Singer 7469 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Singer 7469 (82 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 9 mensen. Heb je een vraag over Singer 7469 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Singer |
| Categorie: | Naaimachine |
| Model: | 7469 |
Handleiding Singer 7469 – volledige tekst
1® Singer is een geregistreerd handelsmerk van The Singer Company Ltd en haar vertegenwoordigers. © 2005Laat uw de stekker nooit in het stopcontact wanneer u geen toezicht hebt op de naaimachine. Trek de stekker van deze naaimachine altijd onmiddellijk na het gebruik en voor reinigingsbeurten uit het stopcontact. WAARSCHUWING - 1. Voorkom dat de naaimachine als speelgoed wordt gebruikt. Men dient zeer voorzichtig te zijn wanneer deze naaimachine wordt gebruikt door of in de buurt van kinderen. 2. Gebruik deze naaimachine alleen voor het doel waarvoor deze bestemd is zoals is beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die aanbevolen zijn door de fabrikant, zoals vermeld in deze handleiding. 3.
Gebruik deze naaimachine nooit als deze een beschadigde kabel of stekker heeft, als deze niet correct functioneert, als deze op de grond is gevallen of beschadigd is of wanneer deze in het water is gevallen. Breng de naaimachine naar de dichtstbijzijnde geautoriseerde dealer of naar een servicecenter ter controle, reparatie, elektrische of mechanische afstelling. 4. Gebruik de naaimachine nooit wanneer er luchtopeningen geblokkeerd zijn. Houd ventilatie-openingen van de naaimachine en van het voetpedaal vrij van ophopingen van pluizen, stof en los textiel. 5. Gooi nooit een voorwerp in een opening en steek dit er evenmin in. Laat de machine niet vallen. 6. Gebruik de machine niet buiten. 7. Gebruik de machine niet op een plaats waar aërosol(spray)-producten worden gebruikt of waar zuurstof wordt bewaard. 8.
Om de machine te ontkoppelen, zet u de Aan-/Uit-schakelaar in de Uit-positie, vervolgens trekt u de stekker uit het stopcontact. 9. Trek de stekker niet uit het stopcontact door aan de kabel te trekken. Om de stekker uit het stopcontact te trekken pakt u de stekker vast, niet de kabel. 10. Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Speciale aandacht is vereist rond de naald van de naaimachine. 11.
Gebruik de naaimachine nooit met een beschadigde naaldplaat. Een beschadigde plaat kan ertoe leiden dat de naald breekt. 12. Gebruik geen kromme naalden. 13. Trek niet aan of duw geen textiel wanneer u aan het naaien bent. Daardoor kan de naald worden kromgebogen hetgeen tot breken kan leiden. 14. Schakel de naaimachine uit wanneer u instellingen in de omgeving van de naald tot stand brengt, zoals het inrijgen van de naald, het verwisselen van de naald, het inrijgen van de spoel of het vervangen van het voetje. 15. Trek de stekker van de naaimachine altijd uit het stopcontact wanneer er afdekkappen worden verwijderd, er wordt gesmeerd of wanneer er eventuele andere service-instellingen worden uitgevoerd die vermeld zijn in de bedieningshandleiding.
Wanneer u een electrisch apparaat gebruikt, dienen de fundamentele veiligheidsvoorschriften altijd te worden nageleefd, met inbegrip van de volgende punten. Lees alle instructies goed door voordat u de machine gebruikt. GEVAAR - BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIESOm het risico van brand, vuur, elektrische schokken of verwondingen van personen te verminderen:PAS OP – Bewaar deze instructiesDeze naaimachine is bestemd voor huishoudelijk gebruik en dergelijke. Deze machine voldoet aan de Elektromagnetische Compatibiliteit Richtlijn 89/336/EEG. Dit apparaat is gemarkeerd met het bovenstaande recycle symbool. Het betekent dat u hetapparaat, aan het eind van zijn levensduur, apart moet aanleveren bij een daarvoor bestemdverzamelpunt en niet bij het gewone huishoudelijke afval mag plaatsen. Dit zal het leefmilieu voorons allemaal ten goede komen.
(Alleen voor de Europesche Gemeenschap)Gevaar door bewegende onderdelen – ter voorkoming van gevaren voor verwondingen moet de machine worden uitgeschakeld alvorens er onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd. Men dient afdekkingen voor het gebruik van de machine dicht te maken. VOETPEDAALGebruik Yamamoto Electric, Model YC-485 EC met deze naaimachine.
11INSTELLEN VAN UW MACHINEVerwijder de eventuele olievlekken van de naaldplaat voordat u met het gebruik van de machine begint.NETSNOER/ VOETPEDAALSteek de stekker van het netsnoer in de netsnoereingang (1) en in uw stopcontact (2), zoals afgebeeld is. Sluit de stekker van het voetpedaal (3) aan op de machineingang.AAN/UIT-SCHAKELAARUw machine werkt alleen als de aan/uit-schakelaar op aan staat.
13garenPennenHORIZONTALE GARENPEN voor normale garenklosenPlaats de garenklos op de garenpen en zet deze vast met een garenschotel om er voor te zorgen dat de draad soepel loopt. Wanneer de garenklos met een draadvoorspanning uitgerust is, dient deze naar rechts gericht te zijn. Kies de juiste garenschotel afhankelijk van het garenklostype en de dienovereenkomstige diameter uit. De diameter van de garenschotel dient altijd groter te zijn dan de diameter van de garenklos. VERTICALE GARENPEN voor grote garenklosenDe garenpen in de opening op het deksel van de machine inzetten. Plaats een garenklos op de garenpen. garnrOLLenhaLTerHORIZONTALER GARNROLLENHALTER für normale GarnrollenStecken Sie die Garnrolle auf den Garnrollenhalter und sichern Sie sie mit einer Fadenablaufscheibe, damit der Faden gut abläuft.
15vriJe-arM naaienUw machine is eenvoudig om te zetten naar een vrije-arm uitvoering.Bij ingebouwde uitschuiftafel beschikt u over een grotere werkoppervlakte dan bij een vlakbed-model.Voor het verwijderen van de uitschuiftafel, deze stevig met beide handen vasthouden en deze zoals afgebeeld naar links lostrekken.
19INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD1. Draai het handwiel naar u toe tot de naald in zijn hoogste positie staat. 2. Verwijder de schuifplaat door het uitwerpknopje naar rechts te drukken. De schuifplaat wordt omhooggetild, zodat u deze er kunt afnemen.3. Plaats het spoelklosje in de capsule. Let op dat het klosje tégen de klokrichting in draait als u aan het garen trekt.4. Trek de draad door de gleuf (A) en naar links.5. Met een vinger dient de spoel licht te worden vastgehouden en hierbij dient de draad te worden getrokken, totdat hij in de uitsparing (B) blijft liggen. Vervolgens de draad langs de groef op de naaldplaat leiden, totdat deze links boven door de draadafsnijder wordt afgesneden. 6. Plaats de schuifplaat weer terug op de naaldplaat.EINLEGEN DER VOLLEN SPULE1. Bringen Sie die Nadel in die höchste Stellung, indem Sie das Handrad entgegen dem Uhrzeigersinn drehen.2.
21INRIJGEN VAN DE BOVENDRAADA. Zet de persvoethevel omhoog. Zet de persvoethevel altijd omhoog alvorens de bovendraad in te rijgen. (Als de persvoethevel niet omhoog gezet wordt, kan de juiste draadspanning niet worden verkregen. )B. Draai het handwiel naar u toe totdat de naald in de hoogste stand komt te staan en de draadopname zichtbaar is. C. Houd met de rechter hand de draad vast en met de linker hand rijg de machine in onderstaande volgorde, zoals afgebeeld is. * Trek de draad door de draadgeleider (1) en de voorspanning (2). * Voer de draad door de spanningsschijven, links van het spanningsplaatje (2), en trek de draad vervolgens naar beneden door de gleuf. * Trek de draad in U-vorm rond de binnenzijde van het uitsteeksel (3). * Trek de draad doorf de draadopname (4) van rechts naar links. * Trek de draad langs de gleuf (4) en voer de draad door het oog van de draadopname.
* Trek de draad door de draadgeleider (5). * Voer de draad door het naaldeoog (6) van voren naar achteren. (Raadpleeg de volgende pagina voor nadere instructies over het gebruik van de automatische draadinrijger). BELANGRIJK:Een eenvoudige controle van het correcte inrijgen door de spanningschijven kan als volgt worden uitgevoerd: 1. ) Terwijl het voetje omhoog geheven is trekt u de draad naar de achterkant van de machine. Hierbij mag u slechts een lichte weerstand voelen en geen resp. slechts een lichte doorbuiging van de naald zien. 2. ) Nu laat u het voetje zakken en u trekt de draad nogmaals naar de achterkant van de machine. Deze keer dient u een aanzienlijke weerstand te voelen alsmede een grotere doorbuiging van de naald te zien. Mocht u geen weerstand voelen, dan duidt dit erop dat de machines foutief ingeregen zijn. U dient het inrijgen te herhalen. OBERFADEN EINFÄDELNA.
Tipp: Durch eine leichte Verschiebung der AUTO-Grundstellung in + oder - Richtung erzielt man meistens ein besseres Nahtbild. AFSTELLEN VAN DE BOVENDRAADSPANNINGVoor 90 % van uw naaiwerk hoeft u alleen de draadspanningsregelaar op “AUTO” in te stellen. De draadspanningsregelaar bevindt zich op de machinekop. DRAADSPANNING VOOR RECHTE NADENHet goed uitzien van uw steek is afhankelijk van het instellen van de balans van boven- en spoeldraad. De spanning is in balans als het knoopje van het garen precies tussen de twee stoagen zichtbaar is (in het midden). Als de spanning niet goed is ingesteld voor de door u te naaien stof, dan moet u deze opnieuw instellen. Verdraai de spanningsregelaar altijd, als het voetje naar beneden staat. Een symmetrische draadspanning (d. w. z. identiek naadpatroon van boven- en onderdraad) is normaalgesproken alleen bij de rechte steek gewenst.
DRAADSPANNING VOOR ZIGZAG NADENVoor de zigzag steek moet de draadspanning iets losser ingesteld worden dan voor de rechte steek. De naad ziet er mooier uit (zonder plooitjes), wanneer de verstrengeling van boven- en spoeldraad aan het einde van de steek gebeurt. SPOELDRAADSPANNNINGDe spanning van de spoeldraad is in de fabriek ingesteld en behoeft niet te worden nagesteld.
31Regelaars voor steeklengte en breedte/naaldpositie* Auto/standaardinstellingenVoor de meeste naaiwerkzaamheden zijn de automatische steekbreedte- en steeklengteïnstellingen van uw naaimachine voldoende. Wanneer een patroon is geselecteerd, zal dit genaaid worden met de aanbevolen (auto) instellingen van steeklengte en breedte of naaldpositie voor rechte steek. De automatische (voorgeprogrammeerde) standaardinstellingen kunnen gemakkelijk worden vastgesteld door een beweging van de steekbreedte-, steeklengte- en naaldpositieregelaar. Bij het bereiken van de automatische standaardinstellingen brandt de LED-indicator naast de betreffende regelaar in de kleur oranje (zonder te knipperen) en er weerklinkt een akoestisch signaal. Dat houdt in dat de automatische waarden ingesteld zijn.
* Manuele instellingenNadat u de voorinstellingen hebt gevonden, kunt u de steeklengte, steekbreedte of naaldpositie naar behoefte veranderen. Uitgaande van de standaardinstelling beweegt u de regelaar naar rechts of naar links, om de gewenste instelling te vinden. Bij iedere manuele instelling knippert de LED-indicator drie keer en er klinkt een akoestisch signaal. De LED-indicator knippert rood buiten het toegestane instelbereik. Overzicht van steekpatronenBij de keuze van steekpatronen met de numerieke keuzetoetsen vindt u het patroonnummer op het patroonoverzicht aan de onderzijde van de machine. Donkerblauw steekpatroon – steeklengte en -breedte kunnen worden veranderd. Roze steekpatroon – steeklengte en -breedte kunnen niet worden veranderd.
Sommige steekpatronen bieden meer mogelijkheden voor een manuele instelling dan andere. 2. Manuele instellingen kunnen ook door langzame beweging van de regelaars tijdens het naaien worden uitgevoerd. HINWEIS:1.
33Dubbele naald-toets ( )Voor het naaien met de dubbele naalden drukt u altijd op de dubbele naald-toets, onafhankelijk van het gekozen patroon. De bediening van de dubbele naald-toets bewerkstelligt een automatische vermindering van de steekbreedte, hetgeen naaldbreuk en een mogelijke beschadiging van de machine voorkomt. Zodra de knop ingedrukt is en rood oplicht, zullen de patronen met omcirkelde nummers in de patronen referentiegids uitgeschakeld worden en kunnen niet meer geselecteerd worden met de numerieke selectie knoppen. Een piepje zal klinken wanneer een knoopsgat patroon met de directe keuzeknop wordt geselecteerd. Zwillingsnadeltaste ( )Zum Nähen mit den Zwillingsnadeln drücken Sie immer auf die Zwillingsnadeltaste, unabhängig von dem gewählten Stichmuster.
De naadafwerksteken worden exact op de plaats uitgevoerd waarbij de achterwaartsknop wordt bediend.ACHTERWAARTSKNOPDubbele functie knop voor het achterwaarts naaien en afhechten RÜCKWÄRTSSCHALTERDoppelfunktionsschalter zum Rückwärtsnähen und VernähenOPMERKING: het afhechten van steekpatronen is zeer nuttig tegen het uitrafelen van naadeinden. HINWEIS: Das Vernähen von Stichmustern ist sehr nützlich gegen das Ausfransen von Nahtenden.
41RECHTE STEEKBij elke aspect van het naaien wordt de rechte steek het meest veelvuldig gebruikt. Laten we aan de hand van onderstaande stappen leren te naaien. 1. INSTELLINGEN Voetje - Standardvoet Spanningsregelaar - AUTO A. Spanningsregelaar B. Achterwaartsknop C. Persvoethevel D. Dubbele naald-toets E. Toets voor naaldstop onder F. Steeklengte regelaar G. Naaldpositie regelaar2. Trek beide draden onder het voetje in de richting van de achterzijde van de machine en laat daarbij ongeveer 15cm over. 3. Plaats de stof onder het voetje en laat het voetje zakken. 4. Draai het handwiel naar u toe totdat de naald in de stof gaat. 5. Start de machine. Leid de stof voorzichtig met uw handen. Stop de naaimachine wanneer u de rand van de stof bereikt. 6.
43RITSSLUITING AANBRENGEN EN KOORDEN NAAIENGebruik de ritssluitingvoet voor het naaien van de linker- of rechterkant van een ritssluiting resp. voor het aanbrengen van een piping of een koordje. REIßVERSCHLUSS EINNÄHEN / KORDONIERENVerwenden Sie den Reißverschlussfuß zum Nähen der linken oder rechten Seiten eines Reißverschlusses bzw. zum Einnähen eines Einlaufgarnes. QUILTSTEEK IN HANDGENAAIDE OPTIEK Deze steek is bestemd om een handgenaaid effect te geven aan opnaaien en patchwork. 1. Spoel de onderdraad op met de gewenste opnaaikleur. Wanneer u naait, wordt de onderdraad naar boven getrokken. 2. Rijg de machine met onzichtbare draad of draad van dezelfde kleur die overeenkomt met de stof en die niet zichtbaar is. 3. Verhoog de draadspanning een weinig totdat de steek een correcte vorm heeft. 4. Begin met naaien.
45ZIGZAGSTEEKDe bovendraad mag aan de onderzijde verschijnen afhankelijk van de draad, het material, het type steek en de naaisnelheid, maar de spoeldraad mag nooit aan de bovenkant van de stof verschijnen. Indien de onderdraad naar boven trekt of de naad twijnt, vermindert u de draadspanning via de regelaar. INSTELLINGEN : Voetje: Standaardvoet : Spanningsregelaar - AUTOHet donkergrijze veld staat voor de standaardwaarde, die bij de keuze van het patroon automatisch wordt ingesteld. Voor de zigzagsteek bedraagt de vooraf ingestelde steeklengte 2mm en de vooringestelde steekbreedte 5 mm. De grijze velden staan voor alle willekeurige waarden, die manueel instelbaar zijn. AFSTELLEN VAN DE STEEKBREEDTE EN LENGTEPLAATSING VAN PATRONENDe steekbreedte van het patroon neemt toe vanaf de middenpositie van de naald, zoals afgebeeld is.
Bij het naaien moet de vouw langs de blindsteek-geleiding worden gevoerd. Naai langzaam, waarbij de stof gelijkmatig langs de blindsteek-geleiding wordt geschoven. 4.
Wanneer dit is voltooid, zijn de steken aan de rechterzijde van de stof bijna onzichtbaar. einfacher Blindstich für normale, feste Stoffeelastischer Blindstich für Stretchwaren und feine StoffeINSTELLINGEN : Voetje - Blindsteekvoet : Spanningsregelaar - AUTO-- Gewone blindzoomsteek voor normale stoffen. Elastische blindzoomsteek voor jne, rekbare stoffen. OPMERKING: gebruik eerst de steekbreedte en de steeklengteregelaar om de exacte breedte en lengte van de naald jn af te stellen. Daarna kunt u de blindsteek-geleiding instellen. HINWEIS: Für einen engeren oder breiteren Blindsaum, zuerst Stichlänge und -breite wie gewünscht einstellen. Dann Führung einstellen. OPMERKING: omdat deze techniek iets aan oefeing vergt, wordt er altijd aanbevolen om een naaiproef uit te voeren. HINWEIS: Da diese Technik ein wenig Übung erfordert, wird immer die Durchführung einer Nähprobe empfohlen.
51sTreTchsTeKenDe stretchsteken worden meestal gebruikt voor gebreide of zeer rekbare stoffen maar kunnen ook voor de gewone stoffen gebruikt worden. INSTELLINGEN : Voetje - Standardvoet of Cordonvoet : Spanningsregelaar - AUTOsTreTch-sTicheDie Stretch-Stiche sind besonders vorteilhaft für elastische Materialien und Strickstoffe. Sie können sie aber auch gut bei normalen, festen Stoffen verwenden. EINSTELLUNGEN : Nähfuß - Standardfuß oder Raupenfuß : Oberfadenspannung - AUTORECHTE STRETCHSTEEK Een rechte stretchsteek is veel sterker dan een normale rechte steek omdat deze driemaal afsluit - voorwaarts, achterwaarts en voorwaarts. Deze is in het bijzonder geschikt voor het verstevigen van de zomen van sportkleding bij rekbare en niet-rekbare stoffen en voor gebogen zomen die veel spanning te verwerken krijgen.
Gebruik deze steek ook voor het opnaaien van revers, kragen en manchetten om uw kleding een professionele afwerking te geven. STRETCH-GERADSTICHDer Stretch-Geradstich ist viel stärker als der normale Geradstich, weil er den Stoff mit jeweils drei Stichen verbindet - vorwärts, rückwärts und wieder vorwärts. Er eignet sich deshalb vor allem für elastische Stoffe, zur Verstärkung von Nähten bei Sportbekleidung - ob elastisch oder nichtelastisch - und für alle besonders strapazierfähigen Nähte. Sie können ihn auch zu dekorativen Zwecken z. B. auf Kragen oder Manschetten benutzen, um Ihrer Kleidung ein professionelles Finish zu verleihen. OVERLOCKSTEEKDeze professionele steek wordt bij de confectie van sportkleding gebruikt en kan naaien en afwerken in één bewerking. De overlocksteek is zeer nuttig voor het repareren van uitgerafelde of versleten stofranden bij oude kleding.
Der Overlockstich eignet sich sehr gut zum Reparieren von ausgefransten oder abgenutzten Stoffkanten an länger getragenen Kleidungsstücken. VEERSTEEKHet mooie aanzien van deze steek maakt deze geschikt voor het opnaaien of het bevestigen van kant of inzetpanelen bij het maken van lingerie of gordels. Deze steek is ook ideaal voor het maken van patchwork en ajourwerk. FEDERSTICHDieser hübsche Stich kann als Zierstich benutzt werden, zum Aufnähen von Spitze oder für Applikationen auf Wäsche oder Gürtel. Ideal auch für Quilt- und Hohlsaumarbeiten. DRIEVOUDIGE ZIGZAGSTEEKDeze steek wordt hoofdzakelijk als decoratieve stiksteek gebruikt. Met deze steek kunt u de stofkanten afwerken en tevens als decoratieve steek gebruiken om kraagjes, mouwen, manchetten enz. af te werken. Door het manueel instellen van de steekbreedte op een lage waarde kunt u robuuste naden realiseren.
53PICOTSTEEKDe picotsteek is een traditioneel steekpatroon voor sierzoomnaden en applicaties. PIKOTSTICHDer Pikotstich ist ein traditionelles Stichmuster für spitzenähnliche Ziersaumnähte und Applikationen. FESTONNEERSTEEKDe festonneersteek Is een traditioneel handborduurpatroon voor het inzomen van tafelkleden. Hij kan echter zeer veelzijdig worden toegepast, bijv. voor het aannaaien van franjes, schuine banden, applicaties alsmede voor platborduursels en open zoom-naaiwerk. KANTENSTICHDer Kantenstich ist ein traditionelles Handstickereimuster zum Einfassen von Tischdecken. Er ist aber vielseitig einsetzbar, z. B. zum Annähen von Fransen, Schrägbändern, Applikationen sowie für Plattstickereien und Hohlsaumarbeiten. Tip: met de spiegelpatronen 14 en 31 is de geleiding en positionering van de stof gemakkelijker.
55TRAPSTEEKDe trapsteek wordt hoofdzakelijk voor open zoom-naaiwerk gebruikt. Hij wordt echter ook voor het opstikken van smalle biezen, ook met contrasterende kleuren gebruikt. Door gerichte plaatsing van de steekpatronen kunnen decoratieve effecten worden gerealiseerd. De trapsteek is ook geschikt voor platborduursels op smalle biezen, inloopgarens en rubberen biezen. Open zoom-naaiwerk lukt het best bij grover linnen. Na uitvoering van een trapsteek trekt u de draden langs de binnenkanten van het trappatroon om een luchtige optiek te realiseren. LEITERSTICHDer Leiterstich wird hauptsächlich für Hohlsaumarbeiten verwendet. Er wird aber auch zum Aufsteppen von schmalen Bändern, auch mit kontrastierenden Farben, eingesetzt. Durch gezielte Platzierung der Stichmuster können dekorative Effekte erzielt werden.
59DOORNSTEEKDit is een veelzijdige steek die gebruikt wordt voor het aan elkaar naaien van lappen stof en voor een decoratief effect.VERSTERKTE OVERLOCKSTEEK Beide van deze steken zijn perfect voor het bevestigen van platte elastiek bij het maken of repareren van lingerie. Deze kunnen ook worden gebruikt voor smokwerk en als zoomafwerking.DORNSTICHVielseitiger Stich, der hauptsächlich für Schließnähte und Verzierungen verwendet wird.DOPPELTER OVERLOCKSTICHBeide Stichmuster sind zum Aufnähen von flachen Gummibändern beim Nähen oder Reparieren von Unterwäsche sehr geeignet.
* Controleer alvorens u begint te naaien of er voldoende draad op de spoel gewonden is om er voor te zorgen dat de draad tijdens het naaien niet opraakt. * Verminder de spanning van de bovendraad een weinig. INSTELLINGEN : Voetje - Cordonvoet : Spanningsregelaar - AUTOENKELE NAAITIPS VOOR DECORATIEVE STEKENSchulpsteek op kraagDit is een ideale decoratieve steek voor de mouwen en kragen van dames- en kinderkleding en ook voor het afwerken van randen. Wanneer u dit steekpatroon gebruikt voor het afwerken van randen, eerst de steek naaien en vervolgens de rand van de stof langs de rand van de steek afknippen. Wees voorzichtig daarbij de steek niet af te knippen. Piramidesteek op biaisbandGebruik biaisband en vouw de rand terug. Naai de piramidesteek hier overheen.
Pijlsteek op kraagNaast het gebruik van dit patroon als een decoratieve steek, kan dit ook gebruikt worden als een driehoekige rijgsteek voor het verstevigen van plaatsen die gemakkelijk kunnen gaan rafelen. Dit kunt u bijvoorbeeld gebruiken bij het aan elkaar naaien van beide randen van zakken. Dominosteek op biaisbandGebruik biaisband en vouw de rand terug.
695. Markeer de positie van het knoopsgat op de stof.6. Plaats de stof onder de voet. Trek de spoeldraad onder de stof over een lengte van ongeveer 10 centimeters naar achteren.7. Lijn de knoopsgatmarkering op de stof uit met de markering op de knoopsgatvoet en zet vervolgens de knoopsgatvoet omlaag.8. Houd de bovendraad vast en start de machine. * Het naaien zal automatisch in de onderstaande volgorde voltooid worden.9. Gebruik nadat het naaien voltooid is een knoopsgatenopener voor het openen van de stof in het midden van het knoopsgat. Wees voorzichtig de zoomdraad niet door te knippen.5. Markieren Sie die Position des Knopflochs sorgfältig auf Ihrem Stoff.6. Legen Sie den Stoff unter den Knopochfuß. Ziehen Sie ca. 10 cm des Unterfadens unter dem Stoff nach hinten.7.
Laat de knoopsgathendel niet zakken. Anders weerklinkt er een akoestisch signaal. * Voor grotere knoopsgaten gebruikt u de cordonvoet. * Markeer de lengte van het knoopsgat zorgvuldig op uw stof. Leg de stof met de markering onder de knoopsgatvoet. Schuif de voet naar voren zodat de naald aan het begin van het knoopsgat in de stof steekt. MANUELLE KNOPFLÖCHER* Bis zu einer Knopochlänge von 45 mm verwenden Sie den Knopochfuß. Senken Sie den Knopochhebel nicht. Anderenfalls ertönt ein akustisches Signal. * Für größere Knopöcher verwenden Sie den Raupenfuß. * Markieren Sie die Länge des Knopochs sorgfältig auf Ihrem Stoff. Legen Sie den Stoff mit der Markierung unter den Knopochfuß. Schieben Sie den Fuß nach vorne, sodass die Nadel am Knopochbeginn in den Stoff einsticht. WERKWIJZE1. Start de naaimachine om de eerste korte zijde en de linker lange zijde van het knoopsgat te naaien. 2.
73SCHOONMAKEN VAN GRIJPERRUIMTE EN TRANSPORTEURLET OPMaak de machine steeds los van de stroomvoorziening door de stekker uit het stopcontact te verwijderen. Om uw machine in een goede conditie te houden is het noodzakelijk deze goed schoon te maken. 1. Zet de naald in de hoogste stand. 2. Beide schroeven van de naaldplaat (1) eruit draaien. Naaldplaat naar u toe schuiven, zoals in de afbeelding weergegeven is, en verwijderen. 3. Verwijder de capsule (2. )4. Maak de transporteur en de grijperruimte goed schoon met het kwastje. Doe een drupje olie in de grijperbaan waar de capsule in loopt, aangegeven door de pijltjes (A, B). 5. Plaats de capsule weer terug in de grijperbeker met het neusje (3) tegen de veer (4). 6. Ervoor zorgen, dat de naald helemaal omhoog staat. Naaldplaat aanbrengen en tot aan de aanslag schuiven, zoals in de afbeelding weergegeven is.
OPMERKING: bij het naaien met de dubbele naald mag de draadinrijger niet worden gebruikt. HINWEIS:Zum Einfädeln von Zwillingsnadeln kann der automatische Nadeleinfädler nicht verwendet werden.
* Knoopsgat hendel staat niet in de onderste stand bij het naaien van een knoopsgat. - Doe de knoopsgat hendel omlaag. MACHINE DRAAIT ZWAAR* Draad in spoelbaan gedraaid. Schoonmaken zie pag. 72 - 73. * Naald is beschadigd. Vervang de naald zie pag. 24 - 25. STOF TRANSPORTEERT NIET* Voetje staat omhoog. Voetje omlaag zetten. GEWENSTE PATRONEN KUNNEN NIET GESELECTEERD WORDEN. * De knop voor het gebruik van de tweeling naald is ingedrukt en licht rood op. - Druk de knop uit. sTeeKPrOBLeMenSTEKEN OVERSLAAN* Naald niet hoog genoeg in de klem. Zie pag. 24 - 25. * Naald verbogen of bot. Vervang de naald zie pag. 24 - 25. * Verkeerd ingeregen. Zie pag. 20 - 21. * Draad klem in grijperrand. Schoonmaken zie pag. 72 - 73. STEKEN NIET MOOI* Verkeerde naald of dikte. Zie pag. 24 - 25. * Verkeerd ingeregen. Zie pag. 20 - 21. * Bovenspanning te los. Zie pag. 26 - 27. * Men trekt aan de stof.
Laat het transport het werk doen. De stof alleen geleiden. * Spoeltje verkeerd opgespoeld. Wind de spoel opnieuw op. DE NAALD BREEKT* Men trekt aan de stof. Laat het transport het werk doen. De stof alleen geleiden.
* Verkeerde naalddikte. Zie pag. 24 - 25. * Naald niet hoog genoeg in de klem. Zie pag. 24 - 25. garenPrOBLeMenDRAAD SLAAT VAST* Boven en onderdraad niet onder de voet door naar achteren gelegd bij het begin van een naad. Trek beide draden onder het voetje naar achteren ongeveer 10 cm totdat u een paar steken hebt genaaid. BOVENDRAAD BREEKT* Verkeerd ingeregen. Zie pag. 20 - 21. * Bovendraad spanning te strak. Zie pag. 26 - 27. * Naald verbogen. Vervang de naald zie pag. 24 - 25. * Verkeerde naald of dikte. Zie pag. 24 - 25. SPOELDRAAD BREEKT* Spoeldraad verkeerd ingeregen. Zie pag. 18 - 19. * Ophoping van stof in grijperruimte. Schoonmaken zie pag. 72 - 73. PLOOITJES IN DE STOF* Boven en onderdraadspanning te strak. Zie pag. 26 - 27. * Steeklengte is te lang voor dunne tere stoffen. Steeklengte verkorten.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Singer 7469 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden