Solo 126 L Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Solo 126 L (428 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Solo 126 L of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/428
442959_a_BA_Motorsense 126 L/B, 130 L/B, 140 L/B und 151 B
Deckblatt_126L/B_130L/B_140L/B_151B
BETRIEBSANLEITUNG
BENZIN-MOTORSENSEN
126 L
126 B
130 L
130 B
140 L
140 B
151 B
442959_a
10 | 2020
DE
GB
NL
FR
ES
IT
SI
HR
RS
PL
CZ
SK
HU
DK
SE
NO
FI
EE
LT
LV
BG
RU
UA
MK

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Solo
Categorie: Grasmaaier
Model: 126 L

Handleiding Solo 126 L – volledige tekst

NL42 126 L | 126 B | 130 L | 130 B | 140 B | 140 L | 151 BVertaling van de originele gebruikershandleidingVERTALING VAN DE ORIGINELE GEBRUIKERSHANDLEIDINGInhoudsopgave1 Over deze gebruiksaanwijzing. 421. 1 Symbolen op de titelpagina. 431. 2 Verklaring van pictogrammen en sig-naalwoorden. 432 Productomschrijving. 432. 1 Beoogd gebruik. 432. 2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik. 432. 3 Restrisico's. 432. 4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-ningen. 442. 5 Symbolen op het apparaat. 442. 6 Leveringsomvang. 442. 7 Productoverzicht (01, 07). 442. 8 Toegestane maaigereedschappen. 453 Veiligheidsinstructies. 453. 1 Gebruiker. 453. 2 Persoonlijke beschermingsmiddelen. 463. 3 Veiligheid op de werkplek. 463. 4 Veiligheid van het apparaat. 463. 5 Veiligheid van personen, dieren eneigendommen. 463. 6 Belasting door trillingen. 473. 7 Het hanteren van benzine en olie. 474 Montage. 484.

5816 Garantie. 591 OVER DEZE GEBRUIKSAANWIJZING■De Duitse versie is de originele gebruiksaan-wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin-gen van de originele gebruiksaanwijzing. ■Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodatu erin het antwoord op uw vragen kunt terug-vinden wanneer u informatie over de machi-ne nodig heeft. ■Draag de machine alleen samen met dezegebruiksaanwijzing aan andere personenover.

442959_a 43Productomschrijving■Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzingin acht. 1. 1 Symbolen op de titelpaginaSymbool BetekenisLees voor de ingebruikname dezegebruiksaanwijzing absoluut zorg-vuldig door. Dit is de voorwaardevoor veilig werken en een storings-vrij gebruik. GebruiksaanwijzingGebruik het benzineapparaat niet inde buurt van open vlammen of hitte-bronnen. 1. 2 Verklaring van pictogrammen ensignaalwoorden GEVAAR. Wijst op een direct gevaarlijke si-tuatie, die, wanneer ze niet vermeden wordt, totde dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING. Wijst op een potentieelgevaarlijke situatie, die, wanneer ze niet verme-den wordt, tot de dood of tot een zwaar letsel kanleiden. VOORZICHTIG. Wijst op een potentieel ge-vaarlijke situatie, die, wanneer ze niet vermedenwordt, tot een licht of middelzwaar letsel kan lei-den. LET OP.

Wijst op een situatie, die, wanneer zeniet vermeden wordt, tot materiële schade kanleiden. OPMERKING Speciale aanwijzingen voormeer duidelijkheid en een beter gebruik. 2 PRODUCTOMSCHRIJVING2. 1 Beoogd gebruikDe bosmaaier is bedoeld voor het maaien vanzacht gras en soortgelijke vegetatie. Daarbij moetde bosmaaier parallel aan de grond worden be-wogen. De bosmaaier is verkrijgbaar in twee varianten;neem de instructies die op uw apparaat van toe-passing zijn in acht:■126 B, 130 B, 140 B, 151 B: Bosmaaier met„Bike"-greep■126 L, 130 L, 140 L: Bosmaaier met "Loop"-greepEr mag alleen met de machine gewerkt wordenals het volledig gemonteerd is. Dit apparaat is uitsluitend bedoeld voor particuliergebruik.

Elke andere toepassing, alsook een ver-boden om- of aanbouw, worden beschouwd alsniet beoogd gebruik en leiden tot uitsluiting vande garantie, het verlies van de conformiteit (CE-markering) en de afwijzing van elke verantwoor-delijkheid vanwege de fabrikant wat betreft scha-de aan de gebruiker of derden. 2.

2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik■Maai geen struiken, hagen, bomen of bloe-men. ■Til het apparaat tijdens het maaien niet opvan de grond. ■Gebruik geen andere onderdelen dan de ori-ginele onderdelen van de fabrikant (zieHoofdstuk 2. 8 "Zugelassene Schneidwerk-zeuge", pagina45). 2. 3 Restrisico'sOok bij doelmatig gebruik van het gereedschapblijft sprake van een zeker restrisico dat niet kanworden uitgesloten. Uit de aard en de bouwwijzevan het apparaat kunnen, afhankelijk van het ge-bruik, de volgende potentiële gevaren worden af-geleid:■Wegslingeren van snijafval, grond en kleinestenen■Wegslingeren van afgesneden delen van demaaidraad■Inademen van deeltjes van afgesneden ge-wasdeeltjes als er geen adembeschermingwordt gedragen. ■Schade aan het gehoor als er geen gehoor-bescherming wordt gedragen. ■Snijwonden bij het grijpen in de draaiendemaaidraad of het draaiende mesblad.

Gevaar voor letsel.Defecte en buiten werking gestelde veiligheids-en beschermingsapparatuur kunnen ernstig letselveroorzaken.■Laat defecte veiligheids- en beschermingsap-paratuur repareren.■De veiligheids- en beschermingsuitrustingnooit buiten werking stellen.In noodgevallenSchakel in noodgevallen altijd de motor uit metde aan/uit-schakelaar.AfschermkapDe beschermplaat beschermt de bediener tegencontact met de roterende maaidraad en wegge-slingerde objecten."Loop"-greep met afstandhouderDe Loop"-greep voorkomt dat de voeten van debediener in de buurt van het draaiende maai-draad kunnen komen.2.5 Symbolen op het apparaatSymbool BetekenisVereist extra voorzichtigheid tijdensgebruik!Lees vóór ingebruikname de ge-bruiksaanwijzing!Draag een veiligheidshelm, gehoor-bescherming en oogbescherming!Draag stevige schoenen!Draag beschermende handschoe-nen!Risico op wegslingeren van voor-werpen!Symbool BetekenisDe afstand tussen het apparaat enderden moet in de gehele cirkelrondom de gebruiker ten minste 15m bedragen.Gevaar door naloop.Gebruik de bosmaaier nooit meteen zaagblad!Heet oppervlak.

127620■3-tands mesblad: Artikelnr. 112906 GEVAAR. Levensgevaar door maaige-reedschappen. Het gebruik van niet toegestanemaaigereedschappen (bijv. uit meerdere delenbestaande, metalen maaigereedschappen metzwenkkettingen en klepelmessen) en beschadig-de maaigereedschappen (bijv. met barsten of af-gebrokkelde randen) kan leiden tot zeer ernstigletsel, tot de dood toe. ■Gebruik altijd uitsluitend originele, door de fa-brikant toegestane maaigereedschappen. ■Beschadigde maaigereedschappen moetenaltijd direct worden vervangen. Het gebruik van niet toegestane maaigereed-schappen geldt als niet-reglementair gebruik (zieHoofdstuk 2. 1 "Bestimmungsgemäße Verwen-dung", pagina43). 3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES VOORZICHTIG. Gevaar voor gehoorbe-schadiging. Tijdens het gebruik produceert hetapparaat erg veel lawaai.

■Houd een veiligheidsafstand aan tot perso-nen en dieren of schakel het apparaat uit alspersonen of dieren naderen. OPMERKING Zorg er beslist voor dat ubekend bent met de bediening van het apparaat. Zorg er met name voor, dat u weet hoe het appa-raat onmiddellijk kan worden gestopt. 3. 1 Gebruiker■Personen van jonger dan 16 jaar en personendie de gebruikershandleiding niet hebben ge-lezen, mogen het apparaat niet gebruiken. Neem eventueel van toepassing zijnde natio-nale veiligheidsvoorschriften omtrent de mini-mum leeftijd van de gebruiker in acht.

NL46 126 L | 126 B | 130 L | 130 B | 140 B | 140 L | 151 BVeiligheidsinstructies■Wanneer u voor het eerst met een dergelijkapparaat werkt: Laat u door de verkoper ofeen andere deskundige de werking van hetapparaat uitleggen. Of volg een cursus. ■Iedereen die met dit apparaat werkt, moet uit-gerust en gezond zijn en in een goede condi-tie verkeren. Wie zich uit gezondheidsover-wegingen niet overmatig mag inspannen,moet een arts raadplegen, of het voor haar/hem mogelijk is met dit apparaat te werken. ■Bedien het apparaat niet als u onder invloedbent van alcohol, drugs of geneesmiddelen. 3. 2 Persoonlijke beschermingsmiddelen■Om letsel aan hoofd en ledematen evenalsgehoorschade te voorkomen, moet verplichtbeschermende kleding en uitrusting wordengedragen. ■De kleding moet doelmatig (nauwsluitend)zijn en mag bij het gebruik niet hinderen.

■De persoonlijke beschermingsmiddelen be-staan uit:■gehoorbescherming (bijv. oorschelpen),met name bij een dagelijkse arbeidsduurvan meer dan 2,5 uur■veiligheidsbril■stevige werkhandschoenen, trilling- enschokdempend■veiligheidsschoenen met slipvaste zolenen stalen neuzen3. 3 Veiligheid op de werkplek■Gebruik het apparaat uitsluitend in de buiten-lucht en nooit in afgesloten ruimten. ■Werk enkel bij daglicht of bij sterk kunstlicht. ■Verwijder voor aanvang van werkzaamhedengevaarlijke producten en voorwerpen uit hetwerkgebied, bijv. takken, stukken glas, scher-pe voorwerpen, stukken metaal of stenen. ■Let daarbij op uw stabiliteit. Vermeid natte,gladde bodems. ■Beweeg tijdens het werken voorzichtig enlangzaam. Loop niet hard. Let op obstakels. 3.

4 Veiligheid van het apparaat■Gebruik de machine alleen onder de volgen-de voorwaarden:■Het apparaat is niet vervuild, met nameniet met benzine en olie. ■Het apparaat vertoont geen beschadigin-gen, met name niet aan beschermroosters. ■Alle bedieningselementen werken.

■Alle voor de betreffende werkzaamhedenbedoelde accessoires zijn op het appa-raat gemonteerd. ■Overbelast de machine niet. Het is voor lichteparticuliere werkzaamheden bedoeld. Overbe-lasting leidt tot beschadiging van de machine. ■Blokkeer tijdens het gebruik nooit de aan-zuig- en ventilatierooster, om het oververhitraken van de motor te voorkomen. ■Schakel het apparaat onmiddellijk uit, wan-neer de motor abnormaal en hevig begint tetrillen. Dit betekent dat zich in het apparaateen storing voordoet. ■Gebruik de machine nooit met versleten ofdefecte onderdelen. Vervang defecte onder-delen altijd door originele reserve-onderdelenvan de fabrikant. Wanneer de machine metversleten of defecte onderdelen wordt ge-bruikt, kan tegenover de fabrikant geen aan-spraak op garantie worden gemaakt. 3.

5 Veiligheid van personen, dieren eneigendommen■Gebruik de machine alleen voor werkzaam-heden waarvoor het is bedoeld. Niet-regle-mentair gebruik kan letsel en materiële scha-de veroorzaken. ■Schakel het apparaat alleen in als er geenpersonen of dieren in het werkgebied aanwe-zig zijn. ■Houd een veiligheidsafstand aan tot perso-nen en dieren of schakel het apparaat uit alspersonen of dieren naderen. ■Houd de stroom van uitlaatgassen nooit ge-richt op personen of dieren, of op brandbareproducten en voorwerpen. ■Grijp niet in het aanzuig- en luchtfilter als demotor draait. De draaiende onderdelen kun-nen letsel veroorzaken. ■Schakel het apparaat altijd uit wanneer u hetniet nodig heeft, bijv. bij het verplaatsen naareen ander werkgebied, bij onderhoudswerk-zaamheden, bij het tanken van het benzine-oliemengsel.

■Schakel het apparaat bij een ongeval onmid-dellijk uit om verder letsel en materiële scha-de te voorkomen. ■Gebruik de machine nooit met versleten ofdefecte onderdelen. Versleten of defecte on-derdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken. ■Bewaar het apparaat buiten het bereik vankinderen.

442959_a 47Veiligheidsinstructies3. 6 Belasting door trillingen■Gevaar door trillingenDe werkelijke trillingsemissiewaarde tijdenshet gebruik van het apparaat kan afwijkenvan de door de fabrikant opgegeven waarde. Let voor of tijdens het gebruik op de volgen-de factoren die van invloed zijn:■Wordt het apparaat gebruikt voor het be-oogde gebruik. ■Wordt het materiaal op de juiste wijze ge-sneden of verwerkt. ■Bevindt het apparaat zich in een goedestaat van gebruik. ■Is het snijblad goed scherp en is het juis-te snijblad ingebouwd. ■Zijn de handgrepen en, indien nodig, op-tionele trillingsdempende handgrepen ge-monteerd en zijn deze vast verbondenmet het apparaat. ■Gebruik het apparaat alleen met het toerentalvan de verbrandingsmotor dat nodig is voorde uit te voeren werkzaamheden. Gebruikhet maximale toerental zo min mogelijk omgeluid en trillingen te beperken.

■Als gevolg van verkeerd gebruik en onderhoudkunnen de trillingen en het lawaai van het ap-paraat toenemen. Dit leidt tot schade aan degezondheid. Schakel in dit geval het apparaatonmiddellijk uit en laat het repareren door eengeautoriseerde servicewerkplaats. ■De mate van belasting als gevolg van trillin-gen is afhankelijk van de uit te voeren werk-zaamheden of van de toepassing van het ap-paraat. Schat hem in en las voldoende pau-zes in. Daardoor wordt de belasting door tril-lingen gedurende de volledige werktijd in be-langrijke mate verminderd. ■Door een langer gebruik van het apparaatwordt de bediener blootgesteld aan trillingen,waardoor problemen kunnen ontstaan met debloedsomloop (‘dode vingers’). Om dit risicote verminderen, handschoenen dragen en dehanden warmhouden. Wanneer een symp-toom van ‘dode vingers’ wordt waargenomen,onmiddellijk medische hulp inroepen.

Meestalworden deze symptomen waargenomen aanvingers, handen of polsen. Bij lage tempera-turen (ca. beneden 10°C) neemt het gevaartoe. ■Las langere pauzes in tijdens uw werkdag,zodat u kunt herstellen van het geluid en vande trillingen. Plan uw werk zodanig dat hetgebruik van apparaten die sterke trillingenveroorzaken, wordt verspreid over meerderedagen. ■Wanneer u een onaangenaam gevoel of eenverkleuring van de huid tijdens het gebruikvan het apparaat waarneemt aan uw handen,onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las vol-doende pauzes in. Zonder voldoende pauzeskan een trillingensyndroom ontstaan aanhanden en armen. ■Minimaliseer het risico door uzelf zo min mo-gelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorghet apparaat volgens de aanwijzingen in degebruiksaanwijzing. ■Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemtu contact op met uw dealer om trillingsdem-pende accessoires (bijv.

handgrepen) aan teschaffen. ■Leg in een werkschema vast hoe de belas-ting door trillingen kan worden begrensd. 3. 7 Het hanteren van benzine en olie■Explosie- en brandgevaar:Bij het ontsnappen van een benzine-lucht-mengsel ontstaat potentieel explosieve atmo-sfeer. Door een ondeskundige omgang metbrandstoffen kunnen deze ontsteken, explo-deren en ontbranden, wat tot zwaar letsel enzelfs sterfgevallen kan leiden. Neem het vol-gende in acht:■Rook nooit, terwijl u met benzine werkt. ■Werk uitsluitend in de buitenlucht metbenzine en nooit in afgesloten ruimten. ■Neem beslist altijd de volgende gedrags-regels in acht. ■Transporteer en bewaar benzine en olie uit-sluitend op in goedgekeurde voorraadvaten. Zorg ervoor dat de opgeslagen benzine enolie niet toegankelijk zijn voor kinderen.

■Zorg ervoor, om bodemvervuiling (milieube-scherming) te vermijden, dat bij het tankengeen benzine en geen olie in de aarde te-rechtkomt. Gebruik bij het tanken een trechter. ■Tank het apparaat nooit af in gesloten ruim-ten.

NL48 126 L | 126 B | 130 L | 130 B | 140 B | 140 L | 151 BMontagegoed geventileerde plaats drogen voordat udeze weggooit. Anders kan spontane zelfont-branding optreden. ■Bij het morsen van benzine ontstaan benzin-edampen. Start de motor daarom niet op de-zelfde plaats, maar op minstens3 m afstand. ■Vermijd huidcontact met producten van mine-rale oliën. Adem geen benzinedampen in. Draag altijd veiligheidshandschoenen ombrandstof bij te vullen. Vervang en reinig debeschermende kleding regelmatig. ■Let erop dat uw kleding niet in contact komtmet benzine. Vervang uw kleding onmiddel-lijk wanneer benzine op uw kleding terecht-gekomen is. ■Tank het apparaat nooit af, bij draaiende ofhete motor. 4 MONTAGE WAARSCHUWING. Gevaren door onvol-ledige montage. De werking van een onvolledigapparaat kan ernstig letsel veroorzaken. ■Gebruik het apparaat alleen als het volledigis gemonteerd.

■Controleer voor het inschakelen alle veilig-heids- en beschermingsvoorzieningen opaanwezigheid en functionaliteit. WAARSCHUWING. Gevaar voor letseldoor losrakende onderdelen van het apparaat. Tijdens de werking losrakende onderdelen kun-nen ernstig letsel veroorzaken. ■Bevestig maaigereedschappen zo dat ze, tij-dens het gebruik, niet kunnen loskomen. 4. 1 Montage bosmaaier4. 1. 1 Draadkop monteren (10)1. Meeneemschijf (10/1) op geleidepen (10/2)van de hoekoverbrenging plaatsen. 2. Voor het vastzetten de inbussleutel (10/3) inde opening van de meeneemschijf (10/1) ste-ken. 3. Draadkop (10/4) op de hoekoverbrengingschroeven en vastdraaien. Opmerking:Linkse schroefdraad. Draai dedraadspoel linksom vast. 4. 1. 2 Snijdraad vervangen (11)1. Draaiknop (11/1) zodanig draaien dat de pij-len (11/2, 11/3) op één lijn liggen. 2.

10cm uit de draadkop steekt. 4. 1. 3 Mesblad monteren (04) WAARSCHUWING. Gevaar voor zwaarletsel. Door een versleten waaierschijf (04/5) kanhet mesblad tijdens de werking losraken en ern-stig letsel veroorzaken. ■Monteer beslist de meergeleverde splitpen(04/8). 1. Leg de bosmaaier zo neer, dat de maaikopomhoog wijst. 2. Meeneemschijf (04/1) op de geleidepen(04/2) van de hoekoverbrenging plaatsen. 3. Het mesblad (04/3) zodanig op de meeneem-schijf (04/1) plaatsen dat de boring van hetmesblad precies over de centreerring van demeeneemschijf komt. 4. De flens (04/4) zodanig op het mesblad(04/3) plaatsen dat de platte zijde naar hetsnijmes is gericht. 5. Getande borgring (04/5) aanbrengen. 6. Bevestigingsmoer (04/6) vastdraaien op degeleidepen (04/2). Daartoe de inbussleutel(04/7) in de daarvoor bedoelde boring plaat-sen en met de bougiesleutel linksom aanha-len.

442959_a 49Inbedrijfstelling4. 1. 5 "Loop"-greep monteren 126/130/140 L(08)1. Schuif de rubberen manchet (08/1) over desteel (08/2). 2. "Loop"-greep (08/3) van boven en greephou-der (08/4) van ondereen rond de rubberenmanchet leggen. 3. Steek een inbusbout (08/5) van de bovenzij-de door de handgreep en draai hier, vanaf deonderzijde, losjes een moer (08/6) op. Her-haal deze stap met de overige inbusboutenen moeren. 4. Draai alle inbusbouten vast. 4. 1. 6 "Bike"-greep monteren 126/130 B (02,03)1. Schuif de rubberen manchet (02/1) over desteel. 2. Met de vier inbusbouten (02/2) de onderstelagerschaal (02/3) en de handgreephouder(02/4) boven de rubberen manchet (02/1) be-vestigen. 3. De "Bike"-handgreep (02/5) in de handgreep-houder (02/4) leggen. 4. Met de vier inbusbouten (02/7) de bovenstelagerschaal (02/6) op de handgreephouder(02/4) bevestigen. 5.

De “Bike”-greep zo uitlijnen, dat afstand Akleiner is dan afstand B (03/A, 03/B). Opmerking:Met de "Bike”-greep houdt u debosmaaier altijd rechts van het lichaam. Bei-de afstanden zijn juist ingesteld, wanneer hetmidden van de maaikop zich midden voor hetlichaam bevindt. 4. 1. 7 "Bike"-greep monteren 140 B (02)1. Veer (02/1) in de houder in de schacht leg-gen. 2. De onderste lagerschaal (02/2) op de veerplaatsen. 3. Gemarkeerd (geribbeld) gedeelte van degreepstang (02/3) in de onderste lagerschaal(02/2) van de greephouder plaatsen. De bo-venste lagerschaal (02/4) moet in de onder-ste lagerschaal (02/2) vastklikken. 4. Met de borgbout (02/5) de bovenste lager-schaal (02/4) op de onderste lagerschaal(02/2) bevestigen. Opmerking:De zitting van de houder kan in-dividueel aan de schacht worden verscho-ven. 5. Borgbout (02/5) stevig aandraaien. 4. 1. 8 "Bike"-greep monteren 151 B (02, 03)1.

Met de drie inbusbouten de bovenste lager-schaal op de onderste lagerschaal bevesti-gen. 4. De “Bike”-greep zo uitlijnen, dat afstand Akleiner is dan afstand B (03/A, 03/B). Opmerking:Met de "Bike”-greep houdt u debosmaaier altijd rechts van het lichaam. Bei-de afstanden zijn juist ingesteld, wanneer hetmidden van de maaikop zich midden voor hetlichaam bevindt. 4. 1. 9 Draagriem omleggen 126 B/126 L/130B/130 L/140 B/140 L/151 B (06)Zie afbeelding (06). 5 INBEDRIJFSTELLING OPMERKING Controleer het apparaat al-tijd op beschadigingen voor de dagelijkse inge-bruikname, nadat het apparaat is gevallen of er-gens tegenaan is gestoten. Laat eventuele scha-de voor gebruik repareren. 5. 1 Maak een benzine-oliemengsel aan entank het apparaat volLET OP. Gevaar voor beschadiging van demotor. Het gebruik van zuivere benzine leidt totbeschadiging van de motor tot het uitvallen vande motor toe.

In dergelijke situaties kunnen bij defabrikant geen aanspraken worden gemaakt opgarantie. ■Gebruik in de motor altijd een benzine-olie-mengsel met de voorgeschreven mengver-houding. Aanmaken van het benzine-oliemengselVoor de 2-taktmotor heeft u nodig:■Schone, loodvrije benzine met een octaange-tal van minimaal 90. Benzine die langer dan2 maanden is opgeslagen veroorzaakt afzet-tingen in de motor die tot storingen leiden. ■Kwalitatief hoogwaardige, synthetische olievoor 2-taktmotoren.

NL50 126 L | 126 B | 130 L | 130 B | 140 B | 140 L | 151 BBedieningMaak met deze twee componenten een benzine-oliemengsel met een verhouding van 50:1 aan:Mengverhouding Benzine [li-ter]2-taktolie[millimeter]50 delen benzine:1 deel 2-taktolie1l 20ml3l 60ml5l 100ml1. Giet de benzine en de 2-taktolie in eenmengfles voor brandstof (zie de tabel voor dehoeveelheden, afhankelijk van de grootte vande mengfles). 2. Sluit de mengfles af en schud deze herhaalden krachtig, zodat de benzine en de olie goedvermengd worden. Tanken van het benzine-oliemengsel (14)1. Plaats het apparaat op een vlakke, stevigeondergrond. De dop (14/1) van de brandstof-tank moet naar boven wijzen. 2. Veeg de dop van de brandstoftank (14/1), debrandstoftank (14/2) en de omliggende delenvan het apparaat schoon, zodat bij het tan-ken van het benzine-oliemengsel geen vuil inde brandstoftank kan belanden. 3.

Draai de dop van de brandstoftank langzaamlos, zodat de druk van het benzine-oliemeng-sel langzaam uit de brandstoftank kan ont-snappen naar de buitenlucht. Laat de dopaan de brandstoftank hangen. 4. Steek een trechter (14/3) in de vulopening(14/4) van de brandstoftank. 5. Giet het voorbereide benzine-oliemengsel uitde mengfles (14/5) in de brandstoftank en vuldeze tot aan de onderkant van de vulopening– maar niet verder. 6. Neem de trechter uit de vulopening en draaide dop handvast op de brandstoftank. 7. Veeg eventueel gemorst benzine-oliemeng-sel van het apparaat en de ondergrond af. 6 BEDIENING6. 1 VoorbereidingVoor het starten■Leg de bosmaaier vlak en uit de buurt vanobstakels op de grond. Het maaigereedschapmag geen voorwerpen raken en niet op degrond rusten.

wanneer dezelanger dan 5 minuten niet heeft gedraaid, wordteen “koude start” uitgevoerd. Warme startWanneer de motor nog op bedrijfstemperatuur is,d. w. z. kort nadat deze is uitgeschakeld, wordteen “warme start” uitgevoerd. Hierbij wordt dechoke niet gebruikt. 6. 2 Motor starten/stoppen (05, 09) OPMERKING Met de „Ready to Start“-functie staat de Aan-/Uit-schakelaar altijd opstand AAN. Schuif de Aan-/Uit-schakelaar naarUIT om het apparaat te stoppen. Na de bedieningvan de schakelaar beweegt die automatisch weerterug naar de stand AAN. OPMERKING Automatisch terugzettenvan de chokehendel. In geval van een onmid-dellijke start van de motor beweegt de chokehen-del door bediening van de gashendel automa-tisch terug naar de epositie RUN. Koude start1. Draai de shokehendel (05/4, 09/4) naar destand CHOKE. 2. Druk de primer (05/5, 09/5) 7- tot 10-maalkort en stevig in. 3.

De motor starten:■Duw het apparaat met een hand stevigtegen de grond. ■Trek met de andere hand de starthendel(05/6, 09/6) eerst voorzichtig en lang-zaam uit, tot een weerstand voelbaarwordt. Trek de greep dan krachtig ensnel omhoog, tot u weer een weerstandvoelt (ca. 1 armlengte).

442959_a 51Werkhouding en werktechniek■Laat het startkoord oprollen, echter zon-der de handgreep los te laten. ■Bovenstaande stappen meerdere kerenherhalen totdat de motor start of stopt. ■Draai de shokehendel (05/4, 09/4) naarde stand RUN. ■Duw het apparaat met een hand stevigtegen de grond. ■Trek met de andere hand de starthendel(05/6, 09/6) eerst voorzichtig en lang-zaam uit, tot een weerstand voelbaarwordt. Trek de greep dan krachtig ensnel omhoog, tot u weer een weerstandvoelt (ca. 1 armlengte). ■Laat het startkoord oprollen, echter zon-der de handgreep los te laten. ■Bovenstaande stappen meerdere kerenherhalen totdat de motor start en blijft lo-pen. 4. Laat de motor een aantal minuten warm-draaien. Warme startWanneer de motor nog op bedrijfstemperatuur is,d. w. z. kort nadat deze is uitgeschakeld, wordteen “warme start” uitgevoerd. Hierbij wordt dechoke niet gebruikt. 1.

(Optioneel) Chokehendel (05/4, 09/4) naarstand CHOKE draaien en meteen weer te-rugdraaien naar de positie RUN. Het automa-tische halfgas is ingesteld. ■Duw het apparaat met een hand stevigtegen de grond. ■Trek met de andere hand de starthendel(05/6, 09/6) eerst voorzichtig en lang-zaam uit, tot een weerstand voelbaarwordt. Trek de greep dan krachtig ensnel omhoog, tot u weer een weerstandvoelt (ca. 1 armlengte). ■Laat het startkoord oprollen, echter zon-der de handgreep los te laten. ■Bovenstaande stappen meerdere kerenherhalen totdat de motor start en blijft lo-pen. De motor draait nu met een stationair toerental. Opmerking:Druk de gashendel weer in, wan-neer de motor niet meer rustig en constant loopt. Motor stoppen1. Gashendel (05/2, 09/3) loslaten en motor sta-tionair laten draaien. 2. Zet de Aan/Uit-schakelaar (5/1, 09/1) in standSTOP en houd hem een paar seconden vast. 3.

Wacht tot het maaigereedschap tot stilstandis gekomen. 6. 3 Maaidraad verlengen tijdens het bedrijf(13)De maaidraad wordt korter tijdens het gebruik enrafelt uit. 1.

Laat de motor vol gas draaien. 2. Draadkop (13/1) herhaaldelijk op het gazontikken (13/a). Daardoor wordt een stuk nieu-we maaidraad van de draadspoel afgewik-keld en het verbruikte draadeinde afgesne-den door de draadafsnijder (13/2). 7 WERKHOUDING EN WERKTECHNIEK■Houd altijd een veilige werkpositie aan. ■Werk nooit op een heuvel of helling wanneerdeze glad of glibberig is. ■Blijf bij maaiwerkzaamheden op hellingen al-tijd beneden het maaigereedschap. ■Laat de motor tijdens het trimmen en maaienaltijd in het hogere toerentalbereik draaien,dan maait de bosmaaier het best. Bij een geblokkeerde maaidraadHoog gras of struikgewassen kunnen de maai-draad blokkeren. ■Voorkomen van blokkades: Maai hoog grasaltijd in meerdere lagen. Werk daarbij altijdvan boven naar beneden. ■Bij een blokkade: Schakel de motor direct uiten houd het apparaat omhoog, zodat de mo-tor niet beschadigd raakt. 7.

1 Trimmen■Apparaat uit de buurt houden van kwetsbareplanten. Laag trimmen■Houd de maaikop licht naar voren gebogen,zodat de maaidraad het gras vlak boven degrond trimt. ■Werk bij het trimmen altijd van uw lichaam af. Trimmen langs hekken en voetstukken■Beweeg het apparaat voorzichtig en lang-zaam, zodat de maaidraad geen massieveobstakels raakt.

NL52 126 L | 126 B | 130 L | 130 B | 140 B | 140 L | 151 BOnderhoud en verzorging OPMERKING Bij het trimmen langs stenenmuurtjes, voetstukken, hekken en bomen slijt demaaidraad extra snel. Trimmen en boomstammen■Beweeg het apparaat bij het trimmen rondbomen voorzichtig en langzaam rond destam, zodat de maaidraad de bast niet raakt. ■Trim rond boomstammen altijd van links naarrechts. ■Maai het gras en het onkruid met het puntjevan de maaidraad en kantel de maaikop lichtnaar voren. 7. 2 Maaien■Beweeg de maaikop in een horizontale,boogvormige beweging van de ene kant naarde andere. ■Houd de maaikop daarbij steeds parallel aande grond. ■Lang gras moet in meerdere lagen wordengemaaid. Werk daarbij altijd van boven naarbeneden. ■Het apparaat snijdt het beste op zeer hogesnelheid. Daarom het apparaat niet overbe-lasten door het maaien van lang gras.

■Kantel de maaikop onder een hoek van 30°naar rechts, zodat u met het puntje van demaaidraad maait. Werk altijd langzaam. ■Met het apparaat niet rechtstreeks langs har-de obstakels (bijv. muren) maaien, maar zij-delings maaien. Daardoor wordt de maai-draad gespaard. 8 ONDERHOUD EN VERZORGING GEVAAR. Levensgevaar door ondeskun-dig onderhoud. Onderhoudswerkzaamhedendoor ongekwalificeerd personeel en het gebruikvan niet toegestane reservedelen kunnen tijdenshet gebruik tot zeer ernstig letsel leiden, tot dedood toe. ■Verwijder geen veiligheidsinrichtingen en steldeze nooit buiten werking. ■Gebruik uitsluitend originele, toegelaten re-servedelen. ■Zorg door regelmatig en deskundig onder-houd ervoor, dat het apparaat steeds in eenfunctionele en schone staat verkeert. VOORZICHTIG. Gevaar voor letsel. On-derdelen met scherpe randen en draaiende on-derdelen kunnen letsel veroorzaken.

Let hierbij op de volgende pun-ten:■Voer uitsluitend onderhoudswerkzaamhedenuit, wanneer u beschikt over de benodigdekennis en gereedschappen. ■Wacht tot de motor geheel is afgekoeld. ■Vervang versleten of defecte onderdelen uit-sluitend door originele reservedelen van defabrikant. ■U mag geen onderhoudswerkzaamheden uit-voeren, die niet in deze gebruikshandleidingworden beschreven. Neem hiervoor contactop met een erkende servicewerkplaats. Bijhet niet opvolgen van deze aanwijzingen ver-valt de garantie van de fabrikant. De intervallen voor de genoemde onderhouds-werkzaamheden vindt u in het onderhoudssche-ma (zie Hoofdstuk 8. 5 "Wartungsplan", pagi-na53). Gebruik uitsluitend de toegestane Sie nur die zu-gelassenen maaigereedschappen (zie Hoofdstuk2. 8 "Zugelassene Schneidwerkzeuge", pagi-na45). 8. 1 Luchtfilter reinigen/vervangen (15)LET OP. Gevaar voor beschadiging van demotor.

Het gebruik van de motor zonder luchtfil-ter leidt tot ernstige beschadiging van de motor. ■Gebruik het apparaat nooit zonder luchtfilter. ■Reinig het luchtfilter regelmatig. ■Vervang een beschadigd luchtfilter. 1. Luchtfilter demonteren:■Draai de bevestigingsschroef (15/1) vanhet luchtfilterhuis los, tot het deksel vanhet luchtfilterhuis (15/2) los zit. ■Neem het deksel van het luchtfilterhuisweg. ■Trek de filterspons (15/3) los van hetrooster (15/4).

442959_a 53Onderhoud en verzorging2. Reinigen van de filterspons (15/3):■Knijp de filterspons uit en was deze metwater en zeep schoon. Gebruik hierbijgeen benzine of andere oplosmiddelen. ■Laat de filterspons goed drogen, totdatdeze geen water meer bevat. Een voch-tig filter kan ertoe leiden, dat de motormoeilijk start. 3. Wis het filterhuis grondig schoon met eenpoetsdoek. 4. Vervangen van de filterspons (15/3):■Vervang de filterspons wanneer deze nietmeer elastisch is, of uit elkaar valt. 5. Luchtfilter monteren:■Steek de filterspons (15/3) op het rooster(15/4). ■Plaats het deksel van het luchtfilterhuis(15/2) en houd het op zijn plaats. ■Draai de bevestigingsschroef van hetluchtfilter (15/1) vast, tot het deksel vanhet luchtfilterhuis stevig is bevestigd. 8.

2Brandstoffilter controleren/vervangen (16)Het viltachtige brandstoffilter bevindt zich in debrandstoftank en is op de zuigkop gestoken. Wanneer het brandstoffilter verhard, vervuild ofverstopt is, stroomt minder benzine naar de mo-tor. In dit geval moet het brandstoffilter wordenvervangen. Wij raden aan deze klus door een erkende ser-vicewerkplaats te laten uitvoeren. 8. 3 Bougie onderhouden (17)1. Bougie demonteren:■Trek de bougiedop (17/1) los. ■Draai de bougie (17/3) met behulp vaneen bougiesleutel (17/2) uit de motor. 2. Beoordelen van de bougie:■Wanneer de bougie roodbruin is: De mo-tor werkt correct en de bougie is in orde. Indien nodig: Borstel de bougie voorzich-tig schoon met een staalborstel (17/4). ■Wanneer de bougie is aangetast doorroet of olie, is aangekoekt of deels ge-smolten, of overbrugd zijn: De bougie isdefect. Vervang de bougie door een nieu-we exemplaar.

Gebruik het voorgeschre-ven type bougie (zie Hoofdstuk 13 "Tech-nische gegevens", pagina57). ■Wanneer de bougie na kort gebruik weerdefect is, moeten de motor en de afstel-ling van de carburateur worden gecontro-leerd door een erkende servicewerk-plaats. 3.

Controleren van de elektrodenafstand:■Controleer met een voelermaat (17/5), ofde elektrodenafstand (17/6) 0,6 - 0,7 mmbedraagt. Wanneer dit niet het geval is,kunt u de elektroden voorzichtig naar el-kaar toe tikken of uit elkaar buigen. 4. Wanneer de voorgeschreven vervangingsin-terval is bereikt of de bougie defect is:■Vervang de bougie door een nieuwe ex-emplaar. Gebruik het voorgeschreven ty-pe bougie (zie Hoofdstuk 13 "Technischegegevens", pagina57). 5. Bougie monteren:■Let erop, dat de afdichtring (17/7) om debougie ligt. ■Schroef de bougie met hand weer in de mo-tor en trek deze daarna vast met een bou-giesleutel (aanhaalmoment 12 - 15 Nm). ■Steek de bougiedop weer stevig op debougie. 8. 4 Draadsnijder slijpen (18)1. Draai de bevestigingsschroeven (18/1) los. 2. Zet de draadafsnijder (18/2) vast in eenbankschroef en scherp deze aan met eenplatte vijl.

Vijl uitsluitend in één richting. 3. Bevestig de draadafsnijder weer met de be-vestigingsschroeven aan de afschermkap(18/3). Draai de bevestigingsschroeven ste-vig vast. 8. 5 OnderhoudsschemaVolgende werkzaamheden mogen door de ge-bruiker zelf worden uitgevoerd. Alle overige on-derhouds-, service- en reparatiewerkzaamhedenmoeten door een erkende service reparatiewerk-plaats worden uitgevoerd. OPMERKING Bij zware belasting en bijhoge temperaturen kunnen kortere onder-houdsintervallen nodig zijn dan in de tabel hier-boven zijn vermeld.

442959_a 55Hulp bij storingen9 HULP BIJ STORINGEN VOORZICHTIG. Gevaar voor letsel. On-derdelen met scherpe randen en draaiende on-derdelen kunnen letsel veroorzaken. ■Draag bij onderhouds- en reinigingswerk-zaamheden altijd beschermende handschoe-nen. ■Schakel het apparaat uit. OPMERKING Neem contact op met onzeklantenservice bij storingen die niet in deze tabelstaan vermeld of die u niet zelf kunt oplossen. Storing Oorzaak MaatregelMotor start niet of moei-zaam. De motor is op onjuiste wijze ge-start. zie Hoofdstuk 6. 2 "Motor starten/stoppen", pagina50De bougie is vervuild, defect ofde elektrodenafstand klopt niet. zie Hoofdstuk 8. 3 "Bougie onderhou-den (17)", pagina53Het luchtfilter is vervuild. Luchtfilter reinigen/vervangen (15)Het brandstoffilter is versleten. zie Hoofdstuk 8. 2 "Brandstoffiltercontroleren/vervangen (16)", pagi-na53De afstelling van de carburateuris onjuist.

Neem contact op met een erkendeservicewerkplaats. Chokehendel staat in standCHOKE. Schuif de chokehendel in standRUN. De motor start, maarheeft maar weinig vermo-gen. Chokehendel staat in standCHOKE. Schuif de chokehendel in standRUN. Het luchtfilter is vervuild. zie Hoofdstuk 8. 1 "Luchtfilter reini-gen/vervangen (15)", pagina52Het brandstoffilter is versleten. zie Hoofdstuk 8. 2 "Brandstoffiltercontroleren/vervangen (16)", pagi-na53De afstelling van de carburateuris onjuist. Neem contact op met een erkendeservicewerkplaats. Motor loopt onregelmatigen het toerental neemtniet toe wanneer gaswordt gegeven. De bougie is vervuild, defect ofde elektrodenafstand klopt niet. zie Hoofdstuk 8. 3 "Bougie onderhou-den (17)", pagina53De afstelling van de carburateuris onjuist. Neem contact op met een erkendeservicewerkplaats. Motor stoot veel,blauwachtige rook uit.

NL56 126 L | 126 B | 130 L | 130 B | 140 B | 140 L | 151 BTransportStoring Oorzaak MaatregelDe motor begint abnor-maal sterk te trillen. Onderdelen van het apparaat/demotor zijn losgeraakt en/of zijnbeschadigd. 1. Stop de motor. 2. Controleer het apparaat op be-schadigingen. 3. Bougie controleren, zie Hoofd-stuk 8. 3 "Zündkerze warten(17)", pagina534. Neem contact op met een er-kende servicewerkplaats. 10 TRANSPORTTransporteren van het apparaat tussen tweewerkplekken1. Motor uitzetten. 2. Plaats de transportbescherming over hetmesblad. 3. Houd de bosmaaier stevig vast aan het mo-torblok en aan de handgreep. 4. Begeef u voorzichtig naar de volgende werk-plek. Breng dieren en personen niet in gevaar. Apparaat in een voertuig transporteren1. Indien mogelijk: Maak de brandstoftank leegdoor de motor te laten draaien. 2. Motor uitzetten. 3. Plaats de transportbescherming over hetmesblad. 4.

Voorkom dat het apparaat tijdens het rijdenomvalt en zo benzine-oliemengsel morst:■Leg het apparaat zo neer, dat de dop vande brandstoftank omhoog wijst. De dopmoet stevig op de brandstoftank zijn ge-draaid. ■Zet het apparaat vast op de vloer. 11 OPSLAGWanneer u de machine langer dan 2 à 3 maan-den niet gaat gebruiken, moeten de volgendewerkzaamheden worden uitgevoerd, om bescha-digingen te voorkomen:1. Maak de brandstoftank leeg:■Laat de motor draaien totdat deze van-zelf stopt. Zo is er in de brandstoftank enin de carburateur geen benzine-olie-mengsel meer aanwezig er kunnen zichgeen afzettingen vormen. 2. De machine reinigen:■Wis de gehele machine en de bijbeho-rende accessoires schoon met eenpoetsdoek. Gebruik hierbij geen benzineof andere oplosmiddelen. ■Verwijder eventueel vuil uit alle ope-ningen in de machine (bijv. koelope-ningen voor de motor). 3.

3 "Zündkerzewarten (17)", pagina53)■Druppel een klein beetje olie in de ope-ning voor de bougie. ■Trek langzaam aan de starthandgreep,zodat de zuiger beweegt en de olie overde cilinder wordt verdeeld. ■Schroef de bougie weer vast en plaats debougiedop. 4. Plaats de transportbescherming over hetmesblad. 5. Apparaat op een zo droog mogelijke plaatsopbergen. VOORZICHTIG. Gevaar voor letsel. Als kin-deren en onbevoegden tijdens de opslag toegangtot het apparaat hebben, is er gevaar op letsel. ■Bewaar het apparaat op een plek die ontoe-gankelijk is voor kinderen en onbevoegdepersonen.

442959_a 57Verwijderen12 VERWIJDEREN■Benzine en motorolie horen niet bijhet gewone huisvuil of in de riolering,maar moeten afzonderlijk wordenweggedaan. ■Voordat de machine wordt afgedankt moetende brandstof- en de motorolietank wordengeleegd. ■Verpakking, apparaat en toebehoren zijn ver-vaardigd van materialen die voor hergebruikgeschikt zijn. Verwijder deze daarom dien-overeenkomstig.

2016/1628 zijn wij verplicht de CO2-waarde teverstrekken die in het kader van de EU-type-goedkeuringsprocedure is vastgesteld. De CO2-waarden van de Honda-motoren metEU-typegoedkeuring zijn ophttps://www. al-ko. com/shop/media/al-ko-engines/co2. pdf gepubliceerd. Deze CO2-meting is het resultaat van het testenvan een basismotor die representatief is voor hetmotortype of de motorfamilie in een vaste testcy-clus onder laboratoriumomstandigheden envormt geen uitdrukkelijke of impliciete garantievoor de prestaties van een bepaalde motor. 15 KLANTENSERVICE/SERVICECENTREVoor vragen over garantie, reparatie of reserve-onderdelen kunt u contact opnemen met hetdichtstbijzijnde AL-KOservice centre. Deze vindtu op internet op het volgende adres: www. al-ko. com/service-contacts.

442959_a 59Garantie16 GARANTIEEventueel binnen de wettelijke termijn voor aansprakelijkheid optredende materiaal- of fabricagefou-ten van het apparaat worden naar eigen oordeel door ons verholpen, hetzij door reparatie of door le-vering van een vervangend apparaat.

De geldende termijn voor aansprakelijkheid hangt in elk geval afvan de wetgeving in het land waarin het apparaat werd aangeschaft.Onze garantie geldt alleen bij:■naleving van deze gebruiksaanwijzing■Deskundig gebruik■Gebruik van originele reserveonderdelenDe garantie vervalt bij:■Eigenhandig uitgevoerde reparatiepogingen■Eigenhandig aangebrachte technische wijzi-gingen■Gebruik voor andere doeleinden dan het ge-bruiksdoelVan de garantie zijn uitgesloten:■lakschade opgetreden als gevolg van normaal gebruik■Slijtageonderdelen die op de reserveonderdelenkaart met een kader xxxxxx (x) zijn aangeduid■Verbrandingsmotoren (hierop zijn de garantiebepalingen van toepassing van de betreffende mo-torfabrikant)De garantietermijn begint bij de aanschaf door de eerste eindgebruiker. Maatgevend is daarbij de da-tum op de kassabon.

Ga met deze garantieverklaring en de originele kassabon naar uw dealer of naarde dichtstbijzijnde klantenservice. Deze verklaring laat het vorderingsrecht van de koper jegens deverkoper wegens defecten aan het apparaat onverlet.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Solo 126 L stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden