aan om de schei-dingswand niet te raken.Na het loslaten van de verstelhendelbeweegt u de stoel en de rugleuning eenpaar maal heen en weer om te controlerenof deze goed vergrendeld zijn.

1-4VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25DHoofdsteunen (Verstelbaar type)80J001De hoofdsteunen zijn ontworpen om dekans op nekletsel bij een ongeval te helpenverminderen. Stel de hoofdsteun zo af dathet midden van de hoofdsteun zo dichtmogelijk bij de bovenrand van uw oren is.Als de hoofdsteun niet kan worden afge-steld voor erg grote personen, moet u dehoofdsteun zo hoog mogelijk zetten.OPMERKING:Het is mogelijk dat u de rugleuning naarachteren moet klappen zodat er voldoenderuimte tussen de stoel en het plafond is omde hoofdsteun te kunnen verwijderen.Voor75RM004Om de voorste hoofdsteun hoger te zetten,trekt u de hoofdsteun omhoog totdat dezevastklikt. Om de hoofdsteun lager te zet-ten, duwt u de hoofdsteun omlaag terwijlde ontgrendelknop ingedrukt wordt.

Drukde vergrendelknop in en trek de hoofd-steun uit de bussen, als het nodig is dehoofdsteun te verwijderen (voor reiniging,vervanging enz.).Voorstoelverwarming (indien uitgerust)78RB02009Met het contactslot in de “ON”-stand druktu een of beide stoelverwarmingsschake-laar(s) in om de bijbehorende stoel(en) teverwarmen. Het controlelichtje in de scha-kelaar gaat ook branden. Druk de schake-laar nog een keer in om destoelverwarming uit te schakelen. Het con-trolelichtje in de schakelaar gaat uit.WAARSCHUWING• Rijd nooit met de auto wanneer dehoofdsteunen niet aangebrachtzijn.• De hoogte van de hoofdsteun magnooit onder het rijden veranderdworden.

1-5VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25D78RB02094Achterbank (indien uitgerust)Hoofdsteunen (indien uitgerust)De hoofdsteunen zijn ontworpen om dekans op nekletsel bij een ongeval te helpenverminderen.OPMERKING:Het is mogelijk dat u de rugleuning naarvoren moet klappen zodat er voldoenderuimte tussen de stoel en het plafond is omde hoofdsteun te kunnen verwijderen.Stel de hoofdsteun zo af dat het middenvan de hoofdsteun zo dicht mogelijk bij debovenrand van uw oren is. Als de hoofd-steun niet kan worden afgesteld voor erggrote personen, moet u de hoofdsteun zohoog mogelijk zetten.WAARSCHUWINGVerkeerd gebruik van de stoelverwar-ming kan gevaarlijk zijn.

Zelfs als deverwarmingstemperatuur laag is, kande inzittende brandwonden oplopenals hij of zij een dunne of korte broekof rok draagt en de verwarming voorlangere tijd aan laat staan.Vermijd het gebruik van de stoelver-warming bij de volgende personen:• Personen met een verminderdgevoel in de benen, waaronder ookouderen of personen met bepaaldehandicaps.• Kleine kinderen of personen meteen gevoelige huid.• Personen die slapen of die onderinvloed zijn van alcohol of verdo-vende middelen waardoor ze slape-rig zijn.LET OPOm beschadiging van het verwar-mingselement te voorkomen:• Stel de voorstoelen niet bloot aanharde stoten door er bijvoorbeeldkinderen op te laten springen.• Bedek de voorstoelen niet met eenisolerend materiaal zoals eendeken of kussen.WAARSCHUWING• Rijd nooit met de auto wanneer dehoofdsteunen niet aangebrachtzijn.• De hoogte van de hoofdsteun magnooit onder het rijden veranderdworden.

1-6VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25DAchter78RB02010Om de achterste hoofdsteun hoger te zet-ten, trekt u de hoofdsteun omhoog totdatdeze vastklikt. Om de hoofdsteun lager tezetten, duwt u de hoofdsteun omlaag ter-wijl de ontgrendelknop ingedrukt wordt.Druk de vergrendelknop in en trek dehoofdsteun uit de bussen, als het nodig isde hoofdsteun te verwijderen (voor reini-ging, vervanging enz.).Wanneer een kinderzitje wordt aange-bracht, moet naar vereist de hoogte van dehoofdsteun worden aangepast of moetdeze worden verwijderd.

Neerklapbare achterzittingenDe rugleuningen van de achterbank kun-nen naar voren worden geklapt voor extrabagageruimte.De achterbank naar voren klappen:1) Laat de hoofdsteun (indien uitgerust)volledig zakken.78RB020112) Haak de gordelband van de driepunts-veiligheidsgordels voor de buitenste zit-plaatsen in de gordelhangers.78RB02012VOORZICHTIGVerwijder alle voorwerpen op de ach-terbank voordat u de rugleuningenvan de achterbank neerklapt. Het kanvoorkomen dat de veiligheidsgordel-herinnering van de achterbank(indien uitgerust) niet wordt geacti-veerd als er nog voorwerpen op deachterbank liggen.LET OP• Controleer of de gordelband nietverdraaid is.• Controleer bij het verplaatsen vande rugleuning of de gordelband inde gordelhanger is vastgehaakt,zodat de rugleuning, het stoel-scharnier of de stoelvergrendelingniet in de veiligheidsgordels ver-strikt raken.

1-7VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25D3) Voor elke afzonderlijke rugleuninghelfttrekt u de ontgrendelriem aan debovenkant van elke rugleuning envouwt u de rugleuning naar voren.Voor de zitbank trekt u aan gelijktijdigaan beide ontgrendelriemen bovenopde zitbank en vouwt u de rugleuningnaar voren.Volg de onderstaande procedure om dezitting weer in de normale stand terug tebrengen.78RB02013Zet de rugleuning omhoog totdat deze opde plaats vergrendelt.Na het terugzetten van de rugleuningbeweegt u de rugleuning een paar maalheen en weer om te controleren of dezegoed vergrendeld is.Veiligheidsgordels en kinderzitjes65D231SWAARSCHUWINGWanneer het nodig is bagage in depassagiersruimte te vervoeren metde achterbank naar beneden geklapt,moet de bagage goed vastgemaaktworden om verwonding als gevolgvan rondvliegende bagage te voorko-men.

De bagage mag nooit hoger rei-ken dan de bovenrand van derugleuning.LET OPAls u de rugleuning van de achter-bank in de normale stand terug-brengt, moet u erop letten dat er nietsrondom de sluiting is. Als er veront-reinigingen zijn, zal de rugleuningniet stevig vergrendeld worden.LET OPAls de rugleuning van de achterbankin de normale stand wordt terugge-zet, moet u voorzichtig te werk gaanom beschadiging aan de vergrende-ling te voorkomen. U mag hierbijgeen voorwerp of grote krachtgebruiken.WAARSCHUWINGDraag altijd de veiligheidsgordels.

1-8VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25D65D606 65D201WAARSCHUWINGEen airbag biedt in aanvulling op deveiligheidsgordels extra beveiligingin geval van een frontale botsing. Debestuurder en alle passagiers dienenechter altijd hun veiligheidsgordelste dragen, ongeacht of hun zitplaatswel of niet van een airbag is voorzien,om bij een ongeval de kans op ern-stig of fataal letsel tot een minimumte beperken.WAARSCHUWINGWijzig, verwijder, of demonteer deveiligheidsgordels niet. Als u dit tochdoet, is het mogelijk dat ze niet goedwerken en bestaat er een risico opernstig letsel of de dood in het gevalvan een botsing.WAARSCHUWING• Laat nooit iemand plaatsnemen inde bagageruimte van een auto.

Bijeen ongeval is de kans op letselveel groter, dan wanneer dezelfdepersoon op een stoel en met de vei-ligheidsgordel om in de auto zouhebben plaatsgenomen.• De veiligheidsgordels moeten altijdals volgt worden afgesteld:– de heupgordel moet laag over hetbekken lopen, niet om uw middel.– de schouderbanden mogenalleen over de buitenkant van deschouder lopen en nooit onderde arm.(vervolg)Boven het bekkenWAARSCHUWING(vervolg)– de schouderbanden moeten uitde buurt zijn van uw gezicht enhals, maar mogen niet van uwschouder afglijden.• De veiligheidsgordels mogen nietverdraaid worden en moeten zostrak aangetrokken worden als eencomfortabele zit toelaat om de ver-eiste bescherming te kunnen gevenwaarvoor ze bedoeld zijn. Eenslappe veiligheidsgordel biedt aan-merkelijk minder bescherming daneen goed zittende gordel.(vervolg)Over het bekken

1-9VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25D65D199 65D609WAARSCHUWING(vervolg)• Controleer of iedere veiligheidsgor-delslotplaat (tong) in de bijbeho-rende gesp gestoken is. Op deachterbank is het mogelijk dat deveiligheidsgordelgespen doorelkaar worden gehaald.• Zwangere vrouwen moeten even-eens veiligheidsgordels dragen.Raadpleeg de huisarts voor bijzon-derheden. Zwangere vrouwen moe-ten de heupgordel zo laag mogelijkover de heup dragen, zoals aange-geven in de afbeelding.(vervolg)zo laag mogelijk over de heupWAARSCHUWING(vervolg)• Draag uw veiligheidsgordel nietover harde of breekbare voorwer-pen in uw zakken of kleding. Bijeen ongeval kunnen voorwerpenals brillen, pennen enz. onder deveiligheidsgordel letsel veroorza-ken.• Vervoer een kind niet op de schootvan een passagier.

Zelfs als de pas-sagier het kind stevig vasthoudt, ishet kind niet voldoende beschermdin geval van een ongeluk wat zoukunnen resulteren in ernstig letselvan het kind.(vervolg)WAARSCHUWING(vervolg)• Gebruik nooit dezelfde veiligheids-gordel voor meer dan één inzit-tende en plaats deveiligheidsgordel nooit over eenbaby of kind dat bij een inzittendeop schoot zit. Dergelijk gebruik vande veiligheidsgordel kan tot ernstigletsel leiden bij een ongeval.• Controleer de veiligheidsgordelsvan tijd tot tijd op overmatige slij-tage en beschadiging. De veilig-heidsgordels moeten vervangenworden als de gordelband begint terafelen, of vervuild of beschadigdis.

Het is erg belangrijk een veilig-heidsgordel te vervangen die tij-dens een zware botsing gedragenwerd, ook al is er geen zichtbarebeschadiging.• Kinderen van 12 jaar of jonger moe-ten op de achterbank zitten en opde juiste wijze zijn vastgezet.(vervolg)

1-10VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25DDriepuntsveiligheidsgordelOprolmechanisme met noodblokkering(ELR)De veiligheidsgordel is uitgerust met eenoprolmechanisme met noodblokkering(ELR), die alleen werkt in geval van plotse-ling remmen of een botsing. De gordel kanook blokkeren wanneer u deze te snel uit-trekt. Als dit gebeurt, laat u de gordel zich-zelf oprollen zodat deze ontgrendeld wordten trekt u de gordel opnieuw langzaamover uw lichaam heen.Veiligheidswaarschuwing 60A038WAARSCHUWING(vervolg)• Baby’s en kinderen mogen niet ver-voerd worden zonder de vereisteveiligheidssystemen. In de handelzijn veiligheidssystemen voorkleine kinderen verkrijgbaar endeze moet u ook gebruiken. Con-troleer of het het aangekochte sys-teem aan de betreffendeveiligheidsnormen voldoet.

Volg dedoor de fabrikant bij het systeemverstrekte aanwijzingen nauwge-zet op.• Voor een kind, als de veiligheids-gordel de nek of het gezicht irri-teert, gebruik dan een kinderzitjedat voor het kind geschikt is. Deveiligheidsgordels van uw auto zijnvoornamelijk ontworpen voor vol-wassen personen.• Voorkom verontreiniging van degordelband door poetsmiddelen,olie, chemicaliën en, in het bijzon-der, accuzuur. Reinigen kan hetbest gebeuren met water en zachtezeep.(vervolg)WAARSCHUWING(vervolg)• Plaats geen voorwerpen zoalsmunten, clips enz. in de gespenvan de veiligheidsgordels en let opdat u geen vloeistoffen in dezedelen morst.

1-11VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25D60A040Om de kans dat u bij een aanrijding onderde gordel doorglijdt te verminderen, laat uhet heupgedeelte zo laag mogelijk over uwheupen lopen en trekt u het schouderge-deelte van de gordel via de slotplaatomhoog totdat de gordel comfortabel zitmaar niet te los.

De lengte van de schuineschouderband wordt automatisch afge-steld om de vereiste bewegingsvrijheid tewaarborgen.60A036Om de veiligheidsgordel vast te maken,gaat u rechtop en ver naar achteren op destoel zitten, trekt daarna de slotplaat dieaan de gordel bevestigd is over uwlichaam heen en steekt deze dan recht inde gesp totdat u een klikgeluid hoort.Nadat u de slotplaat in de gesp hebtgedrukt, trekt u aan de veiligheidsgordelom er zeker van te zijn dat deze goed isvergrendeld.60A039Om de veiligheidsgordel los te maken,duwt u op de rode “PRESS” knop op degesp en laat de gordel dan geleidelijkoprollen terwijl u de gordel of/en de slot-plaat vasthoudt.Laag over de heupen

1-12VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25DDriepuntsgordel met afneembare connector (indien aanwezig)78RB02014De driepuntsgordel achter heeft een gesp,een slotplaat en een afneembare connec-tor. De gesp en de connector van de veilig-heidsgordel op de achterbank zijn zoontworpen dat er geen verkeerde slotplaatin kan worden gestoken.Als de rugleuning van de achterbank rechtovereind staat, houdt u het afneembarekoppelstuk vergrendeld. Alleen als de rug-leuning van de achterbank naar vorenwordt geklapt, ontgrendelt u het afneem-bare koppelstuk.

Om het koppelstuk te ver-grendelen en ontgrendelen, wordt uverwezen naar “Vergrendelen en ontgren-delen van het afneembare koppelstuk” indit hoofdstuk.78RB02015VastmakenLet op de volgende voorzorgsmaatregelenvoordat u de driepuntsgordel van de ach-terbank bevestigd.• Het afneembare aansluitstuk (1) stevigbevestigd is.• De band niet gedraaid is.• De driepuntsgordel op de achterbankniet door de veiligheidsgordelhangerwordt gestoken.Om de veiligheidsgordel vast te maken,gaat u rechtop en goed naar achteren opde bank zitten, trekt daarna de slotplaat (2)over uw lichaam heen en steekt deze danrecht in de gesp (3) totdat u een klik hoort.Nadat u de slotplaat in de gesp hebtgedrukt, trekt u aan de veiligheidsgordelom er zeker van te zijn dat deze goed isvergrendeld.78RB02085(1) Goed(2) Fout(1)(2)(3)(1) (2)

1-14VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25DOntgrendelen en vergrendelen van hetafneembare koppelstuk78RB02016OntgrendelenHet aansluitstuk ontgrendelen:1) Steek een sleutel in de gleuf (1) van hetaansluitstuk en laat de veiligheidsgor-del oprollen.2) Nadat de veiligheidsgordel volledig isopgerold, kunt u de gordel in de houderopbergen. Zie “Opbergen van de drie-puntsveiligheidsgordel van de achter-bank” in dit hoofdstuk voor verdereinformatie.VergrendelenHet aansluitstuk vergrendelen:1) Trek de veiligheidsgordel uit de houder.78RB020172) Steek het aansluitstuk van de tongplaat(2) in de aansluiting (3).Opbergen van de driepuntsgordel vande achterbankBerg de riem op nadat deze volledig isingetrokken.78RB02018Bind de veiligheidsgordel (4) met de band(5).(1)WAARSCHUWINGZorg dat het afneembare koppelstukstevig vergrendeld is en de gordel-band niet verdraaid is.(2)(3)(5)(4)

1-15VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25DWaarschuwingssignaal voor veiligheidsgordel niet omgedaan78RB02019(1)(2) (3)(2)(3)Instrumentenpaneel (Type A)Instrumentenpaneel (Type B)(1) Waarschuwingslampje voor veilig-heidsgordel bestuurder niet omge-daan / waarschuwingslampje voorveiligheidsgordel voorpassagier nietomgedaan (indien uitgerust)(2) Waarschuwingslampje voor veiligheidsgordel achterpassagier (linksachter) niet omgedaan*1(indienuitgerust)(3) Waarschuwingslampje voor veiligheidsgordel achterpassagier (rechtsachter) niet omgedaan*2(indien uitgerust)*1 Dit symbool betekent dat de veilig-heidsgordel niet is vastgemaakt.*2 Dit symbool betekent dat de veilig-heidsgordel is vastgemaakt.Als de bestuurder en/of de passagier(s) deveiligheidsgordel niet heeft omgedaan, zalhet waarschuwingslampje gaan branden ofknipperen en klinkt er een zoemer om debestuurder en/of de passagier(s) eraan teherinneren de veiligheidsgordel om tedoen.

1-16VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25DWaarschuwingssignaal voor veilig-heidsgordel bestuurder niet omgedaanAls de bestuurder de veiligheidsgordel nietvastmaakt nadat het contactslot in de“ON”-stand is gezet, werkt het waarschu-wingssignaal als volgt:1) Het waarschuwingslampje veiligheids-gordel bestuurder niet omgedaan gaatbranden. Het waarschuwingslampjevan de voorpassagiergordel zal ookgaan branden als een voorpassagierzijn/haar veiligheidsgordel niet om doet. 2) Als de rijsnelheid ongeveer 15 km/hheeft bereikt, zal het waarschuwings-lampje veiligheidsgordel bestuurderniet omgedaan gaan knipperen enklinkt er ongeveer 95 seconden langeen zoemer. 3) Het waarschuwingslampje blijft bran-den totdat de veiligheidsgordel van debestuurder is omgedaan.

Als de bestuurder zijn of haar gordel vast-maakt en later weer losmaakt, zal hetwaarschuwingssysteem geactiveerd wor-den vanaf stap 1) of 2), afhankelijk van derijsnelheid. Als de rijsnelheid lager is danongeveer 15 km/h, zal het waarschuwings-systeem vanaf stap 1) beginnen. Als de rij-snelheid hoger is dan ongeveer 15 km/h,zal het waarschuwingssysteem vanaf stap2) beginnen. Het waarschuwingssignaal wordt automa-tisch geannuleerd als de veiligheidsgordelvan de bestuurder wordt vastgemaakt ofals het contactslot wordt afgezet. Waarschuwingssignaal veiligheidsgor-del voorpassagier niet omgedaan (indien uitgerust)Als er een persoon op de voorpassager-stoel zit en de voorpassagierveiligheids-gordel is niet omgedaan wanneer hetcontactslot naar de “ON”-stand wordtgedraaid, zal de waarschuwingssignaalveiligheidsgordel voorpassagier niet omge-daan geactiveerd worden.

Het waarschu-wingssignaal veiligheidsgordelvoorpassagier niet omgedaan werkt opdezelfde manier als het waarschuwings-signaal voor veiligheidsgordel bestuurderniet omgedaan. WAARSCHUWINGDe bestuurder en de passagiers moe-ten altijd de veiligheidsgordels dra-gen. Personen die geenveiligheidsgordel dragen, hebbeneen veel grotere kans op letsel ingeval van een ongeval.

Maak er eengewoonte van om uw veiligheidsgor-del vast te gespen voordat u de sleu-tel in het contactslot steekt. LET OPDe sensor van de waarschuwingssig-naal veiligheidsgordel voorpassagierniet omgedaan bevindt zich in het zit-kussen. Als u daarom vloeistoffenzoals vloeibare geurstoffen, frisdran-ken of sap op het voorpassagiers zit-kussen morst, veeg dit danonmiddellijk droog met een zachtedoek. Anders kan de sensor van dewaarschuwingssignaal veiligheids-gordel voorpassagier niet omgedaanbeschadigd.

1-17VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25DOPMERKING:• Als u voorwerpen op de passagiersstoelplaatst, wordt het gewicht van de voor-werpen waargenomen door de sensoren zal het waarschuwingslampje veilig-heidsgordel voorpassagier niet omge-daan (indien aanwezig) gaan brandenen vervolgens zal de interne zoemerklinken. • Als een kind of een klein persoon op devoorpassagiersstoel zit of er een kussenop de voorpassagiersstoel ligt, wordt hetgewicht niet waargenomen door de sen-sor en zal de interne zoemer mogelijkniet klinken. Waarschuwingssignaal voor veilig-heidsgordel achterpassagier niet omge-daan (indien uitgerust)Als er een persoon op de achterbank zit ende achterbankveiligheidsgordel is nietomgedaan wanneer het contactslot naarde “ON”-stand wordt gedraaid, zal dewaarschuwingssignaal voor veiligheidsgor-del achterpassagier niet omgedaan geacti-veerd worden.

De waarschuwingssignaalvoor veiligheidsgordel achterpassagier nietomgedaanl werkt op dezelfde manier alshet waarschuwingssignaal voor veilig-heidsgordel bestuurder niet omgedaan. OPMERKING:• Als u een voorwerp op de achter passa-giersstoel plaatst, wordt het gewicht vanhet voorwerp gedetecteerd door de sen-sor en zal het herinneringslampje (indieningesteld) voor de veiligheidsgordelgaan branden en vervolgens kan de bin-nenzoemer gaan piepen. • Als een kind of een klein persoon op deachter passagiersstoel zit of als het kus-sen op de achter passagiersstoel wordtgeplaatst, zal het gewicht niet door desensor waar worden genomen en gaatde binnenzoemer mogelijk af. Gordelhanger78RB02011LET OPDe sensor van de waarschuwingssig-naal voor veiligheidsgordel achter-passagier niet omgedaan bevindtzich in het zitkussen.

1-18VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25DInspecteren van de veiligheidsgor-dels65D209SControleer regelmatig of de veiligheidsgor-dels juist werken en niet beschadigd zijn.Controleer de gordelbanden, de gespen,de slotplaten, de oprolmechanismen, debevestigingspunten en de geleidelussen.Vervang de veiligheidsgordel als deze nietjuist werkt of wanneer deze beschadigd is.Veiligheidsgordelspannersysteem 63J269WAARSCHUWINGInspecteer alle veiligheidsgordelsa-menstellingen zorgvuldig na een bot-sing. De veiligheidsgordels dietijdens een aanrijding (met uitzonde-ring van een hele lichte) gedragenwerden, moeten vervangen worden,ook als er geen zichtbare beschadi-ging is. Een veiligheidsgordelsamen-stelling die niet werd gebruikt tijdenseen aanrijding moet worden vervan-gen, als de airbags en de veiligheids-gordelvoorspanner werdengeactiveerd.

De airbags, de gordel-spanners en de laadbegrenzer wer-ken slechts eenmaal. Als ze nietwerden geactiveerd, neem dan con-tact op met de Suzuki-dealer.WAARSCHUWINGIn dit gedeelte wordt het veiligheids-gordelspannersysteem van uwSUZUKI-auto beschreven. Lees dehierna volgende informatie aandach-tig door en volg alle aanwijzingenzorgvuldig op om de kans op ernstigof fataal letsel tot een minimum tebeperken.en/ofLabel

1-19VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25DKijk naar het label onderaan op de veilig-heidsgordels van de voorstoelen of deachterbank om te bepalen of uw auto meteen gordelspannersysteem is uitgerust. Bijauto’s met een gordelspannersysteem zietu de letters “p” en/of “PRE” zoals afge-beeld. Veiligheidsgordels met een gordel-spanner werken op dezelfde wijze alsgewone veiligheidsgordels. Lees dit hoofdstuk en het hoofdstuk “Aan-vullend inzittenden-beveiligingssysteem(airbags)” voor meer informatie over hetgordelspannersysteem. Het veiligheidsgordelspannersysteemwerkt in combinatie met het aanvullendinzittenden-beveiligingssysteem (airbags). De botsingsensoren en de elektronischeregeleenheid van het airbagsysteem rege-len ook de werking van de veiligheidsgor-delspanners.

De gordelspanners wordenalleen geactiveerd wanneer er een frontalebotsing of een aanrijding van opzij optreedtdie ernstig genoeg is om de airbags te acti-veren en wanneer de veiligheidsgordelszijn vastgemaakt. Voor voorzorgsmaatre-gelen en algemene informatie betreffendeonderhoud aan het gordelspanner-systeem wordt in aanvulling op de hieronder “Veiligheidsgordelspannersysteem”gegeven informatie verwezen naar deparagraaf “Aanvullend inzittenden-beveili-gingssysteem (airbags)”, en zorg dat alleaanwijzingen nauwkeurig worden opge-volgd. De gordelspanner bevindt zich in de oprol-mechanismen van de voorste veiligheids-gordels en elk oprolmechanisme van deachterbankveiligheidsgordels op de bui-tenste zitplaatsen. Bij een frontale botsingof een aanrijding van opzij trekt de gordel-spanner een eventuele lus in de gordelstrak zodat de gordel een optimalebescherming kan bieden.

De oprolmecha-nismen zijn geblokkeerd nadat de gordel-spanners in werking zijn getreden. Wanneer de gordelspanners in werkingtreden, hoort u een knal en kan er wat rookvrijkomen. Deze verschijnselen zijn nor-maal en duiden niet op brand in de auto.

De bestuurder en alle passagiers moetenaltijd de veiligheidsgordels dragen, onge-acht of de auto wel of niet is uitgerust metgordelspanners om de kans op ernstig offataal letsel bij een botsing te beperken. Ga rechtop op de stoel zitten met uw rugtegen de rugleuning; leun niet naar vorenof naar de zijkant. Stel de gordel zo af dathet heupgedeelte van de gordel laag overuw bekken loopt en niet om uw middel. Ziede paragrafen “Stoelverstelling” en de aan-wijzingen en voorzorgsmaatregelen overveiligheidsgordels in het gedeelte “Veilig-heidsgordels en kinderzitjes” voor naderebijzonderheden betreffende de juisteafstelling van de stoelen en veiligheidsgor-dels. De gordelvoorspanners en airbags tredenbij een ernstige frontale botsing of botsingvanaf de zijkant in werking.

Zij worden nietgeactiveerd bij een aanrijding van achte-ren, wanneer de auto over de kop slaat ofbij minder ernstige frontale aanrijdingen. De gordelspanners kunnen slechts één-maal geactiveerd worden. Als de gordel-spanners geactiveerd worden (d. w. z. wanneer de airbags geactiveerd worden),moet u het gordelspannersysteem zospoedig mogelijk door een SUZUKI-dealerlaten nakijken. Als het AIRBAG-lampje in het instrumen-tenpaneel niet knippert of even brandtwanneer het contactslot in de stand “ON”gezet wordt, als het lampje langer dan 10seconden blijft branden, of als het lampjetijdens het rijden gaat branden, is hetmogelijk dat het gordelspannersysteem ofhet airbagsysteem niet goed werkt. Laatbeide systemen in dit geval zo spoedigmogelijk door een SUZUKI-dealer nakij-ken.

Onderhoud aan of rondom de onderdelenvan het gordelspannersysteem of de bijbe-horende bedrading mag uitsluitend dooreen SUZUKI-dealer worden uitgevoerd diehiervoor speciaal getraind is. Foutieveonderhoudsprocedures kunnen leiden tothet onvoorzien in werking treden van degordelspanners of het gordelspanner-systeem zou buiten werking kunnen raken. Beide gevallen zouden mogelijk in ernstigletsel kunnen resulteren.

1-20VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25DOm beschadiging of onvoorzien in werkingtreden van het gordelspanners te voorko-men, dient u pas met werkzaamheden aande elektrische installatie van uw SUZUKIte beginnen nadat u de loodzuuraccu hebtlosgekoppeld en het contactslot minimaal90 seconden in de stand “LOCK” heeftgestaan.Raak geen onderdelen of bedrading vanhet gordelspannersysteem aan. De bedra-ding is voorzien van gele isolatietape of zitin gele doorvoerbuisjes en de stekkers zijneveneens geel. Neem contact op met eenerkende SUZUKI-dealer of een autode-montagebedrijf als u uw SUZUKI-auto wiltafvoeren.Kinderzitjes60G332SDe volgende soorten kinderzitjes zijn overhet algemeen beschikbaar.Kinderzitje 80JC007Kinderzitje80JC016Verhoogde kinderzitting80JC008

1-21VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25DSUZUKI raadt u ten sterkste aan een kin-derzitje of babyzitje te gebruiken ombaby’s en kleine kinderen te bevestigen. Erzijn vele soorten kinderzitjes in de handelverkrijgbaar; gebruik altijd een kinderzitjedat aan de betreffende veiligheidsnormenvoldoet. Alle kinderzitjes zijn ontworpen om met deveiligheidsgordels (heupgordels of hetheupgedeelte van driepuntsveiligheidsgor-dels) of met speciale stijve onderstebevestigingsstangen die in de zitting zijningebouwd, te worden bevestigd. SUZUKIbeveelt aan om het kinderzitje altijd op deachterbank te bevestigen indien dit moge-lijk is. Volgens de ongevalstatistieken zijnkinderen namelijk beter beveiligd als hetkinderzitje op de achterbank is bevestigden niet op de voorstoel. (Voor landen waarin VN-reglement nr.

16 van toepassing is)Wanneer u een kinderzitje koopt en dit inuw SUZUKI monteert, dient u de informatiete raadplegen betreffende de geschiktheidvan kinderzitjes zoals beschreven in “Kin-derzitjes voor landen waarin VN/ECE-reglement nr. 16 van toepassing is” in dezeparagraaf. OPMERKING:Neem alle wettelijke voorschriften betref-fende het gebruik van kinderzitjes acht. WAARSCHUWING(Auto zonder deactiveringssysteemvoor de voorpassagiersairbag) Monteer geen naar achteren gerichtkinderzitje op de voorpassagiers-stoel. Als de voorpassagiersairbagwordt opgeblazen, kan een kind datin een naar achteren gericht kinder-zitje zit ernstig of zelfs dodelijk letseloplopen. Dit komt omdat de rugleu-ning van het naar achteren gerichtekinderzitje zich te dicht bij de opbla-zende airbag bevindt.

WAARSCHUWING(Auto met het deactiveringssysteemvoor de voorpassagiersairbag)Bij gebruik van een kinderzitje op devoorpassagiersstoel moet het air-bagsysteem voor de voorpassagierworden uitgeschakeld; wanneer deairbag voor de voorpassagier andersin werking zou treden, kan dit resulte-ren in ernstig of fataal letsel voor hetkind.

WAARSCHUWINGAls u een kinderzitje op de achter-bank aanbrengt, schuift u de voor-stoel zo ver naar voren dat de voetenvan het kind niet tegen de rugleuningvan de voorstoel stoten. Dit om letselbij het kind te voorkomen in gevalvan een ongeval. WAARSCHUWINGKinderen zouden bij een aanrijding ingevaar kunnen komen als hun kinder-zitje niet op de juiste wijze in de autois bevestigd. Bij het aanbrengen vaneen kinderzitje dient u de onder-staande instructies nauwkeurig op tevolgen. Bovendien moet u het kindvolgens de instructies van de betref-fende fabrikant vastmaken in het kin-derzitje.

1-22VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25DKinderzitjes voor landen waarin VN/ECE-reglement nr. 16 van toepassing isKinderzitjeIn de tabel ziet u de geschiktheid van elkepassagiersplaats voor kinderen en demontage van een kinderzitje.Geschiktheid van kinderzitje voor elkestoelpositie (voor het voertuig met air-bag-deactiveringsschakelaar)78RB01013De bovenstaande afbeelding toont eenvoertuig met het stuur links.OPMERKING:Stoelpositienummer van , en is vooreen auto met het stuur rechts hetzelfde alseen voor een auto met het stuur links. Voorpassagiersstoel Achterbank rechterkant Achterbank linkerkantVOORZICHTIGStel naar vereist de hoogte van dehoofdsteun af of verwijder de hoofd-steun wanneer een kinderzitje wordtaangebracht.

Wanneer echter een ver-hoogde kinderzitting zonder eigenhoofdsteun wordt aangebracht, magde hoofdsteun niet worden verwijderd.Als de hoofdsteun wordt verwijderdom het kinderzitje te plaatsen, moet dehoofdsteun weer worden aangebrachtnadat het kinderzitje is verwijderd.Als het kinderzitje verkeerd wordtaangebracht, kan het kind in het kin-derzitje bij een botsing letsel oplo-pen.

1-23VOOR VEILIG RIJDEN78RM - 25DOPMERKING:Zie “Voor Taiwan” in het hoofdstuk “SUP-PLEMENT” voor de geschiktheid van kin-derzitjes op de zitplaatsen in de modellenvoor Taiwan.Gebruik nooit een naarachteren gericht kin-derzitje op de voorpas-sagiersstoel wanneerde airbag van de voor-passagier is geacti-veerd.Niet geschikt voor eenkinderzitje.#1: Schuif de voorstoel volledig naarachteren.#2: Wanneer u een naar voren gerichtkinderzitje installeert, als er ruimte ofspeling is tussen het kinderzitje ende rugleuning, verstel de hoek vande rugleuning dan om het kinderzitjegoed te kunnen installeren.#3: Als de hoofdsteun het kinderzitjestoort, verstel dan de hoogte van dehoofdsteun of verwijder deze indiennodig.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Suzuki Jimny (2023) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden