Suzuki Celerio (2016) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Suzuki Celerio (2016) (374 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 41 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Suzuki Celerio (2016) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Suzuki |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Celerio (2016) |
Handleiding Suzuki Celerio (2016) – volledige tekst
84MM5-01DDeze gebruikershandleiding is op de CELERIO-reeks van toepassing.84MM00001OPMERKING: Het afgebeelde model is een model uit de CELERIO-reeks.Copyright © 2016 All Rights Reserved.Copyright © 2016 Alle Rechten Voorbehouden.Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd of overgebracht in welke vorm en op welke wijze dan ook, hetzij elektronisch ofmechanisch, voor willekeurig welk doeleinde, zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Suzuki Motor Corporation.
84MM5-01DVOORWOORDDit instructieboekje dient te wordenbeschouwd als een permanent onderdeelvan de auto en moet in de auto blijven alsdit wordt doorverkocht of op een anderewijze van eigenaar verandert. Lees hetinstructieboekje zorgvuldig door voordat uuw nieuwe SUZUKI in gebruik neemt enbekijk het boekje opnieuw als u iets nietweet betreffende uw voertuig. Het instruc-tieboekje bevat belangrijke informatiebetreffende de veiligheid, de werking enhet onderhoud van de auto. Alle informatie in dit instructieboekjewas actueel op het tijdstip van uitgave. Als gevolg van verbeteringen of wijzi-gingen, kunnen er verschillen bestaantussen de beschrijvingen in het boekjeen de werkelijke uitvoering van de auto.
SUZUKI MOTOR CORPORATIONbehoudt het recht te allen tijde wijzigin-gen aan te brengen in de bouw van deauto’s, zonder voorafgaande kennisge-ving en zonder verplichting dezelfde ofgelijksoortige wijzigingen aan te bren-gen aan auto’s die voorheen zijngebouwd of verkocht. Het is mogelijk dat deze auto niet aande normen of voorschriften vanbepaalde landen voldoet. Controleeralle toepasselijke voorschriften enbreng eventueel noodzakelijke wijzigin-gen aan, alvorens de auto voor registra-tie aan te melden. OPMERKING:Zie de waarschuwingssticker genaamd“Betekenis van het airbagsymbool” in hethoofdstuk “ALVORENS WEG TE RIJDEN”voor een frontaal beschermende airbag. BELANGRIJKWAARSCHUWING/ VOORZICHTIG/LET OP/OPMERKINGLees het instructieboekje zorgvuldig dooren volg de hierin gegeven aanwijzingennauwkeurig op.
Het symbool en dewoorden WAARSCHUWING, VOORZICH-TIG, LET OP en OPMERKING wordengebruikt om bepaalde zaken te benadruk-ken. Boodschappen die worden voorafge-gaan door deze woorden moeten metbijzondere zorg worden gelezen:OPMERKING:Geeft speciale informatie om de werk-zaamheden te vereenvoudigen of instruc-ties te verduidelijken. WAARSCHUWINGWijst op een mogelijk gevaarlijkesituatie die tot dodelijk of ernstig let-sel zou kunnen leiden.
84MM5-01D75F135Het bovenstaande symbool, de cirkel meteen schuine streep erdoor, dat in dezehandleiding wordt gebruikt, betekent “Ditmag u niet doen” of “Deze situatie moet uvermijden”.WAARSCHUWING METBETREKKING TOT WIJZI-GINGENOPMERKING:De diagnosestekker van uw auto is alleen bestemdvoor het specifieke diagnosegereedschap voorcontrole- en onderhoudswerkzaamheden. Hetaansluiten van een ander gereedschap of appa-raat kan de werking van elektronische onderdelenstoren en ervoor zorgen dat de accu's leegraken.WAARSCHUWINGEr mogen geen modificaties aan de autodoorgevoerd worden. Wijzigingen kunnende veiligheid, stuureigenschappen, presta-ties en duurzaamheid van de auto nadeligbeïnvloeden, terwijl ze in strijd kunnen zijnmet de wettelijke voorschriften voor de ver-keersveiligheid.
84MM5-01DINLEIDINGHartelijk dank dat u voor SUZUKI hebt gekozen en welkom bij onze steeds groter wordende familie. Uw keuze was een wijs besluit; dewaardevolle producten van SUZUKI zullen u de komende jaren veel rijgenot verschaffen.De informatie in deze handleiding zorgt voor een veilig, plezierig en probleemloos gebruik van uw Suzuki-voertuig. U vindt in deze hand-leiding hoe de auto werkt, de veiligheidsvoorzieningen en de onderhoudsvereisten. Lees de handleiding zorgvuldig door voordat u deauto in gebruik neemt. Leg de handleiding daarna in het handschoenenkastje zodat u deze steeds dicht bij de hand hebt.Mocht u de auto doorverkopen, laat dan de handleiding erin liggen voor de volgende eigenaar.Naast de gebruikershandleiding worden in een ander bijgeleverd boekje van uw Suzuki-voertuig de garantiebepalingen uitgelegd.
84MM5-01DGEBRUIK ORIGINELE SUZUKI-ONDERDELEN EN -ACCESSOIRESSUZUKI beveelt het gebruik van originele SUZUKI-onderdelen* en -accessoires sterk aan. Originele SUZUKI-onderdelen en -accessoi-res voldoen aan de hoogste normen voor kwaliteit en prestatie en zijn zo ontworpen dat ze bij de precieze technische gegevens van uwvoertuig passen. Op het ogenblik is er een grote verscheidenheid aan niet-originele vervangingsonderdelen en accessoires voor SUZUKI-voertuigen opde markt verkrijgbaar. Bij gebruik van deze onderdelen en accessoires kunnen de voertuigprestaties minder goed zijn en is de nuttigelevensduur mogelijk korter. Het gebruik van niet-originele SUZUKI-onderdelen en -accessoires valt daarom niet onder de garantie. Niet-originele SUZUKI-onderdelen en -accessoiresSommige onderdelen en accessoires kunnen in uw land door bepaalde overheidsinstanties zijn goedgekeurd.
Sommige onderdelen en accessoires worden verkocht als officiële SUZUKI vervangingsonderdelen en accessoires. Sommige origineleSUZUKI-onderdelen en -accessoires worden verkocht als opnieuw bruikbare onderdelen en accessoires. Al deze onderdelen en acces-soires zijn niet-originele SUZUKI-onderdelen en -accessoires en het gebruik van deze onderdelen en accessoires valt niet onder degarantie. Hergebruik van originele SUZUKI-onderdelen en -accessoiresOpnieuw verkopen of hergebruik van de volgende componenten kan de veiligheid van de auto in gevaar brengen en is daarom uitdruk-kelijk verboden:• Airbagcomponenten en alle andere pyrotechnische voorwerpen, met inbegrip van hun componenten (bijv. kussen, regelinrichtingen ensensoren)• Veiligheidsgordelsysteem, inclusief alle componenten (bijv.
gordelbanden, gespen en oprolmechanismes)De onderdelen van de airbags en gordelvoorspanners bevatten explosieve chemicaliën. Zorg dat deze onderdelen op de juiste wijzeworden verwijderd door een officiële SUZUKI werkplaats of sloopbedrijf om een onvoorziene ontploffing te voorkomen.
84MM5-01DPLAATS VAN CONTROLE-PUNTEN1. Brandstof (zie hoofdstuk 1)2. Motorkap (zie hoofdstuk 5)3. Wielverwisselingsgereedschap (zie hoofdstuk 8)4. Motoroliepeilstok (zie hoofdstuk 7)5. Peilstok CVT-vloeistof (zie hoofdstuk 7)6. Motorkoelvloeistof (zie hoofdstuk 7)7. Ruitensproeiervloeistof (zie hoofdstuk 7)8. Accu (zie hoofdstuk 7)9. Bandenspanning (zie het bandenin-formatie-etiket op de stijl aan de slot-kant van het bestuurdersportier)10. Reservewiel (zie hoofdstuk 7)/Bandenreparatiekit (zie hoofdstuk 8)84MM00002LHD: Voertuig met het stuur linksRHD: Voertuig met het stuur rechts22118392 19104567(LHD)(RHD)(LHD)(RHD)
1-1AANBEVOLEN BRANDSTOF84MM5-01DAanbevolen brandstof68LMT0101Er moet loodvrije benzine met een octaan-getal (RON) van 91 of hoger gebruikt wor-den (of een RON-getal van 95 of hogerindien dit op de brandstoftank-vulklepstaat). In dit geval is in de buurt van debrandstoftank-vulpijp een etiket aange-bracht met de woorden: “UNLEADEDFUEL ONLY”, “NUR UNVERBLEITESBENZIN”, “ENDAST BLYFRI BENSIN” of“SOLO GASOLINA SIN PLOMO”. Als het “RON 95”-etiket is aangebracht,moet u loodvrije benzine met een octaan-getal (RON) van 95 of hoger gebruiken. Mengsels van benzine en ethanolMengsels van loodvrije benzine en ethanol(graanalcohol), eveneens bekend alsgasohol, zijn in sommige streken in dehandel verkrijgbaar. Mengsels van dit typekunnen als brandstof gebruikt worden,zolang ze niet meer dan 10% ethanolbevatten ( ).
Zorg dat het octaangetalvan het mengsel van benzine en ethanolniet lager is dan het voor benzine voorge-schreven getal. Mengsels van benzine en methanolMengsels van loodvrije benzine enmethanol (houtalcohol) zijn in sommigestreken in de handel verkrijgbaar. GEBRUIK GEEN brandstof die meer dan5% methanol bevat. Beschadiging van hetbrandstofsysteem en slechte prestatiesvan de auto als gevolg van het gebruik vandit soort brandstof vallen niet onder de ver-antwoordelijkheid van SUZUKI en kan totgevolg hebben dat de garantie vervalt. Brandstof met 5% of minder methanol isgeschikt voor gebruik als brandstof indiendit cosolventen en anti-corrosiemiddelenbevat. OPMERKING:Het is aan te bevelen opnieuw op hetgebruik van loodvrije benzine zonder alco-hol over te stappen, als de motorprestatieof het brandstofverbruik bij gebruik vaneen mengsel van benzine en alcohol nietbevredigend zijn.
Indien doorgegaan wordt metbijvullen van brandstof nadat depomp automatisch is afgeslagen ofvoor het eerst lucht door de vulhalsvan de tank naar boven gekomen is,zal de luchtkamer met brandstofgevuld worden. Wanneer nu debrandstof aan hitte blootgesteldwordt, zal de tank als gevolg van uit-zetting van de brandstof overlopen. Om dit soort brandstoflekkages tevoorkomen, mag niet meer bijgevuldworden nadat “automatisch afslaanvan de pompslang” of “naar bovenkomen van lucht door de vulhals”zich voorgedaan heeft. LET OPVoorkom dat tijdens het tankenbrandstof gemorst wordt die alcoholbevat. Als er brandstof op de carros-serie wordt gemorst, moet u ditmeteen afvegen. Brandstoffen diealcohol bevatten, kunnen lakschadeveroorzaken, hetgeen niet door degarantie van het nieuwe voertuiggedekt wordt.
2-1ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01DSleutels51KM024Deze auto wordt afgeleverd met twee iden-tieke sleutels. Bewaar de reservesleutel opeen veilige plaats. Een sleutel is voldoendeom alle sloten van de auto te openen. Het identificatienummer van de sleutel isingeslagen op een metalen plaatje, dat bijaflevering bij of aan de sleutels aanwezigis. Bewaar het plaatje (indien aanwezig) opeen veilige plaats. Bij verlies van de sleu-tels is het sleutelnummer belangrijk omnieuwe sleutels te bestellen. Maak inonderstaand vakje een aantekening vanhet sleutelnummer. StartblokkeringssysteemDit systeem is ontworpen om diefstal vande auto te helpen voorkomen door hetelektronisch buiten werking stellen van hetmotorstartsysteem. De motor kan uitsluitend worden gestartmet de oorspronkelijke startblokke-ringscontactsleutel waarin een elektroni-sche identificatiecode is geprogrammeerd.
Wanneer het contactslot naar de “ON”stand wordt gedraaid, wordt de identifica-tiecode naar de motor gestuurd. Neemcontact op met uw SUZUKI-dealer indien ureservesleutels wilt laten maken. De automoet geprogrammeerd worden met de cor-recte identificatiecode voor de reserve-sleutels. Een sleutel die door een gewoneslotenmaker wordt vervaardigd, kan nietworden gebruikt. 80JM122Als het startblokkeersysteemlampje knip-pert als het contactslot in de “ON”-standstaat, zal de motor niet starten. OPMERKING:• Als het lampje knippert, draait u het con-tactslot naar de “LOCK” stand en danterug naar de “ON” stand. • Als het lampje nog altijd knippert als hetcontactslot in de “ON”-stand wordt gezet,is het mogelijk dat de sleutel of het start-blokkeringssysteem niet in orde is. Neem in dit geval contact op met uwSUZUKI-dealer om het systeem te latennakijken.
• Als u nog andere voertuigen met start-blokkeringssleutels bezit, moet u debetreffende sleutels uit de buurt van hetcontactslot houden als u uw Suzuki-voertuig gebruikt, want anders is hetmogelijk dat de motor niet gestart kanworden omdat de sleutels het startblok-keringssysteem van uw Suzuki-voertuigstoren. • Als er metalen voorwerpen aan de start-blokkeringssleutel zijn bevestigd, is hetmogelijk dat de motor niet gestart kanworden. SLEUTELNUMMER:VOORBEELD.
2-2ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01DHet startonderbrekersysteem, modelI76M0, voldoet aan de basisvereisten enandere bepalingen van de Richtlijn 1999/5/EC.Waarschuwing “contactsleutel nog in contactslot”Er klinkt met onderbrekingen een zoemerom u eraan te herinneren de contactsleutelte verwijderen als deze in het contactslotzit wanneer het bestuurdersportier wordtgeopend.PortierslotenZijportierslotenBestuurdersportier76MH0A001(1) ONTGRENDELEN(2) VERGRENDELEN(3) Achter(4) VoorHet bestuurdersportier van buitenaf ver-grendelen:• Steek de sleutel in het slot en draai desleutel naar de voorzijde van de auto, of• Draai de vergrendelingsknop naar vorenen houd de portierkruk omhooggetrok-ken terwijl u het portier sluit.Om het bestuurdersportier vanaf de bui-tenkant te ontgrendelen, steekt u de sleu-tel in het slot en draait u de sleutel naar deachterzijde van de auto.Om een voorste passagiersportier van bui-tenaf te vergrendelen, draait u de vergren-delingsknop naar voren en houdt dan deportierkruk omhooggetrokken terwijl u hetportier sluit.Om een achterportier van buitenaf te ver-grendelen, draait u de vergrendelknopnaar voren en sluit u het portier.84MM00201(1) VERGRENDELEN(2) ONTGRENDELENOm een portier van binnenuit te vergren-delen, draait u de vergrendelknop naarvoren.
Draai de vergrendelknop naar ach-teren om het portier te ontgrendelen. Het isLET OPDe startblokkeringssleutel is eengevoelig elektronisch instrument. Ombeschadiging van de startblokke-ringssleutel te voorkomen:• Stel deze niet bloot aan schokken,vocht of hoge temperaturen doorhem op het dashboard te leggenblootgesteld aan direct zonlicht.• Houd de startblokkeringssleutel uitde buurt van magnetische voorwer-pen.(1)(2)(3)(4)(1)(2)VOORBEELD
2-3ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01Dniet nodig de portierkruk omhooggetrokkente houden wanneer u het portier sluit.Centrale portiervergrendeling (indien aanwezig)Bestuurdersportier58MST0201(1) ONTGRENDELEN(2) VERGRENDELEN(3) Achter(4) VoorU kunt alle portieren (inclusief de achter-klep) gelijktijdig vergrendelen of ontgren-delen met behulp van de sleutel in hetbestuurdersportierslot.Om alle portieren tegelijk te vergrendelen,steekt u de sleutel in het bestuurderspor-tierslot en draait de sleutel dan eenmaalnaar de voorkant van de auto.Om alle portieren gelijktijdig te ontgrende-len, steekt u de sleutel in het bestuur-dersportierslot en draait de sleutel dantweemaal naar de achterkant van de auto.OPMERKING:Met behulp van de instellingsmethode vanhet informatiedisplay kunt u omschakelentussen de functie waarbij alle portierenworden ontgrendeld door tweemaal tebedienen en eenmaal te bedienen, en viceversa.
Voor meer details over het gebruikvan het informatiedisplay, wordt verwezennaar “Informatiedisplay” in dit hoofdstuk.Om alleen het bestuurdersportier te ont-grendelen, steekt u de sleutel in hetbestuurdersportierslot en draait de sleuteldan eenmaal naar de achterkant van deauto.84MM00202(1) VERGRENDELEN(2) ONTGRENDELENU kunt ook alle portieren, inclusief de ach-terklep, vergrendelen of ontgrendelen doorrespectievelijk de voor- of achterzijde vande schakelaar in te drukken.OPMERKING:Als uw auto is uitgerust met een keylessentry systeem, kunt u ook alle portierenvergrendelen of ontgrendelen met behulpvan de afstandsbediening. Zie “Zender vande centrale portiervergrendeling metafstandsbediening” in dit hoofdstuk.(3)(4)(1)(2)(1)(2)VOORBEELD
2-4ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01DPortierslot-blokkeersysteem (indien aanwezig)Dit systeem is bedoeld om geforceerdeontgrendeling van de portiersloten te hel-pen voorkomen. U kunt het systeem activeren door de sleutelin het bestuurdersportierslot rond te draaien. OPMERKING:U kunt het portierslot-blokkeersysteem ookmet de zender van de afstandsbedieningactiveren. Zie “Zender van de centrale por-tiervergrendeling met afstandsbediening”in dit hoofdstuk. OPMERKING:• Het portierslot-blokkeersysteem zal nietwerken als een of meer portieren nietvolledig gesloten en vergrendeld zijn. Zorg dat alle portieren (inclusief de ach-terklep) volledig gesloten en vergrendeldzijn als het portierslot-blokkeersysteemgeactiveerd wordt. • Het portierslot-blokkeersysteem wordtautomatisch uitgeschakeld zodat alle por-tieren ontgrendeld kunnen worden als hetcontactslot in de “ON”-stand wordt gezet.
83E105Activeren van dit systeem:Steek de sleutel in het bestuurdersportier-slot en draai de sleutel tweemaal binnen 3seconden naar de voorzijde van de auto. U kunt niet de vergrendelknoppen gebrui-ken om de portieren te ontgrendelen wan-neer dit systeem geactiveerd is. 83E107Uitschakelen van dit systeem:Om alle portieren (inclusief de achterklep)gelijktijdig te ontgrendelen, steekt u desleutel in het bestuurdersportierslot endraait de sleutel dan tweemaal naar deachterkant van de auto. OPMERKING:Met behulp van de instellingsmethode vanhet informatiedisplay kunt u omschakelentussen de functie waarbij alle portierenworden ontgrendeld door tweemaal tebedienen en eenmaal te bedienen, en viceversa. Voor meer details over het gebruikvan het informatiedisplay, wordt verwezennaar “Informatiedisplay” in dit hoofdstuk.
2-5ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01DKinderslot (achterportieren)76MH0A021(1) VERGRENDELEN(2) ONTGRENDELENAlle achterportieren zijn uitgerust met eenkinderslot dat u kunt gebruiken om te hel-pen voorkomen dat het portier per ongelukvan binnen uit wordt geopend. Als de ver-grendelingshendel in de “VERGRENDE-LEN” -stand (1) staat, kan het achterportieralleen van buiten af worden geopend. Alsde vergrendelingshendel in de “ONT-GRENDELEN” -stand (2) staat, kan hetachterportier van binnen uit of van buitenaf worden geopend.AchterklepModellen zonder centrale portierver-grendeling84MM00203U kunt de achterklep vergrendelen of ont-grendelen met de sleutel in het slot van deachterklep (1).
2-6ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01DU kunt de achterklep ook vergrendelen ofontgrendelen door op de vergrendelscha-kelaar van de achterklep (2) of op de ont-grendelschakelaar van de achterklep (3) tedrukken.Om de achterklep te openen, aan de hen-del van de achterklep (4) te trekken en dande achterklep omhoog trekken.Modellen met centrale portiervergren-deling84MM00205U kunt de achterklep vergrendelen of ont-grendelen met de sleutel in het bestuur-dersportierslot (1).
Om de achterklep te openen, aan de hen-del van de achterklep (2) te trekken en dande achterklep omhoog trekken.Als de achterklep niet kan worden ont-grendeldAls u de achterklep niet kunt ontgrendelendoor aan de hendel te trekken, als gevolgvan een ontladen accu of een storing, volgdan de onderstaande aanwijzingen om deachterklep van binnen uit te ontgrendelen.1) Verwijder de afdekking van de bagage-ruimte (indien aanwezig) en klap deachterbank naar voren voor gemakke-lijke toegang.
Zie “Neerklapbare achter-bank” voor verdere informatie over hetnaar voren klappen van de achterbank.84MM002062) Verwijder de afdekking van het achter-klepslot (1) met een platte schroeven-draaier bedekt met een zachte doek,zoals aangegeven in de afbeelding.84MM002073) Verwijder, om het achterklepslot te ont-grendelen, de noodhendel (2) in derichting van de pijl met een platteschroevendraaier zoals aangegeven inde afbeelding.4) Duw de achterklep van binnenuit open.De achterklep wordt weer vergrendeldals deze wordt gesloten.Als de achterklep niet ontgrendeld kanworden door trekken aan de hendel van deachterklep, moet u de auto door uwSUZUKI-dealer laten nakijken.(1)(2)VOORBEELD(1)VOORZICHTIGControleer of er niemand in de buurtvan de achterklep is wanneer u deachterklep van binnenuit opent.(2)
2-7ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01DZender van de centrale portiervergrendeling met afstandsbediening (indien aanwezig)84MM00250(1) “LOCK” toets(2) “UNLOCK” toetsU kunt alle portieren (inclusief de achter-klep) tegelijk vergrendelen of ontgrendelendoor de zender in de buurt van de auto tegebruiken. Centrale portiervergrendeling• Om alle portieren te vergrendelen, druktu eenmaal op de “LOCK” toets (1). • Om alleen het bestuurdersportier te ont-grendelen, drukt u eenmaal op de“UNLOCK” -knop (2). • Om de andere portieren en de achter-klep te ontgrendelen, drukt u nog eenkeer op de “UNLOCK” toets (2). OPMERKING:Met behulp van de instellingsmethode vanhet informatiedisplay kunt u omschakelentussen de functie waarbij alle portierenworden ontgrendeld door tweemaal tebedienen en eenmaal te bedienen, en viceversa.
Voor meer details over het gebruikvan het informatiedisplay, wordt verwezennaar “Informatiedisplay” in dit hoofdstuk. Centrale portiervergrendeling met por-tierslot-blokkeersysteem (indien aan-wezig)Gebruik deze methode om geforceerdeontgrendeling van de portiersloten te voor-komen. Als het portierslot-blokkeersys-teem is geactiveerd, kunnen de portierenniet met de vergrendelingsknoppen wor-den ontgrendeld. Activeren van dit systeem:Om alle portieren te vergrendelen, drukt utweemaal binnen 3 seconden op de“LOCK” toets (1). Uitschakelen van dit systeem:• Om alleen het bestuurdersportier te ont-grendelen, drukt u eenmaal op de“UNLOCK” -knop (2). • Om de andere portieren en de achter-klep te ontgrendelen, drukt u nog eenkeer op de “UNLOCK” toets (2).
OPMERKING:Met behulp van de instellingsmethode vanhet informatiedisplay kunt u omschakelentussen de functie waarbij alle portierenworden ontgrendeld door tweemaal tebedienen en eenmaal te bedienen, en viceversa. Voor meer details over het gebruikvan het informatiedisplay, wordt verwezennaar “Informatiedisplay” in dit hoofdstuk.
De richtingaanwijzers zullen eenmaal knip-peren en de claxon (indien aanwezig) zaleenmaal klinken als de portieren wordenvergrendeld. En vervolgens knipperen de richtingaan-wijzers nog eens wanneer de portierenworden vergrendeld met het portierslot-blokkeersysteem. (1)(2)VOORBEELDWAARSCHUWINGU mag het portierslot-blokkeersysteemniet activeren als er personen in deauto zijn. Zij zullen namelijk in de autoworden opgesloten en kunnen de por-tieren niet van binnenuit ontgrendelen.
2-8ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01DWanneer de portieren ontgrendeld worden:• De richtingaanwijzers zullen tweemaalknipperen en de claxon (indien aanwe-zig) zal tweemaal klinken. • De interieurverlichting gaat ongeveer 15seconden branden en gaat dan lang-zaam uit, in het geval dat de interieurver-lichtingsschakelaar in de “DOOR” -standstaat. Als u gedurende deze tijd de sleu-tel in het contactslot steekt, zal de ver-lichting meteen langzaam beginnen uitte gaan. Controleer of de portieren inderdaad ver-grendeld zijn nadat u op de “LOCK” toetshebt gedrukt. Als binnen ongeveer 30seconden na het indrukken van de“UNLOCK” toets geen van de portieren isgeopend, zullen de portieren automatischopnieuw vergrendeld worden.
OPMERKING:Met behulp van de instellingsmethode vanhet informatiedisplay kunt u instellen of declaxon (indien aanwezig) klinkt bij het ont-of vergrendelen van het portier/de portie-ren. Voor meer details over het gebruik van hetinformatiedisplay, wordt verwezen naar“Informatiedisplay” in dit hoofdstuk. OPMERKING:• Het maximale werkbereik van de zendervan het keyless entry systeem is onge-veer 5 m (16 ft. ), maar deze afstand kanvariëren afhankelijk van waar u zichbevindt. In de buurt van een radiozend-mast of CB-radio (27 MC-band) is deafstand bijvoorbeeld korter. • De portiersloten kunnen niet bediendworden met de zender als de contacts-leutel in het contactslot is gestoken. • Als een van de portieren open staat,kunt u het betreffende portier niet met dezender van de afstandsbediening ver-grendelen, maar u kunt het portier welmet de afstandsbediening ontgrendelen.
• Als u een van de zenders verliest, moetu zo spoedig mogelijk naar uw SUZUKI-dealer gaan voor een nieuwe zender. Zorg ervoor dat uw dealer de nieuwezendercode van de afstandsbediening inhet geheugen van uw voertuig program-meert zodat de oude code wordt gewist. Vervanging van de batterijAls de zender niet meer goed werkt, moetu de batterij vervangen.
Om de batterij van de zender te vervan-gen:68LM2481) Verwijder de schroef (1) en maak deafdekking van de zender van deafstandsbediening open. 2) Verwijder de zender (2). LET OPDe zender is een gevoelig elektro-nisch instrument. Om beschadigingvan de zender te voorkomen:• Stel deze niet bloot aan schokken,vocht of hoge temperaturen doorhem op het dashboard te leggenblootgesteld aan direct zonlicht. • Houd de zender uit de buurt vanmagnetische voorwerpen zoals eentelevisie. (1)(2).
2-9ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01D68LM249(3) Platte lithiumbatterij:CR1616 of gelijkwaardig3) Steek de rand van een platte schroe-vendraaier in de gleuf van de zender(2) en wrik deze open.4) Plaats een nieuwe batterij (3) met de +pool naar het “+” teken van de zendergericht.5) Sluit de zender en monteer deze in dehouder van de zender.6) Sluit de afdekking van de zender, brengde schroef (1) aan en draai deze vast.7) Controleer of de portieren met de zen-der vergrendeld en ontgrendeld kunnenworden.8) Voer de gebruikte batterij op de juistewijze af overeenkomstig de plaatselijkevoorschriften.
Lithiumbatterijen mogenniet met het huishoudelijk afval wordenweggegooid.OPMERKING:Gebruikte batterijen moeten overeenkom-stig de plaatselijke voorschriften of wetge-ving worden weggegooid en mogen nietmet het gewone huishoudelijke afval wor-den meegegeven.80JM133(1) Symbool van doorgestreepte afval-containerHet symbool van een doorgestreepteafvalcontainer (1) betekent dat degebruikte batterij niet met het gewonehuishoudelijke afval mag worden meege-geven.Door de gebruikte batterij op de juiste wijzeweg te doen of te recycleren kunt u eenmogelijke schadelijke invloed op het milieuen de menselijke gezondheid helpen voor-komen, wat anders zou kunnen gebeurenwanneer de batterij op de verkeerdemanier wordt weggedaan. Door materialente recycleren wordt bijgedragen tot hetbehoud van natuurlijke hulpbronnen.
Neemcontact op met uw SUZUKI-dealer voorverdere informatie over het wegdoen ofrecycleren van een gebruikte accu.(2)(3)WAARSCHUWINGHet inslikken van een lithiumbatterijkan ernstig inwendig letsel veroorza-ken. Let op dat niemand per ongelukeen lithiumbatterij inslikt. Houd lithi-umbatterijen uit de buurt van kinde-ren en huisdieren. Mocht de batterijworden ingeslikt, roep dan meteen dehulp van een arts in.LET OPDe zender is een gevoelig elektro-nisch instrument. Om beschadigingte voorkomen deze niet blootstellenaan stof of vocht en de interne onder-delen niet beroeren.(1)
2-10ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01DDe centrale portiervergrendeling metafstandsbediening, zendermodel T61M0en ontvangermodel B76MC, voldoen aande wezenlijke vereisten en andere bepalin-gen van de Richtlijn 1999/5/EC.Antidiefstal-alarmsysteem (indien aanwezig)Binnen 20 seconden na het vergrendelenvan alle portieren (inclusief de achterklep)met de zender van de centrale portierver-grendeling met afstandsbediening is hetantidiefstal-alarmsysteem geactiveerd.Nadat het systeem is ingesteld, zal hetalarm afgaan wanneer een portier wordtgeopend via een andere methode (*) danmet de zender van de centrale portierver-grendeling met afstandsbediening. * Hieronder vallen:– De sleutel– De blokkeerhendel op een portier– De schakelaar van de centrale portier-vergrendelingOPMERKING:De ingeschakelde toestand van het anti-diefstal-alarmsysteem is de standaardinstelling.
Voor meer details over hetgebruik van het informatiedisplay, wordtverwezen naar “Informatiedisplay” in dithoofdstuk.OPMERKING:• Het antidiefstal-alarmsysteem geeft eenalarm af wanneer aan een van de vast-gestelde voorwaarden is voldaan. Hetsysteem biedt echter geen verderebeveiliging tegen de ongeoorloofde toe-gang tot uw auto.• Gebruik altijd de zender van de centraleportiervergrendeling met afstandsbedie-ning om de portieren te ontgrendelenwanneer het antidiefstal-alarmsysteemis ingesteld. Als een sleutel wordtgebruikt, zal het alarm afgaan.• Als een persoon die het antidiefstal-alarmsysteem niet kent met uw autogaat rijden, raden wij u aan om de wer-king van het systeem aan de betreffendepersoon uit te leggen, of om het systeemvooraf uit te schakelen.
2-11ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01DActiveren van het antidiefstal-alarmsys-teem (wanneer het systeem ingescha-keld is)Vergrendelen alle portieren (inclusief deachterklep) met de zender van de centraleportiervergrendeling met afstandsbedie-ning. Het antidiefstallampje (1) begint teknipperen en het antidiefstal-alarmsys-teem wordt na ongeveer 20 secondeningesteld. Wanneer het systeem is ingesteld, knip-pert het lampje continu met tussenpozenvan 2 seconden. Met toerenteller84MM00208Zonder toerenteller84MM00209OPMERKING:• Om te voorkomen dat het alarm perongeluk afgaat, moet u het systeem nietactiveren terwijl er nog iemand in deauto is. Het alarm zal afgaan als iemanddie in de auto is een portier ontgrendeltdoor de blokkeerhendel of de schakelaarvan de centrale portiervergrendeling tebedienen.
• Het antidiefstal-alarmsysteem wordt nietingesteld wanneer alle portieren wordenvergrendeld door de sleutel van buitenafte gebruiken, of door de blokkeerhen-dels van de portieren of de schakelaarvan de centrale portiervergrendeling vanbinnen uit te gebruiken. • Als een van de portieren niet wordtbediend binnen ongeveer 30 secondennadat de deuren werden ontgrendeldmet de zender van de centrale portier-vergrendeling met afstandsbediening,worden de portieren automatischopnieuw vergrendeld. Tegelijkertijd wordthet antidiefstal-alarmsysteem geacti-veerd als het systeem ingeschakeld is. Deactiveren van het antidiefstal-alarm-systeemOntgrendel eenvoudig alle portieren metde zender van de centrale portiervergren-deling met afstandsbediening. Het antidief-stallampje gaat uit waarmee wordtaangegeven dat het antidiefstal-alarmsys-teem is gedeactiveerd.
Het alarm stopzettenAls het alarm onbedoeld afgaat, de portie-ren ontgrendelen met de zender van decentrale portiervergrendeling metafstandsbediening, of de sleutel in het con-tactslot steken en het contactslot in destand “ON” draaien. Het alarm zal danstoppen.
OPMERKING:• Als u nadat het alarm is stopgezet deportieren vergrendelt met de zender vande centrale portiervergrendeling metafstandsbediening, zal het antidiefstal-alarmsysteem opnieuw worden inge-steld na een vertraging van ongeveer 20seconden. • Als u de accu losmaakt terwijl het anti-diefstal-alarmsysteem is geactiveerd ofterwijl het alarm afgaat, zal het alarmafgaan of opnieuw afgaan wanneer deVOORBEELDVOORBEELD.
2-12ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01Daccu weer wordt aangesloten, maar ver-geet niet dat in het laatste geval hetalarm uit is gedurende de periode tussenhet losmaken en weer aansluiten van deaccu. • Zelfs nadat het alarm is gestopt aan heteinde van de vooraf ingestelde wer-kingstijd, zal het alarm opnieuw afgaanwanneer er een portier wordt geopendzonder dat het antidiefstal-alarmsysteemis uitgeschakeld. Controleren of het alarm tijdens het par-keren is afgegaanAls het alarm werd geactiveerd als gevolgvan een ongeoorloofde toegang tot deauto en u de contactfunctie op “ON” zet,zal het antidiefstallampje ongeveer 8seconden snel gaan knipperen en klinkt er4 maal een zoemer tijdens deze periode. Als dit gebeurt, moet u controleren of er tij-dens uw afwezigheid in de auto is ingebro-ken.
In- en uitschakelen van het antidiefstal-alarmsysteemHet antidiefstal-alarmsysteem kan “inge-schakeld” of “uitgeschakeld” zijn. Indien ingeschakeld (fabrieksinstelling)Wanneer het systeem is ingeschakeld, zul-len de alarmknipperlichten ongeveer 40seconden gaan knipperen als aan een vande voorwaarden voor het afgaan van hetalarm is voldaan. Het systeem laat ook hetonderbroken geluid van een zoemer in hetinterieur klinken voor ongeveer 10 secon-den, gevolgd door het onderbroken geluidvan de claxon voor ongeveer 30 secon-den. Het antidiefstallampje zal gedurende dezetijd voortdurend knipperen. Indien uitgeschakeldWanneer het systeem is uitgeschakeld, zalhet systeem niet in werking treden wan-neer een van handelingen voor de active-ring van het systeem wordt uitgevoerd.
2-13ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01DOPMERKING:Alle bedieningshandelingen in de hiernavolgende stappen 3) en 4) moeten binnen15 seconden worden uitgevoerd.84MM002483) Draai de regelknop op de verlichtings-regelhendel in de -stand en dan inde OFF-stand. Herhaal deze handeling4 maal.84MM002494) Duw op het vergrendeleind (4) (voorstegedeelte) van de schakelaar van decentrale portiervergrendeling (5) enduw dan op het ontgrendeleind (6)(achterste gedeelte). Herhaal dezehandeling 3 maal.Telkens wanneer u de voorgaande bedie-ningshandelingen uitvoert, verandert detoestand van het antidiefstal-alarmsysteemvanaf de huidige toestand naar de anderetoestand.
U kunt controleren of het sys-teem in- of uitgeschakeld is door te luiste-ren naar het aantal keren dat de zoemerklinkt aan het einde van de procedure.• Als de handelingen in de stappen 3) en4) niet correct binnen 15 seconden wor-den uitgevoerd, verandert de staat vanhet antidiefstal-alarmsysteem niet, enklinkt de binnenzoemer niet. Voer deprocedure nog eens vanaf het begin uit.UIT4 maalVOORBEELD(4)(6)(5)VOORBEELD3 maalToestand van systeemAantal keren dat zoemer klinktUitgeschakeld1 maalIngeschakeld 4 maal
2-15ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01DRuitenMechanische ruitbediening (indien aanwezig)60G010Draai de ruit omlaag of omhoog door deruitslinger op het portierpaneel te bedie-nen.Elektrische ruitbediening (indien aanwezig)De elektrische ruitbediening kan alleengebruikt worden wanneer het contactslot inde “ON” stand staat.Bestuurdersportier84MM00210Het bestuurdersportier is voorzien van eenschakelaar (1) voor het bedienen van debestuurdersportierruit en een schakelaar(2) voor het bedienen van de ruit van hetvoorpassagiersportier, of er zijn schake-laars (4), (5) voor het bedienen van de lin-ker en rechter achterportierruiten.Passagiersportier84MM00211Op het passagiersportier is een schakelaar(3) waarmee de ruit van het passagier-sportier kan worden bediend.VOORBEELD(1)(2)(5)(4)VOORBEELD(3)VOORBEELD
2-16ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01D81A009Om een ruit te openen duwt u op hetbovenste gedeelte van de schakelaar enom een ruit te sluiten trekt u het bovenstegedeelte van de schakelaar omhoog. De ruit van het bestuurdersportier is voor-zien van een “automatisch omlaag”-functiewaarmee de ruit automatisch volledig geo-pend wordt (dit is handig als u de ruit snelwilt openen bij bijvoorbeeld een tolhek,drive-inrestaurant). Bij gebruik van dezefunctie wordt de ruit volledig geopend zon-der dat de ruitschakelaar in de “omlaag”stand wordt gehouden. U drukt de schake-laar van de bestuurdersportierruit volledigomlaag en laat hem dan los. Trek de scha-kelaar even omhoog om de beweging vande ruit voortijdig te stoppen. Vergrendelschakelaar84MM00212Het bestuurdersportier is tevens voorzienvan een vergrendelschakelaar voor de rui-ten van de passagiersportieren.
Wanneeru de vergrendelschakelaar indrukt, kunnende ruiten van de passagiersportieren nietmeer omhoog- of omlaaggezet wordenmet behulp van de schakelaars (2), (3), (4)of (5). Om de normale werking te herstel-len, zet u de vergrendelschakelaar vrijdoor deze nog een keer in te drukken. OPMERKING:Als u met een van de achterruiten openrijdt, is het mogelijk dat u een hard geluidhoort dat door luchttrillingen veroorzaaktwordt. Om dit geluid te verminderen opentu de ruit van het bestuurders- of voorpas-sagiersportier of u verkleint de achter-ruitopening. SLUITENOPENENVOORBEELDWAARSCHUWING• Zorg dat u de bediening van de rui-ten van de passagiersportierenblokkeert wanneer er kinderen inde auto zijn. De kinderen kunnennamelijk ernstig letsel oplopenindien een deel van hun lichaamdoor de beweging van de ruit inge-klemd wordt.
• Om letsel van een inzittende doorbekneld raken te voorkomen, moetu er goed op letten dat het hoofd,de handen e. d. van de inzittendeniet in de weg zitten als een elek-trisch bediende ruit wordt gesloten.
• Trek altijd de sleutel uit het contact-slot wanneer u de auto verlaat, ookwanneer het slechts voor korte tijdis. Laat ook nooit kinderen alleen ineen geparkeerd voertuig achter. Kinderen zonder toezicht zoudende schakelaars van de elektrischbediende ruiten kunnen gebruikenen ernstig letsel kunnen oplopenals zij ingeklemd raken.
2-17ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01DSpiegelsBinnenspiegelU kunt de binnenspiegel zo met de handafstellen dat u de achterzijde van uw voer-tuig in de spiegel kunt zien.Type 174LHT0235Type 268LMT020568LMT0206U kunt de binnenspiegel zo met de handafstellen dat u de achterzijde van uw voer-tuig in de spiegel kunt zien. Om de spiegelaf te stellen zet u de keuzeknop (1) in dedagstand (2) en beweegt u de spiegel metde hand omhoog, omlaag of naar de zij-kant tot een optimaal zicht is verkregen.Door’s avonds de keuzeknop (1) in denachtstand (3) te zetten wordt verblindingdoor de koplampen van achteropkomendverkeer voorkomen.(1)(2)(3)WAARSCHUWING• Het instellen van de spiegel moetgebeuren met de keuzeknop in dedagstand.• De nachtstand wordt alleengebruikt als het noodzakelijk is hetfelle licht van de koplampen vanachteropkomend verkeer te ver-zwakken.
2-18ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01DBuitenspiegelsStel de buitenspiegels zodanig af dat dezijkant van de auto nog net in de spiegel tezien is.84MM00213U kunt de buitenspiegels met de handafstellen met de knop (1) op het bestuur-ders- of het passagiersportier.Elektrisch bediende spiegels (indien aanwezig)84MM20205De schakelaar voor de bediening van deelektrisch bediende spiegels bevindt zichop het bestuurdersportierpaneel. U kunt despiegels verstellen wanneer het contactslotin de “ACC” of “ON” stand staat.
Het instel-len van de spiegels gaat als volgt:1) Beweeg de keuzeschakelaar (1) naarlinks (2) of rechts (3) om de linker ofrechter buitenspiegel te kiezen.2) Druk op het buitenste gedeelte van deschakelaar (1) dat overeenkomt met derichting ((a), (b), (c), (d)) waarin despiegel verplaatst moet worden.3) Plaats na instelling de keuzeschakelaar(1) in de middenstand om te helpenvoorkomen dat de stand van de spiegelper ongeluk gewijzigd wordt.VoorstoelenStoelverstellingWAARSCHUWINGHet inschatten van de grootte ofafstand van een voertuig of andervoorwerp in de bolle buitenspiegelsmoet met de nodige zorg gebeuren.Vergeleken met een vlakke spiegel lij-ken de voorwerpen kleiner en verderweg.(1)VOORBEELD(a)(c)(3)(b)(2)(d)(b)(d)(c)(a)(1)VOORBEELDWAARSCHUWINGDe stand van de bestuurdersstoel ofrugleuning mag nooit veranderd wor-den onder het rijden.
Door een plot-selinge beweging van de stoel ofrugleuning, kan de controle over deauto verloren gaan. Zorg dat debestuurdersstoel en rugleuning in dejuiste stand staan voordat u wegrijdt.WAARSCHUWINGDe stoelen moeten afgesteld wordenvoordat de veiligheidsgordels wor-den omgedaan, omdat slecht zittendegordels niet de beoogde bescher-ming zullen bieden.WAARSCHUWINGDe rugleuningen van alle stoelenmoeten altijd recht overeind staan tij-dens het rijden, omdat anders de vei-ligheidsgordels minder effectief zijn.De veiligheidsgordels bieden alleende maximale bescherming als de rug-leuningen rechtop geplaatst zijn.
2-20ALVORENS WEG TE RIJDEN84MM5-01DHoofdsteunen (indien aanwezig)80J001De hoofdsteunen zijn ontworpen om dekans op nekletsel bij een ongeval te helpenverminderen. Stel de hoofdsteun zo af dathet midden van de hoofdsteun zo dichtmogelijk bij de bovenrand van uw oren is.Als de hoofdsteun niet kan worden afge-steld voor erg grote personen, moet u dehoofdsteun zo hoog mogelijk zetten.OPMERKING:Het is mogelijk dat u de rugleuning naarachteren moet klappen zodat er voldoenderuimte tussen de stoel en het plafond is omde hoofdsteun te kunnen verwijderen.Voor61MM0A032Om de voorste hoofdsteun hoger te zetten,trekt u de hoofdsteun omhoog totdat dezevastklikt. Om de hoofdsteun lager te zet-ten, duwt u de hoofdsteun omlaag terwijlde ontgrendelknop ingedrukt wordt.
Drukde vergrendelknop in en trek de hoofd-steun uit de bussen, als het nodig is dehoofdsteun te verwijderen (voor reiniging,vervanging, etc.).AchterbankHoofdsteunen (indien aanwezig)De hoofdsteunen zijn ontworpen om dekans op nekletsel bij een ongeval te helpenverminderen.OPMERKING:Het is mogelijk dat u de rugleuning naarvoren moet klappen zodat er voldoenderuimte tussen de stoel en het plafond is omde hoofdsteun te kunnen verwijderen.WAARSCHUWING• Rijd nooit met de auto zolang dehoofdsteunen niet aangebrachtzijn.• De hoogte van de hoofdsteun magnooit onder het rijden veranderdworden.VOORBEELDWAARSCHUWING• Rijd nooit met de auto zolang dehoofdsteunen niet aangebrachtzijn.• De hoogte van de hoofdsteun magnooit onder het rijden veranderdworden.
Om de hoofdsteun lager tezetten, duwt u de hoofdsteun omlaag ter-wijl de ontgrendelknop ingedrukt wordt.Druk de vergrendelknop in en trek dehoofdsteun uit de bussen, als het nodig isde hoofdsteun te verwijderen (voor reini-ging, vervanging, etc.).Wanneer u een kinderzitje bevestigt, moetu de hoofdsteun in de bovenste stand zet-ten.Neerklapbare achterbankDe achterzitting(en) van de auto kan (kun-nen) naar voren worden geklapt voor extrabagageruimte.De achterbank naar voren klappen:84MM002161) Breng de slotplaat van de veiligheids-gordelgesp van de driepuntsveilig-heidsgordels die op de buitenstezitplaatsen zijn in de gleuf (1).WAARSCHUWINGLaat niemand op de achterste zit-plaats zitten wanneer de hoofdsteunis verwijderd of als deze is opgebor-gen.VOORBEELDVOORBEELD(1)VOORBEELD
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Suzuki Celerio (2016) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Suzuki
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto