Garmin Dash Cam X110 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Garmin Dash Cam X110 (32 pagina’s), behorend tot de categorie Navigator. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 97 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Garmin Dash Cam X110 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Garmin |
| Categorie: | Navigator |
| Model: | Dash Cam X110 |
Handleiding Garmin Dash Cam X110 – volledige tekst
© 2024 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijenAlle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.Garmin® en het Garmin logo zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Garmin Dash Cam™, Garmin Express™, en Travelapse™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen.
Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming van Garmin.Het woordmerk en de logo's van BLUETOOTH® zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie verkregen. microSD® en het microSD logo zijn handelsmerken van SD-3C, LLC. USB-C® is een geregistreerd handelsmerk van USB Implementers Forum. Wi‑Fi® is een geregistreerd handelsmerk van Wi-Fi Alliance Corporation.
26Mijn geheugenkaart is versleten en moet worden vervangen. 27Mijn video-opnamen zijn wazig. 27Mijn video-opnamen zijn schokkerig of niet volledig. 27Inhoudsopgave i.
Aan de slag WAARSCHUWINGLees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.Overzicht van het toestel Druk in om het toestel in te schakelen.Houd 3 seconden ingedrukt om het toestel uit te schakelen.Druk om terug te keren naar de vorige pagina.Druk om door menu's of pagina's te bladeren.Druk om door menu's of pagina's te bladeren. In de zoeker drukt u om een video op te slaan.Druk in om een optie te kiezen in een menu.Aan de slag 1
Een geheugenkaart installerenAls u video wilt opnemen, moet u een compatibele geheugenkaart installeren (Geheugenkaartspecificaties, pagina23) .1 Plaats de geheugenkaart in de sleuf .2 Druk op de kaart totdat deze vastklikt.De geheugenkaart formatterenDe camera vereist een geheugenkaart die is geformatteerd met het FAT32-bestandssysteem. U kunt de camera gebruiken om uw kaart te formatteren met dit bestandssysteem.U dient de geheugenkaart ten minste één keer per 6 maanden te formatteren om de levensduur ervan te verlengen.
U moet ook een nieuwe geheugenkaart formatteren als deze niet is geformatteerd met het FAT32-bestandssysteem.OPMERKING: Als u de geheugenkaart formatteert, worden alle video's en gegevens op de kaart verwijderd.1 Sluit de camera aan op een stopcontact.2 Selecteer Instellingen > Camera > Formatteer kaart.3 Houd de camera aangesloten op een stopcontact totdat het formatteren is voltooid.Wanneer het formatteren is voltooid, wordt er een bericht weergegeven en wordt de opname gestart.De geheugenkaart verwijderenLET OPAls u de geheugenkaart verwijdert terwijl het toestel is ingeschakeld, kan dit leiden tot gegevensverlies of beschadigingen aan het toestel.1 Schakel het toestel uit.2 Druk op de kaart tot deze vastklikt.3 Laat de kaart los.De sleuf werpt de kaart uit.2 Aan de slag
Aandachtspunten bij de montageDe camera wordt met de meegeleverde plaksteun op de voorruit bevestigd. De plaksteun is moeilijk te verwijderen nadat deze is geïnstalleerd. Bepaal van te voren nauwkeurig waar u de steun wilt plaatsen voordat u deze bevestigt.• Bevestig de camera niet op plaats waar deze het zicht van de bestuurder op de weg of de omgeving belemmert.• Kies een montageplaats die de camera een duidelijk zicht geeft op de weg vóór u.• Controleer of het gebied van de voorruit vóór de camera niet door de ruitenwissers wordt gehinderd.• Plaats de camera niet achter een getint gedeelte van de voorruit.De camera op uw voorruit bevestigenLET OPDe plaksteun is bedoeld voor langdurige montage en is mogelijk moeilijk te verwijderen.
Bepaal van te voren nauwkeurig waar u de steun wilt plaatsen voordat u deze bevestigt.Voordat u de plaksteun op de voorruit kunt aanbrengen, dient u de aandachtspunten voor de montage op de voorruit door te nemen (Aandachtspunten bij de montage, pagina3).Voor de beste resultaten moet de omgevingstemperatuur tussen de 21° en 38°C (70° tot 100°F) zijn bij het plaatsen van de camera op de voorruit. De plaklaag hecht mogelijk niet goed als de temperatuur buiten dit bereik ligt.
Als u de camera bij lagere temperaturen plaatst, moet u alle sneeuw, ijs en vocht van de voorruit verwijderen en de voorruit verwarmen met de ontdooier voordat u de camera installeert.De camera wordt met de meegeleverde plaksteun aan de voorruit bevestigd.1 Maak de binnenkant van de voorruit schoon met water of alcohol en een pluisvrije doek.De voorruit moet vrij zijn van stof, was, olie of coatings.2 Houd de camera op de gewenste montageplaats op de voorruit en controleer of de camera duidelijk, onbelemmerd zicht heeft.3 Nadat u een bevestigingsplaats met duidelijk zicht hebt geselecteerd, verwijdert u de beschermfolie van de plaksteun.Aan de slag 3
De camera aansluiten op de voertuigvoeding1 Steek de voertuigvoedingskabel in de USB-poort op de camera.2 Leid de voedingskabel naar de stroomvoorziening van uw voertuig.OPMERKING: U moet de camera van stroom voorzien met de meegeleverde voedingsadapter voor in het voertuig. Vermijd het gebruik van een USB-poort in het voertuig. Een USB-poort in het voertuig levert mogelijk onvoldoende stroom voor een betrouwbare werking van de camera.De USB-massaopslagmodus op de camera kan ook worden geactiveerd als u de camera aansluit op een USB-poort van een auto met een kabel die gegevensoverdracht mogelijk maakt (niet meegeleverd). De camera kan geen video opnemen of verbinding maken met uw smartphone als deze in de modus USB-massaopslag staat.De meegeleverde, lichtgewicht voedingskabel is ontworpen om buiten zicht te blijven.
Als u deze voedingskabel wilt verbergen, leg deze dan achter de bekleding van het voertuig langs de voorruit, het portierframe of het dashboard.3 Sluit de Garmin Dash Cam voedingskabel aan op de meegeleverde voertuigvoedingsadapter.4 Sluit de voedingsadapter voor het voertuig aan op de stroomaansluiting in uw voertuig.5 Start zo nodig het voertuig om de stroomvoorziening in uw voertuig van stroom te voorzien.De camera wordt ingeschakeld en het opnemen wordt gestart.Aan de slag 5
De cameraplaatsing instellenU kunt het toestel aan de linker- of rechterkant of in het midden van uw voorruit plaatsen. Voor een optimale werking of hulpfuncties voor bestuurders, dient u de optie Plaatsing van de camera in te stellen om de plaats van uw toestel in het voertuig aan te geven. 1 Selecteer > Instellingen > Hulp voor de bestuurder > Plaatsing van de camera. 2 Selecteer Horizontale plaatsing en selecteer de horizontale plaatsing van de camera. 3 Selecteer Voertuighoogte. 4 Selecteer een optie:• Als u in een groot voertuig rijdt, zoals een busje of een vrachtwagen, selecteert u Groot. • Als u in een auto rijdt, selecteert u Normaal. Het toestel handmatig inschakelenDe batterij moet volledig opgeladen zijn voordat u de batterijvoeding gebruikt om het toestel in te schakelen.
OPMERKING: Als het toestel is aangesloten op een voertuigvoeding die met de contactsleutel wordt ingeschakeld, wordt het toestel automatisch ingeschakeld als u het voertuig start. Selecteer. Het toestel wordt ingeschakeld. Het toestel handmatig uitschakelenOPMERKING: Als het toestel is aangesloten op een voertuigvoeding die met de contactsleutel wordt uitgeschakeld, wordt het toestel automatisch uitgeschakeld als u de motor uitschakelt. Houd de drie seconden ingedrukt. Als het toestel is verbonden met een Wi‑Fi® netwerk met een actief Vault abonnement, worden beschikbare video's geüpload naar de Vault voordat het toestel wordt uitgeschakeld. Als uw toestel is aangesloten op een externe voedingsbron, wordt de functie Parkeerbewaking na vijf seconden ingeschakeld.
Indien nodig kunt u de instructies op het scherm volgen om het toestel uit te schakelen voordat het de functie Parkeerbewaking inschakelt. HoofdmenuDruk in de zoeker op of om door het hoofdmenu te bladeren en druk op om een menu-item te openen. Galerie: Hiermee kunt u opgenomen video's bekijken en beheren (Video's bekijken, pagina9).
Garmin Drive app: Hiermee kunt u uw camera koppelen met uw smartphone en de Garmin Drive™ app (Koppelen met uw smartphone, pagina15). Instellingen: Hiermee kunt u camerafuncties instellen, systeeminstellingen wijzigen en systeeminformatie weergeven (Instellingen, pagina19). Spraakbesturing: Hiermee kunt u de spraakbedieningsfuncties ( (Spraakbesturing, pagina13). Travelapse: Hiermee kunt u Travelapse™ opnamen starten en stoppen (Travelapse, pagina7). 6 Aan de slag.
Opnemen met de dashcamLET OPIn sommige rechtsgebieden is het opnemen van audio en video of het maken van foto's verboden of gereguleerd. Jurisdicties kunnen vereisen dat alle partijen kennis hebben van de opname en toestemming geven voordat u audio en video opneemt of foto's maakt. Het is uw verantwoordelijkheid op de hoogte te zijn van en te handelen in overeenstemming met alle toepasselijke wetten en regels en andere restricties in uw rechtsgebied. De dashcam slaat video's op de geheugenkaart van de camera op (Een geheugenkaart installeren, pagina2). Het toestel start standaard automatisch met de opname wanneer het wordt ingeschakeld en blijft opnemen totdat het weer wordt uitgeschakeld. Als de geheugenkaart vol is, verwijdert het toestel automatisch de oudste niet-opgeslagen video om ruimte te creëren voor nieuwe video.
Wanneer de optie Promptly Delete is geselecteerd, verwijdert het toestel steeds opgeslagen videobeelden die meer dan drie minuten oud zijn en verwijdert het alle niet-opgeslagen videobeelden als het toestel wordt uitgeschakeld. U kunt deze functie inschakelen of uitschakelen in de camera-instellingen (Camera-instellingen, pagina19). U kunt de opgenomen videobeelden opslaan om te voorkomen dat deze worden overschreven of verwijderd (Niet-opgeslagen videobeelden opslaan, pagina9). Een video-opname opslaanHet toestel gebruikt standaard een sensor om een mogelijk ongeval te detecteren en videobeelden van 15 seconden vóór en na het gedetecteerde ongeval automatisch op te slaan. U kunt videobestanden ook op elk gewenst moment handmatig opslaan. Druk op. Het toestel slaat videobeelden van vóór, tijdens en na het drukken op.
Nadat u een video-opname hebt opgeslagen, moet u de opname overbrengen naar uw smartphone (Een video bijsnijden en exporteren, pagina17) of naar uw computer (Video's op uw computer, pagina9). OngevaldetectieHet toestel gebruikt standaard een sensor om mogelijke ongevallen te detecteren en videobeelden 15 seconden vóór en na het gedetecteerde ongeval automatisch op te slaan. De video wordt voorzien van een stempel met de tijd, datum en locatie van de gebeurtenis. Geluidsopname in- of uitschakelenLET OPIn sommige rechtsgebieden is het opnemen van audio in de auto mogelijk verboden of moeten alle passagiers kennis hebben van de opname en toestemming geven voordat u audio opneemt in de auto. Het is uw verantwoordelijkheid om alle wetten en beperkingen op te volgen die van toepassing zijn in uw rechtsgebied. Het toestel kan via de ingebouwde microfoon geluid opnemen tijdens een video-opname.
U kunt het opnemen van geluid op elk gewenst moment in- of uitschakelen. Selecteer Instellingen > Camera > Geluidsopname. TIP: U kunt audio-opname ook in- of uitschakelen met behulp van spraakopdrachten (Spraakbesturing, pagina13). TravelapseDe functie Travelapse legt een snel bewegende video van uw reis vast, waarmee u een korte video kunt delen van alle plaatsen waar u geweest bent. Als u Travelapse opneemt, wordt de dashcam-opname niet gestopt. OPMERKING: Travelapse opname is niet beschikbaar wanneer de optie om niet-opgeslagen video direct te verwijderen is ingeschakeld (Camera-instellingen, pagina19)Opnemen met de dashcam 7.
Een Travelapse video opnemenU kunt de Travelapse opname op elk gewenst moment handmatig starten en stoppen met behulp van het hoofdmenu of de spraakopdrachten. OPMERKING: Het toestel blijft regelmatig dashcambeelden opnemen terwijl u een Travelapse video opneemt. • Selecteer een optie om een Travelapse video op te nemen:◦ Selecteer in het hoofdmenu Travelapse > Begin. ◦ Zeg OK, Garmin, Start Travelapse. • Selecteer een optie om de Travelapse opname te stoppen:◦ Selecteer in het hoofdmenu Travelapse > Stop. ◦ Zeg OK, Garmin, Stop Travelapse. ParkeerbewakingMet de functie Parkeerbewaking kunt u de camera automatisch video laten opnemen terwijl uw voertuig geparkeerd staat. Wanneer u uw voertuig uitschakelt, schakelt de camera automatisch over naar de modus voor parkeeropnames. De camera maakt automatisch video-opnamen wanneer er een incident wordt gedetecteerd.
Als u een actief Vault abonnement hebt, verzendt de camera een melding naar uw smartphone wanneer de camera is verbonden met een Wi‑Fi netwerk. U kunt de instellingen van de Parkeerbewaking beheren via de Garmin Drive app op uw smartphone. De Parkeerbewaking in- of uitschakelenSelecteer een optie:• Om de functies van de parkeerbewaking in te schakelen, selecteert u > Instellingen > Parkeerbewaking > Schakel in. • Als u de functies van de parkeerbewaking wilt uitschakelen, selecteert u > Instellingen > Parkeerbewaking > Instellingen > Schakel in. Instellingen parkeerbewakingSelecteer > Instellingen > Parkeerbewaking > Instellingen. Schakel in: Hiermee schakelt u de functie Parkeerbewaking in of uit. Automatisch starten: Hiermee stelt u in hoe lang het voertuig stil moet blijven staan voordat de camera de functie Parkeerbewaking inschakelt.
Impactgevoeligheid: Hiermee past u het gevoeligheidsniveau voor ongevaldetectie aan terwijl de functie Parkeerbewaking actief is. Bewakingstijd: Hiermee stelt u in hoe lang de functie Parkeerbewaking actief blijft voordat deze wordt uitgeschakeld.
Uitvoeren via accu: Hiermee stelt u de functie Parkeerbeveiliging in om de batterij van de camera te gebruiken als er geen externe voedingsbron is aangesloten. OPMERKING: Als u de camera aanraakt terwijl de instelling Uitvoeren via accu is ingeschakeld, wordt deze mogelijk onverwacht ingeschakeld wanneer er beweging wordt gedetecteerd. Opnemen vóór incident: Hiermee stelt u in dat het toestel 15 seconden voordat incidenten worden gedetecteerd, begint met op te nemen. U moet uw camera aansluiten op een externe voedingsbron om deze optie te kunnen gebruiken. 8 Parkeerbewaking.
Video's bekijkenOPMERKING: Het toestel stopt met opnemen en geeft geen waarschuwingen als u video's bekijkt. 1 Selecteer > Galerie. 2 Selecteer een optie:OPMERKING: Niet-opgeslagen video's en Travelapse video's zijn niet beschikbaar als de optie om direct niet-opgelagen video's te verwijderen is ingeschakeld (Camera-instellingen, pagina19). • Als u opgeslagen video's wilt bekijken, selecteert u Opgeslagen video's. • Als u recente videobeelden die nog niet zijn opgeslagen wilt bekijken, selecteert u Tijdelijke video's. 3 Selecteer een video. Niet-opgeslagen videobeelden opslaanU kunt uw niet-opgeslagen tijdelijke beelden bekijken in de galerij en videoclips van het niet-opgeslagen beeldmateriaal opslaan. Deze functie is niet beschikbaar wanneer de optie om niet-opgeslagen video direct te verwijderen is ingeschakeld (Camera-instellingen, pagina19). 1 Selecteer > Galerie > Tijdelijke video's.
2 Selecteer een datum en tijd. De niet-opgeslagen video voor die periode wordt afgespeeld. 3 Houd of ingedrukt om vooruit of achteruit door de video te bladeren. Terwijl u de knop ingedrukt houdt, verhoogt het toestel de snelheid waarmee het door de video beweegt. De tijdstempel wordt linksonder in de video weergegeven. 4 Als u de videobeelden hebt gevonden die u wilt opslaan, drukt u op >. Het toestel slaat een videoclip van 30 seconden op met 15 seconden voor en 15 seconden na het geselecteerde opslagpunt. Een video verwijderen1 Druk tijdens het bekijken van een video in de galerij op om het menu te openen. 2 Selecteer > Ja. Video's op uw computerOPMERKING: Sommige mediaspelers kunnen mogelijk geen media met hoge resolutie afspelen. Video's worden opgeslagen in de map DCIM op de geheugenkaart van de camera. Video's worden opgeslagen in AVC (H. 264) MP4-bestandsindeling.
com/dashcamvideos voor meer informatie. De video's zijn in verschillende mappen ingedeeld. OPMERKING: Niet-opgeslagen video's en Travelapse video's zijn niet beschikbaar als de optie om direct niet-opgelagen video's te verwijderen is ingeschakeld (Camera-instellingen, pagina19). 100EVENT: Bevat video's die automatisch worden opgeslagen als het toestel een incident detecteert. 102SAVED: Bevat video's die handmatig zijn bewaard door de gebruiker. 103PARKM: Bevat video's die zijn opgeslagen tijdens het parkeren. 104TLPSE: Bevat Travelapse video's. 105UNSVD: Bevat niet-opgeslagen videobeelden. Het toestel overschrijft de oudste niet-opgeslagen video wanneer de opslagruimte voor niet-opgeslagen video's vol zit. Video's bekijken 9.
De camera aansluiten op uw computerU kunt de camera aansluiten op uw computer om software-updates te installeren of video's over te brengen naar uw computer.OPMERKING: De voedingskabel die bij uw toestel wordt geleverd, is alleen bedoeld voor voeding en kan niet worden gebruikt om het toestel op uw computer aan te sluiten.1 Sluit de USB-C® gegevenskabel met een compatibele gegevenskabel aan op de USB-Cpoort van de camera.2 Steek het andere uiteinde van de kabel in een compatibele USB-poort op uw computer.Het toestel wordt op uw computer weergegeven als verwisselbaar station of verwisselbaar volume, dit is afhankelijk van het besturingssysteem.Functies voor het waarschuwen van de bestuurderUw toestel is voorzien van functies die veiliger rijgedrag kunnen bevorderen, ook als u in een bekende omgeving rijdt.
Het toestel waarschuwt met een geluidssignaal of bericht en geeft bij elke waarschuwing informatie weer. U kunt het geluidssignaal voor sommige bestuurderswaarschuwingen in- of uitschakelen.Waarschuwing voor kop-staartbotsingen: Het toestel waarschuwt u als het detecteert dat u geen veilige afstand bewaart tussen uw voertuig en het voor u rijdende voertuig.Waarschuwing bij rijbaan wisselen: Het toestel waarschuwt u als het detecteert dat u dat u mogelijk per ongeluk een rijbaanmarkering overschrijdt.Rijwaarschuwing: Het toestel geeft een geluidssignaal en toont een melding wanneer verkeer dat is gestopt, weer gaat rijden.Flitsers: Het toestel speelt een toon af en geeft de maximumsnelheid en de afstand tot de snelheidscamera weer.Roodlichtcamera's: Het toestel speelt een toon af en geeft de afstand tot de camera met rood licht weer.10 Functies voor het waarschuwen van de bestuurder
Waarschuwingssysteem voor botsingen WAARSCHUWINGDe FCWS-functie (waarschuwingssysteem voor botsingen) dient alleen ter informatie en u bent te allen tijde zelf verantwoordelijk voor het in de gaten houden van de weg- en rijomstandigheden, opvolgen van verkeersregels en veilige deelname aan het verkeer. Het FCWS-systeem gebruikt de camera om een hoorbare waarschuwing te geven bij naderende voertuigen en biedt daarom bij beperkt zicht mogelijk een beperkte functionaliteit. Ga voor meer informatie naar garmin. com/warnings. Het waarschuwingssysteem voor kop-staartbotsingen waarschuwt u als het toestel detecteert als er geen veilige afstand is tussen uw voertuig en het voor u rijdende voertuig. Het toestel bepaalt de snelheid van uw voertuig via GPS en berekent op basis daarvan een zo veilig mogelijke volgafstand. Het waarschuwingssysteem wordt geactiveerd bij een snelheid boven 65km/u (40mph).
Als het toestel detecteert dat u te dicht op het voor u rijdende voertuig rijdt, geeft het een waarschuwingssignaal en wordt op het scherm een waarschuwing weergegeven. Tips voor optimale werking van het FCWS-waarschuwingssysteem voor botsingenDe werking van het FCWS-waarschuwingssysteem voor botsingen wordt door verschillende factoren beïnvloed. In sommige omstandigheden kan het FCWS-systeem een voor u rijdend voertuig niet detecteren. • De FCWS-functie wordt alleen geactiveerd bij een snelheid boven 65km/u (40mph). • De FCWS-functie kan een voor u rijdend voertuig mogelijk niet detecteren als het zicht van de camera op het voertuig wordt belemmerd door regen, mist, sneeuw, zonlicht, koplampen van tegemoet rijdend verkeer of duisternis. • De FCWS-functie werkt mogelijk niet goed als de camera verkeerd is gericht (De cameraplaatsing instellen, pagina6).
Waarschuwingssysteem voor wisselen van rijbaan WAARSCHUWINGDe LDWS-functie (waarschuwingssysteem voor wisselen van rijbaan) dient alleen ter informatie en u bent te allen tijde zelf verantwoordelijk voor het in de gaten houden van de weg- en rijomstandigheden, opvolgen van verkeersregels en veilige deelname aan het verkeer. Het LDWS-systeem gebruikt de camera om u te attenderen op rijbaanmarkeringen en biedt daarom bij beperkt zicht mogelijk een beperkte functionaliteit. Ga voor meer informatie naar garmin. com/warnings. De LDWS-functie waarschuwt u als het toestel detecteert dat u dat u mogelijk per ongeluk een rijbaanmarkering overschrijdt. Bijvoorbeeld als u over de doorgetrokken witte rijbaanstreep heen rijdt. De LDWS-functie wordt alleen geactiveerd bij een snelheid boven 65km/u (40mph).
De waarschuwing wordt aan de linker- of rechterkant van het scherm weergegeven om aan te geven welke rijbaanstreep u hebt overschreden. OPMERKING: Voor een optimale werking van het LDWS-systeem dient u de functie Plaatsing van de camera in te stellen om de plaats van het toestel in uw voertuig aan te geven. Tips voor optimale werking van het LDWS-waarschuwingssysteemDe werking van het LDWS-waarschuwingssysteem voor wisselen van rijbaan wordt door verschillende factoren beïnvloed. In sommige omstandigheden kan het LDWS-systeem rijbaanwisselingen mogelijk niet detecteren. • De LDWS-functie wordt alleen geactiveerd bij een snelheid boven 65km/u (40mph).
• De LDWS-functie werkt mogelijk niet goed als de camera verkeerd is gericht• De FCWS-functie werkt mogelijk niet goed als de plaatsinstellingen van de camera niet de juiste hoogte van uw voertuig of plaats van uw toestel in het voertuig (De cameraplaatsing instellen, pagina6). • De LDWS-functie vereist continu duidelijk zicht op de belijning tussen rijbanen.
◦ Rijbaanwisselingen worden mogelijk niet gedetecteerd als de belijning door regen, mist, sneeuw, extreme schaduwen, zonlicht of koplampen van tegemoetkomend verkeer, wegwerkzaamheden of andere obstakels aan het zicht wordt onttrokken. ◦ Rijbaanwisselingen worden mogelijk niet gedetecteerd als de belijning onjuist is, ontbreekt of sterk versleten is. • De LDWS-functie detecteert mogelijk geen rijbaanwisselingen op extreem brede, smalle of kronkelige wegen. 12 Functies voor het waarschuwen van de bestuurder.
RijwaarschuwingDe rijwaarschuwing geeft een geluidssignaal en toont een melding wanneer verkeer dat voor uw voertuig is gestopt, weer gaat rijden. Deze waarschuwing wordt alleen gegeven als het voorliggende voertuig al een stukje heeft gereden en uw voertuig nog steeds stilstaat. Dit kan van pas komen bij stoplichten of opstoppingen. Deze functie maakt gebruik van de dashcam om het stilstaande of optrekkende voertuig te detecteren en vereist goed zicht op de weg.Roodlichtcamera's en flitsersLET OPGarmin® is niet verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid van, of consequenties van het gebruik van, een database met eigen nuttige punten of flitspaaldatabase.OPMERKING: Deze functie is niet beschikbaar voor alle regio's of productmodellen.Informatie over locaties van roodlichtcamera's en flitsers is beschikbaar in bepaalde gebieden en voor sommige productmodellen met een betaald abonnement.
Het toestel waarschuwt u als u een gerapporteerde flits- of roodlichtcamera nadert.• In sommige gebieden kan uw toestel flitser- en roodlichtcameragegevens ontvangen wanneer het is verbonden met een smartphone waarop de Garmin Drive app wordt uitgevoerd.• U kunt de Garmin Express™ software (garmin.com/express) of de Garmin Drive app gebruiken om de cameradatabase op uw toestel bij te werken. Werk uw toestel regelmatig bij om de meest recente cameragegevens te ontvangen.SpraakbesturingMet de spraakbesturingsfunctie kunt u uw camera bedienen door middel van gesproken woorden en opdrachten.OPMERKING: De functie voor spraakbesturing is niet voor alle talen beschikbaar. U kunt deze functie gebruiken terwijl de interface is ingesteld op een niet-ondersteunde taal, maar de opdrachten moeten in het Engels worden uitgesproken.Spraakbesturing 13
De camera bedienen met spraakopdrachten1 Zeg OK, Garmin om de spraakbedieningsfunctie te activeren.De camera laat een geluid horen en luistert naar een opdracht.2 Spreek een opdracht uit:• Als u een video wilt opslaan, zegt u Sla video op.• Als u audio-opnamen voor uw video's wilt inschakelen, zegt u Geluidsopname.• Als u audio-opnamen voor uw video's wilt uitschakelen, zegt u Stop audio.• Als u Travelapse opnamen wilt starten, zegt u Start Travelapse.• Als u Travelapse opnamen wilt stoppen, zegt u Stop Travelapse.De camera laat een geluid horen wanneer de opdracht wordt herkend.Spraakbediening in- of uitschakelenSelecteer > Spraakbesturing > Instellingen > Schakel in.Tips voor spraakbesturing• Spreek op normale toon in de richting van het toestel.• Verminder het achtergrondgeluid om de nauwkeurigheid van de spraakherkenning te vergroten.• Zeg vóór elke opdracht het activeringswoord.
Het standaard activeringswoord is OK, Garmin.• Luister naar het geluid om te bevestigen dat de camera een opdracht heeft herkend.• Wijzig het activeringswoord als u meer dan één Garmin toestel met spraakbedieningsfuncties hebt (Het activeringswoord wijzigen, pagina14).Het activeringswoord wijzigenStandaard wordt de spraakbediening van uw dashboardcamera geactiveerd wanneer u zegt OK, Garmin. U kunt het activeringswoord op elk gewenst moment wijzigen. Dit kan handig zijn als u meer dan één Garmin toestel met spraakbedieningsfuncties hebt.1 Selecteer > Spraakbesturing > Instellingen > Activeringswoord.2 Selecteer een activeringswoord.14 Spraakbesturing
Koppelen met uw smartphoneU kunt uw camera koppelen met uw smartphone en de Garmin Drive app. Met de Garmin Drive app kunt u een netwerk met meerdere camera's instellen, camera-instellingen wijzigen en foto's en video's bekijken, bewerken en opslaan. U kunt ook beeldmateriaal uploaden, beheren en delen op een veilige, online opslagschijf met behulp van de Vault. OPMERKING: Voor externe Wi‑Fi netwerkfuncties en Vault functies is een betaald abonnement vereist (Abonneren op Vault, pagina16). 1 Installeer de Garmin Drive uit de app store op uw smartphone. 2 Sluit de camera met de meegeleverde voedingsadapter voor in de auto en een kabel aan op de voeding. De camera wordt ingeschakeld. 3 Plaats de camera en uw smartphone binnen 3m. (10ft) van elkaar. 4 Open de Garmin Drive app op uw smartphone.
5 Selecteer een optie:• Accepteer de Garmin Drive app-licentieovereenkomsten als dit het eerste Garmin toestel is dat u met uw smartphone koppelt. • Als u een extra Garmin camera koppelt met uw smartphone, selecteert u Voeg een ander toestel toe. 6 Selecteer Garmin Dash Cam Series. 7 Selecteer op uw camera > Download de app. 8 Op uw smartphone volgt u de instructies op het scherm om de koppeling en het installatieproces te voltooien. Nadat het koppelen is voltooid, wordt het hoofdscherm van het app dashboard weergegeven. Als de camera en de smartphone zijn gekoppeld, maken ze automatisch verbinding met elkaar als ze worden ingeschakeld en binnen bereik zijn. Uw camera verbinden met een Wi‑Fi netwerkOPMERKING: Voor externe Wi‑Fi netwerkfuncties en Vault functies is een betaald abonnement vereist (Abonneren op Vault, pagina16).
Om de camera met een bestaand Wi‑Fi netwerk te verbinden, moet het netwerk zo worden ingesteld dat aangesloten toestellen elkaar kunnen zien en met elkaar kunnen communiceren. Met de Garmin Drive app kunt u de camera verbinden met een Wi‑Fi netwerk.
Wanneer uw camera is verbonden met een Wi‑Fi netwerk, uploadt deze automatisch video's met volledige resolutie naar de Vault wanneer er een incident wordt gedetecteerd. U kunt ook op afstand verbinding maken met uw camera via de Garmin Drive app om een live videofeed te bekijken (De live-beelden van de camera bekijken, pagina16). 1 Koppel de camera met de Garmin Drive app (Koppelen met uw smartphone, pagina15). 2 Selecteer in de Garmin Drive app, en selecteer de naam van uw voertuig en camera. 3 Selecteer WiFi-verbindingen. Er verschijnt een lijst met Wi‑Fi toegangspunten in de buurt. 4 Selecteer uw Wi‑Fi netwerk en voer het netwerkwachtwoord in. De camera maakt verbinding met het Wi‑Fi netwerk. De camera slaat de netwerkgegevens op en maakt de volgende keer als de camera wordt ingeschakeld en zich binnen bereik van het netwerk bevindt, automatisch verbinding. Koppelen met uw smartphone 15.
Video's bekijken op uw smartphoneVoordat u video's op uw smartphone kunt bekijken, moet u uw Garmin Dash Cam toestel koppelen met de Garmin Drive app (Koppelen met uw smartphone, pagina15). OPMERKING: Het toestel stopt met opnemen en geeft geen waarschuwingen als u video's bekijkt. 1 Selecteer in de Garmin Drive app op uw smartphone Bekijk de video. 2 Selecteer een optie:• Als u een opgeslagen video wilt bekijken, selecteert u een bestand in de categorie Opgeslagen. • Als u recente videobeelden wilt bekijken die niet zijn opgeslagen, selecteert u een video in de categorie Tijdelijk. De live-beelden van de camera bekijkenVoordat u de Live View camerafeed extern kunt bekijken, moet u een actief Vault abonnement hebben en moet u uw camera verbinden met een Wi‑Fi netwerk (Uw camera verbinden met een Wi‑Fi netwerk, pagina15).
U kunt uw camera ook aansluiten op een constante voedingsbron van 12 V (Voedingskabel met constante spanning, pagina23). U kunt de live camerafeed bekijken met de Live View functie in de Garmin Drive app. U kunt rechtstreeks verbinding maken met uw gekoppelde camera via Bluetooth® technologie of u kunt op afstand verbinding maken via een Wi‑Fi netwerk. 1 Selecteer in de Garmin Drive app op uw smartphone Live View. De app zoekt naar beschikbare camera's. 2 Selecteer, indien nodig, uw camera in de lijst met beschikbare toestellen. De live-beelden worden weergegeven. Een video verwijderen met uw smartphone1 Wanneer u de lijst met opgeslagen video's op uw smartphone bekijkt, selecteert u Selecteer. 2 Selecteer een of meer bestanden. 3 Selecteer. Vault opslagOPMERKING: Voor deze functie is een actief Vault abonnement vereist. Vault functies zijn niet beschikbaar voor alle landen.
Met een betaald abonnement uploadt de dashcamera opgeslagen video's automatisch naar de Vault terwijl deze is verbonden met een Wi‑Fi netwerk. U kunt een Vault abonnement aanschaffen via de Garmin Drive app op uw smartphone. OPMERKING: Uw dashboardcamera moet zijn verbonden met een Wi‑Fi netwerk om deze functie te kunnen gebruiken. Abonneren op VaultU kunt een Vault abonnement aanschaffen om uw video's op te slaan op een beveiligde server voor online-opslag. 1 Vanuit de Garmin Drive app op uw smartphone selecteert u uw toestel. 2 Selecteer Instellingen > Vault-opslag > Kies een abonnement. 3 Volg de instructies op het scherm. 16 Koppelen met uw smartphone.
Een video delenU kunt een beveiligde link naar een video van de dashboardcamera delen vanuit de Vault. OPMERKING: Voor het gebruik van deze functie is een actief Vault abonnement vereist. 1 Selecteer Vault in de Garmin Drive app op uw smartphone. 2 Selecteer een video en selecteer Beveiligd delen. 3 Volg de instructies op het scherm. Een gedeelde videolink uitschakelenU kunt een link naar een video uitschakelen die u eerder hebt gedeeld vanuit de Vault. Wanneer u een gedeelde videolink uitschakelt, wordt de video ingesteld op privé en worden de gedeelde link en het wachtwoord uitgeschakeld. 1 Selecteer in de Garmin Drive app op uw smartphone Vault. 2 Selecteer een video en selecteer Schakel link uit > Doorgaan. Een video verwijderen van de Vault1 Selecteer Vault in de Garmin Drive app op uw smartphone. 2 Selecteer een video en vervolgens Verwijder uit {0} > Doorgaan.
Een video bijsnijden en exporterenU kunt de lengte van uw video bijsnijden om onnodig beeldmateriaal te verwijderen voordat u het exporteert naar de opslagruimte op uw Vault. OPMERKING: Video's die zijn opgeslagen in de Vault kunnen niet worden bijgesneden. 1 Sleep tijdens het bekijken van een video de handgrepen voor het bijsnijden op de voortgangsbalk van de video naar links of rechts om de videolengte bij te snijden. 2 Schakel het selectievakje Inclusief audio in om de opgenomen audio op te nemen (optioneel). 3 Selecteer Exporteer. OPMERKING: U moet de app op de voorgrond houden wanneer u een video exporteert. De app exporteert de bijgesneden video. 4 Nadat het exporteren van de video is voltooid, selecteert u een optie:• Als u de video op uw smartphone wilt opslaan, selecteert u Opslaan op telefoon.
Cameranetwerk met meerdere camera'sU kunt ook meerdere dashboardcamera's in hetzelfde voertuig installeren, zoals camera's voor en achter, en beeld-in-beeld composietvideo's maken van de gelijktijdige opnamen. U kunt meerdere dashboardcamera's koppelen met de Garmin Drive app. Als een camera met GPS deel uitmaakt van het netwerk, kunt u locatie-informatie toevoegen aan opgeslagen video's voor alle camera's op het netwerk. Koppelen met uw smartphone 17.
Picture-in-Picture video's maken met meerdere camera'sVoordat u deze functie kunt gebruiken, moet u ten minste twee camera's aan de Garmin Drive app koppelen en beelden met beide camera's opnemen. Met de Garmin Drive app kunt u samengestelde video's met beeld-in-beeld maken van beeldmateriaal dat tegelijkertijd op twee camera's is opgenomen. 1 Selecteer in de Garmin Drive app Bekijk de video. 2 Selecteer een video met meerdere camera's. Video's met meerdere camera's worden aangegeven door meerdere camerapictogrammen op de videominiatuur. De app combineert automatisch video's die tegelijkertijd zijn opgenomen in één videopictogram met meerdere camera's. 3 Selecteer en om het camerabeeldmateriaal te kiezen dat u wilt gebruiken voor het volledige scherm van de video. 4 Sleep de grepen op de voortgangsbalk naar links of rechts om de videolengte bij te snijden. 5 Selecteer Doorgaan.
6 Selecteer en om het camerabeeldmateriaal te kiezen dat u wilt gebruiken voor het beeld-in-beeld-gedeelte van de video. 7 Selecteer de hoek van het scherm waarin u de beeld-in-beeld-opnamen wilt weergeven en selecteer Exporteer. OPMERKING: U moet de app op de voorgrond houden wanneer u een video exporteert. De app exporteert de picture-in-picture-video naar uw smartphone. Camera-instellingen in de Garmin Drive AppOpname-instellingenSelecteer in de Garmin Drive app, en selecteer de naam van het voertuig en de camera. Gegevensprojectie: Hiermee past u het type gegevens aan dat in video's wordt weergegeven. Belichtingswaarde: Hiermee past u het belichtingsniveau in video's aan. Ongevaldetectie: Pas het gevoeligheidsniveau voor ongevaldetectie aan. Resolutie: Hiermee past u de videoresolutie aan. Travelapse: Hiermee schakelt uTravelapse de functie (Travelapse, pagina7).
Wanneer de optie Verwijder indien vol is geselecteerd, verwijdert het toestel de oudste niet-opgeslagen videobeelden wanneer de geheugenkaartopslag vol is. Wanneer de optie Verwijder direct is geselecteerd, verwijdert het toestel steeds opgeslagen videobeelden die meer dan drie minuten oud zijn en verwijdert het alle niet-opgeslagen videobeelden als het toestel wordt uitgeschakeld. Dit is nuttig voor bescherming van gegevensprivacy. Wanneer de optie Verwijder direct is geselecteerd, kunt u geen Travelapse video's opnemen. Instellingen opgevenSelecteer in de Garmin Drive app en de voertuig- en cameranaam. Instellen voltooien: Biedt opties voor het voltooien van installatiestappen die mogelijk niet zijn voltooid tijdens de installatie. Vault-opslag: Biedt opties voor beschikbare Vault -abonnementen. WiFi-verbindingen: Geeft de status van de draadloze netwerkverbinding weer.
SysteeminstellingenSelecteer in de Garmin Drive app en de voertuig- en cameranaam. Waarschuwingsvolume: Hiermee past u het volume voor camerameldingen aan. Taal voor tekst: Hiermee stelt u de taal in voor het toestel. Eenheden en tijd: Hiermee past u de instellingen aan voor de datum- en tijdnotatie. Spraakopdrachten: Hiermee schakelt u spraakopdrachten in en stelt u de taal voor spraakopdrachten in. Activeringswoord: Hiermee kunt u het activeringswoord voor spraakbediening wijzigen. ToestelinstellingenSelecteer in de Garmin Drive app en de voertuig- en cameranaam. Over toestel: Geeft de versie van de camerasoftware en de toestel-ID weer. Controleer op updates: Controleert het toestel op software-updates. Opnieuw toewijzen aan een ander voertuig: Hiermee stelt u het voertuig in dat met de geselecteerde camera wordt gebruikt.
Formatteer SD kaart: Hiermee wordt de geheugenkaart geformatteerd en worden alle video's en gegevens op de kaart verwijderd. Help: Hiermee opent u de productondersteuningspagina voor het toestel. Herstel: Hiermee herstelt u de fabrieksinstellingen van het toestel en maakt u de koppeling van het toestel met de Garmin Drive app ongedaan. Vergeet toestel: Koppel het toestel los van de Garmin Drive app. De naam van een camera wijzigenU kunt de naam van uw camera wijzigen om deze te onderscheiden van andere camera's in een netwerk met meerdere camera's. 1 Selecteer uw camera in de Garmin Drive app. 2 Selecteer Instellingen > Instellen voltooien > Camera-uitlijning. 3 Selecteer een cameranaam in het veld Cameranaam. TIP: U kunt Aangepast selecteren om een aangepaste cameranaam in te voeren. InstellingenCamera-instellingenSelecteer > Instellingen > Camera.
Geluidsopname: Hiermee schakelt u audio-opnamen in en uit (Geluidsopname in- of uitschakelen, pagina7). Gegevensprojectie: Hiermee past u het type gegevens aan dat in video's wordt weergegeven. Tijdelijke video's: Bepaalt wanneer het toestel niet-opgeslagen videobeelden verwijdert. Wanneer de optie Verwijder indien vol is geselecteerd, verwijdert het toestel de oudste niet-opgeslagen videobeelden wanneer de geheugenkaartopslag vol is. Wanneer de optie Verwijder direct is geselecteerd, verwijdert het toestel steeds opgeslagen videobeelden die meer dan drie minuten oud zijn en verwijdert het alle niet-opgeslagen videobeelden als het toestel wordt uitgeschakeld. Dit is nuttig voor bescherming van gegevensprivacy. Als de optie Verwijder direct wordt geselecteerd, kunt u geen Travelapse video's opnemen of niet-opgeslagen videobeelden in de galerij bekijken.
Resolutie-instellingen voor video'sU kunt de resolutie instellen van door de camera opgenomen videobeelden. De resolutie is de breedte en de hoogte van de video in pixels. FPS is het aantal videoframes dat elke seconde wordt opgenomen. HDR neemt meerdere belichtingsniveaus op voor elk frame en kan de helderheid van de video verbeteren voor opnames met hoog contrast of weinig licht. Instellingen met een hogere resolutie of FPS vereisen meer ruimte op de geheugenkaart. Selecteer Instellingen > Camera > Resolutie. Instelling Resolutie1080p, 30 fps, HDR 1920×1080px720p, 30 fps, HDR 1280 x 720 pxInstellingen hulpsysteem voor de bestuurderSelecteer > Instellingen > Hulp voor de bestuurder. Plaatsing van de camera: Hiermee kunt u de plaatsing van uw toestel in het voertuig aangeven (De cameraplaatsing instellen, pagina6).
Frontale botsing: Hiermee past u de gevoeligheid van de FCWS-functie aan. Rijwaarschuwing: Schakel de rijwaarschuwing en geluidsmeldingen wanneer het verkeer op gang komt in of uit (Rijwaarschuwing, pagina13). Wisselen van rijbaan: Hiermee past u de instellingen voor rijbaanmarkering aan (Waarschuwingssysteem voor wisselen van rijbaan, pagina12). Garmin-flitspalen: Hiermee past u de geluidswaarschuwingen voor roodlichtcamera's aan. Scherm- en volume-instellingenSelecteer > Instellingen > Weergave en volume. Volume: Hiermee past u het volume van camerawaarschuwingen en het afspelen van video's aan. Videogeluid opslaan: Hiermee schakelt u de hoorbare toon in en uit die wordt afgespeeld wanneer een video wordt opgeslagen. Helderheid: Hiermee past u de helderheid van de zoeker aan.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Garmin Dash Cam X110 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Navigator Garmin
Handleiding Navigator
Nieuwste handleidingen voor Navigator