Stihl RM 545.1 VE Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Stihl RM 545.1 VE (394 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Stihl RM 545.1 VE of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Stihl |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | RM 545.1 VE |
Handleiding Stihl RM 545.1 VE – volledige tekst
89DEENFRITESPTNOSVFIDAPLSLSKTR NL0478 111 9955 A - NLGeachte cliënt(e),Wij zijn blij dat u hebt gekozen voor STIHL. Wij ontwikkelen en produceren onze producten in topkwaliteit in overeenstemming met de behoeften van onze klanten. Zo ontstaan producten met een hoge betrouwbaarheid, ook bij extreme belasting. STIHL staat ook voor service met topkwaliteit. Onze dealers staan garant voor deskundig advies en instructie alsmede een uitgebreide technische begeleiding. Wij danken u voor uw vertrouwen in ons en wensen u veel plezier met uw STIHL product. Dr. Nikolas StihlBELANGRIJK. VOOR GEBRUIK GOED DOORLEZEN EN BEWAREN. Gedrukt op chloorvrij, gebleekt papier. Papier is recycleerbaar. Flap is vrij van halogeen. 1.
InhoudsopgaveOver deze gebruiksaanwijzing 90Algemeen 90Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzing 90Beschrijving van het apparaat 91Voor uw veiligheid 91Algemeen 91Tanken – omgaan met benzine 92Accu en oplaadapparaat 93Kleding en uitrusting 93Transport van het apparaat 93Vóór het werken 94Tijdens het werken 94Onderhoud en reparaties 96Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingen 97Afvoer 98Toelichting van de symbolen 98Leveringsomvang 98Apparaat klaarmaken voor gebruik 99Algemeen 99Duwstang monteren 99Kabelgeleiding monteren 99Startkabel vast- en loshaken 99Grasopvangbox monteren 100Brandstof en motorolie 100Bedieningselementen 100Algemeen 100Verstelbare onderdelen op de duwstang 100Duwstang omklappen 100Hoogteverstelling duwstang 100Centrale snijhoogteverstelling 101Accu en oplaadapparaat (RM 545 VE) 101Inhoudsindicatie 101Grasopvangbox vast- en loshaken 101Veiligheidsvoorzieningen 102Veiligheidsvoorzieningen 102Motorstopbeugel 102Aanwijzingen voor werken 102Werkgebied van de gebruiker 102Grasmaaiers met gazonwals 102Mulchen 102Hoe moet u mulchen.
0478 111 9955 A - NL902. 1 AlgemeenDeze gebruiksaanwijzing is een originele gebruiksaanwijzing van de fabrikant in de zin van de EG-richtlijn 2006/42/EC. STIHL werkt voortdurend aan de ontwikkeling van zijn producten; wijzigingen in de levering qua vorm, techniek en uitvoering zijn daarom voorbehouden. Op basis van gegevens of afbeeldingen uit dit boekje kunnen bijgevolg geen aanspraken worden gemaakt. Het is mogelijk dat in deze gebruiksaanwijzing modellen worden beschreven die niet in elk land verkrijgbaar zijn. Deze gebruiksaanwijzing is auteursrechtelijk beschermd. Alle rechten blijven voorbehouden, met name het recht op het kopiëren, vertalen en het verwerken met elektronische systemen. 2. 2 Instructie voor het lezen van de gebruiksaanwijzingAfbeeldingen en teksten beschrijven bepaalde bedieningsstappen.
Alle pictogrammen die op het apparaat zijn aangebracht, worden in deze gebruiksaanwijzing toegelicht. Kijkrichting:kijkrichting bij gebruik ´links´ en ´rechts´ in de gebruiksaanwijzing:de gebruiker staat achter het apparaat en kijkt in de rijrichting naar voren. Hoofdstukverwijzing:naar de desbetreffende hoofdstukken en paragrafen met nadere uitleg wordt met een pijltje verwezen. Het volgende voorbeeld bevat een verwijzing naar een hoofdstuk: (Ö 4. )Markeringen van tekstpassages:de beschreven aanwijzingen kunnen zoals in de volgende voorbeelden gemarkeerd zijn. Handelingen waarbij ingrijpen van de gebruiker vereist is:● Bout (1) met een schroevendraaier losdraaien, hendel (2) activeren.
Algemene opsommingen:– productgebruik bij sport- of wedstrijdevenementenTeksten met aanvullende betekenis:tekstpassages met aanvullende betekenis zijn met één van de onderstaand beschreven symbolen gemarkeerd om deze in de gebruiksaanwijzing extra te accentueren. Teksten met afbeeldingverwijzing:afbeeldingen die het gebruik van het apparaat toelichten, vindt u geheel aan het begin van de gebruiksaanwijzing.
Het camerasymbool koppelt de afbeeldingen op de pagina's met afbeeldingen met het desbetreffende tekstgedeelte in de gebruiksaanwijzing. Conformiteitsverklaring 109EU-conformiteitsverklaring Grasmaaier STIHL RM 545. 1, RM 545. 1 T, RM 545. 1 V, RM 545. 1 VE, RM 545. 1 VM, RM 545. 1 VR 109Technische gegevens 109REACH 111Defectopsporing 111Onderhoudsschema 113Leveringsbevestiging 113Servicebevestiging 1132. Over deze gebruiksaanwijzingGevaar. Gevaar voor ongevallen en ernstig letsel. Bepaalde handelingen zijn noodzakelijk of verboden. Waarschuwing. Kans op letsel. Bepaalde handelingen voorkomen mogelijk of waarschijnlijk letsel. Voorzichtig. Minder ernstig letsel of materiële schade dat/die door bepaalde handelingen kan worden voorkomen. AanwijzingInformatie voor een beter apparaatgebruik en om een mogelijk oneigenlijk gebruik te vermijden. 1.
91DEENFRITESPTNOSVFIDAPLSLSKTR NL0478 111 9955 A - NL4. 1 AlgemeenTijdens de werkzaamheden met het apparaat moeten de voorschriften ter preventie van ongevallen beslist in acht worden genomen. Lees vóór de eerste inbedrijfstelling de hele gebruiksaanwijzing goed door. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor later gebruik zorgvuldig op een veilige plaats. Volg de gebruiks- en onderhoudsinstructies in de afzonderlijke gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor. Deze veiligheidsmaatregelen zijn onontbeerlijk voor uw veiligheid, maar deze opsomming is niet uitputtend. Gebruik het apparaat altijd verstandig en met verantwoordelijkheidsgevoel, en denk erom dat de gebruiker aansprakelijk wordt gesteld voor ongevallen met andere personen of voor schade aan hun eigendommen. Maak u vertrouwd met de bedieningsonderdelen en het gebruik van de machine.
Het apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die de gebruiksaanwijzing hebben gelezen en die met de bediening van het apparaat vertrouwd zijn. Elke gebruiker moet vóór de eerste ingebruikname vragen om een deskundige en praktische instructie. De verkoper of een andere deskundige moet aan de gebruiker uitleggen, hoe hij veilig met het apparaat kan werken. Bij deze instructie moet de gebruiker er vooral bewust van worden gemaakt dat voor het werken met dit apparaat uiterste zorgvuldigheid en concentratie vereist zijn. Ook wanneer u het apparaat volgens de voorschriften bedient, blijven er risico's bestaan. Leen het apparaat inclusief accessoires alleen uit aan personen die met dit model en de bediening ervan vertrouwd zijn. De gebruiksaanwijzing is onderdeel van het apparaat en moet altijd worden meegegeven.
Gebruik het apparaat alleen als u uitgerust bent en een goede lichamelijke en geestelijke conditie hebt. Als u een verminderde gezondheid heeft, dient u uw arts te vragen of u met het apparaat kunt werken.
Na het gebruik van alcohol, drugs of medicijnen die de reactiesnelheid nadelig beïnvloeden, mag niet met het apparaat worden gewerkt. Controleer of de gebruiker lichamelijk, zintuigelijk en geestelijk in staat is om het apparaat te bedienen en ermee te werken. Als de gebruiker met lichamelijke, zintuigelijke of geestelijke beperkingen daartoe in staat is, mag de gebruiker er alleen onder toezicht of na instructie door een verantwoordelijke persoon mee werken. Controleer of de gebruiker meerderjarig is of conform nationale regelgeving onder toezicht voor een beroep wordt opgeleid. Let op – gevaar voor ongevallen. De grasmaaier is alleen bedoeld voor het maaien van gras. Een andere toepassing is niet toegestaan en kan gevaarlijk zijn of schade aan het apparaat tot gevolg hebben. 3. Beschrijving van het apparaat1 Bovenstuk duwstang met verstelbare onderdelen (Ö 8.
0478 111 9955 A - NL92Om persoonlijk letsel van de gebruiker te vermijden, mag de grasmaaier bijvoorbeeld niet worden ingezet voor volgende taken (onvolledige opsomming):– het trimmen van bosjes, heggen en struiken,– het snoeien van rankgewas,– gazononderhoud op dakbeplantingen en in bloembakken,– het hakselen en klein hakken van boom- en heggensnoeisel,– het schoonmaken van voetpaden (opzuigen, wegblazen),– het egaliseren van oneffenheden in de bodem, zoals bijv. molshopen. – het transporteren van maaigoed, buiten de in de daarvoor bedoelde grasopvangbox. Om veiligheidsredenen is het verboden wijzigingen aan het apparaat aan te brengen, behalve als het gaat om vakkundige montage van accessoires die door STIHL zijn goedgekeurd. Andere wijzigingen leiden tot het vervallen van uw garantie. Neem voor informatie over goedgekeurde accessoires contact op met uw STIHL vakhandelaar.
Vooral elke wijziging aan het apparaat waardoor het vermogen of het toerental van de verbrandingsmotor of de elektromotor wordt veranderd, is verboden. Vervoer geen voorwerpen, dieren of personen, met name kinderen, met het apparaat. Bij het gebruik op openbare terreinen, parken, sportvelden, langs wegen en op land- en bosbouwbedrijven moet u bijzonder behoedzaam te werk gaan. Opgelet. Gevaar voor de gezondheid door trillingen. Een overmatige belasting door trillingen kan schade aan de bloedsomloop en het zenuwstelsel veroorzaken, vooral bij personen met circulatiestoornissen. Raadpleeg een arts wanneer er symptomen optreden die door de trillingen zouden kunnen zijn veroorzaakt. Dergelijke symptomen treden voornamelijk op in de vingers, handen of polsen en zijn bijvoorbeeld (onvolledige opsomming):– gevoelloosheid,–pijn,– slappe spieren,– huidverkleuringen,– onaangenaam kriebelen.
Plan de werktijden zodanig dat hoge belasting gedurende langere tijd wordt voorkomen. 4. 2 Tanken – omgaan met benzineBewaar de brandstof uitsluitend in geschikte en goedgekeurde reservoirs (jerrycans). Schroef de tankdoppen van de jerrycans altijd goed erop en draai de doppen stevig vast. Om veiligheidsredenen moeten defecte afsluitingen worden vervangen. Gebruik geen drankflessen of soortgelijke zaken om brandstoffen en smeermiddelen af te voeren of op te slaan, zoals bijv. benzine. Personen, met name kinderen, zouden in de verleiding kunnen komen om eruit te drinken. Houd benzine uit de buurt van vuur, permanent vuur, warmtebronnen en andere ontstekingsbronnen. Niet roken. Tank alleen in de buitenlucht en rook niet tijdens het tanken. Schakel de verbrandingsmotor voor het bijtanken uit en laat deze afkoelen. De benzine moet vóór het starten van de verbrandingsmotor worden bijgevuld.
Bij een draaiende verbrandingsmotor of hete machine mag de tankdop niet worden geopend en mag er geen benzine worden bijgevuld. Tank de brandstoftank niet te vol. Vul de brandstoftank nooit tot boven de onderkant van de vulplug, zodat de brandstof ruimte heeft om uit te zetten. Volg ook de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor op. Als er benzine is overgelopen, mag u de verbrandingsmotor pas starten nadat u het met benzine verontreinigde oppervlak hebt gereinigd. Start de verbrandingsmotor niet voordat de benzinedampen zijn verdampt (droog vegen). Gemorste brandstof moet meteen worden afgeveegd. Verwissel van kleding als er benzine op is gemorst. Levensgevaarlijk. Benzine is giftig en in hoge mate ontvlambaar.
93DEENFRITESPTNOSVFIDAPLSLSKTR NL0478 111 9955 A - NLSla het apparaat nooit op in een gebouw met benzine in de tank. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur of vonken in aanraking komen en ontbranden. Als de tank moet worden geleegd, moet dit in de buitenlucht worden uitgevoerd. 4. 3 Accu en oplaadapparaatDe gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor opvolgen en goed bewaren. In de gebruiksaanwijzing leest u hoe u de accu en het oplaadapparaat veilig kunt gebruiken. Gebruik alleen de originele accu en het originele oplaadapparaat. Accu en oplaadapparaat tegen regen en vocht beschermen en nooit laten vallen. Gebruik alleen een onbeschadigde, niet vervormde accu en een onbeschadigd oplaadapparaat. Controleer met name de voedingskabel van het oplaadapparaat. Gebruik nooit een oplaadapparaat met een beschadigde voedingskabel.
Accu en oplaadapparaat nooit uit elkaar nemen en nooit proberen te repareren. Een defecte accu of een defect oplaadapparaat moet worden vervangen. U mag het oplaadapparaat alleen op een voeding aansluiten die beveiligd is door een foutstroombeveiliging met een afschakelstroom van maximaal 30 mA. Voor nadere informatie kunt u terecht bij de elektricien. Niet-gebruikte accu ver van metalen voorwerpen (bijv. spijkers, munten, sieraden) houden. Accucontacten nooit kortsluiten, geen metalen transportbak gebruiken. Bij ondeskundig gebruik kan er vloeistof uit de accu stromen – contact vermijden. Bij onbedoeld contact met water afspoelen. Als de vloeistof in aanraking komt met de ogen, spoelt u deze eerst met water en raadpleegt u een arts. Uitstromende accuvloeistof kan huidirritatie en brandwonden en bijtende plekken veroorzaken. Verdere veiligheidsinstructies kunt u vinden op http://www.
Bij onderhouds- en reinigingswerkzaamheden en tijdens het vervoer van de machine ook telkens stevige handschoenen dragen en lang haar samenbinden en bedekken (hoofddoek, muts enz. ). Bij het slijpen van het maaimes moet altijd een geschikte veiligheidsbril worden gedragen. De machine mag alleen met een lange broek en nauwe kleding aan in gebruik worden genomen. Draag nooit losse kledingstukken die aan draaiende onderdelen (bedieningshendel) kunnen blijven hangen – ook geen sieraden, geen stropdassen en geen sjaals. Tijdens het werken ontstaat lawaai. Lawaai kan het gehoor beschadigen. Draag gehoorbescherming. 4. 5 Transport van het apparaatWerk uitsluitend met handschoenen aan om letsel door scherpe randen en hete onderdelen van het apparaat te voorkomen. Het apparaat niet met draaiende verbrandingsmotor verplaatsen.
Schakel voor het transport de verbrandingsmotor uit, laat de messen uitlopen en trek de bougiestekker los. Transporteer het apparaat alleen met een afgekoelde verbrandingsmotor en zonder brandstof. Gebruik voor het laden geschikte hulpmiddelen (takel of laadhelling). Maak het apparaat en de erbij getransporteerde apparatuur (bijv. grasopvangbox) met geschikte bevestigingsmaterialen (gordels, kabels, enz. ) vast aan het laadoppervlak. Maaimes bij het optillen en dragen niet aanraken. Raadpleeg de informatie in het hoofdstuk "Transport". Daar wordt beschreven hoe het apparaat op te tillen of vast te sjorren is. (Ö 13. )Houd u bij het transport van het apparaat aan de plaatselijke voorschriften, met name wat betreft de laadveiligheid en het transport van voorwerpen op laadoppervlakken. Accu niet in de auto laten liggen en ongebruikte accu beschermen tegen direct zonlicht.
0478 111 9955 A - NL94kortsluiting. Vervoer de accu in de intacte originele verpakking of in een geschikte niet-metalen transportbak. 4. 6 Vóór het werkenHet moet duidelijk zijn, dat er alleen personen met het apparaat werken die de gebruiksaanwijzing kennen. Verwijder voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt het verpakkingsmateriaal en de transportvergrendelingen. Controleer het brandstofsysteem vóór ingebruikname van het apparaat op lekkage, met name de zichtbare onderdelen, zoals bijv. tank, tankdop, slangverbindingen. Verbrandingsmotor bij lekkage of schade niet starten – Brandgevaar. Apparaat vóór ingebruikname door vakhandelaar laten repareren. Neem de gemeentelijk voorgeschreven tijden voor het gebruik van tuinapparatuur met verbrandingsmotor of elektromotor in acht.
Controleer het complete terrein waarop de machine wordt gebruikt en verwijder alle stenen, stokken, kabels, botten en andere voorwerpen die door de machine omhoog kunnen worden geslingerd. Hindernissen (bijv. boomstronken, wortels) kunnen in het hoge gras eenvoudig over het hoofd worden gezien. Markeer daarom vóór het maaien alle in het gazon verborgen vreemde voorwerpen (hindernissen) die niet verwijderd kunnen worden. Vóór het gebruik van het apparaat moeten alle defecte, versleten en beschadigde onderdelen worden vervangen. Onleesbare of beschadigde waarschuwingsaanwijzingen op het apparaat moeten worden vervangen. Stickers en alle verdere vervangingsonderdelen zijn verkrijgbaar bij uw STIHL vakhandelaar. Voor het gebruik van het apparaat dient men te controleren of de bougiestekker goed vastzit op de bougie. Het apparaat mag alleen worden gebruikt als het in goede staat verkeert.
Er moet vooral worden gecontroleerd op veilige montage, beschadigingen (kerven of scheuren) alsmede slijtage. (Ö 12. 3)– of de tankdop goed vastgeschroefd is. – of de tank en de brandstofbevattende delen en de tankdop in onberispelijke staat verkeren. – of de veiligheidsvoorzieningen (bijvoorbeeld motorstopbeugel, uitwerpklep, behuizing, duwstang, beschermrooster) in onberispelijke staat verkeren en naar behoren functioneren. – of de accu (RM 545 VE) onbeschadigd en niet vervormd is. – of de grasopvangbox onbeschadigd en volledig gemonteerd is; een beschadigde grasopvangbox mag niet worden gebruikt. – of de olieafsluitschroef er goed op is geschroefd. Voer indien nodig alle noodzakelijke werkzaamheden uit of vertrouw deze toe aan de vakhandelaar. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan. 4. 7 Tijdens het werkenHoud andere personen uit de gevarenzone.
Werk nooit als er zich dieren of personen, in het bijzonder kinderen, binnen de gevarenzone bevinden. De schakel- en veiligheidsinrichtingen die op het apparaat zijn geïnstalleerd, mogen niet worden verwijderd of overbrugd. Zet in het bijzonder de motorstopbeugel nooit aan de duwstang vast (bijvoorbeeld door vastbinden). Opgelet – kans op letsel. Houd handen of voeten nooit tegen of onder draaiende onderdelen. Raak het ronddraaiende mes nooit aan. Blijf altijd uit de buurt van de uitwerpopening. Neem steeds de door de duwstang bepaalde veiligheidsafstand in acht. De duwstang moet steeds goed gemonteerd zijn en mag niet veranderd worden. Gebruik het apparaat nooit met neergeklapte duwstang. Bevestig nooit voorwerpen aan de duwstang (bijv. werkkleding). Werk alleen bij daglicht of bij goede kunstverlichting.
Werk niet met het apparaat bij regen, onweer en met name niet bij blikseminslaggevaar. Bij een vochtige ondergrond is er meer gevaar voor letsel, omdat de gebruiker minder stabiel staat. Om uitglijden te voorkomen moet er.
95DEENFRITESPTNOSVFIDAPLSLSKTR NL0478 111 9955 A - NLbijzonder voorzichtig worden gewerkt. Indien mogelijk het apparaat niet op een vochtige ondergrond gebruiken. Uitlaatgassen:Het apparaat genereert giftige uitlaatgassen zodra de verbrandingsmotor is ingeschakeld. Deze gassen bevatten giftig koolmonoxide, een kleur- en reukloos gas, en andere schadelijke stoffen. De verbrandingsmotor mag nooit in afgesloten of slecht geventileerde ruimtes in werking worden gezet. Starten:start het apparaat voorzichtig - de aanwijzingen in het hoofdstuk "Apparaat in gebruik nemen" (Ö 11. ) opvolgen. Bij het starten volgens deze instructies is er minder kans op letsel. Kans op letsel. Wanneer de startkabel snel terugspringt, worden hand en arm sneller naar de verbrandingsmotor getrokken, dan dat de startkabel kan worden losgelaten. Deze kickback kan botbreuken, kneuzingen en verstuikingen veroorzaken.
Houd uw voeten bij het starten steeds op voldoende afstand van het snijgereedschap. Bij het starten mag het apparaat niet worden gekanteld. Bij het starten mag de beugel wielaandrijving niet worden bediend. Start de verbrandingsmotor niet wanneer het uitwerpkanaal niet door de uitwerpklep of de grasopvangbox is afgedekt. Werken op hellingen:hellingen altijd in de dwarsrichting, nooit in de lengterichting bewerken. Als de gebruiker bij het maaien in langsrichting de controle verliest over de grasmaaier kan hij overreden worden door het maaiende apparaat. Wees bijzonder voorzichtig als u op een helling van richting verandert. Let steeds op een goede stand bij hellingen en vermijd om met het apparaat te werken op zeer sterke hellingen. Om veiligheidsredenen mag het apparaat niet op hellingen steiler dan 25° (46,6 %) worden gebruikt. Kans op letsel.
Voor gegarandeerd voldoende smering van de verbrandingsmotor moeten bij het gebruik van het apparaat op hellingen ook de instructies in de meegeleverde gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor in acht worden genomen. Werken:Probeer niet om het mes te inspecteren zolang de grasmaaier werkt. Zolang het maaimes loopt, mag de uitwerpklep niet worden geopend en/of mag de grasopvangbox niet worden weggenomen. Het ronddraaiende mes kan letsel veroorzaken. Werk altijd stapvoets en ga bij het werken met het apparaat vooral niet rennen. Door snel te lopen met het apparaat is er meer kans op letsel door struikelen, uitglijden enz. Wees bijzonder voorzichtig als u het apparaat omdraait of naar u toe trekt. Struikelgevaar. Gebruik het apparaat uiterst behoedzaam wanneer u in de buurt van hellingen, terreinkanten, sloten en dijken werkt. Houd met name voldoende afstand tot dergelijke gevarenzones.
U moet om in het gras verborgen voorwerpen heenrijden (beregeningsinstallaties, palen, waterkranen, fundamenten, stroomkabels enz. ). Rijd nooit over dergelijke voorwerpen heen. Houd rekening met de uitloop van het snijgereedschap. Het duurt enkele seconden voordat het snijgereedschap helemaal tot stilstand is gekomen. Levensgevaar door vergiftiging. Stop onmiddellijk met werken bij misselijkheid, hoofdpijn, zichtstoornissen (bijv. blikvernauwing), slecht horen, duizeligheid of een verminderd concentratievermogen. Deze symptomen kunnen onder andere door een te hoge concentratie uitlaatgassen worden veroorzaakt. Kans op letsel. Houd handen of voeten nooit boven, onder of tegen draaiende onderdelen.
0478 111 9955 A - NL96Schakel de verbrandingsmotor uit, laat het werkgereedschap tot stilstand komen, trek de bougiestekker los en verwijder ook de accu (bij RM 545 VE),– wanneer u het apparaat verlaat of als het apparaat zonder toezicht is,– voordat u bijtankt. Tank alleen wanneer de verbrandingsmotor volledig is afgekoeld. Brandgevaar. – voordat u blokkades opheft of verstoppingen in het uitwerpkanaal verwijdert,– voordat u het apparaat optilt en draagt,– voordat u het apparaat transporteert,– voordat u begint met werken aan het maaimes,– voordat het apparaat wordt getest of gereinigd of voordat sommige werkzaamheden worden uitgevoerd (zoals het omklappen van de duwstang),– wanneer een vreemd voorwerp geraakt is of als de grasmaaier abnormaal hard begint te trillen.
Controleer in deze gevallen het apparaat, in het bijzonder de snijeenheid (messen, messenas, mesbevestiging), op beschadigingen en voer de noodzakelijke reparaties uit voordat u het apparaat opnieuw start en ermee gaat werken. Schakel de verbrandingsmotor uit,– wanneer u het apparaat van en naar het te bewerken gazon duwt,– voordat u het apparaat over een niet met gras begroeide ondergrond gaat duwen,– voordat u de uitwerpklep opent of de grasopvangbox wegneemt,– wanneer het apparaat voor het transport moet worden gekanteld,– voordat u de snijhoogte instelt. 4. 8 Onderhoud en reparatiesVoorafgaand aan reinigings-, instel-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden:● apparaat op een vaste, vlakke ondergrond zetten,● verbrandingsmotor uitschakelen en laten afkoelen,● bougiestekker lostrekken. Opgelet – Kans op letsel.
Vooral voor werkzaamheden rondom de verbrandingsmotor, het uitlaatspruitstuk en de geluiddemper eerst laten afkoelen. De temperaturen kunnen tot 80 °C en meer oplopen. Kans op brandwonden. Direct contact met motorolie kan gevaarlijk zijn; ook mag motorolie niet worden gemorst. STIHL adviseert het bijvullen of verversen van motorolie door een STIHL vakhandelaar te laten uitvoeren. Reiniging:na gebruik moet het gehele apparaat zorgvuldig worden gereinigd. (Ö 12. 2)Ledig vóór het plaatsen in reinigingspositie de brandstoftank (bijv. door leegrijden). Maak de aangekoekte resten gras in de behuizing met een houten staaf los. Reinig de onderkant van de grasmaaier met een borstel en water. Gebruik nooit hogedrukreinigers en reinig het apparaat niet onder stromend water (bijvoorbeeld met een tuinslang). Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen. Dergelijke Kans op letsel.
Hard trillen wijst meestal op een storing. De grasmaaier mag met name niet worden gebruikt als de krukas beschadigd of verbogen is of als het maaimes beschadigd of verbogen is. Laat de noodzakelijke reparaties door een vakman – STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan – uitvoeren, indien u niet over de benodigde kennis beschikt. Kans op letsel door het maaimes. Door aan de startkabel te trekken krijgt het werkgereedschap een draaibeweging. Houd altijd voldoende afstand tot het maaimes, in het bijzonder de handen en de voeten, wanneer u aan de startkabel trekt.
97DEENFRITESPTNOSVFIDAPLSLSKTR NL0478 111 9955 A - NLreinigingsmiddelen kunnen kunststoffen en metalen zodanig beschadigen dat de veiligheid van uw STIHL apparaat mogelijk in het geding komt. Om brandgevaar te voorkomen, moet u de gebieden rond de koelluchtopeningen, koelvinnen en rondom de uitlaat vrij houden van bijv. gras, stro, mos, bladeren of uitstromend vet. Onderhoudswerkzaamheden:Er mogen alleen onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd die in deze gebruiksaanwijzing vermeld staan. Alle andere werkzaamheden dient u door een vakhandelaar te laten uitvoeren. Neem altijd contact op met een vakhandelaar als u niet over de vereiste kennis en gereedschappen beschikt. STIHL raadt aan onderhoudswerkzaamheden en reparaties uitsluitend door de STIHL vakhandelaar te laten uitvoeren.
STIHL vakhandelaren volgen regelmatig cursussen en krijgen voortdurend technische informatie ter beschikking gesteld. Gebruik uitsluitend gereedschappen, accessoires of combi-apparaten die voor dit apparaat door STIHL zijn goedgekeurd of technisch gelijkwaardige onderdelen, om de kans op ongevallen met letsel of schade aan het apparaat te voorkomen. Neem bij vragen contact op met een vakhandelaar. Originele STIHL gereedschappen, accessoires en vervangingsonderdelen zijn wat betreft hun eigenschappen optimaal op het apparaat en de behoeften van de gebruiker afgestemd. Originele STIHL vervangingsonderdelen zijn herkenbaar aan het STIHL onderdeelnummer, het STIHL logo en eventueel het STIHL symbool op de onderdelen. Op kleine onderdelen kan ook alleen het teken staan.
Om veiligheidsredenen moeten brandstofbevattende onderdelen (brandstofleiding, brandstofkraan, brandstoftank, tankdop, aansluitingen enz. ) regelmatig op beschadigingen en lekkages worden geïnspecteerd en indien nodig door een erkende vakman worden vervangen (STIHL raadt de STIHL vakhandelaar aan). Houd waarschuwings- en instructiestickers altijd leesbaar en schoon.
Beschadigde of verloren gegane stickers moeten via uw STIHL vakhandelaar door nieuwe originele stickers worden vervangen. Let er bij het vervangen van een onderdeel door een nieuw onderdeel op dat het nieuwe onderdeel van dezelfde stickers is voorzien. Werk aan de snijeenheid uitsluitend met dikke werkhandschoenen en met de uiterste voorzichtigheid. Zorg voor een veilig gebruik van het apparaat en zorg ervoor dat alle moeren, bouten en schroeven, en zeker de mesbout goed zijn vastgedraaid. Laat beschadigde geluiddempers en beschermplaten vervangen. Inspecteer het gehele apparaat en de grasopvangbox op gezette tijden, in het bijzonder voor de opslag van het apparaat (bijv. voor de winterpauze), op slijtage en beschadigingen. Versleten of beschadigde onderdelen moeten om veiligheidsredenen direct worden vervangen, om ervoor te zorgen dat de machine altijd in veilige staat is.
Wijzig de instellingen van de verbrandingsmotor nooit en jaag deze niet over zijn toeren. Als onderdelen of veiligheidsvoorzieningen voor onderhoudswerkzaamheden zijn verwijderd, moeten deze weer meteen en correct worden aangebracht. 4. 9 Opslag bij langdurige bedrijfsonderbrekingenLaat de verbrandingsmotor afkoelen voordat u het apparaat in een afgesloten ruimte plaatst. Bewaar het apparaat met een lege tank en de brandstofvoorraad in een afsluitbare en goed geventileerde ruimte. Controleer of het apparaat tegen gebruik door onbevoegden (bijv. kinderen) is beveiligd. Sla het apparaat nooit op in een gebouw met benzine in de tank. Ontstane benzinedampen kunnen met open vuur of vonken in aanraking komen en ontbranden. Als de tank moet worden geledigd zoals voor het stilleggen voor de winterpauze, mag de brandstoftank uitsluitend in de open lucht worden geledigd (bijv.
0478 111 9955 A - NL98Sla het apparaat in een veilige staat op. Laat het apparaat volledig afkoelen voor dat u het bedekt. 4. 10 AfvoerAfvalproducten zoals gebruikte olie of brandstof, gebruikte smeermiddelen, filters, accu's en soortgelijke slijtageonderdelen zijn slecht voor mensen en dieren en kunnen het milieu beschadigen. Ze moeten derhalve op de juiste wijze worden afgevoerd. Neem contact op met het recyclingcenter of uw vakhandelaar voor nadere informatie over het deskundig afvoeren van afvalproducten. STIHL beveelt hiervoor de STIHL vakhandelaar aan. Voer een apparaat aan het eind van de levensduur ervan op de daarvoor bestemde wijze af. Maak het apparaat onbruikbaar voordat het als afval wordt verwerkt. Verwijder om ongevallen te voorkomen vooral de bougiekabel, maak de tank leeg en tap de motorolie af. De accu moet gescheiden van het apparaat worden afgevoerd.
Zorg dat accu’s veilig en milieuvriendelijk worden afgevoerd. Kans op letsel door het maaimes. Laat ook een grasmaaier aan het eind van de levensduur ervan nooit zonder toezicht staan. Bewaar het apparaat en in het bijzonder het maaimes altijd buiten het bereik van kinderen. 5. Toelichting van de symbolenOpgelet. Lees vóór ingebruikname de gebruiksaanwijzing en de veiligheidsinstructies en volg deze op. Kans op letsel. Houd andere personen uit de gevarenzone. Opgelet. Houd handen en voeten uit de buurt van de messen. Vóór werkzaamheden aan het snijgereedschap en onderhoud- en reinigings-werkzaamheden de bougiestekker eruit trekken.
99DEENFRITESPTNOSVFIDAPLSLSKTR NL0478 111 9955 A - NL7. 1 Algemeen● Zet het apparaat voor alle beschreven werkzaamheden op een vlakke en stevige ondergrond. 7. 2 Duwstang monterenDuwstanghulzen aanbrengen:● duwstanghulzen (I) op duwstang (1) steken. Vierkant gat aan binnenkant van duwstang plaatsen, boringen in de duwstang en het vierkante gat in de duwstanghuls moeten samenvallen. Duwstang monteren:● duwstang (1) op de beide onderstukken duwstang (2) steken. ● Bouten met vlakke kop (G) van binnen naar buiten door boringen steken en met draaiknoppen (H) vastschroeven. 1 Kabelbreukbescherming links monteren:● Alle trekkabels en kabels in de kabelbreukbescherming (F) leggen. ● Kabelbreukbescherming eerst in de bovenste boring (3) van het onderstuk duwstang geleiden.
● Aansluitend de kabelbreukbescherming in het onderste sleuf (4) van het onderstuk van de duwstang in de juiste positie plaatsen. 2 Kabelbreukbescherming rechts monteren:● De montage van de kabelbreukbescherming (F) rechts gebeurt op dezelfde manier als aan de linkerkant. 7. 3 Kabelgeleiding monteren● Kabelgeleiding (E) in de uitsparingen op de behuizing (1) steken en naar het bovenstuk duwstang draaien. ● Alle kabels in de kabelgeleiding leggen. ● Kabelgeleiding met lichte druk in de beide daarvoor bedoelde boringen laten vastklikken. 7. 4 Startkabel vast- en loshaken● Trek vóór het vast- en loshaken van de startkabel de bougiestekker los van de verbrandingsmotor – breng deze daarna zo nodig weer aan. Vasthaken:● Duw de motorstopbeugel (1) naar de duwstang en houd deze vast. ● Trek de startkabel (2) langzaam uit en houd deze vast. Laat de motorstopbeugel los.
0478 111 9955 A - NL1007. 5 Grasopvangbox monteren● Bovenste gedeelte van de grasopvangbox (C) aan onderste gedeelte van de grasopvangbox (B) bevestigen. ● Bouten (D) van binnen door de betreffende openingen drukken. ● Bovenste gedeelte van de grasopvangbox door lichte druk in het onderste gedeelte van de grasopvangbox laten vastklikken. ● Grasopvangbox vasthaken. (Ö 8. 8)7. 6 Brandstof en motorolieMotorolie:gegevens over de te gebruiken motorolie en de vulhoeveelheid olie vindt u in de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor. Controleer de inhoud regelmatig (zie gebruiksaanwijzing verbrandingsmotor). Zorg ervoor dat de olie niet onder of boven het juiste peil komt te staan. Olietankdop voor het in gebruik nemen van de verbrandingsmotor goed vastschroeven. Brandstof:Advies:Verse merkbrandstoffen,Loodvrije benzine.
Gegevens over de brandstofkwaliteit (octaangetal) vindt u in de gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor;8. 1 Algemeen● Zet het apparaat voor alle beschreven werkzaamheden op een vlakke en stevige ondergrond. 8. 2 Verstelbare onderdelen op de duwstang8. 3 Duwstang omklappen● Startkabel loshaken. (Ö 7. 4)Transportstand – voor het ruimtebesparend transporteren en opslaan: ● draaiknoppen (1) erop schroeven totdat deze vrij draaien. De speciale constructie voorkomt dat de draaiknoppen vanzelf helemaal van de bouten kunnen draaien (bescherming tegen verlies). ● Bovenstuk duwstang (2) omklappen en op het apparaat laten liggen. Werkstand – voor het werken met het apparaat:● bovenstuk duwstang (2) naar achter opklappen en met een hand vasthouden. ● Draaiknoppen (1) vastschroeven. 8.
4 Hoogteverstelling duwstangDe duwstang (1) kan in 3 standen worden vastgezet:I laagII middel III hoogVoorkom schade aan het apparaat. Vul voor de eerste start motorolie bij. Voor het vullen met motorolie en tanken een aangepast vulhulpstuk (bijv. trechter) gebruiken. 678. BedieningselementenKans op letsel.
Neem de veiligheidswaarschuwingen in het hoofdstuk ´Voor uw veiligheid´ in acht. (Ö 4. )1 Motorstopbeugel2 Beugel wielaandrijving(RM 545 T, RM 545 V, RM 545 VE, RM 545 VM, RM 545 VR)3 Hendel vario-aandrijving(RM 545 V, RM 545 VE, RM 545 VM, RM 545 VR)4Startknop(RM 545 VE)8Gevaar voor knellen. Door het losdraaien van de draaiknoppen kan het bovenstuk duwstang omklappen. Bovenstuk duwstang tijdens het erop schroeven van de draaiknoppen daarom met één hand op het hoogste punt vasthouden. 910.
101DEENFRITESPTNOSVFIDAPLSLSKTR NL0478 111 9955 A - NL● Draaiknop hoogteverstelling duwstang (2) linksom (ca. 5 slagen) losdraaien. ● Duwstang (1) met beide handen vastpakken en omhoog of omlaag in de gewenste positie zetten. Zorg ervoor dat de instelling van de duwstang links en rechts identiek is. ● Draaiknop hoogteverstelling duwstang (2) weer rechtsom vastdraaien. 8. 5 Centrale snijhoogteverstellingRM 545, RM 545 T, RM 545 V, RM 545 VE, RM 545 VM:Er kunnen 7 snijhoogtes worden ingesteld. Stand 1: 25 mmStand 7: 80 mmRM 545 VR:Er kunnen 6 snijhoogtes worden ingesteld. Stand 1: 20 mmStand 6: 75 mm● De hendel (1) voor de hoogteverstelling bevindt zich aan de linkerkant van het apparaat (zie afbeelding). ● Apparaat bij de greep (2) vastpakken en de verstelhendel (1) naar boven trekken en vasthouden om het klikmechanisme te ontgrendelen.
Gewenste snijhoogte instellen door het apparaat omhoog of omlaag te bewegen. ● Deze kan aan de aanduiding snijhoogte (3) worden afgelezen. ● Verstelhendel (1) weer loslaten en hoogteverstelling laten vastklikken. 8. 6 Accu en oplaadapparaat (RM 545 VE)De grasmaaier RM 545 VE is voorzien van een elektrische startmotor. Als startaccu is een lithium-ionaccu ingebouwd. Het gebruik van de accu en het oplaadapparaat wordt beschreven in de meegeleverde gebruiksaanwijzing van de verbrandingsmotor. Eerste inbedrijfstelling:● Open de beschermkap (2) op de accu. ● Sluit het oplaadapparaat (K) aan op het elektriciteitsnet en laad de accu (J) volledig op. Accu wegnemen en plaatsen:● Druk op de ontgrendeling (3) en neem de accu (J) opzij naar boven uit de verbrandingsmotor en plaats deze weer in omgekeerde richting. 8.
7 Inhoudsindicatie De door het mes gecreëerde luchtstroom tilt de inhoudsindicatie (1) omhoog. Als de grasopvangbox is gevuld, stopt de luchtstroom. Als de luchtstroom te gering is, zakt de inhoudsindicatie (1) naar de rusttoestand terug. Dit is een indicatie dat de grasopvangbox moet worden geledigd.
Van een onbeperkte werking van de inhoudsindicatie is alleen bij een optimale luchtstroom sprake. Invloeden van buitenaf, zoals vochtig, dicht of hoog gras, lage snijtanden, vuil en dergelijke kunnen de luchtstroom en de werking van de inhoudsindicatie negatief beïnvloeden. A De grasopvangbox wordt gevuldB De grasopvangbox is gevuld● Ledig de volle grasopvangbox (Ö 11. 4). 8. 8 Grasopvangbox vast- en loshakenVasthaken:● uitwerpklep (1) openen en vasthouden. ● De grasopvangbox (2) wordt met de uitsparingen (3) aan de bevestiging (4) op het apparaat vastgehaakt. ● Uitwerpklep (1) weer met de hand sluiten. Loshaken:● uitwerpklep (1) openen en vasthouden. ● Grasopvangbox (2) omhoog tillen, van de bevestiging (4) loshaken en verwijderen. ● Uitwerpklep (1) weer met de hand sluiten.
11De accu mag alleen met het meegeleverde oplaadapparaat worden opgeladen; tijdens het werken met de grasmaaier wordt de accu niet bijgeladen. Druk ter controle van de laadtoestand op de toets (1) op de accu. 1214Bij apparaten met de mulchfunctie het mulchhulpstuk vóór het vasthaken van de grasopvangbox uit het uitwerpkanaal nemen. (Ö 10. 3)13.
0478 111 9955 A - NL102Voor een veilige bediening en ter voorkoming van onjuist gebruik is het apparaat van verschillende veiligheidsvoorzieningen voorzien. 9. 1 VeiligheidsvoorzieningenDe grasmaaier is met veiligheidsvoorzieningen uitgerust om een onopzettelijk contact met de maaimessen en het uitgeworpen maaigoed te voorkomen. Hiertoe behoren de behuizing, de uitwerpklep, de grasopvangbox en de correct gemonteerde duwstang. 9. 2 MotorstopbeugelDe grasmaaier is voorzien van een motorstopvoorziening. Tijdens het gebruik wordt na het loslaten van de motorstopbeugel (1) de verbrandingsmotor uitgeschakeld. De verbrandingsmotor en de maaimessen komen binnen 3 seconden tot stilstand. Meten van de nalooptijdNa het starten van de verbrandingsmotor draaien de messen en is er windgeruis te horen. De uitlooptijd duurt even lang als het windgeruis na het uitschakelen van de verbrandingsmotor.
Dit kan met een stopwatch worden gemeten. Een fraai en vol gazon ontstaat,– wanneer met lage snelheid gemaaid wordt. – wanneer het gazon vaak gemaaid en kort gehouden wordt. – wanneer bij warm en droog weer het gazon niet te kort gemaaid wordt, omdat het anders verbrandt door de zon en lelijk wordt. – wanneer met scherpe maaimessen gewerkt wordt – daarom de maaimessen regelmatig laten slijpen (dealer). – wanneer de snijrichting regelmatig wordt gewisseld. 10. 1 Werkgebied van de gebruiker ● Bij het starten en bij draaiende verbrandingsmotor moet de gebruiker zich om veiligheidsredenen altijd in het werkgebied bevinden achter de duwstang. Neem steeds de door de duwstang bepaalde veiligheidsafstand in acht. ● De grasmaaier mag uitsluitend door één persoon bediend worden, derden moeten zich buiten de gevarenzone bevinden. (Ö 4. )10.
2 Grasmaaiers met gazonwalsHet model RM 545 VR is uitgerust met een tweedelige aandrijfwals aan de achteras. Hierdoor kan heel precies langs een rand van het gazon of om planten worden gemaaid.
Bovendien wordt het gras in de rijrichting gladgestreken, waardoor een typisch streeppatroon in het gazon ontstaat. 10. 3 MulchenDe multimaaier RM 545 VM is met een speciaal multimes en een reeds geplaatst mulchhulpstuk uitgevoerd. Mulchhulpstuk plaatsenVoor het gebruik van het apparaat als mulchmaaier moet het mulchhulpstuk (1) worden geplaatst:● Uitwerpklep openen en vasthouden. ● Mulchhulpstuk (1) in het uitwerpkanaal plaatsen en van bovenaf met beide klemnokken (2) hoorbaar op de behuizing vastklikken. ● Uitwerpklep sluiten. Mulchhulpstuk verwijderenOm het apparaat als achteruitwerpmaaier of als grasverzamelaar (met gemonteerde grasopvangbox) te kunnen gebruiken, moet het mulchhulpstuk (1) uit het apparaat worden verwijderd:● uitwerpklep openen en vasthouden. 9. VeiligheidsvoorzieningenKans op letsel.
Bij een eventueel defect aan een van de veiligheidsvoorzieningen mag het apparaat niet in bedrijf worden genomen. Neem contact op met een vakhandelaar. STIHL beveelt de STIHL vakhandelaar aan. Kans op letsel. Als de uitlooptijd van de messen langer is, mag u het apparaat niet verder gebruiken en moet u het naar de vakhandelaar brengen. 810. Aanwijzingen voor werken15Kans op letsel. Schakel vóór alle werkzaamheden aan het mulchhulpstuk de verbrandingsmotor uit en trek de bougiestekker eruit. 1617.
103DEENFRITESPTNOSVFIDAPLSLSKTR NL0478 111 9955 A - NL● Borglip (4) omhoog trekken en mulchhulpstuk (1) schuin naar boven uit het uitwerpkanaal trekken. ● Uitwerpklep sluiten (achteruitwerpmaaier) of grasopvangbox vasthaken en uitwerpklep sluiten (grasverzamelaar). 10. 4 Hoe moet u mulchen. Voor het mulchen moet een snijhoogte 4 tot 7 worden gekozen, omdat deze instelling van de snijhoogte de beste voor het hakselen van het gras is. Bij een te lage snijhoogte kan de behuizing van de maaier verstopt raken en daarna het maaimes blokkeren. De werksnelheid en snijhoogte moeten bij het mulchen zodanig worden gekozen, dat het multimes het te maaien gras optimaal kan verkorten en dat er een goed maairesultaat wordt bereikt. Bij hoog gras moet er meerdere malen en op hogere snijhoogtes worden gewerkt. Bij te hoog gras en vochtig gras mag deze maaier niet worden gebruikt. 11.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Stihl RM 545.1 VE stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Stihl
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier