Suzuki GSX-8R (2024) Handleiding

Suzuki Motor GSX-8R (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Suzuki GSX-8R (2024) (325 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 37 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Suzuki GSX-8R (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/325

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Suzuki
Categorie: Motor
Model: GSX-8R (2024)

Handleiding Suzuki GSX-8R (2024) – volledige tekst

VOORWOORDMotorrijden is een van de meest opwin-dende sporten, en om zeker te zijn van uwrijplezier doet u er goed aan om de informa-tie in deze gebruikershandleiding aandach-tig door te nemen voordat u op uwmotorfiets gaat rijden.In deze handleiding worden de juiste verzor-ging en het onderhoud van uw motorfietsbeschreven. Door deze aanwijzingen pre-cies op te volgen, kunt u er zeker van zijndat uw motorfiets een lang leven heeft zon-der ongemakken. Uw erkende Suzuki-dea-ler heeft ervaren technici die opgeleid zijnom uw motorfiets met de best mogelijkezorg te omringen, met de juiste gereed-schappen en het juiste materiaal.Alle informatie, afbeeldingen en specifica-ties die u in deze handleiding vindt, zijn vol-ledig bijgewerkt tot het ogenblik vanpublicatie.

Tengevolge van verbeteringen ofandere veranderingen zouden er tegenstrij-digheden kunnen voorkomen tussen deinformatie in deze handleiding en uw motor-fiets. Suzuki behoudt zich het recht voor omte allen tijde veranderingen aan te brengen.Deze handleiding is van toepassing op allespecificaties of op alle respectievelijkebestemmingen en geeft uitleg over al hetmateriaal. Het is daarom mogelijk dat uwmodel afwijkende kenmerken heeft dan dievermeld in deze handleiding.

BELANGRIJKE INFORMATIEINFORMATIE I.V.M. DE INRIJPERIODE VAN UW MOTORFIETSDe eerste 1600 km (1000 mijl) zijn debelangrijkste voor de levensduur van uwmotorfiets. Een correct nagevolgde inrijperi-ode verzekert een maximale duurzaamheiden een optimale werking van uw nieuwemotorfiets. Suzuki-onderdelen zijn vervaar-digd van materialen van hoge kwaliteit endeze zijn in de fabriek afgewerkt met hetoog op nauwkeurig bepaalde belastingen.Een correct nagevolgde inrijperiode zorgtervoor dat de afgewerkte oppervlakkenelkaar smeren en zich harmonieus aanelkaar aanpassen.De betrouwbare werking van uw motorfietshangt af van de speciale zorg en het navol-gen van de beperkingen tijdens de inrijperi-ode. Let er vooral op de motor niet teoverbelasten om oververhitting van demotoronderdelen te voorkomen.Zie het hoofdstuk HET INRIJDEN voor ver-dere aanbevelingen en voorschriften betref-fende het inrijden.

WAARSCHUWING /VOORZICHTIG / LET OP / OPMERKINGLees deze handleiding zorgvuldig door envolg alle aanwijzingen zorgvuldig op. Om denadruk te leggen op speciale informatie,hebben het symbool  en de woordenWAARSCHUWING, VOORZICHTIG, LETOP en OPMERKING alle een speciale bete-kenis. Meldingen die beginnen met de vol-gende signaalwoorden zijn bijzonderbelangrijk:OPMERKING: Geeft speciale informatieaan die het onderhoud vergemakkelijkt of deinstructies duidelijker maakt. WAARSCHUWINGGeeft een potentieel gevaarlijke situatieaan die kan resulteren in ernstig of fataalletsel. VOORZICHTIGGeeft een potentieel gevaarlijke situatieaan die kan resulteren in licht of matigletsel.LET OPGeeft een potentieel gevaarlijke situatieaan die kan resulteren in beschadigingvan het voertuig of het materiaal.

1-2VEILIGHEIDSINFORMATIEVEILIGHEIDSRICHTLIJNENDE MEEST ONGEVALLEN KUNNEN WORDEN VOORKOMENVolg de basisvoorzorgsmaatregelenbeschreven in dit hoofdstuk met betrekkingtot dagelijks gebruik en zorg ervoor dat uvoorzichtig rijdt.Let altijd goed op tijdens het rijden om bot-singen te voorkomen.• Soms gebeuren er motorfietsongevallenomdat andere weggebruikers u nietopmerken. Let tijdens het rijden op hetvolgende.- Houd er rekening mee dat ongevallenvaak voorkomen wanneer een auto dienaar een motorfiets rijdt voor demotorfiets draait.- Rijd niet in de dode hoek van andereweggebruikers.• Draai het stuur niet snel en rijd niet metéén hand, omdat u hierdoor kunt slippenof vallen.• Draag beschermende uitrusting, zoalseen helm en handschoenen, om letseldoor vallen of ongevallen tot een mini-mum te beperken.

1-3• De accessoires die u met uw motorfietsgebruikt en de manier waarop u uw uit-rusting op de fiets laadt, kunnen gevarenveroorzaken. Aerodynamica, besturen,balans en speling in bochten kunnenachteruitgaan en de ophanging en ban-den kunnen overbelast raken. Lees hetdeel “GEBRUIK VAN ACCESSOIRESEN BELADING VAN DE MOTORFIETS”op pagina 1-29.Labels op de motorfietsLees alle labels op de motorfiets en volg deaanwijzingen op. Zorg dat u de informatie opde labels begrijpt. Verwijder geen labels vande motorfiets. Het niveau van ernst van het op de motor-fiets aangebrachte label wordt aangegevendoor het waarschuwingssymbool  en deachtergrondkleur in het bovenste gedeeltevan het label 1.

Als de motorfiets een ongewoon geluidmaakt, vreemd ruikt of vloeistof lekt, laathem dan nakijken door een Suzuki-dealer.Voor informatie over routinecontroles enperiodieke inspecties, zie “INSPECTIE ENONDERHOUD” op pagina 3-2. WAARSCHUWINGAls u met zeer hoge snelheid met demotorfiets rijdt, neemt de kans dat u decontrole over de motorfiets verliest toe,wat kan resulteren in een ongeluk.Rijd altijd met een snelheid die geschiktis voor het terrein, uw zicht, de omge-vingsomstandigheden, en uw vaardig-heid en ervaring.

1-5BESCHERMENDE KLEDINGOmschrijvingZowel de bestuurder als de passagier moe-ten zeker een helm dragen, evenals kledingen beschermende uitrusting die een hoogniveau van bescherming bieden. Raadpleeghet volgende bij het aanschaffen van dezeuitrusting. WAARSCHUWINGAls u zelfs maar één hand of voet van demotorfiets neemt, neemt de kans dat ude controle over de motorfiets verliesttoe. U zou uw balans kunnen verliezenen van de motorfiets kunnen vallen. Alsu uw voet van de voetsteun afneemt, kanuw voet of been in contact komen methet achterwiel. Dit kan letsel veroorza-ken of resulteren in een ongeluk.Houd het stuur met beide handen vasten houd beide voeten op de voetsteunenvan de motorfiets terwijl u rijdt.

1-6Helm• Draag een helm en trek het riempje ste-vig aan. Kies een helm die goed op jehoofd past maar geen overmatige drukuitoefent. • Draag een helmschild of een veiligheids-bril. Deze beschermen het gezichtsveldtegen de wind, en beschermen ook deogen tegen insecten, stof en kleinesteentjes die door voertuigen die voor urijden worden opgeworpen.(Thailand)Om het risico op letsel te verminderen:• Draag een helm, oogbescherming en beschermende kleding.• Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door.WAARSCHUWING    

1-7Rij-uitrusting• Draag beschermende uitrusting en kle-ding die een hoog beschermingsniveaubieden. Draag een helder, opvallendebovenkleding met lange mouwen en eenlange broek die zo min mogelijk huidblootstellen. Dit vermindert de impact ophet lichaam bij onverwachte ongevallen.Loszittende, nette kleding kan ongemak-kelijk en onveilig zijn bij het motorrijden.Kies motorkleding van goede kwaliteitwanneer u motorrijdt.• Zorg dat u handschoenen draagt. Hand-schoenen van wrijvingsbestendig leerzijn geschikt.• Draag schoenen waarmee u de motor-fiets makkelijk kunt bedienen en die deenkels bedekken.• Draag waar nodig een jas en een broekvoorzien van beschermingen. WAARSCHUWINGAls u geen helm draagt, neemt de kansop overlijden of ernstig letsel bij een bot-sing toe.

Als u een helm draagt die nietgoed past of niet goed is vastgemaakt,biedt de helm wellicht niet de bescher-ming waarvoor deze is ontworpen.De bestuurder en de passagier dieneneen helm te dragen die goed past engoed is vastgemaakt.

1-8Uitrusting van een passagierEen passagier heeft dezelfde beschermingnodig als u, inclusief een helm en de juistekleding. De passagier mag geen langeschoenveters hebben of een losse broekdragen die verstrikt zou kunnen raken in hetwiel of de ketting. WAARSCHUWINGAls de passagier een lange jas draagt,kan deze het achterlicht verdoezelen ofde richtingaanwijzer bedekken. Dit isgevaarlijk omdat voertuigen die achter urijden u mogelijk niet zien. Passagiers kunnen indien mogelijk betergeen lange jassen dragen. Als dergelijkekledingstukken worden gedragen, moetmen op het loshangende deel gaan zit-ten zodat deze het achterlicht of de rich-tingaanwijzers niet kan bedekken.

1-9SPECIALE SITUATIES VEREISEN SPECI-ALE ZORGWinderige dagBij het rijden in een sterke zijwind, watmogelijk is bij de ingang van een tunnel, opeen brug, of bij het passeren van of gepas-seerd worden door grote vrachtwagens, kande motorfiets worden geblazen door zijwind. Houd uw snelheid onder controle en houdhet stuur stevig vast tijdens het rijden.Regenachtige dag, sneeuwachtige dag• Wanneer het wegdek nat, los of ruw is,moet u voorzichtig remmen. De remaf-stand neemt op een regenachtige dagtoe. Geverfde pijlen op de weg, putdek-sels en vettige weggedeelten kunnen bij-zonder glad zijn. Wees extra voorzichtigbij spoorwegovergangen en op ijzerenplaten en bruggen. Als het begint te rege-nen, stijgt olie of vet op de weg naar hetwateroppervlak. Stop langs de kant vande weg en wacht een paar minuten totdatdeze laag olie is weggespoeld voordat uverder rijdt.

1-10• Vertraag voordat u bochten ingaat. Indeze situaties is de tractie tussen uwbanden en het wegdek beperkt. Vermijdremmen wanneer u in een hoek naareen zijkant leunt. Ga weer rechtop rijdenvoordat u remt. OPMERKING: Nadat de motorfiets isgewassen of wanneer deze door plassen isgereden, kunnen de remmen slecht vastgrij-pen. Als de remmen slecht vastgrijpen, rijdan met lage snelheid terwijl u voldoendeaandacht besteedt aan de voor- en achter-zijde van de motorfiets en bedien de rem-men licht totdat ze stevig vastgrijpen. WAARSCHUWINGDoor overmatig remmen wanneer detractie beperkt is, zullen uw banden slip-pen, waardoor u de controle over derichting kunt verliezen of u en uw motor-fiets kunnen omvallen.Rem voorzichtig wanneer de tractiebeperkt is.

1-11Ondergelopen wegRijd niet met uw motorfiets op ondergelopenwegen.Als u met uw motorfiets op een over-stroomde weg rijdt, controleer dan lang-zaam de remwerking. Vraag uw Suzuki-dealer na het rijden op een overstroomdeweg het volgende te controleren:• Remefficiëntie• Natte connectoren, bedrading en waterin de accubak• Slechte smering voor lagers, enz.• Niveau en uiterlijk van motorolie (als deolie witachtig is, zit er water in de olie enmoet de olie worden ververst)LET OPAls u met de motorfiets op een over-stroomde weg rijdt, kan de motor stop-pen met draaien en kunnen elektrischeonderdelen defect raken, de aan-drijfriem slippen en de motor kanbeschadigd raken. Rijd niet met uw motorfiets op onderge-lopen wegen.

1-12KEN UW GRENZENRijd altijd binnen de grenzen van uw eigenvaardigheden. Door deze grenzen te ken-nen en altijd binnen deze grenzen te blijvenkunt u ongelukken voorkomen.Een belangrijke oorzaak van ongevallenwaarbij alleen een motorfiets is betrokken(en geen auto’s) is te hard door een bochtgaan. Voordat u een bocht ingaat, kiest ueen geschikte lage snelheid en geschiktebochthoek.Rijd zelfs op rechte wegen met een snelheiddie geschikt is voor het verkeer, het zicht ende wegomstandigheden, uw motorfiets enuw ervaring.Veilig motorrijden vereist dat uw mentale enfysieke vaardigheden volledig deel uitmakenvan de ervaring. Probeer geen motorvoer-tuig te besturen, vooral een met twee wie-len, als u moe bent of onder invloed vanalcohol of andere drugs.

Alcohol, illegaledrugs en zelfs sommige voorgeschreven enzelfzorggeneesmiddelen kunnen slaperig-heid, verlies van coördinatie, verlies vanevenwicht en vooral verlies van gezond ver-stand veroorzaken. Als u moe bent of onderinvloed bent van alcohol of andere drugs,RIJD DAN NIET met uw motorfiets.OEFEN BUITEN HET VERKEERUw rijvaardigheid en uw mechanische ken-nis van de motorfiets vormen de basis voorveilig rijden. Wij raden u aan om eerst wat teoefenen met uw motorfiets op een plaatswaar geen verkeer kan komen, totdat u vol-ledig vertrouwd bent met uw machine en debedieningsorganen.

1-13RIJDEN MET EEN PASSAGIERDeze motorfiets heeft een capaciteit vantwee personen. Rijd niet met meer dan éénpassagier. Dit is zeer gevaarlijk.Rijden met een passagierRijden met een passagier, mits dit op juistewijze wordt gedaan, is een geweldigemanier om het genot van motorrijden tedelen. U zult uw rijstijl enigszins moetenaanpassen omdat het extra gewicht van eenpassagier de wegligging en remwerking zalbeïnvloeden. Mogelijk moet u ook de bandenspanning enophanging aanpassen; zie voor meer infor-matie hierover de paragraaf Bandenspan-ning en belasting en de paragraaf Vering.• BANDENSPANNING EN BELASTING: ( 3-77)• VERSTELLEN VAN DE VERING: ( 2-129)• BELASTINGSLIMIET: ( 1-31)

1-14Voordat u gaat rijden met een passagierachterop, moet u goed bekend zijn met debediening van de motorfiets.Zorg ervoor dat passagiers het volgendebegrijpen voordat ze met u meerijden.• De passagier moet altijd uw taille of heu-pen vasthouden, of de veiligheidsgordelof handgreep vasthouden, indien uitge-rust.• Vraag uw passagier om geen plotselingebewegingen te maken. Wanneer u in eenbocht naar de zijkant leunt, dient de pas-sagier met u mee te leunen.• De passagier moet altijd zijn of haar voe-ten op de voetsteunen houden, zelfswanneer u voor een stoplicht bentgestopt. Waarschuw uw passagier ombij het op- of afstappen niet in contact tekomen met de knaldemper, om brand-wonden te voorkomen.OVER KOOLMONOXIDEStart de motor op een goed geventileerdeplaats om koolmonoxidevergiftiging te voor-komen.

Koolmonoxide, dat zich in uitlaatgas bevindt,is een kleurloos, geurloos gas en wordt dusniet gemakkelijk opgemerkt.  WAARSCHUWINGUitlaatgassen bevatten koolmonoxide,een gevaarlijk gas dat nauwelijks waar-neembaar is omdat het kleurloos en reu-kloos is. Het inademen vankoolmonoxide kan de dood of ernstig let-sel veroorzaken.Start de motor niet binnen en laat dezeniet binnen draaien of in een ruimte metweinig tot geen ventilatie.

1-15WEES SLIM OP DE WEGHoud u altijd aan de snelheidslimieten,lokale wetten en de basisregels van de weg.Geef een goed voorbeeld voor anderen dooreen beleefde houding en een verantwoorderijstijl te tonen.CONCLUSIEOm ongevallen te voorkomen, is voorzichtig-heid en een goede inschatting van uwomgeving vereist. Naast de toestand van hetverkeer, de weg en het weer, verandert ookde staat van de motorfiets. Bovendien is debeweging van andere voertuigen moeilijk tevoorspellen, dus wees altijd oplettend.Onbeheersbare omstandigheden kunnenleiden tot een ongeval. U moet zich voorbe-reiden op het onverwachte door een helmen andere beschermende kleding te dragen,en door technieken voor plotseling remmenen uitwijken te leren om schade aan u en uwmotorfiets te minimaliseren.

1-16VOORZORGSMAATREGELEN TIJDENS HET RIJDENHET INRIJDENOmschrijvingDe eerste 1600 km (1000 mijl) zijn debelangrijkste voor de levensduur van uwmotorfiets. Het juiste gebruik tijdens deze inrijperiodehelpt bij het verzekeren van een maximalelevensduur en de beste prestaties van uwnieuwe motorfiets.Vermijd tijdens de inrijperiode onnodig stati-onair draaien, plotseling versnellen of ver-tragen, abrupt sturen of plotseling remmen. De volgende richtlijnen betreffen de juisteinrijprocedures.Aanbevolen maximaal motortoerentalDe onderstaande tabel toont het aanbevolenmaximale motortoerental tijdens de inrijperi-ode.Wissel het motortoerental afWissel het motortoerental af tijdens de inrij-periode. Zodoende worden de onderdelen“met druk belast” (hulp bij het samenwer-kingsproces) en vervolgens “ontlast” (nodigvoor het afkoelen van de onderdelen).

1-17Inrijden van de nieuwe bandenVoor een optimale prestatie dient u denieuwe banden, net zoals de motor, goed inte rijden. Voordat u probeert om de maxi-male prestatie te behalen, moet u het profielvan de banden inrijden door de hellingshoekbij het nemen van bochten geleidelijk telaten toenemen gedurende de eerste 160km (100 mijl). Vermijd snel optrekken,scherpe bochten maken en hard remmen tij-dens de eerste 160 km (100 mijl).Eerste en belangrijkste onderhoudsbeurtDe eerste onderhoudsbeurt (onderhouds-beurt na de inrijperiode) is de meest belang-rijke onderhoudsbeurt voor uw motorfiets.Tijdens de inrijperiode hebben de afge-werkte oppervlakken elkaar ingesmeerd enzich harmonieus aan elkaar aangepast. Bijde eerste onderhoudsbeurt worden alle ver-stellingen gecorrigeerd, alle bevestigingsde-len worden opnieuw aangehaald en deafgewerkte olie wordt ververst.

Het tijdig uit-voeren van deze onderhoudsbeurt zalgarant staan voor een lange levensduur entopprestatie van uw motor.OPMERKING: De 1000 km (600 mijl) onder-houdsbeurt moet worden uitgevoerd vol-gens de richtlijnen in het hoofdstukINSPECTIE EN ONDERHOUD in dezegebruikershandleiding. Schenk specialeaandacht aan alle VOORZICHTIG enWAARSCHUWINGsinformatie in dat hoofd-stuk. WAARSCHUWINGAls u de banden niet inrijdt, kan dit lei-den tot slippen en verlies van controleover de motorfiets.U dient extra voorzichtig te zijn wanneeru nieuwe banden inrijdt. Rijd de bandengoed in zoals beschreven in dit gedeelteen vermijd snel optrekken, het scherpnemen van bochten en hard remmengedurende de eerste 160 km (100 mijl).

1-18OP HEUVELSRijden op een helling• Bij het beklimmen van steile hellingenkan de motorfiets langzamer gaan rijdenen als het ware gaan sloffen. Op datmoment moet u in een lagere versnellingterugschakelen zodat de motor binnenzijn normale bereik kan werken. Schakelsnel om te voorkomen dat de motorfietste veel snelheid verliest.• Bij het afrijden van een lange, steile hel-ling kunt u door terug te schakelenafremmen met de motor.

Als de normaleremmen continu worden gebruikt, kun-nen deze oververhit raken waardoor deremprestatie afneemt.• Pas op dat u de motor niet te snel laatdraaien bij het afdalen van een helling. WAARSCHUWINGContinu gebruik van de remmen gedu-rende langere tijd kan leiden tot overver-hitting van de remmen en huneffectiviteit verminderen, wat een onge-val kan veroorzaken.Neem voldoende gas terug voordat u eenhelling nadert.LET OPWanneer de motorfiets op een hellingwordt gestopt en op zijn plaats wordtgehouden met behulp van de gasgreepen de koppelingshendel, kan de koppe-ling van de motorfiets worden bescha-digd.Gebruik de remmen om de motorfiets opeen helling te stoppen.

1-19PARKERENParkerenOm diefstal te voorkomen, moet u het stuurvergrendelen en de sleutel verwijderen wan-neer u de motorfiets verlaat. Zie “CONTACT-SLOT” op pagina 2-94. • Parkeer de motorfiets op een plaatswaar deze het verkeer niet hindert. • Parkeer niet waar dit niet is toegestaan. • Raak de uitlaatpijp, knaldemper of demotor niet aan wanneer de motor draaitof gedurende enige tijd nadat deze isgestopt. • Parkeer de motorfiets op een vlakkelocatie en draai het stuur helemaal naarlinks. Parkeer de motorfiets niet met hetstuur naar rechts gedraaid. • Parkeer de motorfiets op een locatiewaar andere mensen de uitlaatpijp, deknaldemper of de motor niet kunnenaanraken.• Wanneer het parkeren van de motorfietsop een onstabiele ondergrond zoals eenhelling, op grind, op een oneffen onder-grond of op een zachte ondergrondonvermijdelijk is, wees dan voorzichtigbij het hellen of verplaatsen.

 WAARSCHUWINGDe katalysator die in de knaldemper isgeïnstalleerd, wordt zeer warm en kanbrand veroorzaken als deze in de buurtvan brandbaar materiaal wordt geplaatstwanneer de motorfiets wordt gepar-keerd. Controleer bij het parkeren of er geenontvlambaar materiaal zoals droog gras,hout, papier of olie in de buurt is.

1-20OPMERKING: • Wanneer de motorfiets op de zijstan-daard op een niet te steile helling wordtgeparkeerd, dient u te zorgen dat hetvoorwiel van de motorfiets heuvelop-waarts gericht staat. Dit om te voorko-men dat de motorfiets heuvelafwaartsvan de zijstandaard af kan rollen. Tevensis het raadzaam om de motorfiets in deeerste versnelling te laten staan.

Zet deversnelling in de vrijstand voordat u demotor start.• Als u de motorfiets tegen diefstal hebtbeveiligd met een beugelslot, kettingslotof schijfremslot, vergeet dan niet eersthet slot los te maken voordat u de motor-fiets verplaatst.BIJ HET DUWEN VAN DE MOTORFIETSSchakel het contactslot uit wanneer u demotorfiets duwt. VOORZICHTIGHete uitlaatpijpen en knaldempers kun-nen ernstige brandwonden veroorzaken.De uitlaatpijp of knaldemper blijft ookeen tijd nadat u de motor hebt afgezetnog zo heet dat u zich eraan kunt ver-branden.Parkeer de motorfiets op een plaats waarvoetgangers of kinderen de uitlaatpijp ofknaldemper niet snel zullen aanraken.

1-21OVER DE REMMENWAT IS ABS?ABS is een mechanisme dat tijdens het rij-den het remmen regelt om te voorkomen datde wielen blokkeren.Remmen wordt uitgevoerd met gebruik vande remhendel en het rempedaal op dezelfdemanier als op een motorfiets zonder ABS. ABS regelt de remdruk elektronisch. Dit sys-teem bewaakt de rotatiesnelheid van dewielen en werkt om wielblokkering te voor-komen door de remdruk te verminderenwanneer wielblokkering wordt gedetecteerd.Er is geen speciale remwerking vereist, aan-gezien het ABS continu werkt, behalve bijlage snelheden onder 8 km/h (5 mph) enwanneer de accu leeg is. De remhendel enhet rempedaal trillen zachtjes wanneer hetABS wordt geactiveerd om te voorkomendat de wielen blokkeren als de remmen wor-den gebruikt. Dit is geen afwijking.

Blijf deremmen bedienen.De remafstand met een ABS kan langer zijndan die van een motorfiets zonder ABS,afhankelijk van verkeerde inschattingen,onjuiste bediening, het wegdek en deweersomstandigheden. Word niet te afhan-kelijk van het ABS.Het wijzigen van de bandenmaat beïnvloedtde rotatiesnelheid van de wielen, zodat hetABS mogelijk niet correct functioneert. Zorgdat u banden met de opgegeven maatgebruikt. Zie “BANDEN” op pagina 3-74.

1-22OPMERKING: In sommige situaties kan eenmotorfiets met ABS een langere remwegnodig hebben om te stoppen op een losse ofongelijkmatige ondergrond dan een gelijk-waardige motorfiets zonder ABS. Bovendiengeldt, net als bij een motorfiets zonder ABS,hoe gladder het oppervlak, hoe langer deremweg. WAARSCHUWINGOok bij het ABS kan het gevaarlijk zijnwanneer u de verkeerssituatie niet goedinschat. Het ABS kan niet compenserenvoor slechte wegomstandigheden, eenverkeerde beoordeling van de verkeers-situatie of een foutief gebruik van deremmen.Vergeet niet dat het ABS u niet kan hel-pen bij een slechte beoordeling van deverkeerssituatie, verkeerde remtechnie-ken of de noodzaak om snelheid te min-deren bij het rijden over slechte wegenof bij ongunstige weersomstandigheden.Neem de veiligheid in acht en rijd nooitsneller dan de omstandigheden toe-staan.

1-23HET GEBRUIK VAN HET REMSYSTEEM1. Draai de gasgreep helemaal van u af omhet gas helemaal te sluiten.2. Gebruik de voor- en achterrem gelijktij-dig en in gelijke mate.3. Schakel terug wanneer de snelheidafneemt.4. Zet de versnelling in de vrijstand met dekoppeling ingetrokken (ontkoppeldestand) net voordat de motorfiets volledigtot stilstand komt. WAARSCHUWINGPlotseling remmen of plotseling terug-schakelen kan de rijstabiliteit beïnvloe-den en kan leiden tot slippen inzijwaartse richting en valpartijen.Vermijd onnodig plotseling remmen enplotseling terugschakelen. Extremevoorzichtigheid is geboden bij het rijdenop gladde of slecht onderhouden wegenwanneer de motorfiets naar de zijkantwordt gekanteld.

1-24 WAARSCHUWINGOnervaren rijders hebben de neiging teweinig gebruik te maken van de voor-rem. Dit kan ertoe leiden dat uw remwegzeer lang wordt en kan resulteren in eenongeluk. Als u uitsluitend gebruik maaktvan de voor- of achterrem, kan dit ertoeleiden dat u slipt of dat u de controleover de motorfiets verliest.Gebruik de remmen gelijkmatig en tege-lijkertijd. WAARSCHUWINGAls u hard remt op een natte, losse, ruweof anderszins gladde ondergrond, kandit ertoe leiden dat de wielen slippen endat u de controle over de motorfiets ver-liest.Rem licht en voorzichtig op een gladdeof onregelmatige ondergrond. WAARSCHUWINGAls u een ander voertuig te dicht volgt,kan dit leiden tot een botsing.

Naarmatede snelheid van een voertuig toeneemt,wordt de remweg langer.Zorg voor een veilige stopafstand tussenuw motorfiets en het voertuig voor u. WAARSCHUWINGAls u hard remt terwijl u een bochtneemt, kan dit ertoe leiden dat de wielenslippen en dat u de controle over demotorfiets verliest en/of dat u omvalt.Rem voordat u de bocht aansnijdt.

1-25RICHTLIJNEN VOOR DE BRANDSTOFGebruik premium loodvrije benzine met eenoctaangetal van 95 of hoger (zoals dooronderzoek bepaald). Het gebruik van lood-vrije premium benzine verlengt de levens-duur van bougies en onderdelen van hetuitlaatsysteem. (Canada, Brazilië)Uw motorfiets vereist premium loodvrijebenzine met een minimum pompoctaangetalvan 90 ((R+M)/2 methode). In sommigegebieden is alleen geoxygeneerde brandstofverkrijgbaar.Gebruikte brandstof: Loodvrije premium benzineCapaciteit brandstoftank:14,0 L (3,7/3,1 US/Imp. gal) WAARSCHUWINGRemmen tijdens het maken van eenbocht kan gevaarlijk zijn, of uw motor-fiets nu wel of niet is uitgerust met ABS.Het ABS heeft geen controle over slip-pen van de wielen in zijwaartse richting,wat kan optreden wanneer u hard remttijdens het maken van een bocht.

Dit kanvervolgens resulteren in verlies van demacht over het stuur.Rem voldoende af voordat u een bochtaansnijdt en vermijd remmen, behalvezacht remmen, tijdens het maken van debocht.

Als dit het probleem nietoplost, moet u contact opnemen met uwSuzuki-dealer.Aanbevolen geoxygeneerde brandstof(Canada, EU, VK, Thailand, India, Brazi-lië)Zuurstofhoudende brandstof die voldoet aanhet minimale octaangehalte en aan deonderstaande vereisten mag ook gebruiktworden, zonder dat hierdoor de voorzienin-gen van de Beperkte garantie voor eennieuw voertuig (New Vehicle Limited War-ranty) of de Garantie voor het emissieregel-systeem (Emission Control SystemWarranty) in gevaar worden gebracht.OPMERKING: Geoxygeneerde brandstof isbrandstof die zuurstofdragende toevoegin-gen bevat zoals alcohol.

1-27Benzine/ethanolmengselsMengsels van loodvrije benzine en ethanol(graanalcohol), ook bekend als “GASOHOL”,zijn in sommige gebieden verkrijgbaar. Dezemengsels mogen ook in uw motorfiets wor-den gebruikt, mits ze niet meer dan 10%ethanol (Canada, EU, VK, Thailand), 20%ethanol (India), 27% ethanol (Brazilië)bevatten. Zorg dat het benzine-ethanol-mengsel een octaangetal heeft dat nietlager is dan het octaangetal aanbevolenvoor benzine.Gebruik de aanbevolen benzine die voldoetaan de volgende etiketten. (EU, VK)

1-28OPMERKING: • Om luchtvervuiling tegen te gaan,beveelt Suzuki aan om een geoxyge-neerde brandstof te gebruiken.• Zorg dat de geoxygeneerde brandstofdie u gebruikt het aanbevolen octaange-tal heeft.• Als u niet tevreden bent met de presta-ties van uw motorfiets wanneer u eengeoxygeneerde brandstof gebruikt of alsde motor klopt, gebruik dan brandstofvan een ander merk, omdat er verschilbestaat tussen de merken.LET OPGemorste benzine die alcohol bevat kande gelakte delen van uw motorfiets aan-tasten.Zorg ervoor dat u geen brandstof morstbij het vullen van de brandstoftank. Veeggemorste benzine onmiddellijk op.LET OPGebruik geen loodhoudende benzine.Bij gebruik van loodhoudende benzinekan de katalysator defect raken.

1-29GEBRUIK VAN ACCESSOIRES EN BELA-DING VAN DE MOTORFIETSACCESSOIRESEen goede keuze makenHet installeren van verkeerde accessoireskan een ongeluk veroorzaken. Voor veilig rij-den wordt het aanbevolen gebruik te makenvan originele Suzuki accessoires. EenSuzuki-dealer kan accessoires installerendie geschikt zijn voor uw motorfiets. Neemvoor het installeren van accessoires contactop met een Suzuki-dealer.Zorg er bij het bevestigen van accessoiresbovendien voor dat deze binnen het draag-vermogen liggen.

Voor informatie over hetlaadvermogen, zie “BELADING” oppagina 1-31. WAARSCHUWINGVerkeerde montage van accessoires ofmodificaties aan de motorfiets kunnende hantering beïnvloeden, wat kan resul-teren in een ongeluk.• Gebruik geen ongeschikte accessoi-res en let op dat de gebruikte acces-soires goed worden aangebracht.• Monteer en gebruik de accessoiresovereenkomstig de bijgeleverdeinstructies.• Raadpleeg uw Suzuki-dealer als u vra-gen hebt.

1-30Richtlijnen voor de montage van acces-soires • Accessoires die van invloed zijn op dewindgevoeligheid zoals stroomlijnkap-pen, windschermen, rugsteunen, zadel-tassen en reiskoffers moeten zo laagmogelijk en zo dicht mogelijk bij demotorfiets en zo dicht mogelijk bij hetzwaartepunt worden gemonteerd. Zorgdat de bevestigingsbeugels en hetandere bevestigingsmateriaal stevig zijnaangebracht.• Controleer op de juiste grondspeling ende schuinte van de zit. Let er tevens opdat de accessoires de werking van devering, stuurinrichting en andere bedie-ningsorganen niet hinderen.• Accessoires die aan het stuur of de voor-vork worden gemonteerd, kunnen eenzeer nadelige invloed op de stabiliteithebben. Door het extra gewicht zal uwmotorfiets minder goed reageren op uwstuurbediening. Het extra gewicht kanook trillingen in het voorgedeelte veroor-zaken en kan zodoende leiden tot min-der stabiliteit.

Accessoires aan het stuurof de voorvork moeten zo licht mogelijkzijn en dienen beperkt te worden tot eenminimum.• Trek geen aanhangwagen of eenzijspan. Deze motorfiets is niet ontwor-pen voor het trekken van een aanhang-wagen of zijspan. • Sommige accessoires kunnen het moei-lijk maken om de juiste rijpositie te berei-ken of zorgen ervoor dat debruikbaarheid verslechtert. Controleer ofu de juiste rijpositie kunt bereiken. • Kies alleen elektronische accessoiresdoe de capaciteit van het elektrisch sys-teem van de motorfiets niet overschrij-den. Zware overbelasting kan debedrading beschadigen of het elektri-sche systeem zou kunnen uitvallen meteen gevaarlijke situatie tot gevolg.Gebruik originele Suzuki-accessoires.

1-31BELADINGBeladingslimiet• Als de motorfiets wordt beladen, veran-deren de kenmerken voor gebruik enveiligheid ten opzichte van een onbela-den motorfiets. • Overschrijd nooit het MTT. (maximaaltoelaatbaar totaalgewicht) van dezemotorfiets. Het MTT is het totale maxi-mumgewicht van de machine, accessoi-res, nuttige belastingen, de bestuurderen de passagier tezamen. Denk bij hetuitkiezen van accessoires aan hetgewicht van de bestuurder en ook aanhet gewicht van de andere accessoires.Het extra gewicht van de accessoireskan niet alleen onveilige rijomstandighe-den veroorzaken, maar kan ook eennadelige invloed hebben op de stabiliteitvan het rijden.

1-32Richtlijnen voor de beladingDeze motorfiets kan voornamelijk kleinevoorwerpen vervoeren wanneer u niet meteen passagier rijdt. Volg de onderstaanderichtlijnen voor de belading: • Wanneer u bagage op het achterzadelplaatst, zet het dan stevig op zijn plaatsvast met riemen, enz. Niet overbeladenmet bagage. • Verdeel de lading gelijk over de linker-en de rechterkant van de motorfiets enmaak deze goed vast. • Zorg dat het gewicht van de bagage zolaag mogelijk is en houd dit ook zo dichtmogelijk bij het midden van de motor-fiets. • Verstel indien nodig de instellingen voorde vering. • Bevestig geen grote of zware voorwer-pen aan het stuur, de voorvork of hetachterspatscherm.• Plaats geen bagageruimte, dozen, ofandere voorwerpen die verder uitstekendan het achterste punt van de carrosse-rie van de motorfiets.

1-33WIJZIGINGENBreng geen onjuiste wijzigingen aan. Wijzigingen met betrekking tot de structuurof werking van deze motorfiets kunnen demanoeuvreerbaarheid beïnvloeden, hetlawaai van de uitlaat verhogen of zelfs delevensduur van de motorfiets verkorten.Naast het overtreden van de wet, kunnendergelijke wijzigingen voor anderen hinder-lijk zijn.  WAARSCHUWINGAls de bagage een hete uitlaatpijp, knal-demper of motor raakt, kan de bagage ofmotorfiets vlam vatten. Wanneer u bagage op de motorfietsplaatst, mag dit niet in aanraking komenmet hete onderdelen. WAARSCHUWINGPlaatsen van voorwerpen in de ruimteachter de stroomlijnkap kan het sturenbelemmeren en kan leiden tot verlies vande controle over de motorfiets.Plaats geen voorwerpen in de ruimteachter de stroomlijnkap.

1-34Wijzigingen aan de motorfiets vallen nietonder de garantie. • Deze motorfiets voldoet aan de regelge-ving qua emissies. Het is uitgerust meteen katalysator die uitlaatgassen rei-nigt. Het veranderen van de knaldemperkan ertoe leiden dat deze motorfiets nietvoldoet aan de emissievoorschriften.Raadpleeg een Suzuki-dealer wanneeru de knaldemper vervangt. • Knaldempers zijn gegraveerd met een“Suzuki”-teken om aan te geven dat hetechte Suzuki-onderdelen zijn. • Stel de motor niet zelf af en verwijdergeen onderdelen. Neem contact op meteen Suzuki-dealer voor het afstemmenvan de motor. • We raden u aan originele Suzuki-onder-delen en gespecificeerde/aanbevolenoliën en smeermiddelen voor uw motor-fiets te gebruiken. Originele onderdelenworden grondig geïnspecteerd en zijngeschikt gemaakt voor Suzuki-motorfiet-sen.

2-231 Toerenteller ( 2-42)2 Snelheidsmeter ( 2-41)3 Rode zone ( 2-42)4 Hoofdwaarschuwingscontrolelichtje ( 2-30)5 Onderhoudsherinneringindicator ( 2-52)6 Klok ( 2-43)7 Quick Shift-indicator ( 2-67)8 Versnellingsstandindicator ( 2-43)9 Motortoerentalindicator ( 2-62)0 Informatievenster ( 2-45)A Brandstofpeilindicator ( 2-52)OPMERKING: • Wanneer de snelheid van de motorfiets minder is dan 10 km/h, is het mogelijk over teschakelen naar de MENU-weergave.• Na overschakelen naar de MENU-weergave, keert het display in de volgende gevallenterug naar de RIDE-weergave.- Wanneer “CLOSE” (sluiten) wordt geselecteerd- Wanneer de snelheid van de motorfiets 10 km/h of hoger is- Wanneer de MODE-schakelaar wordt ingedrukt en vastgehouden

(ON/OFF)2 INFO• WARNING LIST (waarschuwingslijst)( 2-70)U kunt informatie over een defect of eenstoring controleren.• NEXT SERVICE (volgend onderhoud)( 2-72)U kunt de instellingen voor onderhouds-herinneringen controleren.3 SETTING (instelling)• BRIGHTNESS (helderheid) ( 2-76)Voor het instellen van de helderheid vanhet LCD-scherm.• DAY / NIGHT (dag/nacht) ( 2-79)Instelling van de achtergrondkleur vanhet LCD-display.• UNIT (eenheid) ( 2-81)Voor het instellen van de eenheid.• DATE / TIME (datum/tijd) ( 2-85)Voor het instellen van de datum en tijd.• DEFAULT SET (standaardinstellingen)( 2-91)MENU-instellingen op hun standaard-waarden instellen.• SYSTEM INFO (systeeminfo) ( 2-93)Controleer de informatie van elk sys-teem.

2-26INSTRUMENTENPANEELEERSTE METERDISPLAYWanneer u het contactslot op “ON” (aan)zet, voert het LCD (Liquid Crystal Display)1 de openingshandeling uit.• De volgende lampjes gaan 3 secondenbranden.- Richtingaanwijzer-verklikkerlampje 2- Koelvloeistoftemperatuurwaarschu-wingslampje 3- Elektrisch laadverklikkerlampje 5- Defectverklikkerlampje 6- Vrijstand-verklikkerlampje 9- Hoofdwaarschuwingscontrolelichtje 0- Grootlicht-verklikkerlampje A• De volgende lampjes gaan branden.- ABS-verklikkerlampje 4- Tractieregeling-verklikkerlampje 7- Oliedrukverklikkerlampje 8OPMERKING: Zie de uitleg bij de betref-fende lampjes in dit hoofdstuk voor de uit-schakelingstoestand. WAARSCHUWINGHet bedienen van de schakelaars om hetdisplay tijdens het rijden te wijzigen,moet gebeuren binnen de grenzen vanwat de verkeersomstandigheden toela-ten. Het is de verantwoordelijkheid vande bestuurder om veilig te rijden.

Let goed op de verkeersomstandighedenwanneer u de schakelaars bedient omhet display te wijzigen. WAARSCHUWINGBij bediening van het display kan ver-keerde bediening van de stuurschake-laar een ongeluk veroorzaken. Zorg ervoor bij bediening van het displaydat alvorens te gaan rijden de modus isovergeschakeld en dat de waarden zijningesteld zoals bedoeld.

2-27RICHTINGAANWIJZER-VERKLIKKER-LAMPJE “” Als u de richtingaanwijzerschakelaar rechtsof links gebruikt, gaat het richtingaanwijzer-verklikkerlampje knipperen.OPMERKING: Als een richtingaanwijzer nietgoed werkt als gevolg van een defect circuit,zal het controlelichtje sneller knipperen omde berijder erop attent te maken dat er eenstoring is.VRIJSTAND-VERKLIKKERLAMPJE “N”Het groene lampje gaat branden wanneerde versnelling in de vrijstand wordt gezet.Het lampje gaat uit wanneer in een andereversnelling dan de vrijstand wordt gescha-keld.GROOTLICHT-VERKLIKKERLAMPJE “” Dit blauwe controlelichtje gaat branden wan-neer het grootlicht wordt ingeschakeld.

2-28DEFECTVERKLIKKERLAMPJE “ ” Wanneer het contactslot wordt ingescha-keld, gaat het defectverklikkerlampje 3seconden branden ter controle van hetlampje en gaat vervolgens uit.• (EU, VK, India)Wanneer er een storing optreedt in deemissiestuurinrichting of elektrischemotorinrichting of wanneer er wordtgedetecteerd dat de motor overslaat, zalhet storingslampje gaan branden ofknipperen. Als het defectverklikkerlampje gaat bran-den of knipperen, verschijnt “FI” gelijktij-dig op het meterdisplay. • (Behalve voor EU, VK, India)Wanneer er een storing optreedt in eenemissiestuurinrichting of elektrischemotorinrichting, gaat het storingslampjebranden.Als het defectverklikkerlampje gaat bran-den, verschijnt “FI” gelijktijdig op hetmeterdisplay.Voor meer informatie, zie “POP-UPVEN-STER” op pagina 2-31.

2-29OPMERKING: Neem onmiddellijk contactop met uw Suzuki-dealer als het defectverk-likkerlampje brandt of knippert.LET OPDe motor laten draaien terwijl het sto-ringscontrolelichtje brandt of knippertkan de emissierichting of het rijgedragbeïnvloeden.Als het lampje knippert terwijl de motordraait, stop de motorfiets dan onmidde-lijk op een veilige plaats om schade aande katalysator te voorkomen. (EU, VK,India) Als u in deze situatie op de motorfietsrijdt, rijd dan op lage snelheid zonder degashendel grotendeels te openen en laatuw motorfiets dan onmiddellijk door uwSuzuki-dealer inspecteren.

2-30HOOFDWAARSCHUWINGSCONTROLE-LICHTJE “ ”Wanneer het contactslot wordt ingescha-keld, gaat het hoofdwaarschuwingscontrole-lichtje 3 seconden branden ter controle vanhet lampje en gaat vervolgens uit.Wanneer er een probleem optreedt metbetrekking tot het volgende, gaat hethoofdwaarschuwingscontrolelichtje bran-den:• Motorgerelateerd defect• ABS gerelateerd defect• Motorfiets valt om• Defect stuurschakelaarsVoor meer informatie, zie “POP-UPVEN-STER” op pagina 2-31OPMERKING: Neem onmiddellijk contactop met uw Suzuki-dealer als het hoofdwaar-schuwingscontrolelichtje brandt of knippert.HOOFDWAARSCHUWINGSLAMPJE (wit) “”Wanneer er een probleem optreedt metbetrekking tot het volgende, gaat hethoofdwaarschuwingslampje branden:• Storing in datacommunicatie• Sleutelgerelateerd defect• Motorgerelateerd defect• Motorfiets valt om• Defect stuurschakelaarsVoor meer informatie, zie “POP-UPVEN-STER” op pagina 2-31.OPMERKING: Neem onmiddellijk contactop met uw Suzuki-dealer als het hoofdwaar-schuwingslampje brandt of knippert.

2-33OPMERKING: • Het is mogelijk dat de pop-upweergave-functie niet werkt, afhankelijk van derijomgeving (hoogte, temperatuur, enz.).• Gebruik “WARNING LIST” (waarschu-wingslijst) om pop-upfouten te bekijken.Voor meer informatie, zie “WARNINGLIST (waarschuwingslijst)” op pagina 2-70.ABS-VERKLIKKERLAMPJE “”• Dit lampje gaat gewoonlijk branden wan-neer het contactslot wordt ingeschakelden gaat uit wanneer de rijsnelheid hogerdan 10 km/h (6 mph) wordt.• Als er een probleem is met het ABS(antiblokkeersysteem), gaat het lampjebranden. Het ABS werkt niet wanneerhet ABS-verklikkerlampje brandt. WAARSCHUWINGHet ABS werkt niet wanneer het ABS-verklikkerlampje brandt. Plotseling en tekrachtig remmen wanneer het ABS-verk-likkerlampje brandt, kan de wielen blok-keren, wat kan leiden tot verlies vancontrole. Laat uw motorfiets meteen door eenSuzuki-dealer nakijken.

2-34OPMERKING: • Het ABS-verklikkerlampje gaat soms uitwanneer u de motor met hoog toerentallaat draaien voordat u gaat rijden. Alshet ABS-verklikkerlampje uitgaat nadatde motor is gestart maar voordat u gaatrijden, moet u de werking van het ABS-verklikkerlampje controleren door hetcontactslot op “OFF” (uit) en dan weerop “ON” (aan) te zetten. Als het ABS-verklikkerlampje niet gaat branden wan-neer het contactslot wordt aangezet,moet u het systeem zo spoedig mogelijkdoor een erkende Suzuki-dealer latennakijken. WAARSCHUWINGRijden met de motorfiets terwijl het ABS-verklikkerlampje brandt, kan gevaarlijkzijn.Als het ABS-verklikkerlampje knippert ofgaat branden tijdens het rijden, parkeertu de motorfiets op een veilige plaats enzet u het contactslot uit.

Wacht een paarminuten, zet het contactslot op “ON” encontroleer of het controlelichtje gaatbranden.• Als het verklikkerlampje uitgaat nadatu weer bent gaan rijden, is het ABS inorde.• Als het verklikkerlampje niet uitgaatnadat u op de motorfiets begint te rij-den, is ofwel de werking van het ABSbeperkt, ofwel werkt het ABS helemaalniet. Laat het systeem in dit geval zospoedig mogelijk door een erkendeSuzuki-dealer nakijken.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Suzuki GSX-8R (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden