Stiebel Eltron WPL-A 10 HK 400 Premium Handleiding

Stiebel Eltron Warmtepomp WPL-A 10 HK 400 Premium

Bekijk gratis de handleiding van Stiebel Eltron WPL-A 10 HK 400 Premium (40 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 33 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Stiebel Eltron WPL-A 10 HK 400 Premium of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
Lucht-water-warmtepomp2
WPL-A 10 HK 400 Premium
WPL-A 13 HK 400 Premium
Dieses Produkt ist nur für gut isolierte Räume oder
für den gelegentlichen Gebrauch geeignet.
This product is only suitable for well insulated
spaces or occasional use.
Ce produit convient uniquement aux locaux bien
isolés ou à un usage occasionnel.
Dit product is alleen geschikt voor goed geïsoleer-
de ruimtes of voor occasioneel gebruik.
Tento výrobek je vhodný pouze pro dobře izolo-
vané prostory nebo příležitostné použití.
Tento produkt je určený len do dobre izolovaných
priestorov alebo len na príležitostné použitie.
Produkt nadaje się wyłącznie do dobrze zaizolo-
wanych pomieszczeń lub do okazjonalnego kor-
zystania.
A termék kizárólag megfelelően szigetelt helyisé-
gekben vagy alkalomszerűen használható.
Gebruik en Installatie

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Stiebel Eltron
Categorie: Warmtepomp
Model: WPL-A 10 HK 400 Premium

Handleiding Stiebel Eltron WPL-A 10 HK 400 Premium – volledige tekst

Bijzondere infowww. stiebel-eltron. com WPL-A HK 400 Premium | 31 Bijzondere info– Het toestel kan door kinderen vanaf 8jaar,alsook door personen met fysieke, zintuiglij-ke of geestelijke beperkingen of met een ge-brek aan ervaring en kennis gebruikt wor-den op voorwaarde dat er iemand toezichthoudt, of dat ze onderricht zijn hoe ze hettoestel veilig moeten gebruiken en begrij-pen welke gevaren hiermee gepaard gaan. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht het toestelniet reinigen noch gebruikersonderhoudsta-ken uitvoeren. – Neem bij de installatie alle nationale en re-gionale voorschriften en bepalingen in acht. – Aansluiting op het elektriciteitsnet is alleenals vaste aansluiting toegestaan. Het toestelmoet van het elektriciteitsnet kunnen wor-den losgekoppeld.

– Houd de minimumafstanden aan om eenstoringsvrije werking van het toestel tewaarborgen en onderhoudswerkzaamhedenaan het toestel mogelijk te maken. – Nadat het toestel spanningsvrij is gescha-keld, kan het toestel nog gedurende 5minu-ten onder spanning staan, omdat de con-densatoren op de inverter nog moeten ont-laden. 2 Algemene aanwijzingenLees deze handleiding voor gebruik zorgvuldig dooren bewaar deze. Overhandig de handleiding eventueel met het toe-stel. 2. 1 Symbolen in dit documentSymbool BetekenisDit symbool geeft mogelijke materiële schade, toe-stelschade, gevolgschade of milieuschade weer. Algemene aanwijzingen worden aangeduid met hethiernaast afgebeelde symbool. Dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. Dit symbool toont de voorwaarden waaraan moetenworden voldaan voordat u de volgende stappen kuntuitvoeren. Dit symbool toont een resultaat of tussenresultaat.

Deze symbolen tonen het niveau van het software-menu (in dit voorbeeld niveau3). Dit symbool toont een verwijzing naar het bijbeho-rende paginanummer (in dit voorbeeld pagina11). 2. 2 Symbolen op het toestelSymbool BetekenisMoeilijk ontvlambaar koudemiddel2.

Wij willen in onze documentatie alle geslachten aan-spreken, betrekken en zichtbaar maken. 2. 4 MeeteenhedenTenzij anders vermeld, worden alle afmetingen in millimeteraangegeven. 2. 5 Bijbehorende documenten– Handleidingen van de warmtepompmanager– Bedienings- en installatiehandleidingen van alle compo-nenten die tot de installatie behoren2. 6 Prestatiegegevens conform normToelichting voor de bepaling en interpretatie van de aangegevenprestatiegegevens conform de norm. EN 14511De met name in tekst, grafieken en het technisch blad vermeldeprestatiegegevens zijn berekend conform de meetomstandighe-den van de in de titel van deze paragraaf aangeduide norm. Daarbij gaat het afwijkend van deze norm bij de prestatiegege-vens voor lucht-water inverter warmtepompen bij brontempera-turen > -7°C om gedeeltelijke belastingwaarden.

Lichamelijk letsel VOORZICHTIGSoort en bron van het gevaarGevolg(en) wanneer de waarschuwing wordt gene-geerdu Maatregel(en) voor het afwenden van het gevaarMateriële schade, gevolgschade, milieuschadeLET OPSoort en bron van het gevaarGevolg(en) wanneer de waarschuwing wordt gene-geerdu Maatregel(en) voor het afwenden van het gevaar3. 1. 2 Ingebedde waarschuwingenIngebedde waarschuwingen gelden alleen voor de daarop vol-gende handelingsstap. uTREFWOORD: gevolg(en) wanneer de waarschuwing wordtgenegeerd. Maatregel(en) voor het afwenden van het ge-vaar. Handelingsstap waarop de waarschuwing betrekkingheeft3. 1. 3 Verklaring van de symbolenSymbool Soort gevaarLetselElektrische schokVerbranding, verschroeiing3. 1. 4 TrefwoordenTref-woordBetekenisGEVAAR Aanwijzingen die leiden tot overlijden of zware let-sels, wanneer deze niet in acht worden genomen.

WAAR-SCHU-WINGAanwijzingen die kunnen leiden tot overlijden ofzware letsels, wanneer deze niet in acht worden ge-nomen. VOOR-ZICHTIGAanwijzingen die kunnen leiden tot middelmatigzwaar of licht letsel, wanneer deze niet in acht wor-den genomen. Tref-woordBetekenisLET OP Aanwijzingen die kunnen leiden tot materiële scha-de, gevolgschade of milieuschade, wanneer dezeniet in acht worden genomen. 3. 2 Reglementair gebruikHet toestel is bestemd om ruimten te verwarmen en te koelenbinnen het werkingsgebied.

Het product is bestemd voor gebruik in een huishoudelijke om-geving. Het kan op een veilige manier worden bediend doorniet-geïnstrueerde personen. In een niet-huishoudelijke omge-ving, bijv. in een kleine onderneming, kan het product ook wor-den gebruikt, mits het gebruik op dezelfde wijze gebeurt. Bij reglementair gebruik hoort ook het in acht nemen van dezehandleiding evenals de handleidingen voor het gebruikte toebe-horen. 3. 3 Voorzienbaar verkeerd gebruikDe warmtepomp is niet geschikt voor continue koelwerking hethele jaar door. 3. 4 VeiligheidsinstructiesLichamelijk letsel– Wanneer u het toestel niet correct installeert en elektrischaansluit, kunnen personen gekwetst raken. Alleen een in-stallateur mag de elektrische installatie en de installatie vanhet toestel uitvoeren. – Wanneer u het toestel onvolledig installeert, is het veiligegebruik niet gewaarborgd.

Gebruik het toestel alleen alshet volledig geïnstalleerd is en als alle veiligheidsvoorzie-ningen aangebracht zijn. – Wanneer de behuizing tijdens de werking is geopend of hetdeksel niet is bevestigd, bestaat er letselgevaar. Gebruik hettoestel alleen met gesloten behuizing en deksel. – Ongeschikte reserveonderdelen en accessoires kunnen deveiligheid van de gebruiker en het product nadelig beïn-vloeden. Gebruik alleen originele vervangingsonderdelenen origineel toebehoren. Materiële schade, gevolgschade, milieuschade– Vervuilde omgevingslucht kan het toestel beschadigen. Be-scherm het toestel tegen stof en vuil tijdens de bouwfase. 4 ToestelbeschrijvingHet toestel is een lucht-water-warmtepomp bedoeld voor op-stelling buiten. Er wordt op een laag temperatuurniveau warm-te aan de buitenlucht onttrokken, die dan op een hoger tempe-ratuurniveau wordt afgegeven aan het verwarmingswater.

Om de verwarmingsmodus en de beschikbaarheid vaneen hoge watertemperatuur te waarborgen, kan tijdens de mo-no-energetische werking de elektrische nood-/bijverwarmingals extra warmteopwekker worden geactiveerd mits de buiten-temperatuur onder het bivalentiepunt ligt. Wanneer aan dewarmtepomp een defect is, kan de elektrische nood-/bijverwar-ming worden gebruikt om verwarming tijdens deze periode totaan de reparatie te overbruggen. Het toestel beschikt over een vorstbescherming van de verbin-dingsleidingen. De geïntegreerde vorstbeveiligingsschakelingactiveert bij een lagere condensortemperatuur dan 8 °C auto-matisch de circulatiepomp in het warmtepompcircuit voor circu-.

Toestelbeschrijvingwww. stiebel-eltron. com WPL-A HK 400 Premium | 5latie in de watervoerende leidingen. Wanneer de temperatuurin het buffervat daalt, wordt uiterlijk bij onderschrijden van 5°Cautomatisch de warmtepomp ingeschakeld. Het apparaat kan ook samen met een tweede warmtegeneratorworden gebruikt. Bij bivalente werking kan de warmtepompworden doorgestroomd met het retourwater van de tweedewarmtegenerator. De temperatuur van het retourwater mag niethoger zijn dan 60°C. Dit apparaat heeft tevens de volgende eigenschappen:– Geschikt voor oppervlakte- en radiatorverwarming. – In combinatie met een oppervlakteverwarmingssysteem kanmet het toestel worden gekoeld. – Haalt zelfs bij een -20°C buitentemperatuur nog warmte uitde buitenlucht. – Tegen corrosie beschermd, buitenste bekledingsdelen vanverzinkte staalplaat, bovendien gemoffeld.

– Bevat alle componenten die voor de werking nodig zijn, als-mede veiligheidstechnische inrichtingen. – Voor het veiligheidsconcept wordt een veiligheidsventiel inhet apparaat ingebouwd. Het veiligheidsventiel voorkomtdat er bij een lekkage koudemiddel in het verwarmingscir-cuit terechtkomt. – Het toestel voldoet aan IEC61000-3-11. – Het toestel voldoet aan IEC61000-3-12. – Het toestel voldoet aan de toegepaste norm, mits de proce-dure wordt uitgevoerd volgens EN 61000-3-11:2000 ali-nea4a. BedieningDe bediening gebeurt uitsluitend met de warmtepompmanagerWPM. u Houd rekening met de handleiding van de warmtepomp-manager. 4. 1 Werkwijze4. 1.

1 Verwarmen1 2 38910117456D00001120181 Warmteopwekker 2 Warmtepomp (koude-kring)3 Afgiftesysteem (verwar-mingscircuit)4 Lucht5 Bodem 6 Water7 Omgevingsenergie 8 Verdamper9 Compressor 10 Condensor11 ExpansieventielMet de warmtewisselaar aan de luchtzijde (verdamper) wordtwarmte onttrokken aan de buitenlucht. Het verdampte koude-middel wordt met een compressor gecomprimeerd. Daarvoor iselektrische energie vereist.

Het koudemiddel heeft nu een hoge-re temperatuur. Een tweede warmtewisselaar (condensor) geeftde warmte af aan het verwarmingscircuit. Daarna wordt de drukvan het koudemiddel lager en begint het proces van voren afaan. Bij luchttemperaturen onder ca. 7 °C ontstaat rijp op de ver-damperlamellen. Deze ijsvorming wordt automatisch ontdooid. OntdooienTijdens de ontdooifase schakelt de ventilator uit en wordt dewarmtepompcircuit omgekeerd. De voor de ontdooicyclus beno-digde warmte wordt uit het buffervat of het verwarmingssys-teem onttrokken. Wanneer er onvoldoende energie beschikbaar is, ondersteuntde nood-/bijverwarming de ontdooicyclus. Wanneer het minimale debiet niet wordt bereikt, wordt de ont-dooicyclus afgebroken en verschijnt er een melding in de warm-tepompmanager WPM. ü De installatie is voorzien van een buffervat.

u Let erop dat de bufferwerking in de warmtepompmanagerWPM is geactiveerd. ü De installatie is niet voorzien van een buffervat. u Controleer of er vloerverwarming is toegepast en of het mi-nimale debiet van de warmtepomp over enkel de perma-nent geopende verwarmingsgroepen wordt gehaald (ziehoofdstuk Minimale volumestroom verzekeren [}19]). Het daarbij vrijgekomen water wordt in de condensbak opge-vangen en afgevoerd. Aan het einde van de ontdooifase schakelt de warmtepomp au-tomatisch terug naar de verwarmingsmodus. 4. 1. 2 KoelenLET OPMateriële schadeAls de dauwpunttemperatuur niet bereikt wordt, kanin het koelbedrijf condensaat gevormd worden. u Gebruik voor dauwpuntbewaking de afstandsbe-diening FET in de referentieruimte. u Voorzie alle verdeelleidingen in het gebouw vandampdiffusiedichte isolatie. De warmtepomp is niet geschikt voor continue koelwerking hethele jaar door.

u Houd rekening met het werkingsgebied (zie hoofdstuk Ge-gevenstabel [}36]). De ruimten worden gekoeld door omkering van het warmte-pompcircuit. Er wordt warmte onttrokken aan het verwarmings-water en de verdamper geeft deze warmte af aan de buiten-lucht.

Bij vlakken- en ventilatorkoeling is het noodzakelijk om een af-standsbediening (FET) te installeren, zodat de meting van de re-latieve vochtigheid en van de kamertemperatuur om het dauw-punt te bewaken, mogelijk is. Bij de ventilatorkoeling is bovendien de installatie van een buf-fervat vereist. Werkingsgebied voor de warmtepompBij een buitentemperatuur onder de ingestelde grenswaardevoor koeling, wordt de warmtepomp uitgeschakeld. nl.

Transport (vakman)6 | WPL-A HK 400 Premium www. stiebel-eltron. com4. 2 Toebehoren4. 2. 1 Noodzakelijk toebehoren– Warmtepompmanager WPM4. 2. 2 Optioneel toebehoren– Afstandsbediening FET– Verwarmingslint HZB1– Verwarmingslint HZB2– Veiligheidstemperatuurbegrenzer voor vloerverwarmingSTB– Staande console SK1– Wandconsole WK2– Montageconsole MK 1– Aansluitset AS-WP1– Aansluitset AS-WP25 Transport (vakman)u Let bij het transport op het zwaartepunt van het toestel. Hetzwaartepunt ligt in de zone van de compressor. u Bescherm het toestel tijdens het transport tegen zware sto-ten. u Gebruik de op de zijkanten aangebracht grijpuitsparingen. D0000071298Wanneer u het apparaat tijdens het transport kantelt (tot 45°),mag dit slechts kortstondig gebeuren via één van de lange zij-den. Transporteer het toestel daarbij zo dat de compressor zichaan de hoger gelegen zijde van het toestel bevindt.

Hoe langer het toestel gekanteld blijft, hoe meer de koudemid-delolie zich in het systeem verspreidt. u Wacht ca. 30minuten, voordat u het apparaat na het kante-len weer in gebruik neemt. 6 Montage (installateur)Het toestel is zo ontworpen dat opstelling en aansluiting kunnenworden uitgevoerd zonder demontage van de deksel en de zij-panelen. 6. 1 MontageplaatsDe montagelocatie moet voldoen aan de volgende vereisten:– horizontaal– Vlak– vast– permanent. D0000060163Het toestel is bedoeld voor opstelling voor een muur. u Zorg ervoor dat het toestel aan alle zijden toegankelijk is. u Zorg ervoor dat de richting van de luchttoevoer overeen-komt met de hoofdwindrichting. De lucht mag niet tegen dewind in worden aangezogen. Als het toestel in de vrije ruimte of op een dak opgesteld wordt,moet de luchttoevoer aan de aanzuigzijde beschermd worden.

u Voorkom bij lage temperaturen dat er slipgevaar ontstaatdoor natheid of ijsvorming op aangrenzende voetpaden enrijbanen. Wanneer de luchttoevoer en -uitlaat van het toestel door nabij-gelegen objecten worden gehinderd, kan dit leiden tot thermi-sche kortsluiting. u Controleer of de buitenlucht ongehinderd het apparaat kanbinnenstromen en de uitlaatlucht ongehinderd het apparaatkan verlaten. 6. 1. 1 HoogteverschilHet apparaat is voorzien van een veiligheidsventiel dat bij eendruk van 2,5bar wordt geopend (zie hoofdstuk Veiligheidscon-cept [}13]). Het veiligheidsventiel voorkomt dat bij een lekkagekoudemiddel in de verwarmingsinstallatie wordt geperst. Wan-neer het maximale hoogteverschil wordt aangehouden, openthet veiligheidsventiel in het apparaat als eerste. max. 4mD0000112777u Zorg ervoor dat het toestel max. 4m boven een veiligheids-ventiel gemonteerd wordt.

Montage (installateur)www. stiebel-eltron. com WPL-A HK 400 Premium | 7u Wanneer het maximale hoogteverschil niet wordt aange-houden, moet het veiligheidsventiel in het gebouw indienmogelijk worden verwijderd. Optioneel kunt u een schei-ding in het verwarmingssysteem aanbrengen. 6. 1. 2 Veiligheidsafstand voor veiligheidsconcept WAARSCHUWINGVerstikkingsgevaarKoudemiddel is zwaarder dan lucht. In geval van lek-kage kan het ontsnappende koudemiddel via open ra-men in ruimten onder de installatielocatie terechtko-men. Wanneer er koudemiddel uit het toestel loopt,gaat het koudemiddel naar beneden en verdringt delucht. Er bestaat gevaar voor verstikking. u Plaats het toestel op voldoende afstand van dekoekoek (keldervensterd). u Zorg ervoor dat het toestel niet voor of boven luchttoevoer-,afvoerlucht- of andere ventilatie-installaties wordt gemon-teerd.

Om ervoor te zorgen dat het veiligheidsconcept voor het toestelwordt nageleefd, zijn veiligheidsafstanden tot de koekoek (kel-dervensters) vereist. Opstelling op de fundering, koekoek (keldervenster) op debegane grond≥1000≥1000D0000091448u Zorg ervoor dat u de minimale afstanden tot de koekoek(keldervensters) in acht neemt. Opstelling op de fundering, koekoek (keldervenster) boven debegane grond≥100≥100≥150D0000093454u Zorg ervoor dat u de minimale afstanden tot de koekoek(keldervensters) in acht neemt. Opstelling op een consoleDe veiligheidsafstanden tot de koekoek (keldervensters) geldenvoor de volgende consoles:– Montageconsole MK 1– Staande console SK1– Wandconsole WK2≥1000≥1000D0000091931≥1000≥1000≥150D0000093526u Zorg ervoor dat u de minimale afstanden tot de koekoek(keldervensters) in acht neemt. 6. 1.

– De geluidsuitbreiding kan door dichte palissaden wordengereduceerd. u Zorg ervoor dat de luchttoevoer of -afvoer niet is gericht opde geluidsgevoelige ruimtes van de woning of van de aan-grenzende woningen, bijv. slaapkamers. u Laat het frame van het toestel gelijkmatig steunen. Een on-effen ondergrond kan het geluidsgedrag beïnvloeden. u Vermijd opstelling op grote weerkaatsende vloeren, bijv. plaatbekleding. u Vermijd opstelling tussen reflecterende muren van het ge-bouw. Reflecterende muren kunnen het geluidsniveau ver-hogen. 6. 1. 4 Minimumafstandenu Wanneer het apparaat naast een koekoek (keldervenster)wordt opgesteld, zorg dan absoluut voor een veilige afstandtot deze koekoek (zie hoofdstuk Veiligheidsafstand voor vei-ligheidsconcept [}7]). nl.

Montage (installateur)www. stiebel-eltron. com WPL-A HK 400 Premium | 96. 1. 4. 2 Opstelling in de buurt van de kust1342>500 m1234D00000885681 Hoofdwindrichting 2 Gebouw,wand of windbe-scherming3 Toestel 4 Luchtafvoeru Zorg ervoor dat de richting van de luchttoevoer overeen-komt met de hoofdwindrichting. Als de hoofdwindrichtingvanuit de zee komt (zoutgehalte > 2%), houd dan een mini-male afstand van 500 m tot de zee aan. 6. 1. 5 Voedingsleidingen installerenVoedingsleidingen zijn alle elektrische, aanvoer- en retourlei-dingen. u Isoleer de wanddoorvoeren tegen condensvorming bij hetkoelen. u Dicht de wanddoorvoeren voor alle voedingsleidingen in hetgebouw waterdicht af. u Gebruik flexibele voedingsleidingen om de aansluiting vanhet toestel te vergemakkelijken. u Bescherm alle voedingsleidingen door een mantelbuis te-gen vocht, schade en UV-straling.

u Gebruik alleen weerbestendige elektriciteitskabels, bijv. NYY. u Bescherm de aanvoer- en retourleiding tegen vorst door zevoldoende te isoleren. De isolatie moet ten minste dubbelzo dik zijn als de leidingdoorsnede. Voer de isolatie uitovereenkomstig de geldende voorschriften. u Voer de buisbevestigingen en buitenwanddoorvoeren ge-luiddempend uit. 6. 2 Opstellingu Houd bij de opstelling van het toestel rekening met de rich-ting van de luchtuitvoer. u Plaats het apparaat op de voorbereide ondergrond of opeen console. 6. 2. 1 Funderingu Voorzie een uitsparing (vrije ruimte) in de ondergrond voorde van onderaf in het toestel in te voeren voedingsleidin-gen. u Laat de mantelbuizen voor de voedingsleidingen iets overde fundering uitsteken. Let erop dat er geen water in demantelbuizen kan lopen.

Opstelling op de fundering4125ABC312345D00000282971 Verwarming aanvoer 2 Verwarming retour3 Condenswaterafvoerbuis 4 Fundering5 KiezelbedA 100 B 300C VorstdiepteOm het toestel extra te beveiligen tegen omkantelen, kan het opde fundering worden geschroefd. Gebruik hiervoor het toebeho-ren, waarmee het toestel op de transportpallet was bevestigd. nl.

Montage (installateur)10 | WPL-A HK 400 Premium www.stiebel-eltron.comD0000064201u Haak telkens twee hoeken vanaf de zijkant in de slobgatenaan de voor- en achterzijde. Let erop dat voor de linker- enrechterslobgaten telkens de juiste hoek gebruikt wordt.u Lijn de hoeken op een wijze uit, zodat de groef van de hoekin het toestel ingehaakt is.u Bevestig het toestel met de hoeken en geschikte pluggen enschroeven op de fundering.

Gebruik niet de schroeven,waarmee het toestel op de transportpallet geborgd was.6.2.2 StrookfunderingStrookfunderingBCA132100100123D00000634861 Luchttoevoer 2 Luchtafvoer3 HoofdwindrichtingA 1380 B 650C 490u Bouw de strokenfundering gelijk met de grond.u Plaats de condenswaterafvoerbuis.u Stort grind of steenslag tot aan de bovenkant van de stro-kenfundering.Opstelling op strokenfundering126AB543123456D00001006231 Verwarming aanvoer 2 Verwarming retour3 Strokenfundering (boord-steen)4 Steenslag5 Condenswaterafvoerbuis 6 KiezelbedA 300 B VorstdiepteOm het toestel extra te beveiligen tegen omkantelen, kan het opde fundering worden geschroefd. Gebruik hiervoor het toebeho-ren, waarmee het toestel op de transportpallet was bevestigd.D0000064201u Haak telkens twee hoeken vanaf de zijkant in de slobgatenaan de voor- en achterzijde.

Let erop dat voor de linker- enrechterslobgaten telkens de juiste hoek gebruikt wordt.u Lijn de hoeken op een wijze uit, zodat de groef van de hoekin het toestel ingehaakt is.u Bevestig het toestel met de hoeken en geschikte pluggen enschroeven op de fundering. Gebruik niet de schroeven,waarmee het toestel op de transportpallet geborgd was.6.2.3 Staande console SK1Installeer een verwarmingslint wanneer u het toestel op eenstaande of wandconsole monteert. (zie hoofdstuk Verwar-mingslint [}17]).

Montage (installateur)www. stiebel-eltron. com WPL-A HK 400 Premium | 11AB85734216910C12345678910D00000500061 Verwarming aanvoer 2 Verwarming retour3 Installatiebuis voor voe-dingsleiding4 Fundering5 Staande console 6 Kiezelbed7 Condenswaterafvoerbuis 8 Condenswaterafvoer9 Verwarmingslint 10 AfdekkapA Vorstdiepte B 300C 1380u Houd rekening met de maximale belasting van de gebruikteconsole. 6. 2. 4 Wandconsole WK2Installeer een verwarmingslint wanneer u het toestel op eenstaande of wandconsole monteert. (zie hoofdstuk Verwar-mingslint [}17]). Om storingen door geluidsoverdracht te vermijden, installeert ude wandconsole niet op de buitenwanden van woon- of slaap-kamers. u Monteer de wandconsole bijvoorbeeld op een garagemuur.

≥300123564A123456D00000587191 Verwarming aanvoer 2 Verwarming retour3 Condenswaterafvoer 4 Verwarmingslint5 Condenswaterafvoerbuis 6 WandconsoleA 1380u Houd rekening met de maximale belasting van de gebruikteconsole. 6. 3 Warmtepompmanager WPMVoor de werking van het toestel is de warmtepompmanagerWPM noodzakelijk. Deze regelt de volledige verwarmingsinstal-latie. u Houd rekening met de handleiding van de warmtepomp-manager. 6. 4 BuffervatenOm een storingsvrije werking van het toestel te waarborgen, ishet aan te bevelen een buffervat te gebruiken. Het buffervat isbestemd voor de hydraulische ontkoppeling van debieten in hetwarmtepomp- en verwarmingscircuit, en als energiebron voorontdooiing. u Neem voor de werking zonder buffervat de gegevens inhoofdstuk Minimale volumestroom verzekeren [}19] inacht.

KoelwerkingVoor de koelwerking via ventilatorconvectoren is een diffusie-dicht, geïsoleerd buffervat absoluut noodzakelijk. Bij de koelwerking via een oppervlakteverwarming is het buffer-vat niet noodzakelijk. 6. 5 KoppelingDe steekkoppelingen zijn enkel bedoeld voor installatie in hetverwarmingscircuit en broncircuit. Deze zijn niet bestemd voorinstallatie in de drinkwaterleiding.

Voorbereidingu LET OP:Om een veilige bevestiging van de koppeling tewaarborgen, moeten buizen met oppervlaktehard-heid>225HV (bijv. roestvrij staal) worden voorzien vaneen groef. Snijd met een pijpsnijder een groef vanca. 0,1mm diepte op de volgende afstand tot het uiteindevan de buis. Buisdiameter [mm] Afstand tot buisuiteinde[mm]28 21±0,5u Haal de wartel van de koppeling handmatig aan. Gebruikgeen gereedschap. u Kort de buizen eventueel in. Gebruik een pijpsnijder. Steekverbinding makenü De koppeling staat in de ontgrendelde positie. In deze posi-tie bevindt zich een smalle sleuf tussen de wartel en het ba-siselement. 123 4D00000885191 Klemelement 2 Wartel3 Sleuf tussen wartel en ba-siselement4 Basiselementü De buisuiteinden zijn braamvrij. nl.

Montage (installateur)12 | WPL-A HK 400 Premium www. stiebel-eltron. comu Duw de buis langs de O-ring totdat de koppeling de aange-geven insteekdiepte bereikt. D0000088520Buis-Ø [mm] Insteekdiepte A [max. mm]28 44u Draai de wartel tot aan de aanslag handvast op het basis-element. Hierdoor wordt de koppeling beveiligd. Steekverbinding losnemenu Draai de wartel tegen de wijzers van de klok in los totdat ereen kleine spleet met een breedte van ca. 2mm ontstaat. u Duw het klemelement met de vingers terug en houd hetvast. u Trek de ingestoken leiding uit de koppeling. D00000885216. 6 Verwarmingscircuit installerenLET OPMateriële schadeAls de dauwpunttemperatuur niet bereikt wordt, kanin het koelbedrijf condensaat gevormd worden. u Gebruik voor dauwpuntbewaking de afstandsbe-diening FET in de referentieruimte. u Voorzie alle verdeelleidingen in het gebouw vandampdiffusiedichte isolatie.

ü Het verwarmingssysteem waarop het toestel wordt aange-sloten, is door een installateur geïnstalleerd in overeen-stemming met de installatieschema's in de planningsdocu-menten. u Plaats de leidingen voor het verwarmingscircuit. u LET OP:Vreemde voorwerpen, zoals laskorrels, roest ofdichtingsmateriaal belemmeren de goede werking van hettoestel. Spoel het leidingwerk grondig door, voordat u hettoestel aansluit. 1234D00000353061 Verwarming retour 2 Verwarming aanvoer3 Ontluchting 4 Aftappenu Sluit de warmtepomp aan de zijde van de cv aan. Let op dedichtheid. u Let op de juiste aansluiting van de cv-aanvoer en -retour. u Voer de isolatie uit. u Let bij het dimensioneren van het verwarmingscircuit op hetinterne drukverschil (zie hoofdstuk Gegevenstabel [}36]).

Daardoor kan de doorsnede van de lei-dingen worden vernauwd, zodat prestatieverliezen of uitschake-ling door storingen kunnen optreden. u Gebruik zuurstofdiffusiedichte leidingen en slangen (bijv. meerlagenleidingen). u Wanneer u een open verwarmingssysteem hebt, scheidt uhet verwarmingssysteem tussen het verwarmingscircuit enhet buffervat. Gebruik daarvoor bijv. een plaatwarmtewis-selaar. 6. 7 VerwarmingssysteemHet verwarmingssysteem wordt gevuld met drinkwater. Neemde volgende grenswaarden in acht, zodat het verwarmingssys-teem niet beschadigd raakt. Eenheid WaardeWaterhardheid °dH ≤3pH-waarde 6,5-8,5Chloride mg/l < 30De waterhardheid en het chloridegehalte van het vulwater kuntu opvragen bij de verantwoordelijke leidingwatermaatschappij. u Let op de lokale vereisten (bijv. VDI2035 in Duitsland).

Wij adviseren om het vulwater niet te ontzouten, omdat hier-door de pH-waarde kan worden aangetast. u Wanneer u het vulwater ontzout, of de pH-waarde ligt on-der 8,2, controleer dan de pH-waarde 8-12weken na de in-stallatie, na elke bijvulling en bij het volgende onderhoud. u Leng het vulwater niet aan met inhibitoren en additieven.

Montage (installateur)www. stiebel-eltron. com WPL-A HK 400 Premium | 13Toebehoren voor de wateronthardingWanneer u het vulwater moet ontharden, kunt u het volgendeproduct gebruiken. – Onthardingsarmatuur HZEA– Reservepatroon HZENu Controleer deze grenswaarden 8 - 12weken na de inge-bruikname, telkens na het bijvullen evenals tijdens het jaar-lijkse onderhoud van de installatie. Toestel in gebouwen die weinig worden bewoondIn de normale werking zijn de aansluitleidingen en de installa-tie beschermd door de bevriezingsbescherming van het toestel. Wanneer het toestel gedurende een langere periode van destroomvoorziening is ontkoppeld (buitendienststelling, langduri-ge stroomuitval), moet u het toestel aan de waterzijde aftappen. Anders is het toestel niet beschermd tegen vorst. Wanneer bij installaties een stroomonderbreking niet kan wor-den herkend (bijv.

bij langere afwezigheid in een vakantiewo-ning), kunt u de volgende veiligheidsmaatregel nemen. u Leng het vulwater aan met ethyleenglycol in de geschikteconcentratie(20-40-vol. %). Let op de gegevens op het anti-vriesmiddel. Gebruik uitsluitend door ons toegelaten anti-vriesmiddelen. u Let erop dat antivriesmiddelen de densiteit en de viscositeitvan het vulwater wijzigen. Productbena-mingMEG 10 Warmtedragervloeistof als concentraat op basisvan ethyleenglycolMEG 30 Warmtedragervloeistof als concentraat op basisvan ethyleenglycol6. 7. 1 VeiligheidsconceptVeiligheidsventiel WAARSCHUWINGVerstikkingsgevaarIn het toestel is een veiligheidsventiel ingebouwd. Bijeen storing kan koudemiddel via het veiligheidsven-tiel ontsnappen. u Vervang het veiligheidsventiel alleen door eenveiligheidsventiel met dezelfde openingsdruk. u Gebruik alleen de originele reserveonderdelen.

1D00001132751 VeiligheidsventielIn het toestel is een veiligheidsventiel ingebouwd. Als de ope-ningsdruk wordt overschreden, opent het veiligheidsventiel. Hetuittredende medium loopt via een gemonteerde slang in decondensbak.

Montage (installateur)14 | WPL-A HK 400 Premium www.stiebel-eltron.comDe afscheider scheidt bij het bevriezen van de condensor hetkoudemiddel van het CV-water, zodat er geen koudemiddel inhet gebouw terechtkomt. Het gasvormige koudemiddel ontsnaptvia de ontluchter en het veiligheidsventiel.6.7.2 Verwarmingsinstallatie vullenu LET OP:Restanten glycol in de slangen kunnen het verwar-mingswater verzuren. Dit kan leiden tot corrosie en storin-gen.

Gebruik aparte slangen voor glycol en verwarmings-water.u Vul de verwarmingsinstallatie via de "Aftappen" (d47) (ziehoofdstuk Afmetingen en aansluitingen [}27]).u Controleer na het vullen van de verwarmingsinstallatie deaansluitingen op dichtheid.6.7.3 Verwarmingsinstallatie ontluchtenOntluchtingsventiel op inverter1D00000353061 Ontluchtingu Ontlucht het buizenstelsel door de ontluchting te bedienen.Automatische ontluchter1D00001132751 OntluchtingsventielDe ontluchtingsklep is af fabriek geopend.

De verwarmingsin-stallatie wordt automatisch ontlucht.6.8 CondenswaterafvoerOm optredend condensaat af te voeren, is in de fabriek een con-denswaterafvoer gemonteerd op de ontdooibak.1D00001077581 Condensaatafvoeru Let op het hoofdstuk Verwarmingslint [}17].Als het apparaat op een fundering wordt geplaatst, druppelt hetcondensaat vrij in de condenswaterafvoer.ü Het apparaat is op een console gemonteerd.u Bevestig een condensafvoerslang op de condenswateraf-voer.u Let erop dat de condensafvoerslang niet geknikt wordt.u Plaats de slang met verval.

Montage (installateur)www. stiebel-eltron. com WPL-A HK 400 Premium | 15u Bescherm de condensafvoerslang tegen vorst door deze vol-doende te isoleren. u Controleer na het plaatsen van de condensafvoerslang ofhet condensaat goed weglopen kan. 6. 9 Externe tweede warmteopwekkerBij bivalente systemen moet de tweede warmteopwekker (bijv. gasketel) worden ingekoppeld in de retour van de warmtepomp. 6. 10 Veiligheidstemperatuurbegrenzer vooroppervlakteverwarmingu LET OP:Wanneer de aanvoertemperatuur in de vloerver-warming bij een storing te hoog wordt, kan de vloerafwer-king beschadigd raken. Installeer een veiligheidstempera-tuurbegrenzer (STB) voor de begrenzing van de systeem-temperatuur. 6. 11 Elektrische aansluitingDe verklaring van goedkeuring van de bevoegde energiemaat-schappij moet beschikbaar zijn om het toestel te kunnen aan-sluiten.

u Houd rekening met de handleiding van de warmtepomp-manager. LekstroomDe lekstroom van dit toestel kan >3,5mA zijn. Aangezien het toestel op de huisinstallatie is aangesloten, wor-den bij een verschilstroommeting de lekstroom van het toestelen de foutstromen van de installatie samen geregistreerd. u Bereken het aandeel van de lekstroom van het toestel en defoutstromen aan de hand van het meetresultaat. u Let daarbij op de plaatselijke en toestelspecifieke omstan-digheden die op de meetlocatie aanwezig zijn, alsmedeeventuele isolatiefouten of andere invloedsfactoren. 6. 11. 1 Voorbereiden van de elektrische installatie WAARSCHUWINGElektrische schokHet toestel omvat een frequentieomvormer voor detoerentalgeregelde compressor. Wanneer er zich eenstoring voordoet, kunnen frequentieomvormers ge-lijkstroomfouten veroorzaken.

Als er aardlekschake-laars zijn, moeten deze aardlekschakelaars (RCD) vanhet type B zijn. Een lekstroom kan aardlekschakelaars van het type Ablokkeren. u Zorg ervoor dat de stroomvoorziening voor hettoestel gescheiden is van de huisinstallatie.

De elektrische gegevens vindt u in hoofdstuk Gegevenstabel[}36]. Voor de BUS-kabel hebt u een aelektriciteitskabel J-Y(St)2x2x0,8mm²nodig. Aansluiting op het elektriciteitsnet is alleen als vaste aansluitingtoegestaan. u Zorg ervoor dat het apparaat kan worden losgekoppeld vanhet elektriciteitsnet. u Gebruik veiligheidsinrichtingen voor het onderbreken vande stroomketen (bijv. installatieautomaten, werkschake-laars, zekeringen). u Beveilig afzonderlijk de drie voedingscircuits voor het toe-stel, de sturing en de elektrische nood-/bijverwarming. u Leg de leidingen met de overeenkomstige kabeldiameters. Neem de nationale en regionale voorschriften in acht. Beveiliging Toewijzing Kabeldiameter[mm²]3× B16 A Compressor 2,53× B16 A Elektrische nood-/bijverwarming2,51× B16 A Sturing 1,56. 11.

2 Aansluitgedeelte WAARSCHUWINGElektrische schokWanneer u werkzaamheden verricht aan het apparaatterwijl het nog onder spanning staat, kunt u een elek-trische schok krijgen. Nadat het toestel spanningsvrij is geschakeld, kan hettoestel nog gedurende 5 minuten onder spanningstaan, omdat de condensatoren op de inverter nogmoeten ontladen. u Ontkoppel het apparaat van de spanningsvoorzie-ning, voordat u eraan gaat werken. u Schakel de zekeringen uit. De aansluitklemmen zitten op het aansluitpaneel in het toestel. u Let op het hoofdstuk Voorbereiden van de elektrische instal-latie [}15]. u Voor de aansluitingen dient u elektriciteitskabels te gebrui-ken conform de voorschriften. Toegang tot het aansluitgedeelteD0000035356nl.

Montage (installateur)16 | WPL-A HK 400 Premium www.stiebel-eltron.comD0000035358u Schuif de afdekking omhoog.12D00000903491 Aansluitgedeelte 2 Trekontlastingu Leid alle elektriciteitskabels door de trekontlastingen.Als er weinig ruimte is achter het toestel kunt u het aansluitpa-neel uitklappen.D0000090351u Maak de schroef op het aansluitpaneel los.D0000035382u Zwenk het aansluitpaneel opzij.D0000075146u Bevestig het aansluitpaneel met de vergrendelinrichting.Elektrische nood-/bijverwarming (NHZ)u Sluit de elektrische nood-/bijverwarming aan.Als het cv-water tijdens de ontdooicyclus onder de 15°C komt,wordt de nood-/bijverwarming geactiveerd.

Als u kunt garande-ren dat er geen ontdooiing plaatsvindt in speciale installaties,kunt u afzien van het aansluiten van de nood-/bijverwarming.Overige functies van de nood-/bijverwarming:Toestelfunctie Werking van de elektrische nood-/bij-verwarmingMono-energetischbedrijfDe elektrische nood-/bijverwarming waar-borgt de verwarmingsmodus en genereerthogere warmwatertemperaturen, wanneerhet bivalentiepunt te laag is.Noodwerking Wanneer de warmtepomp bij een storinguitvalt, wordt het verwarmingsvermogenovergenomen door de elektrische nood-/bij-verwarming.Opwarmprogram-ma(alleen bij vloer-verwarmingen)Bij retourtemperaturen van

Montage (installateur)www. stiebel-eltron. com WPL-A HK 400 Premium | 17Toestelfunctie Werking van de elektrische nood-/bij-verwarmingNa beëindiging van het opwarmprogrammakunt u de elektrische nood-/bijverwarmingloskoppelen, wanneer deze niet nodig isvoor de werking van het toestel. Let erop dat het noodbedrijf niet in het op-warmprogramma uitgevoerd kan worden. Antilegionella-schakelingDe elektrische nood-/bijverwarming wordtbij de geactiveerde antilegionellaschakelingautomatisch gestart om het water ter be-scherming tegen legionella regelmatig toteen temperatuur van 60°C te verwarmen. Aansluitbezettingu Strip de draden van de elektriciteitskabels 10-11mm. u Sluit de elektriciteitskabels aan, zoals op de volgende af-beelding wordt getoond.

X5Electrical heaterX3CompressorX4Control voltageL2 L3L1 N L2 L3L1 NLON-ERRN2,6 kW3,0 kW3,2 kW5,6 kW5,8 kW6,2 kW8,8 kW3/N/PE~400/501/N/PE~230/503/N/PE~400/50BUSX2LHT„+“L2L2L2L2L3L3L3L3NNNNNNNPEPEPEPEPEPEPEL1L1L1L1D0000103117X2 Beveiligingslaagspanning (BUS)BUS High HBUS Low LBUS Massa ꞱBUS nc wordt niet aangeslotenX3 Compressor (WP)L1 L2 L3 N PEX4 Stuurspanning (besturing)-Uitgangssignaalcompressor:ONUitgangssignaalstoring:ERRNetaansluiting: L N PEX5 Elektrische nood-/bijverwarming (NHZ)Aansluitver-mogen [kW]Klemaansluiting2,6 L1 PE3,0 L2 PE3,2 L3 PE5,6 L1 L2 PE5,8 L1 L3 PE6,2 L2 L3 PE8,8 L1 L2 L3 PEu Aard de laagspanningskabel door de afscherming over debuitenmantel te stulpen en vervolgens vast te zetten onderde aardingsklem. u LET OP:Te vast aangedraaide trekontlastingen kunnenkortsluiting veroorzaken. Draai de trekontlasting niet volle-dig aan.

u Sluit de volgende componenten in overeenstemming met deplanningsdocumenten aan op de warmtepompmanager:– Circulatiepomp voor de warmteafgiftezijde– Buitentemperatuursensor– Retoursensor (alleen in combinatie met buffervat)6. 11. 3 VerwarmingslintAan de condensopvangbak en de condensafvoerslang kan eenverwarmingslint worden gemonteerd (zie hoofdstuk Optioneeltoebehoren [}6]). ü Het apparaat is gemonteerd op een wand- of staande con-sole. u Installeer een verwarmingslint. ü Het apparaat is gemonteerd op een fundering of een mon-tageconsole. u Installeer een verwarmingslint wanneer de condensaf-voerslang niet vorstvrij is aangelegd of sterk aan weersom-standigheden wordt blootgesteld. nl.

Montage (installateur)18 | WPL-A HK 400 Premium www.stiebel-eltron.comD0000107761u Verwijder de afdekking.A.1D00000359751 Aansluitklem verwar-mingslintu Leid het verwarmingslint door het toestel.D0000033168u Steek het verwarmingslint in de condenswaterafvoer.B.D0000035976VerwarmingslintL, N, PE Uitgangu Sluit het verwarmingslint elektrisch aan.D0000107762u Plaats de afdekking op het toestel.u Bevestig de afdekking met de vier schroeven.

Ingebruikname (installateur)www. stiebel-eltron. com WPL-A HK 400 Premium | 197 Ingebruikname (installateur)Voor de werking van het toestel is de warmtepompmanagerWPM noodzakelijk. Alle vereiste instellingen voor en tijdens dewerking worden uitgevoerd aan de warmtepompmanager. De ingebruikname moet overeenkomstig deze handleiding ende handleidingen van alle bij de warmtepompinstallatie beho-rende componenten plaatsvinden. Voor de ingebruikname kunt u een beroep doen op onze klan-tenservice (tegen betaling). Als u dit toestel commercieel gebruikt, dient u voor de inge-bruikname rekening te houden met de voorschriften van de be-drijfsveiligheidsverordening. Meer informatie hieromtrent vindtu bij de bevoegde toezichthoudende instantie (bijv. TÜV). 7. 1 Controle voor ingebruiknameu Controleer de volgende punten voor de ingebruikname. 7. 1.

Als het toestel bivalentmet een externe tweede warmtegenerator wordt gebruikt, moetu de schuifschakelaar op compressorwerking met een externetweede warmteopwekker instellen (zie hoofdstuk Controle DIP-schakelaar op de IWS [}24]). 7.

3 Minimale volumestroom verzekerenHet minimale debiet en de ontdooi-energie moeten altijd wor-den gewaarborgd (zie hoofdstuk Gegevenstabel [}36]). Bij zeer geringe verwarmingscircuittemperaturen kan het in uit-zonderlijke gevallen voorkomen dat de elektrische nood-/bijver-warming tijdens de ontdooicyclus wordt geactiveerd om de be-nodigde ontdooi-energie te leveren. Het toestel is zo ontworpen dat in combinatie met overeenkom-stig gedimensioneerde, vlakke verwarmingssystemen geen buf-fervat noodzakelijk is. Voor een installatie met meerdere verwarmingscircuits is hetgebruik van een buffervat vereist. 7. 3. 1 Dimensionering van de verwarmingscircuitsBij installaties met buffervat adviseren we dimensionering vande verwarmingscircuits te controleren om een efficiënte werkingvan de installatie te waarborgen.

Bij installatie zonders buffervat dient u de dimensionering vande verwarmingscircuits te controleren om een voldoende hogevolumestroom bij ontdooien te verzekeren en uitval door ont-dooistoringen te vermijden. Uit de dimensionering van de vloerverwarming resulteert hetmogelijke debiet door de permanent geopende verwarmingscir-cuits. Wanneer het debiet van de permanent geopende verwarmings-circuits minder is dan het minimumdebiet van de warmtepomp,moet worden gecontroleerd of de beschikbare externe opvoer-hoogte van de verwarmingscirculatiepomp voldoende is. Controle opvoerhoogteΔpUP* ≥ (Vmin/VHKo)² × (ΔpHK + ΔpV) + ΔpWPnl.

Ingebruikname (installateur)20 | WPL-A HK 400 Premium www. stiebel-eltron. comΔpUPExterne opvoerhoogte van de circulatiepomp bij Vmin* Wanneer de circulatiepomp in een binnenmodule geïn-tegreerd is, vindt u de beschikbare externe opvoerhoog-te in de technische gegevens van de binnenmodule. VminMinimaal debiet van de warmtepompVHKoDimensioneringsdebiet van de permanent geopendeverwarmingscircuitsΔpHKDimensioneringsdrukverlies van de permanent geopen-de verwarmingscircuitsΔpVOntwerpdrukverlies vanaf en naar de vloerverdelersΔpWPDrukverlies van de warmtepomp bij VminBij warmtepompen met een geïntegreerde circulatiepompwordt er geen rekening gehouden met het drukverlies van dewarmtepomp (ΔpWP). Wanneer de externe opvoerhoogte voor het minimumdebiet on-voldoende is, moeten dientengevolge andere verwarmingscir-cuits van de vloerverwarming permanent geopend worden.

Minimale volumestroom controlerenHet instellen gebeurt in de warmtepompwerking. Daarvoormoeten eerst de volgende instellingen uitgevoerd worden:u Schakel de zekering van de elektrische nood-/bijverwar-ming tijdelijk uit om de nood-/bijverwarming spanningsvrijte schakelen. Als alternatief kunt u ook de tweede warmte-generator uitschakelen. u Verzeker u ervan, dat er een hydraulische afstemming werduitgevoerd. u Controleer de aangesloten pompen volgens het hydrauli-sche schakelschema. 7. 3. 2 Installaties zonder buffervatü Het toestel werkt alleen met de warmtepompmanagerWPM. Als circulatiepomp wordt een externe pomp gebruiktdie niet door de WPM wordt aangestuurd. u Stel de circulatiepomp handmatig in. Bij installaties zonder buffervat moeten één of meer verwar-mingscircuits in de verwarmingsinstallatie open blijven.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Stiebel Eltron WPL-A 10 HK 400 Premium stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden