Silvercrest SCNM 100 A1 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Silvercrest SCNM 100 A1 (64 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen. Heb je een vraag over Silvercrest SCNM 100 A1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/64
GECOMPUTERISEERDE NAAIMACHINE SCNM 100 A1
IAN 413627_2204
NAAIMACHINE
Gebruiks- en veiligheidsinstructies
NL
NL

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Silvercrest
Categorie: Naaimachine
Model: SCNM 100 A1

Handleiding Silvercrest SCNM 100 A1 – volledige tekst

8InleidingNLInleidingBeschrijving van de gebruikerUitleg van de veiligheidsinstructiesBedoeld gebruikGefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe naaimachine.U hebt gekozen voor een hoogwaardig product. De gebruiks- en veiligheidsinstructies zijn onderdeel van deze naaimachine. Ze bevatten belangrijke instructies voor veiligheid, gebruik en afvoer. Maak uzelf vertrouwd met alle gebruiks- en veiligheidsinstructies voordat u de machine gaat gebruiken. Gebruik de machine alleen zoals wordt beschreven en voor de aangegeven toepassingen.

Geef alle documenten door wanneer u de machine aan derden doorgeeft.Deze gebruiks- en veiligheidsinstructies zijn bedoeld voor de gebruiker van de naaimachine SCNM 100 A1.GEVAAR wijst op een gevaarlijke situatie die indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg heeft.WAARSCHUWING wijst op een gevaarlijke situatie die indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben. VOORZICHTIG wijst op een gevaarlijke situatie die indien deze niet wordt vermeden, licht of matig letsel tot gevolg kan hebben.

OPMERKING wijst op informatie die belangrijk is maar geen betrekking heeft op potentieel gevaarlijke situaties.De naaimachine is bedoeld:• voor gebruik als verplaatsbaar apparaat.• voor het naaien van typisch huishoudtextiel.• alleen voor particulier huishoudelijk gebruik.De naaimachine is niet bedoeld:• om te worden geïnstalleerd op een vaste locatie• voor buiten• voor het verwerken van andere materialen (bijvoorbeeld leer, canvas, zeildoek en vergelijkbare zware stoffen).• voor commercieel of industrieel gebruik.

10InleidingNLLCD-schermFunctietoetsen①Aanbevolen persvoet②Knop voor automatisch afhechten 'Auto-Lock'③Knop naaldstop omlaag/omhoog④Knoopsgathendel⑤De onderdraad opwikkelen ⑥Steeknummer⑦Steekbreedte⑧Steeklengte Start/Stop-knopDruk op de start/stop-knop om het naaien te starten. Druk weer op de start/stop-knop om de naaimachine te stoppen. Knop voor achteruit naaien / automatisch afhechten “Auto-Lock”Als de knop voor achteruit naaien wordt ingedrukt wanneer steken 00-05 zijn geselecteerd, naait de naaimachine achteruit bij lage snelheid. De machine naait weer vooruit nadat de knop voor achter-uit naaien is losgelaten. Wanneer steeknummer 06-19 of 29-99 wordt geselecteerd, naait de machine onmiddellijk wanneer de knop voor achteruit naaien wordt ingedrukt 3 afhechtsteken en stopt dan automatisch.OPMERKING De naaimachine naait in het begin langzaam.

11InleidingNL Knop naaldstop omlaag/omhooga. Gebruik de knop naaldstop omlaag/omhoog om te bepalen of de naald op de hoogste of de laagste stand (in de stof) stopt als u met naaien stopt.OPMERKINGAls u tijdens het naaien op de knop naaldstop omlaag/om-hoog drukt, stopt de machine automatisch. Druk op de knop naaldstop omlaag/omhoog zodat de pijl omhoog wijst; de machine stopt dan met de naald in de hoogste stand.Druk op de knop naaldstop omlaag/omhoog zodat de pijl omlaag wijst; de machine stopt dan met de naald in de laagste stand.b. De zoemer in-/uitschakelen:Druk ongeveer 3 seconden op de knop naaldstop omlaag/omhoog tot de machine piept ter bevestiging dat het geluid is uitgeschakeld.Druk ongeveer 3 seconden op de knop naaldstop omlaag/om-hoog tot de machine twee keer kort piept ter bevestiging dat het geluid is ingeschakeld.

CursorknoppenGebruik de knop rechts/links om de cursor in het LCD-scherm naar het item te verplaatsen dat u wilt wijzigen (steeknummer, steekleng-te of steekbreedte). Knoppen voor waarde-instellingGebruik de knop omhoog/omlaag om de waarden van de velden van het steeknummer, de steeklengte en de steekbreedte in het LCD-scherm te wijzigen. SnelheidsregelschuifDe naaisnelheid kan worden geregeld met de snelheidsregel-schuif.Schuif de hendel naar rechts om de naaisnelheid op te voeren.Schuif de hendel naar links om de naaisnelheid te verlagen.OPMERKING De naaisnelheid kan ook met het voetpedaal worden inge-steld. De snelheidsregelschuif beperkt eveneens de maximale naaisnelheid die met het voetpedaal kan worden bereikt.

5,58 kgMateriaal Aluminium/plasticBedieningselementen - Hoofdschakelaar beschikbaar- Voetpedaal voor naaisnelheidbeschikbaarDisplay-elementen - Naaiverlichting beschikbaarGrijpersysteem CB LooperNaaldsysteem 130/705HOntstoring Volgens EU-richtlijnenMet TÜV SÜD-goedkeuring JaProductgarantie 3 jaarBeveiligingsklasseII Uitleg van de grafische symbolenSymbool BeschrijvingLees de gebruikershandleiding voorafgaand aan gebruik.De machine voldoet aan de Europese veiligheidsvereisten.Voer deze machine niet samen met het huishoudelijke afval af.Dubbele isolatie (geen aardingsgeleider vereist).Deze machine is gecertificeerd door TÜV Rheinland.Bewezen veiligheid. De machine is door een erkende instelling getest op naleving van de algemeen geaccepteerde regels der technologie.Met deze kant boven bewaren en transporteren.

13VeiligheidsinstructiesNLVeiligheidsinstructiesVeiligheidsinstructiesLees alle veiligheidsinstructies door voordat u de naaimachine gaat gebruiken. • Het niet-naleven van de veiligheidsinstructies en -informatie kan leiden tot elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. • Bewaar alle veiligheidsinstructies en -informatie voor later gebruik op een geschikte plek in de buurt van de machine. • Draag ook de gebruikershandleiding over wanneer u de machine aan derden doorgeeft. • De term "machine" die in de veiligheidsinstructies wordt gebruikt, verwijst naar de naaimachine (met netstroomkabel en voetpedaal). Veiligheid op de werkplek• Deze naaimachine is uitsluitend bedoeld voor huishoudelijk gebruik. • Zorg ervoor de naaimachine te gebruiken bij een temperatuurbereik tussen de 5ºC en 40ºC. Als de temperatuur uiter-mate laag is, werkt de naaimachine mogelijk niet goed.

• Installeer de machine niet op 2000 meter of hoger boven de zeespiegel. • Gebruik de machine niet in een natte of vochtige omgeving. Gebruik de machine alleen in droge ruimten. • Plaats de naaimachine op een stabiel, vlak en droog werkvlak. • Houd uw werkplek schoon en goed verlicht. Rommelige of onverlichte werkplekken kunnen leiden tot ongevallen. • Installeer de netstroomkabel zodanig dat er geen struikelgevaar bestaat. • Houd kinderen en andere personen uit de buurt als u de machine gebruikt. U kunt de controle over de machine verlie-zen als u wordt afgeleid. Symbool BeschrijvingDeze machine is breekbaar. Met zorg behandelen. Dit recyclingsymbool markeert bijvoorbeeld een item of onderdelen als waardevol voor recycling. Houd bij de scheiding van afval de etiketten van de verpakkingsmaterialen aan.

Deze zijn gemarkeerd met afkortingen (a) en nummers (b) met de volgende betekenissen: 1-7 Kunststoffen / 20-22: Papier en karton / 80-98: Composietmaterialen. Recycling helpt het verbruik van grondstoffen terug te dringen en het milieu te beschermen.

Dit symbool wijst u erop dat u de verpakking op milieuvriendelijke wijze moet afvoeren. De materialen en componenten van deze machine kunnen worden gerecycled. Kan (helemaal leeg) worden afgevoerd bij de afzonderlijke inzameling van verpakkingsmateriaal. VerstikkingsgevaarOm de kans op verstikking te vermijden, moet deze plastic zak uit de buurt van baby's en jonge kinderen worden gehouden. Gebruik deze zak niet in wiegjes, kinderbedjes, kinderwagens of in de box. De zak is geen speelgoed. Lees de gebruikershandleiding voorafgaand aan gebruik.

14VeiligheidsinstructiesNLElektrische veiligheid• Gebruik alleen de originele netstroomkabel die met de naaimachine is meegeleverd. Andere netstroomkabels kunnen de machine beschadigen. Gebruik de meegeleverde netstroomkabel niet met andere apparaten. • Zorg ervoor dat de netspanning overeenkomt met de spanning die vermeld staat op het etiket van de machine (machi-ne met een etiket waarop 230V of 240V staat, kunnen ook worden gebruikt met 220 V). • De aansluitstekker van de machine moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele manier worden gewijzigd. Ongewijzigde stekkers en bijpassende stopcontacten verlagen de kans op een elektrische schok. • Vermijd lichaamscontact met geaarde oppervlakken zoals pijpen, verwarmingen, kooktoestellen en koelkasten. Als uw lichaam is geaard is er een vergrote kans op elektrische schok.

• Houd de machine uit de buurt van regen of natte omstandigheden. Als water de machine binnendringt neemt de kans op een elektrische schok toe. • Gebruik de netstroomkabel niet op een verkeerde manier om de stekker uit het stopcontact te trekken. Pak bij het lostrekken niet de netstroomkabel maar de stekker vast. • Houd de netstroomkabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen of bewegende delen van de machine. Een be-schadigde netstroomkabel of een die in de war zit verhoogt de kans op elektrische schok. Veiligheid van personenZorgvuldige behandeling en gebruik van de machine• Wees voorzichtig, houd uw aandacht bij wat u aan het doen bent en gebruik uw gezond verstand wanneer u werkt met de machine. Gebruik de machine niet wanneer u moe bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicatie verkeert.

Een moment van onoplettendheid bij gebruik van de machine kan ernstig letsel tot gevolg hebben. • Voorkom onbedoeld starten. Zorg ervoor dat de machine is uitgeschakeld voordat u deze op de stroomvoorziening aansluit, opneemt of draagt.

Als u de machine op de stroomvoorziening aansluit terwijl deze is ingeschakeld, kan dit leiden tot ongevallen. • Draag geschikte kleding. Draag geen loszittende kleding of sieraden. Houd uw haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Losse kleding, sieraden of lang haar kan gegrepen worden door bewegende delen. • Overbelast de machine niet. Gebruik de passende naaimachine voor uw naaiwerkzaamheden. U werkt beter en veili-ger met een geschikte naaimachine in het gespecificeerde vermogensbereik. • Gebruik de machine niet als de schakelaar defect is. Een machine die niet meer kan worden in- of uitgeschakeld is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. • Plaats nooit iets op het voetpedaal. • Haal de stekker uit het stopcontact voordat u wijzigingen aan de machine aanbrengt, accessoires verwisselt of de machine wegzet.

Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat de machine onbedoeld start. • Houd de machine buiten het bereik van kinderen als deze niet wordt gebruikt. Laat geen personen de machine gebrui-ken die er niet vertrouwd mee zijn of die de gebruiksinstructies voor de machine niet hebben gelezen. Naaimachines zijn gevaarlijk wanneer ze door onervaren personen worden gebruikt. • Onderhoud de machine zorgvuldig. Controleer of bewegende delen van de machine goed functioneren en niet vastlopen; controleer op kapotte en beschadigde onderdelen die het functioneren van de machine verhinderen. Laat beschadigde onderdelen repareren voordat de machine wordt gebruikt. Veel ongelukken worden veroorzaakt door slecht onderhouden machines. GEVAAR. LEVENSGEVAAR EN GEVAAR VOOR ONGEVALLEN VOOR PEUTERS EN KINDEREN. Schoon-maak en gebruikersonderhoud mogen niet zonder toezicht door kinderen worden uitgevoerd.

• Gebruik de machine, accessoires of onderdelen die moeten worden geplaatst (zoals naalden en spoeltjes) volgens deze instructies. Houd rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden.

15VeiligheidsinstructiesNLVeiligheidsinstructies voor service• Laat de machine alleen repareren door gekwalificeerd personeel en alleen met originele reserveonderdelen. Hierdoor wordt de veiligheid van de machine behouden. • Als de ledlamp defect of beschadigd is, moet deze worden vervangen door de fabrikant of diens klantenservice om gevaren te voorkomen. • De machine mag alleen worden gebruikt met een specifiek voetpedaal en/of specifieke netstroomkabel om gevaren te voorkomen. Als het voetpedaal en/of de netstroomkabel beschadigd of defect is, moeten deze worden vervangen door de fabrikant of diens klantenservice of een soortgelijk gekwalificeerde persoon. Veiligheidsinstructies voor alle toepassingen• Deze´naaimachine moet worden gebruikt voor het naaien van huishoudelijk stoffen.

Alle waarschuwingen, instruc-ties, illustraties en data die met de machine zijn meegeleverd, moeten worden opgevolgd. Het niet opvolgen van de volgende instructies kan leiden tot elektrische schok, brand en/of ernstig letsel. • Deze machine is niet bedoeld voor het verwerken van andere materialen (bijvoorbeeld leer, canvas, zeildoek en vergelijkbare zware stoffen). Toepassingen waarvoor deze machine niet is ontwikkeld, vormen een risico; er is gevaar voor letsel. • Gebruik geen accessoires die niet specifiek bedoeld zijn en door de fabrikant worden aanbevolen voor deze machi-ne. Als een accessoire kan worden bevestigd op uw machine betekent dit niet dat dit ook veilig kan worden gebruikt. • Houd andere mensen op veilige afstand van uw werkplek. • Houd de netstroomkabel uit de buurt van bewegende accessoires.

Kinderen mogen niet met de machine spelen. Schoonmaak en gebruikersonderhoud mogen niet zonder toezicht door kinderen worden uitgevoerd. GEVAAR. LEVENSGEVAAR EN GEVAAR VOOR ONGEVALLEN VOOR PEUTERS EN KINDEREN. Laat kin-deren nooit zonder toezicht bij het verpakkingsmateriaal. Het verpakkingsmateriaal vormt verstikkingsgevaar. Kinderen onderschatten vaak het gevaar. Houd kinderen altijd uit de buurt van het verpakkingsmateriaal. Deze machine is geen speelgoed. • Trek altijd de stekker los voordat u instellingen wijzigt of accessoires vervangt. • Gebruik de machine niet als de ventilatieopeningen geblokkeerd zijn. Houd de ventilatieopeningen van de machine en het voetpedaal vrij van pluizen, stof en stofresten.

• Schakel de machine altijd uit bij het uitvoeren van aanpassingen of werkzaamheden in het gebied van de naald, zoals het inrijgen of vervangen van de naald, het rijgen of het vervangen van het spoeltje, het vervangen van de persvoet enzovoort. Accessoires• Crown Technics GmbH kan het correct functioneren van de machine alleen garanderen als de juiste accessoires wor-den gebruikt. • Gebruik alleen de originele netstroomkabel die met de naaimachine is meegeleverd. Andere netstroomkabels kunnen de machine beschadigen. Gebruik de meegeleverde netstroomkabel niet met andere apparaten.

16VeiligheidsinstructiesNLVoorafgaand aan gebruikEr wordt geadviseerd om praktijkkennis op te doen voordat u de machine voor de eerste keer gebruikt. Als u niet vertrouwd bent met de werking van naaimachines, adviseren we u een introductiecursus te volgen. Controleer altijd of de netspanning overeenkomt met de spanning die vermeld staat op het etiket van de machi-ne.1. Controleer de netstroomkabel voorafgaand aan gebruik op beschadigingen. Als de netstroomkabel bescha-digd is, moet u deze vervangen door een originele kabel die alleen verkrijgbaar is bij de fabrikant of diens klantenservice.2. Laat de machine nooit onbeheerd achter wanneer deze is ingeschakeld. Haal de stekker van de machine uit het stopcontact als u deze onbeheerd achterlaat, om letsel veroorzaakt door onbedoeld inschakelen te voorkomen.3. Houd lichaamsdelen, haar, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen.

Zorg ervoor dat u niet in contact komt met de bewegende naald. 4. Blijf geen versleten naalden gebruiken. 5. Als de netstroomkabel tijdens de werkzaamheden beschadigd of doorgesneden wordt, mag u de netstroom-kabel niet aanraken maar moet u de stekker onmiddellijk lostrekken.6. Blijf de machine niet gebruiken als de netstroomkabel is beschadigd; vervang deze door een nieuwe en originele netstroomkabel. Andere netstroomkabels kunnen de machine beschadigen.7. Bij een elektrische of mechanische storing moet u de machine onmiddellijk uitschakelen en de stekker lostrek-ken. Als u bij de machine wegloopt, moet u onmiddellijk de stroomstekker uit het stopcontact trekken. Trek de stroom-stekker uit het stopcontact voordat u onderhouds- en reinigingswerkzaamheden gaat uitvoeren.Tijdens gebruikNa gebruik

17Voorafgaand aan opstartenNLEen installatielocatie selecterenDe naaimachine aansluiten op het stroomnetZorg ervoor dat:• de netstroomkabel niet in het stopcontact zit als de naaima-chine niet in gebruik is.• u contact opneemt met een erkend elektricien als u twijfels hebt bij het aansluiten van de naaimachine op de stroom-voorziening.• de stroomstekker uit het stopcontact is getrokken als u de stroomvoorziening niet gebruikt. • de naaimachine uitsluitend wordt gebruikt met het bijbeho-rende ELECTRONIC-voetpedaal (t) C-8001.1. Sluit de naaimachine aan op een elektrisch stopcontact. 2.

Schakel het apparaat en de verlichting in door de hoofd-schakelaar (26) in de stand 'I AAN' te zetten.25ONOFFVoorafgaand aan opstarten26De naaitafel installerenAls u met de vrije arm (23) wilt naaien, trekt u de vastklikkende naaitafel (10) in de richting van de pijl.Voorkom dat de machine wordt blootgesteld aan extreem stoffige, vuile of vette ruimten, zoals keukens, garages of opstelruimten. Stof en vet kunnen de werking beïnvloeden.Installeer de machine niet in vochtige of natte ruimten zoals badkamers. Installeer de machine uitsluitend in droge ruimten.Installeer de machine niet in ruimten met een temperatuur onder 5°C of boven 40°C.

18Voorafgaand aan opstartenNLDe naald plaatsen WAARSCHUWING!Zet de hoofdschakelaar in de stand '0 UIT'.Vervang de naalden regelmatig, vooral bij de eerste tekenen van problemen bij het naaien.De naald plaatsen:1. Draai de klemschroef (A) van de naald los.2. Steek de nieuwe naald in met de platte kant van de as naar achter (B).3. Plaats de naald (C) tot aan de stop aan het einde van de as (D)4. Draai de klemschroef van de naald weer vast.ABCDOPMERKINGGebruik alleen naalden die in perfecte staat zijn. Gebogen naalden, botte naalden en naalden met een beschadigde punt kunnen problemen veroorzaken.De persvoethouder bevestigen en verwijderen WAARSCHUWING! Zet de hoofdschakelaar in de stand '0 UIT'.OPMERKING De persvoethouder is reeds geïnstalleerd.1. De persvoethouder bevestigen: Laat de persvoetstang (A) omhoogkomen door de tweest-aps persvoethendel (22) omhoog te bewegen.

20OpstartenNLOpstartenGeschikte naald, stof en garen kiezenOpmerking:• Test het garen en de naald altijd op een klein lapje van de stof die wordt gebruikt.• Gebruik hetzelfde garen voor de naald (bovendraad) en het spoeltje (onderdraad).• Gebruik stabiliserend materiaal voor fijne of stretchstoffen en kies de juiste persvoet.• Bij het naaien van lichtgewicht stoffen, zoals zijde en jersey, moet de bovenste draadspanning worden ingesteld op 2-3.• Gebruik spelden om de stoffen op elkaar te bevestigen, voordat u twee of meer stukken stof aan elkaar naait.Gids om naald, stof en draad te kiezenNaaldgrootte Stoffen Garen9-11 (65-75)Lichtgewicht stoffen: dunne katoenen stoffen, voile, serge, zijde, mousseline, in-terlocks, gebreide katoenen stoffen, jersey, crêpe, geweven polyester, stoffen voor hemden en blouses.Lichtgewicht garen in katoen, nylon of polyester.12 (80) Middelzware stoffen: katoen, satijn, grove mousseline, canvas, dubbelgebreide stoffen, lichte wollen stoffen.De meeste garens zijn van gemiddelde dikte en voor deze stoffen en naaldgroottes geschikt.• Gebruik polyester garen bij synthetisch materiaal en katoen bij natuurlijk geweven stoffen voor het beste resultaat.

21OpstartenNLDe tweestaps persvoethendel gebruikenDe persvoet kan met de tweestaps persvoethendel omhoog en omlaag worden gebracht.• Zet de tweestaps persvoethendel (22) omhoog om de pers-voet omhoog te brengen.• Duw de tweestaps persvoethendel (22) omlaag om de persvoet omlaag te brengen.De transporteur omhoog en omlaag zettenDe transporteurhendel (24) bevindt zich onderaan de achterkant van de naaimachine .De transporteur helpt bij het doorvoeren van de stof tijdens het naaien. Maar die transporteur is niet voor alle naaiwerkzaam-heden vereist.

Deze wordt bijvoorbeeld omlaag gezet tijdens het knopen aannaaien, uit de vrije hand stoppen en borduren en het naaien van monogrammen.OPMERKINGAls de transporteurhendel in de hoge stand ③ staat, komt de transporteur tijdens het naaien automatisch naar boven.OPMERKINGAls u de werkzaamheden beëindigt waarvoor geen transpor-teur nodig is (zoals het knopen aannaaien, uit de vrije hand stoppen of borduren en monogrammen naaien), zet de trans-porteurhendel dan weer in de geheven stand voor algemene naaiwerkzaamheden.Schuif de transporteurhendel ① in stand ② om de transporteur omlaag te zetten en in stand ③ om de transporteur omhoog te zetten.

22OpstartenNLWerkingssnelheid van de naaimachineDe werkingssnelheid van de naaimachine wordt geregeld door het voetpedaal (r) of met de snelheidsregelschuif (15).• Duw het voetpedaal licht in voor een lagere werkingssnel-heid.• Duw het voetpedaal harder in voor een hogere werkings-snelheid. OPMERKINGDe instelling van de snelheidsregelschuif beperkt de maxima-le naaisnelheid evenals de maximale naaisnelheid die met gebruik van het voetpedaal kan worden bereikt.25ONOFFDe onderdraad opwikkelenDe onderdraad opwikkelen:Voor goede naairesultaten moet het inrijgen correct worden uitgevoerd. Er kunnen anders verschillende problemen ontstaan.OPMERKINGAls de spoelwindpen naar rechts wordt geduwd, staat de machine in de spoelwind-stand en kan de machine niet naaien en het handwiel niet worden gedraaid. Om te naaien moet u de spoelwindpen weer naar links duwen.1.

Schuif het spoeltje en de garenpenkap (n) op de horizon-tale garenpen (19). Kies voor een betere naaikwaliteit een garenpenkap met de juiste maat voor het garen en bevestig deze naast het spoeltje.①Grote garenpenkap②Kleine garenpenkap 122. Trek de draad van de garenklos door de bovendraadgelei-der (20).

23OpstartenNL346573. Wind de draad linksom rond de opspoeldraadgeleider (2). 4. Leid de draad vanuit de binnenkant door een gat van het lege spoeltje (m) zoals afgebeeld. Plaats het spoeltje op de spoelwindpen (17). Lijn de gleuf ① uit met de veer van de spoelwindpen (2). Druk het spoeltje zachtjes omlaag totdat het vastklikt.5. Duw het spoeltje (m) naar rechts in de richting van de spoel-winderstop (16). Wanneer het spoeltje in de spoelstand staat, verschijnt het symbool voor het opwikkelen van de onderdraad op het LCD-scherm (5). 6. Houd het uiteinde van de draad met de hand vast.7. Begin met het opwikkelen van de onderdraad door op het voetpedaal (r) te drukken of de Start/Stop-knop (8) in te drukken.OPMERKINGDe instelling van de snelheidsregelschuif beperkt de maximale naaisnelheid evenals de maximale naaisnelheid die met het voetpedaal kan worden bereikt.88.

Stop de machine na een paar omwentelingen. Knip de draad zo dicht mogelijk bij het spoeltje (m) af. Ga door met opwikkelen totdat het spoeltje vol is. Als de spoel vol is, draait hij langzaam rond. Stop de machine en duw vervol-gens de spoelwindpen (17) naar links.9. Knip de draad af en neem het volle spoeltje van de spoel-windpen (17). 10. Gebruik uitsluitend correct en netjes opgewikkelde spoeltjes voor de onderdraad; anders kan de naald breken of is de draadspanning mogelijk niet correct. Druk vervolgens de spoelwindpen naar links om met naaien te beginnen.91010

24OpstartenNLHet spoeltje met de onderdraad plaatsenOPMERKINGOm het spoeltje te plaatsen of te verwijderen moet de naald helemaal omhoog staan. Zet de naald dus in de hoogste stand door te drukken op de knop naaldstop omlaag/omhoog (4). Zet de persvoet omhoog. Zet vervolgens de machine uit. WAARSCHUWING!Zet de hoofdschakelaar in de stand '0 UIT' wanneer u deze handelingen uitvoert!1. Duw de ontgrendelhendel ① naar rechts om het transpa-rante spoeldeksel te verwijderen. Plaats het spoeltje (m) zodanig n het spoelhuis dat de draad linksom loopt (richting van de pijl). 2. Trek de draad door de gleuf (A).1343. Houd de bovenkant van het spoeltje (m) met een vinger voorzichtig tegen, volg de pijlaanduidingen en trek de draad in de opspoeldraadgeleider van (A) naar (B).4. Trek de draad langs de pijlmarkeringen van (B) naar (C) in de draadgeleider van de naaldplaat.

Snij overtollig draad af door het langs het mesje bij (C) te trekken. Plaats het doorzichtige spoeldeksel terug. OPMERKINGDe methode voor de onderdraad ophalen wordt uitgelegd in hoofdstuk 'De onderdraad ophalen'.Het spoeltje met de onderdraad plaatsen:122mm

25OpstartenNLBovendraad inrijgenVoor goede naairesultaten moet het inrijgen correct worden uitgevoerd. Er kunnen anders verschillende problemen ontstaan.1ONOFFDe bovendraad inrijgen:1. Zet de hoofdschakelaar (26) in de stand 'I AAN'. Zet de tweestaps persvoethendel (22) omhoog.22. Duw de knop naaldstop omlaag/omhoog (4) in om de naald en de draadhevel (1) in de hoogste stand te zetten. WAARSCHUWING!Zet de hoofdschakelaar in de stand '0 UIT' wanneer u alle handelingen uitvoert!33. Schuif het spoeltje en de garenpenkap op de horizontale garenpen (19). Kies voor een betere naaikwaliteit een ga-renpenkap (n) met de juiste maat voor het garen en beves-tig deze naast het spoeltje.①Grote garenpenkap ②Kleine garenpenkap44. Trek de draad van de garenklos door de bovendraadgelei-der (20).

27OpstartenNL1010. Zet de tweestaps persvoethendel (22) omlaag.111213111 . Druk de draadinrijger (12) iets omlaag en leid de boven-draad over de draadgeleider ① zoals afgebeeld en houd deze naar rechts.12. Druk de hendel van de draadinrijger (12) zo ver mogelijk omlaag. De draadinrijger draait automatisch in de rijgs-tand, waarbij de kleine grijphaak ① door het oog van de naald ②schuift. 13. Plaats de bovendraad vóór de naald, zodat deze zich on-der de grijphaak ①bevindt. Houd de draad vervolgens iets omhoog zodat deze op de grijphaak hangt.1414. Laat de draad loshangen en geef vervolgens langzaam de draadinrijger (12) vrij. De grijphaak keert terug en trekt de bovendraad door het oog van de naald, waardoor achter de naald een lus ontstaat. Trek de bovendraad helemaal naar achteren door het oog van de naald. OPMERKINGUw naaimachine is nu ingeregen en klaar voor gebruik.

28OpstartenNLDe onderdraad ophalen:1. Houd de bovendraad met de linkerhand vast. Draai het handwiel (25) linksom om de naald tot onder de naald-plaat (9) te laten zakken. Draai het handwiel nog verder linksom zodat de naald weer omhoog komt en de onderdraad ophaalt.De onderdraad ophalen2. Trek voorzichtig aan de bovendraad om de onderdraad door het stikgat in de naaldplaat mee omhoog te halen. De onderdraad komt omhoog als een lus.3. Trek de beide draaduiteinden naar achteren onder de persvoet.123OPMERKING Als u een rimpelsteek of een smoksteek gebruikt, moet u eerst de onderdraad ophalen.

4312 vNormale draadspanning voor zigzag- en siersteken.OPMERKINGDe draadspanning is correct wanneer een klein stuk van de bovendraad ① op de achterkant ④ van de te naaien stof zichtbaar is.Bij het naaien van decoratieve steken, geeft deze instelling altijd een mooier stikpatroon en wordt de stof minder uit zijn verband getrokken.DraadspanningDe regelknop draadspanning wordt gebruikt om de boven-draadspanning in te stellen.OPMERKINGDe juiste instelling van de draadspanning is belangrijk voor het naaien. Er is geen enkele instelling van de draadspanning die geschikt is voor alle functies en stoffen. ①①①②②②③④④④③③Naaibeginselen

31NaaibeginselenNLSteeklengte en -breedte wijzigen vSteeklengte wijzigen• Wanneer u een steek selecteert, stelt de machine automatisch de aanbevolen steeklengte in; deze wordt met cijfers op het LCD-scherm (5) weer-gegeven.• Iedere steek heeft zijn eigen lengtebeperking. • Als het cijfer word gereset naar de standaardwaarde, knippert het LCD-scherm (5).1. Plaats de cursor met de linker- of rechterknop onder de cijfers voor de steeklengte.12 vSteekbreedte aanpassen• Wanneer u een steek selecteert, stelt de machine automatisch de aanbevolen steekbreedte in; deze wordt met cijfers op het LCD-scherm (5) weergegeven.• Iedere steek heeft zijn eigen breedtebeperking. • Als het cijfer word gereset naar de standaardwaarde, knippert het LCD-scherm (5).1. Plaats de cursor met de linker- of rechterknop onder de cijfers voor de steekbreedte.122. Druk op de knop omlaag om de steeklengte in te korten.

32NaaibeginselenNLRechte steek1. Plaats de cursor met de linker- of rechterknop onder de cijfers voor de steeklengte. Gebruik de universele persvoet (a).Stel het steekpatroon in zoals afgebeeld. 0401 02030012De naaldpositie wijzigen:• De naaldpositie voor rechte steken/overlocksteken kan worden gewijzigd door de steekbreedte aan te passen.• De standaard naaldpositie is '3.5'. Dat is de middelste positie.1. Plaats de cursor met de linker- of rechterknop onder de cijfers voor de steekbreedte.2. Druk op de knop met de pijl omlaag om de naaldpositie naar links te verplaatsen. Druk op de knop met de pijl om-hoog om de naaldpositie naar rechts te verplaatsen.12OPMERKINGOver het algemeen geldt dat hoe dikker de stof, het garen en de naald, des te langer de steek moet zijn.2. Druk op de knop omlaag om de steeklengte in te korten. Druk op de knop omhoog om de steeklengte te verlengen.

33NaaibeginselenNLZigzagsteekDe steeklengte wijzigen1. Plaats de cursor met de linker- of rechterknop onder de cijfers voor de steeklengte. 2. Druk op de knop met de pijl omlaag om de steeklengte te verkleinen. Druk op de knop met de pijl omhoog om de steeklengte te verlengen.Stel de steekbreedte in.1. Plaats de cursor met de linker- of rechterknop onder de cijfers voor de steekbreedte. 2. Druk op de knop omlaag voor een smallere steek. Druk op de knop omhoog voor een bredere steek.07060512OPMERKINGEen mooie zigzagsteek wordt meestal bereikt met een steek-lengte van '2.5' of minder. Zigzagsteken met een korte lengte worden satijnsteek genoemd.12Gebruik de universele persvoet (a). Stel het steekpatroon in zoals afgebeeld.

35NaaibeginselenNL7. Druk het voetpedaal langzaam in of druk op de start/stop-knop (8) om met naaien te beginnen. Laat het voetpedaal los of druk nogmaals op de start/stop-knop om de machi-ne te stoppen.OPMERKINGU kunt achteruit naaien gebruiken om aan en af te hechten en naden te versterken door de knop voor achteruit naaien in te drukken. Raadpleeg het hoofdstuk ‘Handige vaardigheden’ voor meer informatie.8. Druk op de knop naaldstop omlaag/omhoog om de naald omhoog te zetten. Zet de tweestaps persvoethendel (22) omhoog en verwijder de stof.9. Voer beide draden naar de linkerkant van de behuizing om ze af te snijden en trek ze over de draadsnijder ①.

36NaaibeginselenNLHandige vaardighedenHieronder worden verschillende manieren beschreven om betere resultaten te verkrijgen voor uw naaiprojecten. Raadpleeg deze tips bij uw naaipro-jecten.• Het resultaat is afhankelijk van de soorten stoffen en steken. Gebruik om te testen dezelfde stof als voor uw project en doe vooraf een naaitest. • Gebruik voor het proeflapje dezelfde stof en garen als die u gebruikt voor uw project en controleer de draadspanning en de steeklengte en steekbreedte.• Omdat de resultaten variëren afhankelijk van het soort steek en het aantal te naaien lagen stof, moet u een proeflapje naaien met dezelfde eigen-schappen als die u in uw project gaat gebruiken. vBochten naaienVerander de naairichting geleidelijk als u een bocht om wilt naai-en.

vBochten naaien met een zigzagsteekAls u met een zigzagsteek in een bocht wilt naaien, dient u een kortere steeklengte te kiezen om een fijne steek te krijgen. vAchteruit naaienAchteruit naaien wordt gebruikt om aan het begin en einde af te hechten. Druk op de knop voor achteruit naaien en naai 4-5 steken. De machine naait weer vooruit nadat de knop voor achteruit naaien is losgelaten. vNaaien van dikke stoffenBij het naaien van dikke stoffen kan de stof meestal makkelijker onder de persvoet door glijden als de tweestaps persvoethendel (22) verder omhoog wordt gezet.

37NaaibeginselenNL vHoeken naaienStop zodra u bij de hoek bent.Laat de naald in de stof zakken door de naald met de knop naaldstop omlaag/omhoog (3) in de laagste stand te zetten. Zet de tweestaps persvoethendel (22) omhoog. Gebruik de naald als spil om de stof 90° te draaien.Zet de tweestaps persvoethendel (22) omlaag en ga verder met naaien. vNaaien van dunne stoffenAls u dunne stoffen naait, kunnen de steken verspringen of wordt de stof mogelijk niet juist getransporteerd. Gebruik verstevigend materiaal ① onder de stof en naai dit samen met de stof.Verwijder overtollig verstevigend materiaal als u klaar bent met naaien. vStretchstof naaienRijg ① de stukken stof aan elkaar en naai daarna zonder de stof uit te rekken.11

38NaaibeginselenNL vNaaien van zware stoffenDe zwarte knop aan de rechterkant van de persvoet vergrendelt de persvoet in de horizontale stand als u deze indrukt voordat de persvoet wordt neergelaten. Zo ontstaat een gelijkmatiger trans-port bij het begin van een naad en bij het naaien van meerdere lagen stof (naden, jeanszomen enz.).Wanneer u een dikker gedeelte nadert of kruiselings stikt, moet u de naald laten zakken en de tweestaps persvoethendel omhoog zetten. Druk met de teen van de voet in de horizontale lijn en druk de zwarte knop in. Laat de voet zakken en ga verder met naaien. De zwarte knop gaat na een paar steken weer automatisch uit.Er kan ook een ander dik stuk stof of karton ① van dezelfde dik-te achter de naad worden gelegd. Of de persvoet ondersteunen en met de hand in de richting van de vouw transporteren.1

39NaaitoepassingenNL vRechte stretchsteekMet de rechte stretchsteek versterkt u elastische en zwaarbelaste naden drie keer. • Gebruik de universele persvoet (a). vZigzag-stretchsteekDe driedubbele zigzag-stretchsteek is geschikt voor stevige stof-fen zoals jeans, popeline, enz.• Gebruik de universele persvoet (a).Stretchsteek (de naad rekt met de stof mee) ①.Rechte steek (de naad scheurt als de stof wordt uitgerekt) ②.21020307Stretchstof naaienOPMERKINGStretchsteken ① kunnen ook worden gebruikt als decoratieve zichtbare naden.NaaitoepassingenDe stretchsteek is geschikt voor elastische een duurzame naden die met de stof mee rekken zonder te scheuren. Ideaal voor stretchstoffen en jersey en voor zwaarbelaste naden op stevige stoffen zoals denim.

40NaaitoepassingenNLElastiek aan stof naaienEen elastiek op de stof naaien:1. Speld het elastiek ② op enkele punten met spelden ① vast op de achterkant van de stof ③ zodat het gelijkmatig over de stof is verdeeld.2. Naai de elastische band aan de stof terwijl u de band uitrekt zodat deze dezelfde lengte heeft als de stof. Houd terwijl u met uw linkerhand de stof achter de persvoet trekt, de stof met uw rechterhand bij de speld die het dichtst bij de voorkant van de persvoet ligt.

OPMERKINGZorg er tijdens het naaien voor dat de naald van de naaima-chine geen spelden raakt, want de naald kan daardoor buigen of breken.Gebruik de universele persvoet (a).213062.0~3.0 2.5~5.0OPMERKINGLet er bij het meten van het elastiek voor mouwen of middel op dat in de afgewerkte elastieken band, het elastiek bij het dragen wordt uitgerekt.Door een elastiek aan te brengen kunt u bijvoorbeeld een elastische pofmouw of een elastische band naaien,

42NaaitoepassingenNLBlinde zoom• Gebruik de blindzoomvoet (d).• Gebruik blindzoomsteek 12 voor dichte stoffen.• Gebruik blindzoomsteek 14 voor stretchstoffen.Een blinde zoom naaien:1. vouw de stof als afgebeeld zodat de linkerzijde (achterkant van de stof) naar boven ligt.OPMERKINGVolg de illustratie aan de linkerkant voor dikke stoffen. Volg de illustratie aan de rechterkant voor lichte en middelzware stoffen.①Achterkant van de stof (links)②5 mm③Voor dikke stof④Overlocksteek⑤Voor lichte tot middelzware stoffen3. Langzaam naaien en de stof zorgvuldig langs de geleiding laten lopen. Stof omdraaien. De illustratie toont de naaire-sultaten. ①Achterkant van de blinde zoom.②Voorkant van de blinde zoom.322541 1321211.0~2.0 2.5~4.012 14Een naad genaaid met deze steek is niet zichtbaar aan de goede kant van de stof. OPMERKINGGebruik de blindzoomsteek voor rok- en broekzomen.

OPMERKINGGebruik om te testen dezelfde stof als voor uw project en doe vooraf een naaitest.2. Leg de stof onder de persvoet. Draai het handwiel (25) met de hand naar voren zodat de naald helemaal naar links uitzwenkt. De naald moet de stofvouw ③ maar net raken. Pas de steekbreedte aan als de stofvouw niet wordt geraakt. Geleiding aanpassen door aan de knop ① te draaien, zodat de geleiding net tegen de stofvouw ② ligt.

43NaaitoepassingenNLKnoopsgaten naaien20 21 22 23 24 25 26OPMERKINGKnoopsgaten kunnen worden aangepast aan de grootte van de knoop.OPMERKINGHet wordt voor stretchstof of dunne stof aangeraden een ver-steviger/hulpmateriaal te gebruiken om een beter knoopsgat te krijgen. Verlaag de draadspanning van de bovendraad iets met de regelknop draadspanning.OPMERKINGGebruik om te testen dezelfde stof als voor uw naaiproject en doe vooraf een naaitest.Gebruik de knoopsgatenvoet (h)Gebruik:• steek 20/21/22 voor dunne of middelzware stof• steek 23 voor zwaarbelaste knoopsgaten met verticale afhechtsteken• steek 24/25 voor pakken of jassen• steek 26 voor jeans of broeken2022 2324 252621OPMERKING Knoopsgaten worden vanaf de voorkant van de persvoet naar de achterkant genaaid.Knoopsgaten worden vanaf de voorkant van de persvoet naar de achterkant genaaid.

44NaaitoepassingenNL vEen knoopsgat naaien in niet-stretchstof: 1. Markeer de plaats van het knoopsgat op de stof.2. Trek de knoopsgatplaat naar achteren en plaats de knoop erin. Duw de knoopsgatplaat tegen de knoop om deze stevig vast te zetten. Bevestig de knoopsgatenvoet op de naaimachine. OPMERKINGTrek de draad door het gat in de persvoet zodat het onder de persvoet ligt. 3. Plaats de stof onder de persvoet, zodat de middenmarke-ring ① op de persvoet wordt uitgelijnd met het getekende knoopsgatlijn. Kies de knoopsgatsteek. Stel de steekbreedte en de steeklengte in op de gewenste breedte en dichtheid. 4. Trek de knoopsgathendel ① helemaal naar beneden. OPMERKINGDeze moet zich achter de houder ② op de knoopsgatenvoet bevinden.5. Houd het uiteinde van de bovendraad licht vast en begin met naaien. Houd beide draden stevig vast.OPMERKINGLeid de stof met de hand.

Nadat het knoopsgat is genaaid en voordat de machine stopt, zal de machine automatisch een paar afhechtsteken naaien.12OPMERKINGDe maximale knoopsgatlengte is 3 cm. (Diameter + dikte van de knoop bij elkaar opgeteld). De grootte van het knoops-gat wordt bepaald door de knoop die in de knoophouder is geplaatst.6. Haal de persvoet omhoog en knip de draad af. OPMERKINGZet de persvoet omhoog om nogmaals over hetzelfde knoops-gat te naaien. (Deze keert terug naar de startpositie.)1

45NaaitoepassingenNL8. Snij het midden van het knoopsgat met het tornmesje open.VOORZICHTIGPlaats uw handen bij het openhalen van het knoopsgat met het tornmesje niet in de snijrichting, want dit kan letsel veroorza-ken.OPMERKINGZorg ervoor dat u niet per ongeluk in de afhechtsteek snijdt. Plaats een speld bij de afhechtsteek om te voorkomen dat u te ver snijdt.7. Na de knoopsgatsteek te hebben genaaid, haalt u de knoopsgathendel ① helemaal naar boven.111. Haak een gimpkoord (een zware draad of koord) achter de knoopsgatenvoet. 2. Leid de uiteinden van het gimpkoord naar de voorkant van de voet en plaats ze in de groeven; knoop ze tijdelijk vast.3. Zet de tweestaps persvoethendel (22) omlaag en begin met naaien. OPMERKINGStel de steekbreedte in overeenkomstig de diameter van het gimpkoord.4. Trek nadat het naaien gereed is voorzichtig aan het gimp-koord om het strak aan te trekken. 5.

Rijg de uiteinden van het gimpkoord in een grotere hand-naald. Trek de uiteinden naar de achterkant van de stof en hecht ze af voordat u de restanten afknipt ①. vEen knoopsgat naaien in stretchstof:OPMERKINGHet wordt aangeraden te naaien met een verstevigend materi-aal onder de stof.

46NaaitoepassingenNLGebruik de knoopsgatenvoet (h)1. Schuif de knoophouder ① uit en stel deze op de gewenste lengte in. Stel de steekbreedte en de steeklengte in op de gewenste breedte en dichtheid. 2. Bevestig de knoopsgatenvoet op de naaimachine. Trek de draad door het gat in de persvoet zodat het onder de persvoet ligt.3. Plaats de stof dusdanig dat de naald 2 mm ① voor het punt staat waar u met naaien wilt beginnen ② en laat dan de tweestaps persvoethendel zakken.4. Trek de knoopsgathendel (1) helemaal naar beneden. Deze moet zich achter de houder ② op de knoopsgaten-voet bevinden.5. Houd het uiteinde van de bovendraad licht vast en begin met naaien.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Silvercrest SCNM 100 A1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden