Smart Forfour (2017) Handleiding
Pagina's 77 Nederlands Auto
Bekijk de handleiding van Smart Forfour (2017) gratis online of download de PDF. 54 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Smart |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Forfour (2017) |
Handleiding Smart Forfour (2017) – volledige tekst
schade maken uopmerkzaam op risico's die de auto kunnenbeschadigen.iNuttige informatie of aanwijzingen diebehulpzaam kunnen zijn.X Handelingsinstructie die moet wordenopgevolgd.X Meerdere van deze op elkaar volgendesymbolen geven meerdere op elkaar vol-gende stappen aan.( pagina) Meer informatie over een onder-YwerpYY Waarschuwing of handelingsinstructie,die op de volgende pagina wordt voortgezet..Meldingstekst:Meldingstekst:Meldingstekst:Meldingstekst:Meldingstekst: Meldingstekst op het dis-play van het combi-instrument, het smartaudiosysteem of het smart mediasysteem.
Over deze handleidingVoor de eerste rit dient u zich aan de handvan deze handleiding vertrouwd te makenmet de auto. Voor uw eigen veiligheid en vooreen langere levensduur van de auto advise-ren wij u de volgende aanwijzingen en waar-schuwingsaanwijzingen in deze handleidingop te volgen. Onoplettendheid kan tot schadeaan de auto en persoonlijk letsel leiden.Deze handleiding geeft informatie over debelangrijkste functies van de auto.De uitvoering of de productbenaming van deauto is afhankelijk van:RModelROpdrachtRExportuitvoeringRBeschikbaarheidDe afbeeldingen in deze handleiding toneneen auto met links stuur.
Bij auto's met rechtsstuur wijkt de indeling van onderdelen enbedieningselementen overeenkomstig af.smart past zijn auto's steeds aan de voort-durende ontwikkeling van de wetenschap ende techniek aan.smart behoudt zich het recht voor de vol-gende punten te wijzigen:RVormRUitvoeringRTechniekDaarom kan de beschrijving in sommigegevallen afwijken van uw auto.Onderdelen van de auto zijn:RHandleidingROnderhoudsboekjeRUitrustingsafhankelijke aanvullendehandleidingenDeze documentatie moet altijd in de autoaanwezig zijn. Alle documentatie moet bijverkoop van de auto aan de nieuwe eigenaarworden overhandigd.Uw handleidingen:Digitaal op internetDe handleiding op internet biedt een-voudige toegang tot alle informatie vande auto en het multimediasysteem.
Trefwoordenregister 5. Inleiding 21. Milieubescherming. 21 smart originele onderdelen. 21Garantie van het smart Audio-Sys- tem en het smart Media-System. 22 Uitrusting van de auto. 22 Bedrijfsveiligheid. 22 QR-codes voor reddingskaart. 25 Opgeslagen data in de auto. 25 Informatie inzake auteursrecht. 26 In één oogopslag 27. Cockpit. 27 Multifunctioneel stuurwiel. 28 Middenconsole met schuiflade. 29 Bedieningspaneel dakconsole. 30 Portierbedieningseenheid. 31Weergaven op het combi-instru- ment en het display. 32 Veiligheid 33. Veiligheid voor inzittenden. 33 Kinderen in de auto. 39 Huisdieren in de auto. 52 Veilig rijden. 52 Instappen en inrichten 55. Portier openen. 55Correcte stand van de bestuurders- stoel. 55 Stoelen instellen. 55 Stuurwiel instellen. 57 Spiegels instellen. 57 Hoofdsteunen achterin instellen. 58 Rijden 60. Nieuwe auto inrijden. 60 Motor starten. 60 Wegrijden.
MilieubeschermingAlgemene aanwijzingenHMilieu-aanwijzingDaimler AG is voorstander van een geïnte-greerde milieubescherming. Hierbij wordt gestreefd naar spaarzaamgebruik van hulpbronnen en het ontzienvan de natuurlijke leefomstandigheden,waarvan het behoud voor mens en natuurvan belang is. Door op milieubewuste wijze gebruik temaken van de auto ontziet u het milieu. Het brandstofverbruik, alsmede de slijtagevan motor, versnellingsbak, remmen enbanden, zijn sterk afhankelijk van de vol-gende factoren:Rde bedrijfsomstandigheden van de autoRuw persoonlijke rijstijl. Beide factoren kunt u beïnvloeden. Daarom de volgende aanwijzingen in achtnemen:BedrijfsomstandighedenRHet rijden van korte afstanden vermij-den; deze verhogen het brandstofver-bruik. RZorgdragen voor een correcte banden-spanning. RGeen onnodige ballast meenemen. RHet brandstofverbruik controleren.
RDakdragers die niet meer nodig zijn, ver-wijderen. REen regelmatig onderhouden auto ont-ziet het milieu. Daarom de onderhouds-intervallen aanhouden. ROnderhoudswerkzaamheden altijd bijeen gekwalificeerde werkplaats latenuitvoeren, bijvoorbeeld bij een smartcenter. Uw persoonlijke rijstijlRTijdens het starten geen gas geven. RDe motor niet stationair laten warm-draaien. RAnticiperend rijden en voldoendeafstand houden ten opzichte van uwvoorligger. RVeelvuldig en sterk accelereren vermij-den. RTijdig schakelen, indien mogelijk aan dehand van de schakeladviespijlen op hetmultifunctioneel display. RZo vroeg mogelijk opschakelen. RDe motor afzetten als het verkeer gedu-rende langere tijd stilstaat. Terugname van de oude autoAlleen voor EU-landen:smart neemt uw oude auto weer terug omdeze overeenkomstig de richtlijn autowrak-ken van de Europese Unie (EU) milieuvrien-delijk af te voeren.
Iedereen kan een waardevolle bijdrage leve-ren aan het besparen van hulpbronnen, doorzijn auto af te laten voeren door een inza-melpunt of een demontagebedrijf. Bij dezebedrijven is het afvoeren vaak gratis.
RCockpitRInstrumentenpaneelRMiddenconsole. In deze gebieden geen accessoires, bij-voorbeeld een audiosysteem, monteren. Geen reparaties of laswerkzaamheden uit-voeren. De functionaliteit van de veilig-heidssystemen kan nadelig worden beïn-vloed. Als naderhand accessoires moeten wordengemonteerd, dit laten uitvoeren bij eengekwalificeerde werkplaats. Er mogen alleen originele smart onderdelen,of onderdelen van gelijkwaardige kwaliteitworden gebruikt. Bovendien mogen alleen devoor het betreffende type auto goedgekeurdebanden, wielen en accessoires wordengebruikt. Bij het bestellen van originele smart onder-delen altijd het voertuigidentificatienum-mer (VIN) vermelden. Bij gebruik van onderdelen, banden en vel-gen en veiligheidsrelevante accessoires, dieniet door smart zijn goedgekeurd, kan debedrijfsveiligheid van de auto in gevaarkomen.
De werking van veiligheidsrelevantesystemen, bijvoorbeeld het remsysteemkunnen gestoord worden. smart controleert originele onderdelen envoor de auto goedgekeurde ombouwdelen enaccessoires op hun betrouwbaarheid, veilig-heid en geschiktheid. Van andere onderdelenkan smart dit, ondanks voortdurende markt-verkenningen, niet beoordelen. Ook als ineen enkel geval een goedkeuring door eenkeuringsinstantie of officiële instantie aan-wezig is, neemt smart geen verantwoorde-lijkheid voor het gebruik in smart-auto's. In Duitsland worden bepaalde onderdelenalleen goedgekeurd voor in- of ombouw alsdeze voldoen aan de geldende wettelijkevoorschriften. Dit geldt ook voor enkeleandere landen. Alle originele smart-onder-delen voldoen aan de voorwaarden van degoedkeuring. Niet goedgekeurde onderdelenkunnen leiden tot het vervallen van de type-goedkeuring.
In de volgende gevallen komt de typegoed-keuring te vervallen:RBij een wijziging van het in de typegoed-keuring aangegeven type auto. RBij een verwacht verhoogd risico voor ver-keersdeelnemers. RBij een negatieve invloed op de uitstootvan uitlaatgassen of de geluidsproductie.
Garantie van het smart Audio-Systemen het smart Media-SystemDe smart verkooporganisatie geeft op hetsmart audiosysteem en het smart mediasys-teem een garantie voor de duur van24 maanden zonder kilometerbeperking. Garantiegever is de betreffende dealerorga-nisatie in het land waar het accessoire of hetvervangingsonderdeel is gekocht (zie detabel in het onderhoudsboekje). Uitrusting van de autoDeze handleiding beschrijft alle modellen enstandaard- en speciale uitrustingen van deauto die op het tijdstip van de redactieslui-ting van deze handleiding verkrijgbaarwaren. Landspecifieke afwijkingen zijn ookmogelijk. Er moet rekening mee wordengehouden, dat de uitrusting van de auto bijenkele beschrijvingen en afbeeldingen kanafwijken. Dit betreft ook veiligheidsrele-vante systemen en functies. In het originele koopcontract van de auto zijnalle systemen in de auto vermeld.
Bij vragenover de uitrusting en de bediening kunt u bijelke smart center terecht. BedrijfsveiligheidBelangrijke veiligheidsaanwijzingenGWAARSCHUWINGAls de voorgeschreven service- resp. onderhoudswerkzaamheden of noodzake-lijke reparaties niet worden uitgevoerd,kan dit tot storingen in de werking of het22 >> Inleiding.
uitvallen van systemen leiden. Er bestaatgevaar voor ongevallen. De voorgeschreven service- resp. onder-houdswerkzaamheden en noodzakelijkereparaties altijd bij een gekwalificeerdewerkplaats laten uitvoeren. GWAARSCHUWINGAls brandbaar materiaal, bijvoorbeeld bla-deren, gras of takken, met hete delen vanhet uitlaatsysteem in aanraking komen,kunnen deze materialen vlam vatten. Erbestaat brandgevaar. Bij het rijden op onverharde wegen of inhet terrein regelmatig de onderzijde van deauto controleren. In het bijzonder inge-klemde delen van planten of ander brand-baar materiaal verwijderen. Bij beschadi-ging contact opnemen met een gekwalifi-ceerde werkplaats. GWAARSCHUWINGAls u tijdens het rijden in de auto geïnte-greerde informatiesystemen en communi-catieapparatuur bedient, kunt u van deverkeerssituatie worden afgeleid. Boven-dien kunt u de controle over de auto ver-liezen.
Er bestaat gevaar voor ongevallen. Deze apparatuur alleen bedienen als deverkeerssituatie dit toelaat. Als u een vei-lig gebruik niet kunt garanderen, de autoop een veilige plaats tot stilstand brengenen de bediening bij stilstaande auto uit-voeren. GWaarschuwingDoor wijzigingen aan elektronische onder-delen, hun software en bedrading kan hunwerking en/of de werking van andere,onderling verbonden onderdelen nadeligbeïnvloed worden. In het bijzonder kunnenook veiligheidsrelevante systemen betrof-fen zijn. Daardoor kunnen deze niet meerzoals bedoeld functioneren en/of kan debedrijfsveiligheid van het voertuig ingevaar worden gebracht. Er bestaat ver-hoogd gevaar voor letsel en ongevallen. Geen ingrepen aan bedrading en elektro-nische onderdelen en de software hiervanuitvoeren.
Werkzaamheden aan elektri-sche en elektronische apparatuur altijdlaten uitvoeren door een gekwalificeerdewerkplaats. Bij het gebruik van geïntegreerde informa-tiesystemen en communicatieapparatuur dewettelijke bepalingen in acht nemen van hetland waar u zich op dat moment bevindt.
Bij wijzigingen aan de boordelektronica vande auto vervalt de typegoedkeuring. De auto kan worden beschadigd alsRdeze de grond raakt, bijvoorbeeld op eenhoge stoeprand of onverharde wegenRte snel over een obstakel wordt gereden,bijvoorbeeld een stoeprand, verkeers-drempel of een kuil in de weg. Reen zwaar voorwerp tegen de bodem-plaat of onderdelen van het onderstelslaatDe carrosserie, de bodemplaat, onderdelenvan het onderstel, wielen of banden kun-nen in dergelijke of vergelijkbare situatiesook niet-zichtbaar worden beschadigd. Opdeze manier beschadigde onderdelen kun-nen onverwacht uitvallen of de bij eenongeval optredende belastingen niet meerzoals bedoeld opnemen. Als de bodembekleding beschadigd is, kanzich brandbaar materiaal, bijvoorbeeldbladeren, gras of takken, tussen de bodem-plaat en bodembekleding verzamelen.
Alsdit materiaal met hete onderdelen van hetuitlaatsysteem in contact komt, kan ditontsteken. De auto in een dergelijk geval direct bij eengekwalificeerde werkplaats laten contro-leren en repareren. Wanneer u bij hetdoorrijden een nadelige invloed op de rij-veiligheid constateert, direct op een vei-lige manier stoppen. In dit geval contactopnemen met een gekwalificeerde werk-plaats. Het multimedia-apparaat is met technischemaatregelen beschermd tegen diefstal. Meerinformatie daarover is verkrijgbaar bij elksmart center. >> Inleiding. 23Z.
De werking van een dakantenne (radio, DAB)kan worden beïnvloed door het gebruik vandakdragers. Evenzo kan het aanbrengen vanfolies met metaallaag op zijruiten de radio-en GPS-ontvangst storen en een verslechte-ring van de werking van alle andere anten-nes in het interieur betekenen. ConformiteitsverklaringRadiografische onderdelen van de autoDe volgende aanwijzing is geldig voor alleradiografische onderdelen van de auto envoor alle in de auto geïntegreerde informa-tiesystemen en communicatieapparatuur:Alle radiografische onderdelen van de autoen de in de auto geïntegreerde informatie-systemen en communicatieapparatuur zijnconform de basiseisen en de overige bepa-lingen van de richtlijn 1999/5/EG. Meer infor-matie daarover is verkrijgbaar bij elk smartcenter.
Elektromagnetische verdraagzaamheidDe elektromagnetische verdraagzaamheidvan de onderdelen van de auto werd over-eenkomstig de regeling ECE-R 10, in de actu-eel geldende versie, gecontroleerd en bewe-zen. Diagnose-interfaceDe diagnose-interface dient voor het aan-sluiten van diagnoseapparaten bij eengekwalificeerde werkplaats. GWAARSCHUWINGAls apparaten op een diagnose-interfaceworden aangesloten, kan de werking vansystemen van de auto worden beïnvloed. Daardoor kan de bedrijfsveiligheid van deauto worden beïnvloed. Er bestaat gevaarvoor ongevallen. Alleen apparaten op de diagnose-interfacevan de auto aansluiten die door Mercedes-Benz voor uw auto zijn vrijgegeven. GWAARSCHUWINGVoorwerpen in de beenruimte van debestuurder kunnen de slag van de pedalenbeperken of ingedrukte pedalen blokkeren. Daardoor worden de bedrijfs- en verkeers-veiligheid van de auto in gevaar gebracht.
Geen losse vloermatten gebruiken en nietmeerdere vloermatten op elkaar leggen. Als de motor is afgezet en een apparaat opeen diagnose-interface wordt gebruikt,kan de accu worden ontladen. Het aansluiten van apparaten op de dia-gnose-interface kan ertoe leiden, datbijvoorbeeld informatie van de uitlaatgas-bewaking wordt teruggezet. Daardoorbestaat de mogelijkheid, dat de auto nietmeer voldoet aan de eisen van de volgendeuitlaatgasanalyse van de Algemene Perio-dieke Keuring. Gekwalificeerde werkplaatsEen gekwalificeerde werkplaats beschiktover de benodigde vakkennis, uitrusting enkwalificatie om de vereiste werkzaamhedenuit te voeren. Dit geldt in het bijzonder voorveiligheidsrelevante werkzaamheden. De aanwijzingen in het onderhoudsboekje inacht nemen.
Registratie van de autoHet kan voorkomen, dat smart zijn service-werkplaatsen de instructie geeft, aanbepaalde auto's technische inspecties uit tevoeren. Door de inspectie worden de kwaliteiten de veiligheid van de auto verbeterd. Alleen wanneer smart de registratiegege-vens van een auto bezit, kan smart de eige-naar informeren over de inspecties. In de volgende gevallen kan het zijn, dat eenauto nog niet onder de naam van de eigenaargeregistreerd is:RDe auto is aangeschaft bij een niet geau-toriseerde dealer. RDe auto is nog niet bij een smart centeronderzocht. smart adviseert de auto bij een smart centerte laten registreren. Gaarne smart zo snel mogelijk informerenover een adreswijziging of wisseling vaneigenaar. Dit is bijvoorbeeld bij een smartcenter mogelijk. Correct gebruikAls de waarschuwingssticker wordt verwij-derd, kunnen gevaren niet meer worden her-kend.
De waarschuwingsstickers op hunplaats laten. De volgende informatiebronnen gebruikenbij gebruik van de auto:Rde veiligheidsaanwijzingen in deze hand-leidingRde technische gegevens in deze handlei-dingRverkeersregels en -voorschriftenRwegenverkeerswetten en veiligheidsstan-daardsAansprakelijkheid voor gebreken. De aanwijzingen in deze gebruikshand-leiding over het voorgeschreven gebruikvan uw auto en mogelijke voertuigschadein acht nemen. Schades aan uw auto diedoor verwijtbare schending van deze aan-wijzingen ontstaan, worden noch door deaansprakelijkheid voor gebreken vansmart, noch door de garantie op nieuwe ofgebruikte auto's gedekt. QR-codes voor reddingskaartIn de tankdopklep en aan de tegenoverge-stelde zijde op de portierstijl (B-stijl) zijnQR-codes aangebracht. Bij een ongeval kun-nen reddingsdiensten m. b. v de QR-codessnel de overeenkomstige reddingskaart vooreen auto bepalen.
de/qr-codeOpgeslagen data in de autoVele elektronische onderdelen van de autobevatten een gegevensopslag. Deze datage-heugens slaan tijdelijk of permanent tech-nische informatie op over onderdelen, sys-temen of omgeving, m. b. t. :RtoestandRgebeurtenissenRstoringenBewegingsprofielen van gereden trajectenkunnen uit deze gegevens niet worden afge-leid.
Voorbeelden van opgeslagen informatie:RGebruiksomstandigheden van systeem-componenten, bijvoorbeeld niveausRStatusmeldingen van de auto en dienscomponenten, bijvoorbeeld snelheid engaspedaalstandRStoringen en defecten in belangrijke sys-teemcomponenten, bijvoorbeeld verlich-ting en remmenRReacties en gebruiksomstandigheden vande auto in specifieke rijsituaties,bijvoorbeeld activeren van een airbagROmgevingstoestanden, bijvoorbeeld bui-tentemperatuurDe gegevens zijn zuiver technisch van aarden worden voor het volgende gebruikt:ROndersteuning bij de herkenning en hetverhelpen van storingen en foutenRAnalyse van voertuigfuncties, bijvoor-beeld na een ongevalROptimalisatie van voertuigfunctiesBovendien wordt deze technische informatieuitgelezen voor de volgende servicewerk-zaamheden:>> Inleiding. 25Z.
Daar kunt u indien gewenst meer infor-matie krijgen.Na het verhelpen van een storing wordt deinformatie uit het storingsgeheugen gewistof permanent overschreven.Bij het gebruik van de auto zijn situatiesdenkbaar, waarin deze technische gegevensin combinatie met andere informatie - even-tueel met behulp van een specialist - terug tevoeren zijn op bepaalde personen.Voorbeelden hiervan zijn:Rprocessen-verbaal van ongevallenRschade aan de autoRgetuigenverklaringenDiverse extra functies, die contractueel metde klant zijn afgesproken, maken eveneenshet versturen van bepaalde gegevens vanuithet voertuig mogelijk, bijvoorbeeld voor debepaling van de voertuiglocatie in geval vannood.Informatie inzake auteursrechtInformatie over de licenties van gebruikteFree- en OpenSource-software in de auto ende elektronische onderdelen:http://www.mercedes-benz.com/opensource26 >> Inleiding.
Weergaven op het combi-instrument en het display Functie Pag.:Snelheidsmeter;Display=Waarschuwings- en con-trolelampjesC Portieren of achterklep 1787 Veiligheidsgordel 1796 Veiligheidssysteem 180çWaarschuwing start-stop- automaat 184è Start-stop-automaat 184; Motordiagnose 182? Koelvloeistoftemperatuur 1835 Oliedruk 183J Remmen 184! ABS 188÷ESP®54h Bandenspanningscontrole 190D Stuurbekrachtiging 193· Afstandswaarschuwing 194 Functie Pag.^Afstandswaarschuwings- functie 194Ã Spoorassistent 194# Accu 196R Mistachterlicht 79O Mistlicht 79K Grootlicht 78L Dimlicht 78T Standlicht 79S Transmissie-elektronica 1868 Brandstofreserve bereikt 182¯ TEMPOMAT 195È Limiter 195Ò IJzelgevaar 196b Remlichten 196¯°Volgende onderhoudster-mijn18732 Weergaven op het combi-instrument en het display>> In één oogopslag.
Veiligheid voor inzittendenVeiligheidssysteemBeschermingspotentieel van het veilig-heidssysteemHet veiligheidssysteem omvat:RVeiligheidsgordelsysteemRAirbagsRkinderzitjesbevestigingssysteemRkinderzitjesbevestigingssysteemHet veiligheidssysteem kan bij een ongeval:RHet risico beperken dat inzittenden metdelen van het interieur in aanrakingkomen. RDe belastingen voor de inzittenden redu-ceren. Alleen een correct gedragen veiligheidsgor-del kan zijn volledige beschermingspotenti-eel behalen. Afhankelijk van de herkendeongevalssituatie vormen gordelspanners en/of airbags een aanvulling op de correctgedragen veiligheidsgordel. De gordelspan-ners en/of airbags worden niet bij elk onge-val geactiveerd.
Om ervoor te zorgen dat het veiligheidssys-teem adequaat beschermingspotentieel kanbieden, moet elke inzittende:Rde veiligheidsgordel correct dragenRzo rechtop mogelijk zitten, met de rugtegen de rugleuningRindien mogelijk zo zitten dat de voeten opde vloer staanRkleiner dan 1,50 m altijd in een voor smartauto's geschikt aanvullend veiligheids-systeem zijn beveiligd. Geen enkel modern systeem kan echter ver-wondingen en overlijden in elke ongevalssi-tuatie volledig uitsluiten. Met name biedenveiligheidsgordels en airbags in het alge-meen geen bescherming tegen voorwerpendie van buitenaf de auto binnendringen. Ookhet risico van verwondingen door de zichactiverende airbag kan niet volledig wordenuitgesloten. Beperking van het beschermingspoten-tieel van het veiligheidssysteemGWaarschuwingDoor wijzigingen aan het veiligheidssys-teem bestaat de kans dat dit niet meer cor-rect functioneert.
Het veiligheidssysteemkan in dat geval de inzittenden niet meerzoals bedoeld beschermen en bijvoorbeeldbij een ongeval uitvallen of onverwachtworden geactiveerd. Er bestaat een ver-hoogd gevaar voor letsel of zelfs levens-gevaar. Nooit onderdelen van het veiligheidssys-teem wijzigen. Geen ingrepen aan bedra-ding en elektronische onderdelen en desoftware hiervan uitvoeren.
Wanneer de auto moet worden aangepast aaneen persoon met een lichamelijke handicap,wendt u zich dan tot een gekwalificeerdewerkplaats. smart adviseert om rijhulpsys-temen te gebruiken die smart voor uw autoheeft goedgekeurd. Functionaliteit van het veiligheidssys-teemBij ingeschakeld contact gaat het waarschu-wingslampje veiligheidssysteem tij-6dens de systeemzelftest branden. Deze dooftuiterlijk enkele seconden na het starten vande auto. De onderdelen van het veiligheids-systeem zijn dan gereed voor gebruik. Storing van het veiligheidssysteemRBij ingeschakeld contact gaat het waar-schuwingslampje veiligheidssysteem6 niet branden. RTijdens het rijden gaat het waarschu-wingslampje veiligheidssysteem 6continu of herhaaldelijk branden.
GWAARSCHUWINGAls het veiligheidssysteem een storingvertoont, kunnen onderdelen van het vei-ligheidssysteem abusievelijk wordengeactiveerd of kunnen deze bij een ongevalniet zoals bedoeld in werking treden. Datkan bijvoorbeeld de gordelspanner of air-Veiligheid voor inzittenden 33>> Veiligheid. Z.
bag betreffen. Er bestaat een verhoogdgevaar voor letsel of zelfs levensgevaar. Het veiligheidssysteem direct bij eengekwalificeerde werkplaats laten contro-leren en repareren. Werking van het veiligheidssysteem bijeen ongevalDe werking van het veiligheidssysteem isafhankelijk van de bepaalde zwaarte van debotsing en de verwachte aard van het onge-val:Rfrontale aanrijdingRaanrijding van achterenRAanrijding van opzijDe activeringsdrempels voor de onderdelenvan het veiligheidssysteem worden bepaalddoor het evalueren van de sensorwaarden dieop verschillende plaatsen in de auto wordengemeten. Deze procedure heeft een anticipe-rend karakter. De activering van de onder-delen van het veiligheidssysteem moet tij-dig, aan het begin van het ongeval, plaats-vinden. Factoren die pas na de aanrijding zichtbaarof meetbaar zijn, hebben geen invloed op deairbagactivering.
Ze geven daarvoor ookgeen indicatie. De auto kan behoorlijk worden vervormdzonder dat een airbag wordt geactiveerd. Ditis het geval als alleen relatief gemakkelijkvervormbare delen worden geraakt en geengrote vertraging van de auto wordt gehaald. Omgekeerd kan een airbag worden geacti-veerd, hoewel de auto slechts gering ver-vormd is. Wanneer bijvoorbeeld zeer stijveonderdelen van de auto, bijvoorbeeld langs-dragers, worden getroffen, kan de vertragingvan de auto daardoor groot genoeg zijn. De onderdelen van het veiligheidssysteemkunnen onafhankelijk van elkaar wordengeactiveerd: Onderdeel Herkende active-ringssituatie Gordelspanners Frontale aanrijding,aanrijding van ach-teren, aanrijdingvan opzijBestuurdersairbag,passagiersairbagen kneebagfrontale aanrijding Sidebag Aanrijding van opzijGWAARSCHUWINGNa het activeren van een airbag zijnonderdelen van de airbag heet. Gevaar voorletsel.
Onderdelen van de airbag niet aanraken. Een geactiveerde airbag direct laten ver-vangen bij een gekwalificeerde werk-plaats. ismart adviseert om de auto na een onge-val naar een gekwalificeerde werkplaats telaten slepen.
Dit advies in het bijzonderopvolgen nadat een gordelspanner of air-bag is geactiveerd. Als een gordelspanner of airbag wordt geac-tiveerd, hoort u een knal en kan er poederstofvrijkomen:RDe knal heeft over het algemeen geennegatieve gevolgen voor het gehoor. RHet vrijkomende poederstof is in het alge-meen niet schadelijk voor de gezondheid,maar kan bij personen met astma of adem-halingsmoeilijkheden kortstondige adem-halingsmoeilijkheden veroorzaken. Zodra u zonder gevaar kunt uitstappen,moet u de auto direct verlaten of een zijruitopenen om ademhalingsmoeilijkheden tevoorkomen. 34 Veiligheid voor inzittenden>> Veiligheid.
VeiligheidsgordelsBeschermingspotentieel van de veilig-heidsgordelDe veiligheidsgordel voor aanvang van de ritaltijd correct omgespen. Alleen een correctgedragen veiligheidsgordel kan zijn volle-dige beschermingspotentieel behalen. GWAARSCHUWINGWanneer de veiligheidsgordel verkeerd isomgegespt, kan deze niet meer zoalsbedoeld beschermen. Bovendien kan eenverkeerd omgegespte veiligheidsgordelbijvoorbeeld bij een ongeval, bij remma-noeuvres of abrupte richtingswijzigingenverwondingen veroorzaken. Er bestaat eenverhoogd gevaar voor letsel of zelfslevensgevaar. Altijd ervoor zorgen dat alle inzittenden deveiligheidsgordel correct dragen en eenjuiste zithouding hebben. RDe veiligheidsgordel moet:-niet verdraaid en strak tegen hetlichaam aanliggen. -over het midden van de schouder en zodiep mogelijk tegen de heup aan lopen.
RDe schoudergordel mag niet de hals rakenen ook niet onder de arm of achter de rugworden doorgevoerd. RDikke kleding vermijden, bijvoorbeeld eenwinterjas. RDe heupgordel indien mogelijk omlaagtegen de heup aan drukken en met deschoudergordel straktrekken. De heupgor-del mag nooit over buik of onderlichaamlopen. RDe veiligheidsgordel mag nooit overscherpe, spitse, schurende of breekbarevoorwerpen lopen. RDe veiligheidsgordel altijd slechts vooréén persoon gebruiken. Nooit een baby ofeen kind op de schoot van een inzittendemeenemen. RNooit voorwerpen samen met een persoonvastgespen. Voor het beveiligen van voor-werpen, bagage of lading altijd de aanwij-zingen en veiligheidsaanwijzingen metbetrekking tot beladen van de auto in achtnemen ( pagina 134). YAls een kind in de auto meerijdt, ook altijd deaanwijzingen en veiligheidsaanwijzingenbij kinderen in de auto in acht nemen( pagina 39).
YBeperking van het beschermingspoten-tieel van de veiligheidsgordelGWAARSCHUWINGWanneer de rugleuning niet rechtop staat,biedt de veiligheidsgordel niet de beoogdebeschermende werking.
Bij een remma-noeuvre of een ongeval kunt u in dit gevalonder de veiligheidsgordel doorglijden endaarbij bijvoorbeeld letsel oplopen aan hetonderlichaam of de hals. Er bestaat eenverhoogd gevaar voor letsel of zelfslevensgevaar. De stoel voor aanvang van de rit correctinstellen. Altijd erop letten dat de rugleu-ning rechtop staat en de schoudergordelover het midden van de schouder loopt. GWAARSCHUWINGPersonen kleiner dan 1,50 m kunnen deveiligheidsgordel niet zonder geschikteaanvullende veiligheidssystemen omges-pen. Wanneer de veiligheidsgordel ver-keerd is omgegespt, kan deze niet meerzoals bedoeld beschermen. Bovendien kaneen verkeerd omgegespte veiligheidsgor-del bijvoorbeeld bij een ongeval, bij rem-manoeuvres of abrupte richtingswijzigin-gen verwondingen veroorzaken. Er bestaateen verhoogd gevaar voor letsel of zelfslevensgevaar.
GWAARSCHUWINGVeiligheidsgordels kunnen niet meer zoalsbedoeld beschermen, alsRze beschadigd, gewijzigd, sterk vervuild,gebleekt of gekleurd zijnRhet gordelslot beschadigd of sterk ver-vuild isRwijzigingen aan de gordelspanners, gor-delverankeringen of gordeloprolauto-maten zijn uitgevoerd. Veiligheidsgordels kunnen bij een ongevalook niet zichtbaar worden beschadigd, bij-voorbeeld door glassplinters. Gewijzigdeof beschadigde veiligheidsgordels kunnenscheuren of uitvallen, bijvoorbeeld bij eenongeval. Gewijzigde gordelspanners kun-nen ongewild worden geactiveerd of nietzoals bedoeld werken. Er bestaat een ver-hoogd gevaar voor letsel of zelfs levens-gevaar. De veiligheidsgordels, gordelspanners,gordelverankeringen en gordeloprolauto-maten nooit wijzigen. De veiligheidsgor-dels moeten onbeschadigd, niet versletenen schoon zijn; dit controleren.
De veilig-heidsgordels na een ongeval direct bij eengekwalificeerde werkplaats laten contro-leren. smart adviseert om veiligheidsgordels tegebruiken, die smart voor uw auto heeftgoedgekeurd. GWAARSCHUWINGPyrotechnisch reeds geactiveerde gordel-spanners werken niet meer en kunnendaarom niet meer zoals bedoeld bescher-men. Er bestaat een verhoogd gevaar voorletsel of zelfs levensgevaar. De pyrotechnisch geactiveerde gordel-spanners direct bij een gekwalificeerdewerkplaats laten vervangen. smart adviseert om de auto na een ongevalnaar een gekwalificeerde werkplaats te latenslepen. De veiligheidsgordel moet volledigoprollen; dit controleren. Anders kunnende veiligheidsgordel of de gordelslottongin het portier of het stoelmechanismebekneld raken. Hierdoor kunnen het por-tier, de portierbekleding en de veilig-heidsgordel worden beschadigd.
Bescha-digde veiligheidsgordels kunnen nietmeer hun beschermende werking uitvoe-ren en moeten worden vervangen. Naar eengekwalificeerde werkplaats gaan. Veiligheidsgordel omgespen en instellenAls de veiligheidsgordel snel of met een ruknaar buiten wordt getrokken, blokkeert degordeloprolautomaat.
De gordelband kanniet verder worden afgerold. De gordelslottong van de veiligheidsgor-del niet in het gordelslot aan passagiers-zijde steken als de passagiersstoel nietbezet is. Anders kan de gordelspanner bijeen ongeval worden geactiveerd en moetdeze worden vervangen. XDe gordelslottong van de veiligheids-;gordel altijd in het bij de zitplaats beho-rende gordelslot vergrendelen. :XDe gordelgeleiding in de gewenste standschuiven. Hoger instellen: Aan de ring omhoogschui-ven. Lager instellen: Met de gordelgeleidin-gontgrendeling ingedrukt aan de ringomlaagschuiven. XErop letten dat de gordelgeleiding ver-grendelt. 36 Veiligheid voor inzittenden>> Veiligheid.
Veiligheidsgordel afdoenXDe ontgrendelingsknop in het gordelslotindrukken en de veiligheidsgordel met degordelslottong teruggeleiden.Gordelwaarschuwing voor bestuurder enpassagierHet waarschuwingslampje veiligheidsgordel7 in het instrumentendisplay maakt uerop attent, dat alle inzittenden de veilig-heidsgordel correct moeten omgespen.Bovendien kan een waarschuwingssignaalklinken.De gordelwaarschuwing dooft zodra debestuurder en de passagier de veiligheids-gordel hebben omgegespt.Statusindicatie veiligheidsgordels ach-terin:Waarschuwingslampje veiligheidsgordel;Statusindicatie veiligheidsgordel links=Statusindicatie veiligheidsgordel rechtsDe statusindicatie veiligheidsgordels ach-terin toont, welke veiligheidsgordel achterinniet omgegespt is.De status is te herkennen aan de kleur.RRood: Veiligheidsgordel niet omgegespt.RGroen: Veiligheidsgordel omgegespt.Als wordt weggereden en een rijsnelheid vancirca 10 km/h wordt bereikt, doven de indi-catoren na circa 30 seconden.AirbagsOverzicht van de airbagsDe inbouwplaats van een airbag is herken-baar aan het opschrift AIRBAG.Een airbag kan bij activering het bescher-mingspotentieel voor de betreffende inzit-tende vergroten.
Airbag Mogelijk bescher-mingspotentieel voor…: Kneebag Bovenbeen, knie enonderbeen;Bestuur-dersairbagHoofd en borstkas=Passagiers-airbagHoofd en borstkas? Sidebag Hoofd en borstkasAlleen als het controlelampje PASSENGER AIRBAG ON brandt, kan de passagiersairbag bijeen ongeval worden geactiveerd. Bij eenbezette passagiersstoel voor en ook tijdenshet rijden de werking van de passagiersair-bag niet in gevaar brengen ( pagina 39).YBeschermingspotentieel van de airbagsAfhankelijk van de ongevalssituatie kan eenairbag in combinatie met een correct gedra-gen veiligheidsgordel het beschermingspo-tentieel vergroten.GWaarschuwingAls wordt afgeweken van de correcte zit-houding, kan de airbag niet meer zoalsbedoeld beschermen en door het activerenVeiligheid voor inzittenden 37>> Veiligheid.Z
extra verwondingen veroorzaken. Erbestaat een verhoogd gevaar voor letsel ofzelfs levensgevaar. Om risico's te vermijden, altijd controlerendat alle inzittenden:Rde veiligheidsgordel correct omgespen,ook zwangere vrouwenRcorrect zitten en de grootst mogelijkeafstand tot de airbags aanhoudenRde volgende aanwijzingen in achtnemen. Er altijd voor zorgen dat zich geen voor-werpen tussen de airbag en de inzittendebevinden. Om risico's door het activeren van airbag tevermijden:RDe stoelen voor aanvang van de rit correctinstellen, de bestuurders- en passagiers-stoel zo ver mogelijk naar achteren. Daarbij altijd de informatie over de cor-recte stand van de bestuurdersstoel inacht nemen ( pagina 55). YRHet stuurwiel alleen aan de stuurwielrandvasthouden. Op deze wijze kan de airbagongehinderd worden opgeblazen. RTijdens het rijden altijd tegen de rugleu-ning leunen.
Niet naar voren buigen enniet tegen het portier of de zijruit leunen. Anders bevindt u zich in het ontplooiings-gebied van de airbags. RDe voeten moeten zich altijd op de vloerbevinden. Uw voeten bijvoorbeeld niet opde cockpit leggen. Anders bevinden uwvoeten zich in het ontplooiingsgebied vande airbag. RWanneer kinderen in de auto worden mee-genomen, de aanvullende aanwijzingen inacht nemen ( pagina 39). YRVoorwerpen altijd correct opbergen enbeveiligen. Voorwerpen in het interieur kunnen het cor-rect functioneren van een airbag in gevaarbrengen. Daarom altijd veiligstellen dat:Rzich geen andere personen, dieren of voor-werpen tussen de inzittenden en een air-bag bevinden. Rgeen voorwerpen tussen de stoel en hetportier en de portierstijl (B-stijl) liggen. Rgeen harde voorwerpen zoals kledinghan-gers aan handgrepen of kledinghakenhangen.
Dergelijke voorwerpenop een geschikte plaats opbergen. Beperking van het beschermingspoten-tieel van de airbagsGWAARSCHUWINGAls een airbagafdekking wordt gewijzigdof als voorwerpen, bijvoorbeeld ook stic-kers, daarop worden aangebracht, kan deairbag niet meer zoals bedoeld functione-ren. Er bestaat verhoogd gevaar voor let-sel. Een airbagafdekking nooit wijzigen engeen voorwerpen erop aanbrengen. GWAARSCHUWINGOngeschikte stoelhoezen kunnen hetopblazen van de in de stoelen geïnte-greerde airbags belemmeren of zelfs ver-hinderen. De airbags kunnen de inzitten-den dan niet meer zoals bedoeld bescher-men. Er bestaat een verhoogd gevaar voorletsel of zelfs levensgevaar. Alleen stoelhoezen gebruiken, die smartvoor de betreffende stoel heeft goedge-keurd. GWAARSCHUWINGIn de portieren bevinden zich sensorenvoor de aansturing van airbags.
bedoeld beschermen. Er bestaat verhoogdgevaar voor letsel. Nooit de deuren of delen daarvan veran-deren. Werkzaamheden aan portieren ofportierbekledingen laten uitvoeren bij eengekwalificeerde werkplaats. GWAARSCHUWINGEen reeds geactiveerde airbag biedt geenbeschermende werking meer en kan bij eenongeval niet meer zoals bedoeld bescher-men. Er bestaat verhoogd gevaar voor let-sel. De auto naar een gekwalificeerde werk-plaats laten slepen om een geactiveerdeairbag te laten vervangen. Geactiveerde airbags direct laten vervangen. Status van de passagiersairbagControlelampje PASSENGER AIR BAGDe passagiersairbag kan met de Airbag-Off-schakelaar in het instrumentenpaneel aanpassagierszijde worden uit- of ingeschakeld( pagina 43). YDe controlelampjes PASSENGER AIR BAG OFFen PASSENGER AIR BAG ON zijn onderdeel vande airbaguitschakeling van de passagiers-airbag.
De controlelampjes tonen de status van depassagiersairbag. RPASSENGER AIR BAG OFF brandt: De pas-sagiersairbag is uitgeschakeld. Hij wordtbij een ongeval niet geactiveerd. RPASSENGER AIR BAG ON brandt: De passa-giersairbag is ingeschakeld. De passa-giersairbag kan tijdens een ongeval geac-tiveerd worden. Voor en ook tijdens het rijden en afhankelijkvan de situatie de werking van de passa-giersairbag niet in gevaar brengen. RKind in kinderzitje: Of de passagiersairbaguit- of ingeschakeld moet zijn, is afhan-kelijk van het gemonteerde kinderzitje ende leeftijd en lengte van het kind. Beslistde aanwijzingen bij "Kinderen in de auto"( pagina 39) in acht nemen. Daar vindt uYook informatie over naar achteren- of naarvoren gerichte kinderzitjes op de passa-giersstoel. RAlle anderen: Het controlelampje PASSEN-GER AIR BAG ON moet branden. De passa-giersairbag is ingeschakeld.
GWaarschuwingAls personen – in het bijzonder kinderen –langdurig aan hoge of lage temperaturenworden blootgesteld, bestaat gevaar voorletsel of zelfs levensgevaar. Personen – inhet bijzonder kinderen – nooit zonder toe-zicht in het voertuig achterlaten. GWaarschuwingAls het kinderzitje aan directe zonnestra-ling wordt blootgesteld, kunnen onderde-len hiervan zeer heet worden. Kinderenkunnen zich aan deze onderdelen branden,in het bijzonder aan metalen onderdelenvan het kinderzitje. Gevaar voor letsel. Als het voertuig met het kind wordt verla-ten, altijd erop letten dat het kinderzitjeniet aan directe zonnestraling wordtblootgesteld. Het kinderzitje bijvoorbeeldmet een deken afdekken. Als het kinder-zitje aan directe zonnestraling is blootge-steld, dit laten afkoelen voordat het kinderin wordt gezet. Kinderen nooit zondertoezicht in het voertuig achterlaten.
smart adviseert voor een betere beschermingvan kinderen jonger dan 12 jaar en kleinerdan 1,50 m de volgende aanwijzingen beslistin acht te nemen:RKinderen alleen in een voor smart auto'sgeschikt kinderzitjesbevestigingssys-teem beveiligen dat past bij de leeftijd, hetgewicht en de lengte van het kind. Daarbijbeslist de gebruiksmogelijkheden van hetkinderzitjesbevestigingssysteem in achtnemen. RHet kinderzitjesbevestigingssysteemindien mogelijk op een zitplaats achterinaanbrengen. RAlleen de volgende bevestigingssystemenvoor kinderzitjesbevestigingssystemengebruiken:-het veiligheidsgordelsysteem-de ISOFIX- of i-Size bevestigingsbeu-gels-de Top Tether-verankeringenRDe montagehandleiding van de fabrikantvan het kinderzitjesbevestigingssysteem. RDe waarschuwingsstickers in het interieurvan de auto en op het kinderzitjesbeves-tigingssysteem.
GWaarschuwingAls het kinderzitje verkeerd op de hiervoorgeschikte zitplaats wordt gemonteerd, kanhet niet zoals bedoeld beschermen. Hetkind kan dan bij een ongeval, remmanoeu-vres of abrupte richtingswijzigingen nietworden tegengehouden.
Er bestaat eenverhoogd gevaar voor letsel of zelfslevensgevaar. Beslist de montagehandleiding van defabrikant van het kinderzitje en degebruiksmogelijkheden in acht nemen. Hetgehele draagvlak van het kinderzitje moetaltijd op de zitting van de stoel rusten. Nooit voorwerpen, zoals een kussen, onderof achter het kinderzitje leggen. Gebruikkinderzitjes alleen met de aanwezige ori-ginele hoezen. Beschadigde hoezen uit-sluitend vervangen door originele hoezen. GWAARSCHUWINGAls het kinderzitje verkeerd of niet vast-gezet is, kan het bij een ongeval, een rem-manoeuvre of een plotselinge richtings-wijziging loskomen. Het kinderzitje kanrondslingeren en inzittenden raken. Erbestaat een verhoogd gevaar voor letsel ofzelfs levensgevaar. Ook niet-gebruikte kinderzitjes altijd cor-rect monteren. Beslist de montagevoor-schriften van de kinderzitjefabrikantopvolgen.
GWaarschuwingBeschadigde of bij een ongeval belastekinderzitjes of de bevestigingssystemenhiervan kunnen niet meer zoals bedoeldbeschermen. Het kind kan dan bij eenongeval, remmanoeuvres of abrupte rich-tingswijzigingen niet worden tegenge-houden. Er bestaat een verhoogd gevaarvoor letsel of zelfs levensgevaar. 40 Kinderen in de auto>> Veiligheid.
Beschadigde of bij een ongeval belastekinderzitjes direct vervangen. De bevesti-gingssystemen van de kinderzitjes bij eengekwalificeerde werkplaats laten contro-leren, voordat weer een kinderzitje wordtgemonteerd. iVoor het reinigen van de door smartgeadviseerde kinderzitjesbevestigings-systemen verzorgingsmiddelen van smartgebruiken. Meer informatie is verkrijgbaarbij een gekwalificeerde werkplaats. Ook beslist de volgende aanvullende infor-matie in acht nemen:RBij montage van een kinderzitjesbevesti-gingssysteem op de passagiersstoel deaanwijzingen met betrekking tot kinder-zitjesbevestigingssystemen op de passa-giersstoel in acht nemen ( pagina 45). YRDe aanwijzingen met betrekking tot debevestiging van geschikte kinderzitjesbe-vestigingssystemen ( pagina 46). YRDe aanwijzingen met betrekking tot degeadviseerde kinderzitjesbevestigings-systemen ( pagina 49).
YRDe aanwijzingen en veiligheidsaanwijzin-gen voor het uit- en inschakelen van depassagiersairbag ( pagina 43). YRDe aanwijzingen met betrekking tot de vei-ligheidsgordels ( pagina 35). YISOFIX- en i-Size-kinderzitjesveran-keringenAanwijzingen met betrekking tot deISOFIX- en i-Size-kinderzitjebevesti-gingenGWARNINGISOFIX-kinderzitjes of i-Size-kinderzitjesbieden onvoldoende bescherming voorkinderen met een gewicht van meer dan22 kg, die met de geïntegreerde veilig-heidsgordel van het kinderzitje zijn bevei-ligd. Het kind kan anders bijvoorbeeld bijeen ongeval niet worden tegengehouden. Er bestaat een verhoogd gevaar voor letselof zelfs levensgevaar. Als het kind meer dan 22 kg weegt, alleenISOFIX-kinderzitjes of i-Size-kinderzitjesgebruiken waarbij het kind met de veilig-heidsgordel van de zitplaats wordt bevei-ligd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Smart Forfour (2017) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden