Stihl MM 56 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Stihl MM 56 (84 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Stihl MM 56 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Stihl |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | MM 56 |
Handleiding Stihl MM 56 – volledige tekst
6224 EU-conformiteitsverklaring. 6225 UKCA-conformiteitsverklaring. 631 Multisysteem++0000-GXX-5897-A0Bij het STIHL multisysteem worden verschillendemultimotoren en multigereedschappen samenge‐voegd tot één motorapparaat. De complete com‐binatie van de multimotor en het multigereed‐schap wordt in deze handleiding het motorappa‐raat genoemd. Dienovereenkomstig vormen de handleidingenvoor de multimotor en het multigereedschap danook de complete handleiding voor het motorap‐paraat. Altijd de beide handleidingen voor de eersteingebruikneming aandachtig doorlezen en voorlater gebruik goed bewaren. 2 Met betrekking tot dezehandleiding2. 1 SymbolenAlle symbolen die op het apparaat zijn aange‐bracht worden in deze handleiding toegelicht. Nederlands0458-489-9421-B 43© ANDREAS STIHL AG & Co. KG 20220458-489-9421-B. VA0. C22. Gedrukt op chloorvrij gebleekt papier.
2. 2 Codering van tekstblokkenWAARSCHUWINGWaarschuwing voor kans op ongevallen en letselvoor personen alsmede voor zwaarwegendemateriële schade. LET OPWaarschuwing voor beschadiging van het appa‐raat of afzonderlijke componenten. 2. 3 Technische doorontwikkelingSTIHL werkt continu aan de verdere ontwikkelingvan alle machines en apparaten; wijzigingen inde leveringsomvang qua vorm, techniek en uit‐rusting behouden wij ons daarom ook voor. Aan gegevens en afbeeldingen in deze handlei‐ding kunnen dan ook geen aanspraken wordenontleend. 3 Veiligheidsaanwijzingen enwerktechniekEr zijn speciale veiligheidsmaatrege‐len nodig bij het werken met eenmotorapparaat. Altijd de beide handleidingen (multi‐motor en multigereedschap) voor deeerste ingebruikneming aandachtigdoorlezen en voor later gebruik goedbewaren. Het niet in acht nemen vande gebruiksaanwijzingen kan levens‐gevaarlijk zijn.
De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv. vanberoepsgroepen, sociale instanties, arbeidsin‐spectie en andere in acht nemen. Wie voor het eerst met het motorapparaat werkt:door de verkoper of door een andere deskundigelaten uitleggen hoe men hiermee veilig kan wer‐ken – of deelnemen aan een cursus. Minderjarigen mogen niet met het motorapparaatwerken – behalve jongeren boven de 16 jaar, dieonder toezicht leren met het apparaat te werken. Kinderen, dieren en toeschouwers op afstandhouden. Als het motorapparaat niet wordt gebruikt, hetapparaat zo neerleggen dat niemand in gevaarkan worden gebracht. Het motorapparaat zoopbergen dat onbevoegden er geen toegang toehebben. De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallendie andere personen of hun eigendommen over‐komen, resp. voor de gevaren waaraan dezeworden blootgesteld.
Het motorapparaat alleen aan personen gevenof uitlenen die met dit type en het gebruik ervanvertrouwd zijn – altijd de handleidingen van de multimotor en het multigereedschap meegeven.
Het gebruik van geluid producerende motorappa‐raten kan door nationale en ook plaatselijke,lokale voorschriften tijdelijk worden beperkt. Wie met het apparaat werkt moet goed uitgerusten gezond zijn en een goede lichamelijke condi‐tie hebben. Wie zich om gezondheidsredenen niet maginspannen, moet zijn arts raadplegen of het wer‐ken met een motorapparaat mogelijk is. Alleen voor dragers van een pacemaker: het ont‐stekingsmechanisme van dit motorapparaatgenereert een zeer gering elektromagnetischveld. Beïnvloeding van enkele typen pacemakerskan niet geheel worden uitgesloten. Ter voorko‐ming van gezondheidsrisico's adviseertSTIHL de behandelend arts en de fabrikant vande pacemaker te raadplegen. Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reac‐tievermogen beïnvloeden of drugs mag niet methet motorapparaat worden gewerkt.
Het motorapparaat – afhankelijk van hetgebruikte multigereedschap – alleen voor de inde handleiding van het multigereedschapbeschreven werkzaamheden gebruiken. Voor andere doeleinden mag het motorapparaatniet worden gebruikt – kans op ongelukken. De multimotor alleen met gemonteerd multige‐reedschap laten draaien – anders zou er schadeaan het motorapparaat kunnen ontstaan. Alleen die multigereedschappen of toebehorenmonteren die door STIHL voor dit motorapparaatzijn vrijgegeven of technisch gelijkwaardigedelen. Beslist op het hoofdstuk "Toegestane mul‐tigereedschappen" letten. Bij vragen hierovercontact opnemen met een geautoriseerde dea‐ler. Alleen hoogwaardig gereedschap of toebe‐horen monteren. Als dit wordt nagelaten is erkans op ongelukken of schade aan het motorap‐paraat. STIHL adviseert origineel STIHL gereedschap entoebehoren te monteren.
schappen optimaal op het product en de eisenvan de gebruiker afgestemd. Geen wijzigingen aan het motorapparaat aan‐brengen – uw veiligheid kan hierdoor in gevaarworden gebracht. Voor persoonlijke en materiëleschade die door het gebruik van niet-vrijgegevenaanbouwapparaten wordt veroorzaakt, isSTIHL niet aansprakelijk. Voor het reinigen van het apparaat geen hoge‐drukreiniger gebruiken. Door de harde waters‐traal kunnen onderdelen van het apparaat wor‐den beschadigd. 3. 1 Kleding en uitrustingDe voorgeschreven kleding en uitrusting dragen. Geen kleding dragen waarmee men aan takken,struiken of de bewegende delen van het appa‐raat kan blijven haken. Ook geen sjaal, das ensieraden dragen. Lang haar in een paardenstaartbinden en dusdanig vastmaken, dat het zichboven de schouders bevindt. Veiligheidsschoenen met eenstroeve, slipvrije zool en stalen neusdragen.
WAARSCHUWINGOm de kans op oogletsel te reduce‐ren een nauw aansluitende veilig‐heidsbril volgens de norm EN 166dragen. Erop letten dat de veilig‐heidsbril goed zit. "Persoonlijke" gehoorbescherming dragen –zoals bijv. oorkappen. Een gelaatsbeschermer dragen en erop lettendat deze goed zit. Een gelaatsbeschermer alleenbiedt onvoldoende bescherming voor de ogen. Zie ook de aanwijzingen met betrekking tot "Kle‐ding en uitrusting" in de handleiding van hetgebruikte multigereedschap. 3. 2 Motorapparaat vervoeren0000-GXX-0550-A0Altijd de motor afzetten. Het motorapparaat aan de handgreep, resp. aande beugelhandgreep dragen, het werktuig naarvoren gericht. Hete onderdelen van de machine niet aanraken– kans op brandwonden. Tijdens het vervoer kan het motorapparaatomvallen of verschuiven. Personen kunnen letseloplopen en er kan beschadiging optreden.
Motorapparaat met spanbanden, riemen of eennet dusdanig beveiligen, dat het niet kan kante‐len en niet kan bewegen. Motorapparaat voorhet vervoer in auto's laten afkoelen. Motorappa‐raat zo neerleggen dat er geen benzine weg kanlekken.
Zie ook aanwijzingen voor "Motorapparaat ver‐voeren" in de handleiding van het gebruikte mul‐tigereedschap. 3. 3 TankenBenzine is bijzonder licht ontvlambaar– uit de buurt blijven van open vuur –geen benzine morsen – niet roken. Voor het tanken de motor afzetten. Niet tanken zolang de motor nog heet is – debenzine kan overstromen – brandgevaar. De tankdop voorzichtig losdraaien, zodat deheersende overdruk zich langzaam kan afbou‐wen en er geen benzine uit de tank kan spuiten. Uitsluitend op een goed geventileerde plek tan‐ken. Als er benzine werd gemorst, het motorap‐paraat direct schoonmaken – de kleding niet inaanraking laten komen met de benzine, andersdirect andere kleding aantrekken. Na het tanken de schroef-tankdop zovast mogelijk aandraaien. 3 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands0458-489-9421-B 45.
Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tank‐dop door de motortrillingen lostrilt en er benzinewegstroomt. Op lekkages letten. Als er benzineweglekt de motor niet starten –levensgevaar door verbranding. 3. 4 Voor het startenHet motorapparaat op technisch goede staatcontroleren – het desbetreffende hoofdstuk in degebruiksaanwijzingen in acht nemen:–Het brandstofsysteem op lekkage controleren,vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. detankdop, slangaansluitingen, hand-benzine‐pomp (alleen bij motorapparaten met hand-benzinepomp). Bij lekkages of beschadigingde motor niet starten – brandgevaar.
Hetapparaat voor de ingebruikneming door eengeautoriseerde dealer laten repareren–De combinatie van werktuig en beschermkapmoet zijn vrijgegeven en alle onderdelen moe‐ten correct zijn gemonteerd–De stopschakelaar moet gemakkelijk kunnenworden ingedrukt–De gashendelblokkering en de gashendelmoeten goed gangbaar zijn – de gashendelmoet automatisch in de stationaire standterugveren–De bougiesteker op vastzitten controleren – bijeen loszittende steker kunnen vonken ont‐staan, hierdoor kan het vrijkomende benzine-luchtmengsel ontbranden – brandgevaar. –Geen wijzigingen aan de bedieningselemen‐ten en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen–De handgrepen moeten schoon, droog, vrijvan olie en vuil zijn – belangrijk voor een vei‐lige bediening van het motorapparaat–De dubbele handgreep opklappen en met dedraaiknop vastzetten.
Zie "Dubbele handgreepafstellen"Het motorapparaat mag alleen in technischgoede staat worden gebruikt – kans op ongeluk‐ken. Zie ook de aanwijzingen met betrekking tot "Voorhet starten" in de handleiding van het gebruikte multigereedschap. Afhankelijk van het gemonteerde multigereed‐schap de juiste stand van de aandrijfkop contro‐leren, deze zo nodig instellen. Door een ver‐keerde draairichting van het multigereedschap –kans op letsel.
Zie "Multigereedschap monteren" in de handlei‐ding van het gebruikte multigereedschap. De pijlen op de freesmessen geven de draairich‐ting aan. De pijlen op de freesmessen moeten indezelfde richting wijzen als de pijlen op de aan‐drijfkop. Zorg ervoor dat de aandrijfkop en defreesmessen correct zijn gemonteerden uitgelijnd en vermijd contact metde freesmessen – Kans op letsel. Bij metalen gereedschappen de aandrijfkop zoplaatsen dat de as onder de steel ligt. Gebruiken bij:–Grondfrees BF-MM–Grondverkruimelaar BK-MM–Kantensnijder FC-MM–Gazonbeluchter RL-MM–Moshark MF-MMBij gereedschap voor het vegen en schoonma‐ken, de aandrijfkop zo plaatsen dat de as bovende steel ligt. Gebruiken bij:–Borstelrol KB-MM–Bezemrol KW-MM3. 5 Motor startenMinstens op 3 m van de plek waar werd getankt– niet in een afgesloten ruimte.
Alleen op een vlakke ondergrond, een stabieleen veilige houding aannemen, het motorappa‐raat goed vasthouden – het werktuig mag geenvoorwerpen en ook de grond niet raken, omdathet werktuig tijdens het starten kan meedraaien. Het motorapparaat wordt door slechts één per‐soon bediend – geen andere personen binneneen straal van 5 m toelaten – ook niet tijdens hetstarten – kans op letsel door contact met hetwerktuig. Als de motor in stand "Start" wordtgestart, worden de werktuigen directna het aanslaan van de motor aange‐dreven. Bij het starten altijd aan dezijkant van het apparaat staan – nooitvoor het apparaat binnen het bereikNederlands 3 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek46 0458-489-9421-B.
van de werktuigen. Door contact metde werktuigen – kans op letsel. De motor niet 'los uit de hand' starten – startenzoals in de handleiding staat beschreven. Hetwerktuig draait nog even door nadat de gashen‐del is losgelaten – naloopeffect. Stationair toerental controleren: het werktuigmoet bij stationair toerental – bij losgelaten gas‐hendel – stilstaan. Licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen,boomschors, droog gras, benzine) uit de buurtvan de hete uitlaatgassen en de hete uitlaatdem‐per houden – brandgevaar. Zie ook de aanwijzingen voor "Motor starten/afzetten" in de handleiding van het gebruikte multigereedschap. 3. 6 Motorapparaat vasthouden enbedienenAltijd voor een stabiele en veilige houding zor‐gen. 469BA045 KNHet motorapparaat altijd met beide handen op dehandgrepen vasthouden. Rechterhand op de bedieningshandgreep, linker‐hand op de handgreep op de steel. 3.
7 Tijdens de werkzaamhedenBij dreigend gevaar, resp. in geval van nooddirect de motor afzetten – stopschakelaar indruk‐ken. Binnen een straal van 5 m mogen zich geenandere personen ophouden – kans op letsel doorcontact met het werktuig en weggeslingerdevoorwerpen. Deze afstand ook ten opzichte vanandere objecten (auto's, ruiten) aanhouden –kans op materiële schade. Op een correct stationair toerental letten, zodathet werktuig na het loslaten van de gashendelniet meer beweegt. Als het werktuig bij stationairtoerental toch beweegt, het stationair toerentaldoor een geautoriseerde dealer laten instellen. Regelmatig de instelling van het stationair toe‐rental controleren, resp. corrigeren. STIHL advi‐seert de STIHL dealer. Niet in de startgasstand werken – het motortoe‐rental is bij deze stand van de gashendel nietregelbaar.
Bij gebruik van gehoorbeschermers moet extraomzichtig en bedachtzaam worden gewerkt –omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeu‐wen, alarmsignalen e. d. ) minder goed hoorbaarzijn.
Op tijd rustpauzes nemen om vermoeidheid enuitputting te voorkomen – kans op ongelukken. Rustig en met overleg werken – alleen bij vol‐doende licht en goed zicht. Voorzichtig werken,anderen niet in gevaar brengen. Het motorapparaat alleen voor die toepassingengebruiken, die in de handleiding van het multige‐reedschap staan aangegeven. Het motorapparaat produceert giftigeuitlaatgassen, zodra de motor draait. Deze gassen kunnen geurloos enonzichtbaar zijn en onverbrande kool‐waterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventi‐leerde ruimtes met het motorapparaatwerken – ook niet met machinesvoorzien van katalysator. Bij het werken in greppels, slenken of op plaat‐sen met weinig ruimte, steeds voor voldoendeluchtventilatie zorgen – levensgevaar door vergif‐tiging. Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen(bijv.
kleiner wordend blikveld), gehoorverlies,duizeligheid, afnemende concentratie, de werk‐zaamheden direct onderbreken – deze sympto‐men kunnen onder andere worden veroorzaaktdoor een te hoge uitlaatgasconcentratie – kansop ongelukken. Geluidsoverlast en uitlaatgasemissie zo veelmogelijk beperken – de motor niet onnodig latendraaien, alleen gas geven tijdens het werk. 3 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands0458-489-9421-B 47.
Niet roken tijdens het gebruik en in de directeomgeving van het motorapparaat – brandgevaar. Uit het brandstofsysteem kunnen ontvlambarebenzinedampen ontsnappen. Tijdens het werk vrijkomend(e) stof, dampen enrook kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Bij sterke stof- of rookontwikkeling ademhalings‐bescherming dragen. Hete onderdelen van de machine niet aanraken– kans op brandwonden. De handen en de voeten weghoudenvan het werktuig. Nooit een roterendwerktuig aanraken – kans op letsel. Tijdens de werkzaamheden altijd ach‐ter de beschermkap of opzij van hetapparaat staan – nooit aan de voor‐zijde, in het bereik van de werktuigen. Als het motorapparaat niet volgens voorschrift(bijv. door geweld van buitenaf, door stoten ofvallen) werd uitgeschakeld, voor het opnieuw ingebruik nemen beslist controleren of dit in goedestaat verkeert – zie ook "Voor het starten".
Vooral op lekkage van het brandstofsysteem ende goede werking van de veiligheidsinrichtingenletten. Motorapparaten die niet meer bedrijfsze‐ker zijn, in geen geval verder gebruiken. In gevalvan twijfel contact opnemen met een geautori‐seerde dealer. Voor het verwisselen van het werktuig de motorafzetten – kans op letsel. Na beëindiging van de werkzaamheden, resp. voor het achterlaten van het apparaat: motorafzetten. Zie ook aanwijzingen voor "Tijdens de werk‐zaamheden" in de handleiding van het gebruiktemultigereedschap. 3. 8 TrillingenLangdurig gebruik van het motorapparaat kanleiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloed‐ingsstoornissen aan de handen ("witte vingers"). Een algemeen geldende gebruiksduur kan nietworden vastgesteld, omdat deze van meerderefactoren afhankelijk is.
De gebruiksduur wordt verlengd door:–Bescherming van de handen (warme hand‐schoenen)–RustpauzesDe gebruiksduur wordt verkort door:–Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechtedoorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers,kriebelen)–Lage buitentemperaturen–De mate van kracht uitgeoefend door de han‐den (stevig beetpakken beïnvloedt de door‐bloeding nadelig)Bij regelmatig, langdurig gebruik van het appa‐raat en bij het herhaald optreden van de betref‐fende symptomen (bijv. vingers kriebelen) wordteen medisch onderzoek geadviseerd. 3. 9 Onderhoud en reparatiesHet motorapparaat regelmatig onderhouden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaam‐heden uitvoeren die in de handleiding staanbeschreven. Alle andere werkzaamheden latenuitvoeren door een geautoriseerde dealer. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐zaamheden alleen door de STIHL dealer te latenuitvoeren.
De STIHL dealers worden regelmatiggeschoold en hebben de beschikking over Tech‐nische informaties. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Alsdit wordt nagelaten is er kans op ongelukken ofschade aan het apparaat. Bij vragen contactopnemen met een geautoriseerde dealer. STIHL adviseert originele STIHL onderdelen temonteren. Deze zijn qua eigenschappen opti‐maal op het apparaat en de eisen van de gebrui‐ker afgestemd. Bij reparatie-, onderhouds- en reinigingswerk‐zaamheden altijd de motor afzetten en de bou‐giesteker lostrekken – kans op letsel door hetonbedoeld starten van de motor. – Uitzondering:afstelling carburateur en stationair toerental. De motor mag bij een losgetrokken bougiestekerof bij een losgedraaide bougie niet met behulpvan het startmechanisme worden getornd –brandgevaar door ontstekingsvonken buiten decilinder.
– Gehoorschade!De hete uitlaatdemper niet aanraken – gevaarvoor brandwonden!4 Vrijgegeven multigereed‐schappenDe volgende STIHL multigereedschappenmogen op de multimotor worden gemonteerd:469BA025 KNBF-MMBK-MMRL-MMFC-MMKB-MMKW-MMMF-MMMultigereedschap GebruiksdoelBF‑MM GrondfreesBK‑MM GrondverkruimelaarRL‑MM GazonbeluchterFC‑MM KantensnijderMF‑MM MosharkKW‑MM BezemrolKB‑MM Borstelrol5 Dubbele handgreep afstel‐len0000-GXX-0549-A11► Draaiknop (1) losdraaien► De dubbele handgreep met beide handen inde werkstand tot aan de aanslag opklappen► Draaiknop vastdraaien6 BrandstofDe motor draait op een brandstofmengsel vanbenzine en motorolie.WAARSCHUWINGDirect huidcontact met brandstof en het inade‐men van brandstofdampen voorkomen.6.1 STIHL MotoMixSTIHL adviseert het gebruik van STIHL MotoMix.Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geenbenzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoogoctaangetal en biedt altijd de juiste mengverhou‐ding.STIHL MotoMix is voor de langst mogelijkelevensduur van de motor gemengd metSTIHL tweetaktmotorolie HP Ultra.MotoMix is niet in alle exportlanden leverbaar.6.2 Brandstof mengenLET OPBrandstoffen die niet geschikt zijn of met eenafwijkende mengverhouding, kunnen leiden toternstige schade aan de motor.
Benzine of motor‐olie van een mindere kwaliteit kan de motor,keerringen, leidingen en brandstoftank beschadi‐gen.6.2.1 BenzineAlleen benzine van een gerenommeerd merkmet een octaangetal van minimaal 90 RONgebruiken – loodvrij of loodhoudend.4 Vrijgegeven multigereedschappenNederlands0458-489-9421-B 49
Benzine met een alcoholpercentage van meerdan 10% kan bij motoren met handmatig instel‐bare carburateurs storingen veroorzaken,daarom mag deze benzine voor deze motorenniet worden gebruikt. Motoren met M-Tronic leveren met benzine meteen alcoholpercentage tot 27% (E27) het vollemotorvermogen. 6. 2. 2 MotorolieAls brandstof zelf wordt gemengd, mag alleeneen STIHL tweetaktmotorolie of een anderehoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB,JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC ofISO-L-EGD worden gebruikt. STIHL schrijft de tweetaktmotorolie STIHL HPUltra of een gelijkwaardige hoogwaardige motor‐olie voor om de emissiegrenswaarden gedu‐rende de machinelevensduur te kunnen waarbor‐gen. 6. 2. 3 MengverhoudingBij STIHL tweetaktmotorolie 1:50;1:50 = 1 deel olie + 50 delen benzine6. 2.
4 VoorbeeldenHoeveelheid ben‐zineSTIHL tweetakt‐olie 1:50Liter Liter (ml)1 0,02 (20)5 0,10 (100)10 0,20 (200)15 0,30 (300)20 0,40 (400)25 0,50 (500)► In een voor brandstof vrijgegeven jerrycaneerst motorolie bijvullen en vervolgens ben‐zine en goed mengen6. 3 Brandstofmengsel opslaanBenzine alleen bewaren in voor brandstof vrijge‐geven jerrycans op een veilige, droge en koeleplaats, beschermd tegen licht en zonnestralen. Het brandstofmengsel veroudert – alleen de hoe‐veelheid die nodig is voor enkele weken men‐gen. Het brandstofmengsel niet langer dan30 dagen bewaren. Door de inwerking van licht,zon, lage of hoge temperaturen kan het brand‐stofmengsel sneller onbruikbaar worden. STIHL MotoMix kan echter tot 5 jaar probleem‐loos worden bewaard. ► De jerrycan met brandstofmengsel voor hettanken goed schuddenWAARSCHUWINGIn de jerrycan kan zich druk opbouwen – de dopvoorzichtig losdraaien.
1 Apparaat voorbereiden547BA045 KN► De tankdop en de omgeving ervan voor hettanken reinigen zodat er geen vuil in de tankvalt► Het apparaat zo plaatsen, dat de tankdop naarboven is gericht7. 2 Schroef-tankdop opendraaien002BA447 KN► Tankdop linksom draaien tot deze van detankopening kan worden genomen► Tankdop wegnemen7. 3 TankenBij het tanken geen benzine morsen en de tankniet tot aan de rand vullen. STIHL adviseert hetSTIHL vulsysteem (speciaal toebehoren). Nederlands 7 Tanken50 0458-489-9421-B.
Voor het uitschakelen van het contactmoet de stopschakelaar (…) worden inge‐drukt – zie "Werking van de stopschakelaaren het contact"8.1.1 Werking van de stopschakelaar en hetcontactZodra de stopschakelaar wordt ingedrukt, wordthet contact uitgeschakeld en de motor afgezet.Na het loslaten veert de stopschakelaar automa‐tisch weer in de stand Bedrijf terug: Nadat demotor stilstaat, wordt in de stand Bedrijf het con‐tact weer automatisch ingeschakeld – de motoris startklaar en kan worden gestart.8.2 Motor starten► De dubbele handgreep in de werkstand klap‐pen – zie "Dubbele handgreep instellen"0000-GXX-0540-A04► Balg (4) van de hand-benzinepomp ten minste5-maal indrukken – ook als de balg met ben‐zine is gevuld8.2.1 Koude motor (koude start)0000-GXX-0539-A05► Chokeknop (5) indrukken en hierbij instand g draaien8.2.2 Warme motor (warme start)0000-GXX-0541-A058 Motor starten/afzetten Nederlands0458-489-9421-B 51
Gewichten aan elkezijdeExtra gewicht, totaal1 2 kg2 4 kgLET OPHet maximale extra gewicht is 4 kg. Nooit eenhoger extra gewicht monteren. Dit kan leiden totschade aan het apparaat. De multimotor is uitgerust met wielenAls de multimotor al is voorzien van wielen (spe‐ciaal toebehoren) – zie "Wielen" – zijn voor hetmonteren van de extra gewichten extra onderde‐len nodig. In dit geval het extra gewicht door een geautori‐seerde dealer laten monteren. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐zaamheden alleen door de STIHL dealer te latenuitvoeren. 10 WielenVoor het gemakkelijk vervoeren kan naderhandeen set wielen (speciaal toebehoren) op de mul‐timotor worden gemonteerd. Alleen originele STIHL wielen monteren. Hetgebruik van andere wielen kan leiden tot schadeaan het apparaat en persoonlijk letsel. 10.
1 Wielen monterenOp de multimotor is geen extra gewicht gemon‐teerdVoor het gemakkelijk monteren het motorappa‐raat zo draaien dat deze steunt op de handgre‐pen. 36469BA035 KN24177531► De beide hulzen (1) in het frame aanbrengen► Het frame op de flens schuiven► De bout (2) met de ring (3) door de boring (4)in de flens schuiven► De ring (3) aanbrengen en met de moer (5)vastdraaien► De arrêteerplaat (6) met de bouten (7) in deschroefdraadboringen op het frame bevesti‐gen – hierbij de arrêteerplaat in de richting vande draagbeugel drukken► De wielen moeten in de werkstand automa‐tisch naar beneden klappen, zo nodig demoer (5) een kwartslag losdraaienOp de multimotor is extra gewicht gemonteerdAls op de multimotor het extra gewicht (speciaaltoebehoren) – zie "Extra gewicht" – al is gemon‐teerd, zijn voor het monteren van de wielen extraonderdelen nodig.
Dit om te voorkomen dat de compo‐nenten op de motor (ontstekingssysteem, carbu‐rateur) door warmteophoping te zwaar wordenbelast.11.3 Na het werkAls het werk even wordt onderbroken: de motorlaten afkoelen. Het apparaat met lege benzine‐tank op een droge plaats, niet in de buurt vanontstekingsbronnen, opbergen tot het momentdat het apparaat weer wordt gebruikt. Bij langdu‐rige stilstand – zie "Apparaat opslaan".12 Luchtfilter vervangen12.1 Als het motorvermogen merk‐baar afneemt0000-GXX-0543-A012345►Chokeknop (1) in stand
► Aanslagschroef stationair toerental (LA) lang‐zaam rechtsom draaien, tot de motor gelijkma‐tig draait – het multigereedschap mag nietmeebewegenHet multigereedschap beweegt bij stationair toe‐rental mee► Aanslagschroef stationair toerental (LA)linksom draaien, tot het multigereedschap stilblijft staan, vervolgens 1/2 tot 3/4 slag indezelfde richting verder draaienWAARSCHUWINGAls het multigereedschap na de uitgevoerdeafstelling bij stationair toerental niet stil blijftstaan, het motorapparaat door een geautori‐seerde dealer laten repareren. 14 Vonkenrooster in uitlaat‐demperWAARSCHUWINGOm het risico van brand door ontsnappende hetedeeltjes te verminderen, mag het toestel nooitworden gebruikt met een ontbrekend of bescha‐digd vonkenrooster. Breng nooit wijzigingen aanin de uitlaatdemper of het vonkenrooster.
WAARSCHUWINGDe kap (1) beschermt de bougiesteker tegenbeschadigingen. Het apparaat niet zonder kaplaten draaien – een beschadigde kap vervangen. ► Kap (1) lostrekken► Bougiesteker (2) lostrekken► Bougie (3) laten afkoelen► Bougie (3) losdraaien15.
Mogelijke oorzaken zijn:–Te veel motorolie in de benzine–Vervuild luchtfilter–Ongunstige bedrijfsomstandigheden1000BA045 KNWAARSCHUWINGBij een niet vastgedraaide of ontbrekende aan‐sluitmoer (1) kunnen vonken worden gevormd.Als in een licht brandbare of explosieve omge‐ving wordt gewerkt, kunnen brand of explosiesontstaan.
Personen kunnen ernstig letsel oplo‐pen of er kan materiële schade ontstaan.► Ontstoorde bougies met een vaste aansluit‐moer monteren15.3 Bougie monteren► Bougie in de boring draaien► Bougiesteker op de bougie drukken4907BA016 KN1► Kap (1) zo op de bougiesteker drukken datdeze hiermee gelijkligt16 MotorkarakteristiekAls ondanks het gereinigde luchtfilter en de cor‐recte carburateurafstelling de motorkarakteristiekniet optimaal is, kan dit ook te wijten zijn aan deuitlaatdemper.De uitlaatdemper bij de geautoriseerde dealer opvervuiling (koolaanslag) laten controleren!STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐zaamheden alleen door de STIHL dealer te latenuitvoeren.17 Apparaat opslaanBij buitengebruikstelling vanaf ca.
30 dagen► De brandstoftank op een goed geventileerdeplaats aftappen en reinigen► De brandstof volgens ‑voorschrift en rekeninghoudend met de milieu-eisen opslaan► Als er een hand-benzinepomp beschikbaar is:hand-benzinepomp ten minste 5 keer indruk‐ken, voordat de motor wordt gestart► De motor en deze net zo lang stationair latendraaien tot de motor afslaat► Het apparaat goed schoonmaken, vooral decilinderribben en het luchtfilter► Het werktuig demonteren, schoonmaken encontroleren► Het apparaat op een droge en veilige plaatsopslaan. Beschermen tegen onbevoegdgebruik (bijv. door kinderen)0000-GXX-0551-A0Het ingeklapte apparaat kan met de steun aaneen haak worden opgehangen.16 Motorkarakteristiek Nederlands0458-489-9421-B 57
De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor alleschade die door het niet in acht nemen van deveiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwij‐zingen wordt veroorzaakt. Dit geldt in het bijzon‐der voor:–Niet door STIHL vrijgegeven wijzigingen aanhet product–Het gebruik van gereedschappen of toebeho‐ren die niet voor het apparaat zijn vrijgegeven,niet geschikt of kwalitatief minderwaardig zijn–Het niet volgens voorschrift gebruikmaken vanhet apparaat–Gebruik van het apparaat bij sportmanifesta‐ties of wedstrijden–Vervolgschade door het blijven gebruiken vanhet apparaat met defecte onderdelen19. 1 OnderhoudswerkzaamhedenAlle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigings‐voorschriften" vermelde werkzaamheden moetenregelmatig worden uitgevoerd. Voorzover dezeonderhoudswerkzaamheden niet door de gebrui‐ker zelf kunnen worden uitgevoerd, moeten dezeworden overgelaten aan een geautoriseerdedealer.
Als deze werkzaamheden niet of onvakkundigworden uitgevoerd kan er schade ontstaan waar‐voor de gebruiker zelf verantwoordelijk is. Hier‐toe behoren o. a. :–Schade aan de motor ten gevolge van niet tij‐dig of niet correct uitgevoerde onderhouds‐werkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter),verkeerde carburateurafstelling of onvol‐doende reiniging van de koelluchtgeleiding(inlaatsleuven, cilinderribben)–Corrosie- en andere vervolgschade tengevolge van onjuiste opslag19 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen Nederlands0458-489-9421-B 59.
–Schade aan het apparaat ten gevolge vangebruik van kwalitatief minderwaardige onder‐delen19.2 Aan slijtage onderhevigeonderdelenSommige onderdelen van het motorapparaatstaan ook bij gebruik volgens de voorschriftenaan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijkvan de toepassing en de gebruiksduur, tijdig wor‐den vervangen.
21. 5 Geluids- en trillingswaardenGedetailleerde gegevens m. b. t. de arbo-wetge‐ving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG ziewww. stihl. com/vibMultimotor met multigereedschapUitvoeringen van de multigereedschappen, zie"Vrijgegeven multigereedschappen". 21. 6 BF‑MM en BK‑MMVoor het bepalen van de geluids- en trillings‐waarden is rekening gehouden met het stationairtoerental en het nominale werktoerental in deverhouding 1:6. Geluiddrukniveau Lpeq volgens EN 70987 dB(A) Geluidsvermogenniveau Lw volgens EN 70996 dB(A) Trillingswaarde ahv,eq volgens EN 709HandgreeplinksHand‐greeprechtsBF‑MM:3,8 m/s24,4 m/s2BK‑MM:3,7 m/s24,0 m/s221. 7 FC‑MMVoor het bepalen van de geluids- en trillings‐waarden is rekening gehouden met het stationairtoerental en het nominale maximumtoerental inde verhouding 1:1.
Geluidsdrukniveau Lpeq volgens ISO‑1178991 dB(A) Geluidsvermogenniveau Lw volgens ISO 11789100 dB(A) Trillingswaarde ahv,eq volgens EN 11789HandgreeplinksHand‐greeprechtsFC‑MM:4,1 m/s25,1 m/s221. 8 KB‑MM, KW‑MMVoor het bepalen van de geluids- en trillings‐waarden is rekening gehouden met het stationairtoerental en het nominale maximumtoerental inde verhouding 1:6. Geluidsdrukniveau Lpeq volgens ISO‑1120194 dB(A) Geluidvermogensniveau Lw volgensEN ISO 3744102 dB(A)Trillingswaarde ahv,eq volgens ISO 20643HandgreeplinksHand‐greeprechtsKB‑MM:4,0 m/s24,1 m/s2KW‑MM:4,0 m/s24,1 m/s221. 9 MF‑MM en RL‑MMVoor het bepalen van de geluids- en trillings‐waarden is rekening gehouden met het stationairtoerental en het nominale maximumtoerental inde verhouding 1:6.
Geluiddrukniveau Lpeq volgens EN 13684MF‑MM: 94 dB(A)RL‑MM: 93 dB(A)Geluidsvermogenniveau Lw volgens EN 13684MF‑MM: 101 dB(A)RL‑MM: 102 dB(A)Trillingswaarde ahv,eq volgens EN 13864HandgreeplinksHand‐greeprechtsMF‑MM:4,1 m/s24,5 m/s2RL‑MM:4,1 m/s24,5 m/s2Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermo‐gensniveau bedraagt de K‑-waarde volgensRL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillings‐waarde bedraagt de K‑-waarde volgensRL 2006/42/EG = 2,0 m/s². 21. 10 REACHREACH staat voor een EG voorschrift voor deregistratie, klassificatie en vrijgave van chemica‐liën. Informatie met betrekking tot het voldoen aan hetREACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006 ziewww. stihl. com/reach21. 11 UitlaatgasemissiewaardeDe in de EU-typegoedkeuringsprocedure geme‐ten CO2-waarde staat weergegeven bijwww. stihl. com/co221 Technische gegevensNederlands0458-489-9421-B 61.
in de productspecifieken technische gegevens. De gemeten CO2-waarde werd op een represen‐tatieve motor volgens een genormeerde testpro‐cedure onder laboratoriumomstandighedenbepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impli‐ciete garantie van het vermogen van eenbepaalde motor. Door het in deze handleiding beschreven gebruikconform de voorschriften en onderhoud, wordtaan de geldende uitlaatgasemissie-eisen vol‐daan. Bij modificaties aan de motor vervalt detypegoedkeuring. 22 ReparatierichtlijnenDoor de gebruiker van dit apparaat mogen alleendie onderhouds- en reinigingswerkzaamhedenworden uitgevoerd die in deze handleiding staanbeschreven. Verdergaande reparaties mogenalleen door geautoriseerde dealers worden uit‐gevoerd. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐zaamheden alleen door de STIHL dealer te latenuitvoeren.
De STIHL dealers worden regelmatiggeschoold en hebben de beschikking over Tech‐nische informaties. Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdeleninbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijnvrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderde‐len. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukkenof schade aan de apparaat. STIHL adviseert originele STIHL onderdelen temonteren. Originele STlHL onderdelen zijn te herkennenaan het STlHL onderdeelnummer, aan het logo{ en, indien aanwezig, aan het STlHLonderdeellogo K (op kleine onderdelen kan ditlogo ook als enig teken voorkomen. ). 23 Milieuverantwoord afvoe‐renInformatie over de afvoer is verkrijgbaar bij degemeente of bij een STIHL dealer. Een onjuiste afvoer kan schadelijk zijn voor degezondheid en voor het milieu.
115D‑71336 WaiblingenDuitslandverklaart op eigen verantwoordelijkheid datConstructie: multimotorMerk: STIHLType: MM 56Serie-identificatie: 4604Cilinderinhoud:27,2 cm3voldoet aan de betreffende bepalingen van derichtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG en2014/30/EU en in overeenstemming met de tentijde van de productiedatum geldende versiesvan de volgende normen is ontwikkeld en gepro‐duceerd:EN ISO 12100, EN 55012, EN 61000‑6‑1 (incombinatie met de genoemde multigereedschap‐pen BF‑MM, BK‑MM, RL‑MM, FC‑MM, MF‑MM,KB‑MM, KW‑MM)De beschreven multimotor mag alleen in combi‐natie met de door STIHL voor deze multimotorvrijgegeven multigereedschappen in gebruik wor‐den genomen. Bewaren van technische documentatie:ANDREAS STIHL AG & Co. KGProduktzulassungHet productiejaar en het machinenummer staanvermeld op het apparaat. Waiblingen, 15-7-2021ANDREAS STIHL AG & Co.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Stihl MM 56 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Niet gecategoriseerd Stihl
Handleiding Niet gecategoriseerd
Nieuwste handleidingen voor Niet gecategoriseerd
