Stihl RT 6127 ZL Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Stihl RT 6127 ZL (296 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Stihl RT 6127 ZL of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Stihl |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | RT 6127 ZL |
| Kleur van het product: | Black, Grey, Orange |
| Gewicht: | 269000 g |
| Diepte: | 2600 mm |
| Soort: | Duwgrasmaaier |
| Stroombron: | Benzine |
| Aantal wielen: | 4 wiel(en) |
| Vibratie emissie: | 4.4 m/s² |
| Maximale grasoppervlakte: | 10000 m² |
| Maaibreedte: | 125 mm |
| Minimale maaihoogte: | 30 mm |
| Maximale maaihoogte: | 110 mm |
| Geluidsvermogensniveau: | 105 dB |
| Capaciteit brandstoftank: | 9 l |
| Cilinderinhoud: | 724 cm³ |
| Grasvangbak: | Ja |
| Inhoud opvangbak: | 350 l |
| Mulchfunctie: | Ja |
| Draaicirkel: | 65 cm |
Handleiding Stihl RT 6127 ZL – volledige tekst
149DEFRIT NL0478 192 9913 D - NLGeachte cliënt(e),Wij zijn blij dat u hebt gekozen voor STIHL. Wij ontwikkelen en produceren onze producten in topkwaliteit in overeenstemming met de behoeften van onze klanten. Zo ontstaan producten met een hoge betrouwbaarheid, ook bij extreme belasting. STIHL staat ook voor service met topkwaliteit. Onze dealers staan garant voor deskundig advies en instructie alsmede een uitgebreide technische begeleiding. Wij danken u voor uw vertrouwen in ons en wensen u veel plezier met uw STIHL product. Dr. Nikolas StihlBELANGRIJK. VOOR GEBRUIK GOED DOORLEZEN EN BEWAREN. Gedrukt op chloorvrij, gebleekt papier. Papier is recycleerbaar. Flap is vrij van halogeen. 1.
InhoudsopgaveOver deze gebruiksaanwijzing 150Algemeen 150Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing 150Beschrijving van het apparaat 152Zitmaaier 152Dashboard 154Voor uw veiligheid 155Algemeen 155Training – Gebruik van de machine 156Transport van de zitmaaier 156Tanken – omgaan met benzine 157Kleding en uitrusting 157Vóór het werken 158Tijdens het werken 158Onderhoud en reparaties 161Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingen 163Afvoer 164Toelichting van de symbolen 164Leveringsomvang 166Werkzaamheden vóór de eerste ingebruikname 167Bedieningselementen 167Contactslot met lichtschakelaar 167Gashendel met chokefunctie (RT 5097) 167Gashendel (RT 5097 Z, RT 5112 Z, RT 6112 ZL, RT 6127 ZL) 168Chokeknop (RT 5097 Z, RT 5112 Z, RT 6112 ZL, RT 6127 ZL) 168Schakelaar maaiwerk (RT 5097, RT 5097 Z, RT 5112 Z) 169Toets maaiwerk (RT 6112 ZL, RT 6127 ZL) 169Toets cruise control (RT 6112 ZL, RT 6127 ZL) 170Veiligheidsschakelaar achteruit maaien 170Keuzehendel rijrichting 170Stuurwiel 171Verstellen bestuurdersstoel 171Aandrijfpedaal 171Rempedaal 172Handrem 172Hendel snijhoogteverstelling 173Hendel voor het ledigen van de grasopvangbox 173Ontgrendelhendel grasopvangbox 174Hendel voor vrijloop transmissie 174Sensor inhoudsindicator (grasopvangbox) 175Elektronica 175Zelfdiagnose bij het starten 176Defect aan de zitmaaier tijdens bedrijf 176Storing in de elektronica 176Display RT 6112 ZL, RT 6127 ZL 176Segmentdisplay met 5 posities 177Toets Set 177Toets Mode 177Melding van storingen 177Weergave van bedrijfsinformatie 178Melding van actieve functies 179Aanwijzingen voor werken 179Veiligheidsvoorzieningen 180Apparaat in gebruik nemen 180Brandstof bijtanken 181Verbrandingsmotor starten 181Verbrandingsmotor uitschakelen 182.
0478 192 9913 D - NL1502. 1 AlgemeenDeze gebruiksaanwijzing is een vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing van de fabrikant in het kader van de EG-richtlijn 2006/42/EC. STIHL werkt voortdurend aan de ontwikkeling van zijn producten; wijzigingen in de levering qua vorm, techniek en uitvoering zijn daarom voorbehouden. Op basis van gegevens of afbeeldingen uit dit boekje kunnen bijgevolg geen aanspraken worden gemaakt. Het is mogelijk dat in deze gebruiksaanwijzing modellen worden beschreven die niet in elk land verkrijgbaar zijn. Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd. Alle rechten blijven voorbehouden, met name het recht op het kopiëren, vertalen en het verwerken met elektronische systemen. 2. 2 Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzingAfbeeldingen en teksten beschrijven bepaalde bedieningsstappen.
Rijden 182Remmen 183Snijhoogte instellen 183Maaien 183Programmeren van het automatisch ontkoppelen van het maaiwerk 184Grasopvangbox ledigen 184Grasopvangbox wegnemen en vasthaken 185Trekken van lasten 186Gebruik op hellingen 186Maaiwerk 186Maaiwerk demonteren 186Maaiwerk monteren 190Onderhoud 193Onderhoudsschema 193Apparaat reinigen 194Open de motorkap 195Motorkap sluiten 195Uitwerpkanaal demonteren 195Uitwerpkanaal monteren 196Brandstofkraan 196Inhoud van de motorolie controleren 196Motorolie verversen 197Motorolie bijvullen 197Veiligheidsvoorzieningen controleren 197Inhoudsindicator (grasopvangbox) reinigen 198Maaimes onderhouden 199Inbouwpositie van het maaiwerk controleren 201Wielen vervangen 202Bandenspanning 203Smeren 203Accuvak openen en sluiten 204Accu verwijderen en plaatsen 204Zekeringen 206Opladen van de accu via de oplaadstekker 207Koplampen vervangen 207Verbrandingsmotor 208Transmissie 208Opslag 208Stilleggen bij langere onderbrekingen (bijvoorbeeld winterpauze) 208Na langere bedrijfspauzes (b.
151DEFRIT NL0478 192 9913 D - NLKijkrichting:kijkrichting bij gebruik ´links´ en ´rechts´ in de gebruiksaanwijzing:de gebruiker staat achter het apparaat en kijkt in de rijrichting naar voren.Hoofdstukverwijzing:naar de desbetreffende hoofdstukken en paragrafen met nadere uitleg wordt met een pijltje verwezen.
Het volgende voorbeeld bevat een verwijzing naar een hoofdstuk: ( 4.)Markeringen van tekstpassages:de beschreven aanwijzingen kunnen zoals in de volgende voorbeelden gemarkeerd zijn.Handelingen waarbij ingrijpen van de gebruiker vereist is:● Bout (1) met een schroevendraaier losdraaien, hendel (2) activeren ...Algemene opsommingen:– productgebruik bij sport- of wedstrijdevenementenTeksten met aanvullende betekenis:tekstpassages met aanvullende betekenis zijn met één van de onderstaand beschreven symbolen gemarkeerd om deze in de gebruiksaanwijzing extra te accentueren.Afbeeldingen met tekstpassages:Bedieningsstappen met directe verwijzing naar de afbeelding vindt u onmiddellijk na de afbeelding met bijbehorende positienummers.Voorbeeld:Contactsleutel (1) in contactslot (2) plaatsen.Teksten met afbeeldingverwijzing:afbeeldingen die het gebruik van het apparaat toelichten, vindt u geheel aan het begin van de gebruiksaanwijzing.Het camerasymbool koppelt de afbeeldingen op de pagina's met afbeeldingen met het desbetreffende tekstgedeelte in de gebruiksaanwijzing.Gevaar!Gevaar voor ongevallen en ernstig letsel.
Bepaalde handelingen zijn noodzakelijk of verboden.Waarschuwing!Kans op letsel. Bepaalde handelingen voorkomen mogelijk of waarschijnlijk letsel.Voorzichtig!Minder ernstig letsel of materiële schade dat/die door bepaalde handelingen kan worden voorkomen.AanwijzingInformatie voor een beter apparaatgebruik en om een mogelijk oneigenlijk gebruik te vermijden.1
155DEFRIT NL0478 192 9913 D - NL4. 1 AlgemeenTijdens de werkzaamheden met het apparaat moeten de voorschriften ter preventie van ongevallen beslist in acht worden genomen. Lees vóór de eerste inbedrijfstelling de hele gebruiksaanwijzing goed door. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik zorgvuldig op een veilige plaats. Volg de gebruiks- en onderhoudsinstructies in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor. Deze veiligheidsmaatregelen zijn onontbeerlijk voor uw veiligheid, maar deze opsomming is niet uitputtend. Gebruik het apparaat altijd verstandig en met verantwoordelijkheidsgevoel, en denk erom dat de gebruiker aansprakelijk wordt gesteld voor ongevallen met andere personen of voor schade aan hun eigendommen. Leen het apparaat inclusief accessoires alleen uit aan personen die met dit model en de bediening ervan vertrouwd zijn.
De gebruiksaanwijzing is onderdeel van het apparaat en moet altijd worden meegegeven. Controleer of de gebruiker lichamelijk, zintuigelijk en geestelijk in staat is om het apparaat te bedienen en ermee te werken. Als de gebruiker met lichamelijke, zintuigelijke of geestelijke beperkingen daartoe in staat is, mag de gebruiker er alleen onder toezicht of na instructie door een verantwoordelijke persoon mee werken. Controleer of de gebruiker meerderjarig is of conform nationale regelgeving onder toezicht voor een beroep wordt opgeleid. Gebruik het apparaat alleen als u uitgerust bent en een goede lichamelijke en geestelijke conditie hebt. Als u een verminderde gezondheid heeft, dient u uw arts te vragen of u met het apparaat kunt werken. Na het gebruik van alcohol, drugs of medicijnen die de reactiesnelheid nadelig beïnvloeden, mag niet met het apparaat worden gewerkt.
Opgelet – Gevaar voor ongevallen. De zitmaaier is alleen voor het maaien van gras bestemd. Een andere toepassing is niet toegestaan. Het apparaat kan met originele accessoires van STIHL worden uitgerust.
Hierdoor kan het apparaat ook voor andere toepassingen worden gebruikt. Voor nadere informatie verwijzen wij u naar uw STIHL vakhandelaar. Om persoonlijk letsel van de gebruiker of andere personen te vermijden, mag de machine bijvoorbeeld niet worden gebruikt voor (onvolledige opsomming):– het snoeien van rankgewas,– het hakselen en verkleinen van boom- en struikafval,– het schoonmaken van voetpaden (opzuigen, wegblazen),– sneeuwruimen met behulp van het maaiwerk,– gazononderhoud op dakbeplantingen,– het egaliseren van bodemoneffenheden, zoals molshopen,– het transporteren van maaigoed, buiten de in de daarvoor bedoelde grasopvangbox. U mag met de machine niet aan het verkeer deelnemen. Het vervoer van personen (met name van kinderen) en dieren is niet toegestaan. Nooit op het maaiwerk staan, zeker niet op de tastwielen.
Voorwerpen mogen niet op het apparaat maar uitsluitend met behulp van een door STIHL goedgekeurde aanhanger (accessoire) worden vervoerd. De laadgrenzen moeten worden aangehouden. ( 13. 11)Bij het gebruik op openbare terreinen, parken, sportvelden, langs wegen en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder behoedzaam te werk gaan. De machine mag niet worden gebruikt bij sport- en wedstrijdevenementen. Om veiligheidsredenen is het verboden wijzigingen aan het apparaat aan te brengen, behalve vakkundige montage van toebehoren en combi-apparaten die door STIHL zijn goedgekeurd. Bovendien heeft dit tot gevolg, dat uw garantie vervalt. Neem voor informatie over goedgekeurde toebehoren en combi-apparaten contact op met uw STIHL vakhandelaar. Vooral elke wijziging aan het apparaat waardoor het vermogen, het toerental van de verbrandingsmotor of de rijsnelheid wordt veranderd, is verboden. 4.
0478 192 9913 D - NL156Het apparaat is uitgevoerd met elektronica die niet mag worden gewijzigd of verwijderd. De apparaatsoftware mag om veiligheidsredenen nooit worden gewijzigd of gemanipuleerd. Opgelet. Gevaar voor de gezondheid door trillingen. Een overmatige belasting door trillingen kan schade aan de bloedsomloop en het zenuwstelsel veroorzaken, vooral bij personen met circulatiestoornissen. Raadpleeg een arts wanneer er symptomen optreden die door de trillingen zouden kunnen zijn veroorzaakt. Dergelijke symptomen treden voornamelijk op in de vingers, handen of polsen en zijn bijvoorbeeld (onvolledige opsomming):– gevoelloosheid,–pijn,– slappe spieren,– huidverkleuringen,– onaangenaam kriebelen. Houd de duwstang tijdens het werken stevig maar niet verkrampt met beide handen op de daarvoor bedoelde plaatsen vast.
Plan de werktijden zodanig dat hoge belasting gedurende langere tijd wordt voorkomen. 4. 2 Training – Gebruik van de machineMaak uzelf vertrouwd met de bedieningselementen en stelelementen en met het gebruik van het apparaat. De gebruiker moet weten hoe het gereedschap en de verbrandingsmotor van het apparaat snel kunnen worden gestopt. Het apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die de gebruiksaanwijzing hebben gelezen en die met de bediening van het apparaat vertrouwd zijn. Elke gebruiker moet vóór de eerste ingebruikname vragen om een deskundige en praktische instructie. De verkoper of een andere deskundige moet aan de gebruiker uitleggen, hoe hij veilig met het apparaat kan werken. Bij deze instructie moet de gebruiker er vooral op worden gewezen,– dat deze tijdens het werken met het apparaat uiterst zorgvuldig en geconcentreerd te werk moet gaan.
De oorzaken voor het verlies van controle over de zitmaaier kunnen onder andere zijn:– onvoldoende grip van de wielen,– te snel rijden,– onjuist remmen,– ondeskundig gebruik (o. a. sportevenementen),– ontoereikende kennis van eventuele gevolgen die met de bodemgesteldheid samenhangen, met name op een helling (zie onder hoofdstuk "Voor uw veiligheid", kopje "Werken op hellingen"),– onjuist vasthaken van lasten en slechte verdeling van de last. Ook wanneer u het apparaat volgens de voorschriften bedient, blijven er risico's bestaan. 4. 3 Transport van de zitmaaierDe zitmaaier kan door het eigen gewicht zware kneuswonden veroorzaken. Ga bij het laden en lossen van de zitmaaier tijdens het transport in een voertuig of aanhangwagen met grote voorzichtigheid te werk. Deze zitmaaier mag niet worden gesleept.
Gebruik voor het transport op de openbare weg een geschikt voertuig of een geschikte aanhanger. De zitmaaier bij het transport op een laadvlak bevestigen zoals in deze gebruiksaanwijzing beschreven staat. Steeds handrem aantrekken. ( 16. )Voor het transport moet de aandrijving van het maaimes resp. de combi-machines worden losgekoppeld. Houd u bij het transport van het apparaat aan de plaatselijke voorschriften, met name wat betreft de laadveiligheid en het transport van voorwerpen op laadoppervlakken. Het apparaat, vooral de verbrandingsmotor en geluiddemper, na het laden en voor verder transport volledig laten afkoelen. Het laadvlak en de omgeving van de geluiddemper en verbrandingsmotor dienen tijdens het transport vrij te worden gehouden van brandbare materialen zoals stro, bladeren of gedroogde grasresten.
157DEFRIT NL0478 192 9913 D - NL4. 4 Tanken – omgaan met benzineBewaar de brandstof uitsluitend in geschikte en goedgekeurde reservoirs (jerrycans). Schroef de tankdoppen van de jerrycans altijd goed erop en draai de doppen stevig vast. Om veiligheidsredenen moeten defecte afsluitingen worden vervangen. Houd benzine uit de buurt van vonken, open vlammen, permanent brandend vuur, warmtebronnen en andere ontstekingsbronnen. Niet roken. Tank alleen in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken. Schakel de verbrandingsmotor voor het bijtanken uit en laat deze afkoelen. De benzine moet vóór het starten van de verbrandingsmotor worden bijgevuld. Bij een draaiende verbrandingsmotor of hete machine mag de tankdop niet worden geopend en mag er geen benzine worden bijgevuld. Tankdop voorzichtig en langzaam openen. Wacht de drukcompensatie af en verwijder pas daarna de tankdop helemaal.
Gebruik voor het bijtanken een geschikte trechter of een vulpijp, zodat er geen brandstof op de verbrandingsmotor en de behuizing of het gazon kan uitstromen. Tank de brandstoftank niet te vol. Vul de brandstoftank nooit tot boven de onderkant van de vulplug, zodat de brandstof ruimte heeft om uit te zetten. Volg ook de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor op. Als er benzine is overgelopen, mag u de verbrandingsmotor pas starten nadat u het met benzine verontreinigde oppervlak hebt gereinigd. Start de verbrandingsmotor niet voordat de benzinedampen zijn verdampt (droog vegen). Gemorste brandstof moet meteen worden afgeveegd. Verwissel van kleding als er benzine op is gemorst. De tankdop moet elke keer na het tanken goed worden geplaatst en vastgeschroefd. De machine mag niet zonder vastgeschroefde originele tankdop worden gebruikt.
Om veiligheidsredenen moet u de brandstofleiding, brandstoftank, tankdop en aansluitingen regelmatig op beschadigingen, veroudering (scheuren), een stevige bevestiging en lekkages controleren en zo nodig vervangen (neem contact op met een vakhandelaar, STIHL raadt de STIHL vakhandelaar aan). Als de tank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht worden uitgevoerd. Gebruik geen drankflessen of soortgelijke zaken om brandstoffen en smeermiddelen af te voeren of op te slaan, zoals bijv. benzine. Personen, met name kinderen, zouden in de verleiding kunnen komen om eruit te drinken. Sla het apparaat nooit op in een gebouw met benzine in de tank. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur of vonken in aanraking komen en ontbranden. Zet de machine en de brandstoftank niet in de buurt van verwarmingen, warmtestralers, lasapparaten en andere warmtebronnen. Explosiegevaar. 4.
5 Kleding en uitrustingDraag tijdens werkzaamheden altijd stevige schoenen met grip. Werk nooit op blote voeten of bijvoorbeeld op sandalen. De machine mag alleen met een lange broek en nauwe kleding aan in gebruik worden genomen. Draag nooit losse kledingstukken die aan draaiende onderdelen (bedieningshendel) kunnen blijven hangen – ook geen sieraden, geen stropdassen en geen sjaals. Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden en tijdens het vervoer van de machine ook telkens stevige handschoenen dragen en lang haar samenbinden en bedekken (hoofddoek, muts enz. ). Bij het slijpen van het maaimes moet altijd een geschikte veiligheidsbril worden gedragen. Tijdens het werken ontstaat lawaai. Lawaai kan het gehoor beschadigen. Draag gehoorbescherming. Levensgevaarlijk. Benzine is giftig en in hoge mate ontvlambaar.
0478 192 9913 D - NL1584. 6 Vóór het werkenHet moet duidelijk zijn, dat er alleen personen met het apparaat werken die de gebruiksaanwijzing kennen. Controleer het brandstofsysteem vóór ingebruikname van het apparaat op lekkage, met name de zichtbare onderdelen, zoals bijv. tank, tankdop, slangverbindingen. Verbrandingsmotor bij lekkage of schade niet starten – Brandgevaar. Apparaat vóór ingebruikname door vakhandelaar laten repareren. Neem de gemeentelijk voorgeschreven tijden voor het gebruik van tuinapparatuur met verbrandingsmotor of elektromotor in acht. Controleer het complete terrein waarop het apparaat wordt gebruikt en verwijder alle stenen, stokken, kabels, speelgoed en andere voorwerpen die door het apparaat omhoog kunnen worden geslingerd. Hindernissen (zoals boomstronken en wortels) kunnen in het hoge gras eenvoudig over het hoofd worden gezien.
Markeer daarom vóór het maaien alle in het gazon verborgen vreemde voorwerpen (hindernissen) die niet verwijderd kunnen worden. Vóór het gebruik van het apparaat moeten alle defecte, versleten en beschadigde onderdelen worden vervangen. Onleesbare of beschadigde waarschuwingsaanwijzingen op het apparaat moeten worden vervangen. Stickers en alle verdere vervangingsonderdelen zijn verkrijgbaar bij uw STIHL vakhandelaar. Gebruik de machine nooit met beschadigde of ontbrekende veiligheidsvoorzieningen. Veerbelaste mechanismen kunnen opgeslagen energie afgeven. Veerbelaste mechanismen moeten onbeschadigd zijn en werken. Controleer de werking van de rem voor elke inbedrijfstelling. ( 13. 5)Controleer vóór elk gebruik:– of het snijgereedschap en de complete snijeenheid (maaimes, messenkoppeling, messenrem, bevestigingsbout, maaiwerkbehuizing) in onberispelijke staat verkeren.
– of de veiligheidsvoorzieningen in onberispelijke staat verkeren en goed werken. – of de banden (luchtdruk, beschadigingen, slijtage) en het frame in onberispelijke staat verkeren. De schroefverbindingen moeten op correcte montage worden gecontroleerd. Alle onderhoudswerkzaamheden die in het onderhoudsschema worden vermeld onder de rubriek "Vóór het in bedrijf nemen" moeten in elk geval worden uitgevoerd. ( 15. 1)Neem indien nodig contact op met een vakhandelaar. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan. 4. 7 Tijdens het werkenWerk nooit als er personen (in het bijzonder kinderen) of dieren in de buurt zijn. Zorg ervoor, dat gras nooit in de richting van derden wordt uitgeworpen. Werk niet met het apparaat bij regen, onweer en met name niet bij blikseminslaggevaar. Uitlaatgassen:Het apparaat genereert giftige uitlaatgassen zodra de verbrandingsmotor is ingeschakeld.
Deze gassen bevatten giftig koolmonoxide, een kleur- en reukloos gas, en andere schadelijke stoffen. De verbrandingsmotor mag nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes in werking worden gezet. Kans op letsel. Versleten of beschadigde onderdelen (zoals botte messen) kunnen de veiligheid van het apparaat aantasten en letsel veroorzaken bij de gebruiker. Levensgevaar door vergiftiging. Stop onmiddellijk met werken bij misselijkheid, hoofdpijn, zichtstoornissen (bijv. blikvernauwing), slecht horen, duizeligheid of een verminderd concentratievermogen. Deze symptomen kunnen onder andere door een te hoge concentratie uitlaatgassen worden veroorzaakt.
159DEFRIT NL0478 192 9913 D - NLStarten:De machine mag alleen vanuit de bestuurdersstoel worden gestart. Start de machine op een vlakke ondergrond, niet op een helling. De verbrandingsmotor mag alleen in een goed geventileerde werkruimte worden gestart, vooral in garages moet op voldoende beluchting worden gelet. Voordat u de verbrandingsmotor start, koppelt u het snijgereedschap, de combi-apparaten en de aandrijving los en trapt u het rempedaal krachtig in. Houd bij het starten altijd voldoende afstand tussen uw voeten en het snijgereedschap. Start de verbrandingsmotor nooit door kortsluiten van de klem van de startmotor. Bij het overbruggen van het normale schakelcircuit van de startmotor kan de zitmaaier plotseling in beweging komen. Start de verbrandingsmotor nooit wanneer u benzinelucht ruikt – explosiegevaar. Werken:Werk alleen bij daglicht of bij goede kunstverlichting.
Bij het rijden buiten het gazon of wanneer er niet wordt gemaaid, moeten de maaimessen worden losgekoppeld en moet het maaiwerk in de hoogste snijstand worden gezet. U moet om in het gras verborgen voorwerpen heenrijden (beregeningsinstallaties, palen, waterkranen, fundamenten, stroomkabels enz. ). Rijd nooit over dergelijke voorwerpen heen. Houd het stuurwiel tijdens het rijden altijd met beide handen vast. Voorzichtigheid is met name bij het rijden op gazons en andere oneffen terreinen geboden, omdat het stuurwiel bij het rijden in putten, over heuvels en bij schokken enz. vanzelf kan verdraaien. Gevaar voor letsel aan handen en vingers. Wanneer er tijdens het werken een defect aan de tank, de tankdop of aan brandstofvervoerende onderdelen (brandstofleidingen) wordt vastgesteld, moet de verbrandingsmotor meteen worden uitgeschakeld. Neem vervolgens contact op met een vakhandelaar.
STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan. Let op kuilen (gaten) in het terrein en andere onzichtbare gevaarlijke plekken. Hindernissen kunnen in het hoge gras eenvoudig over het hoofd worden gezien.
Rijd steeds met een gepaste snelheid. Gebruik het apparaat uiterst behoedzaam wanneer u in de buurt van hellingen, vuilnishopen, terreinkanten, sloten en dijken werkt. Houd met name voldoende afstand tot dergelijke gevarenzones. Ga met name voorzichtig te werk op onoverzichtelijke plekken, bosjes, bomen en andere hindernissen waarachter zich personen, met name kinderen, of dieren kunnen bevinden. Stop de zitmaaier meteen en schakel de maaimessen uit wanneer er iemand binnen het maaibereik komt. Houd de zone vóór het voertuig voortdurend in de gaten. Let op hindernissen om deze tijdig te kunnen ontwijken. Laat als u met een groep aan het werk bent, de anderen steeds tijdig weten wat u van plan bent. Neem de veiligheidsafstand in acht. Verlaag steeds de rijsnelheid voordat u van richting verandert, zodat u altijd de machine onder controle houdt en de zitmaaier ook niet kan kantelen.
Let bij het werken in de buurt van wegen en bij het oversteken van verkeerswegen op andere verkeersdeelnemers. Controleer voordat u achteruit rijdt altijd de zone achter de zitmaaier en koppel indien aanwezig het combi-apparaat los. Maai nooit achteruit als dit niet beslist noodzakelijk is. Wees bij het achteruit rijden bijzonder voorzichtig en controleer voorafgaand aan het maaien het gehele gebied achter de zitmaaier grondig. Wees bijzonder voorzichtig bij het maaien in de buurt van wegen, fietspaden en wandelpaden. Weggeslingerde onderdelen kunnen ernstig letsel en zware schade tot gevolg hebben. Ledig de grasopvangbox uitsluitend vanaf de bestuurdersstoel. Schakel vóór het ledigen van de grasopvangbox de maaimessen altijd uit en wacht totdat ze stil staan. Let op – Kans op letsel. Let op het werkbereik van het maaimes. Houd handen of voeten nooit tegen of onder draaiende onderdelen.
0478 192 9913 D - NL160Wanneer de zitmaaier met combi-apparaten wordt gebruikt, moeten steeds de meegeleverde aanwijzingen en veiligheidsvoorschriften worden gevolgd. Schakel de aandrijving uit, schakel de verbrandingsmotor uit en wacht tot de maaimessen volledig stilstaan, trek de handrem aan en verwijder de contactsleutel:– bij het achterlaten of het transport van het apparaat. – voordat u blokkades opheft of verstoppingen in het uitwerpkanaal verwijdert. – voordat u de zitmaaier gaat controleren, reinigen of eraan gaat werken. – als de maaimessen een vreemd voorwerp hebben geraakt. Zoek naar beschadigingen aan de machine en aan het snijgereedschap en laat de vereiste reparaties uitvoeren voordat u de machine opnieuw start.
Controleer bij de modellen RT 5112 Z, RT 6112 ZL, RT 6127 ZL ook de installatiepositie van de maaimessen – het maaiwerk mag niet worden ingeschakeld wanneer de snijvlakken onder een andere hoek tegenover elkaar staan dan in het hoofdstuk "Maaimessen onderhouden" vermeld staat. ( 15. 13)– als het apparaat abnormaal hard begint te trillen. Een onmiddellijke controle is noodzakelijk. Schakel de verbrandingsmotor uit en wacht totdat de maaimessen geheel stil staan:– vóór het bijvullen van brandstof,– vóór het afhaken van de grasopvangbox,– vóór het openen van de motorkap. Rijden met de cruise control:Bij het rijden met de cruise control over een natte of slechte bodem alsook bij het trekken van ladingen is de kans op ongevallen groter. Bij het uitschakelen van de cruise control komt de zitmaaier abrupt tot stilstand.
De cruise control is slechts een hulpmiddel dat u bij het rijden ondersteunt. De gebruiker blijft onverkort verantwoordelijk voor de aangehouden snelheid en het tijdig remmen. De cruise control reageert niet op obstakels of een andere bodemgesteldheid. Kan een obstakel met de ingestelde rijsnelheid niet worden omzeild, dan moet de cruise control worden uitgeschakeld.
Werken op hellingen:Op hellingen gebeuren vaak ongevallen doordat men de controle over de machine verliest of doordat deze omvalt. Dit kan leiden tot ernstig of zelfs dodelijk letsel. Er bestaat geen "veilige" helling. Bij het rijden op met gras begroeide hellingen is bijzondere opmerkzaamheid vereist. Om veiligheidsredenen mag het apparaat niet op hellingen steiler dan 10° (17,6 %) worden gebruikt. Kans op letsel. Een stijging van de helling van 10° betekent een verticale stijging van 17,6 cm bij een horizontale lengte van 100 cm. Voor gegarandeerd voldoende smering van de verbrandingsmotor moeten bij het gebruik van het apparaat op hellingen ook de instructies in de meegeleverde gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor in acht worden genomen. Wanneer u de helling niet achterwaarts omhoog kunt rijden of als u niet zeker bent, is het aan te raden om de helling niet op te rijden.
Start of stop bij voorkeur niet op hellingen. Gebruik de machine niet op plekken zoals hellingen of sloten waar deze kan kantelen of wegglijden. De kans op kantelen of wegglijden wordt groter naarmate de ondergrond losser of vochtiger is. Rijd op hellingen altijd in de lengterichting. Bij het dwars rijden is er meer kans op kantelen. Wijzig bij ritten op hellingen niet abrupt de snelheid of de richting. Voor het maaien onder zulke omstandigheden dient de zitmaaier voorzichtig, rustig en gelijkmatig te worden bediend. Verander op hellingen niet van richting. Keer op hellingen alleen wanneer dit onvermijdelijk is; rijd indien mogelijk langzaam en in brede bogen bergafwaarts.
161DEFRIT NL0478 192 9913 D - NLMaai geen nat gras, vooral niet op hellingen, omdat de wielen op nat gras minder grip hebben. De zitmaaier kan dan wegglijden en is niet meer onder controle te houden. Bij het rijden op hellingen mag de transmissie niet via de vrijloop van de transmissie worden ontgrendeld. Wees bij het bedienen van combi-machines uiterst voorzichtig (andere gewichtsverdeling op de machine). Wanneer de wielen doorschieten of wanneer het voertuig bij het rijden op een helling bergopwaarts blijft steken, moet de maaimessen of het combi-apparaat worden uitgeschakeld. Verlaat vervolgens de helling door langzaam recht bergafwaarts naar beneden te rijden. Probeer de zitmaaier nooit te stabiliseren door een voet op de grond te zetten. Het gewicht van de grasopvangbox verhoogt de kans op kantelen, vooral als de box vol is.
De grasopvangbox nooit op een schuine ondergrond ledigen of optillen. Op basis van een verhoogd risico op ongevallen mag de cruise control niet gebruikt worden:– in situaties waarin het rijden met een constante snelheid onmogelijk is (b. v. een slechte bodemgesteldheid bij nat weer of op hellingen). – op een gladde ondergrond. De wielen kunnen de grip verliezen en het voertuig kan gaan slippen. – bij een slecht zicht (b. v. door mist, hevige regenval of ‘s nachts). Trekken van lasten:Wees bij het trekken van lasten bijzonder voorzichtig om het gevaar van ernstig of zelfs dodelijk letsel door het kantelen van de zitmaaier te voorkomen. Gebruik voor het transporteren van voorwerpen uitsluitend door STIHL goedgekeurde accessoires. Het transport op de zitmaaier, in of op de grasopvangbox is niet toegestaan. Gebruik voor het trekken van lasten uitsluitend de trekhaak.
Lasten mogen nooit op de asbehuizing of op een andere plek boven de trekhaak worden bevestigd. Zie voor gegevens over de treklast en het draagvermogen het hoofdstuk "Trekken van lasten". ( 13.
11)Overschrijden van de aangegeven last is gevaarlijk en kan schade aan het apparaat (verbrandingsmotor, transmissie enz. ) tot gevolg hebben. De lasten moeten bij het transporteren op hellingen zodanig worden aangepast dat een veilige bediening van de zitmaaier (bijv. remmen, van richting veranderen, wegrijden) nog altijd gegarandeerd is. Controleer of de lasten deskundig en stevig zijn bevestigd. Voor het bevestigen van lasten moeten transportbanden worden gebruikt. Verdeel de last gelijkmatig. De overeenkomstige extra gewichten (accessoire) gebruiken wanneer het in de gebruiksaanwijzing van het toestel wordt beschreven. Neem geen korte bochten. Wees uitermate voorzichtig bij het achteruitrijden. Wijzig de snelheid of de richting niet abrupt. Stoppen en uitschakelen:De zitmaaier mag uitsluitend op een vlakke ondergrond worden uitgeschakeld.
Controleer of de zitmaaier volledig stil staat voordat u van de zitmaaier af stapt. Houd rekening met de uitloop van het snijgereedschap. Het duurt enkele seconden voordat het snijgereedschap helemaal tot stilstand is gekomen. Vóór het verlaten van de bestuurdersstoel de maaimessen of de aandrijving naar de combi-apparaten uitschakelen, het maaiwerk en alle combi-apparaten laten zakken, alle stuurhendels in de neutrale standen zetten, de handrem aantrekken, de verbrandingsmotor uitschakelen en de contactsleutel eruit trekken. Bewaar de contactsleutel zodanig dat uitsluitend bevoegde personen er toegang toe hebben. 4. 8 Onderhoud en reparatiesZet het apparaat voorafgaand aan reinigings-, instel-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden op een stevige, vlakke ondergrond, trek de handrem aan, schakel de verbrandingsmotor uit en laat deze afkoelen en trek de contactsleutel eruit.
Voor werkzaamheden rondom de verbrandingsmotor, het uitlaatspruitstuk en de geluiddemper eerst het apparaat laten afkoelen – ook bij alle onderhoudswerkzaamheden aan het maaiwerk. De temperaturen kunnen tot 80° C en meer oplopen. Kans op brandwonden.
0478 192 9913 D - NL162Direct contact met motorolie kan gevaarlijk zijn; ook mag motorolie niet worden gemorst. STIHL adviseert het bijvullen of verversen van motorolie door een STIHL vakhandelaar te laten uitvoeren. Reiniging:Na het gebruik moeten de complete zitmaaier en de combi-apparaten worden gereinigd. Verwijder in elk geval alle grasresten omdat het vocht in het gras na verloop van tijd beschadigingen veroorzaakt. STIHL raadt het gebruik van een hogedrukreiniger af. ( 15. 2)Maaiwerk demonteren bij reinigingswerkzaamheden. Maaiwerk nooit met waterstralen (b. v. tuinslang) of door aankoppelen in waterplassen reinigen. Rijd voor het reinigen (bijv. van het frame van de zitmaaier) nooit dicht langs een rand of een sloot.
Om brandgevaar te voorkomen, moet u de verbrandingsmotor, de koelvinnen, het accuvak, het gedeelte rondom de tank en de uitlaat vrij houden van gras, bladeren of uitstromende olie (vet). Reinig steeds de grasopvangbox. Onderhoudswerkzaamheden:Er mogen alleen onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze gebruiksaanwijzing vermeld staan. Alle andere werkzaamheden dient u door een vakhandelaar te laten uitvoeren. Neem altijd contact op met een vakhandelaar als u niet over de vereiste kennis en gereedschappen beschikt. STIHL raadt aan onderhoudswerkzaamheden en reparaties uitsluitend door de STIHL vakhandelaar te laten uitvoeren. STIHL vakhandelaren volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld.
Gebruik uitsluitend gereedschappen, accessoires of combi-apparaten die voor dit apparaat door STIHL zijn goedgekeurd of technisch gelijkwaardige onderdelen, om de kans op ongevallen met letsel of schade aan het apparaat te voorkomen. Neem bij vragen contact op met een vakhandelaar. Originele STIHL gereedschappen, accessoires en vervangingsonderdelen zijn wat betreft hun eigenschappen optimaal op het apparaat en de behoeften van de gebruiker afgestemd.
Originele STIHL vervangingsonderdelen zijn herkenbaar aan het STIHL onderdeelnummer, het STIHL logo en eventueel het STIHL symbool op de onderdelen. Op kleine onderdelen kan ook alleen het teken staan. De zitmaaier en alle combi-machines moeten een keer per jaar door een vakhandelaar worden geïnspecteerd. ( 15. 1)Houd waarschuwings- en instructiestickers altijd leesbaar en schoon. Beschadigde of verloren gegane stickers moeten via uw STIHL vakhandelaar door nieuwe originele stickers worden vervangen. Let er bij het vervangen van een onderdeel door een nieuw onderdeel op dat het nieuwe onderdeel van dezelfde stickers is voorzien. Om veiligheidsredenen moeten brandstofbevattende onderdelen (brandstofleiding, brandstofkraan, brandstoftank, tankdop, aansluitingen enz.
) regelmatig op beschadigingen en lekkages worden geïnspecteerd en indien nodig door een erkende vakman worden vervangen (STIHL raadt de STIHL vakhandelaar aan). Voorafgaand aan werkzaamheden aan of in de buurt van elektrische componenten moet de minkabel (–) op de accu worden losgekoppeld. Het apparaat is met talloze veiligheidsvoorzieningen uitgerust. Deze voorzieningen mogen niet worden verwijderd of gemodificeerd (bijv. overbrugd) en moeten regelmatig worden geïnspecteerd. Werkzaamheden aan de veiligheidsvoorzieningen mogen uitsluitend door een erkende monteur worden uitgevoerd. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan. Bedenk dat het bewegen van snijgereedschap het draaien van de andere snijgereedschap tot gevolg heeft. Zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven, met name de mesbevestigingsbouten, goed zijn vastgedraaid zodat het apparaat veilig functioneert.
163DEFRIT NL0478 192 9913 D - NLControleer of de voor- en achterwielen goed vastzitten. Houd de zitmaaiers en de combi-apparaten voortdurend in onberispelijke staat, alle veiligheidsvoorzieningen moeten aanwezig en in onberispelijke staat zijn. Controleer of de banden voldoende spanning hebben. De in de gebruiksaanwijzing vermelde bandenspanning mag niet worden overschreden. Werk aan de maaimessen uitsluitend met dikke werkhandschoenen en met de uiterste voorzichtigheid. Controleer de werking van de rem met regelmatige korte tussenpozen en laat eventueel de vereiste instellingen of onderhoudswerkzaamheden door een erkende vakhandelaar uitvoeren. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan. Elektrisch systeem en accu:Ter voorkoming van vonkvorming als gevolg van kortsluiting moet steeds eerst de minkabel (–) op de accu worden losgekoppeld en als laatste weer erop worden aangesloten.
Rook bij ongeacht welke werkzaamheden aan de accu nooit. Houd vonken, open vuur en andere warmtebronnen ver van de accu. Bij het gebruik van startkabels is bijzondere voorzichtigheid geboden. Neem de desbetreffende instructies in acht ter voorkoming van schade aan de zitmaaier (in elk geval de starter maximaal 10 seconden ingedrukt houden). ( 13. 2)Voor het opladen van de accu met behulp van een ander laadsysteem moeten de aanwijzingen in het hoofdstuk "Accu laden" worden opgevolgd. ( 15. 21)Open nooit de accu en laat deze niet vallen. Laad de accu altijd op in een gesloten, goed geventileerde, droge en tegen weersinvloeden beschermde ruimte. Sluit de aansluitingen van de accu niet kort. Vervormde of defecte (lekkende) accu's mogen niet meer worden gebruikt en moeten worden vervangen en milieuvriendelijk worden afgevoerd. Neem de nationale voorschriften in acht.
Indien de vloeistof in aanraking komt met de ogen, spoelt u deze eerst met water en consulteert u een arts. Uitstromende accuvloeistof kan huidirritatie, brandwonden en bijtende plekken veroorzaken. Inspecteer de aansluitkabels op de accu regelmatig visueel op beschadigingen. Laat beschadigde kabels vervangen door een erkende monteur. De zekeringen mogen nooit worden overbrugd. Plaats nooit een zekering met een andere dan de voorgeschreven capaciteit (ampère). 4. 9 Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingenLaat de verbrandingsmotor afkoelen voordat u het apparaat in een afgesloten ruimte plaatst. Bewaar de zitmaaier met een lege tank en de brandstofvoorraad in een afsluitbare en goed geventileerde ruimte. Bewaar de machine nooit met benzine in de tank in binnenruimtes waar eventuele benzinedampen met open vuur of vonken in aanraking kunnen komen. Als de tank moet worden afgetapt (b v.
stilleggen voor de winterpauze), mag de brandstoftank uitsluitend in de open lucht worden geledigd (tank b v. in de open lucht leegrijden door de verbrandingsmotor te laten draaien). Sla het apparaat in een veilige staat op. De contactsleutel moet er altijd worden uitgehaald en op een veilige plek worden bewaard om het onbevoegd of ondeskundig gebruik door kinderen en andere personen te voorkomen. Reinig de zitmaaier voor het opslaan (bijv. winterpauze) grondig. Droge grasresten en bladeren in de buurt van de geluiddemper kunnen ontbranden. Gevaar voor ontbranding. Laat het apparaat volledig afkoelen voor dat u het bedekt. Verricht voor het opslaan alle noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden. ( 15. 1)Wanneer de zitmaaier gedurende langere tijd buiten werking wordt gesteld, moeten de accukabels worden losgekoppeld.
STIHL raadt aan de accu te demonteren en deze volledig opgeladen in een droge en afgesloten ruimte op te slaan. ( 15. 19)Beveilig accu's tegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen).
0478 192 9913 D - NL1644. 10 AfvoerAfvalproducten zoals gebruikte olie of brandstof, gebruikte smeermiddelen, filters, accu's en soortgelijke slijtageonderdelen zijn slecht voor mensen en dieren en kunnen het milieu beschadigen. Ze moeten derhalve op de juiste wijze worden afgevoerd. Neem contact op met het recyclingcenter of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan. Voer een apparaat aan het eind van de levensduur ervan op de daarvoor bestemde wijze af. Maak het apparaat onbruikbaar voordat het als afval wordt verwerkt. Verwijder ter voorkoming van ongevallen in het bijzonder de contactsleutel, de accu en de bougiekabel aan de verbrandingsmotor. Kans op letsel door het maaimes. Laat ook een oude zitmaaier aan het eind van de levensduur nooit zonder toezicht staan.
Bewaar de machine en in het bijzonder de maaimessen altijd buiten het bereik van kinderen. De accu moet gescheiden van de machine worden afgevoerd. Zorg dat accu’s veilig en milieuvriendelijk worden afgevoerd. Opgelet. Kom bij een draaiende verbrandingsmotor nooit binnen het werkbereik van de maaimessen. Kans op letsel. Betreed het maaiwerk niet. Kans op brandwonden. Raak hete oppervlakken niet aan en houd afstand. Onderdelen van verbrandingsmotoren, met name geluiddempers, worden extreem heet. Levensgevaar door vergiftiging. Stop onmiddellijk met werken bij misselijkheid, hoofdpijn, zichtstoornissen (zoals blikvernauwing), slecht horen, duizeligheid of een verminderd concentratievermogen. Deze symptomen kunnen onder andere door een te hoge concentratie uitlaatgassen worden veroorzaakt. Levensgevaarlijk. Benzine is giftig en in hoge mate ontvlambaar.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Stihl RT 6127 ZL stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Stihl
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier