Stihl BR 450 C-EF Handleiding

Stihl Bladblazer BR 450 C-EF

Bekijk gratis de handleiding van Stihl BR 450 C-EF (88 pagina’s), behorend tot de categorie Bladblazer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 31 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Stihl BR 450 C-EF of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/88
BR 450, 450 C
2 - 21Gebrauchsanleitung
21 - 43Notice d’emploi
43 - 64Handleiding
64 - 85Istruzioni d’uso

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Stihl
Categorie: Bladblazer
Model: BR 450 C-EF
Gewicht: 11500 g
Soort: Rugzakblazer
Stroombron: Benzine
Vermogen: 2900 W
Draaghandvat: Ja
Luchtstroom: 1430 m³/uur
Geluidsdrukniveau: 102 dB
Vibratie emissie: 2.5 m/s²
Luchtsnelheid: 298.8 km/h
Luchtsnelheid (max): 356.4 km/h
Schouderband: Ja
Geluidsvermogensniveau: 108 dB

Handleiding Stihl BR 450 C-EF – volledige tekst

de leveringsomvang qua vorm, techniek en uit‐rusting behouden wij ons daarom ook voor. Aan gegevens en afbeeldingen in deze handlei‐ding kunnen dan ook geen aanspraken wordenontleend. 1. 3 SymbolenSymbolen die op het apparaat zijn aangebrachtworden in deze handleiding toegelicht. Afhankelijk van het apparaat en de uitrustingkunnen de volgende symbolen op het apparaatzijn aangebracht. Benzinetank; brandstofmengsel vanbenzine en motorolieHand-benzinepomp bedienenElektrostart bedienen2 Veiligheidsaanwijzingen enwerktechniekEr zijn speciale veiligheidsmaatrege‐len nodig bij het werken met eenmotorapparaat. De gehele gebruiksaanwijzing voorde eerste ingebruikneming aandach‐tig doorlezen en voor later gebruikgoed opbergen. Het veronachtzamenvan de gebruiksaanwijzing kan totlevensgevaarlijke situaties leiden. De nationale veiligheidsvoorschriften, bijv.

vanberoepsgroepen, sociale instanties, arbeidsin‐spectie en andere in acht nemen. Wie voor het eerst met het apparaat werkt: doorde verkoper of door een andere deskundigelaten uitleggen hoe men hiermee veilig kan wer‐ken – of deelnemen aan een cursus. Minderjarigen mogen niet met het apparaat wer‐ken – behalve jongeren boven de 16 aar dieonder toezicht leren met het apparaat te werken. Kinderen, huisdieren en toeschouwers opafstand houden. Als het apparaat niet wordt gebruikt, het appa‐raat zo neerzetten dat niemand in gevaar kanworden gebracht. Het apparaat zo opbergen datonbevoegden er geen toegang toe hebben. De gebruiker is verantwoordelijk voor ongevallendie andere personen of hun eigendommen over‐komen, resp. voor de gevaren waaraan dezeworden blootgesteld.

Het apparaat alleen meegeven of uitlenen aanpersonen die met dit model en het gebruik ervanvertrouwd zijn – altijd de gebruiksaanwijzingmeegeven. Het gebruik van geluid producerende apparatenkan door nationale alsook plaatselijke, lokalevoorschriften tijdelijk worden beperkt.

Het apparaat alleen dan in gebruik nemen alsalle componenten in goede staat verkeren. Voor het reinigen van het apparaat geen hoge‐drukreiniger gebruiken. Door de harde waters‐traal kunnen onderdelen van het apparaat wor‐den beschadigd. 2. 1 Toebehoren en onderdelenAlleen die onderdelen of toebehoren monterendie door STIHL voor dit apparaat zijn vrijgegevenof technisch gelijkwaardige onderdelen. Bij vra‐gen hierover contact opnemen met een geautori‐seerde dealer. Alleen hoogwaardige onderdelenof toebehoren monteren. Als dit wordt nagelaten,is er kans op ongelukken of schade aan deapparaat. STIHL adviseert originele STIHL onderdelen entoebehoren te monteren. Deze zijn qua eigen‐schappen optimaal op het product en de eisenvan de gebruiker afgestemd. Geen wijzigingen aan het apparaat aanbrengen– uw veiligheid kan hierdoor in gevaar wordengebracht.

Voor persoonlijke en materiële schadedie door het gebruik van niet-vrijgegeven aan‐bouwapparaten wordt veroorzaakt, is STIHL nietaansprakelijk. 2. 2 Lichamelijke gesteldheidWie met het apparaat werkt moet goed uitgerusten gezond zijn en een goede lichamelijke condi‐tie hebben. Wie zich om gezondheidsredenen niet maginspannen, moet zijn arts raadplegen of het wer‐ken met een motorapparaat mogelijk is. Alleen voor dragers van een pacemaker: het ont‐stekingsmechanisme van dit apparaat genereerteen zeer gering elektromagnetisch veld. Beïn‐vloeding van enkele typen pacemakers kan nietgeheel worden uitgesloten. Ter voorkoming vangezondheidsrisico's adviseert STIHL de behan‐Nederlands 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek44 0458-391-9421-B.

delend arts en de fabrikant van de pacemaker teraadplegen. Na gebruik van alcohol, medicijnen die het reac‐tievermogen beïnvloeden of drugs mag niet methet apparaat worden gewerkt. 2. 3 Gebruik conform de voorschrif‐tenMet de bladblazer kunnen bladeren, gras, papieren dergelijke, bijv. in parken, sportstadions, opparkeerplaatsen of inritten, bij elkaar worden"geveegd". De bladblazer is ook geschikt voorhet schoonblazen van jachtpaden in het bos. Geen voor de gezondheid schadelijke materialenwegblazen. Het gebruik van het apparaat voor andere doel‐einden is niet toegestaan en kan leiden tot onge‐lukken of defecten aan het apparaat. Geen wijzi‐gingen aan het product aanbrengen – ook dit kanleiden tot ongelukken of defecten aan het appa‐raat. 2. 4 Kleding en uitrustingDe voorgeschreven kleding en uitrusting dragenDe kleding moet doelmatig zijn enmag tijdens het werk niet hinderen.

Nauwsluitende kleding, combipak,geen stofjas. Geen kleding dragen met losse koor‐den, snoertjes, en banden, geensjaal, geen stropdas en geen siera‐den dragen die in de luchtaanzuigo‐peningen aan de zijkant en aan deonderzijde van de machine terechtkunnen komen. Lang haar in eenpaardenstaart binden en dusdanigvastmaken, dat het zich boven deschouders bevindt. Stevige schoenen met stroeve, slipvrije zolendragen. WAARSCHUWINGOm de kans op oogletsel te reduce‐ren een nauw aansluitende veilig‐heidsbril volgens de norm EN 166dragen. Erop letten dat de veilig‐heidsbril goed zit. "Persoonlijke" gehoorbescherming dragen –zoals bijv. oorkappen. STIHL biedt een omvangrijk programma aan per‐soonlijke beschermuitrusting. 2. 5 Apparaat vervoerenAltijd de motor afzetten.

Bij vervoer in voertuigen:–Het apparaat zo beveiligen dat het niet kanomvallen, worden beschadigd en er ook geenbenzine uit kan lopen2. 6 TankenBenzine is bijzonder licht ontvlambaar– uit de buurt blijven van open vuur –geen brandstof morsen – niet roken. Voor het tanken de motor afzetten.

Niet tanken zolang de motor nog heet is – debenzine kan overstromen – brandgevaar. Het apparaat voor het tanken van de rug nemen. Alleen tanken als het op de grond staat. De tankdop voorzichtig losdraaien, zodat deheersende overdruk zich langzaam kan afbou‐wen en er geen benzine uit de tank kan spuiten. Uitsluitend op een goed geventileerde plek tan‐ken. Als er benzine werd gemorst, het motorap‐paraat direct schoonmaken – de kleding niet inaanraking laten komen met de benzine – andersdirect andere kleding aantrekken. Op lekkages letten. Als er benzineweglekt de motor niet starten –levensgevaar door verbranding. Tank-schroefdopNa het tanken de schroef-tankdop zovast mogelijk aandraaien. Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tank‐dop door de motortrillingen losloopt en er ben‐zine wegstroomt. 2.

7 Voor het startenControleren of het apparaat in goede staat ver‐keert – het desbetreffende hoofdstuk in degebruiksaanwijzing in acht nemen:–Het brandstofsysteem op lekkage controleren,vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. detankdop, slangaansluitingen, hand-benzine‐pomp (alleen bij motorapparaten met hand-benzinepomp). Bij lekkages of beschadigingde motor niet starten – brandgevaar. Hetapparaat voor de ingebruikneming door eengeautoriseerde dealer laten repareren–De gashendel moet soepel bewegen en van‐zelf in de stationaire stand terugveren2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands0458-391-9421-B 45.

–De stelknop moet gemakkelijk in stand STOP,resp. 0 kunnen worden geplaatst–De blaasinrichting moet volgens voorschriftzijn gemonteerd–De handgrepen moeten schoon en droog, vrijvan olie en vuil zijn – belangrijk voor een vei‐lige bediening van het motorapparaat–Bougiesteker op vastzitten controleren –bij een loszittende steker kunnen vonken ont‐staan, hierdoor kan het vrijkomende benzine-luchtmengsel ontbranden – brandgevaar. –Geen wijzigingen aan de bedieningselemen‐ten en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen–Staat van het blaasventilatorhuis controleren–De staat van de draagriemen en het draagstelcontroleren – beschadigde of versleten draa‐griemen vervangenSlijtage aan het blaasventilatorhuis (scheurtjes,breuken) kan tot letsel leiden door naar buitentoe weggeslingerde voorwerpen.

Bij beschadigin‐gen aan het blaasventilatorhuis contact opne‐men met een geautoriseerde dealer – STIHLadviseert de STIHL dealerHet apparaat mag alleen in technisch goedestaat worden gebruikt – kans op ongelukken. In geval van nood: het snel losmaken van desluiting van de heupgordel, het losmaken van deschouderriem en het op de grond plaatsen vanhet apparaat oefenen. 2. 8 Motor startenMinstens op 3 meter van de plek waar werdgetankt en niet in een afgesloten ruimte. Het apparaat wordt door slechts één persoonbediend – geen andere personen toelaten in dedirecte werkomgeving – ook niet tijdens het star‐ten. De motor niet 'los uit de hand' starten – startenzoals in de gebruiksaanwijzing staat beschreven. Alleen op een vlakke ondergrond, op een stabi‐ele en veilige houding letten, het apparaat goedvasthouden.

Binnen een straal van 15 m mogen zich geenandere personen ophouden – kans op letsel doorweggeslingerde voorwerpen. Deze afstand ook ten opzichte van andere objec‐ten (auto's, ruiten) aanhouden – kans op materi‐ele schade. Nooit in de richting van personen ofdieren blazen – het apparaat kankleine voorwerpen met hoge snelheidomhoog slingeren – kans op letsel. Tijdens het blazen (in open terrein en in de tuin)op huisdieren letten, om deze niet in gevaar tebrengen. Het apparaat nooit onbeheerd laten draaien. Wees voorzichtig bij ijzel, regen, sneeuw, ijs, Wees voorzichtig bij werkzaamheden op hellin‐gen en in oneffen terrein – kans op uitglijden. Op obstakels letten: afval, boomstronken, wor‐tels, greppels – kans op struikelen. Niet op een ladder, niet op onstabiele plaatsenwerken.

Bij gebruik van gehoorbeschermers moet extraomzichtig en bedachtzaam worden gewerkt –omdat geluiden die op gevaar wijzen (schreeu‐wen, alarmsignalen e. d. ) minder goed hoorbaarzijn. Rustig en met overleg werken – alleen bij vol‐doende licht en goed zicht. Voorzichtig werken,anderen niet in gevaar brengen. Op tijd rustpauzes nemen om vermoeidheid enuitputting te voorkomen – kans op ongelukken. Het motorapparaat produceert giftigeuitlaatgassen, zodra de motor draait. Deze gassen kunnen geurloos enonzichtbaar zijn en onverbrande kool‐waterstoffen en benzol bevatten. Nooit in afgesloten of slecht geventi‐leerde ruimtes met het apparaat wer‐ken – ook niet bij machines met kata‐lysator. Bij het werken in greppels, slenken of op plaat‐sen met weinig ruimte, steeds voor voldoendeluchtventilatie zorgen – levensgevaar door vergif‐tiging. Bij misselijkheid, hoofdpijn, gezichtsstoornissen(bijv.

kleiner wordend blikveld), gehoorverlies,duizeligheid, afnemende concentratie, de werk‐zaamheden direct onderbreken – deze sympto‐men kunnen onder andere worden veroorzaaktdoor een te hoge uitlaatgasconcentratie – kansop ongelukken.

Niet roken tijdens het gebruik en in de directenabijheid van het apparaat – brandgevaar. Uithet brandstofsysteem kunnen ontvlambare ben‐zinedampen ontsnappen. Bij stofontwikkeling altijd een stofmasker dragen. Geluidsoverlast en uitlaatgasemissie zo veelmogelijk beperken – de motor niet onnodig latendraaien, alleen gas geven tijdens het werk. Het apparaat na de werkzaamheden op eenvlakke, niet-brandbare ondergrond neerzetten. Niet in de buurt van licht ontvlambare materialen(bijv. houtspanen, boomschors, droog gras,brandstof) neerzetten – brandgevaar. Als het apparaat niet volgens voorschrift (bijv. door geweld van buitenaf, door stoten of vallen)werd uitgeschakeld, voor het opnieuw in gebruiknemen beslist controleren of het apparaat in eenbedrijfszekere staat verkeert – zie ook "Voor hetstarten".

Vooral op lekkage van het brandstof‐systeem en de goede werking van de veilig‐heidsinrichtingen letten. Een niet-bedrijfszekerapparaat in geen geval verder gebruiken. Ingeval van twijfel contact opnemen met een geau‐toriseerde dealer. 2. 10 Bladblazer gebruiken0009BA001 KNHet apparaat wordt op de rug gedragen. Derechterhand bedient de blaaspijp via de bedie‐ningshandgreep. Alleen stapsgewijs voorwaarts werken – de lucht‐uitstroomopening van de blaaspijp altijd in hetoog houden – niet achteruit lopen – kans opstruikelen. Motor uitzetten alvorens het apparaat van de rugte nemen. 2. 11 WerktechniekVoor het minimaliseren van de blaastijd de harken bezem gebruiken om het vuil voor hetschoonblazen los te maken. –Indien nodig het schoon te blazen oppervlakmet water besproeien om sterke stofvormingte voorkomen.

Vuil voorzichtig wegblazen–Bij elkaar geveegd vuil in een vuilniscontainerafvoeren, niet op het perceel van de buurmanblazen–Motorapparaten alleen gedurende de werku‐ren gebruiken – niet 's ochtends vroeg, laat inde avond/nacht of tijdens de middagpauze, alsmensen er hinder van kunnen ondervinden. De lokaal voorgeschreven rusttijden aanhou‐den–De bladblazer laten draaien met een zo laagmogelijk motortoerental waarbij de blaascapa‐citeit voldoende is voor de werkzaamheden–De uitrusting voor de ingebruikneming contro‐leren, vooral de uitlaatdemper, de luchtaanzui‐gopeningen en het luchtfilter2. 12 TrillingenLangdurig gebruik van het motorapparaat kanleiden tot door trillingen veroorzaakte doorbloed‐ingsstoornissen aan de handen ("witte vingers"). Een algemeen geldende gebruiksduur kan nietworden vastgesteld, omdat deze van meerderefactoren afhankelijk is.

De gebruiksduur wordt verlengd door:–Warme handen–RustpauzesDe gebruiksduur wordt verkort door:–Bijzondere persoonlijke aanleg voor slechtedoorbloeding (kenmerk: vaak koude vingers,kriebelen)–Lage buitentemperaturen–De mate van kracht uitgeoefend door de han‐den (stevig beetpakken beïnvloedt de door‐bloeding nadelig)Bij regelmatig, langdurig gebruik van het motor‐apparaat en bij het herhaald optreden van debetreffende symptomen (bijv. vingers kriebelen)wordt een medisch onderzoek geadviseerd. 2. 13 Onderhoud en reparatiesHet motorapparaat regelmatig onderhouden. Alleen die onderhouds- en reparatiewerkzaam‐heden uitvoeren die in de handleiding staanbeschreven. Alle andere werkzaamheden latenuitvoeren door een geautoriseerde dealer. 2 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek Nederlands0458-391-9421-B 47.

STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐zaamheden alleen door de STIHL dealer te latenuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatiggeschoold en hebben de beschikking over Tech‐nische informaties. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Alsdit wordt nagelaten is er kans op ongelukken ofschade aan de handrugnevelspuit. Bij vragencontact opnemen met een geautoriseerde dea‐ler. STIHL adviseert originele STIHL onderdelen temonteren. Deze zijn qua eigenschappen opti‐maal op het apparaat en de eisen van de gebrui‐ker afgestemd. Voor reparatie-, onderhouds- en schoonmaak‐werkzaamheden altijd de motor afzetten – kansop letsel. – Uitzondering: afstelling carburateuren stationair toerental. De motor mag bij een losgetrokken bougiestekerof bij een losgedraaide bougie niet met behulpvan het startmechanisme worden getornd –brandgevaar door ontstekingsvonken buiten decilinder.

Het motorapparaat niet in de nabijheid van openvuur onderhouden en opslaan. De tankdop regelmatig op lekkage controleren. Alleen in goede staat verkerende, door STIHLvrijgegeven bougies – zie "Technische gege‐vens" – monteren. Bougiekabel controleren (goede isolatie, vasteaansluiting). Controleer of de uitlaatdemper in een goedestaat verkeert. Niet met een defecte of zonder uitlaatdemperwerken – brandgevaar. – Gehoorschade. De hete uitlaatdemper niet aanraken – gevaarvoor brandwonden. De staat van de antivibratie-elementen beïn‐vloedt het trillingsgedrag – de antivibratie-ele‐menten regelmatig controleren. Motor afzetten voor het opheffen van storingen. 3 Apparaat completeren3.

De blaasmond is een onderdeel datblootstaat aan slijtage, en moet worden vervan‐gen bij het bereiken van de slijtagemarkering.3.8 TransporthulpVoor opslaan en vervoer:► De blaaspijp met behulp van klittenband aande handgreepopening van de rugplaat bevesti‐gen4 Gaskabel afstellenNa de montage van het apparaat of na een lan‐gere gebruiksduur kan het nodig zijn de gaska‐belafstelling te corrigeren.De gaskabel alleen afstellen bij een compleetgemonteerd apparaat.Nederlands 4 Gaskabel afstellen50 0458-391-9421-B

002BA655 KN► Gashendel in de volgasstand plaatsen► De bout in de gashendel tot aan de eersteweerstand in de richting van de pijl draaien. Daarna nogmaals een halve slag verderindraaien5 Draagstel omdoen5. 1 Draagstel afstellen373BA003 KN► Riem naar beneden trekken, de riemen wor‐den strak getrokken5. 2 Draagstel losmaken373BA004 KN► Schuifklem opwippen► Het draagstel zo afstellen, dat de rugplaat ste‐vig en goed tegen de rug aan ligt6 BrandstofDe motor draait op een brandstofmengsel vanbenzine en motorolie. WAARSCHUWINGDirect huidcontact met brandstof en het inade‐men van brandstofdampen voorkomen. 6. 1 STIHL MotoMixSTIHL adviseert het gebruik van STIHL MotoMix. Dit kant-en-klare brandstofmengsel bevat geenbenzol, is loodvrij, kenmerkt zich door een hoogoctaangetal en biedt altijd de juiste mengverhou‐ding.

STIHL MotoMix is voor de langst mogelijkelevensduur van de motor gemengd metSTIHL tweetaktmotorolie HP Ultra. MotoMix is niet in alle exportlanden leverbaar. 6. 2 Brandstof mengenLET OPBrandstoffen die niet geschikt zijn of met eenafwijkende mengverhouding, kunnen leiden toternstige schade aan de motor. Benzine of motor‐olie van een mindere kwaliteit kan de motor,keerringen, leidingen en brandstoftank beschadi‐gen. 6. 2. 1 BenzineAlleen benzine van een gerenommeerd merkmet een octaangetal van minimaal 90 RONgebruiken – loodvrij of loodhoudend. Benzine met een alcoholpercentage van meerdan 10% kan bij motoren met handmatig instel‐bare carburateurs storingen veroorzaken,daarom mag deze benzine voor deze motorenniet worden gebruikt. Motoren met M-Tronic leveren met benzine meteen alcoholpercentage tot 27% (E27) het vollemotorvermogen. 6. 2.

2 MotorolieAls brandstof zelf wordt gemengd, mag alleeneen STIHL tweetaktmotorolie of een anderehoogwaardige motorolie van de klasse JASO FB,JASO FC, JASO FD, ISO-L-EGB, ISO-L-EGC ofISO-L-EGD worden gebruikt.

6.2.3 MengverhoudingBij STIHL tweetaktmotorolie 1:50;1:50 = 1 deel olie + 50 delen benzine6.2.4 VoorbeeldenHoeveelheid ben‐zineSTIHL tweetakt‐olie 1:50Liter Liter (ml)1 0,02 (20)5 0,10 (100)10 0,20 (200)15 0,30 (300)20 0,40 (400)25 0,50 (500)► In een voor brandstof vrijgegeven jerrycaneerst motorolie bijvullen en vervolgens ben‐zine en goed mengen6.3 Brandstofmengsel opslaanBenzine alleen bewaren in voor brandstof vrijge‐geven jerrycans op een veilige, droge en koeleplaats, beschermd tegen licht en zonnestralen.Het brandstofmengsel veroudert – alleen de hoe‐veelheid die nodig is voor enkele weken men‐gen. Het brandstofmengsel niet langer dan30 dagen bewaren.

Door de inwerking van licht,zon, lage of hoge temperaturen kan het brand‐stofmengsel sneller onbruikbaar worden.STIHL MotoMix kan echter tot 5 jaar probleem‐loos worden bewaard.► De jerrycan met brandstofmengsel voor hettanken goed schuddenWAARSCHUWINGIn de jerrycan kan zich druk opbouwen – de dopvoorzichtig losdraaien.► De benzinetank en de jerrycan regelmatiggrondig reinigenDe restbrandstof en de voor de reiniginggebruikte vloeistof volgens voorschrift en milieu‐bewust opslaan en afvoeren!7 Tanken 7.1 Apparaat voorbereiden0002BA086 KN► De tankdop en de omgeving ervan voor hettanken reinigen zodat er geen vuil in de tankvalt► Het apparaat zo neerleggen dat de tankdopnaar boven is gericht7.2 Schroef-tankdop opendraaien002BA447 KN► Tankdop linksom draaien tot deze van detankopening kan worden genomen► Tankdop wegnemen7.3 TankenBij het tanken geen benzine morsen en de tankniet tot aan de rand vullen.

8 Ter informatie voor hetstarten8.1 Standen van de stelknop1230014BA001 AS1 Stelknop2 Gashendel3 Startschakelaar (alleen BR 450 C)Motor stop 0 – ontstekingssysteem wordt onder‐broken, motor slaat af. De stelknop wordt in dezestand niet vergrendeld, maar veert terug.Werkstand F – de motor draait of kan wordengestart.

Traploze verstelling van de gashendelmogelijk.0416BA013 KN21Traploos standgas – de gashendel kan traploosworden versteld: Stelknop (1) zover naar bovenschuiven, tot het gewenste toerental is bereikt.Voor het ontgrendelen de stelknop weer in dewerkstand F plaatsen9 Motor starten/afzetten9.1 Motor starten► Veiligheidsvoorschriften in acht nemenLET OPHet apparaat alleen op een schone en stofvrijeondergrond starten, zodat er geen stof door hetapparaat wordt aangezogen.0416BA011 KN►De stelknop moet in stand F staan0009BA012 KNHLAL► De balg van de hand-benzinepomp ten minste8-maal indrukken – ook als de balg met ben‐zine is gevuld9.1.1 Koude motor (koude start)0009BA013 KN►De chokeknop indrukken en in stand cdraaien8 Ter informatie voor het starten Nederlands0458-391-9421-B 53

9.1.2 Warme motor (warme start)0009BA014 KN►De chokeknop indrukken en in stand odraaienDeze instelling geldt ook als de motor al evenheeft gedraaid, maar nog koud is.9.1.3 Starten0009BA028 KN► Het apparaat zo op de grond plaatsen dat hetstabiel staat – erop letten dat de uitstroomope‐ning niet op personen is gericht► Een stabiele houding aannemen: het apparaatmet de linkerhand op het huis vasthouden enmet een voet ervoor zorgen dat het apparaatniet wegschuift► Met de rechterhand de starthandgreep lang‐zaam tot aan de eerst voelbare aanslag uit‐trekken – en vervolgens snel en krachtig ver‐der trekken – het startkoord niet tot aan hetuiteinde uittrekken – kans op breuk!► De starthandgreep niet terug laten schieten –maar laten vieren zodat het startkoord correctkan worden opgerold► Verder starten tot de motor draait9.1.4 Motor elektrisch starten (BR 450 C)Het apparaat is voor het comfortabel en gemak‐kelijk starten uitgerust met de STIHL Elektrostart.De STIHL Elektrostart bestaat in principe uit devolgende componenten:–oplaadbare accu, geïntegreerd in het regelap‐paraat–startmechanisme met startmotor en startrond‐sel–startknopDe accu voorziet de motor van de voor het star‐ten benodigde energie.De accu wordt tijdens het draaien van het appa‐raat geladen – het apparaat is daardoor steedsstartbereid.De accu kan niet worden verwisseld – de accu isgeïntegreerd in het regelapparaat.Als het apparaat bij temperaturen < 0 °C wordtopgeslagen, kan dit zo ver afkoelen dat hetapparaat om de accu te beschermen niet kanworden gestart.Het apparaat moet dan met de hand wordengestart.0014BA005 AS► Het apparaat stabiel op de grond plaatsen –erop letten dat de blaasmond niet op personenof voorwerpen is gericht► Een stabiele houding aannemen: het apparaatmet de linkerhand op de handgreep vasthou‐den en met de rechterhand de bedienings‐handgreep vastpakkenAlternatief:Nederlands 9 Motor starten/afzetten54 0458-391-9421-B

0014BA004 AS► Het apparaat op de rug nemen – erop lettendat de blaasmond niet op personen of voor‐werpen is gericht0014BA002 AS12► Startschakelaar naar beneden schuiven► Startschakelaar indrukken9.2 Zodra de motor draait20416BA012 KN► Gashendel (2) indrukken0009BA017 KN► De chokeknop springt bij het indrukken van degashendel automatisch in de werkstand e9.2.1 Bij zeer lage temperaturen► Iets gas geven – de motor even warm latendraaien9.3 Motor afzetten0416BA016 KN► Stelknop (1) in stand 0 schuiven – de motorslaat af – de stelknop veert na de bedieningterug9.4 Verdere aanwijzingen metbetrekking tot het startenDe Elektrostart functioneert niet► Temperatuur beneden 0°C, de Elektrostart isgedeactiveerd – apparaat met de hand starten► De accu van de Elektrostart is leeg – apparaatmet de hand startenDe motor slaat in de koudestartstand c of bijhet accelereren af►Chokeknop in stand o draaien – verder star‐ten tot de motor draaitDe motor start niet in de warmestartstand o►Chokeknop in stand c draaien – verder star‐ten tot de motor draaitDe motor slaat niet aan► Controleren of alle bedieningselementen cor‐rect zijn afgesteld► Controleren of de tank met benzine is gevuld,zo nodig tanken9 Motor starten/afzetten Nederlands0458-391-9421-B 55

► Controleren of de bougiesteker stevig op debougie is gedrukt► Startprocedure herhalenAlle benzine werd verbruikt► Na het tanken de balg van de hand-benzine‐pomp ten minste 8-maal indrukken – ook alsde balg met benzine is gevuld► De chokeknop afhankelijk van de motortempe‐ratuur instellen► Motor opnieuw starten10 Gebruiksvoorschriften10.1 Tijdens de werkzaamhedenDe motor nog even stationair laten draaien als hijvoordien lange tijd onder vollast heeft gedraaid,tot de meeste warmte door de koelluchtstroom isafgevoerd. Dit om te voorkomen dat de compo‐nenten op de motor (ontstekingssysteem, carbu‐rateur) door warmteophoping te zwaar wordenbelast.10.2 Na de werkzaamhedenAls het werk even wordt onderbroken: de motorlaten afkoelen. Het apparaat met lege benzine‐tank op een droge plaats, niet in de buurt vanontstekingsbronnen, opbergen tot het momentdat het apparaat weer wordt gebruikt.

Bij langdu‐rige stilstand – zie "Apparaat opslaan".11 Luchtfilter vervangenVervuilde luchtfilters reduceren het motorvermo‐gen, verhogen het benzineverbruik en bemoeilij‐ken het starten.11.1 Als het motorvermogen merk‐baar afneemt10002BA088 KN12►De chokeknop in stand c draaien► Bouten (1) losdraaien► Filterdeksel (2) wegnemen0002BA089 KN3► Filter (3) wegnemen► Vervuilde of beschadigde filters vervangen► Een nieuw filter in het filterhuis aanbrengen► Filterdeksel aanbrengen► De schroeven aanbrengen en vastdraaien12 Carburateur afstellen12.1 BasisinformatieDe carburateur is af fabriek op de standaardaf‐stelling afgesteld.De carburateur is zo afgesteld dat de motoronder alle bedrijfsomstandigheden wordt voor‐zien van een optimaal benzine-luchtmengsel.Nederlands 10 Gebruiksvoorschriften56 0458-391-9421-B

13.1 Bougie uitbouwen20002BA049 KN► De bougiesteker (1) verticaal naar boven toelostrekken► De bougie (2) losdraaien13.2 Bougie controleren000BA039 KNA► Vervuilde bougie reinigen► Elektrodeafstand (A) controleren en zo nodigafstellen, waarde voor elektrodeafstand – zie"Technische gegevens"► Oorzaken van de vervuiling van de bougieopheffenMogelijke oorzaken zijn:–Te veel motorolie in de benzine–Vervuild luchtfilter–Ongunstige bedrijfsomstandigheden1000BA045 KNWAARSCHUWINGBij een niet vastgedraaide of ontbrekende aan‐sluitmoer (1) kunnen vonken worden gevormd.Als in een licht brandbare of explosieve omge‐ving wordt gewerkt, kunnen brand of explosiesontstaan.

Personen kunnen ernstig letsel oplo‐pen of er kan materiële schade ontstaan.► Ontstoorde bougies met een vaste aansluit‐moer monteren13.3 Bougie monteren► Bougie in de boring schroeven en de bougies‐teker hierop vastdrukken14 MotorkarakteristiekAls ondanks het gereinigde luchtfilter en de cor‐recte carburateurafstelling de motorkarakteristiekniet optimaal is, kan dit ook te wijten zijn aan deuitlaatdemper.De uitlaatdemper bij de geautoriseerde dealer opvervuiling (koolaanslag) laten controleren!STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐zaamheden alleen door de STIHL dealer te latenuitvoeren.15 Apparaat opslaanBij buitengebruikstelling vanaf ca.

30 dagen► De benzinetank op een goed geventileerdeplaats aftappen en reinigen► De brandstof volgens de voorschriften en mili‐euwetgeving afvoeren► Als er een hand-benzinepomp beschikbaar is:hand-benzinepomp ten minste 5 keer indruk‐ken, voordat de motor wordt gestart► De motor en deze net zo lang stationair latendraaien tot de motor afslaat► Het apparaat goed schoonmaken, vooral decilinderribben en het luchtfilter► Het apparaat op een droge en veilige plaatsopslaan. Beschermen tegen onbevoegdgebruik (bijv. door kinderen)Nederlands 14 Motorkarakteristiek58 0458-391-9421-B

Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op nor‐male bedrijfsomstandigheden. Onder zwareomstandigheden (veel stofoverlast enz. ) en bij lan‐gere dagelijkse werktijden dienen de gegeven inter‐vallen navenant te worden verkort. Voor begin van de werkzaamhedenNa beëindigen van de werkzaamheden, resp. dagelijksNa elke tankvullingWekelijksMaandelijksJaarlijksBij storingenBij beschadigingIndien nodigBeschermrooster voor deluchtaanzuigopeningcontroleren X Xreinigen XGaskabel afstellen XVeiligheidssticker vervangen X1)STIHL adviseert de STIHL dealer17 Slijtage minimaliseren enschade voorkomenHet aanhouden van de voorschriften in dezehandleiding voorkomt overmatige slijtage enschade aan het apparaat. Gebruik, onderhoud en opslag van het apparaatmoeten net zo zorgvuldig plaatsvinden als staatbeschreven in de handleiding.

De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor alleschade die door het niet in acht nemen van deveiligheids-, bedienings- en onderhoudsaanwij‐zingen wordt veroorzaakt. Dit geldt in het bijzon‐der voor:–Niet door STIHL vrijgegeven wijzigingen aanhet product–Het gebruik van gereedschappen of toebeho‐ren die niet voor het apparaat zijn vrijgegeven,niet geschikt of kwalitatief minderwaardig zijn–Het niet volgens voorschrift gebruikmaken vanhet apparaat–Gebruik van het apparaat bij sportmanifesta‐ties of wedstrijden–Vervolgschade door het blijven gebruiken vanhet apparaat met defecte onderdelen17. 1 OnderhoudswerkzaamhedenAlle in het hoofdstuk "Onderhouds- en reinigings‐voorschriften" vermelde werkzaamheden moetenregelmatig worden uitgevoerd. Voorzover dezeonderhoudswerkzaamheden niet door de gebrui‐ker zelf kunnen worden uitgevoerd, moeten dezeworden overgelaten aan een geautoriseerdedealer.

Als deze werkzaamheden niet of onvakkundigworden uitgevoerd kan er schade ontstaan waar‐voor de gebruiker zelf verantwoordelijk is. Hier‐toe behoren o. a. :–Schade aan de motor ten gevolge van niet tij‐dig of niet correct uitgevoerde onderhouds‐werkzaamheden (bijv. lucht- en benzinefilter),verkeerde carburateurafstelling of onvol‐doende reiniging van de koelluchtgeleiding(inlaatsleuven, cilinderribben)–Corrosie- en andere vervolgschade tengevolge van onjuiste opslagNederlands 17 Slijtage minimaliseren en schade voorkomen60 0458-391-9421-B.

–Schade aan het apparaat ten gevolge vangebruik van kwalitatief minderwaardige onder‐delen17.2 Aan slijtage onderhevige delenSommige onderdelen van het motorapparaatstaan ook bij gebruik volgens de voorschriftenaan normale slijtage bloot en moeten, afhankelijkvan de toepassing en de gebruiksduur, tijdig wor‐den vervangen.

Inhoud benzinetank:1700 cm3 (1,7 l)19. 4 BlaascapaciteitBlaaskracht: 28 NLuchtsnelheid: 83 m/sLuchtdebiet:1090 m3/hmaximale luchtsnelheid:99 m/sMaximale doorzet (zonder blaas‐mechanisme):1430 m3/h19. 5 GewichtBR 450: 10,6 kgBR 450 C: 11,5 kg19. 6 Geluids- en trillingswaardenVoor het bepalen van de geluids- en trillings‐waarden is rekening gehouden met het stationairtoerental en het nominale maximumtoerental inde verhouding 1:6. Gedetailleerde gegevens m. b. t. de arbo-wetge‐ving voor wat betreft trillingen 2002/44/EG ziewww. stihl. com/vib19. 7 Geluiddrukniveau Lpeq volgensDIN EN ISO 22868BR 450: 102dB(A)BR 450 C: 102dB(A)19. 8 Geluidvermogensniveau Lweqvolgens DIN EN ISO 22868BR 450: 108dB(A)BR 450 C: 108dB(A)19. 9 Trillingswaarde ahv,eq volgensDIN EN ISO 2286719. 9. 1 Standaard-uitvoering Hand‐greeprechtsBR 450:2,5 m/s2BR 450 C:2,5 m/s219. 9.

2 Uitvoering met dubbele handgreep HandgreeplinksHand‐greeprechtsBR 450:2,5 m/s22,5 m/s2BR 450 C:2,5 m/s22,5 m/s2Voor het geluiddrukniveau en het geluidvermo‐gensniveau bedraagt de K‑-waarde volgensRL 2006/42/EG = 2,0 dB(A); voor de trillings‐waarde bedraagt de K‑-waarde volgensRL 2006/42/EG = 2,0 m/s². 19. 10 REACHREACH staat voor een EG voorschrift voor deregistratie, klassificatie en vrijgave van chemica‐liën. Informatie met betrekking tot het voldoen aan hetREACH voorschrift (EG) nr. 1907/2006 ziewww. stihl. com/reach19. 11 UitlaatgasemissiewaardeDe in de EU-typegoedkeuringsprocedure geme‐ten CO2-waarde staat weergegeven bijwww. stihl. com/co2in de productspecifieken technische gegevens.

De gemeten CO2-waarde werd op een represen‐tatieve motor volgens een genormeerde testpro‐cedure onder laboratoriumomstandighedenbepaald en vormt geen uitdrukkelijke of impli‐ciete garantie van het vermogen van eenbepaalde motor. Door het in deze handleiding beschreven gebruikconform de voorschriften en onderhoud, wordtaan de geldende uitlaatgasemissie-eisen vol‐daan.

Bij modificaties aan de motor vervalt detypegoedkeuring. 20 ReparatierichtlijnenDoor de gebruiker van dit apparaat mogen alleendie onderhouds- en reinigingswerkzaamhedenworden uitgevoerd die in deze handleiding staanbeschreven. Verdergaande reparaties mogenalleen door geautoriseerde dealers worden uit‐gevoerd. STIHL adviseert onderhouds- en reparatiewerk‐zaamheden alleen door de STIHL dealer te latenuitvoeren. De STIHL dealers worden regelmatiggeschoold en hebben de beschikking over Tech‐nische informaties. Bij reparatiewerkzaamheden alleen onderdeleninbouwen die door STIHL voor dit apparaat zijnvrijgegeven of technisch gelijkwaardige onderde‐len. Alleen hoogwaardige onderdelen monteren. Als dit wordt nagelaten is er kans op ongelukkenof schade aan de apparaat. STIHL adviseert originele STIHL onderdelen temonteren. Nederlands 20 Reparatierichtlijnen62 0458-391-9421-B.

Originele STlHL onderdelen zijn te herkennenaan het STlHL onderdeelnummer, aan het logo{ en, indien aanwezig, aan het STlHLonderdeellogo K (op kleine onderdelen kan ditlogo ook als enig teken voorkomen. ). 21 Milieuverantwoord afvoe‐renInformatie over de afvoer is verkrijgbaar bij degemeente of bij een STIHL dealer. Een onjuiste afvoer kan schadelijk zijn voor degezondheid en voor het milieu. 000BA073 KN► De STIHL producten inclusief de verpakkingvolgens de plaatselijke voorschriften bij eengeschikt verzamelpunt voor recycling inleve‐ren. ► Niet bij het huisvuil afvoeren. 22 EU-conformiteitsverklaringANDREAS STIHL AG & Co. KGBadstr.

115D-71336 WaiblingenDuitslandverklaart op eigen verantwoordelijkheid datConstructie: BladblazerMerk: STIHLType: BR 450 BR 450 CSerie-identificatie: 4244Cilinderinhoud:63,3 cm3voldoet aan de betreffende bepalingen van derichtlijnen 2011/65/EU, 2006/42/EG, 2014/30/EUen 2000/14/EG en in overeenstemming met deten tijde van de productiedatum geldende ver‐sies van de volgende normen is ontwikkeld engeproduceerd:EN ISO 12100, EN 15503, EN 55012,EN 61000‑6‑1Voor het bepalen van het gemeten en het gega‐randeerde geluidsvermogenniveau werd volgensrichtlijn 2000/14/EG, bijlage V, onder toepassingvan de norm ISO 11094 gehandeld. Gemeten geluidsvermogenniveauBR 450: 107 dB(A)BR 450 C: 107 dB(A)Gegarandeerd geluidsvermogenniveauBR 450: 109 dB(A)BR 450 C: 109 dB(A)Bewaren van technische documentatie:ANDREAS STIHL AG & Co.

pment for use Outdoors Regulations 2001 en inovereenstemming met de ten tijde van de pro‐ductiedatum geldende versies van de volgendenormen is ontwikkeld en geproduceerd:EN ISO 12100, EN 15503, EN 55012,EN 61000‑6‑1Voor het bepalen van het gemeten en het gega‐randeerde geluidsvermogenniveau werd gehan‐deld volgens de Britse richtlijn Noise Emission inthe Environment by Equipment for use OutdoorsRegulations 2001, Schedule 8 of met gebruikma‐king van norm ISO 11094. Gemeten geluidsvermogenniveauBR 450: 107 dB(A)BR 450 C: 107 dB(A)Gegarandeerd geluidsvermogenniveauBR 450: 109 dB(A)BR 450 C: 109 dB(A)Bewaren van technische documentatie:ANDREAS STIHL AG & Co. KGHet productiejaar en het machinenummer staanvermeld op het apparaat. Waiblingen, 15-7-2021ANDREAS STIHL AG & Co. KGBij volmachtDr. Jürgen HoffmannHoofd van de afdeling productgoedkeuring, -regelgevingIndice1Per queste Istruzioni d’uso.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Stihl BR 450 C-EF stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden