Snooper Pantera 32 Handleiding

Snooper Navigator Pantera 32

Bekijk gratis de handleiding van Snooper Pantera 32 (72 pagina’s), behorend tot de categorie Navigator. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 76 mensen. Heb je een vraag over Snooper Pantera 32 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/72
Gebruikershandboek

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Snooper
Categorie: Navigator
Model: Pantera 32

Handleiding Snooper Pantera 32 – volledige tekst

Impressum United Navigation GmbH Marco-Polo-Str.1 D-73760 Ostfildern, Duitsland United Navigation GmbH behoudt zich het recht voor om de gegevens en informatie in dit handboek ook zonder voorafgaande aankondiging te wijzigen. Zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke toestemming van United Navigation GmbH mag deze documentatie niet geheel of gedeeltelijk voor welk doeleinde dan ook worden verveelvoudigd of overgedragen, ongeacht op welke manier of met welke middelen dat gebeurt. Alle in dit handboek genoemde kenmerken zijn uitsluitend bestemd voor de betreffende eigenaars en mogen daarom niet voor reclamedoeleinden of andere doeleinden worden gebruikt. Ondanks alle inspanningen kunnen fouten nooit helemaal worden uitgesloten, daarom kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld voor de juistheid van de inhoud van dit handboek. Tips over fouten nemen we altijd dankbaar aan.

Inhoud 1 Veiligheidsinstructies en onderhoud. 3 1. 1 Veiligheidsinstructies. 3 1. 2 Afvalverwerking. 3 2 Inleiding. 4 3 Beschrijving van het toestel. 5 3. 1 Toestel. 5 3. 2 Houder. 6 3. 3 Sensoren. 8 3. 4 Combisensor (optioneel). 8 3. 5 Magneet. 9 3. 6 Hartslagsensor (optioneel). 11 4 Hoofdvensters. 12 4. 1 Navigatievenster. 12 4. 2 Tripcomputer. 15 4. 3 Manoeuvrevenster. 15 5 Hoofdmenu. 16 6 Bestemmingsinvoer. 16 6. 1 Adres. 16 6. 2 Thuis. 17 6. 3 Speciale bestemmingen (POI). 17 6. 3. 1 Gedetailleerde weergave van een speciale bestemming. 18 6. 4 Laatste bestemmingen. 18 6. 5 Positie op de kaart. 18 6. 6 Routepunten. 19 6. 7 Coördinaten. 20 6. 8 Menu sorteren. 20 6. 9 Berekende route. 21 6. 9. 1 Alternatieve routes en hoogteprofielen. 21 7 Trainingsgeschiedenis. 23 7. 1 Gedetailleerde weergave van een track. 24 7. 2 Trainingseenheid bewerken. 24 7. 3 Trainingseenheid starten. 24 7. 3.

1 Track in route transformeren. 25 7. 3. 2 Trackgeleiding direct starten. 25 7. 3. 3 Startpunt van de track bepalen. 25 8 Mijn tijdrit. 26 8. 1 Tegen mijn eigen tijd voor een bepaald traject. 26 8. 2 Tegen mijn trainingseenheid. 26 8. 3 Tegen een geïmporteerd traject. 27 8. 4 Een tijdrit starten. 27 9 Tochtplanner. 28 9. 1 Nieuwe tocht aanmaken. 28 9. 2 Rondtrip plannen (optioneel). 29 9. 3 Opgeslagen tocht kiezen. 29 9. 3. 1 Gedetailleerde weergave van een tocht. 30 9. 3. 2 Tocht bewerken. 30 10 Instellingen. 31 10. 1 Navigatie-instellingen. 31 10. 1. 1 Routeopties. 31 10. 1. 2 Snelheidsprofiel. 32 10. 1. 3 Naar routeopties vragen. 32 10. 2 Kaartweergave. 33 10. 2. 1 Kaartperspectief. 33 10. 2. 2 Rasterkaarten (optioneel). 33 10. 2. 3 In bewegingsrichting/kaart gericht op het noorden. 33 10. 2. 4 Positie op de weg. 33 10. 2. 5 Stedennamen in basiskaart. 33 10. 2. 6 Autozoom. 33.

1 Routepunten selecteren. 44 13. 2. 2 Routepunt aanmaken. 44 13. 2. 3 Aangemaakte routepunten verwijderen. 45 13. 3 GPX-manager. 45 13. 4 Hulp. 45 14 Falk Navi-manager. 46 14. 1 Introductie in de Falk Navi-manager. 46 14. 2 Importeren van GPX-bestanden. 46 14. 2. 1 GPX-bestanden op de pc importeren en opslaan. 47 14. 2. 2 GPX-bestanden van je pc op het navigatiesysteem importeren. 48 14. 2. 3 GPX-bestanden van het navigatiesysteem wissen. 48 14. 2. 4 GPX-bestanden bewerken. 48 14. 2. 5 GPX-bestanden in de kaartweergave. 48 14. 3 Inhoud importeren. 49 14. 4 Samenstellen van een eigen tocht op de pc. 49 14. 5 Software. 50 14. 6 Training Manager. 50 14. 6. 1 Trainingseenheden. 50 14. 6. 2 Trainingsstatistiek. 51 14. 6. 3 Trainingseenheden archiveren. 52 14. 6. 4 Geïmporteerde tracks. 52 14. 7 POI's importeren. 54 14. 8 Falk online-community „123POI. com“. 56 14. 8.

1 Veiligheidsinstructies en onderhoud 1. 1 Veiligheidsinstructies Het toestel mag uitsluitend bij temperaturen van -20°C - 70°C worden bewaard resp. bij temperaturen van -10°C – 60°C worden gebruikt. Stel het toestel niet bloot aan extreme temperaturen. Het toestel mag uitsluitend worden opgeslagen of gebruikt bij een luchtvochtigheid van 0% tot 90%. Stel je toestel niet bloot aan plotselinge temperatuurschommelingen. Hierbij zou condenswater kunnen ontstaan in het toestel, waardoor het beschadigd zou kunnen raken. Wacht bij de vorming van condenswater tot het toestel volkomen is opgedroogd. Het toestel is waterdicht overeenkomstig de IPX4-standaard. Dat betekent dat het toestel ook tegen kortstondig onderdompelen kan.

Let op: om te garanderen dat het toestel beschermd is tegen het binnendringen van vocht, controleer je of de rubber afdekking voor de USB-aansluiting aan de onderzijde van het toestel volledig is gesloten. Je mag je product niet in of naast hittebronnen of op plekken met hoge temperaturen houden, blootstellen aan direct zonlicht, in een magnetron of drukvat plaatsen, erin bewaren of achterlaten en ook niet blootstellen aan temperaturen van boven de 60ºC (140ºF). Gebruik uitsluitend originele onderdelen van Falk of door Falk goedgekeurd adapters. Het gebruik van anderen onderdelen kan leiden tot een gestoorde werking en/of zware beschadigingen. Let op: • Dit navigatiesysteem voor outdoor-gebruik is uitsluitend een hulpmiddel voor de oriëntatie en navigatie en kan een verstandige inschatting van de situatie nooit vervangen. Let altijd op hoe het terrein en de gebruikte wegen eruitzien.

Volg geen routes of routesuggesties die een gevaarlijke rijstijl of een rijstijl die in strijd is met de wet verlangen of waardoor je in een gevaarlijke situatie terecht kunt komen. • De regels voor het wegverkeer moeten, bijvoorbeeld tijdens het fietsen, te allen tijde in acht worden genomen en hebben altijd voorrang boven de routes van het navigatiesysteem.

• Bedien het navigatiesysteem nooit tijdens het rijden en laat je bij het rijden niet afleiden door het toestel. • Merk op dat United Navigation niet aansprakelijk kan worden gesteld voor schade doordat het toestel of de houder losraakt van de fiets. • De gebruikte kaartgegevens kunnen onnauwkeurige of onvolledige gegevens bevatten. Controleer daarom of de berekende route zinvol is en kies eventueel een eigen alternatieve route. • Het navigatiesysteem is NIET geschikt voor gebruik als autonavigatiesysteem. 1.

2 Afvalverwerking AFVALVERWERKING VAN GEBRUIKTE ELEKTRISCHE EN ELEKTRONISCHE APPARATEN (VAN TOEPASSING IN DE LANDEN VAN DE EUROPESE UNIE EN ANDERE EUROPESE LANDEN MET EEN AFZONDERLIJK INZAMELSYSTEEM VOOR DEZE APPARATUUR) Het symbool op het product of zijn verpakking geeft aan dat dit product niet bij het normale huishoudelijk afval mag worden afgevoerd, maar moet worden ingeleverd bij een inzamelpunt voor het recyclen van elektrische en elektronische apparatuur. Door je bijdrage aan de juiste afvalverwerking van dit product bescherm je het milieu en de gezondheid van je medemens. Bij onjuiste afvalverwerking komen het milieu en de gezondheid in gevaar. Door materiaal te recyclen zijn er minder grondstoffen nodig. Voor meer informatie over het Gebruikershandboek Falk PANTERA 3.

recyclen van dit product kun je terecht bij je gemeente, je afvalverwerkingsbedrijf of de winkel waar je het product hebt aangeschaft. – WEEE-nr. DE 19715620 Vliegtuigen en ziekenhuizen In de meeste vliegtuigen, in veel ziekenhuizen en op veel andere plekken is het gebruik van elektronische apparatuur verboden. Het toestel mag in een dergelijke omgeving niet worden gebruikt. Schakel je toestel altijd uit als hierom wordt gevraagd. CE-certificaat en RoHs Het toestel voldoet aan de R&TTE-Richtlijnen 1999/5/EG en de Richtlijn 2002/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 betreffende beperking van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in elektrische en elektronische apparatuur (ROHS). De certificaten kunnen met de volgende link worden opgevraagd: http://www. falk-outdoor. com/de/service/zertifikate.

html2 Inleiding In dit handboek worden de functies van de Falk IBEX beschreven. Functies die niet van toepassing zijn voor bepaalde productvarianten, omdat deze voor die producten niet tot de standaardlevering behoren, zijn met 'optioneel' gemarkeerd. De hoofdstukken volgen de menustructuur van de toepassing. Zo weet je snel waar je moet zoeken om meer over een bepaalde functie te weten te komen. Als je toch eens iets niet kunt vinden, kun je in de index op begrippen zoeken. In het glossarium worden belangrijke begrippen uitgelegd. De tips en trucs helpen je om je toestel efficiënt en snel te gebruiken. Als je problemen met de bediening hebt of iets niet lijkt te werken, kun je misschien een oplossing vinden bij Problemen oplossen. Mocht je dan nog steeds geen oplossing hebben, kun je contact opnemen met onze afdeling Service & Support.

3 Beschrijving van het toestel 3.1 Toestel Aan-/uitschakelaar: zet het toestel aan. Als je tijdens de werking op de aan-/uitschakelaar drukt, heb je de volgende mogelijkheden: Uitschakelen: zet het toestel volledig uit. Stand-by: Het toestel wordt in de stand-by-modus gezet. Het beeldscherm wordt uitgeschakeld, lopende navigaties blijven echter behouden. Toetsblokkering aan/uit: activeert of deactiveert de toetsblokkering. Met de toetsblokkering wordt onbedoelde invoer via het beeldscherm voorkomen. Om de toetsblokkering uit te schakelen, druk je nogmaals op de aan-/uitschakelaar en op "Toetsblokkering". Via keer je terug naar de toepassing. Opmerking: als het toestel niet meer reageert en niet meer kan worden bediend, druk je de aan-/uitschakelaar ca. 3 seconden lang in. Het toestel wordt dan opnieuw opgestart.

Start/stop-knop: start of pauzeert de opname van een trainingseenheid of een tijdsafstand (zie hoofdstuk 8.1). Als deze toets bij actieve opname langer wordt ingedrukt, wordt de registratie beëindigd. Beeldscherm: geeft de kaart en het menu aan. Om gegevens in te voeren of functies te selecteren, tip je met je vinger op de betreffende plek op het beeldscherm. Gebruikershandboek Falk PANTERA 5

Gebruikershandboek Falk PANTERA 6 USB-aansluiting: aansluiting om de accu op te laden via de adapter of om je toestel met de USB-kabel aan te sluiten op een pc. De aansluiting bevindt zich onder een afdekking van rubber. Klap deze naar boven toe weg om de kabel aan te sluiten. Opmerking: de afdekking van rubber beschermt tegen het binnendringen van water. Let op dat de USB-aansluiting op het toestel tijden het gebruik altijd volledig is afgesloten. 3.2 Houder Om de houder aan de fiets te monteren, moet je de meegeleverde kabelbinders zoals afgebeeld in de tekening door de hiervoor bedoelde sleuf in de houder steken en om het stuur of de stuurpen heen vasttrekken. Monteer altijd eerst de houder op de fiets voordat je het toestel in de houder zet. De kabelbinders kunnen ook weer worden geopend als je de kleine nippel op de sluiting naar boven trekt.

3.3 Sensoren Je Falk PANTERA is voorbereid om te worden gekoppeld aan ANT+™ fitness-sensoren. De optionele, gecombineerde snelheids- en trapfrequentiesensor zendt de actuele trapfrequentie en snelheid draadloos naar het toestel. De optionele hartslagsensor in een borstband zendt de actuele hartslagfrequentie draadloos naar het toestel. ThisproductisANT+™certified.Visit www.thisisant.com/directory for a list of compatible products and apps. 3.4 Combisensor (optioneel) Voor de montage van de gecombineerde trapfrequentie- en snelheidssensor moet je hem zoals afgebeeld met de kabelbinders op het frame van je fiets bevestigen. Let op dat je de sensoren zoals in de tekening naar onderen toe wijzend en met de juiste zijde naar het wiel toe bevestigt. Gebruikershandboek Falk PANTERA 8

3.5 Magneet De magneet voor de snelheidssensor (sensor G) moet je bevestigen aan een spaak. Monteer hem zoals hier afgebeld en schroef hem vervolgens aan een spaak vast zodat hij zich ter hoogte van de sensor op het wiel bevindt. Let op dat de afstand tussen de snelheidssensor (sensor G) en de magneet niet meer dan 5 mm bedraagt. Beweeg de sensor op het frame zodanig dat de afstand maximaal 5 mm bedraagt. Let op dat de sensor G op het frame uitsluitend naar beneden gericht mag worden gemonteerd om schade aan de spaken te voorkomen. De magneet voor de trapfrequentiesensor (sensor T) moet je met de kabelbinder aan de crank bevestigen, zodat deze langs de sensor komt als je de cranks beweegt. Frame Crank max. 5 mm Magneet Gebruikershandboek Falk PANTERA 9

Let op dat de afstand tussen de trapfrequentiesensor (sensor T) en de magneet niet meer dan 5 mm bedraagt. Beweeg de sensor op het frame zodanig dat de afstand maximaal 5 mm bedraagt. Als je de sensoren en de mageneten hebt gemonteerd, moet het er als volgt uitzien: De sensoren zijn op het frame bevestigd en wijzen naar beneden. De magneet voor de snelheidssensor is aan een spaak bevestigd zodat hij op maximaal 5 mm afstand langs de sensor G loopt als het wiel draait. De magneet voor de trapfrequentiesensor is dusdanig aan de cranks bevestigd, dat deze op maximaal 5 mm afstand langs de sensor T loopt als de cranks in beweging komen. Hoe je de sensoren aan het toestel koppelt, zie je in hoofdstuk 3.3. Gebruikershandboek Falk PANTERA 10

3.6 Hartslagsensor (optioneel) De hartslagsensor wordt op een borstband op het lichaam gedragen en zendt draadloos de actuele hartslag naar het toestel. Bevestig de sensor met de drukknopen op de borstband. Om de borstband te gebruiken, moet je het sensorcontactpunt aan de achterzijde van de borstband iets vochtig maken en de band vervolgens op je maat instellen. De band moet onder de borst worden gedragen. Hoe je de hartslagsensor aan het toestel koppelt, zie je in hoofdstuk 3.6. Gebruikershandboek Falk PANTERA 11

4 Hoofdvensters 4.1 Navigatievenster Afstand tot de bestemming: Geeft aan hoe ver het nog naar je bestemming is. Als je op het veld tipt, kun je instellen welke waarde hier moet worden aangegeven. Zo kun je ook het veld "Snelheid" aan je wensen aanpassen. Fietsprofiel: Geeft aan welk fietsprofiel je hebt geselecteerd. Actieve sensoren: Door middel van de symbolen kun je zien welke sensoren op dit moment zijn gekoppeld. De symbolen zijn wit als een sensor gekoppeld is en grijs als de sensor niet is gekoppeld. - Hartslagsensor - Snelheidssensor - Trapfrequentiesensor Opname: als er momenteel een trainingseenheid of tijdsafstand wordt opgenomen, wordt het betreffende symbool weergegeven. - lopende opname van een trainingseenheid - lopende opname van een periode Tip: bevochtig het sensorcontactpunt aan de achterzijde van de borstband opnieuw als de hartslagsensor niet is gekoppeld.

Kaart: Geeft het kaartfragment met je huidige positie aan. Als je de kaart wilt verschuiven, tip je op de zoom-button. Nu kun je de kaart verschuiven en met de plus- en min-knoppen kun je in- en uitzoomen. Met de rode pijl kun je vervolgens weer naar je huidige positie schakelen. Eerstvolgende manoeuvre: In het manoeuvreveld wordt door middel van een pijl de volgende afslagrichting weergegeven. Bovendien worden eerdere afslagen en wordt de afstand tot het volgende manoeuvre getoond. Indien je je op een rotonde bevindt, worden naast de afslagpijl ook de afslagen getoond. Relevante dwarsstraten en kruisingen die zich vóór je volgende afslag bevinden, worden eveneens weergegeven. Als er meerdere dwarsstraten voor je manoeuvre komen, geven de cijfers opzij aan hoeveel dwarsstraten je nog moet passeren. Afstand tot de volgende manoeuvre: Geeft aan hoever de volgende manoeuvre verwijderd is.

Daaropvolgende manoeuvre: Als je kort na elkaar meerdere manoeuvres moet uitvoeren, wordt de daaropvolgende manoeuvre in de vorm van een richtingspijl rechts van het manoeuvreveld weergegeven. Zo is een tijdige oriëntering mogelijk. Hoofdmenu: Via de hoofdmenu-button kom je in het menu. Huidige positie: Je huidige positie wordt met een rode pijl in de kaart aangegeven. Door op te tippen, zie je je traject vanuit vogelvluchtperspectief. Zoom-button: Tip op zoom-button en vervolgens op het plus- of min-symbool om de schaal van de kaart aan te passen GPS-signaal: Toont de status van het GPS-signaal. GPS-signaal is niet toereikend om de positie te bepalen. Er worden minder dan 3 satellieten ontvangen. GPS-signaal is toereikend om de positie te bepalen. Er worden 3 satellieten ontvangen. GPS-signaal heeft een goede kwaliteit en kan ook worden gebruikt voor de bepaling van de hoogtepositie.

Er worden minstens 4 satellieten ontvangen. Kompas: Geeft de actuele hemelsrichting aan. Als het kompaspijltje rood wordt weergegeven, moet het kompas opnieuw worden gekalibreerd.

Je kunt het kompas in instellingsmenu onder "Instellingen > Systeem/algemeen > Kompas kalibreren" kalibreren. Accu: Het batterijsymbool toont je de status van de geplaatste accu. Accu is voor minimaal 70% opgeladen Accu is tussen 15 en 70% opgeladen Accu is voor minder dan 15% opgeladen Toestel is aangesloten op een voedingsbron Gebruikershandboek Falk PANTERA 13.

Klik in de kaart Wanneer je op de zoom-button tipt en vervolgens een plaats in de kaart aanklikt, wordt deze plaats met een speld gemarkeerd en wordt het adres of de positie getoond. Als je dan op "Acties“ tipt, kun je bijv. naar de gemarkeerde plaats navigeren of het punt als routepunt opslaan. Speciale bestemmingen die kunnen worden aangeklikt Als je op de zoom-button tipt en vervolgens op een symbool voor speciale bestemmingen in de kaart klikt, kun je je op een comfortabele manier op de weergegeven speciale bestemming (POI) informeren, de positie bewaren, in de omgeving zoeken of de speciale bestemming voor het berekenen van de route. Kies een speciale bestemming-symbool in de kaart, waarover je meer informatie wilt weten. Als je op de naam van de speciale bestemming tipt, wordt de gedetailleerde weergave bij deze speciale bestemming weergegeven.

Onder de naam verschijnt de button Acties. Tip erop. Nu kun je beschikken over de genoemde acties. Tip op Sluiten in het informatievenster of op de rode pijl onder bij de beeldschermrand, om terug te keren in de kaartweergave. Naast de kaartweergave zijn er andere hoofdvensters die je kunt bekijken door met je vinger naar links of naar rechts te schuiven. Een kleine grafiek in het midden van het beeldscherm geeft aan waar je je op dit moment bevindt. Gebruikershandboek Falk PANTERA 14

4.2 Tripcomputer Rechts van de kaartweergave bevindt zich de tripcomputer die veel meetwaarden voor je bijhoudt. Deze beschikt over een tweede pagina, die verschijnt als je het venster naar boven of naar beneden schuift. De waarden in de tripcomputer kun je zelf configureren door op een veld te tippen en vervolgens de waarde die in dit veld moet worden weergegeven uit een lijst kiest. Tip: De gemiddelde waarden, zoals de gemiddelde snelheid, ontvang je als je een trainningseenheid opneemt. 4.3 Manoeuvrevenster Links van de kaartweergave bevindt zich het manoeuvrevenster met hoogteprofiel. In het midden is de volgende manoeuvre te zien. Net als in de kaart kunnen ook hier boven bij de rand velden met route-informatie of trainingswaarden worden geconfigureerd. Als je in het manoeuvrevenster verder naar links schuift, kom je weer bij de tripcomputer (en omgekeerd).

5 Hoofdmenu Via het hoofdmenu kun je beschikken over de verschillende functies van je toestel, die in de volgende hoofdstukken na elkaar worden verklaard. Om van de kaartweergave weer in het hoofdmenu te komen, tip je op. Om dan weer in de kaartweergave terug te keren, tip je op. 6 Bestemmingsinvoer In de bestemmingsinvoer kun je een willekeurige bestemming invoeren om erheen te worden begeleid. Je kunt daarvoor beschikken over verschillende mogelijkheden die nu na elkaar worden verklaard. 6.1 Adres Hier kun je een bestemming invoeren door middel van een adres. Je kunt een volledig adres met straatnaam en huisnummer invoeren. Opmerking: Bij de basiskaart is het niet altijd mogelijk om een huisnummer in te voeren. Voor het invoeren van een adres voer je de volgende stappen uit: Tip eerst in het hoofdmenu op Bestemmingsinvoer en dan op Adres.

Nu kun je als eerste de plaatsnaam invoeren of een postcode door op te tippen. Opmerking: Bij de basiskaart is het niet mogelijk om een postcode in te voeren. Tip op , om de straatnaam en het huisnummer in te voeren. Je kunt ook op de plaatsnaam of de straatnaam in het tekstveld tippen om de invoer te bevestigen. Opmerking: Als je je zoekopdracht niet wilt begrenzen door een straat en/of huisnummer in te voeren en alleen naar het centrum van de plaats wilt navigeren, tip je nadat je de plaats hebt gekozen met gewoon op . Als je alleen naar een straat, zonder huisnummer wilt navigeren, tip je nadat je de straatnaam hebt ingevoerd op . Met de button kun je de bestemming van tevoren in de kaart bekijken. Als je boven op de vlag van het land tipt, kun je het bestemmingsland kiezen (mits je extra landenkaarten hebt geïnstalleerd).

Nadat je een letter hebt ingevoerd, verdwijnen alle letters die niet meer mogelijk zijn. Als je op tipt, verschijnt een lijst met alle mogelijke plaatsnamen voor je invoer. 6. 2 Thuis Met de functie Thuis kom je altijd ongecompliceerd weer thuis. Als je je toestel voor de eerste keer opstart, word je gevraagd om je eigen adres in te voeren. Als je je eigen adres hebt ingevoerd, wordt het opgeslagen en kun je altijd direct naar huis navigeren door op Thuis te tippen. Dan wordt meteen automatisch de route vanuit je huidige positie naar huis berekend. Je kunt het opgeslagen adres te allen tijde weer wijzigen in het instellingsmenu. 6. 3 Speciale bestemmingen (POI) Je Falk PANTERA kent ontelbare, speciale bestemmingen zoals restaurants, uitkijkpunten, natuurmonumenten, overnachtingsmogelijkheden, bezienswaardigheden en veel meer.

Als je de bestemmingsinvoer “Speciale bestemmingen” kiest, verschijnt een lijst met alle categorieën. Je kunt afzonderlijke categorieën selecteren door ze aan te tippen of alle categorieën in één keer door op "Alle" (rechtsboven) te tippen. Tip op (of op als je wilt zoeken op de naam van een categorie). De volgende stap is dat je een zogeheten zoekcentrum aangeeft voor je zoekopdracht. De speciale bestemmingen worden gesorteerd op de afstand tot dit punt. Het zoekcentrum kan een routepunt, de huidige plek, de huidige bestemming, langs de route, een stad, een adres, een positie in de kaart of coördinaten zijn. De resultaten worden vervolgens in een lijst weergegeven.

Je hebt dan de volgende mogelijkheden: Sorteren – hier kun je de speciale bestemmingen op verschillende criteria sorteren – geeft de geselecteerde speciale bestemming in de kaart aan – start de routeberekening voor de geselecteerde speciale bestemming Dubbelklikken – opent de gedetailleerde weergave van een speciale bestemming Met kun je via tekstinvoer zoeken naar een speciale bestemming - toont bijzondere premium-bestemmingen rondom het zoekcentrum.

6.3.1 Gedetailleerde weergave van een speciale bestemming In de gedetailleerde weergave vind je alle beschikbare informatie over een speciale bestemming. Boven kun je tussen de weergaven Info, Kaart, Beeld (optioneel) en Opties schakelen door op de betreffende tabbladen te tippen. Bij Info worden het adres, de afstand en de beschrijving weergegeven. „Kaart“ toont de speciale bestemming in de kaartweergave. Met „Beeld“ kun je mits aanwezig, een foto bij de geselecteerde speciale bestemming bekijken. In het tabblad Opties heb je bovendien de volgende mogelijkheden: POI rondom POI zoeken - Zoekt naar andere speciale bestemmingen in de buurt van de huidige speciale bestemming (als je bijvoorbeeld een restaurant in de buurt van je overnachtingsplek zoekt). Beoordeling invoeren - Mogelijkheid om de speciale bestemming te beoordelen.

Deze beoordeling verschijnt vervolgens in de gedetailleerde weergave bovenaan. POI als routepunt opslaan - Voegt de speciale bestemming toe aan de eigen routepunten Met behulp van de beide pijlen onderaan kun je naar de volgende of de vorige speciale bestemming uit de lijst bladeren. Met wordt de routeberekening voor deze speciale bestemming gestart. Met ga je terug naar de lijst met speciale bestemmingen. 6.4 Laatste bestemmingen Via deze functie kun je heel eenvoudig je laatst ingevoerde bestemmingen opnieuw kiezen. De laatste veertig bestemmingen worden automatisch opgeslagen. 6.5 Positie op de kaart Hier kun je een punt op de kaart markeren om erheen te navigeren. Daarbij kun je de kaart ook met je vinger verschuiven. Als er een punt is gemarkeerd die in een plaats of aan een straat ligt, wordt het overeenkomstige adres weergegeven. Anders worden de geocoördinaten weergegeven.

6.6 Routepunten Een routepunt is een opgeslagen positie of adres. Je kunt zelf routepunten aanmaken (zie hoofdstuk 13.2.2) om later nog eens naar de plek te navigeren. Hier kun je nu een bestemming kiezen uit de routepunten die zich op je toestel bevinden. Dat kunnen zelf aangemaakte of geïmporteerde routepunten zijn. Dan moet er eerst een zoekcentrum worden vastgesteld. De routepunten worden gesorteerd op de afstand tot dit punt. Het zoekcentrum kan de huidige positie, de huidige bestemming, langs de route, een stad, een adres, een plaats in de kaart of coördinaten zijn. Als alternatief voor een zoekcentrum kun je op Alle routepunten weergeven tippen, dan worden alle routepunten gesorteerd weergegeven. De resultaten worden je vervolgens in een lijst getoond. Je hebt nu de volgende mogelijkheden: Sorteren - de routepunten kunnen alfabetisch of op afstand worden gesorteerd.

- geeft het actueel gekozen routepunt in de kaart aan Met - wordt de routeberekening voor het geselecteerde routepunt gestart Dubbelklik - opent de gedetailleerde weergave van een routepunt De overige functies rondom routepunten worden in hoofdstuk 13.2 uitgelegd. Gebruikershandboek Falk PANTERA 19

6.7 Coördinaten Je kunt je bestemming ook door middel van coördinaten invoeren. Deze functie is vooral handig als je in het vrije veld naar een bepaald punt wilt gaan, waarbij geen er geen adres kan worden ingevoerd. Opmerking: Bij het invoeren van de coördinaten is de juiste notatie van belang: coördinaten kunnen namelijk op verschillende manieren worden genoteerd. Vooraf ingesteld is het formaat graden/decimaal minuten (dd°mm,mmmm´). Om een ander formaat in te stellen tip je rechts op "Formaat". Er verschijnt dan een lijst met mogelijke formaten. Je kunt het formaat te allen tijde wijzigen in de instellingen (zie hoofdstuk 10.4.7). Bij het formaat graden/decimaal wordt de breedtegraad eerst ingevoerd. Tip rechts op "N" voor "Noord" (Noord betekent noordelijk van de evenaar). Vervolgens voer je de coördinaten in. Als je op tipt, kun je de lengtegraad invoeren.

Tip rechts op "O" voor "Oost" (Oost betekent oostelijk van de nulmeridiaan). Als je op klikt, worden de coördinaten van de huidige positie weergegeven Opmerking: Omdat Centraal-Europa ten noorden van de evenaar en ten oosten van de nulmeridiaan ligt, zul je bij het invoeren van coördinaten in dit formaat altijd de combinatie Noord/Oost gebruiken. Als je na het invoeren van de lengtegraad op tipt, wordt (indien mogelijk) aangegeven, welk adres zich in de buurt van de coördinaten bevindt. Tip op , om de plek op de kaart te bekijken of op , om de routebeschrijving ernaartoe te starten. 6.8 Menu sorteren Hier kun je de volgorde van de functies binnen de bestemmingsinvoer naar wens wijzigen. Kies een functie en verschuif deze met de hoekige pijl naar de gewenste plek. Geen zorgen, er gaat geen functie verloren.

6.9 Berekende route Nadat je een bestemming hebt ingevoerd, worden de routeopties opgevraagd. Als er dan een route werd berekend, kun je informatie over de route opvragen of alternatieve routes laten berekenen. - berekent twee alternatieve routes (zie 3.9.1). - toont het hoogteprofiel bij de berekende routes. Als je al alternatieve routes hebt berekend, kun je hier de hoogteprofielen bij alle routes bekijken en vergelijken (zie 3.9.1). - hier kun je indien gewenst de routeopties opnieuw instellen. - toont de trajectinformatie met routebeschrijving bij de route in een lijst. In de routebeschrijving wordt elke weg waarover de route loopt, in een lijst opgenomen. Aan het einde van elke regel wordt aangegeven, hoever het traject over de betreffende weg loopt. Je kunt een regel markeren en onder op klikken om dit gedeelte op de kaart weer te geven.

Opmerking: De routebeschrijving is alleen in de navigatie beschikbaar, niet in de pijlmodus (hemelsbreed). Via start je de routegeleiding. Opmerking: De alternatieven worden eveneens met inachtneming van de vooraf ingevoerde routeopties berekend. 6.9.1 Alternatieve routes en hoogteprofielen Als je na een routeberekening alternatieve routes hebt berekend, worden deze in verschillende kleuren in de kaarten weergegeven. Je kunt dan onder via de velden die ook gekleurd zijn weergegeven een alternatieve route kiezen. Je kunt dan ook de vermelde informatie bij de gekozen alternatieve route bekijken. Gebruikershandboek Falk PANTERA 21

Je kunt de hoogteprofielen bij alle alternatieve routes vergelijken als je op tipt. De hoogteprofielen worden telkens in dezelfde kleur als de route gemarkeerd. De x-as staat voor het traject in km (of in mijlen). De y-as is de geografische hoogte in m (of in voet). Met de plus- en min-toetsen kan de schaal worden gewijzigd. Met behulp van de pijlen kun je tussen de hoogteprofielen schakelen. Tip: Zoom in om meer details in het hoogteprofiel te kunnen zien. Als je twee keer op een punt in de grafiek tipt, wordt hierop ingezoomd. Als je op een punt in de grafiek tipt, wordt het gemarkeerd en wordt de afstand tot het startpunt weergegeven. Door op een van de informatievelden te klikken kunnen verschillende waarden worden gekozen die daar moeten worden weergegeven. Gebruikershandboek Falk PANTERA 22

7 Trainingsgeschiedenis Onder trainingsgeschiedenis vind je je opgenomen tracks. Je kunt de weg waarop je loopt of fietst opnemen. Deze trackopname kan je helpen om je afgelegde traject later nog eens na te lopen. Na opname kan het traject onder trainingsgeschiedenis in de kaart worden weergegeven en kan het hoogteprofiel worden bekeken. Dan kan ook meer informatie zoals de startpositie en de bestemming, de afstand en het hoogteverschil worden weergegeven. Tip op de "Start/stop"-knop buiten op het toestel om een opname te starten. Je kunt dan kiezen of je een trainingseenheid of een periode (zie hoofdstuk 8) wilt opnemen. Tip op de trainingseenheid-"Record"-button. Een melding bevestigt het begin van de opname. Opmerking: het is raadzaam om de barometer handmatig te kalibreren voordat een trackopname wordt gestart (zie hoofdstuk 10.4.6).

De opname kan te allen tijde worden onderbroken, bijvoorbeeld als je even een pauze inlast. Tip dan opnieuw op de "Start/Stop"-knop en vervolgens op de pauze-button. Om te hervatten, tip je op de "Start/Stop"-knop en vervolgens nogmaals op de pauze-button. Om de opname te beëindigen, houd je de "Start/Stop"-knop ingedrukt of druk je eerst op de "Start/Stop"-knop en vervolgens op de stop-button. Vervolgens word je verzocht een naam voor deze trainingseenheid in te voeren. In de naamsregel wordt in eerste instantie de datum en de tijd als naam weergegeven. De track kan onder deze omschrijving worden opgeslagen. Of je wist de naamsregel met de backspace-toets en voert een eigen naam in voor de trainingseenheid. Je kunt de opname ook verwijderen door op het prullenbaksymbool te tippen.

Opmerking: Als er meerdere tracks op het toestel staan, is het raadzaam om een herkenbare naam in te voeren waarmee de track later weer kan worden teruggevonden. Gebruikershandboek Falk PANTERA 23

7.1 Gedetailleerde weergave van een track Om een aanwezige trainingseenheid te selecteren te selecteren, tip je in de lijst op de gewenste track en dan op . Informatie - geeft informatie uit de tripcomputer bij deze trainingseenheid aan. De hoeveelheid data hangt ook af van welke sensoren er zijn gekoppeld. Kaart - geeft de track weer in de kaart. Je kunt op de kaart in- en uitzoomen en de kaart verschuiven. Door op "Positie" te klikken, kun je je huidige positie in de kaart laten weergeven en verdwijnen. Hoogteprofiel - geeft het hoogteprofiel bij de track aan. Met begint de navigatie Als je de trainingseenheid wilt bewerken, tip je op (zie hoofdstuk 7.2). 7.2 Trainingseenheid bewerken Om een trainingseenheid te bewerken, tip je in de gedetailleerde weergave (zie hoofdstuk 7.2) op . Hierbij heb je de volgende mogelijkheden: Trainingseenheid omkeren – Wisselt de rijrichting van de track.

Zo kun je ook de eindpositie van een track terugvinden. Naam wijzigen – Hier kun je de naam van een track wijzigen. Trainingseenheid wissen – Wist de track van het toestel 7.3 Trainingseenheid starten Als je een track als opgeslagen trainingseenheid start, kun je kiezen of je de track direct wilt starten of de de trainingseenheid wilt omzetten in een route, zodat je afslaginstructies krijgt. Gebruikershandboek Falk PANTERA 24

7. 3. 1 Track in route transformeren Met de functie “Track in route transformeren” wordt een route berekend die zo veel mogelijk lijkt op de originele opname van de trainingseenheid. Bovendien krijg je in tegenstelling tot de standaard tracknavigatie dan instructies bij afslagen in de vorm van pieptonen. Daarnaast worden de aankomsttijd en de reële afstand weergegeven. Opmerking: Als delen van de weg niet beschikbaar zijn in het kaartmateriaal of delen van de weg ten gevolge van de ingestelde routeopties worden vermeden, zal de alternatieve route dienovereenkomstig afwijken. De berekende alternatieve route wordt naast de originele Training gezet, zodat je zelf kunt kiezen welke variant je wilt gebruiken. 7. 3. 2 Trackgeleiding direct starten Met "Trackgeleiding direct starten" wordt de track ongewijzigd gestart.

Je krijgt richtingsinstructies in de kaartweergave, maar geen Pieptonen bij afslagen of over afstanden. Kies "Trackgeleiding direct starten" en tip op. Nu kun je bepalen of je, rekening houdend met je huidige positie, wilt worden geleid naar het startpunt van de track of naar het dichtstbijzijnde punt van de track 7. 3. 3 Startpunt van de track bepalen Als je de Route in track transformeren hebt gekozen, wordt in eerste instantie de route berekend en in de kaart weergegeven. Door op "Route" of "Track" te klikken, kun je in de kaartweergave heen en weer switchen tussen de track en de route. De geruite vlag geeft de bestemming van de track aan. Om de routegeleiding aan de hand van de alternatieve route te starten, kies je "Route" en tip je op Navigatie. Om de oorspronkelijke trainingseenheid te handhaven en de trackgeleiding zonder afslaginstructies te starten, kies je "Track" en tip je op.

Nu kun je bepalen of je, rekening houdend met je huidige positie, wilt worden geleid naar het startpunt van de trainingseenheid of naar het dichtstbijzijnde punt van de track. Om een rit op te nemen, tip je op de "Start/stop"-knop buiten op het toestel.

8 Mijn tijdrit Met deze functie kun je een wedstrijd tegen jezelf of een virtuele tegenstander rijden. Op een bepaald traject (dat je zelf kunt opnemen of kunt importeren) neem je het op tegen de tijd die je "tegenstander" nodig had om datzelfde traject af te leggen. Tijdens de tijdrit wordt precies weergegeven waar je je op dat moment bevindt ten opzichte van je fictieve tegenstander en hoe je voorsprong of achterstand er grafisch uitziet (zie hoofdstuk 8. 4). Om de tijdrit te starten, moet je eerst kiezen op welk traject je wilt rijden tegen je "tegenstander". Je kunt kiezen uit de volgende mogelijkheden: 8. 1 Tegen mijn eigen tijd voor een bepaald traject Hier kun je een traject met bijbehorende tijd kiezen die je zelf hebt opgenomen. Je probeert dan om je eigen tijd te verbeteren. Met een tijdtraject neem je een specifiek deel van het traject op, bijv. een helling.

Als je het opneemt tegen zo’n traject, kun je je eigen trainingsprestaties bijzonder goed bijhouden. De trainingseenheid dient ter registratie van het gehele traject, van start tot bestemming. Kies een traject uit de lijst en tip op om te starten. Door dubbelklikken op een traject uit de lijst wordt het traject gedetailleerd weergegeven. Je kunt nu alle informatie bekijken, het traject in de kaart en het hoogteprofiel bekijken. Om zelf een tijdrit op te nemen, tip je op de "Start/stop"-knop aan de buitenzijde van het toestel en dan bij "Tijdrit" op de record-button. Als je tijdens de opname opnieuw op de "Start/stop"-knop drukt, kun je de opname beëindigen. Bij het beëindigen van de opname kun je een naam voor de tijdrit opgeven. Tip: geef je tijdritten duidelijke namen zodat je ze later snel kunt terugvinden (bijv. "Traject Vaalserberg"). 8.

2 Tegen mijn trainingseenheid Een alternatief voor de tijdrit is rijden tegen een van je opgenomen trainingseenheden. Kies een trainingseenheid uit de lijst en tip op om te starten.

Om een trainingseenheid op te nemen, tip je op de "Start/stop"-knop aan de buitenzijde van het toestel en vervolgens bij "Trainingseenheid" op de record-button. Als je tijdens de opname opnieuw op de "Start/stop"-knop drukt, kun je de opname pauzeren of beëindigen. Bij het beëindigen van de opname kun je een naam voor de trainingseenheid opgeven. Alle trainingseenheden kun je ook terugvinden onder Trainingsgeschiedenis (zie hoofdstuk 7). 8. 3 Tegen een geïmporteerd traject Hier kun je het opnemen tegen een traject dat je op je toestel hebt geïmporteerd. Daarvoor moet het traject gegevens met betrekking tot de gereden tijden bevatten. Kies een traject uit de lijst en tip op om te starten. Door dubbelklikken op een traject in de lijst wordt het geïmporteerde traject gedetailleerd weergegeven.

Hoe je trajecten kunt importeren op je toestel kun je lezen in hoofdstuk 14 bij de Falk Navi-manager. 8. 4 Een tijdrit starten Als je een traject hebt gekozen, kan de tijdrit beginnen. Eerst kun je kiezen of het gekozen traject moet worden omgezet in een route of direct moet worden gestart. Bij het omzetten in een route krijg je instructies bij afslagen. Je wordt dan eerst naar het startpunt gebracht. Op 200 m voor het begin van de tijdrit krijg je een melding. Bij het passeren van het startpunt wordt dit nog eens aangegeven met een melding. In de tijdritweergave kun je precies volgen waar je je op dat moment bevindt ten opzichte van je fictieve tegenstander. Het hoogteprofiel laat het verloop van het traject qua stijgingen zien. De rode pijl markeert je huidige positie, de positie van je "tegenstander" wordt aangegeven door een witte pijl.

Je achterstand of voorsprong wordt ook in afstand en tijd aangegeven. Als je voor ligt, zijn de waarden in het groen zichtbaar, als je achter ligt in het rood. Aan het einde van de tijdrit wordt je behaalde tijd weergegeven en wordt aangegeven of je de tijd van je tegenstander hebt verbeterd. Je gereden tijden worden opgeslagen.

9 Tochtplanner Tochten zijn routes die bestaan uit meerdere bestemmingen achterelkaar. Je kunt zelf tochten op je toestel samenstellen. Daarbij kun je alle soorten bestemmingen gebruiken. 9.1 Nieuwe tocht aanmaken Tip in het hoofdmenu op Tochtenplanner. Via Tocht plannen kun je zelf een tocht samenstellen. Als startpunt is vooraf de huidige locatie ingesteld. Om dat te wijzigen, klik je gewoon op de knop Start. Je kunt dan op meerdere manieren een startpunt invoeren (bijv. adres, laatste bestemming enz.) Zo kun je ook de bestemming invoeren. Als je op tipt, wordt de route berekend en in de kaart weergegeven. Naast de functies voor de berekende route uit de normale bestemmingsinvoer kun je hier de berekende route ook laten simuleren (niet bij meerdere stations). Daarbij wordt de route virtueel nagelopen. Je kunt op de kaart zien hoe de route loopt en waar je moet afslaan.

Tip na de berekening op . Voor routes met meerdere stations kun je bestemmingen aan de tocht toevoegen door op de knop Verdere best. toevoegen en vervolgens op + Station toevoegen tipt. Als stations kunnen alle soorten bestemmingen worden gebruikt. De verschillende soorten bestemmingen worden ingevoerd zoals bij de bestemmingsinvoer. Als je alle bestemmingen hebt ingevoerd, tip je op . Vervolgens word je verzocht om de route onder een vrij te kiezen naam op te slaan. Als de naam wordt bevestigd, wordt de tocht aangemaakt. Door op begint de routegeleiding. Je kunt kiezen of de routeberekening vanaf de actuele positie of het eerste station moet starten. Gebruikershandboek Falk PANTERA 28

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Snooper Pantera 32 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden