Suzuki Burgman 400 (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Suzuki Burgman 400 (2024) (129 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Suzuki Burgman 400 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Suzuki |
| Categorie: | Motor |
| Model: | Burgman 400 (2024) |
Handleiding Suzuki Burgman 400 (2024) – volledige tekst
BELANGRIJKE INFORMATIEINFORMATIE I.V.M. DE INRIJPERIODE VAN UW MOTORFIETSDe eerste 1600 km zijn de belangrijk-ste voor de levensduur van uw motor-fiets. Een correct nagevolgdeinrijperiode verzekert een maximaleduurzaamheid en een optimale wer-king van uw nieuwe motorfiets.Suzuki-onderdelen zijn vervaardigdvan materialen van hoge kwaliteit endeze zijn in de fabriek afgewerkt methet oog op nauwkeurig bepaaldebelastingen. Een correct nagevolgdeinrijperiode zorgt ervoor dat de afge-werkte oppervlakken elkaar smerenen zich harmonieus aan elkaar aan-passen.De betrouwbare werking van uwmotorfiets hangt af van de specialezorg en het navolgen van de beper-kingen tijdens de inrijperiode.
Let ervooral op de motor niet te overbelas-ten om oververhitting van de motoron-derdelen te voorkomen.Zie het hoofdstuk HET INRIJDENvoor verdere aanbevelingen en voor-schriften betreffende het inrijden.WAARSCHUWING/VOORZICHTIG/LET OP/OPMERKINGLees deze handleiding zorgvuldigdoor en volg alle aanwijzingen zorg-vuldig op. Om de nadruk te leggen opspeciale informatie, hebben het sym-bool en de woorden WAARSCHU-WING, VOORZICHTIG, LET OP enOPMERKING alle een speciale bete-kenis.
VOORWOORDMotorrijden is een van de meestopwindende sporten, en om zeker tezijn van uw rijplezier doet u er goedaan om de informatie in deze gebrui-kershandleiding aandachtig door tenemen voordat u op uw motorfietsgaat rijden.In deze handleiding worden de juisteverzorging en het onderhoud van uwmotorfiets beschreven. Door dezeaanwijzingen precies op te volgen,kunt u er zeker van zijn dat uw motor-fiets een lang leven heeft zonderongemakken. Uw erkende Suzuki-dealer heeft ervaren technici dieopgeleid zijn om uw motorfiets met debest mogelijke zorg te omringen, metde juiste gereedschappen en hetjuiste materiaal.Alle informatie, afbeeldingen en spe-cificaties die u in deze handleidingvindt, zijn volledig bijgewerkt tot hetogenblik van publicatie.
1-3RICHTLIJNEN VOOR DE MONTAGE VAN ACCESSOIRES• Accessoires die van invloed zijnop de windgevoeligheid zoalsstroomlijnkappen, windschermen,rugsteunen, zadeltassen en reis-koffers moeten zo laag mogelijkworden gemonteerd en ook zodicht mogelijk bij het zwaartepunt.Zorg dat de bevestigingsbeugelsen het andere bevestigingsmateri-aal stevig zijn aangebracht.• Controleer op de juiste grondspe-ling en de schuinte van de zit. Leter tevens op dat de accessoiresde werking van de vering, stuurin-richting en andere bedieningsor-ganen niet hinderen.• Accessoires die aan het stuur ofde voorvork worden gemonteerd,kunnen een zeer nadelige invloedop de stabiliteit hebben. Door hetextra gewicht zal uw motorfietsminder goed reageren op uwbesturing. Het extra gewicht kanook trillingen in het voorgedeelteveroorzaken en kan zodoende lei-den tot minder stabiliteit.
Acces-soires aan het stuur of devoorvork moeten zo licht mogelijkzijn en dienen beperkt te wordentot een minimum.• Door sommige accessoires wordtde motorrijder gedwongen omzijn/haar normale rijhouding teveranderen. Hierdoor wordt debestuurder in de bewegingenbeperkt en dit beperkt weer debesturing van de motorfiets.• Extra elektrische accessoires kun-nen het bestaande elektrischesysteem overbelasten. Zwareoverbelasting kan de bedradingbeschadigen of kan gevaar ople-veren als gevolg van het uitvallenvan de stroom wanneer de motor-fiets in gebruik is.• Trek geen aanhangwagen of eenzijspan. Deze motorfiets is nietontworpen voor het trekken vaneen aanhangwagen of zijspan.
1-4LAADLIMIETOverschrijd nooit het MTT (maximaaltoelaatbaar totaalgewicht) van dezemotorfiets. Het MTT is het totalegewicht van de machine, accessoires,nuttige belastingen, de bestuurder ende passagier tezamen. Denk bij hetuitkiezen van accessoires aan hetgewicht van de bestuurder en ookaan het gewicht van de andere acces-soires.
Het extra gewicht van deaccessoires kan niet alleen onveiligerijomstandigheden veroorzaken, maarkan ook een nadelige invloed hebbenop de stabiliteit van het rijden.MTT: 410 kgbij bandenspanning (koud)Voor: 200 kPa (2,00 kgf/cm2)Achter: 250 kPa (2,50 kgf/cm2)RICHTLIJNEN VOOR DE BELA-DINGDeze motorfiets kan voornamelijkkleine voorwerpen vervoeren wan-neer u niet met een passagier rijdt.Volg de onderstaande richtlijnen voorde belading:• Verdeel de lading gelijk over delinker- en de rechterkant van demotorfiets en maak deze goedvast.• Zorg dat het gewicht van debagage zo laag mogelijk is enhoud dit ook zo dicht mogelijk bijhet midden van de motorfiets.
• Bevestig geen grote of zwarevoorwerpen aan het stuur, devoorvork of het achterspatscherm.• Monteer geen bagagedrager ofeen bagagekoffer die over hetachtereind van de motorfiets uit-steekt.• Vervoer geen voorwerpen die overhet achtereind van de motorfietsuitsteken.• Controleer of beide banden dejuiste bandenspanning hebbenvoor de belading van de motor-fiets. Zie pagina 6-27.• Een verkeerde belading heeft eennadelige invloed op de balans ende stuureigenschappen van demotorfiets. Minder uw snelheid enrijd nooit harder dan 130 km/hwanneer u bagage meeneemt ofals er accessoires zijn aange-bracht.• Verstel indien nodig de instellin-gen voor de vering. WAARSCHUWINGOverbelading of verkeerde bela-ding kan resulteren in verlies vande controle over de motorfiets meteen ongeluk tot gevolg.Neem alle laadlimieten en bela-dingsrichtlijnen in deze handlei-ding in acht.
1-5WIJZIGINGENHet aanbrengen van wijzigingen aande motorfiets of het verwijderen vanoorspronkelijk aangebracht materiaalkan het voertuig onveilig of onwettelijkmaken.VEILIGHEIDSADVIES VOOR MOTORRIJDERSMotorrijden is een geweldige enopwindende sport. Er moeten echterook enkele voorzorgsmaatregelengenomen worden om de veiligheidvan de bestuurder en de passagier tewaarborgen. Deze voorzorgsmaatre-gelen zijn:DRAAG EEN HELMVeiligheidsuitrusting voor de motor-fiets begint met een veiligheidshelmvan goede kwaliteit. Een van demeest ernstige verwondingen die ukunt oplopen is een verwonding aanhet hoofd. Draag ALTIJD een goedge-keurde helm. Ook is het aan te radenom passende oogbescherming tedragen.MOTORKLEDINGLoszittende, nette kleding kan onge-makkelijk en onveilig zijn bij hetmotorrijden.
Kies motorkleding vangoede kwaliteit wanneer u motorrijdt.CONTROLE VÓÓR HET RIJDENLees nog eens grondig de instructiesdoor in het hoofdstuk “CONTROLEVÓÓR HET RIJDEN” in deze handlei-ding. Vergeet niet een algehele veilig-heidscontrole uit te voeren om deveiligheid van bestuurder en passa-gier te waarborgen. WAARSCHUWINGPlaatsen van voorwerpen in deruimte achter de stroomlijnkapkan het sturen belemmeren en kanleiden tot verlies van de controleover de motorfiets.Plaats geen voorwerpen in deruimte achter de stroomlijnkap.
1-6MAAK UZELF VERTROUWD MET DE MOTORFIETSUw rijvaardigheid en uw mechanischekennis van de motorfiets vormen debasis voor veilig rijden. Wij raden uaan om eerst wat te oefenen met uwmotorfiets op een plaats waar geenverkeer kan komen of waar anderehindernissen zijn, totdat u volledigvertrouwd bent met uw machine ende bedieningsorganen. Oefeningbaart kunst!KEN UW GRENZENRijd altijd binnen de grenzen van uweigen vaardigheid. Door deze gren-zen te kennen en altijd binnen dezegrenzen te blijven kunt u ongelukkenvoorkomen.DENK AAN EXTRA VEILIGHEIDBIJ SLECHT WEERRijden bij slecht weer, vooral bij natweer, vereist extra voorzichtigheid. Deremafstand is bij regen tweemaal zogroot. Geverfde pijlen op de weg, put-deksels en vettige weggedeelten kun-nen bijzonder glad zijn. Wees extravoorzichtig bij spoorwegovergangen,ijzeren platen en bruggen.
Vermindersnelheid bij enige twijfel over de staatvan de weg!RIJD DEFENSIEFDe meeste ongelukken met motorfiet-sen gebeuren wanneer een tege-moetkomende auto plotseling vlakvoor de motorfiets afslaat. Rijd defen-sief. Een verstandige motorrijder gaater voor de zekerheid van uit dat hij ofzij zelf onzichtbaar is voor de andereweggebruikers, zelfs op klaarlichtedag. Draag felle, reflecterende kle-ding. Schakel de koplamp en het ach-terlicht altijd in, ook al schijnt de zon,opdat u zo opvallend mogelijk bent.En vermijd vooral de blinde hoek vanautomobilisten.
1-7LABELSLees alle labels op de motorfiets envolg de aanwijzingen op. Zorg dat ude informatie op de labels begrijpt.Verwijder geen labels van de motor-fiets.PLAATS VAN DE SERIENUMMERSDe serienummers op het frame en/ofde motor worden gebruikt om demotorfiets te registreren. Zij komenook van pas wanneer uw dealeronderdelen bestelt of om te verwijzennaar speciale service-informatie.Het framenummer 1 is op het framegeslagen. Het motornummer 2 is opde motor geslagen.Noteer de serienummers hieronderzodat u ze in de toekomst snel kuntterugvinden.Framenummer:Motornummer:
1-8LAWAAI-ONDERDRUKKINGSSYSTEEM (ALLEEN VOOR AUSTRALIË)WIJZIGINGEN AANBRENGEN IN HET LAWAAI-ONDERDRUKKINGS-SYSTEEM IS VERBODENGebruikers worden erop attentgemaakt dat de wet de volgendezaken verbiedt:(a) Het verwijderen of ongeschiktmaken, behalve wanneer ditgebeurt voor het verrichten vanonderhoud, reparatie of vervan-ging, van enigerlei uitrusting ofsysteem die tot doel heeft lawaaite verminderen, en die in eennieuw voertuig is ingebouwd voor-dat het voertuig werd verkocht ofaan de uiteindelijke gebruikerwerd geleverd, of terwijl het voer-tuig in gebruik is; en(b) Het gebruik van het voertuignadat dergelijke uitrusting ofsystemen zijn verwijderd of onge-schikt zijn gemaakt.
2-5SLEUTELBij deze motorfiets worden twee iden-tieke contactsleutels geleverd.Bewaar de reservesleutel op een vei-lige plaats.Het sleutelnummer staat op een pla-atje dat bij de sleutels hoort. Dit num-mer hebt u nodig wanneer u eennieuwe sleutel wilt laten maken.Noteer het sleutelnummer in hetonderstaande vakje zodat dit latergemakkelijk teruggevonden kan wor-den. Model met startblokkeringAls alle sleutels verloren zijn gegaan,moet de ECM vervangen worden.OPMERKING: • In de sleutel is een startblokke-ringsidentificatiecode geprogram-meerd.
Dit betekent dat eensleutel die bij een normale sleutel-maker is gemaakt niet zal werken.Ga naar uw Suzuki-dealer als ueen reservesleutel wilt latenmaken.• Als u de sleutel verliest, dient u uwSuzuki-dealer de verloren sleutelte laten deactiveren.• Als u meerdere voertuigen bezitmet startblokkeringssleutels, dientu de betreffende sleutels uit debuurt van het contactslot te hou-den wanneer u de motorfietsgebruikt, want die sleutels kunnenstorend zijn voor het startblokke-ringssysteem van uw motorfiets.• Omdat alles wat van metaal isgemaakt, gemagnetiseerd is ofeen radiogolf uitzendt de commu-nicatie van de startblokkeringbeïnvloedt, mag een dergelijk arti-kel niet aan de sleutelhouder wor-den bevestigd of dicht bij desleutel worden geplaatst.• Oorspronkelijk zijn er twee sleu-tels in het startblokkeringssy-steem geregistreerd.
2-6CONTACTSLOTOpenen van de sluiter van de contact-slot-opening:1. Lijn de kop van de contactsleuteluit met het vierkante gat in hetcontactslot.2. Draai de sleutel om de sluiter vande contactslot-opening te openenen te sluiten.OPMERKING: Breng een antivriessmeermiddel aan wanneer de buiten-temperatuiur beneden het vriespuntdaalt om te voorkomem dat de sluitervan de contactslot-opening vastvriest.Model met startblokkering“OFF”-standAlle elektrische circuits zijn uitgescha-keld. De motor kan niet gestart wor-den. De sleutel kan uit het contactslotworden getrokken.“ON”-standHet ontstekingscircuit is ingescha-keld en de motor kan nu gestart wor-den.
De sleutel kan niet uit hetcontactslot worden getrokken.OPMERKING: Start de motor meteennadat u de sleutel in de “ON”-standhebt gezet, anders moet de accuonnodig stroom leveren voor het ver-bruik door de koplamp en het achter-licht.“LOCK”-standOm het stuur te vergrendelen, draait udit eerst helemaal naar links. Duw desleutel omlaag, draai deze naar de“LOCK”-stand en trek de sleutel naarbuiten. Alle elektrische circuits zijn uit-geschakeld.OPMERKING: • Beweeg het stuur naar rechts ennaar links om er zeker van te zijndat het goed vergrendeld is.• Als het niet gemakkelijk kan wor-den vergrendeld, draai de sleuteldan naar de “LOCK”-stand terwijlu het stuur lichtjes naar rechtsbeweegt.
2-7“P”-stand (parkeren)Wilt u de motorfiets parkeren, ver-grendel dan het stuur en draai desleutel in de “P”-stand. De sleutel kannu verwijderd worden, maar het par-keerlicht en het achterlicht blijvenbranden terwijl het stuur vergrendeldis. In deze stand is de motorfiets beterzichtbaar wanneer u bijvoorbeeld ’savonds langs de weg parkeert.Zadelslot-ontgrendelingDuw de sleutel naar binnen en draaideze naar rechts om het zadelslot teontgrendelen.OPMERKING: Maak het zadel volle-dig open tot het niet meer verdergaat. Als het zadel maar half wordtgeopend, kan het door het eigengewicht weer dichtgaan. WAARSCHUWINGHet is gevaarlijk om het contact-slot in de “P”- (PARKEREN) of“LOCK”-stand te zetten terwijl demotorfiets in beweging is. Het kangevaarlijk zijn om de motorfiets tebewegen wanneer het stuur is ver-grendeld.
U zou uw evenwichtkunnen verliezen en vallen, of uzou de motorfiets kunnen latenvallen.Stop de motorfiets en zet deze opde zijstandaard of de middenstan-daard voordat u het stuur vergren-delt. Probeer nooit om demotorfiets te bewegen terwijl hetstuur is vergrendeld. WAARSCHUWINGAls de motorfiets omvalt alsgevolg van slippen of een onge-luk, is het mogelijk dat de motor-fiets door een plotselingopgetreden beschadiging blijftdraaien, wat kan resulteren inbrand of in eventueel letsel doorbewegende onderdelen zoals hetachterwiel.Als de motorfiets omvalt, moet uhet contactslot meteen afzetten.Neem contact op met een erkendeSuzuki-dealer om de motorfiets opniet zichtbare beschadigingen telaten controleren.
2-8INSTRUMENTENPANEELWanneer u het contactslot op AANzet, zal de meter als volgt reageren.• Alle LCD-segmenten verschijnenen tonen dan het normalescherm.• De volgende lampjes gaan 3seconden branden.- Defectverklikkerlampje 5- Koelvloeistoftemperatuur-verk-likkerlampje 6- Vriesweer-verklikkerlampje I- Eco Drive-verklikkerlampje J- Hoofdwaarschuwingslampje K- Acculadingdefectwaarschuwings-indicator L• De volgende lampjes gaan bran-den.- ABS-verklikkerlampje 7- Tractieregeling-verklikker-lampje A• De meternaald doorloopt het vol-ledige schaalbereik en keert danterug naar de uitgangsstand.Als de meternaald niet naar nul wijst,volg dan de onderstaande aanwijzin-gen om de meter terug te stellen. Denaald van de toerenteller en de snel-heidsmeter kunnen worden terugge-steld.1. Druk op de ADJ-toets H en zethet contactslot aan.2.
Houd de ADJ-toets H langer dan4 seconden ingedrukt.SNELHEIDSMETER 1De snelheidsmeter geeft de rijsnel-heid in km/h of mph aan.TRACTIEREGELSYSTEEMINDICATOR “TC ON” 2Wanneer het tractieregelsysteem isingesteld, gaat het verklikkerlampjevoor het tractieregelsysteem branden.OPMERKING: Zie pagina 2-27 voorverdere informatie over het tractiere-gelsysteem.
2-9BENZINEMETER “” 3De benzinemeter geeft de resterendehoeveelheid benzine in de benzine-tank aan. De benzinemeter toont alle5 segmenten wanneer de benzine-tank vol is. Het teken knippert wan-neer het brandstofniveau onder 2,8 ldaalt. Het teken en segment knippe-ren wanneer de brandstof onder 1,5 ldaalt.OPMERKING: • De benzinemeter geeft het peilniet juist aan wanneer de motor-fiets op de zijstandaard staat. Zethet contactslot in de “ON”-standterwijl de motorfiets recht overeindwordt gehouden.• Als het brandstofteken knippert,moet u meteen gaan tanken.
Ook zal het laatste segment vande benzinemeter knipperen wan-neer de benzinetank bijna leeg is.RICHTINGAANWIJZER-VERKLIK-KERLAMPJE “” 4Dit lampje gaat knipperen wanneer derechter of linker richtingaanwijzer inwerking wordt gesteld.OPMERKING: Als de richtingaanwij-zer niet werkt als gevolg van eendefecte lamp of een defect circuit, zalhet verklikkerlampje sneller knipperenom u erop attent te maken dat er eenprobleem is.Ongeveer 1,5 LBrandstof-tankVolOngeveer 2,8 LBenzinemetertekenKnippert KnippertKnippert
2-10DEFECTVERKLIKKERLAMPJE “ ” 5/HOOFDWAARSCHUWINGSLAMPJE “ ” KAls er een storing optreedt in de motorfiets, gaat het defectverklikkerlampje“” 5 of het hoofdwaarschuwingslampje “ ” K branden. Tevens wordt erelke 2 seconden “FI”, “to” en “IG” aangegeven op het kilometertellerdisplay G.OPMERKING: • Neem onmiddellijk contact op met uw Suzuki-dealer als het defectverklik-kerlampje of het hoofdwaarschuwingslampje brandt.• Als het defectverklikkerlampje knippert terwijl de motor draait, stop dan demotorfiets en zet de motor onmiddellijk stil, want de katalysator kanbeschadigd zijn. Als u geen andere keus hebt dan door te rijden, draai dande gashendel niet volledig open en rijd met een lage snelheid.
Laat demotorfiets daarna onmiddellijk door een officiële Suzuki-dealer nakijken.• Wanneer het kilometertellerdisplay “CHEC” aangeeft, moet u de volgendepunten controleren:- De ontstekingszekering is niet gesprongen.- De stekkers van de verbindingskabels zijn aangesloten.Defectverklikker-lampjeHoofdwaarschu-wingslampjeKilometertellerdisplayMotorsysteemstoring(Gerelateerd aan uitlaatgas)Gaat branden –Motorsysteemstoring (Niet gerelateerd aan uitlaatgas)– Gaat brandenMotorfiets kanteltofStoring in TO (kantel)-sensor– Gaat brandenStoring in contactslotDiefstalpreventie– Gaat brandenStoring in regelaarcommunicatie––
2-11KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR-VERKLIKKERLAMPJE “” 6Dit lampje gaat branden wanneer detemperatuur van de koelvloeistof totboven de 120 °C stijgt.Wanneer het koelvloeistoftempera-tuur-verklikkerlampje gaat branden,moet u de motor afzetten en het koel-vloeistofniveau controleren nadat demotor is afgekoeld.LET OPRijden met de motorfiets terwijlhet koelvloeistoftemperatuur-ver-klikkerlampje brandt, kan leidentot ernstige motorschade dooroververhitting.Als het koelvloeistoftemperatuur-verklikkerlampje gaat branden,moet u de motor onmiddellijkafzetten en laten afkoelen. Laat demotor pas weer draaien wanneerhet koelvloeistoftemperatuur-ver-klikkerlampje is gedoofd.
2-12ABS-VERKLIKKERLAMPJE “” 7Dit verklikkerlampje gaat gewoonlijkbranden wanneer het contactslot inde “ON”-stand wordt gedraaid endooft wanneer de rijsnelheid hogerdan 10 km/h wordt.Als er een probleem is met het ABS(antiblokkeersysteem), gaat het con-trolelichtje knipperen of branden. HetABS werkt niet wanneer het ABS-ver-klikkerlampje brandt of knippert.OPMERKING: • Als het ABS-verklikkerlampje uit-gaat voordat de motorfiets isgestart, moet u de werking vanhet ABS-verklikkerlampje contro-leren door het contactslot uit endan weer aan te zetten. Het ABS-verklikkerlampje gaat soms uitwanneer de motor zwaar is belastvoordat de motorfiets wordtgestart.
Als het ABS-verklikker-lampje niet gaat branden wanneerhet contactslot wordt aangezet,moet u het systeem zo spoedigmogelijk door een erkendeSuzuki-dealer laten nakijken.• Wanneer de motorfiets op de mid-denbok wordt geplaatst terwijl demotor loopt, nadat er op de motor-fiets is gereden en met de motor isgeracet, kan het ABS-verklikker-lampje gaan branden. Controleerin dat geval of het ABS-verklikker-lampje gaat branden door het con-tactslot uit en aan te zetten.Controleer daarna of het ABS-ver-klikkerlampje uitgaat nadat demotorsnelheid hoger is dan 10km/h. Als het ABS-verklikker-lampje niet uitgaat, moet u hetsysteem zo snel mogelijk dooreen erkende Suzuki-dealer latencontroleren.
2-13KLOK 8De tijd wordt aangegeven wanneerhet contactslot in de “ON”-stand staat.De klok heeft een 12-uurs tijdsaandui-ding. Volg de onderstaande aanwij-zingen om de klok in te stellen.Houd de SEL-toets E en de ADJ-toets H tegelijk 2 seconden langingedrukt totdat de klokaanduidingbegint te knipperen wanneer u de klokinstelt. Druk op de SEL-toets E omhet uur in te stellen. Druk op de ADJ-toets H om de minuten in te stellen.Houd de SEL-toets E en de ADJ-toets H tegelijk 2 seconden langingedrukt om terug te keren naar detijdsaanduiding.OPMERKING: • Wanneer de toets wordt ingedrukten vastgehouden, zal de aandui-ding continu verhoogd worden.• De klok kan worden ingesteldwanneer het contactslot in de“ON”-stand staat.• De klok wordt gevoed door deaccu van de motorfiets.
Als u demotorfiets langer dan twee maan-den niet gebruikt, raden wij u aande accu te verwijderen. WAARSCHUWINGRijden met de motorfiets terwijlhet ABS-verklikkerlampje brandt,kan gevaarlijk zijn.Als het ABS-verklikkerlampjeknippert of gaat branden tijdenshet rijden, parkeert u de motor-fiets op een veilige plaats en zet uhet contactslot uit. Zet het con-tactslot na een poosje weer op“ON” en controleer of het lampjegaat branden.• Als het lampje uitgaat nadat uweer bent gaan rijden, is hetABS in orde.• Als het lampje niet uitgaat nadatu bent gaan rijden, werkt hetABS niet en werken de remmenals een normaal remsysteem.Laat het systeem in dit geval zospoedig mogelijk door eenerkende Suzuki-dealer nakijken.
2-14THERMOMETER/ METER VOOR HUIDIG BRANDSTOFVERBRUIK/METER VOOR GEMIDDELD BRANDSTOFVERBRUIK/RIJBE-REIKMETER 9Het display heeft 4 functies: thermo-meter, meter voor huidig brandstof-verbruik, meter voor gemiddeldbrandstofverbruik en rijbereikmeter.De display-aanduiding wordt in hetgeheugen vastgelegd wanneer hetcontact wordt afgezet en de vastge-legde display-aanduiding zal opnieuwverschijnen wanneer het contact weerwordt aangezet.Druk op de ADJ-toets om de display-aanduiding te wijzigen. De display-aanduiding verandert in de onder-staande volgorde.ThermometerHuidig brandstofverbruikGemiddeld brandstofverbruik van dagteller 1 of 2Rijbereik
2-15ThermometerDe thermometer geeft de omgevings-temperatuur aan. Wanneer de omge-vingstemperatuur beneden 3 °C zakt,knippert de thermometer in het dis-play 9 en blijft hij na 30 secondenbranden. Druk op de ADJ-toets H omterug te keren naar de oorspronkelijkewaarde. Wanneer de omgevingstem-peratuur boven 5 °C is, toont het dis-play automatisch weer deoorspronkelijke waarde.OPMERKING: • De thermometer toont de omge-vingstemperatuur niet bij het rij-den met lage snelheid of wanneerde motorfiets stilstaat.• De thermometer geeft “LO” (laag)aan wanneer de omgevingstem-peratuur lager dan –9 °C is. Dethermometer geeft “HI” (hoog)aan wanneer de omgevingstem-peratuur hoger dan 50 °C is.Meter voor huidig brandstofver-bruikDe meter voor het huidig brandstofve-bruik toont de waarde voor het brand-stofverbruik alleen wanneer demotorfiets rijdt.
Wanneer de motor-fiets stopt, toont de brandstofverbruik-meter “--.-”. Deze meter loopt van 0,1tot 50,0 (km/l, l/100 km) of van 0,1 tot99,9 (MPG IMP).OPMERKING: De waarden op hetdisplay zijn een benadering. De aan-duidingen komen mogelijk niet altijdovereen met de werkelijke waarden.
2-16Meter voor gemiddeld brandstof-verbruik (behalve voor Groot-Brittannië)km/l-stand l/100 km-standDe meter voor het gemiddelde brand-stofverbruik toont de brandstofver-bruikverhouding van dagteller A ofdagteller B. Het bereik van de metervoor het gemiddelde brandstofver-bruik loopt van 0,1 tot 99,9 (km/l) ofvan 2,0 tot 99,9 (l/100 km). De metervoor het gemiddelde brandstofver-bruik toont “– – . –” wanneer de dag-teller 0,0 aangeeft. Houd de SEL-toets E 2 seconden ingedrukt voorhet omschakelen tussen de “km/l”-stand en de “l/100 km”-stand. Wan-neer u de brandstofverbruikaandui-ding voor dagteller A wijzigt, heeft ditgeen invloed op dagteller B.Meter voor gemiddeld brandstof-verbruik (Groot-Brittannië)De meter voor het gemiddeldebrandstofverbruik toont de brandstof-verbruikverhouding van dagteller Aof dagteller B.
Het bereik van demeter voor gemiddeld brandstofver-bruik loopt van 0,1 tot 99,9 (MPGIMP). De meter blokkeert bij 99,9. Debenzineverbruikmeter toont “– – . –”wanneer de dagteller 0,0 aangeeft.OPMERKING: De waarden op hetdisplay zijn een benadering. De aan-duidingen komen mogelijk niet altijdovereen met de werkelijke waarden. WAARSCHUWINGBedien het display niet tijdens hetrijden; dat is gevaarlijk. Wanneer uuw hand van het stuur afneemt,neemt de kans dat u de controleover de motorfiets verliest toe.Verander tijdens het rijden nooithet display. Houd beide handenaan het stuur.
2-17RijbereikmeterDe rijbereikmeter toont het geschatterijbereik (de afstand die gereden kanworden) op de resterende brandstofbinnen een bereik van 1 tot 999 km(mijl). Het rijbereik wordt opnieuwberekend wanneer u tankt. Het ismogelijk dat de aanduiding voor hetrijbereik niet verandert wanneerslechts een kleine hoeveelheid ben-zine wordt getankt.Het rijbereik wordt niet opnieuw bere-kend wanneer de motorfiets op de zij-standaard staat. Controleer degeschatte actieradius (afstand) nadatde zijstandaard omhoog is geklapt.Wanneer de accu wordt losgekop-peld, wordt de rijbereikmeter terugge-steld. In dit geval geeft de meter “---”aan totdat de motorfiets weer eenstuk heeft geredenOPMERKING: • De actieradius (afstand) is eengeschatte waarde.
De aanduidingkomt mogelijk niet altijd overeenmet het feitelijke rijbereik.• De meter maakt geen gebruik vande waarde voor het gemiddeldbrandstofverbruik om het rijbereik(afstand) te berekenen en de uit-komst is wellicht niet hetzelfde alsde aanduiding van de meter voorhet gemiddeld brandstofverbruik.• Het verdient aanbeveling niet metde motorfiets te rijden totdat hetgeschatte rijbereik (afstand) 0wordt, want dan is het mogelijkdat u eerder zonder benzine komtte zitten.TOERENTELLER 0De toerenteller geeft het motortoeren-tal in omwentelingen per minuut(omw/min) aan.
2-18TRACTIEREGELSYSTEEM-CON-TROLELICHTJE “TC” AWanneer het tractieregelsysteem isuitgeschakeld, blijft het tractierege-lingcontrolelichtje “TC” branden.Wanneer het tractieregelsysteemwordt ingeschakeld, zal het tractiere-geling-verklikkerlampje “TC” als volgtoplichten.• Het controlelichtje “TC” gaat bran-den wanneer het contactslot in de“ON”-stand wordt gedraaid endooft wanneer de rijsnelheidhoger dan 5 km/h (3 mph) wordt.• Het controlelichtje “TC” gaat bran-den en blijft branden wanneer hettractieregelsysteem niet werkt alsgevolg van een storing in het sys-teem.• Het controlelichtje “TC” knippertwanneer het tractieregelsysteemdoorslippen van het achterwielwaarneemt en het motorvermo-gen regelt.• Het controlelichtje “TC” blijft uitwanneer het tractieregelsysteemde tractie van het achterwiel tij-dens acceleratie bewaakt.OPMERKING: Zie pagina 2-26 voorverdere informatie over het tractiere-gelsysteem. WAARSCHUWINGRijden met de motorfiets terwijlhet tractieregelsysteem is inge-schakeld en het tractieregeling-verklikkerlampje “TC” brandt, kangevaarlijk zijn.Als het tractieregeling-verklikker-lampje “TC” tijdens het rijden gaatbranden, parkeert u de motorfietsop een veilige plaats en zet danhet contact af.
Zet het contactslotna een poosje weer op “ON” encontroleer of het lampje “TC” gaatbranden.• Als het controlelichtje “TC” uit-gaat nadat u weer bent gaan rij-den, is het tractieregelsysteemin orde.• Als het controlelichtje “TC” nietuitgaat nadat u weer bent gaanrijden, werkt het tractieregelsy-steem niet. Laat het systeem indit geval zo spoedig mogelijkdoor een erkende Suzuki-dealernakijken.
2-19STARTONDERBREKER-VERKLIK-KERLAMPJE “” B(indien uitgerust)Het startonderbreker-verklikker-lampje knippert tweemaal wanneerhet contact wordt aangezet. Vervol-gens gaat het lampje twee secondenbranden, waarna het lampje dooft.Het startblokkeringssysteem isbedoeld om diefstal van de motorfietste voorkomen door het motor-startsysteem elektronisch te deactive-ren. De motor kan alleen gestartworden met een van de originelesleutels waarin de juiste elektronischeidentificatiecode is geprogrammeerd.De sleutel geeft de identificatiecodedoor aan de startonderbreker-rege-leenheid wanneer de sleutel in de“ON”-stand wordt gedraaid.OPMERKING: • De motor kan niet gestart wordenwanneer het verklikkerlampje blijftknipperen.• Als het lampje blijft knipperen,betekent dit dat er een communi-catiefout tussen het startonder-brekersysteem en deregeleenheid is of dat er een ver-keerde sleutel wordt gebruikt.
Zethet contactslot af en dan opnieuwaan, zodat het startblokkeringssy-steem weer juist werkt.• Oorspronkelijk zijn twee contacts-leutels in het startblokkeringssy-steem geregistreerd. U kunt nogtwee extra sleutels registreren. Bijhet inschakelen van het contactgeeft het aantal knipperingen vanhet verklikkerlampje het aantalgeregistreerde sleutels aan.• Het verklikkerlampje blijft 24 uurknipperen nadat het contact isafgezet.GROOTLICHT-VERKLIKKER-LAMPJE “” CDit blauwe lampje gaat branden wan-neer het grootlicht wordt ingescha-keld.REMBLOKKERING-VERKLIKKER-LAMPJE DDit lampje gaat branden wanneer deremblokkering wordt vergrendeld ter-wijl het contactslot in de “ON”-standstaat.
2-20OLIEVERVERSING-VERKLIKKER-LAMPJE FHet olieverversing-verklikkerlampjegaat branden om u eraan te herinne-ren dat de motorolie ververst moetworden. Het verklikkerlampje gaatbranden na de eerste 1000 km endaarna op de vooringestelde interval-len. Het vooringestelde interval kanworden afgesteld tussen 500 km en6000 km, in stappen van 500 km.Reset het verklikkerlampje na het ver-versen van de olie zodat het lampjedooft.Terugstellen van het interval:1. Zet het contact af.2. Houd de SEL-toets E ingedrukt.Schakel het contact in en wacht 3seconden totdat de aanduidingOIL CHANGE (olie verversen) 3maal knippert en dan dooft.OPMERKING: Reset de aanduidingnadat de olie de eerste maal is ver-verst.Instellen van het interval: 1. Stel de meter in op kilometerteller.2. Houd de ADJ-toets H 2 secondeningedrukt totdat de aanduidingenOIL CHANGE (olie verversen) enINTERVAL beginnen te knipperen.3.
Druk op de SEL-toets E om hetinterval te verlagen van 6000 kmnaar 500 km in stappen van 500km.4. Druk op de ADJ-toets H om hetinterval te verhogen van 500 kmnaar 6000 km in stappen van 500km.5. Houd de SEL-toets E en de ADJ-toets H 2 seconden lang inge-drukt.OPMERKING: • Het olieverversingsinterval kanpas worden ingesteld nadat dekilometerteller de 1000 km isgepasseerd.• Reset het verklikkerlampje nadatde olie de eerste maal is ververst.• Na het verversen van de olie moetde resetprocedure altijd wordenuitgevoerd, ook wanneer het dis-play niet wordt weergegeven.
2-21KILOMETERTELLER/DAGTELLER GHet display heeft 3 functies: kilome-terteller en twee dagtellers.OPMERKING: Bij het model voorGroot-Brittannië wordt de afstand opde kilometerteller/dagteller in mijlaangegeven.Druk op de SEL-toets E om tussende aanduidingen te schakelen. Dedisplay-aanduiding verandert in deonderstaande volgorde.KilometertellerDe kilometerteller geeft de totaalafgelegde afstand van de motorfietsaan. Het bereik van de kilometertellerloopt van 0 tot 999999.OPMERKING: Het display van dekilometerteller vergrendelt bij 999999wanneer de totale afstand 999999overschrijdt.KilometertellerDagteller BDagteller A
2-22DagtellerDe twee dagtellers zijn kilometertel-lers die teruggesteld kunnen worden.De twee dagtellers werken onafhan-kelijk van elkaar. De dagteller A kanbijvoorbeeld gebruikt worden voor hetbijhouden van de afstand van eenbepaalde rit en de dagteller B kangebruikt worden om de afstand tus-sen benzinestops te registreren.Om de dagteller op nul terug te stel-len, houdt u de ADJ-toets H 2 secon-den ingedrukt terwijl de dagteller, A ofB, die u wilt terugstellen in het displaywordt aangegeven.OPMERKING: • Wanneer de dagteller de 9.999,9overschrijdt, begint de dagtellerweer vanaf 0,0 te tellen.• De dagteller wordt ook terugge-steld wanneer de accu wordt ver-wijderd of de accu leeg is.VRIESWEER-VERKLIKKER-LAMPJE “ ” IHet vriesweer-verklikkerlampje begintte knipperen wanneer de omgevings-temperatuur onder 3 °C daalt.
Hetvriesweer-verklikkerlampje knippert30 seconden en blijft dan branden tot-dat de omgevingstemperatuur hogerdan 5 °C wordt.Het display 9 toont de thermometeren knippert 30 seconden wanneer deomgevingstemperatuur lager dan3 °C wordt. Het display 9 toont dethermometer wanneer het vriesweer-verklikkerlampje blijft branden. WAARSCHUWINGBedien het display niet tijdens hetrijden; dat is gevaarlijk. Wanneer uuw hand van het stuur afneemt,neemt de kans dat u de controleover de motorfiets verliest toe.Verander tijdens het rijden nooithet display. Houd beide handenaan het stuur.
2-23ECO DRIVE-VERKLIKKERLAMPJE “” JHet Eco Drive-verklikkerlampje dientom een manier van rijden aan te moe-digen die de milieu-impact kan ver-minderen. Het Eco Drive-verklikkerlampje, dat zich op hetinstrumentenpaneel bevindt, gaatbranden wanneer de motorfiets opeen brandstofzuinige manier wordtgebruikt - en kan rijders helpen tech-nieken te leren om hun brandstofver-bruik te verbeteren.Het systeem controleert het brand-stofverbruik van de motorfiets in real-time en laat het Eco Drive-verklikker-lampje oplichten wanneer dit ondereen vooraf bepaald brandstofverbruikligt.Het Eco Drive-verklikkerlampje verbe-tert niet automatisch het brandstof-verbruik, maar kan rijders helpen hunrij-efficiëntie en brandstofverbruik teverbeteren. Het brandstofverbruik kan wordenbeïnvloed door vele externe factoren,zoals de afgelegde afstand en de ver-keersomstandigheden, bv. het aantalstarts vanuit een stop.
Even belangrijkzijn andere factoren die het brandstof-verbruik beïnvloeden en die debestuurder zelf in de hand heeft,zoals de snelheid waarmee hij optrekt(gas geven), de gekozen snelheid enonderhoud. Bovendien kan het brand-stofverbruik worden beïnvloed doorde reductieverhouding van de CVT enhet mechanische verlies van de CVT.ACCULADINGDEFECTWAARSCHUWINGSINDICATOR “ ” LDeze indicator gaat branden als ereen storing optreedt in hetoplaadsysteem voor de accu.OPMERKING: Neem contact op metuw Suzuki-dealer als de indicatorgaat branden.ECO
2-24LINKER HANDVATACHTERREMHENDEL 1Om de achterrem te gebruiken, trektu de achterremhendel zachtjes in derichting van de handgreep in. Wan-neer de remhendel wordt ingetrokken,gaat het remlicht branden.INHAALLICHTSCHAKELAAR 2Druk op deze schakelaar om de kop-lamp te laten knipperen.DIMLICHTSCHAKELAAR 3“”-standHet dimlicht van de koplamp gaatbranden.“”-standHet grootlicht van de koplamp en hetdimlicht van de koplamp gaan bran-den. Tevens gaat het grootlicht-verk-likkerlampje branden.LET OPHet aanbrengen van plakband ofandere voorwerpen voor op dekoplamp kan de hittestraling vande koplamp blokkeren.
2-25CLAXONSCHAKELAAR “” 4Druk op deze schakelaar om teclaxonneren.RICHTINGAANWIJZERSCHAKE-LAAR “” 5Zet de schakelaar in de “” stand omde linker knipperlichten in te schake-len. Zet de schakelaar in de “”stand om de rechter knipperlichten inte schakelen. Het controlelichtje zalook gaan knipperen. Druk op deschakelaar om de richtingaanwijzeruit te schakelen.RECHTER HANDVATMOTORSTOPSCHAKELAAR 1“”-standHet contactcircuit is uitgeschakeld.De motor zal nu niet starten ofdraaien.“”-standHet contactcircuit is ingeschakeld ende motor kan draaien. WAARSCHUWINGHet kan gevaarlijk zijn om de rich-tingaanwijzer niet te gebruiken enom de richtingaanwijzer niet uit teschakelen.
Andere weggebruikerszouden uw richting verkeerd kun-nen inschatten en dit zou kunnenresulteren in een ongeluk.Maak altijd gebruik van de rich-tingaanwijzer wanneer u van planbent om van rijbaan te wisselen ofeen bocht te maken. Let erop dat ude richtingaanwijzer uitschakeltnadat u van rijbaan hebt gewis-seld of de bocht hebt genomen.LET OPAls de motorstopschakelaar tij-dens het rijden van naar ofvan naar naar wordtgezet, kan de motor of de kataly-sator (indien uitgerust) wordenbeschadigd.Gebruik de motorstopschakelaaruitsluitend in een noodgeval.
2-26VOORREMHENDEL 2Om de voorrem te gebruiken, trekt ude voorremhendel zachtjes in de rich-ting van de handgreep in. Wanneerde remhendel wordt ingetrokken, gaathet remlicht branden.GASGREEP 3Het motortoerental wordt bepaald door de stand van de gasgreep. Draai de gasgreep naar u toe om het toe-rental te verhogen.
Draai de gasgreep van u af om het motortoerental te ver-lagen.ALARMKNIPPERLICHTSCHAKE-LAAR “” 4Wanneer deze schakelaar wordt aan-gezet terwijl het contactslot in de“ON”- of “P”-stand staat, zullen allevier de richtingaanwijzers en de indi-cators gelijktijdig gaan knipperen.Gebruik de waarschuwingslampjesom het andere verkeer te waarschu-wen wanneer uw motorfiets eengevaar kan opleveren bij noodparke-ren e.d.ELEKTRISCHE STARTSCHAKE-LAAR/TRACTIEREGELSYSTEEM-SCHAKELAAR “/TC” 5Elektrische startschakelaarDruk op de elektrische startschake-laar om de startmotor in werking testellen.OPMERKING: Als de remhendel nietwordt ingetrokken, zal de startmotorniet werken.OPMERKING: Deze motorfiets is uit-gerust met een blokkeersysteem voorhet contactcircuit en het startcircuit.De motor kan alleen gestart wordenwanneer de zijstandaard volledig isingeklapt.LET OPAls de startmotor langer dan vijfseconden achtereen draait, kan erschade aan de startmotor enbedrading ontstaan door overver-hitting.Laat de startmotor niet langer danvijf seconden achtereen draaien.Als de motor na verscheidenepogingen niet aanslaat, dient u debrandstoftoevoer en het contact-systeem te controleren.
2-27< Suzuki Easy Startsysteem >Met het Suzuki Easy Startsysteemkunt u de motor starten door een een-voudige druk op de elektrische start-schakelaar. Wanneer de remhendel isingedrukt, kan de motor gestart wor-den.OPMERKING: Wanneer de elektri-sche startschakelaar wordt inge-drukt, blijft de startmotor een paarseconden draaien ook als u uw handvan de schakelaar neemt. Na eenpaar seconden, of wanneer de motoraanslaat, zal de startmotor automa-tisch stoppen.Tractieregelsysteemschakelaar< Wat is het tractieregelsysteem? >Wanneer het tractieregelsysteemwaarneemt dat het achterwiel gaatdoorslippen tijdens acceleratie, regelthet systeem automatisch het motor-vermogen om de grip van het achter-wiel te herstellen.
Het tractieregel-verklikkerlampje “TC” knippert wan-neer het tractieregelsysteem hetmotorvermogen aan het regelen is. WAARSCHUWINGTe veel vertrouwen op de werkingvan het tractieregelsysteem kangevaarlijk zijn.Het tractieregelsysteem kan onderbepaalde omstandigheden door-slippen van het achterwiel nietbeperken. Het systeem kan door-slippen van het achterwiel nietonder controle houden wanneerdit gebeurt als gevolg van hetnemen van bochten met hogesnelheid of rijden met overmatigzijwaarts overhellen, of doorslip-pen als gevolg van bediening vande remmen of remmen op demotor. Rijd altijd met eengeschikte snelheid overeenkom-stig uw rijvaardigheid, het weer ende toestand van de weg. WAARSCHUWINGVervangen van de banden doorandere dan de voorgeschrevenbanden kan gevaarlijk zijn.Wanneer de banden worden ver-vangen, moeten altijd de voorge-schreven banden wordenaangebracht.
Als een andere maatof type banden dan de voorge-schreven banden op de motorfietswordt aangebracht, kan het trac-tieregelsysteem het motorvermo-gen niet juist regelen.
2-28OPMERKING: • Als de auto met ingeschakeldetractieregeling vastzit op eenzachte ondergrond, zoals modderof zand, kan het uitschakelen vanhet systeem helpen om het wielvan de achterband los te krijgen.• Wanneer het tractieregelsysteemhet motorvermogen regelt, zijn hetmotorgeluid en het uitlaatgeluidanders.• Wanneer de voorband niet in volcontact is met de weg als gevolgvan plotselinge acceleratie of omeen andere reden, zal het tractie-regelsysteem het motorvermogenregelen.• Wanneer de voor- of achterbandniet in vol contact blijft met deweg, zoals bij het rijden over eenhobbelige weg, zal het tractiere-gelsysteem het motorvermogenregelen.• Wanneer het tractieregelsysteemhet motorvermogen regelt, neemthet motortoerental niet toe, zelfswanneer de gasgreep wordtbediend om het motorvermogente verhogen.
In dit geval moet u degasgreep volledig sluiten om denormale toestand te herstellen.< Hoe instellen >1. Start de motor. [UIT] [AAN]2. Terwijl u de remhendel inknijpt,houdt u de tractieregelsysteem-schakelaar 5 2 seconden inge-drukt en schakelt u detractieregelsysteemindicator “TCON” in of uit.OPMERKING: • Zorg dat de gasgreep volledig isdichtgedraaid wanneer u demodus verandert. Als de standniet veranderd kan worden omdatde gasgreep niet volledig is dicht-gedraaid, knippert de tractieregel-systeemindicator “TC ON”.• De instelling blijft in het geheugenbewaard ook wanneer het contactwordt afgezet.• De instelling van het tractieregel-systeem blijft in het geheugenbewaard ook wanneer de accu uit-geput raakt of van de motorfietswordt losgekoppeld en verwijderd.
2-29REMBLOKKEERHENDELMet de remblokkering kunt u voorko-men dat de motorfiets gaat bewegenwanneer deze geparkeerd staat,gestart wordt of stationair draait. Omde remblokkeerhendel te gebruiken,duwt u de hendel helemaal naarbeneden. Het remblokkering-verklik-kerlampje gaat branden wanneer deremblokkeerhendel is vergrendeld.Om de remblokkeerhendel vrij te zet-ten, trekt u aan de hendel en laatdeze dan los. WAARSCHUWINGHet is gevaarlijk wanneer u met demotorfiets rijdt terwijl de remblok-keerhendel is vergrendeld. Deachterrem zal oververhit rakenwaardoor de remprestatieafneemt.Gebruik de remblokkeerhendelalleen tijdens parkeren en zet dehendel vrij voordat u wegrijdt. WAARSCHUWINGBediening van de remblokkeer-hendel tijdens het rijden is gevaar-lijk. Wanneer u uw hand van hetstuur afneemt, neemt de kans datu de controle over de motorfietsverliest toe.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Suzuki Burgman 400 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor Suzuki
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor