Stiebel Eltron WPL 25 AC Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Stiebel Eltron WPL 25 AC (48 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Stiebel Eltron WPL 25 AC of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/48
GEBRUIK EN INSTALLATIE
Lucht-water-warmtepomp
»WPL 15 AS
»WPL 15 ACS
»WPL 20 A
»WPL 20 AC
»WPL 25 AS
»WPL 25 ACS
»WPL 25 A
»WPL 25 AC

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Stiebel Eltron
Categorie: Warmtepomp
Model: WPL 25 AC

Handleiding Stiebel Eltron WPL 25 AC – volledige tekst

 www. stiebel-eltron. com  3 - Het toestel kan door kinderen vanaf 8jaar, alsmede door personen met fysieke, zintuig-lijke of geestelijke beperkingen of met een ge-brek aan ervaring en kennis gebruikt worden, wanneer er toezicht op hen gehouden wordt, of wanneer ze met betrekking tot het veilige gebruik van het toestel getraind zijn en de ge-varen die daaruit ontstaan, begrepen hebben. Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen zonder toezicht het toestel niet reinigen noch gebruikersonderhoudsta-ken uitvoeren. - Aansluiting op het stroomnet is alleen als vaste aansluiting toegestaan. Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3mm van de aansluiting van de netvoeding kunnen worden losgekoppeld.

- Houd de minimale afstanden aan om een sto-ringsvrije werking van het toestel te waarbor-gen en onderhoudswerkzaamheden aan het toestel mogelijk te maken. - Onderhoudswerkzaamheden, zoals het controleren van de elektrische veiligheid, mogen alleen uitgevoerd worden door een installateur. - Wij adviseren om periodiek een inspectie (reële toestand vaststellen) en desgevallend een onderhoud (standaard toestand herstel-len) door een installateur te laten uitvoeren. - Nadat het toestel spanningsvrij is geschakeld, kan het toestel nog gedurende 2minuten onder spanning staan, omdat de condensato-ren op de inverter nog moeten ontladen. - De stroomvoorziening mag u ook buiten de verwarmingsperiode niet onderbreken. Als de stroomvoorziening wordt onderbroken, is de actieve vorstbescherming van de installatie niet meer gegarandeerd.

1. Algemene aanwijzingenDe hoofdstukken "Bijzondere info" en "Bediening" zijn bedoeld voor de gebruiker van het toestel en de installateur. Het hoofdstuk "Installatie" is bedoeld voor de installateur. AanwijzingLees deze handleiding voor gebruik zorgvuldig door en bewaar deze. Overhandig de handleiding zo nodig aan een volgende gebruiker. 1. 1 Geldende documenten  Handleidingen van de warmtepompmanager WPM  Bedienings- en installatiehandleiding van de componen-ten die bij de installatie horen  Checklist ingebruikname warmtepomp1. 2 Veiligheidsaanwijzingen1. 2. 1 Opbouw veiligheidsaanwijzingen. TREFWOORD Soort gevaarHier worden de mogelijke gevolgen vermeld, wanneer de veiligheidsaanwijzingen genegeerd worden. f Hier staan maatregelen om gevaren te voorkomen. 1. 2. 2 Symbolen, soort gevaar  Letsel Elektrische schok 1. 2.

3 Trefwoorden BetekenisGEVAAR Aanwijzingen die leiden tot zwaar letsel of overlijden, wan-neer deze niet in acht genomen worden. WAARSCHUWING Aanwijzingen die kunnen leiden tot zwaar letsel of overlij-den, wanneer deze niet in acht genomen worden. VOORZICHTIG Aanwijzingen die kunnen leiden tot middelmatig zwaar of licht letsel, wanneer deze niet in acht genomen worden.

 4  www. stiebel-eltron. com1. 3 Andere aandachtspunten in deze documentatie AanwijzingAlgemene aanwijzingen worden aangeduid met het hier-naast afgebeelde symbool. f Lees de aanwijzingsteksten grondig door.  Betekenis Materiële schade(toestel-, gevolg-, milieuschade) Het toestel afdanken f Dit symbool geeft aan dat u iets moet doen. De vereiste han-delingen worden stap voor stap beschreven. 1. 4 Meeteenheden AanwijzingTenzij anders vermeld, worden alle afmetingen in milli-meter aangegeven. 1. 5 Prestatiegegevens conform normToelichting voor de bepaling en interpretatie van de aangegeven prestatiegegevens conform de norm. 1. 5. 1 EN 14511De met name in tekst, grafieken en het technisch blad vermelde prestatiegegevens zijn berekend conform de meetomstandighe-den van de in de titel van deze paragraaf aangeduide norm.

Daar-bij gaat het afwijkend van deze norm bij de prestatiegegevens voor lucht-water inverter warmtepompen bij brontemperaturen > -7°C om gedeeltelijke belastingwaarden. De betreffende procen-tuele weging kan aan het gedeeltelijke belastinggebied van de EN 14825 en aan vaste activiteiten volgens het EHPA-kwaliteitszegel ontleend worden. De bovengenoemde meetomstandigheden komen doorgaans niet volledig overeen met de bestaande omstandigheden bij de ge-bruiker. Afhankelijk van de geselecteerde meetmethode en de mate waarin de geselecteerde methode afwijkt van de omstandigheden van de in de eerste alinea van deze paragraaf gedefinieerde meetomstan-digheden, kunnen de afwijkingen aanzienlijk zijn. Andere factoren die de meetwaarden beïnvloeden, zijn de meet-middelen, de constellatie en ouderdom van de installatie en de debieten.

Bevestiging van de aangegeven prestatiegegevens is slechts mo-gelijk, wanneer ook de meting die in dit kader werd uitgevoerd, de in de eerste alinea van deze paragraaf aangegeven meetom-standigheden respecteert. 2. Veiligheid2. 1 Reglementair gebruikHoud rekening met de werkingsgebieden die vermeld zijn in het hoofdstuk "Technische gegevens/gegevenstabel". Het toestel is bestemd voor gebruik in een huishoudelijke omge-ving. Het kan op een veilige manier bediend worden door onge-schoolde personen. Het toestel kan ook buiten het huishouden gebruikt worden, bijv. in een klein bedrijf, voor zover het op de-zelfde wijze gebruikt wordt. Elk ander gebruik dat verder gaat dan wat hier wordt omschreven, geldt als niet-reglementair. Bij reglementair gebruik hoort ook het in acht nemen van deze handleiding evenals de handleidingen voor het gebruikte toebehoren. 2.

2 VeiligheidsaanwijzingenNeem de hierna vermelde veiligheidsaanwijzingen en voorschrif-ten in acht. - De elektrische installatie en de installatie van het toestel mogen alleen uitgevoerd worden door een installateur. - De installateur is tijdens de installatie en de eerste inge-bruikname verantwoordelijk voor het naleven van de gelden-de voorschriften. - Gebruik het toestel enkel als het volledig geïnstalleerd is en als alle veiligheidsvoorzieningen aangebracht zijn. - Bescherm het toestel tegen stof en vuil tijdens de bouwfase. WAARSCHUWING letselHet toestel kan door kinderen vanaf 8jaar, alsook door personen met fysieke, zintuiglijke of geestelijke beper-kingen of met een gebrek aan ervaring en kennis ge-bruikt worden op voorwaarde dat er iemand toezicht houdt, of dat ze onderricht zijn hoe ze het toestel veilig moeten gebruiken en begrijpen welke gevaren hiermee gepaard gaan.

 www. stiebel-eltron. com  53. Toestelbeschrijving3. 1 GebruikseigenschappenHet toestel is een verwarmingswarmtepomp bedoeld voor opstel-ling buiten. Er wordt op een laag temperatuurniveau warmte aan de buitenlucht onttrokken, die dan op een hoger temperatuurni-veau wordt afgegeven aan het verwarmingswater. Het cv-water kan tot een aanvoertemperatuur van 65°C worden opgewarmd. Het toestel beschikt over een elektrische nood-/bijverwarming (NHZ). Om de verwarmingsmodus en de beschikbaarheid van hogere warmwatertemperaturen te waarborgen, wordt in mon-ovalente werking de elektrische nood-/bijverwarming als nood-verwarming geactiveerd, wanneer het bivalentiepunt niet wordt bereikt.

In mono-energetische werking wordt in een dergelijk geval de elektrische nood-/bijverwarming lastafhankelijk vanaf het bivalentiepunt als bijkomende verwarming geactiveerd. Dit toestel heeft nog andere gebruikseigenschappen: - geschikt voor vloerverwarming en radiatorverwarming. - Haalt uit de buitenlucht zelfs nog warmte bij een buitentem-peratuur van -20°C. - Tegen corrosie beschermd, buitenste bekledingsdelen van verzinkte staalplaat, bovendien gemoffeld. - Bevat alle componenten die voor de werking nodig zijn, als-mede veiligheidstechnische inrichtingen. - Bevat niet-brandbaar veiligheidskoelmiddel. AanwijzingVoor de centrale regeling van de verwarmingsinstallatie is de warmtepompmanager “WPM” vereist. 3. 2 Werkwijze3. 2. 1 VerwarmenMet de warmtewisselaar aan de luchtzijde (verdamper) wordt warmte onttrokken aan de buitenlucht.

Het verdampte koel-middel wordt met een compressor gecomprimeerd. Daarvoor is elektrische energie vereist. Het koelmiddel heeft nu een hogere temperatuur. Een tweede warmtewisselaar (condensor) geeft de warmte af aan het verwarmingscircuit.

Daarna wordt de druk van het koudemiddel lager en begint het proces van voren af aan. Bij luchttemperaturen onder ca. 7°C slaat de luchtvochtigheid als rijp op de verdamperlamellen neer. Deze rijpaanslag wordt automatisch ontdooid. Het daarbij optredende water wordt in de condensbak opgevangen en afgevoerd. Materiële schadeTijdens de ontdooifase schakelt de ventilator uit en wordt de warmtepompkring omgekeerd. De voor het ontdooien benodigde warmte wordt uit het buffervat gehaald. Bij werking zonder buffervat moet u rekening houden met het hoofdstuk “Menu/menubeschrijving/INSTELLINGEN/VERWARMEN/BASISINSTELLING/BUFFERWERKING” in de ingebruiknamehandleiding van de WPM. Anders kan het cv-water bij ongunstige omstandigheden bevriezen. Aan het einde van de ontdooifase schakelt de warmtepomp auto-matisch terug naar de verwarmingsmodus.

Materiële schadeBij bivalente werking kan de warmtepomp worden door-stroomd door het retourwater van de tweede warmteop-wekker. Houd er rekening mee dat de retourtemperatuur maximaal 60°C mag zijn. 3. 2. 2 Koelen Materiële schadeDe warmtepomp is niet geschikt voor continue koelwer-king het hele jaar door. f Houd rekening met de werkingsgebied (zie hoofd-stuk “Technische gegevens/gegevenstabel”). Materiële schadeAls de dauwpunttemperatuur niet bereikt wordt, kan in de koelwerking condensaat gevormd worden. f Voorkom condensaatvorming door geschikte maat-regelen. De ruimtes worden gekoeld door omkering van het warmtepomp-circuit. Er wordt warmte onttrokken aan het verwarmingswater en de verdamper geeft deze warmte af aan de buitenlucht.

Bij oppervlak- en ventilatorkoeling is het noodzakelijk om een afstandsbediening (FET) te installeren, zodat de meting van de relatieve vochtigheid en van de kamertemperatuur om het dauw-punt te bewaken in een referentieruimte, mogelijk is. Bij de ventilatorkoeling is bovendien de installatie van een buf-fervat vereist.

 6  www. stiebel-eltron. com5. Onderhoud en verzorging Materiële schadeOnderhoudswerkzaamheden, zoals het controleren van de elektrische veiligheid, mogen alleen door een instal-lateur worden uitgevoerd. Een vochtige doek volstaat om de kunststoffen en metalen on-derdelen te verzorgen en te reinigen. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of reinigingsmiddelen met oplosmiddelen. Controleer periodiek de condensaatafvoer (visuele inspectie). Los vervuiling en verstoppingen onmiddellijk op. 1. 2. 1D00000378311 Revisieopening Materiële schadeHoud de luchtafvoer- en luchttoevoeropeningen vrij van sneeuw en bladeren. Verwijder van tijd tot tijd bladeren en ander vuil van de verdam-perlamellen.

Wij adviseren periodiek een inspectie (controleren van de actuele toestand) en, indien nodig, een onderhoudsbeurt (herstellen van de ingestelde toestand) door een installateur te laten uitvoeren. 6. Problemen verhelpen  Geen warm water beschikbaar of de verwarming blijft koud. Het toestel heeft geen span-ning. Controleer de zekeringen van de huisinstallatie. Schakel de zekeringen evt. opnieuw in. Wanneer de zekeringen na inschakeling opnieuw uitschakelen, waarschuw dan uw instal-lateur. Er komt water uit het toestel. De condensaatafvoer is moge-lijk verstopt. Reinig de condensaatafvoer zoals beschreven in Onder-houd en verzorging. De verwarming wordt warm, maar de ruimten worden niet tot de gewenste temperatuur op-gewarmd. De bivalentietemperatuur is te laag ingesteld. Verhoog de bivalentietem-peratuur tot bijv. 0°C.

Verhoog de bivalentietem-peratuur tot +5°C. Na 1 tot 2 jaar kan de biva-lentietemperatuur worden gereset naar bijv. -3°C. Er verzamelt zich condensaat aan de buitenkant van het toestel. Om het gebouw te verwarmen, onttrekt de warmtepomp warmte aan de buitenlucht. Daardoor kan er dauw of rijp ontstaan op de afgekoelde behuizing van de warmtepomp ten gevolge van het condense-rende vocht in de buitenlucht. Dit is geen defect. De ventilator draait bij uitge-schakelde com-pressor. Bij buitentemperaturen onder 10°C wordt de ventilator bij stilstand van de compressor regelmatig met een heel laag toerental gestart. Hiermee wordt vermeden dat de ver-damper en de ventilator door afgevoerd water bevriezen of vastvriezen. Bij temperaturen boven het vriespunt wordt de tijd tussen twee ontdooicycli vergroot en zodoende de tota-le efficiëntie verbeterd.

Het toestel ge-nereert ritmisch krassende, ma-lende geluiden. Aan het luchtrooster, aan de ventilatorschoepen of de luchtgeleiding heeft zich ijs afgezet. Bel uw installateur (zie hoofdstuk “Installatie/probleemoplossing/ventila-torgeluiden”). AanwijzingHoud er rekening mee dat er ook bij een normale con-densaatafvoer water van het toestel op de grond drup-pelt. Waarschuw de installateur, wanneer u de oorzaak niet zelf kunt verhelpen. Om u nog beter en sneller te kunnen helpen, deelt u hem het nummer op het typeplaatje mee. Het typeplaatje zit vanaf de voorkant gezien aan de rechter- of linkerzijde van de toestelbehuizing. Voorbeeld van het typeplaatjeMontageanweisung beachten. Dichtheit geprüft. Made in Germany*xxxxxxxxxxxxxxxxxx*D000010775711 Nummer op het typeplaatje.

 www. stiebel-eltron. com  77. VeiligheidInstallatie, ingebruikname, onderhoud en reparatie van het toestel mogen alleen door een gekwalificeerde installateur uitgevoerd worden. 7. 1 Algemene veiligheidsaanwijzingenWij waarborgen de goede werking en de bedrijfszekerheid uitslui-tend bij gebruik van originele onderdelen en reserveonderdelen voor het toestel. 7. 2 Voorschriften, normen en bepalingen AanwijzingNeem alle nationale en regionale voorschriften en be-palingen in acht. Het geteste toestel voldoet aan IEC61000-3-11. Het geteste toestel voldoet aan IEC61000-3-12. Het apparaat voldoet aan de toegepaste norm, mits de procedure wordt uitgevoerd volgens EN 61000-3-11:2000 paragraaf 4a. 8. ToestelbeschrijvingHet toestel beschikt over een vorstbescherming van de verbin-dingsleidingen.

De geïntegreerde vorstbeschermingschakeling schakelt bij 8°C condensortemperatuur de circulatiepomp in de warmtepompkring automatisch in en verzekert daardoor de cir-culatie in alle watergeleidende delen. Wanneer de temperatuur in het buffervat daalt, wordt de warmtepomp automatisch uiterlijk ingeschakeld wanneer de temperatuur onder +5°C daalt. 8. 1 Toebehoren8. 1. 1 Noodzakelijk toebehoren - Warmtepompmanager WPM8. 1. 2 Overig toebehoren - Afstandsbediening FET - Afstandsbediening FE7 - Verwarmingslint HZB 1 - Verwarmingslint HZB 2 - Veiligheidstemperatuurbegrenzer voor vloerverwarming STB-FB - Staande console SK1 - Wandconsole WK2 - Montageconsole MK 1 - Aansluitset AS-WP 1 - Aansluitset AS-WP 29. Voorbereidingen. D0000060163Het toestel is bedoeld voor opstelling voor een muur. Let op de minimumafstanden.

Voorzie in dit geval een beschermwand tegen de wind. 9. 1 GeluidsemissieHet toestel is aan de luchttoevoerzijde en aan de luchtafvoerzijde luider dan aan de twee gesloten zijden. Neem bij de keuze van de montageplaats de volgende aanwijzingen in acht. AanwijzingMeer gegevens over het geluidsniveau vindt u in het hoofdstuk "Technische gegevens/ Gegevenstabel". - Gazons en beplantingen helpen om de verspreiding van het geluid te verminderen. - De geluidsuitbreiding kan door dichte palissaden worden gereduceerd. f Laat het frame van het toestel gelijkmatig steunen. Een onef-fen ondergrond kan het geluidsgedrag beïnvloeden. f Zorg ervoor dat de richting van de luchttoevoer overeenkomt met de hoofdwindrichting. De lucht mag niet tegen de wind in worden aangezogen.

f Zorg ervoor dat de luchttoevoer of -afvoer niet is gericht op de geluidsgevoelige ruimtes van de woning of van de aan-grenzende woningen, bijv. slaapkamers. f Vermijd opstelling op grote weerkaatsende vloeren, bijv. plaatbekleding. f Vermijd opstelling tussen reflecterende muren van het ge-bouw. Reflecterende muren van het gebouw kunnen het ge-luidsniveau verhogen.

 8  www.stiebel-eltron.com9.2 Minimumafstanden≥2000≥500≥500≥300≥800D0000028299f Houd de minimale afstanden aan om een storingsvrije werking van het toestel te waarborgen en onderhoudswerk-zaamheden aan het toestel mogelijk te maken.D0000096921f Plaats het toestel niet in een nis. Twee zijden van het toestel moeten vrij blijven.! Materiële schadeLet erop dat de buitenlucht ongehinderd het toestel kan binnentreden en de uitlaatlucht ongehinderd het toestel moet kunnen verlaten.Wanneer de luchttoevoer en -uitlaat van het toestel door nabijgelegen objecten worden gehinderd, kan dit leiden tot thermische kortsluiting.9.2.1 Minimale afstanden bij cascades≥500≥500≥500D0000078118≥300≥300D0000078119≥300≥300≥250≥250122D000007812031 Hoofdwindrichting2 Luchtafvoer3 Wand- of windbescherming

 www. stiebel-eltron. com  99. 2. 2 Opstelling in de buurt van de kust1342>500 mD00000885681 Hoofdwindrichting2 Gebouw,wand of windbescherming3 Toestel4 Luchtafvoerf Zorg ervoor dat de richting van de luchttoevoer overeenkomt met de hoofdwindrichting. Als de hoofdwindrichting vanuit de zee komt (zoutgehalte > 2%), houd dan een minimale af-stand van 500 m tot de zee aan. 9. 3 Voorbereiden van de montageplaats. WAARSCHUWING letselDe naar buiten stromende koude lucht kan in de omge-ving van de luchtafvoer tot condensaatvorming leiden. f Voorkom bij te lage temperaturen dat er slipgevaar ontstaat door natheid of ijsvorming op aangrenzen-de voetpaden en rijbanen. f Neem het hoofdstuk "Geluidsemissie" in acht. f Zorg ervoor dat het toestel aan alle zijden toegankelijk is.

f Verifieer of de ondergrond horizontaal, vlak, stevig en be-stendig is. f Voorzie een uitsparing (vrije ruimte) in de ondergrond voor de van onderaf in het toestel in te voeren voedingsleidingen. 9. 4 Voedingsleidingen installeren. WAARSCHUWING letself Dicht de doorvoeren voor alle voedingsleidingen naar het gebouw waterdicht af. Voedingsleidingen zijn alle elektrische leidingen en aanvoer- en retourleidingen. - Om de aansluiting van het apparaat te vergemakkelijken, ad-viseren wij om voor de buitenopstelling flexibele voedingslei-dingen te gebruiken. f Bescherm alle voedingsleidingen door een mantelbuis tegen vocht, schade en UV-straling. f Gebruik alleen weerbestendige elektriciteitskabels, bijv. NYY. f Bescherm de aanvoer- en retourleiding tegen vorst door ze voldoende te isoleren. De isolatie moet ten minste dubbel zo dik zijn als de leidingdoorsnede.

f Voer de buisbevestigingen en buitenwanddoorvoeren geluid-dempend uit. AanwijzingNeem bij het leggen van de condensaatslang het hoofd-stuk "Montage/condensaatafvoer" in acht. 9. 5 Opstellingf Houd bij de opstelling van het toestel rekening met de rich-ting van de luchtafvoer. f Plaats het toestel op de voorbereide ondergrond of op een console. 9. 5. 1 Opstelling op fundering of op montageconsole MK 1 (montageconsole alleen WPL15AS| WPL15ACS) AanwijzingLaat de mantelbuizen voor de voedingsleidingen iets over de fundering uitsteken. Let erop dat er geen water in de mantelbuizen kan lopen.

 10  www.stiebel-eltron.comOpstelling op de fundering4125ABC3D0000028297A 100B 300C Vorstdiepte 1 Verwarming aanvoer2 Verwarming retour3 Condensaatafvoerbuis4 Fundering5 Kiezelbed AanwijzingOm het toestel extra te beveiligen tegen omkantelen, kan het op de fundering worden geschroefd.f Gebruik het toebehoren waarmee het toestel op de transportpallet bevestigd was.D0000064201f Haak telkens twee hoeken vanaf de zijkant in de slobgaten aan de voor- en achterzijde. Let erop dat voor de linker- en rechterslobgaten telkens de juiste hoek gebruikt wordt.f Lijn de hoeken op een wijze uit, zodat de groef van de hoek in het toestel ingehaakt is.f Bevestig het toestel met de hoeken en geschikte pluggen en schroeven op de fundering.

Gebruik niet de schroeven, waar-mee het toestel op de transportpallet geborgd was.Montageconsole MK 1 (alleen WPL15AS | WPL15ACS) AanwijzingHet is niet mogelijk om de montageconsole in combinatie met de aansluitsets (AS-WP 1 en AS-WP 2) te gebruiken.761A831245BD0000060818A VorstdiepteB 2451 Verwarming aanvoer2 Verwarming retour3 Installatiebuis voor voedingsleiding4 Fundering5 Montageconsole6 Kiezelbed7 Condensaatafvoerbuis8 Condensaatafvoer

 www.stiebel-eltron.com  119.5.2 Opstelling op strokenfunderingStrookfunderingBCA132100100D0000063486A WPL 15 A(C)S 1160 mmWPL 20 A(C) 1380 mm WPL 25 A(C)(S) B 650C 4901 Luchttoevoerzijde2 Luchtafvoerzijde3 Hoofdwindrichtingf Bouw de strokenfundering gelijk met de grond.f Plaats de condensaatafvoerbuis.f Stort grind of steenslag tot aan de bovenkant van de strokenfundering.Opstelling op strokenfundering126AB543D0000100623A 300B Vorstdiepte1 Verwarming aanvoer2 Verwarming retour3 Strokenfundering (boordsteen)4 Steenslag5 Condensaatafvoerbuis6 Kiezelbed AanwijzingOm het toestel extra te beveiligen tegen omkantelen, kan het op de fundering worden geschroefd.f Gebruik het toebehoren waarmee het toestel op de transportpallet bevestigd was.D0000064201f Haak telkens twee hoeken vanaf de zijkant in de slobgaten aan de voor- en achterzijde.

Let erop dat voor de linker- en rechterslobgaten telkens de juiste hoek gebruikt wordt.f Lijn de hoeken op een wijze uit, zodat de groef van de hoek in het toestel ingehaakt is.f Bevestig het toestel met de hoeken en geschikte pluggen en schroeven op de fundering. Gebruik niet de schroeven, waar-mee het toestel op de transportpallet geborgd was.

4 Wandconsole WK2 Aanwijzingf Installeer een verwarmingslint bij montage op de wand- of staande console (zie hoofdstuk “Elektrische aansluiting/verwarmingslint”). AanwijzingOm storingen door geluidsoverdracht te vermijden, in-stalleert u de wandconsole niet op de buitenmuren van woon- of slaapkamers. f Monteer de wandconsole bijvoorbeeld op een ga-ragemuur. ≥300123564AD0000058719A WPL 15 A(C)S 1160 mmWPL 20 A(C) 1380 mm WPL 25 A(C)(S) 1 Verwarming aanvoer2 Verwarming retour3 Condensaatafvoer4 Verwarmingslint5 Condensaatafvoerbuis6 Wandconsolef Neem de statische grenzen in acht van de gebruikte wandconsole. f Raadpleeg de afstandsmaten van de opstelgaten op de teke-ning met afmetingen en aansluitingen (zie hoofdstuk “Tech-nische gegevens/afmetingen en aansluitingen”). 9. 6 Warmtepompmanager WPMVoor de werking van het toestel is de warmtepompmanager WPM noodzakelijk.

Materiële schadeVoor de koelwerking via ventilatorconvectoren is een dif-fusiedicht, geïsoleerd buffervat absoluut noodzakelijk. InfoBij de koelwerking via een oppervlakteverwarming is het buffervat niet noodzakelijk. Om een storingsvrije werking van het toestel te verzekeren, is het aan te bevelen een buffervat te gebruiken. Het buffervat is bestemd voor de hydraulische ontkoppeling van debieten in het warmtepomp- en verwarmingscircuit, en als ener-giebron voor ontdooiing. f Neem voor de werking zonder buffervat de gegevens in het hoofdstuk “Ingebruikname / minimale volumestroom verze-keren” in acht.

 www. stiebel-eltron. com  139. 8 Voorbereiden van de elektrische installatie WAARSCHUWING elektrische schokVoer alle aansluitingen en montagewerken betreffen-de het stroomnet uit conform de nationale en regionale voorschriften. WAARSCHUWING elektrische schokAansluiting op het stroomnet is alleen als vaste aan-sluiting toegestaan. Het toestel moet op alle polen met een afstand van minstens 3mm van de aansluiting van het net kunnen worden losgekoppeld. Aan deze vereiste wordt voldaan door magneetschakelaars, vermogens-schakelaars, zekeringen, enz. Materiële schade De aangegeven spanning moet overeenkomen met de netspanning. Houd rekening met de specificaties op het typeplaatje. Materiële schadeBeveilig afzonderlijk de drie stroomcircuits voor het toe-stel, de sturing en de elektrische nood-/bijverwarming.

f Leg de leidingen met de overeenkomstige kabeldiameters. Neem de nationale en regionale voorschriften in acht.   1x B 20 A Compressor (1-fasig) WPL 15 AS WPL 15 ACS≥2,5 mm² 1x B 35 A Compressor (1-fasig) WPL 25 AS WPL 25 ACS6,0mm² bij plaatsing in een muur 3x B 16 A Compressor (3-fasig) WPL 20 A WPL 20 AC WPL 25 A WPL 25 AC2,5 mm² 2x B 16 A Elektrische nood-/bijverwarming WPL15AS WPL15ACS WPL25AS WPL25ACS2,5 mm² 3x B 16 A Elektrische nood-/bijverwarming WPL 20 A WPL 20 AC WPL25A WPL25AC2,5 mm² 1x B 16 A Sturing 1,5 mm²De elektrische gegevens vindt u in het hoofdstuk "Technische ge-gevens". Voor de BUS-kabel hebt u een afgeschermde elektrici-teitskabelJ-Y(St)2x2x0,8mm²nodig. AanwijzingHet toestel omvat een frequentieomvormer voor de toe-rentalgeregelde compressor.

Wanneer er zich een storing voordoet, kunnen de frequentieomvormers foutgelijkstro-men veroorzaken. Wanneer bescherminrichtingen tegen foutstromen voorzien zijn, moeten dit voor alle stromen gevoelige bescherminrichtingen tegen foutstromen (RCD) van het type B zijn. Een foutgelijkstroom kan foutstroombescherminrichtin-gen van het type A blokkeren. f Zorg ervoor dat de stroomvoorziening voor het toe-stel gescheiden is van de huisinstallatie. 10. Montage AanwijzingHet toestel is zo ontworpen dat opstelling en aansluiting kunnen worden uitgevoerd zonder demontage van de deksel en de zijpanelen. 10. 1 Transportf Let bij het transport op het zwaartepunt van het toestel. - Het zwaartepunt ligt in de zone van de compressor. f Bescherm het toestel tijdens het transport tegen zware stoten. f Gebruik de op de zijkanten aangebracht grijpuitsparingen.

D0000071298 - Als u het toestel tijdens het transport kantelt, mag dit slechts kortstondig gebeuren op één van de lange zijden. Trans-porteer het toestel daarbij zo dat de compressor zich aan de hoger gelegen zijde van het toestel bevindt. - Hoe langer het toestel gekanteld blijft, hoe meer de koelmid-delolie zich in het systeem verspreidt. f Wacht ca. 30minuten voordat u het toestel na het te hebben gekanteld, in gebruik neemt.

 14  www. stiebel-eltron. com10. 2 Aansluiting van de verwarmingswateraanvoer. Materiële schadeDe verwarmingsinstallatie waarop de warmtepomp wordt aangesloten, moet door een installateur worden uitgevoerd in overeenstemming met de waterinstallatie-schema's in de planningsdocumenten. Om het toestel gemakkelijk te kunnen aansluiten op de verwar-mingsinstallatie heeft het toestel geïntegreerde koppelingen (zie het hoofdstuk "Koppelingen monteren"). f Spoel het leidingsysteem grondig met geschikt water door, voordat de warmtepomp wordt aangesloten. Vreemde voor-werpen, zoals lasparels, roest, zand of afdichtingsmateriaal belemmeren de goede werking van de warmtepomp. f Sluit de warmtepomp aan de verwarmingszijde aan. Let op de dichtheid. f Let op de juiste aansluiting van de cv-aanvoer en -retour.

f Voer de isolatie uit overeenkomstig de geldende voorschriften. f Let bij het dimensioneren van het verwarmingscircuit op het interne drukverschil (zie hoofdstuk "Technische gegevens/ Gegevenstabel"). 10. 3 Aanvoer- en retouraansluiting Materiële schade Als de dauwpunttemperatuur niet bereikt wordt, kan in de koelwerking condensaat gevormd worden. f Voorkom condensaatvorming door geschikte maat-regelen. 26�03�01�187121341 Verwarming aanvoer2 Verwarming retour3 Aftapping4 Ontluchtingf Sluit de warmtepomp aan op het verwarmingscircuit. Let op de dichtheid. 10. 4 Koppelingen monteren AanwijzingDe kunststofkoppelingen zijn niet geschikt voor installatie in de drinkwaterleiding of het zonnecircuit. f Installeer de stekkerverbindingen uitsluitend in het verwarmingscircuit. Materiële schadeHaal de wartel van de koppeling handmatig aan. Gebruik geen gereedschap.

Materiële schadeOm de degelijke bevestiging van de koppeling te ver-zekeren, moeten buizen met een oppervlaktehard-heid>225HV (bijv. roestvrij staal) worden voorzien van een groef. f Snijd met een pijpsnijder een groef van circa0,1mm diepte op een gedefinieerde afstand van het uiteinde van de buis. - Buisdiameter 22mm: 17 ± 0,5mm - Buisdiameter 28mm: 21 ± 0,5mmWerkingsprincipe van koppelingenDe koppelingen zijn uitgerust met een klemelement met roest-vrijstalen tanden en een O-ring voor de afdichting. Daarnaast be-schikken de koppelingen over de functie "draaien en borgen". Door de schroefdop simpelweg handmatig te draaien, wordt de buis in de koppeling gefixeerd en wordt de O-ring voor het afdichten op de buis geperst. De koppeling tot stand brengenVoordat deze erin gestoken wordt, moet de koppeling in de ont-grendelde stand staan.

 www. stiebel-eltron. com  15D0000088520Buis-Ø 28 mmInsteekdiepte A max. 44 mm. Materiële schadeDe buisuiteinden moeten vrij zijn van bramen. f Kort de buizen alleen in met een pijpsnijder. f Steek de buis voorbij de O-ring in de koppeling tot de inge-stelde insteekdiepte is bereikt. f Draai de wartel tot aan de aanslag handvast op de basisbe-huizing. Hierdoor wordt de koppeling beveiligd. De koppeling losmakenAls het koppelstuk losgemaakt moet worden, gaat u als volgt te werk:f Draai de wartel tegen de wijzers van de klok in los totdat er een kleine gleuf met een breedte van ca. 2 mm ontstaat. Duw het klemelement met de vingers terug en houd het vast. f Trek de ingestoken leiding uit de koppeling. D000008852110. 5 Zuurstofdiffusie. Materiële schadeVermijd open verwarmingsinstallaties.

Gebruik bij vloer-verwarmingen met kunststofleidingen zuurstofdiffusie-dichte leidingen. Bij vloerverwarmingen met niet-zuurstofdiffusiedichte kunststof-leidingen of open verwarmingsinstallaties kan door zuurstofdiffu-sie corrosie optreden aan de stalen delen van de verwarmingsin-stallatie (bijv. aan de warmtewisselaar van de warmwaterboiler, aan buffervaten, stalen verwarmingselementen of stalen buizen). f Scheid bij zuurstofdoorlatende verwarmingssystemen het verwarmingssysteem tussen verwarmingscircuit en buffervat. Materiële schadeDe corrosieproducten (bijv. roestslib) kunnen neerslaan in de componenten van de verwarmingsinstallatie en door vernauwing van de doorsnede de capaciteit van de installatie beïnvloeden of storingen veroorzaken die lei-den tot het uitvallen van de installatie. 10. 6 Verwarmingsinstallatie vullen10. 6.

Neem de volgende grenswaarden in acht, zodat het verwarmingssysteem niet beschadigd raakt.  Waterhardheid °dH ≤3pH-waarde 6,5-8,5Chloride mg/l < 30De waterhardheid en het chloridegehalte van het vulwater kunt u opvragen bij de verantwoordelijke watermaatschappij. f Let op de lokale vereisten (bijv. VDI2035 in Duitsland). Wij adviseren om het vulwater niet te ontzouten, omdat hierdoor de pH-waarde kan worden aangetast. Wanneer u het vulwater ontzout, controleert u de pH-waarde 8-12weken na de installatie en na iedere bijvuling. f Leng het vulwater niet aan met inhibitoren en additieven. Toebehoren voor de wateronthardingWanneer u het vulwater moet ontharden, kunt u het volgende product gebruiken.

- Verwarmings-onthardingsarmatuur HZEA - Reservepatroon HZENf Controleer deze grenswaarden 8 - 12weken na de ingebruik-name, telkens na het bijvullen evenals tijdens het jaarlijkse onderhoud van de installatie. Toestel in gebouwen die weinig worden bewoond In de normale werking zijn de aansluitleidingen en de installatie beschermd door de bevriezingsbescherming van het toestel. Wanneer het toestel gedurende een langere periode van de stroomvoorziening is ontkoppeld (buitendienststelling, langduri-ge stroomuitval), moet u het toestel aan de waterzijde aftappen. Anders is het toestel niet beschermd tegen vorst. Wanneer bij installaties een stroomonderbreking niet kan worden herkend (bijv. bij langere afwezigheid in een vakantiewoning), kunt u de volgende veiligheidsmaatregel nemen. f Leng het vulwater aan met ethyleenglycol in geschikte con-centratie.

Let op de gegevens op het antivriesmiddel. Gebruik uitsluitend door ons toegelaten antivriesmiddelen. f Let erop dat antivriesmiddelen de densiteit en de viscositeit van het vulwater wijzigen. MEG 10 Brine als concentraat op basis van ethy-leenglycol231109 MEG 30 Brine als concentraat op basis van ethy-leenglycol161696.

 16  www. stiebel-eltron. com10. 6. 2 Verwarmingsinstallatie vullenf Vul de verwarmingsinstallatie via de aftapopening (zie hoofdstuk “Technische gegevens/afmetingen en aansluitingen”). f Controleer na het vullen van de verwarmingsinstallatie de aansluitingen op dichtheid. 10. 6. 3 Verwarmingsinstallatie ontluchtenf Ontlucht het leidingsysteem zorgvuldig. D00003530611 Ontluchtingf Ontlucht het buizenstelsel door de ontluchting in werking te stellen. 10. 7 CondensaatafvoerOm optredend condensaat af te voeren, is in de fabriek een con-densaatafvoer gemonteerd op de ontdooibak. D000010775811 Condensaatafvoerf Neem ook hoofdstuk “Elektrische aansluiting/verwarmings-lint” in acht. f Wanneer het toestel op een fundament opgesteld wordt, druppelt het condensaat ongehinderd in de condensaatafvoerbuis.

f Monteer een condensaatslang op de condensaatafvoer, wan-neer het toestel op een console wordt gemonteerd. f Bescherm de condensaatslang tegen vorst door deze vol-doende te isoleren. Materiële schadeLet erop dat de condensaatslang niet geknikt wordt. Plaats de slang met verval. f Controleer na het plaatsen van de condensaatslang of het condensaat goed weglopen kan. 10. 8 Externe tweede warmteopwekkerBij bivalente systemen moet de warmtepomp altijd worden ge-integreerd in de retour van de tweede warmteopwekker (bijv. olieketel). 10. 9 Veiligheidstemperatuurbegrenzer voor oppervlakteverwarming. Materiële schadeOm in geval van een defect eventuele schade door een verhoogde aanvoertemperatuur in de oppervlaktever-warming te vermijden, installeert u een veiligheidstem-peratuurbegrenzer om de systeemtemperatuur te be-grenzen. 11.

Aangezien het toestel op de huisinstallatie is aangesloten, worden bij een verschilstroommeting de lekstroom van het toestel en de foutstromen van de installatie samen geregistreerd. f Bereken het aandeel van de lekstroom van het toe-stel en de foutstromen aan de hand van het meetre-sultaat. f Let daarbij op de plaatselijke en toestelspecifieke omstandigheden die op de meetlocatie aanwezig zijn, alsmede eventuele isolatiefouten of andere in-vloedsfactoren. AanwijzingHoud rekening met de handleiding van de warmtepomp-manager. Aansluitwerkzaamheden mogen alleen uitgevoerd worden door een erkende vakman conform deze handleiding. De verklaring van goedkeuring van de bevoegde energiemaat-schappij moet beschikbaar zijn om het toestel te kunnen aan-sluiten.

 www.stiebel-eltron.com  1711.1 Aansluitgedeelte WAARSCHUWING elektrische schokf Schakel het toestel voor aanvang van de werkzaam-heden spanningsvrij in de schakelkast. AanwijzingDe aansluitklemmen zitten op het aansluitpaneel in het toestel.f Houd rekening met het hoofdstuk “Voorbereidingen/Voorbe-reiden van de elektrische installatie”.f Voor de aansluitingen dient u elektriciteitskabels te gebrui-ken conform de voorschriften.Toegang tot het aansluitpaneelD0000035356D0000035358f Schuif de afdekking omhoog.D00000353631 21 Trekontlasting2 Aansluitgebiedf Leid alle elektriciteitskabels door de trekontlastingen.Als er weinig ruimte is achter het toestel kunt u het aansluitpaneel uitklappen.D0000035380f Maak de schroeven in het aansluitgebied los.D0000035382

 18  www.stiebel-eltron.comf Zwenk het aansluitgebied opzij.D0000075146f Fixeer het aansluitgebied met de vergrendeling.Aansluiting X5: elektrische nood-/bijverwarming (BVW)f Sluit de elektrische nood-/bijverwarming aan.Als het cv-water tijdens het ontdooien onder de 15 °C komt, wordt de nood-/bijverwarming geactiveerd.

Als u kunt garanderen dat er geen ontdooiing plaatsvindt in speciale installaties, kunt u afzien van het aansluiten van de nood-/bijverwarming.Overige functies van de nood-/bijverwarming: - Mono-energetisch bedrijf De elektrische nood-/bijverwarming waarborgt de ver-warmingsmodus en genereert hogere warmwatertempe-raturen, wanneer het bivalentiepunt te laag is.Noodbedrijf Wanneer de warmtepomp bij een storing uitvalt, wordt het verwarmingsvermogen overgenomen door de elek-trische nood-/bijverwarming.Opwarmprogramma (alleen bij vloerver-warmingen) Bij retourtemperaturen van

 20  www.stiebel-eltron.comAansluitpaneel sluitenD0000035356121 Tandring2 Schroeff Zet de afdekking vast met de schroef en de tandring.f Sluit de volgende componenten in overeenstemming met de planningsdocumenten aan op de warmtepompmanager: - Circulatiepomp voor de warmteafgiftezijde - Buitentemperatuursensor - Retoursensor (alleen in combinatie met buffervat)11.2 VerwarmingslintEr kan een verwarmingslint (zie hoofdstuk “Installatie/toestelbe-schrijving/toebehoren/overig toebehoren”) aan de condensaatbak en de condensaatslang gemonteerd worden.f Installeer een verwarmingslint bij montage op de wand- of staande console.Bij montage op het fundament of de montageconsole adviseren wij de montage van een verwarmingslint, indien de condensaatslang niet vorstvrij gelegd is of als deze in grote mate aan weersom-standigheden blootgesteld wordt.Toegang tot het aansluitpaneelD0000107761f Verwijder de afdekking.A.1D00000359751 Elektrische aansluiting verwarmingslintf Leid het verwarmingslint door het toestel.D0000033168f Steek het verwarmingslint in de condensaatafvoerbuis.B.D0000035976f Sluit het verwarmingslint elektrisch aan.Uitgang: L, N, PE

 www. stiebel-eltron. com  21Aansluitpaneel sluitenD0000107762f Plaats de afdekking op het toestel. f Bevestig de afdekking met de vier schroeven. 12. IngebruiknameVoor de werking van het toestel is de warmtepompmanager WPM noodzakelijk. Hiermee worden alle vereiste instellingen voor en tijdens de werking uitgevoerd. Alle instellingen in de ingebruiknamelijst van de warmtepomp-manager, de ingebruikname van het toestel en de opleiding van de gebruiker moeten uitgevoerd worden door een installateur. De ingebruikname moet overeenkomstig deze bedienings- en installatiehandleiding en de handleidingen van de warmtepomp-manager plaatsvinden. Voor de ingebruikname kunt u een beroep doen op onze klantenservice (tegen betaling). f Neem de meegeleverde checklist voor ingebruikname in acht.

D0000035383f Reset de veiligheidstemperatuurbegrenzer opnieuw door op de resettoets te drukken. 12. 1. 4 Netaansluiting - Heeft u de netaansluiting vakkundig uitgevoerd. 12. 2 Gebruik met een externe tweede warmteopwekkerHet toestel is in de fabriek op compressorwerking met elektri-sche nood-/bijverwarming ingesteld. Als het toestel bivalent met een externe tweede warmtegenerator wordt gebruikt, moet u de schuifschakelaar op compressorwerking met een externe tweede warmtegenerator instellen (zie hoofdstuk “Storingen verhelpen/controle van de schuifregelaar op de IWS”).

 22  www. stiebel-eltron. com12. 3 Minimale volumestroom verzekeren AanwijzingHet minimale debiet en de ontdooi-energie moeten altijd gewaarborgd worden (zie hoofdstuk "Technische gege-vens/gevenstabel"). Bij zeer geringe verwarmingscircuittemperaturen kan het in uitzonderlijke gevallen voorkomen dat de elektrische nood-/bijverwarming tijdens het ontdooien wordt geac-tiveerd om de benodigde ontdooi-energie te leveren. Het toestel is zo ontworpen dat in combinatie met overeenkomstig gedimensioneerde, vlakke verwarmingssystemen geen buffervat noodzakelijk is. Voor een installatie met meerdere verwarmingscircuits is het ge-bruik van een buffervat vereist. 12. 3.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Stiebel Eltron WPL 25 AC stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden